MAKITA DLM530Z - Grasmaaier

DLM530Z - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DLM530Z MAKITA in PDF-formaat.

📄 140 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DLM530Z - page 62
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DLM530Z

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DLM530Z - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DLM530Z van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DLM530Z MAKITA

Accugrasmaaier GEBRUIKSAANWIJZING 62

L: 1.630 mm tot 1.715 mm B: 590 mm H: 990 mm tot 1.095 mm Rijsnelheid 2,5 of 5,0 km/h - 2,5 of 5,0 km/h Nominale spanning 36Vgelijkstroom Nettogewicht Wanneerhetrechtesnijbladvan de grasmaaier is aangebracht 35,3 - 39,0 kg 35,5 - 39,3 kg 39,0 - 42,8 kg Wanneerdezwenkendesnijbladen vandegrasmaaierzijnaangebracht 36,0 - 39,7 kg 36,2 - 40,0 kg 39,7 - 43,5 kg Beschermingsklasse IPX4 *1. Grondplaatenafzonderlijkesnijbladenvandegrasmaaier. *2.Alleenafzonderlijkesnijbladenvandegrasmaaier.

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’szijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaruwoont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voeding- seenheid met dit gereedschap.Dekabelvaneendergelijkevoedingkanhetgebruikhinderenwaardoorper- soonlijkletselwordtveroorzaakt. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Leesdegebruiksaanwijzing. Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Brengnooituwhandenofvoetendichtbij hetsnijbladonderdegrasmaaier.Het snijbladblijftnadraaiennadatdemotoris uitgeschakeld. Verwijderdecontactsleutelvóórhet inspecteren,bijstellen,reinigen,onder- houden, achterlaten of opbergen van de grasmaaier. Elektrisch gevaar. Contact met water kan een elektrische schok veroorzaken. Giet er geen water op.63 NEDERLANDS Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap en accu’s niet met het huisvuil mee! VolgensdeEuropeserichtlijninzakeoude elektrische en elektronische apparaten, eninzakebatterijenenaccu’senoude batterijenenaccu’s,endetoepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen elektrisch gereedschap, accu’s en batterijendieheteindevanhunlevensduur hebben bereikt, gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar eenrecyclebedrijfdatvoldoetaande geldende milieu-eisen. Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN60335-2-77: OPMERKING:Dewaardenzijngemetenmetde grasmaaieruitgerustmeteenrechtsnijbladvande grasmaaier. Model DLM462 Geluidsdrukniveau (L

): 90,4 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Hetgeluidsniveaukantijdensgebruikhogerworden dan 80 dB (A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en statio- nair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60335-2-77: OPMERKING:Dewaardenzijngemetenmetde grasmaaieruitgerustmeteenrechtsnijbladvande grasmaaier. Model DLM462 Trillingsemissie (a

OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.64 NEDERLANDS Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Instructie

Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsorga- nen en het correcte gebruik van de grasmaaier.

Laat nooit kinderen of anderen die niet vertrouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebruikers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.

Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.

4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-

kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen.

5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze

niet met de grasmaaier gaan spelen.

Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier niet onder de invloed van alcohol, stimulerende of verdo- vende middelen, of na het innemen van medicijnen. Voorbereidingen

Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waarvan koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden.

Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd visueel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden.

3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt

zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.

4. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier

wanneer die klaar voor gebruik is.

Draag tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.

6. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-

den en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk.

7. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en

voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen.

8. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-

werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor- zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun- nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze.

9. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en

andere verborgen voorwerpen.Ongelijkmatig terreinkanleidentotuitglijdenenvallen.Inlang gras kunnen obstakels verborgen zitten.

10. Terwijl het regent mag u de contactsleutel niet

erin steken of verwijderen.

11. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-

delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming,gebruiktintoepasselijkesituaties, dragenbijtotverminderingvanpersoonlijkletsel. Bediening

1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede

balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellin- gen. Loop gewoon en ren niet.

2. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de

contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het ophe󰀨en van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen en voer reparatiewerkzaamheden uit alvo- rens de grasmaaier opnieuw te starten en te bedienen, - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen.

3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer

de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.

4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder

slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat.

5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier

altijd oogbescherming en stevige schoenen.

6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of

7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens

de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).

8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te

verwonden aan het snijblad.65 NEDERLANDS

9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen

10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,

nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor- zichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen.

11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-

maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.

12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier

moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.

13. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor

inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken.

14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of

vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.

15. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-

maaier is ingeschakeld.

16. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras

17. Houd de handgreep altijd stevig vast.

18. Raak het snijblad of andere scherpe randen

niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.

19. Houd uw handen en voeten uit de buurt van

het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.

20. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u

iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier uit en verwijder de contactsleutel. Inspecteer vervolgens de grasmaaier.

21. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-

hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait.

22. Laat de schakelhendel los en wacht tot het

snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Verwijder de con- tactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.

23. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,

gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil- stand is gekomen. - Verwijder de contactsleutel en de accu. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.

24. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de

schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast.

Richt het uitgeworpen materiaal nooit op iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitgewor- pen tegen een muur of obstakel. Het materiaal kanterugkaatsennaardegebruiker.Zethetsnijblad stil wanneer u een verharde ondergrond oversteekt.

27. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve

indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe- genvanafeenafrasteringofandere,soortgelijke obstructie,kijktuomlaagennaarachterdegras- maaiervóórentijdenshetachteruitbewegen.

28. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad

volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijbladblijftnalopennadatdegrasmaaieris uitgeschakeld.

29. Als u het gereedschap op een modderige

ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.

30. Vermijd werken in een ongunstige omgeving

waarin een verhoogde vermoeidheid van de gebruiker kan worden verwacht.

31. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer

waarin het zicht beperkt is. Als u dit toch doet, kan dat een val of verkeerde bediening veroorza- ken als gevolg van het slechte zicht.

32. Dompel het gereedschap niet onder in een

33. Wanneer natte bladeren of vuil blijft kleven aan

de aanzuigmond (ventilatieopening) als gevolg van de regen, verwijdert u deze.

34. Gebruik het gereedschap niet in de sneeuw.

35. Als het maaisel nat is, hoopt het zich waar-

schijnlijk op aan de binnenkant van het gereedschap. Controleer regelmatig de staat van het gereedschap en verwijder zo nodig het aanklevende gras.

36. Let bij het gebruik van het gereedschap op

leidingen en kabels.

37. Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een

accuadapter of draagbare voedingseenheid met dit gereedschap. De kabel van een derge- lijkevoedingkanhetgebruikhinderenwaardoor persoonlijkletselwordtveroorzaakt. Onderhoud en opslag

1. Vervang alle versleten of beschadigde onder-

delen, voor uw veiligheid. Gebruik uitslui- tend originele vervangingsonderdelen en accessoires.

2. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier

3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier

buiten bereik van kinderen.

4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven

stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken.66 NEDERLANDS

5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage

en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.

6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding

door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.

7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen

van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.

9. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-

10. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-

den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.

11. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit

elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel- matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor- ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert.

12. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in

13. Was het gereedschap niet met water onder

14. Als u het gereedschap wast, verwijdert u de

accu en contactsleutel en sluit u het accu- deksel, en giet u water op de onderkant van het gereedschap waaraan het snijblad is bevestigd.

15. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u

direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt.

16. Voer inspectie en onderhoud uit op een plaats

waar regen kan worden vermeden.

17. Nadat u het gereedschap hebt gebruikt, ver-

wijdert u het aanklevende vuil en laat u het gereedschap volledig drogen voordat u hem opbergt.Afhankelijkvanhetseizoenofgebied, bestaat de kans op een storing als gevolg van bevriezing. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt

1. Laad alleen op met de acculader aanbevolen

door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.

2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend

met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.

3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze

uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.

4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan

vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.

5. Gebruik geen accu of gereedschap dat

beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigdeaccu’skunnenonvoorspelbaargedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.

6. Stel een accu of gereedschap niet bloot

aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.

7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu

of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerdopladenofbijeentemperatuurbuiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu

1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijkespecialeverwerkingsvereisten.

2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen enhuid.Hetkangiftigzijnbijinslikken.

3. Laad de accu niet op in de regen of op een

4. Laad de accu niet buitenshuis op.

5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-

tacten van de lader, niet met natte handen aan.

6. Vervang de accu niet in de regen.

7. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat

worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aan- sluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.

8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de

acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.

9. Vervang de accu niet met natte handen.

door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangings- onderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behou- denblijft.

2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het

repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.67 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weg- gooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-

ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.68 NEDERLANDS MONTAGE WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de contactsleutel en de accu zijn verwijderd, alvorens u enig werk aan de grasmaaier gaat uitvoeren. Als u de contact- sleutelendeaccunietverwijdert,kandatleidentoternstig persoonlijkletselalsdegrasmaaierplotselingzoustarten. WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier voordat het geheel naar behoren is gemonteerd. Het appa- raatineengedeeltelijkgemonteerdetoestandbedienen,kan naperongelukinschakelenleidentoternstigpersoonlijkletsel. De handgreep aanbrengen KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de handgrepen leidt u de kabels zodat ze niet bekneld raken door iets tussen de handgrepen. Als de kabel beschadigd is, werkt mogelijk de schakelaar van de grasmaaier niet.

Lijndeopeningenindeonderstehandgreepuitmetdeope- ningeninhetmaaidekendraaidaarnade4boutentijdelijkvast. ►Fig.1: 1. Onderste handgreep 2. Bout

Draaide4boutendieinstap1tijdelijkwarenvast- gedraaidnustevigvastmetbehulpvanpijpsleutel13.

Lijndeopeningindeonderstehandgreepuitmetdeopening in de bovenste handgreep en steek vervolgens de bout vanaf de binnenkant erdoor, en draai daarna de moer vanaf de buitenkant vast metpijpsleutel13.Voerdezelfdeprocedureuitaandeanderekant. ►Fig.2: 1. Bout 2. Onderste handgreep 3. Moer

4. Opening 5. Bovenste handgreep

LET OP: Houd de bovenste handgreep stevig vast, zodat deze niet uit uw hand valt. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken.

4. Bevestig de kabelklem aan de handgreep.

Lijndeuitstekendenokkenopdehouderuitmetdeopeningen in de handgreep zodat de uitstekende nokken in de openingen passen. Geleid de kabels zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.3: 1. Kabel 2. Kabelklem Het mulch-inzetstuk verwijderen

Verwijderhetmulch-inzetstukterwijludehendelomlaaghoudt. ►Fig.5: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk De grasmand aanbrengen en verwijderen Om de grasmand aan te brengen, volgt u de onderstaande stappen.

2. Pak het handvat van de grasmand vast en haak

vervolgens de grasmand aan de stang van het maai- dek, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.7: 1. Stang 2. Handvat 3. Grasmand Omdegrasmandteverwijderen,opentudeachterklepenverwij- dert u vervolgens de grasmand door het handvat vast te pakken. Het mulch-inzetstuk aanbrengen

1. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.

►Fig.8: 1. Achterklep 2. Grasmand

2. Brenghetmulch-inzetstukaanterwijludehendel

omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het mulch-inzetstuk te vergrendelen. ►Fig.9: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk Het uitworp-hulpstuk aanbrengen Voor DLM530/DLM532

1. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.

►Fig.10: 1. Achterklep 2. Grasmand

2. Brenghetmulch-inzetstukaanterwijludehendel

omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het mulch-inzetstuk te vergrendelen. ►Fig.11: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk

3. Openderechterzijklepenbrengdaarnahetuit-

worp-hulpstuk aan. Steek de haken van het uitworp-hulpstuk onder de stangvanderechterzijklep. ►Fig.12: 1.Rechterzijklep2. Uitworp-hulpstuk

FUNCTIES De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het apparaat en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het apparaat en de accu niet stevig vast- houdt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor het apparaat of de accu kan worden beschadigd of persoonlijkletselkanwordenveroorzaakt. LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accu- deksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Schuif de accu altijd volledig naar binnen totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het apparaatvallenenletselveroorzakenbijuofanderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar- schijnlijkindeverkeerdestand. OPMERKING: Het apparaat werkt niet met slechts één accu. De accu aanbrengen:

raat en schuif daarna de accu erin tot deze met een klikgeluidopzijnplaatswordtvergrendeld. ►Fig.14: (1) Accupoort 1 (2) Accupoort 2 (3) Accu OPMERKING: Breng minstens 2 accu’s aan in accupoort 1 of accupoort 2.

3. Steek de contactsleutel in op de plaats die in de

afbeelding is aangegeven, zover de sleutel gaat. ►Fig.15: 1. Contactsleutel

4. Sluithetaccudekselenduweroptotdathijwordt

vergrendeld met de borghendel. De accu verwijderen:

Trek de vergrendelhendel omhoog en open het accudeksel.

2. Trekdeaccuuithetapparaatterwijludeknopaan

de voorkant van de accu verschuift.

3. Trek de contactsleutel eruit.

4. Sluit het accudeksel.

De accu’s omschakelen ►Fig.16: 1. Accukeuzeschakelaar Hetapparaatgebruikt2accu’stegelijkertijd.Maximaal 4 accu’s kunnen in het apparaat worden aangebracht. Alvorens het apparaat te gebruiken, selecteert u accupoort 1 of accupoort 2 door de accukeuzeschake- laar te draaien. OPMERKING: Als slechts 2 accu’s in het apparaat zijnaangebracht,verzekertuzichervandeaccupoort teselecterenwaarindeaccu’szijnaangebrachtmet behulp van de accukeuzeschakelaar. Beveiligingssysteem voor apparaat/accu Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor apparaat/accu. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het apparaatendeaccuteverlengen.Hetapparaatkantij- dens het gebruik automatisch stoppen als het apparaat of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat automatischenknipperthetbedrijfslampjegroen.Wanneer dat gebeurt, schakelt u het apparaat uit en stopt u de toe- passing die ertoe leidde dat het apparaat overbelast raakte. Schakel vervolgens het apparaat in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het apparaat of de accu oververhit is, stopt het apparaatautomatischengaathetbedrijfslampjerood branden. In dat geval laat u het apparaat en de accu afkoelen, voordat u het apparaat opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het appa- raatautomatischenknipperthetbedrijfslampjerood. Verwijderindatgevaldeaccuvanafhetapparaaten laad de accu’s op of vervang de accu’s door volledig opgeladen accu’s. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ►Fig.17: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. Bedieningspaneel Op het bedieningspaneel bevinden zich de hoofdscha- kelaar, de functieschakelknop en de indicatoren van de resterende acculading. ►Fig.18: 1.Accu-indicatorlampje

2. Functieschakellamp 3.Bedrijfslampje

4. Testknop 5. Functieschakelknop

Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha- kelaar uit indien niet in gebruik. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar.Hetbedrijfslampjebrandtgroen.Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op de hoofdschakelaar. OPMERKING:Alshetbedrijfslampjeroodbrandt,of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het apparaat-/accubeveiligingssysteem. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de hoofdschakelaar auto- matisch uitgeschakeld wanneer de schakelhendel endeaandrijfhendel(indienaanwezig)nietworden ingeknepenbinneneenbepaaldetijdsduurnadatde hoofdschakelaar is ingeschakeld.70 NEDERLANDS Functieschakelknop U kunt de bedieningsfunctie veranderen door op de functieschakelknop te drukken. Wanneer het gereed- schap wordt ingeschakeld, start het gereedschap in de normale functie. Als u op de functieschakelknop drukt, schakelt het apparaat om naar de geluidsonder- drukkingsfunctie en gaat de functieschakellamp groen branden. In de geluidsonderdrukkingsfunctie kunt u hetgeluidsniveautijdenshetgrasmaaienverlagen.Als u nogmaals op de functieschakelknop drukt, keert het gereedschap terug naar de normale functie. De resterende acculading controleren Druk op de testknop om de resterende acculadingen tezien.Deaccu-indicatorlampjesgevenperaccude resterende acculading aan. Toestand van accu-indicator Resterende acculading Aan Uit 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% OPMERKING:Deindicatorlampjesvoordereste- rende acculading dienen slechts ter referentie. De daadwerkelijkeacculadingkanverschillenafhankelijk van de gebruiksomstandigheden. OPMERKING: Stop het apparaat voordat u op de testknop drukt om de resterende acculadingen weer te geven. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan- brengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met kansopernstiglichamelijkletsel. OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakel- hendel in. OPMERKING:Degrasmaaierstartmogelijkniet vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de maaihoogte hoger in. Deze grasmaaier is voorzien van een contactsleutel en een hand- greepschakelaar. Als er iets niet in orde is met de contactsleutel of deschakelaar,stoptuonmiddellijkhetgebruikenlaatuzecontro- lerenbijuwdichtstbijzijndeerkendeMakita-servicecentrum. Voor DLM462/DLM532

1. Breng de accu’s aan. Plaats de contactsleutel en

sluit daarna het accudeksel.

2. Selecteer de accu’s die moeten worden gebruikt

door de accukeuzeschakelaar te draaien.

3. Druk op de hoofdschakelaar.

4. Trekdeschakelhendelnaarutoeterwijlude

schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los zodra de motor begint te draaien. ►Fig.19: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst, knipperthetbedrijfslampjegroenwanneerudescha- kelhendelinknijpt.

Terwijludeschakelhendelvasthoudt,duwtudeaandrijfhendel naarvorenenhoudtudezevastomdeachterwielenaantedrijven. ►Fig.20: 1.Aandrijfhendel OPMERKING:Ukuntdeachterwielenaandrijven doordeaandrijfhendelnaarvorenteduwenendeze vast te houden zonder de schakelhendel naar u toe te trekken.

6. Laatdeaandrijfhendelendeschakelhendellos

om het apparaat te stoppen. Voor DLM530

1. Breng de accu’s aan. Plaats de contactsleutel en

sluit daarna het accudeksel.

2. Selecteer de accu’s die moeten worden gebruikt

door de accukeuzeschakelaar te draaien.

3. Druk op de hoofdschakelaar.

4. Trekdeschakelhendelnaarutoeterwijlude

schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los zodra de motor begint te draaien. ►Fig.21: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst, knipperthetbedrijfslampjegroenwanneerudescha- kelhendelinknijpt.

Laat de schakelhendel los om de motor te stoppen. De maaihoogte instellen WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. WAARSCHUWING: Controleer vóór het gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf valt. De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20 mm tot 100 mm. Verwijderdecontactsleutelentrekvervolgensdemaai- hoogte-instelhendel tot buiten het maaidek en verplaats deze naar de gewenste maaihoogte. ►Fig.22: 1. Maaihoogte-instelhendel De onderstaande tabel toont het verband tussen het cijferophetmaaidekendemaaihoogtebijbenadering.71 NEDERLANDS Cijfer Maaihoogte 1 20 mm 2 26 mm 3 32 mm 4 39 mm 5 47 mm 6 55 mm 7 63 mm 8 74 mm 9 86 mm 10 100 mm Houd het voorhandvat of de onderste handgreep met één hand vast en verplaats vervolgens de maaihoog- te-instelhendel met de andere hand. ►Fig.23: 1. Maaihoogte-instelhendel 2. Onderste handgreep 3. Voorhandvat OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte mogenslechtsalsrichtlijnwordengebruikt. Afhankelijkvandetoestandvanhetgazonende ondergrond,kandedaadwerkelijkegazonhoogteiets afwijkenvandeingesteldehoogte. OPMERKING: Met een maaiproef in een min- der opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. Grasniveau-indicator De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid gras aan. Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de indicatorblijvenzweventerwijldesnijbladendraaien. ►Fig.24: 1. Grasniveau-indicator Wanneerdegrasmandbijnavolis,zaldeindicatorniet meerzweventerwijldesnijbladendraaien.Indatgeval stoptuonmiddellijkhetgebruikenleegtudegrasmand. ►Fig.25: 1. Grasniveau-indicator OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove richtlijn.Afhankelijkvandetoestandbinnenindegras- mand,werktdezeindicatornietaltijdgoed. De hoogte van de handgreep afstellen LET OP: Voordat u de bouten verwij- dert, houdt u de bovenste handgreep stevig vast. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken. De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op twee hoogten.

1. Verwijderdebovensteboutenuitdeonderste

handgreepmetbehulpvanpijpsleutel13endraai daarna de onderste bouten los. ►Fig.26: 1. Bovenste bout 2. Onderste bout

2. Stel de hoogte van de handgreep af en draai

daarna de bovenste en onderste bouten stevig vast. De rijsnelheid afstellen Voor DLM462/DLM532 ►Fig.27: 1. Snelheidshendel Derijsnelheidkanwordeningesteldmetbehulpvandesnelheids- hendel. Om de snelheid te verlagen, trekt u de hendel naar u toe, en om de snelheid te verhogen kantelt u de hendel naar voren. Het mulch-inzetstuk gebruiken Hetmulch-inzetstukmaakthetmogelijkomhetmaaisel naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstukgebruikt,moetudegrasmandverwijderen. KENNISGEVING: Wanneer u de machine met het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich ervan dat de totale lengte van het gras na het maaien 30 mm of meer is, en de maailengte 15 mm of minder is. ►Fig.28: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder Het uitworp-hulpstuk gebruiken Voor DLM530/DLM532 Hetuitworp-hulpstukmaakthetmogelijkomhetmaaisel aan de rechterkant van de machine op de grond te werpen zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het uitworp-hulpstuk gebruikt, moet u het mulch-inzetstukaanbrengenendegrasmandverwijderen. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische aanstu- ringvooreengemakkelijkebediening.

  • Constante-toerentalregelingvansnijblad Elektronische toerentalregeling voor het aanhou- den van een constant toerental. Maakt een onbe- rispelijkeafwerkingmogelijkomdathettoerental zelfsonderbelastingconstantblijft.
  • Zachte-startbijaandrijving De functie zachte-start minimaliseert de start- schokenlaathetgereedschapgeleidelijkstarten.
  • Elektrische rem Dit apparaat is voorzien van een elektrische rem. Als hetapparaatconstantnietinstaatisdesnijbladen van de grasmaaier snel stil te zetten nadat de scha- kelhendel is losgelaten, laat u het apparaat onder- houden door een erkend Makita-servicecentrum. BEDIENING Maaien WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij- dert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming.72 NEDERLANDS LET OP: Als het maaisel of een vreemd voor- werp zich ophoopt binnenin het maaidek, moet u eerst de contactsleutel en accu verwijderen, en handschoenen aantrekken voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. ►Fig.29 Houdbijhetmaaiendehandgreepmetbeidehanden stevigvast.Derichtlijnvoordemaaisnelheidisonge- veer 7 tot 14 meter per 10 seconden. ►Fig.30 Demiddellijnenvandevoorwielenkunnenworden gebruiktalsrichtlijnvoordemaaibreedte.Gebruikde middellijnenalsrichtlijnbijhetmaaieninbanen.Overlap elke baan met de helft of een derde van de breedte van de vorigebaanomhetgazongelijkmatigtemaaien. ►Fig.31: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3.Middenlijn Veranderdemaairichtingbijelkebaanomtevoorko- men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ►Fig.32 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras- mand.Leegdegrasmandvoordatdezevolraakt.Vóór elke periodieke inspectie dient u de grasmaaier uit te schakelen en daarna de contactsleutel en de accu te verwijderen. KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt met een volle grasmand kan het snijblad niet soe- pel draaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. Maaien van erg lang gras Probeer niet om lang gras in één keer te maaien. Maai in plaats daarvan het gazon in meerdere maaibeurten. Laat een dag of twee tussen de maaibeurten, tot het gazongelijkmatigkortis. ►Fig.33 OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele- maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. De grasmand legen WAARSCHUWING: Om ongelukken te voor- komen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand.

1. Laatdeschakelhendelendeaandrijfhendellos

(voor DLM462/DLM532), of laat de schakelhendel los (voor DLM530).

2. Verwijderdecontactsleutel.

3. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand

door het handvat vast te pakken. ►Fig.34: 1. Achterklep 2. Handvat 3. Grasmand

4. Leeg de grasmand.

ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg altijd dat de con- tactsleutel en de accu uit de grasmaaier zijn verwijderd voordat u de grasmaaier opbergt of draagt, of voordat u inspectie of onderhoud gaat verrichten. WAARSCHUWING: Verwijder altijd de con- tactsleutel wanneer de grasmaaier niet in gebruik is. Bewaar de contactsleutel op een veilige plaats, buiten bereik van kinderen. WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een bescher- mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Onderhoud

1. Verwijderdecontactsleutelenaccu’sensluit

daarna het accudeksel.

Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatdemaai- hoogte-instelhendel bovenop komt. Reinig het maaisel dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van het maaidek.

3. Giet water op de onderkant van het gereedschap

waaraanhetsnijbladisbevestigd. KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met water onder hoge druk.

5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade,

defectenenslijtage.Beschadigdeofontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen.

6. Berg de grasmaaier op een veilige plaats op bui-

ten bereik van kinderen. Voor DLM462/DLM532 KENNISGEVING: Giet geen water op het gedeelte aangegeven in de afbeelding. Als u water giet op de motoreenheid kan een storing in het appa- raat worden veroorzaakt. ►Fig.35: 1. Gebied waar geen water op mag worden gegoten De grasmaaier dragen Wanneer u de grasmaaier draagt, houdt u het voor- handvat en achterhandvat met twee personen vast, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.36: 1. Voorhandvat 2. Achterhandvat73 NEDERLANDS Opbergen Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de accula- der niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C of hoger kan oplopen. Het snijblad van de grasmaaier aanbrengen of verwijderen WAARSCHUWING: Nadat de schakelhen- del is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Verwijder altijd eerst de contactsleutel en de accu voordat u het snijblad gaat verwijderen of aanbrengen. Als u de contact- sleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van het snijblad altijd handschoenen. Het snijblad van de grasmaaier verwijderen Voor modellen uitgerust met een recht snijblad van de grasmaaier

1. Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatde

maaihoogte-instelhendel bovenop komt.

2. Omhetsnijbladteblokkeren,steektudepenin

een opening in het maaidek.

4. Verwijderdeboutendaarnahetsnijbladvande

grasmaaier. ►Fig.38: 1.Snijbladvoet2.Snijbladvandegras- maaier 3. Bout 4. Uitstekende nok KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van het snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat de uitstekende nokken op de snijbladvoet in de openingen van het snijblad van de grasmaaier vallen. Voor modellen uitgerust met zwenkende snijbladen van de grasmaaier

1. Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatde

maaihoogte-instelhendel bovenop komt.

2. Om de grondplaat te blokkeren steekt u de pen

door een opening in de grondplaat in een opening in het maaidek.

3. Draaideboutlinksommetpijpsleutel17.

►Fig.39: 1. Pen 2. Grondplaat 3.Pijpsleutel

4. Verwijderdeboutendaarnadegrondplaat.

►Fig.40: 1.Snijbladvoet2. Grondplaat 3. Bout

KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de snijbladen van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat de uitstekende nokken op de snijblad- voet in de openingen van de grondplaat vallen.

5. Oméénsnijbladvandegrasmaaierteverwijde-

ren,draaitudeboutlinksommetbehulpvanpijpsleutel 17terwijludegrondplaatvasthoudt. ►Fig.41: 1. Grondplaat 2.Snijbladvandegrasmaaier 3.Pijpsleutel

6. Verwijderdemoer,dering,deveerring,hetsnij-

blad van de grasmaaier en de bout, in die volgorde. ►Fig.42: 1. Boutgat 2. Bout 3.Snijbladvandegras- maaier 4. Veerring 5. Ring 6. Moer KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de afzonderlijke snijbladen van de grasmaaier, draait u de moeren vast met een aanhaalkoppel van 30 N•m. KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van één snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan de veerring aan te brengen in de richting zoals aangegeven in de afbeelding. KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van één snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan de bout in een boutgat te steken dat is aangege- ven in de afbeelding. Het snijblad van de grasmaaier monteren WAARSCHUWING: Breng het snijblad van de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een boven- en onderkant. WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom stevig aan om het snijblad vast te zetten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snij- blad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. WAARSCHUWING: Als u het snijblad ver- vangt, volgt u altijd de instructies die in deze handleiding worden gegeven. KENNISGEVING: Na het aanbrengen van de snijbladen van de grasmaaier, verwijdert u de pen uit het maaidek. Omdesnijbladenvandegrasmaaieraantebrengen, volgtudeverwijderingsprocedureinomgekeerde volgorde.74 NEDERLANDS PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindtdatnietindezegebruiksaanwijzingwordtbeschreven,magunietproberenhetapparaatuitelkaar te halen. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De grasmaaier start niet. Erzijnnogniettweevolleaccu’s aangebracht. Plaats twee opgeladen accu’s. Probleem met de accu (onvoldoende spanning) Laaddeaccuop.Alshetopladengeene󰀨ectheeft, vervangt u de accu. De contactsleutel is niet ingestoken. Steek de contactsleutel er in. De accukeuzeschakelaar staat niet in dejuistestand. Selecteerdeaccupoortwaarindeaccu’szijnaange- bracht met behulp van de accukeuzeschakelaar. Na kortstondig gebruik stopt de motor al gauw. Deaccuisbijnaleeg. Laaddeaccuop.Alshetopladengeene󰀨ectheeft, vervangt u de accu. De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte. Maaisel heeft zich opgehoopt in de grasmaaier. Verwijderhetopgehooptemaaiselvanafde grasmaaier. Het maximale motortoerental wordt niet bereikt. Deaccuisnietjuistaangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning valt weg. Laaddeaccuop.Alshetopladengeene󰀨ectheeft, vervangt u de accu. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijkeerkendeservicecentrumom reparatie. Hetsnijbladvandegrasmaaier draait niet rond: stopdegrasmaaieronmiddellijk! Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is vastgeraaktdichtbijhetsnijblad. Verwijderhetvreemdevoorwerp. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijkeerkendeservicecentrumom reparatie. Abnormale trillingen: stopdegrasmaaieronmiddellijk! Hetsnijbladisnietmeergebalanceerd, ofovermatigofongelijkmatiggesleten. Vervanghetsnijblad. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita- apparaat dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukkenkangevaarvoorpersoonlijkeverwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uit- sluitend voor de aangegeven doeleinden. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.