EM2654LH - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EM2654LH MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EM2654LH MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EM2654LH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EM2654LH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EM2654LH MAKITA
| Model | EM2653LH, EM2654LH | EM2653LHC, EM2654LHC | EM2653LHN | |
| Afmetingen: lengte x breedte x hoogte (zonder snijgarnituur) | mm | 1.765 x 368 x 293 1.765 x 305 x 310 1.765 x 223 x 325 | ||
| Gewicht (zonder kunststofbeschermkap en snijgarnituur) | kg | 5,2 5,2 5,3 | ||
| Motortype Luchtgekoeld, 4-takt, éencilinder | ||||
| Volume (brandstoftank) L 0,6 | ||||
| Volume (olietank) L 0,08 | ||||
| Cilinderinhoud cm | ^3 | 25,4 | ||
| Maximaal motorvermogen kW 0,77 bij 7.000 min | -1 | |||
| Motortoerental bij aanbevolen max. astoerental min | -1 | 10.000 | ||
| Maximaal astoerental (bijbehorend) min | -1 | 7.400 | ||
| Stationair toerental | min-1 | 3.000 | ||
| Toerental op aangrijppunt van koppeling min | -1 | 3.900 | ||
| Carburateur | Membraantype | |||
| Bougie | type | NGK CMR4A | ||
| Elektrodenafstand | mm | 0,7 - 0,8 | ||
| Brandstof | Benzine voor auto's | |||
| Motorolie | Olie van API-classificatie, SF-klasse of beter, SAE 10W-30(4-taktmotorolie voor auto's) | |||
| Diameter van snijgarnituur (met metalen snijblad) | mm | 230 | - | - |
| Diameter van snijgarnituur (met nylondraad-snijkop) | mm | 420 | 420 | 420 |
| Overbrengingsverhouding van tandwielen | 14/19 | |||
- Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
Geluid (model: EM2653LH, EM2654LH)
| Gemiddeld geluidsdrukniveau Gemiddeld geluidsvermogenniveau | Toepasselijke norm | ||||
| L_PAeq (dB (A)) On | zekerheid K (dB (A)) L | w_Aeq (dB (A)) On | zekerheid K (dB (A)) | ||
| Metalen snijblad 92,1 2,7 105 1,5 | ISO 22868 | ||||
| Nylondraad-snijkop 94,8 0,9 111,3 1,3 | |||||
Geluid (model: EM2653LHC, EM2654LHC)
| Gemiddeld geluidsdrukniveau Gemiddeld geluidsvermogenniveau | Toepasselijke norm | ||||
| L_PAeq (dB (A)) On | zekerheid K (dB (A)) L | wAsq (dB (A)) On | zekerheid K (dB (A)) | ||
| Nylondraad-snijkop 95,6 2,2 | 110,4 0,8 ISO 22868 | ||||
Geluid (model: EM2653LHN)
| Gemiddeld geluidsdrukniveau Gemiddeld geluidsvermogenniveau | Toepasselijke norm | ||||
| L_PA-eq (dB (A)) Or | zekerheid K (dB (A)) L | w_A-eq (dB (A)) Or | zekerheid K (dB (A)) | ||
| Nylondraad-snijkop 95,9 2,2 | 111,1 1,3 ISO 22868 | ||||
Trillingen (model: EM2653LH, EM2654LH)
| Linkerhand Rechterhand | Toepasselijke norm | ||||
| a_hveq (m/s2) | Onzekerheid K (m/s2) | a_hveq (m/s2) | Onzekerheid K (m/s2) | ||
| Metalen snijblad | 4,6 | 1,1 | 4,8 | 2,1 | ISO 22867 |
| Nylondraad-snijkop | 4,0 | 0,6 | 4,6 | 1,3 | |
Trillingen (model: EM2653LHC, EM2654LHC)
| Linkerhand Rechterhand | Toepasselijke norm | ||||
| a_hveq (m/s2) | Onzekerheid K (m/s2) | a_hveq (m/s2) | Onzekerheid K (m/s2) | ||
| Nylondraad-snijkop | 4,1 | 1,0 | 3,9 | 2,0 | ISO 22867 |
Trillingen (model: EM2653LHN)
| Linkerhand Rechterhand | Toepasselijke norm | ||||
| a_hveq (m/s2) | Onzekerheid K (m/s2) | a_hveq (m/s2) | Onzekerheid K (m/s2) | ||
| Nylondraad-snijkop | 4,5 | 1,4 | 3,3 | 1,1 | ISO 22867 |
SYMBOLEN
Let op de volgende symbolen wanneer u de gebruiksaanwijzing leest.

Lees de gebruiksaanwijzing en volg de waarschuwingen en veiligheidsvoorzorgsmaatregelen op!

Besteed bijzondere zorg en aandacht!

Verboden!

Houd afstand!

Gevaar voor rondvliegende voorwerpen!

Verboden te roken!

Geen open vuur!

Draag stevige schoenen met antislipzolen. Veiligheidsschoenen met stalen neuzen worden aanbevolen.

Terugslag!

Houd mensen en huisdieren weg van het werkgebied!

Draag een veiligheidshelm, gezichts- en gehoorbescherming!

Toegestaan maximumtoerental

Brandstof (benzine)

Motor handmatig starten

Noodstop

EHBO

AAN/START

UIT/STOP

Gebruik nooit een metalen snijblad
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Algemene instructies
- Lees deze gebruiksaanwijzing om u bekend te maken met de juiste manier van omgaan met het gereedschap. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, lopen de kans zichzelf en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist omgaan met het multifunctionele aandrijfsysteem.
- Het verdient aanbeveling het gereedschap uitsluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee.
- Onervaren gebruikers dienen de dealer te vragen om basisinstructies om zichzelf bekend te maken met het omgaan met een bosmaaier.
- Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met het gereedschap werken. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen terwijl ze onder toezicht staan van een gekwalificeerde begeleider.
- Gebruik het gereedschap met de grootst mogelijke zorg en aandacht.
- Gebruik het gereedschap alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen.
- Gebruik dit gereedschap nooit na het gebruik van alcohol of drugs, of wanneer u zich moe of ziek voelt.
- Het gebruik van het gereedschap kan landelijk gereglementeerd zijn.
Bedoeld gebruik van het gereedschap
- Het gereedschap is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras, onkruid, struiken en ondergroe. Het mag niet worden gebruikt voor enig ander doel, zoals randen bijwerken of heggen snoeien, aangezien dit tot letsel kan leiden.
Persoonlijke-veiligheidsuitrusting
- De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die in de struiken kunnen verstrikt raken.
- Om tijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt terwijl u werkt.
- Draag altijd een helm wanneer het risico bestaat op vallende objecten. U moet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5 jaar worden vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen.
- Het spatscherm (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezicht tegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Draag tijdens het gebruik altijd een veiligheidsbril of een spatscherm om letsel aan de ogen te voorkomen.
- Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschermers (3), oordopjes, enz.).
- Een werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegend afval en opspringende stenen.
Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. - Handschoenen (5) maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik.
- Draag tijdens gebruik van het gereedschap altijd stevige schoenen (6) met een antislipzool. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat.
De bosmaaier starten
- Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een werkbereik van 15 meter (50 feet) en let ook of er geen dieren in de werkomgeving zijn.
- Controleer voor gebruik altijd of het gereedschap veilig is om te gebruiken. Controleer de bevestiging van het snijgarnituur, controleer of de gashendel gemakkelijk kan worden bediend, en controleer of de gashendelvergrendeling goed werkt.
- Het snijgarnituur mag niet draaien bij stationair motortoerental. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de stopschakelaar.

Start de bosmaaier alleen in overeenstemming met de instructies.
- Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten!
- Gebruik de bosmaaier en de gereedschappen uitsluitend voor de beschreven toepassingen.
- Start de motor van de benzinegraskantmaaier alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd!
- Controleer vóór het starten of het snijgarnituur geen contact maakt met harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz., omdat tijdens het starten het snijgarnituur zal ronddraaien.
- De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring.
- Als het snijgarnituur stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren.
- Controleer het snijgarnituur regelmatig op beschadiging (inspecteren op haarscheurtjes met de klopgeluidentest).
- Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controleer het brandstofsysteem op brandstoflekkage, en de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie.
- Gebruik het gereedschap alleen terwijl het bevestigd is aan het schouderdraagstel, dat goed moet worden afgesteld voordat de bosmaaier wordt gebruikt. Het is belangrijk het schouderdraagstel af te stellen op de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid tijdens gebruik te voorkomen. Houd het multifunctionele aandrijfsysteem nooit met slechts één hand vast tijdens het gebruik.
- Houd tijdens gebruik de bosmaaier altijd met twee handen vast. Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Gebruik het gereedschap zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een geurloos gas.
- Schakel de motor uit tijdens pauzes en wanneer u het gereedschap onbeheerd achterlaat, en leg hem op een veilige plaats om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen.
- Leg nooit een warme bosmaaier op droog gras of enige andere ontvlambare materialen.
- Breng altijd een goedgekeurde beschermkap van het snijgarnituur aan op het gereedschap voordat u de motor start.
Als u dat niet doet, kan aanraking van het snijgarnituur leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- De hele veiligheidsuitrusting en alle beschermkappen die bij het gereedschap zijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt.
- Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper.
- Schakel de motor uit tijdens het vervoer.
- Wanneer u het gereedschap vervoert, bevestigt u altijd de beschermkap op het snijblad.
- Leg tijdens vervoer per auto het gereedschap op een veilige plaats om te voorkomen dat er brandstof uit lekt.
- Wanneer u het gereedschap vervoert, moet u ervoor zorgen dat de brandstoftank volledig leeg is.
- Let erop dat bij het uitladen van het gereedschap uit de auto de motor niet op de grond valt omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan worden beschadigd.
- Behalve in noodgevallen mag u het gereedschap nooit op de grond laten vallen of weggooien omdat hierdoor het gereedschap zwaar beschadigd kan raken.
- Let erop dat u het volledige gereedschap van de grond tilt wanneer u het verplaatst. Het is bijzonder gevaarlijk de brandstoftank over de grond te slepen en dit zal beschadiging en lekkage veroorzaken die kan leiden tot brand.
Brandstof bijvullen
- Schakel de motor uit alvorens brandstof bij te vullen, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet.
- Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem de brandstofdampen niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt.
- Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming). Reinig de bosmaaier onmiddellijk nadat brandstof erop is gemorst.
- Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Kleed u onmiddellijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat).
- Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig kan worden aangedraaid en niet lekt.
- Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats het gereedschap voordat u de motor start (tenminste 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld.)
- Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie.)
- Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen.

- Gebruik het gereedschap alleen bij goed licht en zicht. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (gevaar voor uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Maai nooit boven heuphoogte.
- Werk nooit vanaf een ladder.
- Klim nooit in een boom om daar met het gereedschap te werken.
- Werk nooit op onstabiele oppervlakken.
- Verwijder zand, stenen, nagels, enz. die u binnen uw werkbereik vindt. Vreemde voorwerpen kunnen het snijgarnituur beschadigen en gevaarlijke terugslagen veroorzaken.
- Voordat u begint te maaien, moet het snijgarnituur op maximaal toerental draaien.
- Bij gebruik van een metalen snijblad, zwaait u het gereedschap gelijkmatig in halve cirkels van rechts naar links, zoals een zeis wordt gebruikt. Als gras of takken bekneld raken tussen het snijgarnituur en de beschermkap, zet u altijd de motor uit voordat u ze verwijdert. Als u dat toch doet, kan door onbedoeld draaien van het snijblad ernstig letsel ontstaan.
- Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uur 10 tot 20 minuten te rusten.
Snijgarnituren
- Gebruik een geschikt snijgarnituur voor de geplande werkzaamheden. Nylondraad-snijkoppen (voor graskantmaaiers) zijn geschikt voor het maaien van een gazon.
Metalen snijbladen zijn geschikt voor het maaien van onkruid, hoog gras, struiken, heesters, ondergroei, bosjes en dergelijke.
Gebruik nooit andere messenbladen, waaronder metalen meerdelige kettingen en vlegelmessen. Als u dat toch doet, kan ernstig letsel ontstaan.
- Bij gebruik van een metalen snijblad voorkomt u dat terugslag kan optreden en bent u altijd voorbereid op per ongeluk optredende terugslag. Raadpleeg de hoofdstukken "Terugslag" en "Voorkomen van terugslag".
Terugslag (stoot van het snijblad)
- Terugslag (stoot van het snijblad) is een plotselinge reactie op een klemzittend of vastgelopen snijblad. Zodra dit optreed wordt het gereedschap met grote kracht zijwaarts of in de richting van de gebruiker geworpen en kan het ernstig letsel veroorzaken.
- Terugslag treedt met name op wanneer u met het snijbladsegment tussen 12 en 2 uur tegen een hard voorwerp, struiken en takken met een diameter van 3 cm of meer komt.
-
Om terugslag te voorkomen:
-
gebruikt u het snijbladsegment tussen 8 en 11 uur;
- gebruikt u het snijbladsegment nooit tussen 12 en 2 uur;
- gebruikt u het snijbladsegment nooit tussen 11 en 12 uur en tussen 2 en 5 uur, behalve indien de gebruiker goed opgeleid en erg ervaren is en dit op zijn/haar eigen verantwoordelijkheid doet;
- gebruikt u het snijblad nooit dichtbij harde voorwerpen, zoals afrasteringen, muren, boomstammen en stenen, en
- houdt u het snijblad nooit verticaal voor werkzaamheden zoals het maaien van graskanten of snoeien van heggen.
Trillingen
- Personen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: "slapen" (ongevoeligheid), tintellingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts!
- Om de kans op deze "witte-vingerziekte" te verkleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed.
Onderhoudsinstructies
- Laat uw gereedschap onderhouden door ons erkende servicecentrum dat altijd uitsluitend gebruikmaakt van originele vervangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongevallen vergroten.
- De toestand van de maaier, met name van het snijgarnituur en de veiligheidsuitrusting, naast het schouderdraagstel, moeten worden gecontroleerd voor aanvang van de werkzaamheden. Besteed bijzondere aandacht aan snijbladen, die correct moeten worden geslepen.
- Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u het snijgarnituur vervangt of slijpt, en wanneer u de maaier of het snijgarnituur schoonmaakt.

Probeer nooit beschadigde snij- of zaaggarnituren recht te trekken of te lassen.
- Denk aan het milieu. Vermijd onnodig gebruik van de gashendel zodat minder uitlaatgassen en geluid worden geproduceerd. Stel de carburateur goed af.
- Maak het gereedschap regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig zijn vastgedraaid.
- Onderhoud of bewaar het gereedschap niet in de buurt van open vuur.
- Bewaar het gereedschap altijd in een afgesloten ruimte en met een lege brandstoftank.
- Wanneer u het gereedschap reinigt, onderhoudt of opbergt, bevestigt u altijd de beschermkap op het snijblad.

Volg de relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de relevante beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven.
Breng geen wijzigingen aan het gereedschap aan, omdat hiermee uw veiligheid gevaar loopt.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen en accessoires die zijn vervaardigd en geleverd door MAKITA.
Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen.
MAKITA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde snijgarnituren, bevestigingsmiddelen voor snijgarnituren of accessoires.
EHBO
Zorg dat er altijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er wordt gemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen.
Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept:
- Plaats van het ongeval
- Beschrijving van het ongeval
- Aantal gewonden
- Soort letsels
- Uw naam

natural_image
Simple black plus sign inside a square (no text or symbols)Alleen voor Europese landen
EU-verklaring van conformiteit
De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als Bijlage A in deze instructiehandleiding.

| Namen van onderdelen | |
| 1 Bougie | |
| 2 Koppelingshuis | |
| 3 Gaskabel | |
| 4 Achterhandgreep | |
| 5 Uit-vergrendeling | |
| 6 Gashendel | |
| 7 I-O-schakelaar (stop/start) | |
| 8 Bevestigingsoog | |
| 9 Handgreep | |
| 10 | Handbescherming (optioneel accessoire) |
| 11 Schacht | |
| 12 Beschermkap (van snijgarnituur) | |
| 13 Tandwielhuis | |
| 14 Schouderdraagstel | |
| 15 | Snijbladbeschermrand (optioneel accessoire) |
| 16 Uitlaatdemper | |
| 17 Luchtfilter | |
| 18 Trekstarthandgreep | |
| 19 Uitlaatpijp | |
| 20 Brandstofvuldop | |
| 21 Trekstartinrichting | |
| 22 Oliepeilstok | |
| 23 Brandstoftank | |
Opmerking:
Het type beschermkap en snijgarnituur verschilt afhankelijk van het land.
DE ONDERDELEN MONTEREN
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinebosmaaier, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken. Draag altijd veiligheidshandschoenen!
LET OP: Start de benzinebosmaaier alleen nadat hij volledig is gemonteerd.
Opbergplaats voor de inbussleutel
Wanneer u de inbussleutel 4 niet gebruikt, bergt u deze op, om te voorkomen dat deze wordt verloren.

De stand van de handgreep afstellen
Draai de bout los en stel de stand van de handgreep af.
Nadat de handgreep in de gewenste stand is gezet, draait u de bout vast. Zorg ervoor dat de handgreep wordt vastgezet tussen de pijlmarkering en de afstandshouder.
WAARSCHUWING:
Verwijder of verkort de afstandshouder niet. De afstandshouder zorgt voor een bepaalde afstand tussen beide handen. Als de handgreep dichter op het andere handvat zou staan dan de lengte van de afstandshouder, kunt u de controle over het gereedschap verliezen waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.

De bescherming (optioneel accessoire) aanbrengen of verwijderen
WAARSCHUWING:
Wanneer u de bosmaaier met een metalen snijblad gebruikt, monteert u altijd de handbescherming.
Om de handbescherming aan te brengen, lijnt u de handbescherming uit met de handgreep en bevestigt u ze aan elkaar met behulp van de schroef.
Om de handbescherming te verwijderen, draait u de schroef los en haalt u de handbescherming eraf.

De beschermkap aanbrengen (beschermkap van snijgarnituur)
WAARSCHUWING:
Gebruik het gereedschap altijd in combinatie met goedgekeurde beschermende hulpmiddelen. Als u dat niet doet, kan aanraking van een snijgarnituur leiden tot ernstig letsel.
LET OP:
Draai de linker- en rechterbout gelijkmatig aan zodat de opening tussen de klem en de beschermkap constant blijft. Als u dit niet doet is het mogelijk dat de beschermkap niet werkt zoals verwacht.
In naleving van de toepasselijke veiligheidsregels mogen uitsluitend de gereedschap/beschermkap-combinaties worden gebruikt die in de afbeelding worden aangegeven.
Het metalen snijblad gebruiken
| Metalen snijblad | Klemring, beker en moer zijn vereist | Beschermkap | Gebruik met handbescherming | Gebruik met schouderdraagstel |
![]() | ![]() | Tvne A![]() | ![]() | ![]() |
De nylondraad-snijkop gebruiken
| Nylondraad-snijkop Beschermkap | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Voor metalen snijblad
Monteer de beschermkap van type A (1) met behulp van twee bouten M6 x 25 (3) en de inbussleutel 5 (4) op de klem (2).

Voor nylondraad-snijkop (voor beschermkap van type A)
LET OP:
Duw het beschermkapopzetstuk (1) erop tot deze geheel op zijn plaats zit. Anders kan het beschermkapopzetstuk eraf vallen waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan.
LET OP:
Wees voorzichtig uzelf niet te verwonden aan het mesje voor het afsnijden van de nylondraad.
- Monteer de beschermkap met behulp van twee bouten M6 x 25 op de klem.
- Monteer het beschermkapopzetstuk (1) door deze op zijn plaats te schuiven vanaf de zijkant van de beschermkap van het metalen snijblad (2).
-
Verwijder de beschermtape vanaf het mesje, dat de nylondraad moet afsnijden, op het beschermkapopzetstuk.
-
Om het beschermkapopzetstuk te verwijderen, plaatst u een inbussleutel 4 in de uitsparing in de beschermkap van het metalen snijblad, duwt u deze naar binnen en verschuift u tegelijkertijd het beschermkapopzetstuk.

text_image
1 2
Voor nylondraad-snijkop (voor beschermkap van type B en C)
LET OP:
Wees voorzichtig uzelf niet te verwonden aan het mesje voor het afsnijden van de nylondraad.
Monteer de beschermkap (1) met behulp van twee bouten M6 x 25 (3) en de inbussleutel 5 (4) op de klem (2).

Het metalen snijblad of de nylondraad-snijkop monteren
LET OP:
Verzeker u ervan uitsluitend originele snijbladen of nylondraad-snijkoppen van MAKITA te gebruiken.
- Het snijblad moet goed geslepen zijn en vrij zijn van barsten of breuken. Als het snijblad een steen raakt tijdens het gebruik, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het blad controleren.
- Slijp of vervang het snijblad na elke drie uur gebruik.
- Als de nylondraad-snijkop tijdens het gebruik een steen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en de nylondraad-snijkop controleren.
LET OP:
De buitendiameter van het snijblad moet 230 mm (9 - 1/16") zijn. Gebruik nooit snijbladen met een buitendiameter groter dan 230 mm (9 - 1/16"). Draai het gereedschap ondersteboven zodat u het metalen snijblad of de nylondraad-snijkop gemakkelijk kunt vervangen.
Het metalen snijblad aanbrengen
LET OP:
Draag altijd handschoenen en plaats de snijbladbeschermrand op het metalen snijblad wanneer u het snijblad hanteert.
- Plaats de ontvangerring (1) op de as.
- Steek de inbussleutel 4 (2) in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring (1) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt.
- Plaats het metalen snijblad (3) op de schacht zodat de nok op de ontvangerring (1) past in de uitsparing in het asgat van het metalen snijblad.
- Plaats de klemring (4) en beker (5), en zet het snijblad vast door de moer (6) linksom te draaien. [Aanhaalkoppel: 13 - 23 Nm]
- Na het aanbrengen van het metalen snijblad, verwijder u de inbussleutel.
Om het metalen snijblad te verwijderen, gaat u als volgt te werk:
- Steek de inbussleutel in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring met de inbussleutel tot deze wordt vergrendeld.
- Draai de moer rechtsom los met de copsleutel en verwijder de moer, beker, klemring en inbussleutel.
OPMERKING:
De bevestigingsmoer van het snijblad (met veerring) verslijt na verloop van tijd. Als u slijtage of vervorming van de veerring opmerkt, moet u de moer vervangen.
Zorg ervoor dat het snijblad met de goede kant omhoog wijst voor linksom draaien.

De nylondraad-snijkop aanbrengen
- Plaats de ontvangerring (1) op de as.
- Steek de inbussleutel (2) in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring (1) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt.
- Schroef daarna de nylondraad-snijkop op de as door deze linksom te draaien.
- Na het aanbrengen van de nylondraad-snijkop, verwijder u de inbussleutel.

Controleren en bijvullen van de motorolie
- Voer de volgende procedure uit bij koude motor.
- Plaats de motor horizontaal, draai de olievuldop eraf (zie afb. 1) en controleer of het oliepeil tussen de inwendige randen voor de boven- en ondergrens van het oliepeil staat (zie afb. 2).
- Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens als er te weinig motorolie in zit (het oliepeil is dicht bij de ondergrens) (zie afb. 3).
- Het gebied tussen de markeringen op de buitenkant is doorzichtig zodat het oliepeil van buitenaf kan worden gecontroleerd zonder de olievuldop eraf te hoeven draaien. Echter, wanneer de oliebuis erg vuil is geworden, kan deze ondoorzichtig zijn en moet het oliepeil worden gecontroleerd aan de hand van de inwendige randen binnenin de oliebuis.
- Ter informatie, na ongeveer iedere 10 bedrijfsuren moet olie worden bijgevuld (10 keer of 10 tanks met bijgevulde olie).
Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door nieuwe. (Raadpleeg pagina 132 voor informatie over de verversingsinterval en verversingsprocedure.)
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classificatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto's)
Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 liter
Opmerking: Als de motor niet horizontaal wordt gehouden, kan de olie binnenin de motor terechtkomen en te veel worden bijgevuld. Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt.
Tip 1 bij het verversen van de olie: "Oliepeilstok"
- Verwijder stof of vuil rondom de olievulopening en draai de oliepeilstok eruit.
- Zorg ervoor dat geen zand of stof op de oliepeilstok komt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de oliepeilstok kleeft leiden tot een onregelmatige oliecirculatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen kunnen ontstaan.

text_image
Olievuldop Inwendige rand (bovengrens) Oiebuis Inwendige rand (ondergrens) Markering op buitenkant (bovengrens) Markering op buitenkant (ondergrens)Afbeelding 1
Afbeelding 2 Oliebuis Afbeelding 3

text_image
Motorolie Vul motorolie bij tot aan de inwendige randVul motorolie bij tot aan de inwendige rand (bovengrens).
Het gedeelte tussen de markeringen op de buitenkant voor de boven- en ondergrens is doorzichtig zodat u van buitenaf kunt controleren of het oliepeil tussen de markeringen staat.
(1) Houd de motor horizontaal en draai de olievuldop eraf.
(2) Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens (Zie afbeelding 3). Gebruik voor het bijvullen een oliefles.
(3) Draai de olievuldop stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien kan olie eruit lekken.

- Ververs de olie niet terwijl de motor in een gekantelde stand staat.
- Olie bijvullen terwijl de motor gekanteld is, leidt tot te veel bijvullen waardoor olievervuiling en/of witte rook ontstaat.
Tip 2 bij het verversen van de olie: "Olielekkage"
- Als olie eruit lekt tussen de brandstoftank en het motorblok, wordt de olie via de koelluchtinlaatopening naar binnen gezogen waardoor de motor verontreinigd raakt. Veeg gelekte olie af voordat u met het werk begint.
BRANDSTOF BIJVULLEN
Omgaan met brandstof
Het is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een lange tijd, wordt uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog uit met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter.
Bewaartermijn van brandstof
Brandstof dient binnen een periode van 4 weken te worden opgebruikt, ook wanneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw.
Als geen speciale jerrycan wordt gebruikt, of als de brandstof in een open bak wordt bewaard, kan de brandstof binnen één dag verslechteren.
OPSLAG VAN MAAIER EN JERRYCAN
- Bewaar de maaier en jerrycan op een koele plaats uit direct zonlicht.
- Bewaar de brandstof nooit in de passagiersruimte of bagageruimte van een auto.
Brandstof
De motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend benzine voor auto's (normale benzine of superbenzine).
Tips voor het omgaan met brandstof
- Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden.
- Als verslechterde olie wordt gebruikt, zal dat leiden tot onregelmatig starten.
Brandstof bijvullen
WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Gebruikte benzine: Benzine voor auto's (loodvrije benzine)
- Draai de brandstofvuldop een klein stukje los zodat een verschil in luchtdruk wordt opgeheven.
- Draai de brandstofvuldop eraf, vul brandstof bij en laat de lucht uit de brandstoftank stromen door de brandstoftank iets te kantelen zodat de brandstofvulopening recht omhoog wijst. (Vul nooit brandstof bij via de olievulopening.)
- Veeg rondom de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen dat vreemde stoffen in de brandstoftank kunnen vallen.
-
Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop weer vast.
-
Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop wordt geconstateerd, moet deze worden vervangen.
- De brandstofvuldop is een verbruiksartikel en moet daarom iedere twee tot drie jaar worden vervangen.

text_image
Bovengrens van brandstofpeil Brandstofttank BrandstofvuldopBEDIENING
LET OP:
Gebruik altijd het schouderdraagstel bij gebruik van het metalen snijblad.
Het schouderdraagstel bevestigen
Draag het schouderdraagstel op uw linkerschouder. Controleer dat de gesp niet losgetrokken kan worden door eraan te trekken. Hang het gereedschap aan het schouderdraagstel, zoals afgebeeld.
KENNISGEVING:
Wees voorzichtig dat kleding, enz., niet verstrikt raakt in de gesp.

Het schouderdraagstel losmaken
WAARSCHUWING:
Als u geen complete controle over het gereedschap behoudt, kan dit ernstig lichamelijk letsels of de DOOD veroorzaken.
De gesp is uitgerust met een snelontgrendeling. Knijp eenvoudigweg in de zijkanten van de gesp om het gereedschap los te maken.
Let er goed op dat u op dat moment de controle over het gereedschap behoudt.
Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in de richting van iemand die in de buurt staat beweegt.

- Pas de lengte van het schouderdraagstel zo aan, dat het snijblad parallel aan de grond kan worden gehouden.

Plaats het gereedschap altijd tegen uw rechterzij. Een correcte plaatsing van het gereedschap geeft een maximale controle over het gereedschap en verkleint de kans op ernstig persoonlijk letsel veroorzaakt door terugslag.
WAARSCHUWING:
Let er goed op dat u op te allen tijde de controle over het gereedschap behoudt. Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in de richting van iemand die in de buurt staat beweegt. Als u de controle over het gereedschap verliest, kan dat leiden tot ernstig letsel van de gebruiker en omstanders.

Gebruik van de nylondraad-snijkop
De nylondraad-snijkop is een dubbele-draadkop uitgerust met een stoot-aanvoermechanisme.
Om ervoor te zorgen dat de nylondraad aangevoerd wordt, stoot u de snijkop op de grond terwijl deze ronddraait.
Het meest effectieve maalgebied wordt weergegeven door het gearceerde deel.
OPMERKING:
Als de nylondraad niet wordt aangevoerd wanneer de snijkop op de grond wordt getikt, volgt u de procedures die zijn beschreven onder "Onderhoud" om de nylondraad opnieuw op te wikkelen of te vervangen.

Houd het gereedschap stevig vast wanneer u de motor start. Anders kan een vallend gereedschap leiden tot persoonlijk letsel.
Volg de toepasselijke voorschriften voor ongevallenpreventie!
Starten
Houd ten minste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats de benzinebosmaaier op een schoon stuk grond en zorg ervoor dat het snijgarnituur niet in contact komt met de grond of andere objecten.
A: Koude start
1) Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond.
2) Zet de I-O-schakelaar (1) in de bedrijfsstand.
3) Brandstofhandpomp
Blijf op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp (1) stroomt. (Over het algemeen stroomt de brandstof in de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen.) Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug naar de brandstoftank.
4) Trekstartinrichting
Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarthandgreep terugtrekken en trek er vervolgens krachtig aan.
Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten. Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de trekstartinrichting.
5) Opwarmen
Laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten opwarmen.

text_image
1
text_image
(1)
Opmerking: In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog.
Opgelet tijdens gebruik:
Als de gashendel volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe tot meer dan 10.000 toeren min ^1 of meer. Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en met een toerental van 6.000 tot 8.500 toeren min ^1 .
B: Startprocedure bij warme motor
1) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp.
2) Laat de chokehendel in de stand voor stationair draaien staan.
3) Trek krachtig aan de trekstarthandgreep.
4) Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open. Let goed op het snijblad dat kan gaan draaien.
Wanneer de motor moeilijk te starten is, zoals in de winter
Gebruik de chokehendel volgens de volgende procedure om de motor te starten.
- Nadat de stappen 1) tot en met 3) van de startprocedure zijn uitgevoerd, zet u de chokehendel in de dichte stand.
- Voer stap 4) van de startprocedure uit en start de motor.
- Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel in de geopende stand.
- Voer stap 5) van de startprocedure uit en voltooi het opwarmen.
LET OP: Wanneer een dreun (geluid van een explosie) wordt gehoord en de motor afslaat, of de zojuist gestarte motor afslaat voordat de chokehendel wordt bediend, zet u de chokehendel terug in de geopende stand, en trekt u weer enkele keren aan de trekstarthandgreep om de motor te starten.
LET OP: Als de chokehendel in de dichte stand blijft staan en alleen enkele keren aan de trekstarthandgreep wordt getrokken, wordt te veel brandstof aangezogen en zal de motor moeilijk te starten zijn.

text_image
DICHT
text_image
OPENStoppen
1) Laat de gashendel (1) volledig los en, nadat het motortoerental is afgenomen, duw de stopschakelaar (2) naar de stand STOP om de motor uit te schakelen.
2) Bedenk dat het snijgarnituur wellicht niet onmiddellijk stopt en laat het volledig uitdraaien.

Om te voorkomen dat de gashendel (1) per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendeling (2) aangebracht. Om het motortoerental te verhogen, pakt u de achterhandgreep vast (de uit-vergrendeling wordt door het vastpakken ontgrendeld) en knijpt u de gashendel in.
Om het motortoerental te verlagen, laat u de gashendel los.

Het laag toerental (voor stationair draaien) afstellen
Als het nodig is het laag toerental (voor stationair draaien) af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburateur.
Het laag toerental controleren
LET OP:
Het snijgarnituur kan ronddraaien tijdens het afstellen van de carburateur. Draag uw veiligheidsuitrusting en houd u aan alle veiligheidsinstructies. Let erop dat het snijgarnituur stilstaat tijdens stationair draaien.
LET OP:
Wanneer het gereedschap is uitgeschakeld, let u erop dat het snijgarnituur tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap neerlegt.
- Stel het laag toerental in op 3.000 min ^-1 .
Als het nodig is het laag toerental af te stellen, draait u de stelschroef (1) met een kruiskopschroevendraaier. - Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen. Draai de stelschroef linksom om het motortoerental te verlagen.
- De carburateur (2) is over het algemeen goed afgesteld vóór aflevering aan de klant. Mocht het toch nodig zijn deze opnieuw af te stellen, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.

text_image
(1) (2)ONDERHOUD
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinebosmaaier, moet u altijd de motor uitzetten en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie "De bougie controleren"). Draag altijd veiligheidshandschoenen!
Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden.
Dagelijkse controle en onderhoud
- Controleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let vooral op of het snijblad of de nylondraadsnijkop stevig is bevestigd.
- Controleer voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak deze plaatsen zo nodig schoon.
- Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik:
- Reinig de buitenkant van de benzinebosmaaier en inspecteer op beschadigingen.
- Maak het luchtfilter schoon. Als onder extreem stoffige omstandigheden wordt gewerkt, moet het filter meerdere keren per dag worden gereinigd.
- Controleer het snijblad of de nylondraad-snijkop op beschadigingen en controleer of deze stevig bevestigd is.
- Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zijn dat het snijgarnituur stilstaat wanneer de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental). In het geval het gereedschap bij stationair toerental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
- Controleer de werking van de stopschakelaar, de uit-vergrendeling, de gashendel, en de vergrendelingsknop.
Het metalen snijblad slijpen
LET OP:
Het metalen snijblad mag alleen worden geslepen door een erkend servicecentrum. Het handmatig slijpen zal resulteren in onbalans van het snijgarnituur, waardoor trillingen kunnen ontstaan en het gereedschap schade kan oplopen.
OPMERKING: Om de levensduur van het snijblad te verlengen, kan dit eenmalig worden omgekeerd, totdat beide snijranden bot zijn geworden.
MOTOROLIE VERVERSEN
Verslechterde motorolie verkort sterk de levensduur van de bewegende delen van de motor. Controleer het verversingsinterval en de bijvulhoeveelheid.

LET OP: Over het algemeen zijn de motor zelf en de motorolie heet kort nadat de motor is uitgeschakeld. Alvorens de motorolie te verversen, controleert u op de motor zelf en de motorolie voldoende zijn afgekoeld. Als u dit niet doet, bestaat de kans op verbranding.
Opmerking: Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt.
Verversingsinterval: In eerste instantie iedere 20 bedrijfsuren, en daarna iedere 50 bedrijfsuren
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classificatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto's)
Volg de onderstaande procedure om de olie te verversen.
1) Controleer of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is.
2) Plaats een grote opvangbak (pan, enz.) onder het aftapgat.
3) Verwijder de aftapbout en draai daarna de olievuldop eraf om de motorolie af te tappen uit het aftapgat.
Wees hierbij voorzichtig de pakkingring van de aftapbout niet kwijt te raken en de verwijderde onderdelen niet vuil te maken.
4) Nadat de motorolie is afgetapt, draait u de aftapbout met daarop de pakkingring stevig vast, zodat deze niet kan losraken en gaan lekken.
* Gebruik een poetsdoek om de motorolie die aan de aftapbout en het gereedschap zit volledig af te vegen.
Alternatieve methode voor het aftappen van de motorolie
Draai de olievuldop eraf en kantel de benzinebosmaaier zodat dat de olievulopening onder zit.
Vang de motorolie op in een opvangbak.
5) Plaats de motor horizontaal en vul geleidelijk nieuwe motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens.
6) Draai na het bijvullen de olievuldop stevig vast, zodat deze niet kan losraken en gaan lekken.
Als de olievuldop niet stevig wordt vastgedraaid, kan deze gaan lekken.

text_image
Brandstofvuldop Olievuldop
text_image
Olievuldop Aftapgat Pakkingring Aftapbout
- Gooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd u bij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
- Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt. Controleer en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden).
HET LUCHTFILTER REINIGEN

WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
- Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburator vrij van stof of vuil.
- Draai de bevestigingsbout los.
- Verwijder de luchtfilterkap door aan de onderkant te trekken.
- Verwijder de luchtfilterelementen en tik ertegen om het vuil te verwijderen.
- Als de luchtfilterelementen zwaar verontreinigd zijn:
Verwijder de luchtfilterelementen, dompel ze in warm water of in een oplossing van een mild schoonmaakmiddel in water, en droog ze grondig. Knijp er niet in en wrijf er niet over tijdens het wassen. - Alvorens de luchtfilterelementen terug te plaatsen, moeten deze grondig droog zijn. Als de luchtfilterelementen onvoldoende droog worden teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten.
- Veeg olie die rondom de luchtfilterkap en de ontluchting zit af met een poetsdoek.
- Plaats het filterelement (spons) in het filterelement (vilt).
Plaats de filterelementen zodanig in de achterplaat dat de spons aan de kant van de luchtfilterkap zit. - Plaats de luchtfilterkap onmiddellijk terug en zet hem vast met de bevestigingsbouten. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand en daarna de onderrand.)
OPMERKING:
- Reinig de luchtfilterelementen meerdere keren per dag als onder extreem stoffige omstandigheden wordt gewerkt. Vervuilde luchtfilterelementen verlagen het motorvermogen en bemoeilijken het starten van de motor.
- Verwijder de olie op de luchtfilterelementen. Als u blijft doorwerken terwijl de luchtfilterelementen vervuild zijn met olie, kan de olie buiten het luchtfilter terechtkomen en tot milieuverontreiniging leiden.
- Plaats de luchtfilterelementen niet op de grond of op een vieze plaats. Er kan dan vuil of rommel aan blijven plakken waardoor de motor kan worden beschadigd.
- Gebruik nooit brandstof om de luchtfilterelementen te reinigen. Ze kunnen door de brandstof worden beschadigd.
DE BOUGIE CONTROLEREN
- Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of te installeren.
- De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm (0,028" - 0,032") bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstopt of vervuild zijn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie vervangen.
LET OP: Raak de bougiekap nooit aan terwijl de motor draait (gevaar op elektrische schok door hoogspanning).
HET TANDWIELHUIS SMEREN
- Breng elke 30 bedrijfsuren smeervet (Shell Alvania 2 of gelijkwaardig) aan in het tandwielhuis via de smeeropening. (Origineel MAKITA-smeervet kan worden aangeschaft bij uw MAKITA-dealer.)

text_image
Achterplaat Filterelement (spons) Luchtfilterkap Chokehendel Ontluchting Filterelement (vilt) Bevestigingsbout
Controle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren)
Controleer het brandstofffilter regelmatig. Volg de onderstaande stappen om het brandstofffilter te controleren.
(1) Verwijder de brandstoftankvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoftank leeg is. Controleer de binnenkant van de brandstoftank op eventuele vreemde stoffen. Als u iets vindt, verwijdert u dit.
(2) Gebruik een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken.
(3) Als het brandstofffilter enigszins verstopt is, reinigt u het. Om het te reinigen, schudt u het en tikt u ertegen in de brandstof. Om beschadiging te voorkomen, knijpt u er niet is en wrijft u er niet over. De brandstof die is gebruikt voor het reinigen moet worden weggegooid volgens de methode beschreven in de regelgeving van uw land.
Als het brandstofffilter hard of ernstig verstopt is, vervangt u het.
(4) Na het controleren, reinigen of vervangen van het brandstofffilter, duwt u het zo ver mogelijk omlaag tot onderin de brandstoftank. Een verstopt of beschadigd brandstofffilter kan leiden tot onvoldoende brandstoftoevoer en minder motorvermogen. Vervang het brandstofffilter ten minste iedere drie maanden om verzekerd te zijn van een goede brandstoftoevoer naar de carburateur.
DE BRANDSTOFLEIDING VERVANGEN
LET OP: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren)
Vervang de brandstofleiding ieder jaar, ongeacht de gebruiksfrequentie.
Brandstoflekkage kan brand veroorzaken.
Als tijdens de inspectie een lekkage wordt gevonden, vervangt u de brandstofleiding onmiddellijk.

text_image
Brandstofleiding Slangklem BrandstofffilterDE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN INSPECTEREN
- Draai losse bouten. moeren, enz., weer vast.
- Controleer op brandstof- en olielekkage.
- Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor een veilig gebruik.

text_image
BrandstofleidingDE ONDERDELEN REINIGEN
- Houd de motor altijd schoon.
- Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, zal leiden tot het vastlopen van de zuiger.
Nadat de motor uit elkaar is gehaald, moeten bij het weer in elkaar zetten altijd de afdichtingen en pakkingen worden vervangen door nieuwe. Alle onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicecentra.
De nylondraad vervangen
(Voor ultra auto 4)
Schakel eerst de motor uit.
Druk de lippen van de behuizing naar binnen om de afdekking eraf te tillen en verwijder vervolgens de draadspoel.
Haak het midden van de totale lengte van de nieuwe nyondraad in het midden van de draadspoel en zorg ervoor dat één uiteinde ongeveer 80 mm (3 - 1/8") langer is dan het andere.
Wikkel vervolgens beide draadhelften rond de draadspoel in de draairichting van de maaikop (de wikkelrichting linksom wordt aangegeven door de pijl LH, en de wikkelrichting rechtsom wordt aangegeven door de pijl RH op de zijkant van de draadspoel).
Wikkel op 100 mm (3 - 15/16") na de volledige lengte van de nylondraad op de draadspoel, en haak de uiteinden tijdelijk in de inkeping in de zijkant van de draadspoel.
Plaats de draadspoel zodanig in de behuizing dat de groeven en uitsteeksels op de draadspoel overeenkomen met die in de behuizing. Zorg ervoor dat de zijkant van d draadspoel waarop de letters staan naar buiten wijst. Maak nu de uiteinden van de nylondraad los uit hun tijdelijke positie en voer de nylondraden door de oogjes zodat ze uit de behuizing steken.
Lijn de uitsteeksels op de onderkant van de afdekking uit met de gleuven van de oogjes.
Duw daarna de afdekking stevig op de behuizing om deze te bevestigen.

text_image
Afdekking Lippen Drukken Drukken
text_image
Draadspoel 80 mm (3 - 1/8") Voor linksom draaien DRAADspoel
text_image
WIND CORD 100 mm (3 - 15/16") Inkepingen
text_image
Oogjes
text_image
Afdekking Uitsteeksel Gleuf van oogje(Voor Proulx)
Schakel eerst de motor uit.
Houd het huis stevig vast en draai de spoel rechtsom totdat het resterende nylondraad teruggetrokken wordt in het huis, en draai heen en weer om de spanning van de nylondraad af te halen.
Pak de lus bovenop de spoel beet en trek hem van de spoel af.

Bereid een nylondraad voor met de volgende specificaties.
Lengte van 4,5 m
Ronde nylondraad met diameter van 2,4 mm of vierkante nylondraad met diagonaal 2,0 mm.
Lijn de pijl op de spoel uit met de oogjes in het huis.
Steek een uiteinde van de nylondraad in het oogje in de zijkant van het huis, voer het door het gat bovenop de spoel en steek het daarna in het tweede gat bovenop de spoel. Voer de nylondraad door de gaten tot het uiteinde uit het oogje in de tegenoverliggende zijkant van het huis komt.
Voer de nylondraad net zo lang door de oogjes in de zijkant van het huis totdat de nylondraad even lang is aan beide kanten.
Houd het huis stevig vast en draai de spoel rechtsom om de nylondraad op de spoel te wikkelen.

WAARSCHUWING: Controleer of het deksel van de nylondraad-snijkop goed op de behuizing is bevestigd, zoals hieronder beschreven. Als u het deksel niet stevig bevestigt, kan de nylondraad-snijkop uit elkaar vliegen en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
Druk de vergrendelnokken van de behuizing naar binnen om het deksel eraf te tillen.
Gooi eventueel resterende nylondraad weg.
Haak het midden van de nieuwe nylondraad in de inkeping in het midden van de draadspoel tussen de 2 kanalen waarin de nylondraad moet worden opgewikkeld. Eén uiteinde van de nylondraad moet ongeveer 80 mm langer zijn dan het andere uiteinde.
Wikkel beide uiteinden stevig op de draadspoel in de richting aangegeven op de snijkop met LH voor linkerwikkelrichting.
Wikkel op 100 mm na de volledige lengte van de nylondraad op de draadspoel, en haak de uiteinden tijdelijk in de inkeping in de zijkant van de draadspoel.
Plaats de draadspoel zodanig in de behuizing dat de groeven en uitsteeksels op de draadspoel overeenkomen met die in de behuizing. Zorg ervoor dat de zijkant van de draadspoel waarop de letters staan naar buiten wijst. Maak nu de uiteinden van de nylondraad los uit hun tijdelijke positie en voer de nylondraden door de oogjes zodat ze uit de behuizing steken.
Lijn het uitsteeksel op de onderkant van het deksel uit met de sleuven naar de oogjes.
Druk daarna het deksel stevig op de behuizing zodat hij wordt vergrendeld. Controleer of de vergrendelnokken zich volledig spreiden in het deksel.

text_image
Deksel Vergrendelnokken Drukken Drukken
text_image
80 mm Voor linksom draaien WIND CO2O Draadspoel
text_image
Inkepingen 100 mm
text_image
Oogjes
text_image
Deksel Uitsteeksel Sleuf van oogje(Voor stoot-aanvoertype)
Schakel eerst de motor uit.
Druk aan één kant van de behuizing de vergrendelnok (1) naar binnen om te ontgrendelen. Doe hetzelfde voor de vergrendelnok aan de andere kant van de behuizing en til het deksel (2) eraf. Nadat het deksel verwijderd is, haalt u de spoel uit de behuizing.
Haak het midden van de nieuwe nylondraad in de inkeping in het midden van de draadspoel (1), en zorg ervoor dat één uiteinde van de nylondraad ongeveer 80 mm (3 - 1/8") langer is dan het andere. Wikkel vervolgens beide draadhelften stevig rond de draadspoel in de draairichting van de maai kop (de wikkelrichting linksom wordt aangegeven door de pijl LH op de zijkant van de draadspoel).
Wikkel op 100 mm (3 - 15/16") na de volledige lengte van de nylondraad op de draadspoel, en haak de uiteinden tijdelijk in de inkeping in de zijkant van de draadspoel.
Plaats de draadspoel in de behuizing zodat de groeven en uitsteeksels op de spoel overeenkomen met die in de behuizing. Zorg ervoor dat de zijkant van de draadspoel waarop de letters staan naar buiten wijst. Maak nu de uiteinden van de nylondraad los uit hun tijdelijke positie en voer de nylondraden door de oogjes zodat ze uit de behuizing steken.
Lijn het uitsteeksel op de onderkant van het deksel uit met de sleuven van de oogjes.
Druk daarna het deksel stevig op de behuizing zodat hij wordt vergrendeld.

WAARSCHUWING: Controleer of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappen van de brandstof. Vlak na het uitschakelen van de motor, is deze nog heet en kan brandwonden, ontbranding en brand veroorzaken.

LET OP: Als het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, tapt u alle brandstof uit de brandstoftank en carburator, en slaat u het op een droge, schone plaats op.
- Tap de brandstof af uit de brandstoftank en carburator aan de hand van de volgende procedure:
1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap de brandstof volledig af. Als een vreemde substantie is achtergebleven in de brandstoftank, verwijdert u deze volledig.
2) Trek met behulp van een draadhaak het brandstofffilter uit de brandstofvulopening.
3) Druk op de brandstofhandpomp totdat de brandstof daaruit en in de brandstoftank stroomt.
4) Plaats het brandstofffilter terug in de brandstoftank en draai de brandstofvuldop stevig vast.
5) Laat de motor vervolgens draaien tot deze afslaat.
- Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in de cilinder.
- Trek voorzichtig aan de starchendel zodat de motorolie zich door de motor verspreidt, en monteer daarna de bougie weer.
- Bevestig de beschermkap op het snijblad.
- Algemeen gesproken dient het gereedschap horizontaal te worden opgeborgen, of in het geval dit niet mogelijk is, bergt u het gereedschap zodanig op dat de motor lager geplaatst is dan het snijgarnituur omdat anders motorolie van binnenuit kan lekken. Let goed op hoe het gereedschap wordt opgeborgen om te voorkomen dat het gereedschap valt. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot persoonlijk letsel.
- Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw.
Brandstof aftappen

text_image
ppen VochtAandachtspunt na langdurige opslag
- Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 132). De olie verslechtert terwijl het gereedschap niet in gebruik is.
Storingzoeken
| Storing Systeem Waarneming | Oorzaak | ||
| Motor start niet of moeilijk | Ontstekingssysteem | Ontstekingsvonk OK | Fout in brandstoftoevoer of compressiesysteem, mechanisch defect |
| Geen ontstekingsvonk Stopschakelaar ingeschakeld, bedradingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, ontstekingsmodule defect | |||
| Brandstoftoevoer Brandstoftank vol Onjuiste stand van chokehendel, carburator defect, brandstofleiding geknikt of verstopt, brandstof vuil | |||
| Compressie Geen compressie bij aantrekken | Cilindervoetpakking defect, krukasafdichtingen beschadigd, cilinder of zuigerveren defect, of slechte afdichting van bougie | ||
| Mechanisch defect Starter wordt niet geactiveerd | Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motor | ||
| Problemen bij starten van warme motor | Brandstoftank vol, ontstekingsvonk aanwezig | Carburator vervuild. Laat schoonmaken | |
| Motor start, maar slat af | Brandstoftoevoer | Tank vol | Verkeerde afstelling stationair draaien, carburator vervuild |
| Ontluchting brandstoftank defect, brandstofleiding niet open, gaskabel of stopschakelaar defect | |||
| Onvoldoende prestaties | Mogelijk zijn meerdere systemen tegelijk de oorzaak | Slecht stationair draaien | Luchtfilter vervuild, carburator vervuild, uitlaatdemper verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder verstopt |
| BedrijfsurenItem | Voor gebruik | Na smeren | Dagelijks (10 uur) | 30 uur 50 | uur 200 uur | Langdurige opslag | ||
| Motorolie | Inspecteren | ○ | ||||||
| Vervang de bougie | ○^*1 | |||||||
| Vastdraaien (bouten, moeren, enz.) | Inspecteren | ○ | ||||||
| Brandstoftank | Reinigen/ inspecteren | ○ | ||||||
| Brandstof aftappen | ○^*3 | |||||||
| Gashendel | Werking controleren | ○ | ||||||
| Stopschakelaar | Werking controleren | ○ | ||||||
| Snijblad Inspecteren | ○ | ○ | ||||||
| Laag toerental | Inspecteren/ afstellen | ○ | ||||||
| Luchtfilter Reinig | ○ | |||||||
| Bougie Inspecteren | ○ | |||||||
| Koelluchtinlaatkanaal | Reinigen/ inspecteren | ○ | ||||||
| Brandstofleiding | Inspecteren | ○ | ||||||
| Vervang de bougie. | ○^*2 | |||||||
| Smeervet in tandwielhuis Bijvullen | ○ | |||||||
| Brandstofffilter | Reinigen/ vervangen | ○ | ||||||
| Afstand tussen luchtinlaatklep en luchtuitlaatklep | Stel af | ○^*2 | ||||||
| Motor reviseren * | ○^2 | |||||||
| Carburator | Brandstof aftappen | ○^*3 | ||||||
*1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.
*2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren.
*3 Na het aftappen van de brandstoftank, laat u de motor draaien om de brandstof in de carburator op te gebruiken.
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens een verzoek voor reparatie in te dienen, controleer u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gevonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uw plaatselijke dealer.
| Probleemomschrijving Mogelijke | oorzaak (storing) Oplossing | |
| Motor start niet | De brandstofhandpomp werd niet ingedrukt Druk de | eze 7 tot 10 keer in |
| Te zwak aantrekken van het startkoord Trek krachtig | ||
| Gebrek aan brandstof Vul brandstof bij | ||
| Verstopt brandstofffilter Reinig | ||
| Verbogen brandstofleiding Maak de brandstofleiding | recht | |
| Verslechterde brandstof De verslechterde brandstof | bemoeilijkt het starten. Vervang de brandstof door nieuwe.(Aanbevolen vervangingsinterval: 1 maand) | |
| Buitensporige toevoer van brandstof Verander de st | stand van de gashendel van middelhoog toerental naar hoog toerental en trek aan de trekstarthandgreep tot de motor start.Nadat de motor is gestart, begint het snijblad te draaien. Let goed op het snijblad.Als de motor nog steeds niet start, draait u de bougie eruit, maakt u de elektroden droog, en monteert u de bougie weer. Start vervolgens zoals beschreven. | |
| Bougiekap ligt eraf Bevestig stevig | ||
| Vervuilde bougie Reinig | ||
| Verkeerde elektrodenafstand van bougie Stel de elektrodenafstand af | ||
| Ander probleem met de bougie Vervang de bougie | ||
| Probleem met de carburator Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | ||
| Startkoord kan niet worden getrokken | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
| Motor slaat snel afMotortoerental neemt niet toe | Onvoldoende opgewarmd | Warm de motor op |
| Chokehendel staat in de dichte stand ondanks dat de motor opgewarmd is. | Zet in de geopende stand | |
| Verstopt brandstofffilter | Reinig of vervang | |
| Vervuild of verstopt luchtfilter | Reinig | |
| Probleem met de carburator Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | ||
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
| Snijblad draait niet↓Motor slaat slaat onmiddellijk af | Bevestigingsmoer van snijblad zit los | Draai goed vast |
| Takjes rond snijblad gewikkeld of verstoppen beschermkap. | Verwijder vreemde voorwerpen | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
| Motorblok trilt abnormaal sterk↓Motor slaat slaat onmiddellijk af | Snijblad is gebroken, verbogen of versleten | Vervang het snijblad |
| Bevestigingsmoer van snijblad zit los | Draai goed vast | |
| Bolle deel van snijblad is verschoven ten opzichte van het steunvlak. | Bevestig stevig | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
| Snijblad stopt niet onmiddellijk↓Motor slaat slaat onmiddellijk af | Hoog stationair toerental | Stel af |
| Gaskabel losgeraakt | Bevestig stevig | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
| Motor slaat niet af↓Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel in de dichte stand | Stekker losgeraakt Bevestig stevig | |
| Probleem met elektrisch systeem | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. | |
Als de motor niet start ondanks dat deze opgewarmd is:
Als bij het doorlopen van de controlepunten geen probleem wordt gevonden, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open en start u de motor.
DATOS TÉCNICOS








