TIG 250 ACDC - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TIG 250 ACDC GYS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TIG 250 ACDC GYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TIG 250 ACDC - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TIG 250 ACDC van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING TIG 250 ACDC GYS
Voor het in gebruik nemen van het apparaat moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan.
Geen enkel lichamelijk letsel of schade veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren.
OMGEVING
Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
De installatie moet worden gebruikt in een stof- en zuur- vrije ruimte, in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Voor de opslag van deze apparatuur gelden dezelfde voorwaarden. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik.
Gebruikstemperatuur :
Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F).
Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F).
Luchtvochtigheid :
Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).
Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F).
Hoogte :
Tot 1000 m boven het niveau van de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken.
Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie-gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen.
Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies :

Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt.

Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen.

Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn uitdrukkelijk verboden.
Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes.
Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt.

Gebruik een bescherming tegen lawaai als de laswerkzaamheden een hoger geluidsniveau bereiken dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden).
Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator).
Verwijder nooit de behuizing van de koelgroep wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. Wanneer dit toch gebeurt, kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk.

De elementen die net gelast zijn zijn heet, en kunnen brandwonden veroorzaken wanneer ze aangeraakt worden. Zorg ervoor dat, voordat u begint met onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn, en wacht ten minste 10 minuten alvorens met deze werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.
Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen niet in gevaar te brengen.
LASDAMPEN EN GAS

Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor goede en voldoende ventilatie. Soms kan verse luchttoevoer tijdens het lassen noodzakelijk zijn. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is.
Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verifieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet.
Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoffen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor de aanvang van de laswerkzaamheden.
De gasflessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley.
Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR

Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoffen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden.
Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden.
Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren.
Deze kunnen brand of explosions veroorzaken.
Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand.
Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....).
Slijpwerkzaamheden mogen niet uitgevoerd worden in de richting van de lasstroomvoorziening of brandbare materialen.
GASFLESSEN

Het gas dat uit de gasflessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren).
Vervoer moet veilig gebeuren: de flessen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen.
Sluit de fles na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht.
De fles mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een massa-klem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp.
Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een fles onder druk lassen.
Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de fles, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen.
Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering.
Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken.
Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektroden...) die onder spanning staan wanneer de machine aanstaat. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit.
Koppel het apparaat, alvorens het te openen, eerst los van het stroomnetwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn.
Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massa-klem aan.
Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze worden vervangen door gekwalificeerde en bevoegde personen.
De afmetingen van de onderdelen moeten passend zijn.
Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL

Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radio-frequente straling.


Deze apparatuur voldoet niet aan IEC 61000-3-12 en is uitsluitend bestemd voor aansluiting op particuliere laagspanningsnetwerken die zijn aangesloten op het openbare voedingsnet op midden- en hoogspanningsniveau. Bij aansluiting op een openbaar laagspanningsnet is het de verantwoordelijkheid van de installateur of gebruiker van de apparatuur om zich er, door overleg met de distributienetbeheerder, van te vergewissen dat de apparatuur kan worden aangesloten.
ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES

Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal.
De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers.
Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen om het risico op blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo klein mogelijk te houden :
- plaats de laskabels dicht bij elkaar - bind ze indien mogelijk aan elkaar vast;
- houd uw romp en uw hoofd zo ver mogelijk van het lascircuit af;
- wikkel nooit de laskabels om uw lichaam heen;
- zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
• voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
- niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt.

Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het lasapparaat.
De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn.
AANBEVELINGEN OM DE LASWERKPLEK EN DE INSTALLATIE TE EVALUEREN
Algemeen
De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal, volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van filters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau.
Evaluatie van de las-zone
Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden :
a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie;
c) computers en ander besturingsapparatuur;
d) essentiele beveiligingsinstallaties, zoals bijvoorbeeld beveiliging van industriële apparatuur;
e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten;
f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten;
g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal.
De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten moeten plaatsvinden.
De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie.
Evaluatie van de lasinstallatie
Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specifieke situatie, op een specifieke plek, kunnen tevens helpen de efficiëntie van de maatregelen te bevestigen.
AANBEVELINGEN OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN
a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het filteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen leiding of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuiteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding.
b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden.
d. Potentiaal-compensatie : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het is aan te raden de gebruiker van deze metalen voorwerpen te isoleren.
e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreffende land.
f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN DOORVOER VAN HET APPARAAT

De lasstroombron is voorzien van handgrepen aan de bovenzijde om hem met de hand te kunnen dragen. Onderschat zijn gewicht niet. De handgrepen worden niet beschouwd als een middel om te slingeren.
INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL
Respecteer de volgende regels :
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10^ .
- Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.
- Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
- Het materiaal heeft een beveiligingsklasse IP23, wat betekent :
- dat het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter > 12.5 mm.
- dat het beveiligd is tegen regendruppels (60% ten opzichte van een verticale lijn).
Deze apparaten kunnen dus buiten gebruikt worden, in overeenstemming met veiligheidsindicatie IP23.
De voedingskabels, verlengsnoeren en lassnoeren moeten helemaal afgerold worden, om oververhitting te voorkomen.

De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal.
ONDERHOUD / ADVIES


- Het onderhoud mag alleen door gekwalificeerd personeel gedaan worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
-
Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht twee minuten alvorens
werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk. -
De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwalificeerd personeel.
- Controleer regelmatig de staat van de voedingskabel en de snoeren. Als de voedingskabel of de snoeren beschadigd zijn, moeten deze vervangen worden door de fabrikant, zijn after-sales dienst of een gelijkwaardig gekwalificeerde technicus, om ieder gevaar te vermijden.
- Laat de ventilatie-openingen van het apparaat vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.
- De voeding is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu's of het opstarten van motoren.
- Gebruik deze lasstroom/spanningsbron niet voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accumulatoren of het starten van motoren.

De koelvloeistof moet om de 12 maanden worden ververst om afzettingen te voorkomen die het koelsysteem van de toorts zouden kunnen verstoren. Eventuele lekken of resten van het produkt dienen na gebruik in een daartoe geschikte zuiveringsinrichting te worden behandeld. Indien mogelijk, moet het product worden gerecycleerd. Afgewerkte vloeistof mag niet worden geloosd in waterwegen, putten of afvoersystemen. Verdunde vloeistof mag niet in de riolering worden geloosd, tenzij de plaatselijke voorschriften dit toestaan.
INSTALLEREN - GEBRUIK VAN HET PRODUCT
Alleen ervaren en door de fabrikant gekwalificeerd personeel kan de installatie uitvoeren. Verzekert u zich ervan dat de generator tijdens het installeren niet op het stroomnetwerk aangesloten is. Seriële en parallelle generator-verbindingen zijn verboden.
OMSCHRIJVING MATERIAAL (FIG-1)
De TIG 250 AC/DC is een Inverter lasapparaat, bestemd voor TIG lassen in gelijkstroom (DC) of wisselstroom (AC).
Bij TIG lassen wordt altijd een bescherm-gas gebruikt (Argon).
Met de MMA procedure kan ieder type elektrode gelast worden : rutiel, basisch, rvs, gietijzer en aluminium.
De TIG 250 AC/DC kan worden uitgerust met een handmatige afstandsbediening (art. code 045675), met een pedaal (art. code 045682) of met een PLC-besturing (CONNECT-5).
1- Display + incrementele toetsen 8- Ingang voor afstandsbediening
2- Positieve polariteit stopcontact 9- 5A zekering houder
3- Contactdoos met negatieve polariteit 10- ON / OFF schakelaar
4- Aansluiting voor toortsgas 11- Stroomkabel
5- Trigger connector 12- Inlaat koelvloeistofreservoir
6- Koelvloeistof inlaat connector 13- Gasaansluiting
7- Koelvloeistof uitlaat connector 14- Aanzuigslang
De bediening bestaat uit een TFT kleurenscherm en twee knoppen. De filosofie van deze bediening in drie stappen :
- Stap 1 - Ruststand : Met knop 1 kan de lasstroom afgesteld worden, met knop 2 kan een instelling annex aan de stroom geregeld worden.
- Stap 2 of lasmodule-stap : met een druk op knop 1 krijgt u toegang tot een keuzemenu, door te draaien ziet u de verschillende lasmodules. U kunt dit menu verlaten door 8 seconden te wachten, of door op knop 2 te drukken ->terug naar Stap 1.
- Stap 3 of Instellingen-stap : een druk op knop 2 geeft toegang tot de las-instellingen, de keuze kan gemaakt worden door aan de knop te draaien.
U kunt dit menu verlaten door 8 seconden te wachten, of door op knop 1 te drukken -> terug naar Stap 1.
VOEDING-START-UP
- Deze apparatuur wordt geleverd met een 16 A-stekker van het type EN 60309-1 en mag alleen worden gebruikt in een driefasige 400 V (50-60 Hz) vierdraads elektrische installatie met een met aarde verbonden nulleider.
De effectieve geabsorbeerde stroom (I1eff) is aangegeven op de apparatuur, voor maximale bedrijfsomstandigheden. Controleer of de stroomvoorziening en de beveiliging daarvan (zekering en/of stroomonderbreker) compatibel zijn met de stroom die nodig is bij gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn de stekker te vervangen om gebruik onder maximale omstandigheden mogelijk te maken. - De stroombron is ontworpen om te werken op een elektrische spanning van 400V +/- 15%. Hij zal in beveiliging gaan als de voedingsspanning lager is dan 330Vrms of hoger dan 490Vrms. (er verschijnt een foutcode op het display).
- Inschakelen geschiedt door de aan/uit-schakelaar (I-10) in stand I te zetten, uitschakelen geschiedt door deze in stand O te zetten. Voorzichtig! Schakel de stroomtoevoer nooit uit wanneer de lasstroombron belast wordt.
- Ventilatorgedrag: In de MMA-modus draait de ventilator continu. In TIG-modus draait de ventilator alleen tijdens de lasfase en stopt dan na het afkoelen.
AANSLUITING OP EEN GENERATOR
Deze apparatuur kan werken met generatoren op voorwaarde dat het hulpvermogen aan de volgende eisen voldoet:
- De spanning moet wisselspanning zijn, met een effectieve waarde van 400 V +/- 15%, en een piekspanning van minder dan 700 V,
- De frequentie moet tussen 50 en 60 Hz liggen.
Het is absoluut noodzakelijk deze omstandigheden te controleren, aangezien veel generatoren hoogspanningspieken produceren die de apparatuur kunnen beschadigen.
Alle verlengkabels moeten een afmeting en doorsnede hebben die geschikt zijn voor de spanning van de apparatuur. Gebruik een verlengsnoer dat voldoet aan de nationale voorschriften. Stroomkabels, verlengkabels en laskabels moeten volledig worden afgerold om oververhitting te voorkomen.
| Ingangsspanning | Lengte - Doorsnede van de verlengkabel (Lengte < 45m) |
| 400 V 4 mm ^2 |
PRIMING VAN DE KOELEENHEID
Wanneer het product voor het eerst wordt gebruikt of nadat het koelvloeistofreservoir volledig is geleegd, moet de volgende procedure worden gevolgd om de circulatiepomp met vloeistof voor te vullen:
- Vul het reservoir tot het maximumniveau met koelvloeistof.
- Sluit de koelvloeistofvoorbereidingskit aan op de koelvloeistofaansluiting van het apparaat (blauwe fitting). Plaats het andere uiteinde van de kit in een lege container.
- Zet de vloeistofcirculatiepomp aan. Om het te activeren moet u, afhankelijk van het product, een laspistool aansluiten en vervolgens de lashendel overhalen, of het apparaat gewoon inschakelen.
- De circulatiepomp moet onmiddellijk starten en de vloeistof moet in de container stromen. Als de circulatiepomp nog steeds niet aanzuigt, schakelt u de voeding uit, spuit u perslucht in de Priming Kit om de vloeistof uit de leidingen te spoelen en start u de circulatiepomp opnieuw.
- Zodra de pomp is geprimed (reservoir gevuld met koelvloeistof), stopt u de koelmachine door op een van de knoppen op de HMI te drukken.
- Zodra de vloeistof stroomt, wordt de circulatiepomp voorgepompt. Schakel de unit uit, ontkoppel de Priming Kit, vul de koelvloeistof bij in het reservoir en sluit uw systeem aan op de vloeistofaansluitingen van de unit. Uw koeleenheid is voorbereid en klaar voor gebruik.
VLOEISTOFKOELING
De tank van de koeleenheid moet worden gevuld tot het aanbevolen MAX-niveau van de meter aan de voorkant van de koeleenheid, maar nooit tot onder het MIN-niveau, tenzij er een waarschuwingsbericht wordt weergegeven.
Het is van essentieel belang een specifieke koelvloeistof voor lasmachines te gebruiken met een laag elektrisch geleidingsvermogen, die anticorrosie en antivries is.
Het gebruik van andere koelvloeistoffen, en in het bijzonder van standaard autokoelvloeistof, kan ertoe leiden dat door elektrolyse vaste afzettingen in het koelcircuit worden gevormd, waardoor de koeling wordt aangetast en het circuit zelfs verstopt raakt.
Dit aanbevolen MAX-niveau is essentieel om de werkingsfactoren van de bijbehorende watergekoelde toorts te optimaliseren.
Schade aan de machine veroorzaakt door het gebruik van een ander dan het aanbevolen type koelvloeistof, valt niet onder de garantie.
Zorg ervoor dat de koeleenheid (of generator met koeleenheid) is losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u de vloeistofkoelslangen (inlaat en uitlaat) van de toorts aansluit of loskoppelt.
OMSCHRIJVING FUNCTIES, MENU'S EN ICONEN
| Functie Benamingen | IHM | Bijbehorende icon | TIG DC | TIC AC | MMA | Commentaar |
| Lasstroom | Lasstroom X X X | ![]() | De stroom moet afgesteld worden afhankelijk van het type elektrode, de diameter en het type assemblage (A). | |||
| Lasspanning Spanning | X X X Gemeten lasspanning (V). | ![]() | ||||
| HotStart Overstroom X | Overstroom in te stellen aan het van het lassen (%). | |||||
| ArcForce | ArcForce | ![]() | X | Geleverde overstroom om te vermijden dat de elektrode in het smeltbad plakt (%). | ||
| Polariteit omwisseling | ![]() | X | Voor het lassen van verschillende elektrodes, zonder de elektrode-houder en de massa-klem te hoeven demonteren. | |||
| Plaats van de MIN polariteit | ![]() | X | Indicator positie MIN-polariteit. | |||
| Plaats van de PLUS polariteit | ![]() | X Indicator positie PLUS-polariteit. | ||||
| Ontsteken HF HF X X Ontsteken op afstand. | ||||||
| Ontsteken LIFT LIFT X X Ontsteken met contact. | ||||||
Pre-gas Pre-gas X X Tijdsduur zuiveren van de toorts e escherming voor de ontsteking. | ||||||
Initièle stroom Opstart-stroom X X Stroom positionerin ![]() | ||||||
Initièle tijdsduur Opstart-stroom X X Tijdsduur position S). | ||||||
| Oplopende stroom | Opvoeren van de stroom | ![]() | X | X | Opvoeren van de stroom, vanaf het opstarten (initièle stroom) tot aan de las-stroom (5). | |
| Koude stroom (4TLog) | I Koud X X | ![]() | Tweede lasstroom of Koude stroom, geactiveerd aan de toorts, 2 posities of in 4T LOG (A). | |||
Koude Stroom I Koud X X Tweede lasstroom of koude van de PULS modus (A). | ||||||
| PULS Balans | Puls-duur | ![]() | X | X | Balans van de koude stroom van de PULS modus (%). | |
| PULS frequentie | Puls-frequentie | [7xC5] | X | X | PULS frequentie van de PULS modus (Hz). | |
| Down Slope | Uitdoven | ![]() | X X | Afbouwen van de lasstroom tot I Stop, om barsten en kraters te voorkomen (S). | ||
| Eind stroom | Stroom onderbreking | ![]() | X X | Stroom positionering (A). | ||
| Eind tijd | Tijdsduur onderbreking | ![]() | X X | Tijdsduur positionering (S). | ||
| Post Gas | Post-gas | ![]() | X X | Tijdsduur van het in stand houden van de gasbescherming, na het uitschakelen van de lasboog. Beschermt het werkstuk en de elektrode tegen oxidatie (S). | ||
| AC Balans | Percentage voorbewerken | ![]() | X Balans voorbewerken (%). | |||
| AC Frequentie | AC Frequentie | ![]() | X Las-frequentie in AC (Hz). | |||
| Tijdsduur AC | T AC | ![]() | X Tijdsduur AC lassen in AC MIX (S). | |||
| Tijdsduur DC | T DC | ![]() | X Tijdsduur DC lassen in AC MIX (S). | |||
| Tijdsduur Punt | Tijdsduur lassen | ![]() | X X | Tijdsduur punten (s). | ||
| Tijdsduur TACK | T Puls | ![]() | X | Tijdsduur gepulseerd punten (s). | ||
| Diameter elektrode | ∅ | X X | Diameter van de Wolfraam elektrode voor optimale ontsteking en van de toegestane diktes in de SYNERGIC modus (mm). | |||
| Te lassen materiaal | Fe, CrNi, Cu/CuZn, AlMg, AlSi, Al99 | X | X | Keuze te lassen materialen : Staal basis ijzer, Nikkel-Chroom, Cu of Messing, Aluminium Magnesium, Aluminium Silicium in de SYNERGIC modus. | ||
| Lassen van overlappende delen | ![]() | X X | SYNERGIC modus | |||
| Stuik-lassen | ![]() | X X | SYNERGIC modus | |||
| Hoek-lassen | ![]() | X X | SYNERGIC modus | |||
| Lassen van boven naar beneden | ![]() | X X | SYNERGIC modus | |||
| Dikte van het te lassen werkstuk | ![]() | X X | Instellen van de dikte van het werkstuk in de SYNERGIC modus. | |||
| MMA lassen | MMA | X | ||||
| TIG AC lassen | AC | X | ||||
| TACK modus TACK X | ||||||
| TIG AC MIX modus AC | MIX X | |||||
| TIG DC lassen DC X | ||||||
| SYNERGIC lassen SYN X X | ||||||
| Standaard modus STD X X | ||||||
| Puls modus PULS X X | ||||||
| Punt modus PUNT X X | ||||||
| 2T 2T X X Modus Toorts 2-takt. | ||||||
| 4T 4T X X Modus Toorts 4-takt. | ||||||
| 4T LOG | 4T LOG | X | X | Modus Toorts 4-takt LOG. | ||
| Talen | [2652] | X | X | X | Taalkeuze. | |
| IHM vergrendelen | ![]() | X | X | X | Vergrendeling IHM, om de toegang tot menu en instellingen te blokkeren. | |
| IHM ontgrendelen | ![]() | X X | X | Ontgrendelen van de IHM, om opnieuw toegang te verkrijgen tot menu's en instellingen (standaard code : 0000). | ||
| Veranderen paswoord | [27T77] | X | X | X | Hiermee kan het paswoord gewijzigd worden. | |
| Reset instellingen | RAZ | X | X | X | Terugkeer naar de fabrieksinstellingen. | |
| Identificatie | ID | X | X | X | Module identificatie machine voor de after-sales dienst. | |
| Back-up menu | [Y82C] | X | X | X | Menu om de las-instellingen op te slaan. | |
| Opslaan | [887C] | X | X | X | Lasinstellingen opslaan onder de bestaande naam. | |
| Opslaan als | ![]() | X | X | X | Opslaan van een lasinstelling onder een nieuwe naam. | |
| Open | [X763] | X | X | X | Openen van een bestaand lasprogramma. | |
| Wissen | ![]() | X | X | X | Verwijderen van een bestaand lasprogramma. | |
| Lasstroom wanneer een afstandsbedie- ning is aangesloten | Stroom | [DSXT] | X | X | X | Waarde van de stroom in te stellen met behulp van afstandsbediening. |
| Koelgroep | [WHCE] | X X | X | X | Koelgroep. | |
| Aanwezigheid van een toorts met poten- tiometer | ![]() | X X | X | Aanwezigheid van een toorts met potentiometer. | ||
| Aanwezigheid van een afstandsbedie- ning | [GZA4] | X X | X | X | Symbool van de aanwezigheid van een afstandsbediening. | |
| Thermische bevei- liging | ↓ | X X | X | X | Symbool, geeft de staat van de thermische beveiliging aan. | |
LASSEN MET BEKLEDE ELEKTRODE (MMA)
AANSLUITING EN ADVIEZEN
- Sluit de kabels, elektrode-houders, en massa-klem aan op de desbetreffende aansluitingen
- Respecteer de polariteit en de las-intensiteit zoals aangegeven op de verpakking van de elektroden,
- Verwijder de elektrode uit de elektrode-houder wanneer het lasapparaat niet gebruikt wordt.
PROCEDURES LASSEN MET ELEKTRODES

Afhankelijk van het type elektrode en de laspositie raden we de volgende instelling aan :
| Arc Force PA PF PE | |||
| Rutiel 40% 20% 0% | |||
| Basisch 60% 60% 20% | |||
| Cellulose 80% | - | 50% |
LASSEN MET WOLFRAAM ELEKTRODE MET INERT GAS (TIG)
AANSLUITING EN ADVIEZEN
Sluit de massaklem aan aan de positieve (+) aansluiting. Sluit de voedingskabel van de toorts aan aan de negatieve aansluiting (-), evenals de connecties van de trekker(s) van de toorts en van het gas. Verzeker u ervan dat de toorts correct is uitgerust en dat de lasbenodigdheden (griptang, gasmondstuk, verspreider en contactbuis) niet versleten zijn.
TIG LAS-PROCEDURES

De TIG DC Standaard lasprocedure geeft een hoge laskwaliteit op de meeste ijzerhoudende materialen, zoals staal, rvs, maar ook koper en koperlegeringen, titaan......
Dankzij de verschillende mogelijkheden om stroom en gas te regelen heeft u een perfecte beheersing over uw lasoperatie, vanaf de ontsteking tot de uiteindelijke afkoeling van uw lasnaad.
• TIG DC PULS
Deze TIG DC Puls lasmodus is geschikt voor het lassen van fijn plaatwerk, voor het lassen in posities, of voor meer zeldzame materialen. De TIG DC is een afwisseling van koude en warme stroom, en geeft een goede beheersing van de energie-stroom naar het werkstuk.
De instellingen zijn :
- Koude I stroom in procenten, en afstelbaar tussen 20% en 80% van de lasstroom. Hoe lager de Koude stroom zal zijn, hoe minder het te lassen materiaal zal opwarmen tijdens het lassen.
- de Pulsfrequentie (Hz Puls) af te stellen van 0.1 Hz tot 2500Hz.
Fijn plaatwerk : Hz Puls tussen 0.1 en 5Hz.
In positie lassen (PE): Hz Puls tussen 5 en 20Hz.
Bijzondere materialen : Hz Puls tussen 100 en 2500Hz
- de balans Puls (%T_PULS) komt overeen met % van de afgestelde periode van de koude stroom (1 : Periode = 1 / Hz Puls)
Voorbeeld :
De lasstroom I is afgesteld op 100A.
Hz_Puls ingesteld op 10Hz en %T_PULS op 30%, de duur van het signaal is 1/10Hz = 100 ms, de duur van I Koud zal 30% van die periode zijn, dus 30ms.
DE TIG AC LASPROCEDURES

Deze Standaard TIG AC lasmodus is geschikt voor het lassen met aluminium en aluminiumlegeringen (Al, AlSi, AlMg, AlMn...). Dankzij de wisselstroom kan het aluminium voorbewerkt worden.
De Balans (%T_AC) : tijdens de positieve golf wordt de oxidatie gebroken. Tijdens de negatieve golf koelt de elektrode af en de werkstukken worden aan elkaar gelast, er is inbranding. Door het wijzigen van de verhouding tussen twee opties, met behulp van het aanpassen van de balans, wordt of het voorbewerken, of de inbranding bevorderd (de standaard afstelling is 30%).
De frequentie (Hz AC) : met behulp van de frequentie kan de boogconcentratie bijgesteld worden. Hoe hoger de concentratie van de boog moet zijn, hoe hoger ook de frequentie moet zijn. Wanneer de frequentie daalt, zal de boog breder worden.

text_image
-
text_image
- + - +
Deze TIG AC Puls lasmodus is bijzonder geschikt voor fijn plaatwerk, zie de uitleg onder TIG DC PULS.
Deze lasmodus is geschikt voor het voor-assembleren van onderdelen voor het lassen.
Dankzij de punt-tijd kan de gebruiker de lasduur beter beheersen. Dit zorgt voor een betere reproduceerbaarheid, en niet-geoxideerde punten.

| Symbool | |
| Omschrijving | Tijdsduur Punten |
| Waarde | Handmatig, 0.1s- 20s |
• Punten - TACK (TIG DC)
Met deze lasmodus kan ook voor-geassembleerd worden voor het echte laswerk, maar in twee fasen : de eerste fase in DC-puls met een geconcentreerde boog voor een betere inbranding, gevolgd door een tweede fase in DC standaard met een bredere boog en het bad, om de punt te realiseren. De instelbare tijdsduur van de 2 punt-fases zorgt voor een betere reproduceerbaarheid, en voor het realiseren van niet geoxideerde punten.

| Symbool | ![]() | ![]() |
| Omschrijving | Tijdsduur gepulseerd punten | Tijdsduur Punten |
| Waarde 0.1s - 20s Handmatig 0.1s - 20s | ||
TIG SYNERGIC
De SYNERGIC modus is een vereenvoudigde modus, die, na het inbrengen van 4 essentiële gegevens u de juiste las-instelling voorstelt. De vier gegevens zijn :
1 - Het soort materiaal van het te lassen werkstuk : ijzer en staal (Fe), ChromeNickel (CrNi), koper en koperlegeringen (Cu/CuZn), Aluminium Magnésium (AlMg), Aluminium Silicium (AlSi) en Aluminium 99% (Al99).
2 - Het type assemblage : hoeklassen, stuiklassen, overlaplassen en het verticaal neergand lassen.
3- De diameter van de gebruikte Wolfraam elektrode om het toegestane stroombereik te bepalen zonder de elektrode te beschadigen, en om de ontsteking te optimaliseren.
4- De dikte van het te lassen werkstuk.
Deze modus kan ook een lashulp zijn bij het onder de knie krijgen van het apparaat. Vanuit de voorgestelde SYNERGIC modus kan de gebruiker deze modus verlaten en terugkeren naar de STD modus. Alle SYNERGIC instellingen worden bewaard, en kunnen steeds gewijzigd worden. Dit maakt het mogelijk te starten met het lassen van een werkstuk met een maximaal aantal vooraf ingebrachte instellingen.
KEUZE VAN HET TYPE ONTSTEKING
TIG HF : Ontsteken in hoge frequentie zonder dat de Wolfraam elektrode contact maakt met het werkstuk.
TIG LIFT: start met contact (voor omgevingen die gevoelig zijn voor HF storingen)

text_image
Touch Switch Lift Pré Gaz 0.5s <1s1- Raak het te lassen werkstuk aan met de elektrode
2- Druk op de trekker
3- Trek de elektrode terug.
COMPATIBELE TOORTSEN



TOORTSEN EN GEDRAG TREKKER
In geval van een toorts met 1 knop, wordt deze knop «hoofd-knop» genoemd.
In geval van een toorts met 2 knoppen wordt de eerste knop «hoofd-knop» genoemd. De tweede knop wordt «secondaire knop» genoemd.
2T MODUS

text_image
Hoofd-knop T1 T2T1 - De hoofd-knop is ingedrukt, de lascyclus start (Pregas, l_Start, UpSlope en lassen).
T2 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de lascyclus wordt gestopt (DownSlope, I_Stop, Postgas).
Voor de toorts met 2 knoppen, en alleen in 2T, wordt de secundaire knop beschouwt als de hoofd-knop.
4T MODUS

flowchart
graph TD
A["Hoofd-knop"] --> B["T1"]
B --> C["T2"]
C --> D["T3"]
D --> E["T4"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
T1 - De hoofd-knop is ingedrukt, de cyclus start vanaf Pregas en stopt in de fase I_Start.
T2 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus gaat verder in UpSlope en in lassen.
T3 - De hoofd-knop is ingedrukt, de cyclus gaat over in Downslope en stopt in de fase I_Stop.
T4 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus eindigt met Postgas.
NB : voor de toortsen met dubbele trekkers en dubbele trekkers + potentiometer
=> « bovenste trekker/lasstroom » en potentiometer actief, « onderste » trekker inactief.
4T log MODUS

text_image
Hoofd-knop of secundaire knop T1 T2 T3 T4 t ≥0.5s<0.5s<0.5sT1 - De hoofd-knop is ingedrukt, de cyclus start vanaf Pregas en stopt in de fase I_Start.
T2 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus gaat verder in UpSlope en in lassen.
LOG : deze modus wordt gebruikt tijdens de lasfase :
- een korte druk op de hoofd-knop (<0.5s), de stroom schakelt over van | lasstroom naar | koud en vice versa.
- de secondaire knop wordt ingedrukt gehouden, de stroom schakelt van | lassen naar | koud
- de secondaire knop wordt losgelaten, de stroom schakelt van I koud naar I lassen
T3 - De hoofd-knop wordt ingedrukt gehouden (>0.5s), de cyclus gaat over in Downslope en stopt in de fase I_Stop.
T4 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus eindigt met Postgas.
Voor de toortsen met dubbele knoppen of dubbele trekkers + potentiometer heeft de « bovenste »trekker dezelfde functie als de trekker van een toorts met maar één enkele trekker. Met de « onderste » trekker kan men, wanneer deze ingedrukt wordt gehouden, overschakelen naar koude stroom. Met de potentiometer van de toorts, indien aanwezig, kan de lasstroom afgesteld worden van 50% tot 100% van de getoonde waarde.
Samenvatting van de beschikbare functies per lasproces, type start en trekker soort.
TIG : Keus van de verbruiksartikelen en instellingen naar gelang de dikte
| TIG DC | Lasstroom (A) | ∅ Elektrode (mm) | ∅ Buis (mm) | Gasstoom(Argon L/min) | |
| 0,5-5 | 10-130 | 1,6 | 9,5 | 6-7 | |
| 4-6 | 130-160 | 2,4 | 11 | 7-8 | |
| 6-9 | 160-250 | 3,2 | 11-12.5 | 8-9 |
| TIG AC | 1-2,4 | 50-90 | 1,6 | 9,5 | 6-7 |
| 2,4-3,2 | 80-150 | 2,4 | 9,5 | 7-8 | |
| 3,2-5,0 | 120-200 | 2-2,4 | 9.5-12.5 | 8-10 | |
| 5-6,5 | 200-250 | 3,2 | 12.5-19.5 | 10-12 |
KEUZE EN SLIJPEN VAN DE ELEKTRODE
In TIG DC :
Voor optimaal gebruik is het noodzakelijk een elektrode te gebruiken die als volgt geslepen is :

text_image
d LL = 3 x d voor zwakke stroom.
L = d voor hoge stroom
De aanbevolen elektrodes zijn : E3, WL15.
In TIG AC :
De elektrode heeft niet geslepen te worden, behalve voor zeer zwakke stroom <50A. Het is normaal dat er zich een bolletje vormt aan het eind van de elektrode, dat groter kan zijn wanneer de stroom hoger is en het voorbewerken intenser.
De aanbevolen elektrodes zijn : WP PUR, E3 et WL.
OPSLAAN EN OPROEPEN VAN DE LASINSTELLINGEN
Het aantal geheugen plaatsen: 100 in MMA, 100 in TIG DC et 50 in TIG AC.
Opslaan van een lasconfiguratie onder een naam.
In het menu Fichier 📋, wordt de functie « OPSLAAN ONDER » weergegeven door het icoon 📋 :
Met behulp van het toetsenbord kan de gebruiker de naam van zijn lasconfiguratie kiezen.
Bij de terugkeer naar het lassen zal de naam opnieuw verschijnen op het IHM.
Wanneer er een wijziging in een opgeslagen lasconfiguratie doorgevoerd wordt, zal de naam in rood verschijnen.
Opslaan van een lasconfiguratie
De opgeslagen lasconfiguratie is niet geschikt meer, er zijn wijzigingen aangebracht : in het menu Fichier ☐, zal de functie «OPSLAAN», weergegeven door icoon ☐ de oude instelling vernietigen en de nieuwe opslaan.
Als een verandering in de opgeslagen lasconfiguratie wordt aangebracht, zal de naam in het rood verschijnen.
Openen van een bestaande configuratie
In het menu Fichier geeft de functie « OPENEN », herkenbaar aan het icoon, toegang tot reeds opgeslagen configuraties.
Paswoord :
Het standaard paswoord is : 0000.
Bij verlies of vergeten van uw paswoord kan het «super» paswoord MORFRES gebruikt worden om het apparaat te ontgrendelen. Het standaard paswoord 0000 wordt dan opnieuw ingesteld.
TREKKER CONTROLE CONNECTOR

Aansluitschema van de toorts SRL18. Elektrisch schema, afhankelijk van het type toorts.
| Types toorts | Omschrijving draad | Pin bijbehorende aansluiting | ||
| Toorts 2 trekkers + poten- tiometer | Toorts 2 trekkers Toorts | 1 trekker | Algemeen/Massa 2 | (groen) |
| Schakelaar trekker 1 | 4 (wit) | |||
| Schakelaar trekker 2 | 3 (bruin) | |||
| Algemeen/Massa potentiometer | 2 (grijs) |
| VCC 1 (geel) | |
| Cursor 5 (roze) |
AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening werkt in de TIG en MMA modus.



text_image
D 045682 C B A 045675Artikel code 045699 Buitenaanzicht Elektrische schema's overeenkomstig de afstandsbediening.
Aansluiting :
1 - Sluit de afstandsbediening aan op de achterzijde van de lasstroombron.
2 - De IHM detecteert de aanwezigheid van een afstandsbediening en toont een keuzemenu :

Het apparaat is uitgerust met een aansluiting om een afstandsbediening op aan te sluiten. Met de specifieke 7 punt-stekker (optioneel, art. code 045699) kunt u uw handmatige afstandsbediening (Remote Control) of pedaal aansluiten. Voor de bedrading, volg het hier onderstaande schema.
| TYPE AFSTANDSBEDIENING Omschrijving draad | Pin bijbehorende aansluiting | |||
| CONNECT-5 | Pedaal | Handmatige afstandsbediening | VCC A | |
| Cursor B | ||||
| Algemeen/Massa C | ||||
| Schakelaar D | ||||
| AUTO-DETECT E | ||||
| ARC ON F | ||||
| REG I G | ||||
Werking :
- Handmatige afstandsbediening (optioneel, art. code 045675).
Met de handmatige afstandsbediening kan de stroom gevarieerd worden, tussen 50% en 100% ten opzichte van de oorspronkelijk ingegeven waarde. In deze configuratie zijn alle modules en functies van de stroombron toegankelijk en instelbaar.
- Pedaal (optioneel art. code 045682) :
Met de pedaal kan de minimum stroom gevarieerd worden tot 100% ten opzichte van de oorspronkelijk ingegeven waarde. Bij TIG-lassen functioneert de lasstroombron alleen in de 2T-modus. Het opvoeren en het afzwakken van de stroom worden niet meer geregeld door de lasstroombron (functies op non-actief) maar door de gebruiker, via het pedaal.
- Connect 5 - automatische modus :
Deze modus maakt het mogelijk de TIG 250 AC/DC te besturen met een bedieningspaneel, dankzij het oproepen van 5 voorgeprogrammeerde programma's.
Met het pedaal principe wordt de «Switch (D)» gebruikt om het lassen te starten of te onderbreken, volgens de gekozen cyclus. De waarde van de toegepaste spanning op «Cursor (B)», komt overeen met een programma of met de actuele context.
Deze spanning moet liggen tussen 0 en 3.0V, in stappen van 0,5V, overeenkomend met een opgeroepen programma :
- Actuele context : 0 - 0,5V
- Programma 1:0.5 - 1.0V
- Programma 2 : 1,0 - 1,5V
- Programma 3:1,5 - 2,0V
- Programma 4 : 2,0 - 2,5V
- Programma 5 : 2,5 - 3,0V
Met een extra potentiometer kan de stroom gevarieerd worden met +/- 15%, tijdens en buiten het lassen. Met de informatie ARC ON (aanwezigheid van de boog) kan de PLC gesynchroniseerd worden (ingang Pull Up 100k aan de zijde van de PLC). Door het verbinden van de pin AUTO_DETECT aan de massa kan het apparaat opgestart worden zonder het type afstandsbediening te hoeven inbrengen.
De 5 opgeroepen programma's corresponderen aan de 5 eerste opgeslagen programma's (van P1 tot P5).
De E/S van de signalen zijn beveiligd bij 6.1V
Verdere uitleg kan gedownload worden op onze internet site (https://goo.gl/i146Ma).
Oproepen van programma's:

text_image
HF OPTIONS P1 CONNECT 5 □ P1 TUB_2MM □ P2 TUB_3MM □ P3 TUB_4MM □ P4 TUB_5MM □ P5 TUB_6MM OK I = 135 A \ = 0.3 sFOUTMELDINGEN, AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN
Dit materiaal beschikt over een controle-systeem bij storingen.
Met behulp van een serie foutmeldingen op het controlepaneel kan een diagnose van de storing gemaakt worden.
| AFWIJKINGEN OORZAKEN OPLOSSINGEN | ||
| Het apparaat levert geen stroom, en het gele symbool voor thermisch defect verschijnt. | De thermische beveiliging slaat aan. | Wacht ongeveer 5 min tot het apparaat afgekoeld is. Het symbool verdwijnt. |
| De display staat aan maar het apparaat levert geen stroom. | De kabel van de massa-klem of de elektrode-houder is niet aangesloten op het apparaat. | Controleer de aansluitingen. |
| Storing spanning | Het apparaat is uitgerust met beveiligingen tegen overspanning op het stroomnetwerk. | Een overspanning is de oorzaak van de melding, door verlaging van belasting van de motor, bliksem enz. |
| Ondanks het bijvullen van het reservoir houdt de melding "niet voldoende water" aan. | De koelgroep werkt niet, de ventilator draait niet. | Controleer de aanwezigheid of de staat van de zekering. |
| Onstabiele boog. | Storing afkomstig van de Wolfraam elektrode. | Gebruik een wolfraam elektrode met de geschikte afmeting. |
| Gebruik een correct geprepareerde Wolfraam elektrode. | ||
| Te hoge gastoevoer. Reduceer de gastoevoer. | ||
| De Wolfraam elektrode oxideert en bezoedelt aan het eind van de lasprocedure. | Laszones. Bescherm de laszone tegen tocht | |
| Storing veroorzaakt door Post gas. | Verleng de Post-gas duur. | |
| Controleer alle gasaansluitingen en draai ze goed aan. Controleer de gastoevoer door vacuum te ontsteken. | ||
| De Wolfraam elektrode smelt. Verkeerde polariteit. | Controleer of de massa-kabel aangesloten is aan de positieve pool (+). | |
| Storing water-niveau. | Deze storing wordt gekenmerkt door te weinig water in de koelgroep. De koelgroep heeft een waterniveau-sensor die de correcte werking van het apparaat waarborgt. | Vul het reservoir tot aan het aanbevolen niveau MAX. |
| Ondanks het bijvullen van het reservoir houdt de melding "niet voldoende water" aan. | De koelgroep werkt niet, de ventilator draait niet. | Controleer de aanwezigheid of de staat van de zekering. |
| Storing toevoer. | Deze storing wordt gekarakteriseerd door een verstopte toorts in het vloeistof circuit. De koelgroep heeft een waterniveau-sensor die de correcte werking van het apparaat waarborgt. | |
| Storing koelgroep | Deze storing wordt gekenmerkt door het niet meer detecteren van de koelgroep. | Schakel het apparaat uit en controleer de elektrische aansluitingen van de koelgroep. |
GARANTIE
De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon).
De garantie dekt niet :
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).
In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met:
- Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...).
- Een beschrijving van de storing.
AVVERTENZE - NORME DI SICUREZZA
ISTRUZIONI GENERALI

* De inschakelduur is gemeten volgens de norm EN60974-1 bij een temperatuur van 40°C en bij een cyclus van 10 minuten.
Bil Intensief gebruik (> Inschakelduur) kan de thermische beveiliging zich in werking stellen. In dat geval gaat de boog uit en gaat het beveiligingslampje ( ) branden.
Laat het apparaat aanstaan zodat het kan afkoelen, totdat de beveiliging afslaat.
De lasstroombron beschrijft een vlakke uitgangskarakteristiek.
Waarschuwing : Het verlengen van de kabel van de toorts of van de massa-kabels, langer dan de lengte die geadviseerd wordt door de fabrikant, verhoogt het risico op elektrische schokken.


van het lassen (%).



escherming voor de ontsteking.
S).

van de PULS modus (A).





















