FESTOOL SSU 200 EBPlus - Zaag

SSU 200 EBPlus - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SSU 200 EBPlus FESTOOL in PDF-formaat.

📄 205 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice FESTOOL SSU 200 EBPlus - page 79
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FESTOOL

Model : SSU 200 EBPlus

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SSU 200 EBPlus - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SSU 200 EBPlus van het merk FESTOOL.

GEBRUIKSAANWIJZING SSU 200 EBPlus FESTOOL

EU-conformiteitsverklaring. Wij verklaren en stellen ons ervoor verantwoordelijk dat dit product volledig voldoet aan alle volgende EU-richtlijnen en volgende normen of normatieve documenten daaraan ten grondslag gelegd werden:

Akoestische uitgangswaarde 200 mm max. 250 mm Max. zaagdiepte en lengte van het zwaard CE-markering: Bevestigt de conformi teit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie. Niet met het huisvuil meegeven. Tip, aanwijzing Handelingsinstructie 2 Veiligheidsvoorschriften

2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

elektrische gereedschappen WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids voorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwij zingen om ze later te kunnen raadplegen. Het begrip “elektrisch gereedschap” dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft be trekking op elektrisch gereedschap met net voeding (met netsnoer) of elektrisch gereed schap met accuvoeding (zonder netsnoer).

2.2 Veiligheidsinstructies voor

kettingzagen Algemene veiligheidsinstructies voor ketting zagen – Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen verwijderd van de zaagketting. Vergewis u ervan dat vóór het starten van de zaag de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaam heden met een kettingzaag kan één mo ment van onoplettendheid ertoe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaag ketting gegrepen worden. – Houd de kettingzaag altijd met uw rech terhand aan de achterste greep en uw lin kerhand aan de voorste greep vast. Het vasthouden van de kettingzaag in omge keerde werkhouding verhoogt het risico op verwondingen en mag niet toegepast wor den. – Houd de kettingzaag alleen aan de geïso leerde greepvlakken vast omdat de zaag ketting verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende leiding kan ook metalen apparaatonderde len onder spanning zetten en tot een elek trische schok leiden. – Draag oogbescherming. Verdere bescher mende uitrusting voor gehoor, hoofd, han den, benen en voeten wordt aanbevolen. Passende beschermende kleding vermin dert het letselgevaar door rondvliegend spaanmateriaal en toevallig aanraken van de zaagketting. – Werk met de kettingzaag niet in een boom, op een ladder of dak of in een instabiele Nederlands 79situatie. Bij gebruik in een dergelijke situ atie bestaat ernstig letselgevaar. – Let altijd op een stevige positie en gebruik de kettingzaag alleen als u op een stevige en vlakke ondergrond staat. Gladde onder grond of instabiele posities kunnen tot ver lies van het evenwicht of tot verlies van de controle over de kettingzaag leiden. – Houd er bij het zagen van een onder span ning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtve zels vrijkomt, kan de gespannen tak de ge bruiker treffen en/of de kettingzaag de con trole verliezen. – Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge bomen. Het dun ne materiaal kan in de zaagketting blijven steken en op u slaan of u uit evenwicht brengen. – Draag de kettingzaag aan de voorste greep in uitgeschakelde toestand en de zaagketting van uw lichaam verwijderd. Bij transport of opberging van de ketting zaag steeds de beschermende afdekking aanbrengen. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de waarschijnlijk heid dat de lopende zaagketting wordt aan geraakt. – Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van ge leiderail en ketting. Een ondeskundig ge spannen of gesmeerde ketting kan breken of het terugslagrisico verhogen. – Alleen hout zagen. De kettingzaag niet voor werkzaamheden gebruiken waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, plastic, metselwerk of bouwmate rialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-beoogde werkzaamheden kan tot gevaarlijke situ aties leiden. – Deze kettingzaag is niet geschikt om bo men te kappen. Het gebruik van de ketting zaag voor niet-beoogde werkzaamheden kan tot ernstige verwondingen van de ge bruiker of andere personen leiden. Oorzaken en vermijden van een terugslag Terugslag kan optreden als de punt van de ge leiderail een voorwerp raakt of als het hout zich buigt en de zaagketting in de zaagsnede vast klemt. Een aanraking met de railpunt kan in sommige gevallen tot een onverwachte naar achteren ge richte reactie leiden waarbij de geleiderail naar boven en in de richting van de gebruiker wordt geslagen. Het vastklemmen van de zaagketting aan de bo venkant van de geleiderail kan de rail snel in de gebruikersrichting terugstoten. Al deze reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u mogelijk ernstig verwonden. Vertrouw niet uitsluitend op de ingebouwde veiligheidsvoorzieningen van de kettingzaag. Als gebruiker van een kettingzaag moet u diverse maatregelen treffen om zonder ongelukken en verwondingen te werken. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de kettingzaag. Door pas sende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen: – Houd de zaag met beide handen vast waarbij duimen en vingers de greep van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li chaam en armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Wan neer de juiste maatregelen zijn getroffen, kan de gebruiker de terugslagkrachten be heersen. De kettingzaag nooit loslaten. – Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daar door wordt een onbedoeld aanraken met de railpunt vermeden en is een betere contro le van de kettingzaag in onverwachte situ aties mogelijk. – Gebruik steeds de door de fabrikant voor geschreven vervangende rails en zaagket tingen. Verkeerde vervangende rails en zaagkettingen kunnen tot het breken van de ketting en/of tot een terugslag leiden. – Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onder houd van de zaagketting. Te lage dieptebe grenzers verhogen de neiging tot een te rugslag.

2.3 Overige veiligheidsvoorschriften

– Gebruik de elektrische machine alleen voor het beoogde doel. Het gebruik van de elek trische machine als stationaire zaag is ver boden. – Onbevoegde personen mogen de elektri sche machine en de netkabel niet aanra ken. Nederlands 80– De geldende juridische voorschriften op het gebied van arbeidsveiligheid, de vei ligheidsinstructies en algemeen geldende gezondheids- en arbeidsprincipes moeten beslist nageleefd worden. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die als ge volg van niet-toegestane wijzigingen aan de elektrische machine zijn ontstaan. – Gebruik geschikte zoekapparaten om ver borgen toevoerleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke nutsbedrijf. Aontact van inzetgereedschap met een spanningvoerende leiding kan brand ver oorzaken of tot een elektrische schok lei den. Beschadiging van een gasleiding kan een explosie veroorzaken. Het penetreren van een waterleiding veroorzaakt materiële schade. – Draag bij werkzaamheden een veilligheids bril en gehoorbescherming die voldoen aan de nationale voorschriften voor persoonlij ke beschermingsuitrusting. Draag een be schermende zaagoverall of een bescher mende zaagbroek. Draag stevige schoenen met slipvaste zolen. Draag geen wijde jas sen, sjaals, sieraden etc. die in de zaagket ting terecht kunnen komen. – Om aan de beveiligingsklasse te voldoen, moet de zaag op veiligheid gecontroleerd worden. Daarom moeten deze werkzaam heden door een erkende elektrotechnische werkplaats uitgevoerd worden. – Wij adviseren om een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder te gebruiken. – Buiten mogen alleen de toegestane en als zodanig gekenmerkte verlengingskabels gebruikt worden. De verlengingskabel moet regelmatig gecontroleerd en bij be schadiging meteen vervangen worden. – Let op omgevingsinvloeden. Laat de elek trische machine niet in de regen staan en gebruik deze niet in een vochtige of natte omgeving. Zorg voor een goede verlichting van de werkplek en werk met de elektri sche machine niet in de buurt van brandba re vloeistoffen en gassen. De warme elek trische machine mag niet weggelegd wor den waar het zou kunnen ontvlammen en deze moet in schone staat gehouden wor den. – Controleer regelmatig de beweeglijke net kabel. Indien deze beschadigd is, moet hij door een erkende werkplaats vervangen worden. De beweeglijke netkabel mag niet gebruikt worden om de elektrische machi ne te dragen en hieraan mag ook niet ge trokken worden om de stekker uit het stop contact te trekken. De kabel moet tegen hoge temperaturen, tegen olie en voor overgangen over scherpe kanten be schermd worden. – Vóór elk gebruik van de elektrische machi ne moeten alle beschermende afdekkingen en elementen en de beweeglijke delen ge controleerd worden. Alle onderdelen moe ten correct gemonteerd en aan alle voor waarden voor het juiste gebruik van de elektrische machine moet voldaan zijn. Be schadigde beschermende afdekkingen en elementen moeten vakkundig in een erken de werkplaats gerepareerd of vervangen worden. Beschadigde schakelaars moeten door een erkende werkplaats vervangen worden. Gebruik de elektrische machine niet als de schakelaars niet in- of uitge schakeld kunnen worden. – Vermijd dat de schakelaar in de positie AAN vastklemt. – De gereedschappen moeten zorgvuldig on derhouden worden. Alleen met scherp en schoon gereedschap kan er beter en veili ger gewerkt worden. Defecte, botte ge reedschappen of gereedschappen met on toereikende maten mogen niet gebruikt worden. Neem de aanwijzingen voor het onderhoud van de machine en de gereed schapswissel in acht. – Gebruik nooit botte of beschadigde ketting en. Door het gebruik van onscherpe of ver keerd ingestelde kettingen ontstaat hogere belasting, wat tot vernieling en aansluiten de verwonding kan leiden. – Gebruik alleen door de fabrikant aanbevo len accessoires of speciale accessoires. – Het beschermprofiel mag niet verwijderd of aangepast worden. – Het beschermprofiel is een vast onderdeel van de elektrische machine. Deze aan te passen, te verkorten of te demonteren is verboden. Let erop dat deze in het vlak van het zwaard ligt, dat de ketting correct ge spannen is en het beschermprofiel niet raakt. De minimale afstand van de ketting tot het beschermprofiel bedraagt 5 mm. – Het beschermprofiel werkt alleen als deze in de zaaggleuf ligt. Het beschermprofiel Nederlands 81verhindert niet de terugslag bij korte zaag sneden. – Als het beschermprofiel verbogen is, mag er niet met de zaag gewerkt worden. – De beschermingsafdekkingen en bescher mingsmiddelen mogen niet verwijderd wor den en hun correcte werking mag niet be invloed worden. – Gebruik altijd alleen door de fabrikant aanbevolen zwaarden, kettingen en ket tingwielen. Het zwaard moet altijd goed bevestigd zijn. – Kettingen met kettingtanden voor stationai re elektrische machines mogen niet ge bruikt worden. – Zaag geen werkstukken die te groot of te klein zijn voor de elektrische machine. – Invalzaagsneden zijn in principe niet moge lijk. De constructie van het beschermprofiel verhindert dat. Het beschermprofiel mag niet verwijderd worden. – Insteek (invallen) met lopende zaag in volle, gesloten vlakken is verboden. Gevaar voor letsel door terugslag van de elektrische machine! – Als de elektrische machine niet gebruikt wordt of bij reparatie of wissel van gereed schap moet de stekker van de beweeglijke netkabel uit het stopcontact getrokken worden. Veilig werken Vóór het begin – Zorg voor orde op uw werkplek. Wanorde op de werkplek kan tot een arbeidsongeval leiden. – De beweeglijke netkabel zo leggen dat deze niet door de machine gegrepen kan worden en dat deze geen extra gevarenbron vormt waarover bijv. gestruikeld kan worden. – Bij gebruik van de elektrische machine in een gesloten ruimte moet voor voldoende ventilatie gezorgd of een afzuiging gebruikt worden. Het zagen van materialen die schadelijk voor de gezondheid zijn, bijv. as best, moet vermeden worden. – Voordat u met het werk begint, moet u het oliepeil en de juiste smeerfunctie controle ren. – Controleer de originele kettingwielafdek king op volledigheid. Indien de originele kettingwielafdekking onvolledig of bescha digd is, mag deze niet gebruikt worden. Men mag ze ook niet door andere onderde len vervangen, bijv. door moeren. Het span systeem werd speciaal voor uw zaag ge construeerd, met het oog op de optimale werking en arbeidsveiligheid. – Voordat u begint te zagen, moet de instel lingshendel voor het kantelen en voor de hoekinstelling van het zwaard voldoende en betrouwbaar vastgezet worden. Als de po sitie van het zwaard tijdens het zagen nieuw ingesteld wordt, kan dit tot vast klemmen en een terugslag leiden. – Van het te zagen materiaal moeten alle vreemde deeltjes, vooral van metaal, ver wijderd worden omdat ze de zaag kunnen beschadigen en verwondingen kunnen ver oorzaken. – Vóór het inschakelen van de elektrische machine moet gecontroleerd worden of het zwaard correct bevestigd en de ketting juist gespannen is. – Belangrijk is de juiste kettingspanning. Controleer de kettingspanning voordat u begint te werken en voortdurend tijdens het werk. De kettingvoeding moet zo gekozen worden dat de ketting niet wordt gestopt. – De elektrische machine mag pas ingescha keld worden als het op het te zagen werk stuk is gezet. Begin pas te zagen als de elektrische machine het volle toerental heeft bereikt. Tijdens het werk – Tijdens het zagen kan de gekozen zaagrich ting niet met geweld worden gewijzigd. – Let erop dat uw handen op veilige afstand van de zaag en de ketting zijn. Houd met de andere hand de extra greep vast. Als u de zaag met beide handen vasthoudt, kun nen de handen niet gewond raken. – Houd het werkstuk dat gezaagd moet wor den nooit in de hand of over de knie vast. Het werkstuk moet op een stevige onder grond bevestigd worden. Het is belangrijk dat het te zagen werkstuk goed onder steund wordt en dat het gevaar van contact met een lichaamsdeel, het vastklemmen van de ketting of verlies van controle zo veel mogelijk wordt geminimaliseerd. – Grijp niet met uw handen onder het te za gen materiaal. Het beschermprofiel kan u niet voldoende tegen aanraking van de ket ting onder het te zagen werkstuk bescher men. Nederlands 82– Als u grote platen zaagt, moet u voor een goede ondersteuning zorgen om een vast klemmen van de ketting en een terugslag te verhinderen. Grote platen neigen door hun eigengewicht door te buigen. De on dersteuning moet onder de plaat aan beide zijden van de zaagsnede en in de buurt van de plaatkanten aangebracht worden. – Bij het zagen in lengterichting moet altijd de geleiderail of de parallelaanslag ge bruikt worden. De zaagnauwkeurigheid wordt daardoor verbeterd en het risico op een vastklemmende ketting neemt af. – Als de ketting verdraaid of in de snede niet uitgelijnd is, kunnen de tanden aan de ach terste rand van de ketting van boven op het houtoppervlak stoten, de ketting springt uit de snede en de zaag wordt naar de bedie ner geworpen. – Mocht de ketting vastklemmen of als het om een of andere reden nodig is om de ket ting los te maken, moet de zaag uitgescha keld worden en de zaag in het materiaal gehouden worden tot de ketting compleet stilstaat. Probeer nooit om de zaag uit de snede te tillen of deze terug te trekken zo lang de ketting niet stilstaat; in dergelijke gevallen kan er een terugslag plaatsvinden. Zoek naar oorzaken voor het vastklemmen van de ketting en naar middelen hoe de oorzaken verholpen kunnen worden. – Bij de nieuwe start van de zaag met de ket ting in het werkstuk, moet de ketting in de zaagsnede gecentreerd worden en moet u ervoor zorgen dat de tanden niet tegen het materiaal stoten. Als de ketting vastge klemd is, kan deze na de nieuwe start de zaag naar boven uit het werkstuk drukken of het kan tot een terugslag leiden. – Opgelet bij spaanuitwerping! Als de spaa nuitwerper verstopt raakt, moet de elektri sche machine uitgeschakeld en de netkabel uit het stopcontact getrokken worden. Pas als de ketting stilstaat, kan men de ketting wielafdekking afnemen en de verstopte opening reinigen. Zolang de elektrische machine niet volledig stilstaat, mag men niet in de spaanuitwerper grijpen. – De elektrische machine moet pas van het te zagen werkstuk verwijderd worden als de zaag stilstaat. – Na het zagen en uitschakelen van de elek trische machine moet het zolang in de werkstand gehouden worden tot het volle dig stilstaat. – Wij adviseren u om de elektrische machine op de geleidetafel of Systainer neer te leg gen. Zo vermijdt u een eventuele beschadi ging van de ketting en het zwaard. – Voordat u de zaag op de werktafel of op de grond legt, moet u altijd controleren of de ketting stilstaat en dat de zaag op het be schermende profiel steunt. Een niet-be schermde, nalopende ketting veroorzaakt een terugslag en zaagt alles door wat in de weg staat. Neem de tijd in acht die na het uitschakelen tot aan de stilstand van de ketting nodig is. Het verdient aanbeveling om de zaag op één vlak op de geleidezool of de Systainer weg te leggen. – Als de elektrische machine niet wordt ge bruikt, moet altijd de beschermende afdek king van de ketting geplaatst worden. Dit geldt ook als de elektrische machine wordt gedragen. – De elektrische machine nooit met lopende ketting dragen. – Als de elektrische machine niet gebruikt wordt, moet deze veilig, droog en afgeslo ten, buiten reikwijdte van kinderen en on bevoegde personen opgeborgen worden.

2.4 Resterende risico's

Ook bij aanbevolen gebruik van de elektrische machine en bij naleving van de veiligheidsvoor schriften kunnen door de constructieve uitvoe ring van de elektrische machine en het gebruik ervan de volgende resterende veiligheidsrisi co's ontstaan: – Verwonding aan kettingtanden bij het ver vangen van de ketting. – Verwonding bij aanraking van de ketting in het zaagbereik. – Vastgrijpen van kleding door lopende ket ting. – Verwonding door wegvliegende zaagdelen of gereedschapsdelen. – Gevaar door beweeglijke netkabel. – Terugslag door vastklemming van de ket ting of bij werkzaamheden met de profiel punt. – Voor de gezondheid schadelijke concentra tie van stof als er niet in voldoende geventi leerde ruimtes wordt gewerkt. – Letsel door aanraking van onder spanning staande delen bij de demontage van de elektrische machine of delen ervan en ge lijktijdig niet-uitgetrokken netstekker van Nederlands 83de beweeglijke netkabel uit het stopcon tact. – Gehoorschade bij langdurig werken zonder gehoorbescherming.

Meetwaarden vastgesteld volgens EN 62841. Het A-beoordeelde geluidsniveau van het appa raat bedraagt: Geluidsdrukniveau L

= 102 dB(A) Akoestische uitgangswaarde volgens vastge schreven richtlijn 2000/14/EG, bijlage VI geme ten. Gemeten geluidsvermo gensniveau

VOORZICHTIG Geluid dat bij het werk optreedt Beschadiging van het gehoor ► Gehoorbescherming gebruiken. De hand-arm-trilling is typisch

De aangegeven emissiewaarden (trilling, ge luid) – zijn geschikt om machines te vergelijken, – om tijdens het gebruik een voorlopige in schatting van de trillings- en geluidsbelas ting te maken – en gelden voor de belangrijkste toepassin gen van het elektrische gereedschap. VOORZICHTIG Emissiewaarden kunnen van de aangegeven waarden afwijken. Dit hangt af van het ge bruik van de machine en de soort van het be werkte werkstuk. ► Beoordeel de werkelijke belasting tijdens de gehele bedrijfscyclus. ► Afhankelijk van de werkelijke belasting moeten passende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden vastgelegd. 3 Gebruik volgens de voorschriften

3.1 Functionele beschrijving

De zwaardzaag SSU 200 EB is voor het veelzijdi ge gebruik bij werkzaamheden met hout ont wikkeld. Met deze elektrische machine kan men rechthoekig en onder een instelbare hoek tot 200 mm diep zagen. Met verschillende ket tingtypes is de keuze van het juiste gereed schap voor elke toepassing mogelijk. De zaaghoek kan aan de hand van twee zwenk segmenten en een goed afleesbare schaal snel en probleemloos tot 60° ingesteld worden. De elektrische machine is met een uittrekbare pa rallelle aanslag uitgerust die aan beide zijden van de geleideslede gebruikt kan worden en een nauwkeurige en rechte zaagsnede garan deert. Het zwaard kan snel 10° naar achteren geklapt worden. Het spannen van de ketting ge beurt comfortabel zonder gereedschap met het spanwiel dat bovenaan de hoofdgreep gemak kelijk toegankelijk is. De opening voor de spaa nuitwerping zorgt voor een betrouwbare spaa nafvoer uit de elektrische machine en maakt het gebruik van een afzuigapparaat mogelijk. De ketting wordt tijdens het zagen optimaal door de oliedoseerpomp gesmeerd. Na het in schakelen van de elektrische machine loopt de motor soepel, gestuurd door de elektronische besturingseenheid, tot aan het maximale toe rental op. De elektronica beschermt de motor. Bij eventuele plotselinge overbelasting van de motor wordt deze automatisch uitgeschakeld. Bij langdurige overbelasting vindt een omscha keling naar de zogenaamde koelmodus plaats waarbij de elektrische machine met lager koe lingstoerental tot aan de afkoeling loopt en pas daarna in de normale werking teruggaat. Bij het uitschakelen van de elektrische machine wordt de elektronische rem geactiveerd die de na looptijd van de ketting aanzienlijk verkort. Af Nederlands 84hankelijk van het ingestelde toerental kan de nalooptijd duidelijk verschillen.

3.2 Eigenschappen van de machine

De zwaardzaag SSU 200 EB is voor het zagen van dwars- en kortere lengtesneden in massief hout of vergelijkbare materialen bedoeld. De elektrische machine wordt door een per soon bediend die het aan de daarvoor bedoelde grepen vasthoudt en leidt, d.w.z. aan de voorste extra greep en aan de achterste greep. De elek trische machine op de achterste hulpgreep vasthouden is alleen toegestaan als er geen ri sico op terugslag bestaat. Elk ander gebruik geldt voor deze elektrische machine als niet- beoogd gebruik. De elektrische machine is niet bedoeld voor het kappen van bomen of het snoeien van bomen en struiken! Personen onder 16 jaar mogen deze elektrische machine niet bedienen. De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaats vindt. 4 Technische gegevens Zwaardzaag SSU 200 EB Netspanning 220 - 240 V~ Netfrequentie 50 - 60 Hz Opgenomen vermogen 1600 W Beweeglijke netkabel H07RN-F Beveiliging 15 - 16 A stroom bescherming Voorinstelling toerental o Constante elektronica o Elektrische veiligheids rem

Aanloopstroombegren zing

Automatisch smeren van het zwaard

Kettingsnelheid max. 10,6 m/s Versteksnede 0° - 60° Zaagdiepte [zwaard 20 cm (8")] bij 0° 200 mm Zwaardzaag SSU 200 EB bij 15° 190 mm bij 30° 170 mm bij 45° 140 mm bij 60° 100 mm Capaciteit van het oliere servoir ~ 240 ml Gewicht conform EPTA- procedure 01:2014 6,5 kg 5 Apparaatelementen [1-1] Inschakelblokkering [1-2] Handgreep [1-3] Schakelaar [1-4] Parallelaanslag haaks gebogen [1-5] Kettingbeschermer [1-6] Spanschroef voor parallelaanslag [1-7] Geleidezool [1-8] Extra greep vooraan [1-9] Oliepeilindicatie [1-10] Oliereservoirdeksel [1-11] Spaanuitwerping draaibaar [1-12] Kettingspanwiel [1-13] Oliedoseringswiel [1-14] Instelling trekkende snede [1-15] Voorinstelling toerental [1-16] Extra handgreep achter [1-17] Parallelaanslag haaks gebogen [2-1] Afdekking kettingwiel [2-2] Spanwiel [2-3] Ketting [2-4] Zwaard [2-5] Opening voor spanbout [2-6] Spanbout [2-7] Inspanschroef [2-8] Kettingwiel [2-9] Kettingspanwiel [3-1] Instelling trekkende snede [4-1] Kettingindicatie voor 0° Nederlands 85[4-2] Handschroef voor de instelling van de verstekhoek [4-3] Schaal [4-4] Kettingindicator voor 45° [4-5] Kettingindicator voor 60° [4-6] Zaagindicator voor 0° [5-1] Oliepeilindicatie [5-2] Oliedoseringswiel [6-1] Afstandsschroeven [7-1] Geleiderail [7-2] Schroefklemmen [7-3] Instelbare hoekaanslag [7-4] Verbindingsstuk [7-5] Snelspanner [8-1] Borgring [8-2] Schijf [8-3] Kettingwiel [8-4] Spindel Afgebeelde of beschreven accessoires behoren voor een deel niet tot de leveringsomvang. De vermelde afbeeldingen staan aan het begin en aan het einde van de gebruiksaanwijzing. 6 Transport en opslag De zwaardzaag SSU 200 EB wordt in onberispe lijke en gecontroleerde toestand verpakt in de Systainer geleverd. Het oliereservoir van de elektrische machine is niet met olie gevuld. Na de levering van de elektrische machine pakt u de elektrische ma chine meteen uit de verpakking en controleert u het op eventuele beschadiging bij het transport. Als een beschadiging aan het transport te wij ten valt, moet dit onmiddellijk aan de vervoer der gemeld worden.

De verpakte zaag kan in een droge en onver warmde ruimte opgeborgen worden waar de temperatuur niet lager is dan -5 °C. De uitge pakte zaag mag alleen in een droge, afgesloten ruimte opgeborgen worden waar de tempera tuur niet lager is dan +5 °C en waar geen plot selinge temperatuursveranderingen voorko men. 7 Instellingen WAARSCHUWING Gevaar voor letsel, elektrische schokken ► Trek vóór alle werkzaamheden aan de ma chine altijd de stekker uit het stopcontact!

Het kettingprofiel met beschermprofiel kan in lengterichting 10° naar achteren omgeklapt worden. Deze instelling wordt vooral gebruikt als in één keer meerdere achter elkaar liggen de lagen gezaagd worden. Een afdrukken van het gereedschap en een niet-rechte zaagsnede worden daarmee vermeden. ► De hendel [3-1] (afb. [3A]) naar boven los maken. ► Door trekken aan de greep het kettingpro fiel naar achteren omklappen en weer met de hendel [3-1] naar onderen vergrendelen (afb. [3B]).

7.2 Instelling van de verstekhoek

Bij verstekzaagsneden is de maximale zaagdiepte begrensd. ► De handschroeven [4-2] aan beide zijden losmaken. ► Aan de hand van de schaal [4-3] de zaag hoek op de gewenste waarde instellen (de schaalindeling bedraagt 1°). ► De handschroeven [4-2] weer vastdraaien.

Zachte aanloop De elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt ervoor dat het elektrische gereedschap stootvrij aanloopt. Door de beperkte aanloopstroom worden ook huishoudelijke zekeringen niet ge activeerd. Toerentalvermindering bij onbelaste loop Bij de onbelaste loop van de elektrische machi ne zorgt de elektronica voor een toerentalver mindering; daardoor wordt ook het geluidsni veau verminderd. Constant toerental Het motortoerental wordt elektronisch constant gehouden. Hierdoor wordt ook bij belasting een gelijkblijvende zaagsnelheid bereikt. Toerentalregeling Het toerental kan met de toerentalrege laar [1-15] traploos in het toerentalbereik (zie hoofdstuk 4) afhankelijk van het materiaal wor den ingesteld. Nederlands 86Overbelastingsbeveiliging Bij extreme overbelasting van het elektrische gereedschap wordt de stroomtoevoer geredu ceerd. Als de motor enige tijd is geblokkeerd, wordt de stroomtoevoer volledig onderbroken. Na het ontlasten of uitschakelen van het elek trische gereedschap is het weer klaar voor ge bruik. Temperatuurbeveiliging Om oververhitting van de motor te voorkomen, wordt bij een te hoge motortemperatuur het op genomen vermogen begrensd (bijv. bij te hoge druk tijdens het werken). Gaat de temperatuur verder omhoog, dan wordt het elektrische ge reedschap uitgeschakeld. Het gereedschap kan pas weer worden ingeschakeld als de motor is afgekoeld. Herstartbeveiliging De ingebouwde herstartbeveiliging voorkomt dat het elektrische gereedschap bij continuwer king na een spanningsonderbreking weer auto matisch start. Voor de heringebruikneming moet het elektrische gereedschap eerst uitge schakeld en vervolgens ingeschakeld worden. 8 Ingebruikneming

WAARSCHUWING Ontoelaatbare spanning of frequentie! Risico van ongevallen ► De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen. ► In Noord-Amerika mogen alleen Festool- machines met een spanningsopgave van 120 V / 60 Hz worden gebruikt. De elektrische machine mag alleen met eenfa se-wisselstroom met nominale spanning 220-240 V / 50-60 Hz worden gebruikt. De elek trische machine is in het tweede niveau tegen een ongeval door elektrische stroom volgens norm EN 62841 beveiligd en heeft een inge bouwde vonkontstoring volgens norm EN 55014. De netaansluitkabel kan indien gewenst als volgt verlengd worden: – Lengte 20 m, kabeldoorsnede 3×1,5 mm

Gebruik alleen verlengingskabels die voor ge bruik buiten bedoeld zijn en als zodanig gemar keerd zijn.

8.2 Inleggen van de zaagketting

Bij de levering van de elektrische machine zit de ketting niet op het zwaard. ► Demonteer de kettingwielafdekking [2-1] door het spanwiel [2-2] linksom te draai en (afb. [2]). ► Plaats de nieuwe ketting [2-3] op het zwaard [2-4] en leg deze in de elektrische machine. Let op de juiste positie van de ketting tanden volgens de draairichting. De draairichting is met een pijl op de elek trische machine gemarkeerd, en onder de kettingwielafdekking bevindt zich een markering die aangeeft hoe de ketting ingelegd wordt. ► De kettingschakels op het kettingwiel zo [2-8] uitlijnen en met het spanwiel [2-9] draaien dat de opening voor de span bout [2-5] op de spanbout [2-6] vastklikt. – Rechtsom draaien om los te maken: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar boven. – Linksom draaien om vast te draaien: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar onderen. ► Vervolgens de kettingwielafdekking [2-1] op de bevestigingsschroef [2-7] leggen en door rechtsom draaien van het spanwiel [2-2] vastdraaien. ► Vóór het volledig vastdraaien moet de ket ting correct gespannen zijn (zie hoofd stuk 11.1).

8.3 Vullen van het oliereservoir

LET OP Bij levering is het oliereservoir voor de ket ting leeg. Gebruik met onvoldoende gevuld oliereser voir of niet-functionerend smeersysteem leidt tot beschadiging van de zaag. ► Vóór de eerste ingebruikneming moet het oliereservoir met kettingsmeerolie gevuld zijn. Het oliereservoirdeksel [1-10] is van een ope ning met een inlaatventiel voor luchtdrukveref fening voorzien. Indien met de elektrische ma chine anders dan in horizontale positie gewerkt wordt, kan het voorkomen dat de ketting niet wordt gesmeerd. De uitlaat van het oliereser voir bevindt zich onderaan het oliereservoir. Bij Nederlands 87het omdraaien van de elektrische machine kan de pomp geen olie aanzuigen. Het oliepeil in het reservoir wordt in de oliepei lindicatie [1-9] getoond. 9 Gebruik VOORZICHTIG Beschadiging van de zaag Gebruik van de elektrische machine met on voldoende gevuld oliereservoir of met niet- functionerend smeersysteem leidt tot ver nieling van de oliedoseerpomp en de gehele zaagmachine. ► Vóór elk begin van het werk het oliepeil in de oliepeilindicatie [1-9] en het goed func tioneren van de kettingsmering controle ren.

9.1 In-/uitschakelen

Vóór het inschakelen ► Vóór het inschakelen moeten alle bevesti gings- en spanmoeren vastgedraaid wor den. ► De SSU 200 EB met beide handen aanpak ken en zodanig op het te zagen werkstuk zetten dat de ketting vrij en na het inscha kelen niet in de ingreep is. Inschakelen ► Aan de zijde op de greep de inschakelver grendeling [1-1] indrukken en vervolgens de motorschakelaar [1-3] indrukken. Uitschakelen ► De schakelaar [1-3] loslaten. De inschakelblokkering

[1-1] gaat naar de uit gangspositie terug en verhindert zo een onbe doelde inschakeling. Bij het uitschakelen wordt gelijktijdig de rem geactiveerd die de nalooptijd van de ketting aanzienlijk verkort. De SSU 200 EB van het werkstuk pas ver wijderen als de ketting volledig stilstaat.

9.2 Regeling smering van de ketting en van

het zwaard De hoeveelheid smeerolie kan aan de hand van het doseerwiel [5-2] geregeld worden. Door in drukken van het doseerwiel [5-2] kan de positie 0, 1, 2 en MAX tegenover de streepmarke ring [5-1] ingesteld worden. De positie 0 is de minimale smering voor zuivere zaagsneden, deze mag echter niet langdurig gebruikt worden. Na een der gelijke zaagsnede moeten de ketting en het zwaard altijd verhoogd doorgesmeerd worden. Voor een langdurig gebruik is de hoeveel heidsinstelling van niveau 2 en MAX ge schikt.

Zagen zonder geleiderail Voor het vastleggen van de binnenste snijrand van de ketting moeten alle kettingindicaties op de geleideslede gebruikt worden: bij de rechthoekige zaagsnede: – indicatie 0° [4-1] bij de schuine zaagsnede: – indicatie 45° [4-4] – indicatie 60° [4-5] Voor de vastlegging van de buitenste snijrand gebruikt u de zaagindicator [4-6]. Zagen met geleiderail Voor het vastleggen van de binnenste snijrand van de ketting moet alleen – indicatie 0° [4-1] gebruikt worden.

De parallelaanslag maakt parallelle zaagsne den langs een parallel lopende kant mogelijk. ► De parallelaanslag [1-4] in de houders in de geleideslede [1-7] plaatsen en met span schroeven [1-6] vergrendelen.

WAARSCHUWING Schadelijke stoffen Aandoening van de luchtwegen ► Nooit zonder afzuiging werken. ► Nationale voorschriften in acht nemen. ► Draag een ademmasker. 10 Accessoires Onderaan de geleideslede is de SSU 200 EB met een lengtegroef voor het opzetten van de geleiderail voorzien. Daardoor kan men een voudig en nauwkeurig grotere stukken zagen.

10.1 Geleidesysteem (FS/2)

Voor gemakkelijke en veilige omgang bij het za gen van grote werkstukken en om nauwkeurige hoekzaagsneden te realiseren, wordt de toe Nederlands 88passing van het geleidesysteem aanbevolen. Hiermee zijn zuivere zaagsneden mogelijk dankzij de nauwkeurige geleiding langs de af getekende kant. De zijdelingse speling van de zaagslede op de geleiderail kan met de af standsschroeven in de extra grepen [6-1] inge steld worden. Bevestigen van de geleiderail Het bevestigen van de geleiderail [7-1] gebeurt met schroefklemmen FSZ 300 [7-2] of aan de hand van snelspanners FS‑RAPID/L [7-5] die in de daarvoor bedoelde geleidegroef (afb. [7A]) geplaatst worden. Dit zorgt voor een veilige on dersteuning op oneffen vlakken. Onderaan de geleiderail zijn slipvrije strips aangebracht die voor het veilig aanleggen zorgen en krassen op het materiaaloppervlak verhinderen. VOORZICHTIG Bij het zagen in verstek kan het gereedschap met schroefklemmen of met snelspanners in botsing komen. ► De zaag zo in een hoek draaien dat de ket ting niet botst tegen de klem.

10.2 Hoekaanslag (FS‑AG-2)

Door de combinatie van de geleiderail [7-1] en de traploos instelbare hoekaanslag [7-3] zijn nauwkeurige hoekzaagsneden mogelijk, bijv. bij paswerkzaamheden. ► De hoekaanslag [7-3] volgens afb. [7B] aanbrengen. ► Op de schaal [4-3] kan de gewenste zaag hoek ingesteld worden.

10.3 Inbouw van het verbindingsstuk (FSV)

Al naar gelang de toepassing en grootte van het werkstuk kan men meerdere geleiderails met gebruikmaking van het verbindingsstuk [7-4] (afb. [7C]) met elkaar verbinden. Om een vaste verbinding van de geleiderail te realiseren, kan de verbindingsveer met schroeven in de daar voor bedoelde schroefdraadgaten vergrende len.

10.4 Snelspanner (FS‑RAPID/L)

De geleiderail kan men snel met dit accessoi re [7-5] bevestigen dat in de onderste gleuf wordt ingezet. De bevestiging gebeurt door het indrukken van de pistooltoets. Door indrukken van de vergrendeltoets gaat de bevestiging open. VOORZICHTIG Bij het zagen in verstek kan de machine met de greep van de snelspanner in botsing ko men. ► De greep van de snelspanner moet na het vastdraaien links naar het materiaal ge draaid worden, dan kan deze ook bij maxi maal verstek van 60° niet botsen.

10.5 Aanbevolen zaagkettingen

Zaagket ting Toepassingsgebied SC 3/8"‑91 U‑39E – Zaagketting Uni – Kettingsteek 3/8" – Voor lengte- en dwarszaag sneden – Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200 SC 3/8"‑91 L‑39E – Zaagketting Lengte – Kettingsteek 3/8" – Voor lengtezaagsneden – Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200 SC 3/8"‑91 F‑39E – Zaagketting Fijn – Kettingsteek 3/8" – Voor fijne en dwarszaagsne den – Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200 SC 3/8"‑91 I‑39E – Zaagketting ISO – Kettingsteek 3/8" – Voor flexibel en drukvast iso latiemateriaal – Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200 Nederlands 8911 Onderhoud en verzorging WAARSCHUWING Gevaar voor letsel, elektrische schokken ► Vóór alle onderhouds- en reinigingswerk zaamheden de stekker altijd uit het stop contact trekken! ► Alle onderhouds- en reparatiewerkzaam heden, waarvoor het vereist is om de mo torbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd. WAARSCHUWING Gevaar voor letsel ► Vóór alle onderhouds- en reparatiewerk zaamheden de zaag, de ketting en het zwaard laten afkoelen. ► Veiligheidshandschoenen dragen ter be scherming tegen verwondingen aan scher pe tanden van de ketting of scherpe kanten van het zwaard. Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerk plaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service Alleen originele Festool-reserveon derdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service EKAT

Het zaaggereedschap van de elektrische ma chine heeft een kettingschakelafstand van 3/8" en de aandrijfschakels zijn 1,3 mm dik. Ander gereedschap mag alleen met uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant gebruikt worden. De kettingschakelafstand moet identiek zijn aan de deling van het kettingwiel en met de afstand van de geleiderol van het zwaard. De complete zaaggereedschapsset bestaat uit: – Kettingwiel [8-3] – Zwaard [2-4] – Ketting [2-3] De standtijd van de zaaggereedschapsset hangt vooral af van de smering en spanning van de ketting. Om die reden moet de kettingspanning vóór het werkbegin en tijdens het werk gecon troleerd en bijgesteld worden.

11.1 Kettingspanning

► Bij iets losgemaakte kettingwielafdek king [2-1] het spanwiel [2-9] zo lang in de pijlrichting draaien tot de onderzijde van de ketting strak tegen het zwaard ligt (afb. [10]). ► Vervolgens de kettingwielafdekking [2-1] stevig vastdraaien door het spanwiel [2-2] rechtsom te draaien. ► De juiste kettingspanning controleren door aan de onderzijde licht aan de ketting te trekken (afb. [10]), zodat een spleet van ca. 5 mm ontstaat. Na de ontspanning moet de ketting naar de oor spronkelijke positie teruggaan en strak tegen het zwaard liggen. LET OP Kettingen die warm in de bedrijfstoe stand gespannen werden, moeten na de werk zaamheden beslist ontspannen worden. Bij de afkoeling van de gespannen ketting komen gro te krimpspanningen voor die de elektrische machine zouden kunnen beschadigen.

11.2 Scherpslijpen van de ketting

Als de spanen te fijn zijn (afb. [11]) moet de ket ting door een erkende werkplaats scherpgesle pen worden.

► Olie bijvullen als het oliepeil in de oliepeilin dicatie [1-9] naar de onderste kant zakt. ► Het gedeelte van het oliereservoirdeksel zorgvuldig reinigen voordat het oliereser voir wordt geopend. Spanen en stof die in het oliereservoir terechtkomen, leiden tot verstopping van de oliekanalen en daardoor tot een verstoorde kettingsmering. ► Gebruik alleen olie die bedoeld is voor het smeren van zaagkettingen. Afgewerkte olie en olie die niet uitdrukkelijk als kettingolie beschreven is, mogen niet gebruikt worden. Biologisch afbreekbare oliën voor het smeren van kettingen hebben een lagere smeerkracht en kunnen na een langere bedrijfsonderbreking verharsing van de smeerkanalen veroorzaken. ► Als er olie in de motor terechtkomt, neem dan contact op met de fabrikant of een ser vicewerkplaats (zie hoofdstuk 11). ► De oliereservoirinhoud bedraagt 240 ml. Om een hoge slijtage te vermijden, moet de ketting en het zwaard tijdens het gebruik ononderbroken gesmeerd worden. De sme ring gebeurt aan de hand van de oliedoseer pomp die de voorgedefinieerde oliehoeveel heid in de smeergroef van het zwaard do seert. Nederlands 9011.4 Onderhoud van het zwaard ► Eenzijdige slijtage van het zwaard kan ver meden worden als het zwaard na elke slijp beurt van de ketting omgedraaid wordt. ► Gewelfde buitenglijvlakken (afb. [9B]) zijn een normale gebruiksslijtage. Overstekende randen aan de geleiderail met een platte vijl verwijderen. . ► Slijtage van de inwendige geleidingsvlakken (afb. [9A]) komt bij onvoldoende smering, bij verkeerde kettingsmering of verkeerde bediening voor. Het zwaard moet vervangen worden. WAARSCHUWING Optimale kettinggeleiding niet gegarandeerd Gevaar voor letsel door wegspringende of scheurende ketting ► De kettingschakels mogen in geen geval de groefbodem van het zwaard raken. Als de ketting de groefbodem raakt, is het zwaard versleten en moet vervangen worden. ► De smeeropeningen en de groef van het zwaard moeten altijd schoon zijn.

11.5 Onderhoud van het kettingwiel

WAARSCHUWING Verkeerde kettingspanning of te late vervan ging van het kettingwiel Gevaar voor letsel door wegspringende of scheurende ketting ► Kettingwiel tezamen met de tweede ket tingwissel of eerder vervangen.

11.6 Vervanging van de ketting en het

zwaard ► De elektrische machine in de uitgangsstand 0° uitlijnen en de kettingwielafdekking [2-1] door draaien van het spanwiel [2-2] rechts om afnemen (afb. [2]). ► De ketting [2-3] over het kettingwiel [2-8] trekken en tezamen met het zwaard [2-4] afnemen. ► Nieuwe ketting [2-3] op (nieuw) zwaard [2-4] opzetten en in de zaag plaat sen. De juiste positie van de kettingtanden t.o.v. de draairichting in acht nemen. De draairichting is op de zaag met een pijl gemarkeerd. Bovendien bevindt zich onder de kettingwielafdek king [2-1] een markering die aangeeft hoe de ketting ingelegd moet worden. ► De kettingschakels van de ketting precies in de kettingwieltanden [2-8] plaatsen, met het spanwiel [2-9] zo draaien dat de ope ning voor de spanbout [2-5] op de span bout [2-6] vastklikt. – Rechtsom draaien om los te maken: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar boven. – Linksom draaien om vast te draaien: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar onderen. ► Vervolgens de kettingwielafdekking [2-1] op de bevestigingsschroef [2-7] leggen en door rechtsom draaien van het spanwiel [2-2] vastdraaien. Vóór het volledig vastdraaien moet de ketting correct gespannen zijn.

11.7 Vervanging van het kettingwiel

► De ketting met het zwaard afnemen (zie hoofdstuk 11.6). ► Met een schroevendraaier de veiligheids beugelklem [8-1] van de spil [8-4] verwijde ren, de ring [8-2] en het kettingwiel [8-3] afnemen. ► Na de vervanging het kettingwiel, de ring en beveiliging weer inleggen.

11.8 Smering en reiniging

  • Wij adviseren om de elektrische machine regel matig te reinigen. Houd de elektrische machine vrij van stof, spanen, hars en overige verontrei nigingen. Bij gebruik van oplosmiddelhoudende reini gingsmiddelen kunnen gelakte oppervlakken of kunststofdelen beschadigd raken. Indien derge lijke reinigingsmiddelen gebruikt worden, advi seren wij om de uitwerking eerst op een klein, niet-zichtbaar vlak te testen. Bij elk slijpen of bij de vervanging van de snijge reedschapsset moet het inwendige van de af dekking van stof en spanen vrij zijn, de geleide groef, de smeeropeningen en de spanvlakken van het zwaard moeten gereinigd worden. De ventilatieopeningen van de motorafdekking mo gen niet verstopt zijn. Nederlands 9111.9 Koolborstels vervangen – Het vervangen van borstels, de netaan sluitkabel etc. moet u door een geautori seerde werkplaats laten uitvoeren. Na een klap van de elektrische machine is het no dig om deze door een geautoriseerde werk plaats na te laten kijken om mechanische of elektrische risico's te voorkomen. – De controle van de koolborstels gebeurt na ca. 200 bedrijfsuren. De koolborstels zijn na afname van de kap toegankelijk. Als de koolborstels korter zijn dan 5 mm moeten ze vervangen worden. – De elektrische machine is met zelfschei dende koolborstels uitgerust, bij het berei ken van de minimale lengte worden ze au tomatisch gescheiden. Er mogen alleen originele koolborstels toegepast worden. 12 Milieu Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht. Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Informatie over de inzamelpunten voor een cor recte verwijdering is onder www.festool.nl/ recycling in te zien. Informatie voor REACH: www.festool.nl/reach 13 Foutoplossing Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen Elektrische machine loopt niet. Geen stroomvoorziening. Zekeringen en stroomkabel controleren. Versleten koolborstels. Koolborstels vervangen. Schakelaar vastgeklemd. Inschakelblokkering indrukken. Na overbelasting. Zekeringen controleren. Zaagsnede onzuiver, ketting loopt naar zijkant weg. Kettingvoeding te groot. Voeding reduceren. Gereedschap is bot. Ketting scherpslijpen of door nieuwe vervangen. Ketting verkeerd geslepen. Ketting vervangen. Te grote kracht voor ketting voeding nodig. Steunvlak van de slede ver ontreinigd. Slede reinigen. Gereedschap is bot. Ketting scherpslijpen of door nieuwe vervangen. Zaagvoeding te groot. Voeding kleiner instellen. Geen kettingsmering. Verstopte smeerkanalen van het zwaard. Zwaard reinigen. Defecte oliedoseerpomp. Pomp vervangen (door erkende servicedienst). Oliereservoir leeg. Zaagkettingolie bijvullen. Inwendige oliekanalen van de elektrische machine verstopt of biologische olie verharst. Elektrische machine reinigen (door erkende servicedienst). Nederlands 92Innehållsförteckning 1 Symboler p. 93
  • 2 Säkerhetsanvisningar p. 93
  • 3 Avsedd användning p. 97
  • 4 Tekniska data p. 98
  • 5 Delar p. 98
  • 6 Transport och förvaring p. 99
  • 7 Inställningar p. 99
  • 8 Driftstart p. 100
  • 9 Drift p. 100
  • 10 Tillbehör p. 101
  • 11 Underhåll och skötsel p. 102
  • 12 Miljö p. 104
  • 13 Felåtgärder 1 Symboler Varning för allmän risk Varning för elstötar Läs bruksanvisningen och säkerhets anvisningarna! Använd andningsskydd! Använd hörselskydd! Skyddsklass II Skydda mot regn! Dra omedelbart ut kontakten ur elutta get om den rörliga nätkabeln skadats eller blir avsågad. p. 104