DP5000 - Bouwmachines SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DP5000 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DP5000 SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bouwmachines in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DP5000 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DP5000 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING DP5000 SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het apparatus
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veilighheidssymbolen en de bijbehorende uitleg要去en goed worden begrepen. De waarschuwingen zich voorkomen geen risico's en+kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie Niet verrangen.
| Lees deze gezruikshandleiding zorgvuldig door. | |
| Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. | |
| Draag veiligheidsschoenen. | |
| Draag werkhand Schoenen. | |
| Het is verboden om veiligheidsvoorzijeningen te verwijderen of te wijzigen. Raak geen hete machineonderdelen aan. | |
| Raak geen hete machineonderdelen aan. | |
| Roken of open vuur verboden. | |
| Weggeslingerde voorwerpen+kunnen letsel veroorzaken. | |
| Houd andere mensen uit de buurt van het Werkgebied. | |
| Gevaar door het inademen van uitlaatgassen! | |
| Belangrijk! De uitlaatgassen zijn giftig, gezruik de motor那個 nicht iniet-geventileerde bereiken. | |
| Gebruik het apparaat Niet op hellingen met een helling van meer dan 20°. Kantelgevaar! | |
| Waarschuwing voor brandgevaarlijke stoffen. | |
| De maximale hellingshoek is 20° bergopwaarts en 6°bergafwaarts. | |
| 101 | Geluidsvermogensniveau |
| I7 | Choke |
| Toerenregelaar | |
| CE | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
| △ Let op! | In deze begruikshandleiding hebben wij punten, die uw verilgheid betreffen van dit teken voorzien. |
| △ | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave:
Pagina:
- Inleiding 76
- Productbeschrijving (afb. 1) 76
- Leveringsomvang 76
- Beoogd gebruik 76
- Algemene veiligheidsvoorschriften 77
- Aanvullende veiligheidsvoorschriften 79
- Technische gegevens 79
- Uitpakken 80
- Voor de ingebruikname 80
- In gebruik nemen 81
- Reiniging 83
- Transport 83
- Opslag 84
- Onderhoud 84
- Afvalverwerking en hergebruik 87
- Verhelsen van storingen 88
- Conformiteitsverklaring 128
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succès bij het werken met uw/Newe apparaat.
Aanwijzig:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid Niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling
- Niet inucht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, nicht geauthoriseerde vak-mensen
- Inbouw en verwanging van nicht-originele reserveonderdelen
Niet-beoogd gebruik
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te make, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart,uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absolut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd gegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke operator voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geinstrueerd en over de daarmee verbonden gezaren geinformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandelieiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land要去 u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werkking van machines van hetzelfde type.
Wij hunen Niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade,veroorzaakt door Niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Productbeschrijving (afb. 1)
- Gashendel
- Motorschakelaar
- Stuurhendel rechts
- koppelingshendel
- Stuurhendel links
- Kantelhendel
- Versnellingspook
- Transportbak
- aandrijving
- Ketting
Motor (afb. 2 - 3)
- Gashendel
- Uitlaat
- Bougie
- Luchtfilter
- Vleugelmoer
- Brandstofkraan
- chokehendel
- Startmotor met trekkabel
- Aan/uit-schakelaar
- Tankdop
- Brandstoftank
- Olieaftapplug
- Olievuldop met oliepeilstok
3. Leveringsomvang
- Gebruikshandleiding
Bougiesleutel - Motorhandleiding
- accessoiretas
4. Beoogdgebruik
De machine isuitsluitend ontworpen voorkleine laiden transporttaken in de tuin-, landschaps- en landbouwsector.
De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is Niet volgens de voorschriften. De gebruiker/ bediener en Niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding makeen deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die de machine bedieren of die onderhoud aan de machine verrichten,要去en hiermee bekend zich en op de hoogte zich van de möglichke gezvaren. Bovendien要去en de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevalten strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften要去en in ache worden genomen.
De fabrikant is Niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeijeende schade.
De machine mag uitsluitend met de originele onderden en originele accessoires van de fabrikant worden gebrukt.
Let erop dat once apparaten volgens het beoogd gelebruik Niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijkke of industrielle toepassenen zich ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wonneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijkke of industrièle ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
5. Algemene verilgheidsvoorschriften
Begrijp uw machine
- Lees en begrijp de gebruikshandleiding en de borden die op de machine zijn aangebracht. Maak uzelf vertrouwd met de werkig en de gebruikslimieten en met de specifieke gezarenbronnen.
Maak uzelf grondig vertrouwd met de bedienings-elementen en hun correcte werking.
-
Leer hoe u de machine kurz stoppen en de besturng nsel kurz loskoppelen.
-
Zorg ervoor dat u alle instructies en veiligheidsmaatregelen leest en begrijpt, zoals beschreiben in de handleiding van de motorfabrikant die apart bij uw machine worden geleverd.
-
Probeer de machine Niet te bedieren voordat u volledig begrijpt hoe u de motor op de juiste manier要去 bedieren en onderhouden en hoe u letsel en/of schade aan eigendommen kunt voorkomen.
Werkomgeving
- Start of gebruik de machine nooit in een afgesloten ruimte. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk, ze bevatten koolmonoxide, een reukloos en dodelijk gas.
- Gebruik deutsche machine alleen in een goed geventi-leerde buitenruimte. Gebruik de machine nooit zonder goed zicht of Licht.
Persoonlijke verilgheid
Bedien de machine nicht onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen die uw vermogen om het apparaat goed te gebruiken nutzen aantasten.
- Draag geschikte kleding. Draag een zware lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, korte broeken of sieraden van welke soort dan ook. Draag lang haar zo dat het nicht hoger is dan schouderhoogte. Houd haren, kleding en handsoenen uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of langhaar hunn door bewegende onderdelen gegrepen worden.
- Gebruik persoonlijke beschemmingsmiddelen. Draag.altijd een veiligheidsbril. Beschemende uitrustingzoals een stofmasker,veiligheidshelm of gehoorbescherming voor de betreffende werkomstandigheden verminderen het risico op letsel.
- Controller uw machine voordat u deze start. Zorg ervoor dat veiligheidsvoorzieningen correct+zijn aangebracht en goed werken. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten enz. vastzitten.
- Gebruik de machine nooit als deze gerepareerd moet worden of in slechte technische staat verkeert. Vervang beschadigde, ontbrekende of defekte onderdelen voor gebruik.
- Controller op brandstoflekken. Houd de machine in een veilige bedrijfstoestand.
Veiligheidsvoorzieningen moogen nooit verwijderd of gemanipuleerd worden. Controller regelmatig of ze goed werken.
- Gebruk de machine Niet als de motorschakelaar deze Niet in- of uitschakelt. Alle machines op benzine die Niet met de motorschakelaar+kunnen worden bediend, zijn gevaarlijk en要去en worden verrangen.
Maak er een gewoonte van om te controleren of moersleutels en gereedschap uit de buurt van de machine verwijderd zich voordat u begint. Een moersleutel of gereedschap dat op een draaiend deel van de machine blijft liggen, kan letsel veroorzaken.
- Blijf alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanner u de machine gebruikt.
- Leun er nicht overheen. Bedien de machine nicht op blote voeten of met sandalen of soortgelijk Licht schoeisel aan. Draag verilgheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.
- Zorg ervoor dat u altijd stabiel staat en in evenwicht bent. Hierdoor kurz u de machine beter onder controle honden in onverwachte situatuies.
- Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de motiort is uitgeschakeld voordat u de machine vervoert of onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert. Het transport van of het uitvoeren van onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan een machine met een draaiende motor is een recept voor ongelukken.
Veilige omgang met brandstof
- Brandstof is Licht ontvlambaar en de dampen ervan kuren bij ontsteking plotseling ontsteken. Neem voorzorgsmaatregelenijdens het gebruik om de kans op ernstig letsel te verkleinen.
- Gebruik bij het tanken of aftappen van de brandstoftank een goedgekeurde brandstoftank en werk in een schone, goed geventileerde buitenruimte. Roken, vonden, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het werkgebiedijdens het tanken of het bedieren van de machine zich verboden. Tank nooit brandstof binnenschuis.
- Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereedschap,uit de buurt van blootliggende, onder spanning staande onderdelen en aansluitingen om vonken of vlamboogvorming te voorkomen. Deze gebeurtenissen konnen brandstofdampen doen ontbranden.
- Zet de motor alsijd uit en LAST deze afkoelen voordat u de brandstoftank bijvult. Verwijder nooit de tank-dop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of heet is. Gebruik de machine nooit met bekende lekken in het brandstofsystem.
- Draai de tankdop langzaam los om de druk in de tank langzaam te lately ontsnappen.
Vul de brandstoftank nooit te vol. De tank mag tot maximaal 12,5 mm (1/2") onder de onderrand van de vulopening worden gezuld, odomat de brandstof door de hitte van de motor kan uitzetten. -
Plaats alle dappen van de brandstoftank en tanks stevig terug en veeg gemorste brandstof op. Gebruik de machine nooit zonder dat de tankdop goed op zich plaatzit.
-
Vermijd het creeren van ontstekingsbronnen voor gemorste brandstof. Probeer de motor Niet te starten nadat u brandstof hebt gemorst, maar verplaats de machine weg van het gebied waar de brandstof is gemorst en vermijd het creeren van ontstekingsbronnen totdat de brandstofdamp is verwlogen.
- Bewaar brandstof alleen in reservoirs die special voor dit doel zich goedgekeurd.
- Bewaar brandstof altijd op een koele, goed geventileerde plaats,uit de buurt van vonden,open vuur of andere ontstekingsbronnen.
- Bewaar brandstof of machines met brandstof in de tank nooit in een gebouw waar de brandstofdamp bereikbaar is voor vonden, open vuur of andere ontstekingsbronnen, zoals waterkokers, ovens, wadrogers en dergelijk. Laat de motor voor de opslag in een gesloten ruimte afkoelen.
Gebruik en verzorging van de machine
- Plaats de machine zo dat het Niet kan bewegen tijdens onderhoudswerkzaamheden, reiniging, afsteling, installmentie van accessoires of reserveonderden en tijdens opslag.
- De machine nicht geforceerd bedieren. Gebruik de juiste machine voor uw toepassing. De juiste machine zal het werk beter en veiligiger doen wonneer deze op het nominale vermogen werkt.
- Verander deinstallingen van de motorbesturing Niet en overschrijd het maximumtoerental van de motor Niet. De regelaar regelt de maximale veilige werk-snelheid van de motor.
- Laat de motor Niet op een hoog toerental draaien zonder belasting.
- Houd uw handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen.
- Vermijd contact met hete brandstof, olie, uitlaatgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of uitlaat Niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Deze blijven nog korte tijd heet nadat de machine is uitgeschakeld. Laat de motor afkoelen voordat u onderhouds- of instellingswerkzaamheden uityoert.
- Als de machine ongewone geluiden of trillingen maakt na het starten, moet u de motor onmiddelijk uitschakelen, de ontstekingskabel loskoppelen en de oorzaak vaststellen. Ongewone geluiden of trillingen zijn meestal een waarschuwing voor problemen.
- Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Het negeren van deleze waarschuwing kan leiden tot letsel.
6. Aanvullende veiligheidsvoorschriften
- Inspector zorgvuldig het gebied waar gewerkt moet worden en houd de werkomgeving schoon en vrij van vuil om struikelgevaar te voorkomen. Werk op een vlakke, gladde ondergrond.
- Plaats tijdens montage, installmentie, bediening, onderhoud, reparatie of transport nooit enig deel van uw lichaam in een positie waarin u gevaar loopt bij beweging.
- Houd alle toeschouwers, kinderen en huisdieren op minstens 23 meter (75 voet) afstand. Stop de machine onmiddelijk als er iemand in de buurt kommt.
- Klim Niet op de laadbak en vervoer geen passagiers.
- Parkeer de machine nooit op eenplaats met een onstabiele ondergrond die zou kuren bezwijken, vooral Niet wonneer de machine geladen is.
- Laat de koppelingshendel los Voordat u de motor start.
- Start de motor voorzichtig volgens de instructies en houd uw voeten uit de buurt van de bewegen-de delen.
- Verlaat nooit de bedieningspositie verwijl de motor draait.
- Houd het productijdens het gebruik algid met beiden handen vast. Houd het stuur algid goed vast. Denk eraan dat de machine onverwacht omhoog of maar voren kan springen als deze verborgen obstakels tegenkomt, zoals groe stenen.
- Rijd algtd stapvoets met de machine.
Overbelast de machine Niet. Rijd met een veilige slelheid, pas de snelheid aan de helling van het terrein aan, de staat van het wegdek en het gewicht van de lading. - Wees met name voorzichtig wanner u dechteruit-versnelling gezruikt of de machine maar u toe trekt.
- Wees met name voorzichtig wanner u werkst op grindpaden, trotoirs of wegen of deze passeert. Kijk.altijd uit voor verborgen gevaren en verkeer.
Rijd op een zachte ondergrond met de eerste versnelling vooruit/achteruit. Versnel, stuur en rem Niet te hard.
Restrisico's
De machine is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende verilgheidstechnische regels. Toch kanijdens de werkzaamheden spreke zichn van enkele restrisico's.
-
Bovendien kann er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
-
Restrisico's kuren worden geminaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Gebruik gereedschap dat in deze gebruikshandeling worden aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.
| Motor | 1 cilinder, 4-takt OHV-motor |
| Motorvermögen 4,1 kW | |
| Cylinderinhoud 196 cm3 | |
| Versnellingen 3 vooruit + 1chteruit | |
| 1e versnelling 1,57 km/u | |
| 2e versnelling 2,93 km/u | |
| 3e versnelling 3,66 km/u | |
| Snelheid achechteruit 1,14 km/u | |
| Draagvermögen 500 kg | |
| Lengte transportbak 950 mm | |
| Breedte transportbak 680 mm | |
| Diepte transportbak | 465 mm |
| Gewicht | 255.5 kg |
| Motortype | 4-taktmotor |
| Stationair toerental | 3000 min1 |
| Maximum toerental | 3600 min1 |
| Motorstarter | Trekstarter(Startmotor met trekkabel) |
| Brandstof | Loodvrijne benzine vanaf octaangehalte 90 en een max. bio-ethanol gehalte van 5% |
| CO2-uitstoot | 811,46 g/kWh |
| Tankinhoud brandstof | 3,6 I |
| Tankinhoud motorolie | 0,6 I |
| Tankinhoud transmissieolie | 0,6 I |
| Tankinhoud hydraulische olie | 4,3 l |
| Benodigde motorolie | SAE 10W-30 / SAE 10W-40 |
| Transmissieolie SAE30 / 80W-90 | |
| hydraulische olie HLP22 / HLP32 | |
| maximale helling 20° | |
Technische wijzigingen voorbehonden!
Geluid & Trilling
Waarschuwing: Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.
Informatie over de geluidsproductie gemeten volgens de relevante normen:
| Geluidsdruk LpA | 78,23 dB |
| Geluidsvermogen LwA | 98,4 dB |
| Meetonnauwkeurigheid KpA | 2,31 dB |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
| Trilling stuurgreep links Ahy | 10,1 m/s2 |
| Trilling stuurgreep rechts Ahy | 11,3 m/s2 |
| Meetonnauwkeurigheid KpA | 1,5 m/s2 |
De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens een standardtestmethode en kan worden gebrukt om apparaten met elkaar te vergelijkken. De aangegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebrukt als eerste individatie van de belasting.
8. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtiguit.
- Verwijder het verpakkingsmaterial evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Verwijder de transportvergrendelingen met een geschikt gereedschap (bijv. een schaar) (niet meegeleverd).
- Controller of de inhoud van de levering volledig is.
- Controller het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een
later tijdstip worden nicht erkend.
- Bewaar de verpakking indien möglich tot na het verstreijken van de garantietijd.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding. - Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen once artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparatusaat aan.
WAARSCHUWING!
Het apparaat en verpakkingsmaterialaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen Niet met plastic zakken, folies enkleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9. Voor de ingebruikname
WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme geallen zichs tot de dood leiden.
- Adem benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen nicht in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
AANWIJZING!
Productbeschadiging
Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
-Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product worden zonder motor- of transmissieolie geleverd.
AANWIJZING!
Mileuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
-Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
AANWIJZING!
Risico op materièle schade!
Indien incorrect opgeslagen of nicht afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beinvloeden.
- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een lucht-dichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.
Controle voor gebruik
- Controller alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
- Controller het motoroliepeil.
- Controller het brandstofpeil - de tank要去 minstens halfvol়.
- Controller de conditie van het luchtfilter.
- Controller de conditie van de brandstofleidingen.
- Controller of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
- Let op tekenen van schade.
- Controller of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennenং aangedraaid.
9.1 Motorolie bijvullen (afb. 3)
Let op!
De dumper worden geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname waarom alkijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).
Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadi-gen.
- Plaats de dumper op een vlak,recht oppervlak.
- Schroef de oliepeilstok (23) los.
- Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet meegeleverd). Let op de max. vulhoeveelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Veeg de oliepeilstok (23) met een schone, pleas-vrije doek schoon.
- Steek de oliepeilstok (23) weer in en controller het oliepeil zonder de peilstok weeer vast te schroeven.
- Het oliepeil moet binnen de middelste markings op de oliepeilstok staan.
- Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml).
- Schroef de oliepeilstok (23) cervolgens weever vast.
9.2 Benzine bijvullen (afb. 3)
GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en LAST deze afkoelen.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
-Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
Draag veiligheidshandschoenen.
-Vermijd huid- en oogcontact. - Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor nicht als er benzine uitloopt.
Let op!
De dumper worden zonder benzine geleverd. Voor ingebruikname waarom alkijd benzine bijvullen. Gebruik loodvrije benzine RON 95.
- Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
- Open voorzichtig de tankdop (20) zDat eventuele overdruk kan ontsnappen.
- Vul de brandstoffank (21) met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegren) met benzine. Let op de max. vulcapaciteit van 3,6 liter. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Sluit de tankdop (20) weeer. Controller of de tankdop goed is afgesloten.
- Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon
- Controller de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
- Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.
Het apparaat要去 voor de ingebruikname volledigহijn gemonteerd!
LET OP!
Controleer alttijd of de transportbak (8) goed vergrendeld is voordat u met het werk begint!
10.1 Aan/uit-schakelaar (19)
De aan/uit-schakelaar (19) activeert of deactiveert het ontstekingssysteme. De aan/uit-schakelaar (19) moet in de stand ON staan om de motor te lately draaien.
De motor stopt wanner de aan/uit-schakelaar (19) in de OFF-stand worden gezet.
10.2 Koppelingshendel (4)
Bedieren van de koppelingshendel (4)
- Koppeling ingeschakeld:
- Ontgrendelen van de koppelingshendel (4)
- Koppeling ontkoppeld.
10.3 Gashendel (1)
De gashendel (1) regelt de snugheid van de motor. Als de hendel in de getoonde richting worden bewogen, loopt de motor sneller (H) of langzamer (L).
Snel =
Langzaam =

10.4 Linker stuurhendel (5) en rechter stuurhendel (3) (afb. 1)
Bedien de linker stuurhendel (18) om maar links te sturen.
Bedien de rechter stuurhendel (3) om maar rechts te sturen.
10.5 Versnellingspook (7)
- De versnellingshendel (7) regelt het vooruit- of achteruitrijden van de machine.
- U kurz de versnellingshendel (7) gebruiken om te kiezen:tussen 3 vooruitversnellingen en een achteruitversnelling.
10.6 Kantelhendel (6) (afb. 4, 5)
Pas op voor plotselinge veranderingen in het zwaartepunt bij het uitkiepen!
Controleer voordat u met het werk begint.altijd of de transportbak (8) goed vergrendeld is.
- Trek met uw linkerhand aan de sluitplaat in richting A en ontgrendel de kantelhendel (6).
-
Trek de kantelhendel (6) met uwrechterland in richting B om de transportbak (8) op te tillen. Het hydraulische system werkt en tilt de transportbak (8) op met de hydraulische cilinder. Wanner de transportbak (8) in de gewenste positie geheven is, trekt u de kantelhendel (6) terug maar+zijn oorspronkelijke positie en vergrendelt u hem stevig met de sluitplaat, anders beweegt de transportbak (8) maar de eindpositie.
-
Trek de tuimelhendel (6) met uwrechterland in richting C om de transportbak (8) te latent zakken. Het hydraulische systeem bedient en LAST de transportbak (8) zakken met de hydraulische cilinder. Wanner de transportbak (8) in de gewenste positie is neergelaten, trekt u de kantelhendel (6) terug maar de oorspronkelijke positie en vergrendelt u deze stevig met de sluitplaat. Laat de bedieningshendelijdig los wonneer de transportbak (8) in de respectieve eindposities staat. Anders loopt u het risico het hydraulische systeem te overbelasten.
10.7 De motor starten (afb. 1, 2)
Volg de onderstaande procedure voor een koude start:
- Draai de chokehendel (17) op de motor in de volledig bediende stand.
- Zet de gashendel (1) op de bovenste handgreep in de halfopen stand.
- Zet de motorschakelaar (19) aan.
- Trek enkele keren langzaam aan het starterkoord (18) zodate de benzine in de carburateur stroomt. Houdervolgens de starthendel stevig vast en trek de kabel een beetje uit totdat u watstand voelt. Trek het koord cervolgens snel in een beweging uit en laat het koord langzaam oprollen. Laat het koord Niet terugveren. Trek indien nodig enkele keren aan het koord tot de motor start.
- Laat de motor enkele seconden warmdraaien. Zet dan de chokehendel (17) geleidelijk in de stand "OPEN". Bij het opnieuw starten van een motor die al warm is door eerdere werkig, hoeft de choke normal gesproken Niet te worden gebruikt.
- Zet de gashendel (1) op de bovenste handgreep in de halfopen stand.
- Als de motor warm is, houdt u de starthendel ste-vig vast en trekt u de kabel iets uit totdat u weer-stand voelt. Trek het koord cervolgens snel in een beweging uit en LAST het koord langzaam oprollen. Laat het koord Niet terugveren.
10.8 Bedrijf
AANWIJZING!
- Ontkoppel altijd voordat u start.
Bedien de dumper alltijd met beiden handen. - Wissel alleen bij stilstand van versnelling.
-
Wissel de versnelling nooit in een helling.
-
Trek na het opwarmen aan de gashendel (1) om het motortoerental te verhogen.
-
Schakel de gewenste versnelling in en bedien de koppelingshendel (4) langzaam. Als de versnelling nicht meteen aangrijpt,That u de koppelingshendel langzaam los en probeert u het opnieuw. Hierdoor wordt de dumper in beweging gezet.
- De dumper heeft stuurhendels aan het stuur, wat het sturen erg gemakkelijk maakt. Bedien gewoon de correspondende rechtter of linker stuurhendel om maar rechts of maar links te sturen. De stuurgevoeligheid neemt evenredig toe met de snelheid van de machine, en met een lege machine is slechts een lichte druk op de hendel nodig om een bocht te nemen. Er isECHTERmeer druk nodig als de machine geladen is.
Let op
De dumper heeft een maximale capaciteit van 500kg . Het isECHTER RAADZAAM OM DE BELASTING TE beoordelen en aan te passen aan de ondergrund waarop de machine gebruikt zal worden. Het is daarom raadzaam om op gevoelige routes in een lage versnelling en bijzonder voorzichtig te rijden. In dergelijk situatuies moet de machine gedurende de hele afstand in een lage versnelling worden gehonden. Vermijd scherpe bochten en veelvuldige richtingsveranderingen tijdens het rijden op de weg, vooral op ruw, hard terrein vol scherpe, oneffen plekken met veel wrijving.
Denk eraan dat u, zichs als het apparaat over rubberen kettingen beschikt, voorzichtig moet+zijn bij het werk in ongunstige weersomstandigheden (ijs, zware regen en sneeuw) of op grondsoorten die de dumper instabel kunnen make.
Houd er rekening mee dat dit een kettingvoertuig is, dat onderhevig is aan aanzienlijke knikbewegingen bij het rijden over bulten, gaten en treden.
Wanner u de koppelingshendel (4) loslaat, stopt demachine en remt deutsche automatisch.
Als u de machine op een steile helling tot stilstand brengt,要去 u een wigplaatsen voor een van de kettingen.
10.9 Stationair toerental
- Zet de gashendel (1) in de stand "SLOW" om de belasting van de motor te verminderen als u nicht werkt.
- Als u het motortoerental verlaagt om de motor stationair te lately draaien, verlengt u de levensduur van de motor, bespaart u brandstof en verlaagt u het geluidsniveau van de machine.
10.10 De motor uitschakelen
Zet de aan/uit-schakelaar (19) op "OFF" om de motor in geval vanood te stoppen. Gebruik onder normale omstandigheden het volgende proces.
- Zet de gashendel (1) in de stand "SLOW".
- Laat de motor één of twee minutes stationair draaien.
- Schakel de aan/uit-schakelaar (19) op "OFF".
- Draai de brandstofkraan (16) maar de stand "OFF".
Let op!
Gebruik nooit de choke-hendel (17) om de motoruit te zetten. Dit kan leiden tot ontstekingsfouten of motorschade.
11. Reiniging
Let op!
Schakel altiijd de motor uit en verwijder de bougiestekker Alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren.
Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te reinigen.
Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doeken wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Hierdoor kuren de kunststofonderdelen van het apparaat worden aangetast. Let op dat er geen water in het apparaatterecht kommt.
12. Transport

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.
- Schakel na het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.
-Het product kan door+zijn eigen gewicht ernstige verwondingen door beknellingveroorzaken.
Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen.
Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden.
Borg de machine op het transportvoertuig gegen rollen, wegelijkden of omvallen en sjor de dumper extra vast.
13. Opslag
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontogankelijkke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligtussen 5 en 30^
Dek het gereedschap af om het te beschemen gegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het gereedschap.
Volg de onderstaande stappen om uw machine op te bergen als u de dumper langer dan 30 dagen Niet gebruikt.
- Leeg de tank volledig. Oude brandstof verharst en kan de carburateur verstappen en de brandstofstroom belemmeren. U kunt de brandstof het Beste met een slang overhevelen in een waarvoor bestemde bak.
- Sluit de brandstofkraan, start de motor en laat hem draaien tot de brandstof op is. Dit zorgt ervoor dat er geen brandstof in de carburateur achterblijft. Dit voorkomt harsafzetting in de carburateur, wat schade aan de motor kan veroorzaken.
- Laat de olie uit de motor lopen terwijl deze nog warm is. Vul de motor bij met verse olie van de juiste soort.
- Gebruik schone doeken om de buitenkant van de machine schoon te makeen en houd de ventilationsleuven vrij van vreemde delen.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen op basis van petroleum wanner u kunststof onderdelen reinigt. Chemicalien konnen de kunststoffen beschadigen.
- Controller op losse of beschadigde onderdelen. Repareer of cervang beschadigde onderdelen en draai losse bouten of moeren vast.
- Bewaar de machine op een vlakke vloer in een schoon, droog gebouw met goede ventilatie.
Bewaar de machine met brandstof nicht in een ongeventileerde ruimte waar benzinedampen vlammen, vonken, waakvlammen of andere ontstekingsbronnen können bereiken.
14. Onderhoud
Let op!
Schakel als tijd de motor uit en verwijder de bougiestekker voordat u onderhoudswerkzaamheden.gaat uitvoeren.
Goed onderhoud en smering helpen om de machine in goede staat te honden.
14.1 Instandholding
- Controller de algemene toestand van de machine. Let op losse bouten, verkeerd uitgelijnde of klemmende bewegende delen, gebroken onderden en alle andere zaken die van invloed können zich op een veilig gebruik.
- Verwijder alle vreemde objcten en andere materialen die zich op de ketting en de eenheid hebben opgehoopt. Reinig de machine na elk gebruik. Gebruik daarna een hoogwaardige dunvloeibare machineolie om alle bewegende delen te smeren.
- Onderhonden van de machine. Let op verkeerduitgelijnde of klemmende bewegende delen, gebroken onderdelen en alle andere zaken die vaninvloed+kennen op het gebruik van de machine.Als de machine beschadigd is,laat deze dan voor gebruik repareren.Veel ongelukken wordenveroorzaakt door slecht onderhonden machines.
- Houd de motor en de geluidsdemper vrij van gras, bladeren, overtollig vet of roetaanslag om het risico op brand te verminderen.
- Spuit de machine nooit met water of andere vloeistoffen af. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van verontreinigingen. Reinig de machine na elk gebruik.
- Neem de relevante wet- en regelgeving voor het afvoeren van brandstof, olie, enz. in acht om het milieu te beschermen.
- Zorg ervoor dat de machine buiten het bereik van kinderen is wonneer het stilstaat en LAST de machi- ne alleen bedieren door geinstrueerde personen. De machine is gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
Gebruik nooit een hogedrukreiniger om de machine te reinigen. Het water kan in de afgesloten delen van de machine en de tandwielkast binnendringen en schade aan de spillen, tandwielen, lagers of de motor veroorzaken. Gebruik van een hogedrukreiniger leidt tot een kortere levensduur en een verminderde onderhoudsvriendelijkheid.
14.2 Instellen van de koppeling
De spelimg van de koppeling wijzigt met slijtage van de koppeling. Om een beoogd gebruik möglich te make, moet de koppelingskabel worden afgesteld.
-
Stel de koppelingshendel (4) via het verstelmechanisme in de oorspronkelijke positie.
-
Draai hiervoord borgmoer vast met een steeks-leutel van 10mm (niet meegeleverd) totdat de koppeling de juiste druk op de riem uitoefent (duimdruk).
14.3 De besturing instellen
Als u moeite hebts het sturen van de dumper, moet u de stuurhendels (3) en (5) opnieuw afstellen met behulp van het verstelmechanisme.
- Draai de borgmoer los met een steeksleutel SW 14mm (niet meegeleverd) en draai de verstelmechanisme iets los. Hierdoor wordt de speling in de trekkabel opgeheven die na het eerste gebruik of door normale slijtage kan ontstaan.
- Zorg ervoor dat u het verstelmechanisme Niet te ver losdraait, omdat dit het probleem van onderbreking van de aandrijving kan verroorzaken.
- Draai de borgmoer na het instellen wee vast.
14.4 Smering
De aandrijing is in de fabriek al gesmeerd en afgedacht.
14.5 Olieverversing (afb. 3)
AANWIJZING!
Mileuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan nsl tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd. Gebruik universele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).
- Plaats de dumper op een vlak,recht oppervlak.
- Houd een geschikte opvangbak onder de olieaf-tapplug (22).
- Gebruik een steeksleutel SW 10 mm (niet meegeleverd) op de olieaftapplug (22) te openen en de motorolie af te tappen.
- Nadat u de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de olieaftapplug (22) weeer terug.
- Draai nu de olievuldop met een oliepeilstok (23) linksom er uit.
-
Vul verse motorolie bij en controller het oliepeil.
-
Draai aansluitend de olievuldop met oliepeilstok (23) rechtsom wee vast.
14.6 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 5) GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan bij een Incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zichs de dood.
- Reinig het luchtfilter uitsluitend door het uit te kloppen of uit te blazen met perslucht.
- Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.
AANWIJZING!
Risico op materiele schade!
Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draaien.
Een verruild luchtfilterelement vermindert het motorvermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer maar de carburateur. Regelmatige contrôle is dus essentieel.
Het luchtfilter moet elke 10 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.
- Schroef de vleugelmoer (15) los en verwijder het luchtfilterdeksel (14).
- Controller het luchtfilterdeksen (14) op gaten of scheuren. Vervang elk beschadigd element.
- Schroef de binnenste vleugelmoer (14a) los en verwijder het filtrelement.
- Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt. Plaats het luchtfilterdeksel (14) voor de duur van de filterreiniging weer terug op het filterhuis.
- Verwijder het schuimfilter (14c). Controller het op beschadiging en verrang het indien nodig.
- Blaas het schuimfilter (14c) met perslucht grondiguit.
- Verwijder het papieren filter (14b). Controller het op beschadiging en verrang het indien nodig.
- Blaas het papierfilter (14b) van binnenaar buitenuit met perslucht. Wrijf geen vuil van het papierfilter (14b).Dit kan tot schade leiden.
-
Plaats het schone filterelement (schuimfilter 14c en papierfilter 14b) terug en draai de binnenste vleugelmoer (14a) vast.
-
Plaats het luchtfilterdeksel (14) en zet het vast met de vleugelmoer (15).
LET OP: Laat de motor nooit draaien zonder of met een beschadigd luchtfilterelement. Hierdoor kan er vuil in de motor terechtkomen, wat schade aan de motor kan veroorzaken. De garantie van de fabrikant vervalt hierdoor.
14.7 Bougie reinigen/vervangen
LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor koud is!
Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel.
De bougie daarna elke 50 bedrijfsuren of indien nodig verwangen.
- Maak de bougiekabel los en verwijder het eventu- ele vuil in de buurt van de bougie.
- Draai de bougie (13) er met de meegeleverde bou-giesleutel uit en controllerer.Deze.
- Controller de isolator. Vervang de bougie (13) bij beschadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
- Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
- Controller de elektrodenafstand en stel deze af met een voelermaat. Om de motor efficien te laten draaien, moet de bougie (13) de juiste elektronafstand (0,7 - 0,8mm) hebben.
- Schroef de bougie (13) er met de hand weer in en draai deze ongeveer 1/4 slag vast met de bougies-leutel.
- Plaats de bougiekabel op de bougie (13).
LET OP!
Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. Als de bougie te strak worden aangehaald, kan het schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.
14.8 Benzine met een afzuigpomp voor benzine aftappen
Bij opslag voor langereperiode of bij transport moet de benzine worden afgetapt.
- Sluit de brandstofkraan (16).
- Houd een opvangbak onder de slang van de af-zuigpomp voor benzine (niet meegeleverd).
- Schroef de tankdop (20) los en haal deze van de opening af.
-
Verwijder het brandstofffilterelement.
-
Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de benzinetank en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
- Plaats het brandstofffilterelementeer terug.
- Schroef de tankdop (20) er weeer op.
14.9 De kettingen spannen (afb. 5)
De kettingen haben de neiging los te raken tijdens het gebruik. Wanner u met losse kettingen werk, hebben ze de neiging om over het aandrijftandwiel te glijden, waardoor ze in hun behuizing springen of in een onzekere toestand werken, met slijtage van de behuizing tot gevolg.
Ga als volgt te werk om de spanning van de kettingen te controleren.
- Parkeer de machine op een vlakke ondergrund met een compacte basis, bij voorkeur op asfalt of stenen bestrating.
- Zet de machine omhoog en steun deze op blokken of schragen met een geschikt draagvermögen voor het gewicht van de machine, zodate het kettingen zich ongeveer 100mm boven de grond bevinden.
- Meet de middellijn van de ketting ten opzichte van de horizontale lijn. De waarde mag nicht meer dan 10 - 15 mm afwijken.
Ga als volgt te werk als de waarde groter is.
- Kantel de transportbak met de kantelhendel en steun deutsche op blokken of schragen met een geschikt draagvermogen voor het gewicht van de transportbak.
- Draai de borgmoer A los.
- Draai bout B vast totdat de juiste spanning is bereikt.
- Zet bout B vast door de borgmoer A vast te draaien.
- Zet de transportbak terug in zich oorspronkelijke positie.
De afstelling van de kettingen en de remmen zichn met elkaar verbonden, dus ga zeer voorzichtig te werk, aangezien het remeffect verlorenGaat als de kettingen te strak worden aangedraaid.
Als de stelschroef geen verdere afstelling toe- Laat, kan het nodig+zijn om de kettingen te verrangen.
14.10 De kettingen verrangen (afb. 6)
Controleer de toestand van de kettingen regelmatig. Als een ketting gescheurd of gerafeld is, moet deze zo snel möglichk verrangen worden.
- Maak de kettingen voloende los (zie 14.9).
- Vervang de kettingen zoals aangegeven in de afbeelding.
- Span de kettingen op de juiste manier (zie 14.9).
Let er bij het verwijderen of aanbrengen van de kettingen op dat u uw vingers Niet tussen de kettingen en de poelie klemt.
Belangrjke aanwijzing bij reparatie:
Houd er bij retourlevering van het apparaat voor reparatie rekening mee dat het apparaat om veiligheidsreden en vrij van olie en brandstofaar het servicestation moet worden gestuurd.
Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natururlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmaterialial worden gebruikt. Slijtageonderdelen*: Bougie, riem, ketting
Reserveonderdelen en accessoires waarverkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
15. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur=kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat要去en de brandstoftank en het motorreservoir worden geleedd!
- Brandstof en motorolie horen nicht bij het huishoudelijkke afval of in het riool, maar要去en worden ingezameld resp. geschienen worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoffanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
16. Verhelpen van storingen
De volgende babel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kurz losesen, als uw machine nicht goed werkt. Als u het probleem hiermee nicht kurz vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijk oorzaak Oplossing | ||
| De motor start nicht. | Bougiestekker losgekoppeld. | Sluit de bougiekabel goed aan op de bougie. |
| Geen brandstof of oude brandstof. Met schone, verse benzine vullen. | ||
| Choke nicht in open positie. | De gashendel要去 bij een koude start in de stand Choke worden gezet. | |
| Brandstoffleiding geblokkeerd. Reinig de brandstoffleiding. | ||
| Vervuilde bougie. Reinigen, afstand instellen of verrangen. | ||
| Motor is verzopen. | Wacht een pau minuten voordat u opnieuw start, maar LAST de motor Niet aanlopen. | |
| Motor loopt onregelmatig. | Bougiekabel los. | Sluit de bougiekabel aan en maak hem vast. |
| Motor loopt met CHOKE. Zet de chokenhendel op OFF. | ||
| Brandstoffleiding verstoct of oude brandstof. | Reinig de brandstoffleiding. Vul de tank met schone, verse benzine. | |
| Ventilator verstoct. Luchtfilter reinigen. | ||
| Water of vuil in het brandstofsysteme. | Maak de tank leeg. Vul de tank met verse brandstof. | |
| Vuil luchtfilter. Reinig of verrang het luchtfilter. | ||
| Onjuiste instelling carburateur. Neem | contact op met de klantenservice. | |
| Motor oververhit. | Motoroliepeil laag. Vul het carter met de juiste olie. | |
| Vuil luchtfilter. Luchtfilter reinigen. | ||
| Luchtstroom beperkt. Verwijder en reinig de behuizing. | ||
| Carburateur Niet goed afgesteld. Neem | contact op met de klantenservice. | |
| Een van de beiden kettingen is geblokkeerd. | Er zijn vremde voorwerpen vast komen te zitten:tussen de ketting en het frame. | Verwijder het vremde voorwerp. |
| De machine beweegt nicht als de motor draait. | De versnelling was Niet goed gekozen. | Controler of de versnellingshendel Niet in twee verschillende versnellingen staat. |
| De aandrijfkettingen+zijn nicht voldoende gespannen. | Span de kettingen. | |
Zichtbare gebreken要去en binnen de 8 dagenaontvangst van de goederen worden gemeld, zoietverliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijkke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, koseloos verrangen. De garantie vvert hetter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij Niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De Kosten voor de montage van neue onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims+zij uitgesloten.