Digitradio 360 CD IR - Radio TECHNISAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Digitradio 360 CD IR TECHNISAT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Radio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Digitradio 360 CD IR - TECHNISAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Digitradio 360 CD IR van het merk TECHNISAT.
GEBRUIKSAANWIJZING Digitradio 360 CD IR TECHNISAT
Handleiding Stereo Internet-, DAB+/FM-radio met MP3/CD-speler
1 Aeeldingen Voorkant - bediening:
1 AAN/STAND-BY Het apparaat aan/uit zetten (stand-by), Alarm uitschakelen 2 0 ... 9 Cijfertoetsen: nummerselectie CD, USB opgeslagen zenders PRESETs opvragen, cijfertoets indrukken, ingedrukt houden en zender opslaan 3 REPEAT Herhalingsfunctie cd, USB 4 MENU Menu openen, sluiten 5 MONO/ST. Omschakelen mono, stereo 6 TUNING s FM: frequentie instellen/omlaag 7 PRESET r DAB, FM-TUNER: PRESET-zenders 8 VOL - Volume verlagen 9 PRESET s DAB, FM-TUNER: PRESET-zenders 10 FOLDER – MP3/USB: album/map selecteren 11 CD/USB CD-/USB-modus kiezen 12 FM/DAB FM/DAB-modus kiezen 13 < CD-/USB-afspelen stoppen 14 97 CD, USB: selectie van nummers, zoeken FM: frequentie instellen/terug 15 SCAN Automatische FM/DAB - scan 16 SLEEP Sluimeren inschakelen en kiezen 17 OPENEN/SLUITEN Cd-lade openen/sluiten 18 PRESET Programmeerfunctie 19 KLOK Tijd instellen weergeven (station, nummer, artiest...) *Afbeelding toont de afstandsbediening van de DIGITRADIO 361 CD IR.223
20 TIMER Wektijd instellen 21 INTRO CD, USB: kort-afspelenfunctie, 10 sec. per nummer 22 RANDOM CD, USB: functie willekeurig afspelen 23 BACK Menu/één stap terug 24 EQ Equalizer-geluidsinstelling 25 TUNING r FM: frequentie instellen/omhoog 26 VOL + Volume hoger instellen 27 ENTER Menu selecteren, invoer bevestigen 28 FOLDER + CD/USB: album/map selecteren 29 INTERNET INTERNET-modus kiezen 30 AUDIO IN AUDIO IN-modus kiezen 31 4/; CD, USB: afspelen starten, pauze 32 8: CD, USB: selectie van nummers, zoeken FM: frequentie instellen/vooruit 33 MUTE Geluid uit 34 INFORMATIE Informatie FM-modus weergeven (Naam, PTY, RT, frequentie) Informatie DAB-modus weergeven (zender, nummer, artiest...) Informatie CD/USB-modus weergeven (nummer, artiest...) 35 UNPAIR Verbinding met Bluetooth verbreken (alleen DIGITRADIO 361 CD IR) SPOTIFY SPOTIFY CONNECT kiezen (alleen DIGITRADIO 360 CD IR) 36 Bluetooth Verbinding met Bluetooth activeren (alleen
2 Voorwoord Deze handleiding helpt u om uw radiosysteem, hierna DIGITRADIO of apparaat genoemd, op de juiste manier en veilig te gebruiken.
2.1 Doelgroep van deze handleiding
De handleiding is bedoeld voor iedereen die het apparaat installeert, bedient, schoonmaakt of afdankt.
2.1.1 Beoogd gebruik
Het apparaat is ontworpen voor de ontvangst van DAB+/FM-radiouitzendingen. Het apparaat is ontworpen voor particulier gebruik en niet geschikt voor zakelijk gebruik.
2.2 Belangrijke aanwijzingen
Neem de onderstaande opmerkingen in acht om alle veiligheidsrisico's uit te sluiten, schade aan het apparaat te voorkomen en een bijdrage aan de bescherming van het milieu te leveren. Lees alle veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door en bewaar deze voor latere vragen. Volg altijd alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de achterzijde van het apparaat op. Let op - Duidt een belangrijke aanwijzing aan die strikt moet worden opgevolgd om defecten, gegevensverlies/-misbruik of onbedoeld functioneren van het apparaat te voorkomen. Tip - Geeft een aanwijzing over de beschreven functie plus een andere gerelateerde functie die wellicht nodig is met verwijzing naar het relevante gedeelte van de handleiding.228
Voor uw eigen veiligheid moet u de veiligheidsvoorschriften zorgvuldig doorlezen voordat u uw nieuwe apparaat in gebruik neemt. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ondeskundig gebruik en door het niet in acht nemen van de veiligheidsvoorschriften. Maak het apparaat nooit open. Het aanraken van onder spanning staande onderdelen is levensgevaarlijk. Een eventueel noodzakelijke ingreep mag uitsluitend door vakkundig personeel worden uitgevoerd. Het apparaat mag alleen in gematigde omgevingsomstandigheden worden gebruikt. Zet het apparaat na langdurig transport bij koud weer en daarna plaatsing in warme ruimtes niet onmiddellijk aan. Laat het eerst op temperatuur komen. Stel het apparaat niet bloot aan druipend of spattend water. Als er water in het apparaat is binnengedrongen, zet het uit en neem contact op met de serviceafdeling. Stel het apparaat niet bloot aan warmtebronnen die het apparaat behalve door normaal gebruik nog verder kunnen verwarmen.229
Tijdens onweer moet u het apparaat van het stopcontact loskoppelen. Overspanning kan het apparaat beschadigen. Bij opvallende defecten aan het apparaat, reuk- of rookontwikkeling, aanzienlijke storingen, schade aan de stroomvoorziening of behuizing, alsook bij binnendringende vloeistof direct de stekker eruit halen en contact opnemen met de serviceafdeling. Het apparaat mag alleen worden aangesloten op een netspanning van 100V-240V ~, 50/60 Hz. Probeer het apparaat nooit op een andere spanning te gebruiken. De voeding mag pas worden aangesloten nadat de installatie correct is voltooid. Neem het apparaat niet in gebruik als het beschadigingen vertoont. Trek bij het eruit trekken van de voedingskabel aan de stekker, niet aan het snoer. Gebruik het apparaat niet in de buurt van een badkuip, zwembad of sproeiwater. Probeer nooit zelf een defect apparaat te repareren. Neem altijd contact op met een van onze servicepunten. Vreemde voorwerpen, zoals naalden, munten, enz., mogen niet in het apparaat vallen. Raak de aansluitpunten niet met metalen voorwerpen of met de vingers aan. Dit kan kortsluiting veroorzaken. Er mogen geen open vuurbronnen zoals brandende kaarsen op het apparaat worden geplaatst. Laat kinderen dit apparaat nooit zonder toezicht gebruiken. Het apparaat blijft zelfs als het in de stand-by of uit staat op het lichtnet aangesloten. Trek de netstekker uit het stopcontact als u het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt. Trek aan de stekker, niet aan het snoer. Luister niet naar muziek of radio met hoge volumes. Dit kan tot blijvende gehoorschade leiden.230 Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij deze onder toezicht staan van iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of over het gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd. Kinderen moeten onder toezicht staan om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Het is verboden om wijzigingen aan het apparaat aan te brengen. Beschadigde apparaten of beschadigde accessoires mogen niet langer worden gebruikt. Deze cd-speler maakt gebruik van een onzichtbare laserstraal. Deze kan bij verkeerd gebruik de ogen beschadigen. Kijk nooit in het open cd-vak. Dit apparaat is geclassificeerd als een klasse 1-laserapparaat (CASS 1 LASER). De betreffende sticker (CLASS 1 LASER PRODUCT) bevindt zich op de achterkant van het apparaat.231
Omgang met batterijen Let erop dat batterijen buiten handbereik van kinderen blijven. Kinderen kunnen batterijen in hun mond nemen en inslikken. Dit kan tot ernstige gezondheidsproblemen leiden. Houd batterijen en afstandsbediening daarom buiten bereik van kleine kinderen. Raadpleeg in dit geval onmiddellijk een arts! Normale batterijen mogen niet worden opgeladen, op andere manieren worden gereactiveerd, niet uit elkaar worden genomen, worden verwarmd of in open vuur worden gegooid (explosiegevaar!). Vervang zwakker wordende batterijen op tijd. Maak de batterijcontacten en apparaatcontacten schoon voordat u ze plaatst. Bij verkeerd geplaatste batterijen bestaat explosiegevaar! Voer gebruikte batterijen onmiddellijk af. Vervang de batterijen alleen door batterijen van het juiste type en modelnummer Pas op! Stel de batterijen niet bloot aan extreme omstandigheden. Leg ze niet op radiatoren, stel ze niet bloot aan direct zonlicht. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen brandwonden veroorzaken als ze in contact komen met de huid. Gebruik in dit geval geschikte veiligheidshandschoenen. Reinig het batterijvak met een droge doek.232
De verpakking van uw apparaat bestaat uitsluitend uit recyclebare materialen. Breng deze gesorteerd terug naar de gescheiden afvalinzameling. Dit product mag aan het eind van zijn levensduur niet met het gewone huisafval worden meegegeven, maar moet bij een inzamelpunt voor het recyclen van elektrische en elektronische apparaten worden ingeleverd. Dit wordt aangeduid door het -symbool op het product, de gebruiksaanwijzing of de verpakking. De gebruikte materialen kunnen afhankelijk van hun etikettering worden hergebruikt. Met het hergebruik, de grondstoffenterugwinning of andere vormen van recycling van oude apparaten levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van ons milieu. Informeer bij de gemeentelijke instanties naar de verantwoordelijke instantie voor afvalverwijdering. Zorg ervoor dat de lege batterijen en het elektronische afval niet bij het huisvuil worden weggegooid, maar op de juiste manier worden afgevoerd (terugname door de speciaalzaak, chemisch afval).233
Batterijen kunnen giftige stoffen bevatten die de gezondheid en het milieu schaden. Voor batterijen en accu's geldt de Europese richtlijn 2006/66/EG. Deze mogen niet met het normale huishoudelijke afval worden afgevoerd.
2.2.3 Juridische informatie
TechniSat verklaart hierbij dat de DIGITRADIO 360 CD IR- en DIGITRADIO 361 CD IR-radioapparatuur voldoet aan Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op de volgende website: DIGITRADIO 360 CD IR: hp://konf.tsat.de/?ID=11100 DIGITRADIO 361 CD IR: hp://konf.tsat.de/?ID=11630 TechniSat is niet aansprakelijk voor productschade als gevolg van externe invloeden, slijtage of onjuiste behandeling, ongeoorloofde reparatie, veranderingen of ongelukken.234 Wijzigingen en drukfouten voorbehouden. Laatst gewijzigd 03/18 Kopiëren en vermenigvuldigen alleen met toestemming van de uitgever. De huidige versie van de handleiding is beschikbaar in PDF-formaat in het downloadgedeelte op de TechniSat-homepage via www.technisat.de. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in alle landen van de Europese Unie en in Zwitserland, Noorwegen, Liechtenstein en IJsland. Werking in het frequentiebereik 5150 MHz - 5350 MHz is alleen toegestaan in besloten ruimten. DIGITRADIO 360 CD IR, DIGITRADIO 361 CD IR en TechniSat zijn geregistreerde handelsmerken van: TechniSat Digital GmbH Julius-Saxler-Straße 3 54541 Daun www.technisat.de235
2.2.4 Service-instructies
Dit product is getest op kwaliteit en heeft een wettelijke garantieperiode van 24 maanden vanaf de datum van aankoop. Bewaar de factuur als aankoopbewijs. Let op! Mocht er zich bij dit apparaat een probleem voordoen, neem dan allereerst contact op met onze technische hotline: Ma. - vr. 8:00 - 20:00 uur 03925/92201800 Gebruik in geval van retourzending van het apparaat alleen het volgende adres: TechniSat Digital GmbH Service-Center Nordstr. 4a 39418 Staßfurt Namen van de genoemde bedrijven, instellingen of merken zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren.236 3 Apparaat installeren > Plaats het apparaat op een stevige, veilige en horizontale ondergrond. Zorg voor goede ventilatie. Let op!: > Plaats het apparaat niet op zachte oppervlakken zoals vloerkleden en dekens of in de buurt van gordijnen en wandtapijten. De ventilatieopeningen zouden kunnen worden afgedekt. De noodzakelijke luchtcirculatie kan daardoor worden onderbroken. Dit kan leiden tot brand in het apparaat. > De ventilatiesleuven van de achterwand en de zijkanten moeten altijd vrij blijven. Deze mogen niet door gordijnen, dekens of kranten worden bedekt. > Plaats het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren. Voorkom blootstelling aan direct zonlicht en plekken met buitengewoon veel stof. > Het apparaat mag niet in ruimtes met een hoge luchtvochtigheid, bijv. keuken of sauna, worden geplaatst omdat neerslag van condensatie het apparaat kan beschadigen. Het apparaat is bedoeld voor gebruik onder droge en gematigde omstandigheden en mag niet worden blootgesteld aan druppels of spatwater. > Houd er rekening mee dat de poten van het apparaat mogelijk gekleurde afdrukken op bepaalde meubeloppervlakken kunnen achterlaten. Gebruik bescherming tussen uw meubels en het apparaat. > U mag dit apparaat alleen vlak liggend gebruiken. Niet buiten gebruiken. > Houd de DIGITRADIO uit de buurt van apparaten die sterke magnetische velden produceren.237
> Plaats geen zware voorwerpen op het apparaat. > Als u het apparaat van een koude naar een warme omgeving verplaatst, kan vocht in het apparaat neerslaan. Wacht in dat geval ongeveer een uur voordat u het in gebruik neemt. > Leg het netsnoer zo dat niemand erover kan struikelen. > Zorg ervoor dat het netsnoer of de stroomtoevoer altijd gemakkelijk toegankelijk is, zodat u het apparaat snel van het stroomnet kunt loskoppelen! > Het stopcontact moet indien mogelijk dicht bij het apparaat zijn. Steek voor stroomaansluiting de stekker volledig in het stopcontact. > Gebruik een geschikte, gemakkelijk toegankelijke stroomaansluiting en vermijd het gebruik van stekkerdozen! > Raak de stekker niet met nae handen aan. Gevaar voor een elektrische schok! > Trek bij storingen of rook- en geurontwikkeling uit de behuizing onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. > Trek voor het begin van onweer de stekker uit het stopcontact. > Koppel de stekker los als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor aanvang van een lange reis. > Een te hoog volume, vooral met een koptelefoon, kan gehoorschade veroorzaken. > Plaats het apparaat niet in de buurt van apparaten die sterke magnetische velden genereren (bijv. motoren, luidsprekers, transformatoren). Ook vaste of mobiele telefoons kunnen interferentie veroorzaken.238
3.1 Afstandsbediening
> Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de baerij omdat deze kan lekken en het apparaat kan beschadigen. 4 Beschrijving van de DIGITRADIO 360/361 CD IR
Controleer of alle onderstaande accessoires aanwezig zijn: 1x DIGITRADIO 360/361 CD IR 1x afstandsbediening met batterij 1x handleiding
4.2 De bijzondere kenmerken van de DIGITRADIO 360/361 CD IR
De DIGITRADIO 360/361 CD IR bestaat uit een stereo internetradio, UPnP mediaspeler, CD-/MP3-speler en DAB+/ FM-ontvanger met timerfunctie en AUX-ingang. De DIGITRADIO 360 CD IR beschikt ook over ondersteuning voor Spotify Connect en Multiroom. U kunt het gebruiken om digitale radio te ontvangen of media te streamen. - U kunt zowel 10 DAB+, FM- en internetstations opslaan. - Het apparaat heeft een tijd- en datumweergave. - Het apparaat heeft twee wekfuncties en een slaapfunctie. - U kunt ervoor kiezen om wakker te worden met internet-, DAB-, FM-radio, CD-/MP3-speler of zoemer. - U kunt het apparaat gemakkelijk bedienen met de afstandsbediening.239
- Het apparaat biedt in combinatie met de MyDigitRadio-Pro-app Multiroom-ondersteuning (alleen DIGITRADIO 360 CD IR, meer informatie in de MyDigitRadio Pro-app en op de website www.technisat.de). - Verbinding met bluetooth activeren (alleen DIGITRADIO 360 CD IR) - Audio afspelen via CD/MP3, CD-DA, CD-ROM, CD-R, CD-RW en USB-media. - Apparaten van USB-versie 1.1 en 2.0 worden ondersteund. - Het apparaat ondersteunt USB-media tot 32 GB. Het maximale aantal mappen is beperkt tot 99, de titels tot 999. Per map kunnen 128 titels worden opgeslagen. - De USB-aansluiting biedt 5 V bij 1A. Aangesloten apparaten worden opgeladen wanneer de netwerkverbinding tot stand is gebracht. Lees voordat u de USB-poort gebruikt de instructies van de fabrikant van het USB-apparaat. - Bluetooth music-streaming (alleen DIGITRADIO 361 CD IR)240
4.3 DIGITRADIO 360/361 CD IR gereed maken voor gebruik
4.3.1 Apparaat aansluiten
> Verbind het apparaat via de stekker met de voeding. Controleer voordat u de stekker erin steek of de bedrijfsspanning van het apparaat overeenkomt met de lokale netspanning. Na de eerste verbinding met de voeding verschijnt "TechniSat" op het display. Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u hem niet gebruikt. Trek de stekker tijdens onweer uit het stopcontact. Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld voordat u aan een langere reis begint, moet u ook de stekker uit het stopcontact halen. De tijdens gebruik ontstane warmte moet door voldoende luchtcirculatie worden afgevoerd. Daarom mag het apparaat niet worden afgedekt of in een gesloten kast worden geplaatst. Zorg voor een vrije ruimte van minimaal 10 cm rond het apparaat.241
Het aantal en de kwaliteit van te ontvangen zenders is afhankelijk van de ontvangstomstandigheden op de plaats van opstelling. Met de uitschuifbare antenne is een uitstekende ontvangst mogelijk. > Maak de uitschuiare antenne los uit de houder, zet deze rechtop en trek hem in de lengte uit. Vaak is de exacte uitrichting van de uitschuifbare antenne belangrijk, vooral aan de randen van het zendgebied. Op internet kunt u bijv. onder "www.digitalradio.de" snel de locatie van de dichtstbijzijnde zendmast bepalen. Begin de eerste scan bij een raam in de richting van de zendmast. Bij slecht weer kan het voorkomen dat de ontvangst van DAB+ beperkt is. Aan de hand van de signaalsterkte-indicator (paragraaf 10.4) vindt u de optimale antenne-uitrichting en, indien nodig, de beste locatie voor DAB-ontvangst. Verander als de ontvangst slecht is de richting van de antenne of de locatie van de radio. De uitslag van de balk zou groter moeten worden.242
4.3.3 Baerij plaatsen
> Sluit het deksel van het baerijvak voorzichtig, zodat de borglipjes van het deksel in de behuizing vastklikken. Voor het gebruik van de afstandsbediening hebt u een alkalinebatterij (type Mignon, 1,5 V, LR6 / AA) nodig. Let bij het plaatsen op de juiste polariteit. Vervang zwakker wordende batterijen op tijd. Lekkende batterijen kunnen de afstandsbediening beschadigen. Haal de batterij uit de afstandsbediening als u het apparaat langere tijd niet zult gebruiken. Belangrijke aanwijzing voor afvalverwijdering: batterijen kunnen giftige stoffen bevatten die schadelijk zijn voor het milieu. Zorg daarom dat u de batterijen weggooit in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving. Doe de batterijen nooit bij het gewone huisvuil. Leg de afstandsbediening niet op extreem warme of vochtige plaatsen.
4.4 Algemene functies van het apparaat
U kunt de instellingen gedeeltelijk aanpassen met de toetsen van het apparaat en met de afstandsbediening. De beschrijving van de bediening vindt plaats met de toetsen van de afstandsbediening.243
4.4.1 Apparaat aanzeen
> Met de knop Aan/Stand-by van het apparaat (1) of van de afstandsbediening (1), kunt u het apparaat aanzeen of weer in stand-by zeen. Na het voor de eerste keer inschakelen, kunt u de set-up-assistent starten (paragraaf 15.7). Hier kunt u de tijdnotatie, tijdzone, zomertijd, datum en tijd (via DAB+, FM, internet of geen update) wijzigen met de toetsen r/s PRESET, VOL +, VOL- en ENTER van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26, 27) of door de SELECT / VOLUME-toets van het apparaat (5) te verdraaien en in te drukken. Vervolgens wordt getracht om verbinding te maken met een netwerk. Selecteer hiervoor het juiste wifi-netwerk of LAN [kabel] en voer zo nodig het wifi-wachtwoord in met de toetsen r /s PRESET, VOL +, VOL- en ENTER van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26, 27) of door de knop SELECT/ VOLUME van het apparaat (5) te verdraaien en in te drukken.
4.4.2 Apparaat met afstandsbediening gebruiken
Met de infrarood-afstandsbediening kunt u de hoofdfuncties van het apparaat eenvoudig vanuit uw stoel bedienen. Houd rekening met het volgende wanneer u het apparaat met de afstandsbediening gebruikt: > Richt de afstandsbediening op de voorkant van het apparaat. > Er moet visueel contact zijn tussen de afstandsbediening en de radio. > Als het bereik van de afstandsbediening afneemt, moet u de batterij vervangen door een nieuwe. Het maximale bereik is ongeveer 4 meter vóór het apparaat.244
4.4.3 Volume instellen
> Pas het volume aan met de toetsen VOLUME -/+ van de afstandsbediening (8, 26) of draai aan de knop SELECT/VOLUME (5) van het apparaat. Het ingestelde volume wordt op het display (4) weergegeven.
> U kunt het geluid uitschakelen door de knop MUTE van de afstandsbediening (33) in te drukken. Deze modus wordt aangegeven door een bijbehorend pictogram op de statusbalk. > Als u nogmaals op de knop MUTE van de afstandsbediening (33) drukt, wordt het geluid weer ingeschakeld.
4.4.5 Displayweergave oproepen
> Door herhaaldelijk op de toets INFO van de afstandsbediening (34) of van het apparaat (3) te drukken (hier moet de INFO-toets ongeveer 2 seconden worden vastgehouden) tijdens het afspelen van een bron, kunt u de volgende informatie weergeven en doorschakelen: DAB-modus: FM-modus: DLS: lopende tekst van extra informatie van de zender RT Radiotext (indine uitgezonden) Genre PTY - programmatype Ensemble/Multiplex (groepsnaam) frequentie, kanaal Frequentie Signaalsterkte Datum Bit error rate in kbps geluidsformaat Datum Titel, artiest245
Internetradio: Muziek afspelen (UPnP-media): Titel, artiest Titel Beschrijving Artiest Genre Album Betrouwbaarheid Bitsnelheid, geluidsformaat Bitsnelheid, codec, samplefrequentie Afspeelbuffer Afspeelbuffer Speelduur De datum van vandaag Datum Cd-/mp3- en USB-weergave: Spotify Connect*: Titel Titel Artiest Artiest Album Album Map Bitsnelheid en samplefrequentie Pad Afspeelbuffer Bitsnelheid en samplefrequentie Speelduur Afspeelbuffer Datum Speelduur ID3 aan/uit (tekstinformatie tonen, indien beschikbaar) *Alleen DIGITRADIO 360 CD IR246
4.6 Apparaat uitzeen
> U kunt de toets Aan/Stand-by van het apparaat (1) of van de afstandsbediening (1) gebruiken om het apparaat in stand-by te zeen. De tijd verschijnt op het display. Na ongeveer 10 seconden wordt de helderheid van het display gedimd. 5 Menubediening Het menu is verdeeld in het menu van de momenteel geselecteerde bron, het hoofdmenu en de daarin opgenomen submenu's. De navigatie in de verschillende menu's kan zowel met de afstandsbediening als op het apparaat worden uitgevoerd. > U kunt het menu opvragen door op de toets MENU van de afstandsbediening (4) te drukken of door het (ca. 2 seconden) van het apparaat (6) ingedrukt te houden en u kunt het zo ook weer afsluiten. Huidige bron Infobereik Statusbalk Tijd247
Na ongeveer 20 seconden zonder bediening, wordt het menu automatisch afgesloten. > U kunt het merkteken verplaatsen door de SELECT/VOLUME-knop (5) van het apparaat te verdraaien of door op de r/s PRESET of op VOL- / VOL + knoppen van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26) te drukken. > Bevestig de geselecteerde invoer door op de toets ENTER van de afstandsbediening (27) of de SELECT / VOLUME-knop (5) van het apparaat te drukken om deze te openen of te selecteren. > Druk op de toets BACK (23) van de afstandsbediening om een stap terug te gaan of terug te gaan naar het menu op een hoger niveau. Een * markeert de huidige selectie/instelling.
Via het hoofdmenu hebt u toegang tot alle functies en instellingen van de DIGITRADIO 360/361 CD IR. > U kunt het menu opvragen door op de toets MENU van de afstandsbediening (4) te drukken of door deze (ca. 2 seconden) op het apparaat (6) ingedrukt te houden. Als u zich momenteel in een afspeelbron bevindt, dan drukt u op de toets MENU en wordt het submenu van deze bron geopend. > Markeer de optie Hoofdmenu en bevestig met de toets ENTER, om naar het hoofdmenu te gaan.
> Druk herhaaldelijk op de toets MODE van het apparaat (2) tot de gewenste bron op het display (4) wordt weergegeven, of druk op de toetsen CD/USB (11), FM/DAB (12), AUDIO IN (30) of INTERNET (29) van de afstandsbediening, om de bronnen rechtstreeks te kiezen. Alternatief: > Druk op de toets MENU.248 > Ga eventueel eerst naar het hoofdmenu door het item Hoofdmenu te selecteren. > Selecteer de gewenste weergavebron en bevestig de selectie door op de toets ENTER te drukken. 6 Internetradio: Om internetradiostreams te ontvangen, hebt u internettoegang nodig, die wordt aangeboden via wifi of LAN. Dit kan plaatsvinden via een standaard router. > Selecteer volgens de aanwijzingen in paragraaf 5.2 de internetradiobron. Als u nog geen LAN-/wifi-verbinding hebt geconfigureerd, start dan de internetradiomodus. De zoekwizard verschijnt nu. Selecteer nu het juiste wifi-netwerk of LAN [kabel] en voer zo nodig het wifi-wachtwoord in met behulp van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26, 27) of met de SELECT/VOLUME- knop (5). U kunt de netwerkinstellingen ook uitvoeren volgens de aanwijzingen in paragraaf 15.2.
6.1 Laatst beluisterd
> Open het MENU en kies Laatst beluisterd, om een lijst met de laatst beluisterde stations weer te geven. > Selecteer vervolgens de internetstream waarnaar u wilt luisteren.
Vanwege het grote aantal beschikbare internetradiostreams worden deze weergegeven in verschillende categorieën/indelingen (bijv. Zender > Lokaal Duitsland > Geselecteerde zender > ... of Zender > Landen > Europa > Spanje > ...). > Open het MENU, selecteer de Zenderlijst en vervolgens de onderverdeling totdat de internetradiostreams worden weergegeven.249
Om eigen stations of favorieten toe te voegen, kunt u deze op de website www.wifiradio-frontier.com registreren. Hiervoor hebt u een toegangscode nodig, die u in de DIGITRADIO via MENU> Zenderoverzicht> Help> Toegangscode kunt weergeven en aanvragen.
6.3 Zenders opslaan in het geheugen
> Selecteer eerst volgens bovenstaande aanwijzingen het internetstation dat u in het geheugen wilt opslaan. > Houd tijdens het afspelen de toets PRESET van de afstandsbediening (18) of van het apparaat (8) ingedrukt totdat het Programmageheugen verschijnt. De lijst met de 10 beschikbare geheugenlocaties verschijnt. > Selecteer met de toetsen r/s PRESET de gewenste geheugenlocatie en bevestig deze. Op het display (4) wordt de procedure tenslotte bevestigd. U kunt ook een van de Cijfertoetsen ingedrukt houden om een zender op te slaan.
6.4 Zenders vanuit een geheugenlocatie opvragen
> Om een zender op te vragen die u in het geheugen hebt opgeslagen, drukt u kort op de toets PRESET van het apparaat (8) of van de afstandsbediening (18). De lijst met de 10 beschikbare geheugenlocaties verschijnt. > Gebruik de toetsen r/s PRESET om de geheugenlocatie voor de gewenste internetradiostream te selecteren en bevestig uw selectie. De geselecteerde internetradiostream wordt nu afgespeeld. U kunt dit ook doen door een van de cijfertoetsen indrukken.250 7 Muziek afspelen (UPnP/USB-media): Audiobestanden die zijn opgeslagen op een USB-medium of een UPnP-server kunnen via de DIGITRADIO worden afgespeeld. Om vanaf een UPnP-server af te spelen, is een netwerkverbinding met hetzelfde netwerk als de gewenste UPnP-server vereist, of moet het USB-medium dat moet worden afgespeeld, op de USB-poort zijn aangesloten. Het apparaat biedt geen ondersteuning voor de aansluiting van USB-media (hubs ...) via een USB- verlengkabel. Niet geschikt voor directe aansluiting op pc's! Houd ook rekening met de aanwijzingen in paragraaf 15.2 over het configureren van een LAN-/wifi- netwerkverbinding. > Selecteer volgens de aanwijzingen uit paragraaf 5.2 de bron Muziek afspelen.
7.1 Audiobestanden afspelen
> Selecteer Gedeelde media voor weergave via UPnP, of USB afspelen voor weergave vanaf een USB-medium. De weergave van de Categorieën/mappen is afhankelijk van de mappenstructuur op uw mediaserver of USB-medium. Let daarom op de informatie op het display (4). > Selecteer eventueel de categorie of map en vervolgens de onderverdeling daarin tot aan de gewenste titel om deze af te spelen. > Druk op de toets 4/; Play/Pause van de afstandsbediening (31) of van het apparaat (3) om het afspelen te pauzeren of het afspelen te hervaen (nogmaals indrukken). > Met behulp van de toetsen 8: Vooruit of97 Terug van de afstandsbediening (14, 32) of van het apparaat (9, 10) springt u naar het volgende of vorige nummer. > Houd de toetsen 8:Vooruit of 97Terug ingedrukt om binnen het nummer snel vooruit of achteruit te spoelen.251
7.1.1 Willekeurig afspelen en herhalen
In het menu zijn de afspeelopties Willekeurig afspelen en Herhalen beschikbaar. > Om shue-weergave en/of herhaalde weergave te gebruiken, kunt u het via MENU> Shue: of MENU > Herhalen: Aan, of als u het niet opnieuw wilt gebruiken, Uit schakelen. Alternatief: > Druk tijdens het afspelen op de toets RANDOM van de afstandsbediening (22), op het display (4) verschijnt het pictogram voor de willekeurige weergave . Druk om de functie weer uit te schakelen nogmaals op de toets RANDOM (22).
Met de afspeellijst kunt u verschillende tracks en mappen van verschillende bronnen organiseren en afspelen. > Selecteer mappen of afzonderlijke nummers van uw USB-medium en/of van een UPnP-server. > Houd de toets ENTER van de afstandsbediening (27) of SELECT/VOLUME van het apparaat (5) ingedrukt, om de nummers/mappen aan de afspeellijst toe te voegen. > Selecteer MENU> Afspeellijst en een nummer om het afspelen met deze titel te starten.
7.1.3 Afspeellijsten leeg maken
> Via MENU > Wis afspeellijst kunt u alle items uit uw afspeellijst verwijderen.252
7.1.4 Server verwijderen
Gebruik deze menu-optie om de lijst met gevonden UPnP-mediaservers te wissen. Als u daarna de optie Gedeelde media opent, wordt opnieuw naar beschikbare mediaservers in het netwerk gezocht.
7.2 Muziek afspelen via de Windows Media Player
Als alternatief voor een zelfstandige UPnP-server kunt u muziek afspelen via Windows Media Player versie 10 of hoger. In de Windows Media Player moet hiervoor een muziekshare worden ingesteld. > Controleer of de Windows-pc en de DIGITRADIO zich op hetzelfde netwerk bevinden en zijn ingeschakeld. > Start de mediaspeler en schakel de mediastream-share in. > Selecteer indien nodig DIGITRADIO in het volgende apparaatoverzicht en selecteer Toestaan. Afhankelijk van de Windows Media Player-versie kan de procedure verschillen. 8 Spotify Connect (uitsluitend DIGITRADIO 360 CD IR) Welkom bij Spotify Premium Met Spotify Premium kunt u zonder reclame naar miljoenen nummers luisteren. Uw favoriete artiesten, de nieuwste hits en nieuwe ontdekkingen - speciaal voor u! Druk gewoon op 'Afspelen' en u hoort elk nummer dat u leuk vindt, met de hoogste geluidskwaliteit. Probeer Premium 30 dagen lang gratis via spotify.com/freetrial Uw nieuwe radio hee Spotify Connect Met Spotify Connect kunt u de Spotify-app op uw telefoon, tablet of pc gebruiken om de muziek die wordt afgespeeld op uw radio te kiezen. U kunt telefoneren, spelletjes spelen en zelfs uw telefoon uitzeen – de muziek speelt gewoon door. Meer informatie op spotify.com/connect Zo gebruikt u Connect U hebt Spotify Premium nodig om Connect te kunnen gebruiken.253
1. Verbind uw nieuwe radio met hetzelfde wifi-netwerk waarmee uw telefoon, tablet of pc is verbonden.
2. Open de Spotify-app op uw telefoon, tablet of pc en speel een nummer af.
3. Als u de app op uw telefoon gebruikt, tikt u links onder in het scherm op de aeelding van het nummer.
Tablet- en pc-gebruikers gaan door met stap 4.
4. Tik op het Connect-pictogram.
5. Selecteer uw radio in de lijst. Als u deze niet ziet, controleer dan of deze met hetzelfde wifi-netwerk als
uw telefoon, tablet of pc is verbonden. Klaar! Veel plezier met luisteren naar muziek! Voor de Spotify-soware gelden licenties van derden die u hier kunt vinden: hp://www.spotify.com/connect/third-party-licenses 9 Bluetooth-weergave (uitsluitend DIGITRADIO 361 CD IR)
9.1 Bluetoothmodus activeren
> Druk herhaaldelijk op de toets MODE totdat Bluetooth op het display verschijnt of druk op de toets Bluetooth (36). Alternatief: > Druk op de knop MENU en selecteer vervolgens in het Hoofdmenu > Bluetooth. In de statusbalk van het display wordt door een knipperende de koppelingsmodus gesignaleerd. Als de DIGITRADIO 361 CD IR al aan een ander apparaat is gekoppeld dat zich binnen het bereik bevindt, wordt de verbinding automatisch tot stand gebracht.254
> Schakel bluetooth in op uw muziekspeler, bijv. een smartphone of tablet. Hoe u Bluetooth op uw muziekspeler activeert, kunt u in de betreende bedieningsinstructies van het apparaat dat u met de DigitRadio wilt koppelen lezen. Houd er rekening mee dat maar een apparaat tegelijk verbinding kan maken met de DIGITRADIO 361 CD IR. Vergeet niet dat het maximale Bluetooth-bereik van 10 meter niet mag worden overschreden om een perfecte afspeelkwaliteit te waarborgen. > Selecteer op uw muziekspeler de lijst met gevonden bluetooth-apparaten. > Zoek in de lijst naar DIGITRADIO 361 en selecteer deze. Als u wordt gevraagd om een pincode in te voeren, voert u 0000 (4 x nul) in. > Als het koppelen met succes is voltooid, stopt het symbool op het display van de DIGITRADIO met knipperen.
> Selecteer op uw muziekspeler een nummer en speel het af. > Het geluid wordt nu afgespeeld op de DIGITRADIO 361 CD IR. U kunt de afspeeltoetsen op de afstandsbediening van het apparaat gebruiken om het afspelen op uw muziekspeler te regelen (alleen met compatibele apparaten). Let op dat u het volume van uw muziekspeler niet te laag instelt, anders kan er ruis optreden.255
10 DAB radio DAB staat voor "Digital Audio Broadcasting", de digitale distributie van audiosignalen via de antenne. Het „+“-teken staat voor de moderne transmissie in de beste geluidskwaliteit, die ook ruimte laat voor bijkomende informatie voor programma's, zoals verkeersinformatie, weerkaarten, titel en artiest, albumcovers of de actuele nieuwsberichten (functionaliteit is aankelijk van het gekoppelde apparaat). Informatie over DAB+ en zenderbereiken is te vinden op www.dabplus.de of www.dabplus.ch. > Selecteer volgens de aanwijzingen in paragraaf 5.2 de DAB-radiobron. Wanneer DAB-radio voor de eerste keer wordt gestart, wordt een complete zenderscan uitgevoerd en wordt een zenderlijst in alfanumerieke volgorde aangemaakt. Tijdens het zoeken wordt een voortgangsbalk weergegeven. Na voltooiing van de zenderscan wordt het eerste station afgespeeld.
> Via MENU > Volledige scan of door op de toets SCAN (15) van de afstandsbediening te drukken, kunt u de automatische en volledige zoekopdracht starten. De volledige scan scant automatisch alle DAB-band III-kanalen voor stations die worden uitgezonden in uw ontvangstgebied. Tijdens het zoeken wordt een voortgangsbalk weergegeven. Als er geen station wordt gevonden, controleer dan de uitrichting van de antenne en wijzig indien nodig de locatie van de radio (zie paragraaf 4.3.2).
10.1.1 Volgende/vorige DAB-zender
> Met behulp van de toetsen r/s TUNING van de afstandsbediening (6, 25) of van het apparaat (9, 10), gaat u naar het volgende of vorige station in de zenderlijst en speelt u het af.256
10.1.2 DAB-station in de zenderlijst selecteren
> Open de zenderlijst via MENU > Zenderlijst of met behulp van de toetsen r/s PRESET van de afstandsbediening (7, 9). > Selecteer in de weergegeven zenderlijst de gewenste zender en druk op ENTER van de afstandsbediening (27) om het afspelen te starten.
10.2 DAB-zenders in het geheugen opslaan
Het programmageheugen kan tot 10 DAB-stations opslaan en deze blijven zelfs in geval van een stroomstoring bewaard. > Selecteer eerst volgens bovenstaande aanwijzingen het DAB-station dat u in het geheugen wilt opslaan. > Houd tijdens het afspelen de toets PRESET van de afstandsbediening (18) of van het apparaat (8) ingedrukt totdat het Programmageheugen verschijnt. Als alternatief kunt u ook de cijfertoetsen direct gebruiken om op te slaan. De lijst met de 10 beschikbare geheugenlocaties verschijnt. De resterende geheugenlocaties worden met [Niet beschikbaar] weergegeven. > Selecteer de gewenste opslaglocatie en bevestig deze. Op het display wordt de procedure tenslotte bevestigd.
10.3 DAB-zender van een opslaglocatie opvragen
> Om een zender op te vragen die u in het geheugen hebt opgeslagen, drukt u kort op de toets PRESET van het apparaat (8) of van de afstandsbediening (18). De lijst met de 10 beschikbare geheugenlocaties verschijnt.257
> Selecteer de geheugenlocatie met het gewenste DAB-station en bevestig uw selectie. De geselecteerde DAB-zender wordt nu afgespeeld. Als u geen station op het geselecteerde kanaal hebt opgeslagen, verschijnt "Geheugenlocatie leeg".
> Druk meerdere keren op de toets INFO van de afstandsbediening (34) of houd de INFO-toets op het apparaat (3) meerdere keren achter elkaar ingedrukt, totdat de signaalsterkte wordt weergegeven. De uitslag van de balk geeft het niveau van het momenteel geselecteerde DAB-station aan. Het eerste veld vertegenwoordigt de minimale signaalsterkte voor een probleemloze ontvangst. Zenders waarvan de signaalsterkte lager is dan de vereiste minimale signaalsterkte zenden geen voldoende sterk signaal uit. Richt de antenne zo nodig (zie punt 4.3.2).
10.5 Inactieve stations verwijderen
> Door MENU> Inactieve stations verwijderen te selecteren, kunt u de zenders van de zenderlijst wissen die momenteel niet meer uitzenden of ontvangen kunnen worden. > Selecteer JA in de beveiligingsdialoog die verschijnt om het proces te starten. Om een verwijderde zender opnieuw te kunnen ontvangen als deze opnieuw uitzendt of weer te ontvangen is, moet u een nieuwe scan 10.1 uitvoeren.
10.6 Volumeaanpassing (DRC) instellen
De mate van compressie compenseert dynamische fluctuaties en bijbehorende volumevariaties. > Open de volumeaanpassing via MENU > Volume regelen.258 > Selecteer de gewenste mate van compressie: DRC hoog Hoge compressie DRC laag Lage compressie DRC uit Compressie uitgeschakeld.
10.7 Volgorde van de stations aanpassen
> Via MENU > Zendervolgorde kunt u het sorteren van de zenderlijst aanpassen. U hebt de keuze tussen: Alfanumeriek, Aanbieder en Geldig.
10.8 Handmatig instellen
Onder de menu-optie Handmatig instellen kunt u de ontvangstkanalen afzonderlijk selecteren en hun signaalsterkte laten weergeven. Zo kunt u de uitschuifbare antenne optimaal richten voor kanalen die op de locatie van de radio een slechte ontvangst hebben. Daardoor kunnen stations die eerder bij het zoeken niet werden gevonden, mogelijk toch gevonden en beluisterd worden. Zie hiervoor ook punt 4.3.2. > Open de kanalenlijst via MENU> Handmatige instelling en selecteer het kanaal dat u wilt weergeven. > Het kanaal dat u wilt weergeven, kunt u selecteren met behulp van de toetsen r/s PRESET en ENTER van de afstandsbediening (7 ,9 ,27), of door draaien en indrukken van SELECT/VOLUME op het apparaat (5). 11 FM-modus > Selecteer volgens de aanwijzingen onder punt 5.2 de FM-radiobron. Bij de eerste keer inschakelen is de frequentie 87,5 MHz ingesteld. Als u al een station hebt ingesteld of opgeslagen, speelt de radio de als laatste ingestelde zender af.259
De RDS-informatie RT (radiotekst), PS (zendernaam), PTY (programmatype) worden op het display (4) weergegeven als de geselecteerde zender deze gegevens uitzendt. Om de ontvangst te verbeteren, kunt u de antenne eventueel opnieuw richten (zie punt 4.3.2).
11.1 Handmatige zenderkeuze
> Druk herhaaldelijk op de toetsen TUNINGr/s van de afstandsbediening (6, 25) of van het apparaat (10,
9) totdat u de frequentie van het gewenste radiostation bereikt.
U kunt de frequentie aanpassen in stappen van 50 kHz. Aangezien het display (4) de zendfrequentie in MHz weergeeft, wordt de aangegeven frequentie dus in stappen van 0,05 MHz gewijzigd.
11.2 Automatische zenderkeuze
> Druk op SCAN (15) of houd de toetsen TUNING r/s van de afstandsbediening ongeveer 1 seconde ingedrukt om het zoeken te starten. Als een FM-station met een voldoende sterk signaal wordt gevonden, stopt het zoeken en wordt het station afgespeeld. U kunt via MENU> Scan instellen vastleggen of de scan alleen bij krachtige zenders (Alleen krachtige zenders) of ook bij zwakkere zenders (Alle zenders) moet stoppen. > JA) of ook bij zwakkere (Alleen krachtige zenders? > NEE).
11.3 FM-zenders opslaan in het geheugen
Het programmageheugen kan tot 10 FM-stations opslaan en deze blijven zelfs in geval van een stroomstoring bewaard. > Selecteer eerst volgens bovenstaande aanwijzingen het FM-station dat u in het geheugen wilt opslaan. > Houd tijdens het afspelen de toets PRESET van de afstandsbediening (18) of van het apparaat (8) ingedrukt, totdat het Voorinst. opslaan verschijnt.260 De lijst met de 10 beschikbare geheugenlocaties verschijnt. De resterende geheugenlocaties worden met [Niet beschikbaar] weergegeven. > Selecteer de gewenste opslaglocatie en bevestig deze. Op het display (4) wordt de procedure tenslotte bevestigd.
11.4 FM-zenders vanaf een geheugenlocatie opvragen
> Om een zender op te vragen die u in het geheugen hebt opgeslagen, drukt u kort op de toets PRESET van het apparaat (8) of van de afstandsbediening (18). De lijst met de 10 beschikbare geheugenlocaties verschijnt. > Selecteer de geheugenlocatie met de gewenste FM-zender en bevestig uw selectie. De geselecteerde FM-zender wordt nu afgespeeld. Als u geen station op het geselecteerde kanaal hebt opgeslagen, verschijnt "Geheugenlocatie leeg".
11.5 Audio-instelling (mono/stereo)
> Via MENU > Audio-instelling u kunt vooraf instellen of het geluid alleen in mono (Alleen mono? > JA) moet worden weergegeven. Alternatief: > Druk op de knop MONO/STEREO van de afstandbediening (5). Mono afspelen kan in een hoorbare vermindering van ruis resulteren op FM-zenders met een zwakke ontvangst. 12 Audio-ingang U kunt het geluid van een extern apparaat via de luidspreker van de DIGITRADIO beluisteren.261
> Sluit het externe apparaat aan op de AUDIO IN-aansluiting (3,5 mm plug) van de DIGITRADIO. > Selecteer volgens de aanwijzingen in paragraaf 5.2 de bron AUX IN. Om het volume optimaal aan te passen, gebruikt u zowel de volumeregelaar op de radio als op het aangesloten apparaat. Bij een zeer lage volume-instelling van het aangesloten apparaat en overeenkomstig hogere volume- instelling van de radio, zullen storende geluiden en ruis meer versterkt worden en dus duidelijker te horen zijn. Het wordt aanbevolen om het volume van de DIGITRADIObijv. op een DAB+ of FM-station in te stellen, dan naar de audio-ingang over te schakelen en vervolgens het volume van het aangesloten apparaat aan te passen, zodat het totale volume van de audio-ingang ongeveer gelijk is aan het volume van de DAB+/FM-zender. Op deze manier kunt u ook grote volumeverschillen voorkomen bij het schakelen tussen de functies van DIGITRADIO. 13 Cd/mp3-speler
13.1 Algemene informatie over cd’s/mp3-cd’s
Het apparaat is geschikt voor muziek-cd's die zijn opgenomen met audiogegevens (cd-da of mp3 voor cd-r en cd-rw). Mp3-formaten moeten met ISO 9660 Level 1 of Level 2 worden aangemaakt. Multisessie-cd's kunnen niet gelezen worden. In de mp3-modus zijn de termen "Folder" = album en "Titel" bepalend. "Album" komt overeen met de map op de pc, „Titel“ met het bestand op de pc of de titel van een cd-da. Het apparaat sorteert de albums of tracks van een album in alfabetische volgorde op naam. Als u de voorkeur geeft aan een andere volgorde, kunt u de naam van het nummer of album veranderen door er een cijfer voor te plaatsen. Bij het branden van cd-r en cd-rw met audiogegevens kunnen zich verschillende problemen voordoen die soms een storingsvrije weergave bemoeilijken. Dit komt door defecte software- en hardware-instellingen of de gebruikte beschrijfbare cd. Als dergelijke fouten optreden, neem dan contact op met de klantenservice van de fabrikant van uw cd-brander/brandersoftware of zoek de juiste informatie op (bijv. op internet).262 Als u audio-cd's maakt, houd dan rekening met de wettelijke voorschriften en schendt de auteursrechten van derden niet. Houd het cd-vak altijd gesloten om te voorkomen dat zich stof op de laseroptiek verzamelt. Het apparaat kan cd's met mp3-gegevens en normale audio-cd's (cd-da) afspelen. Gebruik geen andere extensies, zoals *.doc, *.txt, *.pdf etc. bij het converteren van audiobestanden naar mp3. Muziekbestanden met andere extensies, zoals *.AAC, *.DLF, *.M3U en *.PLS of *.WMA kunnen niet worden afgespeeld. Vanwege de verscheidenheid aan encodersoftware kan niet worden gegarandeerd dat elk mp3-bestand probleemloos kan worden afgespeeld. Bij foutieve titels/bestanden wordt het afspelen met de volgende titel/bestand voortgezet. Het is het beste om bij het branden van de cd op lage snelheid te branden en om de cd als Single Session en afgesloten te maken.
13.2 Welke discs kunt u gebruiken
De cd-speler is compatibel met CD-, CD-R/RW- en mp3-CD-media. U kunt alle hier genoemde cd's (discformaat 12 cm/8 cm cd's, speelduur 74 of max. 24 minuten) zonder adapter met dit apparaat afspelen. Verwijder de disc uit het station wanneer u het apparaat verplaatst. Daarmee voorkomt u schade aan de cd-speler en de disc. De afspeelkwaliteit van mp3-cd's is afhankelijk van de instelling van de bitsnelheid en de gebruikte brandsoftware.
> Selecteer volgens de aanwijzingen in paragraaf 5.2 de bron CD. > Sluit de cd-lade met de knop EJECT van het apparaat (13), of druk op OPEN/CLOSE op de afstandsbediening (17). De cd-lade (15) gaat naar voren open. Deze mag daarbij niet belemmerd worden.263
Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen in het apparaat kunnen komen wanneer de cd-lade open is. De lens van de laserscanner mag nooit worden aangeraakt. Open de cd-lade alleen wanneer de cd stilstaat. Plaats de cd voorzichtig met de bedrukte kant naar boven. Zorg ervoor dat de cd niet scheef zit. > Druk om cd's te plaatsen op de toets EJECT van het apparaat (13), of op OPEN/CLOSE op de afstandsbediening (17). De cd wordt ingelezen. Dit kunt u op het display (4) zien. Na het voltooien van het leesproces wordt de eerste titel afgespeeld. Het tracknummer van het huidige nummer en de speelduur verschijnen op het display (4). Bij mp3-cd's verschijnt bovendien het albumnummer. Als de cd verkeerd is geplaatst of als de cd defect is, verschijnt "No cd" op het display (4). Wacht met gebruik tot de inhoud van de cd volledig is gelezen om er zeker van te zijn dat alle vereiste informatie van de cd is gelezen. Vooral bij mp3-cd's, kan deze procedure enige tijd duren. Pak de cd voor het inleggen/eruit halen aan de randen vast. > Door op de toets Afspelen/Pauze van het apparaat (3) of op de toets 4/; van de afstandsbediening (31) te drukken kunt u het afspelen pauzeren (in het display (4) knippert de speelduur). Druk nogmaals om het afspelen te hervaen. > Met de knop STOP van het apparaat (6) of toets < van de afstandsbediening (32) kunt u het afspelen stoppen. Op het display (4) verschijnt het totale aantal nummers. Stop het afspelen altijd voordat u de cd eruit neemt. Als het afspelen niet start, schakelt de DIGITRADIO na ongeveer 15 minuten over naar stand-by.264
13.4 Titel instellen
> Selecteer eventueel de categorie of map en vervolgens de onderverdeling daarin tot aan de gewenste titel om deze af te spelen. > Met de knop FOLDER- of FOLDER+ (10, 28) kunt u mappen/albums selecteren. > Ga met behulp van de toetsen TUNING r/8: en TUNING s/97(9, 10) van het apparaat, of de toetsen 97of 8: van de afstandsbediening (14, 32) naar het volgende of vorige nummer. Het display (4) toont het momenteel ingestelde nummer.
U kunt snel vooruit of achteruit spoelen in het huidige nummer om een bepaalde plek te zoeken. Tijdens het zoeken is er geen geluidsweergave. > Houd de toetsen TUNING s/97of TUNING r/8: van het apparaat (9, 10), of de toetsen 97of 8: van de afstandsbediening (14, 32) ingedrukt, om snel binnen de titel vooruit of terug te spoelen.
U kunt kiezen of u een nummer, de hele map, het album (alleen bij mp3-cd's) of alle nummers op de cd wilt herhalen. > Druk hiervoor herhaaldelijk op de knop REPEAT van uw afstandsbediening (3). De geselecteerde modus wordt weergegeven op het scherm (Nummer afsp., Album afsp., Alles afsp.). > Om de functie uit te zeen, drukt u herhaaldelijk op de knop REPEAT totdat de aanduiding van de herhaling verdwijnt.265
13.7 Willekeurig afspelen
Met de willekeurige generator kunt u de nummers van een cd in willekeurige volgorde afspelen. > Druk tijdens het afspelen op de toets RANDOM van de afstandsbediening (22), op het display (4) verschijnt het pictogram voor de willekeurige weergave . > Druk om de functie weer uit te schakelen nogmaals op de toets RANDOM (22).
13.8 Nummer kort afspelen
Met deze functie worden de eerste 10 seconden van het nummer afgespeeld. > Druk op de toets INTRO van uw afstandsbediening (21) om de functie te starten of te stoppen. De geselecteerde modus wordt op het display (4) weergegeven.
13.9 Programmeerfunctie
Met de programmeerfunctie kunt u maximaal 32 nummers van een muziek-cd of 64 nummers van een mp3/ wma-cd in een door u vastgelegde volgorde afspelen. De programmering is alleen mogelijk als er zich een cd in de gesloten cd-lade bevindt en het apparaat in de stop-modus staat. > Druk op de toetsen < van de afstandsbediening (13) of van het apparaat (6) om naar de stopfunctie te gaan. > Druk op de toets PRESET van de afstandsbediening (18). Op het display (4) ziet u (bij een normale audio-cd) PRG, het nummer van de titel "T01" en geheugenlocatie P01 knipperen. > Kies met de Toetsen TUNING r/8: en TUNING s/97(9, 10) van het apparaat, of met de toetsen 97of 8: van de afstandsbediening (14, 32), het eerste nummer dat u wilt programmeren. > Sla het gewenste nummer op met behulp van de toets ENTER van de afstandsbediening (27) of met de SELECT/VOLUME-knop van het apparaat (5). Het nummer is nu op de programmaplaats 01 als de eerste titel geprogrammeerd.266 Op het display (4) ziet u het nummer van de volgende geheugenlocatie. Programmeer op deze manier de gewenste volgorde van nummers. Druk op de toets PRESET of op de toets < van de afstandsbediening (18, 13) om het programmeren af te breken. > Druk op de toets 4/;(31) van de afstandsbediening of de toets 4/;(6) op het apparaat, om met het afspelen van de selectie te beginnen. Op het display verschijnt PRG, de titel van het huidige nummer en de speeltijd. > Als u het afspelen van de geprogrammeerde selectie wilt stoppen, drukt u eenmaal op de knop 4/;. > Om het geprogrammeerde afspelen te stoppen, drukt u op de toets < van de afstandsbediening (13) of van het apparaat (6). Wanneer u de cd-lade opent of een andere bron selecteert, wordt het programmageheugen gewist. Tweemaal drukken op de toets < beëindigt het programmeren eveneens. Geef voor mp3-cd's ook map/albumnummer op. > Nadat u bent begonnen met programmeren met behulp van de toets PRESET, knippert op het display eerst een F gevolgd door het map-/albumnummer. Gebruik de toetsen FOLDER- of FOLDER+ (10, 28) van de afstandsbediening om mappen/albums te selecteren. De invoer van de titel gaat dan hetzelfde als bij de audio-cd.
13.10 Aanwijzingen voor de cd
Bewaar de cd altijd in het hoesje en pak deze alleen bij de randen vast. Het in regenboogkleuren glinsterende oppervlak mag niet worden aangeraakt en moet altijd schoon zijn. Plak geen papier of plakband op de labelzijde van de schijf. De cd moet tegen fel zonlicht en warmtebronnen zoals kachels worden beschermd. Ook mag een cd niet in een in de zon geparkeerde auto liggen, omdat de binnentemperatuur in de auto extreem267
hoog kan oplopen. Vingerafdrukken en stof op de opgenomen kant met een schone, droge reinigingsdoek schoonmaken. Voor de reiniging van cd's mogen geen discreinigers zoals plaatspray, schoonmaakmiddelen, antistatische spray of oplosmiddelen zoals benzine, thinner of andere in de handel verkrijgbare chemicaliën worden gebruikt. Hardnekkige vlekken kunnen worden verwijderd met een vochtige zeem. Veeg vanaf het midden naar de rand van de disc. Draaiende bewegingen bij het reinigen veroorzaken krassen. Deze kunnen tijdens het afspelen tot fouten leiden.268 14 Uitgebreide functies
> Via MENU > Hoofdmenu > Sleep kunt u de Sleep-functie opvragen. > Met de toetsen r/s PRESET van de afstandsbediening (7, 9) of door draaien van SELECT/VOLUME van het apparaat (5) kunt u in stappen van 15, 30, 45 en 60 minuten de periode instellen, waarna het apparaat in de stand-by gaat, of door Sleep uit te selecteren de Sleep-functie weer uitschakelen. > Bevestig uw selectie met de toets ENTER van de afstandsbediening (27) of met de knop SELECT/VOLUME van het apparaat (5). Alternatief: > Druk herhaaldelijk op de toets SLEEP van de afstandsbediening (16) totdat de gewenste waarde op het display (4) wordt weergegeven. In de statusbalk van het display verschijnt bij actieve Sleep-functie een klokpictogram met de nog resterende tijd voordat de DIGITRADIO in de stand-by gaat.
> Via MENU > Hoofdmenu > Wekker kunt u de wekkerinstellingen opvragen. Alternatief: > Druk op de toets TIMER van de afstandsbediening (20) om direct naar de wekkerinstellingen te gaan.
14.2.1 Wektijd instellen
U kunt de wekfunctie pas gebruiken nadat de juiste tijd is ingesteld. Afhankelijk van de configuratie gebeurt dit automatisch of moet dit handmatig worden ingesteld.269
De tijd kan handmatig worden ingesteld of automatisch worden bijgewerkt via DAB/FM of internet. Zie voor verdere informatie paragraaf 15.3.2. > Selecteer een van de alarmgeheugens Wekker 1 of Wekker 2 en stel de gewenste waarden punt voor punt in met behulp van de toetsen r/s PRESET (7, 9) en ENTER (27) van de afstandsbediening, of door de knop SELECT/VOLUME op het apparaat (5) te draaien en in te drukken. Herhalen Kies tussen uit de herhaalopties Dagelijks, Eenmaal, Weekend, Werkdagen. Tijd Stel de tijd in, wanneer u gewekt wilt worden. Als onder Herhalen Eenmaal is geselecteerd, dan wordt de datum ook gevraagd. Selecteer De bron waarmee u gewekt wilt worden. Naar keuze Zoemer, Internetradio, DAB, FM, CD. Programma Selecteer, of van de eerder ingestelde bron het laatst beluisterde of een van de geheugenlocaties 1...10 afgespeeld moet worden. Kies het volume waarmee u gewekt wilt worden. De instellingen van de wekker worden pas na het selecteren van Opslaan bevestigd. De wekker is actief als u de wekkerherhaling hebt ingesteld op Dagelijks, Eenmaal, Weekend, of Werkdagen. Op de statusbalk wordt vervolgens een wekkerpictogram weergegeven met het nummer van de actieve wekker . In de stand Uit wordt de wekker niet op de ingestelde tijd actief.
14.2.2 Wekker na alarm uitschakelen
> Druk op de toets SELECT/VOLUME van het apparaat (5) om de sluimerfunctie in te schakelen. Door herhaaldelijk op SELECT/VOLUME te drukken kunt de lengte van de pauze op 5, 10, 15 of 30 minuten in te stellen.270 > Druk op de knop Aan/Stand-by van de afstandsbediening (1) of van het apparaat (1) om de wekker uit te zeen. Op het display (4) verschijnt het wekkerpictogram wanneer de wekkerherhaling is ingesteld op Dagelijks, Weekend of Werkdagen.
14.2.3 Wekker uitschakelen/deactiveren
> Selecteer de opgeslagen Wekker 1 of Wekker 2 die u wilt in- of uitschakelen. > Open Herhalen en zet deze op Uit om de wekker uit te schakelen. De instellingen van de wekker worden pas na het selecteren van Opslaan bevestigd. De instellingen van de wekker blijven behouden, zodat deze later eenvoudig weer kunnen worden ingeschakeld/geactiveerd.
14.2.4 Wekker inschakelen/activeren
> Selecteer de opgeslagen Wekker 1 of Wekker 2 die u wilt in- of uitschakelen. > Open Herhalen en stel deze in op Dagelijks, Eenmaal, Weekend of Werkdagen, om de wekker met de bestaande instellingen te activeren. Indien nodig kunt u de andere instellingen aanpassen zoals beschreven in paragraaf 14.2.1. De instellingen van de wekker worden pas na het selecteren van Opslaan bevestigd. 15 Systeeminstellingen
Om het geluid van de DIGITRADIO aan te passen, beschikt u over de equalizer met de standaardinstellingen Midden, Klassiek, Rock, Pop en Jazz tot uw beschikking.271
> Via MENU > Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Equalizer kunt u de equalizerinstellingen openen. Alternatief: > Druk op de toets EQUALIZER (EQ.) van de afstandsbediening (24) om direct naar de equalizerinstellingen te gaan. Selecteer de gewenste equalizerinstellingen: Een * markeert de huidige selectie/instelling.
Voor de configuratie van de netwerkverbinding via netwerkkabel (LAN), kunt u de netwerkassistent gebruiken of deze handmatig uitvoeren.
15.2.1.1 Configureren met netwerkassistent
> Selecteer de Netwerkassistent om deze te starten. De netwerkassistent zoekt nu naar alle wifi-netwerken binnen bereik en geeft deze vervolgens weer, evenals de optie [Kabel]. > Als u de netwerkverbinding via de netwerkkabel (LAN) wilt gebruiken, selecteert u [Kabel]. Na bevestiging worden automatisch de benodigde instellingen zoals bijvoorbeeld IP-adres, gateway en subnetmasker van uw router opgehaald, als op de router de DHCP-functie is ingeschakeld.272
15.2.1.2 Handmatige configuratie
> Selecteer Handmatige configuratie en vervolgens Kabel om de handmatige configuratie te starten. > Selecteer nu of u het IP-adres, de gateway enz. automatisch van uw router wilt laten ophalen (DHCP actief) of deze handmatig wilt invoeren (DHCP inactief). Bedenk wel dat het automatisch ophalen van het IP-adres, de gateway en het subnetmasker alleen werkt als de DHCP-functie in uw router is geactiveerd. > Voer achtereenvolgens het IP-adres, subnetmask, gateway-adres, primaire DNS en, indien nodig, secundaire DNS in met behulp van de toetsen r/s PRESET, VOL+, VOL- van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26).
15.2.2 Verbinding via wifi
Voor de configuratie van de netwerkverbinding via wifi kunt u de netwerkassistent gebruiken of deze handmatig uitvoeren.
15.2.2.1 Configureren met netwerkassistent
> Selecteer de Netwerkassistent om deze te starten. De netwerkassistent zoekt nu naar alle wifi-netwerken binnen bereik en geeft deze weer. > Selecteer vervolgens uw wifi-netwerk. Nu kunt u kiezen of u de WPS-functie wilt gebruiken of handmatig uw wifi-wachtwoord wilt invoeren. > Als u de WPS-functie wilt gebruiken, start u deze eerst op uw router volgens de bedieningsinstructies en vervolgens selecteert u Toets indrukken in de netwerkassistent. Let op de vermeldingen op het display. Het verbindingsproces is meestal na enkele seconden voltooid en de wifi-verbinding kan nu worden gebruikt.273
> Als u uw wifi-wachtwoord handmatig wilt invoeren of als uw router de WPS-functie niet ondersteunt, selecteert u WPS overslaan. > Voer vervolgens met de toetsen r/s PRESET, VOL+, VOL- en ENTER van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26, 27) of door draaien en drukken van de SELECT/VOLUME -knop van het apparaat (5) uw wifi- wachtwoord in en bevestig met OK. Het ingevoerde wachtwoord wordt nu gecontroleerd. Dit proces is meestal na enkele seconden voltooid en de wifi-verbinding kan nu worden gebruikt.
15.2.2.2 Configuratie met de WPS-functie
Hiermee wordt een directe verbinding met de router tot stand gebracht. Het is niet nodig om het wifi-netwerk (SSID) en wachtwoord te selecteren en/of in te voeren. > Start de WPS-functie op uw router volgens de gebruikershandleiding daarvan. > Selecteer vervolgens PBC wifi instellen om de verbindingsprocedure te starten. Let op de vermeldingen op het display. Het verbindingsproces is meestal na enkele seconden voltooid en de wifi-verbinding kan nu worden gebruikt.
15.2.2.3 Handmatige configuratie
> Selecteer Handmatige configuratie en vervolgens Draadloos om de handmatige configuratie te starten. > Selecteer nu of u het IP-adres, de gateway enz. automatisch van uw router wilt laten ophalen (DHCP actief) of deze handmatig wilt invoeren (DHCP inactief). Vergeet niet dat het automatisch ophalen van het IP-adres, de gateway en het subnetmask alleen werkt als de DHCP-functie in uw router is geactiveerd. > Voer achtereenvolgens het IP-adres, subnetmask, gateway-adres, primaire DNS en, indien nodig, secundaire DNS in met behulp van de toetsen r/s PRESET, VOL+, VOL- .274 > Voer nu de naam (SSID) van uw wifi-netwerk met de toetsen r/sPRESET, VOL+, VOL- en bevestig door OK te selecteren. > Selecteer of uw wifi-netwerk Open of met WEP of WPA / WPA2 gecodeerd is en bevestig het volgende punt. > Voer ten sloe met behulp van de toetsen r/s PRESET, VOL+, VOL-uw wifi-wachtwoord in en bevestig door OK te selecteren om de verbindingsprocedure te starten. Normaal gesproken kan de wifi-verbinding na enkele seconden worden gebruikt.
15.2.2.4 Instellingen weergeven
> Selecteer Instellingen weergeven om de huidige netwerkinstellingen weer te geven.
15.2.2.5 NetRemote PIN-instelling
Onder bepaalde omstandigheden kan het nodig zijn om de verbinding met de DIGITRADIO met een pincode te beveiligen. > Voer in NetRemote PIN-instelling een 4-cijferige pincode in.
15.2.2.6 Netwerkprofiel verwijderen
Gebruik deze menu-optie om een bestaande verbinding met een draadloos netwerk te beëindigen en de gemaakte instellingen te verwijderen. Als u het apparaat opnieuw met dit netwerk wilt verbinden, moet u alle instellingen opnieuw uitvoeren.
15.2.2.7 Instellingen wissen
Activeer deze instelling om de toegangsgegevens voor het ingestelde wifi-netwerk te verwijderen. Alle andere instellingen blijven behouden.275
> Selecteer onder Wifi/LAN in stand-by toestaan? of in de stand-by modus, de wifi/LAN-verbinding wordt gehandhaafd (JA) of niet (NEE). Let op: voor een onbeperkte en probleemloze werking en bediening van meerdere kamers via de MyDigitRadio Pro App moet deze functie ingeschakeld blijven.* *Alleen DIGITRADIO 360 CD IR
15.3 Tijdinstellingen
> Via MENU > Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Tijd en datum kunt u de tijd- en datuminstellingen opvragen en aanpassen.
15.3.1 Tijds-/datuminstelling
> Selecteer Tijd-/datuminstelling om de tijd en datum handmatig in te stellen.
15.3.2 Update-instellingen
> Selecteer onder Update-instellingen of de tijd en datum automatisch via DAB (Actualiseren via DAB), via FM (Actualiseren via FM) of via Internet (Actualiseren via NET) moeten worden bijgewerkt, dan wel Geen actualisering moet worden uitgevoerd. Als Actualiseren via NET is geselecteerd, zijn automatisch de menu-opties Tijdzone instellen en Zomertijd beschikbaar.
15.3.3 Formaat instellen
> Onder Formaat instellen, kunt u selecteren of de tijd in 12- of 24-uursformaat moet worden weergegeven.276
15.3.4 Tijdzone instellen
alleen bij het actualiseren via NET > Selecteer onder Tijdzone de tijdzone die overeenkomt met uw locatie.
alleen bij het actualiseren via NET > Onder Zomertijd stelt u in of het momenteel zomertijd (Aan) of wintertijd (Uit) is.
> Via MENU> Hoofdmenu> Systeeminstellingen> Taal kunt u de gewenste menutaal selecteren.
15.5 Fabrieksinstellingen
> Ga naar MENU> Hoofdmenu> Systeeminstellingen> Fabrieksinstellingen om de fabrieksinstellingen van uw DIGITRADIO te herstellen. Bedenk wel dat in dit geval alle door u gemaakte instellingen (bijv. voor netwerkverbinding of opgeslagen zenders) verloren gaan en vervolgens opnieuw moeten worden ingevoerd om de radio weer gewoon te kunnen gebruiken. > Als u de radio werkelijk opnieuw wilt instellen, selecteert u JA in de beveiligingsdialoog die verschijnt of u breekt de procedure af met NEE. Na het voltooien van de fabrieksinstellingen schakelt de radio over naar stand-by. De volgende keer dat deze wordt ingeschakeld, wordt de installatieassistent (paragraaf 15.7) opnieuw gestart.
Van tijd tot tijd worden software-updates ter beschikking gesteld, die verbeteringen of oplossingen voor fouten kunnen bevatten. De DIGITRADIO is daardoor altijd up-to-date. > Ga naar MENU > Systeeminstellingen > Soware-update.277
> Als u wilt dat de DIGITRADIO periodiek naar nieuwe sowareversies zoekt, selecteert u bij Auto-update > JA (of NEE als dat niet automatisch moet gebeuren). > Selecteer Nu controleren als u direct wilt controleren of er een nieuwere sowareversie beschikbaar is. Als er een software-update is gevonden, volgt u de instructies op het display (4). Om software-updates te zoeken en downloaden, moet de radio verbonden zijn met het internet. Zet de DIGITRADIO niet uit tijdens het updateproces!
15.7 Installatieassistent
> Ga naar MENU> Hoofdmenu> Systeeminstellingen> Installatieassistent om de installatieassistent opnieuw uit te voeren. Wanneer u het voor het eerst inschakelt, wordt de installatieassistent automatisch gestart. > Wanneer op het display (4) Nu uitvoeren verschijnt, selecteert u JA. Als u Nee kiest, wordt de assistent afgesloten en moet u de noodzakelijke instellingen handmatig uitvoeren. U wordt nu stap voor stap door de instellingen geleid. > Onder Formaat instellen, kunt u selecteren of de tijd in 12-of 24- uursformaat moet worden weergegeven. > In de volgende stap kunt u kiezen via welke bron de tijd moet worden gesynchroniseerd: via DAB (DAB actualiseren), via FM (FM actualiseren) of via internet (NET actualiseren), of dat er Geen actualisering hoe plaats te vinden. (Meer informatie in paragraaf 15.3.2). Als u NET actualiseren hebt geselecteerd, moet u in de volgende stappen nog steeds de tijdzone selecteren waarin u zich momenteel bevindt en aangeven of het Zomertijd is (JA) of niet (NEE)278 Als u Geen actualisering hebt geselecteerd, moet u vervolgens tijd en datum handmatig instellen. > Selecteer nu of de netwerkverbinding actief moet blijven in de stand-by modus (JA) of niet (NEE). Let op: voor een onbeperkte en probleemloze Multiroom werking en bediening via de MyDigitRadio Pro App moet deze functie ingeschakeld blijven*. > Kies dan vervolgens Wifi-netwerk of [Kabel], wanneer u de radio via een LAN-kabel op uw netwerk hebt aangesloten. Nu kunt u kiezen of u de WPS-functie wilt gebruiken of uw wifi-wachtwoord handmatig wilt invoeren. > Als u de WPS-functie wilt gebruiken, start u deze eerst op uw router volgens de bedieningsinstructies en vervolgens selecteert u Toets indrukken in de netwerkassistent. > Als u uw wifi-wachtwoord handmatig wilt invoeren of als uw router de WPS-functie niet ondersteunt, selecteert u WPS overslaan. > Voer vervolgens uw wifi-wachtwoord in met de toetsen r/sPRESET, VOL+, VOL- en ENTER van de afstandsbediening (7, 9, 8, 26, 27), of door draaien en drukken van de knopSELECT/VOLUME van het apparaat (5), en bevestig met OK. > Wanneer in het display (4) Installatieassistent verschijnt, druk op dan de toets ENTER van de afstandsbediening (27) of op de SELECT/VOLUME-knop van het apparaat (5). *Alleen DIGITRADIO 360 CD IR
> Onder MENU > Hoofdmenu> Systeeminstellingen > Informatie kunt u de momenteel geïnstalleerde SW- versie evenals bijvoorbeeld de Spotify-versie vinden. *Alleen DIGITRADIO 360 CD IR279
> Gebruik MENU > Hoofdmenu> Systeeminstellingen > Verlichting om toegang te krijgen tot de instellingen van de achtergrondverlichting. > Selecteer Operationele modus of Stand-by om de operationele of stand-by-modus in te stellen. > U kunt nu de helderheid tijdens gebruik in drie stappen van Hoog, Midden tot Laag instellen en voor stand-by onder Stand-by niveau in Midden, Laag en Uit instellen. Voor de stand-by kunt u bovendien de tijdsduur instellen, waarna de displayverlichting na het uitschakelen in de ingestelde helderheid moet veranderen.
15.9 Multiroom (alleen DIGITRADIO 360 CD IR)
De DIGITRADIO 360 CD IR biedt in combinatie met de MyDigitRadio Pro App (verkrijgbaar in de Apple App Store, Google Play Store en AppStock) Ondersteuning voor Multiroom (meer informatie vindt u in de MyDigitRadio Pro-app en op de website www.technisat.de). Met de MyDigitRadio Pro-app is het mogelijk om apparaten met meerdere kamers op afstand te bedienen, of om ze samen te groeperen om dezelfde muziek synchroon af te spelen. Wanneer een apparaat uit een groep UIT/IN-geschakeld wordt, worden alle andere apparaten in dezelfde groep ook UIT/IN-geschakeld. De groepsconfiguratie kan ook in het Menu > Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Multiroom worden uitgevoerd. Let op: voor een onbeperkte en probleemloze Multiroom-werking en -bediening via de MyDigitRadio Pro App moet deze functie ingeschakeld blijven.
15.9.1 Details weergeven
Dit menu toont de huidige groeperingsstatus. Hier kunt u o.a. vastleggen of de radio als server of als client van een groep is aangesloten.280
15.9.2 Nieuwe groep aanmaken
> Voer eerst een groepsnaam in. > Selecteer vervolgens de apparaten die u aan de groep wilt toevoegen. Een * geeft apparaten aan die al aan de groep zijn toegevoegd.
15.9.3 Aan de groep toevoegen
Gebruik dit menu om meer apparaten aan een bestaande groep toe te voegen. Om apparaten toe te voegen, moet u eerst een groep aanmaken.
15.9.4 Clients weergeven
Dit menu toont u alle apparaten die tot de groep behoren (clients). Het is ook mogelijk om clients uit de groep te verwijderen. > Selecteer hiervoor een apparaat in de lijst en verwijder het met behulp van de toets ENTER van de afstandsbediening (27) of met de SELECT/VOLUME-knop van het apparaat (5).
15.9.5 Groep afsluiten
Gebruik deze menu-optie om de huidige groep af te sluiten.
15.9.6 Groep verwijderen
Met deze menu-optie kunt u de huidige groep verwijderen en alle apparaten die aan de groep zijn toegevoegd vrijgeven. 16 App-bediening Behalve via het apparaat of de afstandsbediening, kan de DIGITRADIO ook met de app MyDigitRadioPro via uw mobiele telefoon of tablet worden bediend. U kunt de MyDigitRadioPro-app gratis downloaden van Google Play of de Apple AppStore.281
> Om de DIGITRADIO met de app te laten werken, moeten beide apparaten (smartphone/tablet met MyDigitRadioPro-app en de DIGITRADIO) zich in hetzelfde netwerk bevinden. > Start de MyDigitRadioPro-app op uw smartphone/tablet. > In het apparaatoverzicht van de app verschijnt de melding DIGITRADIO 360 CD IR of DIGITRADIO 361 CD IR. Tik erop om de DIGITRADIO te selecteren. > In het volgende overzicht kunt u kiezen tussen de drie tabbladen BRON, NU IN WERKING en ZOEKEN. Raak het respectieve tabblad aan om de weergave te openen. BRON: Onder BRON worden alle beschikbare bronnen van DIGITRADIO weergegeven. U kunt hier dus overschakelen door op de respectieve invoerbronnen te tikken. NU IN WERKING: Tik op NU IN WERKING om het huidige afspelen weer te geven. Aankelijk van de geselecteerde bron kunt u het afspelen pauzeren of hervaen, tracks wijzigen of overschakelen naar de volgende/vorige zender. Tik op het desbetreende veld. Het volume kan in de onderste regel worden aangepast. ZOEKEN: Bevindt u zich in een bron met programmalijst, bijv. internetradio of DAB, dan is deze lijst toegankelijk via het tabblad ZOEKEN.282 > Als u de DIGITRADIO via de app wilt aan- of uitzeen, tikt u op het stand-by pictogram . > Tik op het tandwielpictogram om toegang te krijgen tot geavanceerde instellingen . Dit gee u toegang tot de apparaatfuncties Sleeptimer, Equalizer, Datum & tijd en Fabrieksinstellingen. 17 Koptelefoon gebruiken Luister niet naar muziek op hoog volume via een koptelefoon. Dit kan tot blijvende gehoorschade leiden. Stel het volume zo laag mogelijk in voordat u een koptelefoon gaat gebruiken. Als u een koptelefoon aansluit (niet meegeleverd), worden de luidsprekers gedempt en wordt het geluid alleen via de koptelefoon weergegeven. > Gebruik alleen koptelefoons met een 3,5 mm stereo jackplug. > > Steek de stekker van de koptelefoon in de Koptelefooningang (14) van het apparaat. > Als u weer via de luidspreker wilt luisteren, trekt u de stekker van de koptelefoon uit de koptelefooningang van het apparaat.283
18 Schoonmaken Maak het apparaat niet schoon met een vochtige doek of onder stromend water om het risico van een elektrische schok te vermijden. Trek de stekker voor het schoonmaken uit het stopcontact. Gebruik geen schuursponsjes, schuurpoeder en oplosmiddelen zoals alcohol, benzine, spiritus, verdunner, enz. Deze kunnen het oppervlak van het apparaat beschadigen. Gebruik geen van de volgende stoffen: zout water, insecticiden, chloorhoudende of zure oplosmiddelen (salmiak). Maak de behuizing met een zachte met water bevochtigde doek schoon. Maak het display alleen met een zachte katoenen doek schoon. Gebruik indien nodig een katoenen doek met kleine hoeveelheden niet-alkalisch, verdund zeepsop op waterbasis. Wrijf zachtjes over het oppervlak met de katoenen doek totdat deze helemaal droog is.284 19 Storingen verhelpen Als het apparaat niet werkt zoals bedoeld, controleer het dan met behulp van de volgende tabellen.
19.1 Problemen met het apparaat
Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing Ik kan het apparaat niet aanzetten. Het apparaat krijgt geen stroom. Sluit de stekker op de juiste manier op het stopcontact aan. Misschien ander stopcontact nemen. Ik hoor niets. Verhoog het volume. Misschien is de verkeerde bron geselecteerd. Is er een koptelefoon aangesloten? Het display gaat niet aan. Zet het apparaat uit, haal de stekker uit het stopcontact, zet het apparaat aan. Er is een ruis te horen. In de buurt van het apparaat zendt een mobiele telefoon of een ander apparaat storende radiogolven uit. Verwijder de mobiele telefoon of het apparaat uit de omgeving van uw apparaat. Er treden andere bedieningsfouten, harde ruis of een gestoorde displayweergave op. Elektronische componenten van het apparaat zijn gestoord. Trek de stekker eruit. Laat het apparaat ca. 10 seconden losgekoppeld van de stroombron. Sluit het apparaat opnieuw aan.285
19.2 Problemen met USB-media
Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing Afspelen lukt niet. Het apparaat bevindt zich niet in USB- modus. Schakel met MODE de betreffende bron in. Medium niet geplaatst of leeg. Medium correct plaatsen of er muziek op zetten.
19.3 Problemen met de afstandbediening
Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing De afstandsbediening werkt niet. Batterijen verkeerd geplaatst of zwak. Controleer de polariteit. Vervang de batterijen. IR-verbinding onderbroken. Verwijder objecten die zich tussen de afstandsbediening en het apparaat bevinden. Afstand te groot. Max. afstand tot het apparaat: ca. 4 meter286
19.4 Problemen met de radio
Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing Er wordt geen enkele radiozender ontvangen. Het apparaat staat niet in de radio- modus. Druk op de knop MODE. Er wordt geen DAB-signaal ontvangen. Controleer of in het gebied DAB- ontvangst mogelijk is. Richt de antenne anders. Probeer om andere stations te ontvangen. Voer een scan uit. Het geluid is zwak of van slechte kwaliteit. Andere apparaten, bijvoorbeeld televisies, storen de ontvangst. Plaats het apparaat verder verwijderd van deze apparaten. De antenne is niet uitgetrokken of goed gericht. Trek de antenne uit. Draai de antenne om de ontvangst te verbeteren.287
19.5 Problemen met de cd-speler
Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing De cd wordt niet weergegeven of springt bij het afspelen verder. Het apparaat staat niet in cd-modus. Verkeerde cd geplaatst. De cd-lade is niet gesloten. Sluit de cd-lade. De cd is verkeerd geplaatst. Plaats de cd met de bedrukte zijde naar boven. De cd moet goed gecentreerd in de cd-lade liggen. De cd is vervuild of defect. Reinig de cd of gebruik een andere cd. In de cd-lade is vocht neergeslagen. Neem de cd eruit en laat de cd-lade ca. 1 uur open staan om te drogen. De speeltijd van de cd bedraagt meer dan 74 minuten.288 Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing Het geluid valt weg. Het volume is te hoog ingesteld. Verlaag het volume. De cd is beschadigd of vervuild. Reinig de cd of vervang deze. Het apparaat wordt aan trillingen blootgesteld. Plaats het apparaat op een trillingsarme plek.
19.6 Problemen met de externe ingang
Symptoom Mogelijke oorzaak/oplossing Geen geluid van de externe ingang (AUX). Is het externe apparaat correct aangesloten? Is AUX geselecteerd als de ingangsbron? Is het afspelen op het externe apparaat gestart en is het uitvoervolume ingesteld? Als u de storing na de beschreven controles nog steeds niet kunt verhelpen, neem dan contact op met de technische hotline (zie informatie hierover op Pagina 235).289
20 Technische gegevens Ontvangstmethoden Internet, DAB/DAB+, FM, USB, CD/MP3 UPnP, AUX, Bluetooth (DIGITRADIO 361 CD IR) Frequenties FM: 87,5-108 MHz DAB/DAB+: 174-240 MHz Netvoeding AC-invoer: 110-240; 50Hz USB-voeding DC 5V 1,0 A Uitgangsvermogen luidspreker 2x5 W RMS Stroomverbruik 28 W Stroomverbruik stand-by < 1 W AUX-ingang 500 mV Koptelefoon 47KW Afmetingen 350 x 125 x 215 mm Gewicht 2,6 Kg Gebruiksomstandigheden 5 ° C tot 35 ° C, 5% tot 90% luchtvochtigheid Technische wijzigingen en onjuistheden voorbehouden. De afmetingen zijn bij benadering.290EN
Notice-Facile