MAKITA DUM111ZX - Heggenschaar

DUM111ZX - Heggenschaar MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DUM111ZX MAKITA in PDF-formaat.

📄 132 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DUM111ZX - page 59
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DUM111ZX

Categorie : Heggenschaar

Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUM111ZX - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUM111ZX van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DUM111ZX MAKITA

Accugrasschaar GEBRUIKSAANWIJZING 59

Onderdeelnummer van vervan- gende messenbladen Grasschaar 191N23-4, 195267-4 Heggenschaar 191N24-2, 198408-1 Afmetingen (l x b x h) 330 mm x 120 mm x 130 mm Nominale spanning 18Vgelijkspanning Nettogewicht *1 1,0 kg *2 1,4 kg - 1,8 kg

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. *1: Gewicht zonder enige accessoires of accu('s) *2:Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvanhet/dehulpstuk(ken),waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarste combinaties, volgens EPTA-procedure 01/2014, worden vermeld in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01
  • Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont.
  • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Symbolen Hieronderstaandesymbolendievoorhetgereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Leesdegebruiksaanwijzing. Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Houd omstanders uit de buurt. Hetsnijgarnituurblijftwerkennadatde motor is uitgeschakeld. Stel niet bloot aan vocht. Stel niet bloot aan regen. Draag een veiligheidsbril. Draag oog- en gehoorbescherming. GEVAAR - Houd handen uit de buurt van hetsnijgarnituur.60 NEDERLANDS Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijen gescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame- lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatde milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven doorhetsymboolvaneendoorgekruiste afvalcontainer. Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden Hetgereedschapisbedoeldvoorhetbijsnijdenvan grasranden en grassprieten. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemetenvolgensEN62841-4-5: DUM111 met messenbladen voor grasschaar aangebracht Geluidsdrukniveau

(dB (A)) Onzekerheid K (dB (A)) 70 dB (A) of lager 3 Hetgeluidsniveaukantijdensgebruikhogerwordendan80dB(A). Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemetenvolgensEN62841-4-2: DUM111 met messenbladen voor heggenschaar aangebracht Geluidsdrukniveau Gegarandeerd geluidsvermogenniveau Gemeten geluidsvermogenniveau

(dB (A)) Onzekerheid K (dB (A)) 71 3 80 79 1,3 Hetgeluidsniveaukantijdensgebruikhogerwordendan80dB(A). OPMERKING:Deopgegevengeluidsemissiewaarde(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestmethodeen kan/kunnenwordengebruiktomditgereedschaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-4-5: DUM111 met messenbladen voor grasschaar aangebracht Trillingsemissie (a

De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-4-2: DUM111 met messenbladen voor heggenschaar aangebracht Trillingsemissie (a

of lager Onzekerheid (K): 1,5 m/s 261 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accugrasschaar

1. Gebruik de grasschaar niet bij slechte weers-

omstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om doordebliksemgetro󰀨enteworden.

2. Houd alle netsnoeren en kabels uit de buurt

van het snoeigebied. Netsnoeren en kabels kunnen verborgen liggen en kunnen per ongeluk worden doorgesneden door de messenbladen.

4. Houd de grasschaar alleen vast bij de geïso-

leerde oppervlakken omdat de messenbladen met verborgen bedrading in aanraking kunnen komen. Wanneer de messenbladen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van de grasschaar onder spanning komen te staan zodat degebruikereenelektrischeschokkankrijgen.

Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de messenbladen. Verwijder geen snoeiafval en houd geen materiaal om te snoeien vast terwijl de messenbladen bewegen.Demessenbladenblijven bewegen nadat de schakelaar is uitgezet. Een ogen- blikvanonoplettendheidkantijdenshetgebruikvan degrasschaarleidentoternstigpersoonlijkletsel.

6. Bij het verwijderen van vastgelopen materiaal

of uitvoeren van onderhoud aan de gras- schaar, verzekert u zich ervan dat de aan-uit- schakelaar uit staat en de accu is verwijderd of losgekoppeld. Onverwachte inschakeling van degrasschaartijdenshetverwijderenvanvastge- lopen materiaal of uitvoeren van onderhoud, kan leidentoternstigpersoonlijkletsel.

7. Draag de grasschaar aan de handgreep met

stilstaande messenbladen en let erop dat u de aan-uitschakelaar niet bedient. Door op de juistemanierdegrasschaartedragen,verkleint u de kans op per ongeluk starten met als gevolg persoonlijkletseldoordemessenbladen.

8. Tijdens het transporteren of opbergen van

de grasschaar moet altijd de schede zijn aangebracht over de messenbladen. Door op dejuistemaniermetdegrasschaaromtegaan, verkleintudekansoppersoonlijkletseldoorde messenbladen. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen Algemene instructies

Voor een correct gebruik dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing te lezen om zichzelf bekend te maken met de juiste manier van omgaan met het gereedschap. Gebruikers die onvoldoende geïn- formeerdzijn,lopendekanszichzelfenanderenin gevaartebrengenalsgevolgvanonjuisthanteren.

2. Laat in geen geval kinderen, personen met een

verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen, of gebrek aan kennis en ervaring, en personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben, het gereedschap gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gere- glementeerd zijn.62 NEDERLANDS

3. Gebruik het gereedschap met de hoogst moge-

lijke zorg en aandacht.

4. Gebruik het gereedschap alleen als u in goede

lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. Gebruik uw gezond verstand en denk eraan dat de gebruiker van het gereed- schap verantwoordelijk is voor ongelukken en gevaren die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.

5. Bedien het gereedschap nooit in de buurt

van andere personen, met name kinderen, of huisdieren.

6. In het geval dat het gereedschap enig pro-

bleem of abnormaal gedrag vertoont, moet de motor onmiddellijk worden uitgeschakeld.

7. Tijdens uitrusten en wanneer het gereedschap

onbeheerd achtergelaten wordt, schakelt u het gereedschap uit en verwijdert u de accu, en legt u het gereedschap op een veilige plaats neer om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen.

8. Vermijd het gebruik van het gereedschap

onder slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Persoonlijke-veiligheidsmiddelen

1. Draag tijdens het gebruik van het gereedschap

altijd oogbescherming en stevige schoenen.

2. Draag tijdens het gebruik van het gereedschap

altijd stevige schoenen en een lange broek. Het gereedschap inschakelen

1. Zorg ervoor dat geen kinderen of andere per-

sonen zich in de buurt bevinden, en let ook op of er geen dieren in de werkomgeving zijn. Als dat het geval is, stopt u met het gebruik van het gereedschap.

2. Controleer voor gebruik altijd of het gereed-

schap veilig is om te gebruiken. Controleer de veiligheid van het snijgarnituur en de beschermkap, en controleer of de trekkerscha- kelaar/knop goed werkt en gemakkelijk kan worden bediend. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de aan-uitschakelaar.

3. Controleer op beschadigde onderdelen voor-

dat u het gereedschap verder gebruikt. Een beschermkap of ander onderdeel dat bescha- digd is, moet nauwkeurig worden onderzocht om te beoordelen of het goed werkt en zijn beoogde functie kan uitvoeren. Controleer of bewegende delen goed uitgelijnd zijn en niet vastgelopen zijn, of onderdelen niet kapot zijn en stevig gemonteerd zijn, en enige andere situatie die van invloed kan zijn op de werking van het gereedschap. Een bescherm- kap of ander onderdeel dat beschadigd is, dient vakkundig te worden gerepareerd of vervangen door een erkend servicecentrum, behalve indien anders aangegeven in deze gebruiksaanwijzing.

4. Schakel de motor alleen in wanneer de handen

en voeten uit de buurt van het snijgarnituur zijn.

5. Controleer vóór het starten of het snijgarnituur

geen contact maakt met enig voorwerp.

6. Controleer het gras op vreemde voorwerpen,

zoals draadafrastering of verborgen draden, voordat u het gereedschap gebruikt.

7. Als een hulpstuk met lange handgrepen

beschikbaar is, verzekert u zich ervan dat het hulpstuk vóór gebruik goed is bevestigd aan het gereedschap. Gebruiksmethode

Gebruik het gereedschap alleen bij goed licht en zicht. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (gevaar voor uitglij- den). Verzeker u er altijd van dat u stabiel staat op hellingen, en ren nooit maar loop rustig.

2. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te

verwonden aan het snijgarnituur.

Sta nooit op een ladder met draaiend gereedschap.

4. Klim nooit in een boom om daar met het

gereedschap te werken.

5. Werk nooit op een instabiele ondergrond.

6. Verwijder zand, stenen, nagels, enz. die u bin-

nen uw werkbereik vindt. Vreemde voorwerpen kunnenhetsnijgarnituurbeschadigenengevaar- lijketerugslagenveroorzaken.

Als het snijgarnituur stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren.

8. Controleer het snijgarnituur regelmatig op

beschadiging (inspecteren op haarscheurtjes met de klopgeluidentest).

9. Voordat u begint te werken, moet het snijgarni-

tuur op maximaal toerental draaien.

10. Het snijgarnituur moet zijn uitgerust met de bij-

behorende beschermkap. Gebruik het gereed- schap nooit met een beschadigde bescherm- kap of zonder aangebrachte beschermkap!

Alle beschermingsmiddelen en alle beschermkap- pen die bij het gereedschap zijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt.

12. Verwijder altijd de accu uit het gereedschap:

— iedere keer als u het gereedschap onbe- heerd achterlaat; — voordat u een verstopping opheft; — voordat u het gereedschap controleert, reinigt of er werkzaamheden aan gaat verrichten; — na het raken van een vreemd voorwerp; — als het gereedschap op ongebruikelijke manier begint te trillen.

13. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen altijd

14. Het snijgarnituur blijft werken nadat de motor

15. Als de messenbladen tijdens gebruik stoppen

met bewegen doordat vreemde voorwerpen verstrikt geraakt zijn tussen de messenbladen, schakelt u het gereedschap uit en verwijdert u de accu, en verwijdert u vervolgens de vreemde voorwerpen met behulp van gereed- schappen, zoals een tang. Als u de vreemde voorwerpenmetdehandverwijdert,kandatleiden tot letsel omdat de messenbladen kunnen gaan bewegenalsreactieophetverwijderenvande vreemde voorwerpen.63 NEDERLANDS

16. Sta nooit op een ladder met ingeschakeld

gereedschap. Klim nooit in een boom om daar met het gereedschap te werken. Werk nooit op een instabiele ondergrond. Snijgarnituren Gebruik uitsluitend het juiste snijgarnituur voor de geplande werkzaamheden. Onderhoudsinstructies

1. De toestand van het gereedschap, met name

die van het snijgarnituur en de veiligheids- uitrusting, moet worden gecontroleerd voor aanvang van de werkzaamheden.

2. Schakel de motor uit en verwijder de accu

voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, het snijgarnituur vervangt, of het gereedschap of de snijgarnituur schoonmaakt.

3. Als een gereedschap niet wordt gebruikt,

dient dit binnen te worden opgeborgen op een droge, hoge of afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen. Onderhoud het gereed- schap en maak het schoon voordat u het opbergt. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Veiligheidswaarschuwingen voor een accuheggenschaar

1. Gebruik de heggenschaar niet onder slechte

weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans omdoordebliksemgetro󰀨enteworden.

2. Houd alle netsnoeren en kabels uit de buurt

van het snoeigebied. Netsnoeren en kabels kunnen verborgen liggen in heggen of struiken en kunnen per ongeluk worden doorgesneden door de messenbladen.

3. Draag gehoorbescherming. Afdoende

beschermingsmiddelen verkleint het risico van gehoorschade.

4. Houd de heggenschaar alleen vast bij de

geïsoleerde oppervlakken omdat de messen- bladen met verborgen bedrading in aanraking kunnen komen. Wanneer de messenbladen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van de heggenschaar onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kankrijgen.

5. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de

messenbladen. Verwijder geen snoeiafval en houd geen materiaal om te snoeien vast terwijl de messenbladen bewegen. De messenbladen blijvenbewegennadatdeschakelaarisuitgezet. Eenogenblikvanonoplettendheidkantijdenshet gebruik van de heggenschaar leiden tot ernstig persoonlijkletsel.

6. Bij het verwijderen van vastgelopen materiaal

of uitvoeren van onderhoud aan de heggen- schaar, verzekert u zich ervan dat alle aan-uit- schakelaars uit staan en de accu is verwijderd of losgekoppeld. Onverwachte inschakeling van deheggenschaartijdenshetverwijderenvanvast- gelopen materiaal of uitvoeren van onderhoud, kanleidentoternstigpersoonlijkletsel.

7. Draag de heggenschaar aan de handgreep met

stilstaande messenbladen en let erop dat u geen enkele aan-uitschakelaar bedient. Door opdejuistemanierdeheggenschaartedragen, verkleint u de kans op per ongeluk starten met als gevolgpersoonlijkletseldoordemessenbladen.

8. Bij het transporteren of opbergen van de heg-

genschaar moet altijd de schede worden aan- gebracht over de messenbladen. Door op de juistemaniermetdeheggenschaaromtegaan, verkleintudekansoppersoonlijkletseldoorde messenbladen. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen Voorbereidingen

1. Controleer de heggen en struiken op vreemde

voorwerpen, zoals draadafrastering of ver- borgen draden, voordat u het gereedschap gebruikt.

2. Het gereedschap mag niet worden gebruikt

door kinderen of jongeren onder de 18 jaar. Jongerenouderdan16jaarkunnenuitgezonderd wordenvandezeregelmitszijleskrijgenonder toezicht van een expert.

3. Beginnende gebruikers dienen door een erva-

ren gebruiker te worden voorgedaan hoe het gereedschap moet worden gebruikt.

4. Gebruik het gereedschap alleen als u in goede

lichamelijke conditie verkeert. Als u vermoeid bent, kunt u zich minder goed concentreren. Wees met name voorzichtig aan het einde van de werk- dag.Werkaltijdrustigenvoorzichtig.Degebruiker isaansprakelijkvooralleschadetoegebrachtaan derden.

5. Gebruik het gereedschap nooit onder invloed

van alcohol, drugs of medicijnen.

6. Werkhandschoenen van stevig leer maken

deel uit van de standaard werkuitrusting van het gereedschap en moeten tijdens het werken ermee altijd worden gedragen. Draag tevens stevige schoenen met antislip zolen.

7. Alvorens met de werkzaamheden te beginnen,

moet u controleren of het gereedschap in goede en veilige staat verkeert. Controleer dat de beschermkappen stevig gemonteerd zijn. Het gereedschap mag niet worden gebruikt voordat deze geheel compleet en afgemon- teerd is.64 NEDERLANDS Bediening

1. Houd tijdens het gebruik het gereedschap

2. Het gereedschap is bedoeld om te worden

gebruikt door een gebruiker die op de grond staat. Gebruik het gereedschap niet op een ladder of andere instabiele ondergrond.

3. Draag niet tegelijkertijd meerdere schouder-

riemen en/of schouderdraagstellen wanneer u het gereedschap bedient.

4. GEVAAR - Houd uw handen uit de buurt van de

messenbladen. Aanraking van de messenbladen kanleidentoternstigpersoonlijkletsel.

5. Gebruik het gereedschap niet in de regen of

onder natte of zeer vochtige omstandigheden. De elektromotor is niet waterdicht.

6. Zorg alvorens met de werkzaamheden te

beginnen ervoor dat u stevig staat.

7. Laat het gereedschap niet onnodig onbelast

8. Schakel het gereedschap onmiddellijk uit en

verwijder de accu als de messenbladen in aanraking komen met een afrastering of ander hard voorwerp. Controleer de messenbladen op beschadigingen en indien beschadigd, vervangt u de messenbladen onmiddellijk.

Alvorens de messenbladen te controleren, sto- ringen te verhelpen of vastgelopen materiaal uit de messenbladen te verwijderen, schakelt u het gereedschap altijd uit en verwijdert u de accu.

10. Richt de messenbladen nooit op uzelf of

11. Als de messenbladen tijdens gebruik stoppen

met bewegen doordat vreemde voorwerpen verstrikt geraakt zijn tussen de messenbladen, schakelt u het gereedschap uit en verwijdert u de accu, en verwijdert u vervolgens de vreemde voorwerpen met behulp van gereed- schappen, zoals een tang. Als u de vreemde voorwerpenmetdehandverwijdert,kandatleiden tot letsel omdat de messenbladen kunnen gaan bewegenalsreactieophetverwijderenvande vreemde voorwerpen.

12. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik het

gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen en stel het niet bloot aan regen. Als water bin- nendringt in het gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. Onderhoud en opslag

1. Schakel het gereedschap uit en verwijder de

accu alvorens enige onderhoudswerkzaamhe- den uit te voeren.

2. Wanneer u het gereedschap naar een andere

plaats overbrengt, ook tijdens het werk, ver- wijdert u altijd eerst de accu en brengt u de schede aan over de messenbladen. Draag of vervoer het gereedschap nooit met ingescha- kelde messenbladen. Pak de messenbladen nooit met uw handen beet.

3. Reinig het gereedschap, en met name de mes-

senbladen, na ieder gebruik en voordat het gereedschap langdurig wordt opgeborgen. Smeer de messenbladen met een beetje olie en breng de schede aan.

4. Berg het gereedschap met aangebrachte

schede op in een droog vertrek. Houd het gereedschap buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap nooit buiten liggen.

5. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.

6. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.

Laad de accu niet op in de regen of op een natte plaats. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.65 NEDERLANDS

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkagevanelektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. Het gereedschap als een accuheggenschaar gebruiken Dit gereedschap kan worden gebruikt als een accuheg- genschaar door de messenbladen voor een heggen- schaar aan te brengen. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.66 NEDERLANDS LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als deaccunietgemakkelijkinhetgereedschapkanwor- den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem.Ditsysteemschakeltauto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer de accu wordt bediend op een manier die ertoe leidt dat een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Schakel in die situatie het gereedschap uit en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in dat geval het gereedschap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controle- ren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. WAARSCHUWING: Omwille van uw veilig- heid is dit gereedschap uitgerust met een uit-ver- grendelknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik het gereedschap nooit wanneer het kan worden inge- schakeld door de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Vraag uwplaatselijkMakita-servicecentrumhetgereed- schap te repareren. WAARSCHUWING: Blokker nooit de ver- grendelingsfunctie en zet de uit-vergrendelknop nooit met plakband vast. KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet met grote kracht in zonder de uit-vergrendel- knop in te drukken. Als u dit doet, kan de schakelaar kapot gaan. ►Fig.3: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergren- delknopinenknijptudetrekkerschakelaarin.Laatde trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. De uit-vergrendelknop kan vanaf zowel de linker- als de rechterkant worden ingedrukt. Indicatorlampje Als de resterende acculading laag of op is, gaat het indica- torlampjeknipperenofbranden.Hetindicatorlampjegaat ook branden wanneer het gereedschap overbelast wordt. ►Fig.4: 1.Indicatorlampje Status van lampje en te nemen maatregel Indicatorlampje Status Te nemen maatregel Hetlampjeknippert rood. De resterende acculading is laag. Laad de accu op. Hetlampjebrandt rood. * Het gereedschap is gestopt omdat de resterende accula- ding op is. Laad de accu op. Het gereedschap is gestopt als gevolg van overbelasting. Schakel het gereedschap uit. *Hetmomentwaarophetindicatorlampjegaatbrandenvarieertafhanke- lijkvandetemperatuurinhetwerkgebiedendetoestandvandeaccu.67 NEDERLANDS De snijhoogte instellen (voor grasschaar) Optioneel accessoire LET OP: Bij het veranderen van de snijhoogte moet de schede zijn aangebracht en bent u voor- zichtig dat uw vingers niet bekneld raken tussen het gereedschap en de grasvanger. Desnijhoogtekanwordeningesteldopdriehoogten (15 mm, 20 mm en 25 mm) door de vaste stand van de grasvangerteveranderen.Desnijhoogtezondergras- vanger is ongeveer 10 mm.

1. Schuif de grasvanger in de richting van de voor-

kant van het gereedschap. ►Fig.5: 1. Grasvanger

2. Verander de vaste stand van de grasvanger door

dezeteverplaatseninderichtingvandepijl. ►Fig.6 OPMERKING:Degegevensnijhoogteisslechtseen richtlijn.Dewerkelijkesnijhoogtekanvariërenafhan- kelijkvandetoestandvanhetgazonofdegrond. OPMERKING: Test de grasschaar uit op een minder opvallendeplaatsomdegewenstesnijhoogtete bepalen. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: Draag bij het aanbrengen of verwij- deren van de messenbladen altijd handschoenen en breng de schede aan zodat uw handen en gezicht niet rechtstreeks in aanraking komen met de messenbladen. KENNISGEVING: Bij het aanbrengen of verwij- deren van de messenbladen veegt u het vet op het tandwiel en de kruk er niet af. De schede van de grasschaar aanbrengen en verwijderen LET OP: Wees voorzichtig bij het aanbrengen en verwijderen van de schede dat u de messen- bladen niet aanraakt. Omdeschedeteverwijderen,trektuerlichtaanen schuituhemvervolgenszijwaarts.Omdeschedeaan te brengen, voert u de bovenstaande stappen in omge- keerde volgorde uit. ►Fig.7 De grasvanger aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire LET OP: Bij het aanbrengen en verwijderen van de grasvanger moet de schede zijn aange- bracht en bent u voorzichtig dat uw vingers niet bekneld raken tussen het gereedschap en de grasvanger. De grasvanger aanbrengen

1. Haak het draaipunt van de grasvanger in de groef

van het gereedschap. ►Fig.8: 1. Draaipunt 2. Grasvanger

2. Lijndeuitsteekselsvandegrasvangeruitmetde

groeven van het gereedschap door de grasvanger in de richting van de voorkant van het gereedschap te ver- schuivenenhetinderichtingvandepijltebewegen. ►Fig.9 KENNISGEVING: Bevestig het draaipunt van de grasvanger niet met grote kracht aan het gereedschap nadat de uitsteeksels van de gras- vanger zijn uitgelijnd met de groeven van het gereedschap. De grasvanger verwijderen

1. Maak de uitsteeksels van de grasvanger los uit de

groevenvanhetgereedschapterwijludegrasvanger in de richting van de voorkant van het gereedschap verschuift. ►Fig.10: 1. Grasvanger

2. Maak het draaipunt van de grasvanger los van het

gereedschap. De messenbladen voor de grasschaar aanbrengen en verwijderen KENNISGEVING: Als andere onderdelen dan de messenbladen, zoals de kruk, zijn versleten, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum, de onderdelen te vervangen of het gereedschap te repareren. De messenbladen verwijderen

1. Verwijderdegrasvangeralsdezeisaangebracht.

Plaats het gereedschap ondersteboven. ►Fig.11

2. Houd de vergrendelknop ingedrukt en draai het

onderdeksel linksom tot op het onderdeksel is uitge- lijndmet op de vergrendelknop. ►Fig.12: 1. Onderdeksel 2. Vergrendelknop

3. Verwijderhetonderdeksel,demessenbladenen

de kruk. ►Fig.13: 1. Onderdeksel 2. Messenbladen van de grasschaar 3. Kruk68 NEDERLANDS De messenbladen van de grasschaar aanbrengen

1. Bereid de kruk, het onderdeksel en de nieuwe

messenbladen van de grasschaar voor. ►Fig.14: 1. Kruk 2. Onderdeksel 3. Messenbladen van de grasschaar

2. Verwijderdeschedevanafdeoudemessenbladen

van de grasschaar en breng hem aan op de nieuwe messenbladen. ►Fig.15: 1. Schede

3. Steldedriepennenafzodatzeuitgelijndstaanop

deuitlijnlijn. ►Fig.16: 1.Uitlijnlijn

4. Breng een kleine hoeveelheid smeervet aan op de

omtrek van de kruk. Bevestig de kruk aan de pennen metdekleineengroterondjesomhooggericht. ►Fig.17: 1. Kruk

5. Stel de messenbladen en geleideplaat zodanig af

dat het gat in de geleideplaat en de twee uitsteeksels opdemessenbladenuitgelijndzijn. ►Fig.18: 1. Geleideplaat

6. Draai de messenbladen ondersteboven en breng

ze zodanig aan dat de pennen van het gereedschap passen in het gat van de geleideplaat. Controleer of de messenbladen stevig op hun plaats vastzitten. ►Fig.19: 1. Geleideplaat OPMERKING: Door de schede iets naar voren te schuivenishetgemakkelijkeromdemessenbladen aan te brengen.

7. Plaats het onderdeksel zodanig dat op het

onderdekselisuitgelijndmet op de vergrendelknop. ►Fig.20: 1. Onderdeksel 2. Vergrendelknop

8. Blijfophetonderdekseldrukkenendraaihet

onderdeksel rechtsom tot op het onderdeksel is uitgelijndmet op de vergrendelknop. ►Fig.21: 1. Onderdeksel 2. Vergrendelknop

9. Zorg ervoor dat de vergrendelknop in de groef van

het onderdeksel valt. ►Fig.22: 1. Vergrendelknop LET OP: Gebruik het gereedschap nooit zon- der dat het onderdeksel is aangebracht.

10. Verwijderdeschedeenschakeldaarnahet

gereedschap in om te controleren of het goed werkt. KENNISGEVING: Als de messenbladen niet goed werken, grijpen de messenbladen niet goed aan op de kruk. Verwijder de messenbladen en breng ze opnieuw aan. De messenbladen voor een heggenschaar aanbrengen en verwijderen LET OP: Breng de schede aan voordat u de messenbladen aanbrengt of verwijdert. KENNISGEVING: Als andere onderdelen dan de messenbladen, zoals de kruk, zijn versleten, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum, de onderdelen te vervangen of het gereedschap te repareren. De messenbladen verwijderen

1. Plaats het gereedschap ondersteboven.

2. Houd de vergrendelknop ingedrukt en draai het

onderdeksel linksom tot op het onderdeksel is uitge- lijndmet op de vergrendelknop. ►Fig.24: 1. Vergrendelknop 2. Onderdeksel

3. Verwijderhetonderdeksel.

►Fig.25: 1. Onderdeksel

4. Draai de twee schroeven los met een schroeven-

draaierenverwijderdemessenbladen. ►Fig.26: 1. Schroeven OPMERKING: De messenbladen kunnen worden verwijderdzonderdeschroeveneruittedraaien.

5. Verwijderdekrukvanafdemessenbladen.

►Fig.27: 1. Kruk OPMERKING:Dekrukkanachterblijveninhet gereedschap. OPMERKING: Bevestig de schede en de opbergaf- dekkingopdeverwijderdemessenbladen,enberg daarna de messenbladen op. De messenbladen van de heggenschaar aanbrengen

1. Bereid de kruk, het onderdeksel en de nieuwe

messenbladen van de heggenschaar voor. ►Fig.28: 1. Kruk 2. Onderdeksel 3. Messenbladen van de heggenschaar

2. Breng de schede aan op de messenbladen van de

heggenschaar. ►Fig.29: 1. Schede

3. Steldedriepennenafzodatzeuitgelijndstaanop

deuitlijnlijn. ►Fig.30: 1.Uitlijnlijn

4. Breng een kleine hoeveelheid smeervet aan op de

omtrek van de kruk. Bevestig de kruk aan de pennen metzijnkleineengroterondjesomlaaggericht. ►Fig.31: 1. Kruk

5. Verschuif de messenbladen zodanig dat het gat in

de geleideplaat zich in het midden van de ringen van de messenbladen bevindt. ►Fig.32: 1. Geleideplaat69 NEDERLANDS

Draai de messenbladen ondersteboven en breng ze zodanig in het gereedschap aan dat de pen van het gereedschap past in het gat van de messenbladen. Steek de klauw van de geleideplaat in de groef van het gereedschap. Controleer of de messenbladen stevig op hun plaats vastzitten. ►Fig.33: 1. Klauw 2. Geleideplaat OPMERKING: Door de schede iets naar voren te schuivenishetgemakkelijkeromdemessenbladen aan te brengen.

7. Draai de twee schroeven stevig vast met een

schroevendraaier. ►Fig.34: 1. Schroeven

8. Plaats het onderdeksel zodanig dat

op het onderdekselisuitgelijndmet op de vergrendelknop. ►Fig.35: 1. Vergrendelknop 2. Onderdeksel

9. Blijfophetonderdekseldrukkenendraaihet

onderdeksel rechtsom tot op het onderdeksel is uitgelijndmet op de vergrendelknop. ►Fig.36: 1. Onderdeksel

10. Zorg ervoor dat de vergrendelknop in de groef van

het onderdeksel valt. ►Fig.37: 1. Vergrendelknop LET OP: Gebruik het gereedschap nooit zon- der dat het onderdeksel is aangebracht.

11. Verwijderdeschedeenschakeldaarnahet

gereedschap in om te controleren of het goed werkt. KENNISGEVING: Als de messenbladen niet goed werken, grijpen de messenbladen niet goed aan op de kruk. Verwijder de messenbladen en breng ze opnieuw aan. De snoeiafvalvanger aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire LET OP: Draag bij het aanbrengen of verwij- deren van de snoeiafvalvanger altijd handschoe- nen en breng de schede aan zodat uw handen en gezicht niet rechtstreeks in aanraking komen met de messenbladen. De snoeiafvalvanger verzamelt afgesneden bladeren waardoorhetopruimenlaterveelgemakkelijkeris.Hij kan aan beide kanten van het gereedschap worden bevestigd. Om de snoeiafvalvanger te bevestigen, drukt u hem tegen de messenbladen zodat de haken passen in de gaten van de messenbladen. ►Fig.38: 1. Haken 2. Gaten Omdesnoeiafvalvangerteverwijderen,druktu de knoppen aan beide kanten in om de haken te ontgrendelen. ►Fig.39: 1. Knoppen KENNISGEVING: Probeer de snoeiafval- vanger nooit met grote kracht te verwijderen terwijl de haken aangrijpen in de gaten van de messenbladen. BEDIENING WAARSCHUWING: Voordat u begint de snoeien, verwijdert u alle takken en stenen uit het gebied dat u gaat snoeien. Verwijder tevens van tevoren eventueel onkruid uit het gebied dat u gaat snoeien. ►Fig.40 WAARSCHUWING: Houd uw handen uit de buurt van de messenbladen. LET OP: Vermijd, voor zover dat praktisch is, het gebruik van het gereedschap bij zeer warm weer. Let tijdens gebruik van het gereedschap op uw fysieke toestand. Snijden (voor grasschaar) Schakelhetgereedschapinnadatdesnijhoogteis ingesteld en houdt het zodanig vast dat de onderkant van het gereedschap op de grond rust. Beweeg het gereedschap voorzichtig naar voren. ►Fig.41 Bijhetsnijdenvangrasnaastbetonranden,afraste- ringspaaltjesofbomenbeweegtuhetgereedschap voorzichtig er omheen. Wees voorzichtig dat de mes- senbladen er niet tegenaan komen. ►Fig.42 Bijhetafsnijdenvansprietenofdunnetakjesvankleine bomen,snijdtuerbeetjebijbeetjeaf. ►Fig.43 Snoei grotere takken met behulp van een snoeischaar op de gewenste lengte voordat u dit gereedschap gebruikt. KENNISGEVING: Gebruik het gereedschap niet op een manier waardoor de motor stopt of zeer langzaam werkt. KENNISGEVING: Probeer niet om dikkere tak- ken te snoeien. KENNISGEVING: Zorg ervoor dat de messen- bladen tijdens gebruik niet de grond raken. De messenbladen worden hierdoor bot waardoor slechte resultaten ontstaan. KENNISGEVING: Gebruik het gereedschap niet wanneer het gras of de boombladeren nat zijn. Lang gras snijden Probeernietomlanggrasinéénkeerkorttesnijden. Snijdinplaatsdaarvanhetgrasinmeerderestappen kort.Wachteendagoftweetussendesnijbeurten totdathetgrasgelijkmatigkortis. ►Fig.44 OPMERKING: Als u het lange gras in één keer kort snijdt,kanhetgrasdoodgaan.70 NEDERLANDS Snoeien (voor de heggenschaar) LET OP: Wees voorzichtig niet per ongeluk een metalen afrastering of andere harde voorwer- pen te raken tijdens het snoeien. De messenbladen kunnen hierdoor breken en letsel veroorzaken. LET OP: Wees voorzichtig dat de messen- bladen tijdens gebruik niet de grond raken. Het gereedschap kan hierdoor terugslaan en letsel veroorzaken. LET OP: Het is bijzonder gevaarlijk met de heggenschaar te ver te reiken, met name op een ladder. Werk niet vanuit een wankele of instabiele stand. KENNISGEVING: Probeer geen takken dikker dan 10 mm diameter te snoeien met het gereed- schap. Snoei takken met behulp van een snoei- schaar op 10 cm lager af dan de snoeihoogte voordat u het gereedschap gebruikt. ►Fig.45: (1) Snoeihoogte (2) 10 cm KENNISGEVING: Snoei niet in dode bomen of andere harde voorwerpen. Als u dit toch doet, kan het gereedschap worden beschadigd. KENNISGEVING: Snijd geen gras of onkruiden met de messenbladen. Het gras of de onkruiden kunnen verstrikt raken in de messenbladen. Houd het gereedschap met één hand vast, druk de uit-vergrendelknopinenknijpdetrekkerschakelaarin, en beweeg het vervolgens naar voren. ►Fig.46 Als standaardmethode houdt u de messenbladen gekanteld in de snoeirichting en beweegt u ze rustig en langzaam met een snelheid van 3 of 4 seconden per meter. ►Fig.47 Omdebovenkantvaneenheggelijkmatigtesnoeien,is hethandigeentouwtjeopdegewenstehoogtetespan- nen en er langs te snoeien. ►Fig.48 Als de snoeiafvalvanger is bevestigd aan de messen- bladen,verzamelthijdeafgesnedenbladerenenmaakt hetopruimenlaterveelgemakkelijker. Omdezijkantvaneenheggelijkmatigtesnoeien, snoeit u van onder naar boven. ►Fig.49 Als u een ronde vorm wilt snoeien (snoeien van buxus, rododendron, enz.), snoeit u van onder naar boven voor een mooie afwerking. ►Fig.50 ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Het gereedschap reinigen Reinig het gereedschap door het stof eraf te vegen met een droge doek of een doek gedoopt in zeepwater en uitgewrongen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Onderhoud van messenbladen Voorafgaand aan het gebruik, en één keer per uur tijdensgebruik,brengtuoliemeteenlageviscositeit (machineolie of smeerolie uit een spuitbus) aan op de messenbladen. ►Fig.51 ►Fig.52 Verwijdernadewerkzaamhedenhetvuilvanafbeide zijdenvandemessenbladenmetbehulpvaneen staalborstel, veeg de messenbladen schoon met een doek, en breng daarna olie met een lage viscositeit (machineolie of smeerolie uit een spuitbus) aan op de messenbladen. ►Fig.53 ►Fig.54 KENNISGEVING: Was de messenbladen niet met water. Als u dit toch doet, kan het gereedschap gaan roesten of worden beschadigd. KENNISGEVING: Vuil en roest zorgen voor een buitensporige weerstand tussen de messen- bladen en verkorten de gebruiksduur van een acculading. Opslag Het gat voor de haak in de onderkant van het gereed- schapishandigomhetgereedschapaaneenspijkerof schroef in de muur te hangen. Schuif de schede over de messenbladen zodat deze niet bloot liggen. Bewaar het gereedschap buiten bereik van kinderen. Bewaar het gereedschap op een plaats die niet is blootgesteld aan vocht of regen. ►Fig.55: 1. Gat ►Fig.56: 1. Gat71 NEDERLANDS OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Messenbladen van de grasschaar
  • Schede (voor gebruik als grasschaar)
  • Grasvanger (voor gebruik als grasschaar)
  • Hulpstuk met lange handgrepen (voor gebruik als grasschaar)
  • Messenbladen van de heggenschaar
  • Schede (voor gebruik als heggenschaar)
  • Snoeiafvalvanger (voor gebruik als heggenschaar)