RC 318T - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RC 318T HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Producttype | Grasmaaier |
| Model | HUSQVARNA RC 318T |
| Motortype | Elektrische motor |
| Maaibreedte | 95 cm |
| Maaihoogte | 25-75 mm, verstelbaar |
| Vangbakcapaciteit | 300 L |
| Aangeraden maaiveld | Tot 1500 m² |
| Maaisnelheid | 0-6 km/u |
| Extra functies | Autonoom, programmeerbaar, mulchen |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging van het maaidek, slijpen van de messen |
| Veiligheid | Automatisch stopsysteem, overbelastingsbeveiliging |
| Gewicht | Ongeveer 100 kg |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - RC 318T HUSQVARNA
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RC 318T - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RC 318T van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING RC 318T HUSQVARNA
- Inleiding p. 84
- Veiligheid p. 90
- Montage p. 95
- Werking p. 98
- Onderhoud p. 102
- Probleemoplossing p. 116
- Vervoer, opslag en verwerking p. 118
- Technische gegevens p. 120
- Service p. 122
- Garantie p. 122
- Verklaring van overeenstemming Inleiding Afleveringsinspectie en productnummers Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument. Contactinformatie servicewerk- plaats: Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: p. 123
Motor: Transmissie: Productbeschrijving De RC 318T en RC 320Ts AWD zijn zitmaaiers voorzien van een grasopvangbak. In de verzamelstand brengt een vijzel het gemaaide gras naar een grasopvangbak. Optische en akoestische signalen geven de status van de vijzel en de opvangbak aan. Met de pedalen voor vooruit rijden en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid traploos regelen. De urenteller toont hoeveel uur het product heeft gemaaid. De accu is een oplaadbare lithium-ijzerfosfaat accu LiFePO
. De RC 320Ts AWD heeft aandrijving op alle wielen (AWD). Gebruik De RC 318T en RC 320Ts AWD zitmaaiers zijn gemaakt voor het maaien van gras op open en vlakke ondergrond in woonwijken en tuinen. Het is niet toegestaan het product voor andere doeleinden te gebruiken. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid. 84 368 - 006 - 10.11.2022Productoverzicht
1. Pedaal voor vooruit rijden
2. Pedaal voor achteruitrijden
5. Hefhendel voor het maaidek
6. Schakelaar voor het kantelen van de grasopvangbak
8. Schakelaar met LED-indicatoren voor bediening van
13. Vergrendelknop voor parkeerrem
15. Hendel om vijzel in onderhoudsstand te zetten
18. Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de
aandrijving op de vooras, RC 320Ts AWD
19. Koeler voor hydraulische olie, RC 320Ts AWD
20. Onderhoudsgereedschap voor vijzel
21. Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de
aandrijving, RC 318T. Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de aandrijving op de achteras, RC 320Ts AWD
368 - 006 - 10.11.2022 85Overzicht elektrische installatie
2. Schakelaar voor het kantelen van de grasopvangbak
3. Veiligheidsschakelaar stoel
5. Schakelaar voor de hendel die vijzel in de
8. Sensor voor positie-indicatie maaidek
9. Veiligheidsschakelaar voor de hefhendel
14. Schakelaar met LED-indicatoren voor bediening van
18. Schakelaar voor deksel opvangbak
19. Sensor voor een volle opvangbak
Veiligheidsschakelaar stoel De veiligheidsschakelaar van de stoel activeert het veiligheidscircuit zodra de bestuurder opstaat van de stoel. De motor en de aandrijving van de messen stoppen als de messen zijn ingeschakeld of de parkeerrem niet is geactiveerd. Zie ook Veiligheidscircuit op pagina 92
Urenteller De urenteller toont hoeveel uur de motor heeft gedraaid. De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, wordt niet geregistreerd. Het laatste cijfer toont de tienden van een uur (6 minuten). Accu De accu is een oplaadbare lithium-ijzerfosfaat accu LiFePO
. Als de accuspanning te laag is, schakelt de beschermingsmodus in en zal het systeem niet reageren wanneer u het contact inschakelt. Bij actieve beschermingsmodus of bij te lage accuspanning om de motor te starten, dient de accu te worden opgeladen. Zie De accu opladen op pagina 110
86 368 - 006 - 10.11.2022Stopcontact De spanning van het stopcontact is 12 V. Het contact is beveiligd met een zekering, zie Een zekering vervangen op pagina 110
Ontstekingsvergrendeling Het contactslot heeft 4 standen: stop, verlichting, neutraal en start. Als het contact ingeschakeld wordt gelaten en de motor is uitgeschakeld, klinkt er elke 20 seconden een pieptoon om de gebruiker eraan te herinneren het contactslot in stand STOP te zetten om ontladen van de accu te voorkomen. Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt om achteruit te rijden. Het product stopt wanneer de pedalen worden losgelaten.
Schakelaar met LED-indicatoren voor bediening van de vijzel Symbolen op de bedieningsschakelaar van de vijzel geven aan of het product al of niet in de verzamelstand staat, en geven ook de status van de vijzel en de opvangbak aan. De onderstaande tabel toont de betekenis van de verschillende symbolen. De vijzel staat in de onderhoudsstand. Het symbool brandt rood en er klinkt een pieptoon. Het maaidek is niet correct bevestigd. Het symbool brandt rood en er klinkt een pieptoon. De opvangbak is vol. Het symbool brandt oranje en er klinkt een pieptoon. De vijzel blijft gras naar de opvangbak brengen. Als u de opvangbak niet leegmaakt, zal het opgehoopte gras het deksel van de opvangbak na enige tijd opendrukken. Het deksel van de opvangbak is open. Het symbool brandt rood en er klinkt een pieptoon. De opvangbak is niet neergelaten. Het symbool brandt rood en er klinkt een pieptoon. Een groen symbool op de vijzelschakelaar geeft aan dat het product in de verzamelstand staat. Een blauw symbool op de vijzelschakelaar geeft aan dat het product in de niet- verzamelstand staat. Om te wisselen tussen de verzamelstand en de niet-verzamelstand houdt u de vijzelschakelaar ingedrukt tot u een pieptoon hoort. Een rood symbool op de vijzelschakelaar geeft aan dat de vijzel is geblokkeerd en is gestopt. Er klinkt een ononderbroken pieptoon. Draai de contactsleutel naar stand LOCK om de pieptoon te stoppen. Raadpleeg de instructies in Een blokkade van de vijzel verwijderen op pagina 106 om de blokkade te verhelpen voordat u het product opnieuw start. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Onzorgvuldig of onjuist gebruik kan leiden tot ernstig of fataal letsel bij de gebruiker of anderen. Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait. Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.
368 - 006 - 10.11.2022 87Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste
voorwerpen. Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden. Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Vooruit rijden. Neutraal. Achteruit rijden. Parkeerrem, model RC 320Ts AWD. Bedrijfsrem en parkeerrem, model RC 318T. Stop de motor. Start de motor. Koplampen. Motortoerental – snel. Motortoerental – langzaam. De vijzel staat in de onderhoudsstand. Het maaidek is niet bevestigd. De opvangbak is vol. Het deksel van de opvangbak is open. De opvangbak is niet neergelaten. Statusindicatielampje voor het vijzelsysteem. Kantel en open de opvangbak. Laat de opvangbak in de werkstand zakken. Brandstof. Max. ethanol 10%. Maaihoogte. Onderhoudsstand voor de maaihoogtehendel. De messen zijn ingeschakeld. De messen zijn uitgeschakeld. Onderhoudsstand van het maaidek. 88 368 - 006 - 10.11.2022Maaistand van het maaidek. Vijzel in bedrijfsstand. Vijzel in onderhoudsstand. Ga hier niet op staan. Hydrostatische vrijloop. Oliepeil. Gevaar voor verbrijzelde ledematen. Gevaar voor verbrijzelde ledematen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van het werktuigframe. Warm oppervlak. Niet aanraken. Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Dit product voldoet aan geldende VK- regelgeving. Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in de technische gegevens op pagina Technische gegevens op pagina 120 en op het label. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. yyyywwxxxxx Het serienummer staat op het pro- ductplaatje. yyyy is het productiejaar, ww is de productieweek en xxxxx is het volgnummer. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
368 - 006 - 10.11.2022
89Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.
- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
368 - 006 - 10.11.2022• Laat kinderen of andere personen die niet
geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. WAARSCHUWING: De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en ernstige schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. Blijft tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.
- Verplaats het product niet terwijl de opvangbak achterover is gekanteld. Dit kan leiden tot beschadiging van de opvangbak en verhoogt het risico dat het product kantelt.
- Kijk altijd naar beneden en naar achteren voordat en terwijl u achteruit rijdt. Wees alert op grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Beweeg voorzichtig rond vaste objecten en zorg dat de messen niets raken. Maai niet over objecten heen.
- Stop de messen wanneer u niet maait. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras, vuil, enz. voordat u het product gaat gebruiken. Als de motor onvoldoende wordt gekoeld, kan dat tot ernstige motorschade leiden.
- Stop en inspecteer het product wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Persoonlijke beschermingsmiddelen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
368 - 006 - 10.11.2022 91• Draag tijdens het gebruik van het product altijd
goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.
- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn. Het contactslot controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van het contactslot. Zie De motor starten op pagina 99
De motor uitschakelen op pagina 102
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar START draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk uitschakelt wanneer u de contactsleutel naar STOP draait. Veiligheidscircuit De motor kan alleen worden gestart als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Het maaidek staat in de geheven stand en de parkeerrem is geactiveerd. De motor moet in de volgende situaties uitschakelen:
- Het maaidek wordt omlaag gezet en de bestuurder staat op van de stoel.
- Het maaidek staat in de geheven stand, de parkeerrem is niet geactiveerd en de bestuurder staat op van de stoel. Voor het controleren van het veiligheidscircuit probeert u de motor te starten terwijl aan één van de bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controle dagelijks uit. Sensoren voor de vijzel en de opvangbak Schakel het contact in maar start de motor niet. Voer een controle uit van de sensoren zoals vermeld in de onderstaande tabel. Verifieer of het bijbehorende symbool op de bedieningsschakelaar van de vijzel gaat branden. Beweeg de hendel om de vijzel in de onderhoudsstand te zetten omlaag. Als de sensor correct werkt, gaat het symbool rood branden. Bevestig het maaidek niet. Als de sensor correct werkt, gaat het symbool rood branden en klinkt er een pieptoon wanneer het contact wordt ingeschakeld. Open het deksel van de opvangbak. Als de sensor correct werkt, gaat het symbool rood branden en klinkt er een pieptoon. Druk de sensor voor een volle opvangbak helemaal omhoog. Als de sensor correct werkt, zal het symbool oranje gaan branden en klinkt er een pieptoon. Kantel de opvangbak. Als de sensor correct werkt, gaat het symbool rood branden en klinkt er een pieptoon. Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren
1. Start het product.
2. Zorg dat de pedaal voor vooruit rijden en de pedaal
voor achteruit rijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
368 - 006 - 10.11.20223. Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om
4. Laat het pedaal voor vooruit rijden los om de
machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat. Let op: Het product heeft een automatische rem die wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Druk het andere pedaal in voor meer remkracht wanneer u de snelheid verlaagt.
5. Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor
6. Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer
de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld. Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie De parkeerrem controleren op pagina 108
Voor model RC 318T wordt het parkeerrempedaal ook gebruikt voor meer remkracht wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld wanneer u remt terwijl u een helling af rijdt. Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. WAARSCHUWING:
uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Beschermkappen WAARSCHUWING: Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voordat u het product gebruikt moet u controleren of de beschermkappen correct zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Maaien op een helling WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder obstakels zoals stenen en takken.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.
- Start of stop niet op een helling.
- Gebruik voor meer remkracht op hellingen bij model RC 318T altijd het bedrijfsrempedaal.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
368 - 006 - 10.11.2022
93• Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Hoog gras kan obstakels verhullen.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of glooiingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het in het water komt, bestaat het risico van verdrinking.
- Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er iets aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Alleen opladen met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Andere laders kunnen schade aan de elektrische installatie en de accu veroorzaken.
- Zet de accuklemmen met niet meer dan het voorgeschreven aanhaalmoment vast, max. 4 Nm.
368 - 006 - 10.11.2022Veiligheidsinstructies voor onderhoud
WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 102
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 120 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Montage Inleiding WAARSCHUWING: De spanveer van de aandrijfriem kan breken, wat tot letsel kan leiden. Draag een veiligheidsbril wanneer u het maaidek bevestigt of verwijdert. Lees de montage-instructies in de gebruikershandleiding aandachtig door. Een label aan de binnenzijde van de voorste afdekking van het product toont ook hoe het maaidek moet worden bevestigd en verwijderd. Het maaidek bevestigen
1. Plaats het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
4. Zet de hefhendel voor het maaidek in de maaistand.
368 - 006 - 10.11.2022 955. Beweeg de hendel om de vijzel in de
onderhoudsstand te zetten omlaag, om de vijzel omhoog in de onderhoudsstand te zetten.
6. Breng de aandrijfriem aan zoals afgebeeld om te
voorkomen dat deze bekneld raakt wanneer u het maaidek aanbrengt.
7. Duw het werktuigframe omlaag. Beweeg de
onderhoudsvergrendeling naar de verticale positie. WAARSCHUWING: Bij onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Plaats de vergrendeling volledig verticaal en houd de voorkant van het maaidek met twee handen vast en ga door naar de volgende stap.
8. Til de voorste rand van het maaidek omhoog
en plaats die in het werktuigframe. De stoppen op het maaidek, één aan elke zijde, moeten in de groeven op het werktuigframe vallen. De onderhoudsvergrendeling ontgrendelt automatisch.
9. Til de beugel voor maaihoogteafstelling uit diens
houder en plaats hem in de uitsparing voor de beugel voor maaihoogteafstelling (1).
10. Breng de aandrijfriem rond de spanrol aan (2). Zorg
dat de aandrijfriem is gemonteerd zoals hieronder afgebeeld.
11. Plaats de veer in de veerhouder (3).
368 - 006 - 10.11.202212. Zet de hefhendel voor het maaidek in de
vergrendelde stand. Het maaidek beweegt omhoog.
13. Trek de hendel om de vijzel in de onderhoudsstand
14. Bevestig de voorste afdekking.
Het maaidek verwijderen
1. Voer stappen 1-5 uit in
Het maaidek bevestigen op pagina 95
2. Maak de klem op de voorste afdekking los met het
hulpstuk aan de contactsleutel en haal de afdekking eraf.
3. Trek de veerhendel naar rechts uit de veerhouder
om de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen. (1)
4. Houd de veerhendel met uw linkerhand vast en
neem met uw rechterhand de aandrijfriem eraf.
5. Trek de aandrijfriem onder het product naar de
achterkant. Plaats de riem niet in de riemhouder (2).
6. Plaats de veerhendel in de veerhouder om te
voorkomen dat de veer omlaag valt.
7. Til de beugel voor de maaihoogteafstelling omhoog
en plaats hem in de houder (3).
8. Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek
het maaidek naar voren tot de aanslag.
9. Beweeg de onderhoudsvergrendeling naar de
verticale positie. WAARSCHUWING: Bij onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Plaats de vergrendeling volledig verticaal en houd de voorkant van het maaidek met twee handen vast en ga door naar de volgende stap.
10. Til de voorste rand van het maaidek omhoog totdat
de onderhoudsvergrendeling het frame raakt en trek het maaidek eruit.
368 - 006 - 10.11.2022
97Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij, zie Brandstofveiligheid op pagina 94
WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade. De motor gebruikt benzine met een minimum octaangetal van RON 91 (87 AKI), niet vermengd met olie. Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine te gebruiken. Gebruik geen benzine die meer dan 10% ethanol bevat.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
- Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft. De stoel afstellen De stoel kan voorover gekanteld worden. De stoel kan ook in de lengterichting worden verschoven. Draai de handgrepen onder de stoel los om de stoel naar voren of achteren te schuiven. In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor dient u het aandrijfsysteem uit te schakelen. Trek de hendel van het aandrijfsysteem helemaal uit om de aandrijving naar de as uit te schakelen. Duw de hendel van het aandrijfsysteem helemaal in om de aandrijving naar de as in te schakelen. Gebruik geen tussenliggende standen. De hendel van het aandrijfsysteem voor model RC 318T bevindt zich achter het linkerachterwiel. Model RC 320Ts AWD heeft een hendel voor de aandrijving van de vooras en een andere hendel voor de aandrijving van de achteras. De hendel voor de aandrijving van de achteras vindt u achter het linkerachterwiel.
368 - 006 - 10.11.2022De hendel voor de aandrijving van de vooras van de RC
320Ts AWD vindt u achter het linkervoorwiel. Maaidek omhoog zetten en omlaag zetten Om het maaidek omhoog te zetten naar de transportstand, trekt u de hefhendel naar achteren. Als de motor draait, stoppen de messen automatisch met draaien. Om het maaidek omlaag te zetten naar de maaistand, drukt u op de vergrendelknop en beweegt u de hefhendel naar voren. Als de motor draait, beginnen de messen automatisch te draaien. Instellen van de sensor voor een volle opvangbak Als de klep van de opvangbak opent of de vijzel stopt voordat de opvangbak vol is, is het noodzakelijk om de sensor voor een volle opvangbak anders af te stellen. Er zijn 4 standen voor de sensor voor een volle opvangbak. De motor starten
1. Zorg dat het aandrijfsysteem ingeschakeld is, zie
In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina
2. Zet het maaidek omhoog en schakel de parkeerrem
3. Draai de contactsleutel naar de startstand.
368 - 006 - 10.11.2022
994. Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel
meteen los naar de neutraalstand. Let op: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
6. Duw de gashendel naar de stand voor volgas (A).
Het product gebruiken in de verzamelstand
2. Verifieer of het symbool op de vijzelschakelaar groen
is. Dit geeft aan dat het product in de verzamelstand staat. Zie Schakelaar met LED-indicatoren voor bediening van de vijzel op pagina 87 voor meer informatie over wat u moet doen als de symbolen op de vijzelschakelaar gaan branden of wanneer de vijzelschakelaar rood brandt.
3. Trap het parkeerrempedaal in en laat deze
vervolgens los om de parkeerrem uit te schakelen.
4. Druk één van de rijpedalen voorzichtig in. De
snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (1) voor vooruit rijden en pedaal (2) voor achteruit rijden.
5. Laat het pedaal los om te remmen. Op model
RC 318T kunt u het bedrijfsrem-/parkeerrempedaal intrappen voor meer remvermogen. Dit kan noodzakelijk zijn wanneer u bijvoorbeeld op een helling moet remmen.
368 - 006 - 10.11.20226. Selecteer de maaihoogte (1-8) met behulp van de
7. Druk op de vergrendelknop op de hefhendel voor
het maaidek en zet het maaidek omlaag naar de maaistand.
8. Zodra de opvangbak vol is, gaat het symbool (zie
Schakelaar met LED-indicatoren voor bediening van de vijzel op pagina 87 ) op de vijzelschakelaar oranje branden en er klinkt een pieptoon. Let op: Wanneer u gehoorbescherming draagt, hoort u mogelijk de pieptoon die klinkt wanneer de opvangbak vol is. Kijk daarom regelmatig naar de vijzelschakelaar, zodat u in de gaten hebt dat de opvangbak vol is.
9. Zet de hefhendel voor het maaidek in de
vergrendelde stand. Het maaidek beweegt omhoog en de messen stoppen met draaien.
10. Om de opvangbak te legen drukt u op het achterste
gedeelte van de schakelaar om de opvangbak te doen kantelen. De opvangbak beweegt omhoog. Houd de schakelaar ingedrukt totdat de klep opent en het gras eruit valt.
11. Druk op het voorste gedeelte van de schakelaar om
de opvangbak terug in de werkstand te zetten. Let op: Als u bij volledig gekantelde of neergelaten opvangbak de schakelaar ingedrukt houdt, is een tikkend geluid hoorbaar. Dat betekent dat de opvangbak één van zijn eindposities heeft bereikt. WAARSCHUWING: Vingers kunnen bekneld raken tussen de opvangbak en het frame. Plaats uw hand niet op het frame of de opvangbak als u de opvangbak neerlaat. Het product gebruiken in de niet- verzamelstand
2. Verifieer of het symbool op de vijzelschakelaar
blauw is. Dit geeft aan dat het product in de niet-verzamelstand staat. Zie Schakelaar met LED- indicatoren voor bediening van de vijzel op pagina
voor meer informatie over wat u moet doen als de symbolen op de vijzelschakelaar gaan branden of wanneer de vijzelschakelaar rood brandt.
3. Voer stappen 4-8 uit in
Het product gebruiken in de verzamelstand op pagina 100
4. Wanneer u begint met maaien wordt het gras niet
101De motor uitschakelen
1. Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren
in de vergrendelde stand om het maaidek omhoog te zetten. De messen stoppen met draaien.
2. Draai de contactsleutel naar stand STOP.
3. Schakel de parkeerrem in zodra het product stopt.
De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
1. Trap het parkeerrempedaal in (1).
3. Houd de knop ingedrukt en zet het
parkeerrempedaal vrij.
4. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het
parkeerrempedaal nogmaals in. Een goed maairesultaat verkrijgen
- Maai geen nat gras. Nat gras geeft minder goede resultaten.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (hoogst toegestane motortoerental, zie Technische gegevens op pagina 120 ). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Wij bevelen aan om het product te gebruiken in de verzamelstand. Voor de beste maairesultaten bij gebruik van de niet-verzamelstand dient u het gras vaker te maaien. Vaker gras maaien betekent niet dat u dan meer tijd daaraan kwijt bent. Het gras is korter en u kunt maaien met een hogere rijsnelheid.
- U kunt het product ook gebruiken voor het verzamelen van bladeren op het gazon. Selecteer een hoge maaihoogte en zet het product in de verzamelstand. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Onderhoudsschema Bediening voor gebruik Controleer op brandstof- of olielekkage. Reinig het product. Zie Product reinigen op pagina 105
Reinig het binnenoppervlak van het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 105
Reinig de motor en de uitlaatdemper. Zie De motor en de uitlaatdemper reinigen op pagina 105
102 368 - 006 - 10.11.2022Bediening voor gebruik Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is. Zie De koelluchtinlaat van de motor reinigen op pagina 106
Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. Zie Veiligheidsvoorzieningen op het product op pagina 92
Inspecteer de messen in het maaidek. Zie De messen inspecteren op pagina 114
Inspecteer en test de remmen. Zie Parkeerrem op pagina 93
Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren op pagina 92
Controleer het motoroliepeil. Zie Het motoroliepeil controleren op pagina 114
Controleer het transmissieoliepeil. Zie Het transmissieoliepeil controleren op pagina 116
Controleer de stuurkabels. Zie De stuurkabels inspecteren op pagina 108
Zorg ervoor dat het grootlicht en de werklamp correct werken (indien van toepassing). Zie Ontstekingsvergrendeling op pagina 87
X = De instructies zijn opgenomen in de bedieningshandleiding. O = De instructies zijn niet opgenomen in de gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine uitvoeren door een erkende servicewerkplaats. Onderhoud Eerste onder- houds- beurt Onderhoudsinterval in uren
Controleer de riemen en poelies. O O Controleer de stuurketting aan de binnenkant van de frametunnel. O Inspecteer en smeer alle kabels en stel ze af. O Zorg voor de juiste bandenspanning. Zie Banden op de juiste spanning brengen op pagina 111
X X Zorg ervoor dat alle bouten en moeren met het juiste aanhaalmoment worden vastgedraaid.
Smeer de bestuurdersstoel. O Smeer alle kettingen. O Smeer de lagers van de wielen en messen op het maaidek (indien van toepas- sing). O O Smeer de pedalen aan de binnenkant van de frametunnel. O Smeer de riemspanners O Verwijder de aandrijfwielen en smeer de assen (alleen voor de 200-300 series) O Controleer de brandstofslang. Vervang indien nodig. O Vervang het brandstoffilter. Zie Het brandstoffilter vervangen op pagina 109 . X
368 - 006 - 10.11.2022 103Onderhoud Eerste
onder- houds- beurt Onderhoudsinterval in uren
Maak het luchtfilter schoon. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
Vervang het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 109 . X Inspecteer de koelribben op de hydrostatische transmissie. O Reinig de motor en de hydrostatische transmissie. O Controleer de geluiddemper en het hitteschild. O O Ververs de motorolie. Zie De motorolie en het oliefilter vervangen op pagina 115 . X
Motoroliefilter vervangen De motorolie en het oliefilter vervangen op pagina 115 . X
Vervang de bougie. Zie Een bougie controleren en vervangen op pagina 109 . X Controleer de lampen (indien van toepassing). Zie Een defecte lamp vervangen op pagina 108
X X Werk de firmware bij (indien van toepassing). O O Controleer de accu en laad deze indien nodig op. Zie De accu opladen op pagina 110
X X Inspecteer en stel de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen af (alleen voor AWD-modellen). O O Vervang het transmissiefilter (alleen voor AWD-modellen). O O Vervang het opschroefbare filter van de servo (indien van toepassing). O O Controleer de koelventilator op de hydrostatische transmissie. O O Controleer de olie in de transmissie en vul deze indien nodig bij. Zie Het trans- missieoliepeil controleren op pagina 116
Ververs de olie in de transmissie. O O Controleer de parkeerrem en stel deze af. O O Reinig de buitenste en binnenste oppervlakken van het maaidek en de afdekkin- gen van het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 105
X X Controleer de maaihoogte en de hellinginstelling en stel deze af. Zie De bodem- druk van het maaidek controleren en afstellen op pagina 112
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 113
X X Controleer de messen in het maaidek, slijp en balanceer deze indien nodig. Zie De messen inspecteren op pagina 114
Controleer het motortoerental en stel deze af. O O
50 uur of één jaar (alleen eerste onderhoudsbeurt).
100 uur of één keer per jaar.
50 uur of één jaar (alleen eerste onderhoudsbeurt).
100 uur of één keer per jaar. 104 368 - 006 - 10.11.2022Onderhoud Eerste onder- houds- beurt Onderhoudsinterval in uren
Controleer of het product niet gaat rijden in de neutrale positie. Zie Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren op pagina 92
X X Controleer vooruit- en achteruitrijden op verschillende snelheden. O O Controleer de bladinschakeling, stoel, hefinrichting en vooruitrijden/rem. Zie Vei- ligheidsvoorzieningen op het product op pagina 92
X X Inspecteer het opvangsysteem (alleen voor opvangmodellen). X X Product reinigen OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. Reinig het product direct na gebruik.
- Laat, voordat u de motor uitschakelt, de vijzel gedurende 10 seconden draaien om grasresten af te voeren.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Verwijder eerst met een borstel gras en vuil van de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor voordat u met water gaat schoonmaken.
- Gebruik stromend water om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektrische onderdelen of lagers. Het toevoegen van schoonmaakmiddelen kan schade veroorzaken.
- Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Spuit de binnenkant van de opvangbak schoon met water.
- Reinig de in- en uitgangen van de vijzel.
- Start het product na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen. De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is.
368 - 006 - 10.11.2022 105De koelluchtinlaat van de motor
reinigen Zorg dat de koelluchtinlaat van de motor niet is geblokkeerd. Verwijder gras en vuil met een borstel. De koeler voor hydraulische olie reinigen Alleen van toepassing op RC 320Ts AWD. Zorg ervoor dat de koelventilator voor de hydraulische olie niet geblokkeerd is en dat het gebied rondom de koeler voor de hydraulische olie schoon is. Verwijder gras en vuil met een borstel. Een blokkade van de vijzel verwijderen Als het symbool op de vijzelschakelaar rood kleurt en het product voortdurend een pieptoon geeft, is de vijzel geblokkeerd. De blokkade moet met de hand worden verwijderd.
1. Kantel de opvangbak.
2. Trek het onderhoudsgereedschap voor de vijzel uit
de onderzijde van de opvangbak.
3. Steek het onderhoudsgereedschap voor de vijzel in
de opening aan de bovenkant van de vijzel.
4. Houd het onderhoudsgereedschap voor de vijzel
vast en draai de vijzel 5 volledige omwentelingen linksom. Het materiaal dat de blokkade heeft veroorzaakt valt onderaan uit de vijzel.
5. Trek het onderhoudsgereedschap voor de vijzel uit
de vijzel en plaats het terug in de houder aan de onderzijde van de opvangbak.
6. Laat de opvangbak zakken tot de werkstand en start
7. Als het symbool op de vijzelschakelaar rood kleurt
en het product een pieptoon geeft wanneer de motor wordt gestart, schakel de motor dan uit.
8. Zet het maaidek in de onderhoudsstand en verwijder
de blokkering van de vijzelinlaat met de hand.
9. Zet het maaidek in de maaistand en start de motor.
10. Als het symbool op de vijzelschakelaar rood kleurt
en het product een pieptoon geeft wanneer de motor wordt gestart, schakel de motor dan uit.
11. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats.
Let op: Zodra de blokkering is verwijderd zal het product starten in de niet-verzamelstand. U moet zelf de verzamelstand selecteren. 106 368 - 006 - 10.11.2022Reinigen rondom de sensor voor een volle opvangbak Na vele bedrijfsuren kan zich gras ophopen rond de sensor voor een volle opvangbak. Als de bedieningsschakelaar van de vijzel niet vaststelt wanneer de opvangbak vol is, moet u het gebied rondom de sensor reinigen.
1. Open het deksel van de opvangbak.
2. Maak de klemmen van de afdekking aan de
binnenkant van de bovenkant van de opvangbak los.
3. Verwijder de afdekking van de bovenkant van de
4. Verwijder met uw hand of met een borstel het gras
rondom de sensor voor een volle opvangbak.
5. Plaats de afdekking terug. Plaats eerst het voorste
deel van de afdekking en duw vervolgens de afdekking naar beneden tot deze op zijn plaats vastklikt. Let op: Neem contact op met een servicemonteur als het probleem zich nog steeds voordoet wanneer de sensor voor een volle opvangbak schoon is. De kappen verwijderen Motorkap Kantel de opvangbak om toegang te krijgen tot de motorkap, verwijder de 3 schroeven en verwijder de kap. Voorste afdekking Maak de klem op de voorste afdekking los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal de afdekking eraf. De rechter zijkap verwijderen en monteren Verwijder de 4 schroeven en verwijder het deksel.
368 - 006 - 10.11.2022
107Rechter voetplaat Draai de knop op het pedaal voor achteruit rijden los en verwijder hem. Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat. Linker voetplaat Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat. Een defecte lamp vervangen
1. Verwijder de 2 schroeven uit het deksel en til het
3. Vervang de lamp en sluit de kabels aan op
de nieuwe lamp. Gebruik het type lamp zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 120
4. Monteer het deksel en draai de schroeven vast.
De stuurkabels inspecteren Na verloop van tijd kan de spanning van de stuurkabels afnemen. Hierdoor verandert de afstelling van de besturing. U moet de besturing als volgt inspecteren en afstellen:
1. De kabels hebben de juiste spanning wanneer u ze
met de hand 5 mm omhoog of omlaag in de groef op de stuurbeugel kunt bewegen.
2. Als de kabels te slap zijn gespannen, moet u ze door
een erkende servicewerkplaats laten afstellen. De parkeerrem controleren
1. Parkeer het product op een harde ondergrond die
maximaal 10° afloopt. Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
2. Trap het parkeerrempedaal in (1).
4. Als het product begint te bewegen, moet u de
parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
5. Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de
parkeerrem uit te schakelen. Het brandstoffilter vervangen
1. Kantel de opvangbak voor toegang tot het
2. Gebruik een platte tang om de slangklemmen van
het filter te verwijderen.
3. Trek het filter uit de slanguiteinden.
4. Druk het nieuwe filter in de slanguiteinden. Breng
vloeibaar afwasmiddel op de uiteinden van het filter aan om het aansluiten te vergemakkelijken.
5. Duw de slangklemmen tegen het filter.
Het luchtfilter reinigen en vervangen
1. Open de motorkap.
2. Draai de knoppen waarmee het filterdeksel is
bevestigd los en til het deksel eraf.
3. Til het luchtfilter op om het te verwijderen.
4. Tik het papieren filter tegen een hard oppervlak om
het te reinigen. Gebruik geen perslucht.
5. Als het papieren filter niet schoon wordt, dient het te
6. Bevestig het luchtfilter.
7. Bevestig het luchtfilterdeksel en draai de knoppen
vast. Een bougie controleren en vervangen
1093. Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
4. Controleer de bougie. Vervang de bougie als
de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
5. Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze
correct is. Zie Technische gegevens op pagina 120
6. Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te
7. Plaats de bougie terug en draai deze met de hand
totdat deze tegen de zitting aan zit.
8. Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de
ring wordt samengedrukt.
9. Draai een gebruikte bougie nogmaals ⅛ slag vast,
een nieuwe bougie nog ¼ slag extra. OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.
10. Bevestig de bougiedop.
OPGELET: Probeer de motor niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd. Een zekering vervangen
1. Neem de zijkap rechts weg. Zie
De rechter zijkap verwijderen en monteren op pagina 107
2. Vervang de doorgebrande zekering door een
nieuwe. Zie de afbeelding. (1) Contact, 15A. (2) Vijzelregeling, 7,5A. (3) Actuator, 30A. (4) 12V- aansluiting, 7,5A.
1. Kantel de stoel naar voren.
2. Verwijder de rubberen dop (1) van de solenoïde die
is aangesloten op de rode kabel van de accu.
3. Sluit de rode kabel (+) van de acculader aan op de
OPGELET: Zorg dat u de rode kabel van de acculader op de juiste solenoïde aansluit, om kortsluiting te voorkomen.
4. Sluit de zwarte kabel (-) van de acculader aan op
een verzinkt metalen onderdeel zoals getoond in de afbeelding (3). WAARSCHUWING: Bij gebruik van een onjuist type acculader kunnen de accu en de elektrische installatie beschadigd raken en kan letsel ontstaan. Gebruik alleen een lader zoals gespecificeerd door Husqvarna voor dit type accu (LiFePO
Let op: Als de accuspanning te laag is, schakelt de accu naar de beschermingsmodus. De acculader kan de accu niet detecteren en zal niet met laden beginnen. Als dit gebeurt, houdt u de reset-knop op de acculader 10 seconden ingedrukt totdat het laden begint. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding van de acculader.
6. Schakel de acculader uit en koppel hem los van de
accu wanneer de accu is opgeladen.
De bandenspanning van alle vier banden moet 150 kPa (1,5 bar/21,8 PSI) zijn. Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
4. Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren
in de vergrendelde stand om het maaidek omhoog te zetten.
5. Beweeg de bedieningshendel van de vijzel omlaag,
om de vijzel omhoog in de onderhoudsstand te zetten.
6. Maak de klem op de voorste afdekking los met het
hulpstuk aan de contactsleutel en haal de afdekking eraf.
7. Trek de veerhendel (1) naar rechts uit de veerhouder
om de spanning van de aandrijfriem te halen.
8. Houd de veerhendel met uw linkerhand vast en
neem met uw rechterhand de aandrijfriem eraf.
9. Plaats de aandrijfriem in de riemhouder (2).
10. Plaats de veerhendel in de veerhouder om te
voorkomen dat de veer omlaag valt.
11. Beweeg de beugel voor maaihoogteafstelling
omhoog en plaats hem in de houder. (3)
12. Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek
het maaidek naar voren tot de aanslag.
13. Til het maaidek op tot het verticaal staat en
een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand.
Het maaidek in de maaistand zetten
1. Houd de voorkant van het maaidek vast met uw
2. Maak de vergrendeling met uw rechterhand los.
3. Klap het maaidek omlaag en druk het naar binnen
tot de aanslag. OPGELET: De aandrijfriem kan bekneld raken onder het maaidek. Trek aan de lus in de aandrijfriem in de riemhouder alvorens u het maaidek naar binnen duwt.
4. Til de beugel voor maaihoogteafstelling uit diens
houder en plaats hem in de uitsparing (1).
5. Houd de veerhendel vast en til de aandrijfriem uit de
6. Breng de aandrijfriem rond de spanrol aan (2). Zorg
dat de aandrijfriem is gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding.
7. Plaats de veer in de veerhouder (3).
8. Trek de hendel om de vijzel in de onderhoudsstand
te zetten omhoog in de werkstand.
9. Bevestig de voorste afdekking.
10. Zet de maaihoogtehendel in een van de standen 1-8.
De bodemdruk van het maaidek controleren en afstellen Voor de beste maairesultaten is het belangrijk dat het maaidek de juiste druk op de ondergrond uitoefent.
1. Verifieer of de banden een spanning hebben van
150 kPa (1,5 bar / 21,8 psi).
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
3. Zet het maaidek omlaag naar de maaistand.
4. Plaats een personenweegschaal onder de voorste
rand van het maaidek.
368 - 006 - 10.11.20225. Plaats een blok tussen het frame en de weegschaal
om er zeker van te zijn dat de steunwielen geen gewicht dragen.
6. Om de bodemdruk af te stellen draait u aan de
stelschroeven achter beide voorwielen.
7. Draai de bouten rechts- of linksom totdat de
bodemdruk tussen 12 en 15 kg ligt (26.5-33 lb). Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
1. Verifieer of de banden een spanning hebben van
150 kPa (1,5 bar / 21,8 psi).
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
3. Zet het maaidek omlaag naar de maaistand.
4. Zet de maaihoogtehendel in de middelste stand.
5. Meet de afstand tussen de grond en de voorste
en achterste rand van het maaidek en zorg dat de achterste rand 4-6 mm (1/5 inch) hoger ligt dan de voorste rand. De uitlijning van het maaidek afstellen
1. Verwijder de voorste afdekking en de
2. Verwijder de schroeven waarmee de
in te korten. Maak de arm langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak de arm korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.
5. Draai de moeren op de hefarm na het afstellen vast.
6. Controleer de uitlijning. Zie
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 113
8. Bevestig de rechtervoetplaat en de voorste
113De messen inspecteren Zet het maaidek in de onderhoudsstand. Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen. Haal de bouten van de messen aan met 60 Nm, in de richting van de pijlen in de afbeelding. OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerd messen veroorzaken onbalans die het product kunnen beschadigen. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats. De messen vervangen OPGELET: De boutkoppen kunnen beschadigd raken als u ze in de verkeerde richting probeert los te draaien.
1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
2. Zet het blad vast met een houten blok.
3. Draai de bout van het mes los en verwijder de bout
samen met de sluitringen en het mes. Draai de bouten van de messen los, in de richting van de pijlen in de afbeelding.
4. Monteer het nieuwe mes met de schuine uiteinden in
de richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 120
5. Bevestig het mes met de sluitring en de bout en
draai de bout vast met een aanhaalmoment van 60 Nm. Het motoroliepeil controleren
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
schakel de motor uit.
6. Maak de peilstok los, trek hem eruit en lees het
7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de
Technische gegevens op pagina
voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor
start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie en het oliefilter vervangen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1–2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1–2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
1. Open de kunststof dop op het uiteinde van de
tappen, kunt u bijvoorbeeld een kunststof slang op het uiteinde van de olieaftapplug aanbrengen.
3. Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
4. Verwijder de peilstok.
5. Draai de olieaftapplug linksom en trek eraan om
7. Duw de olieaftapplug in en draai deze rechtsom om
8. Verwijder de kunststof slang en plaats de dop weer
op de olieaftapplug.
9. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.
10. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter
in met een beetje verse motorolie.
11. Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u
het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
12. Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in
Het motoroliepeil controleren op pagina 114
14. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op
die het nieuwe oliefilter opneemt. Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 119
Het transmissieoliepeil controleren
1. Verwijder de twee schroeven, één aan elke kant, en
til de transmissiekap eraf.
2. Zorg dat het oliepeil in de transmissieolietank tussen
de twee horizontale lijnen op de tank staat.
3. Vul motorolie bij als het oliepeil onder de onderste
lijn staat, maar vul nooit bij tot boven de bovenste lijn. Zie Technische gegevens op pagina 120 voor de aanbevolen olie voor RC 318T en RC 320Ts AWD. Voor de RC 320Ts AWD moet u een synthetische olie gebruiken. De riemspanner smeren De riemspanner moet regelmatig worden gesmeerd met een hoogwaardig smeervet op basis van molybdeen- disulfide.
1. Verwijder de 2 schroeven waarmee de
riemafscherming is bevestigd en til deze eraf.
2. Vul met een vetspuit de smeernippel aan de
rechterkant onder de onderste riemschijf totdat er vet naar buiten perst.
3. Bevestig de riemafscherming en draai de 2
schroeven vast. Probleemoplossing Probleemoplossingsschema Als u in deze handleiding geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met Husqvarna uw servicewerkplaats. 116 368 - 006 - 10.11.2022Probleem Oorzaak De startmotor laat de motor niet aanslaan De parkeerrem is niet ingeschakeld. Zie Veiligheidscircuit op pagina 92
De hefhendel voor het maaidek staat in de maaistand. Zie Veiligheidscircuit op pagina 92
De hoofdzekering is doorgebrand. Zie Een zekering vervangen op pagina 110
Het contactslot is defect. Slecht contact tussen de kabel en de accu. Zie Veiligheid bij accu's op pagina
De accu is te zwak. Zie De accu opladen op pagina 110
De startmotor is defect. De motor start niet wanneer de startmotor de motor laat aan- slaan Geen brandstof in de brandstoftank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 98
De bougie is defect. De ontstekingskabel is defect. Vuil in de carburateur of brandstofleiding. De motor loopt niet gelijkmatig De bougie is defect. De carburateur is verkeerd afgesteld. Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. Vuil in de carburateur of brandstofleiding. De motor produceert nauwelijks vermogen Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
De bougie is defect. Vuil in de carburateur of brandstofleiding. De gaskabel is verkeerd afgesteld. De transmissie levert niet genoeg vermogen De koelluchtinlaat of de koelflenzen van de transmissie zijn geblokkeerd. De ventilator van de transmissie is beschadigd. De koelventilator voor de hydraulische olie (alleen RC 320Ts AWD) is geblok- keerd. Zie De koeler voor hydraulische olie reinigen op pagina 106
De koelventilator voor de hydraulische olie (alleen RC 320Ts AWD) is bescha- digd. Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Zie Het transmissieo- liepeil controleren op pagina 116
De accu laadt niet De accu is defect. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 94
De beschermingsmodus van de accu is geactiveerd. Zie De accu opladen op pagina 110
Het product trilt De opvangbak is vol. De gebruiker heeft de aanduiding voor een volle opvang- bak genegeerd of de sensor voor een volle opvangbak bevindt zich in de ver- keerde positie. Zie Instellen van de sensor voor een volle opvangbak op pagina
Het product wordt gebruikt in lang, dik en/of nat gras in de niet-verzamelstand. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 102
De messen zitten los. Zie De messen inspecteren op pagina 114
Eén of meer messen zijn niet goed gebalanceerd. Zie De messen inspecteren op pagina 114
De vijzel is beschadigd. De motor zit los. Het maairesultaat is onvoldoende De messen zijn bot. Zie De messen vervangen op pagina 114
Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 102
Het maaidek zit scheef. Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 105
De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Zie Banden op de juiste spanning brengen op pagina 111
Het product rijdt met te hoge snelheid. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 102
Het motortoerental is te laag. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina
De aandrijfriem slipt. Vervoer, opslag en verwerking Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg. Het product veilig vastzetten op een aanhanger WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de aanhangwagen. Uitrusting: 2 goedgekeurde spanbanden en 4 wigvormige wielkeggen.
1. Schakel de parkeerrem in.
2. Bevestig de spanbanden rond het frame of de
achterkant van het onderstel.
3. Zet de spanbanden vast in de richting van de
achterkant en de voorkant van de aanhangwagen om het product in lengterichting te zekeren.
4. Plaats de wielkeggen voor en achter de
achterwielen. Het product slepen Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen. Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 98
118 368 - 006 - 10.11.2022Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina
. Werk eventuele lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- De accu opladen. Gebruik alleen de acculader gespecificeerd door Husqvarna voor dit type accu (LiFePO4).
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de as van de motor met de hand om de olie te verdelen en plaats de bougies terug.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
368 - 006 - 10.11.2022 119Technische gegevens
Technische gegevens RC 318T RC 320Ts AWD Afmetingen Lengte zonder maaidek, mm 2099 2072 Breedte zonder maaidek, mm 1032 1032 Lengte met maaidek, mm 2391 2391 Hoogte, mm 1284 1284 Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg 326 327 Wielbasis, mm 903 903 Spoorbreedte, voor, mm 860 860 Spoorbreedte, achter, mm 670 670 Bandenmaat 16×6,50×8 16×6,50×8 Bandenspanning, achter – voor, kPa/bar/PSI 150 / 1,5 / 21,8 150 / 1,5 / 21,8 Max. helling, graden ° 10 10 Motor Merk/Model Husqvarna / HV 635AE Husqvarna / HV 635AE Nominaal motorvermogen, kW
Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden. 120 368 - 006 - 10.11.2022RC 318T RC 320Ts AWD Model K66 AT K664M / KTM10T Olie, classificatie SF-CC SAE 10W/40 10W/30
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 98 98 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) 100 100 Geluidsniveaus
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A)
Gebruik Husqvarna SAE 10W-30-transmissieolie voor de beste prestaties. Als er geen Husqvarna-olie be- schikbaar is, gebruikt u 10W-30 STOU-olie. De nieuwe classificatie is API GL-4 standard.
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,2 dB (A).
Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s
Messen Meslengte linker en rechter mes, mm 510 555 Meslengte gecentreerd mes, mm 243 243 Artikelnummer mes links 590 74 94-10 597 71 47-10 Artikelnummer mes rechts 590 74 94-20 597 71 47-20 Artikelnummer gecentreerd mes 588 82 44-10 588 82 44-10 WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze handleiding. Service Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Garantie Garantie op transmissie Alleen van toepassing op RC 320Ts AWD. De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen werden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat een erkende dealer de rotatiesnelheid aanpassen, indien nodig, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem. Raadpleeg de tabel met waarden in het werkplaatshandboek. 122 368 - 006 - 10.11.2022Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN, tel.: +46 36 146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Zitmaaier Merk Husqvarna Type/model RC 318T, RC 320Ts AWD Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" en dat de volgende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn toegepast; EN ISO 12100:2010
EN ISO 14982:2009 EN IEC 63000:2018 Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå, Sweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 120
Notice-Facile