CNS 3635 Battery - Zaag Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CNS 3635 Battery Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CNS 3635 Battery - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CNS 3635 Battery van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING CNS 3635 Battery Kärcher
- Lunghezza del binario di guida mm 356 Lunghezza di taglio mm 300 Passo della catena in (mm) 0,375 (9,525) Peso (senza unità accumulatore) kg 4,3 Chairman of the Board of ManagementDirector Regulatory Affairs & Certification H. Jenner S. ReiserNederlands 81 Inhoud Algemene instructies Lees voor het eerste ge- bruik van het toestel deze veiligheidsinstructies, deze oor- spronkelijke gebruiksaanwij- zing, de bij het accupack geleverde veiligheidsaanwijzin- gen en de meegeleverde veilig- heidsinstructies accupack / oplaadapparaat. Houd u hier- aan. Bewaar de documentatie voor later gebruik of voor de vol- gende eigenaar. Naast de instructies in de ge- bruiksaanwijzing moet u ook de algemene wettelijke veiligheids- voorschriften en de voorschrif- ten inzake ongevallenpreventie in acht nemen. Veiligheidsinstructies Bij het werken met kettingza- gen bestaat een heel hoge kans op letsel omdat met ho- ge kettingsnelheden en heel scherpe zaagtanden gewerkt wordt. Neem absoluut de vei- ligheidsmaatregelen en ge- dragsregels voor het werken met kettingzagen in acht. Aanvullend op de genoemde veiligheidsinstructies moeten de landspecifieke veiligheids- en opleidingsvoorschriften (bijv. van overheden, beroepsvereni- gingen of sociale ziekenfond- sen) in acht genomen worden. Het gebruik van kettingzagen kan door plaatselijke verorde- ningen in de tijd begrensd zijn (dag of jaar). Neem de plaatselij- ke voorschriften in acht. Gevarenniveaus GEVAAR ● Aanwijzing voor direct drei- gend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zwa- re of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lich- te verwondingen kan leiden. LET OP ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot ma- teriële schade kan leiden. Algemene instructies p. 81
- Veiligheidsinstructies p. 81
- Reglementair gebruik p. 92
- Milieubescherming p. 92
- Toebehoren en reserveonderdelen p. 92
- Leveringsomvang p. 92
- Veiligheidsinrichtingen p. 92
- Symbolen op het apparaat p. 93
- Veiligheidskleding p. 93
- Beschrijving apparaat p. 93
- Montage p. 94
- Inbedrijfstelling p. 94
- Werking p. 94
- vervoer p. 96
- Opslag p. 97
- Verzorging en onderhoud p. 97
- Hulp bij storingen p. 98
- Garantie p. 98
- Technische gegevens p. 98
- Trillingswaarde p. 99
- EU-conformiteitsverklaring Nederlands Algemene veiligheidsinstructies elektrische gereedschappen 몇 WAARSCHUWING ● Lees alle veiligheidsinstruc- ties en instructies. Veronachtzaming van de vei- ligheidsinstructies en instruc- ties kunnen elektrische schokken en/of zware verwon- dingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en instructies voor later ge- bruik. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch ge- reedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap met net- snoer en elektrisch gereed- schap met accu's (zonder netsnoer). 1 Veiligheid van de werkplek a Houd uw werkbereik schoon en goed geventi- leerd. Wanorde of onverlich- te werkbereiken kunnen ongevallen veroorzaken. b Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosieve omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektri- sche gereedschappen ver- oorzaken vonken, waardoor het stof of de dampen kun- nen ontvlammen. c Houd kinderen en andere personen tijdens het ge- bruik van het elektrische gereedschap buiten be- reik. Bij afleiding kunt u de controle over het apparaat verliezen. 2 Elektrische veiligheid a De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier veranderd worden. Ge- bruik geen adapterstek- kers samen met elektrische gereedschap- pen die over randaarding beschikken. Onverander- de stekkers en passende stopcontacten verminderen de kans op een elektrische schok. b Vermijd lichamelijk con- tact met geaarde opper- vlakken zoals van buizen, verwarmingen, ovens en koelkasten. Er bestaat ver- hoogde kans op een elektri- sche schok als uw lichaam geaard is. c Houd elektrische gereed- schappen uit de buurt van regen en vocht. Het indrin- gen van water in een elek- trisch gereedschap verhoogt de kans op een elektrische schok. d Gebruik de kabel niet voor andere doeleinden, bijv. om het elektrische gereed-Nederlands 83 schap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trek- ken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scher- pe randen of bewegende apparaatonderdelen. Be- schadigde of in elkaar ge- wikkelde aansluitkabels verhogen de kans op een elektrische schok. e Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van een voor buiten geschikt ver- lengsnoer vermindert de kans op een elektrische schok. f Als het gebruik van het elektrische gereedschap in vochtige omgeving niet te vermijden is, gebruik dan een aardlekschake- laar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermin- dert de kans op een elektri- sche schok. 3 Veiligheid van personen a Wees aandachtig, let op wat u doet en ga verstan- dig te werk met een elek- trisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of me- dicijnen. Een moment van onachtzaamheid bij het ge- bruik van het elektrische ge- reedschap kan tot ernstig letsel leiden. b Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een per- soonlijke veiligheidsuitrus- ting, zoals stofmasker, slipvaste veiligheidsschoe- nen, veiligheidshelm of ge- hoorbescherming, vermindert afhankelijk van het soort en het gebruik van het elektrische gereedschap de kans op letsels. c Vermijd een onbedoelde inbedrijfstelling. Contro- leer of het elektrisch ge- reedschap uitgeschakeld is, voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrisch gereed- schap uw vinger op de scha- kelaar hebt of het apparaat in ingeschakelde toestand op de schakelaar aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d Verwijder instelgereed- schappen of schroefsleu- tels, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Gereedschap- pen of sleutels die zich in een draaiend apparaaton-84 Nederlands derdeel bevinden, kunnen tot verwondingen leiden. e Vermijd een abnormale li- chaamshouding. Zorg voor stabiliteit en blijf al- tijd in evenwicht. Daardoor kunt u het elektrische ge- reedschap in onverwachte situaties beter controleren. f Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegen- de onderdelen. Losse kle- ding, handschoenen, sieraden of lang haar kun- nen vast komen te zitten in bewegende delen. g Als stofafzuig- en opvan- ginrichtingen gemonteerd kunnen worden, contro- leer dan of deze aangeslo- ten zijn en juist gebruikt worden. Gebruik van een stofafzuiging kan gevaren door stof verminderen. 4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereed- schap a Vermijd overbelasting van het apparaat. Gebruik voor uw werk het daarvoor be- stemde elektrische ge- reedschap. Met het passende elektrische ge- reedschap werkt u beter en veiliger in het opgegeven vermogensbereik. b Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgescha- keld kan worden, is gevaar- lijk en moet worden gerepareerd. c Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwij- der de accu, voordat u in- stellingen aan het apparaat uitvoert, toebe- horen vervangt of het ap- paraat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel verhin- dert het per ongeluk starten van het elektrische gereed- schap. d Bewaar ongebruikte elek- trische gereedschappen buiten het bereik van kin- deren. Laat het apparaat niet gebruiken door perso- nen die hiermee niet ver- trouwd zijn of die deze instructies niet gelezen hebben. Elektrische ge- reedschappen zijn gevaarlijk als ze door onervaren perso- nen gebruikt worden. e Onderhoud elektrische gereedschappen zorgvul- dig. Controleer of bewe- gende delen perfect functioneren en niet klem- men en of onderdelen ge- broken of zodanig beschadigd zijn dat deNederlands 85 werking van het elektri- sche gereedschap gevaar loopt. Laat beschadigde onderdelen vóór het ge- bruik van het apparaat re- pareren. Vele ongevallen worden door slecht onder- houden elektrische gereed- schappen veroorzaakt. f Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Zorg- vuldig onderhouden snijge- reedschappen met scherpe snijkanten komen minder snel vast te zitten en kunnen beter geleid worden. g Gebruik elektrisch gereed- schap, toebehoren, inzet- gereedschappen enz. overeenkomstig deze in- structies. Houd hierbij re- kening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaam- heden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor ander dan het regle- mentair gebruik kan tot ge- vaarlijke situaties leiden. 5 Gebruik en verzorging van accupacks a Laad de accupack alleen met door de goedgekeur- de oplaadapparaten. La- ders die niet geschikt zijn voor de desbetreffende accu kunnen brand veroorzaken. b Gebruik het apparaat al- leen met een meegelever- de accupack. Het gebruik van andere accupacks kan letsel en brand veroorzaken. c Houd de accu bij niet-ge- bruik uit de buurt van me- talen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleu- tels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die kortslui- ting van de contacten zou- den kunnen veroorzaken. Kortsluiting kan leiden tot brand of explosies. d Eventueel kan uit de ac- cupack vloeistof uittreden. Vermijd contact. Als u toch met de vloeistof in contact komt, grondig af- spoelen met water. Als de vloeistof in de ogen te- rechtkomt, onmiddellijk een arts raadplegen. Accu- vloeistof kan uitslag en bran- den van de huis veroorzaken. 6 Service a Laat uw elektrisch gereed- schap alleen door gekwali- ficeerd vakpersoneel en alleen met originele reser- veonderdelen repareren. Hierdoor wordt gegaran- deerd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft.86 Nederlands Aanvullende algemene veiligheidsinstructies Instructie ● In sommige regio's kunnen voorschriften het ge- bruik van dit apparaat beperken. Laat u adviseren door uw plaat- selijke autoriteiten. GEVAAR ● Levensgevaar door snijwonden als gevolg van ongecontroleerde bewegingen van het apparaat. Houd li- chaamsdelen uit de buurt van bewegende delen. ● Gevaar voor letsel door weggeslingerde of vallende voorwerpen. Ge- bruik het apparaat nooit als er personen, vooral kinderen of dieren, zich binnen een straal van 15 m bevinden. ● U mag aan het apparaat geen wijzigin- gen uitvoeren. 몇 WAARSCHUWING ● Perso- nen die niet vertrouwd zijn met deze handleiding en kinderen mogen het apparaat niet gebrui- ken. Lokale voorschriften kun- nen de minimale leeftijd van de bediener voorschrijven. ● Een ongehinderd zicht op het werk- bereik helpt bij het herkennen van eventuele gevaren. Gebruik het apparaat alleen bij goede verlichting. ● Controleer vóór gebruik of het apparaat, alle be- dieningselementen, inclusief de kettingrem en veiligheidsinrich- tingen, correct werken. Contro- leer op losse sluitingen, zorg ervoor dat alle veiligheidsinrich- tingen en grepen correct en ste- vig zijn bevestigd. Gebruik het apparaat niet als het niet in on- berispelijke toestand is. ● Ge- bruik het apparaat nooit als de apparaatschakelaar aan de handgreep niet correct in- of uit- schakelt. ● Vervang versleten of beschadigde delen, alvorens het apparaat in bedrijf te nemen. ● Gevaar op terugslag door ver- lies van evenwicht. Zorg voor een normale lichaamshouding, zorg voor een vaste, veilige stand en blijf altijd in evenwicht. ● Stop het apparaat onmiddellijk en controleer op schade of iden- tificeer de oorzaak van de trilling als het apparaat is gevallen, een stoot heeft gekregen of abnor- maal trilt. Laat schade repareren door de geautoriseerde klanten- service of vervang het apparaat. 몇 VOORZICHTIG ● Draag vol- ledige oog- en oorbescherming, stevige en robuuste handschoe- nen en een hoofdbescherming wanneer u het apparaat bedient. Draag een gezichtsmasker wan- neer het werk stoffig is. ● Draag bij het werken met het apparaat lange, zware broeken, vaste schoenen en goed passende handschoenen. Werk nooit op blote voeten. Draag geen juwe- len, sandalen of korte broeken. ● Letselgevaar, als losszittende kleding, haren of sieraden door beweeglijke delen van het appa-Nederlands 87 raat wordt gegrepen. Houd kle- ding en sieraden uit de buurt van beweeglijke delen van de ma- chine. Bind lange haren samen. ● Gehoorbescherming uw ver- mogen om waarschuwingsto- nen te horen beperken. Let daarom op mogelijke gevaren in de buurt en in het werkbereik. ● Gebruik alleen toebehoren en reserveonderdelen die worden aanbevolen door de fabrikant. Origineel toebehoren en origine- le reserveonderdelen garande- ren een veilige en storingsvrije werking van het apparaat. Veiligheidsinstructies voor kettingzagen Houd bij een lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de kettingzaag. Controleer vóór het starten van de zaag of de zaagket- ting niets raakt. Bij het wer- ken met een kettingzaag kan een moment van onacht- zaamheid ertoe leiden dat kle- ding of lichaamsdelen door de zaagketting gegrepen wor- den. Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste greep en uw lin- kerhand aan de voorste greep vast. Het vasthouden van de kettingzaag in omge- keerde werkhouding verhoogt de kans op letsels en mag niet toegepast worden. Het elektrische gereed- schap mag alleen aan de ge- ïsoleerde greepvlakken vastgehouden worden om- dat de zaagketting verbor- gen leidingen kan raken. Zaagkettingen die een span- ningvoerende draad raken, maken metalen delen van het elektrische gereedschap spanningvoerend en zouden de bediener een elektrische schok kunnen toedienen. Draag een veiligheidsbril en een gehoorbescherming. Bijkomende veiligheidsuit- rusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aan- bevolen. Passende veilig- heidskledij vermindert het verwondingsgevaar door rondvliegend spaanmateriaal en het toevallig aanraken van de zaagketting. Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij het ge- bruik op een boom bestaat verwondingsgevaar. Zorg altijd voor stabiliteit en gebruik de kettingzaag al- leen als u op een harde, vei- lige en effen ondergrond staat. Een glibberige onder- grond of instabiele vlakken zo- als op een ladder kunnen tot het verlies van het evenwicht88 Nederlands of de controle over de ketting- zaag leiden. Houd er bij het snoeien van een onder spanning staan- de tak rekening mee dat de- ze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrij- komt, kan de gespannen tak de bediener raken en/of de bediener kan de controle over de kettingzaag verliezen. Wees bijzonder voorzichtig bij het snoeien van onder- hout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan door de zaagketting gegrepen worden en op u slaan of u uit het even- wicht brengen. Draag de kettingzaag aan de voorste greep in uitgescha- kelde toestand, de zaagket- ting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het bewaren van de ket- tingzaag altijd de veilig- heidsafdekking aanbrengen. Een zorgvuldi- ge omgang met de ketting- zaag vermindert de waarschijnlijkheid van het per ongeluk aanraken van de lo- pende zaagketting. Volg de instructies voor de smering, de kettingspan- ning en het wisselen van toebehoren. Een ondeskun- dig gespannen of gesmeerde ketting kan ofwel breken of het terugslagrisico verhogen. Houd de grepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige, olieachtige gre- pen zijn glibberig en leiden tot het verlies van de controle. Alleen hout zagen. De ket- tingzaag niet voor werk- zaamheden gebruiken waarvoor hij niet bestemd is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het za- gen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet reglementaire werkzaamhe- den kan tot gevaarlijke situa- ties leiden. Oorzaken en vermijden van een terugslag Terugslag kan optreden als de punt van de geleidingsrail een voorwerp raakt of als het hout buigt en de zaagketting bij het zagen vastklemt. Contact met de railpunt kan in sommige gevallen tot een on- verwachte naar achteren gerich- te reactie leiden waarbij de geleidingsrail naar boven en in de richting van de bediener ge- slagen wordt. Het vastklemmen van de zaag- ketting aan de bovenkant van de geleidingsrail kan de rail snel in de richting van de bediener te- rugstoten.Nederlands 89 Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u mogelijk zwaar gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de ket- tingzaag ingebouwde veilig- heidsinrichtingen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u ver- schillende maatregelen te tref- fen om zonder ongevallen en letsels te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een fout gebruik van het elektri- sche gereedschap. Deze kan door geschikte voorzorgsmaat- regelen, zoals hierna beschre- ven, worden vermeden: Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en armen in een positie waarin u aan de terugslagkrachten kunt weerstaan. Als er geschikte maatregelen worden getrof- fen, kan de bediener de terug- slagkrachten beheersen. De kettingzaag nooit loslaten. Vermijd een abnormale li- chaamshouding en zaag niet hoger dan schouder- hoogte. Daardoor wordt het per ongeluk aanraken van de railpunt vermeden en een be- tere controle van de ketting- zaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt. Gebruik altijd door de fabri- kant voorgeschreven reser- verails en zaagkettingen. Verkeerde reserverails en zaagkettingen kunnen tot het breken van de ketting en/of tot een terugslag leiden. Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag. Aanvullende veiligheidsinstructies voor kettingzagen Instructie ● Kärcher raadt aan om bij het eerste gebruik boom- stammen op een zaagbok te za- gen. ● Houd bij het gebruik van de kettingzaag een verband- doos voor grote wonden en een middel om hulp in te roepen bij u. Een grotere en uitgebreidere verbanddoos moet in de buurt zijn. 몇 WAARSCHUWING ● Zorg voor een stabiele stand, een schone werkplek en plan een te- rugtrektraject om u terug te trek- ken bij vallende takken voordat u het apparaat gebruikt. ● Pas op voor smeeroliedampen en zaagspanen. Draag indien nodig een masker of ademhalingsap- paraat. ● Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast. Houd de grepen met de duim aan de ene en de vingers aan de90 Nederlands andere kant vast. Houd de ach- terste greep met de rechterhand en de voorste greep met de lin- kerhand vast. ● Gevaar voor let- sel. Voer geen wijzigingen aan het apparaat uit. Gebruik het ap- paraat niet om aanbouwdelen of apparaten aan te drijven die niet worden aanbevolen door de fa- brikant van het apparaat. ● Con- troleer voordat u het apparaat inschakelt of de zaagketting geen voorwerpen raakt. ● Ern- stig letsel of overlijden als een verkeerd gespannen zaagket- ting uit de geleidingsrail springt. Controleer de kettingspanning voor elk gebruik. De lengte van de ketting is afhankelijk van de temperatuur. ● Zorg ervoor dat alle veiligheidsinrichtingen, gre- pen en de klauwstop correct zijn vastgezet en in goede staat ver- keren. ● Ernstig letsel door foute werkwijze: U moet te allen tijde alert zijn en controle hebben over uw werkplek wanneer u met de kettingzaag werkt. De grootte van het werkbereik is afhan- kelijk van de uit te voeren taak en de grootte van de boom of het werkstuk. Het kappen van een boom vereist een grotere werkplek dan bijv. het op leng- te afkorten. Zaag nooit met uw lichaam in lijn met geleidingsrail en ket- ting. Zo vermindert u het ge- vaar bij een terugslag van de ketting aan het hoofd of li- chaam te worden geraakt. Maak bij het zagen geen heen en weer gaande bewegingen, laat de ketting het werk doen, houd de ketting scherp en pro- beer niet om de ketting door de snede te drukken. Oefen geen druk uit op de zaag aan het einde van de zaagsnede. Wees voorbereid om de zaag te ontlasten wan- neer deze door het hout is ge- zaagd. Stop de kettingzaag niet tij- dens het zaagproces. Laat de zaag lopen tot de zaagsnede is beëindigd. ● Maak uzelf vertrouwd met uw nieuwe kettingzaag door een- voudige zaagsnedes in veilig ondersteund hout te maken. Herhaal dit als u uw kettingzaag lange tijd niet hebt gebruikt. ● Zaag geen wijnstokken en/of korte struiken met een diameter van minder dan 75 mm. ● Scha- kel het apparaat uit, zet de ket- tingrem vast, verwijder het accupack en controleer of alle beweeglijke delen volledig tot stilstand zijn gekomen: Alvorens het apparaat te reini- gen of eraan te werken. Het apparaat zonder toezicht achterlaten. Voordat u aanbouwdelen monteert of verwijdert.Nederlands 91 Voordat u het apparaat con- troleert, onderhoudt of aan het apparaat werkt. 몇 VOORZICHTIG ● De ketting- zaag is een zwaar apparaat. Personen die de kettingzaag ge- bruiken, moeten fysiek fit en in goede gezondheid verkeren. U moet over een goed gezichts- vermogen, behendigheid, ba- lans en handmatige vaardigheden beschikken. Ge- bruik bij twijfel de kettingzaag niet. ● Draag bij het werken met het apparaat altijd een veilig- heidshelm met rooster, zo ver- mindert u het gevaar bij een terugslag in het gezicht en aan het hoofd gewond te raken. Restrisico's 몇 WAARSCHUWING ● Ook als het apparaat zoals voorgeschreven wordt ge- bruikt, blijven restrisico’s voor- handen. De volgende gevaren kunnen door gebruik van het apparaat ontstaan: Trillingen kunnen tot letsel lei- den. Gebruik voor alle werk- zaamheden steeds het juiste gereedschap, gebruik de hier- voor bedoelde grepen en be- grens de arbeidstijd en de duur van blootstelling. Lawaai kan leiden tot gehoor- schade. Draag een gehoorbe- scherming en begrens de belasting. Snijletsels bij contact met vrijliggende zaagtanden van de zaagketting. Snijletsels door onvoorziene, abrupte bewegingen of terug- slag van de geleidingsrail. Snijletsels/injectiegevaar door onderdelen die van de zaag- ketting wegvliegen. Letsels door weggeslingerde voorwerpen (houtspanen, splinters). Inademen van stof en deel- tjes. Huidcontact met het smeer- middel/de olie. Reduceren van risico’s 몇 VOORZICHTIG ● Langdurig gebruik van het ap- paraat kan door trillingen tot doorbloedingsstoringen in de handen leiden. Een algemeen geldende duur voor het ge- bruik kan niet worden vastge- legd, omdat deze van meerdere invloedsfactoren af- hangt: Persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (vaak koude vingers, tinteling in de vingers) Lage omgevingstemperatuur. Draag warme handschoenen om uw handen te bescher- men. Belemmering van de door- bloeding door stevig vastpak- ken.92 Nederlands Ononderbroken gebruik is schadelijker dan door pauzes onderbroken gebruik. Bij regelmatig, langdurig ge- bruik van het apparaat en bij herhaaldelijk optreden van symptomen, zoals tinteling in de vingers, koude vingers, dient u contact op te nemen met een arts. Reglementair gebruik GEVAAR Niet-reglementair gebruik Levensgevaar door snijwonden Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. De kettingzaag is alleen voor privégebruik bedoeld. De kettingzaag is alleen geschikt voor werk in de open lucht. Om veiligheidsredenen moet de kettingzaag altijd met beide handen veilig worden vastgehouden. De kettingzaag werd ontwikkeld voor het zagen van takken, stammen en balken. De zaaglengte van de geleidingsrail bepaalt de maximaal mogelijke dia- meter van het gezaagde materiaal. De kettingzaag mag alleen worden gebruikt voor het zagen van hout. De kettingzaag niet gebruiken in een natte omge- ving of als het regent. De kettingzaag alleen in een goed verlichte omge- ving gebruiken. Het ombouwen en niet door de fabrikant goedge- keurde wijzigingen zijn uit veiligheidsredenen niet toegestaan. Elk ander gebruik is niet toegestaan. Voor risico's die ontstaan door gebruik dat niet is toegestaan, is de ge- bruiker verantwoordelijk. Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak on- derdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij on- juiste omgang of verkeerd weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kun- nen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Instructies voor inhoudsstoffen (REACH) Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reser- veonderdelen. Deze garanderen een veilige en sto- ringsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Leveringsomvang De leveringsomvang van het apparaat is op de verpak- king afgebeeld. Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij trans- portschade neemt u contact op met uw distributeur. Veiligheidsinrichtingen 몇 VOORZICHTIG Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit. Ketting met gering terugslaggevaar Een ketting met een gering terugslaggevaar vermindert de waarschijnlijkheid van een terugslag. De ruimtanden (grijpmessen) vóór elke zaagtand voor- komen dat de zaagtanden te diep in de terugslagzone grijpen, waardoor de sterkte van de terugslag wordt ver- minderd. Bij het doorlussen van de ketting bestaat het risico dat deze veiligheidsfunctie buiten werking wordt gesteld. Als de zaagcapaciteit verslecht, moet de ketting om vei- ligheidsredenen worden vervangen. Gebruik voor re- serveonderdelen alleen de combinatie van geleidingsrail en ketting die door de fabrikant wordt aan- bevolen. Geleidingsrails Bij geleidingsrails waarvan de punten een kleine radius hebben, is er meestal een lager risico op terugslag. Daarom voor de taak een geleidingsrail met passende ketting gebruiken die net lang genoeg is. Langere gelei- dingsrails vergroten de kans op verlies van controle tij- dens het zagen. Vóór elke inbedrijfstelling de kettingspanning controle- ren (zie hoofdstuk Kettingspanning controleren). Als de kettingspanning niet correct is ingesteld, bestaat bij het zagen van kleinere takken (dunner dan de volledige lengte van de geleidingsrail) een verhoogde kans dat de ketting wordt afgeworpen. Kettingvanger Als de ketting losraakt of breekt, voorkomt de ketting- vanger dat de ketting in de richting van de gebruiker wordt geslingerd. Klauwstop De geïntegreerde klauwstop kan worden gebruikt als draaipunt om de kettingzaag stabiliteit te geven tijdens een zaagsnede. Bij het zagen het apparaat naar voren drukken tot de doornen in de rand van het hout dringen. Als de achter- ste greep omhoog of omlaag wordt bewogen in de rich- ting van de snede, wordt de fysieke belasting bij het werken met de kettingzaag verminderd. Kettingrem Kettingremmen worden in geval van gevaar gebruikt om de ketting snel tot stilstand te brengen. Als de handbescherming / hendel kettingrem in de rich- ting van de geleidingsrail wordt gedrukt, moet de ketting onmiddellijk tot stilstand komen. De kettingrem kan een terugslag niet voorkomen, maar vermindert het risico op letsel als de geleidingsrail de gebruiker raakt in geval van terugslag. De correcte werking van de kettingrem moet vóór elke inbedrijfstelling van het apparaat worden gecontroleerdNederlands 93 (zie hoofdstuk Werking van de kettingremmen contro- leren). Symbolen op het apparaat Veiligheidskleding GEVAAR Levensgevaar door snijwonden. Draag bij werkzaamhe- den aan het apparaat geschikte beschermende kleding. Neem de plaatselijke voorschriften inzake ongevallen- preventie in acht. Hoofdbescherming Draag bij het werken met het apparaat een geschikte veiligheidshelm die voldoet aan EN 397 en CE-gemar- keerd is. Draag bij het werken met het apparaat een gehoorbe- scherming die voldoet aan EN 352-1 en CE-gemar- keerd is. Draag ter bescherming tegen rondvliegende splinters een geschikte veiligheidsbril die voldoet aan EN 166 of CE-gemarkeerd is. Of draag een helmvizier dat voldoet aan EN 1731 en CE-gemarkeerd is. In de vakhandel zijn veiligheidshelmen met geïntegreer- de gehoorbescherming en vizier verkrijgbaar. Kettingzaagjas Draag bij het werken met het apparaat ter bescherming van het bovenlichaan een kettingzaagjas die voldoet aan EN 381-11 en CE-gemarkeerd is. Veiligheidshandschoenen Draag bij het werken met het apparaat geschikte veilig- heidshandschoenen met snijbeschermingsuitrusting die voldoen aan EN 381-7 en CE-gemarkeerd zijn. Beenbescherming Draag bij het werken met het apparaat geschikte been- beschermers met bescherming rondom die voldoen aan EN 381-5 en CE-gemarkeerd zijn. Veiligheidsschoenen Draag bij het werken met het apparaat slipvaste veilig- heidsschoenen die voldoen aan EN 20345 en zijn ge- markeerd met een afbeelding van een kettingzaag. Hierdoor is gegarandeerd dat de veiligheidsschoenen aan EN 381-3 voldoen. Als u de kettingzaag slechts af en toe gebruikt, de grond vlak is en er weinig gevaar is voor struikelen of vastra- ken in struiken, kunt u veiligheidsschoenen met stalen teenkappen en beenbeschermers die voldoen aan EN 381-9 gebruiken. Beschrijving apparaat In deze gebruiksaanwijzing wordt de maximale uitrus- ting beschreven. Afhankelijk van het model zijn er ver- schillen in de leveringsomvang (zie verpakking). Afbeelding zie pagina's met grafieken Afbeelding A 1 Ketting Algemeen waarschuwinsteken Lees voor de inbedrijfstelling de ge- bruiksaanwijzing en alle veiligheidsin- structies. Draag bij het werken met het apparaat een geschikte hoofd-, oog- en gehoorbe- scherming. Draag bij het werken met het apparaat slipvaste veiligheidsschoenen. Draag bij werkzaamheden met het appa- raat antislip en slijtvaste handschoenen. Levensgevaar door terugslag van de ket- tingzaag. Raak de te zagen voorwerpen nooit met de punt van de geleidingsrail aan. Levensgevaar door ongecontroleerde bewegingen van de kettingzaag. Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast. Levensgevaar door ongecontroleerde bewegingen van de kettingzaag. Houd het apparaat nooit met slechts een hand vast. Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht. De op het etiket aangegeven geluids- drukniveau bedraagt 104 dB. De kettingrem wordt gelost. De kettingrem wordt vastgezet en de zaagketting geblokkeerd. Draaien om de kettingspanning in te stel- len: = ketting spannen = ketting lossen Looprichting van de ketting (markering bevindt zich onder de afdekking) Kettingspankop vergrendelen Kettingspankop ontgrendelen Smering van de geleidingsrail en de ket- ting Minimaal vulniveau van de kettingolie94 Nederlands 2 Geleidingsrail 3 Klauwstop 4 Deksel kettingolietank 5 Handbeschermer / hendel kettingrem 6 Handgreep, achterzijde 7 Apparaatschakelaar 8 Ontgrendelingsknop apparaatschakelaar 9 Ontgrendelingsknop accupack 10 Afdekking 11 Handgreep, voorzijde 12 Ring voor het instellen van de kettingspanning 13 Kettingspankop 14 Kettingvanger 15 Typeplaatje 16 Kettingolie 17 Kettingbeveiliging 18 *Accupack Battery Power 36V 19 *Snellader Battery Power 36V p. 9982
- optional Accupack Het apparaat kan met een 36 V Kärcher Battery Power accupack worden gebruikt. Montage Ketting en geleidingsrail monteren 몇 VOORZICHTIG Scherpe ketting Letsel door snijden Draag bij alle werkzaamheden aan de ketting veilig- heidshandschoenen.
1. De kettingspankop losmaken en de afdekking ver-
wijderen. Afbeelding B
2. De ketting op de geleidingsrail plaatsen. Hierbij op
de draairichting van de ketting letten. Afbeelding C
3. De ketting rond het kettingwiel plaatsen en de gelei-
dingsrail inzetten. Afbeelding D
4. De afdekking plaatsen en de kettingspankop vast-
draaien. Afbeelding E
5. De kettingspanning instellen (zie hoofdstuk Ket-
tingspanning instellen).
6. De kettingbeveiliging aanbrengen.
Afbeelding F Inbedrijfstelling Kettingolietank vullen
1. Het bereik rond de vulopening reinigen en evt.
zaagspanen en vuil verwijderen.
2. Het deksel van de kettingolietank verwijderen.
4. Evt. gemorste kettingolie met een doek opnemen.
5. De kettingolietank met het deksel afsluiten.
Kettingspanning controleren 몇 VOORZICHTIG Scherpe ketting Letsel door snijden Draag bij alle werkzaamheden aan de ketting veilig- heidshandschoenen.
1. De kettingbeveiliging verwijderen.
2. Voorzichtig aan de ketting trekken.
Afbeelding J De afstand tussen geleidingsrail en ketting moet ca. 5,5 mm bedragen.
3. Evt. de kettingspanning instellen (zie hoofdstuk
Kettingspanning instellen). Accupack monteren
1. Het accupack in de opname van het apparaat schui-
ven tot het hoorbaar vastklikt. Afbeelding K Werking Algemene bediening
1. De boom en de takken op schade, zoals bijv. verrot-
ting, onderzoeken. Bij beschadigde of rotte takken advies bij een pro- fessionele boomverzorger inwinnen.
2. De kettingbeveiliging verwijderen.
3. Het apparaat met beide handen vasthouden.
ting van de greep trekken. Afbeelding L De kettingrem wordt gelost.
2. De ontgrendelingsknop apparaatschakelaar indruk-
3. De apparaatschakelaar indrukken.
Het apparaat start. Werking onderbreken
ting van de geleidingsrail drukken. Afbeelding N De kettingrem wordt vastgezet en de zaagketting geblokkeerd.
3. De accupack uit het apparaat verwijderen (zie
hoofdstuk Accupack verwijderen). Werktechnieken Werkpositie GEVAAR Ongecontroleerde bewegingen van de kettingzaag Levensgevaar door snijwonden Vóór het zagen de snede plannen en gevaren herken- nen. De kettingzaag altijd stevig en met beide handen vast- houden. De kettingzaag niet centraal voor het lichaam lei- den. Afbeelding ONederlands 95 De kettingzaag naast het lichaam houden, zodat li- chaamsdelen niet in het bewegingsbereik van de kettingzaag komen. Zoveel mogelijk afstand van het te zagen materiaal houden. Nooit op een ladder of in een boom staand werken. Nooit op onstabiele locaties werken. Intrekken/terugslag GEVAAR Ongecontroleerde bewegingen van de kettingzaag Levensgevaar door snijwonden Vóór het zagen de snede plannen en gevaren herken- nen. De kettingzaag altijd stevig en met beide handen vast- houden. Bij het intrekken en bij een terugslag gaat het om een ef- fect dat in principe tegengesteld is aan de looprichting van de ketting op het gezaagde materiaal. Afbeelding P 1 Intrekken 2 Te rug slag Als bij het zagen met de onderkant van de geleidingsrail - bovenhands zagen - de kettingzaag klemt of een vast voorwerp in het hout raakt, kan de kettingzaag schoks- gewijs naar het zaagmateriaal worden getrokken. Om het intrekken te vermijden, de klauwstop altijd veilig aanbrengen. Als bij het zagen met de bovenkant van de geleidingsrail - onderhands zagen - de zaagketting klemt of een vast voorwerp in het hout raakt, dan kan de kettingzaag in de richting van de gebruiker teruggeslagen worden. Om een terugslag te vermijden: De bovenkant van de geleidingsrail niet inklem- men. De geleidingsrail tijdens het zagen niet verdraai- en. Terugslag GEVAAR Ongecontroleerde bewegingen van de kettingzaag Levensgevaar door snijwonden Vóór het zagen de snede plannen en gevaren herken- nen. De kettingzaag altijd stevig en met beide handen vast- houden. Bij een terugslag wordt de kettingzaag plots en oncon- troleerbaar in de richting van de gebruiker geslingerd. Een terugslag ontstaat als bijv. de zaagketting in het bo- venste bereik van de zaagrailpunt per ongeluk een hin- dernis raakt of ingeklemd wordt. Afbeelding Q De kettingzaag altijd zo vasthouden dat aan de te- rugslagkrachten weerstaan kan worden. De ketting- zaag niet loslaten. Bij het zagen niet te ver naar voren buigen. De kettingzaag niet boven schouderhoogte houden. Altijd wachten tot de ketting zijn maximaal toerental bereikt heeft en met volgas zagen. Niet met de zaagrailpunt zagen. De geleidingsrail alleen met uiterst voorzichtig in een begonnen snede inbrengen. Op de positie van de stam letten en op krachten die de snijspleet sluiten en de zaagketting kunnen in- klemmen. Bij het verwijderen van takken nooit meerdere tak- ken tegelijk zagen. Alleen met scherpe en juist gespannen ketting wer- ken. Een ketting met gering terugslaggevaar en een ge- leidingsrail met kleine railkop gebruiken. Valrichting en terugtrektraject om terug te trekken plannen GEVAAR Vallende boom Levensgevaar Het kappen van bomen mag alleen door hiervoor opge- leide personen worden uitgevoerd. Bij het plannen van de valrichting het volgende in acht nemen: De afstand tot de volgende werkplek moet minstens 2,5 boomlengtes bedragen. Geen bomen vellen bij sterke wind. De boom kan ongecontroleerd vallen. Valrichting aan de hand van boomgroei, omstandig- heden op het terrein (helling) en weersomstandig- heden vastleggen. De boom altijd in een onbegroeide plek laten vallen, nooit op andere bomen. Voor elke betrokken persoon moet een terugtrektraject gepland worden. Hierbij geldt: Het terugtrektraject ca. 45° schuin tegen de velrich- ting in plannen. Afbeelding R Het terugtrektraject van hindernissen ontdoen. Geen gereedschap en apparaten op het terugtrek- traject neerleggen. Bij het werken op een steile helling het terugtrektra- ject parallel aan de helling plannen. Bij het gebruik maken van het terugtrektraject op vallende takken letten en de kroonruimte in het oog houden. Het werkbereik aan de stam voorbereiden
1. Het werkbereik aan de stam van storende takken,
struiken en hindernissen ontdoen. Stabiliteit gegarandeerd.
2. De stamvoet grondig vrijmaken, bijv. met een bijl.
Zand, stenen en andere vreemde voorwerpen ma- ken de ketting stomp.
3. Grote wortels verwijderen.
a De wortels verticaal insnijden. Afbeelding S b De wortels horizontaal insnijden. c Het losse wortelstuk uit het werkbereik verwijde- ren. Velsnede uitvoeren GEVAAR Vallende boom Levensgevaar Het kappen van bomen mag alleen door hiervoor opge- leide personen worden uitgevoerd.
1. Controleren of niemand door de vallende boom ge-
vaar loopt. Geroep kan door het lawaai van de mo- tor niet gehoord worden. In het velbereik mogen zich alleen personen bevin- den die bezig zijn met het vellen.
2. De velkerf in een rechte hoek op de velrichting
plaatsen. a Zo dicht mogelijk bij de bodem een horizontale snede (zoolsnede) over ca. 1/3 van de stamdia- meter uitvoeren. Afbeelding T96 Nederlands b Een schuine snede (daksnede) in een hoek van ca. 45-60° uitvoeren.
3. De velsnede uitvoeren.
a De velsnede parallel aan de zoolsnede en min- stens 50 mm hoger aanbrengen. b De velsnede slechts zover uitvoeren dat een min- stens 50 mm breuklijst blijft staan. De breuklijst verhindert dat de boom verdraait en in de verkeerde richting valt. Als de velsnede de breuklijst nadert, dan moet de boom beginnen te vallen.
4. Als het gevaar bestaat dat de boom niet in de ge-
wenste richting valt of terugzwaait en de zaagketting inklemt, de velsnede niet verder uitvoeren. Wiggen gebruiken om de snede te verbreden en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
5. Als de boom begint te vallen, de kettingzaag uit de
6. Het apparaat uitschakelen.
7. De kettingrem vastzetten.
8. De kettingzaag neerzetten.
9. Het geplande terugtrektraject volgen.
Gespannen hout zagen GEVAAR Ongecontroleerde bewegingen van kettingzaag en zaagmateriaal Levensgevaarlijke snijletsels, letsels door gezaagd ma- teriaal Vóór het zagen de snede plannen en gevaren herken- nen. De kettingzaag altijd stevig en met beide handen vast- houden Gespannen hout ontstaat als aan een stam, tak, stomp met wortels of scheut van ander hout onder spanning wordt getrokken.
1. Op gespannen hout letten, omdat het gevaar be-
staat dat het opnieuw in zijn oorspronkelijke positie terugschiet. Afbeelding U
2. Gespannen hout voorzichtig vanaf de drukzijde za-
gen (zie ook hoofdstuk Onder spanning staande stam afkorten). Afbeelding V Zagen van takken GEVAAR Terugslag Levensgevaarlijke snijletsels Er bij het zagen van takken op letten dat de geleidings- rail/ketting niet ingeklemd wordt. 몇 WAARSCHUWING Veranderende gewichtsverdeling bij het zagen van takken Letselgevaar door ongecontroleerde beweging van de stam Werkbereik zodanig kiezen dat er geen gevaar ontstaat. Takken in groeirichting afzagen. Afbeelding W Van boven naar onderen takken afzagen. Grotere, onderaan liggende takken als steun laten om de boom boven de bodem te houden. De kettingzaag zo goed mogelijk ondersteunen. Niet op de stam staan terwijl u takken afzaagt. Niet met de railpunt zagen. Op takken letten die onder spanning staan. Takken die onder spanning staan, van onderen naar boven zagen. Nooit meerdere takken tegelijk zagen. Regelmatig afgezaagde takken uit het werkbereik verwijderen. Stam afkorten GEVAAR Ongecontroleerde bewegingen van de kettingzaag Levensgevaar door snijwonden Vóór het zagen de snede plannen en gevaren herken- nen. De kettingzaag altijd stevig en met beide handen vast- houden. LET OP Beschadiging van de ketting door bodemcontact Ervoor zorgen dat de ketting de bodem niet raakt.
1. De kettingzaag aan de klauwstop aanzetten.
2. De stam gelijkmatig doorzagen.
Onder spanning staande stam afkorten GEVAAR Ongecontroleerde beweging van de kettingzaag Levensgevaarlijke snijletsels Bij het afkorten van onder spanning staande stammen absoluut de volgorde van ontlastingsnede aan de druk- zijde en doorzaagsnede aan de trekzijde in acht nemen. Stam wordt aan 2 zijden ondersteund: a Voor de ontlastingssnede aan de drukzijde de stam ca. 1/3 van de stamdiameter van boven in- zagen. Afbeelding X b De zaagsnede aan de trekzijde van onderen aan- zetten. Stam wordt aan 1 zijde ondersteund: a Voor de ontlastingssnede aan de drukzijde de stam ca. 1/3 van de stamdiameter van onderen inzagen. Afbeelding Y b De zaagsnede aan de trekzijde van boven uitvoe- ren. Accupack verwijderen Instructie Verwijder bij langdurige werkonderbrekingen de ac- cupack uit het apparaat en bescherm hem tegen onbe- voegd gebruik.
1. De ontgrendelingsknop accupack richting accupack
trekken. Afbeelding Z
3. De accupack uit het apparaat nemen.
1. De accupack uit het apparaat verwijderen (zie
hoofdstuk Accupack verwijderen).
2. Het apparaat reinigen (zie hoofdstuk Apparaat rei-
nigen). vervoer 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat. 몇 VOORZICHTIG Ongecontroleerd starten Letsel door snijden Neem de accu voor transport uit het apparaat. Transporteer het apparaat alleen met aangebrachte kettingbeveiliging.Nederlands 97
1. Het accupack verwijderen (zie hoofdstuk Accupack
ting van de geleidingsrail drukken. Afbeelding N De kettingrem is vastgezet.
3. De kettingbeveiliging aanbrengen.
4. Het apparaat alleen aan de handgreep en met de
geleidingsrail naar achteren dragen.
5. Bij langere trajecten de kettingolietank leegmaken.
a Het deksel van de kettingolietank verwijderen. Afbeelding G b De kettingsmeerolie in een geschikt reservoir vul- len. c Het deksel van de kettingolietank vastschroeven.
6. Bij het transport in voertuigen het apparaat tegen
wegglijden en omvallen beveiligen. Opslag 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het ap- paraat. 몇 VOORZICHTIG Ongecontroleerd starten Letsel door snijden Neem de accu vóór het opslaan uit het apparaat. Bewaar het apparaat alleen met aangebrachte ketting- beveiliging.
1. Het accupack verwijderen (zie hoofdstuk Accupack
ting van de geleidingsrail drukken. Afbeelding N De kettingrem is vastgezet.
3. De kettingbeveiliging aanbrengen.
a Het deksel van de kettingolietank verwijderen. Afbeelding G b De kettingsmeerolie in een geschikt reservoir vul- len. c Het deksel van de kettingolietank vastschroeven.
5. Wordt het apparaat langer dan een maand wordt be-
waard, de ketting inoliën om roest te vermijden.
6. Het apparaat op een droge en hoed geventileerde
plaats bewaren. Uit de buurt houden van corrode- rende stoffen zoals tuinchemicaliën en zouten. Het apparaat niet buiten opslaan. Verzorging en onderhoud 몇 VOORZICHTIG Ongecontroleerd starten Letsel door snijden Neem voor alle werkzaamheden aan het apparaat de accu uit het apparaat. 몇 VOORZICHTIG Scherpe ketting Letsel door snijden Draag bij alle werkzaamheden aan de ketting veilig- heidshandschoenen. Apparaat reinigen
1. Het accupack verwijderen (zie hoofdstuk Accupack
2. De ketting met een borstel reinigen en resten snij-
materiaal en vuil verwijderen. Afbeelding AA
3. De behuizing en de grepen met een zachte, droge
4. Na elke reiniging de werking van de kettingrem con-
troleren (zie hoofdstuk Werking van de kettingrem- men controleren). Onderhoudsintervallen Voor elke inbedrijfstelling Voor elke inbedrijfstelling moeten de volgende werk- zaamheden worden uitgevoerd: Het vulniveau van de kettingolie controleren, evt. kettingolie bijvullen (zie hoofdstuk Kettingolietank vullen). De kettingspanning controleren (zie hoofdstuk Ket- tingspanning controleren). De ketting op voldoende scherpte controleren, evt. de ketting vervangen (zie hoofdstuk Ketting en ge- leidingsrail vervangen). Het apparaat op beschadigingen controleren. Alle bouten, moeren en schroeven op vastheid con- troleren. De werking van de kettingrem controleren (zie hoofdstuk Werking van de kettingremmen controle- ren). Om de 5 bedrijfsuren Om de 5 bedrijfsuren de werking van de kettingrem controleren (zie hoofdstuk Werking van de ket- tingremmen controleren). Onderhoudswerkzaamheden Werking van de kettingremmen controleren
1. Het apparaat inschakelen.
2. Terwijl het apparaat loopt, de hand aan de voorste
greep zo draaien dat de handbeveiliging/de hendel van de kettingrem met de handrug in de richting van de geleidingsrail wordt gedrukt. De kettingrem wordt vastgezet. De ketting moet tot stilstand komen.
3. De handbescherming / hendel kettingrem in de rich-
ting van de greep trekken. De ketting moet loskomen. Kettingspanning instellen
1. Het accupack verwijderen (zie hoofdstuk Accupack
Afbeelding J De afstand tussen geleidingsrail en ketting moet ca. 5,5 mm bedragen.
5. De kettingspankop vastdraaien.
Ketting en geleidingsrail vervangen 몇 VOORZICHTIG Scherpe ketting Letsel door snijden Draag bij alle werkzaamheden aan de ketting veilig- heidshandschoenen.
1. Het accupack verwijderen (zie hoofdstuk Accupack
verwijderen).98 Nederlands
2. De kettingspankop losmaken en de afdekking ver-
wijderen. Afbeelding AD
3. De geleidingsrail met de kettingspaninrichting ver-
wijderen. Afbeelding AE
4. Als de geleidingsrail vervangen moet worden, de
kettingspaninrichting verwijderen. Afbeelding AF
5. De oude ketting en evt. de geleidingsrail op een
deskundige manier afvoeren.
6. Evt. de kettingspaninrichting op de nieuwe gelei-
dingsrail monteren. Afbeelding AG
7. De nieuwe ketting op de geleidingsrail plaatsen.
Hierbij op de draairichting van de ketting letten. Afbeelding C
8. De ketting rond het kettingwiel plaatsen en de gelei-
dingsrail inzetten. Afbeelding D
9. De afdekking plaatsen en de kettingspankop vast-
draaien. Afbeelding E
10. De kettingspanning instellen (zie hoofdstuk Ket-
tingspanning instellen). Hulp bij storingen Storingen hebben vaak oorzaken die eenvoudig met be- hulp van het volgende overzicht kunnen worden verhol- pen. Neem bij twijfel of storingen die hier niet worden vermeld contact op met de erkende klantenservice. Hoe ouder de accupack is, hoe lager de capaciteit ook bij goed onderhoud wordt, zodat ook in volledig opgela- den toestand niet meer de volledige looptijd wordt be- reikt. Dit is geen defect. Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door on- ze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgege- ven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een mate- riaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Technische gegevens Technische wijzigingen voorbehouden. Fout Oorzaak Remedie Apparaat start niet Accupack is leeg. Accupack opladen. Accupack is defect. Accupack vervangen. Accupack is niet correct geplaatst. Accupack in de opname schuiven tot deze vergrendelt. Apparaat stopt tijdens bedrijf De accu is oververhit De werkzaamheden onderbreken en wachten tot de accutemperatuur weer in het normale bereik ligt. De motor is oververhit De werkzaamheden onderbreken en de motor laten afkoelen. Gegevens capaciteit apparaat Bedrijfsspanning V 36 Stationaire snelheid van de ketting m/s 21 Volume kettingolietank ml 190 Vastgestelde waarden conform EN 60745-1, EN 60745-2-13 Geluidsdrukniveau L
dB(A) 102,2 Onzekerheid K
dB(A) 1,8 Hand-arm-trillingwaarde voorste handgreep m/s
4,9 Onzekerheid K m/s
1,5 Afmetingen en gewichten Lengte x breedte x hoogte mm 834 x 222 x
Notice-Facile