Terxon SX - Alarmsysteem ABUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Terxon SX ABUS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Terxon SX ABUS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Alarmsysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Terxon SX - ABUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Terxon SX van het merk ABUS.
GEBRUIKSAANWIJZING Terxon SX ABUS
Inbraak alarmcentrale Terxon SX – Installatie-Instructies

Perfecte veiligheid voor woning,uis en bedrijf
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Ze bevat belangrijke opmerkingen over het in gebruik nemen en de bediening. Let hierop, ook als u dit product aan derden doorgeeft. Bewaar waar de installment-instructies om deze na te kunnen lezen!
Een lijst met alle inhouden vindt u in de inhoudsopgave op pagina 3.
1 Inleiding
Geachte klant,
wij bedanken u voor de aankoop van de inbraakalarmcentrale Terxon SX. Met dit toestel heeft u een product gekocht, dat met de allernieuwste techniek werk gebouwd.
Dit product voldoet aan de eisen van de geldende Europese en nationale richtlijnen. De overeenstemming werk aangetoond, de overeenkomstige verklaringen en documenten bij de fabrikant gedeponeerd (www.abussc.eu).
Om deze toestand te behouden en een gebruik zonder gezevern te garanderen, moet u als gebruiker.Deze installmentie-instructies in acht nemen!
Als uvragen heeft,neem dan contact op met uw specialzaak.
ABUS Security-Center GmbH & Co. KG 86444 Affing
GERMANY
www.abus-sc.eu
info@abus-sc.eu
2 Bedoeld gebruik
Deze inbraakalarinstallatie dient in combinatie met overeenkomstige melders en signaalgevers voor de beveiliging van uw eigendom. U Aunt daarmee uw firma, huis, garage, tuinhuisje, weekendhuisje, etc. beveiligen.
De centrale meldt het ongeoorloofbinnendringen door het schakelen van uitgangen waarup optische en akoestische, of stille alarmmelders kunt aansluiten.
Het contact van de installmente inclusief aangesloten componenten met vocht, bv. in badkamers e.d.要去 beslist worden vermeden.
Een andere toepassing dan hierboven beschreiben kan tot beschadiging van dit product leiden.
Bovendien is dit met gezaren, zoals bijv. kortsluiting, brand, elektrische schok, etc. verbonden. De netadapter is voor het gebruik op het openbare stroomnet met 230 volt / 50Hz wisselspanning geschikt.
Het gehele product mag nicht gewijzigd of omgebouwd worden.
De aansluiting op het openbare stroomnet valt onder de voor het land specifieke bepalingen. Stelt u zich hierover a.u.b. van tevoren op de hoogte.

3 Inhoud
1 Inleiding 2
2 Bedoeld gebruik 2
3 Inhoud 3
4 Veiligheidstips 5
5 Inhoud van de levering en benodigde accessoires 6
6 Opmerkingen over aansluit- en uitbreidingsmogelijkheden 7
7 Opmerkingen over het veiligheidssystem 8
8 Overzicht van de componenten van het lui 10
9 Opmerkingen over de montage 12
9.1 De centrale 12
9.2 De bedieningselementen 12
10 Opmerkingen over de bedrading 13
10.1 Centrale 13
10.2 Bedieningselementen 14
10.3 Melders 16
10.3.1 Openingsmelders voor ramen en deuren 16
10.3.2 Infrarood-bewegingsmelders 16
10.3.3 Rookmelders 17
10.3.4 Akoestische glasbreukmelders: 17
10.3.5 Passieve glasbreukmelders 17
10.4 Buitensirene en flitslamp 18
10.5 Kiezer 19
10.6 Sleutelschakelaar 19
10.7 Inbouwen en aansluiten van een luidspreker 20
10.8 Relaismodule 20
10.9 Weerstanden 20
10.10 Looptest 21
10.11 Melder-alarmgeheugen 21
11 Begripsverklaring 22
12 Algemene begrippen 24
12 Algemene begrippen 24
13 Voorbeeldinstallatie 25
14 De eerste keer in gebruik 31
15 Opmerkingen over de programmering 32
15.1 Programmeermodus 32
15.2 Overzichtprogrammeermenu 33
15.3 Instelling in het programmeermen 41

15.4 Testfunctie 67
16 Technische gegevens 70
17 Fouten verhelpen 71
18 Index 72
19 Systemerverzicht 73
NL
4 Veiligheidstips
!WAARSCHUWING!
Ter voorkoming van branden en verwondingen neemt u a.u.b. de volgende opmerkingen in ache:
- Bevestig het apparaat zeker op een drogeplaats in het huis.
Zorg voor voldoende ventilatie van de installment.
Stel de installmentie Niet aan temperaturen van onder - 10^ of boven 55^ bloot. - De installmentie werk uitsluitend voor het gebruik binnenshuis geconstrueerd.
- De maximale luchtvochtigkeit mag nicht meer dan 90% (niet condenserend) bedragen.
Zorg ervoor dat van buiten geen metalen voorwerpen in de installmentie gestoken+kennen worden.
Voer alle werkzaamheden aan de installmentie in spanningsloze toestanduit.
!LET OPI!
Neem a.u.b. de volgende voorzorgsmaatregelen in ache, zDat uw apparaat altijd goed functioneert:
- De installmentie worden via de al ingebouwde transformator van 12V gelijkspanning voorzien.
- De transformator worden via een apart beveiligde leiding met het 230VAC huisnet verbonden.
- De aansluitwerkzaamheden aan het huisnet vallen onder de nationale bepalingen.
- De noodstroomvoorziening wordt door een 7 Ah accu gegarandeerd.
- De maximale stroomopname van de aangesloten componenten mag nooit meer dan 1A bedragen.
- Vervang zekeringen alsoor zekeringen van hetzelfde type, in geen geval hoger.
!BELANGRIJKE INFO!
Algemeen over de inbraakalarinstallatie
Door ondeskundige of slordige installatiewerkzaamheden{kunnen signalen verkeerd geinterpreeer worden en kan er daardoor vals alarm worden geveen. De kosten voor het eventuele uitrukken van reddingsbrigades, zoals bijv.: brandweer of politic, moet de exploitant van de installment betalen. Lees waarom deze handleiding aandachtig door en letijdens de installment van het system op de precieze benaming van de gebruekte leidingen en componenten.

5 Inhoud van de levering en benodigde accessoires
Inhoud van de levering:
Inbraakalarminstallatie
LCD-bedieningsegment
Installatie-instructions
- Gebruiksaanwijzing

U heeft bovendien het volgende nodig:
Alarmelder
Signaalgever
12V/7Ah accu
Verdeler
Kabel
Optioneel verkrijgbaar:
Relaismodule

Gereedschap:
Sleufschroevendraier (klein)
Kruiskopschroevendraier
Boormachine
Boor 6mm
Boor 4mm
Schroeven 6mm
Schroeven 4mm
Evt. pluggen, gips
Solderbout en soldeertin
Isolatieband of krimphuls
Meetinstrument voor spanning
en))+
Kabelkanaal
Klemschroeven

6 Opmerkingen over aansluit- en uitbreidingsmogelijkheden
De inbraakalarinstallatie is het basisapparaat van een elektronisch veiligheidssystemeem voor het beveiligelen van uw eigendom (bijv.: voor woning, huis, garage, winkels, enz.). Na het aanvullen met andere elementen, zoals bijv. melders en signalgevers, beveiligt de installmente de te bewaken bereiken. Bij een ongewenste poging tot inbraak worden het alarm geactiveerd.
De bediening van de installmentie worden met behulp van een aangesloten bedieningselement uitgevoerd. Dit maar het möglichk, de installmentie op een verborgen plaat te installereren. Indien nodig+kunnen maximaal 4 bedieningselementen aangesloten worden. Bovendien maar de installmentie een bediening via een zogenaamde sleutelschakelaar möglichk.
De inbraakalarinstallatie beschikt over 9 apart geanalyseerde alarmzones. De installmentatie analyseert, of tussen de beiden contacten (CCT1) van elke alarmzone een (minimale ruststroom vloeit of Niet. Brengt u een contact tussen de contacten van de alarmzone tot stand, dan geldt dit als gesloten en stroomvloei is möglichk. Is er geen contact aanwezig, dan is er geen stroomvloei möglichk en de alarmzone is open. Bij wijzigingen worden afhankelijk van de programmering een alarm geactiveerd. Een differentiele bewaking van de alarmzones is ook möglichk (DEOL).
Kenmerken van de installment:
- 8 vrijprogrammeerbarealarmzones,haarvankanelke zone o.a.als volgt geprogrammeerd worden: onmiddelijk,vertraagd,toegang,overval,24uur, vuur,techniekoftijd.
- 1 sabotagezone voor aangesloten melders.
- 1 sabotagezone voor aangesloten signalgevers.
- 3 transistoruitgangen, die aan een bepaalde gebeurtenis (alarm, vuur, overval,...) toegewezen können worden.
- Geintegreerde netadapter (230VAC/12VDC) voor de voeding van de installment, van de aangesloten melders en voor het laden van de accu.
Noodstroomvoorziening via een 12V/7Ah accu. - Eenvoudige programmering en bediening via een of max. vier bedieningselementen.
- De toestand van de alarmzones en van de alarmcentrale worden met behulp van tekstweergave aangegeven.
Zoneblokkering als möglichkheid om afzonderlijke alarmzones tijdelijk uit de bewaking te halen. - Sabotagecontacten voor de centrale en de bedieningselementen.
- Alarm- en gebeurtenisgeheugen.

7 Opmerkingen over het veiligheidssysteme
De Terxon SX inbraakalarmcentrale niedt de mogelijkheid om voor elk van de 8 alarmzones een willekeurige configuratie te kiezen om ze optimaal aan de bedrijfsvoorwaarden aan te passen. Bovendien raden wij u aan:
- De externe melders in zo Klein möglichke groepen over de zones te verdelen (bijv. melders parterre op zone 1, enz.), eventueel apart in te schakelen en voor zover möglichk alle zones van de centrale te gebruiken.
- Het akoestische signaal (sirene) van de signaalgever dient korter dan het optische signaal (flitslicht) te zijn. De overeenkomstige alarmeringstijdenRCTENZHn aan de voor het land specifieke voorschriften. (In Duitsland moet de akoestische alarmering tot 3 minutes worden begrensd!).
- De vertragingstijd dient pas na de praktische contrôle definitief ingesteld te worden.
- De code mag alleen aan personen gegeven worden, die uw volste vertrouwen genieten.
- Bij de bediening van de installmentie moet de code zo ingevoerd worden, dat buitenstaanders de code nicht konnen zien.
- Het voor de bedrading van de componenten aanbevolen aansluitsnoer (minimumdoorsnede: 0,22mm^2/ ader) heeft in de regel een gekleurde marketing van de aders.
Gebruikers- en programmeercode要去en verschillend zich.
Om het geheel overzichtelijk te houden,要去en de aders uniform als volgt worden toegewezen:
Rood: +12V spanningsvoeding
Zwart: 0V massa
Geel: alarmcontact
Groen: alarmcontact
Bruin: sabotagecontact
Wit: sabotagecontact
- Gebruik verdeler voor het aansluiten van meerderemelders op een alarmzone. Voor het verlengen van snoeren kutu beide uiteinden aan elkaar solderen of klemschroeven gebruiken. Let op een isolatie (isolatieband, krimphuls) om kortsluitingen en vals alarm te voorkomen. Neem de illustratie daartoe op de volgende pagina in acheet.
Ga stap voor stap te werk: - Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door.
- Teken een schema van het object, die de montageplaats van de melders en van de centrale en de benodigde snoeren bevat.
- Leg de benodigde snoeren aan.
- Monteer de melders en de centrale.
- Verbind de aansluitsnoren met de melders en de centrale.
- Voorzie de centrale van spanning (accu, stroomnet)
- Voer de programmering UIT.

In de onderstaande afbeelding krijgt u een overzicht over het juiste gebruik van soldeerverdelers bij het aansluiten van meerdere melders op een alarmzone:

Aansluitsnoer voor de centrale
Zoals al beschroken, analyseert de alarminstallatie de alarmzones via de aanweziges stroomvloei. De meeste in de alarmtechniek gebruikte melders zich verbreekcontacten, d.w.z. de melders onderbreken bij alarm de alarmzone. De melders worden verbreekrelais, of ook N.C. (normally closed) genoemd en worden als volgt aangesloten (De brugCUSSEN CCT moet worden verwijderd):
NC-alarmcontacten

CCT1

Soms要去en meertere alarmcontacten in een zone aaneengesloten worden. Sluit de verbreekcontacten in een serieschakeling aan.

Het aansluiten van maakcontacten, bijv. van overvaldetectors is op deze centrale Niet mogelijk.

8 Overzicht van de componenten van hetuis



① Aansluiting van de 230V netvoeding met primaire zekering (T 250V 250mA).
② 230VAC/12VDCtransformator.
③ Aansluitstrippen voor sirene, flitslicht, progr. uitgang, luidspreker, 12VDC spanningsvoeding en alarmzones.
④ Sabotagecontact van de behuizing van de alarmcentrale.
⑤ Aansluitstrip voor de nooodstroomaccu.
⑥ Aansluitstrip voor de bediendelen.
⑦ Aansluitklem voor de aanvullende transistoruitgangen of de optionele relaismodule.
⑧ Plaats voor de 12 V moodstroomaccu (7 Ah) en de bedrading.
OPMERKING OVER 230V-BEDRADING
Sluit op dit moment de netspanning nog Niet aan!
Bedraad de aansluitklem van de netspanning als volgt:


9 Opmerkingen over de montage
9.1 De centrale
Bevestig de centrale op een gladde, droge, schokvrijne en warmtebestendige ondergrond. De leiding voor de spanningsvoeding van de alarmcentrale en die van de alarmzones en van de alarmgevers (sirene, flitslicht,evt. externe luidspreker)要去en onopvallend, indien möglichk onder de stuclaag wegewerkt of in een kabelkanaal aangelegd worden.
- Open het huis van de alarmcentrale door met behulp van een kruskopschroeevendraaier de schroeven van het huis los te draaien en het deksel van het huis van de centrale te tilen.
- De printplaat van de centrale worden met drie schroeven op de printplaathouders in het huis geborgd. Draai deze los en verwijder de printplaat. De stekker van de transformator kan waar bij van de printplaat losgetrokken worden.
- Gebruik nu het huis van de centrale als sjabloon voor het markeren van de bevestigingsgaten.
Boor op de gemarkeerdeplaatsen drie gaten (min. 4mm 4,5cm lang). - Monteer het huis van de centrale en streek de kabels in het huis van de centrale.
- Draai de bevestigingschroeven pas vast, als u de bedrading helemaal heeft afgesloten, plaatst cervolgens de printplaat waar en sluit hetuis van de centrale met het deksel af.
9.2 De bedieningselementen
De bedieningselementen要去 op een gladde, droge, schokvrije ondergrond gemonteerd worden. Belangrijk iselijk de montagehoogte. Deze要去 zo gekozen worden, dat elke gebruiker makkelijk de weergaven kan aflezen en de toetsen kan bedieren.
- Klap het deksel van het bedieningselement open en draai de schroeven aan de onderkant van het bedieningselement los.
- Gebruik het huis als sjabloon voor het markeren van de boorgaten.
- Boor op de gemarkeerdeplaatsen drie gaten (min. 4mm Ø, 3cm lang).
- Leg nu de bedrading van het bedieningselement waar de centrale (zie volgende pagina) aan.
- Leg de bedrading van het bedieningselement met externe componenten aan.
- Voer deoodzakelijkke instellenen in het bedieningselement UIT.
- Bevestig nu het huis van het bedieningselement op de wand. Plaats de frontplaat met de printplaat van het bedieningselement waar en draai de schroeven van het bedieningselementeer vast.
10 Opmerkingen over de bedrading
10.1 Centrale
Bansluitklemmenstrip voor de sabotage- en alarmzones.
COM A/T: Aansluitingen voor de sabotage van de melders CCT 1...8: Aansluitingen voor de alarmzones 1-8
② Aansluitklemmenstrip voor de 12V DC spanningsvoeding van externe apparaten (bjv. melders).
AUX: +12V duurspanning voor melders
0V:0V massa
③ Aansluitklemmenstrip voor luidspreker, progr. uitgangen en sirenesabotage.
TR: sabotage-ingang voor sirene
- / LS: Aansluiting voor de optionele 16 ohm luidspreker
OP1, OP2, OP3: Aansluiting voor de open collector-transistoruitgang (bijv. als triggersignaal van de kiezer) Aansluitklemmenstrip voor bedieningselementen
12V: 12V+ duurspanning
0V: 0V
Data: Databus
Clock: Databus


10.2 Bedieningselementen
De inbraakalarinstallatie is in staat, maximaal vier bedieningselementen te gebruiken die in een BUS aangesloten zich.
De bedieningselementen können als ring of stervormig met de alarmcentrale verbonden worden. Sluit het bedieningselement als volgt aan.
① Naar het volgende bedieningselement/centrale Aansluitklem: 0V
② Naar het volgende bedieningselement/centrale Aansluitklem: 12V
③ Naar het volgende bedieningselement/centrale Aansluitklem: CLK (clock)
④ Naar het volgende bedieningselement/centrale Aansluitklem: DATA (data)
De maximale lenghte van de databus mag Nieteer dan 200m bedragen. Gebruik voor de bedrading van de bedieningselementen een snoer met een leidingdoorsnede van min. 0,22mm
Bovendien kann de volgende elementen op de bedieningselementen aangesloten worden:
5: Een toets voor het handmatig beeindigen van deuitgangsvertragingsstijd. Het contact is als normally open (NO) geschakeld en moet voor het activeren gesloten worden.
EXT. TAMPER: Een aanvullende ingang op het bedieningselement waarop een extern sabotagecontact (NC) aangesloten kan worden. Het contact moet voor het activeren van een sabotagealarm geopend worden.
ANIC I/P:Dze ingang heeft geen functie.
OPMERKING: De aansluitleidingen要去en van boven in de klebruggen worden gestoken.


Codering van de bedieningselementen:
Bedieningselement 2-4: Geleiderbrug overeenkomstig op de PIN met het nummer 2, 3 of 4 ingestoken.
Achtergrondverlichting:
Achtergrundverlichting aan:Geleiderbrug ingestoken.

| Aansluiting | Betekenis |
| AC netadapteraansluiting (AC IN) | Aansluiting van de 230V netadapter |
| Kick-start-brug (KS) | Verbind de beide contacten van deze klembrug als u de alarmcentrale zonder 230V spanningsvoeding wilt starten. |
| Accu-aansluiting (+-) | Aansluitstekker van de moodstroormvoorziening |
| COMMS-interface Aansluiting van de aanvullende transistoruitgangen | |
| NVM reset-brug (NVM RST) | Verbind de beide contacten van deze klembrug als u de alarmcentrale wilt resetten. |
| Zekeringen (BAT F-2A / 12VAUX F-1A) | Vervang de zekeringen.altijd door zekeringen van hetzelfde type. Let erop dat de zekeringhoulders.altijd een goed contact met de zekering hebben, aangezien er anders storingen optreden. |
| Sirene-sabotage-ingang (TR) | Deze ingang要去 bij sirenemodellen met eigeng stroomvoorziening direct met de sabotage-uitgang van de sirene worden verbonden. Anders要去 het sabotagecontact van de sirene in de lusussen de TR-ingang en 0V worden geplaatst. Is er geen sirene aanwezig, dan要去 de TR-ingang direct met de 0V-uitgang worden verbonden. |
| Öptionele luidspreker (LS) | Hier kunt u een 16 ohm luidspreker voor de interne alarmering aansluiten. |
10.3 Melders
10.3.1 Openingsmelders voor ramen en deuren
Openingsmelders dienen voor de bewaking van ramen en deuren. Voor het activeren van de in/uitgangsvertragingstijd要去 minimaal een openingsmelder op de hoofdingangsdeur waarop ook een bedieningselement geinstalleer is, gemonteerd+zijn.
Om het geheel overzachtelijk te houden, moeten nicht meer dan tien openingsmelders per alarmzone worden gebruikt. Als de magnreet van het bladveercontact van de openingsmelder worden verwijderd, gaat het schakelcontact open en de alarmzone worden onderbroken. Lees waarvoor a.u.b. ook de handleiding die bij uw openingsmelder is bijgevoegd.
Aansluitvoorbeeld:

10.3.2 Infrarood-bewegingsmelders
Infrarood-bewegingsmelders detecteren de infraroodwarmtebeweging van levende wezens en mogen alleen binnen worden gezruikt. Om het geheel overzichtelijk te honden dient u geen bewegingsmelders met openingssmelders in een zone te plannen.
Aansluitvoorbeeld:

10.3.3 Rookmelders
Deze inbraakalarinstallatie maakt het aansluten van rookmelders mogelijk. Programmeer hiervoort het zonetype "vuur" of "brandmelder" afhankelijk van de functie van de rookmelder. Deze programmering leidt tot een bijzondere akoestische alarmering van de aanwezigere personen (gepulst alarmsignaal).

10.3.4 Akoestische glasbreukmelders:
Deze glasbreukmelders analyseren de bij glasbreuk ontstane akoestische signalen.
Aansluitvoorbeeld:


10.3.5 Passieve glasbreukmelders
Passieve glasbreukmelders worden direct op de te bewaken ruit bevestigd. Er konnen alleen passieve glasbreukmelders worden gebruikt, die geen lijnvoeding nodig hebben, maar een potentialaalvrij alarmcontact bieden.
Aansluitvoorbeeld:

Passieve glasbreukmelder

10.4 Buitensirene en flitslamp
Om daders af te schrikken en de omgeving te alarmeren, raden wij u aan, op de alarmcentrale een sirene en een flitslamp aan te sluiten.
Let erop dat deze alarmgevers buiten zo hoog möglichk bevestigd worden (bijv. in de gevel) en de leidingen nicht zichtaar aangelegd+zijn. De akoestische alarmering buiten kan een storing van de rust in de buurtveroorzaken. Neem hiervoorde voor het land specifieke richtlijnen in acheit. Wij raden u aan een alarmduur van drie minuten Niet te overschrijden. De visuèle alarmering (flitslicht) bliftt tot aan de handmatige bevestiging van het alarm actief.
Naast de aansturing van sirene en flitslicht raden wij u aan, het sabotagecontact van de combisignaalgever op de sabotage-ingang van de alarmcentrale aan te sluiten. Als het huis van de sirene geopend wordt of de verbinding met de sirene onderbroken worden, activeert het onderbroken sabotagecontact een sabotagealarm.

Aansluitvoorbeeld:
Aansluiting van een signaalgever met eigensroomvoorziening
Het functieprincipe van deze alarmgevercombinations is gebaseerd op een permanente spanningsvoeding van de sirene en van een in hetuis van de sirene geinteggreerde accu.
Op een transistoruitgang van de alarmcentrale is ofwel een houdspanning voor de sirene aangesloten, die bij alarm wegvalt (of door sabotage doorgesneden worden) of de alarmcentrale geeft bij alarm via de transistoruitgang een triggersignaal af, dat de sirene en het flitslicht activeert.
De alarmduur van de sirene worden direct bij de signaalgever ingesteld. Het flitslicht blijft ook hier tot aan de handmatige bevestiging van het alarm actief. Neem a.u.b. voor de juiste installmentie in ieder geval de installment-instructies van de signaalgever met eigens troomvoorziening in acht.

Aansluitvoorbeeld:
10.5 Kiezer
Wij raden u aan de aanvullende alarmuitgangen te gebruiken om de optionele telefoonkiezer met de centrale te verbinden.
De uitgangenkestunumetdealarmingangen van uw kiezerverbinden.Let erop dat u de polariteit van de alarmangang op de kiezer op-12V zet (trigger polariteit neg.).Neem a.u.b.bovendien de handleiding van uw telefoonkiezer in ache.

Neem a.u.b. waar bij de opmerkingen over de aanvullende alarmuitgangen op de volgende pagina in acht.
10.6 Sleutelschakelaar
Elke zone niedt de mogelijkheid, voor zover overeenkomstig geprogrammeerd, van het aansluiten van een sleutelschakelaar voor het activeren of deactiveren van de alarmcentrale.
Er kuren sleutelschakelaars met impulscontact of doorlopend contact gebrukt worden. Let er bij de sleutelschakelaars met doorlopend contact op dat de bedieningselementen nog actief zich en er verkeerde interpretaties kuren optreden als een sleutelschakelaar nog actief is, de alarmcentrale darüber al via het bedieningselement gedexeactiveerd werden. Wij raden waarom het gebruik van sleutelschakelaars met impulscontact aan.
Door het bedieren van de sleutelschakelaar worden deuitgangsvertragingsstijd voor het overeenkomstige bereik geactiveerd, daarna staat de alarmcentrale op scherp. Bij interne bereiken is ook een onmiddelijk op scherp zetten möglichk. Bij het opnieuw bedieren worden de alarmcentraleuitgeschakeld.
Sommige sleutelschakelaars hebben aanvullende LEDweergaven, die extern aangesloten setzen worden. Deze kunt u evt. met de progr.uitgangen (OP1) aansluiten.


10.7 Aansluiten van een luidspreker
Een optionele 16 ohm luidspreker worden op de klemmen LS en + aangesloten.
De luidspreker kan direct in hetuis van de alarmcentrale ingebouwd worden.
Als alternatief kan de luidspreker als aanvullende interne alarmering van de alarmcentrale apart gemonteerd worden. De afstand ten opzichte van de centrale mag waar bij Niet meer dan 20m bedragen.
Aanvullende alarmuitgangen
De alarmcentrale beschicht op de bovenste rand van de printplaat over een aansluiting voor aanvullende transistoruitgangen. Deze worden met behulp van de bijgevoegde steekkabels in gebruik genomen. Hieronder vindt u de pintoewijzing van de kabel. Let er a.u.b. op dat de kleurcodering van de kabel Niet alttijd met de hieronder beschreiben vermelding overeenstemt.
| Kleur | Functie |
| Rood (1) +12V permanente spanningsvoeding (500mA max.) | |
| Zwart (29 Massa 0V permanent | |
| Oranje/Wit (3) Niet in gebruik | |
| Bruin/Wit (4) Storingsingang van de telefoon bij leidingverlies (+12V indien gestoord) | |
| Grijs (5) Aanvullende uitgang 8 | |
| Wit (6) Aanvullende uitgang 7 | |
| Paars (7) Aanvullende uitgang 6 | |
| Blauw (8) Aanvullende uitgang 5 | |
| Groen (9) Aanvullende uitgang 4 | |
| Geel (10) Aanvullende uitgang 3 | |
| Oranje (11) Aanvullende uitgang 2 | |
| Bruin (12) Aanvullende uitgang 1 | |

10.8 Relaismodule
Inplaats van de aanvullende transistoruitgangen heeft u de mogelijkheid, een optionele relaismodule met ache wisselrelais aan te sluiten. Neem waarvoor a.u.b. de opmeringen in de relaismodule in ache.
10.9 Weerstanden
Het alarmsystem kan de zones op twee manieren bewaken.
A: Zone gesloten NC (geen watertstand gebruikt)
B: Zone gesloten 2,2 kohm (twee werdenstanden gebruikt)
Bij de eerste variant kan het systeem alleen herkennen of de zone geopend werden en registreert een openen alkijd als alarm op deze zone. De sabotagecontacten van de afzonderlijke melders要去en apart op de sabotagezone van de alarmcentrale aangesloten worden. De in deze handleduring beschreiben aansluitvoorbeelden hebben waar bij betrekking op variant A (zonder watstanden).
Bij de tweede variant worden sabotagecontact en alarmcontact in een zone bewaakt. De alarmcentrale kan waar bij onsdercheiden of het bij een wijziging van deipherstand om een alarm of om een sabotage gaat. Let erop dat er twee verschillendeipherstandswaarden zich.
A: 2,2kohm (rood, rood, rood, goud)
B: 4,7kohm (geel, paars, rood, goud)
Let bij de beiden inbouwvarianten van de melders op het volgende:

A:
B:
10.10 Looptest
Voor de looptestfunctie要去 deuitgang OP3 overeenkomstig geprogrammeerd zijn (functie 83, optie 5). Activeert de gebruiker de looptestfunctie, dan wordt de LED voor het herkennen van een beweging op de melder geactiveerd.

10.11 Melder-alarmgeheugen
Voor de looptestfunctie bij bijv. bewegingsmelders要去 de uitgang OP3 overeenkomstig geprogrammeerd zijn (functie 83, optie 3). De melder die als eerste in een lijn geactiveerd is, kan dit opslaan en signaleren.



11 Begripsverklaring
Voor de eigennenijke programmering van de centrale moet u eerst een overzicht over de gebruike begrippen krijgen. U krijt het erst een verklaring van de maybee zonotypen en de toegewezen eigenschappen.
NG-NIET IN GEBRUIK
Een zone waarop niets aangesloten is en daardoor Niet in gebruik is, moet met een klembrug worden afgesloten en op Niet in gebruik gezet worden.
OV-OVERVAL
Deze zone activeert aktijd een alarm. Onafhankelijk van het feit of de inbraakalarminstallatie geactiveerd of gedeactiveerd is. Een overvalalarm kan ook stil (bijv.: via optionele telefoonkiezer) doorgegeven worden. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
VU - YUUR
Deze zone activeert alkijd een alarm. Onafhankelijk van het feit of de inbraakalarminstallatie geactiveerd of gedeactiveerd is. De alarmering vindt via de zoemer in het bedieningselement en op de buitensirene als gepulst alarmsignala plaat. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is. Sluit op deze zone alleen brandmelders aan, die via een automatische reset beschikken, anders worden bij de handmatige reset opnieuw een alarm geactiveerd.
OM-ONMIDDELLIJK
Deze zone activeert bij een geactiveerde inbraakalarminstallatie onmiddelijk een alarm als de toestand van de alarmzone verandert. (bijv. openen van het NC-alarmcontact). Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend zich.
24 UUR
Deze zone activeert altijd een onmiddelijk alarm. Met een gedeactiveerde inbraakalarinstallatie vindt de alarmering via de zoemer in het bedieningselement en de luidspreker van de alarmcentrale plaats. In geactiveerde toestand worden bovendien de sirene-uitgang geactiveerd. Wordt een 24 eerzone geblokkeerd, dan geldt dit alleen voor de gedeactiveerde toestand. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
IU-IN-/UITGANG
Deze zone activeert met een geactiveerde inbraakalarinstallatie pas na een ingestelde vertragingstijd (ingangsvertraging) een alarm. Gebruik dit zonetype bijv. voor de openingsmelder op uw voordeur. Bij het verlaten van het object kan het sluiten van deze zone gebruikt worden om de uitgangsvertraging te beeindigen. Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend+zijn.
IV-INGANG VOLGEND
Deze zone activeert geen alarm als erder een ingangs/uitgangszone de ingangsvertragingstijd geactiveerd is. Er volgt een onmiddelijk alarm als er erder geen ingangsvertraging ward geactiveerd. Gebruik dit zonetype bijv. voor een bewegingsmelder in de gang, die op de (van een openingsmelder voorziene voordeur gericht is. Deze melder kan als in-/uitgangsmelder bij interne activering gebruikt worden. Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend zijn.
TS - TRILLINGSSENSOR
Deze zone is voorouderegeneraties van trillingsssensoren nodig. Neem per geval contact op met de technische hotline.
TK-TECHNIEK
Een techniekzone activeert in gedactiveerde toestand een alarm via het bedieningselement en een optionele kiezer. In geactiveerde toestand worden er geen alarm geactiveerd. Mocht er een alarm in geactiveerde toestand op deze zone optreden, dan worden ditijdens het deactiveren van de centrale weergegeven. Gebruik dit zonetype bijv. voor watermelders. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
SK-SLEUTELKASTJE
Als deze zone geopend worden, worden deze gebeurtenis in het geheugen van de inbraakalarminstallatie opgeslagen. Gelijktijdig kan deze gebeurtenis via de optionele telefoonkiezer doorgegeven worden. Er worden geen alarm afgegeben.
BM-BRANDMELDER
Deze zone werknet net als een vuurzone. In gegenstelling tot de vuurzone können bij deze zone de aangesloten brandmelders door het kortstondig verwijderen van de voedingsspanning gereset worden zonder dat er waarbij een alarm worden afgegeven. Het resetten要去 waarbijECHter via een schakeluitgang plaatsvinden. Het programmeermenu kan alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
SS-SLEUTELSCHAKELAAR IMPULS
Op de inbraakalarinstallatie kan een sleutelschakelaar (impuls) aangesloten worden. Een verandering van deze zone verandert de toestand van de alarmcentrale van actief maar uitgeschakeld, of uitgeschakeld waar actief (na afloop van de vertragingstijd).
BS-BLOKSLOT
Op de inbraakalarminstallatie kan een sleutelschakelaar (duur) aangesloten worden. Een verandering van deze zone verandert de toestand van de alarmcentrale van actief maar uitgeschakeld, of uitgeschakeld waar actief (na afloop van de vertragingstijd). Let erop dat u alleen via de sleutelschakelaar de centrale bedient. Bij een onduuidelijktoestand, bijv.: Sleutelschakelaar gesloten, op het bedieningselement gedeactiveerd, kan het gebeuren dat de centrale in de actieve toestand terugkeert.
AM - Anti-mask
Deze zone-eigenschap heeft bij de Terxon SX alarmcentrale geen functie.
FB-Forbikobler
Deze zone worden met een extern codeslot of een toegangscontrole-element verbonden. Deze zone werkkt zoals een regulaire in-/uitgangszone. Als deze zoneijdens de uitgangstijd geactiveerd worden, dan worden de uitgangstijd direct beeindigd en de inbraakalarinstallatie worden geactiveerd. Als deze zone met een geactiveerde inbraakalarinstallatie geactiveerd worden, start deze de ingangsvertraging.

12 Algemene begrippen
ZONE
Zone worden één of meertere melders genoemd, die met de inbraakalarinstallatie via een ingang CCT verbonden zich.
Een zone geldt als geopend of geactiveerd als de stroomkring binnen CCT door een melder (bewegingsmelder, magneetcontact,...) onderbroken werk (voor NC) of de onderstandswaarde veranderd is (voor DEOL).
Een zone geldt als gesloten of in rust als de stroomkring binnen CCT gesloten is (voor NC) of de lijnspanning van de centrale zich binnen de juiste parameters bevindt (voor DEOL).
INBRAAKALARMINSTALLATIE GEACTIVEERD
In actieve toestand van de inbraakalarminstallatie bewaakt deze alle zones op veranderingen in de lijnspanning en activeert lokaal en optioneel extern een alarm.
INBRAAKALARMINSTALLATIE GEDEACTIVEERD
In uitgeschakelde toestand van de inbraakalarminstallatie worden alleen die zones bewaakt, die alttijd actief zijn, zoals bijvoorbeeld, 24 uur, techniek, vuur- en brandmelders. Een alarm door een van deze zones leidt meestal alleen tot een intern alarm.
INTERN/EXTERN GEACTIVEERD
Naast de complete activering van de inbraakalarinstallatie is het ook möglich afzonderlijke bereiken (B, C, D) te activeren. Daardoor is het möglich dat u thus bent en het bereik van het systeme activeert en zodoende ook beveiligd bent. Deze manier van activeren worden intern genoemd.
INTERNALARM
Bij een intern alarm worden alleen de zoemers van de bedieningselementen en de optioneel aangesloten luidspreker geactiveerd.
LOKAAL ALARM
Bij een lokaal alarm worden bovendien de aangesloten combisignaalgevers (flitslicht en sirene) geactiveerd.
EXTERNAL ALARM
Bij een extern alarm worden naast de aangesloten akoestische en optische signaalgevers ook nog eens een signaal via telefoon doorgegeven.

13 Voorbeeldinstallatie
Aan de hand van deze voorbeeldinstallatie worden u vertrouwd gemaakt met het gebruik van de Terxon SX. Hiertoe gebruiken wij een system met twee gebruikers. Een gebruiker要去 via invoor van een code, de andere via chip-sleutel de alarminstallatie kuren (de)activeren Verder要去 twee melders, een bewegingsmelder (XEVOX ECO) en een openingsmelder (FU7350W) op de installmenta aangesloten worden. Via het schakelslot (SE1000)要去 het gehele system op scherp gezet worden.
De signaalgever SG1650 (sirene+flits) dient voor de visuele en akoestische weergave van een inbraak- of overvalalarm.
Ook wilten wij u de programmering van de meldertypes en van de transistoruitgangen voor de externe alarmgever uitvoeriguiitleggen. Sluit de installment a.u.b. nog Niet op de spanningsvoedig of op de accu aan!
Eerst beginnen wij met de bedrading van de alarmlijnen van de bewegings- en openingsmelder. Vervolgens leggen wij de bedrading van de sabotagelinuit.
Gebruik a.u.b. voor de bedrading de 8-aderige alarmkabel AZ6360 of AZ6361. De volgende afbeelding toont de aansluiting van de melders op de installmente:

Let er a.u.b. op, dat u voor de bedrading van de sabotagelijk nog twee extra leidingen nodig hebft. In de volgende stap sluiten wij het bedieningselement op de installmentie aan. Let er a.u.b. op, dat de geleiderbrug bij het gebruik van maar een bedieningselement Niet erin gestoken is (zie pagina 12). Sluit het bedieningselement zoals afgebeeld op de centrale aan.


Nu wordt de sleutelschakelaar (SE1000) op de installmenta aangesloten. Steek waarvoord be bijgevoegde stekkerkabel in de aansluitstrip voor de extra schakeluitgangen. Dezeuitgangen heeft u nodig voor de aansturing van de LED's.


Lees hiervoor a.u.b. ook de gebruiksaanwijzing van de SE1000 door. De sluitelschakelaar moet op impuls worden ingesteld. De hierboven getoonde schakeling biedt u de mogelijkheid de alarminstallatie door draaien van de sleutel in beiden richtingen te activeren of te deactiveren. Ook hier wordt de sabotagelijk nog Niet op de centrale aangesloten. De instelling van de transistor-schakeluitgangen en extra schakeluitgangen lately we later zien.
Hieronder latent we de bedrading van de sabotagelijk zien. Let er a.u.b. op, dat u alle sabotagecontacten van de afzonderlijke componenten in serie schakelt. Metuitzondering van sirene en flits, aangezien hiervoor een speciale sabotageansluiting op de installmentie aanwezig is. De volgende afbeelding met bewegingsmelder en sleutelschakelaar dient ter verduidelijkking van de aansluiting van de sabotagecontacten. De openingsmelder heeft geen sabotageaansluitingen!

Als uuitsluitend melders zonder sabotagecontact gebruikt, moet u een brug:tussen COM en A/T op het alarmsystemaanbrengen.
Voordat wij tot het programmeren van de installmentie komen, beschrijven wij ter afsluiting van de bedradingswerkzaamheden nog de aansluiting van de sirene en van de flits op de Texxon SX. Hiervoor gebruiken we de SG 1650.
De sabotagelijk voor flits en sirene worden via een
eigen sabotagecontact van de installmentie aangesloten. Als u
geen externe signaalgever wilt gebruiken, moet u een
draadbrugCUSENMassa(0V)van dealarmcentrale
plaatsen.De aansluiting van de SG1650 op de Terxon SX
wordt in de volgende afbeelding weergegeven:
De bedrading van de installmentie is daarmee afgesloten.

Nu kommt het programmeren van de installmente op de Voorgrond te staan. Let er a.u.b. op, dat de sabotagecontacten van alle componenten gesloten zich, voordat u de installmente op de spanningsvoeding aansluit. Ga a.u.b. als volgt te werk:
- Sluit waaroor de 12 V accu (7,0Ah) op de klemmen van de centrale met de juiste kleuren aan (rood = + 12V, zwart = 0V).
- Sluit de beiden PIN's van de kickstart-geleiderbrug met behulp van een schroevendraier kort (zie pag. 14).
- De groene LED-weergave voor de spanning () begint te knipperen en de zoemers van de bedieningselementen kannen geactiveerd zijn. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gezchoolden te worden.
- Voer de standard gebruikerscode in. Dat is: 1234. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gezchoolen te worden.
- Sluit eerst hetuis van de inbraakalarinstallatie voordat u de 230V spanning aansluit.
- Voorzie de inbraakalarinstallatie van de 230V netspanning.
-
De groene LED-weergave voor de spanning ( ) brandt continu.
-
Voer nu via een bedieningselement in: 0 en verzolgens de standardprogrammeercode 7890
- De weergave in het display toont: Installer Mode
- U bevindt zich nu in het programmeermenu van de inbraakalarinstallatie en kunt met het programmeren beginnen.
We beginnen met het programmeren van de beiden zones. Voer via het toetsbord 001, gevolgd door in om instellingen van zone 1 (bewegingsmelder) te verrichten. U ziet de volgende weergave.
001:Zone01 TERXON M
U kunt nu dezonenaam "Zone01" met behulp van het toetsenbord van het bedieningselement veranderen. De toetsen moeten zoals bij een mobiele telefoon bediend worden.Met toets C gaat u een positie maar voren,met toets D een positie terug (zie pagina 46). Druk nu op de invoertoets l ,hierna verschijnt:
001:LD abcd1 TERXON M
Zone 001要去 als "Onmiddelijk" geefinieerd worden. Voer nu 03 in. U ziet de weergave:
003:NAa TERXON M
Met de toetsen A, B, C, D sunt u de toewijzing van de
melder aan de afzonderlijke bereiken veranderen. In deze
voorbeeldprogrammering is de bewegingsmelder alleen aktief, als het hele system is ingeschakeld. Bevestig nu met toets uw invoer. U komt wee in het beginvenster van het programmeermenu terug. Voer nu 002 voor de bewerking van zone 2, gevolgd door in. U ziet:
002:Zone02 TERXON M
Verander de naam van de zone waar eigen wens en druk op de invoertoets. De volgende weergave verschijnt:
002:IR abcd1 TERXON M
Deze veranderen we in in/uitgang. Voer 05 in. U ziet de volgende weergave op het display:
002:LD a 1 TERXON M
Voeg door indrukken van toets B het bereik B aan de melder toe. Bevestig de instelling met de invoertoets Het getal "1" ache ter deeilbereiken geeft de tijdvertragingsgroep (1 tot 4) aan. Deze kut u altijd in hetprogrammeermenu (menupunt 201 tot 204) veranderen (zie pagina 88).Nu hoeft alleen nog de sleutelschakelaar op zone 3 geprogrammeerd te worden. Voer 003 in, verander, als u dat wilt, dezonenaam en druk op de invoertoets Het display LAST het volgende zien:
003:NAa TERXONM
Verander de zone door invoer van 11 in de sleuteschakelaar en de volgende weergave verschijnt:
003:KM a TERXON M
Bevestig uw invoer met. Let er a.u.b. op, dat de Niet aangesloten zones 004 tot 008 op "Niet in gebruik" (NG) staan. De desbetreffende zone kunt u via 00 in de overeenkomstige instelling zetten.
In de volgende stap要去 de uitgangsvertragingsstijd ingesteld worden. Deze geeft aan, hoeveel vrij u voor het verlaten van de beveiligde zone ter beschikking heeft, voordat de alarinstallatie op scherp geschakeld worden. Kies in de programmeermodus via het bedieningselement 044, gevolgd door .Op het display ziet u:
Voer de gewenste totale uitgangsvertraging in (1 voor 10 sec. tot 6 voor 120 sec.) en bevestig dit met De ingangsvertragingstijd 1 worden via het menupunt 201 ingesteld.
In dit voorbeeld heeft u 45 seconden voor het deactiveren van de op scherp geschakelde alarminstallatie. U(Intt waarden tussen 10 en 120 sec.kiezen.1 staat voor 10 en 6 voor 120 seconden.Druk a.u.b waar eigien wens in
Nu gaan wij waar de programmering van de extra
transistoruitgangen voor de LED's van de sleutelschakelaar.
De gele LED moet in gedeactiveerde, de rode in
geactiveerde toestand van de alarminstallatie branden. Voer
via het toetsenbord 151 in om de eerste extra
transistoruitgang OP4 of de toestand van de rode LED te
programmeren. Bevestig dit met de invoertoets
151: Brand TERXON M
U ziet:
Verander a.u.b door invoer van 13 de instelling waar "Actief volgend". De weergave verandert in:
151:Uit Texxon M
Bevestig uw invoer met
De instelling voor OP5 - in het programmeermenu van punt 152 - is "Aan" (14). Let er a.u.b. op, dat veranderingen pas na het verlaten van het programmeermenu overgenomen worden.
De gele LED brandt alleen in gedeactiveerde toestand van het alarmsystemeenn continu en gaat na het op scherp stellenuit. De rode LED geeft aan, of de installmentie op scherp staat
Tot besluit worden de instelleningen van de relaisuitgangen 1 en 2 voor de sirene en de flits van SG 1650 uitgelegd. Voer 081 via het toetsbord in en bevestig met . De volgende weergave verschijnt:
081: Sirene TERXON M
Voer nu 08 in om "Flitser" te kiezen. Daardoor wordt de flits pas uitgezet, als u de alarinstallatie deactiveert. Druk tot besluit op Daardoor wordt de flits pas uitgezet, als u de alarinstallatie deactiveert. De relaisuitgang 2 moet op "Sirene" gezet worden. Kies waaroor het menupunt 082 en bevestig dit met Door invoer van 00 en , zet u de uitgang op "Sirene".
Om de sirenevertraging te veranderen, voert u in het programmeermenu 041 in en drukt u op de invoertoets U ziet op het display:
041: SirVertr = 0
TERXON M
Als u dat wilt, kurz u een verandering van de sirenevertraging invoeren. U kurz kiezenuit waarden van 0 tot 20 min.
Bij de sireneduur kunt u kiezen uit waarden van 1,5 min. tot 20 min.
Kies waaroor a.u.b. het programmeerpunt 042 en bevestig met U ziet de volgende weergave:
042: SirTijd = 15
TERXON M
Wij raden u aan deze waarde zo te lien of tot 1,5 minuten te verkorten (in Duitsland mag de sireneduur Niet langer dan 3 minutesন).
Voordat de gebruikers toegevoegd worden, wollen we nog de afzonderlijke functies van de installmentie testen. Laten we beginnen met de test van de transistoruitgangen. Voer nu in het programmeermenu 091 in en druk op
091: Test: U/G 1 TERXON M
Als u invoertoets opniew indrukt, worden de uitgang weer terugbezet. Met de menupunten 092 en 093 kut u de transistoruitgang 2 en de transistoruitgang OP3 testen. In de volgende stap controeren we of de zoemer van het bedieningselement goed werk. Kies hiervoor het menupunt 095, gevolgd door ziet de volgende weergave:
Gelijktijdig haort u een ononderbroken toon. De zoemer werk. Bevestig dit met
Tot besluit worden de werkking van de melders getest.
Daarvoor staat menupunt 097 ter beschikking. Druk na invoer van dit punt op de invoertoets. De volgende weergave is op het display te zien:
097: Looptest TERXON M
Open nu zone 02. U hoor een dubbel signaal en ziet de weergave:
A:Zone 02 TERXON M
Sluit de zone waar en druk opnieuw op om de meldertest af te sluiten. Voer de test ook op de andere melders UIT.
Als u een luidspreker bij het systeme gebruikt, kutu deze in het programmeermenu via 094 testen.
Dan+zijn alle instellingen in hetprogrammeermenu verricht. Verlaat hetprogrammeermenu via invoer van 099 en bevestig dit met bevindt zich nu in het gebruikersmenu.
Vervolgens moet er nog twee gebruikers aan het systeme toegevoegt worden. De eerste gebruiker (Bert) moet het systeme via de invoer van een code, de tweede (Anna) met behulp van een chip-sleutel hunnen activeren en deactiveren.
Voer in het gebruikersmenu de administratorcode 1234 in.
Selecteer? TERXON M
Voer nu via het toetsbord 4 in. Het bedieningselement toont:
Oudecode TERXON M
Voer nu het gebruikersnummer van gebruiker 2 in. Deze Iuidt: X002. Druk op Op het display verschijnt:
G02:Gebr 02 TERXON M
Verander nu de naam via het toetsenbord van het bedieningspaneel, in ons geval BERT.
G02:BERND TERXON M
Druk op de invoertoets. Nu worden u gezvraagd een nieuwe code in het systeme in te voeren.
Gebr 02: TERXONM
Voer bijv. 1111 in en bevestig dit met Via deze code kan de installmente op scherp en op 'niet op scherp' geschakeld worden. In de volgende stap worden gebruikster Anna toegevoegd, die via de chip-sleutel de installmente要去 activeren of deactiveren. Voer�oor in het gebruikersmenu de administratorcode 1234, gevolgd door 4, in. U ziet:
Oudemcode TERXON M
Voer nu de code van gebruiker 3 in. Deze luidt: X003. Druk op .Op het display verschijnt:
G03:Gebr 03 TERXON M
Verander nu de naam in ANNA en druk op de invoertoets. Op het display verschijnt:
G03:ANNA TERXON M
Na indrukken van de invoertoets verschijnt op het display:
Gebr 03: TERXONM
Houd nu de chip-sleutel voor het bedieningselement. U hoort een dubbel signaal. De chip-sleutel werk met succes ingelezen. Als u dat wilt,kest u aanvullend voor de gebruiker ook een PIN-code reserveren. InDat geval heeft de gebruiker de keuze,of hij het alarmsystemeem via code of chip-sleutel activeren wil.
Wilt u de Terxon SX activeren, voer dan a.u.b. de code in of houd de chip-sleutel voor de installmentie. U ziet de volgende weergave:
Door indrukken van de toetsen A of kunt u nu de gehele installmente op scherp schaken. Via de toetsen B, C en D heeft u de möglichkHz afzonderlijke deelbereiken te selectoreren. Zo kunt u bijv. in het geval van deze voorbeeldinstallatie via het op scherp schaken van het deelbereik B alleen de openingsmelder activeren en zodoende de uitgangsdeuren bewaken.
De installmentie is nu helemaal ingesteld.


Wilt u inplaats van signaalgever SG1650, SG1710 of SG1900 gebruiken, kaak dan a.u.b. gebruik van de volgende aansluitschema's.

Bij gelebruik van de sirene要去 tranistoruitgang (programmeermenu:menupunt 081-083) op sirene (00) gezet zich.

Gebruik voor het aansluiten van SG1900 de bijgevoegde waarstanden (1k Ohm). Vergeet Niet de aansluiting van de interne accu van NC maar Battery (-) om te zetten. Lees a.u.b. hiervoor ook de gebruiksaanwijzingen van de overeenkomstige signaalgevers aandachtig door.
14 De eerste keer in gebruik nemen
Als u de voorbeeldinstallatie nicht wilt gebruiken en direkt uw eigen programmering wilt beginnen, dan leest u a.u.b aandachtig de volgende punten. Let u op dat u bent vertrouwd geraakt met de belangrijkste begrippen van de centrale. U kurz de centrale nu in gebruik nemen.
- Sluit waarvoord de 12 V accu (7,0Ah) op de klemmen van de centrale met de juiste kleuren aan (rood = + 12V, zwart = 0V).
- Sluit de beiden PIN's van de kickstart-geleiderbrug met behulp van een schroevendraier kort (zie pag. 14).
- De groene LED-weergave voor de spanning () begint te knipperen en de zoemers van de bedieningselementen+kennen geactiveerd+zijn. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gezchoolen te worden.
- Voer de standard gebruikerscode in. Dat is: 1234. Met de weergave in het display hoeft geen rekening gezchoolen te worden.
- Sluit eerst het huis van de inbraakalarinstallatie voordat u de 230V spanning aansluit.
- Voorzie de inbraakalarinstallatie van de 230V netspanning.
- De groene LED-weergave voor de spanning () brandt continu.
- Voer nu via een bedieningselement in: 0 en verwolgens de standardprogrammeercode 7890
- De weergave in het display toont: Installer Mode
- U bevindt zich nu in het programmeermenu van de inbraakalarinstallatie en kunt met het programmeren beginnen.
15 Opmerkingen over de programmering
15.1 Programmeermodus
Alle gevevens in de programmeermodus worden via het toetsenbord ingevoerd. De LCD-weergave geeft u informatatie over uw invoer. Nadere informatatie over de afzonderlijke programmeerpunten is vanaf pagina 30 te vinden.
Om een punt te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Voer eerst via het toetsenbord het uit drie cijfers bestaande nummer voor het menupunt in, (bijv. 001 voor zone 1), waarvan u de eigenschap wilt bekijken of wijzigen. Druk voor het bevestigen van uw invoor op de invoertoets Op de LCD-weergave worden het geselecteerde menupunt weergegeven.
- Als u deinstalling nicht wilt wijzigen drukt u op de invoertoets
- Anders voert u nu deijke waarde via het toetsenbord in. De overeenkomstige waarde haalt uuit de programmeertabel. Deijke eigenschap worden weergegeven.
- Om de neue waarde op te slaan, drukt u ter bevestiging op de invoertoets
- Een zichew punt kan pas geseleerd worden als in het LCD-display Programmeer mode staat.
Voor het verlaten van het programmeermenu gaat u als volgt te werk:
- In het LCD- display staat: Programmeer mode
- Toets 099 in en bevestig uw invoer met de invoertoets. In het LCD- display staat: Ende prog?
-
Bevestig uw invoer met de invoertoets . Voor het annuleren van de invoer drukt u op de X-toets × .
-
Heeft u de invoer met de invoertoets bevestigd, dan contrôleert de alarmcentrale de actuelse status van het systeme. Voor zover er geen storingen optreden, keert de alarmcentrale in de normale operationele status terug. U heeft het programmeermenu verlaten. De centrale bevindt zich in uitgeschakelde toestand.
- Treden er storingen op, dan worden deze nu weergegeven. Mogelijkke storingen zijn: - Sabotagecontact van de alarmcentrale of bedieningselement geopend - Geen net- of accuvoeding aanwezig - Een zone geopend, die ook inuitgeschakelde toestand van de centrale ommiddelijk een alarm afgeeft (24 uur, vuur, brand, sabotage) Bij een systeemstoring worden de programmeermodus Niet verlaten. Verhelp eerst alle weergegeven systeemstoringen en voer de hierboven beschreiben stappen opnieuw UIT.
Fabriekscodes
Programmeercode/
Mastercode:
7890
Gebruikerscode 1/
Admincode:
1234
Gebruikerscode 2-16: X002....X016 (niet geldig)
Bedreigingscode
X017 (niet geldig)

15.2 Overzicht programmeermenu
Landinstelling (000 n y)
Let op: Bij de wijziging van de landinstelling worden alle instelleningen in het systeme op de fabriekswaarden van het desbetreffende land terug gezet.
| Menupunt | Instelling (n) | Betekenis |
| 000 | 0 UK - Groot-Brittannië | |
| 1 I - Italië | ||
| 2 EE - Spanje | ||
| 3 P - Portugal | ||
| 4 NL - Nederland | ||
| 5 FR - Frankrijk | ||
| 6 B - Belgïè | ||
| 7 D - Duitsland | ||
| 8 CH - Zwitserland | ||
| 9 A - Oostenrijk | ||
| X1 IRL - Ierland | ||
| X2 | OEM1 | |
| X3 | OEM2 | |
| X4 FI - Finland | ||
| X5 N - Noorwegen | ||
| X6 DK - Denemarken | ||
| X7 S - Zweden | ||
Zone-installing (001-008 √ xin) √ Bij de zoneprogrammering programmeert u eerst dezonenaam en verrolgens de zone-eigenschap.
| Menupunt | Instelling (nn) | Betekenis |
| 001 - 008 | 00 NG - Niet in gebruik | |
| 01 OV - Overval | ||
| 02 VU - Vuur | ||
| 03 OM - Ohmiddelijk | ||
| 04 24 - 24 uur | ||
| 05 IU - In/uitgang | ||
| 06 IV - Ingang volgend | ||
| 07 TS - Trillingsssensor | ||
| 08 TK - Techniek | ||
| 09 SK - Sleutelkastje | ||
| 10 BM - Brandmelder | ||
| Menupunt | Instelling (nn) | Betekenis |
| 11 SS – Steutelschakelaar | ||
| 12 BS – Blokslot | ||
| 13 AM – Niet vervoegbaar | ||
| 14 FB – Forbikobler zone | ||
Naast de zone-eigenschappen programmeert u bovendien de zone-attributen.
| Menupunt | Instelling (nn) | Betekenis | |
| X1 | C | -.Deurbel | |
| X2 | S – Meldertest | ||
| X3 | D – Dubbele activering | ||
| X4 | O – Zonebokkeringen möglichng | ||
| X7 | 1...6 | Gevoeligheid | |
| B | Bewaakt in bereik B | ||
| C | Bewaakt in bereik C | ||
| D | Bewaakt in bereik D | ||
| Programmecode (020 √ nnnn √ | ||
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 020 | nnnn | Programmeercode |
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 021 | 0 Geen waterstand NC | |
| 1 | Twee waterstanden DEOL |
| Intern volume (022 √ n √ | ||
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 022 | 0 | Uit |
| 1...9 | Zacht...Hard | |
| Intern alarm (025 √ n √ | ||
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 025 | 0 | Lokaal alarm volgend |
| 1 | Totuitgeschakeld | |


Alarm bij een misluktte activering (027)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 027 | 0 | Intern alarm |
| 1 | Lokaal |
Status weergave uitschakelen (028 √)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 028 | 0 | Nooit uitsc |
| 1 | Na 180sec. uitschakelen | |
| 2 | 30sec. na code uitschakelen |
External alarm vertraging met geactiveerde
| Ingangsvertraging (029 √ n √) | ||
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 029 | 0 | Uit |
| 1 | Aan | |
Overvalalarm (030 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 030 | 0 | Hard |
| 1 | Stil |
Eerste melder alarm uitschakelen (035 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 035 | 0 | Eerste melder uitschakelen |
| 1 Eerste melder bewaken |
Uitgangsmodus voor gehele bereik
(039√n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 039 | 0 | Uitgangsstijd |
| 1 | Handmatig | |
| 2 | Laatste | |
| 3 | Afsluiten |
Systeem auto actief na alarm
(040 n
code
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 040 | 0 | Nooit |
| 1 | Eén | |
| 2 | Twee | |
| 3 | Drie | |
| 4 | Alttijd |
Sirenevertraging (041√ n
| Menupdati | Instelling | Betekenis |
| 041 | 0 | Geen vertraging |
| 1 1,5 min vertraging | ||
| 2 3 min vertraging | ||
| ode3 5 min vertraging | ||
| 4 10 min vertraging | ||
| 5 n#e#in vertraging | ||
| 6 20 min vertraging | ||
Sireneduur (042 n
Uitgangsstijd gehele bereik (044 x)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 044 | 1 | 10 sec. |
| 2 | 20 sec. | |
| 3 | 30 sec. | |
| 4 | 45 sec. | |
| 5 | 60 sec. | |
| 6 | 120 sec. |
In-/uitgangsvertraging volume
(045√n√
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 045 | 0 | Geen signalaal |
| 1...9 1 = zacht - 9 = hard | ||
Sabotagealarm reactie (046 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 046 | 0 | Intern alarm |
| 1 | Bedieningselement | |
| Intern bedieningselement |
Datum en tijd (051
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 051 | TnnMnnJnn | Invoer datum |
| SnnMnn | Invoerijd |
Zones en sabotage blokkeren (052
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 052 | 0 Zones blokkeren suggestijk | |
| 1 Zones en sabotage | blokkeren suggestijk | |
Annuleren - reset (053 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 053 | 0 Optie zoals in | punt 33 |
| 1 Reset door gebruiker | ||
Zonegedrag bij intern B (060 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 060 | 0 | In-/uitgangszone blijft in-/uitgangszone |
| 1 |
| onmiddelijkke zone |
Zonegedrag bij intern B (061√ n√
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 061 | 0 lngang volg. | blijft ingang volg. |
| 1 lngang | volg. worden in- | |
| /uitgangszone |
Uitgangsmodus voor intern B (062 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 062 | 0 | Uitgangsstijdsignaal |
| 1 | Onmiddelijk | |
| 2 | Stil | |
| 3 | Zoalsvoor geheel op scherp |
Alarmgedrag bij intern B (063√ n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 063 | 0 | Alleen bedieningselement |
| 1 | Luidspreker bedieningselement | |
| 2 | Lokaal | |
| 3 Extern alarm (sirene en kiezer) | ||
Uitgangsstijd bij intern B (065 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 065 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| 3 | 30 | sec. | |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
Zonegedrag E/A bij intern C (070√ n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 070 | 0 | In-/uitgangszone blijft in-/uitgangszone |
| wordt | 1 | |
| In-/uitgangszone onmiddelijkke zone |

Zonegedrag ing. volg. bij intern C (071)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 071 | 0 Ingang volg. | blijft ingang volg. |
| 1 Ingang | volg. worden in- | |
| /uitgangszone |
Ultgangsmodus voor intern C (072 n y
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 072 | 0 Uitgangsstijd plus zacht signaal | |
| 1 | Onmiddelijk | |
| 2 | Stil | |
| 3 | Zoals voor geheel op scherp | |
Alarmgedrag bij intern C (073√ n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 073 | 0 | Bedieningselement |
| 1 | Luidsprekerbedieningselement | |
| 2 | Lokaal | |
| 3 | External+ sirene en kiezer) |
Uitgangsstijd bij intern C (075 √ n √
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 075 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| 3 | 30 | sec. | |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
Uitgangsmodus voor intern D (076 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 076 | 0 Uitgangsstijd plus zacht signaal | |
| 1 | Onmiddelijk | |
| 2 | Stil | |
| 3 | Zoals voor geheel op scherp | |
Alarmgedrag bij intern D (077√ n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 077 | 0 | Bedieningselement |
| 1 | Luidspreker bedieningselement | |
| 2 | Lokaal | |
| 3 Extern alarm (sirene en | kiezer) | |
en
alarm
Uitgangsstijd bij intern D (079√ n√
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 079 | 1 | 10 | sec. |
| 2 | 20 | sec. | |
| uitgangsmodus | 3 | 30 | sec. |
| 4 | 45 | sec. | |
| 5 | 60 | sec. | |
| 6 | 120 | sec. | |
en
alarm
alarm
(bed.-elem.
uitgangsmodus
Gedrag van de transistoruitgang 1
(081 nn
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 081 | 00 | Sirene |
| 01 | In-/uitgang | |
| 02 | Actief | |
| 03 | Actief | |
| 04 Schok | sensor reset | |
| 05 | Looptest | |
| 06 | Gered | |
| 07 | 24 | |
| 08 | Flitslicht | |
| 09 | Vuur | |
| 10 Sirenetest (met eigenustr.voorz.) | ||
| 11 | Actief | |
| 12 | Actief | |
| 13 Uitgeschakeld impuls 1 | ||
| 26 | Actief | |
| 27 | Actief | |
| 28 | Actief | |
| 29 | Actief | |
| 30 Uitgeschakeld impuls 1 | ||
| 31 Uitgeschakeld impuls 2 | ||
| 32 Uitgeschakeld impuls 3 | ||
| 33 Uitgeschakeld impuls 4 | ||
| 34 | Vuur | |
| 35 | Overval | |
Gedrag van de transistoruitgang 2
(082 nn
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 082 | Zie instelling voor transistoruitgang 1 |
Gedrag van de transistoruitgang 3
(083 nn
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 083 | Zie instelling voor transistoruitgang 1 |
Gedrag van de uitgangen bij inbraakalarm
(085 n
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 085 | 0 Staniel tot uitgeschakeld |
| 1 | Weer | activeren |
Aanvullende ingangsvertraging
| Melgapoint | Instelling | Betekenis |
| volg@86 | 0 | Uit |
| stabil | 1 | Aan |
vollgenuipunt Instelling Betekenis 087 0 Niet geactiveerd volgend 1 Geactiveerd
reset
Gebeurtenisgeheugen (090 n y
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| beveggend | 0 | Geheugen |
| impuls | 1 1 | Terugbladeren |
| 3 | Vooruitbladeren | |
| impuls | ×1 | Geheugen verlaten |
| impuls | √2 | Tussen datum/tijd en gebeurtenis omschakelen |
| impuls | 3 | |
| impuls | 4 | |
Uitgang 1 testen (091
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 091 | ✓× | Test afsluiten |
Uitgang 2 testen (092
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 092 | ✓× | Test afluiten |
Uitgang 3 testen (093
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 093 | ✓× | Test afluiten |
Interne luidspreker testen (094
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 094 | ✓× | Test afluiten |
Sirene bedieningselement testen (095
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 095 | ✓× | Test afsluiten |

Looptest (097
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 097 | ✓× | Test afluiten |
Fabrieksinstalling herstellen (098
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 098 | ✓× | Fabrieksinstellingherstellen |
Programmeermenu verlaten (099
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 099 | ✓ | Programmeermenu verlaten |
Taalinstelling voor het OSD-menu
| Menupunt | Instelling Betekenis | |
| 126 | 0 Engl. = Engels | |
| 1 Ital. = Italiaans | ||
| 2 Span. = Spaans | ||
| 3 Port. = Portugees | ||
| 4 | Ned. | |
| 5 Fran. = Frans | ||
| 6 Duit. = Duits | ||
| 7 Noor. = Noors | ||
| 8 | Zwee. | |
| 9 Deen. = Deens | ||
| X1 Fin. = Fins | ||
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 1
| Menupunt | Installing | Betekenis |
| 151 | 00 Niet in gebruik | |
| 01 | Vuur vol | |
| 02 | Overval volgend | |
| 03 | Inbraak volgend | |
| 04 | Actief/uitgeschakeld volgend | |
| 05 | Alarm an nuleren alarm | |
| 06 | Technisch alarm | |
| 11 | Net storing volgend | |
| 12 | Sabotage volgend | |
| 13 | Actief volgend | |
| 14 | Uitgeschakeld volgelekerd | |
| 15 | Zone gelekerd volgen | |
| 16 | Noodoproep | |
| 17 | Sleutelkastje | |
| 18 | Anti mask | |
| 19 | Brandmelder | |
| 30 | Actief impuls | |
| Nederland | 32 | Actief impuls |
| 33 | Actief impuls | |
| 34 Uitgeschakeld impuls 1 | ||
| 35 Uitgeschakeld impuls 2 | ||
| 36 Uitgeschakeld impuls 3 | ||
| 37 Uitgeschakeld impuls 4 | ||
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 2
| 152 | ✓ | nn | ✓ |
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 152 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 | ||
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 3
| 153 | ✓ |
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 153 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 4
| 154 | ✓ | nn |
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 154 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 | |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 5
(155 nn
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 155 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 6
(156√nn
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 156 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 |
Gedrag_van_de_aanvullende schakeluitgang 7
(157 nn
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 157 | Zieinstellung voor schakeluitgang 1 | |
Gedrag van de aanvullende schakeluitgang 8
(158√nn√
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 158 | Zie instelling voor schakeluitgang 1 | |
Inversie van de aanvullende schakeluitgangen
(159√n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 159 | 0 | Niet geinve (+ve valt weg) |
| 1 | Geinverteerd (+ve worden aangesloten) |
Duur van het actieve impuls 1 2 3 4
(170√n√n√) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 170 | 00 | stabil |
| 01-12 D'ur impuls in seconden | ||
Schakeluitgang actief stabel
(171√n√n√)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 171 | A B C D Schake | uitgang activeren bij een actief bereik |
Duur van het uitgeschakelde impuls 1
(172√n√n√)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 172 | 00 | stabil |
| 01 - 12 Duur impuls in seconden | ||
Schakeluitgang uitgeschakeld stabel
(173 n n)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 173 | A B C D Schake | uitgang activeren bij een uitgeschakeld bereik |
Schakeluitgang bij vuur
(174 n n)
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 174 | 0 | Schakeluitgang |
| 1 | Schakeluitgang |
Schakeluitgang bij overval
(175 ✓ n n n) √ √
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 175 | 0 | Schakeluitgang |
| 1 | Schakeluitgang |
Laatste uitgang settling-tijd
(182 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 182 | 07 | 7 | seconden |
| 08 | 8 | seconden | |
| 09 | 9 | seconden | |
| 10 | 10 | seconden | |
| 11 | 11 | seconden | |
| 12 | 12 | seconden | |
Displayregelveranderen(183
| Menupunt | Instelling Betekenis |
| 183 | Max. 16 tekens C/D - links / rechts |
Vuur signaalgever (184 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 184 | 0 | UIT |
| 1 | AAN |

uit

Sleutelschakelaar auto reset (185
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 185 | 0 | UIT |
| 1 | AAN |
Weergave zoneweerstand (199
| Menupunt | Instelling | Betekenis |
| 199 | Toetsen 1 + 3 zonekeuze | |
Ingangsvertragingsgroep 1 (201 n
| Menupunt | Instelling | Betekenis | |
| 201 | 1 | 10 | seconden |
| 2 | 20 | seconden | |
| 3 | 30 | seconden | |
| 4 | 45 | seconden | |
| 5 | 60 | seconden | |
| 6 | 120 | seconden |
Ingangsvertragingsgroep 2 (202 n zie 201
Ingangsvertragingsgroep 3 (203 √ n y
zie 201
Ingangsvertragingsgroep 4 (204 √ n y
zie 201
Softwareversie (991
15.3 Instelling in het programmeermen
000 Landinstallingen
Gebruik deze instelling om de inbraakalarinstallatie met de overeenkomstige landconfiguratie UIT te rusten. Bij het laden van de landinstellungen gaan alle voor de gebruiker gedefinieerde instellenen verloren. Wilt u alleen de taal van de weergave van het bedieningselement wijzigen, gebruik dan het menupunt 126 (taal).
Vanuit het gebruikersniveau gaat u als volgt te werk:
-
Voer op het bedieningselement in: 0
-
Voer de programmeercode in: 7890
In het LCD- display staat: INSTALLER MODE - Voer op het bedieningselement in: 000
- In het LCD- display staat: 000:Land=DE
- Voer op het bedieningselement in: 4
- In het LCD- display staat: 000:COUNTRY NL
- Voer op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
Met deze installing heeft u de Voorinstellungen voor Nederland verricht. Pas na deze instilling stemmen de gemarkeerde waarden van het programmeeroverzicht met de ingestelde waarden van de inbraakalarinstallatie overeen.
001 - 008 zone-installing
Onder het punt Zone-instelling verricht u zowel de instelling voor de naam van de zone als ook de zone-eigenschap.
Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 001
- In het LCD- display staat: 001: ZONE 01
-
De cursor knippert onder de eerste letter.
-
Gebruik het toetsenbord om de naam van de zone met maximaal 12 tekens in te voeren.


- Hieronder worden als naam van de zone het woord "ENTREE" ingevoerd.
Voer waarvoor op het bedieningselement in:
3 3 3 E C -volgende positie-
4 4 4 4 N C - volgende positie -
6 6 6 - T C - volgende positie -
4 4 - R C - volgende positie -
2 2 - E C - volgende positie -
6 6 6 -E C -volgende positie- 4 4
-
Heeft u iets verkeerd getypt, dan kurz u met de Dtoets D de cursor achechteruit bewegen.
-
Een letter of een cijfer wist u door op deze positie met behulp van de 0-toets 0 een spatie te zetten.
-
Heeft u een neue naam van de zone ingevoerd, bevestig dan uw invoor. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
Na de invoer van de naam van de zone vindt de invoer van de zone-eigenschap plaats. De desbeteffende zone-eigenschappen worden op de pagina's 19 en 20 in deze handleiding uitgelegd. Ga voor de invoer van de zone-eigenschap als volgt te werk:
- Gebruik het toetsenbord om de zone-eigenschap in te voeren en druk op:
| 00 | NG – Zone nicht in gebruik |
| 01 | OV – Overval |
| 02 | BR – Vuur |
| 03 | NA – Onmiddelijk |
| 04 | 24 – 24(uur |
| 05 | LD – In-/uitgang |
| 06 | IR – Ingang volgend |
| 07 | TS – Trillingsmelder |
| 08 | TE – Techniekzone |
| 09 | KB – Sleutelkastje |
| 10 | SD – Brandmelder |
| 11 | KM – Sleutelschakelaar impuls |
| 12 | KS – Sleutelschakelaar stabel |
| 13 | AM – nicht vervoegbaar |
| 14 | FB – Forbikobler |
- Aanvullend op de zone-eigenschap voert u in, voor welk bereik deze zone bewaakt moet worden. De uitleg over de bereiken vindt u op pagina 20 in deze handleiding. Gebruik het toetsbord om het bereik te programmeren en druk op:
| E | Deze zone is bewaakt als het bereik A geactiveerd werk. In het LCD- display staat: a |
| B | Deze zone is bewaakt als het bereik B geactiveerd werk. In het LCD- display staat: b |
| C | Deze zone is bewaakt als het bereik C |
| geactiveerd werk. In het LCD- display staat: c | |
| d | Deze zone is bewaakt als het bereik D geactiveerd werk. In het LCD- display staat: d |
- Naast de zone-eigenschap en het bereik waarin de zone bewaakt moet worden, is er nog een zoneattribuut. Gebruik het toetsenbord om de zoneattributen te programmeren en druk op:
| X1 | B - Deurbel De centrale genereert elke keer een signaal op het bedieningselement en de luidspreker als een zone met dit zoneattribuut geactiveerd worden. Dit geldt alleen als de inbraakalarminstallatie uitgeschakeld is. Dit zoneattribuut staat voor zones met de eigenschap Onmiddelijk, In-/uitgang, Ing. volgend en trillingsmelder ter beschikking. |
| X2 | T - Meldertest Zones met dit zoneattribuut zijn in een testfunctie. U gezrukt zeze testfunctie als u van mening bent dat een melder een vals alarm zou konnen activeren. Deze zone gaat in een 14-daagse test. Activeert zeze zone binnen deze 14ragen, dan worden er geen alarm afgegeven. De melder worden UIT de bewaking genomen en er volgt een melding in het display. Activeert de zone binnen de 14ragen Niet, dan worden de zonetest afgesloten, het zoneattribuut gewist en de zone werkt weer normala. Dit zoneattribuut staat voor zones met de eigenschap Onmiddelijk, Ingang volgend, Techniek en Trillingsmelder ter beschikking. |
| X3 | D - Zonekoppeling Zones met dit zoneattribuut activeren pas een alarm als nog een zone binnen eenijdvenster van 5 minuten activeert |

| of als een zone minimaal 10 seconden geopend is (bijv.: magnetecontacten). Deze functie reducert valse alarmen door afzonderlijke melders tot een minimum, maar kan onder bepaalde omstandigheden ertoe leiden dat een inbraak pas LAST OF HELEMAAL NIE HERKEND WORDT. Dit zoneattribuut staat voor zones met de eigenschap Onmiddelijk of Ingang volgend ter beschikking. | |
| X4 | O - Zoneblokkeringen Zones met dit zoneattribuut hunnen door de gebruiker handmatig geblokkeerd en uit de bewakinguitgeschakeld worden. |
- Naast de zone-eigenschappen en zone-attributen kurz u bij sommige zone-eigenschappen nog aanvullende instellingen verrachten. Zo moet u bij een in-/uitgangszone en de ing. volgend zone de ingangsvertragingstijd vastleggen en bij de zone trillingsmelder de gevoeligkeit ervan. Gebruik het toetsenbord om aanvullende eigenschappen te programmeren en druk op:
| X7 | Bij zones met de zone-eigenschap in-/uitgang of ing. volgend programmeert u hiermee de overeenkomstige ingangsvertragingstijdgroep. Druk verzolgens op de toets: 1 voor de vertragingsgroep 1 2 voor de vertragingsgroep 2 3 voor de vertragingsgroep 3 4 voor de vertragingsgroep 4 |
| X7 | Bij zones met de zone-eigenschap trillingsmelder programmeert u hiermee de gevoeligheid. Druk verzolgens op de toets 1-6: 1 ongevoelig 6 gevoelig |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
OPMERKING: De vertragingstijd voor de in-/uitgangszone要去langer+zijn dan die van de ing.volgend zone. De tijd voor de ingangsvertragingstijdgroep programmeert u in het punt 201 t/m 204.
020 Wijzigen van de programmeercode
Voor het wijzigen van de programmeercode, die voor de toegang tot het programmeermenu nodig is. Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 020
- In het LCD- display staat: 020: CODE
- De cursor knippert aan het einde van de instelling.
- Gebruik het toetsenbord om de nieuwe uit vier cijfers bestaande programmeercode in te voeren.
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.


021 Wijzigen van de zoneafsluiting
Voor het wijzigen van de zoneafsluiting voor de ingangen van de inbraakalarinstallatie. Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 021
- In het LCD- display staat: 021: CC + A/T
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | CC + A/T Bij deze zoneafsluiting mag er geen waarstand in de alarmzone gezrukt worden. Tijdens het openen van de zone worden er een alarm geactiveerd. Het sabotagecontact van de melder moet apart op de inbraakalarminstallatie aangesloten worden. Neem de aansluitdiagrammen voor de bedrading met NC + Sabo in acht. |
| 01 | FSL 2K2/4K7 Bij deze zoneafsluiting要去en twee waarstanden met verschillende waarden worden gezrukt. Afhankelijkke van welke waarstandswaarde gewijzigd worden, activeert de inbraakalarminstallatie een alarm of sabotage. De sabotage-ingang op de centrale heeft geen functie. Neem de aansluitdiagrammen voor de bedrading met DEOL in acht. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
022 Wijzigen van het volume bij een intern alarm
Voor het wijzigen van de zoneafsluiting voor de ingangen van de inbraakalarinstallatie. Vanuit het programmeerniveau gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 022
- In het LCD- display staat: 022: D.BelVol=3
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0-9 | D.BelVol Vermeld hier, met welt volume het interne alarm via het bedieningselement en de (opt.) aangesloten luidspreker要去 worden afgegeven. Druk op de toets: 0 UIT 1 zicht 9 hard |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
025 Intern alarm
Voor het wijzigen van de eigenschap van het interne alarmGaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 025
- In het LCD- display staat: 025: LS Tijd
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Int alarm volgt lokaal alarm Het interne alarm volgt de ingevoerde& tijden voor de buitensirene |
| 1 | Int. alarm tot uitgeschakeld Het interne alarm loopt tot de alarmcentrale uitgeschakeld werk. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
027 Alarm bij een mistrukte activering
Voor het wijzigen van de eigenschap van het alarm bij een misluktte activering gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 027
- In het LCD- display staat: 027:INTERN
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Het alarm bij een mistrukte activering worden via de interne signaalgever afgegeven. |
| 1 | Het alarm bij een mistrukte activering worden bovendien via de buitensirene lokaal afgegeven. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
028 Statusweergave
Voor het wijzigen van de eigenschap van de statusweergave gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 028
- In het LCD- display staat: 028: Status UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | De weergave blij permanent geactiveerd. Het systeme geeft algijd werk of de alarmcentrale geactiveerd of gedeactiveerd is. |
| 1 | De weergave van de toestand van de centrale blij na invoer van de gebruikerscode 180 seconden geactiveerd, daarna wisselt deze waar aan de datum&rijkweergave. |
| 2 | De weergave schakelt 30 seconden na elke gebeurtenis wijterug maar de datum&rijkweergave. Let erop dat ook de LED's maar 30 seconden branden. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
029 Toegangsalarmvertraging
Voor het wijzigen van de eigenschap van de toegangsalarmvertraging gaat u als volgt te werk
- Voer op het bedieningselement in: 029
- In het LCD- display staat: 029: VERtraginUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | De alarmcentrale genereert onmiddelijk een alarm als de gebruiker van de vastgelegde ingangsroute afwijk. |
| 1 | De alarmcentrale verlangsvertraging met nog.ecns 30 seconden als de gebruiker van de vastgelegde ingangsroute afwijk. Daar bij worden een intern alarm geactiveerd om de gebruiker erop te wijzen dat hij een fout heeft begaan. Wordt de gebruikerscode binnen ingangsvertragingstijd ingevoerd, dan worden een lokaal alarm vermeden en de alarmcentrale gereset. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

030 Stille overval
Voor het wijzigen van de eigenschap van het stille overvalalarm gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 030
- In het LCD- display staat: 030: OV Luid
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | OV Luid Bij het activeren van het overvalalarm genereert de alarmcentrale lokaal een alarm. |
| 1 | OV Stil Bij het activeren van het overvalalarm genereert de alarmcentrale lokaal geen alarm. Het alarm worden alleen via relaiscontacten afgegeven en via de opt. kiezer doorgegeven. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
031 Zonesabotage
Voor het wijzigen van de eigenschap van de zonesabotage gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 031
- In het LCD- display staat: 031: EngTmpRstUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Geen programmeerode nodig (UIT) Bij het activeren van een sabotagealarm is de invoer van de gebruikerscode voldoende om de sabotagemelding te bevestigen. |
| 1 | Programmeerode nodig (AAN) Bij het activeren van een sabotagealarm is na de invoer van de gebruikerscode voor het deactiveren |
| van het alarm nog de invoer van de programmeercode nodig om het sabotagealarm te wissen. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
033 System reset
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeme resetGaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 033
- In het LCD- display staat: 033: Inst.Rst UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Systeem-reset (UIT)Bij de weergave van een systemdfout is alleen de invoor van een gebruikerscode nodig om de melding te bevestigen. |
| 1 | Systeem-reset (AAN)Bij de weergave van een systemdfout is de invoor van een programmeercode nodig om de melding te bevestigen. |
Let a.u.b. op het volgende:
Bepaalde gebeurtenissen vereisen altijd de invoer van een programmeercode. Dit zich:
Uitval of storing op een bedieningselement
Uitval van de 12V voedingszekering
Lage accu in de centrale
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

034 Overval-reset
Voor het wijzigen van de eigenschap van de overval-reset gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 034
- In het LCD- display staat: 034: OV Gebr RST
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | OV Gebr RST Om een overvalalarm te resetten, is alleen de invoer van een geldige gebruikerscode nodig. |
| 1 | OV Inst RST Om een overvalalarm te resetten, is na de invoer van een geldige gebruikerscode voor het deactiveren van het alarm nog de invoer van een programmeercode nodig om het overvalalarm te wissen. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
035 Eerste-alarmreactie
Voor het wijzigen van de eigenschap van de eerstealarmreactie gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 035
- In het LCD- display staat: 035: Lock-outAAN.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Eerste melder uitschakelen, Lock-outAAN Na afloop van de alarmtijd (alarmtijd van de lokale alarmering van de buitensirene) worden de alarmcentrale waar geactiveerd. De zone die het alarm heeft geactiveerd, worden nicht meer bewaakt. |
| 1 | Eerste melder bewaken, Her-in |
Na afloop van de alarmtijd (alarmtijd van de lokale alarmering van de buitensirene) worden de alarmcentrale waar geactiveerd. De zone die het alarm heeft geactiveerd, worden ook waar bewaakt.
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
038 Systemsabotage-reset
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeemsabotage-reset gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 038
- In het LCD- display staat: 038: EngSysTm UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | EngSysTm UIT Bij een systemd Sabotage is het möglich de alarmcentrale door de invoer van de gebruikerscode te resetten. |
| 1 | EngSysTm AAN Bij een systemd sabotage is het alleen door de invoer van de bouwercode möglich de alarmcentrale te resetten. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

039 Uitgangsmodus voor geheel op scherp (A)
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsmodus voor geheel op scherp.gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 039
- In het LCD- display staat: 039: A=Tijdsbep.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | A=Tijdsbep. Na het activeren van de alarmcentrale begint de geprogrammeerde uitgangsvertragingstijd te lopen. Na afloop van de vertragingstijd worden de alarmcentrale geactiveerd. Mochten er op dit tijdstip zones geopend zijn, dan worden er een alarm afgeveen. |
| 1 | A=Afbreken Na het activeren van de alarmcentrale begint de uitgangsvertragingstijd te lopen. De vertragingstijd loopt zo lang, tot een met een bedieningselement verbonden toets bediend worden, die de uitgangsvertragingstijd handmatig.beeindigd. De uitgangsvertraging worden zeven seconden na indrukken van de toets.beeindigd. |
| 2 | A=Lst. Deur Na het activeren van de alarmcentrale begint de uitgangsvertragingstijd te lopen. De vertragingstijd loopt zo lang, tot een zone met de zone-eigenschap in-/uitgang gesloten worden. De uitgangsvertraging worden zeven seconden na indrukken van de toets.beeindigd. |
| 3 | A=Schakel. E Na het activeren van de alarmcentrale begint de vertragingstijd te lopen. De vertragingstijd loopt zo lang, tot een zone met de eigenschap in-/uitgang gesloten worden en ér bovendien na het sluiten van de zone een contact dat met |
het bedieningselement verbonden is, geopend werk.
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
040 Systeme auto op scherp
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeme auto op scherpGaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 040
- In het LCD- display staat: 040: Her-in=Altyd
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Her-in=Nooit Na het activeren van het alarm loopt het alarm tot aan de ingestelde alarmtijd van de buitensignaalgever. Mocht nog een melder na afloop van de ingestelde alarmtijd nog een alarm van de alarmcentrale melden, dan worden echter Niet waar opnieuw een alarm geactiveerd. |
| 1-4 | Her-in=1 / 2 / 3 / Altyd Na het activeren van het alarm loopt het alarm tot aan de ingestelde alarmtijd van de buitensignaalgever. Alaar gelang de ingevoerde waarde worden de centrale één, twee, drie keer of altijd geactiveerd. Mocht er opnieuw een alammelding optreden, dan worden er werkelijk alarm geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

041 Sirenevertraging
Voor het wijzigen van de eigenschap van desirenevertraging gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 041
- In het LCD- display staat: 041: SirVertr 0
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | Sir. Vertr 0 Na het activeren van het alarm worden de lokale alarmering zonder vertraging gestart. |
| 2 | Sir. Vertr 1,5 Na het activeren van het alarm worden de lokale alarmering na een vertraging van 1,5 minutes geactiveerd. |
| 3 | Sir. Vertr 3 Na het activeren van het alarm worden de lokale alarmering na een vertraging van 3 minutes geactiveerd. |
| 4 | Sir. Vertr 10 Na het activeren van het alarm worden de lokale alarmering na een vertraging van 10 minutes geactiveerd. |
| 5 | Sir. Vertr 15 Na het activeren van het alarm worden de lokale alarmering na een vertraging van 15 minutes geactiveerd. |
| 6 | Sir. Vertr 20 Na het activeren van het alarm worden de lokale alarmering na een vertraging van 20 minutes geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
042 Sireneduur
Voor het wijzigen van de eigenschap van de systeme auto op scherpGaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 042
- In het LCD- display staat: 042: SirTijd =3
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | SirTijd =1,5 Na deALARING wordt de lokale alarmering 1,5 minuten geactiveerd. |
| 2 | SirTijd =3 Na deALARING wordt de lokale alarmering 3 minuten geactiveerd. |
| 3 | SirTijd =5 Na deALARING wordt de lokale alarmering 5 minuten geactiveerd. |
| 4 | SirTijd =10 Na deALARING wordt de lokale alarmering 10 minuten geactiveerd. |
| 5 | SirTijd =15 Na deALARING wordt de lokale alarmering 15 minuten geactiveerd. |
| 6 | SirTijd =20 Na deALARING wordt de lokale alarmering 20 minuten geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
044 Uitgangsvertragingstijd A
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsvertragingstijd bij geheel op scherp A gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 044
- In het LCD- display staat: 044: Uitlp.A=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | Uitlp.A=10 Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 10 seconden. |
| 2 | Uitlp.A=20 Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 20 seconden. |
| 3 | Uitlp.A=30 Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 30 seconden. |
| 4 | Uitlp.A=45 Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 45 seconden. |
| 5 | Uitlp.A=60 Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 60 seconden. |
| 6 | Uitlp.A=120 Uitgangsvertragingstijd voor geheel op scherp 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
045 In-/uitgangsvertragingsignal volume
Voor het wijzigen van de eigenschap van het volume van het in-/uitgangsvertragingssigmaal gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 045
- In het LCD- display staat: 045: I/U VOL=5
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | I/U VOL=UIT In-/uitgangsvertragingssigmaal uit. |
| 1-9 | I/U VOL=1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / 7 / 8 / 9 In-/uitgangsvertragingssigmaal zacht (19 tot hard (9) |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
046 Sabotagealarm
Voor het wijzigen van de eigenschap van het sabotagealarm met gedeactiveerde alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 046
- In het LCD- display staat: 046: Intern
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Intern, Bij sabotagealarm in de gedexeactiveerde toestand van de alarmcentrale worden alleen een intern alarm geactiveerd. |
| 1 | Codebd Bij sabotagealarm in gedexeactiveerde toestand van de alarmcentrale worden het B-element geactiveerd. |
| 2 | Int+RKP Bij sabotagealarm in gedexeactiveerde toestand van de alarmcentrale worden het B-element en het interne alarm geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
051 Datum en tijd
Voor het wijzigen van de datum en deijd gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 051
- In het LCD- display staat bijv.: 051: D03 M02 J05
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en voer de dag in:
- Bevestig uw invoer met
- Voer met behulp van het toetsenbord de maand in. (januari t/m september = 01 t/m 09)
- Bevestig uw invoer met
- Voer met behulp van het toetsenbord het�<|im_start|>
- Bevestig uw invoer met
- De weergave wisselt, voert u nu met behulp van het toetsenbord het uur in.
- Bevestig uw invoer met
- Voer met behulp van het toetsenbord de minuut in.
- Bevestig uw invoer met
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
052 Sabotage blokkeren
Voor het wijzigen van de eigenschap van de sabotage gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 052
- In het LCD- display staat: 052: Overbr Alarm
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Overbr Alarm Het is alleen möglich afzonderlijke zones te blokkeren, een sabotagezone of een sabotagealarm kan nicht geblokkeerd worden. |
| 1 | Overbr Al+Ta Het is möglich afzonderlijke zones en ook sabotagezones of een sabotagealarm uit de bewaking te blokkeren. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
053 Afbreken - reset
Voor het wijzigen van de eigenschap afbreken reset, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 053
- In het LCD- display staat: 053: Afbr.=Syst.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | Afbr.=Syst. De reset na een afgebrozen alarm vindtplaats zoals in functie 33 ingesteld. |
| 1 | Afbr.=Gebr Na een afgebrozen alarm mag gebruiker de reset UITvoeren. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

060 Gedrag I/U bij intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van de eigenschap van de in-/uitgangszone bij intern op scherp (B) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 060
- In het LCD- display staat: 060: B=LD =LD
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | LD = LD Een als in-/uitgang geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij interne activering en start daardoor de ingangsvertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
| 1 | LD = NA Een als In-/uitgang geprogrammeerde zone verandert+zijn zone-eigenschap bij een interne activeringaar Onmiddelijk en geeft een alarm bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering af. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
061 Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van de zone-eigenschap bij intern op scherp (B)Gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 061
- In het LCD- display staat: 061: B=IR =IR
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | IR = IR Een als ingang volgend geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij een interne activering en maakt het betreden van deze zones möglichk terwijl de ingangsvertraging loopt. |
| 1 | IR = LD Een als Ingang volgend geprogrammeerde zone verandert+zijn zone-eigenschap bij een interne activeringaar In-/uitgang en start de vertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een achieve interne activering. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
062 Gedrag uitgangsmodus intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsmodus bij intern op scherp (B) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 062
- In het LCD- display staat: 062: B=LEISE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | B=A+Lagetoon Het akoestische signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd worden met half volume afgegeben. |
| 1 | B=Direct Bij een interne activering worden de alarmcentrale onmiddelijk, d.w.z.+zonder vertragingstijd intern geactiveerd. |
| 2 | B=Stil Er worden geen akoestisch signaal tijdens de uitgangsvertragingstijd afgegeben. Na het verstreijken van de vertragingstijd geeft de centrale een kort signalaaf. |
| 3 | B=A De uitgangsmodus voor intern op scherp B is net als de uitgangsmodus voor geheel op scherp A |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
063 Alarmgedrag bij intern op scherp (B)
Voor het wijzigen van het alarmgedrag bij intern op scherp (B)Gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 063
-
In het LCD- display staat: 063: B = B-TEIL
-
Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
| 0 | Codebd Alleen de bediendelen worden geactiveerd. |
| 1 | Intern Bij alarm worden de bediendelen en het interne alarm geactiveerd. |
| 2 | Lokaal Bij alarm worden de bediendelen, het interne alarm en de buitensirene geactiveerd. |
| 3 | Voll. Bij alarm worden naast de bediendelen en de interne signalering ook de buitensirene en de uitgangen geactiveerd |
065 Uitgangsvertragingstijd intern B
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsvertragingstijd bij intern op scherp B gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 065
- In het LCD- display staat: 065: UitloopB=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | UitloopB=10 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 10 seconden. |
| 2 | UitloopB=20 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 20 seconden. |
| 3 | UitloopB=30 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 30 seconden. |

| 4 | UitloopB=45 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 45 seconden. |
| 5 | UitloopB=60 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 60 seconden. |
| 6 | UitloopB=120 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp B 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
070 Gedrag I/U bij intern op scherp (C)
Voor het wijzigen van de zone-eigenschap van de in/uitgangszone bij intern op scherp (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 070
- In het LCD- display staat: 070: C=LD =LD
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | LD = LD Een als in-/uitgang geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij interne activering en start daardoor de ingangsvertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
| 1 | LD = NA Een als In-/uitgang geprogrammeerde zone verandert+zijn zone-eigenschap bij een interne activering aan Onmiddelijk en geeft een alarm bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering af. |
-
Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
071 Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (C)
Voor het wijzigen van de zone-eigenschap van de ingang volgend zone bij intern op scherp (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 071
- In het LCD- display staat: 071: C=IR =IR
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | EF = EF Een als ingang volgend geprogrammeerde zone heeft deze eigenschap ook bij een interne activering en maakt het betreden van deze zones möglichk terwijl de ingangsvertraging loopt. |
| 1 | IR = LD Een als Ingang volgend geprogrammeerde zone verandert+zijn zone-eigenschap bij een interne activeringaar In-/uitgang en start de vertragingstijd bij het activeren van de zone en bij een actieve interne activering. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.

072 Gedrag uitgangsmodus intern (C)
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsmodus bij interne activering (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 072
- In het LCD- display staat: 072: C=LEISE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | C=A+Lagetoon Het akoestische signalaal tijdens de uitgangsvertragingstijd worden met half volume afgegeben. |
| 1 | C=Direct Bij een interne activering worden de alarmcentrale onmiddelijk, d.w.z.+zonder vertragingstijd intern geactiveerd. |
| 2 | C=Stil Er worden geen akoestisch signalaal tijdens de uitgangsvertragingstijd afgegeben. Na het verstreijken van de vertragingstijd geeft de centrale een kort signalaal af. |
| 3 | C=A De uitgangsmodus voor intern op scherp B is net als de uitgangsmodus voor geheel op scherp A |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
073 Alarmgedrag bij intern (C)
Voor het wijzigen van het alarmgedrag bij interne activering (C) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 073
- In het LCD- display staat: 073: C = BT/INT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | C=Codebd Alleen de bedieningselementen worden geactiveerd. |
| 1 | D=Intern Bij alarm worden de bedieningselementen en het interne alarm geactiveerd. |
| 2 | C=Lokaal Bij alarm worden de bedieningselementen, het interne alarm en de buitensirene geactiveerd. |
| 3 | C=Voll Bij alarm worden naast de bedieningselementen en de interne signalering ook de buitensirene en de uitgangen geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
075 Uitgangsvertragingsstijd intern C
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsvertragingstijd bij intern op scherp C gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 075
- In het LCD- display staat: 075: UItloopC=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | UitloopC=10 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 10 seconden. |
| 2 | UitloopC=20 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 20 seconden. |
| 3 | UitloopC=30 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 30 seconden. |
| 4 | UitloopC=45 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 45 seconden. |
| 5 | UitloopC=60 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 60 seconden. |
| 6 | UitloopC=120 Uitgangsvertragingstijd voor intern op scherp C 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
076 Gedrag uitgangsmodus intern (D)
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsmodus bij interne activering (D) gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 076
- In het LCD- display staat: 076: D=LEISE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | D=A+Lagetoon Het akoestische signala tijdens de uitgangsvertragingstijd worden met half volume afgegeben. |
| 1 | D=Directf Bij een interne activering worden de alarmcentrale onmiddelijk, d.w.z.+zonder vertragingstijd intern geactiveerd. |
| 2 | D=Stil Er worden geen akoestisch signala tijdens de uitgangsvertragingstijd afgegeben. Na het verstreijken van de vertragingstijd geeft de centrale een kort signala af. |
| 3 | D=A De uitgangsmodus voor intern op scherp B is net als de uitgangsmodus voor geheel op scherp A |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
077 Alarmgedrag bij intern (D)
Voor het wijzigen van het alarmgedrag bij interne activering (D)的那一 aspect of the project is to develop a new system for the use of the system.
- Voer op het bedieningselement in: 077
- In het LCD- display staat: 077: D = BT/INT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | D=Codebd Alleen de bedieningselementen worden geactiveerd. |
| 1 | D=Intern Bij alarm worden de bedieningselementen en het interne alarm geactiveerd. |
| 2 | D=Lokaal Bij alarm worden de bedieningselementen, het interne alarm en de buitensirene geactiveerd. |
| 3 | D=Voll. Bij alarm worden naast de bedieningselementen en de interne signalering ook de buitensirene en de uitgangen geactiveerd. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
079 Uitgangsvertragingstijd intern D
Voor het wijzigen van de eigenschap van deuitgangsvertragingstijd bij intern op scherp D gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 079
- In het LCD- display staat: 079: UitloopD=10
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 1 | UitloopD=10 Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 10 seconden. |
| 2 | UitloopD=20 Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 20 seconden. |
| 3 | UitloopD=30 Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 30 seconden. |
| 4 | UitloopD=45 Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 45 seconden. |
| 5 | UitloopD=60 Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 60 seconden. |
| 6 | UitloopD=120 Uitgangsvertragingstijd voor Intern op scherp D 120 seconden. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
081 Transistoruitgang OP1
Voor het wijzigen van het gedrag van de transistoruitgang OP1 op de printplaat van de alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 081
- In het LCD- display staat: 081: SIRENE
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | Sirene Deze uitgang worden bij een lokaal en extern alarm geactiveerd. Deinstallingen voor de sirenevertraging en de sireneduur stelt u in het menu 41 of 42 in. |
| 01 | I/U volgend Deze uitgang worden geactiveerd als de in- of uittgangsvertraging actief is. Let er a.u.b. op dat deze uitgang Niet geactiveerd worden als de uittgangsmodus intern op Stil of Onmiddelijk geprogrammeerd werk. |
| 02 | Aan LED Deze uitgang worden geactiveerd als de alarmcentrale compleet of intern geactiveerd is. |
| 03 | PIR geh. Deze uitgang worden geactiveerd als de alarmcentrale compleet of intern geactiveerd worden. Bovendien worden de uitgang geactiveerd als de alarmcentrale gereset worden of een looptest gestart werk. |
| 04 | Trilsensor Deze uitgang worden aan het begin van de uitgangsvertraging voor 5 seconden geactiveerd. |
| 05 | Looptest Deze uitgang wordenijdens de gebruiker- en programmeur-looptest geactiveerd. De uitgang worden met de looptest-ingang van de bewegingsmelder verzonden. |
| 06 | Gereed LED Deze uitgang worden geactiveerd als de alarmcentrale gereed is voor het compleet of intern activeren. De alarmcentrale is gereed, ook als de zones met de eigenschappen in-/uitgang of ingang volgend geopend+zijn. |
| 07 | 24 uw alrm Deze zone worden geactiveerd als een zone een alarm activeert waarvan de zone-eigenschap 24 uw is. De uitgang worden gedestructiveerd als de alarmcentrale gedestructiveerd worden. |
| 08 | Flitser Deze uitgang worden geactiveerd als een lokaal of extern alarm geactiveerd worden. De uitgang blijf actief tot de alarmcentrale gedestructiveerd worden. |
| 09 | Brand Reset Deze uitgang worden gebruikt om rookmelders te resetten. Deze uitgang worden na elk deactiveren en resetten van de alarmcentrale na een alarm minimaal 3 seconden geactiveerd. |
| 10 | Sirene test Deze uitgang na het programmeren geactiveerd enijdens het uitvoeren van de sirenetest (opdracht 91 in het programmeermenu) gedestructiveerd. |
| 11 | Flitser Set Deze uitgang worden 10 seconden geactiveerd, nadat de alarmcentrale geactiveerd werden en de alarmcentrale actief is. De uitgang kan gelebruikt worden om een bevestiging van actief af te gehen. |
| 12 | Aan UG1 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 170) geactiveerd als de centrale complet (A) of intern (B), (C) of (D) geactiveerd werk (opdracht 171). |
| 13 | Uit UG1 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 172) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) gedeactiveerd werk (opdracht173). |
| 26 | Aan UG1 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 170) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) geactiveerd werk (opdracht171). |
| 27 | Aan UG2 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 170) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) geactiveerd werk (opdracht171). |
| 28 | Aan UG3 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 170) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) geactiveerd werk (opdracht171). |
| 29 | Aan UG4 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 170) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) geactiveerd werk (opdracht171).De uitgang worden ook geactiveerd alseen vuur- of overvalalarm werkgeactiveerd. |
| 30 | Uit UG1 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 172) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) gedeactiveerd werk (opdracht173). |
| 31 | Uit UG2 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 172) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B),(C) of (D) gedeactiveerd werk (opdracht |
| 173). | |
| 32 | Uit UG3 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 172) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedexeactiveerd werk (opdracht173). |
| 33 | Uit UG4 Deze uitgang worden voor een instelbareperiode (opdracht 172) geactiveerd alsde centrale compleet (A) of intern (B), (C) of (D) gedexeactiveerd werk (opdracht173). |
| 34 | Brand Deze uitgang worden geactiveerd als eenvuuralarm werk geactiveerd. De uitgangblijft zo lang actief tot het alarmgedexeactiveerd werk. |
| 35 | OV Deze uitgang worden geactiveerd als eenvuuralarm werk geactiveerd. De uitgangblijft zo lang actief tot het alarmgedexeactiveerd werk. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
082 Transistoruitgang OP2
Voor het wijzigen van het gedrag van de transitoruitgang OP2 op de printplaat van de alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 082
- In het LCD- display staat: 082: Flitser
- Gebruik het toetsenbord om uit de hierboven beschreiben punten te kiezen en voer de functie overeenkomstig in:

083 Transistoruitgang OP3
Voor het wijzigen van het gedrag van de transistoruitgang OP3 op de printplaat van de alarmcentrale gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 083
- In het LCD- display staat: 083: Flitser
- Gebruik het toetsenbord om uit de hierboven beschreiben punten te kiezen en voer de functie overeenkomstig in:
085 Inbraakuitgang
Voor het wijzigen van het gedrag van de transistoruitgang bij inbraakalarm gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 085
- In het LCD- display staat: 085: Inbr=Contin.
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | Contin. De uitgang blijt geactiveerd tot de gebruiker of programmeur de alarmcentrale reset. |
| 01 | Her-in De uitgang worden na het verstreijken van de ingestelde sireneduur gereset. Deze kan bij een herhaald alarm waar geactiveerd worden. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
086 Aanvullend ingangsvertraging
Voor het wijzigen van het gedrag van de tijd van de ingangsvertraging gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 086
-
In het LCD- display staat: 086:2e Kans UIT
-
Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | UIT Na het verstreijken van de ingangsvertragingstijd worden er een extern alarm geactiveerd. |
| 1 | AAN Na het verstreijken van de vertragingstijd worden er een intern alarm geactiveerd. De gebruiker heeft nu nog eens 30 secondenijd om zijn gebruikerscode in te voeren en de alarmcentrale te deactiveren. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
087 Bedieningseinlementalarm
Voor het wijzigen van de eigenschap van de aangesloten bedieningselementen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 087
- In het LCD- display staat: 087:2 Toets UIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | UIT Is de functie gedeactiveerd, dan kan er geen alarm via het bedieningselement worden afgegeven. |
| 1 | AAN Is de functie geactiveerd, dan kan er geen alarm via het bedieningselement worden afgegeven. Voor het activeren van een alarm drukt u op de toetsen: 1 & 3 voor overval 4 & 6 voor med. noodroep 7 & 9 voor vuuralarm Nadere informatie waarover vindt u in de gebruiksaanwijzing van dit product. |
- Bevestig uw invoer. Voer waaroor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
090-097 Testfunctie zie 15.4
098 Fabrieksinstellingen herstellen
Om de fabrieksinstellungen weer te herstellen, gaat u als volgt te werk:
- U moet zich in de programmeermodus bevinden.
- Voer op het bedieningselement in: 098
- In het LCD- display staat: 098: Stdrd Waarde
- Voer op het bedieningselement in: 1
- Voor het weeer herstellen van de fabrieksinstelingen drukt u op de toets:
- Voor het annuleren drukt u op de toets: X
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
099Programmeermodus verlaten
Om de programmeermodus te verlaten, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 099
- In het LCD- display staat: 099: Uit Prog?
- Voer op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement toont: Controle
-
Als er geen storing opttreedt en zones met de eigenschap 24aar, vuur, overval of techniek geopend gesloten zich, worden het programmeermenu verlaten.
-
Treedt er een storing op, dan geeft de alarmcentrale deze aan. Verhelp de storing en voer de stappen 1-4 opnieuw UIT.
126 Taal instellen
Om de taalinstelling voor de weergave in het bedieningselement te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 126
- In het LCD- display staat: 126:Lang=Nederl
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | ENGL. |
| 01 | ITAL. |
| 02 | SPAN. |
| 03 | PORT. |
| 04 | NED. |
| 05 | FRAN. |
| 06 | DUIT. |
| 07 | NOORW. |
| 08 | ZWEE. |
| 09 | DEEN. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont
6.PROGRAMMEER MODE.


151 Aanvullende uitgangen
Via de bijgevoegde kabel of met behulp van de optionele relaisprintplaat beschikt u over nog eens ache transistoruitgangen. Om de instelling van de uitgang 1 te wijzigen,.gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 151
- In het LCD- display staat: 151:Brand
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | Niet Gbr |
| 01 | Brand |
| 02 | OV |
| 03 | Inbr |
| 04 | In/Uit |
| 05 | Afbr |
| 06 | Technisch |
| 11 | 220 Ft |
| 12 | Sab Alarm |
| 13 | Uit |
| 14 | Aan |
| 15 | Zn Overbr |
| 16 | Medisch |
| 17 | Key Box |
| 18 | AntiMAsk |
| 19 | Rook Det |
| 30 | Aan UG1 |
| 31 | Aan UG 2 |
| 32 | Aan UG 3 |
| 33 | Aan UG 4 |
| 34 | Uit UG1 |
| 35 | Uit UG2 |
| 36 | Uit UG3 |
| 37 | Uit UG4 |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
152 Aanvullende uitgangen
Aanvullendeuitgang2
153 Aanvullende uitgangen
Aanvullendeuitgang3
154 Aanvullendeuitgangen
Aanvullendeuitgang4
155 Aanvullendeuitgangen
Aanvullendeuitgang5
156 Aanvullende uitgangen
Aanvullendeuitgang6
157 Aanvullende uitgangen
Aanvullende uitgang 7
158 Aanvullendeuitgangen
Aanvullende uitgang 8
159 Aanvullende uitgangen inverteren
Het is möglichk de aanvullende transistoruitgangen voor verzillende toepassenen ook te inverteren. In geinverteerde toestand worden de spanning van +12V in de actieve toestand aangesloten, bijv.: voor het aansturen van een visueel signal.
- Voer op het bedieningselement in: 159
- In het LCD- display staat: 159: INVComOutUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 00 | UIT +12V spanning worden voor het activeren van de uitgang verwijderd. In gedeactiveerde toestand is de uitgang op + 12V geregeld. |
| 01 | AAN +12V spanning worden voor het activeren van de uitgang aangesloten. In gedeactiveerde toestand is de uitgang op massa geregeld. |
-
Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
170 Prog. van de impulsuitgangen (tijd actief)
De als uittgangstype geprogrammeerde uittgangen Actief 1-4 worden met een impuls gedurende een vooraf gedefinieree tijd bij het activeren van de centrale en bij vuur- of overvalalarm aangestuurd. Leg eerst deijd vast waarbinnen deze uittgangen actief要去en zich.
- Voer op het bedieningselement in: 170
- In het LCD- display staat: 170: Aan UG1 01
- Gebruik het toetsenbord om de duur in te voeren. Mogelijkke waarden zijn 00 voor stabel en een duur tussen 00 en 12 seconden.
- Druk ter bevestiging op de toets:
- In het LCD- display staat: 170: Aan UG2 01
- Gebruik het toetsbord om opdezelfde manier de impulstijd 2 in te voeren.
- Ga door tot alle tijden ingevoerd zichn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
171 Prog. van de impulsuitgangen (niveau actief)
Leg vast wanner de uitgangen geactiveerd moeten worden door te bepalen bij welke manier van (de-) activeren (A, B, C, D) de uitgangen actief要去en schakelen.
- Voer op het bedieningselement in: 171
- In het LCD- display staat: 171: Aan UG1 ABCD
-
Gebruik het toetsenbord om het activeringsniveau in te voeren. A = geheel actief, B, C en D voor intern actief B, C of D.
-
Druk ter bevestiging op de toets:
- In het LCD- display staat: 170: Aan UG2 ABCD
- Gebruik het toetsbord om opdezelfde manier het activeringsniveau 2 in te voeren.
- Ga door tot alle niveaus ingevoerd zichn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signala "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
172 Prog. van de impulsuitgangen (tijduitgeschakeld)
De als uitgangstype geprogrammeerde uitgangen Uitgeschakeld 1-4 worden met een impuls voor de vooraf gedefinieree tijd bij het deactiveren van de centrale aangestuurd. Leg eerst de tijd vast waarbinnen.Deze uitgangen actief要去en zich.
- Voer op het bedieningselement in: 172
- In het LCD- display staat: 172: Uit UG1 01
- Gebruik het toetsenbord om de duur in te voeren. Mogelijkke waarden zijn 00 voor stabel en een duur tussen 00 en 12 seconden.
- Druk ter bevestiging op de toets:
- In het LCD- display staat: 172: Uit UG2 01
- Gebruik het toetsenbord om opdezelfde manier de impulstijd 2 in te voeren.
- Ga door tot alle tijden ingevoerd zichn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.


173 Prog. van de impulsuitgangen (niveauuitgeschakeld)
Leg vast wonneer de uitgangen geactiveerd moeten worden door te bepalen bij welke manier van (de-) activeren (A, B, C, D) de uitgangen actief要去en schakelen.
- Voer op het bedieningselement in: 173
- In het LCD- display staat: 173: Uit UG1 ABCD
- Gebruik het toetsenbord om het activeringsniveau in te voeren. A = geheel actief, B, C en D voor intern actief B, C of D.
- Druk ter bevestiging op de toets:
- In het LCD- display staat: 173: Uit UG2 ABCD
- Gebruik het toetsbord om opdezelfde manier het activeringsniveau 2 in te voeren.
- Ga door tot alle niveaus ingevoerd zichn.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
174 Prog. van de impulsuitgangen (vuuroptie)
Leg vast of de uitgangen ook aanvullend bij vuuralarm geactiveerd moeten worden door de optie Vuur op AAN te zetten. Let op: Alleen uitgangen die bij het deactiveren van de centrale geactiveerd worden, hunnen aanvullend ook bij vuur geactiveerd worden.
- Voer op het bedieningselement in: 174
- In het LCD- display staat: 174: Brand 1 AAN
- Gebruik het toetsenbord om te bepalen: 00=UIT 01=AAN
- Druk ter bevestiging op de toets:
- In het LCD- display staat: 174: Brand 2 AAN
- Gebruik het toetsbord om op bezelfde manier de optie Vuur 2 in te voeren.
-
Ga door tot alle uitgangen ingevoerd zichn.
-
Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
175 Prog. van de impulsuitgangen (overvaloptie)
Leg vast of de uitgangen ook aanvullend bij overvalalarm geactiveerd要去en worden door de optie Overval op AAN te zetten. Let op: Alleen uitgangen die bij het deactiveren van de centrale geactiveerd worden, hunnen aanvullend ook bij overval geactiveerd worden.
- Voer op het bedieningselement in: 175
- In het LCD- display staat: 175: OV 1 AAN
- Gebruik het toetsenbord om te bepalen: 00=UIT 01=AAN
- Drukt er bevestiging op de toets:
- In het LCD- display staat: 175: OV 2 AN
- Gebruik het toetsbord om op bezelfde manier de optie Vuur 2 in te voeren.
- Ga door tot alle uitgangen ingevoerd zich.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
182 Laatste uitgang settling-tijd
Deze tijd staat een vertraging van de alarmmelding bij de melders in het uitgangsbereik. Tijdens dezeijd zijn de sirenes uitgeschakeld en de centrale negeert de alarmen. Voor het wijzigien van de instellenenogaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 182
- In het LCD- display staat: 182:Seteling 07
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
07-12 Setteling 07-12
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
183 Display weergave veranderen
Deze tijd staat een vertraging van de alarmmelding bij de melders in het uitgangsbereik. Tijdens dezeijd zijn de sirenes uitgeschakeld en de centrale negeert de alarmen. Voor het wijzigen van de instellenen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 183
- In het LCD- display staat: 183: 9752
- Gebruik het toetsenbord om de weergave op het display te veranderen. Gebruik het toetsenbord zoals bij het gezven van de naam van de zone.
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
184 Vuur signaalgever
Voor het wijzigen van de instellingen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 184
- In het LCD- display staat: 184:PulsBrandUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | PulsBrandUIT Normmaal 2-tonig vuuralarm |
| 1 | PulseBrandAAN Zendt een pulssignaal aan als "Sirene" geschakelde uitgangen (81-83=00) |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
185 Sleuelschakelaar auto reset
Voor het wijzigen van de instellenen gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 185
- In het LCD- display staat: 185:KsAutoRstUIT
- Gebruik het toetsenbord om uit de volgende punten te kiezen en druk op:
| 0 | KsAutoRstUIT De gebruiker要去 geactiveerde zones handmatig terugzetten. |
| 1 | KsAutoRstAAN Met de wacht code kann een gebruiker na een alarm de centrale op nicht-op-scherp schaken. Er worden een item in het gebeurtenisgeheugen geplaatst. |
- Bevestig uw invoer. Voer waarvoor op het bedieningselement in:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signalaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.


201 Prog. ingangsvertragingstijd 1
Leg de ingangsvertragingstijd 1 in seconden vast. Ga waar bij als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 201
- In het LCD- display staat: 201: Inloop 1 = 45
- Gebruik het toetsenbord om de ingangsvertragingstijd in te voeren.
- Bevestig uw invoer met de toets.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
202 Prog. ingangsvertragingstijd 2
Leg de ingangsvertragingstijd 2 in seconden vast. Ga waar bij als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 202
- In het LCD- display staat: 202: Inloop. 2 = 45
- Gebruik het toetsenbord om de ingangsvertragingstijd in te voeren.
- Bevestig uw invoer met de toets.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
203/204 Prog. ingangsvertragingstijd 3/4
Leg de ingangsvertragingstijd 3/4 in seconden vast. Ga waar bij als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 203/204
- In het LCD- display staat: 203/204: Inloop. 3 / 4 = 45
- Gebruik het toetsenbord om de ingangsvertragingstijd in te voeren.
- Bevestig uw invoer met de toets.
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een dubbel signaal "beep" "beep" en toont PROGRAMMEER MODE.
15.4 Testfunctie
090 Gebeurtenisgeugen
De centrale slaat de LASTe 250 gebeurtenissen op. Elke gebeurtenis worden met datum en tijd opgeslagen. Het gebeurtenisgeheugen kan via het programmeermenu worden bekeken.
- Voer op het bedieningselement in: 090
- Het LCD-display toont dejongste gebeurtenissen als eerste.
- Om binnen het gebeurtenisgeheugen vooruit enchteruit te bladeren, gezruikt u toets 1 om vooruit te bladeren of toets 3 omchteruit te bladeren.
- Druk op de toets om tussen de gebeurtenis en datum/tijd te wisselen.
- Druk op de toets het gebeurtenisgeheugen te verlaten.
- Het gebeurtenisgeheugen kan nicht door de programmeur en Niet door de gebruiker gewist worden.
Vermeldingen in het gebeurtenisgeheugen en hun betekenis:
| Vermelding | Betekenis |
| 220 Fout Uitval | van de 230VAC spanningsvoeding |
| 220 Hrst 230VAC spanningsvoeding waar hersteld | |
| Alarm Afbr. Alarm handmatig door gekruiker afgebrozen | |
| AUX DC Fout | 12VDC voeding uitgevallen of AUX zekering defect |
| AUX DC Fail Hers | 12VDC voeding waar hersteld |
| Checksum fout | Fout in het geheugen van de alarmcentrale geconstasteerd |
| Accu Test Fout | Uitval van de accuvoeding of accuzekering defect |
| Lage Accu Hrst | Accuvoeding weirhersteld |
| Inbr Znn Alarm | Zone nn heeft een inbraakalarm geactiveerd |
| Inbr Znn Hrst | Zone nn OK |
| Standrd geladen | Fabrieksinstellungen werden weirhersteld |
| EEPROM Fout | Geheugenfout in de alarmcentrale |
| Brand Znn Alarm | Zone nn heeft een vuuralarm geactiveerd |
| Brand Znn Hrst | Zone nn werk geset |
| Brand Reset Vvuralarm geset | |
| Cnn Toets Alarm | Een gebruiker heeft te vaak geproveerd+zijn code in het bedieningselement nn in te voeren |
| Cnn Vermist Bedieningselement nn uitgevallen | |
| Cnn Herstel Bedieningselement nn werk waeraangesloten | |
| Cnn Sab. Bedieningselement nn heeft sabotagealarm geactiveerd | |
| Cnn Herstel Bedieningselement nn sabotage werk geset | |
| Br Knn Alarm | Op het bedieningselement nn werk vuuralarm geactiveerd |
| Md Knn Alarm | Op bedieningselement nn werk een med. moodoproep geactiveerd |
| Sleutel aan Znn | Via de sleutelschakelaar van de zone nn werk de alarmcentrale geactiveerd |
| Vermelding | Betekenis |
| Sleutel UIT Znn | Via de sleutelschakelaar van de zone nn werk de alarmcentrale gedeactiveerd |
| KeyBox Open Znn | De zone nn met de eigenschap sleutelkastje werk gesloten |
| KeyBox Dicht Znn | De zone nn met de eigenschap sleutelkastje werk geopend |
| Sab. Systeme | Het dekselcontact van de centrale werk geactiveerd |
| Herstel Sab. Systeme | Het dekselcontact van de centrale is wee gesloten |
| Accu vermist Accuvoeding onderbroken (kabel nicht aangesloten) | |

| Herstel Accu | Accuvoeding weehersteld (kabel aangesloten) |
| OV Cnn Alarm | BDT nn heeft een overvalalarm geactiveerd |
| OV Znn Alarm | Zone nn heeft een overvalalarm geactiveerd |
| OV Znn Hrst | Het overvalalarm van zone nn werk geseset |
| Aan Fout Znn | De alarmcentrale kon Niet geactiveerd worden omdat de ZN nn geactiveerd was |
| Brand Al. Znn | Zone nn heeft een vuuralarm geactiveerd |
| Brand Rst. Znn | Zone nn vuuralarm geseset |
| Zn in test Znn | Zone nn meldertest mistrukt |
| Herst. Sab. Sirene | Sirenesabotage ward geseset |
| Sab. Sirene | Sirenesabotage geactiveerd |
| Opnieuw aan | Systeem ward automatisch gereactiveerd |
| Opstart Syst. | Systeem van spanning voorzien en gestart |
| Sab. Znn Zone | nn heeft een sabotagealarm geactiveerd |
| Sab. Znn Hrst | Zone nn sabotagealarm geseset |
| Tech Znn Alarm | Zone nn heeft een technisch alarm geactiveerd |
| Tech Znn Hrst | Zone nn alarm geseset |
| Tel Lijn Fout | Fout bij de transmissie (niet bij Terxon SX) |
| Tel Lijn Hrst | Fout bij de transmissie geseset |
| Gnn Wijzig Gnn | Gebruiker nn heeft de gebruikerscode van de gebruiker nn gewijzigd |
| Gnn Verw. Gnn | Gebruiker nn heeft de gebruikerscode van de gebruiker nn gewist |
| Gnn Uit prog | Gebruiker nn heeft het programmeermenu verlaten |
| Gnn Aanwezig | Gebruiker nn heeft het programmeermenu betreden |
| Gnn Systeem Uit. | Gebruiker nn heeft de alarmcentrale geseset |
| Gnn # Aan Gebruiker nn heeft de alarmcentrale (bereik #) geactiveerd |
| Gnn # Uit Gebruiker nn heeft de alarmcentrale (bereik #) gedeactiveerd |
| Gnn Tijd/Datum Gebruiker nn heeft de tijd en de datum gewijzigd |
| Gnn Znn Ovbr Gebruiker nn heeft de ZN nn uit de bewaking uitgesloten |
| Gnn Znn N-ovbr Gebruiker nn heeft de ZN nn in debewaking weeper opgenomen |
| Global Tamper Alleen in geval van zone-eigenschap NC + Sabo: Sabotagelijk (COM A/T) geactiveerd |
| GI Tamper Tstr Sabotagelijk (COM A/T) weeer geseset |
091 Uitgang 1 testen
De centrale activeert uitgang 1 op de printplaat van de centrale tot deze handmatig waar beeindigd worden. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 091
- Om de test te beeindigen drukt u op de toets:
092 Uitgang 2 testen
De centrale activeert uitgang 2 op de printplaat van de centrale tot deze handmatig waar beeindigd worden. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 092
- Om de test te beeindigen drukt u op de toets:
093 Uitgang 3 testen
De centrale activeert uitgang 3 op de printplaat van de centrale tot deze handmatig waar beeindigd worden. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden. Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 093
- Om de test te beeindigen drukt u op de toets:
094 Luidsprekeruitgang testen
De centrale activeert uitgang voor de optioneel
aangesloten luidspreker op de printplaat van de centrale
tot deze handmatig waarbeeindigd worden. Om de test te
starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden.
Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 094
- Om de test te beeindigen drukt u op de toets:
095 Bedieningselementzoemer testen
De centrale activeert de zoemer van de bedieningselementen totthese handmatigweer beeindigd wordt. Om de test te starten, moet u zich in het programmeermenu bevinden.Dan gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 095
- Om de test te beeindigen drukt u op de toets:
Werd de loopest geactiveerd, dan is het möglichk alle zones van de alarmcentrale te activeren om hun functie te controeren. Activeer de loopest en activeer acheer elkaar alle zones. Test ook het sabotagecontact. Ga als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 097
- In het LCD- display staat: 097: LoopTEST
- Activeer een zone. De zoemer van het bedieningselement geeft een tweetonig signal af. Bovendien staat in het LCD- display: A:ZONE nn
- Heeft u een sabotagealarm geactiveerd, dan toont het bedieningselement via het LDC-display: S:ZONE nn
- Om de looptest te beeindigen drukt u op de toets: X
199 Weerstandswaarde meten
De centrale is in staat, de waarstandswaarden van de afzonderlijke zones te meten en uit te voeren. Zo kan er snugl geconstasteerd worden of een watstand verkeerd gebruikt werk. Ga als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 199
- Het LCD-display toont de waarden.
- Om van zone waar zone te wisselen, gezruikt u het cijfer 1 en het cijfer 3.
Betekenis van de weergave
| Vermelding | Betekenis | ||
| NO Geen werkstandgebruikt, zone geopend | |||
| 2K1 | 2,2KOhm | weerstand | gebruikt |
| 4K7 | 4,7KOhm | weerstand | gebruikt |
| ... overeenkomstige waarde in kohm | |||

991 Softwareversie
Met behulp van deze functie hebft de bouwer de mogelijkheid, de softwareversie van de centrale af te lezen en te controleren of de centrale gepartitioneerd is.
- Voer op het bedieningselement in: 991
- Het LCD-display geeft de softwareversie weeR
099 voor het verlaten van het programmeermenu
Voor het verlaten van het programmeermenu gaat u als volgt te werk:
- Voer op het bedieningselement in: 099
- Om het menu te verlaten, drukt u op de toets:
- Het bedieningselement bevestigt uw invoer met een signaal "beeeeeep" en toont waar datum en tijd.
External spanningsvoeding: 230V AC +/-10% (omgevingstemperatuur 20^ )
| External stroomopname: | 200mA | maximaal | ||
| Interne spanningsvoeding: | 19V | AC / | -10% | |
| Interne stroomvoorziening: | 1.0A | maximaal | ||
| CPU stroomopname: | 150mA | maximaal | ||
| Bedieningselement stroomopname: | 35mA | maximaal | ||
| Noodstroomvoorziening: | 12V | DC, | 7.0Ah | loadaccumulator |
Uitgangen
Relaisuitgangen 1 / 2: Transistoruitgang 3: 12V DC, 500mA maximaal, negatief schakelend
| Luidspreker: | 2 | x | 16ohm | luidspreker | maxima |
| AUX: | 12V | DC, 0.5A | maximaal | ||
| Aanvullende transistoruitgangen: | 12V DC, elk 0.05A maximaal | ||||
Ingangen
| TR: | Ingang | van | de | sabotage | van | |||
| Zekeringen | ||||||||
| F1 | - | 12V | AUX: | 230V, | 1A | snel | ||
| F2 | - | accu: | 230V, | 2A | snel | |||
Specifications
| Afmetingen: | 243mm | x | 234mm | x | 95mm | (€) |
| Gewicht: | 2.45kg |
Interneijd: +/- 10min./jaar, afgestemd op de netfrequentie
| Omgevering: | -10°C | tot | +40°C | max. | 75% | lt |
17 Fouten verhelpen
| De centrale toont geen reactie, hoewel net- en.accuspanning aangesloten zich | Controleer eventuele de aansluitingen van de net- en accuvoeding en de drie miniatuurzekeringen. Vervang deze zekeringen doordezelfde soort zekeringen, voor zover nodig. |
| Het display toont één/meerdere open zones (hoewel waarschijnlijk alle alarmcontacten in rust+zijn) en de alarmcentrale kan Niet geactiveerd worden of er volgt geen doorlopend vertragsssignaal. | Verwijder eerst alle aansluitingen van de desbetreffende alarmzone en verrang deze door een draadbrugussen CCT. Mocht de zone nu als gesloten weergegeven worden, dan ligt de oorzaak van de storing aan de aangesloten alarmcontacten/kabels. Controleer deze met een doorgangsmeter. Eventuel treedt er kortsluiting opussen de alarm- en sabotagezone of de 0V-aansluiting. |
| De alarmcentrale meldt continu sabotage. | Controleer de sabotagecontacten van de centrale en van de bedieningselementen. De veren van deze contacten moeten—helemaal ingedrukt zich. Controleer de aangesloten sabotagecontacten met een doorgangsmeter en vergewist u zich ervan dat er geen kortsluiting opttreedt. Let erop dat ook de sabotagezone van de sirene met 0V afgesloten worden. |
| Het activeren van een melder leidt zich tot een alarm. | Heeft u meer dan één melder in een alarmlijn aangesloten, controlleren dan of alle NC-contacten in série en Niet parallel aangesloten werden, maar gewelijklijke dieaansloten melders los. Zorg ervoor dat u de standard aanweziged draadbruggen van de afzonderlijke zones verwijderd heeft. Werd de alarmzone juist geprogrammeerd? |
| De exter alarmering start zich. | Controleer met een multimeter de transistoruitgang waarop de sirene aangesloten is om de juiste werkung van de centrale te garanderen. Sluit dan de sirene op de accu direct aan en controllerer de werkung ervan. |
| Sabotagealarm worden nicht geactiveerd, hoewel een sabotagecontact op een alarmmelder geopend worden. | Controleer of alle sabotagecontacten in série aangesloten zich. Mocht den ze parallel aangesloten zich, dan要去en eerst alle contacten geopend worden, zatat een sabotagealarm geactiveerd worden. Eventuel treedt er ook kortsluiting bij de beddingrading op. |
| Melders activeren vals alarm. | Controleer of de melders overeenkomstig de gevevens van de fabrikant gemonteerd en afgesteld werden. In geval van bewegingsmelders let u er met name op dat deze.altijd in de ruimte kijkend gemonteerd worden en dat ze Niet op warmtebronnen zich gericht. In geval van openingscontacten let u erop dat de schakelafstandussen bladveercontact en magneeit Niet teveel beweging zich. Controleer ook de beddingrading. Let met name op juiste soldeerpunten en klemmen. Het aanleggen van leidingen in de buurt van 230 V/400V leidingen kan ook tot storingen leiden. |
| Programmeer- en gebruikerscode werden vergeten. | Verwijder de netspanning en de noodstroomvoorziening van de alarmcentrale. Sluit de brug "NVM RST" onder het aansluitblok van de aanvullende transistoruitgangen kort en sluit met een kortgesloten brug eerst de noodstroomvoorziening en vervoigens de netspanning weeer aan. Alle codes enevt. dagsteutels werden gewist. De gebruikerscode 1 (mastercode) is sheer 1234, de bouwercode 7890. De programmering behalte datum/tijd blijf beholden. |
| U denkt dat de centrale een functie zich heeft die nicht goed werkct. | Voer een fabrieksresetuit (programmeermenu optie 98) en controllere de gewenste functie opnieuw. Meestal ligt de fouit aan de exter bedrading. |
18 Index

Aanvullend ingangsvertraging 60
Aanvullendeuitgangen 62
Aanvullendeuitgangen inverteren 62
Afbreken - reset 51
Alarm bij een mistrukte activering. 45
Alarmgedrag bij intern (C) 55
Alarmgedrag bij intern (D) 57
Alarmgedrag bij intern op scherp (B) 53
Bedieningselementalarm 60
Bedieningselementzoemer testen 69
Datum en tijd. 51
Display weergave veranderen 65
Eerste-alarmreactie 47
Fabrieksinstellungen herstellen 61
Gebeurtenisgeugen 67
Gedrag I/U bij intern op scherp (B) 52
Gedrag I/U bij intern op scherp (C) 54
Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (B) .. 52
Gedrag ing. volg. bij intern op scherp (C) .. 54
Gedrag uitgangsmodus intern (C). 55
Gedrag uitgangsmodus intern (D). 56
Gedrag uitgangsmodus intern op scherp (B) 53
In-/uitgangsvertragingssignaal volume..... 50
Inbraakuitgang 60
Internal alarm 44
Laatsteuitgangsettling-tijd. 65
Landinstellungen 41
Luidsprekeruitgang testen 69
Overval-reset 47
Prog. ingangsvertragingstijd 66
Prog. van de impulsuitgangen (niveau actief) 63
Prog. van de impulsuitgangen (niveauuitgeschakeld) 64
Prog. van de impulsuitgangen (overvaloptie) 64
Prog. van de impulsuitgangen (tijd actief)..63
Prog. van de impulsuitgangen (tijduitgeschakeld) 63
Prog. van de impulsuitgangen (vuuroptie).64
Programmeermodus verlaten 61
Sabotage blokkeren 51
Sabotagealarm 50
Sireneduur 49
Sirenevertraging. 49
Sleuelschakelaar auto reset. 65
Statusweergave. 45
Stille overval. 46
Systeem auto op scherp. 48
System-em-reset. 46
Systeamsabotage-reset. 47
Taal instellen 61
Testfunctie 67
Toegangsalarmvertraging 45
Transistoruitgang. 58
Uitgang testen 68
Uitgangsmodus voor geheel op scherp (A) 48
Uitgangsvertragingstijd A 50
Uitgangsvertragingstijd intern B 53
Uitgangsvertragingstijd intern C 56
Uitgangsvertragingstijd intern D 57
Vuur signaalgever 65
Weerstandswaarde meten. 69
Wijzigen van de programmeercode. 43
Wijzigenvandezzoneafsluiting 44
Wijzigen van het volume bij een intern alarm 44
Zone-installing. 41
Zonesabotage. 46
19 Systeemoverzicht
Dit systeemoverzicht geeft informatie over de in uw alarmsysteme geinstalleerde componenten, hun standplaats en werkig, en evt. wijzigingen. Het systeemoverzicht is altijd ook onderdeel van het alarmsysteme en dient op een veilige plaats te worden bewaard.
| Zone | Beschrijving | Complet | Actief A | Intern Actief B | Intern Actief C | Intern Actief D | Blokkeren möglichk | Deurbel |
| Uitgangsijd A | Uitgangsijd B | Uitgangsijd C | Uitgangsijd D | ||||
| Ingangsijd A | Ingangsijd B | Ingangsijd C | Ingangsijd D | ||||
| Sireneduur | Flitsduur |
NL