ALC100 KNX - Domotica STEINEL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ALC100 KNX STEINEL in PDF-formaat.
| Titel | Beschrijving |
|---|---|
| Producttype | KNX bewegingsdetector |
| Voeding | KNX-bus, geen externe voedingsbron nodig |
| Detectiebereik | Tot 12 meter |
| Detectiehoek | 180 graden |
| Gebruik | Automatische regeling van verlichting en beveiliging |
| Installatie | Opbouw- of inbouwmontage |
| Bedrijfstemperatuur | -20 tot 50 °C |
| Afmetingen | Compacte afmetingen geschikt voor diverse omgevingen |
| Onderhoud | Regelmatige controle van de werking en reiniging van de sensoren |
| Veiligheid | Voldoet aan de geldende elektrische veiligheidsnormen |
| Garantie | 2 jaar |
| Aanvullende informatie | Compatibel met andere KNX-apparaten voor gemakkelijke integratie |
Veelgestelde vragen - ALC100 KNX STEINEL
Gebruikersvragen over ALC100 KNX STEINEL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Domotica in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ALC100 KNX - STEINEL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ALC100 KNX van het merk STEINEL.
GEBRUIKSAANWIJZING ALC100 KNX STEINEL
Bedieningsvoorschrift
1 Veiligheidsinstructies 3
2 Systemeiminformatie 3
3 Constructie apparatus 3
4 Beoogd gebruik 4
5 Producteigenschappen 4
6 Toepassingsgebied 5
6.1 Bereik- en lijnkoppelaar 5
6.2 Segmentkoppelaar en versterker 6
7 Bediening. 7
8 Informatie voor elektrotechnici 7
8.1 Montage en elektrische aansluiting 7
8.2 Inbedrijfname 8
8.2.1 Safe-State-modus en master-reset 8
1 Veiligheidsinstructies
Lees en volg de volgende instructies op om möglichke schade te voorkomen:

De montage en aansluiting van elektrische apparaten mag alleen worden uitgevoerd door een elektrotechnicus.
Gevaar door elektrische schokken. Bij de installmentie en het leggen van de kabels de voor SELV-circuits geldende voorschriften en normen aanhouden.
Deze handleiding is onderdeel van het product en moet door de klant worden bewaard.
2 Systeminformation
Planning, installation en inbedrijfname van het apparaat gebeuren met behulp van de ETS vanaf versie 5.7.7 bij gebruik als bereikkoppelaar, lijnkoppelaar of versterker of 6.1.1 bij gebruik als bereikkoppelaar, lijnkoppelaar, segmentkoppelaar of Secure Proxy.
3 Constructie apparatus

Afbeelding 1: Vooraanzicht
(1) KNX-aansluitklem ondergeschichte lijn SUB
(2) Status-LED RUN
(3) Status-LED MAIN
(4) Status-LED SUB
(5) Status-LED MODE
(6) Knop Pass IA
(7) Knop Pass GA
(8)Programmeer-LED, rood
(9)Programmeerknop PROG.
(10) KNX-aansluitklem bovengeschekte lijn MAIN
Functie status-LED RUN
Uit Netspanningsuitval op bovengeschekte lijn
Brandt groen Bedrijfsklaar, boven- en ondergeschichte lijn worden van spanning voorzien.
Brandt rood Netspanningsuitval op ondergeschichte lijn.
Brandt oranje Filterfunctie groepsadres is gedeactiveerd
Knippert oranje (ca. 1 Hz) Filterfunctie fysiek adres is gedeactiveerd
Knippert snel oranje (ca. 4 Hz) Beide filterfuncties zijn gedeactiveerd
Functie status-LED MAIN
Brandt 6 ms orangje Telegramontvangst bovengeschekte lijn
Brandt 6 ms rood Eenmalige communicatiefout bovengeschekte lijn
Brandt 100 ms rood Meermaals communicatiefout bovengeschekte lijn
De weergave van fouten hebft de hoogste prioriteit.
Functie status-LED SUB
Brandt 6 ms oranje Telegramontvangst ondergeschikte lijn
Brandt 6 ms rood Eenmalige communicatiefout undergeschichte lijn
Brandt 100 ms rood Meermaals communicatiefout andersgeschichte lijn
De weergave van fouten hebft de hoogste prioriteit.
Functie status-LED MODE
Uit Apparaat werkt als bereik- of lijnkoppelaar
Brandt groen Apparaat werkt als segmentkoppelaar of lijnversterker
Brandt oranje Apparaat werkt als bereik-, lijn- of segmentkoppelaar en Secure Proxy is geactiveerd
Brandt 100 ms rood Knop
Pass IA of Pass GA werd ingedrukt
Zelftest van de status-LED's
De status-LED's branden bij het herstarten een voor een van bovenaar onderen telkens gedurende 0,5 seconden groen enervolgens rood
4 Beoogd gebruik
- Verbindt qua gegevensoverdrecht twee KNX-lijnen / -segmenten / -zones met elkaar en garandeert een galvanische scheiding:tussen deze lijnen / segmen- ten / zones
Werkt als zonekoppelaar, lijnkoppelaar of segmentkoppelaar (vanaf ETS 6.1.1) of als versterker (tot ETS 5.7.7) - Montage inkleine verdelfkast op DIN-rail conform IEC 60715
5 Producteigenschappen
-
KNX Data Secure
-
Secure Proxy voor de verbinding van een onversleutelde en versleutelde lijn
- Galvanische scheiding:tussen bovengeschikte en ondergeschikte lijn
- Handbediening voor het deactiveren van de filterfuncties
6 Toepassingsgebied
6.1 Bereik- en lijnkoppelaar

Afbeelding 2: Gebruik als bereik- en lijnkoppelaar
Bereikkoppelaar BK: het fysieke adres is dat van een bereikkoppelaar X.0.0 en要去 met de logische topologie van de KNX-installatie overeenkomen.
Verbinding van een hoofdlijn (HL) met een bereiklijk (BL). Naar keuze met of zonder filterfunctie. De koppelaar is logisch aan de ondergeschikte lijn toegewezen. Let waar bij op de gegevens in de technische documentatie.
Lijnkoppelaar LK: het fysieme adres is dat van een lijnkoppelaar X.Y.0 en moet met de logische topologie van de KNX-installatie overeenkomen.
Verbinding van een lijn met een hoofdlijn (HL). Naar keuze met of zonder filterfunctie. De koppelaar is logisch aan de ondergeschikte lijn toegewezen. Let.daar bij op de gegevens in de technische documentatie.
Voor elk lijnsegment is een afzonderlijke voedingssspanning (SV) inclusief smoorklep (DR) vereist.
6.2 Segmentkoppelaar en versterker

Afbeelding 3: Gebruik als segmentkoppelaar en versterker
Segmentkoppelaar SK: het fysiieke adres is dat van een normale KNX-deelnemer X.Y.Z (Z 0) en要去 met de logische topologie van de KNX-installatie overeenkommen.
Onderverdeling van een lijn (max. 256 deelnemers) in onafhankelijkke lijnsegmenten. Naar keuze met of zonder filterfunctie. De segmentkoppelaar is logisch aan het ondergeschikte lijnsegment toegewezen. Let waar bij op de gegevens in de technische documentationatie.
Versterker LV: het fysiieke adres is dat van een normale KNX-deelnemer X.Y.Z (Z≠0) en moet met de logische topologie van de KNX-installatie overeenkomen.
Onderverdeling van een lijn (max. 256 deelnemers) in onafhankelijkke lijnsegmenten. Voorbereiding en herhaling van telegrammen op een lijn, geen filterfunctie. Let waar bij op de gegevens in de technische documentatie.
SK = segmentkoppelaar
LV = versterker
TLN = busdeelnemer
SV = KNX voedingsspanning
DR = smoorklep
Voor elk lijnsegment is een afzonderlijke voedingsspanning (SV) inclusief smoorklep (DR) vereist.
7 Bediening
Filterfunctie fysiek adres deactiveren
Knop Pass IA indrukken.
Status-LED MODE brandt kort rood.
Status-LED RUN toont de toestand van de filterfuncties, (zie afbeelding 1).
De filterfunctie is tot aan het volgende indrukken van de knop Pass IA gedeactiveerd.
Filterfunctie groepsadres deactiveren
Knop Pass GA indrukken.
Status-LED MODE brandt kort rood.
Status-LED RUN toont de toestand van de filterfuncties, (zie afbeelding 1).
De filterfunctie is tot aan het volgende indrukken van de knop Pass GA gede- activeerd.
8 Informatie voor elektrotechnici

GEVAAR!
Elektrische schok bij aanraken van onderdelen die onder spanning staan.
Elektrische schokken können dodelijk letsel tot gevolg hebben.
Spanningvoerende delen in de nabijheid van de inbouwlocatie afdekken.
8.1 Montage en elektrische aansluiting
Secure-bedrijf
Veilige inbedrijfname in de ETS activeren.
- Apparaatcertificaat van het apparaat verwijderen en op een veiligeplaats bewaren.
- Apparaatcertificaat invoeren of scannen en toevoegen aan het project. Aanbeveling: voor het scannen van de QR-code een camera met hoge resolutie gebruiken.
■ Alle wachtwoorden documenteren en op een veilige plaats bewaren.
Apparaat monteren en aansluiten
■ Kabelverloop en -afstand in de gaten honden
Apparaat op DIN-rail monteren.
■ Busleidingen met KNX-aansluitklemmen (zie afbeelding 1) met de polen in de juiste richting aansluten.
■ Bovengeschikte lijn op de onderste aansluitklem (10) aansluiten. Via deze aansluiting worden het apparaat van stroom voorzien.
- Ondergeschichtelijk op de bovenste aansluitklem (1) aansluiten.
- Ter bescherming gegen gevaarlijke spanningsen de afdekkappen op de KNX-aansluitingen steken.
i De ondergeschichte lijn heeft een afzonderlijke voedingsspanning nodig.
8.2 Inbedrijfname
Fysiek adres en toepassingsprogramma met ETS programmeren
Busspanning inschakelen.
■Programmeerknop PROG. (9) indrukken. De programmeer-LED (8) brandt.
Fysiek adres programmeren. Deprogrammeer-LEDGaatuit.
- Applicatieprogramma en filtertabel programmeren.
8.2.1 Safe-State-modus en master-reset
Safe-State-modus activeren
De Safe-State-modus stopt de uitvoering van het geladen applicatieprogramma.
Alleen de systemdsoftware van het apparaat werkt nog. ETS-diagnosefuncties en ook het programmeren van het apparaat zijn möglichk. Er worden geen telegrammen doorgegeven.
Busspanning uitschakelen of KNX-aansluitklem (10) van de bovengeschekte lijn verwijderen.
Na ca. 15 s programmeerknop indrukken en ingedrukt honden.
■ Busspanning inschakelen of KNX-aansluitklem aanbrengen. De programmeer-knop pas loslaten wanner de programmeer-LED langzaam knippert.
De Safe-State-modus is geactiveerd.
Door opniew kort indrukken van de programmeerknop kan de programmeermodus ook in de Safe-State-modus in- enuitgeschakeld worden. De programmeer-LED beeindigt bij actieve programmeermodus het knipperen.
Safe-State-modus deactiveren
Busspanning gedurende ca. 15 s uitschakelen of met de ETS een herstart activeren.
Master-reset
De master-reset herstelt de basisinstallingen van het apparaat (fysiek adres 15.15.0, firmware blijduit behouden). Het apparaat要去ervolgens met de ETS opnieuw in bedrijf worden genomen.
Bij Secure-modus: een master-reset deactiveert de beveiliging van het apparaat. Het apparaat kan aansluitend met het apparaatcertificaat opnieuw in bedrijf worden genomen.
Master-reset uityoeren
Voorwaarde: de Safe-State-modus is geactiveerd.
■Programmeerknop indrukken en >5 ingedrukt honden.
De programmeer-LED knippert snel.
■Programmeerknop loslaten.
Het apparaat voert een master-reset UIT, start opnieuw en is na ca. 5 s weer bedrijfsklaar.
Apparaat waar fabrieksinstellungen-resetten
Met de STEINEL KNX Service App kan het apparaat worden teruggezet maar de fabrieksinstellungen. Deze functie gezrukt de in het apparaat aanwezige firmware, die op het moment van aflevering actief was (afleveringstoestand). Door de reset maar de fabrieksinstellungen verliest het apparaat zijn fysiekte adres en configuratie.
Omgevingstemperatuur -5 ... +45 °C
Opslag-/transporttemperatuur -25 ... +70 °C
Inbouwbreedte 18 mm / 1 TE
KNX medium TP256
Inbedrijfnamemodus S-modus
Opgenomen stroom KNX
Bovengeschikte lijn 9 mA
Ondergeschichte lijn 5 mA
Soort aansluiting KNX Aansluitklem
STEINEL GmbH
Dieselstraße 80-84
33442 Herzebrock-Clarholz
Telefon +49 5245 448 0
www.steinel.de
product@steinel.de