T 4000H - Generator DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis T 4000H DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over T 4000H DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding T 4000H - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. T 4000H van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING T 4000H DOMETIC
NC Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing. 28
Générateur
1.0 Identificatie 29
1.1 Producer 29
1.2 Definities 29
1.3 Vervoer - verplaatsing - opslag 29
1.3.1 Opslagomstandigheden 29
1.3.2 Gewicht 29
1.3.3Afmetingen 29
1.3.4 Verplaatsing 29
2.0 Installatie 29
2.1 Bevoegd personeel 29
2.2 Montage van de generator 30
2.3 Elektrische aansluitingen 30
2.3.1 Aansluiting van de accelader 30
2.3.2 Aansluiting van de startaccu 30
2.3.3 Aansluiting afstandbedieningspaneel 30
2.4 Installeren van de benzinetank
Aansluiting aan de gasfles 31
3.0 Algemene bediening 31
3.1 Beschrijving van de generator en+zijn werking..31
3.2 Veiligheidsadvies 31
3.3 Geluidsniveauaus 31
4.0 Gebruiksinstructies 32
4.1 Starten van de generator 32
4.2 De generator stoppen 32
4.3 Onvermijdbare risico's... 32
4.4 Onjuist gebruik 32
4.5 Praktische aanwijzingen 32
4.6 Foutopsporing 32
5.0 Onderhoud 33
5.1 Aard en frequente controles 33
5.2 Onderhoudswerkzamaamheden waar geen gekwalificeerd personeel bij nodig is 33
5.3 Onderhoudswerkzaamheden waar gekwalificeerd personeel bij nodig is 34
5.3.1 Olie verversen 34
5.3.2 Onderhoud luchtfilter 34
5.3.3 Onderhoud bougie 34
5.3.4 Spanningsregeling 35
6.0 Stilstand en demontage 35
6.1 Demontage 35
7.0 Wat te doein bij brand 35
8.0 Technisch gegevensblad 36
8.1 Technische specificaties 36
8.2 Stroomschema's 55÷69
Alle rechten voorbehonden
Gedrukt in Italië
Teksten en grafieken door: VEGA - Forli
Niets uit deze uitgave mag in enige vorm of op enige wijze worden gereproduerd, gekopieerd of verspreid, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Dometic Italy srl.
Figure, omschrijvingen, verwijzingen en technische geevens in deze handleiding worden slechts als voorbeeld gebrukt en zichniet bindend. Aangezien Dometic Italy srl een beid voert waar bij producten en veiligheid voortdurend worden verbeterd, behouden wij hetrecht voor op leder moment, zonder mededeling vooraf, wizigingen aan te brengen.
1.0 IDENTIFICATIE
Het C identificatieplaatje van de machine is aan de buitenzijde van de platen behuizing (zie fig. 1) bevestigd.
1.1 PRODUCENT
Domatic Italy srl
Via Virgilio, 3
47122 FORLI' - ITALIE
P. IVA 00718330400
1.2 DEFINITIES
In deze handleiding worden drie soorten
"veiligheidsafbeeldingen" gebrukt om verschillende
gevarenniveauaus of andere belangrijke informatatie aan te duiden.

GEVAAR
Vestigt uw aandacht op potenteel gevaarlijke situatuies die ernstig persoonlijk letsel können veroorzaken.

PAS OP
Vestigt uw aandacht op potenteel gevaarlijke situatuies die personlijk letsel of materiele schade können veroorzaken.

LET OP
Vestigt uw aandacht op situatuies die storingen of schade aan de machine können veroorzaken.
1.3 VERVOER-VERPLAATSING-OPSLAG
1.3.1 OPSLAGOMSTANDIGHEDEN
De generator worden door middel van geschikte verpakking bestaande uit karton, polystyreen en een versterkte houten bodem beschermd gegen plotselinge schokken.
De generator dient horizontal te worden opgeslagen in een droge en goed geventileerde ruimte.
1.3.2 GEWICH
Brutogewicht (inclusief verpakking):
Mod. 2500 Kg 62
Mod. 4000 Kg 114
Mod. 5500 Kg 140
1.3.3 AFMETINGEN
Zie fig. 2, 3, 4:
| Modell | ||||
| 2500 | 4000 | 5500 | ||
| INSTALLATION TYPE "A" | A mm | 470 | 660 | 700 |
| B mm | 535 | 740 | -- | |
| C mm | 565 | 770 | -- | |
| D mm | 320 | 475 | 515 | |
| E mm | 315 | 355 | 510 | |
| F mm | 260 | 310 | -- | |
| G mm | 27 | 62 | -- | |
| H mm | -- | -- | -- | |
| INSTALLATION TYPE "B" | I mm | 65 | 78 | -- |
| L mm | 65 | 265 | -- | |
| M mm | 225 | 130 | -- | |
| N mm | 36 | 17 | -- | |
| O mm | 535 | 740 | 735 | |
| P mm | 27 | 62 | 55 | |
| Q mm | 260 | 310 | 370 | |
| DIM. OPENING | X mm | 590 | 780 | 770 |
| Y mm | 385 | 540 | 505 | |
| Z mm | 335 | 380 | 550 | |
| Luchtaanzuiggebied | ||||
| cm² | 220 | 260 | ||
1.3.4 VERPLAATSING
De verpakte generator kan met normale hef- en transportmiddelen worden verplaatst.
Kisten zijn uitgerust met afstandsstukken voor het gebruik van handmatige vorkhefwerktuigen.

GEVAAR
Neem de voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van ongelukken en de veiligheidsvoorschriften nauwkeurig in achtijdens het heffen en vervoeren en kaak.altijd gebruik van machines met een hoger maximaal vermogen dan de lading die moet worden opgetild.
2.0 INSTALLATIE
2.1 BEVOEGD PERSONEEL
De generator mag alleen door bevoegd personeel op het voertuig (caravan, camper of bijzonder voertuig) worden geinstalleerd en wel door vakbekwame monteurs of werkplaatsen die direct door Domatic Italy sri zich geautoiseerd
Wanner de installment door onbevoegde monteurs of workplaatsen is uitgevoerd wijst Domatic Italy srl elke verantwoordelijkheid voor de veiligheid en efficiente werkig van de generator volgens machinerichtlijn 89/392/EEG van de hand.

GEVAAR
De aanwijzingen in paragraaf 2.2 2.3 2.4 zijn alleen bestemd voor gekwalificeerde monteurs.
2.2 MONTAGE VAN DE GENERATOR
De generatormodellen 2500 - 4000 zijn uitgerust met bevestigingsbeugels, trillingsdempers en een benzinefilter die aan de brandstofvoedingsleiding maar de generator dient te worden bevestigd. Met de bevestigingsbeugels kan de generator zowel hangend (montagetype „A“, zich fig. 3) als op tradionele wijze worden gemonteerd (montagetype „B“, zich fig. 4).
Dit is möglichd door het draagvermogen van de buitenconstructie.
Model 5500 is uitgerust met beugels ter bevestiging van de buitenafdichting, beugels voor de verankering van de eenheid, trillingsdempers, een geluiddempoer (nr. 29 fig. 16) die aan de uitlaatleiding die worden geleverd als accessoire AG 125 (nr. 34 fig. 16)要去 worden aangebracht en een benzinefilter die standardbinnen de behuizing worden geinstalleerd (nr. 33 fig. 15). Met de beugels (nr. 31 fig. 16) waarmee de afdichting (nr. 35 fig. 16) kan worden bevestigd is het möglichk de generator volledig - inclusief afdichting - binnen de bestemde ruimte te monteren en de zijkant van het voertuig perfect af te dichten. De uitlaatslang kan waar wens worden gelegd, zoals te zien in fig. 16, door de kromming binnen het apparaataar boven ofaar onder te draaien. Door de kromming te verwijderen is het ook möglichk de uitlaatleiding direct door de behuizing aan de linkerzijde aan te brengen. De bestemde installmenteplaats moet zowel het gewicht van de generator als de trillingen als gezolg van de bewegingen van het voertuig{kennen verdragen (TYPE B"-montage).
Montagetype "A" (hangende installment) biodt de volgende voordelen: Kleinere afmetingen, snelle installment, eenvoudige toegang voor normale en bijzondere onderhoudswerkzaamheden.
Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is rondom de behuizing van de generator, zodate leucht er goed langs kan stromen (afkoeling). Het is ookoodzakelijk een afstand van ten minste 20mm te behouden:tussen de behuizing en de omliggende onderdelen.
Wanner de behuizing awhile van het voertuig worden gemonteerd dient u er voor te zorgen datijdens het rijden op natte wegen de band geen water in de generator kan spatten. Voor montagetype, "A"要去 de meegeleverde metalen steunen gebruiken omervoort te zorgen dat de generatorgroep goed vast zit. Wanner de voorkeur worden geveven aan montagetype B traditionele installment), moet er eerst voor een waterdicht compartment (fig. 2) gezorgd worden - tegen het voertuigintereur en met de afmetingen die zich geveven in paragraaf 1.3.3 - met geboorde
uitlaatgaten en luchtinlaten in de vloer en deur. Maak bovendien gebruik van een als accessoire geleverde uitlaatverbindingsstuk (fig. 4) dat direct op de generatorbehuzing worden bevestigd met schroeven of klinken. Om te voorkomen dat het uitlaatgas hercircularert binnen het compartment dient er een vuurvaste afdichting rondon het uitlaatverbindingsstuk te worden aangebracht.
Maak voor 230V gebruik van een standard kabel met een doorsnede die overeenstemt met de onderstaande babel 1. Steek hem binnen de behuizing via de draaddoorgang (nr. 30 fig. 7 en 9) en verbind hem met de aansluitklemmen (nr. 17/18 fig. 6 en 14) Verbind de aarddraad met nr. 15. De elektrische stroomkring moet over een relais of een wisselschakelaar beschikken (b.v. accessoire AG 102/ AG113) om te voorkomen dat de generator worden beschadigdwanneer de camper aan een externenetvoeding worden aangesloten (er worden automatisch prioriteit gegeben aan het stroomnet).
| Mod. | Doo. mm2 230 V | Doo. mm2 12 V | 6 m | >6 m |
| 2500 | 2,5 | 2,5 | 10 | 16 |
| 4000 | 4 | 2,5 | 10 | 16 |
| 5500 | 4 | 2,5 | 16 | 25 |
| Stroomsoeren Acculader | Accu-aansluiting TAB. 1 | |||
2.3.1 AANSLUITING VAN DE ACCULADER
Maak gebruik van een draad met een minimale doorsnede die overeenstemt met de bovenstaande babel 1 om de aansluitklem (nr. 16 fig. 6 en 14) te verbinden met de pluspool van de op te laden accu.
Voeg de spanningsregelaar AG111 of eventuele een schakelaar toe om het opladen af te konnen breken.
(Zie aansluitschemas, pagina 55 - 71).
2.3.2 AANSLUITING VAN DE STARTACCU
Om de generator te starten moet u een vuurvaste, bekledesnoer met een doorsnede die overeenstemt met debovenstaande tabel 1 verbinden met de pluspool van destartaccu van het voertuig en met de aansluitklem (nr. 12 fig.6 en 14).
De aarddraad moet bezelfde doorsnede hebben en vanaf nr. 13 verbonden zijn met het frame van het voertuig. Zorg ervoor dat de verbinding schoon en roestvrij is (m.a.w. schuur het oppervlak als het geverfd is) en beschem deze met vet.
2.3.3 AANSLUITINGAFSTANDBEDIENINGSPANEEL
Plaats het bedieningspaneel op de gewenste positie binnen het voertuig en maak gebruik van de afzonderlijk geteste verlengingskabel AG103 om hem via de connector (nr. 14 fig. 6 en 14) met de generatorgroep te verbinden.
2.4 INSTALLEREN VAN DE BENZINETANK
Monteer de benzinetank zo zich mogelijk bij de generator en (indien möglich) opdezelfde hoogte,of maximaal 30~cm waar onder. Behalve dat u de lenghte van de benzineleiding zo Klein möglich要去 honden moet u er ook voor zorgen dat de slang Niet is verbogen of platgedrukt. Plaats de tank nicht bij warmtebronnen en zorgervoordat er geen water kar binnendringen.
Monteer alle aansluitingen met LOCTITE 577 om lekkage van benzine te voorkomen.
Maak gebruik van een met rubber beklede slang van 6x13mm (van hetzelfde type als gebruikt voor de generatorgroep) die geschikt is voor loodvrije benzine. Voor de verlenging dient men de meegeleverde klemmen en het filter te gebruiken. Het is aan te raden benzineslang AG118 (accessaire) te gebruiken voor de verbinding van de tank maar de tankmond.

LET OP
Model 5500 heftg een benzinetank nodig, aangeziendezestandaard in de behuizing van de generatorgroep is gemonteerd.
Voor de LPG-generatorgroep moet het gas uit het bovenste deel van de rechtsop staande fles worden genomen, ache ter de gasafnamesteunen en ACHTER de drukregelaar van de fles, zDat het gas de generatorgroep in gasvorm en onder eb druk binnengaat.
(De werkdruk van de generator is 30 mbar)
3.0 ALGEMENE BEDIENING

LET OP
De onderneming wijst iedere verantwoordelijkheid af voor schades als gevolg van storingen in de generator.
3.1 BESCHRIJVING VAN DE GENERATOR EN ZIJN WERKING
De generator bestaat uit een endothermische benzinemotor die verbonden is met een stroomopwekker die zowel wissels gelijkstroom produeert.
De eenheid is gehuld in een geluiddichte behuizing vanplaatstaal en worden geisoleerd met speciale dampende materialen. De benzine.gaat maar de verbrandingsmotor via een pomp die standard op de eenheid zich worden gemonteerd.
3.2 VEILIGHEIDSADVIES
De eenheid zit in een perfect afgesloten behuizing. Hierdoor is het Niet möglichk dat hete of bewegende onderdelen of spanningsleidingen worden aangeraakt.
De deur van de eenheid is uitgerust met een slot en de sleutel mag Niet binnen het bereik van kinderen of onbevoegd personeel worden achtergelaten.

GEVAAR
- De eenheid mag alleen worden gebruikt als de deur is gesloten.
- Houd brandgevaarlijke stoffen als benzine, verf, oplosmiddelen, etc.uit de buurt van de generator.
- Laat de hete onderdelen van de generatorgroep Niet in contact komen met brandbare materialen.
- Nooit tanken verwijl de motor loopt als de tank zich bij de generator is geplaatst.
- Raak de generator en+zijn aansluitingen nooit aan met natte handen.
- Vervang dezekeringen of thermoschakelaars nooit met exemplaren met een hogere amperage.
- Alle controles aan elektrische onderdelen vindenplaats als de motor stil staat en mogen alleen door bevoegt personeel worden uitgevoerd.
De generator worden vervaardigd volgens de veiligheidsvoorschriften die worden beschreiben in de conformiteitsverklaring.
3.3 GELUIDSNIVEAUS
De generator is onderworpen aan een geluidemissietest bij een gekwalificeerd ISTEDIL-laboratorium, waar alleoodzakelijkte tests zijn uitgevoerd en EG-certificaat nr. I-225/92 werk verstrekt, met de volgende resultaten:
Gemeten volgens EG-richtlijn 84/536
GELUIDSNIVEEA:
Mod. 2500 LwA 85
Mod. 4000 LwA 87
Mod. 5500 LwA 87
4.0 GEBRUKSINSTRUCTIES
4.1 STARTEN VAN DE GENERATOR
Normaal wordt de accu van 12 V gezruikt om de generatorgroep te starten.
Zet eerst de rode knop (nr. 27 fig. 5) op het bedieningspanee in de positie ^ .
Om de generatorgroep bij een koude motor te starten要去 de groene START-knop (nr. 25 fig. 5) tegelijk met de witte CHOKE-knop gedurende max. 5 seconden ingedrukt honden.

PAS OP
Probeer Niet gedurende langere tijd of meertereKaren (meer dan 5 pogingen acheter elkaar) de generatorgroep te starten, aangezien hierdoor de startmotor beschadigd kan raken.
Om de generatorgroep te starten als de motor al warm is, of in de zomer wonneer de buitentemperaturen hoog zijn, hoeft u alleen op de groene START-knop (nr. 25 fig. 5) te drukken.
Bijoodgevallen kan de generatorgroep met de hand worden gestart door middel van een starthendel (nr. 4 fig. 8 en 15), verwijl (als de motor koud is) de chokemagneet (nr. 36 fig. 8 en 15) met een hand worden gesloten.
De groene LED op het bedieningspaneel (nr. 23 fig. 5) geeft aan dat de generatorgroep correct werkt.
4.2 DE GENERATOR STOPPEN
Zet de rode STOP-toets (nr. 27 fig. 5) op het bedieningsspaneel in de positie „0". Bij de modellen 2500 - 4000 - 5500kest u eventueel ook gebruik maken van de veiligheidsschakelaar op de generatorgroep zich (nr. 7 fig. 6 en 14).
4.3 ONVERMIJDBARE RISICO'S

GEVAAR
De generator is uitgerust met een verbrandingsmotor en maakt zodoende gebruik vanlicht ontv Lambare brandstoffen.
Uitlaatgassen komen onder de behuizing en+zijn, hoewel zich met koelingslucht worden vermengd, zeer heet.
Raak de onderdelen van de behuizing vlak bij de uitlaat Niet aan enplaats geen handen of andere objcten in de behuizing.
4.4 ONJUIST GEBRUIK

GEVAAR
De generator mag alleen door gekwaliffeerd personeel.
1worden geinstalleerd, volgens de aanwijzingen van de producent.
De generator mag uitsluitend worden gebruikt voor het opwekken van stroom voor voertuigen die zich uitergerust met een standard elektrische stroomkring die overeenstemt met de stroom die door de generator worden voorzien.
4.5 PRAKTISCHE AANWIZINGEN
Voor het beste gebruik van de generator herinneren wij u er aan datkleine,maar langdurige overbelastingen als gevolg kuren hebben dat de thermoschakelaars (nr. 10 en 11 in fig.6 en 14) wordenuitgeschakeld.
Gedurende de inlooptijd is het raadzaam de neue motor Niet te onderwerpen aan belastingen die de nominale belastingen met 70% overschrijden, in ieder geval tijdens de eerste 50 werkuren.
4.6 FOUTOPSPORING
Hieronder volgt een lijst met storingen die voor kuren komen, met de respectievelijke oorzaken en möglichke oplossingen. Als er storingen zichn die Niet in deze lijst voorkomen,(Intu u advies vragen bij een bevoegd klantenservicecentrum.
1 Wanner de groene START-knop (nr. 25 fig. 5) op het bedieningspaneel worden ingedrukt, werkt de generator Niet.
Oorzaken en oplossingen:
1.1 Controller of de rode schakelaar (nr. 27 fig. 5) in de positie „l" staat.
1.2 Stroomsoeren zich los. (Door bevoegd personeel lately controlleren).
1.3 Geen stroomvoorziening maar startmotor.
(Door bevoegt personeel latent controlleren).
1.4 Aarddraad van de generator Niet aangesloten. (Door bevoegt personeel latent controleren).
2 De startmotor draait, maar de generator wil nicht starten.
Oorzaken en oplossingen:
2.1 Geen brandstof: controlleren.
2.2 Geen olie in de motor.
Controller of het rode waarschuwingslampje (nr. 6 fig. 5) op het bedieningspaneel knippertijdens het starten.
Olieniveau controlleren en eventuele bijvullen (zie Onderhoud).
2.3 De veiligheidsschakelaar (nr. 7 fig. 6 en 14) is in de positie ^
Controller en in positie „I" zetten.
2.4 Controller of de stekker van de bougie volledig is ingestoken.
2.5 Geen stroom in de bougie.
(Door bevoegt personeel latent controleren).
2.6 Er gaat geen brandstof maar de carburateur.
(Door bevoegt personeel latent controleren).
3 De generator slaat af.
Oorzaken en oplossingen:
3.1 Geen brandstofeerinde tankentaken.
3.2 Laag olieniveau.
Controleren en bijvullen.
(Zie Onderhoud).
(Door bevoegt personeel latent controleren).
4 De generator produceert geen stroom
Oorzaken en oplossingen:
4.1 Thermoschakelaar isuitgeschakeld.
Aanzetten door op de schakelaars te drukken (nr. 10 fig. 6 en 14) voor 230V A.C., (nr. 11 fig. 6 en 14) voor 12V D.C.
4.2 Condensator (nr. 19 fig. 8) is beschadigd.
(Door gekwaliffeerd personeel lately controleren).
4.3 Diodenbrug (nr. 21 fig. 8) is beschadigd.
In dit geval werken alleen de 12V D.C. en de groene LED op het contropaneel Niet.
(Door gekwalificeerd personeel lately controeren).
4.4 Rotordioden zich beschadigd.
(Door gekwaliffeerd personeel lately controleren).
4.5 Frequentie te laag.
(Door gekwalificeerd personeel lately controleren).
5 De geleverde stroom produeert schommelingen
Oorzaken en oplossingen:
5.1 Te veel olie in de motor: controlleren.
5.2 Defecte carburateur.
Laat de carburateur schoonmaken door gekwalificeerd personeel.
5.0 ONDERHOUD

LET OP
Maak alleen gebruik van originele reserve onderdelen. De generator kan worden beschadigd als er nicht originele onderdelen worden gebruikt die andere kwaliteitsnormen kennen.
Goed en regelmatig onderhoud zijn van essentieel belang om de generator op maximaal vermogen te lately werken.
Bovendien zal de generator bij regelmatig onderhoud longer meegaan.

GEVAAR
Voordat u controles of onderhoudswerkzaamheden gaatuitvoeren aan de generatorgroep, moet u de
veiligkeitsschakelaar (nr. 7 fig. 6 en 14) waar positie „O" draaien, om te voorkomen dat de eenheid per ongeluk worden gestart.
5.1 AARD EN FREQUENTIE CONTROLES
| REGULIERE PERIODES TUSSEN ONDERHOUDSBEURTENuitvoeren met de tussenperiodes of na de werkde in de tabel worden gegeven, afhankelijk van situatie die zich het eerst voordoet. | Eder | Eerste maand of 20 ur | Iedere 3 maa. of 50 ur | Iedere 6 maa. of 100 ur | Iedere anno of 300 ur | |
| Motorolie | controle | ▲ | ||||
| verversen | ▲(2) | ▲(2) | ||||
| Luchtfilter | schoonmaken | (1)▲(2) | ||||
| Bougie | controle - schoonmaken | ▲(2) | ||||
| Klepafstelling | controle - afstellen | |||||
| Benzinefilter en -tank schoonmaken | ||||||
| Toerental of frequentie | afstellen | ▲(2) | ||||
| Ophangpunten voor trillingsdempers | controle | |||||
| Benzineslangen | controle (eventuele verzangen) | ledere tweeJAar (2) | ||||
N.B. (1): In stoffige gebieden vaker schoonmaken
(2): Aileen door vakpersoneel laten utvoren
5.2 ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN
WAAR GEEN GEKWALIFICEERD
PERSONEL BIJ NODIG IS
Om deze werkzaamheden uit te kuren voeren要去 eerst de deur van de generator worden geopend. Hierbij dienen de volgende maatregelen in acht genomen te worden:
1) De generator要去 in een volledige stilstandspositie zijnen alle onderdelen要去en afgekoeld zich.
2) Laat de eenheid afkoelen.
3) Zet de veiligeidsschakelaar in positie ^
N.B. Zet hem na de controle weir in positie „I".
OLIEPEILCONTROLE
1) Verwijder de olievuldop (nr. 9 fig. 8) en maak de peilstok schoon.
2) Breng de peilstok terug door hem er weever volledig in te schroeven.
3) Verwijder de peilstok en controller of het olieniveau tussen de minimum- en maximumniveauaus ligt. Zo Niet, bijvullen met de aanbevolen olie.
4) Breng de dop weeer aan.

LET OP
Alle controles moeten worden uitgevoerd verwijl de generatorgroep waterpas staat.
5.3 ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN WAAR GEKWALIFICEERD PERSONEEL BIJ NODIG IS
Voor sommige onderhoudswerkzaamheden kan de eenheid na het losdraaien van de klemschroeven (nr. 28 fig. 7 en 15)uit de behuizing worden getrokken.
5.3.1 OLIE VERVERSEN

Maak gebruik van detergent-olie voor viertaktmotoren, klasse API SG of SF (aangegeven op oliecontainer) met een SAE-viscositeit die geschikt is voor het klimaat (zie tabel). Om de olie er gemakkelijker uit te latent lopen kut u de motor ongeveer 3 - 5 minutes latent lopen. Vervolgens loost u de olie terwijl de motor nog warm is, zodat de olie na het verwijderen van de afvoerklep (nr. 8 fig 8 en 15) sneller en vollediger via de afvoerpijp (nr. 2 fig. 8 en 15) maar buiten stroomt.
Aanvullen met de aanbevolen olie via de vulklep (nr. 9 fig. 8)
Tabel 2 toont de hoeveelheid olie in de oliepan.
| Model Liters | |
| 2500 0,6 | |
| 4000 1,1 | |
| 5500 1,1 |

GEVAAR
- U kurz sich aan de hete olie verbranden.
- Wanner u de motor met weinig olie LAST lopen, kan de motor zich ernstige schadeoplopen.
- Controller het olieniveau wanner de motor stil staat.

LETOP
Laat de gebruikte olie Niet op de grond lopen. De olie dient te worden opgevangen en overgeleverd aan gekwalificeerde bedrijven voor verwerking volgens deplaatselijk geldende regels.
5.3.2 ONDERHOUD LUCHTFILTER

LETOP
Een verruild luchtfilter vermindert de luchtstroomaar de carburateur. Om de carburateur goed te lien werken moet u het filter regelmatig controeren. Vaker controeren wanner de motor in stoffige gebieden worden gebruikt.

GEVAAR
Maak voor het schoonmaken van het luchtfilter nooit gebruik van dieselolie of oplosmiddelen met een laag verdampingspunt, aangezien dit brand of ontploffingen kan veroorzaken.
Laat de motor nooit zonder luchtfilter lopen, aangezien hij in korteijd beschadigd kan raken.
1 Controller beide patronen. Vervang ze als er gaten of scheuren in zitten (model 1000 H/HG is uitgerust met een patroon).
2 Patroon van schuimrubber: wassen met een neutrale reinigingsoplossing en goed afspoelen. Laat de patroon volledig opdrogen en cervolgens doorweken i n schone motorolie. Overtlige olie uitwringen.
3 Patroon van papier: enkele malen zacht gegen een hard oppervlak slaan om het vuil te verwijderen, of perslucht van binnen maar buiten door het filter blazen. Probeer het vuil Niet weg te borstelen: hierdoor zou het vuil alleen maar in de verzels komen. Als de papieren patroon te vies is dient u hem te verrangen.
5.3.3 ONDERHOUD BOUGIE
AANBEVOLEN BOUGIE:
Model 2500/4000/5500
BP6ES,BPR6ES NGK
Maak nooit gebruik van bougies met andere thermische waarden.
1 Verwijder de bougiestekker (nr. 1 fig. 8) en kaak gebruik van een geschikte bougiesleutel om de bougie te verwijdersen.
2 Controller de bougie. Als hij versleteen is of de isolator beschadigd of aangetast is, dient u hem te verrangen. Maak de bougie schoon met een ijzeren borstel als hij opnieuw要去 worden gebruikt.
3 Meet de afstand:tussen de elektroden met behulp van een diktemeter.
Deafstand moet 0,7 - 0,8 mm়n.
Indien nodig aanpassen door de zij-electrode te buigen.
4 Controller of de afdichtring van de bougie in goede conditie verkeerd en schroef hem met de hand vast en zorg ervoor dat hij goedrecht zit.
5 Na de montage de bougie vastdraaien met behulp van een bougiesleutel met het juiste aandrijfmoment.

LET OP
Bij de montage van een neue bougie dient u deze een halve slag te draaien nadat hij stevig gegen de afdichting is geplaatst. Wanner udezelfde bougie opniew gebruikt is een 1/8 1/4 slag voldoende.

PAS OP
De bougie要去ed worden vastgedraaid. Een losse bougie kan zeer heet worden en de motor beschadigen.
5.3.4 SPANNINGSREGELING
De regeling dient te worden uitgevoerd als de motor warm is en de generator zonder belasting loopt.
Controleer de spanning van de generator door middel van een testapparaat of voltmeter verbonden met de stekkerbus van 230V of de aansluitklemmen (nr. 17-18 fig. 6 en 14) van de generator.
De spanning moet tussen 230 en 240 Volt liggen.
Alsudge waarden Niet worden gemeten moet u de stroomregelschroef (nr. 32 fig. 10 en 15) bijstellen.
Met de wijzers van de klok meedraien om de spanning te verhogen.
Tegen de wijzers van de klok in draaien om zowel het toerental als de spanning te verlagen.
6.00 STILSTAND EN DEMONTAGE
6.01 DEMONTAGE
De eenheid mag alleen door gekwalificeerd werkplaatsen worden gedemonteerd.
7.0 WAT TE DOEN BIJ BRAND
In het geval van brand mag u de generatorbehuizing Niet openen en moet u gebruik maken van de goedgekeurde brandblussers.
SimpelGids