PerfectView CAM44 - Bewakingscamera WAECO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectView CAM44 WAECO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - PerfectView CAM44 WAECO
Gebruikersvragen over PerfectView CAM44 WAECO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectView CAM44 - WAECO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectView CAM44 van het merk WAECO.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectView CAM44 WAECO
NL 102 Achteruitrijvideocamera
Montagehandleiding en gebruiks- aanwijzing
DA 119 Bakvideokamera
Lees deze handleiding voor de montage en ingebruikname zorgvuldig door en bewaar deze. Geef de handleiding bij doorverkoop van het toestel door aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen.... 102
2 Veiligheids- en montage-instructies ..... 103
3 Omvang van de levering 106
4 Toebehoren 106
5 Gebruik volgens de voorschriften 106
6 Technische beschrijving.... 107
7 Instructies voor de elektrische aansluiting .... 108
8 Camera monteren 110
9 De camera gebruiken....117
10 Camera onderhouden en reinigen 117
11 Garantie 117
12 Afvoer.... 118
13 Technische gegevens 118
1 Verklaring van de symbolen

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
▶ Handeling: dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
√Dit symbool beschrijft het resultaat van een handeling.
Afb. 1 5, pagina 3: deze aanduiding wijst u op een element in een afbeelding, in dit voorbeeld op „positie 5 in afbeelding 1 op pagina 3”.
2 Veiligheids- en montage-instructies
Neem de veiligheidsinstructies en voorschriften van de fabrikant van het voertuig en het garagebedrijf in acht!
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
● montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- In verband met kortsluitingsgevaar moet voor werkzaamheden aan het elektrische syteem van het voertuig altijd de minpool worden losgekoppeld.
Bij voertuigen met een extra accu moet ook hier de minpool worden los- gekoppeld.
- Ontoereikende leidingverbindingen kunnen tot gevolg hebben, dat door kortsluiting
– kabelbranden ontstaan,
– de airbag wordt geactiveerd,
– elektronische besturingsinrichtingen worden beschadigd,
– elektrische functies uitvallen (knipperlicht, remlicht, claxon, contact, licht).
- Gebruik bij werkzaamheden aan de volgende leidingen alleen geïsoleerde kabelschoenen, stekkers en vlaksteker-kabelschoenen:
- 30 (ingang van accu plus direct),
- 15 (geschakelde plus, achter accu),
- 31 (retourleiding vanaf accu, massa),
- 58 (achteruitrijlicht).
Gebruik geen kroonstenen.
- Gebruik een krimptang (afb. 1 10, pagina 3) voor het verbinden van de kabels.
● Schroef de kabel bij aansluitingen aan leiding 31 (massa)
- met kabelschoen en getande ring aan een massaschroef van het voertuig of
- met kabelschoen en plaatschroef aan de carrosserieplaat.
Let op een goede massaverbinding!
Bij het loskoppelen van de minpool van de accu verliezen alle vluchtige geheugens van de elektronica voor comfortvoorzieningen de opgeslagen data.
- De volgende data moet u afhankelijk van de voertuiguitrusting opnieuw instellen:
- radiocode
- voertuigklok
- tijdschakelklok
- boordcomputer
- stoelinstelling
Instructies voor het instellen vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing.
Neem bij de montage de volgende instructies in acht:
- Bevestig de in het voertuig te monteren delen van de camera zodanig, dat deze in geen geval (hard remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden.
- Bevestig onderdelen die afgedekt onder bekledingen moeten worden aangebracht zodanig, dat ze niet losraken of andere onderdelen en leidingen beschadigen en geen functies van het voertuig (besturing, pedalen etc.) kunnen beperken.
- Let er bij het boren op dat er ook achter het te doorboren oppervlak genoeg ruimte is voor de boor, zo kunt u schade voorkomen (afb. 2, pag. 4).
- Ontbraam elk boorgat en behandel de boorgaten met antiroestmiddel.
- Neem altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het voertuig in acht.
Een paar werkzaamheden (bijv. aan beveiligingssystemen zoals AIRBAG etc.) mogen alleen door geschoolde vaklui uitgevoerd worden.
Neem bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen uit-sluitend een diodetestlamp (afb. 1 8, pagina 3) of een voltmeter (afb. 1 9, pagina 3).
Testlampen met een lampbehuizing (afb. 1 12, pagina 3) verbruiken te veel stroom, waardoor het elektrisch systeem van het voertuig beschadigd kan worden.
- Let er bij het leggen van de elektrische aansluitingen op dat deze
– niet worden geknikt of verdraaid,
– niet langs randen schuren,
- niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pag. 4).
- Isoleer alle verbindingen en aansluitingen.
- Borg de kabels tegen mechanische belasting met kabelverbinders of isolatieband, bijv. aan de aanwezige leidingen.
De camera is waterdicht. De afdichtingen van de camera beschermen echter niet tegen een hogedrukreiniger (afb. 4, pag. 4). Neem daarom de volgen-de instructies voor de omgang met de camera in acht:
- Open de camera niet, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden (afb. 5, pag. 4).
- Trek niet aan de kabels, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden (afb. 6, pag. 4).
- De camera is niet voor gebruik onder water geschikt (afb. 7, pag. 4).
3 Omvang van de levering
| Nr. in afb. 8, pag. 5 | Aantal Omschrijving Artikelnr. | |
| 1 | 1 | Camera met gemotoriseerde veiligheidsklep |
| 2 | 2 Afdekking | |
| 3 | 1 Camerabescherming | |
| 4 | 1 Camerahouder | |
| 5 | 1 Isolatieplaat | |
| 6 | 1 Adapterbox CAM44 9102200078 | |
| 7 | 1 Verlengsnoer 9102200030 | |
| - | 1 Bevestigingsmateriaal | |
4 Toebehoren
Ale toebehoren verkrijgbaar (niet in de leveringsomvang inbegrepen):
Omschrijving Artikelnr.
Schakelbox AMP100
9102200035
5 Gebruik volgens de voorschriften
De camera CAM44 (art.-nr. 901200061) is met name bestemd voor gebruik in voertuigen. Deze kan geïntegreerd worden in achteruitrijvideosystemen, die voor het waarnemen van het bereik direct achter het voertuig vanuit de bestuurdersstoel dienen, bijv. bij het rangeren of parkeren.

WAARSCHUWING!
Achteruitrijvideosystemen zijn een hulpmiddel bij het achteruitrijden, zij ontslaan u echter niet van de plicht bijzonder voorzichtig te zijn bij het achteruitrijden.
6 Technische beschrijving
De kleurencamera met geïntegreerde microfoon is bevestigd in een aluminium behuizing en geeft beeld en geluid via een kabel door aan een monitor. Deze bezit een teleobjectief en een groothoekobjectief. Door de infrarood-LED's wordt de nachtweergave verbeterd.
Het teleobjectief laat de ruimte achter het voertuig zien, alsof u uit een ach- terruit kijkt. U kunt het inschakelen, als u niet in de achteruitversnelling rijdt.
Het groothoekobjectief (achteruitrijcamera) is een objectief dat de ruimte direct achter het voertuig laat zien. Het wordt door inschakelen van de achteruitversnelling geactiveerd.
De camera maakt in de achteruitmodus drie afstandsmarkeringen aan, die in een aangesloten kleurenmonitor als gekleurde lijnen weergegeven worden.
De camera CAM44 is uitgerust met een gemotoriseerde veiligheidsklep tegen vervuiling.

INSTRUCTIE
De camera's zijn in de fabriek uitgerust met een weergave in spiegelbeeld. Een aangesloten monitor moet daarom met een functie voor normaal beeld werken.
De camera bestaat uit de volgende elementen:
Nr. in afb. 9, Omschrijving pag. 5
1 6-polige aansluitkabel
2 Teleobjectief
3 Infrarood-LED's
4 Groothoekobjectief (achteruitrijcamera)
5 Microfoon
7 Instructies voor de elektrische aansluiting
7.1 Kabels aanleggen

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
- Als u gaten boort, controleer dan voordien of er voldoende vrije ruimte voor de boor voorhanden is.
- Niet vakkundig aanleggen of verbinden van kabels leidt steeds weer tot storingen of beschadigingen van onderdelen. Het correct aanleggen en verbinden van kabels is een voorwaarde voor een duurzame en storingsvrije werking van de later aangebouwde componenten.
- De kabels mogen niet lang met oplosmiddelen zoals b. v. benzine in aanraking komen, omdat oplosmiddelen de kabels beschadigen.
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk originele doorvoeren of andere doorvoermogelijkheden, zoals b. v. bekledingsranden, ventilatieroosters of blinde schakelaars. Als er geen doorvoeren voorhanden zijn, moet u voor de betreffende kabels bijbehorende gaten boren. Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
- Leg de kabels indien mogelijk altijd binnen in het voertuig aan, want daar zijn ze beter beschermd dan buiten op het voertuig.
Als u de kabels desondanks buiten op het voertuig aanlegt, let dan op een veilige bevestiging (door extra kabelverbinders, isolatieband etc.). - Houd bij het aanleggen van de kabels altijd voldoende afstand tot hete en bewegende voertuigonderdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, dynamo, ventilatoren, verwarming etc.) om beschadigingen aan de kabel te vermijden. Gebruik voor de mechanische bescherming ribbelbuis of soortgelijke beschermingsmaterialen.
- Schroef de steekverbindingen van de verbindingskabels ter bescherming tegen het indringen van water (afb. 10, pag. 5) vast.
- Let er bij het leggen van de kabels op dat deze
- niet te zeer worden geknikt of verdraaid,
– niet langs randen schuren, -
niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pag. 4).
-
Bevestig de kabels veilig in het voertuig om verstrikken (gevaar om te vallen) te vermijden. Dit kan gebeuren door kabelverbinders, isolatieband of door vastplakken met lijm.
- Bescherm iedere doorvoer aan de buitenkant d.m.v. geschikte maatregelen tegen het binnendringen van water, bijv. door de kabel met afdichtingspasta aan te brengen en door de kabel en de doorvoertule in te spuiten met afdichtingspasta.

INSTRUCTIE
Begin met het afdichten van de doorvoeren pas nadat alle instelwerkzaamheden aan de camera zijn afgesloten en de benodigde lengtes van de aansluitkabels vastliggen.
7.2 Connector gebruiken
Om loszittende contacten bij de connectors te vermijden, is het belangrijk dat de kabeldiameters bij de connectors passen.
Ga als volgt te werk om de connectors te gebruiken:
Leg de kabel die afgetapt moet worden in de voorste groef van de connector (afb. 11 A, pagina 6).
Leg de nieuwe kabel met het uiteinde tot ca. 3/4 in de achterste groef (afb. 11 B, pagina 6).
▶Sluit de connector en druk met een combinatietang het metalen verbindingsplaatje in de connector, zodat er een stroomverbinding tot stand gebracht wordt (afb. 11 C, pagina 6).
Druk het beschermingskapje naar beneden en laat het bij de connector vastklikken.
▶Controleer de bevestiging van de connector door trekken aan de kabel (afb. 11 D, pagina 6).
7.3 Correcte soldeerverbindingen maken
Ga als volgt te werk om een kabel aan originele leidingen te solderen:
▶ Strip 10 mm van de originele leiding (afb. 12 A, pagina 6).
▶ Strip 15 mm van de aan te sluiten kabel (afb. 12 B, pagina 6).
▶Wikkel de aan te sluiten kabel om de originele leiding en soldeer de beide kabels (afb. 12 C, pagina 6).
▶ Isoleer de kabels met isolatieband (afb. 12 D, pagina 6).
Ga als volgt te werk om twee kabels met elkaar te verbinden:
▶ Strip beide kabels (afb. 13 A, pagina 6).
▶Trek een krimpslang met een lengte van ca. 20 mm over één kabel (afb. 13 B, pagina 6).
Draai de beide kabels in elkaar en soldeer ze aan elkaar (afb. 13 C, pagina 6).
▶Schuif de krimpslang over het soldeerpunt en verwarm hem lichtjes (afb. 13 D, pagina 6).
8 Camera monteren
8.1 Benodigd gereedschap
Voor inbouw en montage hebt u de volgende gereedschappen nodig:
- set boren (afb. 1 1, pagina 3)
- boormachine (afb. 1 2, pagina 3)
● schroevendraaier (afb. 1 3, pagina 3) - set ring- of steeksleutels (afb. 1 4, pagina 3)
● rolmaat (afb. 1 5, pagina 3) - hamer (afb. 1 6, pagina 3)
- center (afb. 1 7, pagina 3)
Voor de elektrische aansluiting en de controle daarvan hebt u de volgende hulpmiddelen nodig:
- diodetestlamp (afb. 1 8, pagina 3) of voltmeter (afb. 1 9, pagina 3)
● isolatieband (afb. 1 11, pagina 3) - evt. kabeldoorvoertulen
Voor het bevestigen van de kabels hebt u evt. nog meer kabelverbinders nodig.
8.2 Camera monteren

VOORZICHTIG!
Kies de plaats van de camera zo en bevestig hem zo vast, dat in geen geval in de buurt staande personen gewond kunnen raken, bijv. omdat over het dak van het voertuig strijkende takken de camera afbreken.

INSTRUCTIE
Als door de aanbouw van de camera de voertuighoogte of voertuiglengte zoals aangegeven in de voertuigpapieren wordt veranderd, moet er een nieuwe inspectie door de betreffende instanties plaatsvinden (in Duitsland: TÜV, DEKRA etc.).
Laat de nieuwe inspectie door de betreffende dienst voor wegverkeer in de voertuigpapieren zetten.
Neem bij de montage de volgende instructies in acht:
- Breng de camera voor een goede gezichtshoek op ten minste twee meter hoogte aan.
Let bij de montage op een voldoende stevige werkplek. - Let erop dat de montageplaats van de camera stevig genoeg is (er kunnen bijv. takken die tegen het dak komen in de camera verstrikt ra- ken).
- Monteer de camera horizontaal en in het midden aan de achterkant van het voertuig (afb. 14, pag. 7).
- Gebruik absoluut de meegeleverde isolatieplaat (afb. 8 5, pagina 5). Hierdoor worden foutstromen door slechte massaverbindingen in het voertuig verhinderd. Strepen op het beeld of brommen in de luidspreker en beschadigingen zijn gevolgen van foutstromen.
- De veiligste manier van bevestigen zijn schroeven die door de opbouw gaan. Neem hierbij de volgende instructies in acht:
- Achter de gekozen montagepositie moet voldoende vrije ruimte voor de montage voorhanden zijn.
- Elke doorvoer moet door geschikte maatregelen tegen binnenkomend water beschermd worden (bijv. door het aanbrengen van de schroeven met afdichtingspasta en/of door het inspuiten van de buitenste bevestigingsonderdelen met afdichtingspasta).
- De opbouw aan de bevestigingsplaats moet voldoende stevigheid bieden, zodat de camerahouder voldoende stevig vastgedraaid kan worden.
- Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant (afb. 2, pag. 4).
- Als u niet zeker bent over de door u gekozen montageplaats, neem dan contact op met de fabrikant van de opbouw of een vertegenwoordiger hiervan.

INSTRUCTIE
Om corrosie van de schroeven te minimaliseren wordt aanbevolen de schroefdraad in te vetten.
Ga bij de montage als volgt te werk:
▶Houd de camerahouder op de gekozen montageplaats en markeer minstens 2 verschillende boorpunten (afb. 15, pag. 7).
▶Maak op de voordien gemarkeerde punten met hamer en center een gaatje om het verlopen van de boor te verhinderen.
Als u de camera met plaatschroeven wilt aanbrengen (afb. 16, pag. 7)

LET OP!
De bevestiging met plaatschroeven mag alleen in stalen platen met een minimumdikte van 1,5 mm gebeuren.
▶ Boor in de voordien gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 4 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
Plak de aan beide zijden klevende isolatieplaat (afb. 8 5, pagina 5) op de montagezijde van de houder.
De isolatieplaat dient ook als afdichting en lakbescherming.
▶ Breng de camerahouder met de plaatschroeven 5 x 20 mm aan.
Als u de camera met tapschroeven door de opbouw wilt bevestigen (afb. 17, pag. 7)

LET OP!
Let erop dat de moeren bij het vastdraaien niet door de opbouw kunnen trekken.
Gebruik evt. grotere onderlegringen of metalen platen.
▶ Boor in de voordien gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 5,5 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
Plak de aan beide zijden klevende isolatieplaat (afb. 8 5, pagina 5) op de montagezijde van de houder.
De isolatieplaat dient ook als afdichting en lakbescherming.
▶ Schroef de camerahouder met de tapschroeven M5 x 20 mm vast. De lengte van de tapschroeven is afhankelijk van de dikte van de opbouw.
Doorvoer voor de aansluitkabel van de camera maken (afb. 18, pag. 8)

INSTRUCTIE
Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk reeds aanwezige doorvoermogelijkheden, b. v. ventilatieroosters. Als er geen doorvoeren zijn, moet u een gat van ∅ 16 mm boren.

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
▶ Boor in de buurt van de camera een gat van ∅ 16 mm.
Ontbraam alle boorgaten die in een metalen plaat zijn gemaakt en behandel ze met antiroestmiddel.
▶Voorzie alle doorvoeren met scherpe randen van een doorvoertule.
Camera en camerabescherming bevestigen

LET OP!
Monteer de camera nooit zonder de extra camerabescherming. Gebruik voor de montage van de camerabescherming alleen de meegeleverde schroeven M3 x 6 mm. Langere schroeven beschadigen de camera.
▶ Schuif de camerabescherming (afb. 8 3, pagina 5) zo over de camera
- dat de bevestigingsboring van de camerabescherming (afb. 19, pag. 8) boven de 3-mm-schroefdraad van de camera ligt.
- dat de beide andere bevestigingsboringen (afb. 20, pag. 8) boven de 4-mm-schroefdraden van de camera liggen.
▶ Bevestig de camerabescherming met de beide schroeven M3 x 6 mm in de bevestigingsboring (afb. 19, pag. 8).
▶ Schuif de camera in de camerahouder (afb. 20, pag. 8).

LET OP!
Gebruik voor de montage van de camera in de camerahouder alleen de meegeleverde schroeven. Langere schroeven beschadigen de camera.
▶ Bevestig de camera losjes met de vier schroeven M3 x 8 mm in de beide andere bevestigingsboringen (afb. 20, pag. 8).
De camera is nu gecentreerd.
Richt de camera zo, dat het objectief een hoek van ca. 20° met de verticale as van het voertuig vormt (afb. 21, pag. 8).

INSTRUCTIE
De vier schroeven M3 x 8 mm worden pas vastgedraaid als u de camera gericht hebt (zie hoofdstuk „Werking controleren en camera instellen“ op pagina 116).
Hiervoor moet u echter evt. eerst nog een monitor monteren en elektrisch aansluiten.
8.3 Camera aansluiten

INSTRUCTIE
- Plaats de camerakabel zodanig, dat u bij een eventueel noodzakelijke uitbouw van de camera makkelijk bij de stekkerverbinding tussen camera en verlengkabel kunt komen. De demontage wordt daardoor aanzienlijk vereenvoudigd.
- Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij om een beetje vet, b. v. poolvet in een van de stekkers aan te brengen.
▶Leid de camerakabel in het voertuig.
▶ Steek de stekker van de camerakabel in de stekkerbus van de verleng-kabel.
▶Schroef de steekverbindingen van de verbindingskabels ter bescherming tegen het indringen van water (afb. 10, pag. 5) vast.
8.4 Schakelbox 9102200078 (afb. 24, pag. 9)
De schakelbox is klaar om te monteren geleverd.
▶Bevestig de schakelbox op een geschikte plaats.
▶Sluit de schakelbox elektrisch als volgt aan:
- Sluit de camera-ingangen van de monitor op de aansluitingen „V1” en „V2” aan.
- Sluit de systeemkabel van de camera op de aansluiting „TWIN“ aan.
De camera wordt via de achteruitversnelling of de camerakeuzetoets aan de monitor in- resp. uitgeschakeld.
8.5 Schakelbox AMP100 (afb. 25, pag. 10)

INSTRUCTIE
Als u beide cameramodules bij het vooruitrijden wilt gebruiken, moet u de meegeleverde tuimelschakelaar monteren (zie montagehandleiding en gebruiksaanwijzing voor AMP100).
De schakelbox (niet bij de levering inbegrepen) is montageklaar voorbereid.
▶Monteer de schakelbox zoals beschreven in de bijbehorende montagehandleiding en gebruiksaanwijzing.

INSTRUCTIE
De uitgang „2“ van de schakelbox is een hulpuitgang om bijv. een vreemde monitor aan te sluiten.
▶ Sluit de schakelbox elektrisch aan, zoals beschreven in de bijbehorende montagehandleiding en gebruiksaanwijzing.
8.6 Werking controleren en camera instellen

INSTRUCTIE
De afstandswaarden van de afstandsmarkeringen (zie hoofdstuk „Afstanden inschatten“ op pagina 117) gelden alleen, wanneer de camera op een hoogte van ca. 230 – 250 cm gemonteerd is.
Controleer na de montage van de camera de werkelijke montage-hoogte.
Wijkt de montagehoogte van deze waarden af, bereken dan de werkelijke afstandswaarden voor de afstandsmarkeringen.
▶Controleer de werking van de camera na aansluiten van een monitor.
▶Richt de camera indien nodig aan de hand van het monitorbeeld:
het monitorbeeld moet aan de onderkant van het beeld de achterkant of de bumper van uw voertuig weergeven. Het midden van de bumper moet ook in het midden van het monitorbeeld zijn (afb. 23, pag. 9).
▶ Draai de vier bevestigingsschroeven van de camera vast.
Plaats de zijafdekkingen en borg deze met één bevestigingsschroef per afdekking (afb. 22, pag. 8).
Contrast en helderheid e.d. worden op de monitor ingesteld.
9 De camera gebruiken
9.1 Afstanden inschatten
De camera maakt in de achteruitmodus drie afstandsmarkeringen aan, die in een aangesloten kleurenmonitor als gekleurde lijnen weergegeven worden (afb. 26, pag. 10).
De lijnen vergemakkelijken de inschatting van de afstand van het voertuig tot een hindernis.
Wanneer de camera op een hoogte van ca. 230 – 250 cm gemonteerd is, geven de lijnen de volgende afstanden weer:
Kleur Afstand
groen (A) ca. 3 m
geel (B) ca. 1 m
rood (C) ca. 0,3 m
10 Camera onderhouden en reinigen

LET OP!
Voor het reinigen geen scherpe of bijtende middelen gebruiken, omdat dit kan leiden tot schade aan het toestel.
▶Reinig de camera af en toe met een zachte, vochtige doek.
11 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u het volgende mee op te sturen:
- defecte onderdelen,
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
12 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| PerfectView CAM44 | |
| Art.-nr.: 9102000061 | |
| Beeldsensor: Afstandszicht: 1/4" Color CMOS sensor, ca. 290000 pixels, 648(H) x 488(V) Zicht dichtbij: 1/3" CMOS, 762(H) x 504(V) | |
| TV-systeem: PAL | |
| Gevoeligheid: < 1 lux of 0,0 lux met IR LED (zicht dichtbij) | |
| Gezichtshoek: teleobjectief: ca. 50° groothoekobjectief: ca. 140° diagonaal | |
| Microgevoeligheid: ca. 56 dB | |
| Opslagtemperatuur: -30 °C tot +85 °C | |
| Bedrijfstemperatuur: -30 °C tot +70 °C | |
| Bedrijfsspanning: 12 – 16 V--- | |
| Verbruik: max. 4 W | |
| Afmetingen b x h x d (met houder): 114 x 74 x 62 mm | |
| Gewicht: ca. 360 g | |
Certificaties: ![]() | |
