SCHEPPACH MKL730 - Bouwmachines

MKL730 - Bouwmachines SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MKL730 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 240 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH MKL730 - page 136
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MKL730 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Bouwmachines in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MKL730 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MKL730 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING MKL730 SCHEPPACH

1 Inleiding 143
2 Productbeschrijving (afb. 1-35) 143
3 Inhoud van de levering (afb. 1-35). 143
4Beoogd gebruik 144
5 Veiligheidsvoorschriften 144
6 Technische gegevens 150
7 Uitpakken. 151
8 Montage 152
9 Voor de ingebruikname 152
10 Bediening. 154
11 Werkinstructies 157
12 Reiniging en onderhoud 157
13 Opslag 163
14 Transport 163
15Reparatie en reserveonderdelen bestellen 164
16 Afvalverwerking en hergebruik 164
17 Verhelsen van storingen 165
18 EU-conformiteitsverklaring 166
19Explosietekening 233

Verklaring van de symbolen op het product

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg要去en goed worden begrepen. De waarschuwingen zich voorkomen geen risico's en+kennen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie Niet verrangen.

Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandeldeiding en de verilgheidsvoorschriften!
Let op! Het Niet in acht nemen van de op het product aangebrachte verilgheidstekens en waarschuwingen alsook het Niet in acht nemen van de verilgheids- en bedieningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden.
Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandeldeiding en de verilgheidsvoorschriften!
Draag een verilgheidsbril.
Draag gehoorbescherming.
Draag algijd een verilgheidshelm!
Beschermings- en verilgheidsnrichtingen mogen nicht verwijderd of gemanipuleerd worden.
Blijf uit de buurt van bewegende delen.
Start de motor Niet door het kortsluiten van de startklemmen.
Start de motor nooit binnenshuis.
Roken, vonden open vuur zijn verboden.
Houd het apparaat uit de buurt van water en stel het Niet bloot aan regen.
Belangrijk. De uitlaatgassenং giftig, gebruik de motor waarom nicht in nicht-geventileerde bereiken.
Explosiegevaar. Gebruik nooit een voorverwarmer en raak geen aardleidingen aan.
Let op brandgevaarlijke stoffen. Vuur, open vlammen en roken verboden.
Raak geen onderdelen aan die heet zichtijdens het gebruik – risico op ernstige brandwonden.
Sluit de plus- en minpool van de accu Niet verkeerd om aan. Oververhitting of onjuist gebruik kan leiden tot een explosie.
Let op! Rondvliegende voorwerpen können verwondingen verroorzaken.
Houd uw handen uit de buurt van dit gebied.
Vloeistoffen of luckt onder druk hunnen door de huid heendringen en ernstig letsel of zelfs de dood veroor-zaken. Houd voldoende afstand.
Let op horizontale bewegingen. Er bestaat een gevaar op ernstig of zelfs dodelijk letsel door beknelling.
Pas op voor vallende voorwerpen. Er bestaat gevaar voor beknelling. Blijuit de buurt van geheven lasten/ componenten en hun bewegingsbereik.
Gevaar voor snijwonden en beknelling van de voeten: Zorg ervoor dat alle bewegende delen stilstaan voor- dat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Ga Niet in de buurt van bewegende onderdelen of gereedschap- pen staan en houd de verilgheidsvoorzieningen altid in de beschemende stand.
Gevaar voor snijwonden en beknelling: Zorg ervoor dat alle bewegende delen zichn gestopt voordat u onder- houdswerkzaamheden uitvoert. Ga Niet in de buurt van bewegende onderdelen of inzetgereedschappe staan en houd de verilgheidsvoorzieningen altid in de beschemende stand.
Gevaar voor snijwonden en beknelling: Zorg ervoor dat alle bewegende delen zichn gestopt voordat u onder- houdswerkzaamheden uitvoert. Ga Niet in de buurt van bewegende onderdelen of inzetgereedschappe staan en huid de verilgheidsvoorzieningen altid in de beschemende stand.
Zorg ervoor dat andere Personen voldoende verilgheidsafstand aanhouden.
Houd voldoende afstand tot het inzetgereedschap en de hefarm.
Houd voldoende afstand tot het inzetgereedschap en de hefarm.
Voor ingebruikname olie bijvullen! Een oliesensor voorkomt het starten van de motor bij een te laag oliepeil.
Voer alleen onderhoud of reparaties UIT met uitgeschakelde motor en na het lezen van de handleiding.
Zorg dat het product Niet overbelast raakt.
Houd uw handen UIT de buurt van roterende onderdelen.
Gevaar op een elektrische schok. Controller voordat u het product opstart of er geen elektriciteitskabels in de buurtijken.
Let op! De uitlaat en andere delen van het product wordenijdens het bedrijf zeer heet, Niet aanraken!
Alleen de bediener mag zichijdens het gebruik op het product bevinden. Andere personenogens zich nicht op het product bevinden.
De bediener moetijdens het gebruik op het bedieningsplatform blijven.
Vermijd plotseling wegrijden, remmen of draaien - er is een verhoogd risico op vallen, vooral op oneffen op-pervlakken!
Voordat u het product verlaat, LAST u het inzetgereedschap op de grond zakken, schakelt u de motor UIT en verwijdert u de contactsleutel.
Verlaat het bedieningsplatform Niet terwijl er een lading omhoog staat.
Er bestaat kantelgevaar. Houd ladingen altijd laag.
Er is een verhoogd risico op kantelen wanner u op hellingen rijdt.
Kijk voordat uchteruit rijdt.altijd over uw schouder om er zeker van te zich dat er zich geen kinderen, men-sen of obstakels in de gezarenzzone bevinden.
Rijd.altijd bergop en bergaf met het inzetgereedschap omlaag; houd de zwaardere kant bergop. Er bestaat kantelgevaar.
Til ladingen nooit op tijdens het rijden. Houd ladingen.altijd laag.
Blijfuit de buurt van randen – het gewicht van het product kan ervoor zorgen dat de vloer meegeeft, wat kan leiden tot vallen of omkanteelen. Dit kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel. Graaf Niet onder het product en het inzetgereedschap. Wees voorzichtig bij het opvullen.
Gevaar op een elektrische schok: Vermijd contactussen het inzetgereedschap of de hefarm en bove grondse elektriciteitsleidingen of andere obstakels.
Steile hellingen en hove taluds hunnen weglijden. Vermijd werkden onder overhangende delen en graaf de-ze Niet uit. Kijkuit voor vallende stenen en het risico op uitglijen.
Het maximale draagvermogen is 200 kg. Dit draagvermogen mag in geen geval overschreden worden.
De maximale laadhoogte is 2,0 m.
Hefpunt
Transportverankering.
Smeerpunten.
Tankinhoud
Hydraulische olie bijvullen.
Claxon.
Accuschakelaar
- +Accu/opladen.
101 dBGegarandeerd geluidsvermogensniveau van het product.
Bedrijfsindicator. Positie op het bedieningsplatform.
LED-koplampen. Positie op het bedieningsplatform.
Claxon. Positie op het bedieningsplatform.
Motorkap openen/sluiten. Positie op het bedieningsplatform.
Opslaglocatie voor begruikshandeldeingen. Positie op het bedieningsplatform. Aanwijzing: Alle begruikshandeldeingen要去en algijd op het product aanwezig zijn.
Opslaglocatie voor begruikshandeldeingen. Plaats onder de motorkap.
Kijkglas voor hydrauliekoliepeil. Plaats in het midden van de hydraulische tank.
Kijkglas voor hydrauliekoliepeil. Plaats op de bodem van de hydraulische tank.
CEHet product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
ΔΔΔHet product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.

Korte uitleg - onderhoudspositie

Zet de hefarmen vast in de onderhoudspositie

Er bestaat een risico op ernstige of zelfs dodelijk letsel door beknellingen door geheven lasten.

1.2.OFFPlaats de gaten in de hefarmen zodenig dat ze uitgelijnd zijn met de ga- ten voor de onderhoudspositie in het basisframe. Verlaat het bedieningsplatform. Zet de contactsleutel op "UIT" en verwijdher hem. Zet de brandstofkraan op "UIT". Zet de hefarmen vast met de borgbauten (20x120 mm) en zet ze vast met de bijbehorende splitpennen. Lees de gebruikshandelieiding en draag persoonlijke beschemingsmidde- len (PBM).
3.4.

Korte uitleg - Verwijderen van het inzetgereedschap

Het inzetgereedschap verwijderen

Laat het inzetgereedschap op de grond zakken.
OFFVerlaat het bedieningsplatform. Zet de contactsleutel op "UIT" en verwijder hem. Zet de brandstofkraan op "UIT".
Koppel de hydraulische leidingen los.
Verwijder de splitpennen en trek de bouteen� boven UIT.
Start de motor. Til de houder van het inzetgereedschap omhoog. Kantel de inzetgereedschaphouder en verwijder het product van de inzetgereedschaphouder.

1 Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Günzburgstraße 69

D-89335 Ichenhausen

Geachte klant,

Wij wensen u veel plezier en succès bij het werkken met uwieve product.

Aanwijzing:

De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid Niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:

  • Ondeskundige behandeling
  • Het Niet inucht nemen van de gebruikshandleiding
  • Reparaties door derden, nicht geauthoriseerde vakmensen
  • Inbouw en verwanging van Niet-originele reserveonderdenlen
  • Gebruik dat nicht conform de voorschriften is

Let op:

De gebruikhandleiding maakt deel UIT van dit product.

Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uittvallijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoegt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absolut de voor de werkung van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstrumenties. Gebruik het productuitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding waarom goed, en verstrek alle documentatie als het product worden doorgegeven aan derden.

2 Productbeschrijving (afb. 1-35)

  1. Hydraulische leidingen
    1a. Snelkoppeling
    1b. Steenkippel
  2. Motorkap
    2a. Sleutel
  3. Steun
    3a. Boringen
    3b. Steunkussen
    3c. Bouten (M8x25mm)
    3d. Sluitringen (M8)
    3e. Borgring (M8)
    3f. Moer (M8)
  4. Basisframe
    4a. Hefpunten
    4b. Slobgaten
    4c. Gaten voor onderhoudspositie
  5. Bedieningsplatform
    5a. Veiligheidspedaal
  6. Rupsonderstel
    6a. Rubberen rupsband
    6b. Bout (M12x30 mm)
    6c. Borgmoer (M12)
    6d. Stelmoer (M12)
    6e. Borgmoer (M12)
    6f. Bout (M12x80 mm)
    6g. Aandrijfwiel

6h. Looprol

  1. Inzetgereedschapshoeder

7a. As (boven)

7b. As (onder)

7c. Bout (20x80 mm)

  1. Hefarm

8a. Boorgat

8b. Borgbout (20× 120mm)

9.accucompartiment

9a. Veiligheidssleutel

9b. Slot

9c. Bout

9d. Accu

  1. LED-koplampen

  2. Bedieningsstation

11a. Linker bedieningshendel

11b. Rechter bedieningshendel

11c. Hydrausische bedieningshendel

11d. Reserve hydraulische bedieningshendel

  1. Bedieningspaneel

12a. Bedrijsindicator

12b. Knop (LED-koplamp)

12c. Knop (claxon)

  1. E-start

13a. Contactslot

13b. Contactsleutel

13c. Overbelastingsschakelaar

  1. Startmotor met trekkabel

  2. Gashendel

  3. Brandstofkraan

  4. Choke

  5. Transportframe

18a. Bout (M8)

  1. Motorolietank

19a. Oliepeilstok

19b. Olieafvoerslang

  1. Brandstoftank

20a. Tankdop

20b. Brandstofffilterelement

20c. Trechter

  1. Graafbak

21a. Montagebeugel

21b. uitsparing

  1. Luchtfilterdeksel

22a. bevestigingsmoer

22b. Vleugelmoer

22c. Luchtfilter

  1. Bougiestekker

23a. Bougie

  1. Claxon

  2. Hydrauliekolietank

25a. Kijkglas (boven)

25b. Kijkglas (onder)

25c. Tankdop

25d. Afdichting

25e. Wartelmoer

25f. Aanzuigfilter

  1. smeernippel

27 Montagesleutel

3 Inhoud van de levering (afb. 1-35)

Pos. Aantal Aanduiding

2a. 1x
3. 2 ×
3c. 10x
3d. 20x
3e. 10x
3f. 10x

7c. 2 × Bout (20 × 80 ~mm)

8b. 4× Borgbout (20× 120mm)

9a. 1 x Veiligheidssleutel

13b. 2 x Contactsleutel

20c. 1 x Trechter

1 x Compactlader
1 x Gebruikshandleiding

^* = Niet altiijd meegeleverd!

4 Beoogd gebruik

De compactlader mag zicher gemonteerde inzetgereed-schap alleen voor de volgende doeleinden gebruikt worden: Rijden en manoeuvreren binnen het beoogde gebruiksgebied (bijv. bouwterreinen, bedrijfsterreinen, verharde terreinen).

Positioneren of verplaatsen van het product, bijv. voor onderhoud, reiniging of wisselen van inzetgereedschap.

Gebruik voor het heffen, verplaatsen of bewerken van materiaal is Niet toegestaan zonder geschikt inzetgereedschap.

Als erijdens het gebruik storingen optreden die de verilgheid in gevaar+kunnen brengen, moet de compactlader onmiddelijkuitgeschakeld worden. In dat geval mag hij pas weein gebruik worden genomen nadat de oorzaak is verholpen en de verilgheid weever volledig is hersteld.

Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoort het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is nicht volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en Niet de fabrikant aansprakelijk.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding makes deel UIT van het beoogd gebruik.

Personen, die het product bedieren of onderhoud aan het product verrachten,要去en hiermee befinden en op de hoogte zich van de möglichke gezaren.

De fabrikant is Niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeijeende schade.

Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.

De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen要去en in ache worden genomen.

Let erop dat once producten volgens het beoogd gebruik nicht voor bedrijfsmatige, ambachtelijkke of industrielle toepassen gen zich ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wonneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijkke of industrielle ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

4.1 Gebruik dat nicht conform de voorschriften is

Breng geen wijzigingen aan in het product. De verilgheid loopt hierdoor eventuele gevaar. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebrui-ker en Niet de fabrikant aansprakelijk.

Personen die nichtbekend zijn met de gebruikshandleiding, en personen die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen,of moe of ziek zijn.

Nationale regelgeving kan het gebruik van het product beperken!

De volgende aktiviteiten zijn uitdukkelijk verboden:

  • Optillen en transporteren van Personen.
  • Het product als werkplatform gebruiken.
  • Heffen en transporteren van lasten, tenzij de inzetgereedschappen hiervoor ontworpen zijn.
  • Trekken van aangekoppelde lasten.
  • Het product gebruiken na onjuiste probleemoplossing of reparatie.
    Rijden op openbare wegen en verkeerswegen.

Verklaring van de signalaalwoorden in de gebruikshandleiding

GEVAAR

Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezig, gevaarlijke situatie die, indien deze Niet worden vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

WAARSCHUWING

Signaalwoord voor aanduiding van een möglichke gevaarlijke situatie die, indien deze Niet worden vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICTIG

Signaalwoord voor aanduiding van een möglichke gevaarlijke situatie die, indien deze nicht worden vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.

LET OP

Signaalwoord voor aanduiding van een möglichke gevaarlijke situatie die, indien deze Niet worden vermeden, materiele schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

5 Veiligheidsvoorschriften

LET OP

Let op!

Bij het gebruik van producten moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees waarom deze gebruikshandleiding/veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door. Indien u het product aan andere Personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding/veiligheidsvoorschriften. Wij hunnen Niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade,veroorzaakt door Niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

Neem de veiligheidsinstructies in acht

Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik!

5.1 Uzelf vertrouwd make met het product

  • Lees de volledige gebruikshandleiding voordat u het product gaat gebruiken.
  • Let op de waarschuwings- en instructieborden die aan het product bevestigd+zijn. Deze gehen belangrijke informatie voor een veilig gebruik.
    Zorg dat u vertrouwd bent met de besturings- en regelinrichtingen en het gebruik van het product conform devoorschriften.
  • Er moet voor gezorgd worden dat het product alleen gebruikt worden door geinstrueerde personen die de bijgevoegde gebruikshandleiding volledig gelezen en begrepen hebben en alle instructies en veiligheidsmaatregelen waarin inucht nemen.

5.2 Werkomgeving

  • Controller de omgeving zorgvuldig voordat u het product gebruikt of een inzetgereedschap bevestigt. Het product is Niet geschikt voor gebruik in zware omstandigheden - zoals extreme klimaten of gevaarlijke omgevingen - waar speciale verilgheidsmaatregelen vereist+zijn.
  • Het product mag nicht gebruikt worden in verontreinigde omgevingen.
  • Verricht geen werkzaamheden met het product in een explosiegevaarlijke omgeving.
  • Houd kinderen en andere personenijdens het gebruik uit de buurt van het product. Bij afbuiging kunt u de contrôle over het product verliezen.

5.3 Persoonlijke veriligheid

  • Gebruik het product Niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Bedien geen producten als u moe bent.
  • Draag geschikte kleding! Draag geen wijde kleding of sieraden,,ondat die door bewegende delen of inzetgereed-schap vastgegrepen setzen worden.Aanbevolen worden om stevige handschoenen, slipvaste schoenen, gehoor-bescherming en een veiligheidsbril te dragen.
  • Alleen de bediener mag zich tijdens het gebruik op het product bevinden. Andere Personenogens zich nicht op het product bevinden.
  • Houd handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen en inzetgereedschappen.

5.4 Bediening en onderhoud

  • Controller het product, in het bijzonder de beschermingsmiddelen en mechanische onderdelen, voor elk gebruik op beschadigingen zoals losese, versleten of Beschadigde onderdelen. Controller of alle moeren, bouteu en pennen goed vastzitten.
  • Vervang vanwege verilgheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
  • Voordat u het product gebruikt,要去 u ervoor zorgen dat het altijd in goede staat verkeert, gemuld is met brandstof, goed gesmeerd en ingevet is en dat alle onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.

  • Het product mag nicht worden gewijzigd. Veranderingen können de effectiviteit van de veiligheidsmaatregelen beperken en de risico's voor de operators verhogen.

  • Controller aufdekkingen en verilgheidsvoorzieningen op beschadigingen en kijk of ze goed zitten. Vervang ze indien nodig.
  • Als de beschermende voorziening is aangetast door plastische verrorming en/of scheuren - bijvoorbeeld als gevolg van omrollen, kantelen of geraakt worden door een voorwerp -要去 deze verrangen worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.

5.5 Veiligheidsinstructies in het bijzijn van kinderen

Onvoorzichtigheid in het bijzijn van kinderen kan ernstige en tragische gevolgen hebben. Kinderen tonen vaak groe belangstelling voor producten, maar onderkennen de gezaren Niet en gedragen zich vaak onvoorspelbaar.

  • Ga er nooit van uit dat kinderen blijven waar u ze het LAST hebt gezien.
  • Houd kinderen algid onder toezicht van een verantwoordelijke volwassene enuit de buurt van de werkomgeving.
  • Wees altijd alert en stop het product onmiddelijk als er kinderen in de werkomgeving komen.
  • Laat kinderen nooit op het product rijden. Er is geen veilige plaatsvoor hem. Kinderen können eraf vallen, overreden worden of de bediener hinderen bij het bedieren van het product.
  • Laat het product nooit door kinderen bedieren. Laat het product nooit door volwassenen bedieren als zij Niet van tevoren geinstruereeerd zich.
  • Kinderen mogen nicht met het product of het inzetgereed-schap spelen.
  • Kijk voordat uchteruit rijdt.altijd over uw schouder om er zeker van teল dat er zich geen kinderen, mensen of obstakels in de gezarenzone bevinden.
  • Plaats het product op een vlak,recht oppervlak. Voordat u het product verlaat,lauf u het inzetgereedschap op de grond zakken, schakelt u de motoruit, verwijdert u de contactsleutel en blokkeert u het rupsonderstel.

5.6 Bijzondere verilgheidsinstructies

5.6.1 Voor gezruik

Controleer het terrein grondig om een geschikt inzeitgereed-schap en de juiste accessoires voor het uit te voeren werk te kiezen. Zodat u uw werk goed en veilig kunt uitvoeren.

Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde inzetgereedschappen en accessoires.

Bij gebruik van andere inzetstukken en accessoires bestaat gevaar voor personlijk letsel.

Bereid uw werkplek goed voor. Werk Niet in de buurt van gebouwen of voorwerpen die door het product beschadigd+kunnen worden.Verwijder punin of losse materialen die onverwacht+kunnen bewegen en gevaar+kunnen opleveren wanner u eroverheen rijdt.
- Houd mensen uit de buurt van geheven hefarmen, inzetgereedschap en Niet-ondersteunde lasten. Gebruik barrières of signaalgevers om voertuigen en voetgangers te waarschuwen. Luid de claxon voordat u het product start om omstanders te waarschuwen.

  • Vermijd contact tussen de hefarm of het inzetgereed-schap en bovengrondse kabels en andere obstakels. Let op verborgen gaten, obstakels, zachte grond en overhan-gen om gezaren te vermijden.
  • Vermijd contact met gasleidingen, ondergrondse kabels en waterleidingen wanneer u met bepaalde inzetgereedschappen werkt.

SCHEPPACH MKL730 - Voor gezruik - 1

GEVAAR

In de werkomgeving kuren ondergrondse toevoerleidingen aanwezig zijn. Bij beschadiging van deze leidingen bestaat het risico op een elektrische schok of explosie. Laat het terrein controleren op ondergrondse leidingen en graaf alleen in gemarkeerde gebieden. Neem contact op met deplaatselijke serviceprovider of het nutsbedrijf om de locatie te lately markeren!

  • Houd het product schoon. Sterke verruiling, vet, stof en gras können ontbranden en tot ongelukken of letsel leiden.

5.6.2 Ga veilig te werk

  • Zorg ervoor dat alle aandrijvingen in neutraal staan voordat u de motor start. Start de motor alleen vanaf het bedieningsplatform.
  • Gebruik het product nooit als er veriligheidsvoorzieningen ontbreken of Niet goed+zijn aangebracht. Zorg ervoor dat alle vergrendelingen correct gemonteerd, correct afge-steld en volledig functioneel+zijn.
  • Overschrijd nooit de nominale bedrijfsbelasting. Het product kan instabiel worden en u kunt de contrôle erover verliezen.
  • Til ladingen nooit opijdens het rijden. Houd ladingen al-tijd laag.
  • Zet het inzetgereedschap alsijd goed vast, zichs voor korte afstanden, en berg de accessoires netjes op.

5.6.2.1 Werken op hellingen

SCHEPPACH MKL730 - Werken op hellingen - 1

GEVAAR

Hellingen verhogen het risico om de controle te verliezen en te kantelen, wat kan leiden tot ernstig letsel of dodelijkke ongevallen. Wees bijzonder voorzichtig wanner u het product op hellingen en oneffen terrein gebruikt.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Houd rekening met de helling van het product in alle as-
    sen.
    Maximale zijwaartse helling: 11^
    Maximale helling: 25^
    Rijd altijd bergopwaarts en bergafwaarts op hellingen met de lading omlaag. Pas uw rijstijl hierop aan om de stabiliteit van het product te waarborgen. Zorg ervoor dat het zwaarde deel van het product zich aan de kant van de helling bevindt. De gewichtsverding varieert afhankelijk van het inzetgereedschap:

  • Met een lege bak is de achterkant zwaarder.

  • Als de bak vol is, zit het gewicht aan de voorkant.

  • Met werktuigen zoals een grijpbak of dozerblad ligt het zwaartepunt ook aan de voorkant.

Bij het rijden op hellingen verminderen geheven hefarmen de stabiliteit van het product. Houd ladingen alg.
Bij het afkoppelen van het inzetgereedschap op een hellingverschuift het gewichtaarachten -de achterkant wordt zwaarder.
Rijd en verplaats het product langzaam en beheerst op hellingen. Vermijd abrupte veranderingen in richting of snugheid.
- Vermijd starten en stoppen op hellingen. Als u uw grip verliest, rijd dan langzaam enrecht maar beneden.
- Vermijd draaien op een helling. Als het nodig is, draai dan langzaam en houd de zware Kant op de helling.
- Parkeer het product Niet op hellingen of taluds zonder het inzetgereedschap op de grond te lately zakken en het rupsonderstel vast te klemmen.

5.6.2.2 Veiligheidsinstructies voor het rupsonderstel

Het rupsonderstel maakt veelzijdige bewegingen möglichk. De volgende punten要去en in acht worden genomen om voortijdige slijtage van de rubberen rupsbanden te voorkomen.

  • Rijden of draaien over voorwerpen met scherpe randen of treden belast de rubberen rupsband zwaar en kan leiden tot breuken of inkepingen in het loopvlak.
    Zorg ervoor dat er zich geen vreemde voorwerpen in de rubberen rupsbanden bevinden,,ondat dezeijdens het gebruik zwaar worden belast en vreemde voorwerpen schade of scheuren können veroorzaken.
  • Voorkom dat er brandstof of olie op de rubberen rupsbanden kommt. Als dit toch gebeurt,要去 het betreffende gebied onmiddelijk gereinigd worden.
  • Scherpe bochten op wegoppervlakken met een hogewrijvingscoefficient, zoals beton- of asfaltoppervlakken, kuren de rubberen rupsband zwaar belasten.
  • Vermijd werkken in de buurt van randen, greppels of taluds. Het rupsherstel kan plotseling kantelen als een rubberen rupsband over een rand loopt of als de rand instort.
  • Vermijd werkken op nat grayscale, want door de vermindernde tractie kan het product wegglieden.
  • Let alttijd op de richting waarin het product rijdt en contro- leer het pad op mogelijkke obstakels.
  • Stap veilig op en af. Gebruik hiervoor de leuningen. Spring Niet op of van het product.

5.6.3 Beëindiging van de werkzaamheden

  • Plaats het product op een vlak,recht oppervlak.
  • Laat het inzetgereedschap volledig op de grond zakken.
  • Schakel de hulphydrauliekuit.
  • Schakel de motor uit en haal de contactsleutel uit het contactslot.
    Trek de veiligheidssleutel eruit.

Het product heeft onderdelen dieijdens het gebruik blootstaan aan hoge temperaturen, vooral de motor en het uitlaatsystem. Bovendien konnen beschadigde of slecht onderhonden elektrische installaties vonden of vlambogen genereren die brandgevaar opleveren.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Wonneer u onder moeilijke omstandigheden werk, moet u afzettingen in de buurt van hete uitlaatonderdelen van de motor regelmatig uitblazen.
    Alle brandbare materialen zoals bladeren, stro en houtsnippers要去en uit het carter, de onderkant van de motor en het gebied bij de motor worden verwijderd om brandgevaar te voorkomen.
  • Controller regardmatig alle brandstofleidingen en hydraulische leidingen op slijtage en schade. Als er tekenen van lekkage zich,要去 denze onmiddelijk worden verrangen.
  • Controller elektrische leidingen en stekkerverbindingen regelmatig op beschadigingen. Laat eventuele schade onmiddelijk en alleen door een gekwalificeerde elektricien repareren.
  • Controller het uitlaatsystem dagelijk op lekken, kapotte pijpen en geluidempers en losse of ontbrekende schroeven, moeren en klemmen. Als er lekken of beschadigde onderdelen worden gezonden, moeten de reparations voor gebruik worden uitgevoerd om een veilige werkking te garanderen.
  • Houd alsijd een multifunctionele brandblusser in de buurt van of direct op het product. Het bedieningspersoneel要去 getraind zich in het gebruik van de brandblusser en weten hoe ze deleze in noodgevallen snel en correct moeten gebruiken.

5.6.5 Hydraische gevaren

  • Als hydraulische olie in de ogen kommt, onmiddelijk grondig uitspoelen met schoon water en onmiddelijk medisch advies inwinnen.
  • Vermijd contact van huid en kleding met hydraulische olie. Als hydraulische olie in contact komt met de huid, reinig de betreffende plekken dan onmiddelijk grondig met water en zeep om huidirritatie en dermatosen te voorkomen. Als er hydraulische olie op uw kleding komt, verander deze dan onmiddelijk.
  • Raadpleeg onmiddelijk een arts als u dampen van hydraulische olie inademt. Als er een lek optreedt in het hydraulische system, start het product dan Niet en stop het onmiddelijk.
  • Ollielekages mogen Niet met blote handen worden gecontroleerd. Draag uw persoonlijke beschemingsmiddelen. Het dragen van persoonlijke beschemingsmiddelen, zoals werkkleding, een veiligheidsbril en handschoenen, vermindert het risico op letsel.

SCHEPPACH MKL730 - Hydraische gevaren - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor brandwonden!

De temperatuur van de hydraulische olie stijgtijdens het gebruik, wat kan leiden tot een risico op brandwonden.

5.6.6 Noodmaatregelen

Er moeten speciale voorzorgsmaatregelen worden genommen bij het werkden in de buurt van elektricitetskabels.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Elektriciteit verspreidt zich nicht alleen via de weg van de minste waarstand maar de aarde.
  • Elektricitet kan via leidingen, slangen en kabels terugvloeien in producten.
  • Laagspanning kan ernstige, soms dodelijke verwondingen veroorzaken. Veel werkgerelateerde elektrische ongevallen zijn het gevolg van contact met spanningen onder 440 volt.

De meeste elektrische schokken worden nicht onmiddelijk herkend, maar er zijn typische tekenen die op een elektrische schok können wijzen:

Stroomuitval
Rookontwikkeling
Explosie
- Knallende geluiden
- Boogvorming

Als een of meer van deze symptomen zich voordoen, kan een elektrische schok worden verondersteld.

5.6.6.2 Schade aan een elektriciteitsleiding

Als u vermoedt dat een elektriciteitskabel beschadigd is, beweeg dan in geen geval.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Als u op het product staat, blij aan dan staan. Til het in-zetgereedschap op en verplaats het product uit de on-middelijkke gezarenzone.
  • Als u nicht op het product zich, raak het product of het inzetgereedschap dan zich aan.
  • Verlaat de werkomgeving met keine stapjes en houd uw voeten zich bij elkaar. Dit verkleint het risico op een elektrische schok door de zogenaamde stapspanning.
  • Informeer omstanders onmiddelijk over de elektrische schok en vraag hem om de gezarenzone onmiddelijk te verlaten.
  • Neem onmiddelijk contact op met de elektriciteitsleverancier om de stroomtoevoer te lately uitschakelen.
  • De werkomgeving mag alleen opniew betreden worden na toestemming van de elektriciteitsleverancier. Geen toegang voor onbevoegden.

5.6.6.3 Schade aan een gasleiding

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Schakel de motor onmiddelijkukt als dit veilig en onmid-. ellijk kan geleuren.
  • Verwijder onmiddelijk alle ontstekingsbronnen, mits dit veilig en onmiddelijk kan geleuren.
  • Informeer omstanders onmiddelijk over dat er een gasleiding is doorgesneden en vraag hen om de gezarenzone onmiddelijk te verlaten.
  • Verlaat de gezeverzone onmiddelijk.
  • Neem onmiddelfijk contact op met het nutsbedrijf.

  • Als de werkomgeving aan een weg ligt, stop dan onmid-dellijk het verkeer in het getroffen gebied.

  • De werkomgeving mag pas waar betreden worden na toestemming van de hulpdiensten en het nutsbedrijf. Geen toegang voor onbevoegden.

5.6.6.4 Schade aan een glasvezelkabel

Kijk Niet in afgeknipte uiteinden van glasvezelkabels of niede identificierde kabels waar dat dit visuèle schade kan verroorzaken.

Neem onmiddelijk contact op met het nutsbedrijf.

5.6.6.5 Brand van het product

Voer onmiddelijk eenoodstopuit.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Verwijder de veiligheidsstreutel van de accu (indien toegankelijk).
  • Probeer de brand te blussen als het eenkleine brand is en er een brandblusser beschikbaar is.
  • Als de brand Niet geblust kan worden, verlaat dan onmid-dellijk de werkomgeving en bel de hulpdiensten.

5.6.7 Het product veilig laden en losers

SCHEPPACH MKL730 - Het product veilig laden en losers - 1

WAARSCHUWING

Het laden en lossen van een product op een aanhangwagen of vrachtwagen verhoogt het risico op kantelen.
Dit kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel.

  • Wees uiterst voorzichtig wanner u op een oprijplaat rijdt of deze op wil rijden.
  • neergelaten inzetgereedschap.
    Bij het laden van het product via een oprijplaat mag alleen awhilet worden gereden. De zwaardere kant van het product moet altiijd waar boven gericht+zijn om kan-telen of uitglieden te voorkomen. Bij het lossen van het product mag u vooruit rijden.
    Vermijd plotseling starten en remmen, odomat dit tot controleverlies kan leiden en het product kan doe n Kantelen.

  • Neem alle voorschriften in acht wanneer u het product op de openbare weg vervoert.

  • Gebruik voldoende lange en stabiele oprijplaten wanner u het product op een vrachtwagen laadt.
  • Gebruik alleen oprijplaten die geschikt zichn voor het gewicht van het product.
  • Verander de rijrichting Niet om kantelen te voorkomen.
  • Schakel na het laden de motor uit, verwijder de veiligheidssleutel en verwijder de bougiestekker van de bougie.
  • Gebruik geschikte wiggen om het rupsherst te beveiligden gegen ongecontroleerde bewegingen.
  • Gebruik alleen bevestigingsmiddelen die geschikt zijn voor het gewicht van het product.
    Neem deplaatselijke voorschriften voor bevestiging in acht.

5.6.3 Het product veilig optillen

Het product kan ook op een aanhangwagen/vrachtwagen worden gezehenen met behulp van geschikte heinrichtingen.

SCHEPPACH MKL730 - Het product veilig optillen - 1

WAARSCHUWING

Hefwerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel met de juiste training en instructie.

SCHEPPACH MKL730 - WAARSCHUWING - 1

GEVAAR

Levensgevaar!

Personen mogen nooit in het bewegingsgebied van opgetilde ladingen staan.

Er bestaat een risico op ernstige of zichs dodelijk letse door beknellingen door geheven lasten.

SCHEPPACH MKL730 - Levensgevaar! - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor beknelling!

Let op uw vingers!

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Verwijder het inzetgereedschap.
  • Gebruik alleen de hefpunten die door de fabrikant gespecifieerd en gelabeld+zijn.
  • Gebruiak alleen aanslagmiddelen en hefinrichtingen die geschikt zich voor het gewicht van het product.
  • Til het product alleen op aan de vier hefpunten.
    Zorg er bij het optillen van het product voor dat de helingshoek van 20 graden Niet worden overschreden.

5.7 Omgang met brandstof

LET OP

Gebruik alleen Super E5 of E10 benzine als brandstof.

SCHEPPACH MKL730 - LET OP - 1

GEVAAR

Levensgevaar!

Brandstof is gifting en zeer ontvlambaar.

  • Bewaar brandstof alleen in waarvoor bedoelde containers (jerrycans).
  • De sluitkappen van het tankreservoir要去en algid correct opgeschroefd en aangehaald worden.
    Vanwege veiligheidsredenen要去 brandstoftank entankdeksel bij beschadiging worden verrangen.
  • Houd brandstofuit de buurt van vonken,open vuur, waakvammen, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
    Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook Nietijdens het tanken.
  • Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit en LAST deze afkoelen.
  • Brandstof要去 het startendemotor worden bijgevuld. Open de tankdop Niet terwijldemotor loopt of onmiddelijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.

  • Open de tankdop voorzichtig en langzaam. Drukcompensatie afwachten en pas daarna de tankdop volledig afnemen.

  • Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een in-voerbuis, zodate er geen brandstof op de verbrandingsmotor en behuizing kan verechtkommen.
  • Om de brandstof ruimte tot uitzetting te bieden, brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulpijp vullen. Extra gegevens in de gebruikshandleiding van de verbrandingsmotor in ache nemen.
  • Indien brandstof is overstroomd, de verbrandingsmotor pas starten, nadat de met brandstof verruilde vlakken,zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstoffdampen zijn verdampt (droogvegen).
    Veeg gemorste brandstof direct weg.
  • Als brandstof op kleding is therechtgekomen, moet davon worden verrangen.
  • De tankdop moet na elke keer tanken correct opgeschroefd en aangehaald worden. Het product mag zonder opgeschroefde originele tankdop Niet in gebruik worden genomen.
  • Controller vanwege veiligheidsredenen de brandstoffleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (breekbaarheid), op correcte bevestiging en ondichteplaatsen en verrang deze indien nodig.
  • Leeg de tank alleen in de open lucht.
  • Gebruik nooit drinkflessen of gelifksoortig voor het verwijderen of opslaan van bedrijsmiddelen, zoals bijv. brandstof. Personen, in het specifiek kinderen,+kunnen verleid worden waaruit te drinken.
  • Bewaar nooit het product met brandstof in de tank binnen een gebouw. Ontstane brandstofdampen konnen met open vuur en vonden in aanraking komen en zich ontsteken.
  • Product en brandstoffank Niet in de buurt van verwarmingen, warmestralers, lasapparaten of andere warmte-bronnen neerzetten.

SCHEPPACH MKL730 - Levensgevaar! - 1

GEVAAR

Explosiegevaar!

Alsijdens het gebruik een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofgeleidende delen (brandstofleidingen) wordt vastgesteld, moet direct de verbrandingsmotor wordenuitgeschakeld.

Vervolgens moet contact met een leverancier worden opgenomen.

5.8 Veiligheid accu

  • Om vonkvorming door kortsluiting te vermiijden, moet al-tijd eerst de minkabel (-) op de accu losgemaakt en alslastst wee aangesloten worden.
  • Rook nooit bij werkzaamheden aan de accu. Houd vonden, open vuur en andere warmtebronnen.altijd uit de buurt van de accu.
    Bij het gebruik van startkabels is speciale voorzichtigheid geboden. Neem desbetreffende aanwijzingen in acht, om schade aan het product te voorkomen (in het specifiek starter maximaal 10 seconden bedieren).

  • Accu nooit openen en Niet laten vallen.

  • Accu.altijd in een gesloten ruimte met goede ventilatie, droog en tegen weeber beschermd opladen.
  • Sluit de aansluitingen van de accu Niet kort.
  • Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen nicht worden gebrukt en moeten verrangen evenals op milieuvriendelijke wijze verwijderd worden. Neen de landspecifieke voorschriften in acht.
  • Bij defecte accu's kan er vloeistof uittreden. Contact vermijden! Spoel de vloeistof bij teovallig contact af met water. Als de vloeistof in de ogen terechtkomt, moet u direct een arts consulteren. Uittredende accuvloeistof kan leiden tot huidirritaties, verbrandingen en irritaties.
  • Onderzoek regelmatig door visuele controle de aansluit-kabels aan de accu op beschadigingen. Laat beschadigde kabels door een specialist verrangen.
  • De zekeringen moot nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven belastbaarheid (Ampere).

5.8.1 Veiligheidsvoorschriften voor de omgang met accu's

  • Zorg er aktijd voor dat de accu's met de juiste polariteit (+ en-) worden geplaatst, zoals aangegeven op de accu.
    Voorkom dat de accu's worden kortgesloten.
  • Niet-oplaadbare accu's mag u niet opladen.
  • Voorkom dat de accu te veel worden ontladen!
  • Combineer geen oude en weitere accu's of accu's van verzillende typen of fabrikanten! Vervang de set accu's gegelijkijdig.
  • Verwijder lege accu's direct uit het apparaat en voer ze op de juiste wijze afl! Gooi accu's Niet bij het huishoudelijk afval. Defecte of verbruike accu's要去en overeenkomstig richtlijn 2006/66/EC worden gerecycled. Lever accu's en/of het apparaat in bij de hiertoe bestemde afvalwerkingsstations. U kunt bij uw gemeente ofplaatsijike overheidsinstantie informatie krijgen over afvalverwijdering.
  • Accu's nicht verwarmen!
  • Niet rechtstreeks op accu's solderen of lassen!
  • Accu's Niet uit elkaar nemen!
  • Accu's nicht verrormen!
  • Accu's Niet in open vuur werpen!
    Bewaar accu's buiten het bereik van kinderen.
  • Voorkom dat kinderen zonder toezicht de accu's können verrangen!
  • Bewaar accu's nicht in de buurt van open vuur, kachels of andere warmtebronnen. Plaats de accu Niet in direct zonlicht en gebruik of bewaar ze Niet bij warm wee in de auto.
  • Bewaar ongebruikte accu's in hun originele verpakking en uit de buurt van metalen voorwerpen. Voorkom dat uitgepakte accu's worden gemengd of bij elkaar worden gelegd!

Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken en beschadiging, brandwonden of zichs brandgevaar tot gevolg hebben.

  • Verwijder de accu's uit het product wanner ze langere tijd Niet worden gebruikt, tenzij het gaat om noodgevallen!

  • Raak lekkende accu's NOOIT aan zonder adequate beschermingsuitrusting. Indien de geleekte vloeistof in aanraking komt met de huid, moet dat gebied van de huid onmiddelijk onder stromend water worden afgespoeld. Voorkom in ieder geval dat de vloeistof in aanraking komt met de ogen en de mond. Neem in dat geval onmiddelijk contact op met een arts.

  • Reinig de occupolen en de contactpunten in het apparaat voordat u de accu's plaatst.

Restrisico's

Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kanijdens de werkzaamheden spreke zichn van enkele restrisico's.

  • Bovendien kann er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
  • Restrisico's kunnen worden geminaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
  • Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
  • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanner het product in bedrijf is.
  • Onopzettelijk inschakelen van het product.
  • Volg de in de gebruikhandleiding voorgeschreven onderhouds- en verilghedsvoorschriften op.

SCHEPPACH MKL730 - Restrisico's - 1

WAARSCHUWING

Bij langdurige werkzaamheden konnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).

Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waar bijkleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbeteffende lichaamsdelen worden dan nicht更是 voloende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het freiante gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen verroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).

Als u ongewone beperkingen bespeurt, stocht u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.

Algemeen:
Bedrijfsgewicht ca. 749 kg
Leeggewicht ca. 715 kg
Max. kiepbelasting* ca. 425 kg
Verplaatsbaargebruiksvermogen(conform ISO 14397-1)200 kg
Spoorbreedte 740 mm
Rupsbreedte 180 mm
Hefhoogte ca. 2000 mm
Max. zijdelingse helling11°
Max. helling25°
Bodemvrijheid114 mm (midden), 62 mm (zijkant)
Gronddruk32 kPa
Rijsnelheid (V/R)0-2,3 km/u
Hefarm Hef-/daaltijd6,6 sec/4,4 sec
Motor:
Motortype4-takt motor, luchtgekoeld
Nominaal motorvermogen6,3 kW (8,5 PS)
Max. motortoerental3600 min-1
Cilinderinhoud306 cm3
Koppel18,5 Nm
StartsystemElektrische starter (12 V)
BrandstofE10 en E5
CO2-uitstoot788,2 g/kWh
Volume van de brandstoftank6,0 liter
Volume motorolietank1,1 liter
Hydraulisch system:
Pompcapaciteit2×15 l/min
Druk van het system175 bar
Volume van de hydrauliekolietank29 liter (HLP 32)
Meegeleverde accessoires:
Graafbak (7915400705)735×675×385 mm (80 l)

*bepaald zonder bestuurdor, zonder dynamische effecten, op vlakke, vaste grond, met graafbak 7915400705

Technische wijzigingen voorbehonden!

Geluid en trilling

SCHEPPACH MKL730 - Geluid en trilling - 1

WAARSCHUWING

Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbeschemming voor u en personen in de omgeving.

SCHEPPACH MKL730 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Neem de wettelijk voorschriften inzake geluidsbeschering in acht.

Informatie over de geluidsemissie van het product werd bepaald in overeenstemming met de specificaties van de norm EN ISO 4871:2009 en op basis van richtlijn 2000/14/EG, bijlage VI:

Geluidswaarden

Geluidsdrukniveau LpA77,9 dB
Meetonnauwkeurigheid KpA3 dB
Geluidsvermogensniveau LwA97,9 dB

Gegarandeerd geluidsvermogensniveau L_wA 101 dB

Meetonzekerheid K_wA 2,85 dB

SCHEPPACH MKL730 - Geluidswaarden - 1

WAARSCHUWING

De geluidsemissies en de trillingsemissiewaarde können van de opgegeven waarde afwijken wanneer de het product daadwerkelijk worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het product worden gebruikt en de aard van het werkstuk dat worden bewerkt.

Probeer om de belasting zo gering möglich te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscylus in aanmerking worden genomen (zoals deijd dat het product uitgeschakeld is en deijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).

Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absoluteoodzakelijkke.

Informatie over de trillingsontwikkeling gemeten volgens de relevante normen (EN 12096:1997):

Trillingskenwaarden (hand-arm-trilling)

Trillingen a_eq0,4 m/s²
Trilling a_hv2,38 m/s²

Beperk de geluidsproductie en trilling tot een minimum!

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Gebruik alleen optimale producten.
  • Onderhoud en reinig het product regelmatig.
  • Pas uw werkwijze aan het product aan.
    Zorg dat het product Niet overbelast raakt.
  • Laat het product eventuele controlleren.
  • Schakel het product uit als alles zich nicht in bedrijf is.
  • Draag handschoenen.
  • Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
  • Houd de trillingen van het product zo laag möglichk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.

7 Uitpakken

SCHEPPACH MKL730 - Uitpakken - 1

WAARSCHUWING

Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed!

Kinderen mogen Niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelien! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controller of de inhoud van de levering volledig is.

  • Controller het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden Niet ergend.
    Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandelieiding.

  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonder-delen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zichn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen once articikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.

Benodigd gereedschap:

  • 2x steeksleutel/dopsleutel SW 13 mm*
  • Afbreekmes*
  • Geschikte aanslagmiddelen*
  • Geschikt hefinrichting*

^* = Niet altijd meegeleverd!

7.1 Transportframe (18) verwijderen (afb. 3)

  1. Verwijder het verpakkingsmaterial. Gebruik een afbreekmes. Let op uw vingers!
  2. Verwijlder de bouten (18a) van het transportframe (18).
  3. Verwijder voorzichtig het transportframe (18).
  4. Snijd en verwijder de band waarmee het product vastzit.

7.2 Het product optillen (afb. 3)

Neem de veiligheidsinstructies in acht zoals beschreiben in 5.6.8.

SCHEPPACH MKL730 - Het product optillen (afb. 3) - 1

GEVAAR

Levensgevaar!

Personen mogen nooit in het bewegingsgebied van opgetilde ladingen staan.

Er bestaat een risico op ernstige of zichs dodelijk letse door beknellingen door geheven lasten.

SCHEPPACH MKL730 - Levensgevaar! - 1

WAARSCHUWING

Om letsel te voorkomen, mag het product alleen worden opgetild zonder dat het inzetgereedschap is bevestigd.

SCHEPPACH MKL730 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

De hefpunten zijn gemarkeerd met overeenkomstige symbolen.

Optillen op andere punten is onveilig en kan leiden tot persoonlijk letsel of schade aan het product.

Aanwijzingen:

Het product mag alleen worden opgetild zonder inzetgereed-schap.

Stel voor het heffen veilig of de hefinrichting (kraan of takel)
hiervoor geschikt is om het productgewicht zonder gevaar te dragen. Zie typeplaatje voor het gewicht van de hefinrichting.

Volg de instructies van de fabrikant van de aanslagmiddelen en heinrichting.

Gebruik alleen goedgekeurde hefinrichtingen (min. hefvermogen 1000kg ).

  1. Bevestig de aanslagmiddelen aan de waarvoor bestemde hefpunten (4a).
  2. Haak de aanslagmiddelen in de hefinrichting.
  3. Hef het product iota op en controllerer of alle aanslagmiddelen conform de voorschriften zich bevestigd.
  4. U kunt het product nu waar wens via de hefinrichting heffen.
  5. Plaats het product op een vlak,recht oppervlak.

8 Montage

LET OP

Voer de montage en instellenen op het product altiijd bij een uitgeschakelde motor uit en verwijder de bougiestekker.

  • Monteer geen producten of onderdelen op het product die Niet zichen goedgekeurd door de fabrikant.

Benodigd gereedschap:
- 2x steelsleutel/dopsleutel SW 13mm^
^
= Niet altijd meegeleverd!

8.1 Montage van de houders (3) (afb. 4)

  1. Plaats een beugel (3) op het basisframe (4).
    Zorg ervoor dat de gaten (3a) in de beugels (3) uitgelijnd zichn met de sleufgaten (4b) in het basisframe (4).
  2. Steek een bout M8x25 mm (3c) met sluitring (3d) door elk van de bijbehorende gaten en zet ze vast met een sluit-ring (3d), een borgring (3e) en een moer (3f).
  3. Stel de beugels (3) individuel op op uw lichaamsvorm door gebruik te make n van de verstelmogelijkheid van de sleufgaten (4b).
  4. Draai alle moeren (3f) en bouten M8x25 mm (3c) vast. Gebruik twee steeksleutels/dopsleutels SW13.

Aanwijzingen:

  • De steunkussens (3b) zijn voorgemonteerd op de beugels (3).
  • Controller voor ingebruikname of de steunen (3) correct geplaatst zich en of de schroefverbindingen vastzitten.

9 Voor de ingebruikname

SCHEPPACH MKL730 - Voor de ingebruikname - 1

WAARSCHUWING

Lees voor de ingebruikname van het product deze handleiding voor uw eigendeiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het product aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruikshandleiding.altijd mee te leveren.

LET OP

Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

LET OP

Bij de eerste inbedrijfstelling moet motorolie en brandstof worden bijgevuld.

Aanwijzng:

Het product worden geleverd met gezuldte hydraulische olie.

LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder olie, met te weinig olie of met afgewerkte olie worden gezruikt, kan dit leiden tot schade aan het product.

Vullen met olie voor ingebruikname. Het product wordt zonder olie geleverd.
- Gebruik geen afgewerkte olie!
- Controller voor elke inbedrijfstelling het oliepeil.

LET OP

Mileuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
    -Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

SCHEPPACH MKL730 - Mileuschade! - 1

GEVAAR

Levensgevaar!

Brandstof is gifting en zeer ontvlambaar.

SCHEPPACH MKL730 - Levensgevaar! - 1

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Vul de brandstof alleen bij als de motor isuitgeschakeld en afgekoeld. Rook nicht wanner u het product tankt.

SCHEPPACH MKL730 - Brand- en explosiegevaar! - 1

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventuee explodingen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

SCHEPPACH MKL730 - Brand- en explosiegevaar! - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewuste-loosheid ontstaan en dit in extreme gefallen zichs tot dedood leiden.

  • Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
  • Tap brandstof alleen af in de open lucht.

Aanwijzing:

Plaats het product op een vlak,recht oppervlak.

Benodigd gereedschap:

  • Trechter (20c)
  • Trechter
    Lap/doek

^* = Niet altijd meegeleverd!

9.1 Motorolie bijvullen (afb. 5)

LETOP

Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname waarom alkijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor SAE10W-40 of SAE 15W-40 olie.

De motorolie heeft invloed op de prestaties en levensduur van het product.

Gebruik een motorolie voor 4-taktmotoren.

Zorg ervoor dat de olie voldoet aan de API SERVICE-classificatie SJ of hoger -deze informatatie vindt u op het etiket van de oliecontainer.

Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil.
Een te laag oliepeil kan de motor beschaden.

  1. Draai de oliepeilstok (19a) los.
  2. Vul het motoroliereservoir (19) met behulp van een trechter. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de motorolie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  3. Veeg de oliepeilstok (19a) met een schone, pluisvrijde doek schoon.
  4. Voer de oliepeilstok (19a) wee in, zonder de oliepeilstok (19a) wee vast te schroeven.
  5. Trek de oliepeilstok (19a) eruit en lees in horizontale stand het oliepeil af. Het oliepeil要去 zichussen L (low) en H (high) van de oliepeilstok (19a) bevinden.
  6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid motorolie toe (zie technische gegevens).
  7. Schroef de oliepeilstok (19a) cervolgens weever vast.

9.2 Openen/sluiten van de motorkap (2) (afb. 6)

Openen:

  1. Ontgrendel de motorkap (2) door de sleutel (2a) linksom te draaien.
  2. Til de motorkap (2) op en open hem volledig.

Sluiten:

  1. Sluit de motorkap (2).
  2. Vergrendel de motorkap (2) door de sleutel (2a) rechtsom te draaien.

9.3 Brandstof bijvullen (afb. 6)

  • Schakel de motor uit en LAST deze afkoelen.
    Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonden.
    Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
  • Draag veiligheidshandschoenen.

  • Vermijd huid-en oogcontact.
    Vermijd het gebruik van oude of verruilde brandstof of brandstof-oliemengsels.
    Zorg ervoor dat er geen vuil of water in de brandstoffank kommt.

Aanwijizing:

Controer het brandstofpeil voor elke ingebruikname.

LET OP

Het product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruiknameaarom altijd brandstof bijvullen.Gebruik hiertoe Super E5/E10 benzine.

  1. Open de motorkap (2) zoals beschreiben in 9.2.
  2. Reinig de tankdop (20a) en het gebied rond de vulopening om te voorkomen dat er vuil of vreemde voorwerpen in de brandstoffank (20)terechtkomen.
  3. Open voorzichtig de tankdop (20a) zodate eventuele overdruk kan ontsnappen. De tankdop (20a) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoffank (20) en kan zo Niet vallen.
  4. Verwijder het brandstofffilterelement (20b).
  5. Controller het brandstofpeil visueel.
  6. Plaats het brandstofffilterelement (20b) terug.
  7. Vul de brandstoffank (20) met behulp van een trechter (20c) met brandstof. Let op de max. vulcapaciteit van 6,0 liter. Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant van de vulpijp.
  8. Sluit de tankdop (20a) waar door dezerecht teplaaten en rechtsom te draaien. Zorg ervoor dat de tankdop (20a) volledig gesloten is om lekken en verdamping te voorkomen.
  9. Reinig de tankdop (20a) en de omgeving.
  10. Controller de brandstoffank (20) en de brandstoffleidingen op lekkages.
  11. Sluit de motorkap (2).

9.4 Accu (9d) aansluiten/loskoppelen (afb. 7)

Het circuit van de accu (9d) kan gesloten of onderbroken worden met behulp van de bijgeleverde veiligheidssteutel (9a).

SCHEPPACH MKL730 - Accu (9d) aansluiten/loskoppelen (afb. 7) - 1

WAARSCHUWING

Ontkoppel de accu en verwijder alkijd de veiligheidssleutel voordat u aanpassingen aan het product uitvoert.

Sluit de accu aan:

  1. Steek de veiligheidssleutel (9a) in het slot (9b).
  2. Draai de veiligheidssleutel (9a) rechtsom totdat u hoor dat hij vastklikt. Het product is nu kaar voor gebruik.

Accu loskoppelen:

  1. Draai de veiligheidssleutel (9a) linksom, de accu (9d) is nu losgekoppeld.
  2. Verwijder de veilighheidssleutel (9a).

10 Bediening

10.1 Veiligheidspedaal (5a) (afb. 8)

Verlaat in noodgevallen onmiddelijk het bedieningsplatform (5).

Het verilgheidspedaal (5a) is uitgerust met een veerbelaste verilgheidsschakelaar die zich onder het verilgheidspedaal (5a) bevindt. Deze verilgheidsschakelaar onderbreekt automatisch de stroomtoevoer maar de motor zodia de bediener het bedieningsplafom (5) verlaat. Om verilgheidsredenen kan het product alleen bediend worden als de operator op het bedieningsplafom (5) staat.

10.2 Overbelastingsschakelaar (13c) (afb. 9)

De motor is voorzien van een overbelastingsschakelaar (13c). Bij overbelasting van het product schakelt de overbelastingsschakelaar (13c) automatisch UIT, om het product te beschermen gegen oververhitting.

  1. Als de overbelastingsschakelaar (13c) geactiveerd is, schakelt u het product uit zoals beschreiben in 10.5.3 en wacht u tot het product afgekoeld is.
  2. Druk nu op de overbelastingsschakelaar (13c) en schakel het producteerin.

10.3 Uitleg van het bedieningsspaneel (12) (afb. 9)

Steek de contactsleutel (13b) in het contactslot (13a) en draai deze in de stand "ON".

Bedrijfsindicator (12a):

De LED van de bedrijfsindicator (12a) brandt continu groen zodra de contactsleutel (13b) in de stand "ON" staat en het accucircuit (9d) gesloten is zoals beschreiben in 9.4.

Knop (LED-koplamp) (12b):

Door op de knop (12b) te drukken schakelt u de LED-kop-lamp (10) aan of UIT.

Als u op knop (12c) drukt, klinkt er een signaaluit de claxon (24).

10.4 Uitleg van de bedieningselementen (afb. 10, 19, 20, 23)

Linker bedieningshendel (11a):

  • Vooruit/achteruit rijden (in combinatie met rechtter bedie-ningshendel).
  • Naar links/rechts bewegen.
    Zwenken van het inzetgereedschap omhoog of omlaag.

Rechter bedieningshendel (11b):

  • Vooruit/achteruit rijden (In combinatie met linker bedieiningshendel).
  • Naar links/rechts bewegen.
  • De hefarmen omhoog of omlaag bewegen.

Hydraulische bedieningshendel (11c):

Grijper* of grijpbak' openen of sluiten.
- Dozerbladaar links of rechts kantelen.
- Draai de grondboor
rechtsom of linksom.

Reserve hydraulische bedieningshendel (11d):

  • Geen functie.

Zie voor verdere bediening van het product de verdere beschrijvingen (zie 10.5, 10.6 en 10.8).

10.5 Product in-/uitschakelen (afb. 11-18)

GEVAAR

Gevaar voor vergiftigng!

Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.

AANWIJZING

Als de motor voor de eerste keer worden gestart, zich er meerdere pogingen nodig, totdat de brandstof van de tank maar de motor is verplaatst en deze aanspringt.

WAARSCHUWING

Brand- en explosiegevaar!

Gebruik nooit voorverwarmings- of startvloeistof! Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zichs de dood.

WAARSCHUWING

Verlaat in noodgevallen onmiddelijk het bedieiningsplattom.

Bij het verlaten van het bedieningsplatform schakelt een veiligheidsschakelaar onder het veiligheidspedaal het product automatisch uit.

Het product is uitgerust met een treksteller (14) en een elektrische starter (13).

Voor het starten:

  • Lees de volledige gebruikshandleiding voordat u het product gaat gebruiken.
    Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • De bediener要去ijdens het gebruik op het bedienings-platform blijven.
  • Luid de claxon voordat u het product start om omstanders te waarschuwen.
  • Controller voor elke start het brandstof- en motoroliepeil (zie 9.3 en 9.1).
  • Controller of de bougiestekker (23) op de bougie (23a) is bevestigd.
  • Sluit de accu (9d) aan zoals beschreiben in 9.4.
  • Als de accu leeg is, kan het product gestart worden met de trekstarter.

Na het starten:

  • Laat de motor kort warmlopen.
  • Als de buitentemperatuur koud is,要去 de hydraulische vloeistof voldoende latent opwarmen voordat u start, waar dat koude vloeistof de reactietijd van het product aanzienlijk kan vertragen.
  • Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (15).

  • Positie MIN-"Schildpad"

  • MAX-stand "Haas"

10.5.1 Start de motor met de trekstarter (14) (afb. 11-16)

LETOP

Trek het starterkoord er alkijdrechtuit.
- Houd de greed van het starterkoord vast tot de starterkoord waar opwikkelt.
- Laat het starterkoord Niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
Trek het starterkoord van de starter zich verder dan de maximale lengte uit. Zo voorkomt u dat het starterkoord scheurt.
Bij koel waar kan hetoodzakelijk+zijn om het startproceseerderete herhalen.

10.5.1.1 Bij koude motor starten

Aanwijzing:

Bij hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat ook bij een koude motor zonder choke moet worden gestart!

  1. Zet de brandstofkraan (16) op "ON".
  2. Zet de choke (17) in de stand "CHOKE".
  3. Zet de gashendel (15) in het midden.
  4. Steek de contactsleutel (13b) in het contactslot (13a).
  5. Draai de contactsleutel (13b) in stand "ON".
  6. Trek nu enkele keren langzaam aan de trekstarter (14) zodat de brandstof vanuit de brandstoffank (20) maar de motor kan stromen.
  7. Start de motor door snel aan de trekstarter (14) te trekken. Als de motor Niet start, herhaalt u de werkwijze.
  8. Laat de motor gedurende enkele seconden opwarmen.
  9. Draai de choke (17) langzaam maar de stand "RUN".
  10. Stel de gewenste nselheid in met de gashendel (15).

10.5.1.2 Bij warme motor starten

(Het product stond minder dan 15-20 minutes stil.)

  1. Zet de brandstofkraan (16) op "ON".
  2. De choke (17) moet in de stand "RUN" staan.
  3. Zet de gashendel (15) in het midden.
  4. Steek de contactsleutel (13b) in het contactslot (13a).
  5. Draai de contactsleutel (13b) in stand "ON".
  6. Start de motor door nsel aan de trekstarter (13a) te trekken. Als de motor Niet start, herhaalt u de werkwijze.
  7. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (15).
  8. Als de motor ook na Meertere pogingen nicht aanspringt, start u het apparaat zoals in hoofdstuk 10.5.1.1 beschreiben.

10.5.2 Motor starten met E-start (13)

(afb. 11-15, 17)

10.5.2.1 Bij koude motor starten

  1. Zet de brandstofkraan (16) op "ON".
  2. Zet de choke (17) in de stand "CHoke".
  3. Zet de gashendel (15) in het midden.
  4. Steek de contactsleutel (13b) in het contactslot (13a).
  5. Draai de contactsleutel (13n) in stand "START" en houd doit in deze positie tot het product aanspringt.

  6. Laat de motor gedurende enkele seconden opwarmen.

  7. Draai de choke (17) langzaam maar de stand "RUN".
  8. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (15).
  9. Als de motor ook na meertere pogingen nicht aanspringt, start u het apparaat zoals in hoofdstuk 10.5.1.1 beschreven.

10.5.2.2 Bij warme motor starten

  1. Zet de brandstofkraan (16) op "ON".
  2. De choke (17) moet in de stand "RUN" staan.
  3. Zet de gashendel (15) in het midden.
  4. Steek de contactsleutel (13b) in het contactslot (13a).
  5. Draai de contactsleutel (13n) in stand "START" en houd doit in deze positie tot het product aanspringt.
  6. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (15).
  7. Als de motor ook na meerere pogingen nicht aanspringt, start u het apparaat zoals in hoofdstuk 10.5.1.1 beschreven.

10.5.3 Motor uitschakelen (afb. 1, 18, 26)

Aanwijizing:

  • Wacht na het uitschakelen van het product twee minutes voordat u het accucircuit loskoppelt.
  • Plaats het product op een vlak,recht oppervlak.
  • Laat het inzetgereedschap* volledig op de grond zakken.
  • Stop alle bewegingen van het product.
  • Zet alle bedieningshendels (11a, 11b, 11c) in de neutrale stand.
  • Verlaat het bedieningsplateau (5) en draai de contacts-leutel (13b) in de stand "OFF".
  • Verwijder de contactsleutel (13b) bij het verlaten van het product.
  • Zet de brandstofkraan (16) op "OFF".
  • Voor onderhoud of langdurige opsga loet u de bougiestekker (23) van de bougie (23a) verwijderen en het accucircuit (9d) loskoppelen zoals beschreven in 9.4.
  • Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes neerzet.

10.6 Bediening van de rij-aandrijving (afb. 19, 20)

LET OP

Breng de hefarmen of het inzetgereedschapients omhoog als u met het product rijdt, maar houd het laag.

Aanwijizing:

Het product kan op een helling zonder brandstof komen te staan,,ondat de brandstof in de tank waar voren stroomt en de brandstoffevoer worden onderbroken.

De rijrichting van de afzonderlijke rubberen rupsbanden (6a)\ wordt geregeld via de bedieningshendels (11a/11b).

Vooruit rijden:

  • Duw beiden bedieningshendels (11a/11b) tegelijktijd maar voren.

Achteruit rijden:

  • Trek beiden bedieningshendels (11a/11b) gegelijkkertijd maar weiteren.

Van rijrichting veranderen:

  • Duw de rechtter bedieningshendel (11b) maar voren.
  • De rechter rubberen rupsband beweegt maar voren, waardoor het product�nk links draait.
    Trek de rechter bedieningshendel (11b) maar achefteren.
  • De rechter rubberen rupsband beweegt maar achefteren, waardoor het productaar rechts draait.
  • Duw de linker bedieningshendel (11a) maar voren.
  • De linker rubberen rupsband beweegt maar voren, waardoor het product�aar rechts draait.
    Trek de linker bedieningshendel (11a) maarachten.
  • De linker rubberen rupsband beweegt maarachten, waardoor het product�aar links draait.

Bochten en radii rijden:

SCHEPPACH MKL730 - Bochten en radii rijden: - 1

WAARSCHUWING

Waarschuwing voor spot-turns (draaien op de plaats)!

Spot-turns op hoge snelheid konnen leiden tot schommelen,instabilititeit en ongelukken.

Spot-turnsuitsluitendbjlagesnelheiduitvoeren.

  • Door de bedieningshendels (11a/11b) in verschillende mate in te drukken en uit te trekken, können bochten en radii worden genomen.
  • Hoe groter het verschil in beweging van de bedienings-hendelussen de linker en rechter rubberen rupsband (6a),hoe krapper de bochtradius.

Aanwijzig:

Bedien slechts een bedieningshendel om de rijrichting te veranderen wanner het product stilstaat of rijdt.

Om het product ter plekke te draaien, duwt u een bedieningshendel tegelijkkertijd maar voren en de andereaaracteren.

10.7 Het inzetgereedschap bevestigen/ verwijderen (afb. 21, 22)

Bevestig het inzetgereedschap:

  1. Plaats het inzetgereedschap op een vlak,recht oppervlak.
    Zorg ervoor dat er voldoende ruimte achefter het inzetgereedschap is.
  2. Start de motor zoals beschreiben in 10.5 om het product\ aar het inzetgereedschap te verplaatsen zoals beschreiben in 10.6.
  3. Laat de hefarm (8) zakken en kantel de houder van het inzetgereedschap (7) maar beneden totdat de bovenste as (7a) in de bevestigingslip (21a) van het inzetgereedschap grijpt.
  4. Kantel de inzeitgereedschaphouder (7) maar afterwards om het inzeitgereedschap in te haken.
  5. Til de hefarm (8) op zodate de onderste as (7b) van de gereedschapshoender (7) in de uitsparing (21b) van het in-zetgereedschap grijpt.
  6. Zet het inzetgereedschap vast door een bout (7c) door elk van de gaten in de uitsparing (21b) te steken en met splitpennen vast te zetten.
  7. Laat de hefarm (8) zakken om het inzetgereedschap op de grond te lately zakken.

  8. Controller of het inzetgereedschap correct geplaatst en vastgezet is.

  9. Verwijder het inzetgereedschap in omgekeerde volgorde.

Aanwijizing:

Scan de QR-code hieronder om toegang te krijgen tot de gebruikshandelieingen voor de verschillende inzetgereedschappen.

SCHEPPACH MKL730 - Aanwijizing: - 1

10.7.1 De hydraulische leidingen aansluiten (1) (afb. 22)

Sluit de hydraulische leidingen aan als het inzetgereedschap hydraulische kracht nodig heeft om te+kunnen werken.

SCHEPPACH MKL730 - De hydraulische leidingen aansluiten (1) (afb. 22) - 1

WAARSCHUWING

Vloeistoffen of lustcht onder druk kunnen door de huid heendringen en ernstig letsel of zelfs de dood veroorzaken. Om letsel te voorkomen:

  • Houd voldoende afstand.
  • Olielekkagesmightnet blothehandenwordenge-controleerd.Draaguwpersoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Schakel de motor uit en verwijder de veiligheidssteutel voordat u de hydraulische leidingen loskoppelt. Bedien alle bedieningshendels om het systeme volledig drukloos te make.
  • Laat de opgetilde onderdelen zakken en zet ze vast of ondersteun ze met geschikte hulpmiddelen.
  • Maak de hydraulische tank drukloos.
  • Controller voor ingebruikname of alle verbindingen goed vastzitten en alle leidingen onbeschadigd zijn.
  • Raadpleeg onmiddelijk een arts als spreke is van let-sel.

LET OP

Warme oppervlakken! Gevaar voor brandwonden bij aanraking. Alleen aanraken als het oppervlak is afgekoeld of draag geschikte veiligheidshandschoenen.

  1. Verminder eventuele restdruk zoals beschreiben in 12.2.6.2.
  2. Reinig alle snelkoppelingen en insteeknippels om vuil, stof en afzettingen te verwijderen om verruiling van het hydraulische systeme te voorkomen.
  3. Sluit de snelkoppeling van het inzetgereedschap aan op de insteeknippel (1b) van de hydraulische leidingen (1).
  4. Sluit de steenkippel van het inzetgereedschap aan op de snelkoppeling (1a) van de hydraulische leidingen (1).
  5. Controlleroor de inbedrijfstelling of de hydraulische verbindingen goed vastzitten.

10.8 Inzetgereedschap bedieren (afb. 23)

Kies een geschikt inzeitgereedschap voor de uit te voeren werkzaamheden.

Hefarm (8) bedieren:

Beweeg de rechtter bedieningshendel (11b) maar links of rechtsom de hefarm (8) omhoog of omaag te brengen.

Het inzetgereedschap bedieren:

Beweeg de linker bedieningshendel (11a)aar links of rechtsom het inzetgereedschapaar beneden ofaar boven te zwenken.

De hydraulische functies van het inzetgereedschap bedieren:

Beweeg de hydraulische bedieningshendel (11c) aan links of rechtsom het betreffende inzetgereedschap te bedieren.

  • Bak of grijper openen/sluiten.
    Kantel de sneeuwruimer*aar links/rechts.
  • Draai de grondboor* rechtsom of linksom.

^* = Niet altiijd meegeleverd!

11 Werkinstructures

11.1 Slijtage van rubberen rupsbanden verminderen (afb. 1)

Rubberen rupsbanden (6) zijn bijzonder geschikt voor gebruik op zachte, onverharde grond metweinig stenen of pun.

Om slijtage aan de rubberen rupsbanden (6) te minimisieren, rijdt u.altijd met een lage snelheid en een groe draaicirkel.

Vermijd de volgende belastingen:

  • Draaien van de rubberen rupsbanden onder zware belasting.
  • Draaien op oppervlakken met scherpe randen (bijv. stenen, gebroken beton, pun).
  • Krappe draaimanoeuvres op vaste oppervlakken zoals asfait of beton.
  • Rijden over hoge stoepranden, randen of uitstekende delen.
  • Het rijden of schuren van de rubberen rupsbanden gegen muren of stoepranden.
  • Werken op agressieve oppervlakken (bijv. zout, kunstmest of andere agressieve stoffen)

12 Reiniging en onderhoud

SCHEPPACH MKL730 - Reiniging en onderhoud - 1

WAARSCHUWING

Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die nicht in deze gebruikshandleiding beschreiben staan, uitvoeren door once gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen.

SCHEPPACH MKL730 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan let-sel veroorzaken!

SCHEPPACH MKL730 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.

  • Schakel het product UIT.
    Zet de contactsleutel in de stand "OFF".
    -Verwijder de contactsleutel.
  • Verwijder de veiligheidssteutel.
  • Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
    Laat het product afkoelen.

SCHEPPACH MKL730 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Voer regelmatig/dagelijks en voor gebruik een visuele en functionele controle/onderhouduit omervoortzorgendathet productin goede staat verkeert.

  • Onjuist onderhoud, het gebruik van Niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan ernstige materiele schade of lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
  • Als de gebruiker deze werkzaamheden nicht zich kan uitvoeren,要去 een gespecialiseerde dealer worden geraadpleegd.

12.1 Reiniging

Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuzing zo stof- en vuilvrij möglichk+zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaasdezemet perslucht* bij lage druk uit. Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Reinig de koelribben van de motor regelmatig met perslucht om brandgevaar gegen te gaan. Maak het gebied rondon de geluiddempper vrij van stof, bladeren of andere ongerechtigheden.
- Ventilatieoppeningen要去ent altijd vrij়n.
Maak het product regelmatig schoon met een vochtige doek* en een beetje zachtte zoep. Gebruik geen reingingsmiddelen of oplosmiddelen; deze können de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kankommen.
- Het reinigen en gebruikersonderhoudogensiet door kinderen worden uitgevoerd.
- Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden alleenuit, zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven. Overige werkzaamheden mogen uitsluitend wordenuitgevoerd door deskundig vakpersoneel.

12.1.1 Reinigen van het brandstofffilterelement (20b) (afb. 6)

Aanwijzinq:

Bij het brandstofffilterelement gaat het om een filterbeker, die zich direct onder de tankdop bevindt en alle bevulde brandstof filtrert.

  1. Open de motorkap (2) zoals beschreiben in 9.2.
  2. Open de tankdop (20a) door deze linksom te draaien. De tankdop (20a) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoffank (20) en kan zo nicht vallen.

  3. Verwijder het brandstofffilterelement (20b). Reinig deze Niet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog vlampunt.

  4. Plaats het brandstofffilterelement (20b) terug.
  5. Sluit de tankdop (20a) waar door deze recht teplaaten en rechtsom te draaien. Zorg ervoor dat de tankdop (20a) volledig gesloten is omlekken en verdamping te voorkomen.
  6. Sluit de motorkap (2).

12.2 Onderhoud

Neem de veiligheidsinstructies in acht zoals beschreiben in 5.

Plaats het product op een vlaak,recht oppervlak.

Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding nicht zich beschreiben,ogens alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.

Onderhoud het product zorgvuldig. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en Niet klemmen, of onderden gebroken of beschadigd zich, waardoor de functie van het product worden beinvloed. Laat beschadigde onderden voor gebruik van het elektrische producteerst repareren.

Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.

Verwijder alle gereedschap dat u voor het onderhoud heb gebruikt, voordat u het product gaat gebruiken of opruimt.

Alle beschemmings- en veiligheidsvoorzieningen moeten direct worden teruggeplaatst nadat de instandhoudingswerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden zijn voltood.

Om brandgevaar te voorkomen,ogens hydraulische onderdelen zoals tanks,leidingen, slangen of cilinders Niet wordenverwarmd voordat ze volledig zichn afgetapt en zorgvuldig zichn gereinigd.

Benodigd gereedschap:

Borgbout (20x120 mm) (8b)
Trechter (20c)
Montagesleutel
Koperdraabborstel*

Voeelermaat
Lap/doek

- Opvangbak
- Trechter

- Steeksleutel / moersleutel SW 10 mm
- 2x steeksleutel SW 13 mm

2x steeksleutel SW 19 mm
- Moersleutel SW 19 mm

Kruiskopschroevendraaier
- Oplader

Olieafzuigpomp
Vetpers

^* = Niet altijd meegeleverd!

12.2.1 Zet de hefarmen (8) vast in de onderhoudspositie (afb. 24)

Om in het gebied onder de hefarmen (8) ook bij drukverlies veilig onderhoudswerkzaamheden te kunnen uitvoeren,要去 den de hefarmen (8) goed vastgezet worden.

Ga hierbij als volgt te werk:

  1. Verwijder indien nodig het inzetgereedschap zoals beschreven in 10.7.
  2. Plaats de hefarmen (8) zodanig dat de gaten (8a) van de hefarmen (8) uittgelijnd+zijn met de gaten voor de onderhoudspositie (4a) van het basisframe (4).
  3. Schakel de motor uit zoals beschreiben in 10.5.3 en verwijder de veilighheidssleutel (9a).
  4. Zet de hefarmen (8) vast met de borgbouten (8b) en zet ze vast met de bijbehorende splitpennen.
  5. Controller of de borgbouten (8b) aan beiden kanten goed vastzitten.

SCHEPPACH MKL730 - Zet de hefarmen (8) vast in de onderhoudspositie (afb. 24) - 1

WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat u de borgbouten na de werkzaamheden verwijdert.

12.2.2 Onderhoudsschema

De volgende onderhoudstemijnen absolut in acht nemen om een storingsvrij bedrivf te waarborgen.

Let op! Bij de eerste inbedrijfstelling moet motorolie en brandstof worden bijgevuld.

Bedrijfsuren Voor deinge- bruikna-me10 uu r 50uu r 200 uu r 1000 uu r 2 Jaar 6jaar
Algemene visuele inspectiex
Brandstofpeil controllerenx
Brandstofleidingen controllerenx
Brandstofleidingen verrangenX
Motoroliepeil controllerenx
Motorolie verversenx
Hydrauliekleidingen controllerenx
Hydrauliekleidingen verrangenX
Peil hydraulische olie controllerenx
Hydraulische olie verversenx
Hydraulisch aanzuigfilterelement verwangenx
Smeerpunten controleren, indien nodig smerenx
Product reinigen x
Elektrische leidingen controleren x
Accu controleren x
Luchtfilter controleren x
Luchtfilter reinigen x
Luchtfilter verwangen x
Bougie controleren, indien nodig reinigenx
Bougie verwangen x
Rubberen rupsen instellen Eerstecontrolex
Let op: De punten "X" alleen latent uitvoeren bij een gespecialiseerd bedrijf.

12.2.3 Luchtfilter onderhoden (22c) (afb. 25)

LET OP

Risico op materièle schade!

Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd fil terelement kan tot motorschade leiden.

  • Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreini-gingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen.

LET OP

Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer maar de carburateur. Regelmatige contrôle is.daarom absoluutoodzakelijk.

LET OP

Als het product in een bijzonder stoffige omge-ving worden gezruikt, moet het luchtfilter vaker worden gecontroleerd en gereinigd dan in de reguliere onderhoudsintervallen.

LET OP

Reinig het product Niet verwijl de motor draait. Er zou water in het luchtfilter kuren binnendringen en de motor beschadigen.

Houd het luchtfilter droog.

LET OP

Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddeler reinigen.

Reinig het luchtfilter (25c) elke 50 bedrijfsuren, wij adviseren het

luchtfilter (25c) na 200 bedrijfsuren te verrangen.

  1. Open de motorkap (2) zoals beschreiben in 9.2.
  2. Verwijder het luchtfilterdeksel (22) door de bevestigingsmoer (22a) te verwijdenen.
  3. Draai de vleugelmoer (22b) los door deze linksom te draaien en verwijder het luchtfilter (22c).
  4. Reinig het luchtfilter(22c) uitsluitend door uitkloppen.
  5. Vervang een defecte luchtfilter (22c) door een neue.
  6. Plaats het luchtfilter (22c) terug en zet het vast door de vleugelmoer (22c) rechtsom vast te draaien.
  7. Plaats het luchtfilterdeksel (22) en zet het vast met de bevestigingsmoer (22a).
  8. Sluit de motorkap (2).

12.2.4 De bougie (23a) onderhonden (afb. 25-27)

LET OP

Vervang de bougie alleen als de motor koud is!

LET OP

Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. En een te strak vastgedraide bougie kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.

Elektrodenafstand = 0,6mm (afstand tussen de elektroden, waar de vonk overspringt). Controller de bougie voor de eerste koer na 10 bedrijsuren op verontreiniging en reinig deze eventuele met een koperdraadborstel.

Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhoden.

Vervang de bougie (23a) na 500 bedrijfsuren of uiterlijk na eenaar.

  1. Breng de hefarmen (8) in de onderhoudspositie zoals beschreiben in 12.2.1.
  2. Open de motorkap (2) zoals beschreiben in 9.2.
  3. Verwijder het luchtfilterdeksel (22) door de bevestigingsmoer (22a) te verwijdenen.
  4. Verwijder de bougiestekker (23) en demonteer de bougie (23a).

Gebruik een montagesleutel (27).

  1. Verwijder eventueel vuil van de basis van de bougie (23a).
  2. Reinig de bougie (23a) met een koperen draadborstel of cervang deze door een neue.
  3. Controller de elektrodeafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand met een voelermaat in op 0,6-0,7 mm.
  4. Breng de bougie (23a) waar aan en let erop dat u deze Niet te vast draait.
  5. Plaats de bougiestekker (23) op de bougie (23a).
  6. Plaats het luchtfilterdeksel (22) en zet het vast met de bevestigingsmoer (22a).
  7. Sluit de motorkap (2).

12.2.5 Brandstofleidingen en slangen onderhoden

  1. Controller voor elke start of alle brandstoffleidingen, slangen en slangklemmen goed vastzitten en Niet beschadigd়n.
  2. Vervang brandstofleidingen, slangen en slangklemmen als ze versleten of beschadigd zijn of om de tweeJAr.

12.2.6 De hydrauliek onderhoden (afb. 28)

LETOP

Productbeschadiging!

Als het product zonder olie, met te weinig olie of met afgewerkte olie worden gezruikt, kan dit leiden tot schade aan het product.

  • Gebruik geen afgedankte olie!
  • Controller het oliepeil voor elke ingebruikname.

LET OP

Mileuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
    -Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voerschriften.

Bij levering is het product al gemuld met ISO 32 - hydraulische olie.

De volgende oliesoorten worden aanbevolen:

10W AW32
ASLE H-150
ISO 32

  1. Breng de hefarmen in de onderhoudspositie zoals beschreiben in 12.2.1.
  2. Voordat u werkzaamheden aan de hydraulische tank (25)uitvoert, moet u de restdruk verlagen zoals beschreiben in 12.2.6.2.

12.2.6.1 Oliepeil controlleren (afb. 28)

  1. Laat het inzetgereedschap volledig op de grond zakken.
  2. Controller het oliepeil bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 10 tot 30^ via de kijkglazen (25a/25b).

Bovenste kijkglas (25a):

  • Voor de herself gezuld.
  • Het hydraulische niveau is voldoende.
    Leeg.
  • Controller het vulniveau van het onderste kijkglas (25b).

Onderste kijkglas (25b):

Vol.
- Er is voldoende hydraulische olie. Het hydraulische niveau moet in de gaten worden gehonden.
- Voor de herself gezuld.
- De hydraulische olie要去en bijgevuld Zoals beschreiben in 12.2.6.3 voordat u de motor opniew start, om schade aan het hydraulische systeme te voorkomen.

12.2.6.2 Hydraulekolietank (25) ontluchten (afb. 28)

  1. Bedek de wartelmoer (25e) met een zware doeck.
  2. Draai de wartelmoer (25e) los om de resterende druk ge-controleerd te soften ontsnappen. Gebruik een steeksleutel SW19.

12.2.6.3 Hydraulische olie bijvullen (afb. 28)

  1. Verwijder alle schroeven, borgingen en sluitingen van de tankdop (25c) van de hydraulische olietank (25). Gebruik een steeksleutel/dopsleutel SW10.
  2. Verwijder de tankdop (25c) en de afdichting (25d).
  3. Gebruik een trechter om de vulopening met hydraulische olie te vullen.
  4. Plaats de tankdop (25c) van de hydrauliekolietank (25) terug. Zorg ervoor dat u de afdichting (25d) correct aanbrengt
  5. Controller het oliepeil na een korte rit met behulp van de kijkglazen (25a/25b). Het oliepeil moet in het midden van het bovenste kijkglas (25a) staan.
  6. Als het oliepeil te laag is, herhaalt u de werkwijze.

12.2.6.4 Hydraulische oolie verversen (afb. 28)

Door het veelvuldig verrangen van de inzetgereedschappen konnen er meer vreemde voorwerpen via de leidingen in het hydraulische systeme terechtkomen, waardoor het nodig kan zich om de zuigfilters (25f) vaker te verrangen. Ga te werk, zoals onder 12.2.6.5 beschreiben.

  1. Verwijder alle schroeven, borgringen en sluitingen van de tankdop (25c) van de hydraulische olietank (25). Gebruik een steeksleutel/dopsleutel SW10.
  2. Verwijder de tankdop (25c) en de afdichting (25d).
  3. Verwijder de hydraulische olie met behulp van een olieaf-zuigpomp.
  4. Vul ca. 29 liter verse hydraulische olie in de vulopening (zie technische gegevens).
  5. Plaats de tankdop (25c) van de hydrauliekolietank (25) terug.
    Zorg ervoor dat u de afdichting (25d) correct aanbrengt.
  6. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.

12.2.6.5 Zuigfilter (25f) verrangen (afb. 28)

Door het veelvuldig verrangen van het inzetgereedschap hunnen er meer vreeimde voorwerpen via de leidingen in het hydraulische systeme terechtkomen, waardoor het zuigfilter (25f) vaker verrangen moet worden.

  1. Verwijder alle schroeven, borgingen en sluistringen van de tankdop (25c) van de hydraulische olietank (25). Gebruik een steeksleutel/dopsleutel SW10.
  2. Verwijder de tankdop (25c) en de afdichting (25d).
  3. Verwijder de hydraulische olie met behulp van een olieaf-zuigpomp.
  4. Verwijder de zuigfilters (25f) enplaats twee neue zuigfilters (25f).
  5. Vul ca. 29 liter verse hydraulische olie in de vulopening (zie technische gegevens).
  6. Plaats de tankdop (25c) van de hydrauliekolietank (25) terug. Zorg ervoor dat u de afdichting (25d) correct aanbrengt.
  7. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.

Controleer de gemarkeerde punten op lekkage voordat u met het werk begint en elke 50 bedrijfsuren. Vervang de hydraulische leidingen na een jaar of na 500 bedrijfsuren.

Neem contact op met een specialist of een gespecialiseerde werkplaat.

12.2.7 De motorolie onderhoden

LETOP

Productbeschadiging!

Als het product zonder olie, met te weinig olie of met afgewerkte olie worden gezruikt, kan dit leiden tot schade aan het product.

Vullen met olie voor ingebruikname. Het product wordt zonder olie geleverd.
- Gebruik geen afgewerkte olie!
- Controller voor elke inbedrijfstelling het oliepeil.

LET OP

Mileuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
    -Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

12.2.7.1 Oliepeil controlleren (afb. 29)

Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil.
Een te laag oliepeil kan de motor beschaden.

  1. Start de motor zoals onder 10.5 beschreiben.
  2. Laat de motor kort warmlopen.
  3. Draai de oliepeilstok (19a) los.

  4. Veeg de oliepeilstok (19a) met een schone, pluisvrijde doek schoon.

  5. Voer de oliepeilstok (19a) weer in, zonder de oliepeilstok (19a) weeer vast te schroeven.
  6. Trek de oliepeilstok (19a) eruit en lees in horizontale stand het oliepeil af. Het oliepeil要去 zichussen L (low) en H (high) van de oliepeilstok (19a) bevinden.
  7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid motorolie toe zoals beschreiben in 9.1.
  8. Schroef de oliepeilstok (19a) cervolgens weever vast.

12.2.7.2 Olieverversing (afb. 29)

De motorolie heeft invloed op de prestaties en levensduur van het product.

Gebruik een motorolie voor 4-taktmotoren.

SAE 10W-40 of SAE 15W-40 wordt aanbevolen voor alge- meen gebruik.

Zorg ervoor dat de olie voldoet aan de API SERVICE-classificatie SJ of hoger -deze informatie vindt u op het etiket van de oliecontainer.

Het verversen van de motorolie要去 bij een bedrijfswarme motor worden uitgevoerd.

  1. Zorg voor een opvangbak om de verbruike olie in op te vangen.
  2. Verwijder de olieaftapslang (19b)uit de houder om de motorolie af te tappen.
  3. Draai de oliepeilstok (19a) los.
  4. Wacht tot alle motorolie in de opvangbak is afgetapt.
  5. Plaats de olieaftapslang (19b) terug in de houder.
  6. Vul de olietank (19) zoals onder 9.1 beschreiben.
  7. Start de motor zoals onder 10.5 beschreiben.
  8. Laat de motor kort warmlopen.
  9. Meng het oliepeil zoals beschreiben onder 12.2.7.1.
  10. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.

12.2.8 Smeerpunten (afb. 30, 31)

Regelmatig smeren is essentieel om schade, voortijdige slijtage en productuitalve voorkomen.

Er zitten 18 smeernippels (26) op het product.

Gebruik in de handel verkrijgbaar universeel smeervet EP2 met lithiumzeep.

Shell Alvania EP2
- Mobilux EP2
- Beacon Q2

Smeer de smeerpunten elke 4 bedrijsuren.

Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen!

  1. Plaats de vetspuit op de smeernippel (26).
  2. Druk maximaal een slag in de handel verkrijgbaar vet in de smeernippels (26).

12.2.9 Accu-onderhoud

SCHEPPACH MKL730 - Accu-onderhoud - 1

VOORZICHTIG

Accu's bevatten zwavelzuur, dat ernstige brandwon den kan verroorzaken.

Vermijd elk contact met huid, ogen of kleding. Draag een veiligheidsbril.

In geval van contact:

  • Contact met de huid: Onmiddelijk grondig afspoelen met veel water.
  • Contact met de ogen: Spoel de ogen minstens 15 minuten met veel water en Zoek onmiddelijk medische hulp.
  • Inslikken: Drink veel water of melk en roep onmiddelijk medische hulp in.

Aanwijzingen:

Beschem de elektronische componenten door nicht te starten met een jumpstart - dit kan de elektronica en elektrische systemen ernstig beschadigen. Laad inplaats waarvan de accu op de juiste manier op.

Om schade aan de elektronische componenten en elektrische systemen te voorkomen, mag u geen startkabels gelebruiken om de auto te starten. Dergelijkke ingrepen können gevoelige regeleenheden of sensoren beschadigen.

Als het gebruik van startkabels in uitzonderlijke gevallen onvermijdelijk is, let dan op het volgende:

  • Gebruik alleen startkabels van hoge kwaliteit met een große doorsnede die ontworpen zijn voor minstens 400 ampère.
  • Lees alle instructies zorgvuldig en contrôleer de bijbehorende illustraties voordat u met de procedure begint.

Schade kan alleen op betrouwbare wijze worden voorkomen door de juiste procedure te volgen.

12.2.9.1 Accu opladen (9d) (afb. 32)

SCHEPPACH MKL730 - Accu opladen (9d) (afb. 32) - 1

GEVAAR

Gevaar door onjuist opladen van de accu!

Bij een te hoge laadspanning bestaat er explosiegevaar voor de accu.
Verwijder bij werkzaamheden aan de accu altijd de contactseutel uit het contactslot.
- De laadstroom van de oplader mag Niet hoger zichn dan 5 A en de laadspanning mag max. 14,4 V zichn.

LET OP

Gevaar op kortsluiting!

  • Om kortsluiting te vermijden, maakt u allijd eerst de minkabel (-) van de accu los en sluit u deze als LAST weer aan.
  • Let er bij het aansluiten/loskoppelen van de accu op, dat de polen (+/-) elkaar en/of het frame niet aanraken.

Zorg ervoor dat de accu's gegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen) zijn beschermd.

Laad de accu tijdens de winter 1-2 keer op, om te garanderen dat de volledige laadcapaciteit behouden blijft. Bij onjuiste opslag kan de accu beschadigen.

  1. Schakel de motor uit zoals beschreiben in 10.5.3 en verwijder de veiligheidssleutel (9a).
  2. Open het batterijvak (9) door de bout (9c) te verwijderen.
  3. Haal de beschemkappen van beiden polen van de accu (9d).
  4. Verwijder de beiden poolkabels (+/-) van de accu (9d). Gebruik een kruiskopschroevendraaier.
  5. Draai de borgmoer en de aardkabel los en verwijder deze. Gebruik een steeksleutel SW13.
  6. Demonteerervoigendwee moeren en verwijder de accuhouder.Gebruikeen steeksleutel SW13.
  7. Verwijder de accu (9d).
  8. Controller de accu (9d) op verrorming. Als de accu (9d) verrormd is, moet deze onmiddelijk door een neue verrangen worden.
  9. Sluit de accu (9d) aan op een geschikte oplader. Verbind aansluitend de rode kabel met de pluspool (+) en de Zwarte kabel met de minpool (-) van de oplader.
  10. Laad de accu (9d) minimaal 5 uur op.
  11. Gebruik snelladen alleen in noodgevallen, aangeziein de accu (9d) met hoge snelheid worden opgeladen, wat de levensduur van de accu (9d) aanzienlijk kan verkorten. Als u een accu (9d) gebruikt die snel is opgeladen, laaddez dan zo snel möglichk weeper om te voorkomen dat de levensduur van de accu worden verkort.

12.2.10 Afstellen van de rubberen rupsbanden (6a) (afb. 33)

Controleer de rubberen rupsbanden (6a) voordat u met het werk begint, na de eerste 10 bedrijfsuren en verrolgens elke 50 bedrijfsuren.

  1. Breng de hefarmen (8) in de onderhoudspositie zoals beschreiben in 12.2.1.
  2. Draai de bouteM12x30 mm (6b) aan elke kant een paar slagen los. Let op dat u ze Niet verwijdert. Gebruik een steeksleutel/dopsleutel SW19.
  3. Draai de bye borgmoeren M12 (6c/6e) los. Gebruik twee steeksleutels SW 19.
  4. Draai de bout M12x80 mm (6f) en de stelmoer M12 (6d) gelijkmatig: Gebruik twee steeksleutels SW19/dopsleutels SW19.

  5. Maar rechts om de rubberen rupsband (6a) vast te zetten.

  6. Naar links om de rubberen rupsband (6a) los te make.

  7. Controller de spanning van de rubberen rupsband (6a) door de rubberen rupsband (6a)CUSEN HET AANDRIJFWIEL (6g) en de looprol (6h) Licht in te drukken met uw voet. De rubberen rupsband (6a) moet op dit punt ongeveer 5 cm wijken.

  8. Pas indien nodig de spanning aan.
  9. Borg de bout M12x80 mm (6f) met de borgmoer M12 (6e) en de stelmoer M12 (6d) met de borgmoer M12 (6c).
  10. Draai de bouten M12x30 mm (6b) vast. Het aanhaalmoment van de bouten M12x30 mm (6b) is 80 Nm.
  11. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggende ziche.
    Zorg ervoor dat de beiden rubberen rupsbanden (6a) gegelijkmatig gespannen zich.

  12. Rijd een paur meter en controlleren nogmaals de spanning van de rubberen rupsbanden (6a).

13 Opslag

Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontogankelijkke plaat.

De optimale bewaartemperatuur ligtussen 5^ en 30^ Bewaar het product in de originele verpakking.

Dek het product af om het te beschermen gegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.

SCHEPPACH MKL730 - Opslag - 1

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Bij het opslaan van het product in de buurt van möglichke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Verwijder möglichke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, enz.

LET OP

Risico op materielle schade!

Als het product Niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.

-Bewaar het product beschermd gegen vuil, stof en vocht.

Benodigd gereedschap:

Brandstof-afzuigpomp
- Steeksleutel / moersleutel SW 10 mm

Olievulfles
Lap/doek

^* = Niet altiijd meegeleverd!

13.1 Tap de brandstof af met een brandstofafzuigpomp (afb. 6)

  1. Open de motorkap (2) zoals beschreiben in 9.2.
  2. Houd een opvangbak onder de slang van de brandstofaf-zuigpomp.
  3. Open de tankdop (20a) door deutsche linksom te draaien. De tankdop (20a) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoffank (20) en kan zo nicht vallen.
  4. Verwijder het brandstofffilterelement (20b).
  5. Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de brandstoftank (20) en tap de brandstof met behulp van de brandstof-afzuigpomp volledig af.
  6. Plaats het brandstofffilterelement (20b) terug.
  7. Sluit de tankdop (20a) waar door deze recht teplaatsen en rechtsom te draaien.
  8. Om ervoor te zorgen dat er geen brandstof in de carburateurchyterblijft, moet de resterende brandstof uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt reservoir onder de carburateur en open de carburateurs-schroef met behulp van een steeksleutel SW10.
  9. Sluit de motorkap (2).

13.2 Opslag voorbereiden

Voorbereiding voor de opslag

Als het product gedurende eenperiode langer dan 30 dagena nit wordt gebruikt, moeten de volgende maatregelen worden genomen om deze voor te bereiden voor opslag.

  1. Leeg de brandstoffank met een afzuigpomp voor brandstof.
  2. Start de motor en LAST de motor net zo lang lopen, totdat de resterende brandstof is verbruikt.
  3. Ververs de olie na elk seizoen.
  4. Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
  5. Trek langzaam aan het starterkoord, zodate de olie de cylinder aan de binnenkant beschermt.
  6. Reinig het gehele product om de lakverf te beschermen.

14 Transport

Benodigd gereedschap:

  • Geschikte oprijplaten*
  • Geschikte wiggen*
  • Geschikte aanslagmiddelen*
  • Geschikt hefinrichting*
  • Geschikte bevestigingsmiddelen*

^* = Niet altijd meegeleverd!

14.1 Product met behulp van oprijplaten op een aanhanger of vrachtwagen laden

Neem de veiligheidsinstrumentes in acht zoals beschreiben in 5.6.7.

14.1.1 Aanhanger/vrachtwagen inspectoren

  • Controller de aanhanger/vrachtwagen op slijtage en scheuren.
  • Controller de accu op 12 volt lading.
  • Controller of de weiterlichten en richtingaanwijzers schoon zijn en goed werken.
  • Vervang de reflectoren als ze beschadigd of vuil zich.
  • Controller de bandenspanning en controller de wielmoeren op het juiste aanhaalmoment.
  • Stel de remmen af zodate ze samenwerken met de remmen van het trekkende voertuig.
  • Controller het laadgebied op scheuren en beschadigin-gen.

14.1.2 Product laden

SCHEPPACH MKL730 - Product laden - 1

WAARSCHUWING

Kantelgevaar bij het laden en losers!

Bij het laden van het product via een oprijplaat mag alleen awhilet worden gereden. De zwaardere kant van het product moet algtdaar boven gericht zich om kantelen of uitglieden te voorkomen.
- Bij het losesten van het product mag u vooruit rijden.

Aanwijzig:

Het product kan op een helling zonder brandstof komen te staan, omdat de brandstof in de tank waar voren stroomt en de brandstoffevoer worden onderbroken.

  1. Start de motor van het product en zet het gaspedaal op een gemiddeld niveau.
  2. Zet het inzetgereedschap iets omhoog, maar houd het laag.
  3. Lijn het product UIT op de oprijplaten en rijd langzaam weg.
  4. Wanner u de verankeringspositie op de aanhanger/ vrachtwagen hebt bereikt,That u het inzetgereedschap op de grond zakken.
  5. Schakel na het laden de motor uit, verwijder de veiligheidssleutel (9a) en verwijder de bougiestekker (23) van de bougie (23a).

14.2 Product optillen

  1. Til het product op zoals beschreven in 7.2.

14.3 Product vastmaken

SCHEPPACH MKL730 - Product vastmaken - 1

GEVAAR

Plaats het product in het midden van de aanhanger/vrachtwagen, zodat het gewicht gelijkmatig over beidenassen verdelijk is.

Zorg ervoor dat de hoofdlast iTs maar voren is verplaatst (in de richting van het trekkende voertuig).

Een onjuiste gewichtsverdeling kan leiden tot instability,
controleverlies en ernstige ongevallen.

SCHEPPACH MKL730 - GEVAAR - 1

WAARSCHUWING

De transportverankeringen zijn gelabeld met overeenkomstige symbolen.

Bevestiging op andere punten is onveilig en kan leiden tot personlijk letsel of schade aan het product.

  1. Gebruik geschiktwiggen om het rupsonderstel (6) te beveiliglogen gegen ongecontroleerde bewegingen.
  2. Zet het product vast met geschikte bevestigingsmiddelen. Neem de onderstaande tabel in acht om de juiste afstan den:tussen de verankeringspunten aan te honden.
  3. Controller voordat u het product vervoert of het voldoen de is vastgezet.

14.4 Voorbereiding voor het transport

  • Schakel het product UIT.
  • Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
    Leeg de motorolie uit de warme motor.
  • Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde container met behulp van een brandstofzuigpomp.
  • Wij raden u aan het product voor elk transport schoon te make.

15 Reparatie en reserveonderdelen bestellen

Na reparatie of onderhoud controlleren of alle veiligheidstechnische delen zichn bevestigd en in optimale toestand zichn. De-len, waar bij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.

LETOP

Conform de wetgeving voor productgaranties worden er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparations of door het Niet gebruiken van origi-nele reserveonderdelen.

Neem contact op met een servicecentrum of een erkende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.

Reserveonderdelen en accessoires seront verwrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.

LET OP

Belangrijke aanwijzing bij reparatie

Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het product om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof maar het servicestation moet worden gestuurd.

16 Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH MKL730 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH MKL730 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH MKL730 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclablear. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat要去en de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemakt!
  • Brandstof en motorolie horen nicht bij het huishoudelijkke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. geschienen worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

17 Verhelpen van storingen

De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kurz losen, als uw product Niet goed werkt. Als u het probleem hiermee nicht kurz vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.

Storing Mogelijk ooorzaak Oplossing
Motor
Het product kan nicht worden ge- start.Contactsleutel staat in de stand "OFF".Draai de contactsleutel in de stand "ON".
Accucircuit is Niet gesloten. Sluithet circuit met behulp van de veiligheidssleutel.
Brandstofkraan staat op "OFF".Zet de brandstofkraan in de stand "ON".
Bougiestekker is Niet aangeslo- ten.Plaats de bougiestekker op de bougie.
Er staat geen bediener op het bedieningsplattorm.Er要去 een bediener op het bedieningsplattorm staan.
De viscositeit van de olie is tehoog; de motor loopt traag in de winter.Gebruik hydraulische olie voor gebruik in de winter.
Overbelastingsschakelaar is geactiveerd.Overbelastingschakelaar resetten.
Accu is leeg. Voer een trekstartuit, om de accu waar op te laden.
Bougie verroest. Bougie reinigenof verrangen.
Motoroliepeil laag Motorolie bijvullen.
Brandstofpeil laag. Controller het brandstofpeil en vul indien nodig bij.
Product staat op een helling. Brandstoffevoer is onderbroken.
Onvoldoende motorvermogen Luchtfilter verwuid. Luchtfilter reinigen.
Motor stoot plotselingBrandstofpeil laag.Controler het brandstofpeil en vul indien nodig bij.
Product staat op een helling. Brandstoffevoer is onderbroken.
Abnormale uitlaatkleurOnvoldoende brandstof.Gebruik brandstof van hoge kwaliteit.
Te veel motorolieTap motorolie af tot het aangegeven oliepeil.
Choke carburateur gesloten.Open de choke
Hydraulisch systeme
Hefarm, inzetgereedschap en aandrijfkracht te laag.Hydraulische oliepeil te laag.Olie bijvullen.
Lekkage in leidingen en/of ver-bindingen.Vervang leidingen of aansluiting.
Aandrijfsysteme
Afwijking van aandrijfrichtingGeblokkeerd door vremeinde voorwerpen.Vremeinde deeltjes verwijderen.
Rubberen rupsband te los of te strak.Stel de rubberen rupsband af.

18 EU-conformiteitsverklaring

Vertaling van de originele conformiteitsverklaring

Fabrikant:

Scheppach GmbH

GünzburgerstraBe 69

D-89335 Ichenhausen

Wij verklaren onder eigenverantwoordelijkheid dat het hier beschreibenven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.

Merk: SCHEPPACH

Art.-aanduiding: Compactlader - MKL730/MSK800

Art.nr. 5915401903/39154019933

EU-richtlijnen:

2014/30/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG_2005/88/EG

  • Het hierboven beschreiben onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijk 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 Juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.

Toegepaste normen:

EN 474-1-2022; EN 474-3-2022;

EN 55012:2007/A1:2019

EN ISO 12100:2010;

Conformiteitsbeoordelingsprocedure:

2000/14/EG_2005/88/EG-Bijlage:VI

Gegarandeerd

geluidsvermogensniveau (L_WA) : 101 dB

Gemeten

geluidsvermogensniveau (L_WA) :97,9 dB

Vermelde instantie: TUV SUD

Documentatie gevolmachtigde:

David Rümpelein

Günzburger Str. 69

D-89335 Ichenhausen

Zichtbare defecten要去en binnen 8 dagenaontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper alle aanspraken op grond van dergelijkke defecten. Wij verstrekken garantie voor once machines, bij juiste behandeling, voor de duur van de wettelijkke garantieperiode vanaf het moment van overdracht, op dusdanige wijze dat wij elk machineonderdeel dat bennen dezeperiode aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of fabricagefouten, kosteloos verrangen. Voor onderden, die wij Niet zich velfvaardigen, verlenen wij uitsluitend garantie, voor zover wijrecht hebben op garantiieclaims bij de toeleveranciers. De Kosten voor het plaatsen van neue onderdelen zichoor rekening van de koper. Aanspraak op vorderingen tot omzetting en verminderin en overige vorderingen op schadevergoeding zichuuitgesloten.

Garantia ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : MKL730

Categorie : Bouwmachines