Klimatronic Instapro - Airconditioning SUNTEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Klimatronic Instapro SUNTEC in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Type apparaat | Mobiele airconditioner |
| Koelcapaciteit | 2,6 kW |
| Energie | Energieklasse A |
| Geluidsniveau | 54 dB(A) |
| Afmetingen | 70 x 30 x 35 cm |
| Gewicht | 30 kg |
| Extra functies | Ontvochtiging, ventilatie, programmeerbaar |
| Gebruik | Ideaal voor ruimtes tot 80 m² |
| Onderhoud | Wasbare filters, regelmatig onderhoud aanbevolen |
| Veiligheid | Bescherming tegen oververhitting |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Klimatronic Instapro SUNTEC
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Klimatronic Instapro - SUNTEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Klimatronic Instapro van het merk SUNTEC.
GEBRUIKSAANWIJZING Klimatronic Instapro SUNTEC
Koelcapaciteit* (BTU/h) EE Class EER Verwarmingscapaciteit (BTU/h) COP Class COP Ontvochtigingscapaciteit Liter/ dag Energieverbruik bij koelen Watt Energieverbruik bij verwarmen Watt Voeding Volt/Hz/P
Stroomsterke A Maximale Luchtstoom m³/uur Voor ruimtes tot m Afmetingen binnenunit (BxDxH) Afmetingen buitenunit (BxDxH) Gewicht kg Koudemiddel soort Geluidsniveau binnenunit
Geluidsniveau buitenunit db
Indicatief gebruiken, wijzigingen voorbehouden * conform EN 1451 SPECIFICATIES
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op een standaardmodel. De door u gekochte airconditioner kan een ander model hebben. ONDERDELEN
69C VOOR INGEBRUIKNAME
Voor ingebruikname van de airconditioner dient u het volgende te controleren en in te stellen. Instelling afstandsbediening De afstandsbediening is door de fabrikant NIET ingesteld op de functie alleen koelen of verwarmen, u dient deze functies zelf in te stellen. Iedere keer nadat de batterijen van de afstandsbediening zijn vervangen, knippert het pijltje voor “Heat” of “Cool” op het display van de afstandsbediening. Afhankelijk van het type airconditioner dat u gekocht hebt, is de afstandsbediening als volgt in te stellen: Druk op een willekeurige knop als het pijltje voor “Heat” knippert, de warmtepomp is ingesteld. Druk op een willekeurige knop als het pijltje voor “Cool” knippert, alleen koelen is ingesteld. Als u niet binnen 10 seconden op een willekeurige knop drukt, wordt de afstandsbediening automatisch op de warmtepomp ingesteld. Wanneer de afstandsbediening op Alleen Koelen is ingesteld, kan de Verwarmingsfunctie NIET via de afstandsbediening worden ingesteld. Veiligheidsvoorschriften
- Gebruik de juiste stroomvoorziening (zie typeplaatje), om ernstige storingen, gevaar of brand te voorkomen.
- Zorg dat de stroomonderbreker of stekker niet vies wordt. Stekker/stroomonderbreker vakkundig aansluiten op de voedingskabel, onvoldoende contact kan leiden tot een elektrische schok of brand.
- De unit niet uitzetten met de stroomonderbreker of door de stekker uit het stopcontact te trekken, dit kan vonken en brand veroorzaken.
- Geen knopen in de voedingskabel leggen of eraan trekken, de kabel kan beschadigen of breken en een elektrische schok of brand veroorzaken.
- Nooit een stok of iets vergelijkbaars in de unit steken. De ventilator draait op hoge snelheid rond en kan verwondingen veroorzaken.
- Het is slecht voor uw gezondheid als de koude luchtstroom voor langere tijd op u gericht is. Het wordt aangeraden de luchtstroom vrij te laten uitstromen in de ruimte.
- Schakel bij storingen het apparaat uit met de afstandsbediening, voor u de stekker uit het stopcon- tact haalt.
- Voer zelf geen reparaties uit. Verkeerd uitgevoerde reparaties kunnen een elektrische schok, etc. veroorzaken.
- Gasfornuizen en ovens niet in de luchtstroom plaatsen.
- De knoppen niet met natte handen bedienen.
- Geen objecten op de buitenunit plaatsen.
fstand tussen luch laat en muur moe
fstand tussen luchtinlaat en muur moet mini- maal 250 mm zi
fstand tussen luchtinlaat en muur moet minimaal 250 Bovenstaande afbeelding is een vereenvoudigde weergave van de unit en kan afwijken van de unit die u gekocht heeft.
INSTALLATIE 71Kies de juiste locatie Geen obstakels in de buurt van de luchtuitlaat, zodat de luchtstroom ongehinderd de gehele ruimte bereikt. De leidingen en het gat in de muur moeten op een toegankelijke plaats aangebracht kunnen worden.Zorg voor voldoende afstand tussen unit, plafond en muur (zie hoofdstuk D). De luchtfilters moeten gemakkelijk verwijderd kunnen worden. De unit en afstandsbediening minstens op 1 meter afstand van televisie, radio etc. plaatsen. TL-lampen kunnen storingen veroorzaken, zorg voor voldoende afstand. Niets in de buurt van de luchtinlaat zetten, de aangezogen lucht moet vrij baan hebben. De muur moet voldoende belastbaar zijn om het gewicht van de unit te kunnen dragen, de muurconstructie mag geen geluidstoename en trillingen veroorzaken.
Locatie voor installatie van buitenunit Op een toegankelijke, goed geventileerde plaats; niet monteren op een plaats waar gevaar voor bv. een gaslek bestaat. De vereiste afstand van de muur aanhouden. De buitenunit niet blootstellen aan vettig vuil of zoute zeelucht, niet monteren in de buurt van gasleidingen. Niet aan de straatkant monteren i.v.m. risico van opspattend water. Op een vast fundament installeren om geluidstoename te voorkomen. De lucht moet ongehinderd kunnen uitstromen.
1. Installeren van de montageplaat
- Montageplaat monteren op de plaats waar de binnenunit komt te hangen, houd rekening met de richting van de leidingen. Plaats de montageplaat horizontaal met behulp van een waterpas of schietlood - Boor gaten met een diepte van 32 mm om de plaat vast te zetten. - De plastic pluggen in de gaten steken en de plaat met zelftappers vastschroeven. - Controleer of de montageplaat goed vastzit en boor het gat voor de leidingen. Opmerking: de vorm van de montageplaat kan per model verschillen, de installatiemethode is echter gelijk.
2. Gat boren voor leidingen
- Bepaal de positie van het doorvoergat van de leidingen op de muur aan de hand van het boorgat in de montageplaat. - Gat in de muur boren. Het gat moet naar buiten toe wat aflopen. - Plaats een schuifmof in het gat om de muur te beschermen.
INSTALLATIE 73Isolatie leiding: Plaats de afvoerslang onder de leiding. Gebruik meer dan 6 mm dik isolatiemateriaal. -De afvoerslang moet licht aflopen om het vocht gemakkelijk af te kunnen voeren. Let op dat de afvoerslang niet gedraaid ligt, of uitsteekt, het uiteinde mag niet in het water hangen. Als de afvoerleiding met een slang wordt verlengd dient het gedeelte dat langs de binnenunit loopt te worden geïsoleerd. - Wanneer de leidingen aan de rechterkant zitten, dienen leiding, voedingskabel en afvoerleiding geïsoleerd te worden en met een pijpenklem aan de achterkant van de binnenunit te worden gemonteerd.
A. Pijpenklem op groef aanbrengen. B. Druk dan de klem vast op de montageplaat
1. Monteer afvoeruitgang en afvoerslang (alleen voor modellen met warmtepomp).
Wanneer de binnenunit op de verwarmingsstand staat, drupt er condenswater van de buitenunit. Monteer een afvoeruitgang en een afvoerslang om het water probleemloos af te voeren. Monteer de afvoeruitgang en rubberen sluitring op de bodemplaat van de buitenunit (zie afbeelding).
2. Installeren en monteren buitenunit.
Bevestig de unit met bouten op een vlakke en stevige ondergrond. Monteer de unit extra stevig met het oog op sterke wind en trillingen.
3. Aansluiten leidingen buitenunit
Sluit de leidingen afzonderlijk en met het voorgeschreven koppel aan. Gebruik hiervoor aan de ene zijde de bijgeleverde sleutel en aan de andere zijde als aanslag b.v. een pijptang. Alleen zo kan worden gegarandeerd, dat er geen koelvloeistof kan ontwijken. Controleer, of de verbindingen dicht zijn en geen koelvloeistof lekt. Voor verlies van koelvloeistof kan de SUNTEC WELLNESS GMBH niet aansprakelijk worden gesteld.
4. Verwijder de kapjes van de twee- en driewegklep.
Sluit de leidingen apart aan overeenkomstig het draaimoment. Kabelaansluiting buitenunit (zie voorgaande pagina)
1. Monteer afvoeruitgang en afvoerslang (alleen voor modellen met warmtepomp).
Wanneer de binnenunit op de verwarmingsstand staat, drupt er condenswater van de buitenunit. Monteer een afvoeruitgang en een afvoerslang om het water probleemloos af te voeren. Monteer de afvoeruitgang en rubberen sluitring op de bodemplaat van de buitenunit (zie afbeelding).
2. Installeren en monteren buitenunit.
Bevestig de unit met bouten op een vlakke en stevige ondergrond. Monteer de unit extra stevig met het oog op sterke wind en trillingen.
3. Aansluiten leidingen buitenunit
Verwijder de kapjes van de twee- en driewegklep. Sluit de leidingen apart aan overeenkomstig het draaimoment.
4. Kabelaansluiting buitenunit (zie voorgaande pagina)
INSTALLATIEE BEDIENING Bediening en display STROOM INDICATIELAMPJE Licht op wanneer de stroom- toevoer aangesloten is. SLAAPSTAND INDICATIELAMPJE Licht op als deze functie actief is.
SIGNAALONTVANGER Ontvangt signaal van de afstandsbediening. TIJD INDICATIELAMPJE Licht op tijdens ingestelde tijd.
IN BEDRIJF INDICATIELAMPJE
Brandt als unit in bedrijf is. Vorm en positie van schakelaars en lampjes kunnen per model ver- schillen, de functies zijn echter identiek.
NOODKNOP Om de unit te bedienen als de afstandsbediening niet werkt. NOODKNOP Om de unit te bedienen als de afstandsbediening niet werkt. Instellen automatisch herstarten Het apparaat is door de fabrikant ingesteld op automatisch herstar- ten. Na een stroomonderbreking hervat het apparaat zijn werking in de laatst geselecteerde functie. BEDIENING 76Afstandsbediening De afstandsbediening zendt signalen naar het systeem. SLEEP KNOP Om slaapstand in te stellen of op te heffen. TIMER KNOP Voor selecteren TIMER functie. MODE KNOP Voor selectie van de bedrijfsmodus: Feel, Cooling, Dry, Fan en Heating DOWN KNOP (TE WARM KNOP) Om ingestelde kamertemperatuur te verlagen en tijd te verkorten. UP KNOP (TE KOUD KNOP) Om ingestelde kamertemperatuur te verhogen en tijd te verlengen.
FAN SPEED BEDIENINGSKNOP
Voor selectie ventilatorsnelheid binnenunit: automatisch, hoog, medium en laag. BEDIENINGSKNOP (HORIZONTAAL LAMEL) Voor instellen richting luchtstroom.
Voor in- en uitschakelen. Opmerking: Iedere modus en de relevante functies worden hierna verder gespecificeerd. Plaatsen van de batterijen Verwijder de batterijklep in de richting van de pijl. Plaats nieuwe batterijen zoals aangegeven (let hierbij op de plus- (+) en minpolen (-). De batterijklep terugschuiven. Opmerking: gebruik 2 LR03 AAA(1.5volt) batterijen. Geen oplaadbare batterijen gebruiken. Batterijen ver- vangen door nieuwe van hetzelfde type (zie hierboven) als het display vager wordt. Opslag van de afstandsbediening en tips voor gebruik De afstandsbediening kan in een houder, die aan een muur is bevestigd, worden geplaatst. Opmerking: De houder voor afstands- bediening is optioneel. Gebruik afstandsbediening Richt de afstandsbediening op de signaalontvanger op de binnenunit van de airconditioner. De airconditioner is op deze manier tot een afstand van 7 meter te bedienen.
OptioneelBEDIENINGSINSTRUCTIES FEEL modus bedrijfsprocedure De bedrijfsmodus wordt automatisch geselecteerd (HEATING, DRY, FAN, COOLING) afhankelijk van de kamertemperatuur op het selectiemoment. Met de afstandsbediening op de airconditioner gericht.
Druk op de ON/OFF/RUN knop. Wanneer het apparaat een signaal ontvangt licht het RUN indicatielampje van de binnenunit op. Als de unit niet op de FEEL modus staat. 2 Selecteren FEEL modus Druk op de MODE selectieknop Van MODE op FEEL positie zetten. Bedrijfsmodus en temperatuur worden bepaald door de binnentemperatuur. Binnentemperatur Bedrijfsmodus Gewenste Temperatur Minder dan 20°C Verwarmen voor `Warmetepomp´ type Ventilator voor ` alleen koelen´ type 23°C 20 – 26°C Dry 18°C Meer dan 26°C Cooling 23°C
3. Temperatuur instellen
Druk op de © knop of op de ª knop. Als de © knop ingedrukt wordt, wordt de waarde van de ingestelde temperatuur 1°C verhoogd. Nadat de temperatuur 2°C verhoogd is, verandert het indicatielampje niet. Als de © knop ingedrukt wordt, wordt de waarde van de ingestelde temperatuur met 1°C verlaagd. Nadat de temperatuur 2°C verlaagd is, verandert het indicatielampje niet. Opmerking: Het kan voorkomen dat wanneer de unit in bedrijf is er geen lucht uitgeblazen wordt. Bij verandering van de modus draait de unit niet altijd meteen. TIMER modus Wanneer u met de TIMER knop de timer instelt als u weggaat, is het behaaglijk als u weer thuis komt. ‘s Nachts kunt u de timer eventueel uitschakelen.
BEDIENING 78INSTELLEN TIMER Om de airconditioner op het gewenste tijdstip in te schakelen moet de volgende procedure gevolgd wo rd en (de afstandsbediening en de airconditioner zijn uitgeschakeld):
1. Druk op de Timer knop
2. Kies de gewenste modus door op de Mode knop te drukken.
3. Kies de gewenste temperatuur door op de ©ª
knop te drukken (is alleen mogelijk wanneer de ‘cool’ of ‘heat’ modus is geselecteerd).
4. Kies ventilatorsnelheid (low, medium of high) of automatische modus
(alleen mogelijk als de Feel, Cool of Heat modus is geselecteerd) door op de Fan knop te drukken. In de Dry modus draait de ventilator altijd op Auto modus.
5. Kies Swing of geen Swing door op de Swing knop te drukken.
6. Druk op de Timer knop (‘h’ knippert).
knop om de tijd te selecteren waarop de airconditioner aan moet slaan (tussen 0 en 10 uur kunt u op ieder halfuur instellen; tussen de 10 en 24 uur kunt u op ieder uur instellen).
8. Druk op de Timer knop (‘h’ stopt met knipperen) en de ingestelde tijd
verschijnt op het display.
9. Druk nogmaals op de Timer knop om de geselecteerde data uit het
geheugen te verwijderen. Opmerking: wanneer er tijdens het programmeren van de timerfunctie geen knoppen worden ingedrukt, schakelt de afstandsbediening automatisch na 10 seconden uit. Om de airconditioner op het gewenste tijdstip uit te schakelen moet de volgende procedure gevolgd worden (de afstandsbediening en de airconditioner zijn uitgeschakeld):
1. Druk op de Timer knop
knop om de tijd te selecteren waarop de airconditioner moet uitschakelen (tussen 0 en 10 uur kunt u op ieder halfuur instellen; tussen de 10 en 24 uur kunt u op ieder uur instellen).
3. Druk op de Timer knop (‘h’ stopt met knipperen) en de ingestelde tijd verschijnt op het display.
4. Druk nogmaals op de Timer knop om de geselecteerde data uit het geheugen te verwijderen.
Opmerking: wanneer er tijdens het programmeren van de timerfunctie geen knoppen worden ingedrukt, schakelt de afstandsbediening automatisch na 10 seconden uit. Opmerking: als ‘h’ knippert en u één keer op de ON/OFF/RUN knop drukt, verschijnt de ingestelde temperatuur in het display. Nu kunt u de temperatuur wijzigen met de ©ª knop. Wanneer de Timer knop wordt ingedrukt, verschijnt de tijd weer, die kan nu ook gewijzigd worden*. Als de Timer knop weer wordt ingedrukt, worden de data opgeslagen en verschijnt de resterende tijd (dat de airconditioner nog in bedrijf is) in het display.
- Wanneer de ON/OFF/RUN knop wordt ingedrukt in plaats van de Timer knop, schakelt de afstandsbediening uit. Opmerking Controleer of het TIMER INDICATIELAMPJE van de binnenunit oplicht, nadat de timer is ingesteld. Druk op de Timer functie om de instellingen op het display te controleren.
1. Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen.
2. Frontpaneel vastpakken op positie “a” en naar u toetrekken.
3. Reinigen met een zachte droge doek.
C) om hardnekkig vuil te verwijderen.
4. Gebruik nooit vluchtige stoffen zoals benzine, of een schuurmiddel om
vuil te verwijderen.
5. Nooit water op de binnenunit spuiten.
Gevaarlijk! Elektrische schok!
6. Het frontpaneel terugplaatsen en sluiten door positie “b” naar beneden te
drukken. Schoonmaken luchtfilter De luchtfilter dient regelmatig gereinigd te worden. Handel als volgt:
1. Het apparaat volledig uitschakelen.
- Open het frontpaneel. - Trek de filterhendel voorzichtig naar u toe. - Pak de hendel vast en schuif de filter eruit.
2. De luchtfilter reinigen en terugplaatsen.
Bij hardnekkig vuil de filter schoonmaken in handwarm water met afwasmiddel. Na schoonmaken, de filter op een zonvrije plek volledig laten drogen.
3. Sluit het frontpaneel.
Wanneer de airconditioner in een extreem stoffige ruimte wordt gebruikt, dient deze iedere twee weken schoongemaakt te worden.
G BEVEILIGING Bedrijfsconditie De beveiligingscomponenten kunnen een fout detecteren en de unit uitschakelen in de volgende gevallen: Verwarmen De buitentemperatuur is boven de 24°C De buitentemperatuur is onder de -7°C De kamertemperatuur is boven de 27°C Koelen De buitentemperatuur is boven de 43°C De kamertemperatuur is onder de 21°C Drogen De kamertemperatuur is onder de 18°C
Waarschuwing Wanneer de airconditioner op de COOLING of DRY functie is ingesteld bij een relatieve luchtvochtigheid meer dan 80%, dan kan er vocht uit de luchtuitlaat van de binnenunit druppelen (doordat bijvoorbeeld een raam of deur open staat).G BEVEILIGING
Geluidsoverlast - Installeer de airconditioner op een stevige ondergrond om geluidsoverlast te voorkomen. - Installeer de buitenunit zodanig dat de buren geen geluidshinder ondervinden van de uitgeblazen lucht. - Geen obstakels plaatsen in de baan van de uitstromende lucht van de buitenunit, dit verhoogt de geluidsproductie. Kenmerken beveiliging 1 De beveiliging schakelt de unit uit in de volgende gevallen: - Na een stop of verandering van functie tijdens werking van de unit, dient u 3 minuten te wachten voor u de airconditioner opnieuw start. - Nadat de stekker in het stopcontact gestoken is en de unit meteen ingeschakeld wordt. De unit zal dan na ca. 20 seconden inschakelen.
2 - Druk nadat de unit gestopt is door het in werking treden van de beveiliging op de ON/OFF knop voor
een herstart. - De Timer dient opnieuw ingesteld te worden.
BEVEILIGINGControle Na langdurig gebruik moet de airconditioner op de volgende zaken gecontroleerd worden: - Oververhitting van de voedingskabel en stekker. Ruikt u een brandlucht? - Hoort u meer geluid of is er meer trilling dan normaal? - De binnenunit lekt water. - De metalen behuizing staat onder stroom.
Schakel de airconditioner uit in alle bovenstaande gevallen! Periodieke inspectie door een erkend installateur (min. 1x per 5 jaar) wordt aanbevolen. Kenmerken van de HEATING modus Voor verwarmen Nadat de HEATING functie is opgestart, komt de luchtstroom van de binnenunit pas na 2 – 5 minuten op gang. Na verwarmen Nadat de Heating functie is gestopt, blijft de ventilator van de binnenunit nog 2 – 5 minuten draaien. Ontdooien Tijdens HEATING zal het apparaat automatisch ontdooien voor een optimale werking. Deze procedure duurt normaal 2-10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilatorfunctie. Na ontdooien start de HEATING functie weer automatisch op.
Probleem Oorzaak / Oplossing Unit werkt niet. De stekker zit niet goed in het stopcontact. De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg. De beveiliging is geactiveerd of de zekering is doorgebrand. Geen gekoelde of verwarmde lucht. Zijn de luchtinlaten, –uitlaten geblokkeerd? Is de temperatuur goed ingesteld? Is de luchtfilter verontreinigd? Geen effectieve bediening. Als gevolg van storing (door ontlading van statische elektriciteit, storing in stroomvoorziening) zal het apparaat niet goed functioneren. Als dat het geval is, de stekker uit het stopcontact halen en na 2-3 seconden weer in het stopcontact steken. Start niet meteen. Verandering van de modus tijdens bedrijf: vertraging van 3 minuten. Vreemde lucht. Geur is mogelijk afkomstig van een andere bron, meubels sigaretten, etc. De unit blaast de aangezogen lucht weer uit. Geluid van stromend water. Veroorzaakt door het koudemiddel in de airconditioner, dit duidt niet op een storing. Geluid van ontdooien in verwarmingsmodus. Krakend geluid. Het geluid kan veroorzaakt worden door uitzetten/krimpen van het frontpaneel als gevolg van temperatuurswisselingen. Er komt damp/nevel uit de luchtuitlaat. Er ontstaat damp/nevel als de lucht in de kamer sterk afkoelt doordat tijdens de COOLING of DRY werking koude lucht wordt uitgeblazen. Het rode compressor indicatorlampje knippert constant en de ventilator van de binnenunit werkt niet meer. De unit gaat van verwarmingsmodus in ontdooimodus. Het indicatielampje gaat binnen 10 minuten uit, de unit gaat terug in de verwarmingsmodus. STORINGEN VERHELPEN 83I GARANTIEBEPALINGEN U krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:
1. Alle verdere aanspreken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af.
2. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de
3. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn
gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.
4. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen buiten de garantie.
5. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop
geen veranderingen zijn aangebracht.
6. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaan-
wijzing of door verwaarlozing.
Notice-Facile