SPIW309A2WF - Airconditioning WHIRLPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SPIW309A2WF WHIRLPOOL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SPIW309A2WF - WHIRLPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SPIW309A2WF van het merk WHIRLPOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING SPIW309A2WF WHIRLPOOL
- Download de volledige gebruiksaanwijzing op docs.whirlpool.eu of bel het telefoonnummer dat in het garantieboekje staat.
- Lees voordat u het apparaat gaat gebruiken deze veiligheidsinstructies. Houd ze binnen handbereik voor toekomstige raadpleging.
- Deze instructies en het apparaat zelf zijn voorzien van belangrijke veiligheidsaanwijzingen, die te allen tijde moeten worden opgevolgd. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het niet opvolgen van deze veiligheidsinstructies, oneigenlijk gebruik van het apparaat of een foute instelling van de regelknoppen.
Kleine kinderen (0-3jaar) moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden. Jonge kinderen (3-8jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden, tenzij ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mogen dit apparaat gebruiken indien ze onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen over veilig gebruik en de mogelijke gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De reiniging en het onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht. TOEGESTAAN GEBRUIK
VOORZICHTIG: het apparaat is niet geschikt voor inwerkingstelling met een externe timer of afzonderlijk systeem met afstandsbediening.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen zoals: hotels en kantoren.
Dit apparaat is niet voor professioneel gebruik bestemd.
Zet de airconditioner altijd eerst met de afstandsbediening uit. Gebruik de stroomonderbreker van de voeding niet om het apparaat uit te zetten. Zet het ook niet uit door de stekker uit te trekken. Koppel de airconditioner los van de voeding als het apparaat voor een lange tijd niet gebruikt zal worden of bij onweer.
Stop nooit voorwerpen in de luchtuitlaat, vanwege gevaar op verwondingen. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels.
Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. INSTALLATIE
Het apparaat moet worden gehanteerd en geïnstalleerd door twee of meer personen - er bestaat risico op verwondingen. Gebruik beschermende handschoenen om uit te pakken en te installeren - risico voor snijwonden.
De installatie, inclusief elektrische aansluitingen, en herstellingen moeten worden uitgevoerd door een gekwaliceerd technicus in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat, behalve als dit expliciet aangegeven wordt in de gebruikershandleiding. Houd kinderen uit de buurt van de installatieplaats. Controleer na het uitpakken van het apparaat of het tijdens het transport geen beschadigingen heeft opgelopen. Neem in geval van twijfel contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde Klantenservice. Na de installatie moet het verpakkingsmateriaal (plastic, piepschuim enz.) buiten het bereik van kinderen bewaard worden - risico voor verstikking. Het apparaat moet worden losgekoppeld van alle voedingen voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert wegens het risico op elektrocutie. Tijdens de installatie dient u ervoor te zorgen dat het apparaat de voedingskabel niet beschadigd - risico voor brand of elektrocutie. Activeer het apparaat alleen als de installatie is voltooid.
Wanneer u de airconditioner verplaatst of verhuist, raadpleeg dan ervaren servicemonteurs om de unit los te koppelen en opnieuw te installeren. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN- 53 -
Het apparaat mag niet worden geïnstalleerd in de wasruimte. ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN
De voeding moet een nominale spanning hebben met een afzonderlijk circuit voor het apparaat. De diameter van de voedingskabel moet voldoen aan de vereisten.
Er moet een meerpolige schakelaar worden aangesloten in de vaste bedrading in overeenstemming met de bedradingsvoorschriften en het apparaat moet worden geaard conform de nationale elektrische veiligheidsvoorschriften.
Er moet een meerpolige stroomonderbreker met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm worden aangesloten in de vaste bedrading.
Gebruik geen verlengsnoeren, meervoudige stopcontacten of adapters. Als de installatie voltooid is, mogen de elektrische onderdelen niet meer toegankelijk zijn voor de gebruiker. Gebruik het apparaat niet wanneer u natte voeten hebt of blootsvoets bent. Gebruik het apparaat niet als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als het apparaat niet goed werkt of als het beschadigd of gevallen is.
Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn technicus of een gelijkaardig gekwaliceerd persoon vervangen worden door een identieke kabel, om gevaarlijke situaties te voorkomen. Er is namelijk risico op elektrocutie.
Volgens de nationale wetgeving moet er een reststroomapparaat (RCD) met een nominale reststroom van niet meer dan 30 mA worden opgenomen in de vaste bedrading.
De temperatuur van het koelcircuit zal hoog zijn dus houd de kabel van de tussenaansluiting uit de buurt van de koperen leiding.
Zorg voor een veilige aarding en een massakabel die aangesloten is op het speciale aardingssysteem van het gebouw en geïnstalleerd is door deskundigen. Het apparaat moet voorzien zijn van een beveiligingsschakelaar tegen elektrische ontlading en een hulpinstallatieautomaat met voldoende capaciteit. De installatieautomaat moet tevens voorzien zijn van een magnetische en thermische schakelaar om beveiliging te garanderen in geval van kortsluiting en overbelasting. Model 9K & 12K 18K 24K Vereiste capaciteit van installatieautomaat 16A 20A 25A
- Voor de aansluiting van de voedingskabel en de kabelaansluiting tussen binnen- en buitenunits, zie het bedradingsschema op het apparaat.
WAARSCHUWING: Het apparaat moet worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert; gebruik geen stoomreinigers - risico van elektrocutie.
Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwaliceerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwaliceerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan.
Servicewerkzaamheden mogen enkel worden uitgevoerd met behulp van uitrusting die door de fabrikant zijn aangeraden.
VERWERKING VAN DE VERPAKKING
Het verpakkingsmateriaal is 100% recycleerbaar en draagt het recyclagesymbool ( ). De diverse onderdelen van de verpakking mogen daarom niet bij het gewone huisvuil worden weggegooid, maar moeten worden afgevoerd volgens de plaatselijke voorschriften.
VERWERKING VAN HUISHOUDELIJKE APPARATUUR
Dit apparaat is vervaardigd van recycleerbaar of herbruikbaar materiaal. Verwerk het apparaat in overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van huishoudelijke apparaten kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht. Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EU inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN- 54 - zorgen dat dit product correct wordt verwerkt, helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen. Het ( )-symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat het niet behandeld mag worden als huishoudelijk afval maar naar een geschikt inzamelcentrum voor het recycleren van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht. CONFORMITEITSVERKLARING
- De volledige tekst van de conformiteitsverklaring vindt u op de onderstaande website: docs.whirlpool.eu.
- De radioapparatuur werkt in de ISM-frequentieband van 2,4 GHz, het maximale uitgezonden radiofrequente vermogen bedraagt niet meer dan 20 dBm (e.i.r.p.).
- Dit product bevat opensourcesoftware ontwikkeld door derden. De verklaring inzake het gebruik van de open source licentie vindt u op de onderstaande website: docs.whirlpool.eu.
- Dit product bevat geuoreerde broeikasgassen die onder het protocol van Kyoto vallen. Het koelgas bevindt zich in een hermetisch afgesloten systeem (R32, GWP 675). De maximumvulling van het koelmiddel is 2,5 kg. Zie het beoordelingslabel voor meer gedetailleerde informatie.
- Download de volledige gebruiksaanwijzing voor gedetailleerde methoden inzake installatie, servicewerkzaamheden, onderhoud en reparatie op docs.whirlpool.eu.
Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of reinigingsmiddelen, behalve degene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine; zonder voortdurend werkzame ontstekingsbronnen (zoals open vuur, een werkzaam gasapparaat of een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat).
Niet doorboren of verbranden. Denk eraan dat de koelmiddelen geurloos kunnen zijn.
- Elke persoon die aan een koelcircuit werkt of het openmaakt, moet op dat moment beschikken over een geldig certicaat van een door de sector erkende beoordelingsbevoegdheid, dat zijn bekwaamheid aangeeft dat hij veilig met koelmiddelen kan omgaan volgens een door de sector erkende beoordelingsspecicatie. Zoals aangeraden, mogen onderhoudswerkzaamheden enkel worden uitgevoerd door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwaliceerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwaliceerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen worden in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. Het installeren van de leidingen moet worden uitgevoerd in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. De leidingen moeten conform de nationale gasvoorschriften zijn. De maximumvulling van het koelmiddel is 2,5 kg. De mechanische aansluitingen die binnen gebruikt worden, moeten conform ISO 14903 zijn. Wanneer mechanische aansluitingen binnen herbruikt worden, moeten de afdichtingsonderdelen worden vernieuwd. Wanneer are-verbindingen binnenshuis worden hergebruikt, moet het are-onderdeel opnieuw worden gefabriceerd. Het installeren van leidingen moet tot een minimum worden beperkt. Mechanische aansluitingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoud.
1. Het transport van uitrusting met ontvlambare koelmiddelen erin moet gebeuren
overeenkomstig de transportvoorschriften.
2. Het markeren van de uitrusting aan de hand van signalisatie moet gebeuren
overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
3. De verwerking van apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen moet
worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale voorschriften. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN- 55 -
4. Het opslaan van uitrusting / apparaten moet gebeuren overeenkomstig de instructies
5. De opslagverpakkingsbescherming voor apparatuur moet zo gefabriceerd zijn
dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lek van de koelmiddellading kan veroorzaken. Het maximumaantal stuks uitrusting dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door plaatselijke voorschriften.
6. Informatie over servicewerkzaamheden.
6-1 Controles van de ruimte Alvorens werkzaamheden uit te voeren aan een systeem met ontvlambare koelmiddelen, zijn er veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico op ontbranding wordt beperkt. Voor herstellingen van het koelsysteem, moeten aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn alvorens werk uit te voeren op het systeem. 6-2 Werkprocedure Werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op de aanwezigheid van ontvlambaar gas of ontvlambare dampen tijdens de uitvoering van het werk te beperken. 6-3 Algemene werkruimte Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omliggende ruimte werken moeten op de hoogte worden gebracht van de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werken in beperkte ruimtes moet worden vermeden. De ruimte rond de werkruimte moet worden afgebakend. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de ruimte veilig zijn door te controleren op ontvlambaar materiaal. 6-4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel De ruimte moet voor en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikte koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van mogelijk ontvlambare omgevingen. Zorg ervoor dat de uitrusting die lekken moet opsporen, gebruikt mag worden bij ontvlambare koelmiddelen, dat ze m.a.w. geen vonken veroorzaakt, voldoende afgedicht is of intrinsiek veilig is. 6-5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat Als er op de koelapparatuur of onderdelen ervan werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die hitte veroorzaken, dan moet er voldoende brandblusapparatuur binnen handbereik voorzien zijn. Stel een poederblusser of CO
-brandblusser op in de buurt van de ruimte waar het vullen met het koelmiddel plaatsvindt. 6-6 Geen ontstekingsbronnen Iemand die werkzaamheden aan een koelsysteem uitvoert waarbij een leiding wordt blootgelegd die met ontvlambaar koelmiddel gevuld is of was, mag geen enkele ontstekingsbron gebruiken die brandgevaar of ontplongsgevaar kan veroorzaken. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder sigaretten, moeten voldoende ver worden gehouden van de plek van de installatie, de herstelling of het verwijderen en verwerken waarbij mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan vrijkomen in de omringende ruimte. Alvorens werkzaamheden uit te voeren, moet de ruimte rond de apparatuur geïnspecteerd worden om zeker te zijn dat er geen brand- of ontstekingsgevaar is. “Verboden te roken”-signalisatie moet zijn aangebracht. 6-7 Geventileerde ruimte Zorg ervoor dat de ruimte in de open lucht is of voldoende geventileerd is alvorens het systeem te openen of werkzaamheden die hitte veroorzaken, uit te voeren. Er moet voortdurend geventileerd worden tijdens de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. Door de ventilatie moet enig vrijgekomen koelmiddel worden uiteengedreven en, beter nog, worden afgevoerd naar de buitenlucht. 6-8 Controles van de koelapparatuur Wanneer elektrische componenten worden veranderd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en ze moeten voldoen aan de juiste beschrijving. Te allen tijden moeten de onderhouds- en servicevoorschriften van de fabrikant worden gevolgd. Raadpleeg bij VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN- 56 - twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen: - De omvang van de vulling hangt af van de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten, worden geïnstalleerd; - De ventilatieapparatuur en -uitlaten moeten naar behoren werken en niet zijn geblokkeerd; - Als een onrechtstreeks koelcircuit wordt gebruikt, moet het hulpcircuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel; - De markering op de uitrusting moet nog altijd zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en signalisatie die niet leesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; - Koelleidingen en -componenten zijn op een plaats gemonteerd waar de kans klein is dat ze worden blootgesteld aan stoen die de koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten gemaakt zijn van materialen die inherent resistent zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie. 6-9 Controles van elektrische apparaten Herstellingen en onderhoud van elektrische componenten moeten worden voorafgegaan door veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten. Als er een defect aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen, dan mag er geen elektrische voeding aangesloten zijn op het circuit totdat het defect is verholpen. Als het defect niet meteen kan worden verholpen maar de apparatuur moet blijven werken, dan moet er een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gerapporteerd aan de eigenaar, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Als voorafgaande veiligheidscontroles moet men er onder meer voor zorgen: - dat de condensators ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden; - dat er geen onder stroom staande elektrische componenten en bedrading blootgesteld zijn tijdens het vullen, reinigen of ontluchten van het systeem; - dat de apparatuur altijd geaard is.
7. Herstellingen aan afgedichte componenten
Tijdens reparaties aan afgedichte componenten moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat de afgedichte elektrische voeding naar de installatie wordt verwijderd tijdens de servicewerkzaamheden. Vervolgens moet er een permanent werkende vorm van lekdetectie worden geplaatst op het meest kritieke punt om te waarschuwen in geval van een mogelijk gevaarlijke situatie. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de volgende punten om te zorgen dat bij het werken aan elektrische componenten . de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld schade aan kabels, een overmatig groot aantal aansluitingen, klemmen die niet gemaakt zijn volgens de originele specicatie, schade aan afdichtingen, onjuiste montering van pakkingbussen enz. Zorg dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Zorg dat afdichtingen of afdichtmaterialen niet verslechterd zijn zodat ze niet meer geschikt zijn om te voorkomen dat er ontvlambare atmosferen binnendringen. Vervangingsonderdelen moeten in overeenstemming met de specicaties van de fabrikant zijn. OPMERKING: Het gebruik van siliconenafdichtmiddel kan de eciëntie van bepaalde soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet geïsoleerd te worden voordat er werkzaamheden aan worden verricht.
8. Herstellingen aan intrinsiek veilige componenten
Pas geen permanente inductieve belastingen of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder te verzekeren dat deze de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet zullen overschrijden. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder stroom staan in VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN- 57 - VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste nominale waarden hebben. Vervang componenten alleen door componenten die gespeciceerd zijn door de fabrikant. Andere componenten kunnen leiden tot ontsteking van koelmiddelen in de atmosfeer door een lek.
Controleer of de bekabeling niet blootgesteld is aan slijtage, aantasting, overmatige druk, trilling, scherpe randen of andere negatieve omgevingseecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de eecten van veroudering of continue trilling van bronnen als compressoren of ventilatoren. 10.Detectie van ontvlambare koelmiddelen In geen enkel geval mogen er mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of de detectie van koelmiddellekken. Een halogeen-lekdetector (of enige andere detector die gebruikmaakt van een open vlam) mag niet worden gebruikt. 11.Lekdetectiemethoden De volgende lekdetectiemethoden zijn acceptabel voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten: - Er moeten elektronische lekdetectors worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet voldoende is, of dat het apparaat opnieuw moet worden gekalibreerd (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddelen) - Zorg ervoor dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. - Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel, waarbij het juiste percentage gas (maximum 25%) wordt bevestigd. - Lekdetectievloeistoen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen; het gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet echter vermeden worden, omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten. - Als er een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden weggehaald/ gedoofd. - Als er een koelmiddellek wordt gevonden waarbij een leiding moet worden gesoldeerd, dan moet al het koelmiddel worden verwijderd uit het systeem of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver weg is van het lek. - Vervolgens moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld, voor en tijdens het soldeerproces. 12.Verwijdering en afvoer - Wanneer u het koelcircuit opent om reparaties uit te voeren – of voor enig ander doel, –dan moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is belangrijk om de beste werkpraktijken te volgen, omdat rekening gehouden moet worden met ontvlambaarheid. De volgende procedure moet worden nageleefd:: - Verwijder het koelmiddel; - Spoel het circuit met inert gas; - Voer dit af; - Spoel het circuit nogmaals met inert gas; - Open het circuit door snijden of solderen. De koelmiddelvulling moet worden opgevangen in de juiste opvangessen. Het systeem moet worden “gespoeld” met OFN om de unit veilig te maken. Dit proces moet zo nodig meerdere keren worden herhaald. Er mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt voor deze taak. Het spoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm van het systeem te verbreken met OFN; blijf het systeem vullen tot de werkdruk is bereikt, ontlucht naar de atmosfeer, en trek het systeem weer vacuüm. Dit proces moet herhaald worden tot er geen koelmiddel meer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste- 58 - VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze procedure is van essentieel belang als er solderingen aan het leidingwerk moeten worden uitgevoerd. Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen ligt, dat er een vacuüm is in het systeem met OFN en dat er ventilatie beschikbaar is. 13.Vulprocedures Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende vereisten worden voldaan: - Zorg dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van vulapparatuur. - Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn, zodat de hoeveelheid koelmiddel erin tot een minimum wordt beperkt. - Flessen moeten rechtop worden bewaard. - Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is alvorens het systeem met koelmiddel te vullen. - Etiketteer het systeem als het vullen voltooid is (als dit nog niet gedaan is). - Wees uitermate voorzichtig dat het koelsysteem niet te vol wordt gevuld. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet het op druk worden getest met OFN. Het systeem moet worden getest op lekken ná het vullen, maar vóór de inwerkingstelling. Er moet een verdere lektest worden uitgevoerd voordat u de locatie verlaat. 14.Buitenwerkingstelling Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het van essentieel belang dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het is een aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval er analyse nodig is voor hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt aangevangen. a. Maak uzelf vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. b. Isoleer het systeem elektrisch. c. Voordat u de procedure probeert uit te voeren, moet u ervoor zorgen dat: - er mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het hanteren van essen koelmiddel; - alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en op de juiste manier worden gebruikt; - een deskundig persoon te allen tijde toezicht houdt over het terugwinningsproces; - terugwinningsapparatuur en essen voldoen aan de geldende normen. d. Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. e. Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd. f. Zorg dat de es op de weegschaal staat voordat de terugwinning plaatsvindt. g. Start de terugwinningsmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. h. Vul de essen niet te vol. (Niet meer dan 80% volume bij vloeibare vulling).
i. Overschrijd de maximale werkdruk van de es niet, zelfs niet tijdelijk.
j. Wanneer de essen correct gevuld zijn en het proces voltooid is, zorg er dan voor dat de essen en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur worden afgesloten. k. Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij het gereinigd en gecontroleerd is. 15.Etikettering De apparatuur moet van een etiket worden voorzien met de vermelding dat hij buiten werking is gesteld en dat het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg dat er etiketten op de apparatuur zijn aangebracht met de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.- 59 - VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 16.Terugwinning Wanneer u koelmiddel uit een systeem verwijdert, voor servicewerkzaamheden of voor buitenwerkingstelling, dan is de aanbevolen werkpraktijk om alle koelmiddelen veilig te verwijderen. Zorg er bij het overhevelen van koelmiddel in essen voor, dat alleen de juiste essen voor de terugwinning van koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal essen voor de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken essen moeten ontworpen zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd zijn voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale essen voor de terugwinning van koelmiddel). Flessen moet een drukontluchtklep hebben met de bijbehorende afsluitkleppen, die in goede staat verkeren. Lege terugwinningsessen moeten worden geledigd en indien mogelijk gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een serie instructies m.b.t. de apparatuur bij de hand, en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn, die in goede staat verkeert. Slangen moeten lekvrije koppelingen hebben en in goede staat zijn. Voordat u de terugwinningsmachine gebruikt, dient u te controleren of deze in goede werkstaat verkeert, dat de machine op de juiste manier is onderhouden en dat eventuele bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn ter voorkoming van ontsteking in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier in de correcte terugwinningses en met het relevante ingevulde Afvaloverdrachtsformulier. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsunits en vooral niet in essen. Als er compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een acceptabel niveau zijn afgevoerd zodat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor wordt teruggestuurd aan de leverancier. Er mag alleen elektrische verwarming worden gebruikt op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer de olie wordt afgevoerd uit een systeem, moet dit op een veilige manier gebeuren. Wanneer u de airconditioner verplaatst of verhuist, raadpleeg dan ervaren servicemonteurs om de unit los te koppelen en opnieuw te installeren. Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine. Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder voortdurend werkzaam open vuur (bijvoorbeeld een werkzaam gasapparaat) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat). Herbruikbare mechanische aansluitingen en are-verbindingen zijn verboden.- 60 - Productbeschrijving Binnenunit De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op het uitwendige aanzicht van een standaardmodel. Daarom kan de vorm verschillen van de airconditioner die u heeft gekozen. Verklaring van symbolen op de binnenunit of buitenunit. WAARSCHUWING Dit symbool geeft aan dat voor dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel wordt gebruikt. Bij een lek en blootstelling aan een externe ontstekingsbron, is er brandgevaar. VOORZICHTIG Dit symbool geeft aan dat de gebruiksaanwijzing zorgvuldig moet worden gelezen. VOORZICHTIG Dit symbool geeft aan dat de apparatuur moet worden behandeld door servicepersoneel en volgens de installatiehandleiding. VOORZICHTIG Dit symbool geeft aan dat er informatie beschikbaar is zoals de gebruiksaanwijzing of de installatiehandleiding. Voorpaneel Luchtinlaat Displaypaneel Noodpaneel Luchtuitlaat Luchtlter Afstandsbediening Luchtinlaat Luchtuitlaat Verticale verstelling lamellen Horizontale verstelling lamellen Afvoerslang Leidingen en voedingskabel Opmerking: Tijdens de werking van KOELEN of DROGEN wordt condenswater afgevoerd. Buitenunit- 61 - Gebruikersinterface Indicatorlampje "Temperature" (Temperatuursindicatorlampje) (1) Weergave van de ingestelde temperatuur. Wanneer “FC” wordt weergegeven, moet het lter gereinigd worden. Indicatorlampje "Wi-" (Indicatorlampje Wi) (2) Het lampje knippert snel (3 Hz) wanneer de unit bezig is een verbinding met de router tot stand te brengen of wanneer de verbinding met de router is verbroken. Het knippert traag (1,5 Hz) wanneer de unit verbonden is met de router maar niet met de cloud. Het blijft branden zodra de wiverbinding volledig tot stand is gebracht. Het gaat uit zodra de wi is afgemeld of uitgeschakeld. Indicatorlampje "6th Sense" (Indicatorlampje Zesde zintuig) (3) Het lampje brandt wanneer de "6th sense"-modus is ingeschakeld. Het gaat uit wanneer de "6th sense"-modus wordt uitgeschakeld. Indicatorlampje "Filter monitor" (Indicatorlampje Filtermonitor) (4) Het indicatorlampje van de ltermonitor knippert wanneer het lter moet worden gereinigd. Het lampje gaat na 720 uur werking knipperen om u eraan te herinneren dat het lter moet worden gereinigd. Druk, nadat het lter gereinigd is, op de resettoets die zich achter het voorpaneel op de binnenunit bevindt om het knipperen van de indicator te onderbreken. Indicatorlampje "Humidity" (Vochtigheidsindicatorlampje) (5) Hij gaat branden wanneer het vochtigheidsniveau wordt weergegeven. Hij gaat uit wanneer de temperatuur wordt weergegeven. Indicatorlampje "Timer" (Timerindicatorlampje) (6) Het brandt gedurende de ingestelde duur. Het gaat uit wanneer de timer wordt uitgeschakeld. Indicatorlampje "Running" (Indicatorlampje In bedrijf) (6) Het lampje licht op tijdens de werking. Het knippert terwijl de buitenunit wordt ontdooid. Indicatorlampje "Sleep" (Slaapindicatorlampje) (8) Het lampje licht op zodra de "sleep"-modus (slaapmodus) is ingesteld. Het indicatorlampje "Running" (“In Bedrijf”) zal 10 keer knipperen waarna het licht van het display uitgaat. Voor airconditioners zonder wibediening, raden we de Wpro SmartClim aan: een smarttoestel dat u in staat stelt met uw smartphone de hoofdinstellingen van uw apparaat via wi te wijzigen. Dit accessoire is niet inbegrepen in deze productverpakking. Gelieve onze klantenservice te contacteren om meer details te ontvangen en om het product te kopen. 64 178- 62 - Afstandsbediening Stop de batterijen in de afstandsbediening
1. Duw zachtjes met een pen op het batterijdeksel en duw het in de
door de pijl aangegeven richting om het deksel te verwijderen, zoals afgebeeld.
2. Plaats 2 AAA-batterijen (1,5V) in het vakje.
Zorg ervoor dat de polariteiten “+” en “-” correct geplaatst zijn.
3. Sluit het batterijdeksel op de afstandsbediening.
- Standaardinstelling afstandsbediening
- Telkens de batterijen van de afstandsbediening zijn vervangen of wanneer de afstandbediening wordt ingeschakeld, keert de afstandsbediening automatisch terug naar de standaardinstelling, namelijk die van de modus "Heat Pump" (Warmtepomp). Ook al is de airconditioner die u kocht een van het type "Cooling only" (Alleen koelen), dan nog kan deze afstandsbediening van het type "Heat Pump" worden gebruikt. Gebruik de afstandsbediening om het apparaat te bedienen
- Om het apparaat met de afstandsbediening in werking te stellen, richt u de afstandsbediening op de ontvanger op de binnenunit om de gevoeligheid van ontvangst te garanderen.
- Wanneer een opdracht verzonden wordt met de afstandsbediening, knippert het symbool gedurende 1 seconde. Bij ontvangst van de opdracht zendt het apparaat een pieptoon uit.
- De afstandsbediening kan de airconditioner bedienen vanop een maximumafstand van 7m.
- Telkens de batterijen van de afstandsbediening worden vervangen, keert de afstandsbediening terug naar de standaardinstelling, namelijk die van de modus "Heat Pump" (Warmtepomp). Opmerking: gelieve de instructies te volgen die overeenkomen met de afstandsbediening die u voor de bediening van de airconditioner hebt ontvangen
Functiebeschrijving van de toetsen (P1-03)
1. "ON/OFF"-TOETS (AAN- EN UITTOETS)
Door op deze toets te drukken wordt het apparaat in- en uitgeschakeld.
3. "FAN"-TOETS (VENTILATORTOETS)
Met deze toets kiest u het ventilatortoerental in de volgorde automatisch, hoog, gemiddeld of laag.
4-5. "TEMPERATURE"-TOETS
(TEMPERATUURTOETS) Met deze toets kiest u de kamertemperatuur. U gebruikt de toets om de tijd in de timermodus in te stellen.
SENSE"-TOETS (TOETS ZESDE ZINTUIG) Met deze toets schakelt u de "6
sense"-modus in of uit.
7. "SWING"-TOETS (ZWENKTOETS)
Met deze toets kan de horizontale beweging van de lamellen worden uit- of ingeschakeld en ook kan de gewenste luchtstroomrichting omhoog/ omlaag worden ingesteld.
10-11. "HUMIDITY"-TOETS
(VOCHTIGHEIDSTOETS) Met deze toetsen stelt u de gewenste vochtigheidsgraad in. Ze zijn alleen beschikbaar in de "6th SENSE"-modus.
16. "SUPER SILENT"-TOETS (TOETS SUPERSTIL)
Met deze toets schakelt u de "Super Silent"-functie (functie Superstil), waarbij de unit minder geluid produceert, in of uit.
2. "MODE"-TOETS (MODUSTOETS)
Met deze toets kiest u de bedrijfsmodus. In de volgorde koelen, verwarmen of ventilator.
8. "SLEEP"-TOETS (SLAAPTOETS)
Met deze toets kunt u de sleep-modus (slaapmodus) kiezen in de volgorde "sleep 1", "sleep 2", "sleep 3", "sleep 4" en "sleep o" (slaapmodus uit).
9. "AROUND U"-TOETS (OMGEVINGSTOETS)
Met deze toets kunt u de "Around U"-functie (Omgevingsfunctie) in- of uitschakelen.
12. "JET"-TOETS (SNELTOETS)
Met deze toets schakel u het snel koelen of snel verwarmen in of uit.
Met deze toets zet u het licht van het display op de binnenunit aan of uit.
14. "WI-FI"-TOETS (WIFITOETS)
Met deze toets zet u de wi aan of uit.
Met deze toets stelt u de tijd in wanneer het apparaat automatisch moet worden in- of uitgeschakeld. Symbolen op display van afstandsbediening Schakel de afstandsbediening in door op de ontgrendeltoets te drukken Indicatorlampje koeling Automatisch ventilatortoerental Indicatorlampje "Sleep 1" (Slaapindicatorlampje 1) Drup op de toets, het achterlichtje zal oplichten en de functietoetsen zullen klaar zijn voor gebruik. Druk nogmaals om de afstandbediening te vergrendelen. Als de afstandsbediening gedurende 10s niet gebruikt wordt, wordt de afstandsbediening automatisch vergrendeld. PRESS Indicatorlampje "Humidity plus" (Indicatorlampje Vochtigheid plus) Hoog ventilatortoerental Indicatorlampje "Sleep 2" (Slaapindicatorlampje 2) Indicatorlampje "Humidity minus" (Indicatorlampje Vochtigheid minus) Gemiddeld ventilatortoerental Indicatorlampje "Sleep 3" (Slaapindicatorlampje 3) Indicatorlampje "Fan only" (Indicatorlampje Alleen ventilator) Laag ventilatortoerental Indicatorlampje "Sleep 4" (Slaapindicatorlampje 4) Indicatorlampje "Heating" (Verwamingsindicatorlampje) Indicatorlampje "Super silent" (Indicatorlampje Superstil) Display Temperatuurinstelling Indicatorlampje "Around U" (Indicatorlampje Omgeving) Indicatorlampje "6
OF F Display Timerinstelling Indicatorlampje "Jet" (Jetindicatorlampje) Indicatorlampje "Power save" (Indicatorlampje Energiebesparing) Signaalverzending Signaalontvanger- 63 - Afstandsbediening Functiebeschrijving van toetsen (J1-3A)1. "ON/OFF"-TOETS (AAN- EN UITTOETS)Door op deze toets te drukken wordt het apparaat in- en uitgeschakeld.2. "MODE"-TOETS (MODUSTOETS)Met deze toets kiest u de bedrijfsmodus in de volgorde Koelen, Drogen, Alleen ventilator of Verwarmen. 3. "FAN"-TOETS (VENTILATORTOETS)Met deze toets kiest u het ventilatortoerental in de volgorde automatisch, hoog, gemiddeld of laag.4-5. "TEMPERATURE"-TOETS (TEMPERATUURTOETS)Met deze toets kiest u de kamertemperatuur. U gebruikt de toets om de tijd in de timermodus in te stellen.6. "6 SENSE"-TOETS (TOETS ZESDE ZINTUIG)Met deze toets schakelt u de "6 sense"-modus in of uit.7. "SWING"-TOETS (ZWENKTOETS)Met deze toets kan de horizontale beweging van de lamellen worden uit- of ingeschakeld en ook kan de gewenste luchtstroomrichting omhoog/omlaag worden ingesteld.8. "SLEEP"-TOETS (SLAAPTOETS)Met deze toets kunt u de sleep-modus (slaapmodus) inschakelen of uitschakelen 9. "AROUND U"-TOETS (OMGEVINGSTOETS)Met deze toets kunt u de "Around U"-functie (Omgevingsfunctie) in- of uitschakelen.10. "TIMER ON/CLOCK"-TOETS ("TIMER AAN/KLOK"-TOETS)Met deze toets stelt u het huidige tijdstip in.U gebruikt de toets ook om in te stellen wanneer het apparaat moet inschakelen of om deze opdracht te annuleren.11. "TIMER OFF"-TOETS ("TIMER UIT"-TOETS)U gebruikt de toets om in te stellen wanneer het apparaat moet uitschakelen of om deze opdracht te annuleren.12. "JET"-TOETS (SNELTOETS)Met deze toets schakel u het snel koelen of snel verwarmen in of uit.13. DIMTOETSMet deze toets zet u het licht van het display op de binnenunit aan of uit.14. "POWER SAVE"-TOETS (TOETS ENERGIEBESPARING)Met deze toets schakelt u de energiebesparende functie in of uit.15. "SUPER SILENT"-TOETS (TOETS SUPERSTIL)Met deze toets schakelt u de "Super Silent"-functie (functie Superstil), waarbij de unit minder geluid produceert, in of uit.
Symbolen op display van afstandsbediening Indicatorlampje koelingIndicatorlampje "Sleep 1" (Slaapindicatorlampje 1)Automatisch ventilatortoerentalIndicatorlampje "Jet" (Jetindicatorlampje)Indicatorlampje "Dry" (Indicatorlampje Droog)Indicatorlampje "Sleep 2" (Slaapindicatorlampje 2)Hoog ventilatortoerental SignaalverzendingIndicatorlampje "Fan only" (Indicatorlampje Alleen ventilator)Indicatorlampje "Sleep 3" (Slaapindicatorlampje 3)Gemiddeld ventilatortoerental OF FDisplay TimerinstellingIndicatorlampje "Heating" (Verwamingsindicatorlampje)Indicatorlampje "Sleep 4" (Slaapindicatorlampje 4)Laag ventilatortoerental Display "huidig tijdstip"Indicatorlampje "6 Sense" (Indicatorlampje Zesde zintuig)Indicatorlampje "Around U" (Indicatorlampje Omgeving)Indicatorlampje "Super silent" (Indicatorlampje Superstil)Display TemperatuurinstellingIndicatorlampje "Power save" (Indicatorlampje Energiebesparing) BESCHERMING BedrijfstoestandDe beveiligingsvoorziening kan in werking treden en het apparaat uitschakelen in onderstaande gevallen.Verwarming De temperatuur van de buitenlucht bedraagt meer dan 24°CDe temperatuur van de buitenlucht bedraagt minder dan -7°CDe kamertemperatuur bedraagt meer dan 27°C Koeling De temperatuur van de buitenlucht bedraagt meer dan 43°CDe kamertemperatuur bedraagt minder dan 21°C Ontvochtiging De kamertemperatuur bedraagt minder dan 18°C Als de airconditioner in de modus KOELEN of DROGEN staat terwijl er gedurende lange tijd een deur of raam open staat en de relatieve luchtvochtigheid hoger is dan 80%, dan kan er condenswater uit de afvoer druppelen.Kenmerken van de beveiligingsvoorzieningWacht minstens 3 minuten alvorens de unit opnieuw in te schakelen nadat hij stopt met werken of bij het veranderen van de modus tijdens de werking. Nadat u de voeding heeft aangesloten en het apparaat onmiddelljk heeft aangezet, kan er een vertraging van 20 seconden optreden voordat het in werking treedt. Als het apparaat gestopt is met werken, druk dan nog een keer op de ON/OFF-toets (Aan- en uittoets) om het apparaat weer in te schakelen. Als de timer is uitgeschakeld, moet hij weer worden ingesteld.Kenmerken van de koelmodusAntivriesvoorziening Wanneer de temperatuur van de warmtewisselaar van de binnenunit tot 0° of lager zakt, dan zal de compressor uitgeschakeld worden om het apparaat te beschermen.Kenmerken van de verwarmmodusVoorverwarmenOm te voorkomen dat er koude lucht in de kamer wordt geblazen, moet de binnenunit bij het begin van de werking VERWARMEN gedurende 2-5 minuten worden voorverwarmd. De binnenventilator zal niet werken tijdens het voorverwarmen.OntdooienTijdens de werking VERWARMEN zal het apparaat automatisch ontdooien om de eciëntie te verhogen. Deze procedure duurt gewoonlijk 6-10 minuten. Tijdens het ontdooien, stopt de ventilator en het indicatorlampje "Running" (In bedrijf) gaat knipperen.Na voltooiing van het ontdooien, keert het apparaat automatisch terug naar de modus VERWARMEN.- 64 - Onderhoud Reiniging van het voorpaneel van de binnenunit
1. Onderbreek de stroomtoevoer
Schakel het apparaat eerst uit alvorens de stroomtoevoer te onderbreken.
2. Verwijder het voorpaneel
Open het voorpaneel zoals aangegeven door de pijl(Afb. A). Trek met kracht aan de hendeltjes aan de zijkant van het voorpaneel om het te verwijderen (Afb. B).
3. Reinig het voorpaneel
Veeg het schoon met een zachte droge doek. Gebruik lauw water (minder dan 40°C) om het apparaat te reinigen als het heel vuil is. Laat het drogen na het reinigen.
4. Breng het voorpaneel weer aan en sluit het
Breng het voorpaneel weer aan en sluit het door het naar beneden te duwen. Opmerking:
- Gebruik geen producten zoals benzine of polijstpoeder om het apparaat te reinigen.
- Sproei geen water op de binnenunit want dit is gevaarlijk! U loopt zo het risico op elektrocutie! Reinig het luchtlter Nadat het apparaat ongeveer 200 uur gebruikt is, moet het luchtlter worden gereinigd. Maak het luchtlter om de twee weken schoon als de airconditioner in een uiterst stoge omgeving werkt.
1. Onderbreek de stroomtoevoer
Schakel het apparaat eerst uit alvorens de stroomtoevoer te onderbreken.
2. Verwijder het luchtlter (Afb. C).
1. Open het voorpaneel. 2. Druk voorzichtig op de hendel van het lter. 3. Schuit het lter eruit.
3. Reinig het luchtlter (Afb. D)
Als het lter heel vuil is, maak het dan schoon met een oplossing van lauw water en neutraal reinigingsmiddel. Laat het drogen na het reinigen. 4. Breng het lter weer aan, druk op de toets om het lter te resetten (Afb. E) aan de rechterkant met behulp van een cilinderstift en sluit het voorpaneel. Opmerking:
- Raak de ribben van de binnenunit niet aan met uw vingers na het verwijderen van het lter om verwondingen te voorkomen.
- Probeer de binnenkant van de airconditioner niet zelf te reinigen.
- Reinig het lter niet door het in de wasmachine te stoppen. NOODBEDIENING Bij noodsituaties of wanneer de afstandsbediening ontbreekt, kan u de unit bedienen door op de "on/o"-schakelaar (aan- en uitschakelaar) op de binnenunit te drukken.
- Zet het apparaat aan: druk op deze toets wanneer de unit is uitgeschakeld. De unit zal opstarten en werken in de modus "6th SENSE" (Zesde zintuig).
- Zet het apparaat uit: wanneer de unit aanstaat, drukt u op deze toets en de unit schakelt zich uit. Opmerking: Druk niet langdurig op deze toets want dit kan een defect veroorzaken. Functie Auto-Restart Als u auto-restart in wilt stellen, schakelt u de stroomtoevoer in en u houdt de toets ON/OFF op de binnenunit langer dan 5 seconden ingedrukt. De auto-restart is nu ingesteld en er weerklinkt een zoemer. Indien de functie auto-restart is ingesteld, houdt u de toets ON/OFF op de binnenunit langer dan 5 seconden ingedrukt waardoor de functie wordt uitgeschakeld. Er weerklinkt een zoemer en de airconditioner staat nu in stand-by. Verwerking van de batterijen Om natuurlijke grondstoen te beschermen en hergebruik van materiaal te promoten vragen we u de batterijen te scheiden van andere soorten afval en ze te recycleren via het inzamelpunt waar u uw batterijen gratis kunt inleveren. Afb. A Afb. B Afb. C Afb. D Afb. E Filterresettoets on/o- schakelaar on/o- schakelaar- 65 - Installatiehandleiding Installatieschema Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn Afstand van het plafond moet meer dan 200mm zijn Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn Voor meer informatie over de installatie, bezoek: docs. whirlpool.eu OPMERKING: De afbeelding is slechts een eenvoudige voorstelling van de unit; de afbeelding komt mogelijk niet overeen met hoe het product dat u heeft gekocht, eruitziet. De installatie mag alleen door geautoriseerd servicepersoneel worden uitgevoerd en moet conform de nationale bedradingsnormen zijn. Afstand van de vloer moet meer dan 2500mm zijn Binnenunit Buitenunit Afstand van de luchtinlaat tot de muur moet meer dan 250mm zijn Afstand van de luchtinlaat tot de muur moet meer dan 250mm zijn Afstand van de luchtuitlaat tot de muur moet meer dan 500mm zijn Meer dan 250mm Wanneer u de kabel van de tussenaansluiting installeert, kijk dan na dat de kleur van de bedrading en het terminalnummer van de buitenunit dezelfde zijn als die van de binnenunit. Kabelspecicaties Capaciteit (Btu/u) Voedingskabel Voedingsverbindingskabel Type Oppervlakte van normale doorsnede Type Oppervlakte van normale doorsnede 7K, 9K, 12K H07RN-F 1,0mm
X5- 66 - Probleemoplossing Bedrijfsproblemen hebben vaak kleinschalige oorzaken. Gelieve de volgende tabel na te kijken en te raadplegen alvorens contact op te nemen met de klantenservice. Zo bespaart u mogelijk tijd en onnodige onkosten. Probleem Analyse Apparaat werkt niet
- Is de beveiliging in werking getreden of is er een zekering doorgebrand?
- Wacht alstublieft 3 minuten en zet het apparaat weer aan. De beveiliging kan verhinderen dat de unit werkt.
- Zijn de batterijen van de afstandsbediening bijna leeg?
- Zit de stekker goed in het stopcontact? Lucht wordt niet gekoeld of verwarmd
- Is het luchtlter vuil?
- Zijn de in- en uitlaten van de airconditioner geblokkeerd?
- Is de temperatuur goed ingesteld?
- Staan er deuren of ramen open? Niet-eciënte regeling
- Is er een sterke interferentie geweest (van overmatige ontlading van statische elektriciteit, afwijking van de voedingsspanning)? Als het apparaat abnormaal werkt, trekt u de stekker uit het stopcontact en steekt hem er na 2-3 seconden weer in. Apparaat werkt niet onmiddellijk
- Er is een vertraging van 3 minuten bij het veranderen van modus tijdens de werking. Merkwaardige geur
- Deze geur kan afkomstig zijn van een andere bron zoals meubilair, sigarettenrook enz. die in de unit gezogen wordt en met de lucht mee wordt uitgeblazen. Geluid van stromend water
- Dit is een normaal verschijnsel veroorzaakt door de stroom van het koelmiddel in de airconditioner.
- Ontdooigeluid in verwarmmodus. Krakend geluid
- Dit geluid kan veroorzaakt worden door de uitzetting of samentrekking van het voorpaneel vanwege temperatuursveranderingen. Er komt stoom uit de uitlaat
- Is er stoom in de kamer bij lage temperatuur? Normaal verschijnsel veroorzaakt door koele lucht uit de binnenunit tijdens de werking KOELEN of DROGEN. Indicatorlampje “Running" (Indicatorlampje In bedrijf) knippert, maar de binnenventilator stopt.
- De unit schakelt om van verwarmen naar ontdooien. Het lampje gaat uit en het apparaat keert terug naar de verwarmmodus. Opmerking: Als de problemen zich blijven voordoen, schakelt u het apparaat uit en ook de stroomtoevoer. Daarna neemt u contact op met de dichtstbijzijnde Erkende Klantenservice van Whirlpool. Probeer niet het apparaat zelf te verplaatsen, uit elkaar te halen of aanpassingen uit te voeren.- 67 - KLANTENSERVICE Voordat u contact opneemt met de Klantenservice:
1. Probeer het probleem zelf op te lossen op basis van de
beschrijvingen in de “Probleemoplossing”.
2. Schakel het apparaat uit en vervolgens weer in om te kijken of de
storing nog steeds optreedt. Als de storing na bovengenoemde controles aanhoudt, neem dan contact op met de Klantenservice. Geef het volgende:
- een korte beschrijving van de storing;
- het exacte model van de airconditioner;
- het servicenummer (dit is het nummer onder het woord Service op de servicesticker die is aangebracht op de zij- of de onderkant van de binnenunit).
- Het servicenummer staat ook vermeld in het garantieboekje;
- uw telefoonnummer. Als er reparatiewerkzaamheden moeten worden verricht, neem dan contact op met de Klantendienst (Het gebruik van originele onderdelen en een correcte reparatie worden gegarandeerd). U moet de originele factuur voorleggen. Het niet opvolgen van deze instructies kan nadelige gevolgen hebben voor de veiligheid en de kwaliteit van het apparaat. Opmerking: als u de volledige gebruiksaanwijzing van uw apparaat wil, kan u die downloaden op de website door de onderstaande link te volgen: docs.whirlpool.eu a.d.h.v. de QR-code.- 68 - ES IMPORTANTE LEER Y RESPETAR ESTAS INSTRUCCIONES
Notice-Facile