CDIC 30 - Fornuis CANDY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CDIC 30 CANDY in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CDIC 30 - CANDY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CDIC 30 van het merk CANDY.
GEBRUIKSAANWIJZING CDIC 30 CANDY
PL-28Wij verklaren, door het aanbrengen van de EG-markering op dit product, op onze eigen verantwoordelijkheid, dat dit product in overeenstemming is met alle Europese wettelijke voorschriften met betrekking tot de vereisten inzake veiligheid, gezondheid en milieu. Veiligheidswaarschuwingen Uw vei ligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie alstublieft voordat u uw kookplaat in gebruik neemt. Installatie Risico van een elektrische schok
Koppel het apparaat los van het elektriciteitsnet voordat u welke werkzaamheden of onderhoud verricht.
Aansluiting op een goed aardingssysteem is essentieel en verplicht.
Wijzigingen die aangebracht worden aan het bedradingssysteem in uw huis mogen uitsluitend gemaakt worden door een gekwalificeerd elektricien.
Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood. Gevaar van snijwonden
Let op - de hoeken van de panelen zijn scherp.
Het niet voorzichtig zijn kan leiden tot letsel of snijwonden. Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
Lees deze aanwijzingen aandachtig voordat dit apparaat installeert of gebruikt.
Leg nooit brandbaar materiaal of brandbare producten op dit apparaat.
Breng de persoon die verantwoordelijk is voor de installatie van het apparaat op
hoogte van deze informatie, dat zou de installatiekosten kunnen beperken.
- Om een gevaarlijke situatie te voorkomen, moet dit apparaat geïnstalleerd worden volgens deze installatie-instructies.
it apparaat mag uitsluitend correct geïnstalleerd en geaard worden door een gekwalificeerd persoon.
it apparaat moet aangesloten worden op een circuit waarin een isolatieschakelaar is ingebouwd die volledige loskoppeling van de elektrische voeding mogelijk maakt.
Het niet correct installeren van het apparaat maakt de garantie of aansprakelijkheidsclaims ongeldig. Wer king en onderhoud Risico van een elektrische schok
Bereid geen gerechten op een gebroken of gebarsten oppervlak van de kookplaat. Als de kookplaat zou breken of barsten, het apparaat onmiddellijk uitschakelen met de hoofdschakelaar en contact opnemen met een gekwalificeerd technicus. NL-2• Schakel het apparaat uit met de hoofdschakelaar voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden verricht.
Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood. Gevaar voor de gezondheid
it apparaat voldoet aan de elektromagnetische veiligheidsnormen.
Echter, mensen met pacemakers of andere elektrische implantaten (zoals insulinepompen) moeten hun arts of chirurg raadplegen voordat ze dit apparaat in gebruik nemen, om er zeker van te zijn dat het elektromagnetische veld niet van invloed is op hun implantaten.
Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot de dood. Gevaar doo r een heet oppervlak
Tijdens het gebruik worden toegankelijke delen van dit apparaat voldoende heet om brandwonden te veroorzaken.
Laat uw lichaam, kleding of welk ander voorwerp dat geen geschikt kookgerei is in contact komen met de glazen inductieplaat tot het oppervlak is afgekoeld.
Let op: metalen voorwerpen die gemagnetiseerd kunnen worden en op het lichaam worden gedragen worden heet in de buurt van de kookplaat. Dit is niet van toepassing op gouden of zilveren juwelen.
Houd kinderen uit de buurt.
Handgrepen van pannen kunnen ook te heet zijn om aan te raken. Controleer of handgrepen van pannen niet over andere ingeschakelde kookzones reiken. Houd handgrepen uit de buurt van kinderen.
Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot brandwonden en verbrandingen. Gevaar van snijwo nden
Het mes scherpe blad van een schraper voor kookplaatoppervlakken wordt blootgesteld als de afdekking wordt verwijderd. Gebruik de schraper uiterst voorzichtig en berg hem altijd veilig en uit de buurt van kinderen op.
Het niet voorzichtig zijn kan leiden tot letsel of snijwonden. Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
Laat het apparaat nooit zonder toezicht ac hter als het in gebruik is. Het overkoken van voedsel veroorzaakt rokerige en vette vlekken die in brand kunnen vliegen.
Gebruik uw apparaat nooit als werk- of opbergoppervlak.
Laat nooit voorwerpen of keukengerei op het apparaat liggen.
Leg geen objecten die gemagnetiseeerd kunnen worden (bijv. credit cards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten (bijv. computers, MP3-spelers) in de buurt van het apparaat, deze kunnen beïnvloed worden door het magnetische veld van de kookplaat.
- Gebruik uw apparaat nooit om de kamer te verwarmen.
Schakel de kookzones en de kookplaat na gebruik altijd uit, zoals beschreven in deze handleiding (bijv. met behulp van de aanraaktoetsen). Vertrouw niet op de pandetectiefunctie om de kookzones uit te schakelen wanneer u de pannen verwijdert. NL-3• Laat kinderen niet met het apparaat spelen of er op zitten, staan of klimmen.
Bewaar geen voorwerpen die interessant zijn voor kinderen in de kastjes boven het apparaat. Kinderen die op de kookplaat klimmen kunnen ernstig letsel oplopen.
Laat kinderen niet alleen of zonder toezicht in de zone waar het apparaat in gebruik is.
- Kinderen of personen met een beperking die van invloed is op hun vermogen om het apparaat te gebruiken zouden van een verantwoordelijke en competente persoon moeten leren hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze persoon moet zeker weten dat zij het apparaat kunnen gebruiken zonder gevaar voor henzelf of hun omgeving.
- Reparee r of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat tenzij dit speciaal wordt aanbevolen in de handleiding. Al het andere onderhoud moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerde technicus.
Gebruik geen stoomreiniger om uw kookplaat te reinigen.
Leg geen zware voorwerpen op uw kookplaat en laat ze er niet op vallen.
Ga niet op uw kookplaat staan.
Gebruik geen pannen met scherpe randen of schuif g een pannen over het glazen inductie-oppervlak, dan kunnen er krassen op het glas komen.
Gebruik geen schuursponsjes of andere ruwe schurende reinigingsmiddelen, deze kunnen krassen op het glazen inductie-oppervlak veroorzaken.
Als de stroomkabel is beschadigd, mag deze alleen vervangen worden door een gekwalificeerd technicus.
it apparaat is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen ouder dan 8 jaar en personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of gebrek aan ervaring en kennis als zij in de gaten gehouden worden of aanwijzingen hebben gekregen over hoe zij het apparaat op veilige wijze kunnen gebruiken en als zij de bijbehorende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen uitgevoerd worden als zij niet onder toezicht staan.
WAARSCHUWING: B ereidingen op een kookplaat met vet of olie zonder toezicht kunnen gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT een brand te blussen met water, maar schakel het apparaat uit en dek de vlam af bijv. met een deksel of een branddeken.
Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat gelegd worden want deze kunnen heet worden.
Schakel, na gebruik, de kookplaat uit met de bedieningstoetsen en vertrouw niet op de pandetector.
Het apparaat is niet bedoeld om bediend te worden door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem. NL-41
5 4 3 2 1Informatie over bereiding op Inductie Bereiding op inductie is een veilige, geavanceerde, efficiënte en economische bereidingstechnologie. Het werkt op elektromagnetische trillingen die rechtstreeks warmte in de pan genereren, in plaats van indirect via het glazen oppervlak. Het glas wordt alleen heet omdat de pan het eventueel opwarmt.
magnetisch circuit keramische glasplaat door inductiespoel opgewekte stromen
Voordat u uw Nieuwe Inductiekookplaat in gebruik neemt
Lees deze handleiding, let met name op het deel “Veiligheidswaarschuwingen
Verwijder eventuele beschermfolie die nog op uw inductiekookplaat aanwezig is. Het gebruik van de aanraaktoetsen
De bedieningstoetsen reageren op aanraking, u hoeft dus geen enkele druk uit te oefenen.
Gebruik de bal van uw vinger en niet het topje.
Elke keer als er een aanraking gedetecteerd wordt, klinkt er een piepje.
Zorg ervoor dat de bedieningstoetsen altijd schoon en droog zijn, en dat ze niet bedekt worden door een voorwerp (bijv. keukengerei of een doek). Zelfs een dun laagje water kan de bedieningstoetsen moeilijk te bedienen maken. NL-6Keuze van het juiste kookgerei
Gebruik uitsluitend kookgerei met een onderkant die geschikt is voor bereiding met inductie. Zoek naar het inductiesymbool op de verpakking of op de bodem van de pan.
U ku nt controleren of uw kookgerei geschikt is voor inductie door een magnetische test uit te voeren. Beweeg een magneet over de onderkant van de pan. Als de magneet wordt aangetrokken, dan is de pan geschikt voor inductie.
Als u geen magneet he bt:
Als niet gaat knipperen en het water warm wordt, dan is de pan geschikt.
ook gerei gemaakt van de volgende materialen is niet geschikt: zuiver roestvrij staal, aluminium of messing zonder magnetische bodem, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk.
Gebrui k geen kookgerei met scherpe randen of een gebogen bodem.
Contr oleer of de bodem van uw pan glad is en plat tegen het glas, en even groot is als de kookzone. Gebruik pannen waarvan de doorsnede even groot is als de grafiek van de gekozen zone. Bij het gebruik van een pan die iets groter is zal de energie op maximale efficiëntie gebruikt worden. Als u een kleinere pan gebruikt, kan de energie minder zijn dan verwacht. Een pan met een doorsnede van minder dan 140 mm kan mogelijk niet door de kookplaat herkend worden. Zet de pan altijd in het midden van de kookzone.
nnen altijd op van de inductiekookplaat – verschuif ze niet want dat kan krassen op het glas veroorzaken. NL-7Het gebruik van uw Inductiekookplaat De bereiding beginnen
Raak de bedieningstoets AAN/UIT aan. Na inschakeling klinkt de zoemer éénmaal, op het display wordt “ – ” of “ – – ” weergegeven, dit betekent dat de inductiekookplaat in stand-by staat.
Zet een geschikte pan op de kookzone die u wilt gebruiken. • Controleer of de bodem van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.
Wann eer de selectietoets voor de kookzone wordt aangeraakt, gaat er een lampje op de toets knipperen.
Selecteer een warmte-instelling door de bedieningstoets “-” of “+” aan te raken. • Als u binnen 1 minuut geen warmte-instelling kiest, wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. Dan moet u weer vanaf stap 1 beginnen.
- U kunt tijdens de bereiding te allen tijde de warmte-instelling veranderen. NL-8Als op het display afwisselend knippert met de warmte-inste lling Betekent dit dat:
u geen pan op de juiste kookzone gezet hebt of,
dat de pan die u gebruikt niet geschikt is voor bereiding met inductie of,
dat de pan te klein is of niet goed in het midden van de kookzone is gezet.
Als er geen geschikte pan op de kookzone is gezet, wordt de zone niet warm. Het display zal na 2 minuten automatisch worden uitgeschakeld als er geen geschikt pan op de kookzone is gezet. Na afloop van de bereiding
Raak de selectietoets voor de kookzone die u uit wilt schakelen aan.
Schakel de kookzone uit door omlaag te scrollen naar ”0” of door ”-” en”+” tegelijk aan te raken. Controleer of op het display ”0” wordt weergegeven.
Schake de hele kookplaat uit door de bedieningstoets AAN/UIT aan te raken.
NL-94. Let op het e oppervlakken H geeft aan welke kookzone te heet is om aan te raken. Deze verdwijnt wanneer de kookzone is afgekoeld tot een veilige temperatuur. Deze functie kan ook gebruikt worden om energie te besparen als u een andere pan wilt verwarmen kunt u de kookzone die nog heet is gebruiken. De bedieningstoetsen vergrendelen
U ku nt de bedieningstoetsen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die per ongeluk de kookzones inschakelen).
Wanneer de bedien ingstoetsen vergrendeld zijn, zijn ze allemaal uitgeschakeld, behalve de toets AAN/UIT.
De bedi eningstoetsen vergrendelen Raak de toets toetsenvergrendeling aan. Op de timer wordt “Lo” weergegeven
Raak de toetsenvergrendeling even aan.
Nu kunt u uw i nductiekookplaat gaan gebruiken.
Wanneer de toetsen van de kookplaat vergrendeld zijn, zijn alle bedieningstoetsen uitgeschakeld behalve de toets AAN/UIT, u kunt in een noodgeval de inductiekookplaat altijd uitschakelen met de toets AAN/UIT, maar om de kookplaat weer in werking te stellen moet u de toetsen eerst ontgrendelen. Beveiliging tegen te hoge temperatuur Een in gebouwde temperatuursensor bewaakt de temperatuur binnenin de inductiekookplaat. Wanneer er een te hoge temperatuur gedetecteerd wordt, wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. Detectie van kleine voorwerpen Wanneer er een ongeschikte of niet-magnetische pan (bijv. aluminium) gebruikt wordt, of er ligt een ander klein voorwerk (bijv. mes, vork, sleutel) op de kookplaat, wordt de zone binnen 1 minuut automatisch in stand-by gezet. De ventilator blijft de inductiekookplaat nog een minuut langer afkoelen. NL-10Beveiliging door automatische uitschakeling Auto matische uitschakeling is een beveiligingsfunctie voor uw inductiekookplaat. De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als u hem vergeet uit te schakelen na de bereiding. De standaard tijdsduren voor de verschillende vermogensniveaus zijn in onderstaande tabel vermeld:
Vermogensniveau 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Standaard bedrijfsduur (uur) 8 8 8 4 4 4 2 2 2 Wanneer de pan wordt verwijderd, stopt de inductiekookplaat onmiddellijk te verwarmen en wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld.
Mense met een pacemaker moeten hun arts raadplegen alvorens dit apparaat te gebruiken.
Het gebruik van de Timer U ku nt de timer op twee verschillende manieren gebruiken:
U ku nt hem gebruiken als kookwekker. In dat geval zal de timer geen enkele kookzone uitschakelen nadat de tijdsduur is verlopen.
U k unt hem ook zodanig instellen dat één kookzone, nadat de tijd is verstreken, uitgeschakeld wordt.
U ku nt een tijdsduur van maximaal 99 minuten instellen.
Het gebruik van de Timer als Kookwekke
Als u geen enkele kookzone selecteer
Controleer of de kookplaat is ingeschakeld. Opmerking: u kunt de kookwekker ook gebruiken als u geen enkele kookzone geselecteerd heeft.
Raak de bedieningstoets van de timer aan, de kookwekker begint te knipperen en op het display van de timer wordt “10” weergegeven. NL-113. Stel de tijdsduur in door de toets “-” of “+” van de timer aan te raken.
Tip: Raak de toets “-” of “+” van de timer eenmaal aan om de tijdsduur met 1 minuut te verlengen of te verkorten.
Blijf de toets “-” of “+” van de timer aanraken om de tijdsduur met 10 minuten te verlengen of te verkorten.
Als de ingestelde tijdsduur de 99 minuten overschrijdt, keert de timer automatisch terug naar 00 minuten.
Als de toetsen “-” en “+” tegelijk worden aangeraakt, wordt de instelling geannuleerd en wordt “00” op het display van de timer weergegeven.
Zodra de tijd is ingesteld, begint deze onmiddellijk af te tellen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en knippert het lampje van de timer gedurende 5 seconden.
De zoemer piept gedurende 30 seconden en op de timer wordt “- -” weergegeven wanneer de ingestelde tijd verstreken is.
De timer instellen om een kookzone uit te schakelen
Raak de selectietoets voor de kookzone aan waarvoor u de timer wilt instellen. NL-122. Raak de bedieningstoets van de timer aan, de kookwekker begint te knipperen en op het display van de timer wordt “10” weergegeven.
Stel de tijdsduur in door de toets “-” of “+” van de timer aan te raken.
Tip: Raak de toets “-” of “+” van de timer eenmaal aan, de tijdsduur wordt met 1 minuut verlengd of verkort. Blijf de toets “-” of “+” van de timer aanraken, de tijdsduur wordt met 10 minuten verlengd of verkort. Als de ingestelde tijdsduur de 99 minuten overschrijdt, keert de timer automatisch terug naar 00 minuten.
Als de toetsen “-” en “+” tegelijk worden aangeraakt, wordt de instelling geannuleerd en wordt “00” op het display van de timer weergegeven.
Zodra de tijd is ingesteld, begint deze onmiddellijk af te tellen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en het lampje van de timer knippert gedurende 5 seconden.
OPMERKI NG: De rode stip naast het lampje voor het vermogensniveau gaat branden om aan te geven dat de zone is geselecteerd. NL-136. Wanneer de i ngestelde tijd verstreken is, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld.
Als er eer der andere kookzones zijn ingeschakeld, dan blijven deze werken.
Richtlijnen voor de berei ding Wees vo orzichtig bij het bakken want olie en vet worden heel snel heet, met name als u gebruik maakt van PowerBoost. Op uiterst hoge temperaturen kunnen olie en vet spontaan in brand vliegen en dit vormt een ernstig risico op brand. Bereidingstips
Wanneer het voedsel gaat koken, verlaag dan de temperatuurinstelling.
Het gebr uik van een deksel verkort de bereidingstijden en besparen energie door de warmte vast te houden.
Mini maliseer de hoeveelheid vocht of vet om de bereidingstijden te verkorten.
Begin de bereiding op een hoge instelling en verlaag de instelling zodra het voedsel is doorverwarmd.
Sudd eren vindt plaats onder het kookpunt, op ongeveer 85˚C, wanneer luchtbelletjes zo nu en dan naar de oppervlakte van de kokende vloeistof komen. Het is de sleutel tot verrukkelijke soepen en malse stoofschotels omdat de smaken zich ontwikkelen zonder dat het voedsel overkookt. Het wordt ook aanbevolen op eieren gebaseerde en met bloem aangedikte sauzen te bereiden onder het kookpunt.
Sommi ge bereidingen, met inbegrip van het koken van rijst met de absorptiemethode, kunnen een hogere instelling vereisen om te garanderen dat het voedsel goed bereid wordt binnen de aanbevolen tijd.
Biefstuk aanbraden Om sap pige, smaakvolle biefstukken te bakken:
Laat het vlees ongeveer 20 minuten op kamertemperatuur staan alvorens het te bereiden.
Verhit een bakpan met een zware bodem.
Vet be ide kanten van de biefstuk in met wat olie. Giet een kleine hoeveelheid olie in de hete pan en leg het vlees in de hete pan. NL-144. Draai de biefstuk tijden s de bereiding slechts één keer om. De exacte bereidingstijd hangt af van de dikte van de biefstuk en hoe gaar u hem wilt hebben. De tijdsduur kan variëren van 2 – 8 minuten per kant. Druk op de biefstuk om te meten hoe gaar hij is – hoe steviger hij aanvoelt, des te “gaarder” hij zal zijn.
Laat de biefst uk enkele minuten op een warm bord rusten zodat hij mals kan worden voordat hij geserveerd wordt. Roe rbakken
Kies een wok met een platte bodem die geschikt is voor inductie of een grote braadpan.
Zorg ervoor dat alle ingrediënten en kookgerei klaar staan. Roerbakken moet snel gebeuren. Als u grote hoeveelheden wilt bereiden, bereid het voedsel dan in verschillende kleinere porties.
Verhit de pan kort voor en voeg twee eetlepels olie toe.
Bereid eerst het vlees, leg het apart en houd het warm.
Roerba k de groenten. Wanneer ze warm maar nog knapperig zijn, de kookzone op een lagere instelling zetten, leg het vlees terug in de pan en voeg uw saus toe.
Roer de groenten voorzichtig om, om er zeker van te zijn dat ze goed zijn doorgewarmd.
Onmiddellijk serveren
Warmte-instellingen Onders taande instellingen zijn uitsluitend bedoeld als richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, met inbegrip van uw kookgerei en de hoeveelheid voedsel die u bereidt. Experimenteer met de inductiekookplaat om de instellingen te vinden die het beste bij u passen. Warmte-instelling Geschikth eid
behoedzaam opwarmen van kleine hoeveelheden voedsel
chocolade, boter smelten en voeds el dat snel aanbrandt bereiden
soep aan de kook bre ngen
water koken NL-15Onderhoud en reiniging Ond erstaande instellingen zijn uitsluitend bedoeld als richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, met inbegrip van uw kookgerei en de hoeveelheid voedsel die u bereidt. Experimenteer met de kookplaat om de instellingen te vinden die het beste bij u passen. Wat? Hoe? Belangrijk!
gelijks vuil op de glasplaat (vingerafdrukken, sporen, vlekken achtergelaten door levensmiddelen of het overkoken van niet zoete vloeistoffen op de glasplaat)
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat uit.
Gebruik een reiniger voor kookplaten terwijl het glas nog warm (maar niet heet!) is!
spoelen en afdrogen met een schone doek of keukenpapier.
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat weer in.
Als de elektrische stroom naar de kookplaat is onderbroken, wordt er geen indicatie “heet oppervlak” weergegeven maar de kookzone kan nog wel heet zijn! Wees uiterst voorzichtig.
Sommige reinigingsartikelen voor zwaar gebruik, bepaalde nylon sponsjes en ruwe/schurende reinigingsmiddelen kunnen krassen op het glas veroorzaken. Lees altijd het etiket om te controleren of uw reinigingsmiddel of sponsje geschikt is.
at nooit resten van reinigingsmiddel achter op de kookplaat: dat kan vlekken veroorzaken. Overgekookt voedsel, gesmolten resten en het
zoethoudende vlekken op de glasplaat Verwijder deze onmiddellijk met een scherp mes, paletmes of krabber die geschikt is voor inductiekookplaten van glas, maar let op hete oppervlakken van de kookzones:
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat uit door de stekker uit de wandcontactdoos te trekken.
Houd de schraper of het gere edschap in een hoek van 30° en schraap het vuil naar een koude zone van de kookplaat.
Verwijder het vuil met een theedoek of keukenpapi er.
Volg stappen 2 tot 4 voor het hierboven beschreven verwijderen “Dagelijks vuil op de glasplaat”.
Verwijder vlekken van gesmolten en sui kerhoudend voedsel zo snel mogelijk. Als u deze laat afkoelen op de glasplaat, kunnen ze moeilijk te verwijderen zijn of zelfs permanente schade toebrengen aan het glazen oppervlak.
Gevaar van snijwonden: als de veiligheidsafdekking verwijderd is, is het blad van een schraper messcherp. Gebruik de schraper uiterst voorzichtig en berg hem altijd veilig en uit de buurt van kinderen op. Overgekookt voedsel op de aanraaktoetse
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat uit.
Veeg de zone van de aanraaktoetsen schoon met een schone vochtige spons of doe
Veeg de zone volledig droog met keukenpapier.
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat weer in.
De kookplaat kan een piep laten horen en uitgeschakeld worden en de aanraaktoetsen kunnen niet werken als er vloeistof op ligt. Verzeker u ervan dat de zone met de aanraaktoetsen goed droog is voordat u de kookplaat weer inschakelt. NL-16Adviezen en tips Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen De inductiekookplaat kan niet ingeschakeld worden. Er is geen elektrische stroom. Controleer of de inductiekookplaat is aangesloten op het elektriciteitsnet en dat hij is ingeschakeld. Controleer of er stroomuitval in uw huis of omgeving is. Als u alles gecontroleerd hebt en het probleem aanhoudt, een gekwalificeerd technicus bellen. De aanraaktoetsen reageren ni et. De toetsen zijn vergrendeld. Ontgrendel de toetsen. Zie deel “Het gebruik van uw inductiekookplaat” voor aanwijzingen. De aanraaktoetsen zijn moei lijk te bedienen. Misschien ligt er een dun laagje water op de toetsen of misschien gebruikt u het topje van uw vinger om de toetsen aan te raken. Controleer of de zone van de aanraaktoetsen droog is en gebruik de bal van uw vinger om de toetsen aan te raken. Er zitten krassen op de glasplaat. Kookgerei met scherpe randen.
Ongeschikt schuursponsje of verkeerde reinigingsproducten gebruikt. Gebruik kookgerei met vlakke en gladde bodems. Zie “Het kiezen van het juiste kookgerei”. Zie “Onderhoud en reiniging”. Sommige pannen maken krakende of klikkende geluiden. Dit kan veroorzaakt worden door de constructie van uw kookgerei (lagen van verschillende materialen met verschillende trillingen). Dit is normaal voor kookgerei en duidt niet op een storing. De inductiekookplaat maakt een laag brommend geluid wanneer hij gebruikt wordt met een hoge warmte-instelling. Dit wordt veroorzaakt door de technologie van bereiden met inductie. Dit is normaal, maar het geluid zou minder moeten worden of volledig verdwijnen als u een lagere warmte instelt. Lawaai van e ventilator afkomstig van de inductiekookplaat. Een in uw inductiekookplaat ingebouwde ventilator is in werking getreden om te voorkomen dat de elektronica oververhit raakt. De ventilator kan zelfs door blijven werken nadat u de inductiekookplaat hebt uitgeschakeld. Dit is normaal en er is geen actie noodzakelijk. Trek de stekker van de inductiekookplaat niet uit de wandcontactdoos terwijl de ventilator werkt. NL-17Pannen worden niet heet verschijnt op het display. De inductiekookplaat detecteert de pan niet omdat hij niet geschikt is voor bereidingen met inductie. De inductiekookplaat detecteert de pan niet omdat hij te klein is voor de kookzone of niet goed in het midden van de kookzone is geplaatst. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor bereidingen met inductie. Zie deel “Het kiezen van het juiste kookgerei”. Zet de pan goed in het midden en controleer of de bodem overeenkomt met de afmetingen van de kookzone. De inductiekookplaat of een kookzone is onverwacht uitgeschakeld, er klinkt een geluidssignaal en er wordt een storingscode weergegeven (normaal afgewisseld met twee letters op het display van de timer). Technische storing. Noteer de letters en cijfers van de storingscode, trek de stekker van de inductiekookplaat uit de wandcontactdoos en neem contact op met een gekwalificeerd technicus. Probeer nooit de kookplaat zelf uit elkaar te halen. Weergave storingen en inspectie Als zic h een storing voordoet, wordt de inductiekookplaat automatisch in de beveiligde status gezet en worden de bijbehorende codes weergegeven: Probleem Mogelijke o orzaken Oplossingen F3-F8 Storing te mperatuursensor Neem contact op met de leverancier. F9-F
Storing temperatuursensor van de IGBT. Neem contact op met de leverancier. E1/E2 Abnormale voedingsspanning Controleer of de elektrische voeding normaal is. Schakel weer in als de elektrische voeding weer normaal is. E3/E4 Abnormale temperatuur Inspecteer de pan. E5/E6 Slechte hittestraling van de inductiekookplaat Schakel de inductiekookplaat weer in nadat hij is afgekoeld. Hierbo ven is de beoordeling en inspectie van veel voorkomende storingen weergegeven. Haal het apparaat niet zelf uit elkaar en vermijd elk gevaar en schade aan de inductiekookplaat. NL-18Technische specificatie Kookplaa
gszones 2 zones Voedingsspanning 220-240V~ 50/60Hz Geïnstalleerd elektrisch vermogen 3500 W Productafmeting L×B×H(mm) 288X520X56 Inbouwafmetingen A×B (mm) 268X500 Gewich t en afmetingen zijn bij benadering. Omdat wij er voortdurend naar streven onze producten te verbeteren kunnen wij specificaties en tekeningen wijzigen zonder voorafgaande aankondiging.
Installatie Selectie van installatiegereedschappen Snij d ee n opening in het werkblad in overeenstemming met de afmetingen aangegeven op de tekening. Voor de installatie en het gebruik moet er minstens 5 cm ruimte vrij gelaten worden rond de opening. Controleer of de dikte van het werkblad minstens 30 mm is. Selecteer een werkblad van hittebestendig materiaal om vervorming veroorzaakt door de hittestraling van de kookplaat te voorkomen. Zoals hieronder is aangegeven:
50 min 50 min 50 min 50 min AFDICHTING NL-19 CDIC 30Zorg er onder a lle omstandigheden voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd wordt en dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen niet geblokkeerd zijn. Controleer of de inductiekookplaat goed werkt. Zoals hieronder is aangegeven Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en het kastje erboven dient minstens 760 mm te zijn.
A (mm) B (mm) C (mm) D E 760 50 min 30 min Luchtinlaat Luchtuitlaat 10 mm
Controleer, voordat u de kookplaat installeert, dat
het werk oppervlak vierkant en waterpas is, en dat er geen structurele onderdelen interfereren met de ruimtevereisten
het werkoppervlak gemaakt is van hittebestendig materiaal
aat boven een oven geïnstalleerd wordt, dat de oven een ingebouwde koelventilator heeft
de in stallatie moet voldoen aan alle ruimtevereisten en alle voorschriften en normen die van toepassing zijn
er een ges chikte isolatieschakelaar in de permanente bedrading is ingebouwd die volledige loskoppeling van de netvoeding mogelijk maakt, gemonteerd eb geplaatst in overeenstemming met de plaatselijke bedradingsvoorschriften en regels De isolatieschakelaar moet van een goedgekeurd type zijn en voorzien zijn van een opening tussen de contacten van 3 mm in alle polen (of in alle actieve [fase-] geleiders als de plaatselijke bedradingsvoorschriften deze variatie op de vereisten toestaan). NL-20•
isolatieschakelaar moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de klant bij wie de kookplaat geïnstalleerd wordt
raadpleeg plaatse lijke bouwinstanties en wettelijke voorschriften als u twijfels heeft over de installatie
gebr uik hittebestendige en gemakkelijk te reinigen afwerkingen (zoals keramische tegels) voor de wandoppervlakken rond de kookplaat. Controleer, nadat u de kookplaat geïnstalleerd hebt, dat
voedingskabel niet toegankelijk is via deurtjes of laden van kasten
er v oldoende frisse lucht van buiten de kasten naar de onderkant van de kookplaat kan stromen
als de kookp laat boven en lade of een kastje gemonteerd is, er een thermische beveiligingsplaat geïnstalleerd is aan de onderkant van de kookplaat
de i solatieschakelaar gemakkelijk te bereiken is door de klant. Voordat de bevestigingsbeugels geplaatst worden Het apparaat moet op een stabiel, vlak oppervlak gezet worden (gebruik de verpakking). Oefen geen kracht uit op de bedieningselementen die uit de kookplaat steken. De stand van de beugel afstellen Bevest ig de kookplaat op het werkblad door 4 beugels vast te schroeven op de onderkant van de kookplaat (zie afbeelding) na de installatie. Pas de stand van de beugels aan de verschillende diktes van het werkblad aan. Voorzichtig
De ind uctiekookplaat moet geïnstalleerd worden door gekwalificeerd personeel of technici. Wij hebben deskundigen voor u ter beschikking. Voer deze handeling nooit zelf uit. NL-212. De kook plaat mag niet geïnstalleerd worden rechtstreeks boven een afwasmachine, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger, aangezien vocht de elektronica van de kookplaat kan beschadigen.
De in ductiekookplaat moet zodanig geïnstalleerd worden dat er een betere hittestraling gegarandeerd kan worden om de betrouwbaarheid van de kookplaat te vergroten.
De wand en het gebie d boven het werkblad waar hitte opgewekt wordt, moet hittebestendig zijn.
Om besc hadiging te voorkomen, moeten de lagen van het werkblad en het kleefmiddel hittebestendig zijn. De kookplaat aansluiten op het elektriciteitsnet Deze kookplaat mag uitsluitend op het elektriciteitsnet worden aangesloten door een gekwalificeerd persoon. Alvorens de kookplaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet, controleren of:
het bedradingssysteem in uw woning geschikt is voor het vermogen dat de kookplaat nodig heeft
de spanning overeenkomt met de waarde die op het typeplaatje is vermeld
de doorsnede van de voedingskabel bestand is tegen de op het typeplaatje vermelde belasting. Gebruik bij de aansluiting op het elektriciteitsnet geen adapters, reductoren of aftakvoorzieningen, aangezien deze kunnen leiden tot oververhitting en brand. De voedingskabel mag nergens hete delen raken en moet zodanig geplaatst worden dat de temperatuur ervan nooit de 75˚C kan overschrijden. Controleer met een elektricien of het bedradingssysteem van uw woning geschikt is zonder wijzigingen aan te brengen. Eventuele wijzigingen mogen uitsluitend aangebracht worden door een erkend elektricien. De v oeding moet aangesloten worden in overeenstemming met de betreffende norm of een enkelpolige stroomonderbreker. De aansluitmethode is hieronder weergegeven. bruin blauw groen-geel
NL-22• Als de kabe l beschadigd is of vervangen moet worden, moeten deze werkzaamheden uitgevoerd worden door een vertegenwoordiger van de klantenservice met speciale gereedschappen om ongelukken te voorkomen.
Als het apparaat rechtstreeks wordt aangesloten op het elektriciteitsnet, moet er een omnipolaire stroomonderbreker geïnstalleerd worden met een minimumopening tussen de contacten van 3 mm.
De i nstallateur moet garanderen dat de correcte elektrische aansluiting gemaakt is en dat deze voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.
De ka bel mag niet verbogen of platgedrukt worden.
De kabel moet regelmatig gecontroleerd worden en mag alleen vervangen worden door erkende technici.
De geel/ groene draad van de voedingskabel moet aangesloten worden op aarde van zowel de stroomtoevoer als de klemmen van het apparaat.
De fabri kant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor ongelukken voortvloeiend uit het gebruik van het apparaat als dit niet geaard is, of met onjuiste continuïteit van de aardeverbinding.
Als het apparaat voorzien is van een contactdoos, dan moet het zodanig geïnstalleerd worden dat de contactdoos toegankelijk is.
IJzeren koekenpan Roestvrijstalen pan IJzeren pan IJzeren ketel Emaille roestvrijstalen ketel Emaille kookgerei IJzeren plaat
hebt waarschijnlijk verschillende soorten kookgerei in huis.
1. Deze inductiekookplaat kan uiteenlopend kookgerei herkennen, wat u kunt testen
met een van de volgende methodes: Zet de pan op de kookzone. Als de betreffende kookzone een vermogensniveau weergeeft, dan is de pan geschikt. Als de "U" knippert, dan is de pan niet geschikt voor gebruik met de inductiekookplaat. NL-232. H oud een magneet tegen de pan. Als de magneet wordt aangetrokken door de pan, dan is hij geschikt voor gebruik met de inductiekookplaat. NB: De bodem van de pan moet magnetisch materiaal bevatten. Hij moet een vlakke bodem hebben met een diameter volgens tabel 1 hieronder.
3. Gebruik alleen ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer of
roestvrij staal, maar compatibel met inductie.
4. Gebruik pannen waarvan de diameter van de ferromagnetische zone (bodem van de
pan) in het bereik van de afmetingen in de onderstaande tabel ligt. (Tabel 1) - Als u kleinere pannen gebruikt, kunnen de prestaties worden beïnvloed - Als u een pan gebruikt met een kleinere diameter dan aangegeven in tabel 1, wordt hij mogelijk niet gedetecteerd Afhankelijk van de grootte van de zone kunt u pannen met verschillende diameters gebruiken, zoals op de foto hieronder:
. Als het ferromagnetische gedeelte de bodem van de pan slechts gedeeltelijk bedekt, zal alleen het ferromagnetische gedeelte opwarmen, de rest van de bodem zal mogelijk niet voldoende opwarmen om te kunnen koken.
6. Als de ferromagnetische zone niet homogeen is, maar andere materialen zoals
aluminium bevat, kan dit de opwarming en de detectie van de pan beïnvloeden. NL-24A ls de basis van de pan vergelijkbaar is met onderstaande foto's, kan de pan mogelijk niet gedetecteerd worden. Dit apparaat is van een merkteken voorzien in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EG inzake Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit apparaat correct als afval wordt verwerkt, helpt u schade aan het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen, die anders veroorzaakt kan worden als het op de verkeerde manier als afval verwerkt wordt. Het symbool op het product geeft aan dat het niet behandeld mag worden als normaal huishoudelijk afval. Het moet afgegeven worden bij een speciaal inzamelingspunt voor het recyclen van elektrische en elektronische producten.
AFDANKEN: Gooi dit product niet weg als niet-gescheiden gemeentelijk afval. Gescheiden inzameling van dergelijk afval is noodzakelijk. Dit apparaat vereist gespecialiseerde afvalverwerking. Neem voor meer informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product contact op met uw plaatselijke gemeenteraad, uw vuilnisophaaldienst, of de winkel waar u het gekocht hebt. Neem voor meer gedetailleerde informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product contact op met uw plaatselijke gemeentehuis, uw vuilnisophaaldienst, of de winkel waar u het gekocht hebt.
Notice-Facile