CW 5 Klean!Star Q - Automatische autowas Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CW 5 Klean!Star Q Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Automatische portaalwasser |
| Model | CW 5 Klean!Star Q |
| Merk | Kärcher |
| Was hoogte | 2100 tot 2900 mm afhankelijk van configuratie |
| Totale hoogte | 2930 tot 3730 mm |
| Totale breedte (met zijborstels) | 4040 mm |
| Diepte | 2170 mm |
| Diameter van de borstels (zij en dak) | 975 mm |
| Rotatiesnelheid zijborstels | 107 omw/min |
| Rotatiesnelheid dakborstel | 127 omw/min |
| Portaalsnelheid | 0 tot 24 m/min |
| Elektrische voeding | 400 V / 50 Hz / 10-16 kW |
| Wateraansluiting | 1 inch, druk 0,4-0,6 MPa, max 50 °C |
| Persluchtaansluiting | 1/2 inch, druk 0,6-0,8 MPa |
| Geluidsniveau (wassen + drogen) | 87 dB(A) |
| Waterverbruik per wasbeurt (voertuig 4,5 m) | Ongeveer 50 liter (zonder antivries) |
| Hoofdfuncties | Hogedrukreiniging, borstelen, schuim, was, drogen, ontvetten, velgen reinigen |
| Veiligheid | Noodstop, veiligheidsschakelaars, kantelbeveiliging, veiligheidsklep |
| Onderhoud | Dagelijkse reiniging van sproeiers, filters, poorten; wekelijks, maandelijks, halfjaarlijks en jaarlijks onderhoud |
| Reserveonderdelen | Gebruik uitsluitend originele Kärcher onderdelen |
Veelgestelde vragen - CW 5 Klean!Star Q Kärcher
Gebruikersvragen over CW 5 Klean!Star Q Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Automatische autowas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CW 5 Klean!Star Q - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CW 5 Klean!Star Q van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING CW 5 Klean!Star Q Kärcher
| Algemene instructies | 94 |
| Milieubescherming | 94 |
| Veiligheidsinstructies | 94 |
| Reglementair gebruik | 96 |
| Wateraansluiting | 96 |
| Toebehoren en reserveonderdelen | 97 |
| Installatiebeschrijving | 97 |
| Bedieningselementen | 100 |
| Displaybeschrijving | 102 |
| Inbedrijfstelling | 104 |
| Werking | 104 |
| Buitenwerkingstelling | 107 |
| Onderhoud | 108 |
| Hulp bij storingen | 114 |
| Garantie | 116 |
| Technische gegevens | 116 |
| EU-conformiteitsverklaring | 117 |
Algemene instructies


ordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient eze originele gebruiksaanwijzing en het hoofdstuk
veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.
Bewaar deze voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.
Milieubescherming

De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd
afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.
Instructies betreffende ingrediënten (REACH)
Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH
Veiligheidsinstructies
Bij een verkeerde bediening of verkeerd gebruik dreigt er gevaar voor de bediener en andere personen door:
- Hoge waterdruk
• Hoge elektrische spanning - Perslucht
• Zuiveringsmiddelen
Lees, om risico's voor personen, dieren en dingen te voorkomen, vóór het eerste gebruik van de installatie:
- De gebruiksaanwijzing inclusief alle veiligheidsinstructies
- De betreffende nationale voorschriften van de wetgever
- De veiligheidsinstructies die bij de gebruikte reinigingsmiddelen zijn bijgevoegd
Vergewis u ervan:
- Dat u zelf alle aanwijzingen begrepen hebt
- Dat alle gebruikers van de installatie inzake de aanwijzingen op de hoogte zijn gesteld en deze begrepen hebben Alle personen die met de plaatsing, inbedrijfstelling en bediening te maken hebben, moeten:
- Adequaat gekwalificeerd zijn
- De gebruiksaanwijzing kennen en in acht nemen
- De betreffende voorschriften kennen en in acht nemen Zorg ervoor dat in geval van zelfbediening alle gebruikers door middel van duidelijk zichtbare aanwijzingen worden geïnformeerd over:
- Mogelijke gevaren
• Veiligheidsvoorschriften
- De bediening van de installatie
De gebruiksaanwijzing moet door de exploitant van de wasinstallatie conform de plaatselijke en personele omstandigheden in een gebruiksinstructie worden omgezet. De gebruiksinstructie moet op een geschikte manier door klaarleggen of ophangen aan de werkplek bekend worden gemaakt.
Gevarenniveaus
⚠ GEVAAR
- Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.
⚠ WAARSCHUWING
- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.
⚠VOORZICHTIG
- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.
LET OP
- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.
Voorschriften en richtlijnen
Voor het gebruik van deze installatie gelden in de bondsrepubliek Duitsland volgende voorschriften en richtlijnen (verkrijgbaar bij Carl Heymanns Verlag KG, Luxemburger Straße 449, 50939 Köln):
- Voorschrift inzake ongevallenpreventie "Algemene voorschriften" BGV A1
• Veiligheid voertuigwasinstallaties EN 17281
• Verordening m.b.t. de bedrijfsveiligheid (BetrSichV)
Voertuigwasinstallaties
Het bedienen, bewaken, onderhouden en controleren van voertuigwasinstallaties mag alleen door personen worden uitgevoerd die met deze werkzaamheden en met de gebruiksaanwijzing vertrouwd zijn en die over de met de installatie gepaard gaande gevaren zijn geïnformeerd.
Minerale olie bevattend afvalwater
LET OP
Milieuverontreiniging door voertuigen
Lekkende oliën.
Bescherm de bodem en voer de afgewerkte olie op een milieu-vriendelijke manier af.
Laat de tandwielolie en minerale olie bevattend afvalwater niet in de bodem of wateren terechtkomen.
Behandel het afvalwater vooraleer u het in de riolering terecht laat komen.
Neem de plaatselijk geldende wettelijke bepalingen en afvalwatervoorschriften in acht.
Zelfbediening
Bij zelfbedieningswasinstallaties moet tijdens de bedrijfsgereedheid een persoon bereikbaar zijn die met de wasinstallatie vertrouwd is en die in geval van storing de voor het vermijden van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of kan laten uitvoeren.
Voor de gebruiker van de wasinstallatie moeten goed zichtbare instructies over bediening en reglementair gebruik van de wasinstallatie aan de wasinstallatie zijn aangebracht.
Onderhoud en instandhouding
Onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden mogen principieel alleen bij een uitgeschakelde wasinstallatie worden uitgevoerd.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door machinebewegingen
Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uit.
Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot.
Gebruik met reinigingsmiddel
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar door voor de gezondheid gevaarlijke stoffen in reini- gingsmiddelen
Neem de veiligheidsgegevensbladen van de reinigingsmiddelen in acht.
Neem de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen in acht. Draag voorgeschreven veiligheidskleding, zoals veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen.
LET OP
Verhoogd corrosiegevaar door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen
Verwerk volgende reinigingsmiddelen aan de installatie niet: Reinigingsmiddelen die voor de reiniging van de washal bestemd zijn.
Reinigingsmiddelen die voor de uitwendige reiniging van de wasinstallatie bestemd zijn.
Zure reinigingsmiddelen.
Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk toestel op het voertuig aangebracht worden (bijv. velgreiniger).
Middel voor de afvalwaterbehandeling.
Betreden van de portaalwasinstallatie
⚠ GEVAAR
Gevaar door betreden van de portaalwasinstallatie
Verbied voor onbevoegde personen het betreden van de portaal-wasinstallatie.
Wijs duidelijk en permanent op het toegangsverbod.
Glijgevaar
LET OP
Glijgevaar door natheid
Draag geschikt schoeisel bij het betreden van de installatie en beweeg voorzichtig.
Wijs klanten door geschikte en permanent aanwezige borden op het glijgevaar.
Bediening van de installatie
⚠ WAARSCHUWING
Gevaren door foute bediening
over het gebruik van de installatie geïnstrueerd zijn, hun kunde m.b.t. het bedienen hebben aangetoond, expliciet de opdracht hebben gebruik voor het gebruik.
De gebruiksaanwijzing moet voor elke bediener toegankelijk zijn.
De installatie mag niet worden bediend door personen onder 18 jaar. Uitzondering hierop vormen leerlingen boven 16 jaar onder toezicht.
⚠ WAARSCHUWING
Struikelgevaar door op de grond liggende voorwerpen of toevoerleidingen
Verwijder vóór de ingebruikneming van de installatie op de wasplaats liggende voorwerpen.
Vorstgevaar
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging door ijsvorming in de installatie
Tap bij vorstgevaar het water uit de installatie af.
Houd de verkeerswegen voor alle personen slipvast (bijv. vloerverwarming, kiezel).
Werkplek
De installatie wordt aan het bedieningspaneel of een waskaart-/codelezer in gebruik genomen.
- Vóór de wasbeurt moeten de inzittenden het voertuig verlaten.
- Tijdens het wasproces is het betreden van de installatie verboden.
Gevarenbronnen
Algemene gevaren
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar door ontsnappende perslucht, hoge- drukwater aan de sproeierkop alsook wegvliegende vuil- deeltjes of dergelijke in het bereik van de roterende borstels!
Loskomende vuildeeltjes of voorwerpen kunnen personen of dieren verwonden.
Perslucht of hogedrukwater kan zelfs bij een uitgeschakelde installatie nog onder druk staan.
Houd de halbodem vrij van los rondslingerende voorwerpen.
Bedien de persluchtinstallatie resp. het hogedruksysteem voorzichtig.
Draag bij werkzaamheden een veiligheidsbril.
Explosiegevaar
GEVAAR
Explosiegevaar
Gebruik de installatie niet in de buurt van explosieve ruimtes.
Hiervan uitgezonderd zijn uitdrukkelijk hiervoor bedoelde en als zodanig aangeduide installaties
Gebruik als reinigingsmiddel geen explosieve of giftige stoffen, zoals bijv.:
- Benzine
• Stookolie of dieselbrandstof - Oplosmiddelen
• Oplosmiddelhoudende vloeistoffen - Zuren
- Aceton
Instructie
Vraag bij de fabrikant na als u niet zeker bent.
Gehoorschade
De van de installatie uitgaande geluiden zijn zonder gevaar voor de klant van de wasinstallatie vanwege de kortstondige belasting.
Instructie
Aan de inrijzijde bedraagt het geluidsniveau bij droge werking 91 dB(A).
⚠ WAARSCHUWING
Gehoorschade voor bedieningspersoneel bij droge werking Draag bij droge werking een gehoorbescherming.
Gehoorschade door hoog volume in de machineruimte
Draag geschikte gehoorbescherming tijdens het verblijf in de machineruimte.
Elektrische gevaren
⚠ GEVAAR
Gevaar voor elektrische schok
Neem elektrische onderdelen en leidingen nooit met natte handen vast.
Zorg ervoor dat elektrische aansluitkabels of verlengsnoeren niet door erover te rijden, te pletten, te vervormen of dergelijke kunnen worden beschadigd.
Bescherm kabels tegen hitte, olie en scherpe randen.
Richt nooit een waterstraal op elektrische apparaten of installaties.
Bescherm alle stroomvoerende delen in het werkbereik tegen waterstralen.
Sluit de installatie uitsluitend aan op stroombronnen die in overeenstemming met de voorschriften zijn geaard.
Laat alle werkzaamheden aan elektrische onderdelen van de installatie alleen door een elektricien uitvoeren.
Voor de gezondheid gevaarlijke stoffen
⚠ GEVAAR
Gevaar door voor de gezondheid gevaarlijke stoffen
Neem absoluut de bijgevoegde en opgedrukte instructies voor de reinigingsmiddelen in acht.
Drink nooit het door de installatie afgegeven water! Door het bijgemengde reinigingsmiddel bezit het geen drinkwaterkwaliteit.
Neem de voorschriften m.b.t. de kiemremming van de fabrikant van de zuiveringsinstallatie in acht als u voor het gebruik van de installatie industriewater gebruikt.
Zorg ervoor dat stoffen, die niet bij een algemeen gebruikelijke buitenreiniging van voertuigen ontstaan (zoals bijv. zware metalen, pesticiden, radioactieve stoffen, fecaliën of smetstoffen), niet in de wasinstallatie terechtkomen.
Gevaar door stroomuitval
Het ongecontroleerd heropstarten van de installatie na een stroomuitval is door constructieve maatregelen uitgesloten.
Gevaar voor het milieu door afvalwater
Neem de plaatselijke bepalingen voor de afvalwaterafvoer in acht.
Instandhouding en bewaking
Om een veilige werking van de installatie te garanderen en geva- ren bij onderhoud, bewaking en controle te verhinderen, moeten de betreffende aanwijzingen in acht worden genomen.
Onderhoud en instandhouding
Onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden moeten door een deskundige persoon op regelmatige tijdstippen volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden uitgevoerd. Neem hierbij bestaande bepalingen en veiligheidseisen in acht. Laat werkzaamheden aan de elektrische installatie alleen door een elektricien uitvoeren.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door machinebewegingen
Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uit.
Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot.
⚠ WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan.
Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onderhoudseenheid.
⚠ WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uitschakelen van de installatie onder druk staat.
Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge- druksysteem drukloos.
Bewaking.
Deze wasinstallatie moet vóór de eerste inbedrijfstelling en daarna minstens halfjaarlijks door een deskundige persoon op veilige toestand worden gecontroleerd.
Deze controle omvat vooral:
- Visuele controle m.b.t. uiterlijk herkenbare slijtage resp. beschadiging
- Functiecontrole
- Volledigheid en werking van veiligheidsinrichtingen bij zelfbedieningsinstallaties dagelijks vóór het begin van het werk, bij bewaakte installaties indien nodig, minstens echter een keer per maand.
Originele onderdelen gebruiken
Gebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant of door hem aanbevolen onderdelen, omdat anders garantieclaims vervallen.
Neem alle veiligheids- en gebruiksinstructies in acht die bij deze onderdelen zijn meegeleverd.
Dit betreft:
- Reserveonderdelen en slijtageonderdelen
- Toebehoren
- Bedrijfsstoffen
- Zuiveringsmiddelen
Veiligheidsinrichtingen
De hogedrukpompen voor de voorziening van de bodemwasinrichting en het hogedrukwassen hebben de volgende veiligheidsinrichtingen.
Veiligheidsventiel
Het veiligheidsventiel gaat open bij overschrijding van de toege- stane bedrijfsoverdruk en het water stroomt drukloos naar buiten.
Deze wasinstallatie is uitsluitend voor de uitwendige reiniging van personenauto's met standaarduitrusting en gesloten leverwagens bestemd.
Tot het reglementaire gebruik behoren ook:
- Naleven van alle aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing.
- In acht nemen van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.
LET OP
Gevaar voor beschadiging van de voertuigen bij het gebruik van CareTouch-borstels
Rust de installatie met een aanbouwset hoge druk uit of reinig de voertuigen voor als u CareTouch-borstels gebruikt.
Afmetingen in acht nemen
Om schade aan voertuigen en de wasinstallatie te vermijden, mo- gen alleen personenauto's en gesloten leverwagens overeen- komstig de opgegeven grensmaten worden gereinigd, zie hoofdstuk Technische gegevens.
Wateraansluiting
Om het drinkwaternet te beschermen, moet er conform EN 1717 een netscheiding van categorie 5 tussen installatie en drinkwaternetwerk worden ingebouwd.
Opstelling
De installatie moet door gekwalificeerd vakpersoneel worden opgesteld. Bij de opstelling moeten de plaatselijk geldende veiligheidsbepalingen in acht worden genomen (bijv. afstanden tussen installatie en gebouw).
Te voorzien fout gebruik
Niet-reglementair gebruik is verboden.
Het bedieningspersoneel is aansprakelijk voor gevaar dat door het niet toegestane gebruik ontstaat. Het gebruik voor andere doeleinden dan in deze documentatie beschreven is verboden.
LET OP
Materiële schade aan voertuigen en installatie door het niet naleven van de voertuiggrensmaten
Neem de opgegeven voertuiggrensmaten in acht, zie hoofdstuk Technische gegevens.
De portaalwasinstallatie is niet geschikt voor de reiniging van:
- Speciale motorvoertuigen, zoals bijv. voertuigen met naar voren boven de voorruit of naar achteren boven de achterruit staande dak- en alkoofopbouweenheden
- Bouwmachines
• Voertuigen met aanhanger - Tweewiel- en driewielvoertuigen
• Voertuigen met dubbele banden
• Pick-ups (optioneel mogelijk)
• Cabrio's met open kap - Cabrio's met gesloten kap zonder bewijs van de fabrikant voor geschiktheid voor wasinstallaties
Worden deze aanwijzingen niet in acht genomen, dan is de fabrikant van de installatie niet aansprakelijk voor daaruit resulterend(e)
- lichamelijk letsel,
- materiële schade,
- letsels bij dieren.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
LET OP
Verhoogd corrosiegevaar door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen
Volgende reinigingsmiddelen mogen niet door de installatie worden verwerkt:
- Reinigingsmiddelen die voor de reiniging van de washal bestemd zijn.
-
Reinigingsmiddelen die voor de uitwendige reiniging van de wasinstallatie bestemd zijn.
• Zure reinigingsmiddelen. -
Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk toestel op het voertuig aangebracht worden (bijv. velgreiniger).
- Middel voor de afvalwaterbehandeling.
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Installatiebeschrijving
Installatieoverzicht inrijzijde

①Zuil 1
②Sproeiers borstelbewaking (circuit A1 / A2 / A3 optionele in de plaats van C3)
③Dakborstel
④Zuil 2
⑤Hogedrukventielen
⑥Pneumatisch ventieleiland
⑦Doseerpompen
⑧Onderhoudseenheid
⑨Drukregelaar
⑩Reinigings- en onderhoudsmiddel
⑪Onderstel
⑫Sproeiers vers water, chemische drooghulp, was (circuit A1)
⑬Sproeiers velgschuim / velgen voorsproeien
⑭Wielwasinrichting
⑮ Hogedruksproeier wielwasser / wielkastreiniging
⑯ Sproeiers schuim, insecten, intensief Basic (circuit B2)
⑰Sproeiers industriewater, shampoo (circuit B1)
⑱ Hogedruksproeiers
19 Looprails
20 Indicatie wasfase
②1 Positioneringslamp
Installatieoverzicht uitrijzijde

①Zijborstel 2
②Dakborstel
③Sproeiers polijsten (circuit C3)
④Sproeiers vers water, chemische drooghulp, was (circuit C2)
⑤Sproeiers industriewater, shampoo (circuit C1)
⑥Dakventilatormotor
⑦ Rotatiemotor zijborstel 2
⑧Dakdroger
⑨Rotatiemotor zijborstel 1
⑩Zijborstel 1
Standaarduitrusting
Zijborstels
De roterende zijborstels reinigen het voertuig aan de zijkant, vooraan en achteraan.
Dakborstel
De roterende dakborstel verwijdert het vuil van de bovenkant van het voertuig.
Wielwasinrichting (schijfborstel)
Voor een grondige velgenreiniging is de wasinstallatie met twee wielwasinrichtingen uitgerust. De positie van de wielen wordt door een fotocel geregistreerd.
De roterende borstels worden door pneumatische cilinders tegen de velg gedrukt.
De besproeiing van de borstels gebeurt telkens door een in het centrum aangebrachte sproeier.
Instructie
Een in de hoogte verstelbare wielwasinrichting is optioneel verkrijgbaar.
Sproeiers en sproeibogen
Met de sproeiers en sproeibogen wordt industriewater en schoon water op het voertuig gesproeid.
Afhankelijk van het wasprogramma wordt het water met reini- gings- en onderhoudsmiddel gemengd.

A3 = polijsten (optioneel, in de plaats van C3)
B2 = schuim, insecten, intensief Basic
G = velgen voorspuiten
L = teerverwijderaar
K = bandenglans
H 2 = hoge druk wielwas
H 3 = zijdelingse hogedruksproeiers
H4 = hogedruksproeiers dak
Schuim-wasbeurt
Het reinigingsmiddel voor de voorreiniging wordt ter verlenging van de inwerktijd als schuim aangebracht.
Vuilvangers
De vuilvangers houden deeltjes tegen die de sproeiers zouden kunnen verstoppen.
Doseerpompen
De doseerpompen voegen reinigings- en onderhoudsmiddel aan het water toe.
Zijdrogers
Uit de drogers stroomt de voor het droogblazen van de voertuig-zijden benodigde lucht.
Dakdroger
De drogerbalken worden langs de contouren van het voertuig geleid. Ingebouwde ventilatoren zorgen voor de luchtstroom die nodig is om het voertuig te drogen.
Positioneringslamp
De positioneringslamp heeft volgende functies:
- Vóór het wassen voor het positioneren van het voertuig.
- Na het wassen wordt de uitrijrichting weergegeven.
• Weergave van storingen.
Fotocellen
Met de fotocellen wordt het volgende geregistreerd:
- Positie en contouren van het voertuig.
- De positie van de voertuigwielen.
Reinigings- en onderhoudsmiddel
De reinigings- en onderhoudsmiddelbussen en doseerpompen bevinden zich in de zuil 2.
In de zuil 2 kunnen maximaal 8 bussen worden ondergebracht. Zijn er meer bussen nodig, dan kan de voorziening optioneel vanuit de technische ruimte gebeuren.
De zuigslangen, bussen en bijbehorende doseerpompen zijn met dezelfde kleuren gemarkeerd. Markering van de doseerpompen.
| Naam A anduiding Verbruik Bestelnr. | |||
| RM 896 | Vehicle Pro Klear! RIM* 15-2 | 5ml 6.296-0 | 77.0 |
| RM 890 | Vehicle Pro Klear! Prewash* | 10-14ml 6.2 | 96-003.0 |
| RM 891 | Vehicle Pro Klear! Brush* 7-1 | 10ml 6.295-9 | 95.0 |
| RM 892 | Vehicle Pro Klear! Foam* 8-1 | 10ml 6.295-9 | 98.0 |
| RM 893 | Vehicle Pro Klear! Dry* 8-12ml | 6.296-001 | .0 |
| RM 894 | Vehicle Pro Klear! Glow* | 10-15ml 6.2 | 95-993.0 |
| RM 837 | Vehicle Pro Klear! Plus** | 15ml | 6.295-779.0 |
* Vatgrootte 10 liter
** Vatgrootte 20 liter
Typeplaatje
Op het typeplaatje vindt u de belangrijkste gegevens over de installatie.
Besturingskast
De besturingskast van de installatie bevindt zich aan de toevoerverdeler.
Voedingsverdeler
Op de voedingsverdeler is de hoofdschakelaar van de installatie aangebracht.
De voedingsverdeler bevindt zich buiten van de wasinstallatie in de technische ruimte of een andere geschikte plaats in de buurt van de wasinstallatie.

② Sleutelschakelaar, zie ABS telsystemen
-0 = installatie uit
- 1 = bediening via waskaartlezer
- 2 = bediening via waskaartlezer en bedieningspaneel (display)
③Hoofdschakelaar, zie Hoofdschakelaar
Noodstop
Bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren moet de installatie door het indrukken van de "NOODSTOP"-toets onmiddellijk worden uitgeschakeld.
"NOODSTOP"-toetsen bevinden zich:
• aan de waskaart-/codelezer.
• aan het bedieningspaneel.
- optioneel aan de ingang van de washal als het bedieningspaneel of de waskaart-/codelezer zich niet daar bevinden.
Bedieningsplaats
De wasinstallatie wordt geleverd met:
- een bedieningspaneel met display
• een waskaart-/codelezer (optie)
Kantelbeveiliging
Een mechanische beveiliging houdt de installatie ook bij foutief gedrag van de wasklant op de looprails.
Opties
Waskaartlezer/codelezer
Voor het gebruik van de wasinstallatie met zelfbediening wordt een waskaartlezer of een codelezer gebruikt.
Instructie
De voor het gebruik nodige waskaarten/codes zijn op de betreffende installatie geprogrammeerd.
Industriewateraansluiting
De industriewateraansluiting maakt het gebruik van regenwater of recyclingwater als gedeeltelijke vervanging van schoon water mogelijk.
Planeetwielwasinrichting
In de plaats van een schijfborstel is de planeetwielwasinrichting met 3 borstels uitgerust.
In de hoogte verstelbare wielwasinrichting
De wielwasinrichtingen kunnen bijkomend met een hoogteverstelling worden uitgerust.
Wielkastreiniging
Waterstralen uit 2 bijkomende sproeiers per wielwasinrichting reinigen de wielkasten en drempels van het voertuig.
Bodemwasinrichting
Met de bodemwasinrichting kan de voertuigonderkant worden gewassen. Hiervoor wordt water met hoge druk via twee zwenkbare sproeierbuizen op de volledige onderkant gespoten.
Voorspuiten (insecten losmaken)
Met de voorspuitsproeiers wordt schuim op de voorste helft van het voertuig aangebracht. Het schuim wordt uit water, voorspuitmiddel en perslucht gemaakt.
Intensief basic
Uit stationaire sproeiers wordt chemisch voorreinigingsmiddel op het voertuig aangebracht.
Het schuim wordt uit water, voorspuitmiddel en perslucht ge- maakt.
Velgschuim
Met 2 stationaire schuimsproeiers wordt een met perslucht opgeschuimd waterreinigingsmiddelmengsel op de velgen gespoten.
Hogedrukwassen
Met het hogedrukwassen wordt het grove vuil van het voertuigoppervlak verwijderd. Door het minimaliseren van het gevaar voor krassporen door zandkorrels of dergelijke draagt de HD-reiniging in belangrijke mate bij tot de lakbesparende reiniging.
Er staan verschillende uitvoeringen ter beschikking:
• Werkdruk 16 bar (1,6 MPa)
• Werkdruk 60 bar (6 MPa)
- Werkdruk 70 bar (7 MPa), hogedrukpomp onboard (in het portaal)
Schuimwax
Uit de sproeiers voor de drooghulp wordt vóór het droogproces schuimwax op het voertuig aangebracht.
Koude was
Uit de koudewassproeiers wordt water gemengd met was op het voertuig gespoten. Er kunnen 2 verschillende soorten koude was (was 1 en was 2) worden gekozen.
Verwarming voor reinigingsmiddel
De voor verwarming voor reinigingsmiddel bevindt zich in de reinigingsmiddeltoevoer in zuil 2.
Vorstbeveiligingsinstallatie
De wasinstallatie kan met een vorstbeveiligingsinstallatie worden uitgerust:
Bij vorstgevaar wordt het water automatisch uit het leidingsysteem geblazen.
De uitblaasbewerking wordt door een thermostaat gestuurd.
Installatie met omgekeerde osmose
Via de sproeiers voor de drooghulp wordt gedemineraliseerd water (uit een bij de klant voorhanden of optionele installatie met omgekeerde osmose) of schoon water met toegevoegde drooghulp op het voertuig aangebracht.
Schuimpolijsten
Met 2 stationaire schuimsproeiers wordt een met perslucht geschuimd mengsel uit water en reinigingsmiddel op het voertuig gespoten. Vervolgens vindt een polijstfase met de wasborstels plaats.
Veiligheidsschakelaars
Veiligheidsschakelaars zijn nodig als de vereiste veiligheidsafstanden tussen de wasinstallatie en vast geïnstalleerde inbouweenheden (bijv. wanden, zuilen, wastafels) niet in acht kunnen worden genomen. Veiligheidsschakelaars verhinderen het inklemmen van personen tussen installatie en wand.
Raakt een veiligheidsschakelaar een hindernis, dan wordt de wasinstallatie onmiddellijk gestopt.
Instructie
Controleer de oorzaak als de installatie door een veiligheidsschakelaar gestopt werd en laat deze door geautoriseerd personeel terugzetten.
Spatbescherming
Door de spatbescherming worden aan de wasplaats aangrenzende vlakken tegen wegspattend vuil en spatwater uit de roterende zijborstels beschermd.
De spatbescherming is aan de buitenoppervlakken van de onderstellen en de zuilen bevestigd.
Wielsporen
De wielsporen hebben als taak om een centrale positionering van het voertuig te garanderen. Ze verhinderen het neerzetten van het voertuig te ver buiten het midden.
Afstandsreset
Met de reset-functie kan het wasportaal met een commando op afstand via een interface in de uitgangspositie worden gebracht. De functie kan worden geactiveerd via een afzonderlijke parameter in de installatiebesturing.
- In het algemeen mag deze functie alleen worden geactiveerd in landen of op plaatsen waar deze functie toegestaan is.
- Ter plaatse moet videobewaking worden geïnstalleerd die het gehele bereik van de washal of het gehele traject van de installatie bestrijkt, en verder moeten de voorschriften worden toegepast die van kracht zijn in het land/de gemeente waar de installatie wordt geïnstalleerd.
- De persoon die de reset op afstand uitvoert, moet zich er eerst via de videobewaking van vergewissen dat er zich geen personen in het traject van de installatie bevinden. Indien de opdracht vervolgens door een persoon wordt aangevraagd, moet deze persoon melden dat de installatie en het traject volledig vrij zijn door een veiligheidsinstructie (bv. pop-upvenster) te bevestigen.
- De persoon die de installatie in zijn systeem integreert, bijvoorbeeld via internet, is verantwoordelijk voor de noodzakelijke beveiliging of cyberveiligheid en er moet een risicobeoordeling van de installatie worden uitgevoerd.
Poortbesturing
De voorhanden poortbesturing wordt door de personenautoportaalbesturing met voor het wasproces juiste signalen aangestuurd.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zomerpoortbesturing en winterpoortbesturing.
Zomerpoortbesturing
- Vóór het begin van de wasbeurt zijn de poorten open.
- Het voertuig kan inrijden.
- Bij het begin van de wasbeurt worden de poorten gesloten.
- Na het einde van de wasbeurt worden de poorten geopend en blijven deze open.
Winterpoortbesturing
- Voor het begin van de wasbeurt is de inrijpoort gesloten en moet deze voor het inrijden van het voertuig worden geopend. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het inschuiven van een waskaart in de waskaartlezer.
- Bij het begin van de wasbeurt (bijv. toets "start" aan de waskaartlezer indrukken) wordt de inrijpoort gesloten.
- Na het einde van de wasbeurt wordt de uitrijpoort geopend en na het uitrijden van het voertuig opnieuw gesloten.
Bedieningselementen
Noodstop
Bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren moet de installatie door het indrukken van de "NOODSTOP"-toets onmiddellijk worden uitgeschakeld.
"NOODSTOP"-toetsen bevinden zich:
• aan de waskaart-/codelezer.
• aan het bedieningspaneel.
- optioneel aan de ingang van de washal als het bedieningspaneel of de waskaart-/codelezer zich niet daar bevinden.
Hoofdschakelaar
De hoofdschakelaar bevindt zich aan de voedingsverdeler.
Voor het inschakelen van de installatie de hoofdschakelaar op "1" zetten.
ABS telsystemen
Aan de sleutelschakelaar aan de voedingsverdeler, zie Voedingsverdeler, kan worden gekozen vanuit welke bedieningspunten wasprogramma's kunnen worden gestart.
- Stand 0: Geen programmastart mogelijk
- Stand 1: Programmastart aan de waskaart-/codelezer mogelijk
- Stand 2: Programmastart aan de waskaart-/codelezer en aan het bedieningspaneel mogelijk
Waskaart-/codelezer
Het wasprogramma kan afhankelijk van de uitvoering van de waskaart-/codelezer als volgt worden gekozen:
• Invoer aan een toetsenbord.
- Het op de waskaart aangegeven programma.
• Invoer van een codenummer.
Instructie
Meer aanwijzingen vindt u in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de waskaart-/codelezer.
Bedieningspaneel

text_image
1 2 3①Noodstopknop
②Display
③Toets stuurspanning/basisstand
Doseerpompen
De reinigings- en onderhoudsmiddelen worden gedoseerd via doseerpompen die zich in de zuil 2 bevinden.
De indeling van de doseerpompen dient als voorbeeld. Als standaard zijn de doseerpompen 1-4 altijd zoals afgebeeld ingedeeld. Voor de doseerpompen 5-8 kan uit 7 verschillende reinigings- en onderhoudsmiddelen worden gekozen.

①Doseerpomp
②Doseerpomp shampoo
③Doseerpomp schuim
④Doseerpomp was 1
⑤Doseerpomp voorreiniging (insecten)
⑥Doseerpomp was 2
⑦Doseerpomp velgreiniger (velgschuim)
⑧Doseerpomp polijsten
Met de doseerpompen worden aan het waswater reinigings- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig het wasprogramma en de uitrusting van de installatie toegevoegd.
Instructie
De doseerhoeveelheden worden door de monteur bij de eerste inbedrijfstelling van de installatie optimaal ingesteld. In de regel zijn er geen wijzigingen van de instellingen vereist.
Markering van de doseerpompen
Instructie
De positionering van de doseerpompen is installatiespecifiek.
| Doseerpomp Reinigings- en onderhoudsmiddel | |
![]() | Drooghulp |
![]() | Shampoo |
![]() | Actief schuim |
![]() | Was 1 |
![]() | Polijsten 1 |
![]() | Velgenreiniging |
![]() | Was 2 |
![]() | Bandenglans |
![]() | Insectenvoorreiniging |
| Doseerpomp Reinigings- en onderhoudsmiddel | |
![]() | Polijsten 2 |
![]() | Intensief Basic |
Doseerhoeveelheid instellen

①Ontluchtingsknop
②Ontluchtingshendel
③Instelknop doseerhoeveelheid
LET OP
Beschadiging van de doseerpomp door droogloop
Stel de doseerhoeveelheid alleen bij een lopende doseerpomp in.
- De instelknop doseerhoeveelheid eruit trekken.
- De ontluchtingsknop afwisselend indrukken en loslaten en on- dertussen de instelknop op de gewenste waarde draaien.
- De ontluchtingsknop loslaten.
- De instelknop doseerhoeveelheid indrukken.
Doseerpomp ontluchten
De luchtdruktoevoer van de installatie moet in gebruik zijn.

text_image
1 2 3 FOUCHER 3 l/h①Ontluchtingsknop
②Ontluchtingshendel
③Instelknop doseerhoeveelheid
- De ontluchtingshendel linksom tot aan de aanslag draaien.
- De doseerhoeveelheid op 100% instellen.
-
De ontluchtingsknop zo vaak indrukken tot het reinigingsmiddel zonder bellen uit de ontluchtingsleiding aan de onderkant van de doseerpomp naar buiten komt.
-
De doseerhoeveelheid op de gewenste waarde terugzetten, zie Doseerhoeveelheid instellen.
- De ontluchtingshendel rechtsom tot aan de aanslag draaien.
Displaybeschrijving
Startdisplay
31.01.2019 10:22:40




Wassen

Service

Instellingen

Algemene info
Instructie
De taal wordt bij de eerste inbedrijfstelling ingesteld en kan via het menu instellingen/algemeen worden gewijzigd.
Via het display kunnen bijvoorbeeld instellingen aan de installatie worden uitgevoerd, weergaves op het display zelf worden ingesteld, informatie over de installatie worden weergegeven.
Statusbalk
① ② 07.06.2018 10:04:08
③ ④ ⑤ ⑥
①Datum
②Tijd
③Actueel aangemelde gebruiker
④Onderhoudstermijn is verstreken
⑤Actueel seizoen (indien vrijgeschakeld)
⑥Actuele installatiestatus
Symboolbeschrijving
Afhankelijk van in welk menu men zich bevindt of welke status de installatie heeft, worden op het display volgende symbolen weergegeven

Installatie bedrijfsgereed

Met de toets home kan vanuit een submenu een niveau teruggegaan worden.

Toegangsbevoegdheid gebruiker aangemeld

Toegangsbevoegdheid reinigingsmiddel leverancier aangemeld

Toegangsbevoegdheid exploitant aangemeld

Toegangsbevoegdheid service aangemeld

Seizoensgebonden wasprogramma's lente ingesteld

Seizoesgebonden wasprogramma's zomer ingesteld

Seizoesgebonden wasprogramma's herfst ingesteld

Seizoengebonden wasprogramma's winter ingesteld
Wassen
In het menu wassen kunnen programma's en extra programma's gekozen en gestart worden.
Het lopende programma kan onderbroken worden en de voortgangsindicatie kan in procent worden weergegeven.
31.01.2019 17:26:24




1| Programm 1

4| Programm 4

2| Programm 2

5| Programm 5

3| Programm 3

6|Programm 6

Pagina 1/2


Wasprogramma starten, zie Programma aan het display starten..
Service
In het servicemenu kunnen handfuncties worden uitgevoerd en de handmatige vorstbescherming worden gestart.
31.01.2019 12:24:44




Handmatige modus

Diagnose

Service
Het menu service bevat volgende submenu's:
- Handmatig bedrijf (handfuncties portaal, vorstbescherming handmatig starten, handfuncties watersysteem)
- Diagnose (alleen exploitant en servicepersoneel) Zelftestfuncties van de installatie worden opgeroepen
Instellingen
Het menu instellingen bevat het gebruikersbeheer en er kunnen instellingen voor de installatie worden uitgevoerd.
31.01.2019 12:01:39



Gebruiker
beheer

Wasprogramma
instellingen

Installaties

Algemeen

Instellingen
Het menu instellingen bevat volgende submenu's:
- Gebruikersbeheer
- Wasprogramma-instellingen (portaalsnelheid voor voorreiniging, borstels, onderhoud en droging, seizoensgebonden instelling)
- Installaties (reinigingsmiddel, watervoorziening, poortbedrijf, indicatie klanttekst-prio)
- Algemeen (datum, tijd en openingstijden instellen, taal selecteren, systeeminformatie weergeven)
Algemene info
Via het menu kunnen analyses over de installatie en het actuele vulpeil van de reinigingsmiddelen worden weergegeven.
31.01.2019 17:19:30




Wasbeurtteller

Bedrijfsuren

Onderhoud
diagnose

Vulniveau reinigingsmiddel

Algemene info
Het menu algemene info bevat volgende submenu's:
- Wasteller (alleen exploitant) - indicaties van de uitgevoerde en afgebroken wasbeurten
- Bedrijfsuren
- Onderhoud diagnose - interval van het volgende onderhoud, systeeminformatie, foutgeheugen, gebeurtenisgeheugen
- Vulpeil reinigingsmiddelen - procentueel vulpeil van de reinigingsmiddelen (optie)
Meldingen op het display
Bij het gebruik van de installatie kunnen volgende pushmeldingen op het display worden weergegeven.
Kritieke fout
Kritieke fout
ZB2 Eindsch. niet logisch
Eindpositie binnen-buiten gelijktijdig, eindschakelaar controleren, service Informeren
F0212 31.01.2019 14:35:29

Melding 2/2



⚠ GEVAAR
Gevaar door kritieke fouten
Schakel de installatie uit en informeer de service.
Kritieke fouten mogen alleen door personen worden verholpen die over de servicewerkzaamheden van de installatie zijn geschoold. Is er sprake van meerdere fouten, dan worden deze doorlopend weergegeven.
Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld.
Storing
Storing
DK fotocel midden
Fotocel droger midden controleren, reinigen

Storingen zijn fouten die tijdens het wasprogramma optreden. Het wasprogramma wordt onderbroken en kan na het verhelpen van de storing worden voortgezet.
Is er sprake van meerdere storingen, dan worden deze doorlo- pend weergegeven.
Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. Een uitvoerige beschrijving voor het verhelpen van storingen bevindt zich in hoofdstuk Hulp bij storingen.
Gebeurtenis
Gebeurtenis
Positie wielwasinstallatie 2
Geen basispos.
Luchtdruk, mech. contr.
Basispos. (blauwe toets)
E5017 31.01.2019 14:24:48

Melding 2/2


Een gebeurtenis is een fout die optreedt als er geen wasprogramma actief is.
Is er sprake van meerdere gebeurtenissen, dan worden deze doorlopend weergegeven.
Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. Een uitvoerige beschrijving voor het verhelpen van storingen bevindt zich in hoofdstuk Hulp bij storingen.
Installatie niet in basispositie
31.01.2019 17:10:52


Installatie is niet in basispositie! Druk op de knop om de installatie naar de basispositie te brengen


Deze melding verschijnt als een aggregaat zich niet in de basis-positie bevindt.
Instructie
Druk op de knop (> 2 seconden) of druk op de blauwe toets (> 2 seconden) om de installatie in de basispositie te brengen.
Onderhoud vereist
31.01.2019 13:43:36





Onderhoud vereist, maak een onderhouds- afpraak


De melding verschijnt als een onderhoudstermijn verstreken is.
Instructie
Leg een onderhoudstermijn met de service vast.
Inbedrijfstelling
- Afsluitventielen voor water en perslucht openen.
- Hoofdschakelaar aan de voedingsverdeler op "1" zetten.
- Blauwe toets stuurspanning/basisstand aan het bedieningspaneel indrukken.
De installatie is bedrijfsklaar. Het te wassen voertuig kan in de installatie rijden.
Werking
⚠ GEVAAR
Gevaar door bewegende delen van de installatie.
Schakel bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren de installatie onmiddellijk uit door de noodstopknop in te drukken.
LET OP
Beschadigingsgevaar van de voertuigen door niet verwijderd reinigingsmiddel
Treedt na het aanbrengen van het reinigingsmiddel een storing aan de wasinstallatie op, dan moet u het reinigingsmiddel na het uitschakelen van de installatie door grondig afspuiten met water onmiddellijk verwijderen om mogelijke lakschade door te lange inwerkingsduur te verhinderen.
Instructie
Bij zelfbedieningsinstallaties moet altijd een deskundige, met de installatie vertrouwde persoon bereikbaar zijn die ter vermijding van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of laten uitvoeren.
Inschakelen na noodstop
Instructie
Verhelp voor het herinschakelen de oorzaak voor het bedienen van de noodstopknop.
Personen of dieren mogen zich niet in het werkbereik bevinden. Voertuigen moeten uit de installatie worden gereden.

text_image
19:04.2018 18:07:02 1 ① ②①Noodstopknop
②Toets stuurspanning/basisstand
-
Noodstopknop door trekken ontgrendelen.
-
Blauwe toets stuurspanning/basisstand aan het bedieningspaneel indrukken.
In de basispositie brandt het bovenste groene signaallampje "vooruit" van de positioneringslamp. De installatie is opnieuw bedrijfsklaar, het te wassen voertuig kan in de installatie rijden.
Gebruiker aan het display aanmelden
- In het hoofdmenu instellingen/gebruikersbeheer selecteren.
De mogelijke gebruikers worden weergegeven.

text_image
31.01.2019 11:44:41 Bediener RM leverancier Exploitant Service Gebruiker beheer- Gebruiker selecteren.
Het venster voor het invoeren van de code wordt geopend.

text_image
Code invoeren **** 1 2 3 ← 4 5 6 7 8 9 0- Code invoeren en bevestigen.
Het symbool van de aangemelde gebruiker wordt in de bovenste regel weergegeven.
Instructie
Het gebruikersniveau wordt na 30 minuten niet-gebruik automatisch naar het gebruikersniveau teruggezet.
Voertuig voorbereiden
LET OP
Beschadiging van de installatie en van het voertuig
Zorg ervoor dat vóór het starten van de installatie volgende maatregelen worden getroffen om schade aan het voertuig te vermijden.
- Ramen, deuren en dakluiken sluiten.
- De antennes inschuiven, in richting achterzijde inklappen of verwijderen.
- Grote of wijd openstaande spiegels inklappen.
-
Het voertuig op lossen voertuigdelen onderzoeken en deze demonteren, bijv.:
-
Sierstrips
- Spoiler
- Bumpers
- Deurgrepen
- Uitlaatpijpen
● Winddeflectoren - Zeildoekkabels
- Afdichtrubbers
● Van buiten aangebrachte zonneschermen - Bagagedrager
Voertuig in installatie rijden
De positioneringslamp ondersteunt de wasklant bij de correcte positionering van het voertuig.

①Vooruitrijden
②Stoppen, positie in orde
③Achteruitrijden
- Voertuig recht en in het midden tussen de looprails plaatsen.
Na de positionering
- De motor afzetten.
- Een versnelling kiezen.
- Bij automatische transmissie stand "P" kiezen.
- De handrem aantrekken.
- Controleren of alle aanwijzingen uit Voertuig voorbereiden zijn omgezet.
- Het voertuig verlaten (alle personen).
- Het wasprogramma afhankelijk van het starttype starten.
Programma starten.
Aan de waskaart-/codelezer
Instructie
Het gebruik met een waskaart-/codelezer is in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing voor de waskaart-/codelezer beschreven.
Programma aan het display starten.
- Toets "Wassen" indrukken.

text_image
31.01.2019 10:22:40 Wassen Service Instellingen Algemene info- Het gewenste wasprogramma selecteren.

text_image
31.01.2019 17:26:24 1| Programm 1 2| Programm 2 3| Programm 3 4| Programm 4 5| Programm 5 6| Programm 6 Pagina 1 / 2- Gewenste opties selecteren en met OK bevestigen.

text_image
31.01.2019 17:34:50 Pre-Wash Post-Wash Stationaire voorsputboog Intensief dakbalk Intensief zijkant Bestelwagen Programm 1- Wasprogramma starten.
Wassen starten
Druk op START


- In het lopende wasprogramma kunnen volgende gsm-functies op het display worden uitgevoerd:

text_image
31.01.2019 17:44:14 Droger Dakborstel Zjborstel Informatie Vergrend. lasmaken Vergrend. lasmaken Vergrend. lasmaken Wielborstel STOPa Droger vergrendelen/omhoog bewegen
b Dakborstel vergrendelen/omhoog bewegen
c Zijborstel vergrendelen/naar buiten bewegen
d Wielborstels stoppen
Toets "Informatie" indrukken om de voortgangsindicatie van het programma weer te geven.
Lopend programma onderbreken

- Toets "Stop" indrukken.
Het programma wordt geannuleerd.

- Toets "Start" indrukken om het programma opnieuw voort te zetten.
Programma-einde
Na het programma-einde wordt aan de positioneringslamp weergegeven of het voertuig vooruit of achteruit uit de installatie moet worden gereden.
- Het voertuig uit de installatie rijden.
Handmatige modus
Handmatige functies kunnen voor volgende bouwgroepen worden uitgevoerd:
- Portaal - verplaatsen
- Dakborstel - omhoog en omlaag brengen, in- en uitschakelen
- Zijborstel - naar binnen en buiten brengen, in- en uitschakelen
- Droger - omhoog en omlaag brengen, in- en uitschakelen
-
Wielborstel - vooruit en terug brengen, in- en uitschakelen
-
In het hoofdmenu service/handmatig bedrijf/handportaal selecteren.
Het menu van de uitvoerbare handfuncties wordt geopend.
31.01.2019 10:55:13



Portaal

Dakborstel

Zijborstel

- Bouwgroep selecteren.
Selecteerbare handfuncties worden in het geel weergegeven.
- Handfunctie starten.
Vooraleer een andere bouwgroep kan worden geselecteerd, moet de gekozen bouwgroep worden gedeselecteerd.
Reinigings- en onderhoudsmiddel bijvullen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar door chemicaliën
Neem de veiligheidsgegevensbladen van de reinigings- en onderhoudsmiddelen in acht.
Instructie
Op het display de knoppen "Algemene informatie" en "Vulpeil reinigingsmiddel" indrukken om het vulpeil weer te geven, zie Algemene info.
De indicatie van het vulpeil is optioneel.

①10 liter bijvulbussen
②Uitloopbuis
- Uitloopbuis op de bijvulbus schroeven.
- Betreffend reinigings- of onderhoudsmiddelreservoir openen.
- Reservoir vullen en opnieuw sluiten.
Buitenwerkingstelling
Kortstondige buitenbedrijfstelling
- Een lopend wasprogramma beëindigen.
- De hoofdschakelaar op "1" laten zodat de optionele vorstbeschermingsinrichting geactiveerd kan blijven.
- Een lopend wasprogramma beëindigen.
- Alle watervoerende leidingen ontwateren als voor de tijd van de stillegging vorst te verwachten is.
- De hoofdschakelaar op "0" zetten.
- De waterleiding sluiten.
- De persluchtleiding sluiten.
- De reinigings- en onderhoudsmiddelen verwijderen.
Buitenbedrijfstelling door automatische vorstbeschermingsinrichting (optie)
LET OP
Beschadiging van de installatie door niet ingeschakelde vorstbeschermingsinrichting
Let er bij vorstgevaar op dat de hoofdschakelaar ingeschakeld is en dat er geen noodstopknop is ingedrukt.
Wordt de minimumtemperatuur onderschreden, dan worden automatisch volgende stappen uitgevoerd:
- Het lopende wasprogramma wordt voltooid.
- Na het einde van het wasprogramma worden de slangen en de sproeierbuizen van het portaal met perslucht uitgeblazen.
- Het starten van bijkomende wasprogramma's wordt geblokkeerd.
Instructie
Na het einde van het vorstgevaar is de installatie automatisch opnieuw bedrijfsklaar
Beschadiging van de installatie door temperaturen onder het vriespunt
Voer de vorstbescherming aan de installatie uit.
Instructie
Bij installaties met automatische vorstbescherming start de vorstbescherming zodra de vooringestelde temperatuur is bereikt.
31.01.2019 12:35:21




Hand portaal

Hand antivries

Hand water

Handmatige modus
- In het hoofdmenu service/handmatig bedrijf selecteren.
- Toets "hand vorstbescherming" indrukken om de vorstbescherming te starten.
De vorstbescherming wordt gestart en de resterende tijd op het display weergegeven.

text_image
31.01.2019 13:25:27 60 °C 00:24:24
Hand antivries
Onderhoud
Onderhoudsaanwijzingen
Basis voor een veilige installatie is regelmatig onderhoud volgens het onderhoudsschema.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door machinebewegingen
Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uit.
Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot.
⚠ WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan.
Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onderhoudseenheid.
⚠ WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uitschakelen van de installatie onder druk staat.
Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge- druksysteem drukloos.
ΔGEVAAR
Verwondingsgevaar door ontsnappende perslucht, hoge- drukwater aan de sproeierkop alsook wegvliegende vuil- deeltjes of dergelijke in het bereik van de roterende borstels!
Loskomende vuildeeltjes of voorwerpen kunnen personen of dieren verwonden.
Perslucht of hogedrukwater kan zelfs bij een uitgeschakelde installatie nog onder druk staan.
Houd de halbodem vrij van los rondslingerende voorwerpen.
Bedien de persluchtinstallatie resp. het hogedruksysteem voorzichtig.
Draag bij werkzaamheden een veiligheidsbril.
Doelgroepen voor het onderhoud
Wie mag inspectie-, onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uitvoeren?
Eigenaar / formele gebruiker
Werkzaamheden met de aanwijzing "Exploitant" mogen alleen door geïnstrueerde personen worden uitgevoerd die de installatie kunnen bedienen en onderhouden.
Klantenservice
Werkzaamheden met de aanwijzing "Klantenservice" mogen alleen worden uitgevoerd door servicemonteurs van Kärcher of door monteurs die door Kärcher hiervoor zijn geautoriseerd.
Onderhoudscontract
Om een betrouwbaar gebruik van de installatie te garanderen, raden we u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Neem contact op uw verantwoordelijke KÄRCHER-klantenservice.
Voorbereidingen
Uw eigen veiligheid en de veiligheid van anderen vereist dat de installatie bij onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden is uitgeschakeld. Omdat niet alle te onderhouden installatieonder-
delen vrij toegankelijk zijn, moeten bepaalde installatieonderdelen tijdens de onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden worden bewogen. Hiervoor is de modus "handmatig bedrijf" bestemd.
Het handmatige bedrijf wordt aan het display uitgevoerd.
GEVAAR
Gevaar voor letsel
Neem de volgorde van de volgende werkstappen absoluut in acht.
LET OP
Beschadigingsgevaar door handmatig bedrijf
Gebruik het handmatige bedrijf niet om voertuigen te wassen.
- Voertuig uit de installatie rijden
- Zorg ervoor dat zich geen personen of dieren in de installatie bevinden.
- Installatie inschakelen.
- Handmatig bedrijf aan het display selecteren.
- Installatiedelen bewegen.
- Installatie uitschakelen en tegen het herinschakelen beveiligen.
- Onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uitvoeren.

①Aandrijfriem en riemschijf dakborstel
②Onderhoudseenheid
③Drukregelaar zijborstels kantelen
④Drukregelaar zijborstels vastzetten
⑤Drukregelaar wielwas
⑥Fotocel voertuigpositie 1
⑦Fotocel voertuigpositie 2
⑧Fotocel wielherkenning
⑨Eindschakelaar portaal rijden begin
⑩Eindschakelaar portaal rijden einde
⑪Eindschakelaar dakborstel onder
⑫Eindschakelaar deurschakelaar zuil 1
⑬Eindschakelaar dakborstel boven
Onderhoudsoverzicht portaal achter

①Overbelastingsschakelaar afbuiging zijborstel
②Fotocellen dakdroger
③Aandrijfriem en riemschijf dakdroger
④Eindschakelaar dakdroger boven
⑤Eindschakelaar dakdroger onder
Onderhoudsoverzicht hal

①Mechanische eindaanslag eindstand portaal uitrit
②Mechanische eindaanslag eindstand portaal inrit
③Vuilvanger schoon water
④Vuilvanger industriewater
⑤Fotocellen hal in- en uitrit
Onderhoudsoverzicht machineruimte

Onderhoudsschema dagelijks
| Bouwgroep Handeling Uitvoering | Doelgroep | ||
| NoodstoptoetsVeiligheidsschakelaars | Controleren Wasprogramma | starten, noodstoptoets of veilig-heidsschakelaar indrukken, installatie moet stoppen, vervolgens de installatie opnieuw inschakelen, zie hoofdstuk Inschakelen na noodstop. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Borden met bedieningsvoorschrif-ten en reglementair gebruik | Aanwijzingen voor SB-klan-ten controleren (alleen bij SB-installaties) | Borden op volledigheid en leesbaarheid controleren.Beschadigde borden vervangen. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Reinigings- en onderhoudsmiddel-reservoir | Vulniveau controleren Vullen, | indien nodig vervangen. Eigenaar / for- | mele gebru-ker |
| Hogedrukslangen van de hoge-drukpomp naar de wasinstallatie | Controleren Slangen op besch | hadiging onderzoeken. Defectenslangen onmiddellijk vervangen. Gevaar voor onge-vallen. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Sproeiers/zeven | Op verstopping controleren | Visuele controle (sproeibeeld beoordelen), indien no-dig reinigen. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Verstopping verhelpen Attentie, sproeiers niet verwisselen.Sproeiers apart losschroeven zodat ze niet met el-kaar worden verwisseld.Met perslucht reinigen of in een reinigingsmiddelop-lossing leggen en vervolgens met een borstel of eennaald reinigen. Sproeiers weer vastschroeven. | Eigenaar / for-mele gebru-ker | ||
| Fotocellen Op verontreiniging contro-le-ren en indien nodig reinigen | Bij lichte verontreiniging de fotocellen met een voch-tige doek zonder reinigingsmiddel afvegen. Daarbijlichtjes druk uitoefenen. Bij ernstige verontreinigingeen mild reinigingsmiddel op de doek spuiten. | Eigenaar / for-mele gebru-ker | |
| Eindschakelaar Visuele controle Op | mechanische beschadiging en vastheid controle-ren. | Eigenaar / for-mele gebru-ker | |
| Zijborstels, dakborstel, wielbor-stels | Op vreemde voorwerpencontroleren | Visuele controle, voorhanden vreemde voorwerpenverwijderen, vervuilde borstels met hogedrukreinigerreinigen. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Spoel- en spuitcircuits | Watertoevoer controleren | Tijdens het wassen controleren of er voldoende wa-ter voor het wassen van het voertuig voorhanden is.Te weinig of geen water kan schade aan het te was-sen voertuig veroorzaken. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Positioneringslamp | Functiecontrole | Fotocellen "positie 1" en "positie 2" onderbreken, po-sitie van de fotocellen zie hoofdstuk Onderhouds-overzicht voor.De positioneringslamp moet de overeenkomstigesignalen weergeven. | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
Onderhoudsschema wekelijks of na 500 wasbeurten
| Bouwgroep Handeling Remedie | Doelgroep | ||
| DakborstelwalsenZijborstelwalsen | Visuele controle Rondloop van de borstelas controleren.Borstels op vastheid controleren.Borstels op slijtage controleren.Minimale borstellengte = nieuwe toestand min 50 mmBorstels evt. vervangen. | Eigenaar / for-mele gebru-ker | |
| Slangen en buisleiding van de toe-voerleiding | Visuele controle Dichtheid controleren. Eigenaar / for- | mele gebru-kerKlantenser-vice | |
| Hogedrukpomp(en) Dichtheid controleren Pomp en leidingsysteem op lekkage controleren. Bij olieverlies of bij lekkage van meer dan 10 druppels water per minuut contact opnemen met de klanten-service. | Eigenaar / for-mele gebru-ker | ||
| Verswaterreservoir | Vlotterafsluiter controleren | Werking van de vlotterafsluiter controleren (zie “On-derhoudswerkzaamheden”). | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Bedieningsplaats met display | Reinigen/onderhouden | Het oppervlak met een vochtige doek afvegen. Bij ernstige verontreiniging een reinigingsmiddel op de doek spuiten en het oppervlak reinigen | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
| Bekleding/glazen-frontinstallatie | Reinigen | Een zuur reinigingsmiddel op het oppervlak spuiten en met een zachte pad reinigen, vervolgens met schoon water afspoelen en het water met een ven-steraftrekker weghalen | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
Onderhoudsschema na 1000 wasbeurten
| Bouwgroep Handeling Uitvoering | Doelgroep | ||
| Looprollen van de zijborstelwalsen | Visuele controle | Speling door bewegen van de zijborstels controleren. Bij te grote speling tussen loopwagen en geleiding de klantendienst op de hoogte brengen. | Eigenaar / for- mele gebruik- ker Klantenser- vice |
| Schroeven van de geleiderails van dakborstel en dakdroger | Natrekken | Vastheid van de schroeven controleren en evt. nat- rekken.Aanhaalmoment 25 Nm | Eigenaar / for- mele gebruik- ker Klantenser- vice |
Onderhoudsschema maandelijks of na 2000 wasbeurten
| Bouwgroep Handeling Remedie | Doelgroep | ||
| Onderhoudseenheid | Filter reinigen | Perslucht uitschakelen en de wielwasinstallatie in het handmatige bedrijf zo lang in- en uitschakelen tot de druk is afgebouwd.Aan de manometer controleren of de installatie drukloos is.Filterhuis afschroeven, filterelement verwijderen, filter met perslucht reinigen, filter plaatsen, filterhuis aanschroeven. | Eigenaar / for-mele gebruiker |
| Vuilvanger bruikwater en schoon water | Reinigen | Watertoevoer afzetten, deksel van de vuilvangers af-schroeven, filter verwijderen, filter met water uitspoelen, filter opnieuw inzetten, deksel opschroeven. | Eigenaar / for-mele gebruiker |
| Drukregelaar | Zeef reinigen | Zie “Onderhoudswerkzaamheden”. | Eigenaar / for-mele gebruiker |
| Bouwgroep Handeling Remedie | Doelgroep | ||
| Dakborstel en dakdroger Visuele | controle van de aan-drijfriemen | Toerental van de aandrijfriemen controleren en evt. vervangen. | Klantenservice |
| Alle eindschakelaars Bevestiging en afstand con-troleren | Afstand tussen eindschakelaar en schakelvlag met een voelermaat meten.Eindschakelaar evt. door het verstellen van de beide kunststofmoeren instellen.Afstanden van de eindschakelaars:∅ 30 mm = 5,0 mm∅ 18 mm = 2,0 mmTeller zijborstel bewegen∅ 12 mm = 3,0/ ±0,1 mmTeller dakborstel/dakdroger optillen∅ 12 mm = 3,5/ ±0,1 mm | Klantenservice | |
| Washal Reinigen Op oppervlakken | zoals vloeren, muren en tegels | eenzuur reinigingsmiddel spuiten, laten inwerken, reini-gingsmiddel met een zachte pad (wit) verwijderen | Eigenaar / for-mele gebruiker |
Onderhoudsschema halfjaarlijks of na 5000 wasbeurten
| Bouwgroep Handeling Remedie | Doelgroep | ||
| Kabels en slangen bij:• Energiesteun of• Energieketting of• Kabelschlepp | Visuele controle Toestand van de slangen en kabels.Dichtheid van de slangen en verbindingselementen. | Eigenaar / for-mele gebru-ker | |
| Zijborstels, dakborstel, wielbor-stels | Basisreiniging Borstels met een reinigingsmiddel (voorreiniger of halreiniger) besproeien, laten inwerken en grondig afspoelen met een hogedrukreiniger en warm water (max. 40 °C) | Eigenaar / for-mele gebru-ker |
Onderhoudsschema jaarlijks of na 10000 wasbeurten
| Bouwgroep Handeling Remedie | Doelgroep | ||
| SB-traverse | Tandstang op slijtage contro-leren | Eigenaar / for-mele gebruik-kerKlantenser-vice | |
| Wielwasborstels | Visuele controle Borstels na ca. 15000 wasbeurten vervangen.Wielwasborstels vervangen: Schroeven binnen de borstelring losdraaien, wielwasborstel verwijderen, nieuwe wielwasborstel plaatsen en met de schroe-ven bevestigen. | Eigenaar / for-mele gebruik-kerKlantenser-vice | |
| Hogedrukinstallatie | Veiligheidscontrole | Een veiligheidscontrole volgens de richtlijnen voor hogedrukreinigers uitvoeren. | Deskundige klantenservice |
Onderhoudswerkzaamheden
Zeef drukregelaar reinigen
- De watertoevoer sluiten.
-
Het deksel losschroeven.
-
De zeef in de drukregelaar plaatsen. Zorg ervoor dat de af-dichtingen correct geplaatst zijn.
- Het deksel erin draaien en vastdraaien.

①Deksel
②Afdichting
③Zeef
④Drukregelaar
- De zeef eruit halen en met water afspoelen.
Vlotterafsluiter controleren
- Controleren of er water uit de overloopopening ontsnapt.

- Het deksel van het schoonwaterreservoir verwijderen.
- Controleren of de vlotterafsluiter volledig sluit als het schoonwaterreservoir vol is.
Instructie
Er ontsnapt geen water uit de uitloop als de vlotterafsluiter volledig gesloten is.
- Plaats het deksel terug.
Hulp bij storingen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door machinebewegingen
Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uit.
Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot.
⚠ WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan.
Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onderhoudseenheid.
⚠ WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uitschakelen van de installatie onder druk staat.
Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge- druksysteem drukloos.
Doelgroepen bij het verhelpen van storingen
Eigenaar / formele gebruiker
Werkzaamheden met de aanwijzing "Exploitant" mogen alleen door geïnstrueerde personen worden uitgevoerd die de installatie kunnen bedienen en onderhouden.
Elektriciens
Elektriciens zijn personen met een beroepsopleiding in de elektrotechniek.
Klantenservice
Werkzaamheden met de aanwijzing "Klantenservice" mogen alleen worden uitgevoerd door servicemonteurs van Kärcher of door monteurs die door Kärcher hiervoor zijn geautoriseerd.
Storingsindicaties op het display
Instructie
De storingen met oorzaak en oplossingen worden in tekstvorm op het display weergegeven.
Kritieke fout
ZB2 Eindsch. niet logisch
Eindpositie binnen-buiten gelijktijdig, eindschakelaar controleren, service Informeren
F0212 31.01.2019 14:35:29


Melding 2/2


Storingen overeenkomstig de indicatie verhelpen en met de OK-toets bevestigen.
Indicaties op de positioneringslamp
| Indicatie Knip- | percode | Oorzaak | Oplossing | |
![]() | ![]() | Afwis-selend knippe-rend | Handma-tig bedrijf actief | Melding |
![]() | Brandt | Was-beurt loopt | Melding | |
![]() | Brandt | Was-beurt ge-stopt | Melding | |
![]() | ![]() | Afwis-selend knippe-rend | Fout ac-tief | Fout verhelpen |
![]() | ![]() | Kort knippe-rend | Nood-stop ac-tief | Oorzaak vaststel-len en noodstop-knopontgrendelen |
| Indicatie Knip- | perco-de | Oorzaak Oplossing | ||
![]() | Brandt P | Positie naar vo-ren ver-plaatsen | Voertuig naar vo-ren rijden | |
![]() | Brandt P | Positio-nering stoppen | Voertuig stoppen | |
![]() | Brandt P | Positio-neren te-rugbreng en | Voertuig terugrij-den | |
![]() | ![]() | Knippe-rend | Wassen beëindigd | Voertuig er voor-uit uitrijden |
![]() | ![]() | Knippe-rend | Wassen beëindigd | Voertuig er ach-teruit uitrijden |
Storingen zonder indicatie
| Fout Oorzaak Oplossing Verantwoordelijke | |||
| Reinigingswerking onvoldoende | Geen of te weinig reinigingsmiddelGeen of te lage luchtdruk in de toevoerleidingVersleten borstels | ● Vulpeil van de reinigingsmiddelen controleren, evt. vullen, doseerpomp ontluchten.● Luchtdruk instellen, evt. instellen (0,6 MPa (6 bar) aan de manometer onderhoudseenheid).● Reinigingsmiddelaanzuigfilter reinigen, reinigingsmiddelleidingen op beschadiging controleren.● Borstels controleren, evt. vervangen. | Eigenaar / formele gebruiker |
| Hogedrukpomp bereikt niet de vereiste druk | Lekkage buisleidingsysteem aan de aanzuigkantWatertekort | ● Schroefsluitingen en slangen controleren.● Watertekort verhelpen. | Exploitant, serviceafdeling |
| Manometeraanwijzer van de hogedrukpomp slingert sterk | Pomp zuigt lucht aanDruktank defect | ● Zuigleiding controleren.● Druktank vervangen. | Klantenservice |
| Veiligheidsventiel van de hopedrukpomp gaat open | Sproeiers van de wasinstallatie verstopt | ● Sproeiers controleren, reinigen, vervangen. | Eigenaar / formele gebruiker |
| Slang of hogedrukventielen verstopt | ● Verstopping verwijderen. Klantenservice | ||
| Fout | Oorzaak | Oplossing | Verantwoordelijke |
| Uit de sproeiers komt te weinig of geen water | Vuilvanger verstoptWaterdruk onvoldoendeSproeiers verstoptLucht in de centrifugaalpompMagneetklep of toevoerleiding verstopt | ● Vuilvanger reinigen● Watertoevoerdruk en pompen controle-ren● Sproeiers met perslucht reinigen● Centrifugaalpomp ontluchten door de ontluchtingsschroef los te draaien● Magneetventielen en toevoerleidingen (water en stroom) controleren en evt. repareren | Eigenaar / formele gebruiker |
| Na de wasbeurt komt er geen water uit de sproeiers | Magneetventiel vervuild | ● Magneetventielen reinigen | Klantenservice |
| Drogen onvoldoende Te weinig of teveel drooghulpmiddelVerkeerd drooghulpmiddelGeen of te weinig luchtdruk | ● Dosering verhogen of verlagen● Vulpeil van de reinigingsmiddelen controleren● Aanzuigfilter reinigen● Doseerpomp ontluchten● Origineel drooghulpmiddel van Kärcher gebruiken● Functie van de drogerventilator controle-ren | Eigenaar / formele gebruiker | |
| Wielwasborstel draait niet Motorveiligheidsschakelaar in de schakelkast is geactiveerdAandrukkracht te hoog | ● Motorveiligheidsschakelaar in de schakelkast controleren● Aandrukkracht aan de drukregelaar voor wielwas verlagen | Eigenaar / formele gebruiker | |
| Wielwasborstel loopt langzaam of niet uit | Geen of te weinig luchtdruk | ● Luchtdruk controleren, evt. instellen● Aandrukkracht aan de drukregelaar voor wielwas verhogen | Exploitant, serviceafdeling |
| Wielwasborstel loopt op verkeerde plaats uit | Fotocellen vervuild | ● Fotocellen reinigen, evt. instelling controleren | Eigenaar / formele gebruiker |
| Borstels vervuilen snel | Shampoodosering te gering | ● Dosering shampoo instellen● Waterhoeveelheid controleren, evt. instellen | Eigenaar / formele gebruiker |
| Sproeierbuizen van de bodemwasinrichting zwenken te langzaam/snel of helemaal niet | Geen of te weinig luchtdrukZwenkeenheid sterk vervuildSmoorkleppen verkeerd ingesteld | ● Luchtdruk in de toevoerleiding controle-ren, evt. instellen● Zwenkeenheid reinigen● Smoorkleppen bijstellen | Exploitant, serviceafdeling |
| Installatie kan niet worden ingeschakeld | Fout in de voedingsspanning | ● Voor foutloze voedingsspanning volgens aansluitwaarden zorgen | Exploitant, elektricien |
Centrifugaalpomp ontluchten
- De ontluchtingsschroef losdraaien.

②Ontluchtingsschroef
- Lekt er water, dan de ontluchtingsschroef opnieuw indraaien.
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde)
Technische wijzigingen voorbehouden.
Technische gegevens
| CW 3 / CW 5(CWB 3/1) | CW 3 / CW 5(CWB 3/2) | CW 3 / CW 5(CWB 3/3) | ||
| Installatieafmetingen | ||||
| Washoogte | mm | 2100, 2200, 2300 | 2400, 2500, 2600 | 2700, 2800, 2900 |
| Framehoogte | mm | 2900 | 3200 | 3500 |
| Totale hoogte | mm | 2930, 3030, 3130 | 3230, 3330, 3430 | 3530, 3630, 3730 |
| Framebreedte | mm | 3500 | 3500 | 3500 |
| Totale breedte zijborstels mm 4040 4040 4040 | ||||
| Totale breedte spatbescherming mm 4060 4060 4060 | ||||
| Framediepte / diepte met roterende borstels mm 1600 / 2170 1600 / 2170 1600 / 2170 | ||||
| Totale lengte korte hal mm 2070 2070 2070 | ||||
| Installatiebreedte in spiegelhoogte mm 2450 2450 2450 | ||||
| Installatiebreedte in het bereik wielwas mm 2100 2100 2100 | ||||
| Spoorbreedte looprails | mm | 2550, 2700, 2800 | 2550, 2700, 2800 | 2550, 2700, 2800 |
| Halbreedte met veiligheidsafstand | mm 4500 4500 4500 | |||
| Wasborstels | ||||
| Borsteldiameter zijkant | mm 975 | 975 | 975 | |
| Borsteltoerental zijkant | 1/min | 107 | 107 | 107 |
| Borsteldiameter dak | mm 975 | 975 | 975 | |
| Borsteltoerental dak | 1/min | 127 | 127 | 127 |
| Portaalsnelheid | m/min | 0 - 24 | 0 - 24 | 0 - 24 |
| Elektrische aansluiting | ||||
| Netspanning | V | 400 | 400 | 400 |
| Frequentie | Hz | 50 | 50 | 50 |
| Aansluitvermogen | kW | 10-16 | 10-16 | 10-16 |
| Max. voorzekering besturing | A | 35-50 | 35-50 | 35-50 |
| Wateraansluiting | ||||
| Nominale breedte | Inch | 1 | 1 | 1 |
| Vloeidruk conform DIN 1988 (bij 100 l/min) | MPa | 0,4 - 0,6 | 0,4 - 0,6 | 0,4 - 0,6 |
| Max. temperatuur | °C | 50 | 50 | 50 |
| Persluchtaansluiting | ||||
| Nominale breedte | Inch | 1/2 | 1/2 | 1/2 |
| Druk | MPa | 0,6 - 0,8 | 0,6 - 0,8 | 0,6 - 0,8 |
| Verbruik/wasbeurt (zonder vorstbeveiligingsinstallatie, af-hankelijk van het programma bij 4,5 m voertuiglengte) | I | 50 | 50 | 50 |
| Verbruik bij vorstbescherming, ca. | I | 700 | 700 | 700 |
| Berekende waarden conform EN 60335-2-79 | ||||
| Geluidsniveau wasproces met droging | dB(A) | 87 | 87 | 87 |
| Geluidsniveau alleen drogerwerking | dB(A) | 91 | 91 | 91 |
| Geluidsniveau hogedrukmodule | dB(A) | 86 | 86 | 86 |
| Geluidsvermogensniveau wasproces met droging | dB(A) | 101 | 101 | 101 |
| Geluidsvermogensniveau alleen drogerwerking | dB(A) | 105 | 105 | 105 |
| Geluidsvermogensniveau hogedrukmodule | dB(A) | 101 | 101 | 101 |
| Onzekerheid | dB(A) | 3 | 3 | 3 |
Water- en reinigingsmiddelverbruik
Het waterverbruik is afhankelijk van voertuiglengte, uitrusting van de installatie en wasprogramma.
De opgegeven waarden zijn voorbeelden voor het verbruik per voertuigwasbeurt.
Instructie
Randvoorwaarden:
• Voertuiglengte 4,5 m
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.
Product: Wasinstallatie
Type: 1.534-xxx
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2009/125/EG + 2009/1781
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN ISO 12100
EN 17281
EN 60204-1
EN 61000-6-2: 2005 + AC: 2005
EN 61000-6-4: 2007 + A1: 2001
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

























