Dolceclima 12 HP P - Airconditioning OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Dolceclima 12 HP P OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Dolceclima 12 HP P - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Dolceclima 12 HP P van het merk OLIMPIA SPLENDID.
GEBRUIKSAANWIJZING Dolceclima 12 HP P OLIMPIA SPLENDID
R290 (classicatieontvlambaarheidA3)
2. Hetapparaatmoetopgeslagenwordenineengoedgeventileerdvertrek,waarvandeafmetingenovereenkomen
metdematendiegespeciceerdzijnvoorhetgebruikvanhetapparaat.Hetapparaatmoetgeïnstalleerd,gebruikt enbewaardwordenineenvertrekwaarvanhetoppervlakdeminimumafmetingenheeftdieaangeduidwordenin detabelvanpagina10. DitapparaatbevateenhoeveelheidkoelgasR290diegelijkisaandehoeveelheiddievermeldwordtophetetiket metgegevensdatophetapparaataangebrachtis.
3. Hetapparaatmaggebruiktwordendoorkinderenvan8jaarofouderendoorpersonenmetverminderdelichamelijke,
zintuiglijkeofgeestelijkebekwaamheden,ofzonderervaringofdebenodigdekennis,opvoorwaardedatzeonder toezichtstaan,ofnadatzeinstructiesoverhetveiligegebruikvanhetapparaatontvangenhebbenendegevaren diedaaraaninherentzijnbegrepenhebben.Kinderenmogennietmethetapparaatspelen.Dereinigingenhet onderhouddiedoordegebruikeruitgevoerdmoetenwordenmogennietuitgevoerdwordendoorkinderenzonder toezicht(vantoepassingvoordelandenvandeEuropeseUnie).
4. Hetapparaatmaggebruiktwordendoorpersonen(metinbegripvankinderen)metverminderdelichamelijke,
zintuiglijkeofgeestelijkebekwaamheden,ofzonderervaringofdebenodigdekennis,opvoorwaardedatzeonder toezichtstaan,ofnadatzeinstructiesoverhetveiligegebruikvanhetapparaatontvangenhebben,vaniemand dieverantwoordelijkvoorhunveiligheidis(alleenvantoepassingvoordelandenbuitendeEuropeseUnie).
5. Alshetnetsnoerbeschadigdis,moetditvervangenwordendoordefabrikantofdienstechnischeassistentiedienst
ofhoedanookdooriemandmeteengelijkaardigekwalicatie,zodatiederrisicovoorkomenwordt.
6. Omiederrisicovanelektrischeschokkentevoorkomen,ishetabsoluutnoodzakelijkdestekkeruithetstopcontact
tetrekkenalvorensongeachtwelkeonderhoudsingreepophetapparaatuittevoeren.
7. Voordecorrectewerkingvanhetapparaatmoetendeminimumafstandenendeaanwijzingeninachtgenomen
wordendieindezehandleidingstaan(zieafbeelding1)
8. Voordecorrecteelektrischeaansluitingvanhetapparaatmoetendeaanwijzingengevolgdwordendieinparagraaf
- 3.11 - TURBOWERKING p. 27
- 3.11.a - Silent werking (alleen geen hp-versies) p. 28
- 3.12 - WERKING MET TIMER p. 28
- 3.12.a - Instelling van timer voor inschakeling, door de afstandsbediening p. 28
- 3.12.b - Instelling timer voor uitschakeling, door de afstandsbediening p. 28
- 3.12.c - Instelling timer voor inschakeling, door het bedieningspaneel p. 28
- 3.12.d - Instelling timer van uitschakeling, door het bedieningspaneel NEDERLANDS NL - 2 VUILVERWERKING Het symbool op het product of op de verpakking geeft aan dat het product niet als normaal huishoudafval beschouwd moet worden maar naar een verzamelcentrum gebracht moet worden voor het recyclen van elektrische en elektronische apparatuur. Door dit product op correcte wijze als vuil te verwerken, worden potentieel negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid vermeden. Deze gevolgen zouden kunnen voortkomen uit een verkeerde vuilverwerking van het product. Voor meer gedetailleerde informatie over de recycling van dit product dient contact opgenomen te worden met het gemeentekantoor, de plaatselijke vuilophaaldienst of de winkel waarin het product gekocht is. Dit voorschrift geldt alleen in de Lidstaten van de EU. p. 29
Wij wensen u eerst en vooral te bedanken omdat u de voorkeur hebt gegeven aan een door ons geproduceerd apparaat.
De pictogrammen die in het volgende hoofdstuk staan, maken het mogelijk de benodigde informatie voor het correcte gebruik van de machine onder veilige omstandigheden snel en op eenduidige wijze te verstrekken.
0.2.1 - Redactionele pictogrammen
Service Duidt op situaties waarin contact opgenomen moet worden met de interne SERVICE van het bedrijf: TECHNISCHE ASSISTENTIEDIENST KLANTEN. Inhoudsopgave De paragrafen die voorafgegaan worden door dit symbool bevatten zeer belangrijke informatie en voorschriften, met name over de veiligheid. De veronachtzaming ervan kan de volgende gevolgen hebben: - gevaar voor de persoonlijke veiligheid van de operators - verlies van de contractuele garantie - afwijzing van aansprakelijkheid door de fabrikant. Opgeheven hand Duidt op acties die absoluut niet uitgevoerd mogen worden. GEVAAR Signaleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand. Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE De algemene inhoudsopgave van deze handleiding bevindt zich op pagina “NL-1” ILLUSTRATIES De illustraties zijn gegroepeerd op de eerste pagina’s van de handleidingNEDERLANDS NL - 4
GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING
Wijst het betrokken personeel op het feit dat indien de beschreven handeling niet uitgevoerd wordt met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften, het risico bestaat een elektrische schok te krijgen.
ALGEMEEN GEVAAR Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen.
Signaleert aan het betrokken personeel, dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor brandwonden door contact met zeer hete componenten, indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. NIET AFDEKKEN Signaleert aan het betrokken personeel dat het verboden is om het apparaat af te dekken om oververhitting te voorkomen. OPGELET
- Signaleertdatditdocumentaandachtigmoetwordengelezenalvorenshetapparaatte installeren en/of te gebruiken.
- Signaleertdathetservicepersoneelmethetapparaatmoetomgaan,inovereenstemming met de installatiehandleiding. OPGELET
- Signaleertdaterextrainformatieindemeegeleverdehandleidingenkanaanwezigzijn.
- Duidtaandaterinformatieindegebruiksaanwijzingofinstallatiehandleidingbeschikbaar is.
OPGELET Duidt aan dat het servicepersoneel met het apparaat moet omgaan, in overeenstemming met de installatiehandleiding.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 5
HET RISICO OP BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKENEN ONGEVALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE: Om eventuele beschadiging van de compressor te voorkomen, wordt iedere start met 3 minuten vertraagd ten opzichte van de laatste uitschakeling.
1. Document van vertrouwelijke aard, volgens de wettelijke bepalingen, met
verbod op reproductie of versturing aan derden zonder de uitdrukkelijke autorisatie van de rma OLIMPIA SPLENDID. De machines kunnen bijwerkingen ondergaan en dus andere onderdelen vertonen dan die afgebeeld worden zonder om deze reden de teksten van deze handleiding te compromitteren.
2. Lees deze handleiding met aandacht alvorens verder te gaan met om het
even welke handeling (installatie, onderhoud, gebruik) en houd u strikt aan hetgeen in de afzonderlijke hoofdstukken beschreven wordt.
3. Bewaar de handleiding goed zodat u hem altijd bij de hand heeft en indien
nodig kunt raadplegen.
4. Controleer nadat u het apparaat uit de verpakking gehaald heeft of het
apparaat intact is; het verpakkingsmateriaal mag niet binnen het bereik van kinderen gehouden worden omdat dit een bron van gevaar kan zijn.
De fabrikant behoudt zich het recht voor om ieder gewenst moment wijzigingen aan de eigen modellen aan te brengen terwijl de essentiële kenmerken die in deze handleiding beschreven worden onveranderd blijven.
7. Het onderhoud van apparatuur voor de klimaatregeling, zoals dit apparaat,
kan gevaarlijk blijken te zijn omdat koelgas onder druk en elektrische onderdelen onder spanning in dit apparaat aanwezig zijn. De eventuele onderhoudsingrepen (met uitzondering van de reiniging van de lters) moeten dus uitsluitend uitgevoerd worden door geautoriseerd en gekwaliceerd personeel.
8. IInstallaties die uitgevoerd worden zonder inachtneming van de aanwijzingen
die in deze handleiding staan en het gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten doen de garantie komen te vervallen.
9. Het gewone onderhoud van de lters en de algemene externe reiniging
kunnen ook door de gebruiker uitgevoerd worden omdat hierbij geen moeilijke of gevaarlijke handelingen betrokken zijn.NEDERLANDS NL - 6
10. Tijdens de montage, en bij iedere onderhoudsingreep, is het nodig de
voorzorgsmaatregelen in acht te nemen die vermeld worden in deze handleiding en die op de etiketten in of op het apparaat staan en moeten ook alle voorzorgsmaatregelen getroffen worden die door het gezonde verstand ingegeven worden en opgelegd worden door de Veiligheidsvoorschriften die van kracht zijn in het land van installatie.
11. In geval van vervanging van de componenten mogen uitsluitend originele
reserveonderdelen van OLIMPIA SPLENDID gebruikt worden.
12. Als het apparaat een lange tijd niet wordt gebruikt of niemand de
geklimatiseerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevallen te vermijden.
13. Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het apparaat
te reinigen, verstuif geen water of andere vloeistoffen op het apparaat daar ze de onderdelen in pvc kunnen beschadigen of zelfs elektrische schokken kunnen veroorzaken.
14. De binnenkant van het apparaat en de afstandsbediening niet nat maken.
Kortsluitingen of brand zou kunnen optreden.
15. Bij storingen van de werking (bijvoorbeeld: abnormale geluiden, een slechte
geur, rook, een abnormale temperatuurstijging, elektrische dispersie, enz.) moet het apparaat onmiddellijk worden uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact getrokken worden. Voor eventuele reparaties mag u zich uitsluitend tot de bevoegde technische ser-vicecentra van de fabrikant wenden en om het gebruik van originele reserveonder-delen vragen. Wordt het bovenstaande niet in acht genomen dan kan de veili-gheid van het apparaat hierdoor in gevaar gebracht worden.
Laat de klimaatregelaar niet gedurende lange tijd in werking indien het vochtgehalte hoog is en deuren of ramen open zijn. De vochtigheid zou condensvorming kunnen veroorzaken waardoor het interieur nat of beschadigd wordt.
17. Sluit de voedingsstekker niet af tijdens de werking. Risico op brand of
elektrische schokken.
18. Leg geen zware of hete voorwerpen bovenop het apparaat.
19. Voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt, moet gecontroleerd worden
of de gegevens die op het plaatje staan overeenkomen met die van het elektrische distributienet. Het stopcontact moet met een aarding uitgerust zijn. Het plaatje (20) bevindt zich op de zijkanten van het apparaat (Afb.2).
20. Installeer het apparaat volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde
installatie kan persoonlijk letsel, dierenleed of materiële schade veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.
Bij incompatibiliteit tussen het stopcontact en de stekker van het apparaat moet het stopcontact door professioneel gekwaliceerd personeel vervangen worden door een van een ander type, dat geschikt is, en moet dit personeel controleren of de doorsnede van de kabels van het stopcontact geschikt is voor het vermogen dat door het apparaat geabsorbeerd wordt. Doorgaans wordt afgeraden om adapters en/ of verlengsnoeren te gebruiken. Mocht het gebruik daarvan toch noodzakelijk zijn, dan moeten ze conform de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften zijn en mag het stroomdebiet (A) ervan niet lager zijn dan het maximum debiet van het apparaat.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 7
22. Dit apparaat is niet bestemd om te werken door middel van een externe timer of
met een apart systeem voor afstandsbediening.
23. Gebruik het apparaat altijd alleen in de verticale stand.
24. Sluit op geen enkele wijze de roosters voor de luchtinlaat en de luchtuitlaat af.
25. Steek geen onbekende voorwerpen in de roosters voor luchtinlaat en luchtuitlaat
aangezien het risico op elektrische schokken, brand of beschadigingen van het apparaat bestaat.
26. Gebruik het apparaat niet:
- met natte of vochtige handen; - op blote voeten.
27. Trek niet aan de voedingskabel of aan het apparaat zelf om de stekker uit het
stopcontact te trekken.
28. Gebruik het apparaat niet onder rechtstreeks zonlicht of vlakbij warmtebronnen
als een kachel, een verwarmingsapparaat of een radiator (Afb.3)
29. Gebruik het apparaat niet vlakbij gastoestellen (Afb.3)
30. Plaats het apparaat altijd op een stabiel, vlak en genivelleerd oppervlak.
31. Laat minstens 30 cm ruimte vrij aan de zijkanten en
20cm aan de achterkant van het apparaat en laat minstens 30 cm ruimte vrij boven het apparaat (Afb.1).
32. Plaats het apparaat niet vlakbij een elektrisch stopcontact (Afb.4).
33. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn zodat de stekker in geval van
nood gemakkelijk losgetrokken kan worden.
34. Hanteer de stekker niet met natte handen.
35. De voedingskabel niet sterk doorbuigen, verdraaien, eraan trekken of beschadigen.
36. De elektrische voedingskabel niet afwikkelen onder tapijten, dekens of in
kabelgoten. Leg de kabel uit in zones die geen doorgangszones zijn, zodat struikelen voorkomen wordt.
37. Sluit de kabel af als de unit gedurende lange tijd niet gebruikt wordt en/of wanneer
38. Gebruik het apparaat niet in bijzonder vochtige ruimtes (badkamer, keuken, enz.).
39. Gebruik het apparaat niet buiten of op natte oppervlakken. Vermijd dat vloeistoffen
op het apparaat gegoten worden. Gebruik het apparaat niet vlakbij gootstenen of kranen.
40. Dompel het apparaat niet in water of andere vloeistoffen.NEDERLANDS
41. Reinig het apparaat met een vochtige doek, gebruik geen schuurproducten of
schurende materialen. Zie de betreffende paragraaf voor de reiniging van de lters.
42. De meest voorkomende oorzaak van oververhitting is de opeenhoping van stof
of pluizen in het apparaat. Verwijder deze opeenhopingen regelmatig terwijl het apparaat afgesloten is van het stopcontact en zuig de roosters schoon.
43. Gebruik het apparaat niet in ruimtes met aanzienlijke temperatuurschommelingen
omdat dan condens in het apparaat kan ontstaan.
44. Installeer het apparaat op minstens 2 meter van andere elektronische apparaten
(TV, radio, computer, DVD-lezer, enz.) om interferentie te voorkomen (Afb.6).
45. Gebruik het apparaat niet als de ruimte kort geleden behandeld is met een
insecticide in de vorm van gas, bij brandende wierook, chemische dampen of olieresidu.
46. Gebruikdemachinenietzonderdatdelterscorrectinpositiegebrachtzijn.
47. De demontage, reparaties of omschakeling die uitgevoerd wordt door iemand die
niet daartoe geautoriseerd is, kan ernstige schade veroorzaken en de garantie van de fabrikant annuleren.
48. Gebruik het apparaat niet bij defecten of een slechte werking, als de kabel of de
stekker beschadigd zijn of als het apparaat gevallen is of op enige andere wijze beschadigd is. Schakel het apparaat uit, trek de stekker uit het stopcontact en laathetnakijkendoorprofessioneelgekwaliceerdpersoneel.
49. Het apparaat niet demonteren of wijzigingen erop aanbrengen.
50. Het is extreem gevaarlijk het apparaat zelf te repareren.
Als u besluit om het apparaat af te danken wordt geadviseerd om het apparaat onwerkzaam te maken door, nadat u de stekker uit het stopcontact gehaald heeft, het elektrische snoer door te knippen. Er wordt bovendien geadviseerd om de onderdelen van het apparaat die een gevaar kunnen ople-veren, vooral voor kinderen die ermee kunnen gaan spelen, onschadelijk te maken.
52. Voor het ontdooiingsproces en voor de reiniging van het apparaat mogen geen
andere instrumenten gebruikt worden dan die door de fabrikant aanbevolen worden.
53. Het apparaat is voorzien van een thermische beveiliging die de elektronische
kaart behoedt tegen een te hoge temperatuur. Mocht deze beveiliging in werking treden, trek de stekker dan uit het stopcontact en wacht tot het apparaat volledig afgekoeld is (minstens 20÷30 minuten). Steek de stekker daarna weer in het stopcontact en herstart het apparaat. Als het apparaat niet herstart wordt, trek de stekker dan uit het stopcontact en neem contact op met een Assistentiecentrum. Type en kenmerken van zekeringen: T; 3,15A; 250VACDOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 9
0.4 - BEOOGD GEBRUIK
- De klimaatregelaar mag uitsluitend gebruikt worden voor het produceren van warme lucht* of koude lucht of voor het ontvochtigen van de lucht (naar keuze) met als enig doel de temperatuur in de omgeving aangenaam te maken.
- Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik of gelijkaardig gebruik.
- Een oneigenlijk gebruik van het apparaat, met eventuele schade die berokkend wordt aan mensen, voorwerpen of dieren, ontheft OLIMPIA SPLENDID van iedere vorm van aansprakelijkheid.
- De airconditioners mogen niet worden geïnstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of op plaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water.
- Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeistoffen in de buurt van de airconditioner.
- Gebruik alleen de bijgeleverde onderdelen (zie paragraaf 1.1). Het gebruik van niet-standaard onderdelen kan lekkage van water, elektrische schokken, brand en persoonlijk letsel of materiële schade veroorzaken. Dit product mag uitsluitend worden gebruikt volgens de specicaties, aangeduid in deze handleiding. Als het op een andere wijze wordt gebruikt dan aangeduid kan dit leiden tot zware ongevallen. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.
- Alleen voor de versie met warmtepompNEDERLANDS NL - 10
WORDEN IN EEN RUIMTE WAARVAN HET OPPERVLAK VAN DE VLOER GROTER IS DAN ZIE TABEL. Hoeveelheid gas R290 in Kg (zie etiket met gegevens op het apparaat) Minimum afmetingen van de ruimte voor het gebruik en de opslag
7. Houd er rekening mee dat koelgas geurloos kan zijn.
8. R290 is een koelgas conform de Europese richtlijnen op het gebied van het
milieu. Perforeer het circuit van het koelgas op geen enkele plek.
9. Gebruik geen middelen om het ontdooiingsproces te versnellen, of voor de
reiniging, met uitzondering van de door de producent aanbevolen middelen.
10. Wanneer het apparaat ontdooid en gereinigd wordt, mogen geen andere
instrumenten gebruikt worden dan die door de fabrikant aanbevolen worden.
11. Als het apparaat geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde
zone, dan moet die ruimte ontworpen zijn ter preventie van de accumulatie van gelekt koelmiddel, die te wijten is aan elektrische verwarmingstoestellen, kachels, of andere ontstekingsbronnen.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 11
12. Neem de nationale voorschriften op het gebied van gas in acht.
13. Houd de ventilatie-openingen vrij van obstructies.
14. Het apparaat moet zo opgeslagen worden dat mechanische schade vermeden
15. Een ieder die boven of in een koelgascircuit moet werken, moet in het bezit zijn
van een geldig certicaat, waarop verklaard wordt dat die persoon competent is om op veilige wijze koelmiddelen te hanteren, dat in overeenstemming is met een specieke beoordeling die erkend is door de sector.
16. Het onderhoud moet uitsluitend uitgevoerd worden zoals aanbevolen wordt
door de producent van het apparaat. Het onderhoud en de reparaties die de assistentie van ander gespecialiseerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die competent is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.
17. VERVOER VAN APPARATUUR DIE ONTVLAMBARE KOELMIDDELEN BEVAT
Raadpleeg de wetgeving voor het vervoer.
18. MARKERING VAN DE APPARATUUR MET SYMBOLEN
Raadpleeg de plaatselijke wetgeving.
19. VERWIJDERING VAN APPARATUUR DIE ONTVLAMBARE KOELMIDDELEN
GEBRUIKT Raadpleeg de nationale wetgeving.
20. OPSLAG VAN DE APPARATUUR/APPARATEN
De opslag van de apparatuur moet conform de instructies van de fabrikant zijn.
21. OPSLAG VAN DE VERPAKTE (NIET VERKOCHTE) APPARATUUR
De verpakking moet zo uitgevoerd zijn dat een interne mechanische beschadiging van de apparatuur geen lekkage van koelmiddel veroorzaakt. Het maximum aantal delen van de apparatuur dat samen opgeslagen kan worden wordt aangeduid door de plaatselijke wetgeving.
22. INFORMATIE OVER HET ONDERHOUD
a) Controles van het gebied Voordat handelingen uitgevoerd worden op systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, moeten de veiligheidscontroles uitgevoerd worden om zich ervan te verzekeren dat het risico op ontbranding minimaal is. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om eventuele reparaties van het koelmiddelsysteem uit te voeren voordat het gebruikt wordt. b) Afwikkeling van het werk Het werk moet uitgevoerd worden onder controle, om het risico op de aanwezigheid van gas of ontvlambare dampen tijdens de uitvoering van het werk zelf te minimaliseren. c) Algemeen werkgebied Al het personeel dat met het onderhoud belast is, en de andere operators die in het werkgebied aanwezig zijn, moeten geïnstrueerd zijn over de aard van het werk dat verricht gaat worden. Vermijd het om in kleine ruimtes te werken. De zone rondom het werkgebied moet afgebakend zijn. Controleer of het gebied veilig gesteld is dankzij de controle van ontvlambaar materiaal.NEDERLANDS NL - 12 d) Controle van de aanwezigheid van koelmiddel Het gebied moet vóór en tijdens het werk gecontroleerd worden met gebruik van een adequate detector van koelmiddelen om er zeker van te zijn dat de operator zich bewust is van de aanwezigheid van een potentieel ontvlambare atmosfeer. Controleer of het apparaat voor de detectie van lekken geschikt is voor ontvlambare koelmiddelen, dus of het vonkvrij is, op passende wijze verzegeld of intrinsiek veilig is. e) Aanwezigheid van brandblussers Mocht ongeacht welke warme bewerking op de koelapparatuur uitgevoerd moeten worden, of op ongeacht welk daarop aangesloten deel, dan moet adequate brandblusapparatuur binnen handbereik beschikbaar zijn. Zorg ervoor dat er altijd een droge poederblusser of een CO2-blusser aanwezig is vlakbij het gebied waar het vullen plaatsvindt. f) Afwezigheid van ontvlambare bronnen Geen enkele operator die aan het werk is op het koelsysteem waarbij het blootleggen van ongeacht welke leiding nodig is die een ontvlambaar koelmiddel bevat of bevat heeft, mag enige ontvlambare bron gebruiken op een wijze dat brand of een explosie veroorzaakt kan worden. Alle mogelijke ontvlambare bronnen, met inbegrip van het gebruik van sigaretten, moeten voldoende ver van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en sloop gehouden worden, waar het ontvlambare koelmiddel in de omringende ruimte zou kunnen worden afgegeven. Voordat het werk begint moet het gebied rondom de apparatuur bestudeerd worden om er zeker van te zijn dat geen ontvlambare elementen of risico’s op ontbranding aanwezig zijn. Gebruik markeringen die het roken verbieden. g) Geventileerd gebied Controleer of het installatiegebied in de open lucht is of op passende wijze geventileerd wordt voordat het systeem gestart wordt of ongeacht welke warme bewerking op de apparatuur uitgevoerd wordt. De mate van ventilatie moet aanwezig zijn gedurende de gehele periode waarin de bewerking uitgevoerd wordt. De ventilatie moet in staat zijn om ieder koelmiddel dat vrijgekomen is op veilige wijze te verspreiden en om het bij voorkeur naar buiten in de atmosfeer uit te stoten. h) Controles op de koelapparatuur Wanneer de elektrische onderdelen vervangen worden, moeten de nieuwe onderdelen geschiktzijnvoorhetgebruikenconformdeaangeduidespecicatieszijn. De richtlijnen van de fabrikant over het onderhoud en de assistentie moeten altijd in acht genomen worden. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor assistentie. De volgende controles moeten uitgevoerd worden op installaties waarin ontvlambare koelmiddelen gebruikt worden: controleer of de grootte van de vulling in overeenstemming is met de afmetingen van het vertrek waarin de delen die het koelmiddel bevatten geïnstalleerd zijn; of het systeem en de ventilatie- openingen correct werken en niet verstopt zijn; als van een koelcircuit gebruik gemaakt wordt, moet de aanwezigheid van koelmiddel in het secundaire circuit gecontroleerd worden; of de markering die op de machine aangebracht is nog steeds zichtbaar en leesbaar is. Markeringen en aanduidingen die niet leesbaar zijn moeten gecorrigeerd worden; of de koelleidingen en -onderdelen geïnstalleerd zijn in een positie waarin het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan ongeacht welke stof die deDOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 13 onderdelen die het koelmiddel bevatten zou kunnen aantasten door corrosie, tenzij die onderdelen uit een materiaal bestaan dat intrinsiek bestand is tegen corrosie of dat op passende wijze daartegen beschermd wordt.
i) Controles op de elektrische apparaten
De reparatie en het onderhoud van de elektrische onderdelen moeten eerste veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de onderdelen bevatten. Mocht een defect optreden dat de veiligheid kan compromitteren, schakel dan niet de elektrische voeding naar het circuit in zolang het probleem niet op passende wijze verholpen is. Gebruik een tijdelijke geschikte oplossing als het defect niet onmiddellijk verholpen kan worden en het nodig is dat de werking voortgezet wordt. Deze situatie moet meegedeeld worden aan de eigenaar van de apparatuur zodat alle partijen erover geïnformeerd zijn. De eerste veiligheidscontroles bevatten: controleer of de condensatoren ontladen zijn: deze controle moet op veilige wijze uitgevoerd worden om vonken te voorkomen; controleer of de elektrische onderdelen en kabels die onder spanning staan tijdens het vullen, het herstel of de ontluchting van het systeem niet blootgesteld worden; controleer de continuïteit van de aardaansluiting.
Tijdens de reparatie van verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voedingen van de uitrusting waarop gewerkt wordt afgesloten worden voordat ongeacht welke verzegelde afdekking, enz., weggenomen wordt. Mocht het absoluut nodig zijn dat de elektrische voeding op de uitrusting ingeschakeld is tijdens de reparatie, dan moet een permanent werkzame lekdetector in positie gebracht zijn op het meest kritieke punt, om de operator te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie. b) Besteed bijzondere aandacht aan wat nu volgt om er zeker van te zijn dat de afdekking op geen enkele wijze wijzigingen ondergaat die van invloed zijn op het veiligheidsniveau wanneer op elektrische onderdelen gewerkt wordt. Dit omvat beschadigingen van kabels, een overmatig aantal aansluitingen, eindstukken die niet zijn vervaardigd volgens de oorspronkelijke specicaties, beschadigingen van pakkingen, verkeerde montage van kabelklemmen, enz. Controleer of de apparatuur op veilige wijze gemonteerd is. Controleer of de pakkingen of de verzegelingsmaterialen niet dusdanig verslechterd zijn dat de binnenkomst van ontvlambare atmosferen niet meer voorkomen kan worden. Devervangingsonderdelenmoetenvoldoenaandespecicatiesvandefabrikant. Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffende werking van enkele soorten lekdetectiesystemen belemmeren. De intrinsiek veilige onderdelen mogen niet geïsoleerd worden voordat erop ingegrepen wordt.
24. REPARATIE VAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN
Pas geen enkele inductielading en ladingen met permanente capaciteit toe op het circuit, zonder eerst gecontroleerd te hebben of de maximum spanning en stroom, die voor de gebruikte apparatuur toegestaan zijn, niet overschreden worden. De intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waarop ingegrepen kan worden terwijl ze onder spanning staan en een ontvlambare atmosfeer aanwezig is. Het testsysteem moet op de correcte stroomsterkte staan. Vervang de onderdelen alleen door de reserveonderdelen die aangeduid worden door de fabrikant. Andere dan de aangeduide onderdelen kunnen na een lek de ontbranding van het koelmiddel in de atmosfeer veroorzaken.NEDERLANDS NL - 14
Controleer of de bekabeling niet blootgesteld wordt aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of aan ieder ander nadelig effect van de omgeving. Houd tijdens de controle ook rekening met de effecten van veroudering of van constante trillingen die veroorzaakt worden door elementen als compressoren of ventilatoren.
26. DETECTIE VAN ONTVLAMBARE KOELMIDDELEN
Gebruik in geen enkel geval potentiële ontstekingsbronnen om lekken van koelmiddel te detecteren. Gebruik geen steekvlammen (of iedere ander detectiesysteem dat van open vuur gebruik maakt).
27. LEKDETECTIEMETHODEN
De volgende lekdetectiemethoden worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Gebruik elektronische lekdetectors voor ontvlambare koelmiddelen, ook als de gevoeligheid mogelijk niet geschikt is of ze opnieuw gekalibreerd moeten worden. (De detectie-uitrusting moet gekalibreerd worden in een gebied zonder koelmiddel.) Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. De lekdetectie-uitrusting moet ingesteld zijn op een percentage LFL van het koelmiddel en gekalibreerd zijn ten aanzien van het gebruikte koelmiddel en het geschikte percentage gas (maximaal 25%) is bevestigd. De vloeistoffen voor de detectie van lekken kunnen gebruikt worden met het merendeel van de koelmiddelen maar het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten moet vermeden worden aangezien chloor op het koelmiddel zou kunnen reageren en de koperen leidingen kan aantasten door corrosie. Als een lek vermoed wordt, moet al het open vuur verwijderd/gedoofd worden. Als een koelmiddellek gedetecteerd wordt waarvoor lassen nodig is, win dan al het koelmiddel uit het systeem terug of isoleer het (door middel van de afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat zich ver van het lek bevindt. Vervolgens moet vóór en tijdens het lasproces zuurstofvrije stikstof (OFN) in het systeem vrijgelaten worden.
28. VERWIJDERING EN LEDIGING
Gebruik conventionele procedures wanneer op het circuit van het koelmiddel gewerkt wordt voor het uitvoeren van reparaties of om iedere andere reden. Desondanks is het belangrijk dat de beste praktijk in acht genomen wordt gezien het feit dat rekening gehouden moet worden met de ontvlambaarheid. Neem de volgende procedure in acht:
- Verwijderhetkoelmiddel;
- Ontluchthetnogeenkeermetinertgas;
- Openhetcircuitdoormiddelvansnijdenoflassen. De koelmiddelvulling moet hersteld worden in cilinders die geschikt zijn voor de terugwinning. Reinig het systeem met OFN om de eenheid veilig te maken. Het zou nodig kunnen zijn deze procedure meerdere malen te moeten herhalen. Gebruik geen perslucht of zuurstof voor deze handeling. De reiniging moet voltooid worden door het luchtledige deel van het systeem met OFN te vullen en door te blijven gaan met vullen tot de werkdruk bereikt wordt, vervolgens moet de OFN in de atmosfeer geloosd worden en tenslotte moet het systeem weer in een luchtledige situatie gebracht worden. Herhaal het proces tot geen koelmiddel meer in het systeem achtergebleven is. Wanneer de laatste vulling met OFN gebruikt wordt, moet het systeem op de atmosferische druk gebracht worden om het te kunnen gebruiken. Deze handeling is absoluut vanDOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 15 vitaal belang als laswerken op de leidingen uitgevoerd moeten worden. Controleer of de afvoer van de vacuümpomp zich niet vlakbij enige ontstekingsbron bevindt en of de ventilatie beschikbaar is.
Naast de conventionele vulprocedures moeten de volgende vereisten in acht genomen worden. Controleer of er geen vermenging van verschillende koelmiddelen plaatsvindt tijdens het vullen van de apparatuur. De leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel erin tot het minimum te beperken. De cilinders moeten in de opgerichte stand gehouden blijven. Controleer of het koelsysteem aangesloten is op de aarde alvorens het met koelmiddel te vullen. Etiketteer het systeem wanneer het eenmaal gevuld is (als dat nog niet gedaan was). Let bijzonder goed op dat het koelsysteem niet overbelast wordt. Test de druk met de OFN alvorens het systeem opnieuw te vullen. Voer de dichtingstest van het systeem naaoopvanhetvullenuitmaarvoorafgaandaandeinbedrijfstelling.Eenextra dichtingstest moet uitgevoerd worden voordat de plaats van installatie verlaten wordt.
30. BUITENDIENSTSTELLING
Alvorens deze procedure uit te voeren, is het van essentieel belang dat de technicus vertrouwd geraakt is met de apparatuur en alle onderdelen daarvan. Het wordt als een goede praktijk beschouwd om alle koelmiddelen op veilige wijze terug te winnen. Alvorens deze handeling uit te voeren, moeten een oliemonster en een koelmiddelmonster genomen worden, voor als het nodig is eerst een analyse uit te voeren voordat een teruggewonnen koelmiddel opnieuw wordt gebruikt. Het is van essentieel belang dat de elektrische energie beschikbaar is voordat met deze procedure begonnen wordt. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en met de werking ervan. b) Breng de elektrische isolatie van het systeem tot stand. c) Controleer voordat deze procedure uitgevoerd wordt, of:
- De mechanische uitrusting voor de verplaatsing beschikbaar is, indien nodig, om de cilinders van het koelmiddel te verplaatsen;
- Alleveiligheidsvoorzieningenbeschikbaarzijnencorrectgebruiktworden;
- Hetterugwinningsprocesaltijddooreencompetentpersoongecontroleerd wordt;
- De uitrusting die voor de terugwinning gebruikt wordt, en de cilinders, conform de toepasselijke standaards zijn. d) Leeg het koelsysteem, indien mogelijk.
Als geen situatie van vacuüm verkregen kan worden, gebruik dan een collector zodat het koelmiddel uit de diverse delen van het systeem verwijderd kan worden. f) Controleer of de cilinder op de weegschalen geplaatst is voordat de terugwinning wordt uitgevoerd. g) Start de terugwinningsmachine en handel conform de instructies van de fabrikant. h) Overbelast de cilinders niet. (Niet meer dan 80% van het vulvolume van de vloeistof).
i) Overschrijd niet de maximum werkdruk van de cilinder, ook niet tijdelijk.NEDERLANDS
NL - 16 j) Wanneer de cilinders correct gevuld zijn en het proces voltooid is, controleer dan of de cilinders en de uitrusting onmiddellijk van de plaats van installatie verwijderd worden en of alle isolatiekleppen ervan gesloten zijn. k) Het teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem geladen worden, tenzij dit gereinigd en gecontroleerd is.
De uitrusting moet geëtiketteerd zijn met de aanduiding dat hij buiten dienst gesteld is en het koelmiddel verwijderd is. Breng de datum en uw handtekening op het etiket aan. Controleer of er etiketten op de uitrusting aanwezig zijn die aangeven dat de uitrusting een ontvlambaar koelmiddel bevat.
Wanneer koelmiddel uit een systeem verwijderd wordt, of dit nu voor onderhoud of voor de buitendienststelling is, is het een goede zaak om alle koelmiddelen op veilige wijze te verwijderen. Bij de overdracht van het koelmiddel naar de cilinders moet gecontroleerd worden of alleen cilinders gebruikt worden die geschikt zijn voor de terugwinning van het koelmiddel. Controleer of het correcte aantal cilinders beschikbaar is om de volledige vulling van het systeem in op te slaan. Alle te gebruiken cilinders zijn ontworpen voor het teruggewonnen koelmiddel en daarvoor geëtiketteerd (of wel speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel). De cilinders moeten uitgerust zijn met een drukafvoerklep en bijbehorende perfect werkende afsluitkleppen. De lege terugwinningscilinders worden luchtledig gemaakt en indien mogelijk gekoeld worden voordat de terugwinning plaatsvindt. De uitrusting voor de terugwinning moet perfect werkzaam zijn en een set met instructies voor de terugwinning bevatten, die binnen handbereik is en geschikt is voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Bovendien moet een groep gekalibreerde weegschalen beschikbaar en perfect werkzaam zijn. De leidingen moeten voorzien zijn van hermetisch gesloten aansluitingen met afsluiting in perfecte staat. Voordat de terugwinningsmachine gebruikt wordt, moet gecontroleerd worden of deze in goede staat van werking verkeert, of correct onderhoud erop uitgevoerd is en of ieder elektrisch onderdeel ervan verzegeld is, om ontsteking te voorkomen in geval koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel. Het teruggewonnen koelmiddel moet teruggegeven worden aan de leverancier, in de correcte cilinder en met de bijbehorende Nota voor Overbrenging van Afval. Meng geen koelmiddelen in de terugwinningseenheden en met name in de cilinders. Als de compressoren, of de oliën van de compressoren, verwijderd moeten worden, controleer dan of ze geleegd zijn tot een aanvaardbaar niveau om er zeker van te zijn dat het ontvlambare koelmiddel niet in het smeermiddel achterblijft. Het ledigingsproces moet uitgevoerd worden voordat de compressor naar de leveranciers teruggebracht wordt. Gebruik alleen elektrische verwarmingssystemen op het hoofddeel van de compressor, om dit proces te versnellen. Verwijder de olie uit een systeem op veilige wijze.DOLCECLIMA
Het apparaat is apart verpakt in een kartonnen verpakking. De verpakking kan met de hand vervoerd worden door twee werknemers of op een transporttruck geladen worden. Sla de verpakking apart op, niet stapelen.
1. Flexible leiding van 1.5 m
2. Eindstuk luchtleiding voor venster
3. Flens voor installatie tegen een ruit of wand
(alleen voor de versies waarin dat van toe- passing is)
4. Flens-afsluitdop (alleen voor de versies
waarin dat van toepassing is)
5. Zuignap voor venster
6. Handleiding voor gebruik en onderhoud
24. Dop voor het aftappen van het condenswater
(in geval van transport, onderhoud of buiten- sporige waterverzameling)
27. Verplaatsingshandgreep
28. Dop voor condensafvoer (werkwijze alleen
- Het transport en de verplaatsing van het apparaat moet in de verticale stand plaatsvinden. Als de airconditioner liggend verplaatst wordt dan moet u minimaal één uur wachten voordat u de airconditioner in werking kunt stellen.
- Alvorens het apparaat te verplaatsen of te vervoeren, moet het condenswater volledig afgevoerd worden, zoals beschreven wordt in paragraaf 4.2.a WAARSCHUWING Transport van de airconditioner op kwetsbare vloeren (bv. houten vloeren):
- Voerhetcondenswatervolledigaf.
- Lettijdensdeverplaatsingvandeairconditionerbijzondergoedopomdat dewielensporenopdevloerkunnenachterlaten.Ofschoonhetonbuigzame zwenkwielenbetreft,kunnendezebeschadigdrakendoorhetgebruikofvuil worden. Erwordtaanbevolentecontrolerenofdewielenschoonzijnenvrijkunnen draaien.
WAARSCHUWINGEN Deveronachtzamingvanhetvolgendekanhetapparaatschadeberokkenen. a. Installeer de klimaatregelaar op vlakke, stabiele oppervlakken en op de vloer. b. Sluit de klimaatregelaar alleen aan op stopcontacten die van een aarding voorzien zijn. c. Controleer of gordijnen of andere voorwerpen de luchtaanzuigltersnietafsluiten(Afb.7). d. Controleer of tussen de klimaatregelaar en aangrenzende wanden een minimum afstand van 20/30 cm gehandhaafd blijft (Afb.1). e. Bij het in gebruik nemen van het apparaat moet altijd opgelet worden of er geen obstakels zijn voor de aanzuiging en de uitlaat van de lucht.
De airconditioner mag niet in vertrekken gebruikt worden die als wasruimte dienen. g. Installeer de airconditioner uitsluitend in droge vertrekken. h. De airconditioner moet niet worden geactiveerd in de aanwezigheid van gevaar- lijke materialen, dampen of vloeistoffen worden gebracht
De airconditioner moet in een geschikte ruimte geïnstalleerd worden. Er wordt aanbevolen zonlicht te beperken door middel van rolluiken, gordijnen, zonweringen, en om deuren en ramen gesloten te houden. a. Zet de airconditioner voor een raam of voor een terras-/balkondeur. b. Steek het eindstuk van de buigzame slang (1) in de opening van de luchtuitlaat van het apparaat (26), zoals afbeelding 8 toont. c. Buig het eindstuk van de afvoer (2) om en steek het in de buigzame slang (1) (afb.9). d. Breng het eindstuk (2) in positie op een wijze dat de lucht naar buiten afgevoerd wordt (Afb.10) Rol de slang alleen zover als nodig is uit zodat de luchtgeleider klem tussen de openslaande gedeelten van het kozijn blijft zitten. (Afb.10)
2.4 - VASTE INSTALLATIE
De airconditioner kan ook met gaten vast aan het raam of aan de muur geïnstalleerd worden. De luchtstroom mag niet belemmerd worden door beschermende roosters e.d. Eventuele beschermende roosters e.d. moeten een totale doorsnede voor de luchtdoorlaat hebben die niet minder mag zijn dan 140 cm
a. Boor een gat in het glas of in de wand, met een diameter van 135 mm, op een hoogte van de vloer tussen 300 en 1350 mm (Afb.11). b. Brengdeens(3)inpositieinhetgatvandewandenmarkeerdeboorpunten.(Afb.12) c. Verwijderdeens(3)enboorgatenvan6mm.(Afb.13) d. Steek pluggen (10) in de gaten. (Afb.13) e. Brengdeens(3)inpositieophetgatindewandenzethemvastmetdrieschroeven(11).(Afb.13) f. Steek het eindstuk van de buigzame slang (1) in de opening van de luchtuitlaat van het apparaat (26), zoals afbeelding 8 toont. g. Sluit het andere uiteinde van de buigzame slang (1) aan op de ens(3) (Afb.14). h. Verwijder de buigzame slang (1) van de ens(3)ensluitdeensmetdedop(4)wanneerhetapparaat niet in werking is (Afb.15).NEDERLANDS NL - 20
2.5 - ELEKTRISCHE AANSLUITING
Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel met stekker. Voor het aansluiten van de airconditioner, ervoor zorgen dat:
- Dewaardenvandespanningenfrequentieaandespecicatiesvande machinegegevens voeldoen.
- Dekrachtlijnmeteenefciënteaardingisuitgerustendejuisteafme- tingen voor de maximale absorptie van de airconditioner heeft.
- Hetapparaatvoedingnetwerkmoetwordenvoorzienineenpassendemeerpoligeinrichtingvolgensde nationale installatie voorschriften.
De apparatuur uitsluitend door een socket wordt gevoed dat compatibel met de meegeleverde stekker is. WAARSCHUWING De eventuele vervanging van de voedingskabel mag alleen worden uitgevoerd doorOlimpiaSplendidtechnischedienstofdoorpersoneelmetgelijkaardige kwalicatie.
Al naargelang de gebruikswijzen van het apparaat is het nodig de condensafvoerleiding aan te sluiten.
2.6.a - Gebruik als ontvochtiger
Voor het correcte gebruik van het apparaat moet als volgt gehandeld worden (afb 21): a. Verwijder de dop (24). b. Plaats de leiding (12) op de aansluiting. Controleer of het uiteinde van de afvoerleiding (12) in positie gebracht is op het afvoerputje of in een recipiënt. Controleer of de leiding (12) niet verstopt is.
3 - GEBRUIK VAN HET APPARAAT
De werkwijzen van de conditioner kunnen zowel met de afstandsbediening als op het bedieningspaneel op de conditioner geselecteerd worden. De ontvangst van de geselecteerde functie wordt bevestigd door een “pieptoon” van de zoemer.DOLCECLIMA MO DE
- SW2: Selectie ventilatiesnelheid maximum snelheid => => medium snelheid => => minimum snelheid => => BLUE AIR => => maximum snelheid
- SW3: Inschakeling/uitschakeling TIMER vertraging inschakeling uitschakeling van het apparaat
- SW4: Verhoging gewenste temperatuur of vertra- gingstijd TIMER
- SW5: Verlaging gewenste temperatuur of vertra- gingstijd TIMER
- SW6: Selectie van de werkwijze => verwarming (alleen model HP) => => koeling TURBO => => ECO => => Ventilatie => => Ontvochtiging => => verwarming (alleen model HP) =>...
- SW7: Inschakeling/ uitschakeling (Stand-by) van het apparaat
- D1: Ingestelde temperatuur of vertragingstijd TIMER
- D2: Ingestelde temperatuur of vertragingstijd TIMER
- D3: Ingestelde temperatuur of vertragingstijd TIMER
- S1: Werkwijze Verwarming (alleen model HP)
- S2: Werkwijze Ontvochtiging
- S3: Werkwijze Koeling
- S4: Werkwijze Ventilatie
- S7: Werkwijze Koeling TURBO
- S8: Apparaat uitgeschakeld (Stand-by)
- B1: Inschakeling/uitschakeling (Stand-by) van het apparaat
- B2: Selectie van de werkwijze verwarming (alleen model HP) => => koeling => => ECO => => Ventilatie => => Ontvochtiging => => Verwarming (alleen model HP) =>..
- B3: Werkwijze Koeling TURBO
- B4: Verhoging gewenste temperatuur of vertra- gingstijd TIMER
- B5: Verlaging gewenste temperatuur of vertra- gingstijd TIMER
- B6: Selectie ventilatiesnelheid maximum snelheid => => medium snelheid => => minimum snelheid => => maximum snelheid
- B7: Selectie snelheid ventilator BLUE AIR
- B8: Instelling TIMER vertragingstijd inschakeling van het apparaat
- B9: Instelling TIMER vertragingstijd uitschakeling (Stand-by) van het apparaat
- B10: Bevestig annulering tijd TIMER
- B11: Inschakeling/uitschakeling SILENT-functie
- B13: Selectie meeteenheid Celsius of Fahrenheit
- 1: Instelling temperatuur
- 2: Instelling vertraging
- 3: Geprogrammeerde uitschakeling
- 4: Uitzending afstandsbediening
- 5: Werkwijze Auto fan
- 6: Snelheid ventilator/ Werkwijze ventilator
- 8: Geprogrammeerde inschakeling Het type van de voorziene afstandsbediening hangt van het eenheidsmodel af.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 23
3.3 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening die bij de klimaatregelaar geleverd is, is een instrument dat u in staat stelt het apparaat op een zo comfortabel mogelijke manier te gebruiken. Dit instrument moet met zorg gehanteerd worden, met name:
- Maak het niet nat (niet met water reinigen of aan de weers- omstandigheden blootgesteld laten).
- Niet op de grond laten vallen of er hard tegen stoten.
- Blootstelling aan direct zonlicht vermijden.
Tijdenshetgebruikmogengeenobstakelstussendeafstandsbedieningendeklimaatregelaaraanwezigzijn.
- Verwijderdebatterijenindiendeafstandsbedieninglangetijdnietgebruiktwordt.
3.3.a - Plaatsing van de batterijen
Om de batterijen correct te plaatsen: a. Verwijder het deurtje van het batterijvak (afb. 16). b. Steek er de batterijen in (afb. 16). Neemdepositievandepolenstriktinacht,dezestaanaangeduidopdebodemvanhetvak. c. Sluit opnieuw het deurtje (afb. 17).
3.3.b - Vervanging van de batterijen
De batterijen moeten vervangen worden wanneer de icoon op het display weergegeven wordt. Gebruikaltijdnieuwebatterijen. Alsoudebatterijenwordengebruiktofbatterijenvaneenandertypekanditeen slechtewerkingvandeafstandbedieningveroorzaken. - Voor de afstandsbediening zijn twee droge alkalinebatterijen vereist van 1,5V (AAA.) (Afb.16).
Zijndebatterijeneenmaalopdanmoetenbeidevervangenwordenenvoorvuilver- werkingnaardespecialeverzamelpuntengebrachtworden,zoalsgeregeldwordt doordeplaatselijkewetgevingNEDERLANDS NL - 24
- Als u de afstandsbediening enkele weken of meer niet gebruikt, de batterijen verwijderen. Batterijlekken kunnen de afstandsbediening beschadigen.
Alsdevloeistofvandebatterijenopdehuidofkledingterechtkomt,zorgvuldig wassenmetzuiverwater.Deafstandsbedieningnietgebruikenmetbatterijendie reeds lekten. Dechemischeproductenaanwezigindebatterijenkunnenbrandwondenofandere risico’svoordegezondheidmetzichmeebrengen.
3.3.c - Positie van de afstandsbediening
- Houd de afstandsbediening in een positie waarin het signaal de ontvanger (29) van het apparaat kan bereiken (maximum afstand circa 8 meter - met geladen batterijen) (Afb.18). Door de aanwezigheid van obstakels (meubels, gordijnen, wanden enz.) tussen de afstandsbediening en het apparaat wordt het bereik van de afstandsbediening verminderd.
3.4 - GEBRUIK VAN HET APPARAAT
Handel als volgt om het apparaat te gebruiken.
Omeventuelebeschadigingvandecompressortevoorkomen,wordtiederestart met3minutenvertraagdtenopzichtevandelaatsteuitschakeling.
- Brenghetapparaatinpositieopeenstabielvlak,datniethellendis,opminstens 20/30cmvandemuurofvaniederanderobject,omdecorrecteluchtcirculatie te garanderen (Fig.1). Plaats het op een oppervlak dat bestand tegen water is omdateventueelnaarbuitenlekkendwaterdemeubelsofdevloerschadekan berokkenen.
- Plaatshetapparaatnietrechtstreeksoptapijten,handdoeken,dekensofandere absorberende oppervlakken.
- Steekdestekkerinhetstopcontact,Controleerofdevoedingsschakelaar(afb. Aref.28)op“I”staat.Hetapparaatlaateen“pieptoon”horenenophetdisplay wordt de icoon en de omgevingstemperatuur in °C weergegeven.
Voordathetapparaatelektrischaangeslotenwordt,moetgecontroleerdwordenof degegevensdieophetplaatjestaanovereenkomenmetdievanhetelektrische distributienet.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 25
3.4.b - Inschakeling/uitschakeling apparaat
a. Het apparaat kan voor korte tijde ingeschakeld of uitgeschakeld wordt door op de afstandsbediening op B1 of op het controlepaneel op SW7 te drukken (voor een langdurige stilstand moet het apparaat gede- activeerd worden door de stekker uit het stopcontact te trekken). b. Het betreffende symbool S8 gaat branden om aan te geven dat het apparaat is uitgeschakeld. c. Druk in deze situatie opnieuw op de afstandsbediening op B1 (of op het controlepaneel op SW7) om de eerder geselecteerde functies opnieuw in te stellen. Wanneer het apparaat uitgeschakeld is worden alle timers gereset.
3.5 - VENTILATIEWERKWIJZE (FAN)
a. Door deze werkwijze te gebruiken, zal het apparaat geen enkele effect hebben, noch op de temperatuur noch op de luchtvochtigheid in het vertrek, maar de lucht alleen in circulatie houden. b. Deze modaliteit kan geselecteerd worden door op B2 of SW6 te drukken tot het symbool van alleen ven- tilator ( ) op zowel de afstandsbediening als op het display van het bedieningspaneel geactiveerd wordt. c. In deze werkwijze is de interne ventilator altijd ingeschakeld en is het mogelijk op ieder moment de ge- wenste snelheid van de ventilator te kiezen (alleen met de afstandsbediening) door op de betreffende toets B6 of SW6 (symbool 6 op de afstandsbediening) te drukken. Dit zijn de mogelijke snelheden voor de ventilator. Weergegeven symbolen: High FAN Med FAN Min FAN
3.6 - WERKWIJZE KOELING (COOL)
a. In deze werkwijze zal het apparaat het vertrek ontvochtigen en koelen. Deze werkwijze kan geselecteerd worden door op B2 of SW6 te drukken tot het symbool S3 voor alleen koeling ( ) geactiveerd wordt op zowel de afstandsbediening als op het display van het bedieningspaneel. b. De interne ventilator is altijd ingeschakeld op de geselecteerde snelheid (door op B6 of SW2 te drukken) of op de automatische snelheid BLUEAIR (door op de afstandsbediening op B67 te drukken of op het controlepaneel op SW2 te drukken tot het symbool S6 op het display van het controlepaneel verschijnt). c. Het set point van de temperatuur (Tset) kan ingesteld worden tussen 16°C en 30°C (van 60 F tot 86 F indien aanwezig) met variaties van 1°C dankzij B4/B5 of SW4/SW5, en de bijbehorende waarde verschijnt zowel op de afstandsbediening als op het plaatselijke display (D1). d. (Maximaal) drie minuten na de activering van deze werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat koele lucht af te geven. ALLEEN VOOR HET MODEL SILENT: Door de minimum ventilatiesnelheid te selecteren, wordt ook de snelheid van de externe ventilator ver- laagd, met als gevolg een aanzienlijke afname van de algehele geluidsproductie van het apparaat.
bijbijzonderlageomgevingstemperaturenwordtdesnelheidvandeexterneven- tilatoraltijdopdemaximumsnelheidgeforceerd.NEDERLANDS NL - 26
3.7 - WERKWIJZE ONTVOCHTIGING (DRY)
a. Deze modaliteit kan geselecteerd worden door op B2 of SW6 te drukken tot het symbool van alleen ont- vochtiging ( ) op zowel de afstandsbediening als op het display van het bedieningspaneel geactiveerd wordt. b. Deze modaliteit lijkt op de koelmodaliteit met uitzondering van: - de snelheid van de interne ventilator kan niet ingesteld worden en wordt op de minimumsnelheid geforceerd (B6/B7 en SW2 zijn uitgeschakeld); - de gewenste omgevingstemperatuur (“ingestelde temperatuur”) kan niet geselecteerd worden (B4/B5 en SW4/SW5 zijn uitgeschakeld). De klimaatregelaar zal zo werken dat de aanvankelijke omgevings- temperatuur eigenlijk bijna ongewijzigd blijft.
a. Deze modaliteit kan geselecteerd worden door op de afstandsbediening op B2 te drukken tot het symbool A op het display van de afstandsbediening verschijnt, of door op SW6 te drukken tot het symbool ECO op het display van het controlepaneel verschijnt. b. In deze modaliteit worden de functies KOELING, VERWARMING (alleen HP) en VENTILATOR automa- tisch geselecteerd, al naargelang de omgevingstemperatuur, die continu gecontroleerd wordt, zodat dat een optimaal comfort in het behandelde vertrek verkregen wordt. ALLEEN VOOR SILENT: Door de minimum ventilatiesnelheid te selecteren, wordt ook de snelheid van de externe ventilator ver- laagd, met als gevolg een aanzienlijke afname van de algehele geluidsproductie van het apparaat.
Bijbijzonderlageomgevingstemperaturenwordtdesnelheidvandeexterneven- tilatoraltijdopdemaximumsnelheidgeforceerd.
a. Deze modaliteit kan alleen vanaf de afstandsbediening geselecteerd worden (door op B11 te drukken) en kan alleen gebruikt worden in combinatie met de modaliteit koeling of verwarming (deze laatste alleen voor HP). b. Wanneer deze functie in de modaliteit koeling ingeschakeld is, wordt de interne ventilator op de minimum- snelheid geforceerd en wordt de ingestelde omgevingstemperatuur na het eerste uur werking automatisch met een graad verhoogd en na het tweede uur werking met nog een graad (beginnende op het moment van activering van de functie of bij de volgende wijziging van de ingestelde temperatuur). c. Als de functie daarentegen in de modaliteit verwarming ingeschakeld is (alleen voor HP), wordt de inter- ne ventilator op de minimumsnelheid geforceerd en wordt de ingestelde omgevingstemperatuur na het eerste uur werking automatisch met een graad verlaagd en na het tweede uur werking met nog een graad (beginnende op het moment van activering van de functie of bij de volgende wijziging van de ingestelde temperatuur). d. Om de functie te deactiveren dient men opnieuw op de toets B11 te drukken.
Bijbijzonderlageomgevingstemperaturenwordtdesnelheidvandeexterneven- tilatoraltijdopdemaximumsnelheidgeforceerd.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 27
3.10 - WERKING MET VERWARMING (ALLEEN VERSIE HP)
a. Met deze modaliteit verwarmt het apparaat de omgeving. De installatie van de klimaatregelaar moet uitgevoerd worden op dezelfde wijze als voor wanneer het apparaat in de modaliteit koeling werkt, met toevoeging van een waterafvoerleiding op de achterkant van de klimaatregelaar zelf, na de aanwezige dop (24) te hebben weggenomen (afb. 21-22-23). b. Als niet de mogelijkheid bestaat het water dat door de klimaatregelaar geproduceerd wordt continu af te voeren, dan kan de dop op de achterkant op zijn plaats blijven maar zal het bakje na een bepaald aantal werkuren (dat variabel is, al naargelang de ingestelde temperatuur, de mate van vochtigheid in het vertrek, de afmetingen van het vertrek, enz.) vol raken en geleegd moeten worden. c. Deze situatie wordt op het display van het controlepaneel van de klimaatregelaar weergegeven door het knipperende nummer “3”. d. Handel als volgt om de klimaatregelaar weer in werking te stellen: - neem de stekker uit het stopcontact - leeg de watertank door de dop op de achterkant weg te nemen (24) - breng de dop weer aan - steek de stekker van de klimaatregelaar in het stopcontact - druk op de toets stand-by (SW7 of B1) om de klimaatregelaar weer van start te doen gaan e. De verwarmingsmodaliteit kan geselecteerd worden door op toets B2 van de afstandsbediening te drukken, of op SW6 op het controlepaneel, tot het symbool van alleen verwarming ( S1S2S3S4S5 S6 S7S8S13S14S15 S12 S9 S10 S11 D1 D2 D3 Blue Air Turbo ) op zowel de afstandsbe- diening als op het display van het controlepaneel verschijnt. f. De interne ventilator wordt altijd op de minimum snelheid ingeschakeld en gaat na enkele seconden over naar de geselecteerde snelheid (door op B6 of op SW2 te drukken) of naar de automatische snelheid BLUE AIR. g. De waarde van de ingestelde temperatuur kan geregeld worden van 16 °C tot 27 °C (van 61 °F tot 81 °F, indien aanwezig) met variaties van 1°C door op de toetsen B4/B5 of SW4/SW5 te drukken. De betreffende temperatuurwaarde verschijnt zowel op de afstandsbediening als op het display van het controlepaneel (D1, D2, D3.). h. Op het moment van activering van deze werkmodaliteit zal de klimaatregelaar, als de omgevingstempe- ratuur lager is dan de ingestelde temperatuur, ingeschakeld worden en na enkele minuten warmte gaan afgeven.
i. Bij het bereiken van de ingestelde temperatuur zal de klimaatregelaar geheel tot stilstand komen en wach-
ten om de werking te hervatten zodra de omgevingstemperatuur enkele graden onder de geselecteerde temperatuur daalt.
Beidegedragingenzijnabsoluutnormaalenmoetennietalseenslechtewerking van de klimaatregelaar opgevat worden.
- Alsdeomgevingstemperatuurbijzonderlaagis,wordthetapparaatafentoe enkele minuten gedeactiveerd.
- Wanneer zich bepaalde omgevingsvoorwaarden voordoen, zou het kunnen voorkomendatdeexterneventilatoropcyclischewijzegedeactiveerdwordt.
a. Deze modaliteit kan geselecteerd worden door op de afstandsbediening op B2 te drukken of door op het controlepaneel op SW6 te drukken, tot het symbool TURBO op het display van het controlepaneel verschijnt. b. Stel de unit rechtstreeks in op de koelmodaliteit met ingestelde temperatuur=16°C en met de maximum snelheid van de ventilator, zodat de ingestelde temperatuur zo snel mogelijk bereikt wordt.NEDERLANDS NL - 28
3.11.a - Silent werking (alleen geen hp-versies)
a. Deze werkwijze kan alleen in de Koelmodus geselecteerd worden (als TURBO niet ingeschakeld is) door op het controlepaneel op SW1 te drukken tot het LUIDSPREKER-symbool op het display van het controlepaneel verschijnt. b. Stel de snelheid van de interne ventilator en de snelheid van de externe ventilator (uitgezonderd versie HP) rechtstreeks in op de minimum snelheid.
3.12 - WERKING MET TIMER
Me deze werkwijze kan de inschakeling of de uitschakeling van de unit geprogrammeerd worden. De vertragingstijd kan ingesteld, geactiveerd en geannuleerd worden door zowel de afstandsbediening als het controlepaneel.
3.12.a - Instelling van timer voor inschakeling, door de afstandsbediening
a. Nadat de unit ingeschakeld is, dient men de werkwijze, de gewenste temperatuur en de ventilatiesnel- heid te selecteren waarmee de unit op het moment van geprogrammeerde inschakeling geactiveerd zal worden. Zet het apparaat vervolgens op Stand-by. b Door op B8 te drukken, kan de gewenste vertraging (van 1 tot 12 uur) ingesteld worden waarna de unit ingeschakeld worden (vertrekkende vanaf de bevestiging van de timer). c. De instelwerking van de timer stopt automatisch, indien geen enkele toets binnen 5 seconden gedrukt wordt. Bevestig de gewenste waarde door op B10 te drukken. Het display van de afstandsbediening toont het terugtellen voor de inschakeling. d. Is de ingestelde tijd eenmaal verstreken dan zal de unit van start gaan met de laatst geselecteerde in- stellingen. e. Druk opnieuw toets B10 voor het annuleren van de vertraagde inschakeling.
3.12.b - Instelling timer voor uitschakeling, door de afstandsbediening
a. Terwijl de unit in ongeacht welke werkwijze staat, op B9 drukken om de gewenste vertraging (van 1 tot 12 uur) in te stellen waarna de unit uitgeschakeld wordt (vertrekkende vanaf de bevestiging van de timer). Alle volgende ingrepen op toets B9 zullen de vertraging met 1 uur doen toenemen. b. De instelwerking van de timer stopt automatisch, indien geen enkele toets binnen 5 seconden gedrukt wordt. Bevestig de gewenste waarde door op B10 te drukken. Het display van de afstandsbediening toont het terugtellen voor de uitschakeling. Is de ingestelde tijd eenmaal verstreken, dan zal de unit uitgeschakeld worden. c. Druk opnieuw toets B10 voor het annuleren van de vertraagde inschakeling.
3.12.c - Instelling timer voor inschakeling, door het bedieningspaneel
a. Nadat de unit ingeschakeld is, dient men de werkwijze, de gewenste temperatuur en de ventilatiesnel- heid te selecteren waarmee de unit op het moment van geprogrammeerde inschakeling geactiveerd zal worden. Zet het apparaat vervolgens op Stand-by. b. Druk op SW3 om de timer in te schakelen.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 29 c. Druk op SW4 of SW5 p, de waarde van de vertraging die op het display van het controlepaneel getoond wordt (van 1 tot 12 uur) te verhogen/verlagen waarna de unit van start zal gaan (vertrekkende vanaf de bevestiging van de timer). d. De instelwerking van de timer stopt automatisch, indien geen enkele toets binnen 5 seconden gedrukt wordt. Bevestig de gewenste waarde door op SW6 te drukken. Het display van het controlepaneel toont het terugtellen voor de inschakeling. e. Is de ingestelde tijd eenmaal verstreken, dan zal de unit van start gaan met de eerder geselecteerde instellingen. f. Druk opnieuw SW3 voor het annuleren van de geprogrammeerde inschakeling.
3.12.d - Instelling timer van uitschakeling, door het bedieningspaneel
a. Terwijl de unit in ongeacht welke werkwijze staat, op SW3 drukken om de gewenste vertraging in te stellen. b. Druk op SW4 of SW5 om de waarde van de vertraging die op het controlepaneel getoond wordt (van 1 tot 12 uur), te verhogen/verlagen, waarna de unit uitgaat (vertrekkende vanaf de bevestiging van de timer). c. De instelwerking van de timer stopt automatisch, indien geen enkele toets binnen 5 seconden gedrukt wordt. Bevestig de gewenste waarde door op SW3 te drukken. d. Druk opnieuw toets SW3 voor het annuleren van de geprogrammeerde uitschakeling.
RESETTEN VAN ALLE FUNCTIES VAN DE AFSTANDSBEDIENING (INDIEN AANWEZIG) Door op knop B12 ter drukken, zullen alle instellingen van de afstandsbediening gereset worden. Op die manier worden alle instellingen geannuleerd en neemt de afstandsbediening de default-status aan. Door bovendien op knop B12 te drukken, zullen verder alle mogelijke aanduidingen op het display verschijnen, hetgeen het mogelijk maakt om te controleren of het display zelf intact is.
3.14 - SELECTIE MEETEENHEID VAN DE TEMPERATUUR
(INDIEN AANWEZIG) Door het drukken van toets B13 op de afstandsbediening kan de meeteenheid van de temperatuur, aan- gegeven in FAHRENHEIT op het beeldscherm (het symbool °F verlicht zich op het beeldscherm van de afstandsbediening) in CELSIUS (het symbool °C verlicht zich op het beeldscherm van de afstandsbedie- ning) of omgekeerd worden veranderd.
3.15 - REGELING VAN DE RICHTING VAN DE LUCHTSTROOM
De luchtstroom kan in horizontale richting ingesteld worden, door in te grijpen op de betreffende vinnen voor de luchtomleiding (22A). (Afb.24)NEDERLANDS NL - 30
3.16 - TRANSPORT VAN DE AIRCONDITIONER
- Deairconditionermoetrechtopverplaatstworden. Als de airconditioner liggend verplaatst wordt dan moet u minimaal één uur wachten voordat u de airconditioner in werking kunt stellen.
- Alvorensdeairconditionertegaanverplaatsenmoetuhetcondenswatereerst helemaal weg laten lopen door de dop (24) open te draaien.
WAARSCHUWING: Transport van de airconditioner op kwetsbare vloeren (bv. houten vloeren):
- laathetcondenswaterervollediguitstromendoordedopopentedraaien(re- ferentie24afb.21);
- Let tijdens de verplaatsing van de airconditioner bijzonder goed op omdat dewielensporenopdevloerkunnenachterlaten.Ofschoonhetonbuigzame zwenkwielenbetreft,kunnendezebeschadigdrakendoorhetgebruikofvuil worden.Uwordtdanookverzochttecontrolerenofdewielenschoonzijnen onbelemmerd kunnen bewegen.
In geval van onderbreking van de elektrische voeding bewaart de apparatuur de laatste werkwijze en zal, nadat de elektrische voeding weer ingeschakeld is, opnieuw van start gaan met de voorgaande instellingen.
4 - ONDERHOUD EN REINIGING
Alvorens tot ongeacht welke onderhoudsingreep en reinigingovertegaan,moetaltijdgecontroleerdwordenof de voedingsstekker uit het stopcontact van de installatie getrokken is.
Raak de metalen delen van het apparaat niet aan wanneer hetlterweggenomenwordt. Risico op letsels door de scherpe metalen randen.
Gebruik geen water om de interne delen van de airco te reinigen. De blootstelling aan water kan de isolatie beschadigen waardoor risico voor elek- trische schokken optreedt.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 31
4.1.a - Reiniging van het apparaat en van de afstandsbediening
a. Gebruik een droge doek om het apparaat en de afstandsbediening te reinigen. b. Als het apparaat zeer vuil is kunt u voor de reiniging een met koud water bevochtigde doek gebruiken.
Gebruik geenantistatische of chemisch behandelde doek om het apparaat te reinigen.
Gebruikgeenbenzine,oplosmiddelen,polijstpastaofsoortgelijkemiddelen. Dezeproductenkunnendepvcoppervlakkenvervormenofbreukenveroorzaken.
4.1.b - Reiniging van het aanzuiglter
Omeendoeltreffendelteringvandebinnenluchteneengoedewerkingvanuwairconditionertewaarborgen ishetabsoluutnoodzakelijkomdeluchtlters(23)regelmatigtereinigen(Afb.19). De signalering van de noodzaak van deze belangrijke onderhoudsingreep wordt gegeven na het verstrijken van een passende tijd van werking, door de inschakeling van de alarmcode Fi op het display van het be- dieningspaneel. a. Schakeldeairconditioneruitentrekvervolgensdelters(23)uitdeairconditioner,zoalsafbeelding20 toont. b. Hetlter(23)moetgewassenwordenmeteenstraalwaterdieindetegenovergestelderichtingalsde richting waarin het stof zich ophoopt gericht moet worden. c. In geval van vuil dat bijzonder moeilijk te verwijderen is (zoals vet of ander soorten aanslag) moet het ltereerstinsopvanwatereneenneutraalreinigingsmiddelgedompeldworden. d. Alvorenshetlterweerterugteplaatsenishetverstandigomhetlteruitteschuddenomhetwaterdat zich tijdens het wassen erin opgehoopt heeft te verwijderen. Alshetlter(23)beschadigdis,vervanghetdan. e. Controleerofhetlter(23)volledigdroogis. f. Plaatshetlter(23)correctteruginzijnzitting. g. Zuigeventuelepluizenopvanhetlter(Afb.20).
Gebruikhetapparaatnietzonderhetlter(23).
4.1.c - WENKEN VOOR DE ENERGIEBESPARING
Vervolgens enkele tips om het verbruik te beperken:
- Houddeltersaltijdproper(ziehoofdstukonderhoudenreiniging).
- Houddedeurenendevenstersvandekamersgeslotenwaardeaircowerkt.
- Vermijddatzonlichtdekamerbinnendringt(wijadviserenhetgebruikvangordijnen,blindenofrolluiken).
Verstop niet de (inkomende en uitgaande) luchtstroom van het apparaat; naast het feit dat dan geen optimaal rendement verkregen wordt, compromitteert het ook de correcte werking van het apparaat en is het mogelijk dat onherstelbare defecten optreden.NEDERLANDS NL - 32
Als voorzien wordt dat het apparaat lange tijd niet gebruikt wordt, handel dan als volgt:
Activeer enkele uren de werkwijze alleen ventilator (circa 8÷10 uur) om de binnenkant van het apparaat te drogen. b. Stop de airco en sluit de voeding af. c. Reinigdeluchtlters. d. Voer het condenswater volledig af. e. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening. Controles alvorens de airco weer in werking te stellen: a. Naeenlangeperiodeinactiviteitvandeairconditionerdeltersreinigen. b. Controleer of de uitgang of ingang van de lucht niet is verstopt (vooral na een lange periode van inactiviteit van de airconditioner).
4.2.a - Afvoer condenswater
Wanneer het condenswater dat in de onderste tray aanwezig is het van tevoren bepaalde peil bereikt, laat het apparaat keer een pieptoon horen. In dit geval: a. Trek de stekker uit het stopcontact. b. Verplaats het apparaat voorzichtig naar een positie die geschikt is om het water af te voeren. c. Verwijder de afvoerdop (24) (Afb.21). d. Indien nodig, plaats de leiding (12) op de aansluiting.
Controleerofdeafvoerdop(24)correctvastgeschroefdisomtevoorkomendat water lekt. d. Laat al het water naar buiten komen. e. Breng de afvoerdop (24) opnieuw in positie (Afb.22). f. Steek de stekker in het stopcontact. Alsdefoutherhaaldwordt,neemdancontactopmeteenAssistentiecentrum.DOLCECLIMA NEDERLANDS NL - 33
Tijdens de werking van het apparaat kunnen storingen weergegeven worden die de werking stoppen. In die gevallen worden foutcodes op het bedieningspaneel weergegeven.
- 8 (knipperende) In deze gevallen: a. sluit het apparaat elektrisch af b. wacht enkele minuten c. steek de stekker in het stopcontact d. herstart het apparaat. Als het ongemak aanhoudt en de foutcode niet uitgeschakeld wordt, sluit het apparaat dan elektrisch af en wendt u tot een Assistentiecentrum.
5 - TECHNISCHE GEGEVENS
Raadpleeg voor de technische gegevens het gegevensplaatje dat op het product aangebracht is (Afb.2).
Maximum bedrijfstemperaturen bij koeling
Maximum bedrijfstemperaturen in de verwarmingdmodverwarmings- modus
- Minimum bedrijfstemperaturen bij koeling (Minimum bedrijfstemperaturen in de verwarmingdmodverwarmings- modus
6 - ONGEMAKKEN EN MOGELIJKE OPLOSINGEN
Probeer niet het apparaat zelf te repareren. Alsdestoringnietisopgelost,neemdancontactopmetdeplaatselijkeverkoperofhetdichtstbijgelegen servicecenter.Verstrekgedetailleerdeinformatieoverdestoringenhetmodelvanhetapparaat. OORZAAK
- Erisgeenstroom.• Destekkerzitnietinhetstopcontact. De voedingsschakelaar staat op stand “0”• Detimerisingeschakeld.• Deingesteldetemperatuuristedichtbij de omgevingstemperatuur.• Deaanzuigingvandebuitenlucht wordt belemmerd.• Erstaateenraamopen.• Indekameriseenanderewarmtebron in werking (een brander, een lamp e.d.) of er zijn veel mensen.• Deingesteldetemperatuuristehoog.• Decapaciteitvandeairconditioneris niet geschikt met het oog op de omstan-dighe- den of de grootte van het vertrek.• Deairconditionerisschuingehouden of op zijn kant gelegd.• Hetlterisvuil• Omgevingstemperatuursensor• Motorverdamperventilator• Excessieveaccumulatievanwaterindeklimaatregelaar• Deomgevingstemperatuuristelaag• Deomgevingstemperatuuristelaagofte hoog WAT TE DOEN?
- Wachteven.• Doedestekkerinhetstopcontact.• Zetdevoedingsschakelaaropstand“I”• Schakeldetimeruit.• Verlaagdeingesteldetemperatuur.• Verwijderdeobstakels.• NeemcontactopmetdeServicedienst.• Doehetraamdicht.• Schakeldewarmtebronuit.• Verlaagdeingesteldetemperatuur.• Voordat u deairconditionergaatver-plaatsen moet u het water dat erin zit eruit laten lopen door de dop eraf te draaien (24).• Reinighetlter• Schakelhetapparaatopnieuwinendruk5 seconden op de toets SW7 van het bedieningspaneel om het alarmsignaal van het display te laten verdwijnen.• BelhetAssistentiecentrum
- BelhetAssistentiecentrum Voer het water af door de dop weg te nemen (24). Als dit alarm te vaak optreedt, dient u het assistentiecentrum te bellen. HP: dit alarm is normaal voor de werking met verwarming wanneer de klimaatregelaar zonder waterafvoerleiding geïnstalleerd is.• Hetgedragvande klimaatregelaar isnormaal.• Hetgedragvanhetapparaatisnormaal. SLECHTE WERKING
- Deairconditionerdoethetniet.• Deairconditionerdoethetalleen gedurende korte tijd.• Deairconditionerdoethetmaarkoelt het vertrek niet.• Tijdenshetverplaatsenvande airconditioner komt er water uit.• Ophetdisplayvanhetbedieningspaneelverschijnt het alarmsignaal “Fi”• Deklimaatregelaargaatuit.Nochdebe-dieningsorganen van de afstandsbedie-ning noch die van het bedieningspaneel reageren en op het bedieningspaneel verschijnt het knipperende alarmsignaal “2”.
- Deklimaatregelaargaatuit.Nochdebe-dieningsorganen van de afstandsbedie-ning noch die van het bedieningspaneel reageren en op het bedieningspaneel verschijnt het knipperende alarmsignaal “8”.
- De klimaatregelaar isuitgeschakeld,op het display van het controlepaneel knippert het nummer “3” en de rode led brandt.• Indemodaliteitkoeling,nachtofauto-matisch kan de minimumsnelheid niet geselecteerd worden.• Indemodaliteitverwarming(alleenvoorHP) stopt de klimaatregelaar de com-pressor of de externe ventilator enkele minuten op cyclische wijze.DOLCECLIMA
Notice-Facile