DM200A - Multimeter GREENLEE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DM200A GREENLEE in PDF-formaat.

📄 168 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice GREENLEE DM200A - page 145

Gebruikersvragen over DM200A GREENLEE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DM200A - GREENLEE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DM200A van het merk GREENLEE.

GEBRUIKSAANWIJZING DM200A GREENLEE

  • Lcd met achtergrondverlichting voor het lezen bij beperkte verlichting.
  • Beep-Jack™ pieptoon en een foutmelding op de lcd waarschuwen de gebruiker als de meetkabel op de mA/μA of A-ingangsklem is aangesloten en de keuzeschakelaar niet in de mA/μA of A-stand staat.
  • Mogelijkheid om contactloos of met een enkele voeler voltages te meten.
  • Staafdiagramdisplay dat sneller reageert dan het numerieke display — handig voor het detecteren van defecte contacten, klikken van potentiometers en signaalpieken.
  • Relatieve-nulwaardemodus
  • Meetgegevens bevriezen.
  • Mogelijkheid om automatische uitschakeling te selecteren. De DM-210A en DM-510A multimeters bieden de volgende bijkomende meetmogelijkheden: temperatuur (alleen K-type thermo-elementen) en elektrische capaciteit. De DM-510A multimeter heeft een AutoCheck™ functie voor automatische selectie van AC voltage, DC voltage en weerstand met lage ingangsimpedantie om “echo”-voltages uit te sluiten. De DM-510A heeft verder een piekregistratiefunctie voor het vastleggen van spannings- of stroomsignaalpieken en een optekenfunctie voor het opslaan van maximum- en minimumwaarden. De DM-510A meet de feitelijke RMS-waarde. Veiligheid Veiligheid is essentieel bij het gebruik en onderhoud van uw Greenlee gereedschap en toestellen. In deze gebruiksaanwijzing en via markeringen op het toestel krijgt u informatie voor het vermijden van gevaarlijke situaties en het voorkomen van een onveilig gebruik van dit instrument. Leef altijd de verstrekte veiligheidsinformatie na. Doel van deze gebruiksaanwijzing Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld om alle personeelsleden vertrouwd te maken met de procedures voor een veilig gebruik en onderhoud van de Greenlee DM-200A, DM-210A en DM-510A digitale multimeters. Zorg ervoor dat deze gebruiksaanwijzing altijd door alle personeelsleden kan worden geraadpleegd. Op verzoek kunt u gratis extra exemplaren van de gebruiksaanwijzing krijgen bij www.greenlee.com. Dit product niet weggooien! Voor informatie over recycling, bezoek www.greenlee.com.DM-200A • DM-210A • DM-510A

VEILIGHEIDSINFORMATIE Dit symbool wordt gebruikt om uw aandacht te vestigen op gevaarlijke situaties en vormen van onveilig gebruik die tot verwondingen of beschadiging zouden kunnen leiden. De waarschuwingsterm geeft de ernst van het gevaar aan, zoals hieronder gedefinieerd. In de tekst die op de waarschuwingsterm volgt, vindt u informatie voor het voorkomen of vermijden van de gevaarlijke situatie. Direct gevaarlijke situaties die, wanneer ze niet worden vermeden, ZEKER tot ernstige verwondingen leiden of dodelijk zijn. Gevaarlijke situaties die, wanneer ze niet worden vermeden, MOGELIJK tot ernstige verwondingen leiden of dodelijk zijn. Gevaarlijke situaties of vormen van onveilig gebruik waarbij het, indien ze niet worden vermeden, NIET UITGESLOTEN is dat ze tot ernstige verwondingen of beschadiging leiden. U moet deze gebruiksaanwijzing lezen en begrijpen voor u met of aan dit toestel werkt. Het niet begrijpen van hoe dit instrument op een veilige manier moet worden gebruikt kan leiden tot een ongeval met ernstige verwondingen of de dood tot gevolg. Gevaar voor elektrische schokken: Contact met onder stroom staande stroomkringen kan leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk zijn. Belangrijke veiligheidsinformatie Alle specificaties zijn nominaal en kunnen veranderen wanneer verbeteringen worden aangebracht aan het ontwerp. Greenlee Textron Inc. kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit het verkeerd gebruik of misbruik van zijn producten.® Gedeponeerd handelsmerk: de kleur groen voor elektrische testapparatuur is een gedeponeerd handelsmerk van Textron Innovations Inc. AutoCheck en Beep-Jack zijn handelsmerken van BTC.Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.

GOOI DEZE HANDLEIDING NIET WEG148

Belangrijke veiligheidsinformatie Gevaar voor elektrische schokken of brand:

  • Stel dit toestel niet bloot aan regen of vocht.
  • Gebruik dit toestel niet als het nat of beschadigd is.
  • Gebruik meetkabels en accessoires die geschikt zijn voor de toepassing. Controleer voor welke categorie en welk voltage de meetkabel of het accessoire is goedgekeurd.
  • Inspecteer de meetkabels of het accessoire voor gebruik. Zij moeten schoon en droog zijn en de isolatie moet in goede staat verkeren.
  • Gebruik dit toestel alleen voor de toepassing waarvoor het door de fabrikant is bedoeld en zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven. Elk ander gebruik kan afbreuk doen aan de door het toestel geboden bescherming. Het niet naleven van deze waarschuwingen zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn. Gevaar voor elektrische schokken:
  • Zet niet meer dan het nominale voltage tussen twee ingangsklemmen of tussen een ingangsklem en de aarding.
  • Maak geen contact met de uiteinden van de meetkabels of een niet-geïsoleerd deel van het accessoire. Het niet naleven van deze waarschuwingen zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn. Gevaar voor elektrische schokken:
  • Gebruik dit toestel niet met open behuizing.
  • Voor u de behuizing opent, verwijdert u de meetkabels van het circuit en zet u het toestel uit. Het niet naleven van deze waarschuwingen zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn. Gevaar voor elektrische schokken: De zekeringen vormen een wezenlijk onderdeel van de overspanningsbeveiliging. Wanneer een zekering moet worden vervangen, raadpleegt u “Specificaties” voor het correcte type, de correcte grootte en capaciteit. Wanneer u een ander type zekering gebruikt, is de overspanningsbeveiligingsclassificatie van het toestel niet langer geldig. Het niet naleven van deze waarschuwing zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn.DM-200A • DM-210A • DM-510A

Belangrijke veiligheidsinformatie Gevaar voor elektrische schokken:

  • Tenzij u een voltage, stroom of frequentie aan het meten bent, schakelt u het toestel uit en sluit u de stroomtoevoer af. Zorg ervoor dat alle condensatoren ontladen zijn. Er mag geen voltage meer aanwezig zijn.
  • Zet de keuzeschakelaar in de correcte stand en sluit de meetkabels zo aan dat beide elementen voldoen aan de vereisten voor de bedoelde meting. Een onjuiste instelling van de keuzeschakelaar of onjuiste aansluitingen kunnen leiden tot het doorbranden van een zekering.
  • Het gebruik van dit toestel in de onmiddellijke omgeving van apparaten die elektromagnetische interferentie veroorzaken, kan leiden tot onstabiele of onnauwkeurige meetwaarden. Het niet naleven van deze waarschuwingen zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn. Gevaar voor elektrische schokken: Verander niet van meetfunctie terwijl de meetkabels op een onderdeel of circuit zijn aangesloten. Het niet naleven van deze voorzorgsmaatregel zou eventueel kunnen leiden tot verwondingen en kan schade aan het toestel veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken: Gebruik het meettoestel niet om voltages te meten in circuits die beschadigd of geactiveerd zouden kunnen worden door de lage ingangsimpedantie van de AutoCheck™ modus (ongeveer 2,5 kΩ en 120 pF). Het niet naleven van deze voorzorgsmaatregel zou eventueel kunnen leiden tot verwondingen en kan schade aan het toestel veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken:
  • Probeer niet om dit toestel te repareren. Het bevat geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden hersteld.
  • Stel het toestel niet bloot aan extreme temperaturen of hoge vochtigheid. Zie de “Specificaties”. Het niet naleven van deze voorzorgsmaatregelen zou eventueel kunnen leiden tot verwondingen en kan schade aan het toestel veroorzaken.150 Identificatie

1. Display LCD met 4-cijferplaatsen (maximumwaarde: 5999) en staafdiagram.

2. Functietoetsen Zie toelichting onder “De functies gebruiken”.

3. Keuzeschakelaar Voor het selecteren van een functie of het uitschakelen van het toestel.

4. ΩV Positieve ingangsklem voor alle metingen behalve stroomsterkte.

5. COM Negatieve, gemeenschappelijke of aardingsingangsklem voor alle metingen.

6. A Positieve ingangsklem voor metingen van grote stroomsterkte.

7. mA µA Positieve ingangsklem voor metingen van geringe stroomsterkte.

14. – Polariteitindicator voor staafdiagram

15. LoZ Lage ingangsimpedantie is ingeschakeld.

16. Batterij is bijna leeg

19. ∆ Relatieve-nulwaardefunctie is ingeschakeld.

20. Wisselstroommeting is geselecteerd.

21. Gelijkstroommeting is geselecteerd.

24. “Display bevriezen”-functie is ingeschakeld.

25. Piekregistratiefunctie is ingeschakeld.

26. MAX De maximumwaarde wordt

weergegeven of opgetekend. MIN De minimumwaarde wordt weergegeven of opgetekend.

(staafdiagramdisplay) Pictogrammen op het display 27-28 29-30 31-32 33-36

De functies gebruiken Alle modellen

  • SELECT: Druk kort op deze toets om heen en weer te springen tussen functies.
  • : Houd ingedrukt tot de achtergrondverlichting actief wordt. Houd nogmaals ingedrukt om de verlichting uit te schakelen. De achtergrondverlichting wordt na ongeveer 30 seconden automatisch uitgeschakeld om de levensduur van de batterij te verlengen.
  • RANGE (BEREIK): Druk één keer om de handmatige bereikbepalingsmodus te activeren. Het pictogram verdwijnt van het display. Druk herhaaldelijk om de diverse bereikwaarden te kiezen. Houd ingedrukt om terug te keren naar de automatische bereikbepalingsmodus. Opmerking: wanneer u in de MAX/MIN, HOLD (display bevriezen) of Δ-modus werkt, verlaat u de modus met een druk op de toets RANGE.
  • REL: Geeft het verschil weer tussen twee metingen. Terwijl u een meting uitvoert, drukt u op REL om het display op nul te zetten. Op het display verschijnt dan het ∆ pictogram. Voer een tweede meting uit. De waarde die op het display verschijnt is het verschil tussen de twee metingen. Druk nogmaals om deze modus te verlaten.
  • Hz: Houd ingedrukt tot de meter een pieptoon laat horen om frequentiemeting in te schakelen. De frequentiefunctie kan worden gebruikt met de keuzeschakelaar in een willekeurige voltage- of stroomsterktestand. Gebruik de stand V of A om de frequentie van sinusvormige golfvormen te meten. Gebruik de stand mV om de frequentie te meten van 3 volt of 5 volt blokgolf logisch-niveausignalen. De gevoeligheid van de frequentiemeetfunctie is afhankelijk van het meetbereik. Om het gevoeligheidsniveau automatisch te laten selecteren, meet u eerst het spanningsniveau of de stroomsterkte en drukt u vervolgens op Hz. Als de weergegeven waarde onstabiel wordt of nul is, drukt u kort op de toets RANGE om een ander gevoeligheidsniveau te selecteren. Het aantal staafdiagramelementen geeft de geselecteerde gevoeligheid aan:
  • HOLD : Druk kort om de huidige waarde op het display te bevriezen. Druk nogmaals om deze modus te verlaten. Deze functie heeft geen invloed op het staafdiagram.
  • EF: Stel de meter in op een willekeurige stroomsterkte- of voltagefunctie. Houd de toets ingedrukt tot de meter een pieptoon laat horen om het elektrische veld te detecteren dat de stroomvoerende geleiders omgeeft. De signaalsterkte wordt weergegeven in de vorm van een reeks streepjes op het display.
  • Gebruik de ingebouwde antenne (die zich aan de bovenkant in de buurt van de lcd bevindt) van het meettoestel om onder stroom staande stroomkringen te volgen of een breuk in een kabel op te sporen.
  • Voor een grotere precisie, zoals voor het maken van een onderscheid tussen stroomvoerende draden en aardingsdraden, sluit u een meetkabel aan op de ΩV ingangsklem en gebruikt u de meetkabel als een voeler voor verificatie van AC voltage door middel van direct contact.
  • Automatische uitschakeling: Om de levensduur van de batterij te verlengen wordt de multimeter automatisch uitgeschakeld na ongeveer 30 minuten inactiviteit. Om de meter opnieuw aan te zetten, drukt u kort op de toets SELECT, CREST of REC, of draait u de keuzeschakelaar in de stand OFF en vervolgens weer in een andere stand. Om deze functie uit te schakelen drukt u op SELECT terwijl u de meter aanzet.DM-200A • DM-210A • DM-510A
  • Het piepsignaal uitschakelen: Houd de RANGE-toets ingedrukt terwijl u de meter aanzet om de piepsignaalfunctie tijdelijk uit te schakelen. Draai de keuzeschakelaar in de stand OFF en vervolgens weer in een andere stand om het piepsignaal te activeren. Alleen DM-510A
  • AutoCheck™ modus met lage impedantie: In deze modus selecteert de meter automatisch de juiste meting op basis van de input.
  • Als er geen input is, verschijnt “Auto” op het display.
  • Als het voltage hoger is dan ongeveer 1 volt AC of DC, wordt het voltage weergegeven.
  • Als er zowel een AC voltage als een DC voltage aanwezig is, wordt de grootste van de twee voltagewaarden weergegeven.
  • Als er geen voltage aanwezig is maar wel een weerstand van minder dan ongeveer 10 MΩ, wordt de weerstand weergegeven. Als de gemeten weerstand onder de continuïteitsdrempel (tussen 10 Ω en 80 Ω) ligt, weerklinkt de continuïteitstoon. Deze modus werkt met een lage ingangsimpedantie om te voorkomen dat parasitaire voltages of echovoltages worden gemeten. De ingangsimpedantie bedraagt ongeveer 2,5 kΩ bij een laag voltage en neemt toe tot ongeveer 375 kΩ bij 1000 V. Het pictogram “LoZ” geeft aan dat de meter in een modus met lage impedantie werkt. Gebruik de AutoCheck™ modus niet op circuits die door zo een lage ingangsimpedantie beschadigd of geactiveerd zouden kunnen worden. Gebruik in plaats daarvan de keuzeschakelaar om de AC of DC voltagemodus met hoge impedantie te selecteren en zo de belasting op zulke circuits te minimaliseren. Bereik- en functievergrendelingsfunctie: Terwijl u in de AutoCheck™ modus werkt, drukt u kort op de SELECT-toets om de weergegeven functie te vergrendelen. Druk kort op de RANGE-toets om het weergegeven meetbereik te vergrendelen. Druk herhaaldelijk op een van beide knoppen om de diverse bereikwaarden of functies te kiezen. Alarm bij circuit onder stroom: Als in de AutoCheck™ modus de weerstandmodus is vergrendeld en u de meetkabels over een circuit onder stroom beweegt, laat de meter een waarschuwingstoon horen.
  • REC: Druk kort om de MAX/MIN optekenmodus te activeren. In deze modus wordt de ingangswaarde om de 50 milliseconden gemeten. Op het display verschijnt "MAX MIN". De lcd geeft de feitelijke ingangswaarde weer. Telkens wanneer de maximum- of minimumwaarde wordt bijgewerkt, laat de meter een pieptoon horen. Druk herhaaldelijk om de gewenste weergave te kiezen: maximum, minimum, of feitelijke ingangswaarde. Houd de toets ingedrukt om deze modus te verlaten. De automatische uitschakeling is niet actief wanneer u deze functie gebruikt.
  • CREST: Druk kort om de piekoptekenmodus te activeren. In deze modus wordt de ingangswaarde elke 5 milliseconden gemeten en verschijnt en “MAX” op het display. De lcd geeft de maximum piekwaarde weer. Druk herhaaldelijk om de gewenste weergave te kiezen: maximum of minimum piekwaarde. Houd de toets ingedrukt om deze modus te verlaten. Automatische bereikbepaling en automatische uitschakeling zijn niet actief wanneer u deze functie gebruikt. De functies gebruiken (vervolg)154 Wisselstroommeting Wisselstroommetingen worden doorgaans weergegeven als RMS-waarden (“root mean square” of middelbare waarden). De RMS-waarde is gelijk aan de waarde van een gelijkstroomgolfvorm die dezelfde elektrische energie zou leveren als zij de tijdvariërende golfvorm verving. De twee methoden voor wisselstroommetingen zijn average-responding RMS calibrated (gemiddelde waarde) en true RMS-reading (feitelijke waarde). Bij de “average-responding RMS calibrated” methode wordt de gemiddelde waarde van het ingangssignaal na volle golfgelijkrichting genomen, dat gemiddelde wordt vermenigvuldigd met 1,11 en dat resultaat wordt dan op het display weergegeven. Deze methode levert een nauwkeurig resultaat op als het ingangssignaal een perfecte sinusgolf is. De DM-200A en DM-210A zijn gemiddelde-waardemeters. Bij de “true RMS-reading” methode wordt een intern schakelsysteem gebruikt om de feitelijke-RMS- waarde weer te geven. Deze methode levert nauwkeurige resultaten op binnen de gespecificeerde piekfactorbeperkingen, ongeacht of het ingangssignaal een perfecte sinusgolf, een blokgolf, driehoekgolf of halve golf dan wel een signaal met harmonisch verloop is. De mogelijkheid om feitelijke-RMS-waarden te meten zorgt voor een veel ruimere toepasbaarheid van de metingen. De DM-510A meet de feitelijke RMS-waarde. In de tabel “Golfvormen en piekfactoren” staan een aantal typische wisselstroomsignalen en de bijhorende RMS-waarden. Golfvormen en piekfactoren Golfvorm RMS-waarde 100 100 100 100 Gemiddelde waarde
  • De piekfactor is de verhouding van de piekwaarde ten opzichte van de RMS-waarde; de piekwaarde wordt voorgesteld door de Griekse letter x.DM-200A • DM-210A • DM-510A

De optionele software gebruiken Deze meters zijn compatibel met Greenlee DMSC-2U, een optisch geïsoleerde computerinterfacekabel en software. Daarmee kunnen metingen op een pc met het Microsoft

besturingssysteem worden opgetekend. De software installeren

1. Leg of steek de cd in het cd-romstation van de computer.

2. Het installatieprogramma zou automatisch moeten starten. Als dat niet het geval is, dubbelklikt u op

het cd-pictogram in “Mijn computer.”

3. Het menu van het installatieprogramma verschijnt. Klik op “Software Installation.”

4. Voer in het dialoogvenster het catalogusnummer in van uw meter (bijvoorbeeld “DM-510A”).

5. Vul in de resterende dialoogvensters de voorkeuren van de gebruiker in.

6. Zie het “Readme”-bestand van het programma voor instructies met betrekking tot het gebruik van

de software. De optische interfacekabel aansluiten

1. Lijn de aansluiting uit met de gleuf op de achterkant van de meter. De kabel moet naar links wijzen.

2. Duw de interface in de gleuf.

3. Voor USB-toepassingen, ga naar stap 5.

4. Voor RS-232-toepassingen, sluit de interfacekabel aan op een seriële poort van de computer en ga

5. Sluit de interfacekabel aan op de RS-232-naar-USB-adapter die bij de DMSC-2U is geleverd.

6. Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel aan op de RS-232-naar-USB-adapter.

7. Sluit het andere uiteinde van de USB-kabel aan op de computer.

8. Druk op de toets HOLD terwijl u de meter aanzet om zijn communicatiemogelijkheden te activeren.156

Gebruik Gevaar voor elektrische schokken: Contact met onder stroom staande stroomkringen kan leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk zijn.

1. Raadpleeg de Instellingentabel. Selecteer de correcte instelling met de keuzeschakelaar, druk op SELECT

(wanneer u wordt gevraagd om dat te doen) en sluit de meetkabels aan op de meter.

2. Zie “Typische metingen” voor instructies in verband met specifieke metingen.

3. Test het toestel op een circuit of een component waarvan u de werking kent.

  • Als het toestel, op een circuit waarvan u de werking kent, niet werkt zoals u had verwacht, vervangt u de batterij en/of de zekeringen.
  • Als het toestel nog steeds niet werkt zoals verwacht, belt u de technische dienst van Greenlee op het nummer +1-815-397-7070.

4. Meet de waarde van het circuit dat of de component die u wilde testen.

Instellingentabel Om het volgende kenmerk te meten… Selecteert u met de keuzeschakelaar het volgende symbool… Op het display verschijnen dan de pictogrammen… Sluit de rode kabel aan op… Sluit de zwarte kabel aan op… Alle modellen Voltage (max. 1000 V) en V ΩV COM en V Weerstand

µA, of mA µA COM Het vervolg van deze tabel vindt u op de volgende pagina.DM-200A • DM-210A • DM-510A

Gebruik (vervolg) Instellingentabel (vervolg) Om het volgende kenmerk te meten… Selecteert u met de keuzeschakelaar het volgende symbool… Op het display verschijnen dan de pictogrammen… Sluit de rode kabel aan op… Sluit de zwarte kabel aan op… Alle modellen (vervolg) Frequentie—lijnniveau, voltage, of stroom , A, mA, of µA en druk op Hz Hz ΩV COM Frequentie—logisch niveau*** mV en druk op Hz Hz ΩV COM

Elektrisch veld met één voeler† Een willekeurige voltage- of stroomsterktefunctie en druk ten minste 1 seconde op EF E.F. ΩV —

COM Temperatuur Temp C of F (druk op SELECT om van schaal te veranderen) Temp

COM Alleen DM-510A Automatische selectie van AC voltage, DC voltage, weerstand en continuïteit (meting met lage impedantie) AutoCheck en LoZ Temp

  • Een toon geeft de continuïteit aan. De drempelwaarde ligt tussen 10 Ω en 80 Ω. ** Druk op SELECT voor AC of DC, afhankelijk van wat vereist is. *** Frequentie van logisch niveau heeft een vaste gevoeligheid en is voor digitale signalen. Zie “Nauwkeurigheid”. † Raadpleeg “De functies gebruiken” voor uitleg over EF (detectie van het elektrisch veld). †† Ontlaad de condensator vóór u de meting uitvoert. Ontlaad een grote condensator door middel van een geschikte weerstandsbelasting.158 Typische metingen Voltagemeting StroomsterktemetingDM-200A • DM-210A • DM-510A

Typische metingen Continuïteitscontrole Capaciteitmeting Diodemeting Doorlaatvoor- spanning Spervoor- spanning Weerstandmeting160 Typische metingen Temperatuur Detectie van elektrisch veld (EF) Raadpleeg “De functies gebruiken” voor complete instructies. A–Contactloos

Nauwkeurigheid Zie “Specificaties” voor gebruiksomstandigheden en temperatuurcoëfficiënt. De nauwkeurigheid wordt als volgt gespecificeerd: ± (een percentage van de gemeten waarde + een vaste waarde) bij een temperatuur van 23 °C ± 5 °C (73,4 °F ± 9 °F), 0% tot 75% relatieve vochtigheid. True RMS Readings (feitelijke RMS-waarden): Wisselstroomnauwkeurigheid van de DM-510A wordt gespecificeerd van 5% tot 100% van het bereik, tenzij anders vermeld. De frequentie moet binnen de gespecificeerde bandbreedte vallen voor niet-sinusvormige golfvormen. De piekfactoren zijn:

  • Piekfactor < 3:1 bij volledige schaal
  • Piekfactor < 6:1 bij halve schaal Alle modellen Wisselstroomspanning Gelijkstroomspanning Bereik (50 Hz tot 400 Hz) Nauwkeurigheid Bereik Nauwkeurigheid 60,00 mV ± (1,0% + 0,05 mV) 60,00 mV ± (0,4% + 0,05 mV) 600,0 mV ± (1,0% + 0,5 mV) 600,0 mV ± (0,2% + 0,3 mV) 6,000 V ± (1,0% + 0,005 V) 6,000 V ± (0,2% + 0,003 V) 60,00 V ± (1,0% + 0,05 V) 60,00 V ± (0,2% + 0,03 V) 600,0 V ± (1,0% + 0,5 V) 600,0 V ± (0,2% + 0,3 V) 1000 V ± (1,0% + 5 V) 1000 V ± (0,2% + 3 V) Ingangsimpedantie: 10 MΩ // 50 pF De nauwkeurigheid van de DM-510A zijn gespecificeerd van 5% tot 100% van het bereik. Ingangsimpedantie: 10 MΩ // 50 pF Weerstand Diodetest Meetbereik: 1,000 V Teststroom (typisch): 0,56 mA Nullastspanning: < 1,8 VDC Nauwkeurigheid: ± (1,0% + 0,003 V) Continuïteit Drempelwaarde voor toon: Tussen 10 Ω en 80 Ω Reactietijd: < 32 ms Bereik Nauwkeurigheid 600,0 Ω ± (0,5% + 0,4 Ω) 6,000 kΩ ± (0,5% + 0,004 kΩ) 60,00 kΩ ± (0,5% + 0,04 kΩ) 600,0 kΩ ± (0,5% + 0,4 kΩ) 6,000 MΩ ± (0,7% + 0,004 MΩ) 60,00 MΩ ± (1,2% + 0,04 MΩ) Nullastspanning: 0.45 VDC typisch162 Wisselstroomsterkte Bereik (50 Hz tot 400 Hz) Nauwkeurigheid Belastingsspanning (typisch) 600,0 µA ± (1,0% + 0,3 µA) 0,1 mV/µA 6000 µA ± (1,0% + 3 µA) 60,00 mA ± (1,0% + 0,03 mA) 1,7 mV/mA 600,0 mA ± (1,0% + 0,3 mA) 6,000 A ± (1,2% + 0,006 A) 0,03 V/A 8,00 A* ± (1,8% + 0,006 A) De nauwkeurigheid van de DM-510A zijn gespecificeerd van 5% tot 100% van het bereik.
  • 8 A continu, > 8 A tot 15 A gedurende max. 30 seconden met een afkoelingsinterval van 5 minuten. Gelijkstroomsterkte Bereik Nauwkeurigheid Belastingsspanning (typisch) 600,0 µA ± (0,5% +0,5 µA) 0,1 mV/µA 6000 µA ± (0,5% + 3 µA) 60,00 mA ± (0,5% + 0,05 mA) 1,7 mV/mA 600,0 mA ± (0,5% + 0,3 mA) 6,000 A ± (1,2% + 0,006 A) 0,03 V/A 8,00 A* ± (1,8% + 0,006 A)

8 A continu, > 8 A tot 15 A gedurende max. 30 seconden met een afkoelingsinterval van 5 minuten. Frequentie—Hz (lijn) in ACV, DCV, stroomsterkte, AutoCheck™ modus Functie Gevoeligheid (Sinus-RMS) Bereik 6 V 0,4 V 10 Hz tot 10 kHz 60 V 4 V 10 Hz tot 50 kHz 600 V 40 V 10 Hz tot 50 kHz 1000 V 400 V 45 Hz tot 1 kHz 600 µA 40 µA 10 Hz tot 10 kHz 6000 µA 400 µA 10 Hz tot 10 kHz 60 mA 4 mA 10 Hz tot 10 kHz 600 mA 40 mA 10 Hz tot 10 kHz 6 A 1 A 10 Hz tot 1 kHz 10 A 6 A 10 Hz tot 1 kHz Nauwkeurigheid (vervolg) Alle modellen (vervolg)DM-200A • DM-210A • DM-510A

De staafdiagramweergave en toon zijn proportioneel ten opzichte van de signaalsterkte.164 Alleen DM-210A en DM-510A Elektrische capaciteit Temperatuur Bereik Nauwkeurigheid Bereik Nauwkeurigheid 60,00 nF ± (2,0% + 0,05 nF) -50 °C tot 1000 °C ± (0,3% + 3 °C) 600,0 nF ± (2,0% + 0,5 nF) -58 °F tot 1832 °F ± (0,3% + 6 °F) 6,000 µF ± (1,5% + 0,005 µF) De nauwkeurigheidsinformatie geldt alleen voor de meter; raadpleeg het gegevensblad van de temperatuurvoeler (apart aangekocht) voor de nauwkeurigheid van de voeler. 60,00 µF ± (1,5% + 0,05 µF) 600,0 µF ± (1,5% + 0,5 µF) 3000 µF ± (2,0% + 5 µF) De nauwkeurigheid geldt voor laagschakelings- condensatoren (condensatoren met verwaarloosbare diëlektrische absorptie); metingen van grotere condensatoren kunnen tot 30 seconden in beslag nemen. Alleen DM-510A AutoCheck™ modus AC voltage AutoCheck™ modus DC voltage Bereik (50/60 Hz) Nauwkeurigheid Bereik Nauwkeurigheid 6,000 V ± (1,4% + 0,005 V) 6,000 V ± (1,3% + 0,003 V) 60,00 V ± (1,4% + 0,05 V) 60,00 V ± (1,3% + 0,03 V) 600,0 V ± (1,4% + 0,5 V) 600,0 V ± (1,3% + 0,3 V) 1000 V ± (1,4% + 5 V) 1000 V ± (1,3% + 3 V) Ingangsimpedantie: Initieel 2,5 kΩ // 120 pF typisch bij voltages tot 50 V; neemt in functie van het voltage toe tot ongeveer 375 kΩ bij 1000 V Triggerniveau voor AutoCheck™: > 1,0 V (50/60 Hz) typisch Ingangsimpedantie: Initieel 2,5 kΩ // 120 pF typisch bij voltages tot 50 V; neemt in functie van het voltage toe tot ongeveer 375 kΩ bij 1000 V Triggerniveau voor AutoCheck™: > +1,0 VDC en < -1,0 VDC typisch AutoCheck™ modus weerstand Optekenmodus (voltage en stroomsterkte) voor het optekenen van maximum en minimum signaalwaarden ≥ 100 ms duurtijd Nauwkeurigheid: Gespecificeerde nauwkeurigheid ± 100 cijfers Piekregistratie (spanning en stroomsterkte) voor pieken ≥ 5 ms duurtijd Nauwkeurigheid: Gespecificeerde nauwkeurigheid ± 150 cijfers Bereik Nauwkeurigheid 600,0 Ω ± (1,2% + 1,0 Ω) 6,000 kΩ ± (1,2% + 0,010 kΩ) 60,00 kΩ ± (1,2% + 0,10 kΩ) 600,0 kΩ ± (1,2% + 1,0 kΩ) 6,000 MΩ ± (1,2% + 0,010 MΩ) 60,00 MΩ ± (1,2% + 0,10 MΩ) Nullastspanning: 0,45 VDC typisch Triggerniveau voor AutoCheck™: < 10,00 MΩ typisch Nauwkeurigheid (vervolg)DM-200A • DM-210A • DM-510A

Specificaties Display: Lcd (6000) en staafdiagram met 24 segmenten Polariteit: Automatisch Vernieuwingsfrequentie: Numeriek display: 5 per seconde Staafdiagramdisplay: 40 per seconde Temperatuurcoëfficiënt: Nominaal 0,15 x (gespecificeerde nauwkeurigheid) per °C onder 18 °C of boven 28 °C Automatische uitschakeling: Na 34 minuten inactiviteit. Om deze functie uit te schakelen drukt u op SELECT terwijl u de meter aanzet. Ruisonderdrukking*: NMRR (Normal Mode Rejection Ratio) onderdrukkingsfactor: > 60 dB bij 50 Hz en 60 Hz bij het meten van DC voltage CMMR (Common Mode Rejection Ratio) onderdrukkingsfactor: > 60 dB van 0 Hz tot 60 Hz bij het meten van AC voltage CMMR (Common Mode Rejection Ratio) onderdrukkingsfactor: > 100 dB bij 0 Hz, 50 Hz en 60 Hz bij het meten van DC voltage Bedrijfsomstandigheden: Temperatuur: 0 °C tot 40 °C (32 °F tot 104 °F) Relatieve vochtigheid (niet-condenserend): maximum 80% voor temperaturen tot 31 °C (88 °F), lineair afnemend tot maximum 50% bij 40 °C (104 °F) Hoogte: maximum 2000 m (6500') Uitsluitend voor gebruik binnenshuis Graad van vervuiling: 2 Opslagcondities: Temperatuur: -20 °C tot 60 °C (-4 °F tot 140 °F) Relatieve vochtigheid (niet-condenserend): 0% tot 80% Verwijder de batterij. Batterij: Twee batterijen van 1,5 V (AAA, NEDA 24A of IEC LR03) Overbelastingsbeveiligingen: Volt: 1050 V RMS, 1450 V piek AutoCheck™, mV, Ω, en andere: 600 V RMS μA en mA: 0,63 A/500 V zekering, 50 kA, 1/4" x 1-1/4" A: 10 A/600 V zekering, 100 kA, 13/32" x 1-1/2" Overspanningscategorieën: ΩV -ingangsklem: Categorie II 1000 V, categorie III 600 V, en categorie IV 300 V AC en DC μA- en mA-ingangsklem: Categorie III 500 VAC en 300 VDC A-ingangsklem: Categorie III 600 VAC en 300 VDC EMC (elektromagnetische compatibiliteit): Voldoet aan EN61326-1:2006 (EN55022, EN61000-3-2, EN61000-3-3, EN61000-4-2, EN61000-4-3, EN61000-4-4, EN61000-4-5, EN61000-4-6, EN61000-4-8, EN61000-4-11) *Ruisonderdrukking is het vermogen om ongewenste signalen, of ruis, te verwerpen.

  • Normal mode voltages zijn wisselstroomsignalen die onnauwkeurige gelijkstroommetingen kunnen veroorzaken. NMRR (“Normal Mode Rejection Ratio”) is een maatstaf voor het vermogen om die signalen weg te filteren.
  • Common mode voltages zijn signalen die optreden aan de COM en + ingangsklemmen, met betrekking tot de aarding, en die de cijfers te snel doen veranderen of afwijkingen bij voltagemetingen kunnen veroorzaken. CMRR (“Common Mode Rejection Ratio”) is een maatstaf voor het vermogen om die signalen weg te filteren.166 Meetcategorieën Deze definities zijn afgeleid van de internationale veiligheidsnormen voor isolatiecoördinatie zoals van toepassing op meet-, regel- en laboratoriumapparatuur. Deze meetcategorieën worden nader toegelicht door de International Electrotechnical Commission; raadpleeg een van hun volgende publicaties: IEC 61010-1 of IEC 60664. Meetcategorie I Signaalniveau. Elektronische apparatuur en telecommunicatieapparatuur, of onderdelen ervan. Voorbeelden hiervan zijn elektronische circuits in fotokopieertoestellen en modems met bescherming tegen pieken op het net. Meetcategorie II Lokaal niveau. Apparaten, draagbare toestellen en de circuits waarop ze zijn aangesloten. Voorbeelden zijn lichtarmaturen, televisies en lange aftakkingcircuits. Meetcategorie III Distributieniveau. Permanent geïnstalleerde machine en de circuits waarop ze via een vaste bedrading zijn aangesloten. Voorbeelden zijn transportbandsystemen en de zekeringpanelen van het elektrische systeem van een gebouw. Meetcategorie IV Primair toevoerniveau. Bovenleidingen en andere kabelsystemen. Voorbeelden zijn kabels, meters, transformatoren en andere buitenvoorzieningen die eigendom zijn van de elektriciteitsmaatschappij. Conformiteitsverklaring Greenlee Textron Inc. beschikt over een ISO 9001 (2000) attest dat het voldoet aan de vereisten inzake kwaliteitbeheersystemen. Het toestel waarop deze verklaring slaat werd gecontroleerd en geijkt met behulp van apparatuur die terug te voeren is op het National Institute for Standards and Technology (NIST).DM-200A • DM-210A • DM-510A

Onderhoud Gevaar voor elektrische schokken: Voor u de behuizing opent, verwijdert u de meetkabels van het circuit en zet u het toestel uit. Het niet naleven van deze waarschuwingen zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn. Gevaar voor elektrische schokken: De zekeringen vormen een wezenlijk onderdeel van de overspanningsbeveiliging. Wanneer een zekering moet worden vervangen, raadpleegt u “Specificaties” voor het correcte type, de correcte grootte en capaciteit. Wanneer u een ander type zekering gebruikt, is de overspanningsbeveiligingsclassificatie van het toestel niet langer geldig. Het niet naleven van deze waarschuwing zou kunnen leiden tot ernstige verwondingen of dodelijk kunnen zijn. De batterijen en zekeringen vervangen

1. Verbreek de verbinding tussen het toestel

en het circuit. Zet het toestel uit (“OFF”).

2. Verwijder de rubberen beschermhoes.

3. Verwijder de schroef uit het rugpaneel.

4. Verwijder het rugpaneel.

5. Vervang de batterijen (let op de polariteit)

en/of de zekering(en).

6. Breng het deksel en de schroef weer aan.

Schoonmaken Maak de behuizing regelmatig schoon met een vochtige doek en mild detergent; gebruik geen schurende producten of solventen.Levenslange beperkte garantie Greenlee Textron Inc. garandeert de oorspronkelijke koper van deze gebruiksgoederen dat deze goederen geen productie- of materiaalfouten zullen vertonen gedurende hun bruikbare leven, uitgenomen normale slijtage en misbruik. Op deze garantie zijn dezelfde voorwaarden van toepassing als op de beperkte garantie van één jaar die Greenlee Textron Inc. standaard geeft. Voor alle reparaties van meettoestellen, neemt u contact op met de klantendienst op het nummer +1-815-397-7070 en vraagt u om een retourneringstoelating. Voor zaken die niet door de garantie zijn gedekt (zoals artikelen die zijn gevallen, misbruikt, enz.) kan op aanvraag een prijsopgave voor reparatie worden verkregen. Opmerking: Controleer voor het retourneren van een meettoestel de vervangbare batterijen of vergewis u ervan dat de batterij volledig opgeladenis. Gustav Klauke GmbH Auf dem Knapp 46 • D-42855 Remscheid Telefon ++49 +2191-907-0 Telefax ++49 +2191-907-141 www.klauke.com

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GREENLEE

Model : DM200A

Categorie : Multimeter