W 150 - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis W 150 WAGNER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over W 150 WAGNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding W 150 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. W 150 van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING W 150 WAGNER
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
HARTELIJK DANK VOOR UW VERTROUWEN
Wij feliciteren u met de aankoop van dit merkproduct van Wagner en zijn ervan overtuigd, dat u er veel plezier van zult hebben.
Lees voor inbedrijfname de bedieningshandleiding aandachtig door en neem de veiligheidsaanwijzingen in acht. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u dit eens zou doorgeven.
Voor vragen, suggesties en wensen staan wij graag voor u klaar via de website www.wagner-group.com/service.
Inhoudsopgave
- Uitleg van de gebruikte symbolen.... 44
- Algemene veiligheidsaanwijzingen....44
- Veiligheidsaanwijzingen voor spuitpistolen.... 47
- Beschrijving/ Leveringsomvang 48
- Coatingmateriaal 48
- Inbedrijfstelling....48
- Instelling van de gewenste spuitstraalvorm....49
- Instelling van de hoeveelheid materiaal (afb. 6)....50
- Spuittechniek....50
- Werkonderbreking van maximaal 4 uur....50
- Buiten bedrijf stellen en reinigen....51
- Onderhoud 52
- Reserveonderdelenlijst 52
- Toebehoren 53
- Verhelpen van storingen.... 53
- Technische gegevens 54
- Milieu....55
- Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid! 55
1. Uitleg van de gebruikte symbolen
![]() | Dit symbool duidt op een potentieel gevaar voor u, resp. het apparaat. Onder dit symbool vindt u belangrijke informatie over het vermijden van letsel en schade op het apparaat. |
![]() | Gevaar voor een elektrische schok |
![]() | Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. |
2. Algemene veiligheidsaanwijzingen
Let op!

Lees alle veiligheidstips en instructies. Door het niet in acht nemen van de veiligheidstips en de vermelde instructies kunnen er een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen optreden. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u dit eens zou doorgeven. Met het hieronder gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" wordt zowel elektrisch gereedschap op netvoeding (met netkabel) bedoeld als oplaadbaar elektrisch gereedschap (zonder netkabel).
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en niet verlichte werkplekken kunnen tot ongevallen leiden.
b) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard.
c) Houd het apparaat uit de regen en breng het niet in contact met water. In en elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken.
d) Gebruik de netkabel niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zijn verhogen het risico van elektrische schokken.
e) Als u met elektrisch gereedschap buiten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken.
f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel.
c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Overtuig u ervan, dat het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomtoevoer aansluit, het oppakt of draagt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen.
d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt.
Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Pas op voor een vals gevoel van veiligheid en neem de veiligheidsvoorschriften voor elektrisch gereedschap in acht, ook wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap bent. Onoplettendheid kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.
4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrisch gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires vervangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt gestart.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en niet klemmen en dat er geen onderdelen zijn gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
g) Zorg ervoor dat de grepen en greepvlakken schoon en vrij van olie en vet blijven. Gladde grepen en greepvlakken maken een veilig gebruik en controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
5. Service
a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwalificeerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
b) Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de
fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen.
3. Veiligheidsaanwijzingen voor spuitpistolen
- Het apparaat mag niet worden gebruikt op arbeidsplaatsen, die vallen onder de wetgeving voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
- In de directe omgeving van de spuitwerkzaamheden mogen zich geen ontstekingsbronnen bevinden, zoals b.v. open vuur, brandende sigaretten, sigaren en pijpen, vonken, gloeidraden, hete oppervlakken, enz.
- Verspuit geen stoffen, waarvan de evt. gevaren niet bekend zijn.
- Verwijder voor alle werkzaamheden aan het spuitpistool de netstekker uit de wandcontactdoos.
- De spuitpistolen mogen niet worden gebruikt voor het spuiten van brandbare stoffen.
- De spuitpistolen mogen niet worden gereinigd met brandbare oplosmiddelen.
- Let op gevaren, die kunnen worden veroorzaakt door het verspoten materiaal en neem de aanwijzingen op het materiaalreservoir of van de fabrikant van het materiaal in acht.
- Let op! Draag adembescherming: verfnevel en oplosmiddeldampen zijn schadelijk voor de gezondheid. Werk uitsluitend in ruimten met goede natuurlijke ventilatie of gebruik geforceerde ventilatie. Het dragen van werkkleding, veiligheidsbril, gehoorbescherming en handschoenen wordt aanbevolen.

LET OP! GEVAAR VOOR LETSEL!
Richt de spuitstraal nooit op personen of dieren!

Stopcontacten en schakelaars beslist afplakken. Gevaar voor een elektrische schok door binnendringend spuitmateriaal!

Pas op! Apparaat nooit met beschadigde of ontbrekende spuitkopafdichting laten werken. Bij ontbrekende of beschadigde spuitkopafdichting kan vloeistof in het apparaat binnendringen en daardoor het risico op een elektrische schok toenemen.
Controleer de mondstukafdichting voor elk gebruik.
- Let erop, dat tijdens het gebruik van de W 150, zowel binnen als buiten, geen oplosmiddeldampen door het apparaat worden aangezogen.
- Houd buiten rekening met de windrichting. Door de wind kan het coatingmateriaal zich over grote afstanden verplaatsen en daardoor schade veroorzaken. Tijdens gebruik binnen moet er worden gezorgd voor voldoende ventilatie.
- Laat geen kinderen met het apparaat werken.
- Open het apparaat nooit om zelf reparaties uit te voeren aan elektrische delen!

Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met goede werkend ventiel. Stop het gebruik van het apparaat wanneer er verf in de ventilatieslang (Afb. 1, Pos. 11) omhoog komt! Demonteer en reinig de ventilatieslang, het ventiel en het membraan; vervang zonodig het membraan.
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met goede werkend ventiel. Stop het
gebruik van het apparaat wanneer er verf in de ventilatieslang (Afb. 1, Pos. 11) omhoog komt! Demonteer en reinig de ventilatieslang, het ventiel en het membraan; vervang zonodig het membraan.
• Leg het spuitpistool niet neer.
Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de garantie dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.
4. Beschrijving/ Leveringsomvang
| Beschrijving/ Leveringsomvang (Afb. 1) | |
| 1) Luchtkap 2) Spuitkop | |
| 3) Dopmoer 4) Standard small spuitopzetstuk | |
| 5) Trekker | 6) AAN/UIT-schakelaar |
| 7) Spuitpistool achterstuk 8) | Vergrendeling van de luchtfilterafdekking |
| 9) Luchtfilterafdekking 10) Materiaalhoeveel | heidregulering |
| 11) Netsnoer 12) Uitklapbaar handgreepverlengstuk | |
| 13) Container 14) Ventiel | |
| 15) Ventilatieslang 16) Roerstaaf | |
| 17) Gebruiksaanwijzing 18) Reservespuitkopafdichting* | |
| 19) Smeervet* | |
* Bevindt zich in het reservoir, a.u.b. voor inbedrijfname verwijderen!
5. Coatingmateriaal
| Verwerkbare coatingmateriaal | |
| Lazuren, houtveredelingsmiddel onverdund | |
| Oplosmiddelhoudende of waterverdunbare lak, grondverf 5 - 10 | % verdunnen |
| Niet-verwerkbaar coatingmateriaal |
| Muurverf, materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, pleisters, façadeverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen. Brandbare coatingmaterialen. |
Verven, lakken en lazuren kunnen onverdund of licht verdund worden gespoten.
- Roer het materiaal door en vul de benodigde hoeveelheid in het verfreservoir.
- Wanneer onvoldoende verf wordt aangevoerd kan stap voor stap 5 - 10 % verdunning worden toegevoegd tot de verfaanvoer voldoet aan de wensen.
6. Inbedrijfstelling
Voor aansluiting op het stroomnet erop letten, dat de netspanning overeenkomt met de gegevens op het machineplaatje.
- Container van het spuitpistool losschroeven.
• Aanzuigstok uitrichten (afb. 2)
Bij een juiste stand van de aanzuigstok kan de inhoud van het reservoir nagenoeg zonder restant worden verspoten.
Bij spuitwerkzaamheden op liggende voorwerpen: aanzuigstok naar voren draaien. (Afb. 2 A)
Bij spuitwerkzaamheden boven het hoofd: aanzuigstok naar achteren draaien. (Afb. 2 B)
- Container op papieren onderlegger zetten en het voorbereide coatingmateriaal ingieten - container vast aan het spuitpistool schroeven.
- Voor- en achterstuk van het pistool aan elkaar koppelen (afb. 3).

Als toebehoren zijn er verschillende spuitopzetstukken met verschillende reservoirhoogten verkrijgbaar. Klap voor het plaatsen altijd het handgreepverlengstuk uit wanneer u een ander spuitopzetstuk dan het meegeleverde Standard small spuitopzetstuk gebruikt om de reservoirhoogte te compenseren.

- Apparaat alleen op vlakke en schone oppervlakken neerzetten om kantelen te voorkomen!

Schakel de W 150 altijd eerst in voordat u aan de trekker trekt. Anders schakelt de turbine met vertraging in en kan het materiaal zonder verstuiving uit de spuitmond druppelen.
- Apparaat met AAN /UIT schakelaar inschakelen (pos. I).
• Haal de trekker over. - Spuitbeeld aan het spuitpistool instellen.
7. Instelling van de gewenste spuitstraalvorm
Aan het spuitpistool kunnen afhankelijk van toepassing en object drie verschillende spuitstraalvormen worden ingesteld.

WAARSCHUWING! Gevaar voor verwonding! Nooit tijdens het instellen van de luchtkap aan de handbeugel trekken.
Bij licht aangetrokken dopmoer (afb. 5, 1) de luchtkap (2) in de gewenste spuitbeeldpositie draaien (pijl). Vervolgens de dopmoer weer vastdraaien.
Afb. 4 A = verticale vlakke straal → voor het horizontaal opbrengen van verf
Afb. 4 B = horizontale vlakke straal → voor het verticaal opbrengen van verf
Afb. 4 C = ronde straal → voor hoeken en randen en voor moeilijk bereikbare oppervlakken
8. Instelling van de hoeveelheid materiaal (afb. 6)
Hoeveelheid materiaal instellen door de stelschroef op de trekker te verdraaien.
- naar links draaien → minder materiaal
+ naar rechts draaien → meer materiaal
9. Spuittechniek
- Het spuitbeeld wordt grotendeels bepaald door de gladheid en reinheid van het oppervlak voor het spuiten. Daarom het oppervlak zorgvuldig voorbehandelen en stofvrij houden.
- Niet op te spuiten oppervlakken afdekken.
- Schroefdraad e.d. aan het spuitobject afdekken.
- Het is aan te raden om op karton of vergelijkbare ondergrond een spuitproef door te voeren, om de juiste instelling van het spuitpistool te bepalen.
Belangrijk: Buiten het spuitvlak beginnen en onderbrekingen binnen het spuitvlak vermijden.
- Goed (afb. 7a) Houd het spuitpistool ten alle tijde in gelijkmatige afstand van ongeveer 5 - 15 cm tot het spuitobject.
- Fout (afb. 7b) Sterke verfnevelvorming, ongelijkmatige oppervlaktekwaliteit.
- Beweeg het spuitpistool gelijkmatig heen en weer of op en neer, afhankelijk van de spuitbeeldinstelling.
- Een gelijkmatige spuitpistoolgeleiding garandeert een uniforme oppervlaktekwaliteit.
- Mondstuk en luchtkap tijdens het gebruik regelmatig afvegen, zodat het mondstuk niet verstopt raakt. (Afb. 8).
10. Werkonderbreking van maximaal 4 uur
- Apparaat met AAN /UIT schakelaar uitschakelen (pos. 0).
•Netstekker verwijderen. - Bij het verwerken van 2-componentenlakken moet het apparaat direct worden gereinigd.

Klap voor het plaatsen altijd het handgreepverlengstuk uit wanneer u een ander spuitopzetstuk dan het meegeleverde Standard small spuitopzetstuk gebruikt om de reservoirhoogte te compenseren.

11. Buiten bedrijf stellen en reinigen
Deskundige reiniging is een voorwaarde voor een storingsvrij gebruik van het verfopbrengapparaat. Bij niet of ondeskundig uitgevoerde reiniging vervalt elke aanspraak op garantie.
1) Apparaat met AAN /UIT schakelaar uitschakelen (pos. 0). Ontlucht het container bij lange werkonderbrekingen en bij het beëindigen van de werkzaamheden. Dit kan worden gedaan door het container kort open te draaien en weer af te sluiten of door de trekker in te drukken en de verf terug te laten lopen in de verfemmer.
2) Pistool demonteren. Haak (afb. 3 "klik") iets omlaag drukken. Voorste en achterste pistooldeel tegen elkaar draaien en uit elkaar halen.
3) Container losschroeven. Overig coatingmateriaal in verfblik teruggieten.
4) Verwijder de aanzuigstok met containerafdichting.
5) Maak container en stijgbuis met een kwast zo ver mogelijk schoon. Reinig de ontluchtingsboring (Afb. 9, Pos. C).
LET OP! Reinig nooit afdichtingen, membraan en sproeier- of luchtopeningen van het spuitpistool met spitse metalen voorwerpen.
Luchttoevoerslang en membraan zijn slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.
6) Dopmoer (afb. 9. 1) losschroeven, luchtkap en spuitkop verwijderen. Reinig luchtkap, spuitkopafdichting en spuitkop met kwast en oplosmiddel resp. water.
7) Het apparaat mag uitsluitend met onbeschadigd membraan (Afb. 10, 15) worden gebruikt. Indien er verf in de ventilatieslang is gekomen, dient u het membraan te controleren en te reinigen (zie hoofdstuk Onderhoud).

WAARSCHUWING! Het achterstuk van het pistool nooit in water of andere vloeistof onderdompelen. Behuizing uitsluitend met een doordrenkte doek reinigen.
8) Spuitpistool en container aan de buitenkant met een in oplosmiddel resp. water gedrenkte doek reinigen.
9) Zet alle delen weer in elkaar (zie "Montage").
Montage

Pas op! Apparaat nooit met beschadigde of ontbrekende spuitkopafdichting laten werken. Bij ontbrekende of beschadigde spuitkopafdichting kan vloeistof in het apparaat binnendringen en daardoor het risico op een elektrische schok toenemen.
1) Spuitkopafdichting (afb. 11, 4) over de naald (18) schuiven, de groef (gleuf) moet daarbij naar u wijzen.
2) Breng de spuitkop (afb. 11, 3) aan op het pistoollichaam en zoek de juiste positie door deze te draaien.
3) Breng de luchtkap aan op de spuitkop en draai deze met de wartel vast.
4) Steek de reservoirafdichting van onder af op de stijgbuis en schuif deze door tot over de kraag. Draai de reservoirafdichting daarbij licht heen en weer.
5) Steek de stijgbuis met reservoirafdichting in het pistoollichaam.

Om het pistool gemakkelijker te kunnen monteren, kunt u na het reinigen een ruime hoeveelheid smeervet (bijgeleverd) aanbrengen op de O-ring van het voorstuk (afb. 13, pos. 6).
12. Onderhoud
Luchtfilter

Waarschuwing! Apparaat nooit zonder luchtfilter in werking zetting, eventueel aangezogen vuil kan het functioneren beïnvloeden. Voor het wisselen stekker eruit trekken.
- Druk de beide vergrendelingen (afb. 12, 1) in en verwijder de filterafdekking.
- Verwijder de luchtfilter (2) en vervang deze afhankelijk van de vervuiling.
• Klik de filterafdekking weer vast.
Ventilatieslang / Membraan
- Trek de ventilatieslang (afb. 10, 13) boven van het pistoollichaam af. Draai het ventieldeksel (14) los. Verwijder het membraan (15). Reinig alle onderdelen zorgvuldig en vervang ze bij beschadiging.
- Plaats het membraan (Afb. 10, 15) met de stift naar boven op het onderste deel van het ventiel. Zie daarvoor ook de markering op het pistoollichaam.
- Breng voorzichtig het ventieldeksel (Afb. 10, 14) aan en draai het vast.
- Steek de ventilatieslang (Afb. 10, 13) op het ventieldeksel en op de nippel op het pistoollichaam.
13. Reserveonderdelenlijst
| Reserveonderdelenlijst (Afb. 13) | ||
| Pos. | Benaming Bestelnr. | |
| 1 | Standard small spuitopzet compl. met reservoir 600 ml 2370525 | |
| 2 | Dopmoer 2362873 | |
| 3 | Luchtkap 2362877 | |
| 4 | Spuitkop 2362878 | |
| 5 | Spuitkopafdichting 0417706 | |
| 6 | O-ring 2362875 | |
| 7 | Stelschroef materiaalhoeveelheid met veer compl 0417910 | |
| 8 | Ventilatieslang, ventieldeksel, membraan 2304027 | |
| 9 | Containerafdichting 2370527 | |
| 10 Aanzuigstok 2371151 | ||
| 11 Container met deksel 2370528 | ||
| 12 Luchtfilter 2370530 | ||
| 13 Luchtfilterafdekking 2370532 | ||
| 14 Roerstaaf 2304419 | ||
| 15 Smeervet (zonder afb.) 2315539 | ||
14. Toebehoren
Het CLICK&PAINT SYSTEM biedt met het juist opzetstuk en diverse toebehoren voor elke klus het juiste gereedschap.

Wij adviseren om de W 150 niet te gebruiken met het Wall Extra I-Spray spuitopzetstuk.
Meer informatie over de productenreeks van WAGNER voor renovatiewerkzaamheden onder www.wagner-group.com
15. Verhelpen van storingen
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
| Er komt geen coating-materiaal uit de sproeier | Spuitkop verstoptAanzuigstok verstoptStelschroef materiaalhoeveelheid te ver naar links gedraaid (-)Aanzuigstok losGeen drukopbouw in de container | ReinigenReinigenNaar rechts draaien (+)InstekenContainer vastdraaien |
| Coatingmateriaal druppelt na uit de sproeier | Spuitkop losSpuitkop versletenSpuitkopafdichting ontbreekt of is versletenOphoping coatingmateriaal aan luchtkap, spuitkop of naald | AandraaienVervangenIn takt zijnde spuitkopafdichting plaatsenReinigen |
| Te grove verstuiving | Coatingmateriaal heeft te hoge viscositeitHoeveelheid materiaal te groot Stelschroef materiaalhoeveelheid te ver naar rechts gedraaid (+)Spuitkop verontreinigdLuchtfilter sterk vervuildTe lage drukopbouw in container | VerdunnenStelschroef materiaalhoeveelheid naar links draaien (-)ReinigenVervangenContainer vastdraaien |
| Spuitstraal trilt | Coatingmateriaal in container raakt opLuchtfilter sterk vervuildSpuitkopafdichting ontbreekt of is versleten | NavullenVervangenIn takt zijnde spuitkopafdichting plaatsen |
| Coatingmateriaal vormt uitlopers | Teveel coatingmateriaal opgespoten. | Stelschroef materiaal-hoeveelheid naar links draaien (-) |
| Teveel coating-materiaalnevel (Overspray) | Afstand tot het spuitobject te grootTeveel coatingmateriaal-opgespoten | Spuitafstand verkleinenStelschroef materiaal-hoeveelheid naar links draaien (-) |
| Verf in de ventilatieslang | Membraan vuilMembraan defect | Membraan reinigenMembraan vervangen |
| Technische gegevens | |
| Max. viscositeit. 100 DIN-s | |
| Spanning 230 V | ~, 50 Hz |
| Opgenomen vermogen 300 W | |
| Verstuivingsvermogen 70 W | |
| Max. transport hoeveelheid 140 ml/min | |
| Isolatieklasse: I | |
| Geluidsdrukniveau* | 75 dB (A); Onzekerheid K = 4 dB (A) |
| Geluidsdrukvermogen* | 86 dB (A); Onzekerheid K = 4 dB (A) |
| Trillingsniveaus* | < 2,5 m/s2; Onzekerheid K = 1,5 m/s2 |
| Gewicht | 1,2 kg |
* Gemeten volgens EN 50580
Informatie over het trillingsniveau
Het aangegeven trillingsniveau is volgens een genormaliseerde testprocedure gemeten en kan ter vergelijking van elektrisch gereedschap worden gebruikt.
Het trillingsniveau dient ook voor een inleidende inschatting van de trillingsbelasting.
Pas op! De trillingsemissiewaarde kan tijdens het feitelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde afwijken, afhankelijk van de wijze waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt. Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bedienende persoon vast te leggen, die op een schatting van de blootstelling tijdens de feitelijke gebruiksvoorwaarden berusten (hierbij dienen alle delen van de bedrijfscyclus in acht genomen te worden, bijvoorbeeld tijden, waarin het elektrische gereedschap is uitgeschakeld, en zulke, waarin het weliswaar is ingeschakeld maar zonder belasting draait).
17. Milieu

Het toestel met toebehoren en verpakking moet milieuvriendelijk gerecycled worden. Deponeer het apparaat niet bij het huisvuil. Bescherm het milieu en lever het apparaat in bij een lokaal inzamelpunt of informeer bij de winkel. Verfresten en oplosmiddelen mogen niet in de riolering, het afvoersysteem of het huisvuil worden gestort. Deze dienen als speciaal afval apart te worden afgevoerd. Neem daarvoor de aanwijzingen op de productverpakkingen in acht.
18. Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid!
Op grond van een EU-verordening is de fabrikant alleen volledig aansprakelijk voor zijn product bij productfouten, als alle onderdelen van de fabrikant komen of door de fabrikant zijn vrijgegeven en als de toestellen vakkundig gemonteerd en gebruikt worden. Bij het gebruik van vreemde toebehoren en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen, als het gebruik van de vreemde toebehoren of vreemde reserveonderdelen tot een productfout leidt.
3 + 1 jaar garantie op dit WAGNER product voor doe-het-zelvers
J. Wagner GmbH, gevestigd in D-88677 Markdorf, verleent u naast de wettelijke garantie een garantie (apparaatgarantie) voor dit product voor een periode van 36 maanden. De garantieperiode wordt met nog 12 maanden verlengd als het product binnen 28 dagen na aankoop via internet wordt geregistreerd op https://go.wagner-group.com/3plus1.
De garantie omvat het gratis verhelpen van gebreken die terug te voeren zijn op het gebruik van defect materiaal tijdens de fabricage van het product of op montagefouten van het product, evenals het gratis vervangen van defecte onderdelen, tenzij een garantie-uitsluiting van toepassing is.
De wettelijke rechten met betrekking tot materiële gebreken, waarop u als koper voor het beoogde doel vanaf het moment van levering van het gekochte artikel recht hebt, worden door de bovenstaande garantie niet beperkt. De garantie, evenals uw wettelijke garantierecht, vervalt als het apparaat door iemand anders dan het geautoriseerde servicepersoneel van WAGNER wordt geopend.
De gedetailleerde garantievoorwaarden kunt u op aanvraag verkrijgen bij onze geautoriseerde WAGNER partners (zie de website of de gebruiksaanwijzing) of in tekstvorm op onze website:
- Wijzigingen voorbehouden -
EU-conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen:
2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU
En normatieve dokumenten:
EN 62841-1, EN 50580, EN 55014-1, EN 55014-2, EN IEC 61000-3-2, EN 61000-3-3,
EN 62233
De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd.
Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2371193 worden nabesteld.


