EBH341R - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EBH341R MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EBH341R - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EBH341R van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EBH341R MAKITA
ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING
- Wij danken u ten zeerste voor de aankoop van de MAKITA Bosmaaier. Wij zijn blij u de MAKITA Bosmaaier te kunnen aanbieden die het resultaat is van een lang ontwikkelingsprogramma en vele jaren opgedane kennis en ervaring. Gelieve dit handboekje zorgvuldig door te lezen, te begrijpen en op te volgen. Het geeft een gedetailleerde uitleg van de verschillende punten waardoor u zich een denkbeeld kunt vormen van de voortreffelijke prestaties van de machine. Dit zal u in staat stellen de beste resultaten te verkrijgen van uw MAKITA Bosmaaier. Inhoudsopgave Bladzijde Het is erg belangrik dat u weet wat de volgende symbolen betekenen wanneer u dere gebruiksaanwÿzing leest. SYMBOLEN Nederlands Symbolen p. 86
- Veiligheidsvoorschriften p. 87
- -90 Technische gegevens p. 92
- Naam van de onderdelen p. 93
- Monteren van motor en aandrijfstang p. 94
- -95 Installeren van de handgreep p. 96
- Installeren van de beschermkap p. 96
- Installeren van het mesblad of nylon draadkop p. 96
- Voor gebruik p. 97
- -98 Aandachtspunten bij de bediening en hoe u de machine moet stoppen p. 99
- -100 Aanscherpen van het mesblad p. 100
- Onderhoudsvoorschriften p. 101
- -103 Machine-opslag p. 104
- -105 Oplossen van problemen Lees, begrijp en volg de Gebruiksaanwijzing op p. 106
WAARSCHUWING/GEVAAR/LET OP
Verboden Afstand houden Gevaar voor rondvliegende Voorwerpen Niet roken Open vlammen verboden Draag veiligheidshandschoenen Terugslag (enkel voor bosmaaier) Personen en huisdleren niet Toegelaten in de werkomgeving Draag een veiligheidshelm, Oog-en oorbescherming Max. toelaatbaar toerental maaiblad Brandstof (Benzine) Motor-Handbediend starten Noodstop Eerste Hulp Bij Ongevallen (EHBO) AAN/START UIT/STOP87 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften – Om een juiste en veilige bediening te verzekeren, dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing te lezen en te begrijpen om zich vertrouwd te maken met de bediening van de bosmaaier. Gebruikers die onvoldoende vertrouwd zijn met de machine kunnen zowel zichzelf als anderen in gevaar brengen door onjuiste bediening. – Het is aan te bevelen dat u de bosnaaier alleen uitleent aan personen die voldoende ervaring hebben met bosmaaiers. Overhandig ook altijd de gebruiksaanwijzing. – Gebruik de bosmaaier uitsluitend met alle beschermingen aangebracht. – Personen die nooit eerder met een bosmaaier hebben gewerkt, dienen bij hun dealer te informeren naar basisrichtlijnen om zichvertrouwd te maken met het hanteren van een motoraangedreven maaier. – Gebruik van de bosmaaier mag niet worden toegestaan aan kinderen en personen beneden de 18 jaar. Personen boven de 16 jaar kunnen de machine echter gebruiken voor opleidingsdoeleinden en dit uitsluitend onder het toezicht van een bevoegd opleider. – Gebruik de bosmaaier met uiterste voorzichtigheid en oplettendheid. – Gebruik de bosmaaier alleen wanneer u in goede lichameliike gezondheid verkeert. Voer alle werkzaamheden zorgvuldig en voorzichtig uit. De gebruiker is aansprakelijk voor anderen. – Gebruik de bosmaaier nooit onder invloed van alcohol of geneesmiddelen. – Gebruik de machine niet wanneer u vermoeid bent. – Bewaar deze voorschriften voor naslag in de toekomst. – Door nationale regelgeving kan de functionaliteit van de machine zijn beperkt. Persoonlijke veiligheidsuitusting – Draag doelmatige en geschikte kleren die nauw passen zonder u in uw bewegingen te belemmeren. Draag geen juwelen, kleding of lang haar, die kunnen blijven vasthangen in struikgewas of heesters. – Tijdens het bedienen van de bosmaaier dient u de volgende veiligheidsuitrusting en veiligheidskleding te dragen om hoofd-, oog-, hand-of voetverwondingen te voorkomen en om uw gehoor te beschermen. – Draag altijd een helm wanneer u in het bos werkt. Controleer de veiligheidshelm (1) regelmatig op beschadiging en vernieuw deze op zijn laatst na 5 jaar gebruik. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen. – Het vizier (2) van de helm (of een goedgekeurde veiligheidsbril) beschermt uw gezicht tegen rondvliegende twijgjes, steentjes of andere voorwerpen. Draag tijdens het gebruik van de bosmaaier altijd een veiligheidsbril of een vizier om oogverwondingen te voorkomen. – Om verslechtering van uw gehoor te voorkomen, draag een doeltreffende bescherming tegen het lawaai (oorbeschermers (3), oordopjes enz.), vooral tijdens lange werkperioden. – De werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegende splinters en steentjes. Het is sterk aan te bevelen dat de gebruiker een werk-overall draagt. – Speciale handschoenen (5), gemaakt van dik leer, zijn een onderdeel van de voorgeschreven veiligheidsuitrusting en dienen daarom tijdens het gebruik van de bosmaaier altijd te worden gedragen. – Draag tijdens het gebruik van de bosmaaier altijd stevige schoenen (6) met slipvrije zolen. Dit zal u beschermen tegen verwondingen en verzekert goede steun voor de voeten. Starten van de bosmaaier – Controleer eerst of er binnen een bereik van 15 meter of 50 voet geen kinderen of andere personen aanwezig zijn. Let ook op dat er geen dieren in de directe omgeving zijn. – Alvorens de bosmaaier te starten, altijd eerst controleren of deze geschikt is voor veilig gebruik: Controleer of het mesblad goed is vastgezet. Controleer of de bevestigingsmoer van het mesblad stevig is aangetrokken. Controleer de gashendel op soepele werking en gemakkelijke bediening. Controleer of de gashendelpal juist werkt. Rotatie van het mesblad tijdens onbelast draaien is niet toegelaten. Raadpleeg de voorschriften voor het afstellen van het nullasttoerental op blz. 100. Controleer of handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de STOP schakelaar. Houd de handgrepen vrij van olie en brandstof. – Alvorens te starten moet u de lokale regels aangaande geluidsoverlast en de toegestane werktijden controleren. Houd u aan die regels. – Start uitsluitend met de bosmaaier op de grond geplaatst. – Start niet wanneer de maaier achter u of op uw rug is.88
- Vervangen van gereedschap Start de bosmaaier alleen in overeenstemming met de instructies. Gebruik geen andere methode voor het starten van de motor! – Gebruik de bosmaaier en het bijgeleverde gereedschap alleen voor de
– Start de motor van de bosmaaier pas nadat de bosmaaier helemaal is gemonteerd. Bediening van de machine is alleen toegestaan nadat al de geschikte accessoires zijn bevestigd! – Alvorens de motor te starten, controleer of het mesblad niet in aanraking komt met harde voorwerpen zoals takken, stenen enz. – In geval van motorstoringen dient u de motor onmiddellijk te stoppen. – Wanneer het mesblad tegen stenen of andere voorwerpen is gestoten, stop dan onmiddellijk de motor en controleer het mesblad op beschadiging. – Controleer het mesblad na korte, regelmatige tussentijden op beschadiging (ontdekken van haarscheurtjes door middel van een klopgeluidtest). – Een vertrouwd weergalmend geluid dient te worden gehoord. – Gebruik de bosmaaier alleen met de schouderband eraan bevestigd. De schouderband dient juist te worden afgesteld alvorens de bosmaaier wordt gestart. Het is zeer belangrijk dat de schouderband wordt afgesteld in overeenstemming met de grootte van de gebruiker, om vermoeidheid tijdens het gebruik of verlies van controle over de machine te voorkomen. Houd de machine tijdens het gebruik nooit met één hand vast. – Houd de bosmaaier tijdens het gebruik altijd met beide handen vast. Zorg ervoor dat u altijd een veilige, evenwichtige steun voor de voeten hebt. – Bedien de bosmaaier zodanig dat u geen uitlaatgassen inademt. Laat de motor nooit in gesloten ruimten draaien (gevaar voor verstikking en gasvergiftiging). Koolmonoxide is een reukloos gas. Zorg er altijd voor dat er goede ventilatie is. – Stop de motor wanneer u wilt rusten of wanneer u de bosmaaier alleen achterlaat. Plaats deze in een veilige omgeving om gevaar voor anderen, het in brand vliegen van brandbare materialen of beschadiging van de machine te voorkomen. – Leg de hete bosmaaier nooit op droog gras of andere brandbare materialen. – Het mesblad dient gebruikt te worden met de geschikte beschermkap erop bevestigd. Gebruik het gereedschap nooit zonder deze beschermkap! – Tijdens het bedienen van de machine dienen alle bijgeleverde beschermingsonderdelen en beschermkappen te worden gebruikt. – Bedien de motor nooit met een defecte knalpot. – Stop de motor alvorens de machine te vervoeren. – Wanneer u het gereedschap vervoert, bevestigt u altijd de beschermkap op het snijblad. – Zet de bosmaaier rechtop en bevestig deze in de auto of vrachtauto om schade door het verschuiven van de machine tijdens transport te voorkomen. – Controleer alvorens de machine te transporteren dat de brandstoftank geheel leeg is zodat er geen brandstof kan gaan lekken. – Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat.
bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie. Bijvullen – Verminder de kans op brand en brandwonden en behandel benzine zeer voorzichtig. Benzine is uitermate ontvlambaar. – Stop de motor, rook niet en houd vuur uit de buurt voor en tijdens het bijtanken. – Vermijd contact van de huid met aardolieprodukten. Adem de brandstofdamp niet in. Draag tijdens het bijvullen altijd beschermhandschoenen. Venieuw en reinig regelmatig uw beschermkleding. – Pas op dat u geen brandstof of olie morst. Veeg de machine droog alvorens de motor te starten. Zorg dat natte doeken goed zijn opgedroogd voordat u deze in een wasbak of dergelijke stopt zodat de doeken niet in brand kunnen vliegen. – Zorg dat er geen brandstof op uw kleren terechtkomt. Indien er brandstof op uw kleren is gemorst (gevaar), trek dan onmiddellijk andere kleren aan. – Controleer regelmatig de brandstoftankdop om er zeker van te zijn dat deze goed vergrendeld is. – Draai de borgschroef van de brandstoftank goed en voorzichtig aan. Ga op een andere plaats staan om de motor te starten (tenminste 3 meter of 10 voet van de plaats waar werd bijgevuld). – Vul nooit bij in een afgesloten ruimte. Brandstofdampen verzamelen zich op
– Gebruik uitsluitend goedgekeurde containers voor het vervoeren en opslaan van brandstof. Zorg ervoor dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. – Vul nooit brandstof bij terwijl de motor nog heet is of draait. – Wanneer u benzine mengt met tweetakt-motorolie, gebruik dan uitsluitend benzine die geen ethanol of methanol (alcohol) bevat.
andere motoronderdelen.89 Let op: Terugslag! Schematische afbeelding Schematische afbeelding Bedieningsmethode – Gebruik de bosmaaier alleen bij goed licht en bij goed zicht. Tijdens koude seizoenen dient u op te passen voor gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (slipgevaar). Zorg ervoor dat u altijd veilige steun voor de voeten hebt. – Reik niet te ver met de machine. Zorg ervoor dat u altijd goede steun voor de voeten hebt, uw evenwicht bewaart en volledige handcontrole over de machine hebt. – Maai nooit boven taille-hoogte. – Klim nooit in bomen om met de bosmaaier te maaien. – Werk nooit op onstabiele oppervlakten of steil terrein. – Verwijder voorwerpen, zoals stenen, spijkers, gebroken glas, draad, etc., uit de werkomgeving. Vreemde voorwerpen kunnen het snijgereedschap beschadigen, gevaarlijke terugslag veroorzaken of omhoog geworpen worden en een gevaarlijk projektiel worden. – Begin pas met het maaien nadat het snijgereedschap op volle bedrijfssnelheid is gekomen. – Bedien dit gereedschap nooit terwijl het ondersteboven is gekeerd en ook nooit bij een uiterst scherpe hoek. – WAARSCHUWING! -De omgeving rond het maaimes is nog gevaarlijk zolang als de motor niet tot volledige stilstand is gekomen. – Als gras of takken bekneld raken tussen het snijgarnituur en de beschermkap, zet u altijd de motor uit voordat u ze verwijdert. Als u dat toch doet, kan door onbedoeld draaien van het snijblad ernstig letsel ontstaan. – Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uur 10 tot 20 minuten te rusten. Terugslag (stoot van het snijblad) – Tijdens het bedienen van de bosmaaier, kan ongecontroleerde terugslag optreden. – Dit is vooral het geval wanneer u probeert te maaien binnen een bladsegment tussen 12 en 2 uur op de wijzerplaat zoals gezien vanaf de plaats van de gebruiker. – Laat dit segment van de bosmaaier nooit in aanraking komen met vaste voorwerpen zoals struiken, stronken, bomen etc., met een diameter van meer dan 3 cm. – De bosmaaier zal dan met grote kracht en snelheid worden teruggeslagen met mogelijk gevaar voor ernstige verwondingen. – Gebruik de bosmaaier nooit met het bladsegment tussen de 12 en 2 uur positie. Voorkomen van terugslag Om terugslag te voorkomen, de volgende punten in acht nemen: – Maaien met het bladsegment tussen 12 en 2 uur is zeer gevaarlijk, vooral bij gebruik van metalen mesbladen. Wanneer deze bosmaaier wordt gebruikt met de bladsegmenten van 11 tot 12 uur en van 2 tot 5 uur, is er nog mogelijk gevaar voor enige terugslag. – Maaien met de bladsegmenten tussen 11 en 12 uur, en tussen 2 en 5 uur, dient alleen door geoefende en ervaren gebruikers te worden uitgevoerd en dit uitsluitend op eigen risico. Gemakkelijk maaien met weinig of geen terugslag is mogelijk met het bladsegment tussen 8 en 11 uur. Snijgereedschappen Gebruik uitsluitend het geschikte snijgereedschap voor het betreffende werk. Mesblad (kruisvormig mesblad (4 tanden), wervelmesblad (8 tanden)): Voor het maaien van dikke materialen zoals onkruid, hoog gras, struiken, heesters, kreupelhout, kreupelbosjes etc. (maximale dikte: 2 cm diameter). Voor dit soort maaiwerk dient u de bosmaaier gelijkmatig in halve cirkels van rechts naar links te zwenken (op dezelfde wijze als wanneer u met een zeis werkt). Gebruik nooit andere messenbladen, waaronder metalen meerdelige kettingen en vlegelmessen. Als u dat toch doet, kan ernstig letsel ontstaan. Onderhoudsvoorschriften – Laat uw gereedschap onderhouden door ons erkende servicecentrum dat altijd uitsluitend gebruikmaakt van originele vervangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongevallen vergroten. – Alvorens met het werk te beginnen, dient u te controleren of de bosmaaier in goede staat is. Controleer in het bijzonder de staat van het snijgereedschap, de beschermkap en de schouderband. Let er vooral goed op dat de mesbladen juist zijn aangescherpt. – Zet de motor af en verwijder de bougie-aansluitklemmen wanneer u het mesblad wilt vervangen of aanscherpen, en ook wanneer u de bosmaaier of het snijgereedschap wilt reinigen.90 Probeer nooit beschadigde mesbladen recht te maken of te lassen. – Wees milieuvriendelijk. Bedien de bosmaaier met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer in het bijzonder of de carburateur juist is afgesteld. – Maak de bosmaaier regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren goed zijn vastgezet. – Voer nooit onderhoudswerk aan de bosmaaier uit en berg deze nooit op in de buurt van open vlammen, vonken, etc. – Maak de brandstoftank leeg alvorens de bosmaaier op te bergen. Berg de bosmaaier altijd in een goed geventileerde en op slot gedane ruimte op. – Wanneer u het gereedschap reinigt, onderhoudt of opbergt, bevestigt u altijd de beschermkap op het snijblad. Neem alle van toepassing zijnde voorschriften ter preventie van ongevallen, verstrekt door de belanghebbende handelsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen, in acht. Breng nooit wijzigingen aan in de bosmaaier, aangezien dit uw veiligheid in gevaar zal brengen. Onderhoudswerkzaamheden en reparaties door de gebruiker zijn beperkt tot die welke in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden dienen door Erkende Service Agenten te worden uitgevoerd. Gebruik uitsluitend originele vervangstukken en accessoires door MAKITA geleverd. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen vergroot het gevaar voor ongevallen en verwondingen. MAKITA erkent geen aansprakelijkheid voor ongevallen of beschadiging veroorzaakt door het gebruik van nietgoedgekeurde snijgereedschappen, hulpstukken of accessoires. Eerste hulp bij ongevallen (EHBO) Om op mogelijke ongevallen voorbereid te zijn, zorg ervoor dat een goed gevulde verbandkist beschikbaar is in de buurt van uw werkomgeving. Wanneer u iets uit de verbandkist gebruikt, dient u dit onmiddellijk te vervangen. Wanneer u hulp inroept, geef dan de volgende informatie: – Plaats van het ongeval – Wat er gebeurd is – Aantal gewonde personen – Omvang van verwondingen – Uw naam Trillingen – Personen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: “slapen” (ongevoeligheid), tintellingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts! – Om de kans op deze “witte-vingerziekte” te verkleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed.91 Alleen voor Europese landen EU-verklaring van conformiteit Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makita-machine(s): Aanduiding van de machine: Op de rug braagbare Bosmaaier Modelnr./Type: EBH341R Technische gegevens: zie de tabel “TECHNISCHE GEGEVENS” in serie zijn geproduceerd en Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2000/14/EG, 2006/42/EG en 2004/108/EG tot 19.4.2016, en 2014/30/EU vanaf 20.4.2016 En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerd documenten:
EN ISO 11806-2: 2011
De technische documentatie wordt bewaard door: Makita, Jan-Baptist Vinkstraat 2, 3070, België De conformiteitsbeoordelingsprocedure vereist door Richtlijn 2000/14/EC was in Overeenstemming met annex V. Gemeten geluidsvermogenniveau: 108,2 dB Gegarandeerd geluidsvermogenniveau: 111 dB
Yasushi Fukaya Directeur Makita, Jan-Baptist Vinkstraat 2, 3070, België92 TECHNISCHE GEGEVENS Model EBH341R Ring-handgreep Mesblad Nylon draadkop Afmetingen: lengte x breedte x hoogte (zonder lengte pijphouder) mm 430 x 280 x 430 Gewicht (zonder bescherming en mesblad) kg 10,2 Inhoud (brandstoftank) L 0,65 Snijgereedschap (diam. snijblad) mm 255 Cilinderinhoud cm
33,5 Maximaal motorvermogen kw 1,07 bij 7.000 min
Motortoerental bij aanbevolen max. assnelheid min
Maximal assnelheid (overeenkomstig) min
Brandstofverbruik kg/h 0,458 g/kwh 426 Onbelast toerental min
0,8 1,9 Gemiddeld geluidsdrukniveau volgens ISO 22868
PA eq dB (A) 87,3 93,2 Onzekerheid K dB (A) 2,2 2,3 Gemiddeld geluidsvermogenniveau volgens ISO 22868
SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto’s). Versnelling sverhouding 15/2093
NAAM VAN DE ONDERDELEN
NL Benaming van de onderdelen 1 Benzinetank 2 Startinrichting 3 Luchtilter 4 Aan/uit-schakelaar 5 Bougie 6 Uitlaat-knaldemper 7 Handgreep 8 Gashendel 9 Gaskabel 10 Aandrijfas 11 Beschermkap (beschermkap van snijgarnituur) 12 Drijfwerk 13 Maaiblad 14 Schouderband 15 Tankdop 16 Startgreep 17 Opvoerpomp 18 Chokehendel 19 Uitlaatpijp 20 Oliepeistok 21 Flexibele pijp 22 Nylon draadkop94 LET OP: Alvorens enig werk aan de bosmaaier uit te voeren, altijd eerst de motor afzetten en de bougieaansluitklemmen losmaken van de bougie. Pas op voor hete motoronderdelen en scherpe meskanten. Draag altijd veiligheidshandschoenen! LET OP: Start de bosmaaier pas nadat u deze volledig gemonteerd hebt.
van de motor totdat u een lichte “klik” hoort.
verbinding van de aandrijfas past.
juist in kunt steken. Voorkom beschadiging van het uiteinde van
– Plaats de gaskabel (4) in de stelbout (5) en verplaats de wartel (6) zo dat de kabel in de groef daarvan past. Op dit moment zal de kant van de wartel
de binnendraad inderdaad in het gat valt.
Wartel Eindbeslag Rond gat Gaskabel Instek95 AANSLUITING SCHAKELAARSNOEREN – Sluit de twee snoeren van de schakelaar aan op de bijbehorende snoeren van de motor door de ene in de andere te steken. – Zet de stekkers vast met klem (7).
AFSTELLING VAN DE GASKABEL
– Stel de gaskabel af met de stelbout zodat er 1 a 2 mm speling blijft wanneer de gashendel in de laagste stand staat met de stelbout voor de carburateur. (Let erop dat het snijblad niet mag draaien wanneer de motor stationair loopt.)
en bevestig stevig met een draadklem (8) op drie punten. De gaskabel en I-O schakelaardraden schieten mogelijk los met alle gevolgen van dien wanneer zij niet goed zijn bevestigd.96 – Monteer een eindstuk aan de linkerkant van het gereedschap tezamen met de handgreep ter bescherming van de gebruiker. – Zorg ervoor dat de handgreep/bescherming wordt gemonteerd tussen de afstandshouder en de pijlmarkeringen. WAARSCHUWING: Verwijder of verklein de afstandshouder niet. De afstandshouder zorgt voor een bepaalde afstand tussen beide handen. Als de handgreep/bescherming dichter op het andere handvat zou staan dan de lengte van de afstandshouder, kunt u de controle over het gereedschap verliezen waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan. Om te voldoen aan de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften, mogen uitsluitend de in de tabel aangegeven gereedschap/beschermkap combinaties worden gebruikt. Nalatigheid in dit verband kan ernstige verwonding of dood van de gebruiker of omstanders tot gevolg hebben. Gebruik uitsluitend een origineel MAKITA mesblad of nylon draadkop. – Het mesblad dient goed schoon te zijn, goed aangescherpt en vrij van barsten of scheuren. Indien het mesblad tijdens het gebruik tegen harde voorwerpen of stenen wordt gestoten, onmiddellijk de motor afzetten en het mesblad op beschadiging controleren. – Reinig en scherp of vernieuw het mesblad na ten hoogste iedere drie uren van gebruik. – De buitendiameter van het mesblad mag niet groter zijn dan 255 mm (10/32”). Gebruik nooit mesbladen met een buitendiameter van meer dan 255 mm (10-1/32”). LET OP: Voor uw eigen veiligheid en om te voldoen aan de voorschriften ter preventie van ongevallen, dient de geschikte beschermkap altijd geïnstalleerd te zijn. Probeer nooit de machine te gebruiken zonder dat de beschermkap op de juiste wijze is aangebracht. – Bevestig de bescherming met 4 bouten stevig aan de versnellingskast. Gebruik nooit zonder een bescherming of indien de bescherming gebroken is. Keer de machine ondersteboven voor gemakkelijker vervangen van het mesblad of de nylon draadkop. Montage van het mesblad – Bevestig het mesblad en de andere onderdelen in de volgorde die in de afbeelding is aangegeven. Druk een stang of inbussleutel in de opening van de versnellingskast totdat het mesblad is vergrendeld en niet meer draait. Draai de moer linksom met een combinatiesleutel vast. (Vergeet niet dat de moer in tegengestelde richting van een normale moer wordt vast of losgedraaid.) – De moer moet voor ieder gebruik opnieuw worden vastgedraaid. – Gebruik bij voorkeur de hier rechts aangegeven bevestigingen voor deze bosmaaier. – Probeer beslist geen bomen, blokken hout of andere harde materialen te snijden. [Aantrekkoppel: 28 – 48 N–m] OPMERKING: Draag altijd handschoenen wanneer u aan het mesblad werkt. Montage van de nylon draadkop – De mesdop, boutafdekking en moer heeft u niet nodig voor de montage van de nylon snijkop. De nylon snijkop wordt gemonteerd op de grasafdekking. – Steek de inbussleutel door het gat in de overbrenging en meshouder tot deze vergrendelt met de inbussleutel. – Schroef vervolgens de nylon snijkop tegen de klok in op de as
– Verwijder de inbussleutel.
INSTALLEREN VAN HET MESBLAD OF NYLON DRAADKOP naar motor Pijlmerkteken Kruisvorming mesblad (4 tanden) moer boutafdekking mesdop mes grasafdekking meshouder bescherminng beschermplaat vesnellingshuis Nylon draadkop Wervel mesblad (8 tanden) Beschermkap voor metalen mesblad97
INSPECTIE EN BIJVULLEN VAN MOTOROLIE
– Voer de volgende procedure uit wanneer de motor is afgekoeld. – Houd de motor horizontaal, verwijder de oliepeilstok en kijk of het oliepeil zich tussen de markeringen voor het maximale en het minimale oliepeil bevindt. Wanneer er zo weinig olie in de motor zit dat alleen de tip van de oliepeilstok de olie raakt wanneer de oliepeilstok in het carter steekt zonder vastgedraaid te zijn (Afb. 1), dient u motorolie toe te voegen (Afb. 2). – Voor uw informatie, het duurt ongeveer 15 uur voor er olie bijgevuld moet worden (vulfrequentie: 15 keer). – Als de olie verkleurd blijkt, of wanneer u vuil in de olie aantreft, dient u de olie te verversen. (Zie bladzijde 101 voor de intervallen en manier van verversen) Aanbevolen olie: Hoeveelheid olie: Ongeveer 100 cc. NOOT: Als de motor niet recht wordt gehouden, kan er olie in de motor terecht komen en kunt u teveel olie in het blok doen. Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat. Opmerking 1 bij het verversen van de olie; de “oliepeilstok” – Verwijder stof en vuil rond de olievul-opening en haal de oliepeilstok los. – Houd de losgemaakte oliepeilstok vrij van zand en stof. Doet u dat niet, dan kunnen vuil dat aan de oliepeilstok blijven hangen de circulatie van de olie door de motor belemmeren of het binnenwerk beschadigen, wat kan leiden tot problemen. – Om de oliepeilstok schoon te houden kunt u deze bijvoorbeeld met zijn knop in de motor-afdekking steken, zoals in Afb. 3 te zien is. VOOR GEBRUIK (1) Houd de motor horizontaal en haal de oliepeilstok los. (2) Vul bij met motorolie tot aan de rand van de olievul-opening. (Zie Afb. 2 op de vorige bladzijde).
krijgen. (3) Zet de oliepeilstok weer goed vast. Doet u dat niet, dan kan er olielekkage optreden. Afb. 1 Opmerking 2 bij het verversen van olie: “Als er olie gemorst wordt” – Als er olie gemorst wordt tussen de brandstoftank en de motor zelf, kan de olie in de inlaat van de luchtkoeling gezogen worden, waardoor de motor verontreinigd kan raken. Vergeet niet om gemorste olie op te nemen voor u de motor weer in gebruik neemt. Oliepeilstok Afb. 3 Vul motorolie bij als er alleen aan de tip olie zit. Maximum oliepeil (onderkant schroefdraad olievulopening) Afb. 298 Tanken
WAARSCHUWING: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN
STRENGSTE VERBODEN Gebruikte benzine: benzine voor auto’s – Maak de tankdop een beetje los om eventuele gassen te laten ontsnappen. – Haal de tankdop los en doe brandstof in de tank terwijl u er voor zorgt dat de gassen in de tank kan ontsnappen door de vulopening naar boven te houden. (Doe nooit brandstof in de vulopening voor de motorolie.) – Veeg de omgeving van de tankdop goed schoon om te voorkomen dat vreemde voorwerpen in de brandstoftank terecht komen. – Doe de tankdop weer goed vast als u klaar bent met tanken.
- Als er een beschadiging of onvolkomenheid is aan de tankdop, dient u deze te vervangen.
- De tankdop is aan slijtage onderhevig en dient elke twee a drie jaar vervangen te worden. Brandstoftankdop Maximale brandstofpeil Brandstoftank TANKEN Omgaan met brandstof U moet brandstof met de grootst mogelijke voorzichtigheid behandelen. Brandstof kan aan oplosmiddelen verwante stoffen bevatten. U moet tanken in een voldoende geventileerde ruimte of in de open lucht. Adem de brandstofdampen niet in en houd de brandstof zo veel mogelijk bij u vandaan. Als u herhaaldelijk en voor langere tijd in aanraking bent met brandstoffen, zal de huid uitdrogen en kan zich een huidziekte of allergie ontwikkelen. Als er brandstof in uw oog komt, dient u het oog te spoelen met water. Als u oog dan nog pijn blijft doen, dient u een arts te raadplegen. Opslagtermijn van brandstof Brandstof hoort binnen 4 weken opgebruikt te worden, zelfs al wordt het bewaard in een speciale container in een goed geventileerde, donkere ruimte. Als u geen speciale container gebruikt, of als de container open is, kan brandstof binnen een dag onbruikbaar worden. Opslag van de machine en de tank – Bewaar de machine en de tank op een koele plek, uit de zon. – Bewaar in geen geval brandstof in de passagiersruimte of de bagageruimte van uw auto. Brandstof De gebruikte motor is een 4-takt motor. Let er op dat u benzine voor auto’s gebruikt (normaal of super). Opmerkingen over brandstof – Gebruik nooit een benzine-olie mengsel. Doet u dit toch, dan kan er zich een koolstof afzetting vormen en kunnen er mechanische problemen op gaan treden. – Gebruik van slechte brandstof zal de motor onregelmatig doen starten.99 Raadpleeg de van toepassing zijnde veiligheidsinstructies! STARTEN Verplaats u minimaal 3 meter van de tankplaats. Plaats de bosmaaier op een vlakke, schone ondergrond en zorg dat het snijgereedschap niet in aanraking kan komen met de grond of andere voorwerpen. A: Koude start
1) Laat het gas los en zet de omwentelingssnelheid van de motor op het
2) Zet de I-O stopschakelaar (1) op OPERATION.
Sluit de chokehendel. Open zetten van de choke: – Helemaal sluiten in koude omstandigheden of wanneer de motor koud is. – Helemaal of half open bij opnieuw starten kort nadat de motor gestopt werd.
Blijf op de opvoerpomp drukken tot er brandstof in de opvoerpomp komt. (In het algemeen zal er na 7 tot 10 keer drukken brandstof in de opvoerpomp komen.) Als u de opvoerpomp te intensief gebruikt, zal het teveel aan benzine teruggevoerd worden naar de brandstoftank.
– Trek rustig aan de trekstarter tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarter vervolgens terugkeren en trek er dan krachtig aan. – Trek de trekstarter nooit volledig uit. Laat nooit direct los nadat u de trekstarter heeft uitgetrokken. Houd de trekstarter vast totdat deze terugkeert naar zijn oorspronkelijke positie.
Zet de chokehendel open wanneer de motor start. – Zet de chokehendel steeds verder open terwijl u controleert hoe de motor loopt. Vergeet niet dat de chokehendel uiteindelijk helemaal open moet staan. – Als het koud is of wanneer de motor is afgekoeld, mag u nooit de chokehendel ineens helemaal open zetten. Doet u dit toch, dan kan de motor stilvallen.
Laat de motor 2 a 3 minuten opwarmen. AANDACHTSPUNTEN BIJ DE BEDIENING EN HOE U DE MACHINE MOET STOPPEN OPERATION Ontgrendelingshendel I/O aan/uit schakelaar (1) Gashendel (6) CLOSE OPEN Carburateur Opvoerpomp100 Noot: – Als de starthendel herhaaldelijk aangetrokken wordt met de choke op de “CLOSE” positie, komt er te veel benzinetoevoer hetgeen het starten bemoeilijkt. – Indien er teveel benzinetoevoer is, verwijder de bougie en draai de starthendel enkele keren om de overvloedige benzine te verijderen. Droog verder de polen van de bougle. Waarschuwing tijdens werkzaamheden: Als de gashendel vol ingeknepen blijft in een onbelaste toestand, kan het motortoerental oplopen tot over de 10.000 tpm. Werk enkel met een belast toerental dat zo ongeveer tussen de 6.000 en 8.500 tpm ligt. B: Starten na het opwarmen
1) Druk herhaaldelijk op de opvoerpomp.
2) Houd de gashendel in de stationairstand.
3) Trek hard aan de trekstarter.
4) Als het moeilijk is om de motor te starten, dient u het gas ongeveer 1/3 open te zetten. Let op het snijblad aangezien dit rond kan gaan draaien. Let op bij de bediening – Wanneer de motor ondersteboven wordt gebruikt, is het mogelijk dat er witte rook uit de knaldemper komt. BIJSTELLEN VAN DE LAGE OMWENTELINGSSNELHEID (STATIONAIR) Wanneer het noodzakelijk blijkt om het stationaire toerental bij te stellen, dient u de stelschroef op de carburateur bij te stellen. STOPPEN Zet de I-O schakelaar op STOP.
1) Laat de gashendel (6) los en als het motortoerental gezakt is zet u de I-O
aan/uit-schakelaar op STOP, zodat de motor stopt.
2) Let er op dat het snijblad mogelijk niet onmiddellijk stopt en laat het in een
dergelijk geval eerst volledig tot stilstand komen.
CONTROLEREN VAN HET STATIONAIRE TOERENTAL
– Stel het stationaire toerental in op 3.000 t/m. Wanneer het noodzakelijk is het stationaire toerental bij te stellen, dient u de stelschroef op de carburateur bij te stellen (zoals rechts is afgebeeld), met een kruiskopschroevendraaier. – Draai de stelschroef naar rechts om het toerental van de motor toe te laten nemen. – Draai de stelschroef naar links om het toerental te laten dalen. – De carburateur is standaard ingesteld voor het verlaten van de fabriek. Als het nodig is om hem bij te stellen, dient u contact op te nemen met uw erkende onderhoudsmonteur. stelschoef Carbureteur STOP I-O aan/uit-schakelaar Gashendel (6) LET OP: De ondervermelde mesbladen dienen alleen in een daarvoor bevoegde werkplaats te worden aangescherpt. Wanneer u aanscherpt met de hand, zal het snijgereedschap slecht gebalanceerd zijn, hetgeen potentieel gevaarlijke vibraties en beschadiging van de machine kan veroorzaken. – Mesblad (kruisvormig mesblad (4 tanden), wervelmesblad (8 tanden)) Onze erkende service-agent verleent service bij het deskundig aanscherpen en balanceren van mesbladen. OPMERKING: Om de gebruiksduur van het mesblad (kruisvormig mesblad, wervelmesblad) te verlengen, kunt u het mesblad éénmaal omkeren tot beide sneden bot geworden zijn. Een bot mesblad mag nooit verder worden gebruikt, omdat dit terugslag en ernstige verwonding kan veroorzaken.
AANSCHERPEN VAN HET MESBLAD101
WAARSCHUWING: Voordat u aan de bosmaaier werkt, altijd eerst de aan/uit-schakelaar op stop zetten en de bougiekap van de bougie trekken (zie “Bougie-controle”) Draag altijd beschermende handschoenen! Om een lange levensduur te verzekeren en eventuele schade aan de machine te voorkomen, moeten de volgende werkzaamheden met een zekere regelmaat worden uitgevoerd: Dagelijkse controle en onderhoud – Voordat u gaat werken met de bosmaaier controleer of alle schroeven vast zitten en geen schroeven vermist worden. Let vooral op de bevestiging van het snijgereedschap. – Controleer of er geen vuil opgehoopt zit tussen de koelribben en tussen luchtspleten. Maak zonodig schoon. – Na dagelijks werk het volgende onderhoud plegen: Maak de bosmaaier schoon en controleer op beschadigingen.
Controleer het snijgereedschap op schade en verzeker u dat de bevestiging goed vast zit. Controleer of de gaskabelafstelling genoeg vrije slag biedt, zodat het snijgereedschap niet draait tijdens het stationaire toerental (stel zonodig opnieuw af). – Als na afstellen van het stationaire toerental het snijgereedschap nog steeds draait, raadpleeg uw dealer. Controleer het functioneren van de gashendel, blokkeerknop, aan/uit-schakelaar en veiligheidsvergrendeling. ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
controleren wanneer en hoeveel olie ververst moet worden. LET OP: In het algemeen zullen de motor zelf en de motorolie nog enige tijd heet blijven ook al is de motor gestopt. Als u de olie wilt gaan verversen, moet u eerst controleren of de motor zelf en de motorolie daarin voldoende zijn afgekoeld. Doet u dat niet, dan bestaat het gevaar dat u zich zult branden. NOOT: Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat. Verversingsinterval: In het begin na elke 20 bedrijfsuren, daarna na elke 50 bedrijfsuren. Aanbevolen olie: Voer de volgende procedure uit bij het verversen van de olie.
1) Controleer of de tankdop goed dicht zit.
2) Maak de oliepeilstok los. Houd de oliepeilstok vrij van stof of vuil.
Brandstoftankdop Oliepeilstok doek of papier
3) Houd een poetsdoek of stuk papier bij de olievul-opening.
4) Verwijder de oliepeilstok en tap de olie af door het apparaat met de olievul-
opening naar beneden te kiepen. Laat de afgewerkte motorolie in een bak lopen.102
5) Houd de motor horizontaal en vul het carter met verse motorolie tot aan
dergelijks gebruiken.
6) Doe de oliepeilstok weer terug en zet hem goed vast na het verversen van
de olie. Als u de oliepeilstok niet goed vast maakt, zal er olie gaan lekken. BOUGIE-CONTROLE – Gebruik enkel de originele bougiesleutel om een bougie te vervangen of te controleren. – De afstand tussen de 2 elektroden moet 0,7-0,8 mm bedragen. Is de afstand te groot of the nauw, stel deze bij. Als de bougie aangekoekt is, vervang deze of maak deze schoon. WAARSCHUWING: Raak nooit de bougiekabel aan met draaiende motor (gevaar voor elektrische schok met hoog voltage).
VERBODEN Interval voor reiniging en inspectie: Dagelijks (om de 10 bedrijfsuren) – Doe de chokehendel helemaal dicht en zorg ervoor dat er verder geen stof en vuil in de carburateur terecht kan komen.
– Trek het deksel naar beneden en haal het los. – Als er nog olie aan het element (spons) zit, dient u het stevig uit te knijpen. – Bij zware verontreiniging:
1) Verwijder het element (spons), dompel het in warm water of in een
neutraal sopje en laat het vervolgens goed drogen.
2) Reinig het element (vilt) met benzine en laat het goed drogen.
– Voor u het element weer terugzet, moet u controleren of het volledig gedroogd is. Is het element nog niet goed droog, dan kunt startproblemen ondervinden.
en luchtinlaat weg. – Direct na het reinigen dient u het deksel terug te zetten en vast te maken met de bevestigingsbout (en). (Maak eerst de haakjes aan de bovenkant vast en vervolgens aan de onderkant.) Aandachtspuntenvoorhetluchtilterelement – Reinig het element verschillende keren per dag als er erg veel stof door wordt opgevangen. – Als u door blijft werken terwijl het element nog olie bevat. kan er olie uit
Plaat Element (vilt) Bevestigingsbout Pak dit gedeelte vast en verwijder het element (vilt). Luchtinlaat Element (spons)
– Gooi afgewerkte motorolie niet weg met het normale vuilnis en loos het niet in de natuur of in een sloot. Het afvoeren van olie is wettelijk geregeld. Volg altijd de geldende wetten en regelgeving wanneer u zich van afgewerkte motorolie wilt ontdoen. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur als u hieromtrent vragen hebt. – Ook wanneer u olie gewoon bewaart zal de olie op den duur bederven. Controleer regelmatig of de olie die u wilt gebruiken nog goed is (vervang de olie minstens elke 6 maanden).103 Gat voor smeervet
SMEREN VAN HET DRIJFWEK
– Smeren via de smeer-opening hittebestendig vet (Shell Alvania 2 of gelijkwaardig) in het drijfwerk na iedere 30 draai-uren. (Speciaal MAKITA smeervet is verkrijgbaar bij uw MAKITAdealer.) BRANDSTOFLEIDING VERVANGEN
GEVAAR: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN STRENGSTE
VERBODEN Interval voor reiniging en inspectie: Dagelijks (om de 10 bedrijfsuren) Vervanging: Jaarlijks (elke 200 bedrijfsuren)
SCHROEVEN – Draai losgetrilde bouten, moeren enz. opnieuw vast. – Controleer of er brandstof- of olielekkage is opgetreden. – Vervang beschadigde of versleten onderdelen onmiddellijk door nieuwe om een veilige werking van het apparaat te waarborgen.
VERBODEN Interval voor reiniging en inspectie: Maandelijks (om de 50 bedrijfsuren) Zuigkop in de benzinetank
de tankdop en haak de zuigkop naar buiten. Vervuilde of uitgeharde
– Onvoldoende benzinetoevoer door vervuilde zuigkoppen kunnen allerlei
zijn minst om de paar maanden.
Onderhoudswerkzaamheden of afstellingen die in deze gebruiksaanwijzing niet zijn vermeld of beschreven, dienen uitsluitend door een Erkende Service Agent te worden uitgevoerd. Flexibele bekleding Flexibele as Smeren
– Houd de motor altijd zo schoon mogelijk. – Houd de cilinders vrij van stof en vuil. Als de koelvinnen bedekt raken door stof en vuil, kan de motor vastlopen.
VERVANGEN VAN PAKKINGEN EN AFDICHTINGEN
Wanneer u de motor opnieuw monteert nadat u het apparaat uit elkaar heeft gehaald, moet u de pakkingen en afdichtingen door nieuwe vervangen.104 WAARSCHUWING: Voor u de brandstof aftapt moet u de motor stoppen en laten afkoelen. Kort nadat de motor gestopt is, kan deze nog heet zijn, hetgeen kan leiden tot brandwonden, brandgevaar en brand. LET OP: Wanneer u de machine langere tijd niet zult gebruiken, dient u alle brandstof uit de tank en de carburateur af te tappen en de machine te bewaren op een droge en schone plek. – Tap de brandstof uit de tank en de carburateur af via de volgende procedure:
1) Verwijder de tankdop en tap alle brandstof af.
Als er verontreinigingen achterblijven in de brandstoftank, dient u dee eveneens volledig te verwijderen.
3) Druk op de opvoerpomp tot alle brandstof daaruit verwijderd is en tap
eventuele brandstof uit de tank af.
5) Laat de motor vervolgens lopen tot deze vanzelf stopt.
– Verwijder de bougie en druppel een beetje motorolie in het bougiegat. – Trek voorzichtig aan de starter zodat de motorolie verdeeld wordt en doe de bougie weer terug. – Bevestig de afscherming op het snijblad. – Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan in een goed geventileerde ruimte. MACHINE-OPSLAG Let op na opslag voor langere tijd – Voor u de machine weer opstart nadat deze langere tijd opgeslagen is geweest, dient u de olie te vervangen (zie blz. 101). De olie verslechtert namelijk wanneer de machine langere tijd niet gebruikt wordt. Storing lokaliseren Storing Onderdeel Observatie Oorzaak Motor start niet of nauwelijks Ontsteking Bougie vonkt Oorzaak in benzinetoevoer of compressiesysteem, of mechanische oorzaak Vonkt niet Stopschakelaar, kabelbreuk, kortsluiting, bougie of aansluiting defect ontstekingsspoel defect Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste chokepositie, carburateur defect, vervuilde zuigkop, breuk, knik of vuil in benzineleiding Compressie Geen compressie bij start Voetpakking stuk, krukaskeerringen defect, zuigerveren gebroken of lekke bougiepakking Mechanische storing Starter functioneert niet Gebroken startveer, defecte startpallen Warm start problemen Tank gevuld bougie vonkt Carburateur vervuild, laten reinigen Motor start maar valt stil Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste afstelling, vervuilde zuigkop of carburateur Defecte ontluchting, breuk benzineleiding, kabelbreuk, ontsteking defect Onvoldoende vermogen Diverse oorzaken Stationairloop onregelmatig uitlaat verstopt uitlaatpoort vervuild105 Onderdeel Bedrijfsuren Voor gebruik
smering Dagelijks (10 u.) 30 u. 50 u. 200 u. Motor uit/ rustpauze Correspon derende P Motorolie Inspecteren
Onderdelen vastzetten (bouten, moeren) Inspecteren
Stationaire draaisnelheid Inspecteren/ bijstellen
Smering tandwielkast Bijvullen
Speling tussen luchtinlaatklep en uitlaatklep Bijstellen
Olieleiding Inspectie
*1 Voer de eerste verversing uit na 20 bedrijfsuren. *2 Laat de inspectie na 200 bedrijfsuren uitvoeren door een erkende onderhoudsmonteur of motor-werkplaats. *3 Laat de motor gewoon even doorlopen nadat u de brandstoftank heeft leeg gemaakt om alle brandstof uit de carburateur te verwijderen.106 Ga eerst zelf na wat er aan de hand zou kunnen zijn voor u om een reparatie gaat verzoeken. Als u iets abnormaals vindt, voer dan de handelingen beschreven in deze handleiding uit. Knoei niet met onderdelen en demonteer geen onderdelen als dat niet in de handleiding beschreven wordt. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur of uw dealer voor eventuele reparaties. Probleem Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De motor start niet U heeft de opvoerpomp niet gebruikt. Druk 7 tot 10 keer op de opvoerpomp. Er wordt niet snel genoeg aan de trekstarter getrokken. Trek harder. Niet genoeg brandstof. Ga tanken.
Slechte brandstof. Als de brandstof oud of slecht is, is de motor moeilijker te starten, Gebruik verse brandstof. (Ververs de brandstof in de tank minstens een keer per maand.) Te grote toevoer van brandstof (verzuipen). Zet de gashendel op halve of hoge snelheid en trek aan de trekstarter totdat de motor start. Wanneer de motor aanslaat zal het snijblad direct mee gaan draaien. Let goed op het snijblad. Als de motor nog steeds niet wil starten, dient u de bougie eruit te draaien, af te drogen en weer in te draaien. Start de motor vervolgens zoals beschreven. Losse bougiedop. Zet de bougiedop weer vast. Vuile bougie. Maak de bougie schoon. Abnormale elektrodenafstand. Stel de afstand tussen de elektroden van de bougie bij. Andere problemen met de bougie. Vervang de bougie. Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. De trekstarter werkt niet. Verzoek om inspectie en onderhoud. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Motor valt stil. Motorsnelheid neemt niet toe. Niet genoeg opgewarmd. Laat de motor eerst opwarmen. De chokehendel staat op “CLOSE” (dicht), alhoewel de motor al opgewarmd is. Zet de chokehendel open.
Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Het snijblad draait niet. Stop de motor onmiddellijk. De bevestigingsmoer van het snijblad zit los. Draai de moer goed vast. Het snijblad zit vast in plantenresten of tegen de afdekking. Verwijder de ongerechtigheden. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Het apparaat zelf trilt op abnormale wijze. Stop de motor onmiddellijk. Het snijblad is kapot, verbogen of versleten. Vervang het snijblad. De bevestigingsmoer van het snijblad zit los. Draai de moer goed vast. Het bolle deel van het snijblad is verschoven ten opzichte van de bevestiging. Maak opnieuw goed vast. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Het snijblad stopt niet onmiddellijk. Stop de motor onmiddellijk. Het stationaire toerental is te hoog. Stel het stationaire toerental correct af. De gaskabel zit niet goed vast. Maak de gaskabel op de juiste wijze vast. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. De motor stopt niet. Laat de motor stationair lopen en zet de chokehendel op CLOSE (dicht). Stekkertje los. Maak het stekkertje vast. Problemen met het elektrische systeem. Verzoek om inspectie en onderhoud. Wanneer de motor niet start na het opwarmen: Als u geen problemen vindt via de bovenstaande controles, dient u het gas ongeveer 1/3 open te zetten en vervolgens de motor te starten.
Notice-Facile