Smartmig 162 - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Smartmig 162 GYS in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Type lassen | MIG/MAG lassen |
| Voedingsspanning | 230 V |
| Lasmagneetsterkte | Van 30 tot 160 A |
| Gewicht | Ongeveer 10 kg |
| Afmetingen | 420 x 200 x 320 mm |
| Thermische bescherming | Ja |
| Aanbevolen gebruik | Licht tot middelzwaar laswerk |
| Inclusief accessoires | Lasspuit, massakabel |
| Veiligheidsnormen | Voldoet aan CE-normen |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Smartmig 162 GYS
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Smartmig 162 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Smartmig 162 van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Smartmig 162 GYS
ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroom tijdens het gebruik. Gebruikstemperatuur : Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn speciek verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onde- rhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvo- rens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt. Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen te beschermen. RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondin- gen kunnen veroorzaken !
- Leg geen hand te draaien of bewegende onderdelen of delen om het station!
- Zorg ervoor dat de behuizing deksels of beschermkappen tijdens het bedrijf gesloten blijven! NL39 SMARTMIG
Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoffen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoffen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de essen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de es na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De es mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een es onder druk lassen. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de es, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massaklem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
CEM CLASSIFICATIE APPARATUUR
Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling. Dit materiaal is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. NL40 SMARTMIG De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden :
- plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk aan elkaar;
- houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;
- wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
- zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
- voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
- niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASWERKPLEK EN DE INSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de las-zone Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander besturingsapparatuur; d) essentieel veiligheidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld bescherming van industriële apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten; f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten kunnen plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie. Evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11:2009. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de efciëntie van de maatregelen te bevestigen. AANBEVELINGEN BETREFFENDE METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen omhulsel of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden d. Aarding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreffende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen. NL41 SMARTMIG
TRANSPORT EN DOORVOER VAN HET APPARAAT
De lasstroomvoeding is uitgerust met één of meerdere handvatten waarmee het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onderschat het gewicht niet. De handvatten mogen niet gebruikt worden om het apparaat aan omhoog te hijsen. Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.Til nooit een gases en het materiaal tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend.Het is beter om de spoel te verwijderen voor het optillen of transporteren van de lasstroomvoeding. Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand. • Alle lasverbindingen moeten goed en stevig op elkaar aangesloten zijn. Controleer dit regelmatig !• Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen veroorzaakt !
- Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat ze geïsoleerd zijn !
- Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geïsoleerd zijn.• Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd oppervlak wanneer ze niet gebruikt worden !INSTALLATIE VAN HET APPARAAT• Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.• Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board.• Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.• Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.• Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP21, wat betekent dat :- het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en,- dat het beveiligd is tegen verticaal vallende waterdruppelsDe voedingskabels, verlengsnoeren en lassnoeren moeten helemaal afgerold worden, om oververhitting te voorkomen. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal.ONDERHOUD/ADVIES
- Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
- Controleer regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.• Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.
- De voeding is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu’s of het opstarten van motoren.
INSTALLEREN - GEBRUIK VAN HET PRODUKT
BESCHRIJVING Hartelijk dank u voor uw keuze! Leest u, voor een optimaal gebruik van uw apparaat, aandachtig de volgende handleiding door : De apparaten van de SMARTMIG serie zijn traditionele gelijkstroom semi-automatische MIG/MAG en MMA (alleen de SMARTMIG 3P) lasapparaten. Lassen met alle soorten draad is mogelijk: staal, RVS, aluminium, gevulde draad (no gas). De SMARTMIG 3P kan elektroden tot 3,2 mm lassen. Het instellen van deze lasapparaten is eenvoudig dankzij de SMART oplossing. ELEKTRISCHE VOEDING Smartmig 142/152/162/3P/182 : Dit materiaal wordt geleverd met een 16A elektrische aansluiting type CEE7/7 en moet worden aangesloten op een 230V (50 - 60 Hz) enkelfase elektrische installatie, met drie kabels met geaarde stekker. Het werkelijke stroomverbruik (l1eff) bij optimaal gebruik staat aangegeven op het apparaat. Controleer of de stroomvoorziening en zijn beveiligin- gen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. Smartmig 183 : Dit materiaal wordt geleverd met een XX A aansluiting, type EN 60309-1 en moet worden aangesloten aan een 400 V (50 - 60 Hz) driefase elektrische installatie met vier kabels met geaarde stekker. De effectieve stroomafname (l1eff) wordt aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controleer of de stroomvoorziening en zijn beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. NL42 SMARTMIG OMSCHRIJVING VAN TOESTEL (FIG-I)
1- Aan/uit schakelaar
5- Snelle gasaansluiting
6- Handvat voorzijde
9- Wieltjes achter (behalve 142/152)
10- Aansluiting toorts EURO (behalve 142)
11- Snelle aansluiting 200A (alleen 3P)
12- Wieltjes voor (behalve 142/152)
13- Massakabel (behalve 3P)
14- Ompolingskastje (behalve 3P)
15- Ketting om essen mee te bevestigen.
Let op: gasessen goed vastzetten HALF-AUTOMATISCHE LASSEN VAN STAAL/ RVS (MAG MODUS) (FIG-II) Deze lasapparaten kunnen de 0,6/0,8 of 1,0 draad lassen (behalve 142 en 152 modellen) (g II-A) De Smartmig 3P kan 0,6/0,8 of 1,0 staaldraad en rvs draad lassen, op voorwaarde dat de massakabel op de negatieve pool op de voorzijde aanges- loten is (g I-11). Deze apparaten zijn standaard uitgerust voor Ø 0,8 stalen of rvs draad. De contact buis, het spoor van de aandrijfrol en de mantel van de toorts zijn voor dit gebruik bestemd. Als u 0,6 lasdraad gebruikt, dan dient u de contact buis te vervangen. De aanvoerrollen van de haspel zijn 0,6/0,8 omkeerbaar. In dit geval, plaats de rol zodat u 0,6 kunt lezen. Om Ø 1,0 draad te kunnen lassen, dient u een geschikte roller en contact buis te gebruiken. Voor staal en RVS dient u een speciek Argon + CO2 gas te gebruiken. De CO² verhouding kan variëren afhankelijk van het gebruik. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gasstroom voor staal is tussen 12 en 18 L/m, afhankelijk van de werkomgeving en ervaring van de lasser. HALF-AUTOMATISCHE ALUMINIUM LASSEN (FIG-II) (MIG MODUS) De SMARTMIG apparaten 152, 162, 3P, 182 en 183 kunnen toegerust worden om met Ø 0,8 of 1,0 aluminium lasdraad (g II-B) te lassen.De Smartmig 3P kan 0,8 of 1,0 staaldraad lassen, op voorwaarde dat de massakabel op de negatieve pool op de voorzijde aangesloten is (g I-11). De SMARTMIG 142 kan af en toe, maar niet intensief, gebruikt worden voor aluminium Ø0,8 draad. In dit geval moet de lasdraad hard zijn om het afrollen van draad te vergemakkelijken (type AlMg5). Voor aluminium dient u een speciek zuiver Argon (Ar) gas te gebruiken. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gasstroom voor aluminium is tussen 20 en 30 L/m afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser. Hierbij de verschillen tussen het gebruik van staal en aluminium: - Gebruik specieke aanvoerrollen voor het lassen van aluminium. - Zet een minimale druk op de rollen van de draadinvoer zodat u de draad niet beschadigt. - Gebruik de capillaire buis alleen voor het lassen van staal/RVS. - Het voorbereiden van een aluminium toorts vereist speciale aandacht. Deze heeft een teon mantel om wrijvingen te verminderen. De mantel niet bij de aansluiting afknippen, deze moet langer zijn dan de capillaire buis die ze vervangt en dient om de draad vanaf de aanvoerrollen te geleiden. - Contact buis: gebruik de contact buis SPECIAAL Ø 0,8 aluminium (artikelnummer : 041059-niet standaard meegeleverd) LASSEN IN MODUS «NO GAS» (FIG. III) Deze lasapparaten kunnen met de gevulde «No Gas» draad lassen als de polariteit omgekeerd is. Om dit te doen, schakel het toestel uit, open het klepje (14) en sluit aan volgens de instructies van guur III-C. Het apparaat is standaard ingesteld in de « Gas »modus. De Smartmig 3P kan gevuld «No Gas» draad lassen, op voorwaarde dat de massakabel op de positieve pool op de voorzijde aangesloten is (g I). LASSEN MET BEKLEDE ELEKTRODE (FIG. III) SMARTMIG 3P (MMA MODUS) Respecteer de polariteit aangegeven op de elektrode verpakking.
- Volg de standaard regels van het lassen. Elektroden die kunnen worden gebruikt : Élektrode Ø mm (Rutiel) Dikte van de plaat (mm) Lasstroom (A)
- Verwijder het mondstuk (g V-E) van de toorts door met de klok mee te draaien en verwijder vervolgens de contact buis (g V-D) , waardoor de toortshouder en de veer achterblijven.
- Open het klepje van het apparaat FIG V-A : Plaats de spoel op de houder.
- Bij een 100mm spoel (3P, 142, 152 en 162) geen adapter (1) gebruiken.
- Regel de rem (2) van de spoel, om te voorkomen dat tijdens de lasstop de draad in de war raakt. Niet te strak aandraaien! De spoel moet draaien zonder forceren van de motor.
- Draai de spoelhouder (3) aan. FIG V-B: Plaats de aandrijfrollen.
- Kies de rollen afhankelijk van de diameter en het type van de draad en plaats ze op de haspel zodat u de gebruikte diameter kan lezen. FIG V-C: Om de druk van de rollen af te stellen, doe als volgt:
- Draai het wieltje maximaal los en laat het zakken.
- Steek de draad van de spoel in en haal hem 2cm uit, sluit daarna de rollenhouder.
- Zet het toestel aan en gebruik de toorts voor aandrijving.
- Draai het aanvoerwieltje (g V-C) aan en druk op de trekker totdat de draad wordt geleid, dan stoppen met aandraaien. NB : Voor aluminium draad, zet er minimale druk op om niet de draad te beschadigen.
- Laat de lasdraad ongeveer 5cm uit de toorts komen, plaats daarna aan het eind van de toorts de contactbuis (g.V-D), en vervolgens het voor de draad geschikte mondstukje (g V-E). NL43 SMARTMIG
Op de SMARTMIG 142/152/162 en 3P lasapparaten kunt u spoelen van 100 of 200 mm gebruiken. Op de SMARTMIG 182 en 183 lasapparaten kunt u spoelen van 200 of 300 mm gebruiken. Voor een 200 mm spoel dient u een adapter te gebrui- ken. De SMARTMIG 3P kan ook rutiel elektroden van 2,0 / 2,5 / 3,2 mm lassen. Hieronder de verschillende mogelijke combinaties: Smartmig 142 152 162 3P 182 183 gaz staal/RVS 0,6/0,8 0,6/0,8/1,0 Argon + CO2 Alu* - 0,8/1,0 Argon Pur No Gas 0,9 0,9/1,2 - Elektroden - - 2/2,5/3,2 - - -
- Gebruik de teon mantel (artikelnummer 041578) en de contact buis SPECIAAL aluminium (Ø 0,8 artikelnummer : 041059 - Ø 1,0 artikelnummer: 041066). Gebruik de onderstaande tabel (g IV) als hulpmiddel bij het kiezen van de geschikte diameter van de lasdraad of de elektrode. GASAANSLUITING
- Installeer een geschikte drukregelaar op de gases. Koppel die aan het lasapparaat met de bijgeleverde slang. Bevestig de twee klemmen om lekkage te voorkomen.
- Regel de gastoevoer met de regelknop op de drukregelaar. NB: Om de gas stroom eenvoudiger te kunnen regelen, druk op de trekker van de toorts om de rollen aan te drijven (draai de knop van de haspel losser om de draad niet mee te trekken). Deze procedure is niet van toepassing op het lassen in de « No Gas » mode. OMSCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL (FIG. VI) Smartmig 142/152/162/182/183 Smartmig 3P
1- Selectieknop voor spanning A/B 1- Selectieknop voor MIG/MAG modus
2- Selectieknop voor spanning min/max 2- Draaiknop voor intensiteit MMA of MIG
3- Draaiknop voor het instellen van de snelheid van draadafvoer 3- Draaiknop voor het instellen van de snelheid van draadafvoer
4- "SMART" tabel voor het instellen MIG/MAG 4- Selectieknop voor spanning A/B
5- Lampje thermische beveiliging 5- "SMART" tabel voor het instellen MIG/MAG en MMA
6- Schakelaar met 4 posities 6- Lampje thermische beveiliging
GEBRUIK (FIG VI) MODUS MIG/MAG : SMARTMIG vergemakkelijkt het instellen van de snelheid van de draadafvoer en de spanning. Met behulp van de SMART zoekt u de dikte van het te lassen metaal en het soort te gebruiken draad op. Vervolgens kunt u, op basis van de aanbe- velingen, eenvoudig kiezen :
- De spanning (knop A/B en min/max voor de SMARTMIG 142, 152 en 162 ; knop A/B voor SMARTMIG 3P)
- De draadsnelheid, door de draaiknop (3) naar de aangegeven kleur te draaien en eventueel bij te stellen. Voorbeelden : Voor het lassen van 0,8 mm staalplaten met een 0,6 diameter stalen draad (SMARTMIG 142, 152 en 162):
- Regel de draaiknop (3) naar de lichtste kleurzone en stel indien nodig « op het gehoor » bij. Dezelfde procedure voor de SMARTMIG 3P :
- Regel de draaiknop (3) naar de lichtste kleurzone en stel indien nodig « op het gehoor » bij. MMA MODUS (ALLEEN SMARTMIG 3P) : Koppel de elektrodenhouder en de massaklem aan, en respecteer daarbij de polariteit die aangegeven staat op de verpakking van de elektrode. Stel vervolgens het lasapparaat in. Voorbeeld : Voor het lassen van 4 mm dik staalplaat :
- Zet de knop (1) op « MMA » stand.
- Zet de draaiknop (2) op de zone die overeenkomt met de 2,5 mm elektrode.
ADVIES EN THERMISCHE BEVEILIGING
- inschakelduur en gebruiksomgeving
De beschreven lasapparaten hebben de uitgangskarakteristiek «constante spanning». De vermogensfactor volgens de EN60974-1 norm is vermeld in de onderstaande tabel: x @40°C (T cycle=10min)
X%-max 20%-90A 20%-90A 20%-115A 25%-110A 15%-115A 15%-140A 15%-140A 60% 60A 60A 70A 70A 40A 80A 90A Bij intensief gebruik (> inschakelduur) kan de thermische beveiliging zich in werking stellen, in dit geval gaat de boog uit en gaat het beveili- gingslampje branden. De stroombron beschrijft een vlakke uitgangskarakterisitiek in MIG/MAG procedure. De stroombron beschrijft een dalende uitgangskarakterisitek in MIG/MAG procedure. NB: de thermische tests zijn uitgevoerd bij normale temperatuur en de vermogensfactor bij 40°C is door simulatie bepaald.
- Deze klasse A lasapparaten zijn ontworpen voor professioneel of industrieel gebruik. In een andere omgeving kan het vanwege geleidingen of stralingen moeilijk zijn om elektromagnetische comptabiliteit te bereiken. Niet geschikt voor gebruik in ruimtes waar stroom geleidend metaalstof aanwezig is. De EN 60974-10 norm is vanaf 1 december 2010 gewijzigd. Let op, deze lasapparaten voldoen niet aan de CEI 61000-3-12. De gebrui- ker is verantwoordelijk om de comptabiliteit van de machine te controleren voordat de aansluiting aan de lage netspanning plaats vindt. Indien nodig, neem contact op met de netwerkleverancier. RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken !
- Leg geen hand te draaien of bewegende onderdelen of delen om het station!
- Zorg ervoor dat de behuizing deksels of beschermkappen tijdens het bedrijf gesloten blijven! ONDERHOUD
- Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel gedaan worden.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht tot de ventilator stilstaat. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De motorkap regelmatig (2 of 3 keer per jaar) afnemen en hem met een blaasbalg stofvrij maken. Gebruik deze gelegenheid om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
- Controleer regelmatig de voedingskabel. Als de voedingskabel beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om het gevaar te vermijden.
AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN
De draad aanvoer is niet constant. De spatten verstoppen de opening. Vervang de contact buis of maak die schoon, daarna anti hecht middel op doen. De draad glijdt niet op de rollers. - Controleer de druk op de rollers of vervangt ze. - Diameter van de draad is niet passend voor de roller. - De mantel die draad naar de toorts leidt is niet passend De aanvoer motor werkt niet. De rem van de spoel of van de rollers zit te strak. Draai de rem en de rollers los. Probleem met stroomvoorziening Controleer of de stroomschakelaar op "ON" staat. Slechte draadaanvoer. De mantel die draad leidt is vies of beschadigd. Reinigen of vervangen. De rem van de draadspoel zit te strak. Draai de rem los. Geen lasstroom. Slechte aansluiting aan het stopcontact. Kijk naar de aansluiting van het stopcontact en controleer of deze met een enkele fase en geaard contact gevoed wordt. Slechte aarding. Controleer de massa kabel (aansluiting en staat van de klem). Vermogen connector buiten gebruik. Controleer de toorts trekker. De draad draait niet op de rollers. De mantel die de draad leidt is verpletterd. Controleer de mantel en de toorts. Het blokkeren van de draad in de toorts. Vervangen of schoonmaken. Geen capillaire buis. Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis. De draadaanvoer snelheid is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad.45 SMARTMIG
De lasrups is poreus. De gasstroom is te laag. Regelbereik tussen 15 en 20 L/min. Reinigen van het basismetaal. Gases is leeg. Vervangen. Gas kwaliteit is niet voldoende. Vervangen. Luchtstroom of invloed wind. Tocht voorkomen, lasgebied beschermen. Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of vervang de buis. Slechte draad kwaliteit. Geschikte MIG-MAG draad gebruiken. Toestand van het lasoppervlak van slechte kwaliteit (roest, etc ...) Het werkstuk reinigen voor het lassen. Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstellingen controleren. Zeer grote vonkdelen. heel erg belangrijk. Slechte aarding. Controleer en plaats de aardklem zo dicht moge- lijk bij het te lassen stuk. Beschermgas is onvoldoende. Gasstroom aanpassen. Geen gas aan de toorts uitgang. Slechte gasaansluiting. Kijk of de gasaansluiting aan de motor kant goed aangesloten is.46 SMARTMIG
Notice-Facile