Z 454X - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Z 454X HUSQVARNA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Z 454X HUSQVARNA
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Z 454X - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Z 454X van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Z 454X HUSQVARNA
REGISTRO DI ASSISTENZA©2019 Alle rechten voorbehouden. Orangeburg, SC (VS) Gedrukt in de VS. WAARSCHUWING! Het kantelbeveiligingssysteem kan verzwakt raken door beschadigingen als de maaier is gekanteld of als er wijzigingen aan het kantelbeveiligingssysteem zijn aangebracht. In dergelijke gevallen MOET de complete constructie worden vervangen. Wanneer dit product is versleten en niet langer wordt gebruikt, brengt u het terug naar de verkoper of een andere instantie om te worden gerecycled. Voor het doorvoeren van verbeteringen kunnen specicaties en ontwerpen worden gewijzigd zonder nadere kennisgeving. Gebruik bij reparaties uitsluitend originele onderdelen. Bij het gebruik van andere onderdelen vervalt de garantie. Wijzig de machine niet en installeer geen niet- standaard apparatuur op de machine zonder toestemming van de fabrikant. Wijzigingen aan de machine kunnen het gebruik ervan onveilig maken of de machine beschadigen. WAARSCHUWING! Wees altijd voorzichtig bij het gebruik van de machine; wanneer u dat niet doet, kunnen de gebruiker of andere personen ernstig letsel oplopen. De eigenaar moet deze instructies begrijpen en ervoor zorgen dat de maaier alleen bediend wordt door bevoegde personen die deze instructies begrijpen. Elke persoon die de maaier bedient, moet gezond van lichaam en geest zijn en mag niet onder de invloed van verdovende middelen zijn. WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van de motor, sommige bestanddelen daarin en bepaalde voertuigonderdelen kunnen chemicaliën bevatten of uitstoten waarvan door de Staat van Californië wordt aangenomen dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere beschadigingen van het voortplantingssysteem veroorzaken. WAARSCHUWING! Accupolen, klemmen en gerelateerde accessoires bevatten lood en loodverbindingen, chemicaliën waarvan door de Staat van Californië wordt aangenomen dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere beschadigingen van het voortplantingssysteem veroorzaken. Reinig uw handen na werkzaamheden. WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van de motor en bepaalde voertuigonderdelen kunnen chemicaliën bevatten of uitstoten waarvan wordt aangenomen dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere beschadigingen van het voortplantingssysteem veroorzaken. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, kleurloos en giftig gas. Gebruik de machine niet in afgesloten ruimtes. WAARSCHUWING! Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u de machine gaat gebruiken. WAARSCHUWING! Benzine met maximaal 10% ethanol (E10) mag in deze machine worden gebruikt. Wanneer benzine met meer dan 10% ethanol (E10) wordt gebruikt, komt de garantie te vervallen.INLEIDING ................................................... 203 Rijden en transport op openbare wegen . 203 Slepen ..................................................... 203 Gebruik .................................................... 203
Afstelhendel voor stoel
(Alleen geldig voor de Z400X)
De machine met de hand verplaatsen ..... 220 ONDERHOUD
- CONFORMITEIT p. 234
- EG-verklaring van overeenstemming p. 234
- INHOUD TECHNISCHE GEGEVENS p. 235
- ONDERHOUDSBOEKJE Gefeliciteerd Wij danken u dat uw keuze is gevallen op een Husqvarna-zitmaaier. Deze machine is gebouwd voor een superieure eciëntie om vooral grote gebieden snel te maaien. Een bedieningspaneel dat goed toegankelijk is voor de gebruiker en een hydrostatische transmissie die geregeld wordt door de stuurbediening dragen bij aan de prestaties van de machine. Deze handleiding is een waardevol document. Lees de inhoud zorgvuldig door voordat u de machine in gebruik neemt of onderhoud aan de machine uitvoert. Het is belangrijk dat de instructies (gebruik, service, onderhoud) worden gevolgd door iedereen die de machine bedient, voor de veiligheid van de gebruiker en anderen. Het kan de levensduur van de machine ook aanzienlijk verlengen en de waarde bij doorverkoop verhogen. Als u uw machine verkoopt, vergeet dan niet om de gebruikershandleiding aan de nieuwe eigenaar te geven. Het laatste hoofdstuk van deze gebruikershandleiding bestaat uit een Onderhoudsrapport. Zorg dat alle service- en reparatiewerkzaamheden worden genoteerd. Een goed bijgehouden onderhoudsboekje verlaagt de servicekosten voor onderhoud en heeft een positieve invloed op de doorverkoopwaarde van de machine. Neem contact op met de dealer voor meer informatie. Neem de gebruikershandleiding mee als u uw machine voor service naar de dealer brengt. Algemeen In deze gebruikershandleiding worden links en rechts, achteruit en vooruit ten opzichte van de gebruikelijke rijrichting van de machine gebruikt. We zijn continu bezig om onze producten te verbeteren. Dat betekent dat specicaties en ontwerp zonder voorafgaande kennisgeving kunnen worden gewijzigd. Rijden en transport op openbare wegen Controleer de geldende verkeersregels voordat u de machine op openbare wegen vervoert. Als de machine wordt vervoerd, moet u altijd een geschikte bevestigingsuitrusting gebruiken en ervoor zorgen dat de machine goed is bevestigd. Bedien deze machine NIET op openbare wegen. Slepen Als de machine is uitgerust met een trekhaak, moet u extra voorzichtig zijn tijdens het slepen. Laat kinderen of anderen nooit toe in of op de getrokken apparatuur. Maak ruime bochten om scharen te voorkomen. Rijd langzaam en houd rekening met een langere remweg. Sleep niet op een hellend terrein. Het gewicht van de sleep kan een verlies aan trekkracht en controle veroorzaken. Houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant ten aanzien van het maximale gewicht van getrokken uitrusting. Sleep niet in de buurt van sloten, kanalen en andere gevaren. Gebruik Deze machine is uitsluitend gebouwd voor het maaien van gras op gazons en gelijkmatige terreinen zonder obstakels zoals stenen, boomstronken e.d. De machine kan ook worden gebruikt voor andere werkzaamheden als deze uitgerust is met de speciale accessoires van de fabrikant. De bedieningsinstructies voor de accessoires worden bij levering gegeven. Alle andere soorten gebruik zijn niet toegestaan. De aanwijzingen van de fabrikant over de werking, het onderhoud en de reparaties moeten zorgvuldig worden gevolgd. Gazonmaaiers en alle elektrische uitrustingen kunnen gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gebruikt. Veiligheid betekent een goed inschattingsvermogen, zorgvuldig gebruik in overeenstemming met deze instructies en gezond verstand. De machine mag alleen worden bediend, onderhouden en gerepareerd door personen die bekend zijn met de speciale eigenschappen van de machines en die op de hoogte van de veiligheidsinstructies zijn. Gebruik alleen goedgekeurde reparatieonderdelen bij onderhoud aan deze machine. Voorschriften voor ongevallenpreventie, andere algemene veiligheidsregels, veiligheidsregels voor beroepsrisico's en verkeersregels moeten altijd worden gevolgd. Niet-goedgekeurde wijzigingen aan de machine zorgen ervoor dat de fabrikant niet aansprakelijk is voor eventueel persoonlijk letsel of schade aan eigendommen als gevolg van de wijzigingen. p. 238
INLEIDINGGoede service De producten van Husqvarna worden wereldwijd uitsluitend in gespecialiseerde winkels met complete service verkocht. Zo bent u als klant altijd verzekerd van de beste ondersteuning en service. De machine is vóór aevering bijvoorbeeld door de verkoper gecontroleerd en afgesteld. Zie het certicaat in het Onderhoudsboekje in deze gebruikershandleiding. Wanneer u reserveonderdelen of ondersteuning bij service, garantiekwesties, etc. nodig hebt, raadpleeg dan de volgende professional: Productienummer Het productienummer van de machine staat op het gedrukte plaatje dat op de motorruimte is bevestigd. Vanaf boven worden de volgende gegevens op het plaatje vermeld:
- De typeaanduiding van de machine (ID).
- Het typenummer van de fabrikant (model).
- Het serienummer van de machine (serienr.) Deze handleiding hoort bij de machine met het productienummer: Motor Transmissie Houd de typeaanduiding en het serienummer bij de hand als u reserveonderdelen bestelt. Het productienummer van de motor is op een van de kleppendeksels gestanst. Op het plaatje staat:
- Het model van de motor.
- Code Houd deze gegevens bij de hand als u reserveonderdeel bestelt. Op de achterzijde van de wielmotoren en hydrostatische pompen is een barcodeplaatje aangebracht.
INLEIDINGAchteruit Neutraal Snel Langzaam Choke Brandstof Parkeerrem Gevaar Draag een veiligheidsbril Draag veiligheids- handschoenen Draag gehoorbescherming Ga hier niet staan Lees de gebruikershandleiding Zet de motor uit en verwijder de sleutel voordat u onderhoud of reparaties uitvoert Bewaar een veilige afstand tot de machine Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan 10° Geen passagiers Blootstelling van het hele lichaam aan rondvliegende voorwerpen Afsnijden van vingers en tenen De afschermingen niet openen als de motor draait Rijd voorzichtig achteruit en let op andere mensen Rijd voorzichtig vooruit en let op andere mensen Deze symbolen worden op de machine en in de gebruikershandleiding gebruikt. Bekijk ze zorgvuldig, totdat u weet wat ze betekenen. WAARSCHUWING! Xxxx xxxxxx xxxxx xxxx xxxxxxxxx xxxxxx xxxxxxxxx. Dit wordt in deze uitgave gebruikt om de lezer te waarschuwen voor de kans op persoonlijk of dodelijk letsel, vooral als de lezer zich niet aan de instructies in deze handleiding houdt. BELANGRIJKE INFORMATIE Xxxx xxxxxx xxxxx xxxx xxxxxxxxx xxxxxx xxxxxxxxx. Dit wordt in deze uitgave gebruikt om de lezer te waarschuwen voor de kans op materiële schade, vooral als de lezer zich niet aan de instructies in deze handleiding houdt. Dit wordt ook gebruikt als de kans op verkeerd gebruik of verkeerde montage bestaat. R N Waarschuwing! Raak onderdelen niet aan Waarschuwing! Gebruik de machine niet zonder uitworp of grasopvangbak Waarschuwing! Wees voorzichtig bij het optillen van het deksel Waarschuwing! Accuzuur is bijtend, explosief en ontvlambaar Geluidsemissie voor de omgeving in overeenstemming met de EU-richtlijn. Het emissieniveau van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk TECHNISCHE GEGEVENS en op de plaatjes.
SYMBOLEN EN PLAATJESVeiligheidsinstructies Deze instructies zijn voor uw eigen veiligheid. Lees ze zorgvuldig.
OPLOPEN DOOR DEZE APPARATUUR. Lees alle veiligheidsinstructies hierna goed door en volg de aanwijzingen op. BELANGRIJKE INFORMATIE De American Academy of Pediatrics adviseert een minimumleeftijd van 16 jaar voor het bedienen van zitmaaiers. Bescherming van kinderen Er kunnen zich tragische ongevallen voordoen als de gebruiker niet op de aanwezigheid van kinderen let. Kinderen vinden machines en maaien vaak interessant. Ga er niet vanuit dat kinderen op de plek blijven waar u ze het laatst hebt gezien.
- Houd kinderen uit het maaigebied en onder toezicht van een verantwoordelijke volwassene (niet de gebruiker zelf).
- Wees alert en schakel de machine uit als er een kind in de buurt komt.
- Kijk zowel voor als tijdens het achteruitrijden achter u en omlaag of er kleine kinderen in de buurt zijn.
- Vervoer nooit kinderen op de machine, ook niet als de messen uitgeschakeld zijn. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of de veilige werking van de machine verstoren. Kinderen die eerder op de machine mee mochten rijden, kunnen plotseling verschijnen in het maaigebied omdat ze opnieuw mee willen rijden. Ze kunnen dan overreden of omvergeworpen worden door de machine.
- Laat de machine niet door kinderen bedienen.
- Wees extra voorzichtig als u in de buurt komt een blinde hoek, struiken, bomen of andere voorwerpen die het zicht op kinderen kunnen belemmeren. Algemene werking
- Zorg dat u alle instructies op de machine en in de handleiding hebt gelezen, begrijpt en opvolgt.
- We raden aan dat u ervoor zorgt dat iemand weet dat u aan het maaien bent en dat deze persoon hulp kan verlenen in geval van letsel of een ongeluk.
- Iedereen die deze machine wil bedienen, onderhouden en/of nakijken moet eerst deze gebruikershandleiding lezen en begrijpen. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften. De eigenaar is verantwoordelijk voor het trainen van de gebruikers van deze machine.
- De eigenaar en de gebruiker van deze machine kunnen ongevallen voorkomen en zijn verantwoordelijk voor ongevallen of letsel waarbij zijzelf of andere personen of eigendommen betrokken zijn.
- Plaats uw handen of voeten niet bij draaiende delen of onder de machine. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- De machine mag alleen worden gebruikt door verantwoordelijke volwassenen die bekend zijn met de instructies.
- Maak de omgeving vrij van voorwerpen zoals stenen, speelgoed, kabels enz. Deze kunnen door de messen worden opgeschept en weggeslingerd.
- Zorg dat de omgeving vrij van omstanders is voordat u gaat beginnen. Stop de machine als iemand dichterbij komt.
- Maai niet achteruit, tenzij het absoluut nodig is. Kijk altijd omlaag en achter u vóór en tijdens het achteruitrijden.
- Richt uitgeworpen materiaal nooit op personen. Voer materiaal niet af tegen een muur of obstakel. Het materiaal kan teruggeslingerd
VEILIGHEIDworden naar de gebruiker. Zet de messen stil als u over stukken met grind rijdt.
- Bedien de machine niet zonder dat de volledige grasopvangbak, afvoerbescherming of andere veiligheidsvoorzieningen op hun plaats zitten en werken.
- Ga langzamer rijden voordat u een bocht neemt.
- Voordat u afstapt moet u altijd de messen uitschakelen, de stuurregelaars naar buiten bewegen in de parkeerremstand, de motor uitzetten en de sleutels verwijderen.
- Vervoer geen personen. De machine is alleen bedoeld voor gebruik door één persoon.
- Bedien de machine alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.
- Schakel de messen uit als er niet wordt gemaaid. Schakel de motor uit en wacht totdat alle onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen voordat u de machine gaat reinigen, de grasopvangbak gaat verwijderen of de afvoerbescherming gaat schoonmaken.
- Bedien de machine niet wanneer u onder invloed van alcohol of drugs bent.
- Let op het verkeer als u nabij wegen rijdt of deze oversteekt.
- Wees extra voorzichtig als u de machine op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost.
- Draag altijd oogbescherming bij het bedienen van de machine. WAARSCHUWING! Draag goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen als u deze machine gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen elimineren de risico’s niet, maar verminderen de ernst van het letsel als er toch een ongeluk gebeurt. Vraag uw dealer om advies voor het uitzoeken van de juiste apparatuur.
- Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens het gebruik van deze machine, inclusief (minimaal) stevige schoenen, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag geen korte broek en/of schoenen met open neus tijdens het maaien.
- Uit onderzoek blijkt dat gebruikers van 60 jaar en ouder vaak zijn betrokken bij ongevallen met zitmaaiers. Deze gebruikers moeten beoordelen of ze de zitmaaier veilig genoeg kunnen bedienen om zichzelf en anderen tegen ernstig letsel te beschermen.
- Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor wielverzwaarders of contragewichten.
- Houd de machine vrij van gras, bladeren en ander vuil, die de hete uitlaat of motoronderdelen kunnen raken en verbranden. Laat het maaidek geen bladeren of ander vuil omploegen, omdat dat zich dan in de machine kan verzamelen. Verwijder gemorste olie of brandstof voordat u de machine bedient of opbergt.
- Laat de machine afkoelen voordat u deze opslaat. Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Zorg dat er een EHBO-set in de buurt is wanneer u de machine gebruikt.
- Gebruik het product niet op blote voeten.
- Draag altijd veiligheidsschoenen of -laarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen.
- Draag altijd een goedgekeurde veiligheidsbril of volledig gelaatsscherm bij het monteren van of rijden met de machine.
- Draag altijd handschoenen wanneer u de messen hanteert.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komen te zitten in de bewegende delen.
- Gebruik gehoorbescherming om een gehoorbeschadiging te voorkomen. Gebruik op hellingen Op hellingen gebeuren vaak ongevallen door verlies van controle over de machine of omslaan, wat kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel. Wanneer u de machine op een helling gebruikt, dient u extra voorzichtig te zijn. Als u niet achteruit de helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Maai hellingen heuvelopwaarts en heuvelafwaarts (maximaal 10 graden), niet dwars op de helling.
- Let op gaten, geulen, hobbels, rotsen of andere niet-zichtbare voorwerpen. De machine kan door ongelijkmatig terrein omslaan. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
VEILIGHEID• Selecteer een lage rijsnelheid, zodat u niet hoeft te stoppen op de helling.
- Maai nooit op nat gras. De banden kunnen dan de grip verliezen.
- Vermijd starten, stoppen of draaien op een helling. Als de banden hun grip verliezen, schakelt u de messen uit en rijdt u langzaam verder de helling af.
- Rijd gelijkmatig en langzaam op hellingen. Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting, omdat de machine hierdoor kan omslaan.
- Wees extra voorzichtig wanneer u de machine gebruikt met grasopvangbakken of andere hulpstukken.
- Gebruik de machine niet op steile hellingen.
- Probeer de machine niet te stabiliseren door uw voet op de grond te zetten.
- Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. De machine kan plotseling omslaan als een van de wielen over de rand rijdt of als de rand instort. WAARSCHUWING! Rijd niet heuvelopwaarts of heuvelafwaarts op hellingen van meer dan 10 graden. Rijd niet dwars op hellingen. Veilige hantering van benzine Wees uiterst voorzichtig wanneer u benzine hanteert, om persoonlijk letsel en schade aan eigendommen te voorkomen. Benzine is zeer ontvlambaar en de dampen zijn explosief. WAARSCHUWING! De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Bij aanraken kunt u brandwonden oplopen. Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Vul brandstof niet binnen bij.
- Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.
- Gebruik uitsluitend goedgekeurde benzinejerrycans
- Als de motor draait, mag de brandstofdop niet worden verwijderd en mag de brandstoftank niet worden bijgevuld. Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Bewaar de machine of jerrycans met brandstof niet in een ruimte waar open vuur, vonken of waakvlammen aanwezig zijn, zoals die van een geiser of andere apparaten.
- Om de kans op statische elektriciteit tot een minimum te beperken, moet u een metalen oppervlak aanraken voordat u begint met het bijvullen van brandstof.
- Vul tanks niet in een voertuig of op een met kunststof beklede laadvloer van een vrachtwagen of trailer. Plaats tanks voor het vullen altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig.
- Doe niet te veel brandstof in de tank. Plaats de dop terug en draai deze stevig vast.
- Verwijder uitrusting die op benzine werkt uit de vrachtwagen of aanhanger en vul de brandstof bij op de grond. Als dit niet mogelijk is, moet u de brandstof van dergelijke uitrusting bijvullen met behulp van een draagbare jerrycan in plaats van met een benzinevulpistool.
- Houd het vulpistool in contact met de rand van de brandstoftank of jerrycanopening tot het tanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddellijk andere kleding aan.
- Start de motor niet in de buurt van gemorste brandstof.
- Gebruik benzine niet als een reinigingsmiddel.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag de motor niet worden gestart zolang het probleem niet is opgelost.
- Controleer het brandstofpeil vóór elk gebruik en zorg dat de brandstof voldoende ruimte heeft om uit te zetten omdat de warmte van de motor en de zon ervoor kan zorgen dat de brandstof uitzet en uit de tank stroomt. Algemeen onderhoud
- Gebruik de machine nooit binnen of in ruimten zonder voldoende ventilatie. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide. Dit is een geurloos, giftig en dodelijk gas.
- Zorg dat de uitrusting in goede staat is en dat alle moeren en bouten, vooral die van
VEILIGHEIDde bevestigingen van de messen, stevig zijn vastgedraaid met het juiste aanhaalmoment. VOORZICHTIG! Draag een veiligheidsbril als u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Herstel of vervang de veiligheids- en instructielabels waar nodig.
- Probeer nooit de werking van veiligheidsvoorzieningen te wijzigen of te beperken. Controleer regelmatig of ze goed werken. Gebruik de machine NOOIT wanneer een van de veiligheidsvoorzieningen niet goed werkt.
- Controleer de onderdelen van de grasopvangbak en de afvoerbescherming regelmatig en vervang ze waar nodig met door de fabrikant aanbevolen onderdelen. WAARSCHUWING! De motor mag niet worden gestart terwijl de vloerplaat voor de bestuurder of andere beschermende platen voor de aandrijfriem van het maaidek zijn verwijderd.
- Verander de instellingen van motorregelaars niet en laat de motor niet met een te hoog motortoerental draaien. Als u de motor te snel laat draaien, kunt u de onderdelen van de machine beschadigen.
- Om het risico op brand te verkleinen, moet u gras, bladeren en ander vuil regelmatig verwijderen zodat deze zich niet ophopen in de machine. Ruim gemorste olie en brandstof op en verwijder met brandstof doordrenkt vuil. Laat de machine afkoelen voordat u deze opbergt.
- Rijdt u over iets heen of tegen iets aan, stop dan om de apparatuur te controleren. Voer waar nodig reparaties uit voordat u de motor start.
- Voer geen aanpassingen of reparaties uit terwijl de motor draait.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Omwikkel de messen of draag veiligheidshandschoenen bij het hanteren hiervan.
- Controleer de werking van de parkeerrem regelmatig. Stel de rem waar nodig af of voer onderhoud aan de rem uit.
- Werk niet aan het startmotorcircuit als er brandstof is geknoeid.
- Zorg dat de brandstofvuldop stevig is bevestigd en dat er geen ontvlambare stoen in open containers worden bewaard.
- Bij werkzaamheden aan de accu en de zware kabels van het startmotorcircuit kunnen er vonken ontstaan. Hierdoor kan de accu ontploen of kan er brand of letsel aan de ogen ontstaan. Vonkvorming kan zich niet voordoen als de massakabel (meestal minkabel, zwart) van de accu is losgekoppeld.
- Ontkoppel de massakabel eerst van de accu en sluit deze als laatste weer aan.
- Maak geen overbruggingskortsluiting door het startmotorrelais om de startmotor te laten draaien.
- Wees zeer voorzichtig met accuzuur. Zuur op de huid kan ernstige brandwonden veroorzaken. Als er accuzuur op uw huid gemorst wordt, spoel dan meteen met water.
- Zuur in de ogen kan blindheid veroorzaken; neem onmiddellijk contact op met een arts.
- Wees voorzichtig bij onderhoud aan de accu. Er kunnen explosieve gassen in de accu ontstaan. Voer geen onderhoud aan de accu uit terwijl u rookt of in de buurt van open vuur of vonken. De accu kan ontploen en ernstig letsel of schade veroorzaken.
- De machine is alleen getest en goedgekeurd voor gebruik in combinatie met apparatuur die oorspronkelijk is geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Gebruik alleen goedgekeurde reparatieonderdelen voor de machine.
- De mulchmessen mogen alleen worden gebruikt op bekend terrein als er extra goed moet worden gemaaid.
- Reinig het dek en de onderkant van het dek regelmatig. Spuit geen water op de motor en elektrische onderdelen. Transport
- De machine is zwaar en kan ernstig letsel door pletten veroorzaken. Wees extra voorzichtig als de machine op een voertuig of aanhanger wordt gezet of van een voertuig of aanhanger wordt gehaald.
VEILIGHEID• Gebruik oprijplanken die even breed zijn als de machine om de machine op een oplegger of in een vrachtwagen te rijden.
- De twee vastzetbanden voor en achter moeten worden gebruikt. Deze banden moeten in neerwaartse richting en van de machine af worden geleid.
- Controleer de plaatselijke verkeersregels voordat u de machine over de weg vervoert en houd u aan de verkeersregels.
- Gebruik een goedgekeurde aanhanger om de machine te vervoeren. Schakel de brandstoftoevoer uit. Zet de machine vast met goedgekeurde voorzieningen zoals banden en kettingen.
- Sleep de machine niet; hierdoor kan er schade aan het aandrijfsysteem ontstaan.
- Sleep geen opleggers enz. met deze maaier. Ze kunnen dubbelklappen of kantelen, met schade aan de maaier en mogelijk ernstig letsel voor de gebruiker tot gevolg.
- Plaats de machine alleen op een vrachtwagen of aanhanger door de machine langzaam via een helling die sterk genoeg is, omhoog te rijden. Til de machine niet op! De machine is niet bedoeld om met de hand te worden opgetild.
- Bij het laden en lossen van de machine mag de maximaal aanbevolen bedieningshoek van 10° niet worden overschreden. WAARSCHUWING! Wees uiterst voorzichtig wanneer u de machine met behulp van op- en afrijkleppen op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost. Er kan ernstig letsel of overlijden optreden als de machine van de helling valt. BELANGRIJKE INFORMATIE De parkeerrem is niet voldoende om de machine tijdens transport te vergrendelen. Zorg dat de machine goed op het transportvoertuig is bevestigd. Rijd de machine altijd achteruit op het transportvoertuig om omslaan te voorkomen. Slepen Als de machine is uitgerust met een trekhaak, moet u extra voorzichtig zijn tijdens het slepen. Laat kinderen of anderen nooit toe in of op de getrokken apparatuur. Maak ruime bochten om scharen te voorkomen. Rijd langzaam en houd rekening met een langere remweg. Sleep niet op een hellend terrein. Het gewicht van de sleep kan een verlies aan trekkracht en controle veroorzaken. Volg de aanbevelingen van de fabrikant ten aanzien van het maximale gewicht van getrokken uitrusting. Sleep niet in de buurt van sloten, kanalen en andere gevaren. Vonkenvanger Deze maaier is uitgerust met een interne verbrandingsmotor en mag niet worden gebruikt op of vlakbij ongecultiveerd met bomen, struiken of gras bedekt land, tenzij het uitlaatsysteem van de machine is voorzien van een vonkenvanger die voldoet aan de geldende lokale of rijkswetten. Federale wetten zijn alleen van toepassing in federale landen. Bij gebruik van een vonkenvanger moet deze door de gebruiker in goede staat worden gehouden. Er is een vonkenvanger voor de geluiddemper verkrijgbaar bij uw geautoriseerde Husqvarna- dealer. Kantelbeveiligingssysteem Het kantelbeveiligingssysteem verhoogt het standaardgewicht van de machine met 25 kg.
- Gebruik het kantelbeveiligingssysteem niet als een hijs-, bevestigings- of verankeringspunt.
- Gebruik het kantelbeveiligingssysteem niet voor wegslepen of slepen.
- De toegestane maximum massa (TMM) mag niet overschreden worden. De TMM bedraagt: 618 kg.
- Lees de gebruikershandleiding voordat u de machine gebruikt.
- Maak de veiligheidsgordel goed vast als de machine is uitgerust met een kantelbeveiligingssysteem.
- Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel goed werk en snel kan worden losgemaakt in geval van een noodsituatie.
- Houd het opvouwbare kantelbeveiligingssysteem in de omhoogstaande en vergrendelde positie en gebruik de veiligheidsgordel wanneer u de machine gebruikt.
VEILIGHEID• Doe het opvouwbare kantelbeveiligingssysteem alleen tijdelijk omlaag, wanneer dit absoluut noodzakelijk is. Draag GEEN veiligheidsgordel wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingevouwen.
- Let goed op de doorrijhoogte (bijvoorbeeld voordat u onder bomen, elektriciteitsdraden of deurposten door rijdt) wanneer u de machine op een vrachtwagen of aanhanger plaatst.
- Houd het kantelbeveiligingssysteem in goede staat door het regelmatig te inspecteren op schade en door alle bevestigingsbouten stevig vastgedraaid te houden. Controleer alle bouten, inclusief die op de veiligheidsgordel, voor elk gebruik op het juist aanhaalmoment.
- Controleer de constructie van het kantelbeveiligingssysteem voor elk gebruik op schade. Als een onderdeel van het kantelbeveiligingssysteem is beschadigd, moet het gehele kantelbeveiligingssysteem worden vervangen.
- Verwijder het kantelbeveiligingssysteem NIET.
- Vermijd, indien mogelijk, het gebruik van de machine in de buurt van sloten, dijken en kanalen.
- Verminder snelheid bij het maken van bochten, het oversteken van hellingen en op ruw, glad of modderig terrein. Begeef u niet op hellingen waar u niet veilig op kunt werken.
- Let goed op waar u heen gaat, met name aan het einde van een rij, op de weg en rondom bomen.
- Sta niet toe dat anderen rijden.
- Bedien de maaier met soepele bewegingen, zonder schokkerige bochten, start- of stopbewegingen.
- Schakel de parkeerrem goed in wanneer u de maaier stopt.
- De stang van het kantelbeveiligingssysteem is NIET bedoeld voor gebruik bij temperaturen onder nul. WAARSCHUWING! Houd er rekening mee dat er geen rolbeveiliging is wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingevouwen.
VEILIGHEIDIn deze gebruikershandleiding wordt de Husqvarna Zero Turn-zitmaaier beschreven. De zitmaaier is uitgerust met een viertaktmotor met kopkleppen. De krachtoverbrenging vanaf de motor vindt plaats via riemaangedreven hydraulische pompen. Met behulp van de linker- en rechterstuurregelaar kan het debiet worden geregeld en hiermee de richting en snelheid.
BEDIENINGSELEMENTENBesturingshendels De snelheid en richting van de machine zijn continu te regelen met behulp van de twee stuurregelaars. De stuurregelaars kunnen naar voren en naar achteren vanuit de neutrale positie worden verplaatst. Er is een neutrale positie/ parkeerremstand, die de parkeerrem in werking stelt als de stuurregelaars naar buiten worden geduwd. Als beide regelaars in de neutrale positie (N) staan, staat de machine stil. Door beide regelaars even ver naar voren of naar achteren te bewegen, gaat de machine in een rechte lijn naar voren of naar achteren gaan. Park Brake Forward Neutral Reverse Als u bijvoorbeeld een bocht naar rechts wilt maken terwijl u vooruit rijdt, moet u de rechterregelaar in de richting van de neutrale positie bewegen. Hierdoor neemt de rotatie van het rechterwiel af en zal de machine naar rechts draaien. U kunt de machine op de plaats laten draaien door de ene regelaar naar achteren te bewegen (tot achter de neutrale positie) en de andere stuurregelaar voorzichtig naar voren vanuit de neutrale positie te bewegen. De draairichting bij het draaien op de plek wordt bepaald door de stuurhendel die naar achteren achter de neutrale positie wordt bewogen. Als de linkerstuurregelaar naar achteren wordt getrokken, draait de machine naar links. Wees bij deze manoeuvre extra voorzichtig. Als de stuurregelaars in ongelijke posities staan als de machine stilstaat of niet in de sleuven voor het naar buiten bewegen van de regelaars passen, dan kunnen ze worden afgesteld. BELANGRIJKE INFORMATIE De machine moet volledig stilstaan wanneer u de parkeerrem inschakelt. Schakel altijd de parkeerrem in voordat u de machine verlaat. Schakel de parkeerrem uit voordat u de maaier gaat verplaatsen. WAARSCHUWING! De machine kan zeer snel draaien als een van de stuurregelaars veel verder naar voren wordt bewogen dan de andere. Gashendel De gashendel regelt het motortoerental en de rotatiesnelheid van de bladen. Hiervoor moet de bladschakelaar zijn uitgetrokken. De hendel wordt naar voren of naar achteren bewogen om het motortoerental te verhogen of te verlagen. Laat de motor niet langere tijd stationair draaien om vervuiling van de bougies te vermijden.
GEBRUIK HET MAXIMALE TOERENTAL OM
TE MAAIEN, voor de beste maaiprestaties en acculading. Contactschakelaar De contactschakelaar wordt gebruikt om de motor te starten en te stoppen. Bij modellen die zijn uitgerust met koplampen, zet u de koplampen aan door de contactsleutel rechtsom naar ACCESSOIRE te draaien.
BEDIENINGSELEMENTENZekeringen De zekeringen bevinden zich aan de rechterzijde van de machine en zijn toegankelijk door de stoel naar voren te kantelen. Het zijn platte steekzekeringen van hetzelfde type dat ook in auto's wordt gebruikt. De zekering van 20 A is de hoofdzekering. De zekering van 7,5 A is voor de maaidekkoppeling. Brandstofafsluiter De brandstofafsluiter bevindt zich vlak voor de achterste montagesteun van de brandstoftank. De afsluiter is gesloten wanneer het hendeluiteinde haaks op de brandstoeiding staat. Messchakelaar U kunt het maaidek inschakelen door de knop naar buiten te trekken. De messen van de maaier worden uitgeschakeld als de knop wordt ingedrukt. Onderhoudsmeter De onderhoudsmeter geeft het aantal bedrijfsuren van de motor weer en geeft aan wanneer de motor en de maaier onderhoud nodig hebben. Na iedere 50 uur wordt een pictogram weergegeven van een oliekan. Dit blijft twee uur branden, waarna het automatisch wordt gereset. Om de meter handmatig te resetten, schakelt u het contactslot vijf keer aan en uit met de sleutel met intervallen van een seconde. Raadpleeg het Onderhoudsrapport in deze handleiding voor meer informatie over het onderhoud van de motor en de maaier. Afstelhendel voor stoel (Alleen geldig voor de Z400X) De stoel kan in de lengterichting worden verschoven. Als u de stoelpositie wilt afstellen, trekt u de hendel onder de voorkant van de stoel naar links (gezien met de gebruiker op de stoel) en schuift u de stoel naar voren of naar achteren. BELANGRIJKE INFORMATIE De stoel mag niet worden versteld terwijl de machine in beweging is. Chokehendel De chokehendel wordt gebruikt bij koud starten om de motor een rijker brandstofmengsel te geven. Bij een koude start trekt u de hendel omhoog. Opmerking: De onderhoudsmeter werkt alleen (telling van klokuren) als de motor draait. Draai de sleutel van het contactslot altijd op "uit" wanneer u de maaier niet gebruikt, om te voorkomen dat de meter doortelt.
BEDIENINGSELEMENTENMaaihoogtepedaal De gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hoogtepen. Met het maaihoogtepedaal wordt de maaideklift ontgrendeld, zodat de gewenste maaidekhoogte kan worden ingesteld. Druk voor transport het liftpedaal helemaal naar voren totdat de maaideklift vastgrijpt in de transportstand (hoogste stand). Tracking Controleer de luchtdruk in beide achterbanden als de maaier niet in een rechte lijn beweegt. De aanbevolen luchtdruk voor de achterbanden is 15 psi (1 bar).
1. De tracking kan worden afgesteld met de
2. Voor de eerste afstelling van de tracking rijdt
u de machine naar een open gebied zonder obstakels, zoals een leeg parkeerterrein of een open veld.
3. Draai de trackingbouten zo ver mogelijk aan.
4. Draai de trackingbouten 4 volledige slagen
naar buiten. Als u meer dan vier slagen maakt, kan de machine beschadigd raken.
5. Test de machine door met volgas en met
beide besturingshendels helemaal naar voren te rijden. Draai de trackingbout aan de rechterkant geleidelijk aan tot de machine merkbaar naar rechts begint af te buigen.
6. Rij vooruit met volgas met beide
besturingshendels volledig naar voren geduwd. Draai de trackingbout geleidelijk aan (linkerkant) tot de machine in een rechte lijn beweegt. Hydro-ontgrendelhendels Tijdens het duwen of slepen van de machine moeten de omloophendels voor de transmissie worden gebruikt. De transmissies worden in de omloopstand gezet door de hendels in horizontale positie te draaien. De omloophendels bevinden zich aan de voorkant van beide transmissies. Zie Handmatig transport in het deel Bediening. Brandstoftank Lees de veiligheidsinstructies voordat u brandstof bijvult. De inhoud van de tank is 19 liter. Controleer de pakking van de brandstofdop regelmatig op schade en houd de dop goed vastgedraaid. De motor loopt op loodvrije benzine met een octaangehalte van minimaal 87 (geen oliemengsel). Er kan ook synthetische gealkyleerde benzine worden gebruikt. Zie de Technische gegevens over ethanolbrandstof. Er mag geen methanolbrandstof worden gebruikt. Gebruik geen brandstof op basis van E85- alcohol. Dit kan leiden tot beschadiging van de motor en andere onderdelen. Bij gebruik bij temperaturen lager dan 0°C moet u nieuwe, schone winterbenzine gebruiken zodat de machine ook bij koud weer goed start. BELANGRIJKE INFORMATIE Zet het dek altijd in de hoogste positie voor transport.
BEDIENINGSELEMENTENWAARSCHUWING! Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul de tank in de buitenlucht (zie de veiligheidsinstructies). BELANGRIJKE INFORMATIE Uit ervaring is gebleken dat met alcohol gemengde brandstoen (gasohol, ethanol of methanol) vocht kunnen aantrekken, met als gevolg scheiding van het mengsel en het ontstaan van zuren tijdens de opslag. Zuurvormend gas kan het brandstofsysteem van een motor in opslag beschadigen. Vermijd problemen door het brandstofsysteem te legen als de machine 30 dagen of langer wordt opgeslagen. Tap de benzinetank af, start de motor en laat de motor draaien totdat de brandstoeidingen en de carburateur leeg zijn. Gebruik het volgende seizoen nieuwe brandstof. Zie Opslag voor meer informatie. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de motor of carburateur in de brandstoftank, omdat er dan permanente schade kan ontstaan. WAARSCHUWING! Vul bij tot de onderkant van de vulnek. Vul nooit te veel benzine bij. Veeg geknoeide olie of brandstof weg. U mag benzine nooit in de buurt van open vuur opslaan, morsen of gebruiken. WAARSCHUWING! De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Bij aanraken kunt u brandwonden oplopen. Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u brandstof bijvult.
BEDIENINGSELEMENTENLees het deel Veiligheid en de volgende pagina's als u niet bekend bent met de machine. Opleiding Zero-turn-maaiers zijn veel wendbaarder dan gewone zitmaaiers vanwege hun unieke stuurcapaciteiten. Lees dit hoofdstuk volledig door voordat u de maaier op eigen kracht probeert te verplaatsen. Wanneer u de maaier voor het eerst gebruikt of tot u zich de bedieningen eigen heeft gemaakt, dient u een lage gassnelheid en een lage grondsnelheid te gebruiken. Beweeg de besturingshendels NIET in de uiterste standen naar voren of naar achteren tijdens het eerste gebruik. Gebruikers die voor het eerst met een maaier werken moeten eerst de bewegingen van de maaier op een hard oppervlak leren kennen, bijvoorbeeld op beton of asfalt, VOORDAT ze de machine op grond proberen te gebruiken. Tot de gebruiker weet hoe de regelaars van de maaier en de mogelijkheid om rond de eigen as te draaien werken, kan de gebruiker de grasmat beschadigen door te agressieve manoeuvres. Stuurinrichting Vooruit- en achteruitrijden De richting en snelheid van de bewegingen van de maaier worden geregeld door de beweging van de besturingshendel(s) aan beide kanten van de maaier. Met de linkerregelaar wordt het linkerwiel geregeld. Met de rechterregelaar wordt het rechterwiel geregeld. Gebruikers die deze machine voor het eerst gebruiken, moeten de maaier naar een open, vlak gebied duwen, waar geen andere mensen, voertuigen of obstakels in de buurt zijn (zie De machine met de hand verplaatsen in het hoofdstuk Bediening). Om de machine op eigen vermogen te laten draaien, moet de gebruiker op de stoel gaan zitten en de motor starten (zie Voor het starten in het hoofdstuk Bediening). Laat de motor met stationair toerental draaien, maar schakel de messen nog niet in. Trek de besturingshendels naar binnen. Als de besturingshendels nog niet naar voren of naar achteren zijn gezet, beweegt de maaier niet. Beweeg de twee besturingshendels voorzichtig iets naar voren. Zo begint de maaier in een rechte lijn naar voren te bewegen. Trek de stuurregelaars terug naar de neutrale positie om de maaier te laten stoppen met bewegen. Naar links draaien Trek terwijl de machine naar voren beweegt de linkerhendel naar achteren naar de neutrale positie, terwijl de rechterhendel in dezelfde stand blijft; het linkerwiel gaat langzamer draaien, waardoor de machine in die richting draait. Op de plek draaien Trek terwijl de machine vooruit rijdt eerst de twee besturingshendels naar achteren totdat de maaier stopt of bijna stopt. Als u dan één hendel iets naar voren en de andere hendel naar achteren zet, maakt u de draai af. Rolstang Bedien de machine met de rolstang in de omhoogstaande en vergrendelde positie en gebruik de veiligheidsgordel. Er is geen kantelbeveiliging als de rolstang omlaag staat. Als het noodzakelijk is om de rolstang omlaag te zetten, draai de veiligheidsgordel dan niet. Zet de rolstang zodra dit mogelijk is omhoog. WAARSCHUWING! De veiligheidsgordel moet worden gebruikt als de rolstang omhoog staat. WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat het werkterrein vrij is van stenen of andere voorwerpen die door de draaiende messen kunnen worden weggeslingerd. Voordat u begint
1. Lees de hoofdstukken Veiligheid en
Bedieningselementen voordat u de machine gaat starten.
2. Voer voordat u start altijd het dagelijkse
onderhoud uit (zie heOnderhoudsschema in het hoofdstuk Onderhoud).
3. Controleer of er voldoende brandstof
aanwezig is in de brandstoftank.
4. Stel de stoel in op de gewenste stand.
Trek de besturingshendels iets naar achteren, waardoor de maaier naar achteren gaat bewegen. Duw de stuurregelaars naar voren naar de neutrale positie om de maaier te laten stoppen met bewegen. Naar rechts draaien Trek terwijl de machine naar voren beweegt de rechterhendel naar achteren naar de neutrale positie, terwijl de linkerhendel in dezelfde positie blijft; het rechterwiel gaat langzamer draaien, waardoor de machine in die richting draait.
BEDIENINGEr moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan voordat de motor kan worden gestart:
- De bladschakelaar moet zijn ingedrukt in de uitgeschakelde stand.
- De parkeerrem moet in werking zijn gesteld door beide bedieningshendels in de buitenste stand (parkeerrem ingeschakeld) te zetten.
- Beide stuurregelaars moeten in de vergrendelde (buitenste) neutrale positie/ parkeerremstand staan. De motor starten
1. Ga op de stoel zitten.
2. Zet het maaidek omhoog in de
transportpositie door het liftpedaal naar voren te duwen en te vergrendelen.
3. Duw de bladschakelaar omlaag om de
maaibladen uit te schakelen.
4. Beweeg de stuurregelaars naar buiten naar
5. Stel de maaihoogte van het maaidek in door
naar de startpositie. BELANGRIJKE INFORMATIE Laat de startmotor nooit langer dan vijf seconden draaien. Start de motor niet, wacht dan ongeveer tien seconden voordat u het nog een keer probeert.
8. Als de motor start, laat u de contactsleutel
meteen los naar de stand RUN. Duw de knop van de chokehendel langzaam in als de choke is gebruikt voor het starten van een koude motor.
9. Stel het gewenste motortoerental in met de
gashendel. Laat de motor vóór gebruik kort bij een gematigd toerental draaien (gashendel ongeveer halverwege). GEBRUIK VOLGAS TIJDENS HET MAAIEN (geen choke). Rijden
1. Zet de stuurregelaars in de neutrale stand/
parkeerremstand. OPMERKING: De maaier is voorzien van een aanwezigheidsdetectiesysteem voor de bestuurder. Als de gebruiker de stoel probeert te verlaten terwijl de motor draait en zonder dat eerst de parkeerrem is aangetrokken, wordt de motor afgezet.
2. Deactiveer de vergrendeling van het
voetpedaal om het maaidek te laten zakken tot de ingestelde maaihoogte.
3. Zet de gashendel op vol gas.
4. Schakel het maaidek in door de
bladschakelaar omhoog te trekken. WAARSCHUWING! Let op dat zich niemand in de buurt van de maaier bevindt wanneer u de bladschakelaar inschakelt.
5. Draai de besturingshendels naar binnen en
beweeg beide hendels iets naar voren om recht naar voren te rijden. De motor stoppen
1. Beweeg de gashendel naar de minimumstand
BEDIENING2. Beweeg de stuurregelaars naar buiten.
3. Schakel het maaidek uit door de
messchakelaar in te drukken.
4. Zet het maaidek omhoog door de
voetpedalen naar voren in de transportpositie te duwen.
5. Stel de parkeerrem in werking door de
bedieningshendels naar buiten te bewegen en in de parkeerremstand te brengen. Als de motor hard heeft gewerkt, laat hem dan minimaal 60 seconden stationair draaien, zodat de motor voor het stoppen weer op een normale bedrijfstemperatuur is. Laat de motor niet langere tijd stationair draaien om vervuiling van de bougies te vermijden.
6. Draai de contactsleutel naar de stoppositie en
verwijder de sleutel. Verwijder altijd de sleutel als u de maaier achterlaat. Zo voorkomt u onbevoegd gebruik. BELANGRIJKE INFORMATIE Als u de contactsleutel in een andere positie dan UIT laat staan, loopt de accu leeg. Werken op heuvels Lees de veiligheidsinstructies voor Rijden op hellingen in het hoofdstuk Veiligheidsinstructies.
- Selecteer de laagste snelheid voordat u heuvelopwaarts of heuvelafwaarts rijdt.
- Vermijd stoppen of veranderen van snelheid op heuvels.
- Als u moet stoppen, trekt u de rijhendels in de neutrale stand en duwt u ze naar buiten. Activeer de parkeerrem.
- Als u weer wilt rijden, schakelt u de parkeerrem uit.
- Trek de besturingshendels naar het midden van de maaier en druk ze naar voren om weer voorwaarts te rijden.
- Rijd altijd langzaam als u draait. WAARSCHUWING! Rijd nooit met de zitmaaier op hellingen van meer dan 10 graden. Maai op hellingen van boven naar beneden en andersom, nooit van zijkant naar zijkant. Vermijd plotselinge veranderingen van richting. Tips voor het maaien
- Let op rotsen en andere vaste voorwerpen om aanrijdingen te voorkomen.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag de hoogte totdat het gewenste maairesultaat wordt bereikt. Maai het gemiddelde gazon tot 6,35 cm tijdens het koude seizoen en tot meer dan 7,62 cm tijdens de warme maanden. Maai vaker na matige groei voor een gezonder, mooier gazon.
- Maai voor het beste resultaat gras hoger dan 15,24 cm twee keer. Begin eerst vrij hoog te maaien en maai de tweede keer tot de gewenste hoogte.
- U krijgt het beste maairesultaat bij een hoog motortoerental (de bladen draaien snel) en een lage rijsnelheid (de zitmaaier beweegt langzaam). Als het gras niet te lang en te dicht is, kan de rijsnelheid worden verhoogd zonder negatieve invloed op het maairesultaat.
- U krijgt het mooiste gazon door vaak te maaien. Het gazon wordt gelijkmatiger en het losse gras wordt beter over het maaigebied verspreid. De totale tijd is niet langer omdat u met een hogere snelheid kunt werken zonder slechte maairesultaten.
- Wanneer u een groot gebied maait, draai dan eerst naar rechts zodat het maaisel uit de richting van struiken, schuttingen, opritten enz. wordt afgevoerd. Na één of twee rondes maait u in tegengestelde richting door naar links te draaien totdat u klaar bent.
- Maai het gras niet als het nat is. U krijgt dan een slechter maairesultaat omdat de wielen in het zachte gazon wegzakken, de grond zich ophoopt en het maaisel zich sneller onder het deksel verzamelt.
- Spoel de onderkant van het maaidek na elk gebruik met water. Bij het reinigen moet het maaidek in de transportpositie staan. Zorg dat de maaier is afgekoeld en dat de motor is uitgeschakeld.
- Gebruik perslucht om de bovenkant van het dek te reinigen. Zorg dat er niet te veel water op de bovenkant, de motor en de elektrische onderdelen komt.
- Als de mulch-set wordt gebruikt, is het van belang dat het maai-interval frequent is.
BEDIENINGDe machine met de hand verplaatsen Als u de maaier duwt of sleept, moet u de omloophendels gebruiken. De omloophendels bevinden zich aan de voorkant van elke transmissie.
1. Laat het maaidek indien nodig verder zakken.
2. Beweeg de stuurregelaars naar binnen uit de
5. Zet de stoel in een lagere stand.
6. Duw de maaier bij het stevige gedeelte. Duw
de maaier niet met de bedieningshendels.
7. Om de transmissie weer in te schakelen,
draait u de omloophendels in de verticale stand. Laad de machine in een vrachtwagen of trailer door in een lage versnelling de oprijplaten op te rijden. NIET OPTILLEN! De machine is niet bedoeld om met de hand te worden opgetild. WAARSCHUWING! Zodra de omloop is ingeschakeld en de stuurregelaars naar binnen zijn bewogen om de parkeerrem uit te schakelen, kan de machine vrij rollen en letsel veroorzaken. WAARSCHUWING! Wees extra voorzichtig wanneer u de machine met behulp van op- en afrijkleppen op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost. Er kan ernstig of dodelijk letsel optreden als de machine van de op- en afrijkleppen valt. WAARSCHUWING! Stel alleen af indien:
- de motor is gestopt,
- de contactsleutel is verwijderd,
BEDIENINGOnderhoudsschema Hierna volgt een lijst met onderhoudsprocedures die aan de machine moeten worden uitgevoerd. Ga voor punten die niet in deze handleiding worden beschreven naar een geautoriseerde ● = Beschreven in deze handleiding ♦ = Niet beschreven in deze handleiding ■ = Zie de handleiding van de motorfabrikant
Eerste keer verversen na 8-10 uur. Bij intensief gebruik of bij hoge omgevingstemperaturen moet de olie elke 50 uur worden ververst.
In stoge omstandigheden moeten deze onderdelen vaker worden gereinigd en vervangen.
Uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats. servicewerkplaats. Er moet elk jaar een onderhoudsbeurt door een geautoriseerde servicewerkplaats worden uitgevoerd om uw machine in optimale staat te houden en voor een veilige werking. Lees Algemeen onderhoud in het hoofdstuk Veiligheidsinstructies. WAARSCHUWING! Voordat u onderhoud uitvoert of onderdelen afstelt:
- Activeer de parkeerrem.
- Zet de messchakelaar in de uitgeschakelde positie.
- Draai de contactschakelaar naar de stand UIT en haal de sleutel uit het contact.
- Controleer of alle messen en alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. ONDERHOUD ELKE DAG MINIMAAL ÉÉN KEER PER JAAR ONDERHOUDSINTERVAL IN UREN VOOR NA 25 50 100 300 CONTROLEER Parkeerrem afstellen
Oliepeil van de motor (elke keer na brandstof bijvullen)
REINIGEN Koelluchtinlaat van de motor
Koelluchtinlaat van de motor
Schuimrubberen voorlter van luchtreiniger
Papieren ltercartridge van luchtreiniger
De motor en messen starten controleren op ongewone geluiden
ONDERHOUD● = Beschreven in deze handleiding ♦ = Niet beschreven in deze handleiding ■ = Zie de handleiding van de motorfabrikant
Eerste keer verversen na 8-10 uur. Bij intensief gebruik of bij hoge omgevingstemperaturen moet de olie elke 50 uur worden ververst.
In stoge omstandigheden moeten deze onderdelen vaker worden gereinigd en vervangen.
Uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats. BELANGRIJKE INFORMATIE De maaier is voorzien van een negatief aardingssysteem van 12 volt. Het andere voertuig moet ook een negatief aardingssysteem van 12 volt hebben. Gebruik de maaier niet om andere voertuigen te starten. WAARSCHUWING! Veroorzaak geen kortsluiting in de accuklemmen door met een sleutel of andere voorwerpen beide klemmen tegelijkertijd aan te raken. Verwijder metalen armbanden, horloges, ringen, etc. voordat u de accu aansluit. De plusklem moet eerst worden aangesloten om vonkvorming door aarding te voorkomen. ONDERHOUD ELKE DAG MINIMAAL ÉÉN KEER PER JAAR ONDERHOUDSINTERVAL IN UREN VOOR NA 25 50 100 300 CONTROLEER Gasklepkabel afstellen
Staat van riemen, poelies
Zwenkwielen (elke 200 uur)
Klepspeling van motor
Schuimrubberen voorlter van luchtreiniger
DAARNAAST Onderhoudsbeurt bij 300 uur uitvoeren
ONDERHOUDAccu en klemmen reinigen Verwijderen van de accu Corrosie en vuil op de accu en klemmen kunnen tot een lege accu leiden.
1. Til de stoel op en kantel deze helemaal naar
voren totdat hij wordt ondersteund.
2. Verwijder de bout en de moer van de
accubeugel. Verwijder vervolgens de beugel van de accu.
3. Gebruik een sleutel en koppel eerst de
ZWARTE accukabel en vervolgens de RODE accukabel los.
4. Verwijder de accu voorzichtig uit de maaier
en reinig deze indien nodig.
5. Spoel de accu met water en droog de accu.
6. Reinig de klemmen en accukabeluiteinden
met een staalborstel.
7. Plaats de accu terug met de klemmen in
dezelfde positie als vóór het verwijderen.
8. Sluit de RODE accukabel eerst op de
plusaansluiting (+) van de accu aan.
9. Sluit de ZWARTE aardekabel op de
minaansluiting (-) van de accu aan.
10. Zet de accu op zijn plaats vast met de beugel
die u bij stap 2 hebt verwijderd. BELANGRIJKE INFORMATIE Probeer doppen of deksels niet te openen of te verwijderen. Elektrolyt bijvullen of controleren is niet nodig. Gebruik altijd twee sleutels voor de klemschroeven. VOORZICHTIG! Draag altijd oogbescherming als u in de buurt van accu's werkt. VOORZICHTIG! Loodzuuraccu's genereren explosieve gassen. Houd vonken, vuur en rookmateriaal uit de buurt van accu's. Accu Als de accu zo leeg is dat de motor niet kan worden gestart, moet de accu worden opgeladen. Gebruik van startkabel
1. Sluit elk uiteinde van de RODE kabel aan op
de PLUSAANSLUITING (+) op elke accu en zorg dat u geen kortsluiting met het chassis veroorzaakt.
2. Sluit één uiteinde van de ZWARTE kabel aan
op de MINAANSLUITING (-) van de volledig opgeladen accu.
3. Sluit het andere uiteinde van de ZWARTE
kabel aan op een goede CHASSISMASSA op de maaier met de lege accu, uit de buurt van de brandstoftank en de accu. Verwijder de kabels in de omgekeerde volgorde
1. Verwijder eerst de ZWARTE kabel van het
chassis en daarna van de volledig opgeladen accu.
2. Verwijder de RODE kabel als laatste van
beide accu's. De maaier is voorzien van een onderhoudsvrije accu, die dus geen onderhoud nodig heeft. Als u de accu echter regelmatig oplaadt met een acculader voor autoaccu's, gaat de accu langer mee.
- Houd de accu en klemmen schoon.
- Zorg dat de accubouten goed zijn vastgedraaid.
- Zie het schema voor laadtijden. STD. ACCU TOESTAND VAN DE LADING
Maximumsnelheid bij: 50 A 30 A 20 A 10 A 12,6 V 100% – VOLLEDIG OPLADEN – 12,4 V 75% 20 min. 35 min. 48 min. 90 min. 12,2 V 50% 45 min. 75 min. 95 min. 180 min. 12,0 V 25% 65 min. 115 min. 145 min. 280 min. 11,8 V 0% 85 min. 150 min. 195 min. 370 min. *De laadtijd is afhankelijk van de accucapaciteit, conditie, leeftijd, temperatuur en het rendement van de lader
ONDERHOUDV-riemen Controleer de riemen na elke 100 uur in werking. Controleer op grote barsten of deuken. de riem heeft bij normaal gebruik altijd kleine barsten. De riemen kunnen niet worden afgesteld. Vervang de riemen als ze door slijtage gaan slippen. Maaidekriem verwijderen
1. Parkeer de machine op een vlakke
ondergrond en schakel de parkeerrem in. Zet het dek in de laagste maaipositie.
2. Verwijder de gehele afscherming van de riem.
3. Verwijder vuil of gras dat zich heeft
opgehoopt rond het maaihuis en het dekoppervlak.
4. Duw de geleiderolarm naar binnen om de
spanning op de riem te laten vieren.
5. Wip de riem over de bovenkant van de
poelies van het maaihuis heen en verwijder de riem uit het maaidek. De dekriem monteren OPMERKING: Zie voor hulp bij installatie van de dekriem het plaatje met het riemtraject op de bovenzijde van het dek.
1. Wikkel de dekriem rond de poelie van de
elektrische koppeling op de motoras.
2. Leid de riem naar voren en omhoog op het
3. Wikkel de riem rond de geleidepoelie.
4. Wikkel de riem rond de stationaire
geleidepoelie en de ashuizen.
5. Druk de geleiderolarm naar binnen en leid
de riem voorzichtig over de stationaire geleidepoelie. Wanneer de riem juist is aangebracht, laat u de geleiderolarm langzaam los zodat de riem wordt gespannen.
6. Zorg ervoor dat het traject van de riem
overeenkomt met de sticker op het dek en dat de riem niet gedraaid is.
7. Breng de gehele afscherming van de riem
weer aan. Veiligheidssysteem De machine is voorzien van een veiligheidssysteem dat onder de volgende omstandigheden voorkomt dat de machine kan worden gestart of dat er met de machine kan worden gereden. De motor kan alleen in de volgende gevallen worden gestart:
- Het maaidek is uitgeschakeld.
- de stuurregelaars staan in de buitenste, vergrendelde neutrale positie/parkeerremstand. Belangrijke INFORMATIE Om te kunnen rijden, moet de bestuurder op de stoel zitten en beide stuurhendels tegelijkertijd naar elkaar toe bewegen, anders stopt de motor. Controleer dagelijks of het veiligheidssysteem werkt door de motor te starten terwijl er aan een van bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Als de motor start terwijl er niet aan alle voorwaarden wordt voldaan, schakelt u de machine uit en repareert u het veiligheidssysteem voordat u de machine weer gebruikt. Zorg dat de motor stopt terwijl de parkeerrem niet is ingeschakeld en de gebruiker van de stoel opstaat. Controleer of de motor stopt als de messen van de maaier zijn ingeschakeld en de gebruiker tijdelijk van de bestuurdersstoel opstaat. Parkeerrem en stuurinrichting Controleer visueel of er geen schade is aan de hendel, koppelingen of de schakelaars voor de parkeerrem. Voer een stilstandtest uit en controleer of er voldoende remkracht is. Neem voor het afstellen van de parkeerrem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. WAARSCHUWING! Een verkeerde afstelling leidt tot minder remvermogen en kan ongevallen veroorzaken. Bandendruk Alle banden moeten een druk hebben van 15 psi / 103 kPa / 1 bar. BELANGRIJKE INFORMATIE Voeg GEEN bandenvulmiddel of schuimvulmiddel toe aan de banden. Door de overmatige belasting die door met schuim gevulde banden ontstaat, kunnen er voortijdige defecten ontstaan. Gebruik alleen banden die door Husqvarna zijn gespeciceerd.
ONDERHOUDPompriem De spanning van de transmissie-aandrijfriem is verstelbaar. De spanveer moet worden samengedrukt tot een lengte tussen 35 en 38 mm. De pompriem vervangen Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in door de stuurregelaars naar buiten te bewegen. De riem verwijderen Vanaf de bovenkant van het dek:
1. Verwijder de maaidekriem (zie Maaidekriem
verwijderen in dit hoofdstuk van de handleiding).
2. Kantel de stoel naar voren om bij de
afdekkappen van de ventilatoren te komen. Verwijder beide afdekkappen voor de ventilatoren. Aan de onderkant van de maaier:
3. Verwijder de koppelingsstop om toegang te
krijgen tot de riem.
4. Draai de spanveermoeren op de oogbout los
om de arm te verplaatsen en speling in de riem te creëren.
5. Haal de riem van de motor- en de
pomppoelies. Til de riem over de bovenkant van de ventilatoren. De riem installeren
1. Als de pomp niet in de uitgeschoven stand
is vergrendeld, herhaal dan stap 4 uit de bovenstaande instructies.
2. Schuif de riem over de ventilatoren en leid
hem tussen de geleidepoelies.
3. Plaats de riem over de geleidepoelies rechts
4. Plaats de riem op de motorpoelie.
5. Plaats de koppelingsstop en draai deze vast.
6. Stel de spanner van het stangenstelsel van
de aandrijfriem af om een veerlengte tussen 35 en 38 mm te verkrijgen.
7. Breng de afdekkappen voor de ventilatoren
Maaibladen VOORZICHTIG! De messen zijn scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/ of wikkel de bladen in een stevige doek wanneer u ze hanteert. Het slijpen van messen moet worden uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats. Het is belangrijk dat de bladen geslepen en onbeschadigd zijn voor het beste maairesultaat. Vervang bladen die gebogen of gebarsten zijn bij het raken van obstakels. Laat de servicewerkplaats beoordelen of een mes met grote deuken kan worden gerepareerd/ geslepen of moet worden vervangen. Balanceer de bladen uit na het slijpen. Controleer de bladhouders. Vervangen van de bladen
1. Verwijder de mesbout door deze linksom te
2. Monteer een nieuw of geslepen blad met
de tekst 'GRASZIJDE' in de richting van de grond of het gras (omlaag) of 'DEZE KANT BOVEN' in de richting van het maaidek en het maaihuis.
3. Breng de bladbout aan en draai deze vast, op
4. Haal de bladbout aan met een
aanhaalmoment van 61-75 Nm. BELANGRIJKE INFORMATIE De speciale bladbout heeft een warmtebehandeling ondergaan. Vervang deze waar nodig door een bout van Husqvarna. Gebruik geen hardware van mindere kwaliteit dan opgegeven.
ONDERHOUDHet maaidek afstellen Maaidek vlak afstellen Stel het maaidek af terwijl de maaier op een vlakke ondergrond staat. Zorg ervoor dat de banden op de juiste spanning zijn. Zie Bandendruk in het hoofdstuk Onderhoud. Als de banden te zacht of te hard zijn, kan het maaidek niet goed worden afgesteld. Als het maaidek verkeerd is afgesteld, wordt het gazon ongelijkmatig gemaaid. De hoogte en hellingshoek van het maaidek worden geregeld via vier sleuven. Zet het dek aan de achterkant iets hoger. OPMERKING: Voor de nauwkeurigheid van de afstelprocedure moet de aandrijfriem van het maaidek worden geïnstalleerd voordat het maaidek wordt afgesteld.
1. Draag stevige handschoenen. Draai elk
bladuiteinde om het aan weerskanten uit te lijnen met het maaidek.
2. Meet de afstand vanaf het vloeroppervlak tot
aan de onderkant van het bladuiteinde aan de uitlaatzijde van het maaidek. Noteer de gemeten waarde. Ga naar de andere kant en controleer of de afstand daar hetzelfde is. Indien aanpassing nodig is, draait u de borgmoer bovenaan de achterste stangen los en stelt u af tot de twee afstanden aan weerszijden gelijk zijn. Houd deze afstand aan.
3. Draai de twee buitenste bladen tot deze voor
en achter zijn uitgelijnd met het maaidek. Schuif de voorste bevestigingsbouten omhoog of omlaag tot de achterste bladuiteinden aan de achterkant 3,175 tot 9,525 mm hoger staan dan de voorste bladuiteinden.
4. Controleer alle afstanden een keer extra.
De hoogte van de bladuiteinden moet aan weerszijden gelijk zijn. Aan de achterkant moeten de bladuiteinden 3,175 tot 9,525 mm hoger staan dan aan de voorkant. Aan de voorkant moeten de bladuiteinden aan weerszijden even hoog zijn. OPMERKING: Hierdoor wordt het maaidek in een standaardmeetpositie geplaatst. Afhankelijk van het soort gras dat wordt gemaaid en afhankelijk van de omgevingsomstandigheden zijn mogelijk extra afstellingen nodig om het gewenste maairesultaat te krijgen. Aandrijijn Regelmatig extern onderhoud van de aandrijijn dient het volgende te omvatten:
1. Controleer het oliepeil van elke transmissie.
Wanneer de motor koud is, moet het oliepeil de onderkant van elke peilstok voor de transmissieolie raken.
2. Controleer de aandrijfriem van het voertuig,
de geleidepoelie(s) en de veer (veren) van de geleiderol. Zorg ervoor dat de riem niet kan slippen. Slippen kan leiden tot een lage ingangssnelheid voor de transmissies.
3. Controleer de koelventilator van elke
transmissie op gebroken of verbogen schoepen. Verwijder alle obstructies, zoals resten gemaaid gras, bladeren of vuil.
4. Controleer de parkeerrem en het
stangenstelsel van het voertuig om er zeker van te zijn dat ze goed werken.
5. Controleer het stangenstelsel van de
voertuigregeling dat verbonden is met de richtingsregelarm op de transmissies. Zorg er ook voor dat de besturingsarm correct is bevestigd aan de draaitap van de transmissies.
6. Controleer de omloophendels op de
transmissies en zorg ervoor dat ze vrij kunnen draaien. BELANGRIJKE INFORMATIE Elke servicedealer die een reparatie uitvoert onder de garantie, moet vooraf goedkeuring hebben voordat onderhoud aan een Parker®-product wordt uitgevoerd, tenzij de servicedealer een actueel geautoriseerd Parker™-servicecentrum is.
ONDERHOUDReinigen Als u de machine regelmatig reinigt, vooral onder het maaidek, gaat hij langer mee. Reinig de machine meteen na gebruik (nadat de machine is afgekoeld), voordat het vuil vast gaat zitten. Spuit geen water boven op het maaidek. Gebruik perslucht om de bovenkant van het maaidek te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Spuit geen water op de motor en elektrische onderdelen. Reinig de onderkant van het dek regelmatig met water onder normale druk. Spoel hete oppervlakken niet af met koud water. Laat de machine afkoelen voordat u deze reinigt. VOORZICHTIG! Draag altijd oogbescherming tijdens het reinigen en wassen. Bevestigingsmateriaal Controleer dit elke dag. Inspecteer de volledige machine op losse of ontbrekende hardware. Zwenkwielen Controleer ze elke 200 uur. Controleer of de wielen vrij kunnen draaien. Met schuim gevulde banden of massieve banden maken de garantie ongeldig. Wilt u een wiel vervangen, verwijder dan de moer en de zwenkwielbout. Trek het wiel uit de arm en let op het afstandsstuk. Voer de installatie uit in de omgekeerde volgorde. Draai de zwenkwielbout vast en haal deze aan tot 61 Nm. OPMERKING: Het wiel moet vrij draaien, maar de asafstandsstukken niet. Als de wielen niet vrij kunnen draaien, ga dan met de machine naar de dealer voor onderhoud. Anti-scalp-rollen De anti-scalp-rollen zijn goed afgesteld als ze iets van de grond staan wanneer het maaidek op de gewenste maaihoogte staat. Anti-scalp- rollen zorgen dat het maaidek in de juiste positie blijft en scalperen op de meeste soorten terrein wordt voorkomen. Stel de rollen niet af om het dek te ondersteunen. De rollen moeten zich op ongeveer 6,5 mm van de grond bevinden. BELANGRIJKE INFORMATIE Stel de anti-scalp-rollen af terwijl de maaier op een vlakke ondergrond staat. De antiscalprollen mogen niet afgesteld worden om het dek te ondersteunen, om schade aan het dek te vermijden.
ONDERHOUDAlgemeen Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onverhoeds gaat draaien. Als u met een oliekan smeert, moet die zijn gevuld met motorolie. Als u met vet smeert, moet u (tenzij anders wordt vermeld) molybdeendisulde van goede kwaliteit gebruiken. Bij dagelijks gebruik moet de machine twee keer per week worden gesmeerd. Veeg overtollig vet af na het smeren. Het is belangrijk dat er geen smeermiddel op de riemen of de aandrijfoppervlakken van de poelies terechtkomt. Gebeurt dit toch, maak ze dan schoon met alcohol. Als de riem na het reinigen blijft slippen, moet hij worden vervangen. Reinig riemen niet met benzine of andere aardolieproducten. Toegelaten hydraulische oliën Als er continu Parker™ HT-1000-olie wordt gebruikt, moeten de olie en de lters om de 750 uur worden ververst en vervangen. Als Castrol™ Syntec 5W-50-, Amsoil AW ISO 68- Smeerschema of Shell™ TTF-SB-oliën worden gebruikt, moeten de olie en lters om de 500 uur na de eerste 750 uur worden ververst en vervangen. Als een hoogwaardige synthetische motorolie met een minimale viscositeit van 15W40 wordt gebruikt, moeten de olie en de lters om de 250 uur na de eerste 750 uur worden ververst en vervangen. BELANGRIJKE INFORMATIE Gebruik zo weinig mogelijk smeermiddel en verwijder overtollig smeermiddel zodat het geen contact maakt met riemen of de aandrijfoppervlakken van de poelies. WAARSCHUWING! Hydraulische olie die onder druk ontsnapt, kan voldoende kracht hebben om de huid te doorboren en kan hierdoor ernstig letsel veroorzaken. Bij een verwonding door ontsnappende vloeistof dient u onmiddellijk een arts te raadplegen. Als er niet meteen een juiste medische behandeling plaatsvindt, kan een ernstige infectie of reactie ontstaan. 12/12 Elk jaar 1/52 Eén keer per week 1/365 Eén keer per jaar Smeren met een smeerpistool Filter vervangen Olie verversen Peil controleren
Eerste keer hydraulische olie verversen en lter vervangen na 100 uur, daarna elke 400 uur Ververs de motorolie na elke 50 uur
SMERINGWiel- en dekzerken Gebruik alleen lagervet van goede kwaliteit. Vet van bekende merken (petrochemische bedrijven enz.) blijft meestal lang goed. Bevestiging voorwiel Smeer 3-4 strepen met een smeerpistool op elke set wielbevestigingen. Voorwiellagers Smeer 3-4 strepen met een smeerpistool op elke set wiellagers. Dekspillen Zet het maaidek helemaal omlaag. Als er een smeerpistool zonder rubberen slang wordt gebruikt, moet de voetplaat worden verwijderd voor toegang tot de middelste as. Smeer met een smeerpistool, 2-3 strepen per spil. Motorolie verversen OPMERKING: Ververs de motorolie wanneer de motor warm is. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de motor voor de juiste vervangende olie en aanbevelingen voor het vervangen van lters. WAARSCHUWING! De aftapplug van de motor bevindt zich dichtbij de geluiddemper. Om brandwonden te voorkomen, moet u de motor afzetten en iets laten afkoelen zodat de motor nog warm is maar de omringende oppervlakken en de olie niet.
1. Parkeer de machine op een vlakke
ondergrond. Schakel de parkeerrem in.
2. Verwijder vuil en verontreinigingen van het
gebied rond de olievuldop.
3. Verwijder de dop/peilstok.
4. De afvoerslang is te vinden aan de
rechterachterkant van de motor. Plaats een voldoende groot bakje onder het uiteinde van de afvoerslang en verwijder de olieaftapplug.
5. Laat de olie volledig uit de motor lopen.
6. Plaats de plug van de afvoerslang terug en
7. Vul de motor met nieuwe olie tot de
onderkant van de schroefdraad van de vulbuis. Controleer het peil met de peilstok.
8. Breng de olievuldop weer aan en draai deze
vast als het oliepeil VOL is.
9. Raadpleeg de plaatselijke regelgeving voor
het afvoeren van afgewerkte olie.
10. Raadpleeg het Onderhoudsboekje voor de
intervallen voor het controleren en verversen van olie en voor aanbevelingen voor het verversen.
SMERINGOlie en lter vervangen De hydraulische olie en lters moeten om de 250 tot 750 uur of eenmaal per jaar worden vervangen, afhankelijk van het gebruikte type olie. Zie Toegelaten hydraulische oliën in het hoofdstuk Smering voor een lijst met goedgekeurde oliën of raadpleeg de servicehandleiding van de fabrikant van de transmissie. Vanwege het risico van binnendringen van vuil in het systeem moeten alle werkzaamheden aan de transmissie worden uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats. De volgende procedure wordt uitgevoerd terwijl de transmissies in de maaier zijn gemonteerd en de maaier op een vlakke ondergrond staat. Schakel de releasekleppen van de pomp voor elke transmissie in en schakel de parkeerrem in.
1. Reinig de machine grondig van gras en ander
vuil. Verwijder eventueel aanwezig los vuil rond de rand van het lter.
2. Verwijder de ontluchter/peilstok.
3. Plaats een olieopvangbak (een diameter van
304,8 mm of meer en een inhoud van 7,57 l is optimaal) onder het olielter.
4. Verwijder de lterplug en de O-ring met
behulp van een dopsleutel en ratel.
5. Verwijder het olielter met behulp van een
sterke magneet of een punttang.
6. Plaats het nieuwe lter.
7. Breng de lterplug en de O-ring aan. Haal de
lterplug aan met 13 tot 15,25 Nm.
8. Herhaal deze stappen aan de andere kant.
9. Laat oude olielters goed leeglopen voordat
u deze afdankt. Plaats afgewerkte olie in hiervoor geschikte bakken en voer deze af overeenkomstig de geldende voorschriften in uw regio.
10. Vul de transmissie met Parker HT-1000-
transmissieolie of een andere goedgekeurde hydraulische vloeistof.
11. Het niveau van de koude vloeistof moet ter
hoogte zijn van de onderkant ontluchter/ peilstok.
12. Breng de ontluchter/peilstok aan en haal
deze aan met 2,0-3,3 Nm. Transmissie ontluchten Ontluchtingsprocedures moeten worden uitgevoerd als het hydrostatische systeem geopend is wegens onderhoud of als er extra olie aan het systeem is toegevoegd. Het is essentieel om het systeem te ontluchten vanwege de eecten die lucht heeft op de eciëntie van hydrostatische aandrijvingen. Mogelijke symptomen van lucht in hydrostatische systemen zijn:
- Luidruchtige werking.
- Geen vermogen of aandrijving na korte werking.
- Hoge bedrijfstemperatuur en overmatige uitzetting van olie.
- Kortere levensduur van onderdelen Controleer voordat u de motor start of het oliepeil in de olietank goed is. Als dat niet het geval is, vult u olie bij aan de hand van de bovenstaande specicaties. De volgende procedure kan het beste worden uitgevoerd als de aandrijfwielen van de machine van de grond zijn en moet daarna worden herhaald bij normale werkomstandigheden. Zie De machine met de hand verplaatsen in het hoofdstuk Bediening voor afstelling van de bypasskoppeling.
1. Schakel de rem uit als deze was geactiveerd.
2. Zet met de bypasskoppeling open en de
motor op snel stationair de richtingsregelaar vooruit en achteruit (5-6 keer). Als er lucht uit de machine komt, daalt het oliepeil.
3. Zet met de bypasskoppeling gesloten
en de motor op laag motortoerental de richtingsregelaar naar voren en naar achteren (5-6 keer). Controleer het oliepeil en voeg waar nodig olie bij nadat de motor is gestopt.
4. Soms moet u stappen 2 en 3 herhalen om
alle lucht uit het systeem af te voeren. Als de hydraulische aandrijving met een normaal geluidsniveau werkt en soepel vooruit en achteruit rijdt bij normale snelheden, is de hydraulische aandrijving ontlucht.
5. Als de machine twee keer is gebruikt, moet
het oliepeil weer worden gecontroleerd terwijl de olie koud is; waar nodig moet het peil worden aangepast.
SMERINGMotor start niet De bladschakelaar is ingeschakeld De stuurregelaars zijn niet in de neutrale positie/ parkeerremstand vergrendeld Lege accu Verontreiniging in de carburateur of brandstoeiding De brandstofafsluiter is gesloten of staat in de verkeerde stand Verstopt brandstolter of brandstoeiding Ontstekingssysteem defect Startmotor laat de motor niet aanslaan Lege accu De kabelcontacten van de accuklemmen zijn defect Doorgebrande zekering Defect in veiligheidscircuit startmotor. Zie Veiligheidssysteem in het hoofdstuk Onderhoud Motor draait onregelmatig Defecte carburateur Verstopt brandstolter of verstuiver De choke is ingeschakeld bij een warme motor Verstopte ventilatieklep op de brandstofdop Brandstoftank bijna leeg Verontreinigde bougies Rijk brandstofmengsel of brandstof-/luchtmengsel. Verkeerd type brandstof Water in de brandstof. Verstopt luchtlter De motor lijkt zwak. Verstopt luchtlter Verontreinigde bougies Carburateur verkeerd afgesteld Lucht vast in hydraulisch systeem Machine trilt Bladen zijn los Bladen zijn verkeerd uitgebalanceerd Motor is los Motor is oververhit Verstopte luchtinlaat of koelribben Motor is overbelast Slechte ventilatie rond motor Defecte motortoerentalregelaar Te weinig of geen olie in de motor Verontreiniging in de brandstoeiding Verontreinigde bougies Accu laadt niet op De kabelcontacten van de accuklemmen zijn defect Contactstop is losgekoppeld Defect in motoroplaadsysteem Maaier beweegt langzaam, ongelijkmatig of helemaal niet Omloophendel(s) ingeschakeld Transmissieaandrijfriem is slap of grijpt niet aan Lucht vast in hydraulisch systeem Maaidek schakelt niet in Aandrijfriem voor het maaidek zit los Contact van elektromagnetische koppeling zit los De messchakelaar is defect of zit los, uit het kabelcontact Doorgebrande zekering Er lekt olie uit de transmissie Beschadigde afdichtingen, behuizing of pakkingen Lucht vast in hydraulisch systeem Ongelijkmatige maairesultaten Ongelijke luchtdruk in banden Gebogen bladen Ophanging voor het maaidek is scheef De bladen zijn stomp. Rijsnelheid te hoog. Gras is te lang Er zit gras onder het maaidek
PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem / oorzaakOpslag voor de winter De machine moet aan het eind van het maaiseizoen of als deze langer dan dertig dagen niet wordt gebruikt, gereedgemaakt worden voor opslag. Wanneer brandstof langere tijd stilstaat (dertig dagen of meer), kunnen er kleverige resten achterblijven die zorgen dat de carburateur verstopt raakt en de motor minder goed werkt. Stabilisatiemiddelen voor brandstof zijn een aanvaardbare oplossing voor kleverige resten die tijdens de opslag kunnen ontstaan. Voeg een stabilisatiemiddel aan de brandstof in de tank of in de jerrycan toe. Gebruik altijd de mengverhoudingen die door de fabrikant van het stabilisatiemiddel worden aangegeven. Laat de motor minimaal tien minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel hebt toegevoegd zodat het middel in de carburateur komt. Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel hebt toegevoegd. WAARSCHUWING! Sla een motor met brandstof in de tank nooit niet of in een slecht geventileerde ruimte op waar brandstofdampen in aanraking kunnen komen met open vuur, vonken of een waakvlam zoals in een verwarmingsketel, heetwatertank of wasdroger. Ga voorzichtig om met brandstof. Deze is zeer licht ontvlambaar en kan ernstig persoonlijk letsel of schade aan eigendommen veroorzaken. Tap de brandstof in de buitenlucht af in een goedgekeurde container en bewaar de brandstof uit de buurt van open vuur en ontstekingsbronnen. Gebruik brandstof niet als reinigingsmiddel. Gebruik een ontvettingsmiddel en warm water. Om de machine klaar te maken voor de opslag:
1. Maak de machine grondig schoon, vooral
onder het maaidek. Werk lakschade bij en spuit een dunne laag olie op de onderkant van het maaidek om corrosie te voorkomen.
2. Controleer de machine op versleten of
beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven weer vast.
3. Ververs de motorolie en gooi deze op de
4. Leeg de brandstoftanks of voeg een
stabilisatiemiddel voor brandstof toe. Start de motor en laat deze draaien totdat alle brandstof uit de carburateur is afgetapt of totdat het stabilisatiemiddel de carburateur heeft bereikt.
5. Verwijder de bougie en giet ongeveer een
lepel motorolie in de cilinder. Draai de motor om zodat de olie gelijkmatig wordt verdeeld en plaats daarna de bougie terug.
6. Smeer alle vetzerken, koppelingen en assen.
7. Verwijder de accu. U moet de accu reinigen,
opladen en op een koele plek opbergen, maar bescherm de accu tegen directe kou.
8. Sla de machine op een schone, droge
plek op en dek de machine af voor extra bescherming. Service Vermeld altijd het jaar van aankoop, model, type en serienummer wanneer u reserveonderdelen bestelt. Gebruik altijd originele Husqvarna- reserveonderdelen. Wanneer u de machine jaarlijks bij een geautoriseerde servicewerkplaats laat controleren, kunt u ervoor zorgen dat de machine zo goed mogelijk werkt in het volgende seizoen.
OPSLAG233 SCHEMATISCHEG-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen Beschrijving Zitmaaier met verbrandingsmotor Merk Husqvarna Platform / Type / Model Z454x Partij Serienummer vanaf 2019 en verder Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreende machines" 2014/30/EU "betreende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG; 2005/88/EG "betreende geluid buitenshuis" en -regelgeving: 2011/65EU Beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoen. Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specicaties zijn als volgt;
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EG- verklaring van overeenstemming. De geleverde zitmaaier met verbrandingsmotor is conform het geteste exemplaar. CONFORMITEITMOTOR Fabrikant Briggs & Stratton Type Commercial Endurance Vermogen 16,9 kW @ 2800
Bougie XC12YC Afstand: 030" (0,76 mm) Smering Druk met olielter Brandstof Min. octaangetal 87 loodvrij (max. ethanol 10%, max. MTBE 15%) Inhoud brandstoftank 18,9 liter Koelset Luchtkoeling Luchtlter Cyclonisch Dynamo 12 V 15 A bij 3600 tpm Startmotor Elektrisch TRANSMISSIE Transmissie Parker HTE 12 Besturingshendel Dubbele hendel, handgreep van schuim Snelheid vooruit 0-13,5 Km/h Snelheid achteruit 0-6,7 km/h Remmen Geïntegreerde parkeerrem Zwenkwielen vóór 13 x 6,5 at-free Achterbanden, pneumatisch voor grasmat 23 x 10-10 Bandenspanning 15 PSI / 103 kPa / 1 bar FRAME Maaibreedte 137 cm Maaihoogte 3,8 cm - 11,4 cm Aantal messen 3 Meslengte 46,6 cm Anti-scalp-rol 4 afstelbaar Stoel Husqvarna commerciële vering Scharnierende armleggers Ja Onderhoudsmeter Digitaal Zaagbladkoppeling Warner-koppeling Dekconstructie Vervaardigd met 10 gauge Productiviteit 14,834 m
Het door de motorfabrikant aangegeven nominale motorvermogen is het gemiddelde brutovermogen bij het opgegeven toerental van een typische productiemotor voor het motormodel dat is gemeten volgens de SAE-normen voor brutomotorvermogen. Zie de motorspecicaties van de motorfabrikant.
Geluidsniveau, gemeten 105 dB Geluidsniveau, gegarandeerd 105 dB
TECHNISCHE GEGEVENSZESKANTBOUTEN De aangegeven momentwaarden moeten worden gebruikt als een algemene richtlijn wanneer geen specieke momentwaarden zijn aangegeven. Bevestigingsmateriaal, Amerikaanse maten Beoordeling SAE-klasse 5 SAE-klasse 8 Flensborgschroef met ensborgmoer Grootte ft-lb Nm ft-lb Nm ft-lb Nm Schachtmaat (diameter in inch, jne of grove schroefdraad) 1/4 9 12 13 18 5/16 18 24 28 38 24 33 3/8 31 42 46 62 40 54 7/16 50 68 75 102 1/2 75 102 115 156 9/16 110 149 165 224 5/8 150 203 225 305 3/4 250 339 370 502 7/8 378 512 591 801 1-1/8 782 1060 1410 1912 ** Klasse 5 – minimale commerciële kwaliteit (lagere kwaliteit niet aanbevolen) Bevestigingsmateriaal, metrische maten Beoordeling Klasse 8.8 Klasse 10.9 Klasse 12.9 Grootte ft-lb Nm ft-lb Nm ft-lb Nm Schachtmaat (diameter in millimeter, jne of grove schroefdraad) M4 1,5 2 2,2 3 2,7 3,7 M5 3 4 4,5 6 5,2 7 M6 5,2 7 7,5 10 8,2 11 M7 8,2 11 12 16 15 20 M8 13,5 18 18,8 25 21,8 30 M10 24 33 35,2 48 43,5 59 M12 43,5 59 62,2 84 75 102 M14 70,5 96 100 136 119 161 M16 108 146 147 199 176 239 M18 142 193 202 274 242 328 M20 195 264 275 373 330 447 M22 276 374 390 529 471 639 M24 353 478 498 675 596 808 M27 530 719 735 996 904 1226 Momentspecicaties Krukasbout motor 50 ft/lb Standaard 1/4" bevestigingsbouten 12,2 Nm Dekpoeliebouten 203 Nm Standaard 5/16" bevestigingsbouten 24,4 Nm Wielmoeren 101,6 Nm Standaard 3/8" bevestigingsbouten 44,7 Nm Aanhaalmoment bougie 22 Nm (16 ft-lb) Standaard 7/16" bevestigingsbouten 70,5 Nm Mesbout 122 Nm Standaard 1/2" bevestigingsbouten 80 ft/lb
TECHNISCHE GEGEVENSAFLEVERSERVICE Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Accu opladen en aansluiten
Bandendruk van alle wielen instellen op 15 PSI (1 bar)
Monteer de stuurregelaars in de normale positie
Contactkastje aansluiten op de kabel voor de veiligheidsschakelaar van de stoel
Hydraulische slangen controleren op knikken of lekken
Controleer of de juiste hoeveelheid olie in de motor aanwezig is
Controleren of er aandrijving naar beide wielen is
Hellingshoek en afstelling van het maaidek controleren
Controleer: Veiligheidsschakelaar voor de parkeerrem
Veiligheidsschakelaar voor het maaidek
Veiligheidsschakelaar in de stoel
Veiligheidsschakelaar in de stuurregelaars
Werking en afstelling van de parkeerrem
Naar achteren rijden
De bladen inschakelen
Informeer de klant over: De behoefte en voordelen van het volgen van het onderhoudsschema
De behoefte en voordelen van service aan de machine
Het belang van onderhoud en het bijhouden van een onderhoudsboekje voor de waarde van de machine
Toepassingsgebieden voor mulchen
Vul de verkooppapieren, etc. in. De aeveringsservice is uitgevoerd Geen extra opmerkingen Voor akkoord:
ONDERHOUDSBOEKJENA 10 UUR Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Motorolie verversen
Veiligheidsgordel controleren
DAGELIJKS ONDERHOUD Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Vuil van de maaier verwijderen
Onderkant van het dek controleren
Veiligheidssysteem controleren
Veiligheidsgordel controleren
Brandstofsysteem op lekkage controleren
Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Luchtlter van de brandstofpomp controleren
Maaierbladen slijpen/vervangen (waar nodig)
Smeren volgens smeerschema
Koelluchtinlaat van de motor controleren/reinigen
Voorlter van het luchtlter reinigen (schuim)
Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Onderhoudsbeurt bij 25 uur uitvoeren
De papieren lterpatroon van het luchtlter reinigen/vervangen (kortere intervallen bij stoge gebruiksomstandigheden)
Smeren volgens smeerschema
Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Onderhoudsbeurt bij 25 uur uitvoeren
Onderhoudsbeurt bij 50 uur uitvoeren
Asbouten van het zwenkwiel controleren/aandraaien (elke 200 uur)
De papieren cartridge van het luchtlter vervangen
Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Onderhoudsbeurt bij 25 uur uitvoeren
Onderhoudsbeurt bij 50 uur uitvoeren
Onderhoudsbeurt bij 100 uur uitvoeren
Verbrandingskamer reinigen en klepzittingen slijpen
De klepspeling van de motor controleren
Voorlter van het luchtlter vervangen (schuim)
Actie Datum, meterwaarde, stempel, handtekening Koelluchtinlaat van de motor reinigen (elke 25 uur)
Schuimrubberen voorlter van het luchtlter vervangen (elke 50 uur)
Papieren cartridge van het luchtlter vervangen
Motorolie verversen (elke 50 uur)
Motorolielter vervangen (elke 100 uur)
De maaihoogte controleren/afstellen
Parkeerrem controleren/afstellen (elke 50 uur)
Bougies reinigen/vervangen (elke 100 uur)
Brandstolter vervangen (elke 100 uur)
De klepspeling van de motor controleren
Notice-Facile