Eco Control Audio 500 - Babyfoons NUK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Eco Control Audio 500 NUK in PDF-formaat.

📄 122 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice NUK Eco Control Audio 500 - page 53
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NUK

Model : Eco Control Audio 500

Categorie : Babyfoons

Technische kenmerken Audio monitor met een bereik tot 300 meter, 2,4 GHz frequentie, oplaadbare batterij, geluidsniveaubeheerder.
Gebruik Eenvoudig te gebruiken met één knop voor aan- en uitzetten, volumeregeling en slaapstandfunctie.
Onderhoud en reparatie Reinig met een zachte doek, vermijd vocht, controleer regelmatig de batterijstatus.
Veiligheid Voldoet aan Europese veiligheidsnormen, BPA-vrij, aanbevolen voor gebruik vanaf de geboorte.
Algemene informatie Lichtgewicht, compact ontwerp, compatibel met NUK-accessoires, 2 jaar garantie.

Veelgestelde vragen - Eco Control Audio 500 NUK

Hoe kan ik het volume van de NUK Eco Control Audio 500 aanpassen?
Gebruik de volumeknop op het ouderunit om het volume aan te passen. Draai de knop met de klok mee om het volume te verhogen en tegen de klok in om het te verlagen.
Waarom vangt de monitor het geluid van mijn baby niet op?
Zorg ervoor dat het babyunit correct is aangesloten en ingeschakeld. Controleer ook of het ouderunit binnen het bereik van het babyunit is. Als het probleem aanhoudt, probeer dan beide units te resetten.
Hoe kan ik de zendfrequentie wijzigen?
Om de zendfrequentie te wijzigen, ga je naar het instellingenmenu op het ouderunit en selecteer je een andere frequentie. Zorg ervoor dat beide units op dezelfde frequentie staan voor een correcte communicatie.
De monitor maakt achtergrondgeluid, wat moet ik doen?
Achtergrondgeluid kan worden veroorzaakt door interferentie van andere elektronische apparaten. Probeer de units verder van andere apparaten te plaatsen of wijzig de zendfrequentie om interferentie te verminderen.
Hoe weet ik of de monitor wordt opgeladen?
Het ouderunit heeft een LED-indicator die rood oplicht tijdens het opladen en groen wordt zodra het volledig is opgeladen.
Wat moet ik doen als het ouderunit niet aangaat?
Controleer of het ouderunit goed is opgeladen. Als het nog steeds niet aangaat, probeer het dan rechtstreeks op een stopcontact aan te sluiten met de originele oplader. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.
De monitor activeert niet wanneer mijn baby huilt, wat moet ik doen?
Controleer het gevoeligheidsniveau van de microfoon op het babyunit. Het kan te laag zijn ingesteld. Verhoog de gevoeligheid om ervoor te zorgen dat het ook zachtere geluiden opvangt.
Kan ik de monitor buiten gebruiken?
De NUK Eco Control Audio 500 is voornamelijk ontworpen voor binnenshuis gebruik. Als je het buiten moet gebruiken, zorg er dan voor dat je binnen het zendbereik blijft en vermijd obstakels die het signaal kunnen blokkeren.
Hoe maak ik de monitor schoon?
Gebruik een zachte, vochtige doek om de buitenkant van de monitor schoon te maken. Vermijd het gebruik van agressieve chemicaliën of het onderdompelen van de units in water.
Heeft de monitor garantie?
Ja, de NUK Eco Control Audio 500 wordt doorgaans geleverd met een beperkte garantie. Controleer de garantiedetails in de gebruikershandleiding of op de website van de fabrikant.

Download de handleiding voor uw Babyfoons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Eco Control Audio 500 - NUK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Eco Control Audio 500 van het merk NUK.

GEBRUIKSAANWIJZING Eco Control Audio 500 NUK

1. Beschrijving van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51

4.3 Baby-eenheid en oudereenheid met elkaar verbinden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56

6.3 Overdrachtsgevoeligheid van de VOX-functie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59

7. Reiniging en onderhoud van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61

1. Beschrijving van het apparaat

Met deze babyfoon Eco Control Audio 500 kunt u uw baby of kleine kinderen in de kinderkamer bewaken. Hij kan ook worden gebruikt voor de geluidsbewaking van senioren. Dit apparaat is allen bestemd voor droge omgevingen. Voor de werking in vochtige ruimtes of bij nat weer in de open lucht is dit apparaat niet geschikt. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in privé huishoudens. Het is niet bedoeld voor commercieel gebruik. Dit apparaat is alleen bestemd als hulpmiddel. Het vervangt in geen geval de lichamelijk aanwezigheid en bewaking door ouders, babysitter of begeleider.

1.2 Functiebeschrijving

De baby-eenheid 1 wordt in de ruimte geplaatst, die u wilt bewaken. Hij registreert de geluiden en zendt deze snoerloos aan de oudereenheid 8. De oudereenheid 8 beschikt over een ingebouwde accu zodat u deze steeds in het zicht kunt opstellen. De accu wordt geladen met behulp van de meegeleverde voedingseenheid. De reikwijdte tussen de baby-eenheid en de oudereenheid bedraagt ca. 40 m binnenshuis en tot 250 m buiten (in het open veld). Het ontvangstbereik van de babyfoon verandert afhankelijk van de omgeving. Dikke muren of metaal kunnen de reikwijdte reduceren. De babyfoon beschikt over een Eco-Mode waarbij de zender (baby-eenheid) automatisch in de stand-by-modus wordt geschakeld zodra uw baby rustig slaapt. Hij schakelt, afhankelijk van de ingestelde gevoeligheid, pas weer in wanneer uw baby geluiden maakt of begint te huilen. Wanneer u alle geluiden uit de babykamer wilt horen, kunt u de overdrachts- gevoeligheid van de VOX-functie met de toets VOX 17 op maximum instellen (=stand 5). Op deze stand blijft de baby- eenheid continu ingeschakeld (zie „6.3 Overdrachtsgevoeligheid van de VOX- functie instellen“ op pagina 59). Wanneer u geen enkel geluid wilt horen kunt u via de toets Vol - 11 het volume op mute zetten. In dit geval ziet u alleen via de led- indicatie 16 wanneer uw baby geluiden maakt. Wanneer de Eco-Mode geactiveerd is, wordt de hoogfrequente straling in de kinderkamer tot een minimum gereduceerd. De baby-eenheid zendt dan uitsluitend iedere 30 seconden een kort signaal aan de oudereenheid om de verbinding te controleren. Wanneer de oudereenheid zich buiten de reikwijdte bevindt, worden de ouders daarop gewezen door een geluidssignaal. Meer over de Eco-Mode vindt u in "4.5Eco- Mode" op pagina57 en in "6.3Overdrachtsgevoeligheid van de VOX- functie instellen" op pagina59.

De babyfoon werkt op een frequentie van 2,4 GHz. Dit apparaat mag in alle landen van de EU worden gebruikt. In Rusland en de Oekraïne moeten de landspecifieke beperkingen in acht worden genomen.

1.4 Omvang van de levering

  • Babyfoon: – 1 baby-eenheid (voor de kinderkamer) – 1 voedingseenheid voor de baby-eenheid –1 oudereenheid – 1 voedingseenheid voor de oudereenheid – 1 lipo-accu 3,7 V, 1200 mAh
  • 1 gebruiksaanwijzing

2. Veiligheidsaanwijzingen

2.1 Algemene aanwijzingen

  • Lees voor het gebruik deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Deze is een bestanddeel van het apparaat en moet te allen tijde beschikbaar zijn.
  • Gebruik het apparaat en zijn accessoires zo verklaart in de deel 1.1 "Toepassingsdoel".
  • Gebruik alleen de accessoires die werden meegeleverd of die uitdrukkelijk in deze gebruiksaanwijzing werden toegestaan.
  • Voor ieder gebruik moet u controleren of het apparaat correct functioneert. Naast de controle van de reikwijdte en de verbinding, wordt aanbevolen om de verbinding op geluid te controleren wanneer het in gebruik is.
  • De apparaten mogen uitsluitend worden gebruikt voor de overdracht van geluid in uw privé-omgeving. Iedere persoon in de ruimte die kan worden afgeluisterd moet over het gebruik van het apparaat worden geïnformeerd.
  • Let erop dat een overdracht altijd afhankelijk is van de omgeving. Elektronische apparaten, isolaties. wanden, natheid of bomen kunnen de ontvangst aanzienlijk storen.

2.2 Bescherming tegen

elektrische schok Waarschuwing! De volgende veiligheidsaanwijzingen moeten u beschermen tegen een elektrische schok:

  • Voer geen reparatiepogingen uit. De delen mogen alleen door gekwalificeerd vakpersoneel worden geopend.
  • Het apparaat mag niet in beschadigde toestand worden gebruikt.
  • Wanneer u op reis bent, let er dan steeds op dat de beschikbare spanning in overeenstemming is met de technische gegevens.

2.3 Voor de veiligheid van uw

kind Waarschuwing! Kinderen herkennen de gevaren niet die door het gebruik van het apparaat kunnen ontstaan. Daarom moeten kinderen op afstand van deze apparaten worden gehouden.

  • Let erop dat het apparaat en de accessoires zich buiten de reikwijdte van de baby bevinden. De afstand tussen baby en apparaat/accessoires moet minstens 1 m bedragen.
  • Kinderen kunnen gevaren vaak niet correct inschatten en daardoor letsel oplopen. Neem daarom het volgende in acht: – Dit apparaat is niet bedoeld voor het gebruik door personen (ook kinderen) met een fysieke, sensorische of geestelijke handicap of zonder voldoende ervaring en/of kennis, behalve wanneer ze door een persoon worden begeleid die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of wanneer zij in het gebruik van het apparaat werden geïnstrueerd. – Kinderen moet onder toezicht worden gehouden opdat ze niet met het apparaat kunnen spelen. – Let erop dat de verpakkingsfolie niet tot een dodelijke valstrik voor kinderen wordt. Er dreig gevaar voor verstikking. Verpakkingsfolie is geen speelgoed. – Om wurgen te voorkomen moet het netsnoer zich steeds buiten de reikwijdte van de baby bevinden.
  • Gebruik het apparaat alleen voor uw aanvullende veiligheid. Het apparaat kan nooit als vervanging voor een menselijke toezichthouder dienen.53

2.4 Bescherming tegen letsel

Waarschuwing! Neem de volgende aanwijzingen in acht, om letsel te voorkomen.

  • Let erop dat er niemand over de kabels van de voedingseenheid kan struikelen of vallen.

2.5 Materiële schade

Voorzichtig! Neem de volgende voorschriften in acht om materiële schade te voorkomen:

  • Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht of grote hitte, omdat de UV- straling en oververhitting ertoe kan leiden dat het kunststof bros wordt en de elektronica beschadigd zou kunnen worden.
  • In de nabijheid van het apparaat mogen geen warmtebronnen aanwezig zijn en het apparaat mag ook niet worden afgedekt om oververhitting te voorkomen.
  • Gebruik het apparaat nooit in vochtige of natte omgeving.
  • Gebruik het apparaat niet in een stoffige omgeving. Dit kan de levensduur verkorten.
  • Gebruik nooit scherpe of schurende reinigingsmiddelen omdat het apparaat daardoor beschadigd zou kunnen worden.
  • Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt schakel het dan steeds uit met de Aan/ Uit-toets.

2.6 Omgang met lipo-accu's

Waarschuwing! Om eventuele gevaren te vermijden, die persoonlijk letsel of materiaalschade kunnen veroorzaken, neemt u de volgende aanwijzingen in acht:

  • Vermijd kortsluitingen. De polen van de accu's mogen niet met metalen voorwerpen in aanraking komen, omdat dit een kortsluiting tot gevolg kan hebben. Een kortsluiting kan leiden tot een oververhitting van de accu en dientengevolge tot het uitlopen van elektrolyt, explosiegevaar of de vorming van vlammen. Wanneer er elektrolyt is uitgelopen, vermijd dan contact met de huid, ogen en slijmvliezen om letsel te voorkomen. Spoel bij huidcontact met elektrolyt de desbetreffende plaatsen direct met veel schoon water en consulteer onmiddellijk een arts.
  • De ingebouwde accu mag alleen door een originele reserveaccu worden vervangen. Indien deze defect is, neem dan contact op met een serviceadres (zie „Contact addresses NUK“ op pagina115).
  • Om explosiegevaar te voorkomen, mogen accu's niet worden verhit of door verbranden worden verwijderd.
  • Probeer nooit de accu te openen, de contacten te verbuigen op los te trekken. Gooi de accu niet op de bodem en sla er geen spijker in. Een beschadiging kan leiden tot een interne kortsluiting en dientengevolge tot het uitlopen van elektrolyt, explosiegevaar of de vorming van vlammen.
  • Gebruik uitsluitend de meegeleverde voedingseenheid voor het laden van de accu. Een "verkeerde" voedingseenheid zou tot te vol laden van de accu kunnen leiden waardoor deze kan oververhitten en exploderen.
  • Lipo-accu's mogen alleen op vuurvaste, niet brandbare ondergronden worden geladen of bewaard.54
  • Lipo-accu's mogen alleen onder toezicht worden geladen om in geval van storing tijdig te kunnen ingrijpen.
  • Lipo-accu's bevatten giftige substanties. Let daarom op de afvalverwijderings- voorschriften in "10.3Accu" op pagina64.

3. Bestanddelen van de babyfoon

1 Baby-eenheid 2 Luidspreker 3 Bus voor voedingseenheid 4 Microfoon 5 Aan/Uit-toets: – kort indrukken: inschakelen – lang indrukken: uitschakelen 6 Power LED – brandt groen wanneer de baby- eenheid is ingeschakeld 7 VOX LED – brandt groen wanneer er een verbinding met de oudereenheid is gemaakt; – schakelt uit wanneer de verbinding tot de oudereenheid is onderbroken. 8 Oudereenheid 9 Accu-afdekking 10 Toets Vol +: – Volume verhogen 11 Toets Vol -: – Volume verlagen – Mute-schakelen bij de geringste stand. Geluiden worden alleen nog door de indicatie-leds 16 weergegeven. 12 Luidspreker 13 Verbindingsindicatie – brandt groen wanneer er een verbinding tussen beide apparaten bestaat; – knippert groen: wanneer er een verbinding bestaat maar de Eco-Mode geactiveerd is; – brandt rood: wanneer er geen verbinding tussen beide apparaten bestaat. 14 Aan/Uit-toets 15 Indicatie stroomvoorziening POWER – brandt groen: apparaat is ingeschakeld en de accu is vol; – knippert groen: accu wordt geladen; – brandt rood en 1 pieptoon ieder 60 seconden: waarschuwing lege accu. Binnen ca. 15 - 20 minuten schakelt de oudereenheid automatisch uit. 16 Indicatie leds – geeft het geluidsniveau in de kinderkamer aan. Hoe meer leds branden, des te luider zijn de geluiden; – toont bij het wijzigen van het volume de verschillende standen. Hoe meer leds branden, des te luider is de overdracht via de luidspreker; – toont bij het wijzigen van de VOX- sensibiliteit de verschillende standen. Hoe meer leds knipperen, des te sneller reageert het apparaat op geluiden. Bij 5 brandende leds wordt in permanente overdracht omgeschakeld. 17 Toets VOX – kort indrukken en met Vol +/- de overdrachtsgevoeligheid instellen 18 Toets TALK: – door ingedrukt houden van de toets wordt de functie "met de baby spreken" geactiveerd; – als de baby-eenheid zich in de Eco- Mode bevindt, wordt de Talk-Back functie geblokkeerd en wordt dit door twee geluidssignalen weergegeven. 19 Bus voor voedingseenheid 20 Microfoon55

3.1 Kort overzicht van de meldingen

4. Apparaat in gebruik nemen

Opmerking: Maak altijd eerst de kabelverbindingen voordat u de voedingseenheid in het stopcontact steekt.

4.1 Oudereenheid aansluiten

De oudereenheid wordt door de meegeleverde lipo-accu van stroom voorzien. Deze accu kan met de meegeleverde voedingseenheid worden geladen. Voorzichtig! Om een storing te voorkomen, installeert u eerst de accu in de oudereenheid en verbindt u pas daarna de voedingseenheid met de oudereenheid.

1. Verwijder de accu-afdekking 9 aan de

achterzijde van de oudereenheid 8, door deze omlaag te schuiven. Baby-eenheid Lamp Indicatie Betekenis Power-LED 6 groen Baby-eenheid is ingeschakeld VOX LED 7 groen Verbinding ok (zonder Eco-Mode) uit Verbinding ok (in de Eco-Mode) Verbinding onderbroken Oudereenheid Lamp Indicatie Betekenis Verbindings- indicatie 13 groen Verbinding ok (zonder Eco-Mode) knippert groen Verbinding ok (in de Eco-Mode) knippert rood 1 pieptoon iedere 30 s Verbinding onderbroken Power-LED 15 groen Oudereenheid is ingeschakeld, accu is vol brandt rood 1 pieptoon iedere 60 s waarschuwing lege accu. Oudereenheid schakelt binnen 15 min. automatisch uit. knippert groen Accu wordt geladen Indicatie leds 16

1 - 5 leds knipperen Instelling VOX-sensibiliteit. Hoe meer

leds knipperen, des te gevoeliger reageert het apparaat op geluiden. Bij 5 brandende leds wordt in permanente overdracht omgeschakeld.

Instelling volume. Hoe meer leds branden, des te luider is de overdracht via de luidspreker.

1 - 5 leds branden Indicatie volume van de babygeluiden.

Hoe meer leds branden, des te luider zijn de geluiden in de babykamer. geen 1 pieptoon "Met de baby spreken" (Talk-Back) geen dubbele pieptoon "Met de baby spreken" (Talk-Back) tijdens geactiveerde Eco-Mode56

2. Plaats de accu volgens de markeringen

in het accuvak. Let daarbij absoluut op de juiste polariteit (+ en -).

4. Steek de kleine stekker van de

voedingseenheid in de bus voor de voedingseenheid 19 van de oudereenheid.

5. Steek de voedingseenheid in een

stopcontact dat overeenkomt met de technische gegevens (zie „9. Technische gegevens“ op pagina 63).

6. Laad de oudereenheid bij de eerste keer

continu gedurende 10 uur op, om de volledige capaciteit van de accu te activeren. Voor alle aansluitende opladingen van de accu is nog slechts 5 uur nodig. Het opladen kan ook tijdens de werking worden uitgevoerd. De led POWER 15 geeft het laadproces aan: – knippert groen: accu wordt geladen; – brandt groen: accu is vol; – brandt rood en 1 pieptoon ieder 60 seconden: waarschuwing lege accu. Binnen ca. 15 - 20 minuten schakelt de oudereenheid automatisch uit.

4.2 Baby-eenheid aansluiten

Opmerking: Installeer de baby-eenheid 1 pas wanneer de accu van de oudereenheid 8 volledig is geladen.

1. Plaats de baby-eenheid zodanig 1 in de

babykamer dat de baby deze niet kan bereiken. Optimaal is een afstand tussen baby- eenheid en baby van 1 - 2 m.

2. Steek de stekker van de

voedingseenheid in de bus 3 van de baby-eenheid 1.

3. Steek de voedingseenheid in een

stopcontact dat overeenkomt met de technische gegevens (zie „9. Technische gegevens“ op pagina 63).

oudereenheid met elkaar verbinden In het algemeen schakelt de baby-eenheid automatisch in zodra de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Als dit niet het geval is:

1. Schakel de baby-eenheid 1 op de Aan/

Uit-toets 5 in. Houd daartoe de Aan/Uit- toets kort ingedrukt, tot de power led 6 brandt.

2. Schakel de oudereenheid 8 op de Aan/

Uit-toets 14 in. Houd daartoe de Aan/Uit- toets kort ingedrukt, tot de led 15 permanent groen brandt. De verbinding wordt automatisch gemaakt. Tijdens het maken van de verbinding brandt de verbindingsindicatie 13 rood. Zodra de verbinding is gemaakt brandt zowel op de oudereenheid de verbindingsindicatie 13 als ook bij de baby-eenheid de VOX LED 7 groen. Als de verbindingsindicatie 13 groen begint te knipperen, betekent dit, dat er weliswaar een verbinding tussen de oudereenheid en de baby-eenheid bestaat, maar dat uw baby slaapt en daarom de Eco-Mode automatisch werd geactiveerd om de hoogfrequente straling in de kinderkamer te reduceren en energie te sparen. Als de verbinding oudereenheid-baby- eenheid wordt onderbroken, proberen de apparaten automatisch een nieuwe verbinding te maken. Indien er binnen 30 seconden geen nieuwe verbinding tot stand komt, klinkt er bij de oudereenheid 8 in regelmatige afstanden een pieptoon en de verbindingsindicatie 13 brandt rood. Eventueel moet u de standplaats van de oudereenheid veranderen om een nieuwe verbinding te kunnen opbouwen.

3. Kijk eerst naar uw baby of alles in orde is.57

4. Probeer dan een nieuwe verbinding te

maken door uw standplaats te veranderen. De verbinding wordt automatisch opnieuw opgebouwd zodra u zich weer binnen de reikwijdte bevindt. Zodra de verbinding is gemaakt, brandt de verbindingsindicatie 13 weer groen.

4.4 Stroomvoorziening:

  • De stroomvoorziening van de baby- eenheid 1 loopt alleen via de voedingseenheid.
  • De oudereenheid 8 kan zonder stroomaansluiting via de accu worden toegepast. De laadtoestand van de accu wordt door de led POWER 15 weergegeven: – brandt groen: apparaat is ingeschakeld en de accu is vol; – knippert groen: accu wordt geladen; – brandt rood en 1 pieptoon ieder 60 seconden: waarschuwing lege accu. Binnen ca. 15 - 20 minuten schakelt de oudereenheid automatisch uit. In deze 15 minuten kunnen nog alle functies worden geactiveerd en gedeactiveerd. Houd er rekening mee dat het gebruik van bijvoorbeeld de Talk-Back functie en het omhoog draaien van het volume op de hoogste stand meer energie kost en de resterende tijd zo kan worden ingekort. U moet de voedingseenheid aan het stroomnet aansluiten zodra de led POWER 15 begint rood te knipperen.
  • De oudereenheid kan via de voedingseenheid aan het stroomnet worden aangesloten en ontvangt van daar de stroom terwijl gelijktijdig de accu wordt geladen. De laadtijd van de accu wordt iets langer wanneer de oudereenheid is ingeschakeld. Terwijl de accu wordt geladen, knippert de LED 15 groen. Aanwijzingen: – Met een volledig opgeladen accu kunt u de oudereenheid tot max. 18 uur gebruiken. Deze tijd hangt af van het gebruik (de oudereenheid schakelt vaak in, de intercomfunctie wordt veel gebruikt, het volume is hoog enz.). – De laadtijd van de lege accu bedraagt ongeveer 5 uur.

Functiebeschrijving Deze babyfoon heeft een Eco-Mode-functie die niet alleen stroom- resp. energiebesparend is maar bovendien ook de hoogfrequentie straling in de babykamer tot op een minimum reduceert. In de VOX-levels 1, 2, 3 en 4 (zie „6.3 Overdrachtsgevoeligheid van de VOX- functie instellen“ op pagina 59) wordt de Eco-Mode na ongeveer 10 seconden automatisch geactiveerd zodra uw baby slaapt en geen geluiden meer maakt. U herkent dit doordat de verbindingsindicatie 13 begint groen te knipperen. In de Eco-Mode wordt niet alleen de baby-eenheid automatisch op stand-by gezet, maar ook de oudereenheid. Als de Eco-Mode geactiveerd is, worden alle functies die de baby zouden kunnen wekken, automatisch gedeactiveerd. Zo kunt u bijvoorbeeld de Talk-Back functie niet gebruiken maar blijft u ook in de Eco-Mode steeds met uw baby verbonden en weet u altijd of u zich nog binnen de reikwijdte bevindt. Deze babyfoon beschikt over een controle van de reikwijdte die ook in de Eco-Mode functioneert. Wanneer u zich dus buiten de reikwijdte beweegt, krijgt u automatisch een waarschuwing ook wanneer de Eco-Mode geactiveerd is, omdat de baby-eenheid ook in de stand-by-modus iedere 30 seconden een signaal aan de oudereenheid zendt om de verbinding te controleren. Als de verbindingsindicatie 13 groen brandt, bestaat er een regulaire verbinding tussen de baby- en de oudereenheid. Als de58

verbindingsindicatie 13 groen knippert, is de Eco-Mode geactiveerd. Als de verbindingsindicatie 13 naar rood wisselt, betekent dit, dat u zich buiten de reikwijdte bevindt en/of geen verbinding tussen de beide eenheden bestaat. Opmerking: Controleer de reikwijdte van uw babyfoon voordat u de Eco-Mode gebruikt. Controleer of de eenheden zich altijd binnen de reikwijdte bevinden zodat u uw baby ook hoort. Het apparaat schakelt automatisch in de overdrachtsmodus zodra uw baby geluiden maakt die de ingestelde geluidsdrempel (VOX-level 1 - 4) overschrijden. De Eco- Mode wordt onmiddellijk gedeactiveerd en de verbindingsindicatie 13 stopt met knipperen. In VOX-level 5 vindt een permanente overdracht plaats en is de Eco-Mode gedeactiveerd. Wanneer u ondanks de geactiveerde Eco- Mode, wat betekent dat uw baby rustig slaapt, wilt controleren of alle OK is, kunt u de Eco-Mode deactiveren door de permanenten overdrachtsmodus om te schakelen:

1. Druk op de oudereenheid 8 op de toets

2. Druk vervolgens op de toets Vol+ 10, tot

alle 5 leds 16 branden.

5. Bedienen van de baby-eenheid

5.1 Baby-eenheid in- en

uitschakelen De baby-eenheid 1 schakelt automatisch in, zodra u de voedingseenheid hebt aangesloten en met het stroomnet hebt verbonden. Daarna kunt u de baby-eenheid op ieder moment in- en uitschakelen:

  • Om de baby-eenheid 1 in- of uit te schakelen, drukt u op de Aan/Uit-toets 5.
  • De Power LED 6 brandt groen wanneer de baby-eenheid ingeschakeld is.
  • De VOX LED 7 van de baby-eenheid brandt groen wanneer er een verbinding tussen baby-eenheid en oudereenheid is gemaakt.
  • De VOX LED 7 brandt niet wanneer de baby-eenheid 1 in de Eco-Mode is geschakeld of wanneer er geen verbinding naar de oudereenheid kon worden gemaakt.

6. Bedienen van de oudereenheid

6.1 Oudereenheid in- en

uitschakelen Om de oudereenheid 8 in- of uit te schakelen, houdt u de Aan/Uit-toets 14 ingedrukt: – zodra u een geluidssignaal hoort en de Power-LED 15 brandt, is de oudereenheid ingeschakeld; – zodra u een geluidssignaal hoort en de Power-LED 15 uitgaat, is de oudereenheid uitgeschakeld.

  • De verbindingsindicatie 13 op de oudereenheid 8 geeft de verbindingsstatus naar de baby- eenheid 1 aan: – brandt groen, wanneer de verbinding bestaat; – knippert groen wanneer de baby- eenheid in de Eco-Mode is en signaleert dat uw baby rustig slaapt;59 – brandt rood wanneer de verbinding onderbroken is of wanneer de baby- eenheid uitgeschakeld is. Aanwijzingen: – Wanneer de baby-eenheid 1 zich in de Eco-Mode bevindt en de oudereenheid zich buiten de reikwijdte beweegt, brandt de verbindingsindicatie 13 rood. Bovendien hoort u iedere 30 seconden een geluidssignaal. – Zodra de oudereenheid 8 zich opnieuw binnen reikwijdte bevindt of de oorzaak voor de verbindingsstoring werd verholpen, brandt de verbindingsindicatie 13 groen en communiceren de apparaten weer met elkaar. – Wanneer beide eenheden worden ingeschakeld, brandt eerst de verbindingsindicatie 13 rood. Oudereenheid en baby-eenheid worden met elkaar verbonden. Zodra de verbinding bestaat, wordt de indicatie groen.
  • De indicatie POWER15: – brandt groen: apparaat is ingeschakeld en de accu is vol; – knippert groen: accu wordt geladen; – brandt rood en 1 pieptoon ieder 60 seconden: waarschuwing lege accu. Binnen ca. 15 - 20 minuten schakelt de oudereenheid automatisch uit. Let erop dat afhankelijk van het gebruik het apparaat ook sneller kan worden uitgeschakeld. (VOX level 5 verbruikt bijvoorbeeld meer energie dan level 1).
  • De 5 indicatie-leds 16 hebben drie verschillende functies en zijn alleen zichtbaar bij activiteit: – geeft het geluidsniveau in de kinderkamer aan. Hoe meer leds branden, des te luider zijn de geluiden; – toont bij het wijzigen van het volume de verschillende standen. Hoe meer leds branden, des te luider is de overdracht via de luidspreker; – toont bij het wijzigen van de VOX- sensibiliteit de verschillende standen. Hoe meer leds knipperen, des te sneller reageert het apparaat op geluiden. Bij 5 brandende leds wordt in permanente overdracht omgeschakeld.

6.3 Overdrachtsgevoeligheid

van de VOX-functie instellen Baby's maken vele verschillende geluiden. Dat kan van duidelijk snuiven of gebabbel tot luid huilen of roepen gaan. De VOX- functie kan zodanig worden ingesteld dat een geluidsoverdracht alleen bij luid roepen of huilen, maar niet bij andere geluiden wordt geactiveerd. Met de VOX-functie stelt u de overdrachtsgevoeligheid van de microfoon in. Hoe hoger het VOX-level, des te gevoeliger reageert het apparaat op geluiden.

1. Om de VOX-functie te activeren, drukt u

kort op VOX 17. De leds 16 geven u door te knipperen aan hoe gevoelig uw apparaat is ingesteld.

2. Verhoog of verlaag de

overdrachtsgevoeligheid met de toets VOL + 10 of VOL - 11. Het gewenste level komt overeen met het aantal knipperende leds16: – VOX-level 1 = zeer lage gevoeligheid, activering alleen wanneer de baby heel luid huilt; – VOX-level 2 = lage gevoeligheid, activering wanneer de baby luid huilt; – VOX-level 3 = normale gevoeligheid, activering wanneer de baby normaal huilt; – VOX-level 4 = sterke gevoeligheid, activering ook bij zachte geluiden; – VOX-level 5 = Eco-Mode is uitgeschakeld. De overdracht is ingesteld op permanente werking. Hoe luid de overgedragen geluiden in de oudereenheid worden afgespeeld, stelt u60

met de toetsen VOL + 10 en VOL - 11 in (zie „6.4 Volume instellen“ op pagina 60). Opmerking: Voor de wijziging van de overdrachtsgevoeligheid na de activering van de VOX-functie heeft u ca. 2 seconden tijd. Dan schakelt het apparaat automatisch weer over op de overdracht van geluiden. Dit herkent u aan het feit, dat de leds 16 niet meer knipperen en dat u met de toetsen VOL + 10 of VOL - 11 alleen het volume kunt veranderen. Opgelet! In de permanente overdracht VOX level 5 worden continu alle geluiden overgedragen. Wanneer de baby rustig slaapt, wordt het volume na enkele seconden automatisch op de laagste stand aangepast om het achtergrondgeluid te minimaliseren. Zodra het kind begint geluiden te maken, gaat het volume automatisch weer terug naar de voorinstelling.

6.4 Volume instellen

1. Stel het volume waarmee u de geluiden

in de oudereenheid kunt horen, in met de toetsen VOL + 10 en VOL - 11. Bij iedere druk op de toets klinkt er een pieptoon die het ingestelde volume weergeeft. De leds 16 gaan overeenkomstig branden. Hoe luider u de instelling kiest, des te luider wordt het geluidssignaal en des te meer leds branden. Opmerking: Wanneer de VOX-functie op geringe gevoeligheid is ingesteld (zie „6.3 Overdrachtsgevoeligheid van de VOX-functie instellen“ op pagina 59), worden onafhankelijk van het ingestelde volume geen zachte geluiden overgedragen. Dat wil zeggen, men hoort niet meer wanneer men het volume verhoogt. Wanneer men meer geluiden wil horen, moet de gevoeligheid van de overdracht op een hoger VOX-level worden verhoogd.

De oudereenheid kan op "MUTE" worden geschakeld. Geluiden in de babykamer worden dan niet meer overgedragen.

1. Druk zo vaak op de toets VOL - 11 tot u

geen pieptoon meer hoort. Nu worden er ook geen geluiden meer overgedragen. Het volume in de babykamer wordt verder door de leds 16 weergegeven. Hoe meer leds branden, des te luider zijn de geluiden in de babykamer.

3. Als de oudereenheid op mute is

geschakeld en u activeert de Talk-Back functie wordt het volume automatisch weer op de eerste stand ingesteld.

6.6 Functie Talk-Back

Met de functie Talk-Back kunt u met uw baby spreken.

1. Houd de toets TALK 18 van de

oudereenheid ingedrukt. Nadat u een geluidssignaal hoort, is de spreekverbinding gemaakt.

2. Spreek gelijktijdig in de microfoon 20 van

de oudereenheid. Uw baby kan u nu horen via de luidspreker 2 van de baby-eenheid.

3. Laat TALK 18 weer los om naar de

reactie van uw baby te luisteren. Aanwijzingen: – Als de baby-eenheid 1 zich in de Eco- Mode bevindt, wordt deze functie gedeactiveerd zodat u uw baby niet per ongeluk wekt. In dit geval wordt door twee op elkaar volgende geluidssignalen aangegeven dat de Talk-Back functie momenteel niet beschikbaar is.61 – Wanneer het volume van de oudereenheid op „MUTE” is gezet (zie „6.4 Volume instellen“ op pagina 60), wordt deze automatisch op het volume level I verhoogd zodra u de toets TALK 18 indrukt.

7. Reiniging en onderhoud van het apparaat

Waarschuwing! Om gevaar van elektrische schok, letsel of beschadiging te voorkomen: – Trek altijd de voedingseenheid uit het stopcontact voordat u eht apparaat reinigt. – Dompel de afzonderlijke delen nooit onder in water. Voorzichtig! Gebruik nooit schurende, bijtende of krassende reinigingsmiddelen. Daardoor zou het apparaat beschadigd kunnen worden.

1. Indien nodig kunt u de afzonderlijke delen

afvegen met een vochtige doek.

2. Gebruik het apparaat pas weer, als alle

delen helemaal droog is.

De ingebouwde lithium-polymeeraccu (lipo- accu) 3,7V, 1200 mAh, mag uitsluitend door een originele accu worden vervangen. Neem daarvoor contact op met onze productservice (zie „Product service babyphone in Europe“ op pagina116).

1. Verwijder de accu-afdekking 9 aan de

achterzijde van de oudereenheid 8, door deze omlaag te schuiven.

2. Verwijder de defecte accu.

3. Plaats de nieuwe accu volgens de

markeringen in het accuvak. Let daarbij absoluut op de juiste polariteit (+ en -).

5. Laad de nieuwe accu bij de eerste keer

continu gedurende 10 uur op, om de volledige capaciteit van de accu te activeren (zie „4.1 Oudereenheid aansluiten“ op pagina 55).62

8. Storingen en het verhelpen ervan

Wanneer deze tips het probleem niet oplossen, kunt u proberen de storing als volgt te verhelpen:

1. Neem de accu uit de oudereenheid.

2. haal de voedingseenheid uit het

3. Wacht een paar minuten.

4. Plaats de accu terug en sluit de

voedingseenheid weer aan. Als het probleem nog steeds niet is opgelost, neem dan contact op met de klantenservice (zie „11.1 Servicecenter NUK“ op pagina 65). Storing Oorzaak Verhelpen Baby-eenheid of oudereenheid werkt niet Geen stroomvoorziening Stroomvoorziening tot stand brengen (zie „4.4 Stroomvoorziening:“ op pagina 57) Accu in de oudereenheid is leeg Accu laden (zie „4.4 Stroomvoorziening:“ op pagina 57) Apparaat is niet ingeschakeld Apparaat inschakelen (zie "4.1Oudereenheid aansluiten" op pagina55 en "4.2Baby-eenheid aansluiten" op pagina56) De afstand tussen de baby- eenheid en de oudereenheid is te groot of het signaal wordt door dikke muren of andere elektrische apparaten gestoord Afstand kleiner maken of een andere plaats voor de oudereenheid kiezen Luid fluitend geluid Terugkoppeling, omdat de afstand baby-eenheid - oudereenheid te gering is Afstand groter maken tot minstens 2 - 3 m Reduceer het volume en het VOX-level van de oudereenheid wanneer u zich daarmee in directe nabijheid van de baby-eenheid bevindt (zie "6.3Overdrachtsgevoeligheid van de VOX-functie instellen" op pagina59 en "6.4Volume instellen" op pagina60). Oudereenheid piept Verbinding naar baby-eenheid is onderbroken Verbinding maken (zie „4.3 Baby-eenheid en oudereenheid met elkaar verbinden“ op pagina 56) Problemen met de stroomvoorziening Stroomvoorziening controleren (zie "4.4Stroomvoorziening:" op pagina57) Verbindingsindi- catie 13 brandt rood Oudereenheid bevindt zich buiten de reikwijdte Verbinding maken (zie „4.3 Baby-eenheid en oudereenheid met elkaar verbinden“ op pagina 56) Geen geluid van

oudereenheid Volume is uitgeschakeld Volume verhogen (zie „Mute schakelen“ op pagina60) VOX-functie is te laag ingesteld Overdrachtsgevoeligheid verhogen (zie "6.3Overdrachtsgevoeligheid van de VOX- functie instellen" op pagina59 resp. "3.1Kort overzicht van de meldingen" op pagina55)63

Deze babyfoon werkt bij draadloze overdracht met de moderne FHSS- technologie. Frequency Hopping Spread Spectrum (FHSS) is een digitale frequentiespreidingsmethode voor de draadloze gegevensoverdracht. Daarbij wordt het gehele zendvermogen niet zoals vroeger op een dragerfrequentie geconcentreerd. In plaats daarvan wisselt de dragerfrequentie volgens het toevalsprincipe. In de ontvanger worden dan de over verschillende dragerfrequenties verdeelde gegevenspakketten weer samengesteld. Deze methode brengt ten opzicht van de conventionele draadloze overdracht enkele voordelen:

  • Het draadloze signaal kan veel moeilijker worden afgeluisterd omdat de afluisterende persoon niet weet over welke dragerfrequenties het werd verdeeld en hoe het signaal weer correct moet worden samengesteld. Daarom wordt deze methode bijvoorbeeld ook bij bluetooth of bij het militair gebruikt.
  • De draadloze overdracht is duidelijk minder gevoelig voor stoorsignalen. Dat ligt aan het feit dat een bepaalde dragerfrequentie altijd slechts kort wordt gebruikt alvorens op een andere wordt omgeschakeld. Indien er nu op een bepaalde frequentie storingen optreden, zijn daarvan steeds slechts kleine gegevenspakketten betroffen. Deze fouten kunnen echter door foutcorrigerende methoden worden verholpen. Draadloze verbinding 2.4 Ghz FHSS Zenderfrequentie 2408 MHz - 2474 MHz, max. EIRP 100mW Aantal kanalen 12 / Automatische kanaalkeuze Reikwijdte bij vrij zicht ca. 250 m Reikwijdte in gesloten ruimtes ca. 40 m. Een overdracht is afhankelijk van de omgeving. Wanden of bomen kunnen de ontvangst aanzienlijk storen. Baby-eenheid Bedrijfstemperatuur 0 °C tot 40 °C omgevingstemperatuur Oudereenheid Bedrijfstemperatuur 0 °C tot 40 °C omgevingstemperatuur Accu lithium-polymeeraccu (lipo-accu) 3,7 V, 1200 mAh Bedrijfsduur in normale overdrachtsmodus: > 15 uur Bedrijfsduur in Eco-Mode: > 18 uur Laadtijd bij eerste opladen min. 10 uur iedere verdere laadtijd duurt ca. 5 uur Voedingseenheden Ingang 100-240 V AC; 50/60 Hz; 0,1 A Uitgang 5 V ; 2,75 W;64

Het symbool met de doorgestreepte afvalemmer op wielen betekent dat het product in de Europese Unie gescheiden moet worden ingeleverd. Dit geldt voor dit product en voor alle met dit symbool gekenmerkte accessoires. Gekenmerkte producten mogen niet met het normale huisvuil worden verwijderd maar moeten bij een aparte inzamelplaats voor recycling van elektrische en elektronische apparaten worden ingeleverd. Recycling helpt om het verbruik van grondstoffen te reduceren en het milieu te ontzien.

Accu's mogen niet bij het huisvuil. Verbruikte accu's moeten volgens de voorschriften worden verwijderd. Voor dit doel zijn in de handel,waar batterijen worden verkocht en bij gemeentelijke inzamelplaatsen overeenkomstige bakken voor het verwijderen van accu's opgesteld. Accu's die met de volgende letters zijn gekenmerkt bevatten onder andere de volgende schadelijke stoffen: Cd (cadmium), Hg (kwikzilver), Pb (lood).

Naast de garantieverplichtingen van de verkoper uit het koopcontract verlenen wij als fabrikant bij correct gebruik van het apparaat onder inachtneming van de gebruiksaanwijzing een garantie van 24 maanden vanaf de koop van het apparaat. De koopdatum en het apparaattype moeten door een kassabon worden aangetoond. De wettelijke rechten van de koper worden door deze fabrieksgarantie niet beperkt. Wij verplichten ons om binnen de garantieperiode alle gebreken te verhelpen die veroorzaakt zijn door materiaal- of fabricagefouten. Slijtonderdelen vallen niet onder de garantie. Geringe afwijkingen van de aangestreefde hoedanigheid die niet van betekenis zijn voor de waarde en de functionaliteit van het apparaat, vallen niet onder de garantieplicht. Er kan evenmin garantie worden verleend wanneer de gebreken aan het apparaat voortvloeien uit transportschade die niet door ons te verantwoorden is, uit verkeerd gebruik of gebrekkig onderhoud of wanneer aan het apparaat ingrepen werden uitgevoerd door personen die hiertoe niet door ons werden geautoriseerd. De garantieprestatie vindt plaats volgens onze keuze. Dit kan zijn door reparatie, vervanging van onderdelen of door vervanging van het apparaat. De uitvoering van de garantieprestaties bewerkstelligt noch een verlenging noch een nieuw begin van de garantieperiode. De garantieperiode voor ingebouwde onderdelen eindigt gelijktijdig met de garantieperiode voor het hele apparaat. Verdergaande of andere claims in het bijzonder op vervanging van schade die buiten het apparaat is ontstaan zijn uitgesloten - voor zover een aansprakelijkheid niet dwingend wettelijk is voorgeschreven. Transportkosten en risico's worden niet door ons overgenomen.65 De inzending van een apparaat zonder aantoning van de koopdatum wordt als reparatiegeval behandeld. Een reparatie van het apparaat vindt pas na overleg met de klant plaats. Voor eventuele vragen adres en artikelnummer bewaren.

11.1 Servicecenter NUK

De service-adressen voor vragen over garantie of bij algemene vragen over het merk NUK vindt u in „Contact addresses NUK” op pagina115.

11.2 Servicecenter babyfoon

Bij vragen over uw babyfoon, neemt u contact op met onze experts voor babyfoon. De product-hotline vindt u onder „Product service babyphone in Europe” op pagina116, of u neemt contact op met ons via onze website www.nuk-service.com. Artikelnummer: 10.256.438

Let erop dat dit adres geen service-adres is. Neem bij problemen of vragen over het product contact op met het onder 11.2 genoemde servicecenter. MAPA GmbH Industriestraße 21–25 27404 Zeven Germany www.nuk.com

12. Conformiteitsverklaring

Het apparaat voldoet aan alle toepasbare Europese richtlijnen en de nationale omzettingen. Deze zijn zichtbaar uit de EU-conformiteitsverklaring die bij de fabrikant kan worden aangevraagd. De conformiteitsverklaring vindt u naast de gebruiksaanwijzing in de verkoopverpakking of ook onder www.nuk.de.66 Indice