Airdyne AD8 - Fitnessapparatuur Schwinn - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Airdyne AD8 Schwinn in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Airdyne AD8 Schwinn
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fitnessapparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Airdyne AD8 - Schwinn en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Airdyne AD8 van het merk Schwinn.
GEBRUIKSAANWIJZING Airdyne AD8 Schwinn
Bedankt voor het kiezen van SCHWINN Airdyne AD8 als uw fitnessapparaat. We raden u met klem aan deze gebruikershandleiding zorgvuldig door te lezen voordat u met de montage van uw apparatuur begint, vooral de onderstaande WAARSCHUWINGEN! DE WAARSCHUWINGEN VERMINDEREN HET RISICO VAN VERBRANDING, BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF LICHAMELIJK LETSEL.
Zoek voor u verder gaat het serienummer van de apparatuur op de witte barcode-sticker aan de stabilisator. Voer het nummer hieronder in.
VUL UW SERIENUMMER EN MODELNAAM IN DE ONDERSTAANDE VAKKEN IN:
SERIENUMMER:
MODELNAAM: SCHWINN Airdyne AD8
» Geef het SERIENUMMER en de MODELNAAM op als u belt voor een serviceafpraak.
LOCATIE SERIENUMMER

• HET NIET OPVOLGEN VAN DEZE INSTRUCTIES KAN TOT LETSEL LEIDEN!
- Gebruik deze apparatuur uitsluitend zoals beoogd en zoals omschreven in deze gebruikshandleiding van de apparatuur.
- Hartslagmonitorsystemen kunnen onnauwkeurig zijn. Overmatig trainen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. Stop uw training direct als u zich duizelig begint te voelen.
- Als u pijn ervaart, met inbegrip van - maar niet beperkt tot - pijn op de borst, misselijkheid, duizeligheid of kortademigheid, stop dan direct uw training en raadpleeg uw arts voordat u verder gaat. Onjuiste of overmatige lichaamsbeweging kan letsel veroorzaken.
- Draag geen kleding of sieraden die aan bewegende onderdelen van deze apparatuur kan blijven haken.
- Draag altijd sportschoenen met rubberen zolen of fietsschoenen met schoenplaatjes wanneer u dit apparaat gebruikt. Gebruik het apparaat niet met blote voeten of alleen met sokken aan.
- Zorg er voor gebruik voor dat u de werking van het inschakel-/ontgrendelmechanisme voor de pedalen en schoenplaatjes (schoenen) begrijpt.
• Spring niet op het toestel.
- Draai de voetpedalen nooit met de hand. Ronddraaiende pedalen kunnen letsel veroorzaken.
- Steek geen vingers of andere voorwerpen in bewegende delen van de trainingsapparatuur.
- Zorg dat stelhendels (zadel en stuur voor- en achterzijde) correct beveiligd zijn en het bewegingsbereik niet beperken tijdens de training.
- Om letsel te voorkomen, mag u geen lichaamsdelen (bijvoorbeeld vingers, handen, armen of voeten) blootstellen aan het aandrijfmechanisme of andere mogelijk bewegende delen van de apparatuur.
- Probeer de fietstrainer niet staande te rijden bij hoge toerentallen totdat u op lagere snelheden hebt geoefend.
- Stel de stelvoeten niet zo hoog af dat deze loskomen of van de machine worden geschroefd. U kunt letsel oplopen of de machine kan beschadigd raken.
- Zet de zadelpen niet boven de "STOP"-markering op de zadelpen.
- Zorg ervoor dat de pedalen stil staan voordat u erop stapt. Wees voorzichtig wanneer u op en van de machine stapt.
- Controleer voor ieder gebruik of de handgrepen goed vastzitten.
- Zorg dat uw schoenen in de toeclip vastzitten (indien aanwezig).
- Stap van de machine af voordat u het zadel verstelt.
- Er mag zich nooit meer dan een persoon tegelijk op de apparatuur bevinden.
- Deze apparatuur mag niet worden gebruikt door personen die meer wegen dan gespecificeerd in de sectie TECHNISCHE SPECIFICATIES. Als u zich hier niet aan houdt, zal de garantie komen te vervallen.
- Huisdieren of kinderen jonger dan 13 jaar mogen NOOIT dichter dan 3 meter bij de apparatuur komen.
- Kinderen jonger dan 13 jaar mogen deze apparatuur NOOIT gebruiken.
- Kinderen ouder dan 13 jaar of personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring of kennis, mogen de apparatuur niet gebruiken, tenzij zij dit onder toezicht doen of instructies hebben ontvangen over het gebruik van de apparatuur door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Gebruik de handgrepen om het evenwicht te bewaren bij het op- en afstappen en voor extra stabiliteit tijdens het trainen.
- Plaats en gebruik deze apparatuur op een stevige, stabiele, horizontale ondergrond.
- Sluit dit trainingsapparaat alleen aan op een geaard stopcontact.
- Om het apparaat uit te schakelen zet u alle bedieningselementen in de uit-stand en trekt u de stekker uit het stopcontact.
- Om te zorgen dat de fiets geen stroom meer krijgt, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
- Sluit de stroomtoevoer af voordat u het apparaat verplaatst.
- Gebruik apparatuur nooit als deze is gevallen, met een beschadigd netsnoer of een beschadigde stekker, zelfs niet als deze nog correct werkt. Gebruik de apparatuur nooit als deze niet goed werkt, beschadigd is of in water is ondergedompeld. Neem contact op met de technische klantenservice voor vervanging of reparatie om gevaar te voorkomen.
- Deze apparatuur mag nooit onbeheerd worden achtergelaten wanneer deze is aangesloten op het stopcontact. Schakel de stroom uit en trek de stekker uit het stopcontact wanneer deze apparatuur niet wordt gebruikt en voordat u onderhoud, reiniging of verplaatsing uitvoert.
- Controleer de schoenplaatjes regelmatig op slijtage. Vervang de schoenplaatjes als ze versleten zijn. Vervang het schoenplaatje als dit moeilijk los te maken is of met veel minder moeite losgaat dan toen deze nog nieuw was.
- Houd schoenplaatjes en bindingen vrij van vuil om te zorgen dat ze goed vast en los komen te zitten.
- Aangezien deze machine met een vaste versnelling werkt, mag u niet terugtrappen of achteruittrappen. Hierdoor kunnen de pedalen losraken, wat kan leiden tot schade aan het apparaat en/of letsel bij de gebruiker. Bedien deze machine nooit met losse pedalen.
- Oefeningen op deze machine vereisen coördinatie en evenwicht. Houd er rekening mee dat er tijdens de training veranderingen in snelheid en weerstandsniveau kunnen optreden en wees oplettend om evenwichtsverlies en mogelijk letsel te voorkomen.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegde servicemonteur.
- Verwijder de beschermde deksels alleen als dit is voorgeschreven door een professional en uw lokale dealer.
- Verwijder afdekkingen van de console alleen als u hiervoor instructies hebt gekregen van de technische klantenservice.
- Gebruik geen toebehoren die niet zijn aanbevolen door de fabrikant. Toebehoren kunnen letsel veroorzaken.
- Breng het apparaat terug naar een servicecentrum voor onderzoek en reparatie.
- Laat nooit voorwerpen in een opening vallen en steek nooit voorwerpen in openingen om elektrische schokken te voorkomen.
- Niet gebruiken waar aerosols (spuitbussen) worden gebruikt of als zuurstof wordt toegediend.
- Deze apparatuur is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Als u zich hier niet aan houdt, zal de garantie komen te vervallen.
- Gebruik het toestel niet op een locatie zonder temperatuurcontrole, zoals, maar niet beperkt tot, garages, veranda's, zwembadruimtes, badkamers, carports of buiten. Als uw toestel is blootgesteld aan koudere temperaturen of een vochtige omgeving wordt het ten zeerste aangeraden om de apparatuur voor het eerste gebruik op kamertemperatuur te brengen. Als u zich hier niet aan houdt, zal de garantie komen te vervallen.
- Draai de afstelknop van de rem/weerstand zoals beschreven vast totdat het vliegwiel vergrendeld is voordat u het verplaatst/ veilig opbergt, verwijder de voeding wanneer u het opbergt en plaats het op een veilige locatie. Plaats het apparaat op een veilige plaats, uit de buurt van kinderen en huisdieren.
- De apparatuur is zwaar, wees voorzichtig en vraag indien nodig om hulp bij het verplaatsen.
- Zorg dat er 2 mensen beschikbaar zijn voor de montage, dit zal het montageproces vergemakkelijken. Voer zelf geen stappen uit waarbij u zwaar moet tillen of lastige bewegingen moet maken.
- Monteer dit apparaat niet buitenshuis of op een natte of vochtige plek. Zorg ervoor dat de montage gebeurt in een geschikte werkruimte, uit de buurt van voetgangers en blootstelling van omstanders.
- Voer alle montagestappen uit in de aangegeven volgorde. Verkeerde montage kan leiden tot letsel of onjuiste werking.
- Probeer het ontwerp of de functionaliteit van dit apparaat niet te veranderen. Dit kan de veiligheid van dit apparaat in gevaar brengen en maakt de garantie ongeldig.
- Gebruik het apparaat pas nadat het volledig is gemonteerd en gecontroleerd op correcte werking in overeenstemming met de handleiding.
- Verplaats of til de apparatuur niet uit de verpakking tot dit in de montage-instructies wordt gespecificeerd.
- Pak deze unit uit en monteer deze waar hij gebruikt gaat worden. Open de doos nooit als deze op zijn kop of op zijn kant ligt.
- Siliconen smeermiddel is niet bedoeld voor menselijke consumptie. Buiten bereik van kinderen bewaren. Op een veilige plaats bewaren.
- Houd de wisselstroomadapter uit de buurt van warmtebronnen. Draag dit apparaat niet aan het netsnoer en gebruik het netsnoer niet als handvat. Trek niet aan dit netsnoer en oefen geen mechanische belasting uit op dit snoer.
- Om het risico op elektrische schokken of gebruik zonder toezicht te verminderen, moet u altijd de stekker van de wisselstroomadapter uit het stopcontact en uit het apparaat halen en 5 minuten wachten voordat u het apparaat reinigt, onderhoudt of repareert. Plaats de wisselstroomadapter op een veilige plaats.
- Wees voorzichtig bij het op- en afstappen van deze stationaire trainingsapparatuur. Stap niet van de fiets af voordat de pedalen volledig tot stilstand zijn gekomen. Houd er rekening mee dat de bewegende pedalen de achterkant van de benen kunnen raken.
- Deze fiets kan de pedalen niet onafhankelijk van de weerstandsventilator stoppen. Verminder het tempo om de weerstandsventilator en de pedalen tot stilstand te brengen. Stap niet van de fiets af voordat de pedalen volledig tot stilstand zijn gekomen. Houd er rekening mee dat de bewegende pedalen de achterkant van de benen kunnen raken, noodrem omlaag = noodstop.
- Deze fiets kan de pedalen niet onafhankelijk van de weerstandsventilator stoppen. Verminder het tempo om de weerstandsventilator en de pedalen tot stilstand te brengen.

text_image
0,3 M (1 FT) 0,6 M (2 FT) AD8 0,6 M (2 FT) VRIJE RUIMTELOCATIE VAN DE AIRDYNE FIETS
Plaats de fietstrainer op een vlakke ondergrond. Er moet 30 cm ruimte zijn voor de fietstrainer. Voor gemakkelijke toegang is het aanbevolen om aan beide zijden van de fiets een vrij toegankelijke ruimte van ten minste 60 cm aan te houden zodat gebruikers van beide zijden toegang tot de machine hebben. Plaats de fietstrainer niet zodanig dat ventilatie- of luchttoevoeropeningen geblokkeerd worden. De fietstrainer mag niet in een garage, op een overdekt terras, dicht bij water of buiten worden opgesteld.
GEVAAR!
- Een ondeskundige aansluiting van de aardleiding van de apparatuur kan elektrische schokken tot gevolg hebben. Neem contact op met een gekwalificeerde elektricien of servicemonteur als u twijfelt of het product correct is geaard. Pas de stekker die bij het product is geleverd niet aan. Als de stekker niet in het stopcontact past, dient u een geschikt stopcontact te laten installeren door een gekwalificeerde elektricien.
- Dit product is bedoeld voor gebruik met een nominaal lokaal spanningscircuit en heeft een geaarde stekker. Er mag geen adapter worden gebruikt met dit product.
- Dit product dient gebruikt te worden op een eigen circuit. Om vast te stellen of er sprake is van een eigen circuit haalt u de stroom van dat circuit af en kijkt u of er andere toestellen uitvallen. Als dit het geval is dient u die toestellen op een ander circuit aan te sluiten.
Opmerking: Er zijn meestal meerdere stopcontacten aangesloten op één circuit.
TECHNISCHE SPECIFICATIES
| Gemonteerde afmetingen (L x B x H): | 134,6 x 67,3 x 134,6 cm / 53" x 26,5" x 53" |
Productgewicht 51,3 kg / 113 lbs.
Max. gewicht gebruiker 159 kg / 350 lbs.

Vanaf nu kunt u uw apparatuur monteren wanneer het u uitkomt. Voor gedetailleerde instructies over montage, bediening, programma's, probleemoplossing en onderhoud kunt u de QR-code aan de linkerkant scannen om toegang te krijgen tot de volledige handleiding.
Als het scannen van de QR-code mislukt, kunt u de website hier bezoeken:
Als uw apparatuur garantieservice nodig heeft, neem dan contact op met de plaatselijke technische ondersteuning.

HULP NODIG?
Als u vragen hebt, hulp nodig hebt bij ontbrekende onderdelen of technische ondersteuning of onderhoud nodig hebt voor uw apparatuur, neem dan contact op met de technische ondersteuning.

Op alle rechter ("R") en linker ("L") onderdelen is een sticker aangebracht om de montage te vergemakkelijken.
| Item | Aantal | Omschrijving | Item | Aantal | Omschrijving |
| 1 | 1 | frameconstructie | 8 | 1 | Voorste stabilisator |
| 2 | 1 | Console-/mastconstructie | 9 | 1 | Voetsteun, Rechts |
| 3 | 1 | Zadel | 10 | 1 | Pedaal, Rechts |
| 4 | 1 | Stuur, Links | 11 | 1 | Stuur, Rechts |
| 5 | 1 | Voetsteun, Links | 12 | 1 | Transport- en vergrendelingsriem |
| 6 | 1 | Pedaal, Links | 13 | 2 | Batterijen, maat D (LR20) |
| 7 | 1 | Achterste stabilisator |
HARDWARESET GEREEDSCHAPSET

text_image
Bijgevoegd 6 mm #2 6 mm 13/15 mm ABCDEF| Item A | Aantal Omschrijving Item Aantal Omschrijving | |||
| A | 10 Zeskantschroef met bolkop, M8x20 | E | 2 Platte ring, M16 | |
| B | 10 Borgveer, M8 | F | 2 Schouderbout, M12x100 | |
| C | 10 Platte ring, M8 | |||
| D | 4 Inbuisbout, M8x25 | |||
Opmerking: Losse bevestigingsonderdelen zijn als reserve op de hardwarekaart meegeleverd. Houd er rekening mee dat er mogelijk onderdelen overblijven na de correcte montage van uw toestel.
VOOR DE MONTAGE
UITPAKKEN
Vanwege het gewicht van het apparaat wordt aangeraden om de montage met twee personen uit te voeren. Pak het product uit op de plaats waar u het gaat gebruiken. Het wordt aangeraden om een beschermende ondergrond op de vloer te leggen. Plaats de doos op een vlakke ondergrond en verwijder al het verpakkingsmateriaal; gooi het verpakkingsmateriaal pas weg nadat de montage is voltooid.
OPMERKING: Tijdens elke montagestap moet u ervoor zorgen dat ALLE moeren en bouten op hun plaats zitten en gedeeltelijk zijn vastgedraaid voordat u één bout volledig aandraait.
OPMERKING: Een lichte toepassing van vet kan helpen bij het installeren van de onderdelen. Elk soort vet, zoals lithium-vet voor fietsen, wordt aanbevolen.

HULP NODIG?
Als u vragen heeft of onderdelen ontbreken, neem dan contact op met de technische klantenservice.
MONTAAGE
1. Bevestig de stabilisatoren aan de frameconstructie

text_image
6mm X8 A B C 1 7 82. Bevestig de pedalen aan de frameconstructie
Opmerking: Het linker pedaal heeft een omgekeerde schroefdraad. Zorg ervoor dat u de pedalen aan de juiste zijde van de fiets bevestigt. De oriëntatie is gebaseerd op een zittende positie op de fiets. Het linker pedaal is gemarkeerd met "L", het rechter pedaal met "R".

- Sluit de kabels aan en bevestig de console/mastconstructie aan de frameconstructie LET OP: Knijp de kabels niet samen.

text_image
6mm X2 A B C 2 !- Bevestig de handgreeparmaturen aan de frameconstructie

Draai alle bevestigingsmaterialen volledig vast. Zorg ervoor dat de handgreeparmaturen stevig vastzitten voordat u gaat trainen. Indien beschikbaar, gebruik een momentsleutel en draai de bouten vast op 40 N·m.

5. Monteer de voetsteunen en bijbehorende onderdelen, en bevestig de voetsteunen aan de frameconstructie
LET OP: Duw de schouderbout (F) volledig door de voetsteun en druk de ring (E) stevig op het uiteinde van de voetsteun. Zorg ervoor dat de ring de schroefdraad (F1) niet raakt. Laat de ring tijdens de installatie niet van de voetsteun vallen.

6. Bevestig Het Zadel Aan de Zadelpen
LET OP: Zorg dat het zadel recht staat. Draai beide moeren (3b) op de zadelbeugel (3a) vast om het zadel op zijn plaats te houden.

text_image
3 3a 3b 3bMONTAAGE
7. Plaats de batterijen in de console
Opmerking: Om het batterijcompartiment te openen, draai de voorgemonteerde schroef in het deksel los. De console gebruikt D-batterijen (LR20). Zorg ervoor dat de batterijen in de richting van de +/- aanduidingen in het batterijvak geplaatst worden. Bij gebruik van oplaadbare batterijen worden deze niet opgeladen via de optionele netadapter.

Meng geen oude en nieuwe batterijen.
Meng geen alkaline-, standaard- (koolstof-zink) of oplaadbare (Ni-Cd, Ni-MH, enz.) batterijen.

text_image
AirDyne X2 AirDyne8. Eindinspectie
Controleer uw toestel om ervoor te zorgen dat alle bevestigingsmaterialen goed vastzitten en de onderdelen correct gemonteerd zijn. Noteer het serienummer op het veld aan de voorzijde van deze handleiding.

Gebruik het toestel niet en neem het niet in gebruik voordat het volledig is gemonteerd en geïnspecteerd volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
Optionele netadapter
De console van uw toestel werkt op batterijen of via netstroom. Voor netstroom is het noodzakelijk de optionele netadapter te bestellen. Als zowel batterijen als netadapter zijn geïnstalleerd, gebruikt de console de netadapter.
Opmerking: Bij gebruik van oplaadbare batterijen worden deze niet opgeladen via de optionele netadapter
Sluit na volledige montage de netadapter aan op de voedingsconnector en het stopcontact.
LET OP: Als u een netadapter voor uw toestel gebruikt, zorg er dan voor dat het netsnoer buiten het bewegingsgebied van de pedalen blijft.
LET OP: Het wordt aanbevolen om batterijen te verwijderen bij langdurig niet-gebruik om corrosie te voorkomen.
Om de optionele netadapter te bestellen, ga naar: www.SchwinnFitness.com/powersupply Of bel 1 (800) 605-3369.

Het toestel verplaatsen

Het toestel kan worden verplaatst door één of meerdere personen, afhankelijk van hun fysieke mogelijkheden. Zorg ervoor dat u en anderen fysiek in staat zijn om het toestel veilig te verplaatsen. Gebruik de juiste veiligheidsmaatregelen en tiltechnieken.
- Verwijder de netadapter.
- Bevestig de crankarm aan de zadelpen met de transport- en vergrendelingsriem (T).
- Gebruik de achterste stabilisator om het toestel voorzichtig op de transportwieltjes te tillen. Opmerking: Zorg ervoor dat de ventilator de vloer niet raakt.
- Duw het toestel naar de gewenste positie.
- Laat het toestel voorzichtig op zijn plaats zakken.
LET OP: Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het toestel. Plotse bewegingen kunnen de werking van de computer verstoren.

Het toestel waterpas zetten
Als uw trainingsruimte niet vlak is, moet het toestel waterpas worden gezet. Stelvoeten bevinden zich aan weerszijden van de stabilisatoren. Aanpassen:
- Plaats het toestel op de gewenste locatie.
- Draai de stelvoeten totdat het apparaat stevig en gelijkmatig contact maakt met de vloer.

Stel de stelvoeten niet zo hoog af dat ze loskomen van het toestel. Dit kan verwondingen of schade aan het toestel veroorzaken.
Zorg ervoor dat de machine waterpas en stabiel is voordat u begint met oefenen.

De console toont alle belangrijke informatie over uw training op het scherm.
Programma's
- Handmatig
• 20/10 Interval
• 30/90 Interval
• Aangepast Interval
• Tijddoel - Hartslagzones
- Caloriedoel
- Kilojouledoel
- Mijldoel
- Kilometerdoel

text_image
SCHWINN Toerentalweergave (Tachometer) Programmagegevensweergave Toetsenbord RATE SELECT SETTE BALANCE MATERIAL TOMATO POTENTIAL TIME SHORT CALYIN SHORT WHIP HOLD AQUIDUAL EIGHT ROUTE ENTER AICE SPRING OUT OF SLOW COOKING OUT OF COLD START RESUME STOP RESET AirDyne.PROGRAMMAGEGEVENSWEERGAVE
Toerentalweergave (Tachometer)
- LCD-toerentalweergave — de meter is verdeeld in 60 segmenten om CAL/MIN en WATTS te tonen tijdens uw training. Voor CAL/MIN gebruikt de meter twee lineaire schalen: elk groot segment (0-30) geeft 1 calorie/min aan, elk klein segment (30-60) geeft 1 calorie/min aan.
-
Toerental-labels — geven het type waarden aan dat op dat moment in het display wordt weergegeven:
-
AVG — gemiddelde waarden, alleen zichtbaar in het samenvattingsscherm na de training.
- SCAN — in scanmodus wisselt het display automatisch tussen de weergaven. Elke weergave wordt 3 seconden getoond.
-
MAX — maximale waarden, alleen zichtbaar in het samenvattingsscherm na de training.
-
Toerentalweergave — toont de numerieke waarden van de volgende snelheden:
-
CAL/MIN — geschatte verbruikte calorieën per minuut (gebaseerd op het WATT-getal). De maximale weergave is 999,9.
- WATTS — het vermogen dat u genereert bij het huidige weerstandsniveau (1 paardenkracht = 746 watt). Maximale waarde is 999,9.
- RPM — omwentelingen per minuut (RPM). De maximale weergave is 9999.
-
SPEED — snelheid in mijl per uur, op één decimaal — bijvoorbeeld 10,5. De maximale weergave is 999,9.
-
Toerentalgrafiek — geeft de RPM-prestatie weer op een lineaire schaal van 1–100 (verdeeld in 10 segmenten).
- MAX CAL/MIN-markering — de hoogste tikmarkering op het LCD-toerentaldisplay blijft zichtbaar om de maximale inspanning tijdens de huidige training aan te geven.

text_image
1 20 25 30 40 50 60 70 80 90 100 RPM AVG. SCAN MAX CAL-MIN 8888 CAL. WATTS RPM SPEED RATE SELECTPROGRAMMAGEGEVENSWEERGAVE
6. TIME
Het TIME-display wordt alleen gebruikt bij intervaltraining. Tijdens de training toont het de resterende tijd. In de samenvatting toont het de totale tijd.
7. RONDE
Het ROUND-veld wordt alleen gebruikt bij intervaltraining. Het eerste 00-segment toont het huidige rondenummer. Het tweede 00-segment toont het totale aantal rondes. Het maximumaantal rondes is 49.
8. GEBIED TIME/INTERVAL
Het TIME/INTERVAL-weergaveveld heeft twee modi: Standaard en Interval. De labels Sprint en Herstel zijn alleen actief bij intervalprogramma's. Standaardmodus toont verstreken of resterende tijd, afhankelijk van het actieve programma. De tijd loopt op tot 99 minuten en 59 seconden (maximale tijd). Intervalmodus toont de trainingsstatus (Sprint/Herstel) en de resterende tijd in die status. Het maximum is 99 seconden per status.
9. PRESS ▲/▼ TO ADJUST
Het bericht "PRESS ▲/▼ TO ADJUST" verschijnt alleen vóór de training om een doel of aantal intervallen aan te passen. De aanpasbare waarde knippert totdat deze is ingesteld.

text_image
6 88:88 TIME REMAINING LAPSED 88 SPRINT 88/88 ROUND 7 9 PRESS TO ADJUST CALORIE MI kJ KM 10 88 8.8 AVERAGE TOTAL 13 HEART RATE ENTER AGE AVERAGE MAX BPM 65% 75% 85% 888 888 888 FAT BURN AEROBIC ANAEROBIC10. Cumulatieve metingen
Het veld voor cumulatieve metingen toont het werk (CALORIES, kJ) of de afstand (MI, KM) behaald tijdens de training. De handmatige en intervalprogramma's starten bij 0 en tellen opwaarts. In doelgerichte programma's telt de doelwaarde af naar 0, terwijl de andere waarden oplopen. Druk op de knop CAL MI Kj KM Select om tussen de waarden te schakelen. De labels AVERAGE en TOTAL geven de waarden in het trainingsoverzicht aan.
11. Batterij-indicator
De batterij-indicator wordt weergegeven wanneer het batterijniveau 25% of lager is.
12. Volume
Het volumepictogram voor het audio-alarm is altijd zichtbaar. De drie stippen rechts geven het volumeniveau aan. (Uit: pictogram zonder stippen, Volledig: pictogram met drie stippen.)
13. HEART RATE-gedeelte
Het HEART RATE-display toont het aantal hartslagen per minuut (BPM) via een telemetrische hartslagsensor. Het pictogram knippert wanneer er een signaal wordt ontvangen van een telemetrische hartslagband. Het display is leeg als er geen hartslag-signaal wordt gedetecteerd. De labels AVERAGE en MAX geven de hartslagwaarden aan in het trainingsoverzicht.

Raadpleeg een arts voordat u begint met een trainingsprogramma. Stop onmiddellijk met trainen als u pijn of beklemming in uw borst voelt, kortademig wordt of zich licht in het hoofd voelt. Neem contact op met uw arts voordat u de machine opnieuw gebruikt. Gebruik de door de machine berekende of gemeten waarden uitsluitend als referentie. De weergegeven hartslag op de console is een benadering en dient enkel ter referentie.
De melding "ENTER AGE" verschijnt wanneer de gebruiker op de knop HR ZONES drukt. De standaardleeftijd is 35.
De waarden in de zones VETVERBRANDING, AËROOB en ANAËROOB worden berekend op basis van de leeftijd.
TOETSENBORDFUNCTIES
RATE SELECT-knop - Wisselt tussen de weergaveopties CAL/MIN, WATTS, RPM en SPEED op de tachometer. Houd de knop 3 seconden ingedrukt om de SCAN-modus te activeren en automatisch door de snelheden te bladeren. Elke waarde wordt 3 seconden weergegeven. Druk op de knop Rate Select om de SCAN-modus te verlaten.
20/10 INTERVAL-knop - Selecteert de 20/10 intervaltraining.
30/90 INTERVAL-knop - Selecteert de 30/90 intervaltraining.
CUSTOM INTERVAL-knop - Selecteert de aangepaste intervaltraining.
TIME TARGET-knop - Selecteert de tijdsdoeltraining.
CAL/kJ TARGET-knop - Druk één keer om de CAL-doeltraining te selecteren. Druk twee keer om de kJ-doeltraining te selecteren.
MI/KM TARGET-knop - Druk één keer om de MI-doeltraining te selecteren. Druk twee keer om de KM-doeltraining te selecteren.
HR ZONES-knop - Druk vóór of tijdens een training om de berekening van hartslagzones te starten.
Verhoog (▲) knop - Verhoogt een waarde (tijd, doel of leeftijd) of navigeert door opties. Houd ingedrukt voor snelle toegang.
ENTER-knop - Bevestigt een instelling voor HR Zones en het aangepaste intervalprogramma.
Verlaag (▼) knop - Verlaagt een waarde (tijd, doel of leeftijd) of navigeert door opties. Houd ingedrukt voor snelle toegang.
CAL MI Kj KM Select-knop - Wisselt tussen de cumulatieve meetwaarden.
Volume-knop - Wisselt tussen de vier volumeniveaus van het geluidssignaal: Uit, laag, midden (standaard), hoog, midden, laag, uit.
START/RESUME-knop - Start de timer en hervat een gepauzeerde training

text_image
RATE SELECT 20/10 INTERVAL 30/90 INTERVAL CUSTOM INTERVAL TIME TARGET CAL/kJ TARGET MI/KM TARGET HR ZONES 88:88 TIME REMAINING LAPSED 88:88 SPRINT PRESS TO ADJUST CALORIE MI kJ KM 88:88.8 AVERAGE TOTAL HEART RATE ENTER AGE 65% MAX BPM 88% 75% 85% FAT BURN AEROBIC ANAEROBIC START RESUME STOP RESET ENTER CALORIE MI kJ KM SELECT WARNING: If you feel any unusual pain, shortness of breath or dizziness, consult your physician.STOP/RESET-knop - Druk eenmaal om de training te stoppen en het overzicht weer te geven. Druk tweemaal om de console te resetten en gegevens te wissen (behalve het aangepaste intervalprogramma).
Afstandsbediening Hartslagmonitor
Het monitoren van uw hartslag is een van de beste manieren om de intensiteit van uw training te beheersen. De console kan telemetrische hartslag-signalen lezen van een hartslagborstransmitter die werkt in het bereik van 4,5 kHz - 5,5 kHz.
Opmerking: De hartslagborstriem moet een ongecodeerde hartslagriem van Polar Electro zijn of een ongecodeerd POLAR® compatibel model. (Gecodeerde POLAR® hartslagriemen zoals POLAR® OwnCode® borstriemen werken niet met deze apparatuur.)

Als u een pacemaker of ander geïmplanteerd elektronisch apparaat heeft, raadpleeg dan uw arts voordat u een draadloze borstriem of andere telemetrische hartslagmonitor gebruikt.
Hartslagberekeningen
Uw maximale hartslag neemt meestal af van 220 slagen per minuut (BPM) in de kindertijd tot ongeveer 160 BPM op 60-jarige leeftijd. Deze afname van de hartslag is doorgaans lineair, met een daling van ongeveer één BPM per jaar. Er is geen aanwijzing dat training de daling van de maximale hartslag beïnvloedt. Personen van dezelfde leeftijd kunnen verschillende maximale hartslagen hebben. Het is nauwkeuriger om deze waarde te bepalen door een stresstest uit te voeren dan door een formule op basis van leeftijd te gebruiken.
Uw hartslag in rust wordt beïnvloed door uithoudingsvermogenstraining. Een gemiddelde volwassene heeft een hartslag in rust van ongeveer 72 BPM, terwijl goed getrainde hardlopers waarden van 40 BPM of lager kunnen hebben.
De hartslagtafel is een schatting van welke hartslagzone (HRZ) effectief is voor vetverbranding en het verbeteren van uw cardiovasculaire systeem. Fysieke omstandigheden variëren, dus uw individuele HRZ kan enkele slagen hoger of lager zijn dan wat wordt weergegeven.
De meest efficiënte manier om vet te verbranden tijdens de oefening is om langzaam te beginnen en geleidelijk de intensiteit te verhogen totdat uw hartslag tussen 60 – 85% van uw maximale hartslag bereikt. Ga door met dit tempo en houd uw hartslag meer dan 20 minuten in die doelhartslagzone. Hoe langer u uw doelhartslag behoudt, hoe meer vet uw lichaam zal verbranden.
De grafiek is een korte richtlijn die de algemeen aanbevolen doelhartslagen op basis van leeftijd beschrijft. Zoals hierboven vermeld, kan uw optimale doelhartslag hoger of lager zijn. Raadpleeg uw arts voor uw persoonlijke doelhartslagzone.
Opmerking: Zoals bij alle oefeningen en fitnessprogramma's, gebruik altijd uw gezond verstand bij het verhogen van uw oefentijd of intensiteit.
DOELHARTSLAG VOOR VETVERBRANDING

line
| Age Group | Hartslag (BPM, slagen per minuut) | | --------- | -------------------------------- | | 20-24 | 196 | | 20-24 | 167 | | 20-24 | 118 | | 25-29 | 191 | | 25-29 | 162 | | 25-29 | 115 | | 30-34 | 186 | | 30-34 | 158 | | 30-34 | 112 | | 35-39 | 181 | | 35-39 | 154 | | 35-39 | 109 | | 40-44 | 176 | | 40-44 | 150 | | 40-44 | 106 | | 45-49 | 171 | | 45-49 | 145 | | 45-49 | 103 | | 50-54 | 166 | | 50-54 | 141 | | 50-54 | 100 | | 55-59 | 161 | | 55-59 | 137 | | 55-59 | 97 | | 60-64 | 156 | | 60-64 | 133 | | 60-64 | 94 | | 65-69 | 151 | | 65-69 | 128 | | 65-69 | 91 | | 70+ | 146 | | 70+ | 126 | | 70+ | 88 |Leeftijd
Maximale hartslag
Hartslagdoelzone
(Blijf binnen dit bereik
voor optimale vetverbranding)

Auto-calibratie
De console is uitgerust met een ingebouwde sensor die voortdurend hoogteverschillen compenseert voor een nauwkeurige meting van ventilatorweerstand en wattage tijdens het trainen.
BEDIENING
Wat te dragen
Draag sportschoenen met een rubberen zool. Draag geschikte kleding die u voldoende bewegingsvrijheid biedt.
Hoe vaak moet u trainen?

Raadpleeg een arts voordat u begint met een trainingsprogramma. Stop onmiddellijk met trainen als u pijn of beklemming in uw borst voelt, kortademig wordt of zich licht in het hoofd voelt. Neem contact op met uw arts voordat u de machine opnieuw gebruikt. Gebruik de door de machine berekende of gemeten waarden uitsluitend als referentie. De weergegeven hartslag is een schatting en dient uitsluitend als referentie te worden gebruikt.
• 3 keer per week, 30 minuten per keer.
- Plan uw trainingen van tevoren en probeer het schema te volgen.
Zadelverstelling
De juiste plaatsing van het zadel bevordert de efficiëntie en het comfort van de training, en vermindert het risico op blessures.
- Plaats, met het pedaal in de voorwaartse positie, de hiel van uw voet op het laagste gedeelte ervan. Uw been moet licht gebogen zijn bij de knie.
- Als uw been te recht is of uw voet de pedaal niet kan raken, moet u het zadel omlaag verstellen. Als uw been te veel gebogen is, moet u het zadel omhoog verstellen.

van de machine af voordat u het zadel aanpast.
- Draai de Zadelpenverstellingsknop los en trek deze aan de zadelpoot. Stel het zadel in op de gewenste hoogte.

zadelpoot niet boven de "STOP"-markering op de zadelpoot.
- Laat de Zadelpenverstellingsknop los om de vergrendelingspen te vergrendelen. Zorg ervoor dat de pen volledig is vergrendeld en draai de instellingsknop goed vast.
- Draai de Zadelpenverstellingsknop los om het zadel dichter bij of verder van de console te verplaatsen. Schuif het zadel naar de gewenste positie en draai de knop stevig vast.

Het gebruik van de machine

Wees ervan bewust dat de pedalen, handvatten en weerstandventilator met elkaar verbonden zijn en wanneer een van deze onderdelen beweegt, bewegen de andere ook.
Stap voorzichtig op de machine met behulp van de voetsteun, indien nodig. Stel het zadel en de pedalen in voordat u begint met de training.
Onderlichaamstraining: Trap langzaam terwijl uw armen ontspannen langs uw lichaam hangen of met uw handen op de handgrepen rustend, terwijl de handvatten meebewegen.
Volledige lichaamstraining: Grijp de handgrepen vast met de handpalmen naar beneden. Duw en trek de handvatten terwijl u trapt, houd uw ellebogen laag en dicht bij uw lichaam.
Bovenlichaamstraining: Grijp de handgrepen stevig vast met de handpalmen naar beneden en plaats uw voeten op de voetsteunen. Leun lichtjes naar voren vanuit de heupen met uw rug recht en schouders ontspannen. Duw en trek nu de handvatten.
Opmerking: U moet mogelijk voorzichtig een pedaal duwen om te helpen bij het starten van de training.
Verhoog de luchtweerstand en werkbelasting door uw activiteitsniveau te verhogen. Om alle spiergroepen in uw armen te trainen, verander de greep naar handpalmen omhoog voor een deel van de training.
BEDIENING
Draag sportschoenen met een rubberen zool. Draag geschikte kleding die u voldoende bewegingsvrijheid biedt.
Hoe vaak moet u trainen

Raadpleeg een arts voordat u begint met een trainingsprogramma. Stop onmiddellijk met trainen als u pijn of beklemming in uw borst voelt, kortademig wordt of zich licht in het hoofd voelt. Neem contact op met uw arts voordat u de machine opnieuw gebruikt. Gebruik de door de machine berekende of gemeten waarden uitsluitend als referentie. De weergegeven hartslag is een schatting en dient uitsluitend als referentie te worden gebruikt.
• 3 keer per week, 30 minuten per keer.
- Plan uw trainingen van tevoren en probeer het schema te volgen.
Zadelverstelling
De juiste plaatsing van het zadel bevordert de efficiëntie en het comfort van de training, en vermindert het risico op blessures.
- Plaats, met het pedaal in de voorwaartse positie, de hiel van uw voet op het laagste gedeelte ervan. Uw been moet licht gebogen zijn bij de knie.
- Als uw been te recht is of uw voet de pedaal niet kan raken, moet u het zadel omlaag verstellen. Als uw been te veel gebogen is, moet u het zadel omhoog verstellen.

van de machine af voordat u het zadel aanpast.
- Draai de Zadelpenverstellingsknop los en trek deze aan de zadelpoot. Stel het zadel in op de gewenste hoogte.

zadelpoot niet boven de "STOP"-markering op de zadelpoot.
- Laat de Zadelpenverstellingsknop los om de vergrendelingspen te vergrendelen. Zorg ervoor dat de pen volledig is vergrendeld en draai de instellingsknop goed vast.
- Draai de Zadelpenverstellingsknop los om het zadel dichter bij of verder van de console te verplaatsen. Schuif het zadel naar de gewenste positie en draai de knop stevig vast.
Het gebruik van de machine

Wees ervan bewust dat de pedalen, handvatten en weerstandventilator met elkaar verbonden zijn en wanneer een van deze onderdelen beweegt, bewegen de andere ook.
Stap voorzichtig op de machine met behulp van de voetsteun, indien nodig. Stel het zadel en de pedalen in voordat u begint met de training.
Onderlichaamstraining: Trap langzaam terwijl uw armen ontspannen langs uw lichaam hangen of met uw handen op de handgrepen rustend, terwijl de handvatten meebewegen.
Volledige lichaamstraining: Grijp de handgrepen vast met de handpalmen naar beneden. Duw en trek de handvatten terwijl u trapt, houd uw ellebogen laag en dicht bij uw lichaam.
Bovenlichaamstraining: Grijp de handgrepen stevig vast met de handpalmen naar beneden en plaats uw voeten op de voetsteunen. Leun lichtjes naar voren vanuit de heupen met uw rug recht en schouders ontspannen. Duw en trek nu de handvatten.
Opmerking: U moet mogelijk voorzichtig een pedaal duwen om te helpen bij het starten van de training.
Verhoog de luchtweerstand en werkbelasting door uw activiteitsniveau te verhogen. Om alle spiergroepen in uw armen te trainen, verander de greep naar handpalmen omhoog voor een deel van de training.
BEDIENING
Verlaag de snelheid van de weerstandventilator wanneer u klaar bent met de training, totdat de machine volledig stopt.

Deze fiets kan de pedalen niet stoppen zonder de weerstandventilator te stoppen. Verlaag het tempo om de weerstandventilator en pedalen tot stilstand te brengen. Stap niet van de fiets af totdat de pedalen volledig zijn gestopt. Let op: de bewegende pedalen kunnen de achterkant van uw benen raken.
Vergrendelen van de ventilatorassemblage / Opslag
Wanneer de machine niet in gebruik is, zorg ervoor dat de ventilatorassemblage wordt vergrendeld met de transport- en immobilisatieriem. De ventilatorassemblage moet worden vergrendeld voor veilige opslag van de machine.

Voor een veilige opslag van de machine, verwijder de batterijen en bevestig de transport- en immobilisatieriem om de weerstandventilator vast te zetten. Zet de machine op een veilige plek, uit de buurt van kinderen en huisdieren. Wees ervan bewust dat de pedalen, handvatten en weerstandventilator met elkaar verbonden zijn en wanneer een van deze onderdelen beweegt, bewegen de andere ook.
Om de ventilatorassemblage te vergrendelen:
- Beweeg de Pedalen zodat één Crank Arm zich zo dicht mogelijk bij de Seat Post bevindt.
- Wikkel de Transport- en vergrendelingsband (T) om de Crank Arm en de Seat Post en steek het uiteinde van de band door de metalen ring. Trek de band stevig aan om beweging van de Pedalen te voorkomen en de band te bevestigen.
Aanzet / Stand-by Modus
De console gaat naar de Aanzet / Stand-by Modus als een knop wordt ingedrukt, of als het een signaal ontvangt van de RPM-sensor door het trappen van de machine.
Opmerking: De Console toont het batterijpictogram wanneer het batterijniveau 25% of lager is.

Als de console in ongeveer 2 minuten geen invoer ontvangt, schakelt deze automatisch uit. Het LCD-display is uit terwijl de slaapstand actief is.
Opmerking: De console heeft geen aan/uit-schakelaar.
Handmatige training
Met het handmatige programma kunt u een training starten zonder gegevens in te voeren.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus op de knop START/RESUME om het trainingsprogramma te starten en begin met trappen.
- Druk eenmaal op de knop STOP/RESET om de training te pauzeren en uw trainingsgegevens te bekijken. Druk op START/RESUME om verder te gaan.
- Wanneer u klaar bent met uw training, drukt u tweemaal op de knop STOP/RESET om de training te beeindigen.
20/10 Intervaltraining
De Console laat u een intervaltraining selecteren van 20 seconden Sprint gevolgd door 10 seconden Herstel (1 ronde). De standaardinstelling is 8 rondes (totale tijd - 4 minuten).
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus op de knop 20/10 INTERVAL.
- Het veld ROUND knippert (standaardwaarde is 8). Gebruik de knoppen Increase/Decrease om het aantal rondes aan te passen.
- Druk op de knop START/RESUME om de timer te starten en begin met trappen.
- Het programma start met de Sprintfase en telt elke fase en de totale trainingstijd af. De waarden voor werk en afstand tellen op. Een hoorbaar signaal klinkt 3 seconden voor elke fasewissel.
BEDIENING
Tijdsdoeltraining
De Console laat u een tijdsdoeltraining selecteren en uw eigen tijdsdoelwaarde invoeren. De standaardwaarde is 10 minuten.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus op de knop TIME TARGET.
- Het veld TIME/INTERVAL knippert (standaardwaarde is 10:00). Gebruik de knoppen Increase/Decrease om de waarde in stappen van 1 minuut aan te passen.
- Druk op de knop START/RESUME om de timer te starten en begin met trappen.
- Het programma start en telt de tijd af. De waarden voor CALORIE, kJ, MI en KM tellen op.
Caloriedoeltraining
De Console laat u een caloriedoel instellen en uw eigen calorieënwaarde invoeren. De standaardwaarde is 100 calorieën.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus eenmaal op de knop CAL/kJ TARGET.
- Het veld CALORIE knippert (standaardwaarde is 100). Gebruik de knoppen Increase/Decrease om de waarde aan te passen in stappen van 25 calorieën.
- Druk op de knop START/RESUME om de timer te starten en begin met trappen.
- Het programma start en telt de calorieën af. De waarden voor totale tijd, kJ, MI en KM tellen op.
Kilojouledoeltraining
De Console laat u een kilojouledoel instellen en uw eigen kilojouleswaarde invoeren. De standaardwaarde is 400 kilojoules.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus tweemaal op de knop CAL/kJ TARGET.
- Het veld kJ knippert (standaardwaarde is 400). Gebruik de knoppen Increase/Decrease om de waarde aan te passen in stappen van 100 kilojoules.
- Druk op de knop START/RESUME om de timer te starten en begin met trappen.
- Het programma start en telt de kilojoules af. De waarden voor totale tijd, CALORIE, MI en KM tellen op.
Mijldoeltraining
De Console laat u een mijldoel instellen en uw eigen mijlwaarde invoeren. De standaardwaarde is 1 mile.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus eenmaal op de knop MI/KM TARGET.
- Het veld MI knippert (standaardwaarde is 1,0). Gebruik de knoppen Increase/Decrease om de waarde aan te passen in stappen van 0,5 mile.
- Druk op de knop START/RESUME om de timer te starten en begin met trappen.
- Het programma start en telt de miles af. De waarden voor totale tijd, CALORIE, kJ en KM tellen op.
Kilometerdoeltraining
De Console laat u een kilometerdoel instellen en uw eigen kilometerwaarde invoeren. De standaardwaarde is 1 kilometer.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus tweemaal op de knop MI/KM TARGET.
- Het veld KM knippert (standaardwaarde is 1,0). Gebruik de knoppen Increase/Decrease om de waarde aan te passen in stappen van 1 kilometer.
- Druk op de knop START/RESUME om de timer te starten en begin met trappen.
- Het programma start en telt de kilometers af. De waarden voor totale tijd, CALORIE, kJ en MI tellen op.
Hartslagzones
De Console stelt u in staat om uw hartslagzones in te stellen en de berekende waarden te gebruiken om de intensiteit van uw training te monitoren.
Deze functie kan in combinatie met alle andere programma's worden gebruikt.
- Ga op de machine zitten.
- Druk in de Idle-modus op de knop HR ZONES-knop. De melding "ENTER AGE" verschijnt. De standaardleeftijd is 35. Om de leeftijd aan te passen, gebruikt u de knoppen Verhogen/Verlagen en drukt u op ENTER.
De Console berekent de waarden voor de VETVERBRANDING, AËROOB en ANAËROOB hartslagzonevelden op basis van de leeftijd.
BEDIENING

Raadpleeg een arts voordat u begint met een trainingsprogramma. Stop onmiddellijk met trainen als u pijn of beklemming in uw borst voelt, kortademig wordt of zich licht in het hoofd voelt. Neem contact op met uw arts voordat u de machine opnieuw gebruikt. Gebruik de door de machine berekende of gemeten waarden uitsluitend als referentie. De weergegeven hartslag op de console is een benadering en dient enkel ter referentie.
- Het HARTSLAG-display toont de hartslag in slagen per minuut (BPM) van een hartslagtransmitter op de borstband. Het pictogram knippert wanneer het een signaal van een HR-borstband ontvangt.
Opmerking: Als er geen hartslag wordt gedetecteerd, blijft het display leeg.
Wanneer de Console in de slaapmodus gaat of de stroom wordt uitgeschakeld, wordt de leeftijdswaarde teruggezet naar de standaardinstelling en worden de hartslagzones uitgeschakeld.
Pauzeren / Resultatenmodus
Om een training te pauzeren en het trainingsoverzicht te bekijken:
- Druk eenmaal op de STOP/RESET-knop. Opmerking: De Console wordt automatisch gepauzeerd als er 5 minuten lang geen RPM-signaal is.
- Druk op START/RESUME om verder te gaan met uw training.
Druk tweemaal op de STOP/RESET-knop om de training te beëindigen. De Console gaat naar de Idle-modus.
Wanneer u een training voltooit of stopt, toont de Console een overzicht van uw trainingswaarden. Druk op STOP/RESET om de training te stoppen en het overzicht te bekijken, de Console gaat dan naar de Resultatenmodus.
Het Tachometer-display toont de gemiddelde CAL/MIN en WATTS van de gebruiker, evenals de MAX CAL/MIN marking voor die training. De Tach-hill toont de gemiddelde RPM. Het Tach-metriekdisplay toont de gemiddelde en maximale waarden voor de geselecteerde metriek. Als de console in SCAN-modus stond, schakelt het display tussen de gemiddelde en maximale waarden voor CAL/MIN, WATTS, RPM en SPEED.
Het Programma Data Display toont de totale tijd, CALORIE, MI (mijlen), kJ (kilojoules) en KM (kilometers). Druk op de CAL MI Kj KM Select-knop om door de metriekwaarden te schakelen. Het overzicht voor Intervalprogramma's toont de totale tijd, rondes en intervaltijd.
Handmatige en Doelprogramma's

text_image
TIME REMAINING LAPSED 10:00 SPRINT 18:00 RECOVER PRESS TO ADJUST CALORIE MI KJ KM 28:00 AVERAGE TOTAL HEART RATE 16.8 ENTER AGE AVERAGE MAX BPM 65% 75% 85% 120 199 151 FAT BURN AEROBIC ANAEROBICIntervalprogramma's

text_image
16:00 8/8 TIME ROUND 30:19:00 SPRINT RECOVER PRESS TO ADJUST CALORIE MI KM 28:01 AVERAGE TOTAL HEART RATE 168 ENTER AGE 65% MAX BPM 75% 85% 120 139 157 FAT BURN AEROBIC ANAEROBICHet hartslaggebied schakelt tussen de gemiddelde HR en MAX HR-waarden. Als de hartslagzones voor het programma zijn berekend, worden de waarden weergegeven.
Het Resultaten-display toont de gegevens gedurende 5 minuten en wordt daarna gereset. Druk op STOP/RESET om de Resultatenweergave te stoppen en terug te gaan naar de Stand-by modus.
SERVICESTAND VAN DE CONSOLE
De servicestand van de console toont de totale gebruiksduur en afstand van het apparaat, maakt aanpassing van het hoogteniveau mogelijk voor een nauwkeuriger calorieverbruik, en geeft de firmwareversie weer.
- Houd in de Idle-modus de knoppen STOP/RESET en Decrease (▼) tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt om de servicestand van de console te openen.
- Het Console-display toont de apparaatstatistieken:
- Totale apparaattijd — aantal uren (in het veld Time/Interval). Maximale weergave is 9999.
- Totale apparaatafstand — aantal mijlen (in het veld voor cumulatieve waarden). Druk op de knop Decrease om naar de weergaveopties voor meetwaarden te gaan:
- Totale apparaattijd — aantal uren (in het veld Time/Interval). Maximale weergave is 9999.
-
Totale apparaatafstand — aantal kilometers in stappen van 10 kilometer (in het veld voor cumulatieve waarden).
-
Druk op STOP/RESET om servicestand van de console te verlaten. Druk op de knop Decrease om naar de volgende optie te gaan.
- Het Console-display toont CAL (kalibratie). Raadpleeg de sectie "Kalibratieprocedure" om het apparaat te kalibreren. Druk op de knop Decrease om naar de volgende optie te gaan.
- Het Console-display toont de firmwareversie.
- Druk op STOP/RESET om servicestand van de console te verlaten.
In Service Mode, als de console geen invoer ontvangt in ongeveer 2 minuten, gaat deze in slaapstand.
PROBLEEMOPLOSSING
| Conditie/Probleem Dingen | om te controleren Oplossing | |
| Console start niet/gaat niet aan/start niet | Als het toestel een netadapter gebruikt, controleer dan het stopcontact. | Zorg ervoor dat het toestel is aangesloten op een werkend stopcontact. |
| Controleer de aansluiting op het toestel als er een netadapter wordt gebruikt. | De aansluiting moet stevig en onbeschadigd zijn. Vervang de adapter of de aansluiting op het toestel als deze beschadigd zijn. | |
| Indien het toestel batterijen gebruikt, controleer dan het batterijpictogram op de console of de batterijen zelf. | Zorg ervoor dat de batterijen correct zijn geinstalleerd. Als de batterijen correct zijn geinstalleerd, vervang ze dan door nieuwe batterijen. | |
| Controleer de integriteit van de datakabel | Alle draden in de kabel moeten intact zijn. Als er beschadigde of gesneden draden zijn, vervang de kabel. | |
| Controleer de aansluitingen en oriëntatie van de datakabel | Zorg ervoor dat de kabel goed is aangesloten en op de juiste manier is georiënteerd. Het kleine lipje op de connector moet in lijn zijn en in positie klikken. | |
| Controleer of het console-display beschadigd is | Controleer of het display visuele tekenen van schade vertoont, zoals scheuren. Vervang het console als het beschadigd is. | |
| Als bovenstaande stappen het probleem niet verhelpen, neem dan contact op met de klantenservice voor verdere assistentie. | ||
| De weergegeven snelheid is niet nauwkeurig | Controleer de positie van de snelheidsmagneet (verwijdering van de ventilatorkooi vereist). | De snelheidsmagneten moeten correct zijn geplaatst op de ventilatorunit. |
| De snelheid wordt altijd weergegeven als “0”/vast in pauzemodus | Datakabel Zorg ervoor dat de datakabel | bel goed is aangesloten aan de achterkant van de console en de hoofdframeassemblage. |
| Snelheidssensor (verwijdering van de ventilatorkooi vereist) | Zorg ervoor dat de snelheidsensor-magneet en de snelheidsensor op hun plaats zitten. | |
| Geen snelheids/RPM-weergave | Controleer de integriteit van de datakabel | Alle draden in de kabel moeten intact zijn. Als er gesneden of geknepen draden zijn, vervang dan de kabel. |
| Controleer de aansluitingen en oriëntatie van de datakabel | Zorg ervoor dat de kabel goed is aangesloten en op de juiste manier is georiënteerd. Het kleine lipje op de connector moet in lijn zijn en in positie klikken. | |
| Controleer de positie van de snelheidsmagneet (verwijdering van de ventilatorkooi vereist). | De magneten moeten op de ventilatorunit op hun plaats zitten. | |
| Controleer de snelheidssensorunit (ventilatorkooi verwijderen vereist). | De snelheidsensor-assemblage moet in lijn zijn met de magneet en verbonden zijn met de datakabel. Stel de sensor opnieuw in als dat nodig is. Vervang de sensor of het verbindingsdraad als er schade is. | |
| De console toont het batterijpictogram. | Batterijen Vervang de batterijen | |
| De eenheid werkt, maar de Telemetrische Hartslag wordt niet weergegeven | Borstriem (optioneel) De riem moet | POLAR® compatibel en ongecodeerd zijn. Zorg ervoor dat de riem direct tegen de huid zit en dat het contactgebied nat is. |
| Borstriem Batterijen Als de riem vervangbare batterijen heeft, installeer dan nieuwe batterijen. | ||
| Interferentie Probeer de eenheid weg te bewegen van bronnen van interferentie (TV, magnetron, enz.). | ||
| Vervang de Borstriem Als de interferentie is geëlimineerd en de hartslag niet werkt, vervang de riem. | ||
| Vervang de Console Als de hartslag functie nog steeds niet werkt, vervang de console. | ||
PROBLEEMOPLOSSING
| Conditie/Probleem Dinger | om te controleren Oplossing | |
| Console schakelt uit (gaat in slaapstand) tijdens gebruik | Controleer de integriteit van de datakabel | Alle draden in de kabel moeten intact zijn. Als er gesneden of geknepen draden zijn, vervang dan de kabel. |
| Controleer de aansluitingen en oriëntatie van de datakabel | Zorg ervoor dat de kabel goed is aangesloten en op de juiste manier is georiënteerd. Het kleine lipje op de connector moet in lijn zijn en in positie klikken. | |
| Als het toestel batterijen heeft, controleer dan het batterij-indicator op de console of de batterijen zelf. | Zorg ervoor dat de batterijen correct zijn geïnstalleerd. Als de batterijen correct zijn geïnstalleerd, vervang ze dan door nieuwe batterijen. | |
| Controleer de positie van de snelheidsmagneet (verwijdering van de ventilatorkooi vereist). | De snelheidsmagneten moeten correct zijn geplaatst op de ventilatorunit. | |
| Controleer de snelheidsensor-assemblage | Neem contact op met de klantenservice voor verdere assistentie. | |
| De console toont het "err 1"-bericht. | Controleer het console-toetsenbord op vastzittende toetsen. | Neem contact op met de klantenservice voor verdere assistentie. |
| Het toestel wiebelt/staat niet waterpas | Controleer de afstelling van de stelvoeten | De stelvoeten kunnen in- of uitgedraaid worden om de fiets waterpas te zetten. |
| Controleer de ondergrond onder het toestel | De afstelling is mogelijk niet in staat om extreem oneffen oppervlakken te compenseren. Verplaats de fiets naar een vlakke ondergrond. | |
| Pedalen los/toestel moeilijk te trappen | Controleer de verbinding tussen pedaal en crank | De pedaal moet stevig op de crankarm worden vastgedraaid. Zorg ervoor dat de verbinding niet gekruist is. |
| Controleer de verbinding van de crankarm met de as. | De crankarm moet stevig op de as worden vastgedraaid. (Schroefkoppel = 60 N.m.) | |
| Controleer de verbinding van de cranklink naar de pulley. | Als de linker crankarm nog steeds los aanvoelt met het juiste koppel en de cranklink-as beweegt met de crankarm, vervang dan de cranklink-unit. | |
| Klikgeluid tijdens het trappen Controleer de verbinding tussen pedaal en crank | Verwijder de pedalen. Zorg ervoor dat er geen vuil op de schroefdraad zit, en installeer de pedalen opnieuw. | |
| Controleer de ventilatoruitlijning (verwijdering van het ventilatorkooi vereist). | ||
| Beweging van de zadelpen | Controleer de vergrendelingspen | Zorg ervoor dat de verstelpen goed vergrendeld is in een van de verstellingsgaten van de zadelpen. |
| Controleer de vergrendelingsknop | Zorg ervoor dat de knop stevig is aangedraaid. | |
| De handvatarmen klikken/tikken tijdens beweging. | Controleer de hardware. De schroeven aan de basis van de handvatarmen moeten stevig worden vastgedraaid. (Schroefkoppel = 40 N.m.) | |
ONDERHOUD
Lees alle onderhoudsinstructies volledig door voordat u met reparatiewerkzaamheden begint. Onder bepaalde omstandigheden is een assistent nodig om de noodzakelijke taken uit te voeren.

Het apparaat moet regelmatig worden gecontroleerd op schade en reparaties. De eigenaar is verantwoordelijk voor het zorgen dat regulier onderhoud wordt uitgevoerd. Versleten of beschadigde onderdelen moeten onmiddellijk worden gerepareerd of vervangen. Alleen door de fabrikant geleverde onderdelen mogen worden gebruikt voor het onderhoud en de reparatie van het apparaat.
Als op enig moment de waarschuwingslabels loskomen, onleesbaar worden of losraken, neem dan contact op met de klantenservice van Schwinn Fitness voor vervangende labels.
Koppel alle stroomvoorzieningen los voordat u het apparaat onderhoudt.
Dagelijks:
Controleer voor elk gebruik het apparaat op losse, gebroken, beschadigde of versleten onderdelen.
Gebruik het apparaat niet als dit het geval is. Repareer of vervang alle onderdelen bij de eerste tekenen van slijtage of schade. Veeg na elke training het apparaat en de console af met een vochtige doek om vocht te verwijderen.
Opmerking: Vermijd overmatige vochtigheid op de console.
LET OP: Gebruik indien nodig alleen een mild afwasmiddel met een zachte doek om de console schoon te maken. Reinig niet met een op petroleum gebaseerd oplosmiddel, auto-reiniger of enig product dat ammoniak bevat. Reinig de console niet in direct zonlicht of bij hoge temperaturen. Zorg ervoor dat de console vrij van vocht blijft.
Wekelijks: Reinig de machine om stof, vuil of aanslag van de oppervlakken te verwijderen.
Controleer de soepele werking van het zitje. Breng indien nodig een dunne laag siliconen smeermiddel aan om de werking te vergemakkelijken.

Siliconesmeermiddel is niet bedoeld voor menselijke consumptie. Buiten het bereik van kinderen houden. Bewaar het op een veilige plaats.
Opmerking: Gebruik geen petroleum gebaseerde producten.
Maandelijks of na 20 uur:
Controleer de pedalen, crankarmen en handvatten. Zorg ervoor dat alle bouten en schroeven goed vast zitten. Draai ze indien nodig aan. Controleer de aandrijfriem op tekenen van slijtage. Draai de crankarmen met de hand en observeer de riem door het Ventilatorkooi.

Wees ervan bewust dat de crankarmen, handvatten en weerstandventilator met elkaar verbonden zijn en wanneer een van deze onderdelen beweegt, de andere ook meebewegen.

Gebruik alleen vervangende pedalen die beschikbaar zijn bij Schwinn Fitness. Pedalen van andere merken zijn mogelijk niet ontworpen voor binnenfietsen of dit product, en kunnen gevaar opleveren voor gebruikers en omstanders.
Het vervangen van de consolebatterijen
De console toont het batterij-indicator-pictogram wanneer de batterijen ongeveer 25% van hun nominale vermogen hebben tijdens het opstarten. Bij gebruik van oplaadbare batterijen worden deze niet opgeladen via de optionele netadapter.
Om het batterijcompartiment te openen, draai de voorgemonteerde schroef in het deksel los. Zorg ervoor dat de batterijen in de aangegeven +/-richting wijzen bij het vervangen van de batterijen.
Opmerking: De console gebruikt D-batterijen (LR20)

Meng geen oude en nieuwe batterijen.
Meng geen alkaline-, standaard- (koolstof-zink) of oplaadbare (Ni-Cd, Ni-MH, enz.) batterijen.

| A | Console | Q | Nivelleerder | GG | Aansluiting stroominvoer |
| B | Consolemast | R | Zadelpenverstellingsknop | HH | Ventilatorkooi, Boven Links |
| C | Waterfleshouder | S | Behuizing, Links | II | Ventilatorkooi, Onder Links |
| D | Frame | T | Crankarm, Links | JJ | Ventilatorkooi, Onder Vuller |
| E | Voorste stabilisator | U | Pedaal, Links | KK | Koppelarm |
| F | Transportwiel | V | Behuizing, Boven | LL | Armpivot, Rechts |
| G | Ventilatorkooi, Boven Rechts | W | Voetsteunpad | MM | Armpivot, Links |
| H | Ventilatorkooi, Voorkant | X | Ringafdichting | NN | Weerstandventilatorassemblage |
| I | Ventilatorkooi Zijpaneel | Y | Zadelpen | OO | RPM (Snelheid) Sensorunit |
| J | Ventilatorkooi, Onder Rechts | Z | Zadel | PP | Snelheidssensor magneten |
| K | Stuur, Rechts | AA | Stuur, Links | Aandrijfpulley | |
| L | Voetsteun, Rechts | BB | Voetsteun, Links | RR | Aandrijfriem |
| M | Pedaal, Rechts | CC | Transport- en Immobilisatieriem | SS | Crank Link Unit |
| N | Crankarm, Rechts | DD | Datakabel, Boven | TT | AirDyne® Luchtgeleider |
| O | Behuizing, Rechts | EE | Stroomdraad, Boven | ||
| P | Achterste stabilisator | FF | Datakabel, Onder |
SimpelGids