Master 450 - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Master 450 GYS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Master 450 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Master 450 van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Master 450 GYS
MASTER 250 / 350 / 450 RUVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
WAARSCHUWING - VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden.Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroom tijdens het gebruik.Gebruikstemperatuur :Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F).Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F).Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F).Hoogte :Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen.Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt.Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn speciek verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden).Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens on- derhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.
Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is.Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde oen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley.Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
MASTER 250 / 350 / 450 NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandof, gas residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning aan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het room-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massaklem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede aat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL
Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de room wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege oringen of radiofrequente raling. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektro- magnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, veroren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootelling aan elektromagnetische raling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden :
- plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk aan elkaar;
- houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;
- wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
- zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- beveig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
- voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
- niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersyeem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASWERKPLEK EN DE INSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het inalleren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de inructies van de fabrikant. Als elektromagnetische oringen worden geconateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dien van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de roomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de oringen veroorzaakt door elektromagnetische ralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de las-zone Voor het inalleren van een booglas-inallatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naa het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van beuringskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander beuringsapparatuur; d) essentieel veiligheidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld bescherming van induriële apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten;
MASTER 250 / 350 / 450 NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdip waarop het lassen of andere activiteiten kunnen plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de ructuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de inallatie. Evaluatie van de lasinallatie Naa een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinallaties elementen aanreiken om oringen va te ellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals geipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de eciëntie van de maatregelen te beveigen. AANBEVELINGEN BETREFFENDE METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er oringen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare roomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinallatie af te schermen in een metalen omhulsel of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en inellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgeeld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden d. Aarding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen ructuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegeaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING
Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.
INSTALLATIE VAN HET APPARAAT
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.
- Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar roomgeleidend metaalof aanwezig is.
- Plaats het lasapparaat niet in de romende regen, en el het niet bloot aan zonlicht.
- Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP21,S wat betekent dat : - het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en, - Een beveiliging tegen verticaal vallende druppels wanneer de bewegende delen (ventilator) ationair zijn. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD/ADVIES
- Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd ge- reedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
- Controleer regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.
- Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.
- De voeding is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu’s of het opstarten van motoren.
MASTER 250 / 350 / 450 NLVertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
INSTALLEREN - GEBRUIK VAN HET PRODUCT
BESCHRIJVING MATERIAAL MASTER lasstations zijn ontworpen voor gelijkstroom (DC) gecoate elektrode (MMA) lassen. Ze lassen rutiel, roestvrij staal, gietijzer en basiselektroden. Ze werken op een 380 V driefasige voeding. Het wordt aanbevolen om de bij het apparaat geleverde laskabels te gebruiken om de optimale productinstellingen te verkrijgen.
STROOMVOORZIENING - OPSTARTEN
- Dit materiaal moet worden aangesloten aan een 400 V (50 - 60 Hz) driefase elektrische installatie met vier kabels met geaarde stekker.
- De eectieve stroomafname (l1e) wordt aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controleer of de stroomvoorziening en zijn beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In som- mige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken.• De stroombron beschrijft een dalende uitgangskarakteristiek.• Gids voor het selecteren van het netsnoer :Voedingskabelsectie H07 RNF van 2 tot 10 m boven de 10 mMASTER 250 4 X 4 mm² 4 X 6 mm²MASTER 350 4 X 4 mm² 4 X 6 mm²MASTER 450 4 X 6 mm² 4 X 10 mm² GEBRUIK 1. Zorg voor een goed contact tussen de aardklem en het te lassen onderdeel (sluit de aardkabel zo dicht mogelijk bij het te lassen gebied aan). 2. Afhankelijk van de diameter van de te lassen elektrode moet de lasintensiteit via de ampèremeter op het frontpaneel worden aangepast.
- Varieer het vermogen door de schakelaar op de verschillende posities van 1 tot 7 in te stellen. 3. Thermische bescherming: Na een lange lastijd of na gebruik op hoog vermogen is het noodzakelijk om het product te laten af- koelen. Deze onderstations zijn beveiligd door een thermische beveiliging die de stroomtoevoer afsluit in geval van oververhitting. 4. Schakel na gebruik van het onderstation de stroom uit via de schakelaar (OFF-stand) en trek de stekker uit het stopcontact.
Schakel de knop nooit tijdens het lassen om! ADVICE
- Let op de polariteit (+/-) en lasstroom die op de elektrodeboxen zijn aangegeven.• Verwijder de elektrode uit de elektrodehouder wanneer het station niet in gebruik is.
- Deze onderstations zijn uitgerust met een ventilator die draait zodra de stroom wordt ingeschakeld en zorgt voor permanente ventilatie en een eciëntere koeling van de wikkelingen. Wacht na uw werk ongeveer 5 minuten voordat u de schakelaar uitschakelt om de ventilatie voort te zetten.
AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN
Afwijkingen Oorzaken OplossingenAlleen het bedrijfsindicatielampje brandt, maar het apparaat last niet.Foutieve aansluiting van de aardklem of elektrodehouder.Controleer de aansluitingen.Het station wordt aangedreven, je voelt een tinte-ling als je je hand op de carrosserie legt.de aarding is defect.Controleer de stekker en massa van uw installatie.Het station last slecht.... Polariteitsfout (+/-)Controleer de aanbevolen polariteit (+/-) op de elektrodebox. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon).De garantie dekt niet :• Alle overige schade als gevolg van vervoer.• De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).• Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).• Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met:- Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...).- Een beschrijving van de storing.
- Bij intensief gebruik (superieur aan de inschakelduur) kan de thermische beveiliging zich in werking stellen. In dat geval gaat de boog uit en gaat het beveiligingslampje gaat branden.
Notice-Facile