SINGER S1478 - Naaimachine

S1478 - Naaimachine SINGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis S1478 SINGER in PDF-formaat.

📄 128 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice SINGER S1478 - page 97
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SINGER

Model : S1478

Categorie : Naaimachine

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S1478 - SINGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S1478 van het merk SINGER.

GEBRUIKSAANWIJZING S1478 SINGER

OVERLOCKMACHINE Gebruiksaanwijzing

OVERLOCKMACHINE Gebruiksaanwijzing

NLDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende: Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze van eigenaar verwisselt. GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK:

  • Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN
  • Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.
  • Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.
  • Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling.
  • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.
  • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.
  • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken.
  • Gebruik geen gebogen naalden.
  • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken.
  • Draag een veiligheidsbril.
  • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.
  • Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen in de naaimachine.
  • Gebruik de naaimachine niet buiten.• Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.
  • Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen op de uit-stand zetten (“0”).
  • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer.
  • Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen op het voetpedaal.
  • Gebruik de machine niet als hij nat is.
  • Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties, om gevaar te voorkomen.
  • Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties om gevaar te voorkomen.
  • Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

ALLEEN VOOR EUROPA: Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze supervisie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 78 db. De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type 4C-316B (110-125V), 4C- 326G (230V), 4C-336G (240V) dat is vervaardigd door Wakaho Electric Ind. Co. Ltd. (Vietnam). VOOR BUITEN EUROPA: Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en kennis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehouden om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 78 db. De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type 4C-316B (110-125V), 4C- 326G (230V), 4C-336G (240V) dat is vervaardigd door Wakaho Electric Ind. Co. Ltd. (Vietnam). SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE APPARATEN In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden ‘DUBBELE ISOLATIE’ OF ‘DUBBEL GEÏSOLEERD’.INHOUDSOPGAVE

1. Uitschuifbare garenstandaard — zorgt ervoor dat de

draad soepel doorloopt tijdens het naaien (pagina 3)

2. Spoelstandaard en garenpen — hier worden de

garenklossen op geplaatst

3. Garenkloshouder — zorgt ervoor dat de garenklos stabiel

op de garenkloshouder staat

4. Knop van het differentieel transport — draai hieraan

om het differentieel transport af te stellen (pagina 12)

5. Steeklengteknop — draai hieraan om de steeklengte aan

te passen (pagina 14)

6. Aan/uit-schakelaar voor het bovenmes — gebruik

de schakelaar om het bovenmes in/uit te schakelen (pagina

7. Aanschuiftafel — biedt een vlak naai-oppervlak en geeft

toegang tot de vrije arm (pagina 4)

8. Steekplaat — zorgt voor een vlak gebied rondom de

naaivoet om te naaien

9. Naaivoet — houdt de stof tegen de tanden van de

transporteur gedrukt, die de stof onder de naaivoet trekken terwijl u naait

10. Persvoetlichter — brengt de naaivoet omhoog en omlaag

spanning selecteren voor uw steek, garen, stof en techniek (pagina 11)

12. Draadspanningsknop linkernaald (blauw)

13. Draadspanningsknop rechternaald (groen)

14. Draadspanningsknop bovengrijper (rood)

15. Draadspanningsknop ondergrijper (geel)

16. Draadgeleiders - bovenste, onderste en naald-

draadgeleiders zorgen ervoor dat de draad goed doorloopt tijdens het naaien

18. Voorkant — beschermt de binnenste inrijgroutes (pagina 4)

19. Afstelknop voor de naaivoetdruk — hiermee stelt u de

juiste druk op de naaivoet in voor uw stof (pagina 13)

20. Hendel instelhaakje — schakel het instelhaakje in/uit; het

instelhaakje wordt gebruikt om de stofrand te stabiliseren tijdens het vormen van de steken (pagina 14)

21. Snijbreedtehendel — breng de hendel omhoog of omlaag

om de snij-/steekbreedte aan te passen (pagina 13)

22. Handwiel — regelt de beweging van de naald en de

grijpers (draai het altijd naar u toe)

23. Hoofdschakelaar — schakelt de machine en de LED-

24. Hoofdcontact— wordt gebruikt om het netsnoer/

voetpedaal aan te sluiten (pagina 3) Over uw overlockmachine – 1NederlandsBinnenkant van de machine

1. Ondermes — als het bovenmes is ingeschakeld, wordt de

stofrand afgesneden terwijl u naait

2. Bovenmes — snijdt de stofrand af terwijl u naait

3. Instelhaakje — wordt gebruikt om de stof te stabiliseren

tijdens het vormen van de steek

6. Draadinsteker ondergrijper — helpt bij het inrijgen van

7. Draadgeleiders bovengrijper — zorgen ervoor dat de

draad soepel doorloopt tijdens het naaien

8. Draadgeleiders ondergrijper — zorgen ervoor dat de

draad soepel doorloopt tijdens het naaien Accessoires

1. Naaldpak met twee naalden,

4. Inbussleutel voor het vervangen van naalden

2 – Over uw overlockmachine NederlandsDe naaivoet en de stroombron aansluiten

C B Bij de accessoires vindt u ook de voedingskabel en het voetpedaal. Let op: Raadpleeg een erkende elektricien als u niet zeker weet hoe u de overlockmachine op de stroomvoorziening moet aansluiten. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer de machine niet wordt gebruikt. Voor deze overlockmachine moet voetpedaal model 4C-316B (110-125V), 4C-326G (230V), 4C-336G (240V) van het merk Wakaho Electric Ind. Co. Ltd. (Vietnam) worden gebruikt. Controleer voordat u de stekker van de machine in het stopcontact steekt of de spanning gelijk is aan de spanning die op het plaatje op de onderkant van de machine staat aangegeven. De specificaties kunnen van land tot land verschillen.

1. Sluit het snoer van het voetpedaal/elektriciteitssnoer (A) aan

2. Steek de stekker in het stopcontact.

3. Zet de schakelaar op "I" om de machine aan te zetten (C).

4. Duw het voetpedaal in om te beginnen met naaien. Gebruik

het voetpedaal om de naaisnelheid aan te passen. Hoe harder u het indrukt, hoe sneller de machine naait. Om te stoppen met naaien, haalt u uw voet van het pedaal.

5. Zet de schakelaar op "O" om de machine uit te zetten.

Let op: Wanneer de voorkant van de machine openstaat, is de veiligheidsschakelaar ingeschakeld zodat de machine niet kan naaien, zelfs niet als het voetpedaal wordt ingedrukt. Let op: Uw overlockmachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden. De uitschuifbare garenstandaard opzetten Trek de uitschuifbare garenstandaard uit tot de volledige hoogte en draai er dan aan totdat de standaard vastklikt. Schuif de (taps toelopende) garenklosjes op de garenkloshouders op de garenpen. Als de machine al is ingeregen, trek de draden dan recht zodat ze niet in de war raken. Over uw overlockmachine – 3 NederlandsDe voorkant van de overlockmachine openen en sluiten De voorkant openen Duw de voorkant eerst zo ver mogelijk naar rechts en trek hem dan omlaag naar u toe. De voorkant sluiten Trek de voorkant eerst omhoog en schuif hem dan naar links totdat hij vastklikt. Let op: De voorkant heeft een veiligheidsschakelaar; de machine naait niet als de voorkant open staat. De aanschuiftafel verwijderen en vervangen Naaien met de vrije arm Schuif voor naaien met de vrije arm de aanschuiftafel van de overlockmachine af. Met de vrije arm is het makkelijk om kleine werkstukken en moeilijk bereikbare gedeelten zoals armsgaten te naaien en zomen van broekspijpen af te werken. De aanschuiftafel verwijderen Steek een vinger in de gleuf aan de linkerkant van de aanschuiftafel. Schuif de aanschuiftafel naar links en verwijder hem van de overlockmachine. De aanschuiftafel vervangen Breng de uitstekende gedeelten op de aanschuiftafel gelijk met de groeven op de vrije arm en schuif de tafel naar rechts totdat hij vastklikt. Persvoetlichter Breng de naaivoet omhoog met de persvoetlichter (A) aan de achterkant van de machine. 4 – Over uw overlockmachine NederlandsDe naalden verwisselen Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.

1. Draai het handwiel naar u toe totdat de naalden in de

hoogste positie staan.

2. Draai de naaldklemschroef links (B) en/of rechts (A) los met

de inbussleutel terwijl u de naalden vasthoudt. Verwijder de schroeven niet.

3. Verwijder de rechter- of linkernaald, afhankelijk van het

steektype dat u wilt naaien.

4. Houd de nieuwe naald(en) met het platte gedeelte naar de

5. Breng de naald(en) zo ver mogelijk aan in de linker- en/of

6. Draai de linker (B) en/of rechter (A) naaldklemschroef goed

vast. Let op: Als u beide naalden gebruikt, wordt de linkernaald iets hoger geplaatst dan de rechternaald (ze moeten niet op gelijke hoogte zitten, zoals een tweelingnaald). Naaivoet verwisselen Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.

1. Breng de naaivoet omhoog.

2. Draai het handwiel naar u toe totdat de naalden in de

hoogste positie staan.

3. Druk op de zwarte knop op de achterkant van de

persvoetstang (A); de naaivoet komt los.

4. Zet de nieuwe voet met de pen (B) recht onder de groef van

de houder en breng de naaivoet omlaag. Druk op de zwarte knop op de achterkant van de persvoetstang (A); de naaivoet klikt vast. Let op: Optionele naaivoeten worden niet bij de overlockmachine geleverd. Over uw overlockmachine – 5 NederlandsHet bovenmes uitschakelen R243

  • Draai het handwiel naar u toe totdat het bovenmes in de laagste positie staat.
  • Schakel het bovenmes uit door de schakelaar van het bovenmes op de positie niet snijden (A) te zetten. Het bovenmes weer inschakelen
  • Schakel het bovenmes in door de schakelaar van het bovenmes op de positie snijden (B) te zetten. Let op: Laat het bovenmes altijd in de snijpositie staan tijdens het naaien; deze machine moet alle overtollige stof afsnijden om de steek over de stofrand te kunnen vormen. Een uitzondering hierop is het naaien van decoratieve flatlocknaden. In dat geval moet het bovenmes worden uitgeschakeld. De 2-draads overlockconverter bevestigen

2-draads overlocksteken worden genaaid met één bovendraad en de ondergrijperdraad. Voor het naaien moet de tweedraadsconverter aan de bovengrijper worden bevestigd, zodat de machine met slechts twee draden naait.

1. Open de voorkant van de overlockmachine.

2. Breng de bovengrijper naar de laagste positie door het

handwiel naar u toe te draaien.

3. Breng de punt van de converter (A) aan in het gat van de

4. Duw de converter (C) omlaag in de gleuf van de bovengrijper.

De 2-draads overlockconverter verwijderen Verwijder de converter door hem naar u toe te kantelen (D). 6 – Over uw overlockmachine NederlandsVOORBEREIDINGEN Algemene informatie over inrijgen Er staat een kleurcodeschema in de voorklep ter referentie (zie de afbeelding rechts). Begin altijd met het inrijgen van de grijpers en daarna de naalden van links naar rechts (volg de hieronder aangegeven volgorde).

1. Bovengrijper – Rood

2. Ondergrijper – Geel

3. Linkernaald – Blauw

4. Rechternaald – Groen

Let op: Breng de naaivoet altijd omhoog voordat u de machine inrijgt. Belangrijk: Als de draden breken tijdens het naaien, rijg dan alle draadroutes opnieuw in in de hieronder aangegeven volgorde.

1. Verwijder de draad uit de naald(en)

2. Verwijder de draad uit de boven- en ondergrijper

3. Rijg de bovengrijper in

4. Rijg de ondergrijper in

5. Rijg de naald(en) in van links naar rechts

Zie de onderstaande tabel voor aanbevelingen over welke naalden en garen te gebruiken voor verschillende stofdikten. Welke naald en draad te gebruiken bij verschillende stoffen Dunne stof (voile crêpe, georgette, enz.) Normale stof (katoen, zware katoen, wol, satijn, enz.) Dikke stof (denim, jersey, tweed, enz.) Naalden naalden maat #12/80, geschikt voor overlockmachines (SINGER® Overlocknaalden #2022) Naalden naalden maat #14/90, geschikt voor overlockmachines (SINGER® Overlocknaalden #2022) Naalden naalden maat #14/90, geschikt voor overlockmachines (SINGER® Overlocknaalden #2022) Garen Garen dat geschikt is voor overlockmachines Voorbereidingen – 7 NederlandsDe bovengrijper inrijgen (rood) Volg bij het inrijgen van de bovengrijper de draadroute die is gemarkeerd met een rode stip.

  • Open de voorkant van de overlockmachine. Breng de naald in de hoogste positie door het handwiel naar u toe te draaien. Breng de naaivoet omhoog. Breng de draad van achteren naar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
  • Trek de draad van rechts naar links onder de bovenste draadgeleider (2).
  • Houd de draad met beide handen vast en leid de draad tussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om er zeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijven zit (3).
  • Rijg het grijpergedeelte van de machine in door de draadgeleiders met rode kleurcodering te volgen (4-6). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
  • Breng de draad met behulp van het pincet achter de onderste grijper en rijg de draad van voor naar achter in het gat in de bovengrijper (7).
  • Trek ongeveer 10 cm draad door de grijper en breng de draad naar de achterkant van de steekplaat. 8 – Voorbereidingen NederlandsDe ondergrijper inrijgen (geel) Volg bij het inrijgen van de ondergrijper de draadroute die is gemarkeerd met een gele stip.
  • Breng de draad van achteren naar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
  • Trek de draad van rechts naar links onder de bovendraadgeleider op de achterkant van de bovenklep (2).
  • Houd de draad met beide handen vast en leid de draad tussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om er zeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijven zit (3).
  • Draai het handwiel naar u toe totdat de ondergrijper helemaal rechts is.
  • Rijg het grijpergedeelte van de machine in door de draadgeleiders met gele kleurcodering te volgen (4-7). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
  • Leid de draad na draadgeleider 7 van voor naar achter door het gat in de ondergrijper (8).
  • Trek ongeveer 10 cm draad door de grijper en breng de draad over de bovengrijper en naar de achterkant van de steekplaat.
  • Houd het draaduiteinde vast met uw linkerhand. Breng de draad met behulp van het pincet achter de haakjes van de draadinsteker van de ondergrijper (9).
  • Trek de hendel op de draadinsteker van de ondergrijper (10) voorzichtig zo ver mogelijk omhoog. Laat de hendel los en de ondergrijper wordt helemaal ingeregen (11). Let op: Wanneer beide grijpers zijn ingeregen, moeten de draden lopen zoals rechts is afgebeeld (12). Voorbereidingen – 9 NederlandsDe linkernaald inrijgen (Blauw) Volg bij het inrijgen van de linkernaald de draadroute die is gemarkeerd met een blauwe stip.
  • Breng de draad van achteren naar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
  • Trek de draad van rechts naar links onder de bovendraadgeleider op de achterkant van de bovenklep (2).
  • Houd de draad met beide handen vast en leid de draad tussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om er zeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijven zit (3). Leid de draad omlaag en onder de draadgeleider 4, ga verder omhoog en rondom draadpunt 5.
  • Leid de draad omlaag en leg de draad achter de draadgeleider boven de naald(en) (6).
  • Rijg de draad door het oog van de linkernaald (7). Gebruik het pincet om de draad makkelijker door het oog van de naald te krijgen.
  • Trek ongeveer 10 cm draad door het oog van de naald en laat dat vrij hangen.
  • Breng de draad naar de achterkant, onder de naaivoet. De rechternaald inrijgen (groen) Volg bij het inrijgen van de rechternaald de draadroute die is gemarkeerd met een groene stip.
  • Breng de draad van achteren naar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
  • Trek de draad van rechts naar links onder de bovendraadgeleider op de achterkant van de bovenklep (2).
  • Houd de draad met beide handen vast en leid de draad tussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om er zeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijven zit (3). Leid de draad omlaag en onder de draadgeleider 4, ga verder omhoog en rondom draadpunt 5.
  • Leid de draad omlaag en leg de draad achter de draadgeleider boven de naald(en) (6).
  • Rijg de draad door het oog van de rechternaald (7). Gebruik het pincet om de draad makkelijker door het oog van de naald te krijgen.
  • Trek ongeveer 10 cm draad door het oog van de naald en laat dat vrij hangen.
  • Breng de draad naar de achterkant, onder de naaivoet. 10 – Voorbereidingen NederlandsDraadspanningsinstellingen Stel de draadspanning af op het type stof en het garen dat u gebruikt. Hoe hoger het cijfer op de draadspanningsschijven, hoe strakker de draadspanning. Zie Stekenoverzicht, pagina 15 voor de aanbevolen draadspanning voor iedere steek. Blad met uitleg van de kleuren Goede kant van de stof Rechterbovendraad Bovengrijperdraad Verkeerde kant van de stof Linkerbovendraad Ondergrijperdraad Juiste draadspanning De onder- en bovengrijperdraad moeten goed uitgebalanceerd zijn met dezelfde spanning (de grijperdraden moeten elkaar kruisen op de rand van de stof). De bovendraden mogen niet te los of te strak zijn, maar moeten gelijkmatig gespannen zijn. De bovengrijperdraad is te los (A)

De bovengrijperdraad is niet gebalanceerd als deze naar de verkeerde kant van de stof wordt getrokken. Verhoog de draadspanning van de bovengrijper of verlaag de draadspanning van de ondergrijper. De bovengrijperdraad is te strak (B) De bovengrijperdraad is niet gebalanceerd als deze trekt op de bovenkant van de stof. Verlaag de draadspanning van de bovengrijper of verhoog de draadspanning van de ondergrijper. De ondergrijperdraad is te los (C)

De ondergrijperdraad is niet gebalanceerd als deze naar de goede kant van de stof wordt getrokken. Verhoog de draadspanning van de ondergrijper of verlaag de draadspanning van de bovengrijper. De ondergrijperdraad is te strak (D) De ondergrijperdraad is niet gebalanceerd als deze trekt op de verkeerde kant van de stof. Verlaag de draadspanning van de ondergrijper of verhoog de draadspanning van de bovengrijper. De linkerbovendraad is te los (E)

Als de linkerbovendraad te los is, verhoog dan de draadspanning van de linkernaald of verlaag de spanning van de beide grijperdraden. De linkerbovendraad is te strak (F) Als de linkerbovendraad te strak is, verlaag dan de draadspanning van de linkernaald. De rechterbovendraad is te los (G)

Als de rechterbovendraad te los is, verhoog dan de draadspanning van de rechternaald. De rechterbovendraad is te strak (H) Als de rechterbovendraad te strak is, verlaag dan de draadspanning van de rechternaald. Voorbereidingen – 11NederlandsDifferentieel transport afstellen Het differentieel-transportsysteem bestaat uit twee reeksen tandjes achter elkaar (A). De reeksen transporttanden werken onafhankelijk van elkaar en geven goede resultaten bij het naaien op speciale stoffen. Wanneer de hoeveelheid transport van de voorste transporttanden wordt veranderd ten opzichte van het transport van de achterste transporttanden, wordt de stof "uitgerekt" of "gerimpeld". Gebruik het differentieel transport om te voorkomen dat gebreide stoffen rekken of vervormen en dat dunne stoffen gaan rimpelen. Zet voor overlocken op normale stof het differentieel transport op

Gerimpeld overlocken (C) (elastische, gebreide stoffen) Bij het afwerken van elastische stoffen, zoals gebreide stoffen en jersey, stelt u het differentieel transport in op een nummer tussen

1.0 en 2.0. De instelling hangt af van de genaaide stof. Naai

eerst een proeflapje met verschillende instellingen voordat u uw project gaat naaien. Elastisch overlocken (D) (dunne stoffen) Bij het afwerken van dunne geweven of los gebreide stoffen zoals zijde en zijdeachtige breisels, stelt u het differentieel transport in op een nummer tussen 0.7 en 1.0. Breng tijdens het naaien de stof lichtjes op spanning door de zoom voor en achter de naaivoet licht vast te houden. De instellingen hangen af van de genaaide stof en de gewenste hoeveelheid rek. Naai daarom eerst een proeflapje met verschillende instellingen voordat u uw project gaat naaien. Stof Differentieel transport Aanpassing Resultaat Elastische stof (gebreide stof, jersey) 1,0-2,0 Niet-elastische stof (katoen, denim) 1,0 Dunne stof (Zijde, zijdeachtige breisels) 0,7-1,0 12 – Voorbereidingen NederlandsDe naaivoetdruk aanpassen 10mm 3/8" De naaivoetdruk is vooraf ingesteld voor naaien op stof met een normale dikte. Bij het naaien op stoffen met een andere dikte, moet de druk mogelijk worden aangepast. Over het algemeen moet de naaivoetdruk worden verlaagd als u dunne stof naait en verhoogd als u dikke stof naait. Maak altijd eerst een proeflapje van uw stof voordat u op uw project gaat naaien. Verlaag of verhoog de druk in kleine stappen door aan de afstelknop voor de naaivoetdruk te draaien. Minder druk: Verlaag de druk door de afstelknop naar links te draaien, naar de "-" toe. Meer druk: Verlaag de druk door de afstelknop naar rechts te draaien, naar de "+" toe. Terug naar de standaardinstelling: Draai aan de afstelknop totdat de afstand vanaf de voorkant tot de "kop" van de schroef 10 mm is. Steekbreedte-instellingen De steekbreedte kan worden vergroot of verkleind door de naaldpositie te veranderen of met de snijbreedtehendel. Breedte-instelling door de naaldpositie te veranderen A) Wanneer alleen de linkernaald of beide naalden worden gebruikt, is de steekbreedte ongeveer 6 mm. B) Wanneer alleen de rechternaald wordt gebruikt, is de steekbreedte ongeveer 3 mm. Breedte-afstelling met de snijbreedtehendel Door de snijbreedte nauwkeurig af te stellen met de snijbreedtehendel, zijn verdere afstellingen mogelijk binnen het onderstaande bereik: Wanneer alleen de linkernaald wordt gebruikt: 5 - 7mm Wanneer alleen de rechternaald wordt gebruikt: 3 - 5mm Breng de hendel omhoog en omlaag om de steekbreedte aan te passen, "7" is de breedste en "1" de smalste instelling. Voorbereidingen – 13 NederlandsSteeklengte-instellingen De steeklengteknop moet in de meeste naai-omstandigheden op "3" staan. Pas de steeklengte aan tot 4 mm wanneer u dikke stoffen naait. Pas de steeklengte aan op 2 mm wanneer u dunne stoffen naait. Instelling hendel instelhaakje De hendel van het instelhaakje moet op "N" (Normaal) worden gezet voor al het standaard-overlockwerk. Voor het naaien van rolzomen moet u het haakje intrekken door de hendel op "R" (Rolzoom) te zetten. Duw de hendel zo ver mogelijk naar alle richtingen als u het instelhaakje verplaatst. 14 – Voorbereidingen NederlandsNAAIEN Op uw overlockmachine worden verschillende steken verkregen door verschillende naaldposities, inrijgmethoden, spanningsinstellingen en het gebruik van de 2-draads overlockconverter te combineren. Zie Voorbereidingen, pagina 7, voor referenties voor het instellen van uw machine. Stekenoverzicht De instellingen in de onderstaande tabel zijn onze aanbevelingen, gebaseerd op normale omstandigheden. Het kan nodig zijn de draadspanning aan te passen afhankelijk van de steek, het type stof en het garen dat u gebruikt. Maak voor het beste resultaat spanningsaanpassingen in kleine stappen van niet meer dan een half nummer tegelijk. Maak altijd eerst een proeflapje van uw stof voordat u op uw project gaat naaien. In de onderstaande tabel worden verschillende dikten en stoftypes uitgelegd. De draden worden weergegeven in verschillende grijstinten zodat u beter begrijpt hoe de steken worden gevormd. Blad met uitleg van de pictogrammen Geweven dun Chiffon, voile, organza, batist, zijde, enz. Naaldpositie 2-draads overlockconverter Geweven normaal Katoen, zware katoen, wol, satijn, enz) Differentieel transport Rechterbovendraad Geweven dik Denim, canvas, badstof, enz. Steeklengte Linkerbovendraad Elastisch dun Charmeuse, nylon, tricot, enkelvoudig gebreide jerseys, enz. Snijbreedte Bovengrijperdraad Elastisch normaal Dubbel gebreide jerseys, velours, zwemkleding, enz. N/R Positie van het instelhaakje Ondergrijperdraad Elastisch dik Sweaterstof, fleece, etc. 4-draads overlock Voor alle naden die elastisch moeten zijn of mee moeten rekken, zoals halslijnen, zijnaden, mouwen, enz. Steek/Stof N/R Draadspanning Beide

Naaien – 15 Nederlands3-draads overlock, breed (en smal) Voor het naaien van twee lagen elastische stof of het afwerken van een enkele laag dunne tot normale stof. Gebruik dikkere draden in de grijpers om decoratieve randen te maken. Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellingen staan tussen haakjes in het overzicht. Steek/Stof N/R Draadspanning Links

(5) 4~5 (4~5) 3-draads smalle rand Voor het naaien van twee lagen elastische stof of het afwerken van een enkele laag dunne stof. Veel gebruikt voor het maken van decoratieve plooien. Gebruik decoratieve garens, zoals rayon dikte 40, in de grijpers en normaal garen in de naald. Gebruik verschillende kleuren in de grijpers voor een interessant effect. Let op: Niet aanbevolen voor dikke stoffen. Steek/Stof N/R Draadspanning Rechts

5~6 6 3 3-draads flatlock, breed (en smal) Om stoffen aan elkaar te naaien met een decoratief effect, met de flatlockzijde of de laddersteekzijde. Maak verschillende effecten door de grijpers in te rijgen met decoratief garen, zoals rayon dikte 40. Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellingen staan tussen haakjes in het overzicht. Steek/Stof N/R Draadspanning Links

(8~9) 16 – Naaien Nederlands3-draads rolzoom Voor het afwerken van dunne stoffen. Deze steek geeft een mooie afwerking aan zijdeachtige sjaals, ruches en servetten. Voor een mooie rolzoom rijgt u de grijpers in met dun decoratief garen, zoals rayon dikte 40, voor een mooie cordonrand en de naald en ondergrijper met dun normaal garen. Let op: Niet aanbevolen voor dikke stoffen. Steek/Stof N/R Draadspanning Rechts

4~6 7~9 2-draads overlock, breed (en smal) Voor het afwerken van een enkele laag dunne tot normale stof (2-draads overlockconverter nodig). Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellingen staan tussen haakjes in het overzicht. Steek/Stof N/R Draadspanning Links

5~8 (6~9) 2-draads gerolde overlock, breed (en smal) Geeft een mooie afwerking op dunne stoffen (2-draads overlockconverter nodig). Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen snijbreedte- en draadspanningsinstellingen staan tussen haakjes in het overzicht. Steek/Stof N/R Draadspanning Links

1~3 (4~6) Naaien – 17 Nederlands2-draads rolzoom Voor het afwerken van dunne stoffen. Deze steek geeft een mooie afwerking aan zijdeachtige sjaals, ruches en servetten. Rijg de grijper in met een decoratieve dunne draad, zoals rayon dikte 40, voor een mooie cordonrand (2-draads converter nodig). Let op: Niet aanbevolen voor dikke stoffen. Steek/Stof N/R Draadspanning Rechts

4~6 Draad verwisselen Dit is een eenvoudige manier om draden te verwisselen:

1. Knip de draad dicht bij het klosje af, achter de geleiders op

de uitschuifbare garenstandaard.

2. Verwijder het garenklosje en plaats het nieuwe klosje op de

3. Knoop het begin van de nieuwe draad aan het einde van de

oude draad. Knip de uiteinden van de draden af op ongeveer 2-3 cm en trek stevig aan beide draden om te controleren of de knoop goed vastzit.

4. Breng de naaivoet omhoog.

5. Kijk eerst goed hoe de draadspanningsknoppen zijn

ingesteld en draai de spanningsknoppen dan op "0".

6. Trek de draden één voor één door de machine totdat de

knopen voor de naald zitten. Als de draden niet makkelijk door de machine lopen, kijk dan of ze niet in de war zitten op de draadgeleiders of op de grijpers onder de garenstandaard.

7. Knip de draad door achter de knoop en rijg de naald in.

8. Zet de spanningsknoppen weer in de vorige stand.

18 – Naaien NederlandsBegin te naaien

1. Wanneer de machine helemaal is ingeregen, sluit u de

voorklep en brengt u alle draden over de steekplaat en iets aan de linkerkant onder de naaivoet.

2. Controleer of het bovenste mes goed tegen het onderste mes

komt door het handwiel langzaam naar u toe te draaien. Als het bovenste mes niet goed beweegt, controleer dan of er geen stof of draden vastzitten tussen de messen.

3. Houd de draden vast en iets gespannen.

4. Draai het handwiel 2 of 3 hele draaien naar u toe om het

begin van een draadketting te maken. Controleer of alle draden om het instelhaakje van de steekplaat worden gewonden. Als de draden niet om het instelhaakje worden gewonden, controleert u of de draden goed zijn ingeregen.

5. Blijf de draadketting vasthouden terwijl u het voetpedaal

indrukt. Blijf naaien totdat de ketting 5-8 cm lang is.

6. Leg stof onder de voorkant van de naaivoet en naai een

proeflapje. Geleid de stof lichtjes met uw linkerhand tijdens het naaien. Trek niet aan de stof, daardoor kan de naald verbuigen en breken.

7. Wanneer u aan het einde van de stof bent, blijft u

doornaaien terwijl u de afgewerkte stof voorzichtig achteruit en naar links trekt. Dit wordt het afhechten van de ketting genoemd. Zo wordt voorkomen dat de draden losraken en wordt de machine voorbereid om verder te naaien.

8. Knip de draadketting 2-5 cm achter de naaivoet af.

Spelden plaatsen Breng rechte spelden aan de linkerkant van de naaivoet aan. De spelden zijn dan gemakkelijk te verwijderen en zijn uit de buurt van de messen. Waarschuwing: Als u over spelden heen naait, wordt de rand van de messen beschadigd. De draadketting vastmaken

1. Rijg de ketting in een handwerknaald met een groot oog.

2. Steek de naald in het einde van de naad en trek de ketting in

de naad om de draden vast te zetten. Naaien – 19 NederlandsOverlocksteek met koord De overlocksteek met koord kan worden gebruikt om steken te verstevigen bij het aan elkaar naaien van elastische stoffen zoals breisels. Het meenaaien van een koord zorgt ervoor dat breisels niet rekken en stabiliseert de naden.

1. Haal het koord door het gat aan de voorkant van de voet.

2. Leg het koord onder de naaivoet naar de achterkant van de

machine en naai de naad in het kledingstuk.

3. Het koord wordt in de steek bevestigd terwijl de naad wordt

genaaid. Rimpelen met het differentieel transport Het differentieel transport kan worden gebruikt om dunne stoffen te rimpelen. Gebruik het voor mouwen, het maken van ruches en meer. Stel het differentieel transport in tussen 1.5 en 2 om het beste rimpeleffect voor uw project te verkrijgen. Probeer het altijd eerst uit op een proeflapje van uw stof. Zie Differentieel transport afstellen, pagina 12, om te leren hoe u het differentieel transport kunt aanpassen. 20 – Naaien NederlandsRolzomen naaien De rolzoomsteek is geschikt voor dunne stoffen zoals batist, voile, organdie, crêpe, enz. De rolzoom ontstaat door de draadspanning zo aan te passen dat de rand van de stof onder de stof rolt tijdens het overlocken. U kunt de mate waarmee de stof oprolt veranderen door de draadspanning aan te passen. Om een rolzoom te naaien, moet u de hendel van het instelhaakje op "R" zetten. Tip: Voor een mooie rolzoom rijgt u de bovengrijper in met decoratief garen en de naald en ondergrijper met lichtgewicht gewoon garen. 2-draads rolzoom (A)

1. Bevestig de 2-draads overlockconverter (zie pagina 6).

2. Gebruik de rechternaald en de ondergrijper.

3. Zet de hendel van het instelhaakje op "R".

4. Zet de steeklengteknop op "1" voor een smalle zoom.

5. Stel de draadspanning af volgens de stekentabel op pagina

6. Maak een draadketting en naai een proeflapje van uw stof

voordat u echt op het project gaat naaien. Houd de ketting vast wanneer u begint met naaien zodat hij niet in de zoom krult. 3-draads rolzoom (B) / smalle rand (C) Een variant van de rolzoomsteek (B) is de smalle rand (C). Die kan worden verkregen door de draadspanning af te stellen volgens "3-draads rolzoom” (pagina 17) en/of ”3-draads smalle rand” (pagina 16).

1. Gebruik de rechternaald en de boven- en ondergrijper.

2. Zet de hendel van het instelhaakje op "R".

3. Zet de steeklengteknop op "3-2" voor een smalle zoom.

4. Stel de draadspanning in volgens "3-draads rolzoom”

(pagina 17) of ”3-draads smalle rand” (pagina 16).

5. Maak een draadketting en naai een proeflapje van uw stof

voordat u echt op het project gaat naaien. Houd de ketting vast wanneer u begint met naaien zodat hij niet in de zoom krult. Naaien – 21 NederlandsFlatlocksteek Een flatlocksteek (A) wordt gemaakt door de spanning van de 3- draads overlocksteek aan te passen, de zoom te naaien en de stoffen uit elkaar te trekken om de zoom plat te maken. De spanningen moeten juist worden afgesteld, zodat de stof goed plat wordt getrokken. Een flatlocksteek kan als decoratieve constructiesteek worden gebruikt, om twee delen aan elkaar te naaien (standaard- flatlocksteek) of om één stuk stof te versieren (decoratieve flatlocksteek). Er zijn twee manieren om een flatlocksteek te naaien. Met de verkeerde kanten van de stof op elkaar voor een decoratief effect of met de goede kanten op elkaar om een laddersteek te maken. Standaard flatlock, breed (B)

1. Gebruik de linkernaald.

2. Rijg de onder- en bovengrijper en de linkernaald in.

3. Stel de draadspanning in volgens "3-draads flatlock, breed

(en smal)” op pagina 16.

4. Leg de verkeerde kanten van de twee stukken stof op elkaar

om een decoratieve steek te naaien op de goede kant van het project.

5. Naai de zoom en knip de overtollige stof af. De bovendraad

vormt een V op de onderkant van de stof. De ondergrijperdraad wordt in een rechte lijn getrokken op de rand van de stof.

6. Vouw de stof open en trek aan beide kanten van de zoom om

de steken plat te trekken. Decoratieve flatlock, breed (C)

1. Zet het bovenmes in rustpositie (pagina 6). De stof moet bij

deze stof niet worden afgesneden.

2. Volg de stappen 1-3 hierboven.

3. Vouw de stof met de verkeerde kanten op elkaar om een

decoratieve steek te naaien op de goede kant van het project.

4. Leg de stof zo dat de naad wordt genaaid met een gedeelte

van de steek buiten de stof.

5. Vouw de stof open en trek aan beide kanten van de zoom om

de steken plat te trekken. Tip: De bovengrijperdraad is de meest opvallende draad in de flatlocksteek. Doe decoratief garen in de bovengrijper en gewoon garen in de ondergrijper en de naald. Laddersteek (D) Een laddersteek is een flatlocksteek die wordt genaaid met de goede kanten van de stof op elkaar. De bovendraad is de draad die de ladder vormt. 22 – Naaien NederlandsMACHINE-ONDERHOUD Een overlock heeft meer onderhoud nodig dan een gewone naaimachine, om 2 redenen:

  • Er wordt veel stof geproduceerd wanneer de messen de stof snijden.
  • Een overlockmachine loopt op een zeer hoge snelheid en moet vaak worden geolied om de interne delen te smeren. Reinigen Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact. Open de voorkant en verwijder al het stof met een borsteltje. Oliën Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact. Om de machine soepel en stil te laten lopen, moeten de bewegende delen die op de afbeelding staan aangegeven vaak worden gesmeerd. We raden aan om te smeren na iedere 24 uur gebruik. Gebruik naaimachineolie. Gebruik geen andere olie, anders kan de machine beschadigen. Veeg alle overtollige olie van de machine af voordat u gaat naaien. Het ondermes vervangen Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact. Het vaste ondermes moet worden vervangen als het bot wordt. Vervang het volgens de onderstaande instructies. Als u problemen ondervindt, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger om de nodige aanpassingen te maken.
  • Schakel het bovenmes uit (A). Open de voorkant van de overlockmachine.
  • Draai de afstelschroef van het ondermes (B) los en verwijder het vaste mes (C).
  • Plaats een nieuw ondermes in de groef van de ondermeshouder. Het blad van het ondermes moet op gelijke hoogte met de steekplaat zijn.
  • Draai de afstelschroef van het ondermes (B) vast.
  • Schakel het bovenmes (D) weer in.
  • Draai aan het handwiel totdat de naalden in de laagste positie staan. Machine-onderhoud – 23 NederlandsHet bovenmes vervangen 0.2-0.5mm Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact. Het bovenmes moet worden vervangen als het bot wordt. Vervang het volgens de onderstaande instructies. Als u problemen ondervindt, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger om de nodige aanpassingen te maken.
  • Zet het bovenmes in de laagste positie.
  • Schakel het bovenmes uit (A). Open de voorkant van de overlockmachine.
  • Draai de afstelschroef van het bovenmes (B) los en verwijder het bovenmes (C).
  • Plaats een nieuw bovenmes in de groef van de bovenmeshouder. De voorste rand van het bovenmes is ongeveer 0,2– 0,5 mm lager dan de snijrand van het vaste mes (D).
  • Draai de afstelschroef van het bovenmes (B) vast.
  • Schakel het bovenmes (E) weer in. Opslag Haal de stekker uit het stopcontact wanneer de machine niet wordt gebruikt. Berg de machine niet op in direct zonlicht of een vochtige omgeving. Controles Als u vragen heeft over controles en/of de werking, kunt u contact opnemen met onze Klantenservice. Opsporen van fouten De machine werkt niet Mogelijke oorzaak: Machine niet goed aangesloten op de stroombron. Oplossing: Controleer of de machine goed is aangesloten op de stroombron (pagina 3). De stof wordt niet goed getransporteerd Mogelijke oorzaak: De steeklengte is te kort ingesteld voor de genaaide stof. Oplossing: Verleng de steeklengte-instelling (pagina 14). Mogelijke oorzaak: Het differentieel transport staat niet in de juiste positie voor de genaaide stof. Oplossing: Pas het differentieel transport aan (pagina 12). Mogelijke oorzaak: De naaivoetdruk is niet goed ingesteld voor de genaaide stof. Oplossing: Pas de naaivoetdruk aan (pagina 13). De naald breekt Mogelijke oorzaak: De naald zit mogelijk niet goed in de naaldklem. Oplossing: Breng de naald helemaal omhoog in de naaldklem aan en draai de schroef dan goed vast (pagina 5). Mogelijke oorzaak: U trekt met de hand aan de stof achter de naaivoet tijdens het naaien waardoor de naalden verbuigen. Oplossing: Trek niet met de hand aan de stof; laat de transporteur de stof onder de naaivoet trekken. 24 – Machine-onderhoud NederlandsMogelijke oorzaak: De naald heeft mogelijk niet de juiste dikte voor de genaaide stof. Oplossing: Gebruik een naalddikte die bij de stof past (pagina 7). De draad breekt Mogelijke oorzaak: De machine is mogelijk niet goed ingeregen; de draden zijn in de verkeerde volgorde ingeregen. Oplossing: Controleer of de machine in de juiste volgorde is ingeregen (pagina 7). Mogelijke oorzaak: De draad rolt niet soepel van het garenklosje af. Oplossing: Controleer het garenklosje om te zien of de draad niet vast blijft zitten. Mogelijke oorzaak: De naald(en) kunnen een gebogen, botte of gebroken punt hebben. Oplossing: Vervang de naald(en) (pagina 5). Mogelijke oorzaak: De naald is niet goed aangebracht. Oplossing: Breng de naald op de juiste manier aan (pagina 5). Mogelijke oorzaak: Het gebruik van garen van een slechte kwaliteit of met ongelijke vezels. Oplossing: Gebruik garen van een goede kwaliteit met soepele, gelijkmatige vezels. Mogelijke oorzaak: De draadspanning is te strak ingesteld. Oplossing: Verlaag de draadspanning (pagina 11). Mogelijke oorzaak: De draad zit vast in een van de draadgeleiders. Oplossing: Controleer de inrijgroute om er zeker van te zijn dat alle draden soepel doorlopen. Er worden steken overgeslagen Mogelijke oorzaak: De naald(en) kunnen een gebogen, botte of gebroken punt hebben. Oplossing: Vervang de naald(en) (pagina 5). Mogelijke oorzaak: De naald zit mogelijk niet goed in de naaldklem. Oplossing: Breng de naald helemaal omhoog in de naaldklem aan en draai de schroef dan goed vast. Mogelijke oorzaak: De naald heeft mogelijk niet de juiste dikte voor de genaaide stof. Oplossing: Gebruik een naalddikte die bij de stof past (pagina 7). Mogelijke oorzaak: De machine is mogelijk niet goed ingeregen of de draden zijn in de verkeerde volgorde ingeregen. Oplossing: Controleer of de machine in de juiste volgorde is ingeregen, zoals in de handleiding staat (pagina 7). Mogelijke oorzaak: Het gebruik van garen van een slechte kwaliteit of met ongelijke vezels. Oplossing: Gebruik garen van een goede kwaliteit met soepele, gelijkmatige vezels. Onregelmatige steken Mogelijke oorzaak: De steken zijn niet gebalanceerd. Oplossing: Pas de draadspanningen en mogelijk de snijbreedte aan (pagina 11/pagina 13). Mogelijke oorzaak: De draad rolt niet soepel van het garenklosje af. Oplossing: Controleer het garenklosje om te zien of de draad niet vast blijft zitten. Mogelijke oorzaak: De machine is mogelijk niet goed ingeregen of de draden zijn in de verkeerde volgorde ingeregen. Oplossing: Controleer of de machine in de juiste volgorde is ingeregen, zoals te zien is op (pagina 7). Machine-onderhoud – 25 NederlandsDe stof trekt Mogelijke oorzaak: De draadspanningen zijn te strak ingesteld. Oplossing: Verlaag de draadspanningen (pagina 11). Mogelijke oorzaak: De draad rolt niet soepel van het garenklosje af. Oplossing: Controleer het garenklosje om te zien of de draad niet vast blijft zitten. Mogelijke oorzaak: Het gebruik van garen van een slechte kwaliteit of met ongelijke vezels. Oplossing: Gebruik garen van een goede kwaliteit met soepele, gelijkmatige vezels. Mogelijke oorzaak: De steeklengte is te kort ingesteld. Oplossing: Pas de steeklengte aan op een langere instelling (pagina 14). Mogelijke oorzaak: Het differentieel transport staat niet in de juiste positie voor de genaaide stof. Oplossing: Pas het differentieel transport aan (pagina 12). De stof wordt onregelmatig afgesneden Mogelijke oorzaak: Het boven- en ondermes staan niet in de juiste positie. Oplossing: Controleer of de messen goed zijn uitgelijnd (pagina 24). Mogelijke oorzaak: Het mes/de messen zijn beschadigd of versleten. Oplossing: Vervang één of beide messen (pagina 23—pagina 24). De stof loopt vast Mogelijke oorzaak: Het boven- en ondermes staan niet in de juiste positie. Oplossing: Controleer of de messen goed zijn uitgelijnd (pagina 24). Mogelijke oorzaak: De draad rolt niet soepel van het garenklosje af. Oplossing: Controleer het garenklosje om te zien of de draad niet vast blijft zitten. Mogelijke oorzaak: Te dikke stoflagen. Oplossing: Druk dikke lagen samen met een normale naaimachine voordat u ze op uw overlockmachine naait. Technische specificaties Naaisnelheid Maximaal 1200 ± 100 rpm Steeklengte 1–4 mm Naaldstangslag 25 ± 3 mm Naalden SINGER® EL #2022 #90/14 Steekbreedte 2,3–7 mm Hoogte naaivoet 5–7 mm Aantal naalden 1–2 Verhouding differentieel transport 0.7–2.0 Gewicht 6,3 kg Aantal draden 2-4 Type lamp LED-lamp Afmetingen machine Breedte: 334 mm Diepte: 286 mm Hoogte: 279mm Beschermingsklasse II (Europa) Vermogen Machine: 100 Watt LED-verlichting: 100 mWatt Nominale spanning 120 V/60 Hz (Noord-Amerika) 230 V/50 Hz (Europa) 26 – Machine-onderhoud NederlandsWij behouden ons het recht voor zonder aankondiging vooraf veranderingen aan te brengen in de machine en het assortiment accessoires, of aanpassingen te doen in functies of ontwerp. Dergelijke veranderingen zijn echter altijd ten gunste van de gebruiker van het product. INTELLECTUEEL EIGENDOM SINGER en het ovale "S" design zijn exclusieve handelsmerken van The Singer Company Limited S.à.r.l. of haar dochterondernemingen. Garantie Dit apparaat heeft een garantie van 3 jaar vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met zorg vervaardigd en grondig geïnspecteerd voor de levering. Bewaar de kassabon als aankoopbewijs. Neem in het geval van een garantieclaim telefonisch contact op met onze service-hotline. Op die manier weet u zeker dat u uw product kunt retourneren zonder verzendkosten te betalen. Bewaar de originele verpakking zodat uw apparaat veilig kan worden vervoerd in het geval van een garantieclaim. De garantie geldt alleen voor materiaal- of fabricagefouten en niet voor schade aan slijtageonderdelen of aan breekbare onderdelen. Dit product is uitsluitend bedoeld voor niet-commercieel privégebruik. Een onjuist of oneigenlijk gebruik van het apparaat, het gebruik van kracht en veranderingen die niet zijn uitgevoerd door onze erkende service-afdeling, maken de garantie ongeldig. Deze garantie vormt geen beperking van uw wettelijke rechten. Deze garantie geldt alleen voor de eerste koper en is niet overdraagbaar. Reparaties Teknihall Benelux p/a P/A Antwoordnummer 13533, 4800 WE Breda, NL Phone: 00800-74643700, E-mail: singer-service-nl@teknihall.com IAN 290240 Houd uw kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 12345) bij de hand als aankoopbewijs wanneer u naar uw product vraagt. Conformiteitsverklaring Dit apparaat voldoet aan de eisen van de relevante Europese en nationale richtlijnen. Dit wordt bevestigd door het CE-merk. De fabrikant is in het bezit van de relevante verklaringen. Bij het afvoeren van dit product moet u erop letten dat het op de juiste wijze wordt gerecycled volgens de nationale richtlijnen voor elektrische/elektronische producten. Gooi elektrische apparaten niet weg als ongesorteerd afval, maar maak gebruik van gescheiden afvalinzameling. Neem contact op met de gemeente voor informatie over de aanwezige inzamelpunten. Als u oude apparaten vervangt door nieuwe, kan de verkoper wettelijk verplicht zijn om uw oude apparaat gratis terug te nemen om het af te voeren. Als elektrische apparaten worden weggegooid op stortplaatsen of vuilnisbelten kunnen er gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken, in de voedselketen terechtkomen en schade aanrichten aan uw gezondheid en welzijn. Manufacturer VSM GROUP AB, SVP Worldwide Drottninggatan 2, SE-56184, Huskvarna, SWEDENVSM GROUP AB Drottninggatan 2 SE-561 84 Huskvarna Sweden IAN 290240 Last Information Update / Stand der Informationen: 01/2017 Ident. No: S14-78012017-DE/AT/GB/IE/FR/NL