AZ4301 - Alarmsysteem ABUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AZ4301 ABUS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over AZ4301 ABUS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Alarmsysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AZ4301 - ABUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AZ4301 van het merk ABUS.
GEBRUIKSAANWIJZING AZ4301 ABUS
Inbraak alarmcentrale Terxon SX – Installatie-Instructies

Perfecte veiligheid voor woning, huis en bedrijf
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Ze bevat belangrijke opmerkingen over het in gebruik nemen en de bediening. Let hierop, ook als u dit product aan derden doorgeeft. Bewaar daarom de installatie-instructies om deze na te kunnen lezen! Een lijst met alle inhouden vindt u in de inhoudsopgave op pagina 3.
CE
1 Inleiding
Geachte klant,
wij bedanken u voor de aankoop van de inbraakalarmcentrale Terxon SX. Met dit toestel heeft u een product gekocht, dat met de allernieuwste techniek werd gebouwd.
Dit product voldoet aan de eisen van de geldende Europese en nationale richtlijnen. De overeenstemming werd aangetoond, de overeenkomstige verklaringen en documenten zijn bij de fabrikant gedeponeerd (www.abus-sc.eu).
Om deze toestand te behouden en een gebruik zonder gevaren te garanderen, moet u als gebruiker deze installatie-instructies in acht nemen!
Als u vragen heeft, neem dan contact op met uw speciaalzaak.
Deze inbraakalarinstallatie dient in combinatie met overeenkomstige melders en signaalgevers voor de beveiliging van uw eigendom. U kunt daarmee uw firma, huis, garage, tuinhuisje, weekendhuisje, etc. beveiligen.
De centrale meldt het ongeoorloofd binnendringen door het schakelen van uitgangen waarop u optische en akoestische, of stille alarmmelders kunt aansluiten.
Het contact van de installatie inclusief aangesloten componenten met vocht, bv. in badkamers e.d. moet beslist worden vermeden.
Een andere toepassing dan hierboven beschreven kan tot beschadiging van dit product leiden.
Bovendien is dit met gevaren, zoals bijv. kortsluiting, brand, elektrische schok, etc. verbonden. De netadapter is voor het gebruik op het openbare stroomnet met 230 volt / 50 Hz wisselspanning geschikt.
Het gehele product mag niet gewijzigd of omgebouwd worden.
De aansluiting op het openbare stroomnet valt onder de voor het land specifieke bepalingen. Stelt u zich hierover a.u.b. van tevoren op de hoogte.
3 Inhoud
1 Inleiding 2
2 Bedoeld gebruik....2
3 Inhoud....3
4 Veiligheidstips....5
5 Inhoud van de levering en benodigde accessoires 6
6 Opmerkingen over aansluit- en uitbreidingsmogelijkheden....7
7 Opmerkingen over het veiligheidssysteem 8
8 Overzicht van de componenten van het huis 10
9 Opmerkingen over de montage 12
9.1 De centrale....12
9.2 De bedieningselementen 12
10 Opmerkingen over de bedrading....13
10.1 Centrale 13
10.2 Bedieningselementen 14
10.3 Melders....16
10.3.1 Openingsmelders voor ramen en deuren 16
10.3.2 Infrarood-bewegingsmelders 16
10.3.3 Rookmelders 17
10.3.4 Akoestische glasbreukmelders:....17
10.3.5 Passieve glasbreukmelders....17
10.4 Buitensirene en flitslamp....18
10.5 Kiezer....19
10.6 Sleutelschakelaar....19
10.7 Inbouwen en aansluiten van een luidspreker....20
10.8 Relaismodule 20
10.9 Weerstanden....20
10.10 Looptest....21
10.11 Melder-alarmgeheugen....21
11 Begripsverklaring 22
12 Algemene begrippen....24
12 Algemene begrippen....24
13 Voorbeeldinstallatie....25
14 De eerste keer in gebruik....31
15 Opmerkingen over de programmering 32
15.1 Programmeermodus 32
15.2 Overzicht programmeermenu 33
15.3 Instelling in het programmeermen....41

15.4 Testfunctie 67
16 Technische gegevens 70
17 Fouten verhelpen....71
18 Index 72
19 Systeemoverzicht....73
NL
4 Veiligheidstips
!WAARSCHUWING!
Ter voorkoming van branden en verwondingen neemt u a.u.b. de volgende opmerkingen in acht:
- Bevestig het apparaat zeker op een droge plaats in het huis.
- Zorg voor voldoende ventilatie van de installatie.
- Stel de installatie niet aan temperaturen van onder -10°C of boven 55°C bloot.
- De installatie werd uitsluitend voor het gebruik binnenshuis geconstrueerd.
- De maximale luchtvochtigheid mag niet meer dan 90% (niet condenserend) bedragen.
- Zorg ervoor dat van buiten geen metalen voorwerpen in de installatie gestoken kunnen worden.
- Voer alle werkzaamheden aan de installatie in spanningsloze toestand uit.
!LET OP!
Neem a.u.b. de volgende voorzorgsmaatregelen in acht, zodat uw apparaat altijd goed functioneert:
- De installatie wordt via de al ingebouwde transformator van 12V gelijkspanning voorzien.
- De transformator wordt via een apart beveiligde leiding met het 230VAC huisnet verbonden.
- De aansluitwerkzaamheden aan het huisnet vallen onder de nationale bepalingen.
- De noodstroomvoorziening wordt door een 7 Ah accu gegarandeerd.
- De maximale stroomopname van de aangesloten componenten mag nooit meer dan 1A bedragen.
- Vervang zekeringen altijd door zekeringen van hetzelfde type, in geen geval hoger.
!BELANGRIJKE INFO!
Algemeen over de inbraakalarminstallatie
Door ondeskundige of slordige installatiewerkzaamheden kunnen signalen verkeerd geïnterpreteerd worden en kan er daardoor vals alarm worden gegeven. De kosten voor het eventueel uitrukken van reddingsbrigades, zoals bijv.: brandweer of politie, moet de exploitant van de installatie betalen. Lees daarom deze handleiding aandachtig door en let tijdens de installatie van het systeem op de precieze benaming van de gebruikte leidingen en componenten.
5 Inhoud van de levering en benodigde accessoires
Inhoud van de levering:
• Inbraakalarminstallatie
• LCD-bedieningselement
• Installatie-instructies
- Gebruiksaanwijzing
U heeft bovendien het volgende nodig:
Alarmmelder
Signaalgever
12V/7Ah accu
Verdeler
Kabel
Optioneel verkrijgbaar:
Relaismodule

Sleufschroevendraaier (klein)
Kruiskopschroevendraaier
Boormachine
Boor 6mm
Boor 4mm
Schroeven 6mm
Schroeven 4mm
Evt. pluggen, gips
Soldeerbout en soldeertin
Isolatieband of krimphuls
Meetinstrument voor spanning
en weerstand
Kabelkanaal
Klemschroeven

6 Opmerkingen over aansluit- en uitbreidingsmogelijkheden
De inbraakalarminstallatie is het basisapparaat van een elektronisch veiligheidssysteem voor het beveiligen van uw eigendom (bijv.: voor woning, huis, garage, winkels, enz.). Na het aanvullen met andere elementen, zoals bijv. melders en signaalgevers, beveiligt de installatie de te bewaken bereiken. Bij een ongewenste poging tot inbraak wordt het alarm geactiveerd.
De bediening van de installatie wordt met behulp van een aangesloten bedieningselement uitgevoerd. Dit maakt het mogelijk, de installatie op een verborgen plaats te installeren. Indien nodig kunnen maximaal 4 bedieningselementen aangesloten worden. Bovendien maakt de installatie een bediening via een zogenaamde sleutelschakelaar mogelijk.
De inbraakalarminstallatie beschikt over 9 apart geanalyseerde alarmzones. De installatie analyseert, of tussen de beide contacten (CCT1) van elke alarmzone een (minimale ruststroom vloeit of niet. Brengt u een contact tussen de contacten van de alarmzone tot stand, dan geldt dit als gesloten en stroomvloei is mogelijk. Is er geen contact aanwezig, dan is er geen stroomvloei mogelijk en de alarmzone is open. Bij wijzigingen wordt afhankelijk van de programmering een alarm geactiveerd. Een differentiële bewaking van de alarmzones is ook mogelijk (DEOL).
Kenmerken van de installatie:
- 8 vrij programmeerbare alarmzones, daarvan kan elke zone o.a. als volgt geprogrammeerd worden: onmiddellijk, vertraagd, toegang, overval, 24 uur, vuur, techniek of tijd.
- 1 sabotagezone voor aangesloten melders.
- 1 sabotagezone voor aangesloten signaalgevers.
- 3 transistoruitgangen, die aan een bepaalde gebeurtenis (alarm, vuur, overval,...) toegewezen kunnen worden.
- Geïntegreerde netadapter (230VAC/12VDC) voor de voeding van de installatie, van de aangesloten melders en voor het laden van de accu.
- Noodstroomvoorziening via een 12V/7Ah accu.
- Eenvoudige programmering en bediening via één of max. vier bedieningselementen.
- De toestand van de alarmzones en van de alarmcentrale wordt met behulp van tekstweergave aangegeven.
- Zoneblokkering als mogelijkheid om afzonderlijke alarmzones tijdelijk uit de bewaking te halen.
- Sabotagecontacten voor de centrale en de bedieningselementen.
- Alarm- en gebeurtenisgeheugen.

7 Opmerkingen over het veiligheidssysteem
De Terxon SX inbraakalarmcentrale biedt de mogelijkheid om voor elk van de 8 alarmzones een willekeurige configuratie te kiezen om ze optimaal aan de bedrijfsvoorwaarden aan te passen. Bovendien raden wij u aan:
- De externe melders in zo klein mogelijke groepen over de zones te verdelen (bijv. melders parterre op zone 1, enz.), eventueel apart in te schakelen en voor zover mogelijk alle zones van de centrale te gebruiken.
- Het akoestische signaal (sirene) van de signaalgever dient korter dan het optische signaal (flitslicht) te zijn. De overeenkomstige alarmeringstijden richten zich naar de voor het land specifieke voorschriften. (In Duitsland moet de akoestische alarmering tot 3 minuten worden begrensd!).
- De vertragingstijd dient pas na de praktische controle definitief ingesteld te worden.
- De code mag alleen aan personen gegeven worden, die uw volste vertrouwen genieten.
- Bij de bediening van de installatie moet de code zo ingevoerd worden, dat buitenstaanders de code niet kunnen zien.
- Het voor de bedrading van de componenten aanbevolen aansluitsnoer (minimumdoorsnede: 0,22mm ^2 /ader) heeft in de regel een gekleurde markering van de aders.
Gebruikers- en programmeercode moeten verschillend zijn.
Om het geheel overzichtelijk te houden, moeten de aders uniform als volgt worden toegewezen:
Rood: +12V spanningsvoeding
Zwart: 0V massa
Geel: alarmcontact
Groen: alarmcontact
Bruin: sabotagecontact Wit: sabotagecontact
-
Gebruik verdelers voor het aansluiten van meerdere melders op één alarmzone. Voor het verlengen van snoeren kunt u beide uiteinden aan elkaar solderen of klemschroeven gebruiken. Let op een isolatie (isolatieband, krimphuls) om kortsluitingen en vals alarm te voorkomen. Neem de illustratie daartoe op de volgende pagina in acht.
• Ga stap voor stap te werk: -
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door.
- Teken een schema van het object, die de montageplaats van de melders en van de centrale en de benodigde snoeren bevat.
- Leg de benodigde snoeren aan.
- Monteer de melders en de centrale.
- Verbind de aansluitsnoeren met de melders en de centrale.
- Voorzie de centrale van spanning (accu, stroomnet)
- Voer de programmering uit.
In de onderstaande afbeelding krijgt u een overzicht over het juiste gebruik van soldeerverdelers bij het aansluiten van meerdere melders op één alarmzone:

text_image
NC-alarmcontact (bijv.: verdeler VerteilerAansluitsnoer voor de centrale
Zoals al besproken, analyseert de alarminstallatie de alarmzones via de aanwezige stroomvloei. De meeste in de alarmtechniek gebruikte melders zijn verbreekcontacten, d.w.z. de melders onderbreken bij alarm de alarmzone. De melders worden verbreekrelais, of ook N.C. (normally closed) genoemd en worden als volgt aangesloten (De brug tussen CCT moet worden verwijderd):
NC-alarmcontacten

CCT1


Soms moeten meerdere alarmcontacten in één zone aaneengesloten worden. Sluit de verbreekcontacten in een serieschakeling aan.

text_image
NC-alarmcontacten CCT1[Het aansluiten van maakcontacten, bijv. van overvaldetectors is op deze centrale niet mogelijk.

8 Overzicht van de componenten van het huis


① Aansluiting van de 230V netvoeding met primaire zekering (T 250V 250mA).
② 230VAC / 12VDC transformator.
③ Aansluitstripen voor sirene, flitslicht, progr. uitgang, luidspreker, 12VDC spanningsvoeding en alarmzones.
④ Sabotagecontact van de behuizing van de alarmcentrale.
⑤ Aansluitstrip voor de noodstroomaccu.
⑥ Aansluitstrip voor de bediendelen.
⑦ Aansluitklem voor de aanvullende transistoruitgangen of de optionele relaismodule.
⑧ Plaats voor de 12 V noodstroomaccu (7 Ah) en de bedrading.
OPMERKING OVER 230V-BEDRADING
Sluit op dit moment de netspanning nog niet aan!
Bedraad de aansluitklem van de netspanning als volgt:

text_image
nulleider (blauw) aarde fase (zwart)

9 Opmerkingen over de montage
9.1 De centrale
Bevestig de centrale op een gladde, droge, schokvrije en warmtebestendige ondergrond. De leiding voor de spanningsvoeding van de alarmcentrale en die van de alarmzones en van de alarmgevers (sirene, flitslicht, evt. externe luidspreker) moeten onopvallend, indien mogelijk onder de stuclaag weggewerkt of in een kabelkanaal aangelegd worden.
- Open het huis van de alarmcentrale door met behulp van een kruiskopschroevendraaier de schroeven van het huis los te draaien en het deksel van het huis van de centrale te tillen.
- De printplaat van de centrale wordt met drie schroeven op de printplaathouders in het huis geborgd. Draai deze los en verwijder de printplaat. De stekker van de transformator kan daarbij van de printplaat losgetrokken worden.
- Gebruik nu het huis van de centrale als sjabloon voor het markeren van de bevestigingsgaten.
- Boor op de gemarkeerde plaatsen drie gaten (min. 4mm ∅, 4,5cm lang).
- Monteer het huis van de centrale en steek de kabels in het huis van de centrale.
- Draai de bevestigingsschroeven pas vast, als u de bedrading helemaal heeft afgesloten, plaatst vervolgens de printplaat weer en sluit het huis van de centrale met het deksel af.
9.2 De bedieningselementen
De bedieningselementen moeten ook op een gladde, droge, schokvrije ondergrond gemonteerd worden. Belangrijk is daarbij de montagehoogte. Deze moet zo gekozen worden, dat elke gebruiker makkelijk de weergaven kan aflezen en de toetsen kan bedienen.
- Klap het deksel van het bedieningselement open en draai de schroeven aan de onderkant van het bedieningselement los.
- Gebruik het huis als sjabloon voor het markeren van de boorgaten.
- Boor op de gemarkeerde plaatsen drie gaten (min. 4mm ∅, 3cm lang).
- Leg nu de bedrading van het bedieningselement naar de centrale (zie volgende pagina) aan.
- Leg de bedrading van het bedieningselement met externe componenten aan.
- Voer de noodzakelijke instellingen in het bedieningselement uit.
- Bevestig nu het huis van het bedieningselement op de wand. Plaats de frontplaat met de printplaat van het bedieningselement weer en draai de schroeven van het bedieningselement weer vast.
10 Opmerkingen over de bedrading
10.1 Centrale
⑰Aansluitklemmenstrip voor de sabotage- en alarmzones.
COM A/T: Aansluitingen voor de sabotage van de melders CCT 1...8: Aansluitingen voor de alarmzones 1-8
②Aansluitklemmenstrip voor de 12V DC spanningsvoeding van externe apparaten (bijv. melders).
AUX: +12V duurspanning voor melders
0V: 0V massa
③ Aansluitklemmenstrip voor luidspreker, progr. uitgangen en sirenesabotage.
TR: sabotage-ingang voor sirene
+ / LS: Aansluiting voor de optionele 16 ohm luidspreker
OP1, OP2, OP3: Aansluiting voor de open collector- transistoruitgang (bijv. als triggersignaal van de kiezer) Aansluitklemmenstrip voor bedieningselementen
12V: 12V+ duurspanning
OV: 0V
massa
Data: Databus
Clock: Databus

De inbraakalarinstallatie is in staat, maximaal vier bedieningselementen te gebruiken die in één BUS aangesloten zijn.
De bedieningselementen kunnen als ring of stervormig met de alarmcentrale verbonden worden. Sluit het bedieningselement als volgt aan.
① Naar het volgende bedieningselement/centrale
Aansluitklem: 0V
② Naar het volgende bedieningselement/centrale
Aansluitklem: 12V
③ Naar het volgende bedieningselement/centrale
Aansluitklem: CLK (clock)
④ Naar het volgende bedieningselement/centrale
Aansluitklem: DATA (data)
De maximale lengte van de databus mag niet meer dan 200m bedragen. Gebruik voor de bedrading van de bedieningselementen een snoer met een leidingdoorsnede van min. 0,22mm ^2 .
Bovendien kunnen de volgende elementen op de bedieningselementen aangesloten worden:
ST: Een toets voor het handmatig beëindigen van de uitgangsvertragingstijd. Het contact is als normally open (NO) geschakeld en moet voor het activeren gesloten worden.
6XT. TAMPER: Een aanvullende ingang op het bedieningselement waarop een extern sabotagecontact (NC) aangesloten kan worden. Het contact moet voor het activeren van een sabotagealarm geopend worden.
©PANIC I/P : Dze ingang heeft geen functie.
OPMERKING: De aansluitleidingen moeten van boven in de klembruggen worden gestoken.

text_image
PANIC L/P EXT TAMPER ET DATA CLK 12V 8V ⑦ ⑥ ⑤ ④ ③ ② ① T60 P0301 T60 P/ET EXT TAMPER FE DATA 0V 0V 0V
flowchart
graph TD
A["zoemer"] --> B["anode"]
C["codering\nbedieningselementon"] --> D["2 3 4"]
E["sabotagecontact"] --> F["1 2 3 4"]
Codering van de bedieningselementen:
Bedieningselement 1: Geleiderbrug niet ingestoken
Bedieningselement 2-4: Geleiderbrug overeenkomstig op de PIN met het nummer 2, 3 of 4 ingestoken.
Achtergrondverlichting:
Achtergrondverlichting aan:Geleiderbrug ingestoken.

flowchart
graph TD
A["1A AUX zekering voor de"] --> B["AC aansluiting van de"]
C["2A BAT zekering voor de acculading"] --> D["Accu-aansluitin"]
E["COMMS-interface"] --> F["NVM"]
F --> G["EEPROM"]
G --> H["Aansluiting voor sabotagedekselcon"]
I["Programmeerbare transistoruitgangen (OP), Max. stroomopname van alle transistoruitgangen 0.5A"] --> J["Sit. sabo. ingang"]
K["Optionele interdenakarionn"] --> L["Sabotage-ingang voor externe componenten (bijv.)"]
M["12V spanningsvoeding voor componenten (bijv.)"] --> N["Alarmzones 1–8 voor NC-alarmcontacten (bijv. IR-melder). Er kunnen geen NO-contacten aangesloten worden. Let erop dat u de alarmzones met de overeenkomstige weerstanden afsluit. Er moeten al naar gelang programmering twee verschillende weerstanden gebruikt worden of geen weerstand. Wordt de zone gebruikt. dan"]

| Aansluiting | Betekenis |
| AC netadapteraansluiting (AC IN) | Aansluiting van de 230V netadapter |
| Kick-start-brug (KS) | Verbind de beide contacten van deze klembrug als u de alarmcentrale zonder 230V spanningsvoeding wilt starten. |
| Accu-aansluiting (+ -) | Aansluitstekker van de noodstroomvoorziening |
| COMMS-interface | Aansluiting van de aanvullende transistoruitgangen |
| NVM reset-brug (NVM RST) | Verbind de beide contacten van deze klembrug als u de alarmcentrale wilt resetten. |
| Zekeringen (BAT F-2A / 12VAUX F-1A) | Vervang de zekeringen altijd door zekeringen van hetzelfde type. Let erop dat de zekeringhouders altijd een goed contact met de zekering hebben, aangezien er anders storingen optreden. |
| Sirene-sabotage-ingang (TR) | Deze ingang moet bij sirenemodellen met eigen stroomvoorziening direct met de sabotage-uitgang van de sirene worden verbonden. Anders moet het sabotagecontact van de sirene in de lus tussen de TR-ingang en 0V worden geplaatst. Is er geen sirene aanwezig, dan moet de TR-ingang direct met de 0V-uitgang worden verbonden. |
| Optionele luidspreker (LS) | Hier kunt u een 16 ohm luidspreker voor de interne alarmering aansluiten. |

10.3 Melders
10.3.1 Openingsmelders voor ramen en deuren
Openingsmelders dienen voor de bewaking van ramen en deuren. Voor het activeren van de in-/uitgangsvertragingstijd moet minimaal één openingsmelder op de hoofdingangsdeur waarop ook een bedieningselement geïnstalleerd is, gemonteerd zijn.
Om het geheel overzichtelijk te houden, moeten niet meer dan tien openingsmelders per alarmzone worden gebruikt. Als de magneet van het bladveercontact van de openingsmelder wordt verwijderd, gaat het schakelcontact open en de alarmzone wordt onderbroken. Lees daarvoor a.u.b. ook de handleiding die bij uw openingsmelder is bijgevoegd.
Aansluitvoorbeeld:

flowchart
graph TD
A["Reedconta"] --> B["CCT1"]
C["Maaneet"] --> B
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
10.3.2 Infrarood-bewegingsmelders
Infrarood-bewegingsmelders detecteren de infrarood-warmtebeweging van levende wezens en mogen alleen binnen worden gebruikt. Om het geheel overzichtelijk te houden dient u geen bewegingsmelders met openingsmelders in één zone te plannen.
Aansluitvoorbeeld:

text_image
12V 0V COM A/T CCT1 + - NC NC Tamper Alarm10.3.3 Rookmelders
Deze inbraakalarinstallatie maakt het aansluiten van rookmelders mogelijk. Programmeer hiervoor het zonetype "vuur" of "brandmelder" afhankelijk van de functie van de rookmelder. Deze programmering leidt tot een bijzondere akoestische alarmering van de aanwezige personen (gepulst alarmsignaal).

text_image
12V 0V CCT1 + - NC Alarm10.3.4 Akoestische glasbreukmelders:
Deze glasbreukmelders analyseren de bij glasbreuk ontstane akoestische signalen.
Aansluitvoorbeeld:

text_image
12V 0V COM A/T CCT1 + - NC NC Tamper Alarm
10.3.5 Passieve glasbreukmelders
Passieve glasbreukmelders worden direct op de te bewaken ruit bevestigd. Er kunnen alleen passieve glasbreukmelders worden gebruikt, die geen lijnvoeding nodig hebben, maar een potentiaalvrij alarmcontact bieden.
Aansluitvoorbeeld:

text_image
CCT1Passieve glasbreukmelder

10.4 Buitensirene en flitslamp
Om daders af te schrikken en de omgeving te alarmeren, raden wij u aan, op de alarmcentrale een sirene en een flitslamp aan te sluiten.
Let erop dat deze alarmgevers buiten zo hoog mogelijk bevestigd worden (bijv. in de gevel) en de leidingen niet zichtbaar aangelegd zijn. De akoestische alarmering buiten kan een storing van de rust in de buurt veroorzaken. Neem hiervoor de voor het land specifieke richtlijnen in acht. Wij raden u aan een alarmduur van drie minuten niet te overschrijden. De visuele alarmering (flitslicht) blijft tot aan de handmatige bevestiging van het alarm actief.
Naast de aansturing van sirene en flitslicht raden wij u aan, het sabotagecontact van de combisignaalgever op de sabotage-ingang van de alarmcentrale aan te sluiten. Als het huis van de sirene geopend wordt of de verbinding met de sirene onderbroken wordt, activeert het onderbroken sabotagecontact een sabotagealarm.
Aansluitvoorbeeld:

text_image
Max. 500mA rd zw zw Max. 500mA rd Op2 Op3 TR 12V 0V AlarmcentraleAansluiting van een signaalgever met eigen stroomvoorziening
Het functieprincipe van deze alarmgevercombinaties is gebaseerd op een permanente spanningsvoeding van de sirene en van een in het huis van de sirene geïntegreerde accu.
Op een transistoruitgang van de alarmcentrale is ofwel een houdspanning voor de sirene aangesloten, die bij alarm wegvalt (of door sabotage doorgesneden wordt) of de alarmcentrale geeft bij alarm via de transistoruitgang een triggersignaal af, dat de sirene en het flitslicht activeert.
De alarmduur van de sirene wordt direct bij de signaalgever ingesteld. Het flitslicht blijft ook hier tot aan de handmatige bevestiging van het alarm actief. Neem a.u.b. voor de juiste installatie in ieder geval de installatie-instructies van de signaalgever met eigen stroomvoorziening in acht.
Aansluitvoorbeeld:

Wij raden u aan de aanvullende alarmuitgangen te gebruiken om de optionele telefoonkiezer met de centrale te verbinden.
De uitgangen kunt u nu met de alarmingangen van uw kiezer verbinden. Let erop dat u de polariteit van de alarmingang op de kiezer op -12V zet (trigger polariteit neg.). Neem a.u.b. bovendien de handleiding van uw telefoonkiezer in acht.

text_image
SD1+ +12V 0V C B A 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 AlarmcentraleNeem a.u.b. daarbij de opmerkingen over de aanvullende alarmuitgangen op de volgende pagina in acht.
10.6 Sleutelschakelaar
Elke zone biedt de mogelijkheid, voor zover overeenkomstig geprogrammeerd, van het aansluiten van een sleutelschakelaar voor het activeren of deactiveren van de alarmcentrale.
Er kunnen sleutelschakelaars met impulscontact of doorlopend contact gebruikt worden. Let er bij de sleutelschakelaars met doorlopend contact op dat de bedieningselementen nog actief zijn en er verkeerde interpretaties kunnen optreden als een sleutelschakelaar nog actief is, de alarmcentrale echter al via het bedieningselement gedeactiveerd werd. Wij raden daarom het gebruik van sleutelschakelaars met impulscontact aan.
Door het bedienen van de sleutelschakelaar wordt de uitgangsvertragingstijd voor het overeenkomstige bereik geactiveerd, daarna staat de alarmcentrale op scherp. Bij interne bereiken is ook een onmiddellijk op scherp zetten mogelijk. Bij het opnieuw bedienen wordt de alarmcentrale uitgeschakeld.
Sommige sleutelschakelaars hebben aanvullende LED-weergaven, die extern aangesloten kunnen worden. Deze kunt u evt. met de progr. uitgangen (OP1) aansluiten.

10.7 Aansluiten van een luidspreker
Een optionele 16 ohm luidspreker wordt op de klemmen LS en + aangesloten.
De luidspreker kan direct in het huis van de alarmcentrale ingebouwd worden.
Als alternatief kan de luidspreker als aanvullende interne alarmering van de alarmcentrale apart gemonteerd worden. De afstand ten opzichte van de centrale mag daarbij niet meer dan 20m bedragen.
Aanvullende alarmuitgangen
De alarmcentrale beschikt op de bovenste rand van de printplaat over een aansluiting voor aanvullende transistoruitgangen. Deze worden met behulp van de bijgevoegde steekkabels in gebruik genomen. Hieronder vindt u de pintoewijzing van de kabel. Let er a.u.b. op dat de kleurcodering van de kabel niet altijd met de hieronder beschreven vermelding overeenstemt.
| Kleur | Functie |
| Rood (1) +12V permanente spanningsvoeding (500mA max.) | |
| Zwart (29 Massa 0 V permanent | |
| Oranje/Wit (3) Niet in gebruik | |
| Bruin/Wit (4) Storingsingang van de telefoon bij leidingverlies (+12V indien gestoord) | |
| Grijs (5) Aanvullende uitgang 8 | |
| Wit (6) Aanvullende uitgang 7 | |
| Paars (7) Aanvullende uitgang 6 | |
| Blauw (8) Aanvullende uitgang 5 | |
| Groen (9) Aanvullende uitgang 4 | |
| Geel (10) Aanvullende uitgang 3 | |
| Oranje (11) Aanvullende uitgang 2 | |
| Bruin (12) Aanvullende uitgang 1 | |

text_image
01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 1210.8 Relaismodule
In plaats van de aanvullende transistoruitgangen heeft u de mogelijkheid, een optionele relaismodule met acht wisselrelais aan te sluiten. Neem daarvoor a.u.b. de opmerkingen in de relaismodule in acht.
10.9 Weerstanden
Het alarmsysteem kan de zones op twee manieren bewaken.
A: Zone gesloten NC (geen weerstand gebruikt)
B: Zone gesloten 2,2 kohm (twee weerstanden gebruikt)
Bij de eerste variant kan het systeem alleen herkennen of de zone geopend werd en registreert een openen altijd als alarm op deze zone. De sabotagecontacten van de afzonderlijke melders moeten apart op de sabotagezone van de alarmcentrale aangesloten worden. De in deze handleiding beschreven aansluitvoorbeelden hebben daarbij betrekking op variant A (zonder weerstanden).
Bij de tweede variant worden sabotagecontact en alarmcontact in één zone bewaakt. De alarmcentrale kan daarbij onderscheiden of het bij een wijziging van de weerstand om een alarm of om een sabotage gaat. Let erop dat er twee verschillende weerstandswaarden zijn.
A: 2,2kohm (rood, rood, rood, goud)
B: 4,7kohm (geel, paars, rood, goud)
Let bij de beide inbouwvarianten van de melders op het volgende:
A:
B:

text_image
CCT1 CCT2 2,2 kO 4,7kOh Alarm- contact Sabotage- contact 2,2 kO Alarm- contact Sabotage- contact 4,7kOh CCT1 CCT210.10 Looptest
Voor de looptestfunctie moet de uitgang OP3 overeenkomstig geprogrammeerd zijn (functie 83, optie 5). Activeert de gebruiker de looptestfunctie, dan wordt de LED voor het herkennen van een beweging op de melder geactiveerd.

text_image
Melder 2 Melder 1 Looptest 12V 12V 0V 0V OP3 12V 0V10.11 Melder-alarmgeheugen
Voor de looptestfunctie bij bijv. bewegingsmelders moet de uitgang OP3 overeenkomstig geprogrammeerd zijn (functie 83, optie 3). De melder die als eerste in een lijn geactiveerd is, kan dit opslaan en signaleren.

text_image
Melder 2 MEM — MEM — OP3 12V — 12V 0V — 0V 12V 0V

11 Begripsverklaring
Voor de eigenlijke programmering van de centrale moet u eerst een overzicht over de gebruikte begrippen krijgen. U krijgt eerst een verklaring van de mogelijke zonetypen en de toegewezen eigenschappen.
Een zone waarop niets aangesloten is en daardoor niet in gebruik is, moet met een klembrug worden afgesloten en op niet in gebruik gezet worden.
OV - OVERVAL
Deze zone activeert altijd een alarm. Onafhankelijk van het feit of de inbraakalarinstallatie geactiveerd of gedeactiveerd is. Een overvalalarm kan ook stil (bijv.: via optionele telefoonkiezer) doorgegeven worden. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
VU - VUUR
Deze zone activeert altijd een alarm. Onafhankelijk van het feit of de inbraakalarminstallatie geactiveerd of gedeactiveerd is. De alarmering vindt via de zoemer in het bedieningselement en op de buitensirene als gepulst alarmsignaal plaats. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is. Sluit op deze zone alleen brandmelders aan, die via een automatische reset beschikken, anders wordt bij de handmatige reset opnieuw een alarm geactiveerd.
OM - ONMIDDELLIJK
Deze zone activeert bij een geactiveerde inbraakalarminstallatie onmiddellijk een alarm als de toestand van de alarmzone verandert. (bijv. openen van het NC-alarmcontact). Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend zijn.
24 UUR
Deze zone activeert altijd een onmiddellijk alarm. Met een gedeactiveerde inbraakalarminstallatie vindt de alarmering via de zoemer in het bedieningselement en de luidspreker van de alarmcentrale plaats. In gactiveerde toestand wordt bovendien de sirene-uitgang gactiveerd. Wordt een 24 uur zone geblokkeerd, dan geldt dit alleen voor de gedeactiveerde toestand. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
IU - IN-/UITGANG
Deze zone activeert met een geactiveerde inbraakalarinstallatie pas na een ingestelde vertragingstijd (ingangsvertraging) een alarm. Gebruik dit zonetype bijv. voor de openingsmelder op uw voordeur. Bij het verlaten van het object kan het sluiten van deze zone gebruikt worden om de uitgangsvertraging te beëindigen. Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend zijn.
IV - INGANG VOLGEND
Deze zone activeert geen alarm als eerder een ingangs-/uitgangszone de ingangsvertragingstijd geactiveerd is. Er volgt een onmiddellijk alarm als er eerder geen ingangsvertraging werd geactiveerd. Gebruik dit zonetype bijv. voor een bewegingsmelder in de gang, die op de (van een openingsmelder voorziene voordeur gericht is. Deze melder kan als in-/uitgangsmelder bij interne activering gebruikt worden. Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend zijn.
TS - TRILLINGSSENSOR
Deze zone is voor oudere generaties van trillingssensoren nodig. Neem per geval contact op met de technische hotline.
TK - TECHNIEK
Een techniekzone activeert in gedeactiveerde toestand een alarm via het bedieningselement en een optionele kiezer. In gactiveerde toestand wordt er geen alarm gactiveerd. Mocht er een alarm in gactiveerde toestand op deze zone optreden, dan wordt dit tijdens het deactiveren van de centrale weergegeven. Gebruik dit zonetype bijv. voor watermelders. Het programmeernenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
SK - SLEUTELKASTJE
Als deze zone geopend wordt, wordt deze gebeurtenis in het geheugen van de inbraakalarinstallatie opgeslagen. Gelijktijdig kan deze gebeurtenis via de optionele telefoonkiezer doorgegeven worden. Er wordt geen alarm afgegeven.
BM-BRANDMELDER
Deze zone werkt net als een vuurzone. In tegenstelling tot de vuurzone kunnen bij deze zone de aangesloten brandmelders door het kortstondig verwijderen van de voedingsspanning gereset worden zonder dat er daarbij een alarm wordt afgegeven. Het resetten moet daarbij echter via een schakeluitgang plaatsvinden. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
SS - SLEUTELSCHAKELAAR IMPULS
Op de inbraakalarminstallatie kan een sleutelschakelaar (impuls) aangesloten worden. Een verandering van deze zone verandert de toestand van de alarmcentrale van actief naar uitgeschakeld, of uitgeschakeld naar actief (na afloop van de vertragingstijd).
BS - BLOKSLOT
Op de inbraakalarminstallatie kan een sleutelschakelaar (duur) aangesloten worden. Een verandering van deze zone verandert de toestand van de alarmcentrale van actief naar uitgeschakeld, of uitgeschakeld naar actief (na afloop van de vertragingstijd). Let erop dat u alleen via de sleutelschakelaar de centrale bedient. Bij een onduidelijke toestand, bijv.: Sleutelschakelaar gesloten, op het bedieningselement gedeactiveerd, kan het gebeuren dat de centrale in de actieve toestand terugkeert.
AM - Anti-mask
Deze zone-eigenschap heeft bij de Terxon SX alarmcentrale geen functie.
FB – Forbikobler
Deze zone wordt met een extern codeslot of een toegangscontrole-element verbonden. Deze zone werkt zoals een regulaire in-/uitgangszone. Als deze zone tijdens de uitgangstijd geactiveerd wordt, dan wordt de uitgangstijd direct beëindigd en de inbraakalarminstallatie wordt geactiveerd. Als deze zone met een geactiveerde inbraakalarminstallatie geactiveerd wordt, start deze de ingangsvertraging.

12 Algemene begrippen
ZONE
Zone worden één of meerdere melders genoemd, die met de inbraakalarinstallatie via een ingang CCT verbonden zijn.
Een zone geldt als geopend of geactiveerd als de stroomkring binnen CCT door een melder (bewegingsmelder, magneetcontact,...) onderbroken werd (voor NC) of de weerstandswaarde veranderd is (voor DEOL).
Een zone geldt als gesloten of in rust als de stroomkring binnen CCT gesloten is (voor NC) of de lijnspanning van de centrale zich binnen de juiste parameters bevindt (voor DEOL).
INBRAAKALARMINSTALLATIE GEACTIVEERD
In actieve toestand van de inbraakalarinstallatie bewaakt deze alle zones op veranderingen in de lijnspanning en activeert lokaal en optioneel extern een alarm.
INBRAAKALARMINSTALLATIE GEDEACTIVEERD
In uitgeschakelde toestand van de inbraakalarinstallatie worden alleen die zones bewaakt, die altijd actief zijn, zoals bijvoorbeeld, 24 uur, techniek, vuur- en brandmelders. Een alarm door één van deze zones leidt meestal alleen tot een intern alarm.
INTERN/ EXTERN GEACTIVEERD
Naast de complete activering van de inbraakalarinstallatie is het ook mogelijk afzonderlijke bereiken (B, C, D) te activeren. Daardoor is het mogelijk dat u thuis bent en het bereik van het systeem activeert en zodoende ook beveiligd bent. Deze manier van activeren wordt intern genoemd.
INTERN ALARM
Bij een intern alarm worden alleen de zoemers van de bedieningselementen en de optioneel aangesloten luidspreker geactiveerd.
LOKAAL ALARM
Bij een lokaal alarm worden bovendien de aangesloten combisignaalgevers (flitslicht en sirene) geactiveerd.
EXTERN ALARM
Bij een extern alarm wordt naast de aangesloten akoestische en optische signaalgevers ook nog eens een signaal via telefoon doorgegeven.
13 Voorbeeldinstallatie
Aan de hand van deze voorbeeldinstallatie wordt u vertrouwd gemaakt met het gebruik van de Terxon SX. Hiertoe gebruiken wij een systeem met twee gebruikers. Eén gebruiker moet via invoer van een code, de andere via chip-sleutel de alarminstallatie kunnen (de)activeren Verder moeten twee melders, een bewegingsmelder (XEVOX ECO) en een openingsmelder (FU7350W) op de installatie aangesloten worden. Via het schakelslot (SE1000) moet het gehele systeem op scherp gezet worden.
De signaalgever SG1650 (sirene+flits) dient voor de visuele en akoestische weergave van een inbraak- of overvalalarm.
Ook willen wij u de programmering van de meldertypes en van de transistoruitgangen voor de externe alarmgever uitvoering uitleggen. Sluit de installatie a.u.b. nog niet op de spanningsvoeding of op de accu aan!
Eerst beginnen wij met de bedrading van de alarmlijnen van de bewegings- en openingsmelder. Vervolgens leggen wij de bedrading van de sabotagelijk uit.
Gebruik a.u.b. voor de bedrading de 8-aderige alarmkabel AZ6360 of AZ6361. De volgende afbeelding toont de aansluiting van de melders op de installatie:

flowchart
graph TD
A["Bewegingsmelder"] --> B["Alarm +"]
B --> C["Tamper"]
C --> D["12V"]
C --> E["12V"]
C --> F["0V"]
C --> G["0V"]
H["Magnet contact"] --> I["CCT1"]
H --> J["CCT2"]
K["Com A/T"] --> L["12V"]
K --> M["12V"]
K --> N["0V"]
K --> O["0V"]
Let er a.u.b. op, dat u voor de bedrading van de sabotagelijk nog twee extra leidingen nodig heeft. In de volgende stap sluiten wij het bedieningselement op de installatie aan. Let er a.u.b. op, dat de geleiderbrug bij het gebruik van maar een bedieningselement niet erin gestoken is (zie pagina 12). Sluit het bedieningselement zoals afgebeeld op de centrale aan.

text_image
Bediendeel 0V CLK 12V DATA naar andere bediendeel 0V 12V CLK DATA AlarmentraleNu wordt de sleutelschakelaar (SE1000) op de installatie aangesloten. Steek daarvoor de bijgevoegde stekkerkabel in de aansluitstrip voor de extra schakeluitgangen. Deze uitgangen heeft u nodig voor de aansturing van de LED's.

text_image
CCT3 OP4 - bruin OP5 - orange aenvullende alarmuitgangen 0V - zwart 12V - red steekkabel Sachalter S1 Sachalter S2 LED 1 LED 2 Sabotage Schalter S1 COM NC NO COM NC NO COM NC NO COM NC LED 1 LED 2 Sachalter S2 COM NC NO COM NC NO COM NC

Lees hiervoor a.u.b. ook de gebruiksaanwijzing van de SE1000 door. De sluitelschakelaar moet op impuls worden ingesteld. De hierboven getoonde schakeling biedt u de mogelijkheid de alarminstallatie door draaien van de sleutel in beide richtingen te activeren of te deactiveren. Ook hier wordt de sabotagelijk nog niet op de centrale aangesloten. De instelling van de transistor-schakeluitgangen en extra schakeluitgangen laten we later zien.
Hieronder laten we de bedrading van de sabotagelijk zien. Let er a.u.b. op, dat u alle sabotagecontacten van de afzonderlijke componenten in serie schakelt. Met uitzondering van sirene en flits, aangezien hiervoor een speciale sabotageaansluiting op de installatie aanwezig is. De volgende afbeelding met bewegingsmelder en sleutelschakelaar dient ter verduidelijking van de aansluiting van de sabotagecontacten. De openingsmelder heeft geen sabotageaansluitingen!

flowchart
graph TD
A["Alarmcentrale"] --> B["COM"]
A --> C["A/T"]
A --> D["CCT1"]
B --> E["NO"]
B --> F["COM"]
D --> G["TAMPER"]
H["Bewegingsmelder"] --> I["Sleutelschakelaar"]
Als u uitsluitend melders zonder sabotagecontact gebruikt, moet u een brug tussen COM en A/T op het alarmsysteem aanbrengen.
Voordat wij tot het programmeren van de installatie komen, beschrijven wij ter afsluiting van de bedradingswerkzaamheden nog de aansluiting van de sirene en van de flits op de Terxon SX. Hiervoor gebruiken we de SG 1650.
De sabotagelijk voor flits en sirene wordt via een eigen sabotage contact van de installatie aangesloten. Als u geen externe signaalgever wilt gebruiken, moet u een draadbrug tussen TR en massa (0V) van de alarmcentrale plaatsen. De aansluiting van de SG1650 op de Terxon SX wordt in de volgende afbeelding weergegeven: De bedrading van de installatie is daarmee afgesloten.

text_image
rd ZW zw rd Op2 Op3 TR 12V 0V AlarmcentraleNu komt het programmeren van de installatie op de voorgrond te staan. Let er a.u.b. op, dat de sabotagecontacten van alle componenten gesloten zijn, voordat u de installatie op de spanningsvoeding aansluit. Ga a.u.b. als volgt te werk:
- Sluit daarvoor de 12 V accu (7,0Ah) op de klemmen van de centrale met de juiste kleuren aan (rood = +12V, zwart = 0V).
- Sluit de beide PIN's van de kickstart-geleiderbrug met behulp van een schroevendraaier kort (zie pag. 14).
- De groene LED-weergave voor de spanning ( ≈ ) begint te knipperen en de zoemers van de bedieningselementen kunnen geactiveerd zijn. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gehouden te worden.
- Voer de standaardgebruikerscode in. Dat is: 1234. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gehouden te worden.
- Sluit eerst het huis van de inbraakalarminstallatie voordat u de 230V spanning aansluit.
- Voorzie de inbraakalarminstallatie van de 230V netspanning.
-
De groene LED-weergave voor de spanning ( ≅ ) brandt continu.
-
Voer nu via een bedieningselement in: 0 en vervolgens de standaardprogrammeercode 7890
- De weergave in het display toont: Installer Mode
- U bevindt zich nu in het programmeermenu van de inbraakalarminstallatie en kunt met het programmeren beginnen.
We beginnen met het programmeren van de beide zones. Voer via het toetsenbord 001, gevolgd door √, in om instellingen van zone 1 (bewegingsmelder) te verrichten. U ziet de volgende weergave.
001: Zone01 TERXON M
U kunt nu de zonenaam "Zone01" met behulp van het toetsenbord van het bedieningselement veranderen. De toetsen moeten zoals bij een mobiele telefoon bediend worden. Met toets C gaat u een positie naar voren, met toets D een positie terug (zie pagina 46).
Druk nu op de invoertoets √, hierna verschijnt:
001: LD abcd1 TERXON M
Zone 001 moet als "Onmiddellijk" gedefinieerd worden. Voer nu 03 in. U ziet de weergave:
003: NA a TERXON M
Met de toetsen A, B, C, D kunt u de toewijzing van de melder aan de afzonderlijke bereiken veranderen. In deze voorbeeldprogrammering is de bewegingsmelder alleen aktief, als het hele systeem is ingeschakeld. Bevestig nu met toets √ uw invoer. U komt weer in het beginvenster van het programmeermenu terug.
Voer nu 002 voor de bewerking van zone 2, gevolgd door √, in. U ziet:
002: Zone02 TERXON M
Verander de naam van de zone naar eigen wens en druk op de invoertoets √. De volgende weergave verschijnt:
002: IR abcd1 TERXON M
Deze veranderen we in in/uitgang. Voer 05 in. U ziet de volgende weergave op het display:
002: LD a 1 TERXON M
Voeg door indrukken van toets B het bereik B aan de melder toe. Bevestig de instelling met de invoertoets √ Het getal "1" achter de deelbereiken geeft de tijdvertragingsgroep (1 tot 4) aan. Deze kunt u altijd in het programmeermenu (menupunt 201 tot 204) veranderen (zie pagina 88). Nu hoeft alleen nog de sleutelschakelaar op zone 3 geprogrammeerd te worden. Voer 003 in, verander, als u dat wilt, de zonenaam en druk op de invoertoets √. Het display laat het volgende zien:
003: NA a TERXON M
Verander de zone door invoer van 11 in de sleuteschakelaar en de volgende weergave verschijnt:
003: KM a TERXON M
Bevestig uw invoer met √. Let er a.u.b. op, dat de niet aangesloten zones 004 tot 008 op "Niet in gebruik" (NG) staan. De desbetreffende zone kunt u via 00 in de overeenkomstige instelling zetten.
In de volgende stap moet de uitgangsvertragingstijd ingesteld worden. Deze geeft aan, hoeveel tijd u voor het verlaten van de beveiligde zone ter beschikking heeft, voordat de alarminstallatie op scherp geschakeld wordt. Kies in de programmeermodus via het bedieningselement 044, gevolgd door √. Op het display ziet u:
044: Uitlp. A=45 TERXON M
Voer de gewenste totale uitgangsvertraging in (1 voor 10 sec. tot 6 voor 120 sec.) en bevestig dit met √. De ingangsvertragingstijd 1 wordt via het menupunt 201 ingesteld.
In dit voorbeeld heeft u 45 seconden voor het deactiveren van de op scherp geschakelde alarminstallatie. U kunt waarden tussen 10 en 120 sec. kiezen. 1 staat voor 10 en 6 voor 120 seconden. Druk a.u.b naar eigen wens in √.
Nu gaan wij naar de programmering van de extra transistoruitgangen voor de LED's van de sleutelschakelaar. De gele LED moet in gedeactiveerde, de rode in gactiveerde toestand van de alarminstallatie branden. Voer via het toetsenbord 151 in om de eerste extra transistoruitgang OP4 of de toestand van de rode LED te programmeren. Bevestig dit met de invoertoets √.
151: Brand TERXON M
U ziet:
Verander a.u.b door invoer van 13 de instelling naar "Actief volgend". De weergave verandert in:
151: Uit Terxon M
Bevestig uw invoer met √
De instelling voor OP5 - in het programmeermenu van punt 152 - is "Aan" (14). Let er a.u.b. op, dat veranderingen pas na het verlaten van het programmeermenu overgenomen worden.
De gele LED brandt alleen in gedeactiveerde toestand van het alarmsysteem continu en gaat na het op scherp stellen uit. De rode LED geeft aan, of de installatie op scherp staat.
Tot besluit worden de instellingen van de relaisuitgangen 1 en 2 voor de sirene en de flits van SG 1650 uitgelegd. Voer 081 via het toetsenbord in en bevestig met √. De volgende weergave verschijnt:
081: Sirene TERXON M
Voer nu 08 in om "Flitser" te kiezen. Daardoor wordt de flits pas uitgezet, als u de alarminstallatie deactiveert. Druk tot besluit op √. Daardoor wordt de flits pas uitgezet, als u de alarminstallatie deactiveert.
De relaisuitgang 2 moet op "Sirene" gezet worden. Kies daarvoor het menupunt 082 en bevestig dit met √. Door invoer van 00 en √, zet u de uitgang op "Sirene".
Om de sirenevertraging te veranderen, voert u in het programmeermenu 041 in en drukt u op de invoertoets √ U ziet op het display:
041: SirVertr = 0 TERXON M
Als u dat wilt, kunt u een verandering van de sirenevertraging invoeren. U kunt kiezen uit waarden van 0 tot 20 min.
Bij de sireneduur kunt u kiezen uit waarden van 1,5 min. tot 20 min.
Kies daarvoor a.u.b. het programmeerpunt 042 en bevestig met √. U ziet de volgende weergave:
042: SirTijd = 15 TERXON M
Wij raden u aan deze waarde zo te laten of tot 1,5 minuten te verkorten (in Duitsland mag de sireneduur niet langer dan 3 minuten zijn).
Voordat de gebruikers toegevoegd worden, willen we nog de afzonderlijke functies van de installatie testen. Laten we beginnen met de test van de transistoruitgangen. Voer nu in het programmeermenu 091 in en druk op √.
091: Test: U/G 1 TERXON M
Als u invoertoets √ opnieuw indrukt, wordt de uitgang weer teruggezet. Met de menupunten 092 en 093 kunt u de transistoruitgang 2 en de transistoruitgang OP3 testen. In de volgende stap controleren we of de zoemer van het bedieningselement goed werkt. Kies hiervoor het menupunt 095, gevolgd door √ U ziet de volgende weergave:
Gelijktijdig hoort u een ononderbroken toon. De zoemer werkt. Bevestig dit met √.
Tot besluit wordt de werking van de melders getest. Daarvoor staat menupunt 097 ter beschikking. Druk na invoer van dit punt op de invoertoets √. De volgende weergave is op het display te zien:
097: Looptest TERXON M
Open nu zone 02. U hoort een dubbel signaal en ziet de weergave:
A: Zone 02 TERXON M
Sluit de zone weer en druk opnieuw op √ om de meldertest af te sluiten. Voer de test ook op de andere melders uit.
Als u een luidspreker bij het systeem gebruikt, kunt u deze in het programmeermenu via 094 testen.
Dan zijn alle instellingen in het programmeernenu verricht. Verlaat het programmeernenu via invoer van 099 en bevestig dit met √. U bevindt zich nu in het gebruikersmenu.
Vervolgens moet er nog twee gebruikers aan het systeem toegevoegd worden. De eerste gebruiker (Bert) moet het systeem via de invoer van een code, de tweede (Anna) met behulp van een chip-sleutel kunnen activeren en deactiveren.
Voer in het gebruikersmenu de administratorcode 1234 in.
Voer nu via het toetsenbord 4 in. Het bedieningselement toont:
Oudecode = TERXON M ^-
Voer nu het gebruikersnummer van gebruiker 2 in. Deze luidt: X002. Druk op √. Op het display verschijnt:
G02: Gebr 02 TERXON M
Verander nu de naam via het toetsenbord van het bedieningspaneel, in ons geval BERT.
G02: BERND TERXON M
Druk op de invoertoets √. Nu wordt u gevraagd een nieuwe code in het systeem in te voeren.
Gebr 02: TERXON M
Voer bijv. 1111 in en bevestig dit met √. Via deze code kan de installatie op scherp en op 'niet op scherp' geschakeld worden. In de volgende stap wordt gebruikster Anna toegevoegd, die via de chip-sleutel de installatie moet activeren of deactiveren. Voer daarvoor in het gebruikersmenu de administratorcode 1234, gevolgd door 4, in. U ziet:
Oudecode = TERXON M ^-
Voer nu de code van gebruiker 3 in. Deze luidt: X003. Druk op √. Op het display verschijnt:
G03: Gebr 03 TERXON M
Verander nu de naam in ANNA en druk op de invoertoets ☑. Op het display verschijnt:
G03: ANNA TERXON M
Na indrukken van de invoertoets verschijnt op het display:
Gebr 03: TERXÖN M
Houd nu de chip-sleutel voor het bedieningselement. U hoort een dubbel signaal. De chip-sleutel werd met succes ingelezen. Als u dat wilt, kunt u aanvullend voor de gebruiker ook een PIN-code reserveren. In dat geval heeft de gebruiker de keuze, of hij het alarmsysteem via code of chip-sleutel activeren wil.
Wilt u de Terxon SX activeren, voer dan a.u.b. de code in of houd de chip-sleutel voor de installatie. U ziet de volgende weergave:
Door indrukken van de toetsen A of √ kunt u nu de gehele installatie op scherp schakelen. Via de toetsen B, C en D heeft u de mogelijkheid afzonderlijke deelbereiken te selecteren. Zo kunt u bijv. in het geval van deze voorbeeldinstallatie via het op scherp schakelen van het deelbereik B alleen de openingsmelder activeren en zodoende de uitgangsdeuren bewaken. De installatie is nu helemaal ingesteld.


Wilt u in plaats van signaalgever SG1650, SG1710 of SG1900 gebruiken, maak dan a.u.b. gebruik van de volgende aansluitschema's.

flowchart
graph TD
A["Buitensirene/Filter SG1710"] --> B["GND"]
A --> C["+N"]
A --> D["A"]
A --> E["G"]
A --> F["ASG"]
A --> G["AS"]
A --> H["SP"]
A --> I["SP"]
B --> J["Op1"]
B --> K["Op2"]
B --> L["Op3"]
B --> M["TR"]
C --> N["+12V"]
D --> O["+12V"]
E --> P["0V"]
F --> Q["0V"]
G --> R["Alarmcentrale"]
H --> R
I --> R
Bij gebruik van de sirene moet de transistoruitgang (programmeermenu: menupunt 081-083) op sirene (00) gezet zijn.

text_image
Sinea/Filter SG1900 Fail SET STROBE SIREN HOLD ve- HOLD ve+ TAMPER +Ve COM -Ve NC + -Gebruik voor het aansluiten van SG1900 de bijgevoegde weerstanden (1k Ohm). Vergeet niet de aansluiting van de interne accu van NC naar Battery (-) om te zetten. Lees a.u.b. hiervoor ook de gebruiksaanwijzingen van de overeenkomstige signaalgevers aandachtig door.
14 De eerste keer in gebruik nemen
Als u de voorbeeldinstallatie niet wilt gebruiken en direkt uw eigen programmering wilt beginnen, dan leest u a.u.b aandachtig de volgende punten. Let u op dat u bent vertrouwd geraakt met de belangrijkste begrippen van de centrale. U kunt de centrale nu in gebruik nemen.
- Sluit daarvoor de 12 V accu (7,0Ah) op de klemmen van de centrale met de juiste kleuren aan (rood = +12V, zwart = 0V).
- Sluit de beide PIN's van de kickstart-geleiderbrug met behulp van een schroevendraaier kort (zie pag. 14).
- De groene LED-weergave voor de spanning (≈) begint te knipperen en de zoemers van de bedieningselementen kunnen geactiveerd zijn. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gehouden te worden.
- Voer de standaardgebruikerscode in. Dat is: 1234. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gehouden te worden.
- Sluit eerst het huis van de inbraakalarminstallatie voordat u de 230V spanning aansluit.
- Voorzie de inbraakalarminstallatie van de 230V netspanning.
- De groene LED-weergave voor de spanning (≈) brandt continu.
- Voer nu via een bedieningselement in: 0 en vervolgens de standaardprogrammeercode 7890
- De weergave in het display toont: Installer Mode
- U bevindt zich nu in het programmeermenu van de inbraakalarminstallatie en kunt met het programmeren beginnen.
15 Opmerkingen over de programmering
15.1 Programmeermodus
Alle gegevens in de programmeermodus worden via het toetsenbord ingevoerd. De LCD-weergave geeft u informatie over uw invoer. Nadere informatie over de afzonderlijke programmeerpunten is vanaf pagina 30 te vinden.
Om een punt te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Voer eerst via het toetsenbord het uit drie cijfers bestaande nummer voor het menupunt in, (bijv. 001 voor zone 1), waarvan u de eigenschap wilt bekijken of wijzigen. Druk voor het bevestigen van uw invoer op de invoertoets √. Op de LCD-weergave wordt het geselecteerde menupunt weergegeven.
- Als u de instelling niet wilt wijzigen drukt u op de invoertoets √
- Anders voert u nu de nieuwe waarde via het toetsenbord in. De overeenkomstige waarde haalt u uit de programmeertabel. De nieuwe eigenschap wordt weergegeven.
- Om de nieuwe waarde op te slaan, drukt u ter bevestiging op de invoertoets √.
- Een nieuw punt kan pas geselecteerd worden als in het LCD-display Programmeer mode staat.
Voor het verlaten van het programmeermenu gaat u als volgt te werk:
- In het LCD- display staat: Programmeer mode
- Toets 099 in en bevestig uw invoer met de invoertoets. In het LCD- display staat: Ende prog ?
-
Bevestig uw invoer met de invoertoets √. Voor het annuleren van de invoer drukt u op de X-toets ✗
-
Heeft u de invoer met de invoertoets bevestigd, dan controleert de alarmcentrale de actueelste status van het systeem. Voor zover er geen storingen optreden, keert de alarmcentrale in de normale operationele status terug. U heeft het programmeermenu verlaten. De centrale bevindt zich in uitgeschakelde toestand.
- Treden er storingen op, dan worden deze nu weergegeven. Mogelijke storingen zijn:
- Sabotagecontact van de alarmcentrale of bedieningselement geopend
- Geen net- of accuvoeding aanwezig
- Een zone geopend, die ook in uitgeschakelde toestand van de centrale onmiddellijk een alarm afgeeft (24 uur, vuur, brand, sabotage)
Bij een systeemstoring wordt de programmeermodus niet verlaten. Verhelp eerst alle weergegeven systeemstoringen en voer de hierboven beschreven stappen opnieuw uit.
Fabriekscodes
Programmeercode/
Mastercode:
7890
Gebruikerscode 1/
Admincode:
1234
Gebruikerscode 2 – 16: X002....X016 (niet geldig)
Bedreigingscode
X017 (niet geldig)
15.2 Overzicht programmeermenu
Landinstelling (000 √ n √
Let op: Bij de wijziging van de landinstelling worden alle instellingen in het systeem op de fabriekswaarden van het desbetreffende land teruggezet.
| Menupunt | Instelling (n) | Betekenis |
| 000 | 0 UK – Groot-Brittannië | |
| 1 I – Italië | ||
| 2 EE – Spanje | ||
| 3 P – Portugal | ||
| 4 NL – Nederland | ||
| 5 FR – Frankrijk | ||
| 6 B – België | ||
| 7 D – Duitsland | ||
| 8 CH – Zwitserland | ||
| 9 A – Oostenrijk | ||
| X1 IRL – Ierland | ||
| X2 | OEM1 | |
| X3 | OEM2 | |
| X4 FI – Finland | ||
| X5 N – Noorwegen | ||
| X6 DK – Denemarken | ||
| X7 S – Zweden | ||
Zone-instelling (001 - 008 √ √in) √
Bij de zoneprogrammering programmeert u eerst de zonenaam en vervolgens de zone-eigenschap.
| Menupunt | Instelling (nn) | Betekenis |
| 001 - 008 | 00 NG – Niet in gebruik | |
| 01 OV – Overval | ||
| 02 VU – Vuur | ||
| 03 OM – Ohmiddellijk | ||
| 04 24 – 24 uur | ||
| 05 IU – In/uitgang | ||
| 06 IV – Ingang volgend | ||
| 07 TS – Trillingssensor | ||
| 08 TK – Techniek | ||
| 09 SK – Sleutelkastje | ||
| 10 BM – Brandmelder | ||
| Menupunt | Instelling (nn) | Betekenis |
| 11 SS – Sleutelschakelaar | ||
| 12 BS – Blokslot | ||
| 13 AM – niet vervoegbaar | ||
| 14 FB – Forbikobler zone | ||
Naast de zone-eigenschappen programmeert u bovendien de zone-attributen.
| Menupunt | Instelling (nn) | Betekenis | |
| X1 | C | -.Deurbel | |
| X2 | S – Meldertest | ||
| X3 | D – Dubbele activering | ||
| X4 | O – Zoneblokkeringen mogelijk | ||
| X7 | 1...6 | Gevoeligheid | |
| B | Bewaakt in bereik B | ||
| C | Bewaakt in bereik C | ||
| D | Bewaakt in bereik D | ||
Programmeercode (020 √ nnnn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 020 | nnnn | Programmeercode |
Zoneafsluiting (021 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 021 | 0 Geen weerstand NC | |
| 1 | Twee weerstandenDEOL | |
Intern volume (022 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 022 | 0 | Uit |
| 1...9 | Zacht...Hard |
Intern alarm (025 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 025 | 0 | Lokaal alarm volgend |
| 1 | Tot uitgeschakeld |

Alarm bij een mislukte activering (027 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 027 | 0 | Intern alarm |
| 1 | Lokaal |
Status weergave uitschakelen (028 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 028 | 0 | Nooituitsc |
| 1 | Na 180sec. uitschakelen | |
| 2 | 30sec. na code uitschakelen |
Extern alarm vertraging met geactiveerde
ingangsvertraging (029 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 029 | 0 | Uit |
| 1 | Aan |
Overvalalarm (030 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 030 | 0 | Hard |
| 1 | Stil |
Zonesabotage reset (031 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 031 | 0 | Geen progra nodig |
| 1 | Programmeercode |
Systeem-reset (033 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 033 | 0 | Geen prog nodig |
| 1 | Program.code |
Overval-reset (034 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 034 | 0 | Gebruiker-reset |
| 1 | Programmeer-reset |
Eerste melder alarm uitschakelen (035 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 035 | 0 | Eerste melderuitschakelen |
| 1 Eerste melder bewaken |
Systeemsabotage-reset (038 √ n √
| alarmMenupunt | Instelling | Betekenis |
| 038 | 0 | Gebruiker-reset |
| 1 | Programmeer-reset |
nakelen
Uitgangsmodus voor gehele bereik
(039 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 039 | 0 | Uitgangstijd |
| 1 | Handmatig | |
| 2 | Laatste | |
| 3 | Afsluiten |
deur
Systeem auto actief na alarm
(040 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 040 | 0 | Nooit |
| 1 | Eén | |
| 2 | Twee | |
| 3 | Drie | |
| 4 | Altijd |
Sirenevertraging (041 √ n √
| Menupwodig Instelling Betekenis | |||
| 041 | 0 | Geen | vertraging |
| 1 1,5 min vertraging | |||
| 2 3 min vertraging | |||
| 3 5 min vertraging | |||
| 4 10 min vertraging | |||
| 5 min vertraging | |||
| 6 20 min vertraging | |||
Sireneduur (042 √ n √
Uitgangstijd gehele bereik (044 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 044 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| 3 | 30 | sec. | |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
In-/uitgangsvertraging volume
(045 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 045 | 0 | Geen signaal |
| 1...9 1 = zacht - 9 = hard | ||
Sabotagealarm reactie (046 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 046 | 0 | Intern alarm |
| 1 | Bedieningselement | |
| Intern bedieningselement + |
Datum en tijd (051 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 051 | TnnMnnJnn | Invoer | datum |
| SnnMnn | Invoer | tijd | |
Zones en sabotage blokkeren (052 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 052 | 0 Zones blokkeren mogelijk | |
| 1 Zones en sabotage | blokkeren mogelijk | |
Annuleren - reset (053 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 053 | 0 | Optie zoals in punt 33 |
| 1 Reset door gebruiker | ||
Zonegedrag bij intern B (060 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 060 | 0 | In-/uitgangszone blijft in-/uitgangszone |
| 1 | In-/uitgangszone |
| onmiddellijke zone |
Zonegedrag bij intern B (061 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 061 | 0 Ingang volg. blijft ingang volg. | |
| 1 Ingang volg. wordt in- | /uitgangszone | |
Uitgangsmodus voor intern B (062 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 062 | 0 | Uitgangstijd signaal |
| 1 | Onmiddellijk | |
| 2 | Stil | |
| 3 | Zoals voor geheel op scherp |
Alarmgedrag bij intern B (063 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 063 | 0 | Alleen bedieningselement |
| 1 | Luidspreker bedieningselement | |
| 2 | Lokaal | |
| 3 Extern alarm (sirene en kiezer) | ||
Uitgangstijd bij intern B (065 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 065 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| 3 | 30 | sec. | |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
Zonegedrag E/A bij intern C (070 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 070 | 0 | In-/uitgangszone blijft in-/uitgangszone |
| wordt | 1 | In-/uitgangszone onmiddellijke zone |
Zonegedrag ing. volg. bij intern C (071 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 071 | 0 Ingang volg. blijft ingang volg. | |
| 1 Ingang volg. wordt in- | /uitgangszone | |
Uitgangsmodus voor intern C (072 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 072 | 0 | Uitgangstijd plus zacht signaal |
| 1 | Onmiddellijk | |
| 2 | Stil | |
| 3 | Zoals voor geheel op scherp |
Alarmgedrag bij intern C (073 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 073 | 0 | Bedieningselement |
| 1 | Luidsprekerbedieningselement | |
| 2 | Lokaal | |
| 3 | Extern+ sirene en kiezer) |
Uitgangstijd bij intern C (075 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 075 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| 3 | 30 | sec. | |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
Uitgangsmodus voor intern D (076 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 076 | 0 Uitgangstijd plus zacht signaal | |
| 1 | Onmiddellijk | |
| 2 | Stil | |
| 3 | Zoals voor geheel op scherp | |
Alarmgedrag bij intern D (077 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 077 | 0 | Bedieningselement |
| 1 | Luidsprekerbedieningselement | |
| 2 | Lokaal | |
| 3 Extern alarm (sirene en | kiezer) | |
en alarm
Uitgangstijd bij intern D (079 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 079 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| uitgangsmodus | 3 | 30 | sec. |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
en
alarm
alarm
(bed.-elem.
uitgangsmodus
Gedrag van de transistoruitgang 1
(081 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 081 | 00 | Sirene |
| 01 | In-/uitgang | |
| 02 | Actief | |
| 03 | Actief | |
| 04 Schok sensor reset | ||
| 05 | Looptest | |
| 06 | Gereed | |
| 07 | 24 | |
| 08 | Flitslicht | |
| 09 | Vuur | |
| 10 Sirenetest (met eigen | str.voorz.) | |
| 11 | Actief | |
| 12 | Actief | |
| 13 Uitgeschakeld impuls 1 | ||
| 26 | Actief | |
| 27 | Actief | |
| 28 | Actief | |
| 29 | Actief | |
| 30 Uitgeschakeld impuls 1 | ||
| 31 Uitgeschakeld impuls 2 | ||
| 32 Uitgeschakeld impuls 3 | ||
| 33 Uitgeschakeld impuls 4 | ||
| 34 | Vuur | |
| 35 | Overval | |
Gedrag van de transistoruitgang 2
(082 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 082 | Zie instelling | voor transistoruitgang 1 |
Gedrag van de transistoruitgang 3
(083 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 083 | Zie instelling voor transistoruitgang 1 | |
Gedrag van de uitgangen bij inbraakalarm
(085 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 085 | 0 | Stabiel tot uitgeschakeld |
| 1 | Weer | activeren |
Aanvullende ingangsvertraging
(086 √ n √
| Mergepont | Instelling | Betekenis | |
| volg | 0 | Uit | |
| stabiel | 1 | Aan | |
Bedieningselementalarm (087 √ n √
| volgendpunt | Instelling | Betekenis |
| 087 | 0 | Niet geactiveerd |
| volgend | 1 | Geactiveerd |
Gebeurtenisgeheugen (090 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| beveigend | 0 | Geheugen |
| impuls | 1 1 | Terugbladeren |
| 3 | Vooruitbladeren | |
| impuls | ×1 | Geheugen verlaten |
| impuls | ×2 | Tussen datum/tijd en gebeurtenis omschakelen |
| impuls | 3 | |
| impuls | 4 | |
Uitgang 1 testen (091 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 091 | √ | × | Test afsluiten |
Uitgang 2 testen (092 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 092 | √ | × | Test afsluiten |
Uitgang 3 testen (093 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis | ||
| 093 | √ | × | Test afsluiten | |
Interne luidspreker testen (094 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis | ||
| 094 | √ | × | Test afsluiten | |
Sirene bedieningselement testen (095 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis | ||
| 095 | √ | × | Test afsluiten | |

Looptest (097 √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 097 | √ | × | Test afsluiten |
Fabrieksinstelling herstellen (098 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 098 | Fabrieksinstelling herstellen |
Programmeermenu verlaten (099 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 099 | Programmeermenu verlaten |
Taalinstelling voor het OSD-menu
(126 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 126 | 0 Engl. = Engels | |
| 1 Ital. = Italiaans | ||
| 2 Span. = Spaans | ||
| 3 Port. = Portugees | ||
| 4 | Ned. | |
| 5 Fran. = Frans | ||
| 6 Duit. = Duits | ||
| 7 Noor. = Noors | ||
| 8 | Zwee. | |
| 9 Deen. = Deens | ||
| X1 Fin. = Fins | ||
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 1
(151 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 151 | 00 Niet in gebruik | |
| 01 | Vuur volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volgenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volenden volen | |
| 02 | Overval volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgend volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender volgender voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter volater voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter volter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voliter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voleter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter voltiter solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititter solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Soliiter Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititeer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer SolititerSolititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solatiter Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solitater Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solsolititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Soliliter Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer SolitITER Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer Solititer SOlitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitseltersolitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter soitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solitselter solselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselserselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselsellselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselseltselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselsalselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselslselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselsetselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselselsclatseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltselmseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltselteseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltselbseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltdeltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltneseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltselteneseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltsellsseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingsseltingssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalsssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssaalsalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalSSalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalccsalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalSSaalsalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalSSaalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssalssal SSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSSalssalSALSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSaALSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSALSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSALSSaALSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSSalSALISSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSsALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaAALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaAlSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALISSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaALSSaAALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaAALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALISSaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALII ISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaAL IIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaAL-IIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaAALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIIScAALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALII ISAALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIII ISAALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaALIIISaAL IIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aAL IIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIISaALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS aALIIIS a | |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 2
(152 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 152 | Zie instelling | voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 3
(153 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 153 | Zie instelling | voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 4
(154 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 154 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 | |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 5
(155 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 155 | Zie instelling | voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 6
(156 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 156 | Zie instelling | voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 7
(157√ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 157 | Zie instelling | voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 8
(158 √ nn √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 158 | Zie instelling | voor schakeluitgang 1 |
Inversie van de aanvullende schakeluitgangen
(159 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 159 | 0 | Niet geïnve (+ve valt weg) |
| 1 | Geïnverteerd (+ve wordt aangesloten) |
Duur van het actieve impuls 1 2 3 4
(170 √ n √ n √) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 170 | 00 | stabiel |
| 01 – 12 Duur impuls in seconden | ||
Schakeluitgang actief stabiel
(171 √ n √ n √) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 171 | A B C D Schakel | uitgang activeren bij een actief bereik |
Duur van het uitgeschakelde impuls 1
(172 √ n √ n √) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 172 | 00 | stabiel |
| 01 – 12 Duur impuls in seconden | ||
Schakeluitgang uitgeschakeld stabiel
(173 √ n √ n √) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 173 | A B C D Schake | uitgang activeren bij een uitgeschakeld bereik |
Schakeluitgang bij vuur
(174 √ n √ n √) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 174 | 0 | Schakeluitgang |
| 1 | Schakeluitgang |
Schakeluitgang bij overval
(175 √ n √ n √) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 175 | 0 | Schakeluitgang |
| 1 | Schakeluitgang |
Laatste uitgang settling-tijd
(182 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 182 | 07 | 7 | seconden |
| 08 | 8 | seconden | |
| 09 | 9 | seconden | |
| 10 | 10 | seconden | |
| 11 | 11 | seconden | |
| 12 | 12 | seconden | |
Display regel veranderen (183 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 183 | Max. 16 tekens | C/D – links / rechts |
Vuur signaalgever (184 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 184 | 0 | UIT |
| 1 | AAN |

uit
;
Sleutelschakelaar auto reset (185 √) √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 185 | 0 | UIT |
| 1 | AAN |
Weergave zoneweerstand (199 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 199 | Toetsen 1 + 3 zonekeuze | |
Ingangsvertragingsgroep 1 (201 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 201 | 1 | 10 | seconden |
| 2 | 20 | seconden | |
| 3 | 30 | seconden | |
| 4 | 45 | seconden | |
| 5 | 60 | seconden | |
| 6 | 120 | seconden | |
Ingangsvertragingsgroep 2 (202 √ n √
zie 201
Ingangsvertragingsgroep 3 (203 √ n √
zie 201
Ingangsvertragingsgroep 4 (204 √ n √
zie 201
Softwareversie (991 √)
15.3 Instelling in het programmeermen
000 Landinstellingen
Gebruik deze instelling om de inbraakalarinstallatie met de overeenkomstige landconfiguratie uit te rusten. Bij het laden van de landinstellingen gaan alle voor de gebruiker gedefinieerde instellingen verloren. Wilt u alleen de taal van de weergave van het bedieningselement wijzigen, gebruik dan het menupunt 126 (taal).
Vanuit het gebruikersniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 0
- Voer de programmeercode in: 7890
In het LCD- display staat: INSTALLER MODE - Voer op het bedieningselement in: 000 √
- In het LCD- display staat: 000:Land=DE
- Voer op het bedieningselement in: 4
- In het LCD- display staat: 000:COUNTRY=NL
- Voer op het bedieningselement in: √
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
Met deze instelling heeft u de voorinstellingen voor Nederand verricht. Pas na deze instelling stemmen de gemarkeerde waarden van het programmeeroverzicht met de ingestelde waarden van de inbraakalarinstallatie overeen.
001 – 008 zone-instelling
Onder het punt Zone-instelling verricht u zowel de instelling voor de naam van de zone als ook de zone-eigenschap.
Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 001 √
- In het LCD- display staat: 001: ZONE 01
-
De cursor knippert onder de eerste letter.
-
Gebruik het toetsenbord om de naam van de zone met maximaal 12 tekens in te voeren.

text_image
A B C D 1 2 3 → ✓ 4 5 6 GHI JKL MNØOO × 7 8 9 WXYZ 0 PQRS TUV Leertaste '():!&- Hieronder wordt als naam van de zone het woord "ENTREE" ingevoerd.
Voer daarvoor op het bedieningselement in:
3 3 3 E C - volgende positie -
4 4 4 4 N C - volgende positie -
6 6 6 - T C - volgende positie -
4 4 - R C - volgende positie -
2 2 - E C - volgende positie -
6 6 6 - E C - volgende positie -
4 4
- Heeft u iets verkeerd getypt, dan kunt u met de D-toets □D de cursor achteruit bewegen.

- Een letter of een cijfer wist u door op deze positie met behulp van de 0-toets 0 een spatie te zetten.
- Heeft u een nieuwe naam van de zone ingevoerd, bevestig dan uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
Na de invoer van de naam van de zone vindt de invoer van de zone-eigenschap plaats. De desbetreffende zone-eigenschappen worden op de pagina's 19 en 20 in deze handleiding uitgelegd. Ga voor de invoer van de zone-eigenschap als volgt te werk:
- Gebruik het toetsenbord om de zone-eigenschap in te voeren en druk op:
| 00 | NG – Zone niet in gebruik |
| 01 | OV – Overval |
| 02 | BR – Vuur |
| 03 | NA – Onmiddellijk |
| 04 | 24 – 24 uur |
| 05 | LD – In-/uitgang |
| 06 | IR – Ingang volgend |
| 07 | TS – Trillingsmelder |
| 08 | TE – Techniekzone |
| 09 | KB – Sleutelkastje |
| 10 | SD – Brandmelder |
| 11 | KM – Sleutelschakelaar impuls |
| 12 | KS – Sleutelschakelaar stabiel |
| 13 | AM – niet vervoegbaar |
| 14 | FB – Forbikobler |
- Aanvullend op de zone-eigenschap voert u in, voor welk bereik deze zone bewaakt moet worden. De uitleg over de bereiken vindt u op pagina 20 in deze handleiding. Gebruik het toetsenbord om het bereik te programmeren en druk op:
| E | Deze zone is bewaakt als het bereik A geactiveerd werd.In het LCD- display staat: a |
| B | Deze zone is bewaakt als het bereik B geactiveerd werd.In het LCD- display staat: b |
| C | Deze zone is bewaakt als het bereik C |
| geactiveerd werd.In het LCD- display staat: c | |
| d | Deze zone is bewaakt als het bereik D geactiveerd werd.In het LCD- display staat: d |
- Naast de zone-eigenschap en het bereik waarin de zone bewaakt moet worden, is er nog een zoneattribuut. Gebruik het toetsenbord om de zoneattributen te programmeren en druk op:
| X1 | B – DeurbelDe centrale genereert elke keer een signaal op het bedieningselement en de luidspreker als een zone met dit zoneattribuut geactiveerd wordt. Dit geldt alleen als de inbraakalarminstallatie uitgeschakeld is.Dit zoneattribuut staat voor zones met de eigenschap Onmiddellijk, In-/uitgang, Ing. volgend en trillingsmelder ter beschikking. |
| X2 | T – MeldertestZones met dit zoneattribuut zijn in één testfunctie. U gebruikt deze testfunctie als u van mening bent dat een melder een vals alarm zou kunnen activeren. Deze zone gaat in een 14-daagse test. Activeert deze zone binnen deze 14 dagen, dan wordt er geen alarm afgegeven. De melder wordt uit de bewaking genomen en er volgt een melding in het display.Activeert de zone binnen de 14 dagen niet, dan wordt de zonetest afgesloten, het zoneattribuut gewist en de zone werkt weer normaal.Dit zoneattribuut staat voor zones met de eigenschap Onmiddellijk, Ingang volgend, Techniek en Trillingsmelder ter beschikking. |
| X3 | D – ZonekoppelingZones met dit zoneattribuut activeren pas een alarm als nog een zone binnen een tijdvenster van 5 minuten activeertof als een zone minimaal 10 seconden geopend is (bijv.: magneetcontacten).Deze functie reduceert valse alarmen door afzonderlijke melders tot een minimum, maar kan onder bepaalde omstandigheden ertoe leiden dat een inbraak pas laat of helemaal niet herkend wordt.Dit zoneattribuut staat voor zones met de eigenschap Onmiddellijk of Ingang volgend ter beschikking. |
| X4 | O – ZoneblokkeringenZones met dit zoneattribuut kunnen door de gebruiker handmatig geblokkeerd en uit de bewaking uitgeschakeld worden. |
- Naast de zone-eigenschappen en zone-attributen kunt u bij sommige zone-eigenschappen nog aanvullende instellingen verrichten. Zo moet u bij een in-/uitgangszone en de ing. volgend zone de ingangsvertragingstijd vastleggen en bij de zone trillingsmelder de gevoeligheid ervan. Gebruik het toetsenbord om aanvullende eigenschappen te programmeren en druk op:
| X7 | Bij zones met de zone-eigenschap in-/uitgang of ing. volgend programmeert u hiermee de overeenkomstige ingangsvertragingstijdgroep.Druk vervolgens op de toets:1 voor de vertragingsgroep 12 voor de vertragingsgroep 23 voor de vertragingsgroep 34 voor de vertragingsgroep 4 |
| X7 | Bij zones met de zone-eigenschap trillingsmelder programmeert u hiermee de gevoeligheid. Druk vervolgens op de toets 1-6:1 ongevoelig6 gevoelig |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
OPMERKING: De vertragingstijd voor de in-/uitgangszone moet langer zijn dan die van de ing. volgend zone. De tijd voor de ingangsvertragingstijdgroep programmeert u in het punt 201 t/m 204.
020 Wijzigen van de programmeercode
Voor het wijzigen van de programmeercode, die voor de toegang tot het programmeernenu nodig is. Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 020 √
- In het LCD- display staat: 020: CODE
- De cursor knippert aan het einde van de instelling.
- Gebruik het toetsenbord om de nieuwe uit vier cijfers bestaande programmeercode in te voeren.
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

021 Wijzigen van de zoneafsluiting
Voor het wijzigen van de zoneafsluiting voor de ingangen van de inbraakalarminstallatie. Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk: ____
- Voer op het bedieningselement in: 021 √
- In het LCD- display staat: 021: CC + A/T
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | CC + A/TBij deze zoneafsluiting mag er geen weerstand in de alarmzone gebruikt worden. Tijdens het openen van de zone wordt er een alarm geactiveerd. Het sabotagecontact van de melder moet apart op de inbraakalarminstallatie aangesloten worden.Neem de aansluitdiagrammen voor de bedrading met NC + Sabo in acht. |
| 01 | FSL 2K2/4K7Bij deze zoneafsluiting moeten twee weerstanden met verschillende waarden worden gebruikt. Afhankelijke van welke weerstandswaarde gewijzigd wordt, activeert de inbraakalarminstallatie een alarm of sabotage. De sabotage-ingang op de centrale heeft geen functie.Neem de aansluitdiagrammen voor de bedrading met DEOL in acht. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
022 Wijzigen van het volume bij een intern alarm
Voor het wijzigen van de zoneafsluiting voor de ingangen van de inbraakalarminstallatie. Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 022 √
- In het LCD- display staat: 022: D.BelVol=3
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0-9 | D.BelVolVermeld hier, met welk volume het interne alarm via het bedieningselement en de (opt.) aangesloten luidspreker moet worden afgegeven.Druk op de toets:0 uit1 zacht9 hard |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
025 Intern alarm
Voor het wijzigen van de eigenschap van het interne alarm gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 025 √
- In het LCD- display staat: 025: LS Tijd
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Int alarm volgt lokaal alarmHet interne alarm volgt de ingevoerde tijden voor de buitensirene |
| 1 | Int. alarm tot uitgeschakeldHet interne alarm loopt tot de alarmcentrale uitgeschakeld werd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
027 Alarm bij een mislukte activering
Voor het wijzigen van de eigenschap van het alarm bij een mislukte activering gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 027 √
- In het LCD- display staat: 027: INTERN
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Het alarm bij een mislukte activering wordt via de interne signaalgever afgegeven. |
| 1 | Het alarm bij een mislukte activering wordt bovendien via de buitensirene lokaal afgegeven. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
028 Statusweergave
Voor het wijzigen van de eigenschap van de statusweergave gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 028 √
- In het LCD- display staat: 028: Status UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | De weergave blijft permanent geactiveerd. Het systeem geeft altijd weer of de alarmcentrale geactiveerd of gedeactiveerd is. |
| 1 | De weergave van de toestand van de centrale blijft na invoer van de gebruikerscode 180 seconden geactiveerd, daarna wisselt deze weer naar de datum&tijdweergave. |
| 2 | De weergave schakelt 30 seconden na elke gebeurtenis weer terug naar de datum&tijdweergave. Let erop dat ook de LED's maar 30 seconden branden. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
029 Toegangsalarmvertraging
Voor het wijzigen van de eigenschap van de toegangsalarmvertraging gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 029 √
- In het LCD- display staat: 029: VERtraginUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | De alarmcentrale genereert onmiddellijk een alarm als de gebruiker van de vastgelegde ingangsroute afwijkt. |
| 1 | De alarmcentrale verlengt de ingangsvertraging met nog eens 30 seconden als de gebruiker van de vastgelegde ingangsroute afwijkt.Daarbij wordt een intern alarm geactiveerd om de gebruiker erop te wijzen dat hij een fout heeft begaan. Wordt de gebruikerscode binnen ingangsvertragingstijd ingevoerd, dan wordt een lokaal alarm vermeden en de alarmcentrale gereset. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

030 Stille overval
Voor het wijzigen van de eigenschap van het stille overvalalarm gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 030 √
- In het LCD- display staat: 030: OV Luid
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | OV LuidBij het activeren van het overvalalarm genereert de alarmcentrale lokaal een alarm. |
| 1 | OV StilBij het activeren van het overvalalarm genereert de alarmcentrale lokaal geen alarm. Het alarm wordt alleen via relaiscontacten afgegeven en via de opt. kiezer doorgegeven. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
031 Zonesabotage
Voor het wijzigen van de eigenschap van de zonesabotage gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 031 √
- In het LCD- display staat: 031: EngTmpRstUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Geen programmeercode nodig (UIT)Bij het activeren van een sabotagealarm is de invoer van de gebruikerscode voldoende om de sabotagemelding te bevestigen. |
| 1 | Programmeercode nodig (AAN)Bij het activeren van een sabotagealarm is na de invoer van de gebruikerscode voor het deactiveren |
| van het alarm nog de invoer van de programmeercode nodig om het sabotagealarm te wissen. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
033 Systeem-reset
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeemreset gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 033 √
- In het LCD- display staat: 033: Inst.Rst UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Systeem-reset (UIT)Bij de weergave van een systeemfout is alleen de invoer van een gebruikerscode nodig om de melding te bevestigen. |
| 1 | Systeem-reset (AAN)Bij de weergave van een systeemfout is de invoer van een programmeercode nodig om de melding te bevestigen. |
Let a.u.b. op het volgende: Bepaalde gebeurtenissen vereisen altijd de invoer van een programmeercode. Dit zijn: Uitval of storing op een bedieningselement Uitval van de 12V voedingszekering Lage accu in de centrale
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
034 Overval-reset
Voor het wijzigen van de eigenschap van de overval-reset gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 034 √
- In het LCD- display staat: 034: OV Gebr RST
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | OV Gebr RSTOm een overvalalarm te resetten, is alleen de invoer van een geldige gebruikerscode nodig. |
| 1 | OV Inst RSTOm een overvalalarm te resetten, is na de invoer van een geldige gebruikerscode voor het deactiveren van het alarm nog de invoer van een programmeercode nodig om het overvalalarm te wissen. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
035 Eerste-alarmreactie
Voor het wijzigen van de eigenschap van de eerste-alarmreactie gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 035 √
- In het LCD- display staat: 035: Lock-outAAN.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Eerste melder uitschakelen, Lock-outAANNa afloop van de alarmtijd (alarmtijd van de lokale alarmering van de buitensirene) wordt de alarmcentrale weer geactiveerd. De zone die het alarm heeft geactiveerd, wordt niet meer bewaakt. |
| 1 | Eerste melder bewaken, Her-in |
| Na afloop van de alarmtijd (alarmtijd van de lokale alarmering van de buitensirene) wordt de alarmcentrale weer geactiveerd. De zone die het alarm heeft geactiveerd, wordt ook weer bewaakt. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
038 Systeemsabotage-reset
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeemsabotage-reset gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 038 √
- In het LCD- display staat: 038: EngSysTm UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | EngSysTm UITBij een systeemsabotage is het mogelijk de alarmcentrale door de invoer van de gebruikerscode te resetten. |
| 1 | EngSysTm AANBij een systeemsabotage is het alleen door de invoer van de bouwercode mogelijk de alarmcentrale te resetten. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

039 Uitgangsmodus voor geheel op scherp (A)
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsmodus voor geheel op scherp gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 039 √
- In het LCD- display staat: 039: A=Tijdsbep.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | A=Tijdsbep.Na het activeren van de alarmcentrale begint de geprogrammeerde uitgangsvertragingstijd te lopen. Na afloop van de vertragingstijd wordt de alarmcentrale geactiveerd. Mochten er op dit tijdstip zones geopend zijn, dan wordt er een alarm afgegeven. |
| 1 | A=AfbrekenNa het activeren van de alarmcentrale begint de uitgangsvertragingstijd te lopen. De vertragingstijd loopt zo lang, tot een met een bedieningselement verbonden toets bediend wordt, die de uitgangsvertragingstijd handmatig beëindigd. De uitgangsvertraging wordt zeven seconden na indrukken van de toets beëindigd. |
| 2 | A=Lst. DeurNa het activeren van de alarmcentrale begint de uitgangsvertragingstijd te lopen. De vertragingstijd loopt zo lang, tot een zone met de zone-eigenschap in-/uitgang gesloten werd. De uitgangsvertraging wordt zeven seconden na indrukken van de toets beëindigd. |
| 3 | A=Schakel. ENa het activeren van de alarmcentrale begint de vertragingstijd te lopen. De vertragingstijd loopt zo lang, tot een zone met de eigenschap in-/uitgang gesloten werd en ér bovendien na het sluiten van de zone een contact dat met |
| het bedieningselement verbonden is, geopend werd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
040 Systeem auto op scherp
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeem auto op scherp gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 040 √
- In het LCD- display staat: 040: Her-in=Altyd
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Her-in=NooitNa het activeren van het alarm loopt het alarm tot aan de ingestelde alarmtijd van de buitensignaalgever. Mocht nog een melder na afloop van de ingestelde alarmtijd nog een alarm van de alarmcentrale melden, dan wordt echter niet weer opnieuw een alarm geactiveerd. |
| 1-4 | Her-in=1 / 2 / 3 / AltydNa het activeren van het alarm loopt het alarm tot aan de ingestelde alarmtijd van de buitensignaalgever. Al naar gelang de ingevoerde waarde wordt de centrale één, twee, drie keer of altijd geactiveerd. Mocht er opnieuw een alarmmelding optreden, dan wordt er weer een alarm geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
041 Sirenevertraging
Voor het wijzigen van de eigenschap van de sirenevertraging gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 041 √
- In het LCD- display staat: 041: SirVertr 0
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | Sir. Vertr 0Na het activeren van het alarm wordt de lokale alarmering zonder vertraging gestart. |
| 2 | Sir. Vertr 1,5Na het activeren van het alarm wordt de lokale alarmering na een vertraging van 1,5 minuten geactiveerd. |
| 3 | Sir. Vertr 3Na het activeren van het alarm wordt de lokale alarmering na een vertraging van 3 minuten geactiveerd. |
| 4 | Sir. Vertr 10Na het activeren van het alarm wordt de lokale alarmering na een vertraging van 10 minuten geactiveerd. |
| 5 | Sir. Vertr 15Na het activeren van het alarm wordt de lokale alarmering na een vertraging van 15 minuten geactiveerd. |
| 6 | Sir. Vertr 20Na het activeren van het alarm wordt de lokale alarmering na een vertraging van 20 minuten geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
042 Sireneduur
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeem auto op scherp gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 042 √
- In het LCD- display staat: 042: SirTijd =3
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | SirTijd =1,5Na de alarmering wordt de lokale alarmering 1,5 minuten geactiveerd. |
| 2 | SirTijd =3Na de alarmering wordt de lokale alarmering 3 minuten geactiveerd. |
| 3 | SirTijd =5Na de alarmering wordt de lokale alarmering 5 minuten geactiveerd. |
| 4 | SirTijd =10Na de alarmering wordt de lokale alarmering 10 minuten geactiveerd. |
| 5 | SirTijd =15Na de alarmering wordt de lokale alarmering 15 minuten geactiveerd. |
| 6 | SirTijd =20Na de alarmering wordt de lokale alarmering 20 minuten geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

044 Uitgangsvertragingstijd A
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsvertragingstijd bij geheel op scherp A gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 044 √
- In het LCD- display staat: 044: Uitlp.A=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | Uitlp.A=10Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 10 seconden. |
| 2 | Uitlp. A=20Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 20 seconden. |
| 3 | Uitlp. A=30Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 30 seconden. |
| 4 | Uitlp. A=45Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 45 seconden. |
| 5 | Uitlp. A=60Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 60 seconden. |
| 6 | Uitlp. A=120Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
045 In-/uitgangsvertragingssignaal volume
Voor het wijzigen van de eigenschap van het volume van het in-/uitgangsvertragingssignaal gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 045 √
- In het LCD- display staat: 045: I/U VOL=5
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | I/U VOL=UITIn-/uitgangsvertragingssignaal uit. |
| 1-9 | I/U VOL=1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / 7 / 8 / 9In-/uitgangsvertragingssignaal zacht (19 tot hard (9) |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
046 Sabotagealarm
Voor het wijzigen van de eigenschap van het sabotagealarm met gedeactiveerde alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 046 √
- In het LCD- display staat: 046: Intern
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Intern,Bij sabotagealarm in de gedeactiveerde toestand van de alarmcentrale wordt alleen een intern alarm geactiveerd. |
| 1 | CodebdBij sabotagealarm in gedeactiveerde toestand van de alarmcentrale wordt het B-element geactiveerd. |
| 2 | Int+RKPBij sabotagealarm in gedeactiveerde toestand van de alarmcentrale wordt het B-element en het interne alarm geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
051 Datum en tijd
Voor het wijzigen van de datum en de tijd gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 051 √
- In het LCD- display staat bijv.: 051: D03 M02 J05
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en voer de dag in:
- Bevestig uw invoer met √
- Voer met behulp van het toetsenbord de maand in. (januari t/m september = 01 t/m 09)
- Bevestig uw invoer met √
- Voer met behulp van het toetsenbord het jaar in.
- Bevestig uw invoer met √
- De weergave wisselt, voert u nu met behulp van het toetsenbord het uur in.
- Bevestig uw invoer met √
- Voer met behulp van het toetsenbord de minuut in.
- Bevestig uw invoer met √
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
052 Sabotage blokkeren
Voor het wijzigen van de eigenschap van de sabotage gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 052 √
- In het LCD- display staat: 052: Overbr Alarm
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Overbr AlarmHet is alleen mogelijk afzonderlijke zones te blokkeren, een sabotagezone of een sabotagealarm kan niet geblokkeerd worden. |
| 1 | Overbr Al+TaHet is mogelijk afzonderlijke zones en ook sabotagezones of een sabotagealarm uit de bewaking te blokkeren. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
053 Afbreken - reset
Voor het wijzigen van de eigenschap afbreken reset, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 053 √
- In het LCD- display staat: 053: Afbr.=Syst.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Afbr.=Syst.De reset na een afgebroken alarm vindt plaats zoals in functie 33 ingesteld. |
| 1 | Afbr.=GebrNa een afgebroken alarm mag de gebruiker de reset uitvoeren. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

060 Gedrag I/U bij intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van de eigenschap van de in-/uitgangszone bij intern op scherp (B) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 060 √
- In het LCD- display staat: 060: B=LD =LD
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | LD = LDEen als in-/uitgang geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij interne activering en start daardoor de ingangsvertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
| 1 | LD = NAEen als In-/uitgang geprogrammeerde zone verandert zijn zone-eigenschap bij een interne activering naar Onmiddellijk en geeft een alarm bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering af. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
061 Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van de zone-eigenschap bij intern op scherp (B) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 061 √
- In het LCD- display staat: 061: B=IR =IR
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | IR = IREen als ingang volgendgeprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij een interne activering en maakt het betreden van deze zones mogelijk terwijl de ingangsvertraging loopt. |
| 1 | IR = LDEen als Ingang volgendgeprogrammeerde zone verandert zijn zone-eigenschap bij een interne activering naar ln-/uitgang en start de vertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
062 Gedrag uitgangsmodus intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsmodus bij intern op scherp (B) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 062 √
- In het LCD- display staat: 062: B=LEISE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | B=A+LagetoonHet akoestische signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd wordt met half volume afgegeven. |
| 1 | B=DirectBij een interne activering wordt de alarmcentrale onmiddellijk, d.w.z. zonder vertragingstijd intern geactiveerd. |
| 2 | B=StilEr wordt geen akoestisch signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd afgegeven. Na het verstrijken van de vertragingstijd geeft de centrale een kort signaal af. |
| 3 | B=ADe uitgangsmodus voor intern op scherp B is net als de uitgangsmodus voor geheel op scherp A |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
063 Alarmgedrag bij intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van het alarmgedrag bij intern op scherp (B) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 063 √
-
In het LCD- display staat: 063: B = B-TEIL
-
Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
| 0 | CodebdAlleen de bediendelen worden geactiveerd. |
| 1 | InternBij alarm worden de bediendelen en het interne alarm geactiveerd. |
| 2 | LokaalBij alarm worden de bediendelen, het interne alarm en de buitensirene geactiveerd. |
| 3 | Voll.Bij alarm worden naast de bediendelen en de interne signalering ook de buitensirene en de uitgangen geactiveerd |
065 Uitgangsvertragingstijd intern B
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsvertragingstijd bij intern op scherp B gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 065 √
- In het LCD- display staat: 065: UitloopB=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | UitloopB=10Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 10 seconden. |
| 2 | UitloopB=20Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 20 seconden. |
| 3 | UitloopB=30Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 30 seconden. |


| 4 | UitloopB=45Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 45 seconden. |
| 5 | UitloopB=60Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 60 seconden. |
| 6 | UitloopB=120Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
070 Gedrag I/U bij intern op scherp (C)
Voor het wijzigen van de zone-eigenschap van de in-/uitgangszone bij intern op scherp (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 070 √
- In het LCD- display staat: 070: C=LD =LD
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | LD = LDEen als in-/uitgang geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij interne activering en start daardoor de ingangsvertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
| 1 | LD = NAEen als In-/uitgang geprogrammeerde zone verandert zijn zone-eigenschap bij een interne activering naar Onmiddellijk en geeft een alarm bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering af. |
-
Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
071 Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (C)
Voor het wijzigen van de zone-eigenschap van de ingang volgend zone bij intern op scherp (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 071 √
- In het LCD- display staat: 071: C=IR =IR
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | EF = EF Een als ingang volgend geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij een interne activering en maakt het betreden van deze zones mogelijk terwijl de ingangsvertraging loopt. |
| 1 | IR = LD Een als Ingang volgend geprogrammeerde zone verandert zijn zone-eigenschap bij een interne activering naar In-/uitgang en start de vertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
072 Gedrag uitgangsmodus intern (C)
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsmodus bij interne activering (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 072 √
- In het LCD- display staat: 072: C=LEISE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | C=A+LagetoonHet akoestische signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd wordt met half volume afgegeven. |
| 1 | C=DirectBij een interne activering wordt de alarmcentrale onmiddellijk, d.w.z. zonder vertragingstijd intern geactiveerd. |
| 2 | C=StilEr wordt geen akoestisch signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd afgegeven. Na het verstrijken van de vertragingstijd geeft de centrale een kort signaal af. |
| 3 | C=ADe uitgangsmodus voor intern op scherp B is net als de uitgangsmodus voor geheel op scherp A |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
073 Alarmgedrag bij intern (C)
Voor het wijzigen van het alarmgedrag bij interne activering (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 073 √
- In het LCD- display staat: 073: C = BT/INT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | C=CodebdAlleen de bedieningselementen worden geactiveerd. |
| 1 | D=InternBij alarm worden de bedieningselementen en het interne alarm geactiveerd. |
| 2 | C=LokaalBij alarm worden de bedieningselementen, het interne alarm en de buitensirene geactiveerd. |
| 3 | C=VollBij alarm worden naast de bedieningselementen en de interne signalering ook de buitensirene en de uitgangen geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

075 Uitgangsvertragingstijd intern C
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsvertragingstijd bij intern op scherp C gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 075 √
- In het LCD- display staat: 075: UitloopC=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | UitloopC=10Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 10 seconden. |
| 2 | UitloopC=20Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 20 seconden. |
| 3 | UitloopC=30Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 30 seconden. |
| 4 | UitloopC=45Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 45 seconden. |
| 5 | UitloopC=60Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 60 seconden. |
| 6 | UitloopC=120Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
076 Gedrag uitgangsmodus intern (D)
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsmodus bij interne activering (D) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 076 √
- In het LCD- display staat: 076: D=LEISE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | D=A+LagetoonHet akoestische signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd wordt met half volume afgegeven. |
| 1 | D=DirectfBij een interne activering wordt de alarmcentrale onmiddellijk, d.w.z. zonder vertragingstijd intern geactiveerd. |
| 2 | D=StilEr wordt geen akoestisch signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd afgegeven. Na het verstrijken van de vertragingstijd geeft de centrale een kort signaal af. |
| 3 | D=ADe uitgangsmodus voor intern op scherp B is net als de uitgangsmodus voor geheel op scherp A |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
077 Alarmgedrag bij intern (D)
Voor het wijzigen van het alarmgedrag bij interne activering (D) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 077 √
- In het LCD- display staat: 077: D = BT/INT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | D=CodebdAlleen de bedieningselementen worden geactiveerd. |
| 1 | D=InternBij alarm worden de bedieningselementen en het interne alarm geactiveerd. |
| 2 | D=LokaalBij alarm worden de bedieningselementen, het interne alarm en de buitensirene geactiveerd. |
| 3 | D=Voll.Bij alarm worden naast de bedieningselementen en de interne signalering ook de buitensirene en de uitgangen geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
079 Uitgangsvertragingstijd intern D
Voor het wijzigen van de eigenschap van de uitgangsvertragingstijd bij intern op scherp D gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 079 √
- In het LCD- display staat: 079: UitloopD=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | UitloopD=10Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 10 seconden. |
| 2 | UitloopD=20Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 20 seconden. |
| 3 | UitloopD=30Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 30 seconden. |
| 4 | UitloopD=45Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 45 seconden. |
| 5 | UitloopD=60Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 60 seconden. |
| 6 | UitloopD=120Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

081 Transistoruitgang OP1
Voor het wijzigen van het gedrag van de transitoruitgang OP1 op de printplaat van de alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 081 √
- In het LCD- display staat: 081: SIRENE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | SireneDeze uitgang wordt bij een lokaal en extern alarm geactiveerd. De instellingen voor de sirenevertraging en de sireneduur stelt u in het menu 41 of 42 in. |
| 01 | I/U volgendDeze uitgang wordt geactiveerd als de in- of uitgangsvertraging actief is. Let er a.u.b. op dat deze uitgang niet geactiveerd wordt als de uitgangsmodus intern op Stil of Onmiddellijk geprogrammeerd werd. |
| 02 | Aan LEDDeze uitgang wordt geactiveerd als de alarmcentrale compleet of intern geactiveerd is. |
| 03 | PIR geh.Deze uitgang wordt geactiveerd als de alarmcentrale compleet of intern geactiveerd wordt. Bovendien wordt de uitgang geactiveerd als de alarmcentrale gereset wordt of een looptest gestart werd. |
| 04 | TrilsensorDeze uitgang wordt aan het begin van de uitgangsvertraging voor 5 seconden geactiveerd. |
| 05 | LooptestDeze uitgang wordt tijdens de gebruiker- en programmeur-looptest geactiveerd. De uitgang wordt met de looptest-ingang van de bewegingsmelder verbonden. |
| 06 | Gereed LEDDeze uitgang wordt geactiveerd als de alarmcentrale gereed is voor het compleet of intern activeren. De alarmcentrale is gereed, ook als de zones met de eigenschappen in-/uitgang of ingang volgend geopend zijn. |
| 07 | 24 uur alrmDeze zone wordt geactiveerd als een zone een alarm activeert waarvan de zone-eigenschap 24 uur is. De uitgang wordt gedeactiveerd als de alarmcentrale gedeactiveerd wordt. |
| 08 | FlitserDeze uitgang wordt geactiveerd als een lokaal of extern alarm geactiveerd wordt. De uitgang blijft actief tot de alarmcentrale gedeactiveerd wordt. |
| 09 | Brand ResetDeze uitgang wordt gebruikt om rookmelders te resetten. Deze uitgang wordt na elk deactiveren en resetten van de alarmcentrale na een alarm minimaal 3 seconden geactiveerd. |
| 10 | Sirene testDeze uitgang na het programmeren geactiveerd en tijdens het uitvoeren van de sirenetest (opdracht 91 in het programmeermenu) gedeactiveerd. |
| 11 | Flitser SetDeze uitgang wordt 10 seconden geactiveerd, nadat de alarmcentrale geactiveerd werd en de alarmcentrale actief is. De uitgang kan gebruikt worden om een bevestiging van actief af te geven. |
| 12 | Aan UG1Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 170) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) geactiveerd werd (opdracht 171). |
| 13 | Uit UG1Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 172) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedeactiveerd werd (opdracht 173). |
| 26 | Aan UG1Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 170) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) geactiveerd werd (opdracht 171). |
| 27 | Aan UG2Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 170) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) geactiveerd werd (opdracht 171). |
| 28 | Aan UG3Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 170) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) geactiveerd werd (opdracht 171). |
| 29 | Aan UG4Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 170) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) geactiveerd werd (opdracht 171).De uitgang wordt ook geactiveerd als een vuur- of overvalalarm werd geactiveerd. |
| 30 | Uit UG1Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 172) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedeactiveerd werd (opdracht 173). |
| 31 | Uit UG2Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 172) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedeactiveerd werd (opdracht |
| 173). | |
| 32 | Uit UG3Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 172) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedeactiveerd werd (opdracht 173). |
| 33 | Uit UG4Deze uitgang wordt voor een instelbare periode (opdracht 172) geactiveerd als de centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedeactiveerd werd (opdracht 173). |
| 34 | BrandDeze uitgang wordt geactiveerd als een vuuralarm werd geactiveerd. De uitgang blijft zo lang actief tot het alarm gedeactiveerd werd. |
| 35 | OVDeze uitgang wordt geactiveerd als een vuuralarm werd geactiveerd. De uitgang blijft zo lang actief tot het alarm gedeactiveerd werd. |
-
Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
082 Transistoruitgang OP2
Voor het wijzigen van het gedrag van de transitoruitgang OP2 op de printplaat van de alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
-
Voer op het bedieningselement in: 082 √
-
In het LCD- display staat: 082: Flitser
-
Gebruik het toetsenbord om uit de hierboven beschreven punten te kiezen en voer de functie overeenkomstig in:

083 Transistoruitgang OP3
Voor het wijzigen van het gedrag van de transitoruitgang OP3 op de printplaat van de alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 083 √
- In het LCD- display staat: 083: Flitser
- Gebruik het toetsenbord om uit de hierboven beschreven punten te kiezen en voer de functie overeenkomstig in:
085 Inbraakuitgang
Voor het wijzigen van het gedrag van de transitoruitgang bij inbraakalarm gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 085 √
- In het LCD- display staat: 085: Inbr=Contin.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | Contin.De uitgang blijft geactiveerd tot de gebruiker of programmeur de alarmcentrale reset. |
| 01 | Her-inDe uitgang wordt na het verstrijken van de ingestelde sireneduur gereset. Deze kan bij een herhaald alarm weer geactiveerd worden. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
086 Aanvullend ingangsvertraging
Voor het wijzigen van het gedrag van de tijd van de ingangsvertraging gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 086 √
-
In het LCD- display staat: 086:2e Kans UIT
-
Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | UITNa het verstrijken van de ingangsvertragingstijd wordt er een extern alarm geactiveerd. |
| 1 | AANNa het verstrijken van de vertragingstijd wordt er een intern alarm geactiveerd.De gebruiker heeft nu nog eens 30 seconden tijd om zijn gebruikerscode in te voeren en de alarmcentrale te deactiveren. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
087 Bedieningselementalarm
Voor het wijzigen van de eigenschap van de aangesloten bedieningselementen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 087 √
- In het LCD- display staat: 087:2 Toets UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | UITIs de functie gedeactiveerd, dan kan er geen alarm via het bedieningselement worden afgegeven. |
| 1 | AANIs de functie gedeactiveerd, dan kan er geen alarm via het bedieningselement worden afgegeven. Voor het activeren van een alarm drukt u op de toetsen: 1 & 3 voor overval4 & 6 voor med. noodroep7 & 9 voor vuuralarmNadere informatie daarover vindt u in de gebruiksaanwijzing van dit product. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
090 - 097 Testfunctie zie 15.4
098 Fabrieksinstellingen herstellen
Om de fabrieksinstellingen weer te herstellen, gaat u als volgt te werk:
- U moet zich in de programmeermodus bevinden.
- Voer op het bedieningselement in: 098 √
- In het LCD- display staat: 098: Stdrd Waarde
- Voer op het bedieningselement in: 1
- Voor het weer herstellen van de fabrieksinstellingen drukt u op de toets: √
- Voor het annuleren drukt u op de toets: ✗
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
099 Programmeermodus verlaten
Om de programmeermodus te verlaten, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 099 √
- In het LCD- display staat: 099: Uit Prog ?
- Voer op het bedieningselement in: √
- Het bedieningselement toont: Controle
-
Als er geen storing optreedt en zones met de eigenschap 24 uur, vuur, overval of techniek geopend gesloten zijn, wordt het programmeermenu verlaten.
-
Treedt er een storing op, dan geeft de alarmcentrale deze aan. Verhelp de storing en voer de stappen 1 – 4 opnieuw uit.
126 Taal instellen
Om de taalinstelling voor de weergave in het bedieningselement te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 126 √
- In het LCD- display staat: 126:Lang=Nederl
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | ENGL. |
| 01 | ITAL. |
| 02 | SPAN. |
| 03 | PORT. |
| 04 | NED. |
| 05 | FRAN. |
| 06 | DUIT. |
| 07 | NOORW. |
| 08 | ZWEE. |
| 09 | DEEN. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont
- PROGRAMMEER MODE.

151 Aanvullende uitgangen
Via de bijgevoegde kabel of met behulp van de optionele relaisprintplaat beschikt u over nog eens acht transistoruitgangen. Om de instelling van de uitgang 1 te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 151 √
- In het LCD- display staat: 151:Brand
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | Niet Gbr |
| 01 | Brand |
| 02 | OV |
| 03 | Inbr |
| 04 | In/Uit |
| 05 | Afbr |
| 06 | Technisch |
| 11 | 220 Ft |
| 12 | Sab Alarm |
| 13 | Uit |
| 14 | Aan |
| 15 | Zn Overbr |
| 16 | Medisch |
| 17 | Key Box |
| 18 | AntiMAsk |
| 19 | Rook Det |
| 30 | Aan UG1 |
| 31 | Aan UG 2 |
| 32 | Aan UG 3 |
| 33 | Aan UG 4 |
| 34 | Uit UG1 |
| 35 | Uit UG2 |
| 36 | Uit UG3 |
| 37 | Uit UG4 |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
152 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 2
153 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 3
154 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 4
155 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 5
156 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 6
157 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 7
158 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 8
159 Aanvullende uitgangen inverteren
Het is mogelijk de aanvullende transistoruitgangen voor verschillende toepassingen ook te inverteren. In geïnverteerde toestand wordt de spanning van + 12V in de actieve toestand aangesloten, bijv.: voor het aansturen van een visueel signaal.
- Voer op het bedieningselement in: 159 √
- In het LCD- display staat: 159: INVComOutUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | UIT+12V spanning wordt voor het activeren van de uitgang verwijderd. In gedeactiveerde toestand is de uitgang op + 12V geregeld. |
| 01 | AAN+12V spanning wordt voor het activeren van de uitgang aangesloten. In gedeactiveerde toestand is de uitgang op massa geregeld. |
-
Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
170 Prog. van de impulsuitgangen (tijd actief)
De als uitgangstype geprogrammeerde uitgangen Actief 1-4 worden met een impuls gedurende een vooraf gedefinieerde tijd bij het activeren van de centrale en bij vuur- of overvalalarm aangestuurd. Leg eerst de tijd vast waarbinnen deze uitgangen actief moeten zijn.
- Voer op het bedieningselement in: 170 √
- In het LCD- display staat: 170: Aan UG1 01
- Gebruik het toetsenbord om de duur in te voeren. Mogelijke waarden zijn 00 voor stabiel en een duur tussen 00 en 12 seconden.
- Druk ter bevestiging op de toets: √
- In het LCD- display staat: 170: Aan UG2 01
- Gebruik het toetsenbord om op dezelfde manier de impulstijd 2 in te voeren.
- Ga door tot alle tijden ingevoerd zijn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
171 Prog. van de impulsuitgangen (niveaus actief)
Leg vast wanneer de uitgangen geactiveerd moeten worden door te bepalen bij welke manier van (de-) activeren (A, B, C, D) de uitgangen actief moeten schakelen.
- Voer op het bedieningselement in: 171 √
- In het LCD- display staat: 171: Aan UG1 ABCD
-
Gebruik het toetsenbord om het activeringsniveau in te voeren. A = geheel actief, B, C en D voor intern actief B, C of D.
-
Druk ter bevestiging op de toets: √
- In het LCD- display staat: 170: Aan UG2 ABCD
- Gebruik het toetsenbord om op dezelfde manier het activeringsniveau 2 in te voeren.
- Ga door tot alle niveaus ingevoerd zijn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
172 Prog. van de impulsuitgangen (tijd uitgeschakeld)
De als uitgangstype geprogrammeerde uitgangen Uitgeschakeld 1-4 worden met een impuls voor de vooraf gedefinieerde tijd bij het deactiveren van de centrale aangestuurd. Leg eerst de tijd vast waarbinnen deze uitgangen actief moeten zijn.
- Voer op het bedieningselement in: 172 √
- In het LCD- display staat: 172: Uit UG1 01
- Gebruik het toetsenbord om de duur in te voeren. Mogelijke waarden zijn 00 voor stabiel en een duur tussen 00 en 12 seconden.
- Druk ter bevestiging op de toets: √
- In het LCD- display staat: 172: Uit UG2 01
- Gebruik het toetsenbord om op dezelfde manier de impulstijd 2 in te voeren.
- Ga door tot alle tijden ingevoerd zijn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

173 Prog. van de impulsuitgangen (niveaus uitgeschakeld)
Leg vast wanneer de uitgangen geactiveerd moeten worden door te bepalen bij welke manier van (de-) activeren (A, B, C, D) de uitgangen actief moeten schakelen.
- Voer op het bedieningselement in: 173
- In het LCD- display staat: 173: Uit UG1 ABCD
- Gebruik het toetsenbord om het activeringsniveau in te voeren. A = geheel actief, B, C en D voor intern actief B, C of D.
- Druk ter bevestiging op de toets: √
- In het LCD- display staat: 173: Uit UG2 ABCD
- Gebruik het toetsenbord om op dezelfde manier het activeringsniveau 2 in te voeren.
- Ga door tot alle niveaus ingevoerd zijn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

174 Prog. van de impulsuitgangen (vuuroptie)
Leg vast of de uitgangen ook aanvullend bij vuuralarm geactiveerd moeten worden door de optie Vuur op AAN te zetten. Let op: Alleen uitgangen die bij het deactiveren van de centrale geactiveerd worden, kunnen aanvullend ook bij vuur geactiveerd worden.
- Voer op het bedieningselement in: 174 √
- In het LCD- display staat: 174: Brand 1 AAN
- Gebruik het toetsenbord om te bepalen: 00=UIT 01=AAN
-
Druk ter bevestiging op de toets: √
-
In het LCD- display staat: 174: Brand 2 AAN
-
Gebruik het toetsenbord om op dezelfde manier de optie Vuur 2 in te voeren.
-
Ga door tot alle uitgangen ingevoerd zijn.
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
175 Prog. van de impulsuitgangen (overvaloptie)
Leg vast of de uitgangen ook aanvullend bij overvalalarm geactiveerd moeten worden door de optie Overval op AAN te zetten. Let op: Alleen uitgangen die bij het deactiveren van de centrale geactiveerd worden, kunnen aanvullend ook bij overval geactiveerd worden.
- Voer op het bedieningselement in: 175
- In het LCD- display staat: 175: OV 1 AAN
- Gebruik het toetsenbord om te bepalen: 00=UIT 01=AAN
- Druk ter bevestiging op de toets: √
- In het LCD- display staat: 175: OV 2 AN
- Gebruik het toetsenbord om op dezelfde manier de optie Vuur 2 in te voeren.
- Ga door tot alle uitgangen ingevoerd zijn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

182 Laatste uitgang settling-tijd
Deze tijd plaatst een vertraging van de alarmmelding bij de melders in het uitgangsbereik. Tijdens deze tijd zijn de sirenes uitgeschakeld en de centrale negeert de alarmen. Voor het wijzigen van de instellingen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 182 √
- In het LCD- display staat: 182:Setteling 07
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 07-12 | Setteling 07-12 |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
183 Display weergave veranderen
Deze tijd plaatst een vertraging van de alarmmelding bij de melders in het uitgangsbereik. Tijdens deze tijd zijn de sirenes uitgeschakeld en de centrale negeert de alarmen. Voor het wijzigen van de instellingen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 183 √
- In het LCD- display staat: 183: 9752
- Gebruik het toetsenbord om de weergave op het display te veranderen. Gebruik het toetsenbord zoals bij het geven van de naam van de zone.
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
184 Vuur signaalgever
Voor het wijzigen van de instellingen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 184 √
- In het LCD- display staat: 184:PulsBrandUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | PulsBrandUITNormmaal 2-tonig vuuralarm |
| 1 | PulseBrandAANZendt een pulssignaal aan als “Sirene” geschakelde uitgangen (81-83=00) |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
185 Sleuelschakelaar auto reset
Voor het wijzigen van de instellingen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 185 √
- In het LCD- display staat: 185:KsAutoRstUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | KsAutoRstUITDe gebruiker moet geactiveerde zones handmatig terugzetten. |
| 1 | KsAutoRstAANMet de wacht code kann een gebruiker na een alarm de centrale op niet-op-scherp schakelen. Er wordt een item in het gebeurtenisgeheugen geplaatst. |
- Bevestig uw invoer. Voer daarvoor op het bedieningselement in: √.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

201 Prog. ingangsvertragingstijd 1
Leg de ingangsvertragingstijd 1 in seconden vast. Ga daarbij als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 201 √
- In het LCD- display staat: 201: Inloop 1=45
- Gebruik het toetsenbord om de ingangsvertragingstijd in te voeren.
- Bevestig uw invoer met de toets. √
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
202 Prog. ingangsvertragingstijd 2
Leg de ingangsvertragingstijd 2 in seconden vast. Ga daarbij als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 202 √
- In het LCD- display staat: 202: Inloop. 2=45
- Gebruik het toetsenbord om de ingangsvertragingstijd in te voeren.
- Bevestig uw invoer met de toets. √
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
203/204 Prog. ingangsvertragingstijd 3/4
Leg de ingangsvertragingstijd 3/4 in seconden vast. Ga daarbij als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 203/204 √
- In het LCD- display staat: 203/204: Inloop. 3/4=45
- Gebruik het toetsenbord om de ingangsvertragingstijd in te voeren.
- Bevestig uw invoer met de toets. √
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
15.4 Testfunctie
090 Gebeurtenisgeheugen
De centrale slaat de laatste 250 gebeurtenissen op. Elke gebeurtenis wordt met datum en tijd opgeslagen. Het gebeurtenisgeheugen kan via het programmeermenu worden bekeken.
- Voer op het bedieningselement in: 090 √
- Het LCD-display toont de jongste gebeurtenissen als eerste.
- Om binnen het gebeurtenisgeheugen vooruit en achteruit te bladeren, gebruikt u toets 1 om vooruit te bladeren of toets 3 om achteruit te bladeren.
- Druk op de toets om tussen de gebeurtenis en datum/tijd te wisselen.
- Druk op de toets om het gebeurtenisgeheugen te verlaten.
- Het gebeurtenisgeheugen kan niet door de programmeur en niet door de gebruiker gewist worden.
Vermeldingen in het gebeurtenisgeheugen en hun betekenis:
| Vermelding | Betekenis |
| 220 Fout Uitval | van de 230VAC spanningsvoeding |
| 220 Hrst 230V | AC spanningsvoeding weer hersteld |
| Alarm Afbr. Alarm handmatig door gebruiker afgebroken | |
| AUX DC Fout | 12VDC voeding uitgevallen of AUX zekering defect |
| AUX DC Fail Hers | 12VDC voeding weer hersteld |
| Checksum fout | Fout in het geheugen van de alarmcentrale geconstateerd |
| Accu Test Fout | Uitval van de accuvoeding of accuzekering defect |
| Lage Accu Hrst | Accuvoeding weer hersteld |
| Inbr Znn Alarm | Zone nn heeft een inbraakalarm geactiveerd |
| Inbr Znn Hrst | Zone nn OK |
| Standrd geladen | Fabrieksinstellingen werden weer hersteld |
| EEPROM Fout | Geheugenfout in de alarmcentrale |
| Brand Znn Alarm | Zone nn heeft een vuuralarm geactiveerd |
| Brand Znn Hrst | Zone nn werd gereset |
| Brand Reset | Vuuralarm gereset |
| Cnn Toets Alarm | Een gebruiker heeft te vaak geprobeerd zijn code in het bedieningselement nn in te voeren |
| Cnn Vermist | Bedieningselement nn uitgevallen |
| Cnn Herstel | Bedieningselement nn werd weer aangesloten |
| Cnn Sab. | Bedieningselement nn heeft sabotagealarm geactiveerd |
| Cnn Herstel | Bedieningselement nn sabotage werd gereset |
| Br Knn Alarm | Op het bedieningselement nn werd vuuralarm geactiveerd |
| Md Knn Alarm | Op bedieningselement nn werd een med. noodoproep geactiveerd |
| Sleutel aan Znn | Via de sleutelschakelaar van de zone nn werd de alarmcentrale geactiveerd |
| Vermelding | Betekenis |
| Sleutel uit Znn | Via de sleutelschakelaar van de zone nn werd de alarmcentrale gedeactiveerd |
| KeyBox Open Znn | De zone nn met de eigenschap sleutelkastje werd gesloten |
| KeyBox Dicht Znn | De zone nn met de eigenschap sleutelkastje werd geopend |
| Sab. Systeem | Het dekselcontact van de centrale werd geactiveerd |
| Herstel Sab. Systeem | Het dekselcontact van de centrale is weer gesloten |
| Accu vermist | Accuvoeding onderbroken (kabel niet aangesloten) |

| Herstel Accu | Accuvoeding weer hersteld (kabel aangesloten) |
| OV Cnn Alarm | BDT nn heeft een overvalalarm geactiveerd |
| OV Znn Alarm | Zone nn heeft een overvalalarm geactiveerd |
| OV Znn Hrst | Het overvalalarm van zone nn werd gereset |
| Aan Fout Znn | De alarmcentrale kon niet geactiveerd worden omdat de ZN nn geactiveerd was |
| Brand Al. Znn | Zone nn heeft een vuuralarm geactiveerd |
| Brand Rst. Znn | Zone nn vuuralarm gereset |
| Zn in test Znn | Zone nn meldertest mislukt |
| Herst. Sab. Sirene | Sirenesabotage werd gereset |
| Sab. Sirene | Sirenesabotage geactiveerd |
| Opnieuw aan | Systeem werd automatisch gereactiveerd |
| Opstart Syst. | Systeem van spanning voorzien en gestart |
| Sab. Znn Zone | nn heeft een sabotagealarm geactiveerd |
| Sab. Znn Hrst | Zone nn sabotagealarm gereset |
| Tech Znn Alarm | Zone nn heeft een technisch alarm geactiveerd |
| Tech Znn Hrst | Zone nn alarm gereset |
| Tel Lijn Fout | fout bij de transmissie (niet bij Terxon SX) |
| Tel Lijn Hrst | fout bij de transmissie gereset |
| Gnn Wijzig Gnn | Gebruiker nn heeft de gebruikerscode van de gebruiker nn gewijzigd |
| Gnn Verw. Gnn | Gebruiker nn heeft de gebruikerscode van de gebruiker nn gewist |
| Gnn Uit prog | Gebruiker nn heeft het programmeermenu verlaten |
| Gnn Aanwezig | Gebruiker nn heeft het programmeermenu betreden |
| Gnn Systeem Uit. | Gebruiker nn heeft de alarmcentrale gereset |
| Gnn # Aan Gebruiker nn heeft de alarmcentrale (bereik #) gactiveerd | |
| Gnn # Uit Gebruiker nn heeft de alarmcentrale (bereik #) gedeactiveerd | |
| Gnn Tijd/Datum | Gebruiker nn heeft de tijd en de datum gewijzigd |
| Gnn Znn Ovbr | Gebruiker nn heeft de ZN nn uit de bewaking uitgesloten |
| Gnn Znn N-ovbr | Gebruiker nn heeft de ZN nn in de bewaking weer opgenomen |
| Global Tamper | Alleen in geval van zone-eigenschap NC + Sabo: Sabotagelijk (COM A/T) gactiveerd |
| GI Tamper Tstr | Sabotagelijk (COM A/T) weer gereset |
091 Uitgang 1 testen
De centrale activeert uitgang 1 op de printplaat van de centrale tot deze handmatig weer beëindigd wordt. Om de test te starten, moet u zich in het programmeernenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 091
- Om de test te beëindigen drukt u op de toets:


092 Uitgang 2 testen
De centrale activeert uitgang 2 op de printplaat van de centrale tot deze handmatig weer beëindigd wordt. Om de test te starten, moet u zich in het programmeernenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 092
- Om de test te beëindigen drukt u op de toets:


093 Uitgang 3 testen
De centrale activeert uitgang 3 op de printplaat van de centrale tot deze handmatig weer beëindigd wordt. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 093
- Om de test te beëindigen drukt u op de toets:


094 Luidsprekeruitgang testen
De centrale activeert uitgang voor de optioneel aangesloten luidspreker op de printplaat van de centrale tot deze handmatig weer beëindigd wordt. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 094
- Om de test te beëindigen drukt u op de toets:


095 Bedieningselementzoemer testen
De centrale activeert de zoemer van de bedieningselementen tot deze handmatig weer beeindigd wordt. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 095
- Om de test te beëindigen drukt u op de toets:


Werd de looptest geactiveerd, dan is het mogelijk alle zones van de alarmcentrale te activeren om hun functie te controleren. Activeer de looptest en activeer achter elkaar alle zones. Test ook het sabotagecontact. Ga als volgt te werk:
-
Voer op het bedieningselement in: 097 √
-
In het LCD- display staat: 097: LoopTEST
-
Activeer een zone. De zoemer van het bedieningselement geeft een tweetonig signaal af. Bovendien staat in het LCD- display: A:ZONE nn
-
Heeft u een sabotagealarm geactiveerd, dan toont het bedieningselement via het LDC-display: S:ZONE nn
-
Om de looptest te beëindigen drukt u op de toets: ×.
199 Weerstandswaarde meten
De centrale is in staat, de weerstandswaarden van de afzonderlijke zones te meten en uit te voeren. Zo kan er snel geconstateerd worden of een weerstand verkeerd gebruikt werd. Ga als volgt te werk:
-
Voer op het bedieningselement in: 199 √
-
Het LCD-display toont de waarden.
-
Om van zone naar zone te wisselen, gebruikt u het cijfer 1 en het cijfer 3.
Betekenis van de weergave
| Vermelding | Betekenis | ||
| NO Geen weerstand gebruikt, zone geopend | |||
| 2K1 | 2,2KOhm | weerstand | gebruik |
| 4K7 | 4,7KOhm | weerstand | gebruik |
| ... overeenkomstige waarde in kohm | |||

991 Softwareversie
Met behulp van deze functie heeft de bouwer de mogelijkheid, de softwareversie van de centrale af te lezen en te controleren of de centrale gepartitioneerd is.
- Voer op het bedieningselement in: 991 √
- Het LCD-display geeft de softwareversie weer.
099 voor het verlaten van het programmeermenu
Voor het verlaten van het programmeermenu gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 099 √.
-
Om het menu te verlaten, drukt u op de toets: √.
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een signaal "beeeeeep" en toont weer datum en tijd.
| Externe | spanningsvoeding: | 230V | AC +/-10% (omgevingstemperatuur 20°C) |
| Externe | stroomopname: | 200mA | maximaal |
| Interne | spanningsvoeding: | 19V | AC / -10% |
| Interne | stroomvoorziening: | 1.0A | maximaal |
| CPU | stroomopname: | 150mA | maximaal |
| Bedieningselement | stroomopname: | 35mA | maximaal |
| Noodstroomvoorziening: | 12V DC, 7.0Ah loodaccumulator | ||
Uitgangen
| Relaisuitgangen | 1 | / | 2: | 24VDC, | 1A | maximaal | ||
| Transistoruitgang 3: | 12V DC, 500mA maximaal, negatief schakelend | |||||||
| Luidspreker: | 2 | x | 16ohm | luidspreker | maximaal | |||
| AUX: | 12V | DC, | 0.5A | maximaal | ||||
Aanvullende transistoruitgangen: 12V DC, elk 0.05A maximaal
Ingangen
| TR: | Ingang | van | de | sabotage | van | |||
| Zekeringen | ||||||||
| F1 | - | 12V | AUX: | 230V, | 1A | snel | ||
| F2 | - | accu: | 230V, | 2A | snel | |||
Specifications
| Afmetingen: | 243mm | x | 234mm | x | 95mm | (H) |
| Gewicht: | 2.45kg | |||||
| Interne tijd: | +/- 10min./jaar, afgestemd op de netfrequentie | |||||
| Omgeving: | -10°C | tot | +40°C | max. | 75% | lu |
17 Fouten verhelpen
| De centrale toont geen reactie, hoewel net- en accuspanning aangesloten zijn | Controleer eventueel de aansluitingen van de net- en accuvoeding en de drie miniatuurzekeringen. Vervang deze zekeringen door dezelfde soort zekeringen, voor zover nodig. |
| Het display toont één/meerdere open zones (hoewel waarschijnlijk alle alarmcontacten in rust zijn) en de alarmcentrale kan niet geactiveerd worden of er volgt geen doorlopend vertragingssignaal. | Verwijder eerst alle aansluitingen van de desbetreffende alarmzone en vervang deze door een draadbrug tussen CCT. Mocht de zone nu als gesloten weergegeven worden, dan ligt de oorzaak van de storing aan de aangesloten alarmcontacten/kabels. Controleer deze met een doorgangsmeter. Eventueel treedt er kortsluiting op tussen de alarm- en sabotagezone of de 0V-aansluiting. |
| De alarmcentrale meldt continu sabotage. | Controleer de sabotagecontacten van de centrale en van de bedieningselementen. De veren van deze contacten moeten helemaal ingedrukt zijn. Controleer de aangesloten sabotagecontacten met een doorgangsmeter en vergewist u zich ervan dat er geen kortsluiting optreedt. Let erop dat ook de sabotagezone van de sirene met 0V afgesloten wordt. |
| Het activeren van een melder leidt niet tot een alarm. | Heeft u meer dan één melder in een alarmlijn aangesloten, controleer dan of alle NC-contacten in serie en niet parallel aangesloten werden, maak gelijktijdig alle aangesloten melders los. Zorg ervoor dat u de standaard aanwezige draadbruggen van de afzonderlijke zones verwijderd heeft. Werd de alarmzone juist geprogrammeerd? |
| De externe alarmering start niet. | Controleer met een multimeter de transistoruitgang waarop de sirene aangesloten is om de juiste werking van de centrale te garanderen. Sluit dan de sirene op de accu direct aan en controleer de werking ervan. |
| Sabotagealarm wordt niet geactiveerd, hoewel een sabotagecontact op een alarmmelder geopend werd. | Controleer of alle sabotagecontacten in serie aangesloten zijn. Mochten ze parallel aangesloten zijn, dan moeten eerst alle contacten geopend worden, zodat een sabotagealarm geactiveerd wordt. Eventueel treedt er ook kortsluiting bij de bedrading op. |
| Melders activeren vals alarm. | Controleer of de melders overeenkomstig de gegevens van de fabrikant gemonteerd en afgesteld werden. In geval van bewegingsmelders let u er met name op dat deze altijd in de ruimte kijkend gemonteerd werden en dat ze niet op warmtebronnen zijn gericht. In geval van openingscontacten let u erop dat de schakelafstand tussen bladveercontact en magneet niet teveel beweging heeft. Controleer ook de bedrading. Let met name op juiste soldeerpunten en klemmen. Het aanleggen van leidingen in de buurt van 230 V/400V leidingen kan ook tot storingen leiden. |
| Programmeer- en gebruikerscode werden vergeten. | Verwijder de netspanning en de noodstroomvoorziening van de alarmcentrale. Sluit de brug “NVM RST” onder het aansluitblok van de aanvullende transistoruitgangen kort en sluit met een kortgesloten brug eerst de noodstroomvoorziening en vervolgens de netspanning weer aan. Alle codes en evt. dagsleutels werden gewist. De gebruikerscode 1 (mastercode) is weer 1234, de bouwercode 7890. De programmering behalve datum/tijd blijft behouden. |
| U denkt dat de centrale een functie heeft die niet goed werkt. | Voer een fabrieksreset uit (programmeermenu optie 98) en controleer de gewenste functie opnieuw. Meestal ligt de fout aan de externe bedrading. |


18 Index
Aanvullend ingangsvertraging 60
Aanvullende uitgangen 62
Aanvullende uitgangen inverteren.... 62
Afbreken - reset 51
Alarm bij een mislukte activering.... 45
Alarmgedrag bij intern (C)...... 55
Alarmgedrag bij intern (D)...... 57
Alarmgedrag bij intern op scherp (B)...... 53
Bedieningselementalarm 60
Bedieningselementzoemer testen.... 69
Datum en tijd.... 51
Display weergave veranderen 65
Eerste-alarmreactie ....47
Fabrieksinstellingen herstellen 61
Gebeurtenisgeheugen.... 67
Gedrag I/U bij intern op scherp (B) ..... 52
Gedrag I/U bij intern op scherp (C) ....54
Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (B) .. 52
Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (C) .. 54
Gedrag uitgangsmodus intern (C)...... 55
Gedrag uitgangsmodus intern (D)...... 56
Gedrag uitgangsmodus intern op scherp (B) 53
In-/uitgangsvertragingssignaal volume ..... 50
Inbraakuitgang.... 60
Intern alarm 44
Laatste uitgang settling-tijd.... 65
Landinstellingen 41
Luidsprekeruitgang testen.... 69
Overval-reset.... 47
Prog. ingangsvertragingstijd.... 66
Prog. van de impulsuitgangen (niveaus actief).... 63
Prog. van de impulsuitgangen (niveaus uitgeschakeld).... 64
Prog. van de impulsuitgangen (overvaloptie) 64
Prog. van de impulsuitgangen (tijd actief)..63
Prog. van de impulsuitgangen (tijd uitgeschakeld)....63
Prog. van de impulsuitgangen (vuuroptie) .64
Programmeermodus verlaten ....61
Sabotage blokkeren....51
Sabotagealarm ....50
Sireneduur 49
Sirenevertraging....49
Sleuelschakelaar auto reset....65
Statusweergave....45
Stille overval....46
Systeem auto op scherp....48
Systeem-reset....46
Systeemsabotage-reset....47
Taal instellen 61
Testfunctie....67
Toegangsalarmvertraging ....45
Transistoruitgang....58
Uitgang testen 68
Uitgangsmodus voor geheel op scherp (A) 48
Uitgangsvertragingstijd A ....50
Uitgangsvertragingstijd intern B ....53
Uitgangsvertragingstijd intern C ....56
Uitgangsvertragingstijd intern D .....57
Vuur signaalgever....65
Weerstandswaarde meten....69
Wijzigen van de programmeercode......43
Wijzigen van de zoneafsluiting ....44
Wijzigen van het volume bij een intern alarm 44
Dit systeemoverzicht geeft informatie over de in uw alarmsysteem geïnstalleerde componenten, hun standplaats en werking, en evt. wijzigingen. Het systeemoverzicht is altijd ook onderdeel van het alarmsysteem en dient op een veilige plaats te worden bewaard.
| Zone | Beschrijving Compleet | Actief A | Intern Actief B | Intern Actief C | Intern Actief D | Blokkeren mogelijk | Deurbel |
| Uitgangstijd A | Uitgangstijd B | Uitgangstijd C | Uitgangstijd D | ||||
| Ingangstijd A | Ingangstijd B | Ingangstijd C | Ingangstijd D | ||||
| Sireneduur | Flitsduur |

