Carmig - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Carmig GYS in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Type apparaat | MIG/MAG lasapparaat |
| Voeding | 230 V |
| Lasmagneetsterkte | Van 30 tot 150 A |
| Gewicht | Ongeveer 15 kg |
| Afmetingen | 400 x 300 x 500 mm |
| Gebruik | Lassen van ferro en non-ferro metalen, ideaal voor doe-het-zelf en reparatiewerk. |
| Inclusief accessoires | MIG-toorts, massa, aardkabel, gebruiksaanwijzing |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de verbindingen, reinig de toortsbus en vervang de elektrodedraden indien nodig. |
| Veiligheid | Draag persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, laskap), werk in een goed geventileerde ruimte. |
| Garantie | 2 jaar |
| Algemene informatie | Apparaat ontworpen voor zowel hobbyisten als professionals, met een goede prijs-kwaliteitverhouding. |
Veelgestelde vragen - Carmig GYS
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Carmig - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Carmig van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Carmig GYS
ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen wor- den. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroom tijdens het gebruik.Gebruikstemperatuur :Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F).Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F).Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F).Hoogte :Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen.Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt.Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn speciek verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden).Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen te beschermen.
Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley.Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.44 CARMIG
Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de essen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de es na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De es mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een es onder druk lassen. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de es, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massaklem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL
Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling. Dit materiaal CARMIG voldoet aan de CEI 61000-3-12 norm, onder voorwaarde dat het kortsluitvermogen Ssc groter of gelijk is aan 1.4 MVA op het punt van de koppeling tussen de voeding van de gebruiker en het publiek distributienetwerk. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat, indien nodig na raadpleging van de beheerder van het distributienetwerk, om ervoor te zorgen dat de apparatuur uitsluitend aangesloten wordt aan een voeding met een kortsluitvermogen Ssc dat hoger is dan of gelijk is aan 1.4 MVA. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-11 norm. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden :
- plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk aan elkaar;
- houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;
- wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
- zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
- voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
- niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn.45 CARMIG
AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de las-zone Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander besturingsapparatuur; d) essentieel veiligheidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld bescherming van industriële apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten; f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten kunnen plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie. Evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de eciëntie van de maatregelen te bevestigen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen omhulsel of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden d. Aarding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING
Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen. Til nooit een gases en het materiaal tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend. Het is beter om de spoel te verwijderen voor het optillen of transporteren van de lasstroomvoeding. Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand.
- Alle lasverbindingen moeten goed en stevig op elkaar aangesloten zijn. Controleer dit regelmatig !
- Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen veroorzaakt !
- Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat ze geïsoleerd zijn !
- Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geïsoleerd zijn.
- Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd oppervlak wanneer ze niet gebruikt worden !46 CARMIG
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.
- Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.
- Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
- Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP21, wat betekent dat : - het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en, - dat het beveiligd is tegen verticaal vallende waterdruppels
- De voedingskabels, verlengsnoeren en lassnoeren moeten helemaal afgerold worden, om oververhitting te voorkomen. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD / ADVIES
- Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
- Controleer regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.
- Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren. RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN ! De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken !
- Raak met uw handen geen bewegende, draaiende of aandrijvende onderdelen aan !
- Let goed op dat de behuizingen van het apparaat correct gesloten blijven wanneer het apparaat in werking is !
- Draag geen handschoenen tijdens het inbrengen van het lasdraad en tijdens het vervangen van de draadspoel. Minimale en maximale draad-diameter : Ø 0,6 - Ø 1,0 mm Maximale gasdruk : 0,5 MPa (5 bar).47 CARMIG
PRESENTATIE De CARMIG is een traditioneel lasapparaat, geschikt voor semi-automatisch MIG/MAG lassen (gelijkstroom). Met dit apparaat kan ieder type draad gelast worden : staal, rvs, en aluminium. VOEDING Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting, type EN 60309-1 en moet worden aangesloten aan een 400 V (50 - 60 Hz) driefase elektrische installatie met vier kabels met geaarde stekker. De eectieve stroomafname (l1e) wordt aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controleer of de stroomvoor- ziening en zijn beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. De CARMIG moet gekoppeld zijn aan een 400V (50Hz) GEAARD stopcontact beveiligd met een 10A hoofdschakelaar en een aardlekschakelaar 30mA. BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT (FIGUUR II, PAGINA 2)
2- Regelen van het vermogen - 2 schakelaars 7 posities:
voor het afstellen van de uitgaande spanning. De afstel- ling van de uitgaande spanning is proportioneel aan de dikte van het te lassen voorwerp.
4 - Gestandaardiseerde Europese toorts koppeling
5 - Lampje thermische beveiliging: Geeft aan wanneer
een afkoelperiode nodig is na intensief gebruik van het apparaat.
8- Aansluiting massakabel
11- Ø 200mm/300 mm draadspoel houder.
SEMI-AUTOMATISCH LASSEN STAAL/RVS (MODE MAG) - PAGE 2 Deze apparaten kunnen 0,6/0,8 of 1,0 (g II - A) staal- en rvsdraad lassen. Deze lasapparaten zijn standaard uitgerust voor Ø 0,8 stalen of RVS lasdraad. De contact buis, het spoor van de aan- drijfrol en de mantel van de toorts zijn voor dit gebruik bestemd. Als u 0,6 lasdraad gebruikt, dient u de contact buis te vervangen. De aanvoerrollen van de haspel zijn 0,6/0,8 omkeer- baar. In dit geval, plaats de rol zodat u 0,6 kunt lezen. Voor het lassen van Ø 1,0 draad dient u een geschikte rol en contactbuis te gebruiken. Voor staal en RVS dient u een speciek Argon + CO2 gas te gebruiken. De CO² verhouding kan variëren afhankelijk van het gebruik. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gasstroom voor staal is tussen 12 en 18 L/m, afhankelijk van de werkomgeving en ervaring van de lasser. HALF-AUTOMATISCH LASSEN VAN ALUMINIUM (MIG MODUS) Dit apparaat kan uitgerust worden om met Ø 0,8 aluminiumdraad te lassen. Voor aluminium dient u een specieke zuivere Argon (Ar) gas te gebruiken. De gasstroom voor aluminium ligt tussen 15 en 25 L/m afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser. De verschillen tussen het gebruik van staal en aluminium: - Gebruik specieke aanvoerrollen voor het lassen van aluminium. - Zet minimale druk op de rollen van de draadinvoer zodat u de draad niet beschadigt. - Gebruik de capillaire buis (bestemd voor het geleiden van de draad van de rollers van het draadaanvoersysteem naar de Euro-aansluiting) alleen bij het lassen van staal/RVS. - Het voorbereiden van een aluminium toorts vereist speciale aandacht. Deze heeft een teon mantel om wrijvingen te verminderen. Niet de mantel bij de aansluiting afknippen. De mantel dient om de draad vanaf de aanvoerrollen te geleiden (zie de afbeelding hieronder). - Contact buis: gebruik de contact buis SPECIAAL Ø 0,8 aluminium (artikelnummer : 041059-niet standaard meegele- verd).48 CARMIG
- Verwijder het mondstuk door het met de klok mee te draaien en draai vervolgens de contactbuis los, waarbij de beugel en veer op de lamp worden losgeschroefd.
- Dit apparaat is uitgerust met haspels Ø 200/300 mm (compatibele spoel met kunststof karkas en staaldraadkarkas van ecologische oorsprong).
- Open het luik van het station.
- Plaats de spoel, rekening houdend met de aandrijfpen (3) van de spoelhouder. Om een 200mm spoel te monteren, installeert u eerst een adapter op de beugel (ref. 042889). Stel de rem van de spoel (4) af om te voorkomen dat de traagheid van de spoel bij het stoppen van de las de draad verstrikt raakt. Niet te vast aandraaien! Draai vervolgens de bevestigingsbout (2) stevig vast. Motorrollen (7) zijn dubbele groefrollen (Ø 0,8/Ø 1 of Ø 1/ Ø 1.2). De leesbare aanduiding op de rol wordt gebruikt. Gebruik voor een draad van Ø 1 mm de groef Ø 1.
- Voor de eerste inbedrijfstelling: Draai de draadgeleiderschroef los. Plaats de rollen en draai de bevestigingsbouten (8) vast. Plaats vervolgens de draadgeleider (6) zo dicht mogelijk bij de rol maar zonder contact met de rol en draai vervolgens de bevestigingsschroef weer vast. Om de drukrolknop (5) in te stellen, gaat u als volgt te werk: draai deze zo ver mogelijk los, stel de motor in door op de toortsknop te drukken, draai de knop vast terwijl u de knop ingedrukt houdt. Vouw de draad uit het mondstuk. Plaats een vinger op de gebogen draad om te voorkomen dat deze naar voren beweegt. De afstelling van de klemming is goed als de rollen op de draad glijden, zelfs als de draad aan het einde van de toorts geblokkeerd is. Huidige instelling van het rolwiel (5): graduatie op 3-4 voor staal en graduatie op 2-3 voor aluminium GASAANSLUITING Installeer een geschikte drukregelaar op de gases. Koppel die aan het lasapparaat met de bijgeleverde slang. Bevestig de twee klemmen om lekkage te voorkomen. Regel de gastoevoer met de regelknop op de drukregelaar. NB: Om de gas stroom eenvoudiger te kunnen regelen, druk op de trekker van de toorts om de rollen aan te drijven (draai de knop van de haspel losser om de draad niet mee te trekken).
KEUZE VAN DE DRAADSPOELEN
Het CARMIG lasapparaat is geschikt voor spoelen met een diameter van 100 of 200 mm. Hieronder de verschillende mogelijke combinaties: Type spoel Toortsen Gas Staal Ø 300 Stalen zaklamp geleverd Argon + CO2 of Puur CO2 Ø 200 INOX Ø 200 CuSi3 Ø 200 Puur argon CuAl8 Ø 200 Alu AlMg5* Ø 300 Aluminium zaklamp niet inbegrepen Ø 200
Gebruik een teon mantel (artikelnummer 041578) en een contact buis speciaal aluminium (Ø 0,8 artikelnummer 041059 - Ø 1,0 artikelnummer 041066) Gebruik de tabel op pagina 3 (g V) als hulpmiddel bij het kiezen van de geschikte diameter van de lasdraad of de elektrode. BEDIENINGSPANEEL (FIG III, PAGE 3)
1 - Spanningskeuze kop min/max
2 - Draaiknop voor het afstellen van de draadsnelheid
GEBRUIK CARMIG vergemakkelijkt het instellen van de snelheid van de draadafvoer en de spanning. Met behulp van de SMART tabel zoekt u de dikte van het te lassen metaal en het soort te gebruiken draad op. Vervolgens kunt u, op basis van de aanbevelingen, eenvoudig kiezen :
- De draadsnelheid, door de draaiknop (2) naar de aangegeven kleur te draaien en eventueel bij te stellen. Voorbeelden : Voor het lassen van 0,8 mm dikke staalplaten met een 0,8 diameter stalen draad:
- Zet knop (1) op positie « 1 »
- Regel de draaiknop (2) naar de lichtste kleurzone en stel indien nodig « op het gehoor » bij.
ADVIES EN THERMISCHE BEVEILIGING
- Volg de standaard regels van het lassen.
- Laat, na het lassen, het toestel aan staan om af te koelen.
- Thermische beveiliging : het lampje gaat branden. De afkoelperiode is ongeveer 10 tot 15 minuten, afhankelijk van de temperatuur. ONDERHOUD
- Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel gedaan worden.
- Haal de stekker eruit om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht tot de ventilator stilstaat alvorens wer- kzaamheden op het apparaat te verrichten. (GEVAAR: de stroomspanning is hoog en gevaarlijk)
- Het wordt aangeraden de kap 2 of 3 keer per jaar af te nemen en met een blazer stofvrij maken. Gebruik deze gele- genheid om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwa- liceerd personeel.
- Controleer regelmatig het elektrisch snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.
- Verzeker u ervan dat de openingen van de ventilator niet verstopt zijn zodat er voldoende luchtcirculatie is. ONS ADVIES
- Verzeker u ervan dat de openingen van de ventilator niet verstopt zijn zodat er voldoende luchtcirculatie is.
- Vervang regelmatig de contactbuis en het mondstuk van de toorts.
- Controleer of er geen metaaldeeltjes op de toorts of de mantel zitten.
- Vermijdt MIG/MAG laswerk op plekken die niet tochtvrij zijn.
De draadaanvoer is niet constant. De spatten verstoppen de opening. Vervang de contact buis of maak die schoon, daarna anti hecht middel erop doen. De draad glijdt niet mee met de rollers. - Controleer de druk op de rollers of vervang ze. - Diameter van de draad is niet passend voor de roller. - De mantel die de draad naar de toorts leidt is niet passend. De aanvoermotor van de haspel werkt niet. De rem van de spoel of van de rollers zit te strak. Draai de rem en de rollers los. Probleem met de stroomvoorziening Controleer of de stroomschakelaar op "ON" staat. Slechte draadaanvoer. De mantel die de draad leidt is vies of beschadigd. Reinigen of vervangen. De rem van de draadspoel zit te strak. Draai de rem los. Geen lasstroom. Slechte aansluiting aan het stop- contact. Kijk naar de aansluiting van de stekker en controleer of deze met een drie fase gevoed wordt. Slechte aarding. Controleer de massa kabel (aansluiting en staat van de klem). Voedingsschakelaar buiten gebruik. Controleer de trekker van de toorts. Controleer de trekker van de toorts. De mantel die de draad leidt is verpletterd. Controleer de mantel en de toorts. Het blokkeren van de draad in de toorts. Vervangen of schoonmaken. Geen capillaire buis. Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis. De snelheid van de draadaanvoer is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad.50 CARMIG
De lasrups is poreus. De lasrups is poreus. Regelbereik tussen 15 en 20 L/min.Reinigen van het basismetaal.Gases is leeg. Vervangen.Gas kwaliteit is niet voldoende. Vervangen.Luchtstroom of invloed wind. Tocht voorkomen, lasgebied beschermen.Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of vervang de buis.Slechte draadkwaliteit. Geschikte MIG-MAG lasdraad gebruiken.Toestand van het lasoppervlak van slechte kwaliteit. (roest, enz.....)Het werkstuk reinigen voor het lassen.Zeer grote vonkdelen. Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstellingen controleren.Slechte aarding. Controleer en plaats de aardklem zo dicht mogelijk bij het te lassen stuk.Beschermgas is onvoldoende. Gasstroom aanpassen. Geen gas aan de toorts uitgang. Slechte gasaansluiting. Kijk of de gasaansluiting aan de kant van de motor goed aanges- loten is. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet :
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...). - Een beschrijving van de storing.51 CARMIG
) / Nominale uitgangsstroom (I
Оставьте аппарат подключенным к питанию, чтобы он остыл до полной отмены защиты. Источник сварочного тока имеет выходную характеристику типа «плоская характеристика». *De inschakelduur is gemeten volgens de norm EN60974-1 bij een temperatuur van 40°C en bij een cyclus van 10 minuten. Bij intensief gebruik (superieur aan de inschakelduur) kan de thermische beveiliging zich in werking stellen. In dat geval gaat de boog uit en gaat het beveiligingslampje gaat branden. Laat het apparaat aan de netspanning staan om het te laten afkoelen, totdat de beveiliging afslaat. De stroombron beschrijft een vlakke uitgangskarakteristiek. *I cicli di lavoro sono realizzati secondo la norma EN60974-1 a 40°C e su un ciclo di 10 min. Durante l’uso intensivo (> al ciclo di lavoro) la protezione termica può attivarsi, in questo caso, l’arco si spegne e la spia si illumina. Lasciate il dispositivo collegato per permetterne il rareddamento no all’annullamento della protezione. La fonte di corrente descrive una caratteristica di uscita di tipo «corrente costante»59 CARMIG
Notice-Facile