ZITN641K - Forn ZANUSSI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ZITN641K ZANUSSI in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw inductiekookplaat |
| Merk | Zanussi |
| Model | ZITN641K |
| Stroomvoorziening | 220-240 V / 400 V 2N, 50-60 Hz |
| Totaal vermogen | 6,6 kW |
| Aantal kookzones | 4 inductiezones |
| Diameters van de zones | Links voor: 21,0 cm; Links achter: 14,5 cm; Rechts voor: 14,5 cm; Rechts achter: 18,0 cm |
| PowerBoost | Ja, op zones links voor (2800 W) en rechts voor (1800 W) |
| Energiebeheer | Automatische vermogensverdeling tussen de zones, limiet van 3300 W per fase |
| Automatische uitschakeling | Ja, afhankelijk van het kookniveau (van 1,5 uur tot 6 uur) |
| Bedieningsvergrendeling | Ja, functie Toetsenvergrendeling |
| Kinderveiligheid | Ja, bedieningsvergrendeling door lang indrukken |
| Restwarmte-indicator | Ja, weergave H |
| Oppervlaktemateriaal | Vitrokeramisch |
| Geschikte pannensoorten | Gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem |
| Onderhoud en reiniging | Reinig na elk gebruik met een speciale schraper en een niet-schurend middel; verwijder onmiddellijk gesmolten plastic en suiker |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling, vergrendeling, kinderveiligheid, panherkenning (weergave F) |
| Klantendienst | Originele onderdelen aanbevolen, contact opnemen met erkende klantendienst |
| Algemene informatie | Vervaardigd in Roemenië; PNC 949 492 417 01; Type 63 B4A 00 AA |
Veelgestelde vragen - ZITN641K ZANUSSI
Gebruikersvragen over ZITN641K ZANUSSI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ZITN641K - ZANUSSI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ZITN641K van het merk ZANUSSI.
GEBRUIKSAANWIJZING ZITN641K ZANUSSI
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE 48 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 50 3. INSTALLATIE 53 4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT 54 5. DAGELIJKS GEBRUIK 56 6. AANWIJZINGEN EN TIPS 57 7. ONDERHOUD EN REINIGING 59 8. PROBLEEMOPLOSSING 60 9. TECHNISCHE GEGEVENS 61 10. ENERGIEZUINIGHEID 62 11. MILIEUBESCHERMING 63
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeien uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plaats voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te
worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg. WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als het in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens het gebruik.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken. WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden. - Probeer NOOIT om een brand te blussen met water. Schakel het apparaat uit en bedek vervolgens de vlam, bv. met een deksel of een vuurdeken. WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld. - LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden. WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken. - Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement na elk gebruik UIT met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen. WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installatie

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand tot andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel. Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam worden geopend.
- Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
- Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade:
- Leg geen kleine dingen of papier die kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren.
- Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de zaken die u in de lade bewaart.
- Verwijder de afschermingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.
2.2 Aansluiting aan het elektriciteitsnet

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Verzeker u ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met het elektrische vermogen van de netstroom.
- Zorg ervoor dat het apparaat correct is geïnstalleerd. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ervoor zorgen dat de contactklemmen te heet worden.
- Gebruik de juiste stroomkabel.
- Voorkom dat de stroomkabels verstrikt raken.
- Zorg ervoor dat er een schokbescherming wordt geïnstalleerd.
- Gebruik een klem om spanning op het snoer te voorkomen.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als u het apparaat op de nabijgelegen contactdozen aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
Zorg dat u de hoofdstekker (indien van toepassing) of kabel niet beschadigt. Neem contact op met onze serviceafdeling of een elektromonteur om een beschadigde hoofdkabel te vervangen. - De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst. - Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is. - Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken. - Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker. - Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers. - De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- Verwijder voor gebruik (indien van toepassing) de verpakking, labels en beschermfolie.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor (binnenshuis) huishoudelijk gebruik.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na elk gebruik.
- Vertrouw niet alleen op de pandetector.
Leg geen bestek of pannendeksels op de kookzones. Deze kunnen heet worden. - Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water. - Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak. - Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt elektrische schokken. - Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren van de inductiekookzones als het apparaat in werking is. - Als u eten in de hete olie doet, kan het spatten.

WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën als u ermee kookt.
- De dampen die erg hete olie vrijkomen, kunnen spontane ontbranding veroorzaken.
- Gebruikte olie die voedselresten kan bevatten, kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Zet geen heet kookgerei op het bedieningspaneel. Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Laat geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat vallen. Het oppervlak kan beschadigen. Activeer de kookzones niet met lege pannen of zonder pannen erop.
- Geen aluminiumfolie op het apparaat leggen.
- Pannen van gietijzer, aluminium of met beschadigde bodems kunnen krassen
veroorzaken in het glas / glaskeramiek. Til deze voorwerpen altijd op als u ze wilt verplaatsen op het kookoppervlak. - Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals het verwarmen van een kamer.
2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat. Schakel het apparaat UIT en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen. Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
2.5 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.6 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat. Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
3. INSTALLATIE

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
Serienummer
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte
inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
3.3 Aansluitkabel
- De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel.
Voor het vervangen van een beschadigde voedingskabel, gebruik je het kabeltype: H05V2V2-F dat een temperatuur van 90 °C of hoger kan weerstaan. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Het aansluitsnoer mag alleen worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien.
3.4 Aansluitschema


Plaats de shunts tussen de schroeven zoals afgebeeld.
3.5 Montage
Als je de kookplaat onder een kap installeert, raadpleeg dan de installatie-instructies van de afzuigkap voor de minimumafstand tussen de apparaten.

Als het apparaat boven een lade wordt geïnstalleerd, kan de ventilatie van de kookplaat de artikelen die zich in de lade
bevinden tijdens het bereidingsproces opwarmen.

4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
1 Inductiekookzone 2 Bedieningspaneel
4.2 Bedieningspaneel lay-out

Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt.
| Tip- toets | Functie Opmerking | |
| 1 | ① | AAN / UIT De kookplaat in- en uitschakelen. |
| 2 | ® | Vergrendeling / Kinderbeveili- gingsinrichting |
| 3 | ® | - Om de kookzone te selecteren. |
| 4 | - Kookstanddisplay De kookstand weergeven. | |
| 5 | +/- | - Het instellen van de kookstand. |
4.3 Kookstanddisplays
| Schem Beschrijving | |
| 0 | De kookzone is uitgeschakeld. |
| 1-9 | De kookzone worden gelebruikt. |
| P | PowerBoost werkt. |
| E + cijfer | Er is een storing. |
| H | Er is nog een kookzone heet (restwarmte). |
| L | Vergrendeling / Kinderbeveiligingsinrichting werkt. |
| F | Het kookgerei is nicht geschikt of teklein, of er is geen kookgerei op de kookzone geplaatst. |
| - | Automatische uitschakeling werkt. |
4.4 Restwarmte-indicator

WAARSCHUWING!
Zolang het lampje aan staat, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte.
De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte direct in de bodem van de pan. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei.
Het indicatielampje H verschijnt als een kookzone heet is.
Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is.
Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
5. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 In- of uitschakelen
Raak ① seconde aan om de kookplaat in- of uit te schakelen.
5.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld,
- u de kookstand Niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld,
- u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld als een steelpan droog kookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u ongeschikte pannen gebruikt. Het symbool Faat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch UIT.
- u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na een tijdje gaat aan en schakelt de kookplaat UIT.
De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt:
Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgeschakeld na

1-2
6 uur
3-4 5 uur
5 4 uur
6-9 1,5 uur
5.3 De kookzone selecteren
Raak om de kookzone te selecteren het sensorveld aan dat bij de zone hoort. Het display toont de kookstand
U kunt de linker achterzone gebruiken om koffie te bereiden. Zorg ervoor dat u een mokkapot gebruikt die geschikt is voor inductiekookplaten.
5.4 De kookstand
Stel de kookzone in.
- Raak + aan om te verhogen. Raak - aan om te verlagen. Raak + en - tegelijkertijd aan om de kookzone uit te schakelen.
5.5 PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.

Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.
Om de functie voor een kookzone te activeren: stel eerst de kookzone in en daarna de maximale kookstand. Raak + aan tot het symbool brandt.
Voor het uitschakelen van de functie raakt u - aan.
5.6 Vergrendeling
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
Stel eerst de kookstand in.
De functie inschakelen: raak het vergrendelingssymbool aan. Het lampje gaat gedurende 4 seconden aan.
De functie uitschakelen: raak het vergrendelingssymbool opnieuw aan. De vorige kookstand gaat aan.

Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
5.7 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer de kookplaat met ①, stel geen warmte-instelling in. Raak ② seconden aan. ② gaat aan. Schakel de kookplaat uit met ①.
Om de functie te deactiveren: activeer de kookplaat met ①. Stel geen warmte-instelling in. Raak ② seconden aan. ② gaat aan. Schakel de kookplaat uit met ①.
Om de functie voor slechts een kooksessie te onderdrukken: activeer de kookplaat met ①, ② gaat aan. Raak ② 4 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met ①, treedt de functie weer in werking.
Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de beperking van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones. De kookplaat regelt de warmte-instellingen om de zekeringen van de huisinstallatie te beschermen.
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen in de
kookplaat. Elke fase heeft een maximale elektriciteitsbelasting van 3300 W. Als de kookplaat de limiet van maximaal vermogen binnen een fase bereikt, wordt het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
- De warmte-instelling van de gekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen wordt verdeeld tussen de eerder geactiveerde kookzones in omgekeerde volgorde van selectie.
- De warmte-instelling van de verlaagde zones verandert tussen de eerst geselecteerde warmte-instelling en de verlaagde kookstand. Wacht totdat het display stopt met knipperen of verlaag de kookstand van de laatst geselecteerde kookzone. De kookzones blijven werken met de verlaagde kookstand. Wijzig indien nodig de warmte-instellingen van de kookzones handmatig.
Zie de afbeelding voor mogelijke combinaties waarin vermogen tussen de kookzones kan worden verdeeld.

6. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Pannen

Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- De bodem van de pannen moet dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat de bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet. Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen.
Panmaterialen
- Goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- Niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd, - een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
- De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het
bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren.

Raadpleeg de technische gegevens.
6.2 Lawaai tijdens gebruik
Als u dit hoort:
- kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
- zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissend, brommend: de ventilator werkt.
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
6.3 Voorbeelden van kooktoepassingen
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.

De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
| Warmte-instel- ling | Gebruik om: Tijd | (min) | Tips |
| ü - 1 | Bereide gerechten warmhouden. zoals no- dig | Een deksel op het kookgerei doen. | |
| 1 - 2 Hollandisesaus, smelten: boter, cho- colade, gelatine. | 5 - 25 Van=Tijd totarendungen. | ||
| 1 - 2 Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 Met deksel bereiden. | ||
| Warmte-instel- ling | Gebruik om: Tijd | Tips | |
| (min) | |||
| 2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds be- reide gerechten opwarmen. | 25 - 50 Voeg minimaal twee koer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. | ||
| 3 - 4 Stomen van groenten, vis en vlees. 20 - 45 Voeg eenaar eetlepels vocht toe. | |||
| 4 - 5 Aardappelen stomen. 20 - 60 Gebruik max. ¼ l water voor 750 g aardappelen. | |||
| 4 - 5 Bereiden van grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 Tot 3 l vloeistof plus ingredienten. | ||
| 6 - 7 Lichtjes braden: kalfoester, cordon bleu van kalfsvlees, koteletten, risso- les, worstjes, lever, roux, eieren, pan- nenkoeken, donuts. | zoals no- dig | Halverwege de bereidingsstijd omdraai- en. | |
| 7 - 8 Door-en-door gebraden, opgebakken aardappelen, lendenbiefstukken, steaks. | 5 - 15 Halverwege de bereidingsstijd omdraai- en. | ||
| 9 Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees), frituren van friet. | |||
| P | Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. PowerBoost is geactiveerd. | ||
7. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor het glas.
7.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en suikerhoudend
voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Verkleuring van glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Wat te doen als...
| Probleem Mogelijk oorzaak Oplossing | ||
| Je kunt de kookplaat Niet inscha-kelen of bedieren. | De kookplaat is Niet aangesloten op een stopcontact of Niet goed gein-stalleerd. | Controler of de kookplaat goed aan-gesloten is op het lichtnet. |
| De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering deoorzaak van de storing is. Als de zeke-ringen koer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installa-teur. | ||
| Stel gedurende 10 seconden geenkookstand in. | Schakel de kookplaat opnieuw in enstel de kookstand binnen 10 seconden in. | |
| Je hebt 2 ofmeer sensorvelden te-gelifiekertijd aangeraakt. | Raak slechts eén sensorveld aan. | |
| Water of vetlekken op het bedie-ningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordenuitgeschakeld. Als de kookplaat wordenuitgeschakeld, klinkt er een geluids-signaal. | Je hebt iets op een of meer sensor-velden geplaatst. | Verwijder het voorwerp van de sensor-vestden. |
| De kookplaat wordenuitgeschakeld. | Je hebt iets op het sensorveld ge-ptaatst ① | Verwijder het voorwerp van het sen-sorveld. |
| De restwarmte-indicator gaat Niet aan. | De zone is Niet heet omdat deze slechts kortstondig is gebruikt, of de sensor is beschadigd. | Als de zone voldoende lang gebruikt isom heet te+zijn, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| De kookstand schakelt+tussen twee niveaus. | Stroommanagement is in werkung. Raadpleeg 'Dagelijks gebruik'. | |
| De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of je plaatst deze te dicht bij de bedieningsknuppen. | Plaats grotere pannen indien mogelijk op dechterste kookzones. | |
| Lgaat aan. | Kinderbeveiligingsinrichting of Ver-grendeling werkt. | Raadpleeg 'Dagelijks gebruik'. |
| Fgaat aan. | Er staat geen pan op de zone. Plaats een pan op de zone. | |
| De pan dekt het kruis/vierkant Niet af. | Dek het kruis/vierkant volledig af. | |
| De pan is Niet geschikt. Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan-wijzingen en tips'. | ||
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
| De diameter van de bodem van de pan is te Klein voor de zone. | Gebruik pannen met de juiste afmetinen. Raadpleeg de technische gevevens. | |
| Een een getal gaan branden. | Er is een fout opgetreden in de kookplaat. | Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weein. Wan- neer Eweer verschijnt, trek je de stekker van de kookplaat uit het stop-contact. Steek de stekker van de kookplaat er na 30 seconden weein. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| Je kunt een constant piepgeluid horen. | De elektrische aansluiting is ver-keerd. | Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Laat de installmenterolen door een erkende elektricien. |
8.2 Als je geen oplossing kunt vinden...
Als je het probleem niet kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Geef ook de driecijferige code voor het glaskeramiek (bevindt zich in de hoek van het glazen oppervlak) en een
foutmelding die gaat branden. Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
Inductie 6.6 kW Gemaakt in Roemenië
Serienr. 6.6 kW
ZANUSSI

9.2 Specificatie kookzones
Kookzone Nominaal vermogen (max warmte-instelling) [W]
Linksvoor 2300 2800 10 180 - 210
Linksachter 1200 - - 125 - 145
PowerBoost [W]
PowerBoost maximale duur [min]
Diameter kookgerei [mm]
Diameter kookgerei [mm]
| Kookzone Nominal ver-mogen (max warmte-instel-ling) [W] | PowerBoost [W] PowerBoost maximale duur [min] | Diameter kookge-rei [mm] |
| Rechtsvoor 1200 1800 4 125 - 145 | ||
| Rechtsachter 1800 - - 145 - 180 | ||
| Het vermogen van de kookzones kan bennen een bepaalde keine marge verschellen van de gevevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en deafmetingen van het kookgerei. | Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter die nicht groter is dan vermeld in de tabel. | |
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie
Modelnummer ZITN641K
| Type kookplaat Inbouwkookplaat | |
| Aantal kookzones 4 | |
| Verwarmingstechnologie Inductie | |
| Diameter van Ronde kookzones (Ø) Linksvoor | 21,0 cm |
| 14,5 cm | |
| 14,5 cm | |
| 18,0 cm | |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) Linksvoor | 190,1 Wh/kg |
| 181,0 Wh/kg | |
| 180,1 Wh/kg | |
| 183,8 Wh/kg | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 183,8 Wh/kg | |
| * Voor Europese Unie volgens EU 66/2014. Voor Belarus volgens STB 2477-2017, Annex A. Voor Oekraïne vol-gens 742/2019. | |
| EN 60350-2 - Huishoudelijkke elektrische kookapparaten - deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties | |
10.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan. Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
- Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones.
- Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.
11. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool
Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
BEZOEK ONZE WEBSITE VOOR:
