HUSQVARNA P 525D - Grasmaaier

P 525D - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis P 525D HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 212 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice HUSQVARNA P 525D - page 108
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL Slovenščina SL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : P 525D

Categorie : Grasmaaier

Technische kenmerken HUSQVARNA P 525D grasmaaier, dieselmotor, maaibreedte 132 cm, hydrostatische transmissie, vierwielaandrijving.
Motortype Dieselmotor, vermogen 24,8 pk.
Maai capaciteit Maaibreedte 132 cm, instelbare maaihoogte van 25 tot 75 mm.
Gebruik Ideaal voor grote oppervlakken, hellende terreinen en professionele groenvoorzieningen.
Onderhoud Regelmatige controle van het oliepeil, reiniging van het maaidek, slijpen van de messen.
Veiligheid Voorzien van een veiligheidssysteem dat de motor stopt wanneer de bestuurder de stoel verlaat.
Algemene informatie 2 jaar garantie, gewicht 550 kg, compacte afmetingen voor gemakkelijke opslag.

Veelgestelde vragen - P 525D HUSQVARNA

Hoe start ik de HUSQVARNA P 525D grasmaaier?
Om de grasmaaier te starten, zorg ervoor dat de veiligheidsschakelaar in de werkstand staat. Draai de contactsleutel naar de \"ON\" positie en druk op de startknop.
Wat te doen als de grasmaaier niet start?
Controleer eerst de accu en zorg dat deze is opgeladen. Controleer ook of de veiligheidsschakelaar correct staat en of de brandstoftank vol is.
Hoe stel ik de maaihoogte in?
De maaihoogte kan worden aangepast met de verstelhendel bij de voorwielen. Trek of duw de hendel om de gewenste hoogte te selecteren.
Welk motorolie type moet ik gebruiken voor de HUSQVARNA P 525D?
Gebruik 10W-30 of 10W-40 motorolie die voldoet aan API SJ of hogere normen voor de motor van de grasmaaier.
Hoe onderhoud ik de grasmaaier?
Regelmatig onderhoud is belangrijk. Maak het maaidek na elk gebruik schoon, controleer het oliepeil, vervang het luchtfilter elke 100 uur en slijp de messen minstens één keer per seizoen.
Wat te doen als de messen niet draaien?
Controleer of de motor goed draait. Zorg er ook voor dat de mesbedieningshendel in de \"ON\" positie staat en dat de riem niet versleten of gebroken is.
Hoe lang duurt het om de accu op te laden?
De oplaadtijd van de accu is ongeveer 8 uur voor een volledige lading. Zorg ervoor dat u de oplader loskoppelt zodra de accu volledig is opgeladen.
Hoe maak ik de luchtfilters schoon?
Verwijder het luchtfilter uit het motorcompartiment, tik het voorzichtig af om stof te verwijderen en reinig het met zeepsop. Zorg ervoor dat het volledig droog is voordat u het terugplaatst.
Wat is de brandstoftankinhoud?
De brandstoftank van de HUSQVARNA P 525D heeft een inhoud van 20 liter.
Waar kan ik reserveonderdelen vinden?
Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij erkende HUSQVARNA dealers of op de officiële HUSQVARNA website.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 525D - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 525D van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING P 525D HUSQVARNA

  • 107Inhoud Inleiding p. 108
  • Veiligheid p. 114
  • Montage p. 120
  • Werking p. 124
  • Onderhoud p. 131
  • Probleemoplossing p. 147
  • Vervoer, opslag en verwerking p. 149
  • Technische gegevens p. 152
  • Accessoires p. 158
  • Service p. 158
  • Garantie p. 158
  • EG verklaring van overeenstemming Inleiding Afleveringsinspectie en productnummers Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument. Contactinformatie servicewerk- plaats: Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: p. 159

Motor: Transmissie: Productbeschrijving De P 520D en P 525D zijn frontmaaiers. De krachtbron is een dieselmotor. Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid geleidelijk aanpassen. De producten hebben vierwielaandrijving (AWD) en worden gebruikt met combi-maaidekken met . De P 525D with cabin is een P 525D met een cabine. Gebruik Het product is gemaakt voor het maaien van gras op open en vlakke ondergrond in woonwijken en tuinen. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid. 108 740 - 005 - 13.04.2021Productoverzicht

1. Pedaal voor vooruitrijden

2. Snelheidsvergrendeling

3. Pedaal voor achteruitrijden

6. Hefhendel voor hydraulisch heffen

9. Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting

13. Omloopklep van achteras

14. ROPS (Roll Over Protective Structure,

kantelbeveiligingssysteem)

17. Omloopklep van vooras

18. Instrumentenpaneel

19. Temperatuurmeter voor koelvloeistof

2. De schakelaar voor de parkeerlichten

3. Schakelaar voor de dimlichten

4. Schakelaar voor de richtingaanwijzers

5. Indicator richtingaanwijzers

6. Schakelaar voor de alarmlichten

9. Luchtstroomafsteller voor de airconditioning

10. Reservoir voor ruitensproeiervloeistof

11. Bedieningspaneel rechts

12. Hefhendel voor hydraulisch heffen

16. Functietoets voor accessoires met extra

hydraulische functies

17. Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting

22. Bedieningspaneel in het dak van de cabine

23. Schakelaar voor het binnenlicht van de cabine

24. Schakelaar voor de ruitenwissers

25. Schakelaar voor de werklampen achter op de cabine

26. Schakelaar voor de waarschuwingslichten op de

32. Ontluchtingssteun

110 740 - 005 - 13.04.2021Overzicht van de zekeringen

Alleen voor P 525D with cabin.

12. Airconditioning, 10 A.

Alleen voor P 525D with cabin.

13. Werklampen achter, 10 A.

Alleen voor P 525D with cabin.

Alleen voor P 525D with cabin.

15. Werklampen vóór, 10 A.

Alleen voor P 525D with cabin.

Alleen voor P 525D en P 525D with cabin. Stroomcontact De spanning van het stroomcontact is 12 V. Het stroomcontact is beveiligd met een zekering, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 111

Zet het stroomcontact aan en uit met de aan/uit- schakelaar op het bedieningspaneel. Koplampen De schakelaar voor de koplampen bevindt zich op het stuurwielpaneel. Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt

740 - 005 - 13.04.2021 111om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de

pedalen worden losgelaten.

Vergrendeling pedaal voor vooruitrijden (P 525D, P 525D with cabin) De positie van het pedaal voor vooruitrijden kan worden vergrendeld met de vergrendeling voor het pedaal voor vooruitrijden. Het pedaal kan worden vergrendeld in transportstand (A) of werkstand (B). Zet de snelheidsvergrendeling in de positie (C) om de vergrendeling te ontgrendelen.

Hefhendel voor het hydraulisch heffen van het maaidek De hefhendel voor het hydraulisch heffen wordt gebruikt voor het heffen en neerlaten van het maaidek. De hydraulische lift gebruikt hydraulische druk en werkt alleen wanneer de motor draait.

  • Zet het maaidek in de neutrale positie (C).
  • Zet het maaidek in de transportstand (D).

Functietoets hydraulische accessoires De functietoets bevindt zich naast de hefhendel voor hydraulische functies. De functietoets werkt anders voor verschillende accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire. Maaidek De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip. BioClip maait het gras tot meststof. De Combi-maaidekken kunnen ook zonder BioClip worden gebruikt. Zonder BioClip wordt het gras naar achteren uitgeworpen. Cabineverwarming De P 525D with cabin heeft cabineverwarming om de temperatuur in de cabine te verhogen. De cabineverwarming kan ook worden gebruikt om vorst van de ruiten te verwijderen bij koud weer. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Onzorgvuldig of onjuist gebruik kan leiden tot ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. 112 740 - 005 - 13.04.2021Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait. Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt. Waarschuwing: draaiende riempoelie. Houd lichaamsdelen uit de buurt wanneer de motor draait. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt. Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Warm oppervlak. Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden. Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 118

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Risico van kantelen. Bedien het product zeer langzaam als er geen maaidek is aangebracht. Laat het product op volle snelheid werken wanneer een maaidek is aangebracht. Vooruit rijden. Neutraalstand. Achteruit rijden. Parkeerrem. Schakel de parkeerrem in. Zet de parkeerrem vrij. Hydrostatische vrijloop. Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Geluidsemissie naar de omgeving volgens de EG-richtlijn. De emissie van het product staat vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens" en op het label. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Stop de motor. Start de motor. Motortoerental – snel. Motortoerental – langzaam.

740 - 005 - 13.04.2021 113Brandstof.

De messen zijn ingeschakeld. De messen zijn uitgeschakeld. Oliepeil. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. 114 740 - 005 - 13.04.2021• Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
  • Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
  • Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
  • Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
  • Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
  • Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
  • Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.
  • Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
  • Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
  • Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
  • Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
  • Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
  • Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
  • Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
  • Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
  • Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
  • Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
  • Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
  • Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
  • Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
  • Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
  • Laat het product niet door kinderen bedienen.

740 - 005 - 13.04.2021

115Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
  • Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
  • Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
  • Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
  • Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Persoonlijke beschermingsmiddelen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
  • Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.
  • Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
  • Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
  • Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicewerkplaats.
  • Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn. Kantelbeveiligingssysteem (ROPS) De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u het product op hellingen bedient.

De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd. Het contactslot controleren

  • Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van het contactslot. Zie De motor starten op pagina 127

Motor uitschakelen op pagina 129

  • Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar START draait.
  • Controleer of de motor onmiddellijk uitschakelt wanneer u de contactsleutel naar OFF draait. De bedrijfsvoorwaarden controleren De bedrijfsvoorwaarden zijn als volgt:
  • De motor kan alleen worden gestart als de aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
  • De motor kan alleen worden gestart als de parkeerrem is ingeschakeld.
  • De aandrijving van de messen kan alleen werken als de bestuurder op de stoel zit. Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.

1. Probeer de motor te starten met de aandrijving van

de messen ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.

2. Probeer de motor te starten zonder dat de

parkeerrem is ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.

3. Start de motor, schakel de aandrijving op de messen

in en sta op uit de stoel. Als het goed is, stoppen de messen van het maaidek. Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren

1. Zorg dat de pedalen voor vooruit rijden en achteruit

rijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.

2. Laat het pedaal voor vooruit rijden los om de

machine te laten remmen.

3. Controleer of het product afremt wanneer u het

pedaal voor vooruit rijden loslaat.

4. Druk voor meer remkracht het pedaal voor achteruit

5. Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor

achteruit rijden. Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie De parkeerrem controleren op pagina 137

Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren

  • Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. Beschermkappen Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Aan/uit-schakelaars voor veiligheidssignalen - P 525D with cabin De aan/uit-schakelaars voor veiligheidssignalen zijn aangebracht op het paneel aan de linkerkant van het stuurwiel.
  • Richtingaanwijzers (D)

Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
  • Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
  • Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
  • Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
  • Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.
  • Start of stop niet op een helling.
  • Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
  • Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
  • Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
  • Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
  • Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.
  • Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
  • Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
  • Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
  • Breng wielverzwaarders of contragewichten aan om het product te stabiliseren. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Gebruik voor P 525D contragewichten, omdat voor AWD-producten geen wielverzwaarders kunnen worden gebruikt. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Vul de brandstoftank nooit binnen.
  • Diesel en dieseldampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met diesel om letsel of brand te voorkomen.
  • Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
  • Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
  • Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
  • Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
  • Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
  • Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon

740 - 005 - 13.04.2021doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof

kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.

  • Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
  • Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
  • Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
  • Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
  • Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
  • Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
  • Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
  • Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
  • Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
  • Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Transportveiligheid
  • Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
  • De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
  • De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
  • De motor is uitgeschakeld.
  • Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
  • De parkeerrem is ingeschakeld.
  • De contactsleutel is verwijderd.
  • Het maaidek is ontkoppeld.
  • De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 131
  • Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
  • Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
  • Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
  • De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
  • Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
  • Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
  • Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 152 voor het hoogst toegestane motortoerental.

740 - 005 - 13.04.2021

119• Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Montage Inleiding WAARSCHUWING: De spanveer van de aandrijfriem kan breken, wat tot letsel kan leiden. Draag een veiligheidsbril wanneer u het maaidek bevestigt of verwijdert. Lees de montage-instructies in de gebruikershandleiding aandachtig door. Een label aan de binnenzijde van de voorste afdekking van het product toont ook hoe het maaidek moet worden bevestigd en verwijderd. Het maaidek bevestigen Combi 132, Combi 155 Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.

2. Bedien het product voorzichtig vóór het maaidek.

3. Plaats de hefarmen in de verbinding van het

6. Breng de bouten (C) aan en bevestig de pennen (D)

7. Verwijder de twee schroeven en verwijder het

8. Trek de koppeling van de aandrijfas terug en

bevestig de aandrijfas aan de PTO. Let op: Zorg ervoor dat de pijl op het symbool naar het product wijst. 120 740 - 005 - 13.04.20219. Breng de achterste vergrendelketting aan rondom de hefbalk.

10. Bevestig de vergrendelketting aan de aandrijfas.

11. Trek de koppeling van de aandrijfas terug en

bevestig de aandrijfas aan de hoekoverbrengingsas van het maaidek.

12. Vouw de rubberen kap boven de askoppeling op.

13. Breng de vergrendelketting aan de voorzijde aan

14. Bevestig de vergrendelketting aan de aandrijfas.

15. Bevestig het onderhoudsluik en draai de schroeven

17. Beweeg de hefhendel naar achteren om het

maaidek omhoog te brengen. Hef het maaidek omhoog totdat de draaiwielen van het maaidek de grond niet meer raken.

19. Trek aan de veer (E) en bevestig deze aan de

hijsogen op het maaidek (F).

20. Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Zie

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 137

Het maaidek bevestigen Combi 132 X, Combi 155 X

1. Bevestig het maaidek. Zie

Het maaidek bevestigen Combi 132, Combi 155 op pagina 120

2. Plaats de hydraulische slangen van het maaidek

op het product. De flens en de inkeping moeten correct zijn uitgelijnd. Let op: De positie van de hydraulische slangen regelt de werking van de maaihoogtehendel. Wijzig de positie van de hydraulische slangen om de werking van de maaihoogtehendel te wijzigen. Het maaidek verwijderen

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

2. Maak voor Combi 132 X en Combi 155 X de

4. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.

1216. Trek aan de veer (A) en verwijder de hijsogen (B).

WAARSCHUWING: Zet de hefhendel niet in de maaistand (A). De hydraulische kracht kan ernstig letsel veroorzaken.

10. Verwijder de 2 schroeven en verwijder de

12. Trek de koppeling van de aandrijfas terug en

verwijder de aandrijfas van de astap.

13. Verwijder de vergrendelkettingen.

14. Verwijder de pennen (A) en de bouten (B) van de

De cabine bevestigen en verwijderen

1. Verwijder het portier van de cabine. Zie

De deur verwijderen en monteren op pagina 123

2. Verwijder het noodportier van de cabine, zie

nooddeur verwijderen en monteren op pagina 123

3. Verwijder de rubberen riemen en open de motorkap.

4. Koppel de accu los.

5. Verwijder de 3 schroeven en verwijder de zijkap.

6. Verwijder de 4 schroeven en verwijder de

8. Plaats de rubberen doorvoertule in de lege sleuf.

9. Plaats een doek onder de slangen voor de

740 - 005 - 13.04.2021Let op: Om lekkage van koelvloeistof te

voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de airconditioning is uitgeschakeld wanneer de slangen zijn losgekoppeld.

10. Koppel de koppelingen van de slangen voor de

airconditioning los.

11. Verwijder de 2 schroeven en de 2 ringen achter de

12. Verwijder de schroef en de ring achter de slangen

voor de airconditioning (B).

13. Verwijder de schroef en de ring aan de voorzijde van

14. Klap de stoel naar voren.

15. Haal 2 sjorbanden door het portier en de

16. Haal de sjorbanden door de cabine en draai de

18. Til de cabine voorzichtig in de sjorbanden met een

19. Til de cabine 10 cm boven het product.

OPGELET: Zorg ervoor dat de cabine boven de bouten wordt getild.

20. Beweeg de cabine voorzichtig naar voren.

21. Zet de cabine in de cabinesteun. Zie

Opslag van de cabine op pagina 151 Bevestig de cabine in omgekeerde volgorde. De deur verwijderen en monteren

1. Open de deur 90 graden.

2. Trek de gasveer naar buiten en maak de

kogelverbinding los.

3. Til de deur op om deze te verwijderen.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De nooddeur verwijderen en monteren

1. Open de vergrendelingshendel op de nooddeur.

2. Verwijder de scharnierpen.

3. Open de deur 90 graden.

4. Til de nooddeur omhoog om deze te verwijderen.

5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

740 - 005 - 13.04.2021

123Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen

  • Verwijder de twee pennen waarmee het kantelbeveiligingssysteem is bevestigd en kantel het systeem naar achteren om het uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in. WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel.
  • Gebruik de veiligheidsgordel niet als het kantelbeveiligingssysteem is uitgeschakeld.
  • Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld.
  • Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Diesel is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij (zie Brandstofveiligheid op pagina 118

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade. 124 740 - 005 - 13.04.2021• Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit.

  • Gebruik diesel met een minimaal cetaangetal van

45. Gebruik geen diesel met een RME-mengsel dat

meer dan 5% op minerale olie gebaseerde brandstoffen bevat. Let op: Als u het product gebruikt in een temperatuur onder 0 °C (+32 °F). Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer voor meer informatie over brandstof voor koud weer.

  • Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig.
  • Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 4 cm ruimte overblijft. De stoel afstellen WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
  • Druk op de hendel (A) onder de voorkant van de stoel om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel (B) naar de correcte positie.
  • Trek de hendel (C) naar links om de vering van de stoel aan te passen. Duw de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering (D).
  • Druk op de hendel (E) links van de stoel om de rugleuning aan te passen. Verplaats de rugleuning naar de correcte positie.
  • Draai de hendel (F) links van de rugleuning om de lendensteun aan te passen. Draai de hendel naar links voor meer steun.

De hydrostatische transmissie uitschakelen Om het product te verplaatsen terwijl de motor is uitgeschakeld, moet u de hydraulische circuits op de voorste en achterste transmissie openen. Dit wordt gedaan door de omloopkleppen in de transmissiemotoren te openen.

740 - 005 - 13.04.2021

125OPGELET: Het product heeft geen remmen wanneer de omloopkleppen open zijn. De omloopkleppen moeten gesloten zijn voordat u het product gebruikt. OPGELET: Sleep het product niet met hoge snelheid of over lange afstanden. Dit kan schade aan de transmissies veroorzaken. Achteras

  • Om de hydraulische druk af te laten, opent u de borgmoer (A) ¼-½ slag naar links en vervolgens de klepmoer (B) twee slagen naar links.
  • Om de hydraulische druk toe te passen, sluit u de klepmoer (B) volledig en draait u vervolgens de borgmoer (A) vast. Vooras
  • Om de hydraulische druk af te laten, opent u de borgmoer (A) ¼-½ slag naar links en vervolgens de klepmoer (B) twee slagen naar links.
  • Om de hydraulische druk toe te passen, sluit u de klepmoer (B) volledig en draait u vervolgens de borgmoer (A) vast. Het maaidek heffen

1. Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het

maaidek uit te schakelen.

2. Zet de hefhendel in de transportstand om het

maaidek op te heffen. Let op: U kunt het maaidek een beetje heffen met de aandrijving op de messen ingeschakeld. Gebruik deze functie voor zeer lang gras of ruwe oppervlakken. WAARSCHUWING: Het optillen van het maaidek terwijl de aandrijving is ingeschakeld kan tot gevolg hebben dat voorwerpen worden uitgeworpen, met ernstig letsel of de dood tot gevolg. Het maaidek omlaag brengen in de maaistand

1. Beweeg de hefhendel voor hydraulisch heffen naar

voren om het maaidek omlaag te brengen in de maaistand.

2. Trek de PTO-knop uit om de aandrijving op de

messen van het maaidek in te schakelen.

1. Laat de hydraulische druk af. Zie

De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 125

3. Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het

maaidek uit te schakelen.

4. Zet de gashendel in de middelste positie.

5. Draai de contactsleutel naar de neutrale positie (B).

Houd deze positie vast tot het indicatielampje op het stuurwielpaneel uitgaat.

6. Draai de contactsleutel naar de startstand (A).

7. Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel

meteen los naar de neutraalstand (B).

OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.

8. Zet de gashendel geleidelijk naar voren in de

9. Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas

voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.

10. Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand. Het product gebruiken

3. Druk een van de rijpedalen voorzichtig in. De

snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruit rijden en pedaal (B) voor achteruit rijden.

4. Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te

remmen, drukt u op het andere rijpedaal. Let op: Voor P 525D vergrendelt u de snelheid met de snelheidsvergrendeling. Zie Vergrendeling pedaal voor vooruitrijden (P 525D, P 525D with cabin) op pagina 112

5. Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de

messen op het maaidek in te schakelen.

740 - 005 - 13.04.2021

127De snelheidsvergrendeling bedienen De snelheidsvergrendeling kan met de voet wordeningesteld op maximale snelheid of lage snelheid.Gebruik maximale snelheid wanneer het maaidek in detransportstand staat. Gebruik lage snelheid wanneer hetmaaidek in de maaistand staat.

  • Duw de snelheidsvergrendeling naar de middelstestand (A) voor lage snelheid.• Duw de snelheidsvergrendeling volledig naar voren(B) voor maximale snelheid.• Duw de snelheidsvergrendeling volledig naarachteren (C) om de snelheidsvergrendeling uit teschakelen. De bodemdruk van de hydraulische hefarmen afstellen De hydraulische hefarmen hebben een gasveer diehelpt de bodemdruk vanaf het draaiwiel op het maaidekte verhogen of te verlagen.1. Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 121

2. Schakel de parkeerrem in.3. Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmennaar achteren om de hydraulische hefarmen volledigop te heffen.4. Draai de contactsleutel naar de STOP-stand.5. Om de bodemdruk te verhogen of te verlagen,verwijdert u de pen en de bout en beweegt u degasveer naar één van de standen.

a) Gebruik stand (A) voor de laagste bodemdruk.Stand (A) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneereen maaidek aan het product is bevestigd.b) Gebruik stand (B) of (C) voor een hogerebodemdruk.c) Gebruik stand (D) om de gasveer uit teschakelen. Stand (D) wordt bijvoorbeeld gebruiktwanneer een sneeuwschuif aan het product isbevestigd. De maaihoogte aanpassen - Combi 132 en Combi 155 1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.2. Schakel de parkeerrem in.3. Zet de hefhendel voor het maaidek in detransportstand.4. Stop de motor.5. Verwijder de knop voor de maaihoogte-instelling aande zijkant van het maaidek.6. Zet de knop voor de maaihoogte-instelling in eenvan de gaten op de afstelplaat. Let op: De maaihoogte wordt aangegeven met de cijfers 1-7. Zie de onderstaande tabel.7. Draai de knop voor de maaihoogte-instelling vast.8. Voer stap 5-7 uit aan de andere kant van hetmaaidek.9. Verwijder de borgpen op de hendel voor demaaihoogte-instelling in de linker bovenhoek van hetmaaidek.10. Duw de hendel voor de maaihoogte-instelling naarbeneden en trek horizontaal aan de hendel.

740 - 005 - 13.04.202111. Zet de hendel in het gat met hetzelfde nummer alsop de afstelplaat.

Let op: Zorg ervoor dat hetzelfde nummer is geselecteerd op alle 3 afstelpunten.12. Bevestig de borgpen op de instelhendel voor demaaihoogte.13. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie

uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 137

Nummer Maaihoogte, mm/inch1 30/1,22 40/1,63 52/24 64/2,55 76/2,36 93/3,77 112/4,4 De maaihoogte aanpassen - Combi 132 X en Combi 155 X 1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond2. Beweeg de hefhendel voor hydraulisch heffen naarvoren om het maaidek omlaag te brengen in demaaistand.3. Beweeg de maaihoogtehendel naar voren en naarachteren om de maaihoogte te verhogen. Let op: De geselecteerde maaihoogte wordtweergegeven met de cijfers 1-7 op het maaidek. Ziede onderstaande tabel4. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie

uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 137

NummerMaaihoogte, mm/inch1 30/1,22 40/1,6Nummer Maaihoogte, mm/inch3 52/24 64/2,55 76/2,36 93/3,77 112/4,4 De cabineverwarming gebruiken 1. Schakel de cabineverwarming in (A) en uit (B) metde klep op de slang aan de rechterzijde van hetpedaal voor vooruitrijden.

2. Draai de luchtstroomafsteller om de luchtstroom(0-3) in te stellen.3. Trek de circulatiehendel naar rechts (A) om deluchtcirculatieklep in te schakelen. Trek decirculatiehendel naar links (B) om deluchtcirculatieklep uit te schakelen.

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.2. Schakel de parkeerrem in.740 - 005 - 13.04.2021

1293. Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.

4. Trek de hendel voor hydraulisch heffen naar

achteren om het maaidek te heffen in de transportstand.

5. Zet de gashendel naar voren in de stand MIN.

6. Draai de contactsleutel naar de stand OFF (A).

De parkeerrem inschakelen en uitschakelen

1. Beweeg de parkeerremhendel volledig naar voren

om de parkeerrem in te schakelen.

2. Beweeg de parkeerremhendel volledig naar

achteren om de parkeerrem uit te schakelen. De voedingsaansluiting in- of uitschakelen

  • Druk op de aan/uit-schakelaar (A) op het rechter bedieningspaneel om de voedingsaansluiting (B) in of uit te schakelen. De spanning van de voedingsaansluiting is 12 V. De voedingsaansluiting is beveiligd met een zekering, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 111

Een goed maairesultaat verkrijgen

  • Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 131
  • Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
  • Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
  • Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (hoogst toegestane motortoerental, zie Technische gegevens op pagina 152 ). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.

740 - 005 - 13.04.2021• Maai het gras in een onregelmatig patroon. • Voor het beste maairesultaat maait u het gras

regelmatig en gebruikt u de BioClip-functie. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Onderhoudsschema

  • = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn niet opgenomen in deze bedieningshandleiding. X = Onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn opgenomen in deze bedieningshandleiding. O = Onderhoud uit te voeren door de servicewerkplaats. De instructies zijn niet opgenomen in deze bedieningshandleiding. Let op: Als er meer dan één tijdsinterval in de tabel staat vermeld, dan geldt de kortste interval uitsluitend voor de eerste onderhoudsbeurt. Onderhoud Elke dag Wekelijks Onderhoudsinterval in uren

Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn * Controleer op brandstof- of olielekkage * Reinigen zoals beschreven in Product reinigen op pagina 133

Reinig de binnenzijde van het maaidek, rondom de messen * * * Reinig het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek

Reinig rond de motor en de uitlaatdemper X Luchtfilter reinigen X X X Reinig de motor en de transmissie X Zorg dat de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is X X Zorg dat de koelluchtinlaat van de transmissie niet geblok- keerd is

Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn X X X Controleer het motoroliepeil X Controleer het oliepeil in de transmissieolietank X Controleer het oliepeil in de tank met hydraulische olie X Controleer of de hydraulische slangen en de hydraulische kop- pelingen schoon en onbeschadigd zijn

Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn

Controleer of de slangen voor het koelsysteem en de koppelin- gen schoon en onbeschadigd zijn

Controleer het koelvloeistofpeil X X X Inspecteer het maaidek op beschadigingen * Inspecteer de messen van het maaidek X X

740 - 005 - 13.04.2021 131Onderhoud

Elke dag Wekelijks Onderhoudsinterval in uren

Inspecteer de V-riem van het maaidek X X Controleer de spanning van de riemen en controleer of de rie- men niet versleten zijn

Controleer de parkeerrem X Stel de parkeerrem af * * Controleer de lampen, vervang defecte lampen X Smeer volgens het overzicht voor smering X X X Smeer de bladassen X Smeer de voorste en achterste lagers van de hefarmen X X Smeer de lagers van het zwenkwiel X Smeer de aandrijfas X X X Smeer de gaskabel X Smeer de spieën van de wielassen X Inspecteer de wielmoeren en stel deze af * * Zorg voor een juiste bandenspanning X X X Messen vervangen X X Ververs de motorolie

Vervang het oliefilter

Ververs de olie in de tandwieloverbrenging * Ververs de hydraulische olie * Vervang het hydrauliekoliefilter * Vervang het luchtfilter X Vervang het brandstoffilter X Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd X X Vervang de generatorriem * Vervang de PTO-riemen * Ververs de koelvloeistof * Controleer de accu X X X Controleer of de geluiddemper goed gemonteerd en niet be- schadigd is

Vervang de kussens van de motor en het tandwiel *

Ververs/vervang de eerste keer na 25 uur. Vervang elke 50 uur bij intensief gebruik of bij hoge omgevings- temperaturen. 132 740 - 005 - 13.04.2021Onderhoud Elke dag Wekelijks Onderhoudsinterval in uren

Controleer de snelheid van de voor- en achterwielen en stel ze

Controleer het oliepeil in de hoekoverbrenging X X Ververs de olie in de hoekoverbrenging * Ververs de olie in de transmissies * * Vervang het filter in de transmissie

Product reinigen OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. Reinig het product direct na gebruik.

  • Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
  • Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
  • Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
  • Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
  • Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
  • Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen. De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is. Koelluchtinlaat van motor reinigen
  • Zorg dat het koelluchtinlaatrooster niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachte borstel. De kappen verwijderen De motorkap openen

1. Verwijder de rubberen riemen aan beide zijden van

2. Open de motorkap naar achteren.

Ververs/vervang de eerste keer na 25 uur.

740 - 005 - 13.04.2021 133Let op: Verwijder de bouten bij de scharnieren

om de motorkap volledig te verwijderen. De rechter zijkap verwijderen

1. Verwijder de 3 schroeven en verwijder de zijkap.

Het onderhoudsluik verwijderen

1. Verwijder de 2 schroeven en verwijder het

onderhoudsluik. De afdekplaat verwijderen

1. Verwijder de 3 schroeven en verwijder de

afdekplaat. De transmissiekap verwijderen

1. Verwijder de 4 schroeven.

2. Til de transmissiekap op en verwijder deze.

Een defecte lamp vervangen

1. Verwijder de twee schroeven, één aan elke kant, en

2. Koppel de kabels los bij de aansluiting (A).

4. Duw de defecte lamp naar de binnenste

5. Til de buitenrand (C) van de lamp op om de lamp te

6. Vervang de defecte lamp. Gebruik het type lamp

zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 152

7. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

8. Sluit de kabels aan bij de aansluiting (A).

9. Monteer de kap en draai de twee schroeven vast.

Een lamp van dimlicht en grootlicht vervangen

1. Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule

is bevestigd en til deze eruit.

2. Maak de kabels van de defecte lamp los.

3. Druk op de veervergrendeling en verwijder de lamp.

4. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 152

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

6. Bevestig de lampmodule en draai de schroeven

vast. Een parkeerlamp vervangen

1. Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule

is bevestigd en til deze eruit.

2. Maak de kabels van de defecte lamp los.

3. Verwijder de lamp.

4. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 152

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

6. Bevestig de lampmodule en draai de schroeven

vast. Een richtingaanwijzerlamp vervangen

1. Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule

is bevestigd en til deze eruit.

1353. Draai de lamp naar links en verwijder deze.

4. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 152

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

6. Bevestig de lampmodule en draai de schroeven

vast. De werklampen aan de voorzijde vervangen

1. Maak de kabels van de defecte lamp los.

2. Draai de lamp naar links en verwijder deze.

3. Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie

Technische gegevens op pagina 152

4. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

De werklampen aan de achterzijde vervangen

1. Maak de kabel van de defecte lamp los.

2. Verwijder de schroef op de lampconnector.

3. Verwijder de lampconnector met de lamp bevestigd.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De achterlichten vervangen

1. Maak de kabels van de defecte lamp los.

2. Verwijder de 2 schroeven op de connector.

3. Verwijder de lampconnector met de lamp bevestigd.

4. Bevestig de nieuwe lampconnector. Zie

Technische gegevens op pagina 152

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

De waarschuwingslichten vervangen

740 - 005 - 13.04.20212. Verwijder de schroef op de connector.

3. Verwijder de lampconnector met de lamp bevestigd.

4. Bevestig de nieuwe lampconnector. Zie

Technische gegevens op pagina 152

5. Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

De parkeerrem controleren

1. Parkeer het product op een harde ondergrond die

afloopt. Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.

2. Duw de parkeerrem naar voren.

3. Als het product begint te bewegen, moet u de

parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.

4. Trek de parkeerrem naar achteren om de

parkeerrem uit te schakelen. Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd

2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

5. Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en

achterste rand van het maaidek. a) Combi 132 en Combi 155 moet worden gemeten op 2 gebieden. Zorg dat de achterkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant. b) Combi 132 X en Combi 155 X moet worden gemeten op 4 gebieden. Zorg dat de achterkant 6-9 mm (1/4 - 1/8 inch) hoger is dan de voorkant. De uitlijning van het maaidek afstellen

1. Draai aan de geleidingsstang om deze langer of

korter te maken. Maak de geleidingsstang langer om de achterkant van het voorblad omhoog te zetten. Maak de geleidingsstang korter om de achterkant van het voorblad omlaag te zetten.

2. Draai de moeren op de geleidingsstang vast.

3. Controleer de uitlijning. Zie

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 137

4. Bevestig de voorste afdekking.

740 - 005 - 13.04.2021

137De brandstoffilters vervangen Het papierfilter in het hoofdfilter vervangen

1. Open de motorkap om bij het brandstoffilter te

2. Draai het filterhuis een halve slag linksom en

3. Het papierfilter verwijderen

4. Plaats een nieuw papierfilter in het filterhuis.

5. Draai het filterhuis een halve slag rechtsom om het

filterhuis te bevestigen. Het luchtfilter reinigen en vervangen OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter niet is aangebracht.

1. Verwijder de motorkap.

2. Maak de twee knoppen los waarmee het

luchtfilterdeksel vastzit.

3. Verwijder het luchtfilterdeksel.

4. Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

5. Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een

6. Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een hard

oppervlak en blaas met perslucht op het binnenoppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd.

7. Verwijder het binnenste luchtfilterelement achter het

8. Tik het binnenste luchtfilterelement tegen een hard

oppervlak om het schoon te maken. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd. OPGELET: Gebruik geen perslucht om het binnenste luchtfilter te reinigen.

9. Plaats het binnenste luchtfilter en de

luchtfiltercartridge in hun oorspronkelijke posities in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.

740 - 005 - 13.04.202110. Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de

deeltjesvanger naar beneden wijst. Het inlaatfilter op de airconditioning reinigen en vervangen

1. Draai de 2 knoppen op de kap van het

ventilatorsysteem los en verwijder de kap.

2. Trek de filterhouder eruit.

3. Til het inlaatfilter eruit.

4. Maak het inlaatfilter voorzichtig schoon met een

5. Als het inlaatfilter niet schoon wordt, dient het te

6. Plaats het inlaatfilter in de filterhouder.

7. Bevestig de filterhouder en draai de knoppen vast.

Een zekering vervangen Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande verbinding.

1. Verwijder de kap om toegang te krijgen tot de

defecte zekering. a) Verwijder de motorkap voor het vervangen van de veiligheidszekering. De veiligheidszekering bevindt zich in een houder op de accu. b) Verwijder de motorkap voor het vervangen van de voedingszekering. De voedingszekering bevindt zich in de linker houder aan de voorzijde van de accu. c) Verwijder de rechter zijkap voor het vervangen van de zekering voor de voedingsaansluiting. De zekering voor de voedingsaansluiting bevindt zich onder de elektrische aansluitkast. d) Verwijder de motorkap voor het vervangen van de cabinezekeringen. De cabinezekeringen bevinden zich in de rechter houder aan de voorzijde van de accu.

740 - 005 - 13.04.2021 139e) Verwijder de kap van de servobehuizing voor het

vervangen van de zekeringen van de verkeerskit. Let op: Voor P 525D with cabin, verwijder de 4 schroeven op de luchtverdeler voor toegang tot de kap van de servobehuizing. Verwijder de luchtverdeler. f) Verwijder de kap in het cabinedak voor het vervangen van de zekeringen voor de lampen, de ruitenwisser en de ventilator.

2. Trek de zekering uit de houder.

3. Vervang de defecte zekering door een nieuwe

zekering van hetzelfde type. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 111

Let op: Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats. De accu opladen

  • Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
  • Gebruik een standaard acculader. OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
  • Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten. Noodstart van motor uitvoeren Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.

1. Verwijder de motorkap.

2. Verwijder de kap van het accuvak.

3. Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de

PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

4. Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op

de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B). WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.

5. Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de

MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).

6. Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op

een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.

7. Plaats de afdekkingen terug.

740 - 005 - 13.04.2021Startkabels verwijderen

Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.

1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.

2. Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig

3. Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.

Bandenspanning De juiste bandenspanning is 150 kPa (1.5 bar / 21.7 PSI) voor alle 4 de banden. Het maaidek in de onderhoudsstand zetten

1. Volg stap 1-13 in

Het maaidek verwijderen op pagina

2. Verwijder de servicebeugel van het maaidek.

3. Bevestig de servicebeugel aan het rode

bevestigingspunt onder de bodemplaat.

4. Trek aan de pen aan het andere uiteinde van de

servicebeugel. Bevestig de servicebeugel aan de rode markering op de dwarsbuis op het maaidek.

6. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.

7. Bevestig één uiteinde van de veiligheidsriemen rond

de pijp naast de stuurkolom.

8. Bevestig het andere uiteinde van de veiligheidsriem

rond de zwenkwielen van het maaidek.

Volg de instructies in de omgekeerde volgorde om het maaidek in de maaistand te plaatsen. De riem op het maaidek vervangen

1. Verwijder de 3 schroeven waarmee de riemkap is

2. Verwijder de riemafdekking.

3. Bevestig de servicebeugel aan de spanveer.

740 - 005 - 13.04.2021

1414. Druk op de servicebeugel en verwijder de riem.

5. Bevestig de riem rond de poelies zoals afgebeeld.

De PTO-riemen afstellen

1. Draai de borgmoer (A) los.

2. Draai de afstelschroef (B) vast tot de huls tegen de

framesteun (C) rust.

3. Houd de afstelschroef (B) vast en draai de borgmoer

De BioClip-plug verwijderen en aanbrengen

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Verwijder de 3 schroeven die de BioClip-plug op zijn

plaats houden en verwijder de plug.

3. Breng drie M8x15 mm schroeven aan in de

schroefopeningen voor de BioClip-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.

4. Zet het maaidek in de maaistand.

5. Bevestig de BioClip-plug in omgekeerde volgorde.

De messen inspecteren OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Controleer de messen visueel op beschadigingen en

of het nodig is om ze te slijpen.

3. Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment

van 80-84 Nm (8.15-8.56 kpm / 59-62 lbft) Nm. Messen vervangen

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Zet het mes vast met een houten blok (A).

740 - 005 - 13.04.20213. Draai de bout (B) van het mes los en verwijder de

bout samen met de sluitringen (C) en het mes (D).

4. Monteer het nieuwe mes met de schuine uiteinden in

de richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 152

5. Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de bout

vast met een aanhaalmoment van 80-84 Nm (8.15-8.56 kpm / 59-62 lbft) Nm. Het motoroliepeil controleren

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en

schakel de motor uit.

5. Plaats de peilstok in de opening van de peilstok. Zet

6. Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.

7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de

peilstok staan. Als het peil bijna bij de markering "ADD" staat, moet u olie bijvullen tot de markering "FULL".

8. Vul de olie langzaam bij via de opening van de

peilstok. Let op: Zie Technische gegevens op pagina 152 voor de aanbevolen motorolie. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.

9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start.

Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie en het oliefilter vervangen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.

1. Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de

linkerkant van de motor.

2. Verwijder de olieaftapplug.

3. Verwijder de peilstok.

4. Tap de olie af in de opvangbak.

5. Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.

6. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

7. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter

in met een beetje verse motorolie.

8. Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u het

filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.

9. Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in

Technische gegevens op pagina 152

10. Start de motor en laat deze gedurende drie minuten

11. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op

12. Controleer het oliepeil.

Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 151

740 - 005 - 13.04.2021 143Het transmissieoliepeil controleren

1. Gebruik de oliepeilstok om het oliepeil in de

transmissie af te lezen.

2. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de

3. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type

opgegeven in Technische gegevens op pagina 152

Het oliepeil in het hydraulische systeem controleren

1. Kantel de stoel naar voren.

2. Reinig het gebied rondom de oliedop met een droge

3. Verwijder de oliedop en controleer het peil van de

hydraulische olie. Het juiste oliepeil is 40-60 mm van de bovenkant van de zeef.

4. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type

opgegeven in Technische gegevens op pagina 152

Oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

2. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.

3. Plaats een schone metalen stang door de

olievulplug. De metalen stang moet minimaal 100 mm lang en maximaal 3 mm in diameter zijn.

4. Laat de metalen stang aan de onderkant van het

tandwielhuis zakken.

5. Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.

6. Meet het deel van de metalen stang waar olie op zit.

Er moet olie op 78-82 mm van de metalen staaf zitten.

7. Vul met hydraulische olie als het oliepeil minder dan

78 mm van de metalen stang is. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 152 voor aanbevolen olie. Olie vervangen in de hoekoverbrenging van het maaidek

1. Verwijder het maaidek. Zie

Het maaidek verwijderen op pagina 121

2. Zet het maaidek op de voorkant en tap de olie af via

3. Laat de olie in een container lopen.

4. Vul de motor met 80 ml nieuwe hydraulische olie

zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 152

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en

schakel de motor uit.

2. Open de koelvloeistofdop.

3. Kijk in de koelvloeistoftank.

740 - 005 - 13.04.20214. Vul de koelvloeistoftank als u de koelvloeistof niet

kunt zien via de opening van de koelvloeistoftank. Zie Technische gegevens op pagina 152

740 - 005 - 13.04.2021 145Beknopte handleiding voor onderhoud

First service after 25 hours X-Variants Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud Vervang het filter Ververs de olie Visuele inspectie of controle van het oliepeil Smeer de smeernippel met vet Smeer met motorolie Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem Vervang de aandrijfriem Smering, algemene informatie

  • Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
  • Gebruik motorolie bij het smeren met een oliekan.
  • Gebruik bij het smeren met vet een chassis- of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
  • Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
  • Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving 146 740 - 005 - 13.04.2021tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem. OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen. Probleemoplossing Probleemoplossing Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats. Probleem Oorzaak De startmotor laat de motor niet aan- slaan De parkeerrem is niet ingeschakeld. Zie De parkeerrem inschakelen en uit- schakelen op pagina 130

Lucht in het brandstofsysteem. De hoofdzekering is doorgebrand. Zie Een zekering vervangen op pagina

Het contactslot is defect. Slecht contact tussen de kabel en de accu. De accu is te zwak. Zie De accu opladen op pagina 140

De startmotor is defect. De PTO-knop is geactiveerd. De motor start niet wanneer de start- motor de motor laat aanslaan Geen brandstof in de brandstoftank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 124

Er is lucht in het brandstofsysteem. De ontstekingskabel is defect. De motor is defect. De motor loopt niet gelijkmatig Het brandstoffilter is verstopt. Zie De brandstoffilters vervangen op pagina

Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina

De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. De invoerdruk is te laag. De leiding van de verstuiver is los. De motor is defect. Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. De ontluchtklep is defect. De brandstofverstuiver is defect. De inspuitpomp is defect. De toevoerpomp is defect.

740 - 005 - 13.04.2021 147Probleem Oorzaak

De motor raakt oververhit De motor is overbelast. Het koelvloeistofpeil is te laag. Het motoroliepeil is te laag. De koelluchtinlaat of de koelvinnen zijn geblokkeerd. De airconditioning is defect. Het product geeft zwarte rook af De brandstofverstuiver is defect. Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina

De inspuitpomp is defect. Het product geeft blauwe rook af Het motoroliepeil is te hoog. De motor is defect. Het product geeft witte rook af De cilinder in de motor is defect. Het motoroliepeil is te hoog. De motor produceert nauwelijks ver- mogen Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina

Het brandstoffilter is verstopt. Zie De brandstoffilters vervangen op pagina

Er is lucht in het brandstofsysteem. De ontluchtklep is defect. De invoerdruk is te laag. De toevoerpomp is defect. De timing van de brandstofinspuitpomp is defect. De motor is defect. De transmissie levert niet genoeg vermogen De koelluchtinlaat of de koelvinnen van de transmissie zijn geblokkeerd. Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Zie Het transmis- sieoliepeil controleren op pagina 144

De accu laadt niet De accu is defect. Neem contact op met uw erkende Husqvarna-service- werkplaats. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. 148 740 - 005 - 13.04.2021Probleem Oorzaak Het product trilt De messen zitten los. Zie De messen inspecteren op pagina 142

Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Zie De messen inspec- teren op pagina 142

De motor zit los. De hoekoverbrenging is los. De hydraulische pomp is los. De motor is defect. De aandrijfas is defect. Het maairesultaat is onvoldoende De messen zijn bot. Zie De messen inspecteren op pagina 142

Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 130

Het maaidek zit scheef. Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 133

De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Zie Bandenspanning op pagina 141

De draaiende wielen hebben een andere bandenspanning aan de rechter- en linkerkant. Zie Technische gegevens op pagina 152

Het product rijdt met te hoge snelheid. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 130

Het motortoerental is te laag. Zie Technische gegevens op pagina 152

De aandrijfriem slipt. Vervoer, opslag en verwerking Transport

  • Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
  • Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
  • Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg. Het product veilig vastzetten op een aanhanger Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zie Veiligheid op pagina 114

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte. Uitrusting: 4 goedgekeurde sjorbanden en 4 wigvormige wielkeggen.

740 - 005 - 13.04.2021 1491. Plaats het product in het midden van de laadruimte.

WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het product onder de kap plaatst.

2. Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product

boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

3. Schakel de parkeerrem in.

4. Vergrendel het product met .

5. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.

6. Verwijder alle losse voorwerpen.

7. Plaats de eerste sjorband door het achterste frame

van de transmissie en bevestig de sjorband aan een van de haken op de transmissie.

8. Plaats de tweede sjorband door het achterste frame

van de transmissie en bevestig de sjorband aan de andere haak op de transmissie.

9. Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.

10. Maak de sjorbanden naar achteren vast om het

product vast te zetten op de laadruimte.

11. Bevestig de derde sjorband aan een van de

12. Bevestig de vierde sjorband aan het andere

13. Bevestig de sjorband aan de laadruimte.

14. Haal de sjorband aan in de richting van de voorkant

van de laadruimte om het product vast te zetten op de laadruimte.

15. Plaats de wielkeggen voor en achter de

achterwielen. Het product slepen Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen. Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 125

Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30

740 - 005 - 13.04.2021dagen. Kleverige deeltjes van de opgeslagen brandstof

kunnen een negatief effect hebben op de motorfunctie. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Risico op brand als brandstofdampen in de buurt van open vuur en vonken komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras en andere brandbare materialen van het product om het risico op brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.

  • Reinig het product, zie Product reinigen op pagina

. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.

  • Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
  • Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
  • Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
  • Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
  • Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de bougies weer aan.
  • Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
  • Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
  • Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Opslag van de cabine WAARSCHUWING: Verplaats de cabine voorzichtig. De cabine is zwaar en kan ernstig letsel veroorzaken. Zorg ervoor dat de cabine stabiel is tijdens opslag.
  • Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
  • Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
  • Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
  • Stal het product in een afgesloten ruimte uit de buurt van kinderen en andere onbevoegde personen.
  • Zet de cabine op de cabinesteun tijdens opslag. Zie Afmetingen cabinesteun op pagina 157
  • Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
  • Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
  • Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
  • Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
  • Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.

740 - 005 - 13.04.2021

151Technische gegevens Technische gegevens P 520D P 525D Afmetingen Zie Productafmetingen op pagina 155

14,7 17,8 Cilinderinhoud, cm

Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden.

Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-be- dieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit 152 740 - 005 - 13.04.2021P 520D P 525D Model KTM23 KTM23 Olie, klasse API SM, ACEA A3/B4 SAE 10W/50 Synthetic SAE 10W/50 Synthetic Oliecapaciteit voor, totaal, l 0,9 0,9 Oliecapaciteit achter, totaal, l 0,9 0,9 Max. hydraulische druk, bar/psi 275/3989 275/3989 Elektrisch systeem Type 12 V, negatief geaard 12 V, negatief geaard Accu 12V, 62Ah 12V, 62Ah Hoofdzekering, platte pen, A 125 125 Zekering voor voedingsaansluiting, platte pen, A 50 50 Lampen Koplamp Led, 2x12 V, 5 W Led, 2x12 V, 5 W Lampen op de cabine Dimlichten - H7 Parkeerlichten - W5W Lamp richtingaanwijzer - PY21W Werklampen vóór - H9 Werklampen achter - H9 Achterlichten - LED-lampjes Waarschuwingslamp - LED-lampjes Maaidek Type Combi 132 Combi 132 Combi 155 Combi 155 Combi 132 X Combi 132 X Combi 155 X Combi 155 X Geluidsemissies

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.

P 520D P 525D Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) Combi 132 88 88 Combi 155 90 90 Combi 132 X 88 88 Combi 155 X 89 89 Trillingsniveau

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.

Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,2 dB (A).

Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typi- sche statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s

(stoel). 154 740 - 005 - 13.04.2021WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding. Productafmetingen

Afmetingen voor de cabinesteun, mm A 50 D 800 G 22,5 K 515 B 100 E 880 H 15 Ø (x4) L 89

740 - 005 - 13.04.2021 157C 755 F 844 J 96 M 700

Accessoires Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies. Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Garantie Garantie op transmissie De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen worden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat de rotatiesnelheid indien nodig aanpassen bij een erkende servicewerkplaats, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem. 158 740 - 005 - 13.04.2021EG verklaring van overeenstemming EG-conformiteitsverklaring Husqvarna AB, SE–561 82 Huskvarna, Zweden, tel.: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de zitmaaier Husqvarna P 520D en P 525D met serienummers van 2015 en later (het jaartal staat duidelijk op het typeplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer), voldoen aan de vereisten van de volgende EU- richtlijnen:

  • van 17 mei 2006 "met betrekking tot machines" 2006/42/EG
  • van 26 februari 2014 "met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit" 2014/30/EU
  • van 8 mei 2000 "met betrekking tot geluidsemissies in het milieu” 2000/14/EG Informatie over geluidsemissies en de maaibreedte, zie Technische gegevens. De volgende geharmoniseerde normen zijn van toepassing: EN ISO 12100, EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-3 Tenzij anders vermeld, betreft het de meest recente versies van de hierboven genoemde normen. Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala heeft rapporten opgesteld inzake de beoordeling van de overeenstemming met bijlage VI van Richtlijn 2000/14/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende "de geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis". Het certificaat heeft de nummers: 01/901/244, 01/901/243 Huskvarna, 2018-08-20 Claes Losdal, Development Manager/Garden Products (gemachtigde vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie.)