J77P - Loopband TUNTURI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis J77P TUNTURI in PDF-formaat.

📄 80 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice TUNTURI J77P - page 38
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : TUNTURI

Model : J77P

Categorie : Loopband

Download de handleiding voor uw Loopband in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding J77P - TUNTURI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. J77P van het merk TUNTURI.

GEBRUIKSAANWIJZING J77P TUNTURI

NL GEBRUIKSAANWIJZING P. 38-46

  • De trainer werkt op netspanningen van 230 V. Het stroomverbruik bedraagt maximaal 10 A. De trainer mag alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact. Het gebruik van een verlengsnoer is niet toegestaan.
  • Spanningsfluctuaties van meer dan 5 % kunnen storingen in de werking van de trainer veroorzaken of de elektronische componenten beschadigen. Indien de netspanning onvoldoende gereguleerd is of de trainer anderszins niet overeenkomstig deze gebruiksaanwijzing wordt aangesloten, vervalt de garantie. *Bij het afstellen en het onderhouden van de trainer dient u deze gebruiksaanwijzing op te volgen.
  • Beperk u tot het onderhoud en instellingen zoals in deze handleiding worden beschreven. Stop direct als zich andere problemen voordoen en vraag advies bij uw Tunturi specialist. *Wijzigingen aan stekker of stopcontact mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende elektromonteur. UW GEZONDHEID
  • Laat uw conditie controleren bij uw huisarts voordat u begint met trainen. *Bij misselijkheid, duizeligheid of een ander lichamelijk ongemak tijdens gebruik dient de gebruiker direct te stoppen en een arts te raadplegen. *Met het Puls Controlled programma wordt de snelheid, de loophoek, of beide van de looptrainer automatisch aangepast aan de gemeten hartslag. Omdat onjuiste hartslagmeting tot gezondheid risico’s voor de gebruiker kunnen leiden, dient u de instructies over hartslagmeting nauwkeurig op te volgen. Controleer uw hartslag tijdens de training en bij afwijkende hartslagwaarden stopt u de training onmiddellijk.
  • Het is aan te bevelen rek-, warming up- en cool down- oefeningen te doen om pijnlijke spieren te voorkomen.

DE TRAINER IN HET GEBRUIK

  • Controleer voordat u met de training begint of de looptrainer in orde is. Gebruik de looptrainer nooit indien deze defect is. *Gebruik de trainer alleen indien de behuizing en de beschermkappen correct zijn aangebracht.
  • De J 77P kan door slechts één persoon tegelijk gebruikt worden, het toestel is geschikt voor gebruik door personen tot 135 kg lichaamsgewicht. *Draag tijdens de training de juiste kleding en schoenen. Zorg ervoor dat uw schoenveters goed gestrikt zijn. Gebruik alleen schoenen die binnen gedragen worden, daar steentjes, zand en ander vuil afkomstig van buitenschoenen extra slijtage en storingen kunnen veroorzaken.
  • Houd kinderen en huisdieren buiten het bereik van het toestel tijdens de training. *Plaats de trainer op een zo vlak mogelijke ondergrond, met aan de voorkant en aan de zijkanten minstens 60 cm vrije ruimte en aan de achterkant minstens 200x100 cm.
  • Houdt u bij het op- en afstappen, bij her veranderen van de bandsnelheid, de handrail vast. Spring niet van een lopende band af!
  • Het is aan te bevelen om het frame van de looptrainer schoon te maken met een licht vochtige doek. Een optimaal resultaat krijgt u door het gebruik van een doek met Teflon-Spray, Car Cleaner of Car Wax. Dit geeft niet alleen een beter resultaat, maar beschermt de trainer ook veel beter tegen de inwerking van transpiratievocht. De loopmat echter alleen schoonmaken met een vochtige doek! *Bij montage- en onderhoudswerkzaamheden dient u eerst de hoofdschakelaar uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te trekken. *Trek na het gebruik altijd de stekker uit het stopcontact. *Probeer niet de trainer te verplaatsen door aan het elektriciteitssnoer te trekken.
  • Zorg dat u, voordat u de looptrainer in gebruik neemt, vertrouwd bent met het bedieningspaneel en de diverse instelmogelijkheden.
  • De trainer mag niet door meerdere personen tegelijkertijd gebruikt worden.
  • Gebruik de looptrainer alleen binnenshuis. *Blijf altijd met uw handen uit de buurt van de band wanneer deze in beweging is. Zorg ervoor dat er zich geen obstakels onder het onderstel van de trainer bevinden en steek geen handen, voeten of voorwerpen tussen bewegende delen.
  • Vergeet niet het snoer van de veiligheidssleutel vast te maken, bijvoorbeeld aan uw shirt of broekband.39 MONTAGE Controleer eerst of de verpakking alle hieronder genoemde onderdelen bevat (afb. 1): A Bedieningspaneel B Veiligheidssleutel van de noodstop, met snoer en knijper (+ 1 reservesleutel) CElektriciteitssnoer DLinker handgreep E Beschermkap van de handgreep FRechter handgreep met houder voor bedieningspaneel GFrame H Polar borstband Gereedschap set (met * in de onderdelenlijst) bus T-Lube Indien een onderdeel ontbreekt, neem dan contact op met de dealer. Vermeld daarbij het model van de looptrainer, het serienummer (zie sticker op de onderzijde van het frame) en het nummer van het ontbrekende onderdeel (zie lijst van reserveonderdelen aan het eind van deze gebruiks- aanwijzing). Nadat u de verpakking heeft verwijderd en de inhoud van de levering heeft gecontroleerd kunt u de trainer monteren. De aanduidingen rechts, links, voor en achter betekenen steeds rechts, links enz. gezien vanuit de gebruiker, staand op de band. HANDRAILS BELANGRIJK! Bij het monteren van de linker en rechter handrail is het belangrijk dat u de bouten pas strak aandraait nadat allebei de handrail delen in hun geheel op hun plaats zijn en aan elkaar gevoegd zijn. Aan het onderste buiseinde van de rechter handrail is een zakje met silicaat vastgeplakt dat dient voor het absorberen van vocht tijdens transport en opslag. U kunt dit zakje weggooien. Breng de buis van de rechter handrail aan op zijn plaats, aan de rechterkant van de voorste aandrijfrol. Bevestig dit buiseinde zorgvuldig, met een inbusbout en een borgring, maar draai de bout nog niet strak aan. Nadat de buis is bevestigd kunt u de plastic stop op het buiseinde aanbrengen (afb. 2). Bevestig het onderste buiseinde van de linker handrail met een inbusbout en een borgring aan de zijkant van het frame, maar draai de bout nog niet helemaal vast. Leg de trainer eventueel op zijn kant. Breng de beschermkap van de handrail aan door deze op het onderste buiseinde vast te drukken (afb. 3). Duw het boveneind van de linker handgreep in de houder van het bedieningspaneel. Deze bevindt zich op de rechter handgreep. BELANGRIJK! Voordat u de linker handrail plaatst, dient u eerst het snoer dat uitsteekt uit de linker handrail voorzichtig aan te sluiten aan het snoer dat uit de houder van het bedieningspaneel komt (afb. 4). Wanneer de uiteinden van de handrails delen goed op elkaar aansluiten kunt u de inbusbouten aan de onderzijde van de houder van het bedieningspaneel aandraaien. Let er daarbij op, dat de buiseinden goed op hun plaats blijven. BELANGRIJK! Bij het plaatsen van de buiseinden van de railsdelen bij het aandraaien van de inbusbouten dient u erop te letten dat de platte kabel die in de buizen loopt niet beschadigd raakt. Draai tenslotte de inbusbouten van de onderste buiseinden strak aan. BEDIENINGSPANEEL Steek de uiteinden van de platte kabel en de pulse kabel die uit de houder van het bedieningspaneel komen in de connectors aan de achterzijde van het paneel en duw de kabels de houder van het paneel in. Druk het bedienings- paneel voorzichtig vast in de houder (afb. 5). BELANGRIJK! Pas op dat de kabels niet beklemd raken. Trek voorzichtig de beschermende folie zijwaarts van het bedieningspaneel af.

KABEL VAN HET BEDIENINGSPANEEL

Onder de beschermkap rechts op het onderstel loopt een platte kabel. Verbindt deze met de platte kabel die uit de rechter handgreep komt. Duw daarna de samengevoegde kabels de buis van de handgreep in, opdat deze tijdens het gebruik niet kunnen beschadigen (afb. 6). AANSLUITEN

AAN HET ELEKTRICITEITSNET

Sluit de contrastekker van het elektriciteitssnoer aan op de stekker aan de voorzijde van de trainer, naast de hoofd- schakelaar (afb. 7). Controleer voordat u de trainer inschakelt, aan de hand van het typeplaatje naast de hoofdschakelaar of de te gebruiken netspanning geschikt is.

HET GEBRUIK VAN DE NOODSTOP

De looptrainer is uitgerust met een noodstop, welke in werking treedt wanneer de veiligheidssleutel uit de sleuf onder het bedieningspaneel getrokken wordt (afb. 5). Aan deze sleutel is een snoer met een knijper bevestigd. Klem het knijper vast aan een kledingstuk, bijvoorbeeld aan de kraag van uw shirt of aan uw broekband, en duw de sleutel in de daarvoor bestemde sleuf onder het bedieningspaneel. BELANGRIJK! De looptrainer en het bedieningspaneel werken alleen indien de veiligheidssleutel correct is aangebracht (indien niet correct aangebracht, verschijnt de tekst “tEtH”op het scherm).40 BEDIENINGSPANEEL: TOETSEN A. RESET Met de RESET-toets kunt u de verstreken tijd, afgelegde afstand en het calorieverbruik op nul stellen wanneer de band loopt. Wanneer de band stilstaat dient de RESET-toets om terug te keren naar het menu GEWICHT INVOEREN. In dit menu kunt u met de pijltoetsen uw gewicht invoeren en bevestigen met ENTER, of direct de standaardwaarde accepteren met ENTER.

Met de toets SCAN/SELECT kunt u vensters automatisch doorbladeren of een bepaalde regel selecteren. C. + EN - PIJLTOETSEN (SET/ADJUST) Met deze pijltoetsen kunt u uw gewicht in kilogrammen of in Engelse ponden opgeven. Deze informatie is nodig voor het berekenen van het calorieverbruik tijdens de training. Deze pijltoetsen worden ook gebruikt in het menu VOORKEURINSTELLINGEN. Bij het instellen van het programma voor trainen met constante hartslag worden deze pijltoetsen gebruikt om te bepalen op welke wijze de hartslag onder controle gehouden wordt en om de maximale bandsnelheid en de bovengrens van de gewenste hartslag in te stellen. D. PIJLTOETSEN “UP” en “DOWN” (% ELEVATION) Met de toets UP kunt u de hellinghoek van de band vergroten, in stappen van 1%. Hierbij zal het achterste deel van de band dalen, waardoor de hellinghoek toeneemt. De toets DOWN dient om de hellinghoek te verkleinen (ook in stappen van 1%). Het achterste deel van de band zal omhoog komen waardoor de hellinghoek afneemt. E. ENTER Met ENTER kunt u de door u ingevoerde waarde of de standaardwaarde voor uw gewicht accepteren. ENTER wordt ook gebruikt in het menu VOORKEURINSTELLINGEN. F. MEMORY Met de toets MEMORY kunt u een van de trainingsprogramma die u zelf heeft opgesteld opslaan of starten, of een van de negen reeds geïnstalleerde trainingsprogramma’s starten. Wanneer een van uw eigen programma’s of een geïnstalleerd programma actief is, brandt naast de tekst MEMORY een signaallampje. G. SCHILDPAD (SPEED/SLOW) Door op de toets SPEED/SLOW te drukken kunt u de snelheid van de band laten afnemen, in stappen van 0,1 km/u. In het programma voor trainen met constante hartslag dient deze toets voor het verlagen van de maximale bandsnelheid. H. HAAS (SPEED/FAST) De toets SPEED/FAST dient om de snelheid van de band te doen toenemen, in stappen van 0,1 km/u. In het programma voor trainen met constante hartslag wordt deze toets op zijn beurt gebruikt voor het verhogen van de maximale bandsnelheid.

Wanneer u eenmal op de STOP-toets drukt stopt de band. Het bedieningspaneel bewaart snelheid, hellinghoek en de resultaten die tijdens de training behaald zijn. In het menu VOORKEUR- INSTELLINGEN kunt u bepalen hoe lang deze gegevens bewaard moeten worden (1-5 minuten). Wanneer u de training wil voortzetten, drukt u op de HAAS-toets. De waarden en de resultaten van de onderbroken training blijven van kracht. BELANGRIJK! Laat de veiligheidspen van de noodstop in de sleuf achter indien u de training alleen maar wilt onderbreken. Als u opnieuw op de STOP- toets drukt, of wanneer de bewaartijd van de gegevens verstreken is, zal het scherm weliswaar nog steeds de waarden van de onderbroken training tonen maar is het niet meer mogelijk om de training met deze waarden voort te zetten.Wanneer het programma voor trainen met constante hartslag actief is kunt u nogmaals op de STOP-toets drukken, het bedieningspaneel komt weer in het menu voor het invoeren van het gewicht. BEDIENINGSPANEEL: FUNCTIES Het scherm laat altijd zien welke functie actief is, door een signaallampje naast de aanduiding van de betreffende functie. J. TOTAL TIME (Tijd) Toont de verstreken tijd in minuten en secondes (00,00 - 99,59). CYCLE TIME (Cyclus) Toont de resterende tijd tot de volgende wijziging in het programma. K. DISTANCE (Afstand) Toont de afgelegde afstand in kilometers (00,0 - 99,9). L. % ELEVATION (Loophoek) Toont de gekozen hellinghoek (0-10%). PULSE (Hartslag) Toont uw hartslag. M. CALORIES (Calorieverbuik) Toont het geschatte calorieverbruik in kilocalorieën (0-999 kcal) gedurende de training. Het bedieningspaneel schat uw calorieverbruik op basis van uw gewicht, trainingstijd, snelheid en hellinghoek. Omdat het vermogen om energie te produceren niet voor iedereen gelijk is, vormt de waarde die het bedieningspaneel berekent slechts een ruwe schatting. CAL/MINUTE Toont het geschatte calorieverbruik per minuut. N. PACE (Tempo) Toont de tijd die nodig is om met de door u gekozen snelheid een kilometer of mijl af te leggen. O. SPEED (Snelheid) Toont de snelheid van de band (1,5-16,0 km/u). WEIGHT (Gewicht) Toont het gewicht dat u heeft ingevoerd.

B41 BEDIENING BELANGRIJK! Controleer voor dat de looptrainer gebruikt wordt, dat zowel de onderzijde van de loopmat als de bovenzijde van loopplaat, nog voldoende met T-Lube vochtig zijn. Schakel de stroom in via de hoofdschakelaar aan de voorkant van de looptrainer. Houd u altijd vast aan de handgrepen bij het betreden en verlaten van de band of wanneer u tijdens het lopen de bandsnelheid wijzigt. Spring nooit van een bewegende band af! Ga voordat u de band start wijdbeens staan op de grijze zijkanten, die zich aan weerszijden van de band bevinden en start dan pas de looptrainer. Start de band nooit terwijl u er op staat. Nadat de stroom is ingeschakeld controleert het bedieningspaneel altijd eerst of het LED-scherm werkt. Hierna verschijnt op het scherm de identificatie “tunturi J77P” en de tekst “USr 1” dan wel “USr 2”, oftewel “gebruiker 1” en “gebruiker 2”. Onder USr 1 en USr 2 kunt u uw persoonlijke trainingsprogramma’s opslaan. Kies een gebruiker middels de pijltoetsen (SET/ADJUST) en bevestig uw keuze met ENTER. Hierna zal het bedieningspaneel u vragen uw gewicht op te geven. GEWICHT INVOEREN

1. Naast de tekst WEIGHT knippert een

signaallampje en het scherm laat het gewicht zien dat de vorige keer is opgegeven.

2. Voer middels de pijltoetsen uw eigen gewicht in,

in kilogrammen, of in Engelse ponden, als u eerder heeft gekozen voor het Engelse stelsel.

3. Druk op ENTER nadat de gegevens correct zijn

ingevoerd. VOORKEURINSTELLINGEN

1. Vanuit het menu “GEWICHT INVOEREN” op de

STOP-toets drukken en houd deze ingedrukt terwijl u op SCAN/SELECT drukt.

2. Op het scherm verschijnt nu de tekst “EngL”

(Engels stelsel: mijl, mph, pond) of “ISo” (metrisch stelsel: km, km/u, kg). Bepaal uw keuze middels de pijltoetsen.

3. Druk opnieuw op de toets SCAN/SELECT. Op het

scherm verschijnt nu de tekst “Aud 1” (geluid aan) of “Aud 0” (geluid uit). Bepaal uw keuze middels de pijltoetsen.

4. Druk nogmaals op SCAN/SELECT. Op het

scherm verschijnt nu de tekst “to 1”, “to 2”, “to 3”, “to 4”, “to 5” (to = time out, onderbreking). U heeft nu de mogelijkheid om aan te geven hoe lang het bedieningspaneel uw trainings-gegevens tijdens een onderbreking dient te bewaren. Indien u bijvoorbeeld kiest voor “to 4”, kunt u een onderbreking van ten hoogste 4 minuten inlassen en daarna de training voortzetten zonder dat de eerder verkregen resultaten verloren gaan.

5. Druk opnieuw op de SCAN/SELECT-toets. Op het

scherm verschijnt nu de tekst “PEnb” (geheugen- beveiliging uit) of “PdIS” (geheugenbeveiliging aan). Middels de pijltoetsen kunt u kiezen voor de gewenste optie. Indien de geheugenbeveiliging aan is, kunnen uw eigen trainingsprogramma’s niet worden gewist of gewijzigd.

6. Druk ten slotte op ENTER. Het bedieningspaneel

keert nu terug naar het menu “GEWICHT INVOEREN”. HARTSLAGMETING In het bedieningspaneel van de looptrainer J 77P is reeds een ontvanger voor draadloze hartslagmeting geïnstalleerd. Hierdoor is het mogelijk om de looptrainer te gebruiken in combinatie een Polar borstband met een ingebouwde zender voor hartslagmeting. De looptrainer J 77P is al standaard uitgevoerd met een dergelijke ontvanger. Draadloze hartslagmeting geschiedt door een zender die middels een band om de borst bevestigd wordt. De elektroden in deze zender transporteren de impulsen van de hartslag middels een elektromagnetisch veld naar het bedieningspaneel. Deze wijze van hartslagmeting is te beschouwen als de meest betrouwbare. Alvorens u de borstband aanbrengt, dient u de gegroefde elektroden die tegen de huid aan komen te liggen eerst wat te bevochtigen met water of speeksel. Tussen de elektroden en uw huid mag zich een dunne laag textiel bevinden, mits dit op de contactpunten goed vochtig is. Bevestig de borstband met behulp van het elastische bandje onder de borstspier. De band moet zo strak zitten dat de elektroden op hun plaats blijven tijdens de training. Zorg er wel voor dat de band de ademhaling niet kan bemoeilijken.42 BELANGRIJK! Indien de elektroden niet bevochtigd zijn komt het signaal niet door. Als u een droge huid heeft kan het zijn dat u de elektroden na enige tijd opnieuw moet bevochtigen. Nadat u de elektroden heeft aangebracht dient u deze enige tijd op temperatuur te laten komen. De hartslagzender zendt de gemeten hartslag automatisch naar de ontvanger, over een afstand van ten hoogste 1 meter. BELANGRIJK! Indien in de nabijheid ook andere draadloze hartslagmeters gebruikt worden dient hun onderlinge afstand minstens 1,5 meter te bedragen. Indien er één ontvanger, maar meerdere zenders aanwezig zijn, mag zich tijdens de meting slechts één persoon met zender binnen het bereik van de ontvanger bevinden. De zender houdt op te werken wanneer u deze van uw huid afhaalt. Om storingen te voorkomen is het aan te bevelen om de zender na gebruik zorgvuldig af te drogen. TRAINEN MET CONSTANTE HARTSLAG De hoogte van uw hartslag tijdens de training is van grote invloed op de wijze waarop de training uw lichaam zal beïnvloeden. Indien u vooral af wil vallen en vetweefsel wil verbranden is het goed om lange afstanden af te leggen met relatief geringe belasting, met een hartslag die ongeveer 50- 60 % van uw maximale hartslag bedraagt. Indien u gaat trainen met een hartslag van 70-80 % van uw maximale hartslag, zult u vooral de hart- en longfunctie en het uithoudingsvermogen verbeteren. Als u niet weet wat uw maximale hartslag is, is het goed om deze door een arts te laten vaststellen. Als globale richtlijn kunt u echter de volgende formule gebruiken. VROUWEN : 226 - DE LEEFTIJD,

MANNEN : 220 - DE LEEFTIJD

Deze looptrainer biedt u de mogelijkheid om te trainen met de door u gewenste hartslag. Hieronder wordt de werking beschreven van het programma dat uw hartslag bewaakt en constant houdt. Verder is het nodig dat tijdens de training uw hartslag gemeten wordt.

1. Nadat u uw gewicht heeft ingevoerd verschijnt op

het scherm de tekst PULSE CtrL en de keuzes “YES” en “no”. U kunt uw keuze hier bepalen middels de + en - pijltoetsen. Indien u kiest voor “YES” komt u in het programma voor trainen met constante hartslag. Indien u kiest voor “no” kunt u een trainingsprogramma gaan gebruiken of overgaan op handbediening. Bevestig uw keuze met ENTER.

2. De looptrainer J 77P reageert op wijzigingen van

uw hartslag door de bandsnelheid en de hellinghoek aan te passen, op een van de hieronder beschreven wijzen. a) De beheersing van de hartslag kan geschieden door hoofdzakelijk de hellinghoek van de band aan te passen (op het scherm verschijnt dan de tekst ELEV). Indien dit niet toereikend is om uw hartslag constant te houden zal de looptrainer automatisch ook de snelheid van de band aanpassen. b) De looptrainer kan uw hartslag ook constant houden door de hellinghoek en de snelheid evenredig aan te passen (op het scherm verschijnt de tekst COMB). c) Verder kan de looptrainer uw hartslag onder controle houden door in eerste instantie de snelheid van de band te variëren (op het scherm verschijnt de tekst SPEED). Indien dit niet toereikend is zal de looptrainer automatisch ook de hellinghoek aanpassen. Het bedieningspaneel biedt altijd methode a) (ELEV) als eerste optie. U kunt zelf een andere methode aanwijzen met behulp van de pijltoetsen en deze keuze bevestigen met ENTER.

3. Op het scherm zal nu de tekst SET PULSE

verschijnen. U kunt nu aangeven met welke hartslag u wenst te trainen. Met behulp van de + en - pijltoetsen kunt u de gewenste waarde invoeren. Indien u hier niets aangeeft zal het bedieningspaneel uitgaan van de standaardwaarde 110 slagen/minuut. Linksonder wordt de gekozen hartslag afgebeeld. U kunt deze ook tijdens de training wijzigen.

4. Hierna verschijnt op het scherm de tekst MAX

SPEED. U kunt nu de door u gewenste maximumsnelheid invoeren middels de + en - pijltoetsen en ENTER. De standaardwaarde is 8 km/u (5 mph). De maximumsnelheid wordt rechtsonder afgebeeld. Ook deze waarde kunt u tijdens de training wijzigen.

5. Start het programma door op de toets met het

haasje te drukken. Het is goed om tijdens de training uw hartslag in de gaten te houden. In het midden van het scherm knippert een hartje als teken dat het programma voor trainen met constante hartslag actief is. Indien de hartslag niet goed doorkomt zal het hartje blijven branden en ophouden te knipperen. Wanneer dit gebeurd is het aan te bevelen de training te onderbreken en te controleren of u de apparatuur voor het meten van de hartslag goed heeft aangebracht. Indien de looptrainer twee minuten verstoken blijft van het signaal van uw hartslag zal het programma automatisch worden onderbroken.

HET WIJZIGEN VAN INSTELLINGEN

Indien u het gevoel heeft dat de training te zwaar of te licht is kunt u de ingestelde waarden voor hartslag en topsnelheid ook gedurende de training veranderen. Het veranderen van de hartslag geschiedt door de + en - pijltoetsen terwijl het programma voor constante hartslag actief is. Vervolgens verschijnt op het scherm de tekst SET PULSE, als mede de waarde die u voor de hartslag heeft ingevoerd. Middels de pijltoetsen kunt u een nieuwe hartslag invoeren, waarna de looptrainer automatisch terugkeert naar het trainings- programma. De topsnelheid kunt u wijzigen met de toetsen SCHILDPAD en HAAS. Op het scherm verschijnt vervolgens de tekst MAX SPEED, als mede de topsnelheid die u heeft43 ingevoerd. De SCHILDPAD-toets dient voor het verlagen van de snelheid en de HAAS-toets voor het verhogen ervan. Nadat u de snelheid heeft gewijzigd keert de looptrainer automatisch terug naar het trainingsprogramma. GEÏNSTALLEERDE TRAININGSPROGRAMMA’S In het geheugen van de looptrainer J 77P zijn 9 trainings- programma’s geïnstalleerd. Daarnaast heeft u de mogelijk- heid om twee eigen programma’s op te slaan. Bestaande trainingsprogramma’s kunnen worden opgeroepen met de toets MEMORY. Kies het gewenste programma middels de pijltoetsen (SET/ADJUST) en bevestig met ENTER. Vervolgens kunt u middels SET/ADJUST de zwaarte van het trainingsprogramma regelen. De trainingsprogramma’s kunnen op vijf verschillende niveau’s worden uitgevoerd: Niveau IL 1 = beginner, IL 2 = gemiddeld, 3 =gevorderd, 4 = actieve trimmer, 5 = sporter, behalve het programma WANDELEN, dat slechts drie niveau’s heeft. Bovendien kunt u de snelheid en de hellinghoek ook nog tijdens de training aanpassen. Bevestig uw keuze middels de ENTER-toets. Start het programma met de toets HAAS. Het bedienings- paneel zal geprogrammeerde wijzigingen van snelheid en hellinghoek 15 seconden van te voren aankondigen middels een geluidssignaal en het bijbehorende lampje gaat knipperen. PROGRAMMA 1: WANDELEN Dit programma is uitermate geschikt om op te warmen en om na de training uit te lopen. De snelheid is relatief laag en de band blijft redelijk vlak. U kunt het programma op drie verschillende niveau’s uitvoeren, met lengtes van respectievelijk 15, 20 en 25 minuten. PROGRAMMA 2: TRIMMEN Deze training dient om de functie van hart en bloedvaten en de algemene conditie van de spieren te verbeteren. Dit programma is ook geschikt voor het op peil houden van de huidige conditie. De lengte varieert van 20 - 40 minuten, afhankelijk van het niveau.

PROGRAMMA 3: HEUVELACHTIG TERREIN

Dit programma simuleert een tocht in heuvelachtig terrein, met redelijk constante snelheid maar sterk wisselende hellinghoeken. Het programma is bedoeld om het hart te versterken en de opname en het transport van zuurstof te verbeteren. De lengte varieert van 15-35 minuten, afhankelijk van het niveau. PROGRAMMA 4: INTERVALTRAINING Dit programma behelst een intervaltraining, waarbij door de wisselende intensiteit de hartslag telkens wordt opgevoerd tot ongeveer 85% van het maximum, waarna het hart weer de tijd krijgt zich te herstellen. Dit programma verbetert de algehele conditie en vergroot het uithoudingsvermogen. De lengte varieert van 15 - 35 minuten, afhankelijk van het niveau. PROGRAMMA 5: AFSLANKEN Dit programma is bedoeld voor mensen die willen afvallen of op hun huidige gewicht willen blijven. Indien u geen geoefend trimmer bent dient u rustig aan te beginnen. Train de eerste weken alleen op het laagste niveau en voer de zwaarte van de training pas op nadat u enige weken regelmatig heeft getraind. Uw lichaam heeft enkele weken nodig om aan het nieuwe ritme te wennen en de stofwisseling te versnellen. De lengte van het programma varieert van 25 - 45 minuten, afhankelijk van het niveau. Indien u wilt afvallen dient u ervoor te zorgen dat u meer calorieën verbruikt dan dat u inneemt. U dient dus ofwel minder te eten ofwel meer te bewegen. Het duurt vaak enige tijd voordat u werkelijk af begint te vallen, omdat het verbranden van vet tot gevolg heeft dat uw lichaam aanvankelijk meer vocht zal vasthouden. Wat later, wanneer de stofwisseling versneld is en het lichaam aan het nieuwe ritme gewend geraakt is, zal dit overtollige vocht vanzelf verdwijnen via de natuurlijke weg. Verder is het goed te weten dat spierweefsel zwaarder is dan vetweefsel, maar wel minder volume heeft. Indien u een gram vet kwijtraakt betekent dit dus niet altijd dat u ook een gram lichter wordt, daar u als gevolg van de training spierweefsel aanmaakt. Slanker wordt u wel natuurlijk! PROGRAMMA 6: TIJDBESPAREND PROGRAMMA Dit programma is een combinatie van intervaltraining, heuveltraining en conditietraining. Het duurt 20 minuten. Indien u dit programma regelmatig uitvoert, met een hartslag van 60 - 85% van het maximum, verbetert u de conditie van uw hart en bloedvaten en uw uithoudingsvermogen. PROGRAMMA 7: CONDITIETRAINING Dit programma versterkt de been- en bilspieren en de heupen. Het programma bestaat uit 5 minuten inlopen, 10 minuten hardlopen en 5 minuten uitlopen. PROGRAMMA 8: 5 KM Dit programma bestaat uit een tocht van 5 km, met voorgeprogrammeerde wijzigingen in de hellinghoek. U kunt tijdens het programma zelf het tempo bepalen, wat inhoudt dat u dus ook de duur van de training kunt beïnvloeden. PROGRAMMA 9: 10 KM In principe hetzelfde programma als het vorige, de af te leggen afstand is alleen verlengd tot 10 km.

TRAININGSPROGRAMMA Het staafdiagram op het scherm laat de wijzigingen in de hellinghoek zien die tijdens de uitvoering van geïnstalleerde of eigen programma’s plaatshebben. De stippen onderaan het beeld laten zien hoe ver het programma gevorderd is.44

Het is mogelijk om een afgesloten training op te slaan in de vorm van een programma. In het geheugen van J 77P is plaats voor twee eigen trainingsprogramma’s.

1. Nadat u uw gewicht heeft ingevoerd en dit met

ENTER heeft bevestigd drukt u op MEMORY.

2. Kies nu met SET/ADJUST het gewenste

programma (Pro 1, Pro 2 enz.). Indien u al eerder een programma heeft opgeslagen zal eerst de tekst Usr 1 of Usr 2 verschijnen, afhankelijk van de keuze die u gemaakt heeft bij het starten van de looptrainer. Bevestig het gekozen programma met ENTER.

3. Bepaal het niveau van zwaarte van de training

wenst kunt u tijdens de training snelheid en/of hellinghoekhoek van de band wijzigen.

5. Druk op STOP wanneer het programma is

afgelopen. Indien u de training wilt beëindigen voordat het programma is afgelopen dient u twee maal op STOP te drukken.

6. Op het scherm verschijnt nu de tekst “Save no”.

Indien u de zojuist afgesloten training echter wil opslaan of de tijdens de training in het programma aangebrachte wijzigingen wil bewaren druk dan op SET of ADJUST. Op het scherm verschijnt dan de tekst “Save yes”. Bevestig met ENTER.

7. Het trainingsprogramma is nu in het geheugen

Indien u geen gebruik wil maken van reeds geïnstalleerde trainingsprogramma’s, kunt u de band eenvoudigweg starten met de toets HAAS. De band gaat dan lopen met een snelheid van 1,5 km/u. Stap de band op terwijl u zich vasthoudt aan de handrails. U kunt nu de snelheid opvoeren door herhaaldelijk op de toets HAAS te drukken, totdat de gewenste snelheid bereikt is. U kunt de snelheid verlagen met de toets SCHILDPAD. BELANGRIJK! Stap niet op de band wanneer deze sneller loopt dan 1,5 km/u. Desgewenst kunt u de hellinghoek van de band wijzigen middels de toetsen UP en DOWN. De hellinghoek zal toenemen, respectievelijk afnemen, in stappen van 1%.

HANDBEDIENINGSPROGRAMMA Indien u de handbediening inschakelt verschijnt op het scherm een baan van 0,5 km. De stip in de buitenbaan laat zien waar u zich bevindt. De stip in de binnenbaan stelt de haas voor, die rondgaat met een snelheid van 11.2 km/u. De “startblokken” bevinden zich onderaan het scherm.

HET BEËINDIGEN VAN DE TRAINING

U kunt de looptrainer o.a. op de volgende manieren stilzetten.

1. Druk op de STOP-toets.

2. Trek de pen van de noodstop uit de sleuf.

3. Zet de snelheid op 0,0 km/u met de toets

4. De band zal automatisch stoppen nadat een

geprogrammeerde training voltooid is. Om spierpijn en stijfheid te voorkomen is het goed om na elke training even rustig uit te lopen en rek- en strekoefeningen te doen. Schakel de stroom uit via de hoofdschakelaar aan de voorzijde van de trainer. Laat de veiligheidspen van de noodstop niet in de sleuf achter. Neem de stekker uit het stopcontact en verwijder het snoer uit de trainer. Berg het snoer op een veilige plaats op, buiten het bereik van kinderen. Veeg de looptrainer schoon met een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen.

HET AFSTELLEN VAN DE BAND

Houd tijdens het gebruik in de gaten of de band goed blijft lopen. Indien de band afstelling behoeft, wacht hier dan niet mee tot na de training maar voer dit direct uit.

HET CENTREREN VAN DE BAND

De band dient altijd in het midden van de trainer te lopen. Indien de looptrainer op een egale ondergrond staat en de band op de juiste spanning is zal het over het algemeen niet nodig zijn om de band te centreren. Het kan echter zijn dat als gevolg van een bijzondere loopstijl (waarbij bijvoorbeeld het gewicht ongelijk verdeeld wordt) de band enigszins uit het midden raakt. Indien dit gebeurt dient u als volgt te handelen.

1. Schakel de trainer in via de hoofdschakelaar en

laat de band lopen met een snelheid van ongeveer 5 km/u.

2. Indien de band naar links trekt, draai dan de linker

inbusbout achter op de trainer 1/8 slag met de klok mee en de rechter inbusbout 1/8 slag tegen de klok in. BELANGRIJK! Het afstellen dient met de nodige voorzichtigheid te gebeuren daar een achtste slag al aanzienlijke gevolgen heeft voor de loop van de band. Draai de inbusbouten dus met45 REINIGING EN

INSPECTIE VAN DE BAND

Schakel de stroom uit, neem de stekker uit het stopcontact en verwijder het snoer uit de trainer. Leg de trainer op zijn kant. Nooit de binnenkant van de band met een vochtige doek reinigen. Gebruik geen oplosmiddelen. Beweeg de band met de hand rond, zodat u de gehele band kunt reinigen. Indien nodig kunt u de inbusbouten voor het spannen van de band wat losser draaien. Kijk of de randen van de band versleten zijn. Indien dit het geval is kan het zijn dat de band aanloopt, controleer dus of de band goed centraal loopt. HET REINIGEN

Verwijder stof en vuil van het bedieningspaneel en de handgrepen met een licht vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen. Reinig de zichtbare delen van het frame (o.a. onderstel en zijkanten) en de band regelmatig met een stofzuiger. Om de onderkant goed te kunnen zuigen dient u de trainer op zijn kant te leggen. Reinig de beide aandrijfrollen van de band eens per jaar grondig, op de volgende wijze. Draai de beide inbusbouten van de rol los, tel de slagen en schrijf dit op. Reinig de rol met een halfharde borstel. Draai de inbusbouten opnieuw aan en controleer of de band recht en in het midden loopt en op de juiste spanning is. SMERING BELANGRIJK! Het belangrijkste onderhoud van de looptrainer bestaat uit de smering tussen de loopplaat en de loopmat. Smering is beslist noodzakelijk, wanneer u merkt dat de weerstand tijdens het lopen, van de loopmat toeneemt, of de motor warmer wordt dan normaal. Controleer na elke 50 uur gebruik, tussen de loopmat en de loopplaat, dat zowel de onderzijde van loopmat als de bovenzijde van de loopplaat, nog voldoende met T-Lube vochtig zijn. Onvoldoende smering veroorzaakt slijtage aan loopmat, loopplaat, motor en aan de elektronische besturing, dit kan zelfs leiden tot zeer ernstige beschadiging van deze onderdelen. BELANGRIJK! Alleen Tunturi's T-Lube smeermiddel mag gebruikt worden voor het smeren van uw Tunturi looptrainer. Gebruik in geen geval andere middelen. Uw looptrainer mag beslits nooit met siliconen gesmeerd worden. Neem kontakt op, met uw Tunturi dealer voor het bestellen van een nieuwe bus Tunturi T-Lube.

1. Laat de loopmat langzaam draaien (5 km).

2. Spuit gedurende 5 seconden de T-Lube (ongeveer

10 ml) direct tussen de onderzijde van de loopmat en bovenzijde vande loopplaat.

3. Controleer of er een baan, van ongeveer 20 cm

breed, over de gehele lengte van de loopmat onderzijde goed bevochtigt is met de Tunturi T-Lube.

4. De band is correct afgesteld wanneer deze in het

midden blijft lopen. Wanneer de band nog steeds naar links of naar rechts trekt dient u het afstellen te herhalen, stapje voor stapje, totdat de band recht loopt. Het is belangrijk dat u de band op tijd centreert. Indien de band gedurende langere tijd aanloopt kan deze storingen gaan vertonen. De garantie op de trainer dekt geen storingen of beschadigingen die ontstaan zijn door verwaarlozing van het centreren.

HET SPANNEN VAN DE BAND

Indien de band gaat slippen dient u deze wat strakker te stellen. BELANGRIJK! Het is niet goed om de band te strak te zetten; houd de spanning zo gering mogelijk. Het bijstellen van de spanning geschiedt met dezelfde inbusbouten die ook dienen voor het centreren.

1. Schakel de stroom in via de hoofdschakelaar en

laat de band lopen met een snelheid van ongeveer 5 km/u.

2. Draai de beide inbusbouten achter op De trainer

1/8 slag met de klok mee.

3. Controleer of de spanning correct is door op de

band te gaan lopen en deze af te remmen (alsof u bergaf loopt). BELANGRIJK! Bij krachtig afremmen mag de band slippen.

4. Indien de band bij licht afremmen nog steeds slipt,

draai dan de inbusbouten nogmaals 1/8 aan en herhaal de controle. Of controleer spanning van de aandrijfriem van de motor. ONDERHOUD Controleer af en toe of alle bouten en moeren nog vast zitten. Draai ze echter niet te strak aan. Het is aan te bevelen om regelmatig het volgende onderhoud te verrichten. maximaal 1/8 slag met de klok mee of tegen de klok in. Controleer elke keer het gevolg hiervan.

3. Indien de band naar rechts trekt, draai dan de

rechter inbusbout achter op de trainer 1/8 slag met de klok mee en de linker inbusbout 1/8 slag tegen de klok in.46 STORINGSMELDINGEN In de trainer is een mechanisme ingebouwd dat in staat is bepaalde elektronische storingen te signaleren en te lokaliseren. Hierdoor is het mogelijk deze snel te verhelpen. Dit mechanisme is uiteraard niet in staat om alle storingen te herkennen maar dient vooral om die storingen te herkennen die eventueel kunnen ontstaan na lang en intensief gebruik. Indien het mechanisme een dergelijke storing signaleert zal op het scherm een storingsmelding verschijnen in gecodeerde vorm. Hieronder zijn deze codes en hun betekenis beschreven. CODE BETEKENIS E1 De snelheidsmeter ontvangt geen signaal (m.a.w. de snelheidsmeter signaleert de beweging van de band niet) E4 Storing in hefmechanisme of voetstuk E7 Programmafout E8 Bandsnelheid overschrijdt bovengrens Indien de monitor een foutmelding aangeeft of indien de trainer een andere storing vertoont, handelt u als volgt:

1. Zet de aan/uit schakelaar uit en na een minuut

2. Controleer of de veiligheidssleutel goed in de

monitor geschoven is.

3. Controleer of de looptrainer goed is aangesloten

4. Controleer of de looptrainer, volgens de

aanwijzingen, goed gesmeerd is.

5. Indien de foutmelding na bovenstaande

handelingen nog steeds op de monitor veschijnt, neem dan contact op met uw Tunturi dealer. Vermeld daarbij altijd het type- en serienummer van uw loopband. tEtH De veiligheidssleutel niet correct aangebracht BELANGRIJK! Als de fietstrainer niet goed functioneert kunt u contact met uw Tunturi dealer opnemen. Vermeld daarbij altijd het model en het serienummer van het apparaat, soort van probleem, gebruiksomstandigheden en aankoopdatum. Ondanks de strikte kwaliteitsbewaking is het mogelijk dat een enkel apparaat een storing vertoont als gevolg van een defect in een bepaalde component. In een dergelijk geval is het meestal niet nodig om het gehele apparaat ter reparatie aan te bieden, maar kan worden volstaan met het vervangen van het defecte component. CUMULATIEVE WAARDEN De totale gebruiksduur en de op de band afgelegde afstand worden automatisch in het geheugen van het bedienings- paneel opgeslagen. Deze gegevens zijn belangrijk in verband met het onderhoud. U kunt deze gegevens op de volgende wijze op het scherm zichtbaar maken.

1. Ga naar het menu “GEWICHT INVOEREN”. Druk

nu op STOP en houd deze ingedrukt terwijl u op SCAN/SELECT duwt. U komt nu in het menu “VOORKEURINSTELLINGEN”.

2. Druk opnieuw op de STOP-toets en houd deze

ingedrukt terwijl u eerst op SCAN/SELECT drukt en daarna op ENTER.

3. Het scherm toont nu de totale gebruiksduur in

uren, totaal afgelegde afstand in km en de versie van de programmatuur van de looptrainer.