DP18Vario - Boormachine SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DP18Vario SCHEPPACH in PDF-formaat.
| Producttype | Kolomboor voor de werkbank |
| Merk | Scheppach |
| Model | DP18Vario |
| Ingangsspanning | 230-240 V ~ 50 Hz |
| Nominaal vermogen | 750 W (S2 10 min) |
| Uitgangstoerental | 440 - 2580 min⁻¹ (continu instelbaar) |
| Boorhouder | 1 - 16 mm |
| Spindelconus | MK2 |
| Boorkopdrager | B16 |
| Grote boortafel | 240 x 240 mm |
| Grote grondplaat | 410 x 250 mm |
| Hoekverstelling | 45° - 0° - 45° |
| Boordiepte | 80 mm |
| Kolomdiameter | 65 mm |
| Afmetingen (L x B x H) | 540 x 390 x 950 mm |
| Gewicht | 38,5 kg |
| Laserklasse | 2 |
| Lasergolflengte | 650 nm |
| Laservermogen | 1 mW |
| Geluidsdrukniveau | 72,1 dB(A) |
| Geluidsvermogensniveau | 84,2 dB(A) |
| Werkverlichting | Ja (LED) |
| Digitale weergave | Ja (toerental) |
| Functies | Boren, frezen, centerboren |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen, smeren van bewegende delen |
| Veiligheid | Noodstop, spaanderbescherming, laser klasse 2 |
| Reserveonderdelen | Koolborstels, V-snaar, boren |
| Repareerbaarheid | Reparatie door specialist, originele onderdelen |
Veelgestelde vragen - DP18Vario SCHEPPACH
Gebruikersvragen over DP18Vario SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DP18Vario - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DP18Vario van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING DP18Vario SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
| ! | Waarschuwing! Bij het Niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig! |
| 4 | Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning! |
| 2 | Waarschuwing voorwegslingerende delen! |
| Waarschuwing voor snijwonden! | |
| Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | |
| Draag een veiligheidsbril! | |
| Draag gehoorbescherming! | |
| Beschem de luchtwegen bij stofontwikkeling! | |
| Draag langhaar nicht los. Gebruik een haarnetje. | |
| Draag geen handschoenen. | |
| Beschermen gegen vocht. De machine nicht blootstellen aan regen. | |
| CE | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
| ΔΔ | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave:
Pagina:
- Inleiding 71
- Beschrijving van het apparaat 71
- Leveringsomvang 72
- Beoogd gebruik 72
- Veiligheidsvoorschriften 72
- Technische gegevens 75
- Uitpakken 76
- Voor de ingebruikname 76
- Montage 76
- Bediening 77
- Elektrische aansluiting 79
- Reiniging en onderhoud 80
- Opslag 81
- Afvalverwerking en hergebruik 81
- Verhelpen van storingen 82
- Conformiteitsverklaring 115
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen, niet-beoogd gebruik
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke operator voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Beschrijving van het apparaat
- Machinevoet
- Kolom
- Klemgreep
- Boortafel
- Motor
- Toerental stelhendel
- V-snaarkap
- Noodstopschakelaar
- Aan/uit-schakelaar
- Greep
- Klapbare spaanderbeveiliging
- Boorkop (weergave kan afwijken)
- Rolopname
- Vleugelschroeven
- Digitale indicatie
- Aan/uit-knop laser
- Machinekop
- Aan/uit-knop werklamp
- Verdraaibare schaalring
- Handslinger
- Kegeldoorn
- Boortafelhouder
- Zeskantbouten
- Werklamp
- Inbusschroef boortafelhouder
- Bevestigingsboorgat
A. Inbussleutel B. Drijfspie C. Inbussleutel 4 mm D. Inbussleutel 3 mm
3. Leveringsomvang
1x tafelboormachine - 1x boortafel - 4x grepen - 1x klapbare spaanderbeveiliging - 2x vleugelschroeven - 4x zeskantbouten - 1x klemgreep - 1x inbussleutel, 3 mm - 1x inbussleutel, 4 mm - 1x inbussleutel - 1x drijfspie - 1x boorkop - 1x kolom - 1x machinevoet - 1x handslinger - 1x kegeldoorn - 1x boortafelhouder - 1x rolopname - 1x gebruikshandleiding
4. Beoogd gebruik
De tafelboormachine is ontworpen voor het boren in metaal, hout, kunststof en tegels. Er kunnen cilindrische schachtboren met een boordiameter van 3 mm tot 16 mm worden gebruikt.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door doe-het-zelvers. Het is niet ontworpen voor continu commercieel gebruik.
Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen jonger dan 16 jaar. Jongeren vanaf 16 jaar mogen het apparaat alleen onder toezicht gebruiken. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van oneigenlijk gebruik of onjuiste bediening.
Het is absoluut verboden om de op de machine aanwezige veiligheidsvoorzieningen te demonteren, te wijzigen of anderszins te gebruiken of om externe veiligheidsvoorzieningen aan te brengen.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Veiligheidsvoorschriften
WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens, waarmee dit elektrisch apparaat is voorzien.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch apparaat" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) en op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
- Veiligheid op de werkplek
a. Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen. b. Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden.
Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap.
Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
- Elektrische veiligheid a. De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok. b. Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c. Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d. Gebruik de kabel niet om het elektrisch gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken.
Houd de kabel uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende apparaatdelen. Beschadigde of opgewikkelde kabels verhogen het risico op een elektrische schok.
e. Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buiten.
Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok. Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld. Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold.
f. Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar met een aftschakelstroom van 30 mA of minder.
Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
- Veiligheid van Personen
a. Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten.
Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril.
Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naargelang het soort elektrische apparaten en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c. Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt.
Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d. Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt.
Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding.
Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f. Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen.
Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen. Bij werkzaamheden in de buitenlucht adviseren wij rubber handschoenen en antislip schoeisel. Draag bij lang haar een haarnetje.
g. Als er stofafzuiging en opvanginrichtingen gemonteerd kunnen worden, moet u controleren of deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h. Voorkom een vals gevoel van veiligheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat.
Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
- Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a. Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt.
Gebruik voor de werkzaamheden het voor het doel bestemde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b. Gebruik geen elektrisch apparaat waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c. Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken verwisselt of het elektrische apparaat opbergt.
Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d. Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen.
Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen.
Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt. Elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt, moet op een droge, hooggelegen, afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen, worden bewaard.
e. Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken.
Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongelukken ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.
f. Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
g. Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen.
Houd hierbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h. Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
- Service
a. Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrisch apparaat behouden blijft.
Veiligheidsvoorschriften voor tafelboormachines
- Waarschuwingsetiketten op het elektrisch apparaat mogen nooit worden afgedekt.
- Bevestig het elektrisch gereedschap op een vast, vlak en horizontaal oppervlak. Als het elektrisch gereedschap wegzakt of wiebelt, kan het inzetstuk niet gelijkmatig en veilig worden geleid.
- Houd het werkoppervlak schoon en het te bewerken werkstuk vrij van scherpe boorspaanders en voorwerpen; deze kunnen tot letsel leiden. Het mengen van materialen is zeer gevaarlijk. Licht metaalstof kan branden of exploderen.
- Stel voor aanvang het juiste toerental in. Het toerental moet aangepast zijn aan de snelheid van de boordiameter en het te boren materiaal. Bij een onjuiste instelling van het toerental kan het inzetstuk vast komen te zitten in het werkstuk.
- Breng het inzetstuk alleen in ingeschakelde toestand tegen het werkstuk. Er bestaat anders het gevaar dat het inzetstuk in het werkstuk vasthaakt en het werkstuk wordt meegetrokken. Dit kan tot verwondingen leiden.
- Kom met uw handen nooit in het boorbereik terwijl het elektrisch gereedschap draait. Als er contact ontstaat met het inzetstuk bestaat het gevaar voor letsel.
- Verwijder nooit boorspaanders uit het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Voer de aandrijfeenheid altijd eerst uit in rustpositie en schakel het elektrisch gereedschap uit.
- Verwijder eventuele boorspaanders niet met blote handen. Vooral hete en scherpe metalen spaanders kunnen verwondingen veroorzaken.
- Breek lange boorspaanders door het boorproces te onderbreken door het kortstondig terugdraaien van de draaischijf. Door lange boorspaanders bestaat gevaar voor letsel.
- Houd grepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vette, olieachtige grepen zijn glad en zorgen voor verlies van controle.
- Gebruik spanvoorzieningen om het werkstuk vast te houden. Bewerk geen werkstukken die te klein zijn om te kunnen worden vastgeklemd. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, kunt u het niet voldoende vasthouden tegen verdraaien waardoor u zich kunt verwonden.
- Probeer niet om een werkstuk te boren dat geen vlak oppervlak heeft, tenzij u een geschikte steun hiervoor heeft.
- Start de boormachine niet met de boor tegen het werkstuk gedrukt.
- Schakel het elektrische apparaat direct uit als het inzetstuk wordt geblokkeerd. Het inzetstuk blokkeert als: - het elektrische gereedschap overbelast wordt of - het in het te bewerken werkstuk kantelt.
Grijp het inzetstuk na de werkzaamheden niet eerder vast voordat deze is afgekoeld. Het inzetstuk wordt tijdens de werkzaamheden zeer heet.
- Controleer regelmatig de kabel en laat een beschadigde kabel alleen door een erkend servicecentrum repareren. Vervang beschadigde verlengsnoeren. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische apparaat behouden blijft.
Berg het ongebruikte elektrische gereedschap goed op. De opslagplaats moet droog en afsluitbaar zijn. Dit voorkomt dat het elektrisch gereedschap tijdens de opslag beschadigd raakt of door onervaren personen wordt bediend. - Laat het gereedschap nooit liggen voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Nadraaiende inzetstukken kunnen verwondingen veroorzaken. - Gebruik het elektrisch gereedschap niet met een beschadigde kabel. Raak de beschadigde kabel niet aan en trek de voedingsstekker uit de contactdoos als de kabel tijdens de werkzaamheden beschadigd raakt. Beschadigde kabels verhogen het risico op een elektrische schok. - Neem altijd de instructies betreffende de smering en het verwisselen van het gereedschap in acht.

Let op: Laserstraling. Niet in de laserstraal kijken. Laserklasse 2

Bescherm uzelf en uw omgeving door het nemen van de juiste voorzorgsmaatregelen ten behoeve van ongevallenpreventie!
- Niet direct in de laserstraal kijken zonder oogbescherming.
- Nooit direct in de straalbundel kijken.
- Richt de laserstraal nooit op reflecterende oppervlakken en personen of dieren. Ook een laserstraal met een laag vermogen kan oogletsel veroorzaken.
- Let op! Als andere dan de hier aangegeven handelswijzen worden toegepast, kan dit tot een gevaarlijke stralingsexplosie leiden.
- Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte blootstelling aan straling leiden.
- Als het product gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten de accu's worden verwijderd.
- De laser mag niet door een laser van een ander type worden vervangen.
- Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabrikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
Restrisico's
De machine is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de veiligheidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen. Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het boren te veel druk wordt uitgeoefend, zal de boor snel beschadigen. Dit kan leiden tot mindere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
- Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw boor.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving wanneer de machine in bedrijf is.
Schakel het apparaat uit en trek de voedingsstekker uit het stopcontact voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
| Grote boortafel 240 x 240 mm |
| Grote bodemplaat 410 x 250 mm |
| hoekafstelling 45° - 0° - 45° |
| Boordiepte 80 mm |
| Kolomdiameter 65 mm |
| Afmetingen machine L x B x H 540 x 390 x 950 mm |
| Gewicht 38,5 kg |
| Laserklasse 2 |
| Aslengte laser 650 mm |
| Vermogen laser 1 mW |
*Bedrijfsmodus S2, kortstondig bedrijf
Technische wijzigingen voorbehouden!
Geluid
De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.
| Geluidsdrukniveau stationairtoerental LpA | 72,1 dB |
| Onzekerheid KpA | 3 dB |
| Geluidsvermögensniveau stationairtoerental LwA | 84,2 dB |
| Onzekerheid KwA | 3 dB |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken. De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.
Waarschuwing:
- De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
- Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werkelijk worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
7. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
8. Voor de ingebruikname
Controleer voor elk gebruik
- Controleer de aan/uit-schakelaar inclusief de moodstop-knop op de juiste werking. Voer voor elk gebruik een visuele controle uit.
- Controleer met name de veiligheidsvoorzieningen, elektrische bedieningselementen, elektrische leidingen en schroefverbindingen op beschadigingen en stevige bevestiging. Vervang eventueel beschadigde onderdelen vóór gebruik.
- Controleer of de tafelklemhefboom goed is aangehaald, voordat u de machine in gebruik neemt.
- Controleer of de boor goed in de boorkop is bevestigd.
- Verwijder bij tandkransboorkoppen de spansleutel. Controleer vóór het inschakelen van het apparaat altijd of de spansleutel is verwijderd.
9. Montage
Kolom en machinevoet, afb. 4
- Zet de machinevoet (1) op de grond of op de werkbank.
- Zet de kolom (2) zo op de grondplaat, dat de gaten van de kolom (2) zijn uitgelijnd met de gaten in de grondplaat (1).
- Schroef de vier zeskantbouten (23) voor bevestiging in de kolom in de grondplaat en haal deze met een inbussleutel (A) aan.
Montage boortafel afb. 7
- Plaats de boortafel (4) in de boortafelhouder (22).
- Borg de boortafel (4) met een klemgreep (3).
Montage machinekop en kolom afb. 8
- Plaats de machinekop (17) op de kolom (2).
- Lijn de spil van de boormachine uit met de tafel en de grondplaat en draai de inbusschroef, die zich aan de zijkant van de machinekop bevindt, goed vast. (Inbussleutel SW4 / C)
Montage van de grepen, afb. 9+10
- Schroef de drie grepen (10) vast in het schroefdraad van de greephouder. Gebruik hierbij de inbussleutel (A).
- Schroef de toerentalstelhendel (6) in de greephouder voor de snelheidsinstelling. Gebruik hierbij de inbussleutel (A).
Montage van de klapbare spaanderbeveiliging en boorkop, afb. 11+12+13
- Schuif de klapbare spaanderbeveiliging (11) op de spil op de machinekop en borg deze met een kruiskopschroevendraaier.
- Schuif de kegeldoorn (21) met een krachtige ruk in de boorkop (12).
- Schuif vervolgens de kegeldoorn (21) in de boorspil. Breng hiertoe de boorkop (12) met conus (21) tot aan de aanslag in de spil en draai deze nog iets verder totdat deze in de spil slipt. Plaats nu de boorkop (12) met conus in de spil. Controleer of deze goed is bevestigd.
Aanwijzing: Ter bescherming tegen corrosie zijn alle blanke onderdelen ingevet. Voor het plaatsen van de boorkop (12) op de spil moeten beide onderdelen met een milieuvriendelijk oplosmiddel volledig vetvrij worden gemaakt, zodat een optimale krachtoverbrenging is gewaarborgd.
Opstellen van de machine (afb. 26)
Voor de ingebruikname moet de boormachine stationair op een vaste ondergrond worden gemonteerd. Gebruik hiertoe de beide bevestigingsboorgaten (26) in de bodemplaat. Let op dat de machine voor gebruik en voor instel- en onderhoudswerkzaamheden vrij toegankelijk is.
Aanwijzing: De bevestigingsschroeven mogen slechts zo vast worden aangehaald, dat de grondplaat niet wordt verspannen of vervormd. Bij overmatige belasting bestaat gevaar voor breuk.
Voor ingebruikname in acht nemen
Let op dat de spanning van de netaansluiting overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje. Sluit de machine aan op een stopcontact met geïnstalleerde aardcontacten. De boormachine is voorzien van een nulspanningsbeveiliging die de operator beschermt tegen ongewenst starten na een spanningsuitval. In dit geval moet de machine opnieuw worden ingeschakeld.
10. Bediening
Let op!
Monteer het product vóór de ingebruikname volledig!
NOODSTOP-knop afb. 1
De noodstop-knop (8) vergrendelt wanneer deze wordt ingedrukt en schakelt de machine UIT.
Gebruik de noodstop-knop (8) niet routinematig om de machine te stoppen.
LET OP! Ook na het indrukken van de noodstop-knop (8) draait de boorspil, afhankelijk van de ingestelde snelheid, enkele seconden verder.
Houd tijdens het boren rekening met het feit dat bij te veel aandrukken vroegtijdige boorslijtage, of zelfs het breken of vastlopen van de boor in het boorgat kan ontstaan. Mocht de boor vastlopen, zet dan direct de hoofdaandrijfmotor stil door de noodstop-knop (8) in te drukken.
Aan/uit-schakelaar, afb. 14
Voor het inschakelen drukt u op de groene aan-schakelaar "I" (9), de machine wordt gestart. Voor het uitschakelen drukt u op de rode knop "O" (9), het apparaat schakelt uit.
Let op dat het apparaat niet overbelast raakt.
Als het geluid van de motor tijdens het bedrijf minder wordt, wordt de motor te zwaar belast.
Belast het apparaat niet zodanig dat de motor tot stilstand komt. Blijf tijdens het bedrijf altijd voor de machine staan.
Gereedschap in de boorkop plaatsen
Let op dat tijdens de gereedschapswissel de voedingsstekker is losgekoppeld. In de boorkop (12) mag alleen cilindervormig gereedschap met de aangegeven maximale diameter van de schacht worden gespannen. Alleen goed en scherp gereedschap gebruiken. Geen gereedschap gebruiken dat aan de schacht beschadigd is of anderszins op enige wijze is vervormd of beschadigd.
Gebruik uitsluitend accessoires en aanvullende apparaten die in de gebruikshandleiding worden vermeld of door de fabrikant zijn vrijgegeven.
Als de tafelboormachine blokkeert, schakelt u de machine uit en brengt u de boor terug in de uitgangspositie.
Gebruik van de snelspanboorkop
De tafelboormachine is voorzien van een snelspanboorkop. De gereedschapswissel kan zonder hulp van een extra kopsleutel worden uitgevoerd, door het gereedschap in de snelspanboorkop te plaatsen en met de hand vast te spannen.
Gebruik van gereedschap met conusvormige schacht, afb. 15
De tafelboormachine beschikt over een boorspilconus. Om gereedschap met een conusvormige schacht (MK2) te gebruiken, gaat u als volgt te werk:
- Boorkop in onderste positie brengen.
- Conusvormige schacht met meegeleverde drijfspie (B) uitdrijven, let hierbij op dat het gereedschap niet op de grond kan vallen.
- Nieuw gereedschap met conusvormige schacht in de boorspilconus schuiven en controleer hierbij op een goede bevestiging van het gereedschap.
Toerentalinstelling, afb. 1, 22
Het toerental van de machine kan traploos worden ingesteld.
Let op!
- Het toerental mag uitsluitend bij een draaiende motor worden gewijzigd. Toerentalinstelhendel (6) niet schoksgewijs bewegen, toerental langzaam en gelijkmatig instellen terwijl de machine zich in stationair toerental bevindt.
- Let op dat de machine ongehinderd kan lopen (verwijder werkstukken, boor etc.).
Met de toerental-instelhendel (6) kan het toerental traploos worden aangepast. De ingestelde snelheid wordt in omwentelingen per minuut op het digitale display (15) weergegeven.
Let op! Nooit de boormachine met een geopende afdekking van de V-snaar laten draaien. Voor het openen van de deksel altijd eerst de voedingsstekker uit het stopcontact trekken.
Nooit in de draaiende V-snaar grijpen.
Boordiepte-aanslag, afb. 16
De boorspil beschikt over een verdraaibare schaalring (19) voor het instellen van de boordiepte. Programmeerwerkzaamheden alleen in stilstand aanbrengen.
- Boorspil omlaag drukken tot de boorpunt op het werkstuk ligt. Klemschroef losmaken en de schaalring naar voren draaien tot de aanslag.
- Schaalring met de gewenste boordiepte terugdraaien en met de klemschroef vastzetten.
Let op! Bij het instellen van de boordiepte van een cilindervormig boorgat, moet de lengte van de boorpunt er bij rekenen.
Kanteling van de boortafel instellen, afb. 17
- Inbusschroef (25) onder de boortafel (4) losdraaien.
- Boortafel (4) op de gewenste hoek instellen.
- Inbusschroef (25) weer vast aanhalen om de boortafel (4) in deze positie te fixeren.
Hoogte van de boortafel instellen, afb. 18/19
Maak de klemgreep (3) los. - Boortafel (4) met behulp van de handslinger (20) in de gewenste positie brengen. Zet de klemgreep (3) weer vast.
Boortafel en rolsteun, afb. 20
- Na het lossen van de klemgreep (3) kan de boortafel (4) worden gedraaid.
- Na het lossen van de vleugelschroeven (14) kan de rolsteun (13) worden uitgetrokken.
Werkstuk spannen
Span werkstukken in principe met behulp van een machinebankschroef (niet bij de levering inbegrepen) of met een geschikt spanmiddel goed vast. Werkstukken nooit met de hand vasthouden!
Tijdens het boren moet het werkstuk op de boortafel (4) kunnen worden bewogen, zodat de zelfcentrering kan plaatsvinden. Werkstuk absoluut beveiligen tegen verdraaien. Dit geschiedt het beste door het werkstuk te plaatsen, resp. de machinebankschroef tegen een vaste aanslag te schuiven.
Let op! Plaatdelen moeten worden ingespannen zodanig dat deze niet omhoog kunnen worden gescheurd. Stel de boortafel afhankelijk van het werkstuk op de juiste hoogte en hoek in. Tussen de bovenkant van het werkstuk en de boorpunt moet voldoende afstand overblijven.
Bedrijf Laser, afb. 21, 23
Inschakelen: Zet de aan/uit-schakelaar (16) in positie "I" om de laser in te schakelen. Op het te bewerken werkstuk worden twee laserlijnen geprojecteerd, waarbij het snijpunt het centrum van de boorpunt aangeeft.
Uitschakelen: Zet de aan/uit-schakelaar laser (16) in positie "0".
Bedrijfswerklamp, afb. 21, 24
Aanwijzing: Zorg altijd voor een goede verlichting op de werkplek.
Inschakelen: Zet de aan/uit-schakelaar werklamp (18) in positie "I" om de werklamp (24) in te schakelen.
Uitschakelen: Zet de aan/uit-schakelaar werklamp (18) in positie "0".
Werksnelheden
Let tijdens het boren op het juiste toerental. Dit is afhankelijk van de boordiameter en het materiaal.
De onderstaande lijst helpt u bij het kiezen van de toerentalen voor de verschillende materialen.
De aangegeven toerentallen zijn slechts een richtwaarde.
| Ø boor | Giet- ijzer | Staal | Roest- vrij staal | Alumni- nium | Hout |
| 3 220 | 00 2100 | 1200 45 | 00 3000 | ||
| 4 170 | 00 1800 | 1000 40 | 00 2600 | ||
| 5 150 | 00 1500 | 800 350 | 0 2150 | ||
| 6 140 | 00 1200 | 600 300 | 0 1800 | ||
| 7 120 | 00 1000 | 450 250 | 0 1400 | ||
| 8 100 | 00 800 | 360 2000 | 1100 | ||
| 9 910 | 650 | 0 270 16 | 00 850 | ||
| 10 825 | 500 | 220 12 | 00 650 | ||
| 11 740 | 0 450 | 200 | 1050 575 | ||
| 12 650 | 400 | 180 | 900 500 | ||
| 13 610 | 370 | 165 | 800 435 | ||
| 14 575 | 340 | 150 | 700 370 | ||
| 16 500 | 300 | 140 | 580 300 |
Verzinken en kernboren
Met deze boormachine kunt u verzinken of kernboren. Let hierbij op dat het laten zakken met het laagste toerental moet gebeuren, terwijl voor het kernboren een hoog toerental is vereist.
Houtbewerking
Houd er rekening mee dat bij het werken met hout een geschikte stofafzuiging moet worden gebruikt, omdat houtstof gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid. Draag bij werkzaamheden die stof produceren altijd een geschikt stofmasker.
Metaalbewerking
Gebruik bij het boren van metalen een geschikt koelmiddel om slijtage van het gereedschap en de warmtevorming in het werkstuk te reduceren.
LET OP! Voorkom huidcontact en draag een veiligheidsbril!
11. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Bij werkzaamheden met dit elektrisch gereedschap alsook bij tijdelijk gebruik in de buitenlucht moet het apparaat absoluut middels een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van 30 mA of minder worden aangesloten.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer.
- Snijplekken, omdat over het netsnoer is gereden.
- Beschadigde isolatie doordat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend netsnoeren met de aanduiding H05VV-F.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Aansluittype X
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice.
Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230V zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
12. Reiniging en onderhoud
Trek altijd de voedingsstekker uit het stopcontact voordat u instellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door ons servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Laat het apparaat altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Er bestaat gevaar voor brandwonden!
Controleer het apparaat voor elk gebruik op zichtbare defecten, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen, of loszittende bouten of andere onderdelen. Vervang beschadigde onderdelen.
Reiniging
Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Chemische stoffen kunnen de kunststof onderdelen van het apparaat aantasten. Reinig het apparaat nooit onder stromend water.
- Reinig het apparaat grondig na elk gebruik.
- Reinig de ventilatieopeningen en het oppervlak van het apparaat met een zachte borstel, een kwast of een doek.
- Verwijder spanen, stof en vuil zo nodig met een stofzuiger.
- Smeer bewegende delen regelmatig. Zorg dat er geen smeermiddelen op schakelaars, V-snaar, aandrijfschijven en boorarmen terechtkomen.
Onderhoud
Instellen van de laser, afb. 23+27
Klem een boor in de boorkop (12). De laser vormt een dradenkruis in het midden van de boor. Als de laserlijnen niet samenkomen in het midden van de boor, moet de laser worden afgesteld.
Plaats de boortafel (4) zo dicht mogelijk tegen de boor. Draai de borgmoeren (G) los. De laserlijnen kunnen worden afgesteld door aan beide zijden aan de stelschroeven (H) te draaien.
Stel de laserlijnen dusdanig af dat ze elkaar in het midden van de boorpunt kruisen.
Instellen van de spilretourveer, afb. 25
Het kan noodzakelijk zijn dat de spilretourveer moet worden ingesteld, omdat de spanning is gewijzigd en daardoor de spil te snel of te langzaam terugschiet.
- Voor meer vrije werkruimte kunt u de tafel laten zakken.
- Werkzaamheden aan de linkerzijde van de boormachine.
- Zet een schroevendraaier in de voorste onderste groef (L) en zorg dat deze op dit punt blijft.
- Verwijder de buitenste moer (O) met een steekleutel (SW19).
- Met de schroevendraaier nog in de groef, draait u de binnenste moer (N) tot de groef (K) losraakt van de naaf (P). LET OP! Veer staat onder druk!
- Draai met een schroevendraaier voorzichtig de veerkap (M) tegen de wijzers van de klok in tot u de groef in de naaf (P) kunt indrukken.
- Laat de spil in de laagste positie zakken en houd de veerkap (M) in positie. Als de spil zich op en neer beweegt, zoals u wilt, haalt u de binnenmoer (N) weer aan.
- Als deze te los is, herhaalt u de stappen 3-5. Als deze te vast zit, dient u de omgekeerde volgorde uit te voeren.
- Borg de buitenste moer (O) tegen de binnenste moer (N) met een steeksleutel. AANWIJZING: Niet te ver aanhalen en niet de beweging van de spil beperken!
Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal worden gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, V-snaar, boor
* Niet persé meegeleverd!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
Inspectie- en onderhoudsschema
| Regelmatige onderhoudsperiode | Voor elke ingebruikname | Na elke ingebruikname Indien | nodig |
| Veiligheidsinrichtingen controleren | X | ||
| V-snaren controleren enevt. spannen | X | ||
| Kolommen en tafel met dunne olielaag insmeren | X | ||
| Kegeldoorn reinigen | X | ||
| Machine vrijmaken van boormeel en metalen spaanders | X |
13. Opslag
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C
Bewaar het gereedschap in de originele verpakking. Dek het gereedschap af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het gereedschap.
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijk afval, maar moet worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afgedankte apparaat zijn geïntegreerd, moeten voor het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelingspunten (bijv. gemeentewerven).
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis bij de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of bij een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant. - Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geïnstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
15. Verhelpen van storingen
Waarschuwing:
Voor het zoeken naar fouten schakelt u de machine altijd uit en haalt u de stekker uit het stopcontact.
| Storing Mogelijk oorzaak Oplossing | ||
| De as beweegt te snel of te langzaam waar de uitgangspositie | De veervoorspanning is onjuist ingesteld | Instellen van de voorspanning, zie "Instellen van de spilretourveer" |
| De boorkop raakt steeds meer los van de spel, ondanks hetfeit dat deze meer opnieuw is bevestigd | Vuil, vet of olie op de spel of de binnenkant van de boorkop | Gebruik een huishoudelijk reinigingsmiddel om het oppervlak van de spel en de boorkop te reinigen. Zie ook "Montage van de boorkop" |
| Sterke geluidsproductieijdens gebruik | Onjuiste V-snaarspanning | Stel de V-snaarspanning opnieuw in. Zie ook "Instellen van de snugheid en de V-snaarspanning" |
| De spel is te droog Test de spel | ||
| De poelie op de spel zit los | Controleer de moer van de poelie op stevige bevestiging en draai deze zo nodig vast | |
| De poelie op de motor zit los | Draai de stelschroef op de motor poelie vast | |
| Deoor begint te gloeien | Onjuiste snugheid | Verander de snugheid. Zie ook "Kiezen van het toerenal en V-snaarspanning" |
| Erkommen geen spaandersuit het boorgat | Breng deoor regelmatiguit het boorgat om spaanders te verwijderen | |
| Stompe boren Slijp deoor | ||
| Te geringe aanvoer Verhoog de aanvoer | ||
| Deoor verloopt of het gat is Niet rond | Harde plekken in het hout of de lengte en hoek van de boorpunt�n verzinschillend | Slijp deoor |
| Deoor is verbogen Vervang deoor | ||
| De boor blokkeert in het werkstuk | Werkstuk en boor+zijn gekanteld of de aanvoer is te hoog | Plaatsiets onder het werkstuk of bevestig het. Zie ook "Positionering van het werkstuk" |
| Onvoldoende V-snaarspanning | Stel de V-snaarspanning in. Zie ook "Kiezen van het toerenal en V-snaarspanning" | |
| Overmatig verlopen en fladderen van de boor | Verbogen boor Gebruik een rechte | boor |
| Overmatige slijtage van de spillagers | Laat de spillager verrangen | |
| De boor is Niet gecentreerd in de boorkop gespannen | Controleer de centrering. Zie ook "Gereedschap in de boorkopplaatsen | |
| De boorkop is Niet goed bevestigd | Bevestigde boorkop op de juiste wijze. Zie ook "Montage van de boorkop" | |