MAKITA DMR108 - Radio

DMR108 - Radio MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DMR108 MAKITA in PDF-formaat.

📄 116 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MAKITA DMR108 - page 43
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DMR108

Categorie : Radio

SKIP

Veelgestelde vragen - DMR108 MAKITA

Download de handleiding voor uw Radio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DMR108 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DMR108 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DMR108 MAKITA

1. Lees deze gebruiksaanwijzing en die van de

acculader voor gebruik aandachtig door.

2. Reinig uitsluitend met een droge doek.

3. Plaats het apparaat niet in de buurt van een

verwarmingsbron, zoals een radiator, warmeluchtrooster, kookplaat of ander apparaat (waaronder een versterker) dat warmte produceert.

4. Sluit uitsluitend andere apparaten of accessoires aan

die worden aanbevolen door de fabrikant.

5. Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact in

geval van onweer met bliksem en indien het apparaat gedurende een lange tijd niet gaat worden gebruikt.

6. Een radio op batterijen met inwendige batterijen of

een losse accu mag alleen worden opgeladen met de aanbevolen batterij-/acculader. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.

7. Gebruik de radio op batterijen uitsluitend met de

specifiek daarvoor bedoelde accu’s. Door een ander type accu’s te gebruiken, kan brandgevaar ontstaan.

8. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze uit de

buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan vonken, brandwonden of brand veroorzaken.

9. Voorkom lichamelijk contact met geaarde

oppervlakken, zoals pijpen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. De kans op een elektrische schok is groter wanneer uw lichaam is geaard.

10. Onder zware gebruiksomstandigheden kan vloeistof

uit de accu komen. Voorkom aanraking. Als u deze vloeistof per ongeluk aanraakt, wast u dit goed af met water. Als de vloeistof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brandwonden veroorzaken. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

1. Alvorens de accu in gebruik te nemen, leest u eerst

alle instructies en waarschuwingsopschriften op (1) de acculader, (2) de accu en (3) het apparaat waarin de accu wordt aangebracht.

2. Haal de accu niet uit elkaar.

3. Als de gebruikstijd aanzienlijk korter is geworden,

stopt u onmiddellijk met het gebruik. Anders kan dit leiden tot kans op oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een explosie.

4. Als de elektrolyt in uw ogen komt, wast u deze uit met

schoon water en raadpleegt u onmiddellijk een arts. Dit kan leiden tot verlies van gezichtsvermogen.

5. Sluit de accu niet kort:

(1) Raak de accupolen niet aan met enig geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet op een plaats waar deze in aanraking kan komen met andere metalen voorwerpen, zoals spijkers, munten, enz. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan leiden tot een hoge stroomsterkte, oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een defect.

6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen

waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu niet in een vuur, zelfs niet als deze al

ernstig beschadigd of helemaal versleten is. De accu kan in een vuur exploderen.

8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen of

ergens tegenaan stoot.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. Om risico’s te voorkomen, moet de handleiding

omtrent het vervangen van de batterij worden gelezen vóór gebruik. De maximale stroomontlading van de batterij moet groter zijn dan of gelijk zijn aan 8A. Lees de gebruiksaanwijzing. Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.

  • Ontploffingsgevaar als de batterij niet correct wordt vervangen.
  • Alleen vervangen door hetzelfde of een equivalent type. Overzicht van de belangrijkste onderdelen (zie afb. 1)

1. USB-voedingspoort

2. Aan-uitknop/slaaptimerknop

7. Menuknop/informatieknop

8. Volumeknop/afstemknop/keuzeknop

9. DC IN-gelijkstroomingangsaansluiting

10. AUX IN 1-aansluiting

18. Accu-/batterijvak (voor hoofdaccu en back-

23. Achteraanzicht met gesloten accudeksel

24. Achteraanzicht met geopend accudeksel

De accu plaatsen Opmerking: Door back-upbatterijen in het batterijvak te laten zitten, voorkomt u dat opgeslagen instellingen in het voorkeurzendergeheugen verloren gaan. De back-upbatterij plaatsen

1. Trek aan de vergrendelhendel van het accu-/

batterijvak om het accu-/batterijvak te ontgrendelen. Er is een vak voor de hoofdaccu en een voor de back- upbatterij (zie afb. 2).

2. Verwijder het accudeksel van het back-

upbatterijenvak en plaats 2 nieuwe UM-3 batterijen (AA-formaat). Breng de batterijen aan met de polen in de juiste richting, zoals aangegeven aan de binnenzijde van het vak. Plaats het accudeksel terug (zie afb. 3).

3. Plaats, nadat u de back-upbatterijen hebt

aangebracht, de hoofdaccu in de radio. In de onderstaande tabel vindt u de geschikte accu’s voor deze radio.45 De onderstaande tabel toont de gebruikstijd van een enkele lading in de Radiofunctie. : Blokaccu : Schuifaccu Opmerking: De bovenstaande tabel met betrekking tot de gebruikstijd van de accu geldt als richtlijn. De werkelijke gebruikstijd kan verschillen afhankelijk van het type accu, de laadtoestand en de gebruiksomgeving. De schuifaccu aanbrengen en verwijderen (zie afb. 4 en 5)

  • Om de accu aan te brengen, lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort.
  • Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. Breng de accu zo ver mogelijk aan tot het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving.
  • Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de accu. Als de accu niet gemakkelijk erin kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
  • Om de accu te verwijderen, verschuift u de knop aan de voorkant van de accu of drukt u op de knoppen aan beide zijden van de accu en trekt u tegelijkertijd de accu van het gereedschap af. De blokaccu aanbrengen en verwijderen (zie afb. 6 en 7)
  • Om de accu aan te brengen, lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats.
  • Om de accu te verwijderen, haalt u de accu uit de aansluiting terwijl u de knoppen op de zijkant van de accu ingedrukt houdt. Zet de vergrendelhendel van het accuvak terug op zijn oorspronkelijke plaats. Accucapaciteit Accuspanning Bij luidsprekeruitgang = 50 mW + 50 mW (eenheid: uur) (ongeveer) 7,2 V 10,8 V 10,8 V - 12 Vmax 14,4 V 18 V In radio of AUX In Bluetooth

met USB-opladen 1,0 Ah BL7010 6,0 0,8 1,3 Ah BL1013 8,0 1,5 BL1415 6,5 2,0 BL1815 7,5 1,5 Ah BL0715 9,0 1,0 BL1015/ BL1016 9,5 1,8 BL1415N 8,5 2,0 BL1815N 9,5 2,5 2,0 Ah BL1020B/ BL1021B 12 2,5 BL1820/ BL1820B 13 3,5 3,0 Ah BL1430/ BL1430B 14 4,5 BL1830/ BL1830B 18 5,0 4,0 Ah BL1040B/ BL1041B 25 5,0 BL1440 23 6,0 BL1840/ BL1840B 26 7,0 5,0 Ah BL1450 28 8,0 BL1850/ BL1850B 33 8,5 6,0 Ah BL1460B 30 9,5 BL1860B 40 1046 Minder vermogen, vervorming, “stotterend geluid” en wanneer zowel de indicator voor lage acculading als “POWERFAIL” branden op het display, zijn allemaal tekenen dat de hoofdaccu moet worden vervangen. Opmerking: De accu kan niet worden opgeladen met de bijgeleverde netspanningsadapter. Als de indicator voor lage acculading wordt afgebeeld en een “EMPTY” blijft knipperen, moeten de back-upbatterijen worden vervangen. Aanduiding van de resterende acculading (zie afb. 8) Alleen voor accu’s met een “B” aan het einde van het modelnummer Druk op de testknop op de accu om de resterende accucapaciteit af te lezen. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.

  • Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. De flexibele staafantenne aanbrengen (zie afb. 9) Trek de flexibele staafantenne uit zoals aangegeven in de afbeelding. De bijgeleverde netspanningsadapter gebruiken (zie afb. 10) Open de rubberen beschermdop en sluit de stekker van de netspanningsadapter aan op de gelijkstroomingangsaansluiting op de linkerkant van de radio. Steek de netspanningsadapter in een standaard stopcontact. Bij gebruik van de netspanningsadapter wordt de accu automatisch losgekoppeld. De netspanningsadapter moet losgekoppeld zijn van de netvoeding wanneer u deze niet gebruikt. Opmerking: Als de radio op de AM-frequentieband storing ondervindt van zijn netspanningsadapter, plaatst u de radio meer dan 30 cm uit de buurt van de netspanningsadapter. De radio bedienen – AM/FM-zenders scannen

1. Druk op de aan-uitknop om de radio in te

2. Druk op de bronkeuzeknop om de AM- of FM-

te stemmen. Uw radio scant de AM/FM- frequentieband omhoog vanaf de huidig afgebeelde frequentie, en stopt automatisch met scannen wanneer een zender is gevonden met een voldoende sterk signaal.

4. Na enkele seconden wordt het display bijgewerkt. Het

display toont de frequentie van de gevonden zender.

5. Om een andere zender te vinden, houdt u de

afstemknop nogmaals ingedrukt.

6. Nadat het einde van de frequentieband is bereikt, gaat

de radio verder met scannen vanaf het andere uiteinde van de frequentieband.

7. Draai de afstemknop om het gewenste

volumeniveau in te stellen. Opmerking:

  • Wanneer u het volumeniveau instelt, mag FM/AM NIET knipperen op het display.
  • Als AM/FM knippert op het display, kunt u handmatig afstemmen op de zenders (zie het deel “Handmatig afstemmen – AM/FM” voor meer informatie).

8. Om de radio uit te schakelen, drukt u op de aan-

uitknop . Handmatig afstemmen – AM/FM

1. Druk op de aan-uitknop om de radio in te

2. Druk op de bronkeuzeknop om de AM- of FM-

frequentieband te selecteren.

3. Druk op de afstemknop om AM of FM te laten

knipperen op het display. Opmerking:

  • FM/AM knippert gedurende ongeveer 10 seconden. Gedurende deze tijd is alleen handmatig afstemmen mogelijk.
  • Als u het volumeniveau wilt afstemmen terwijl FM/ AM knippert, drukt u op de afstemknop zodat het knipperen stopt en u de afstemknop kunt draaien om het volumeniveau in te stellen. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing in de accu zijn opgetreden.47

4. Draai de afstemknop om op een zender af te

5. Nadat het einde van de frequentieband is bereikt, gaat

de radio verder met scannen vanaf het andere uiteinde van de frequentieband.

6. Draai de afstemknop om het gewenste

volumeniveau in te stellen. Een AM/FM-voorkeurzender opslaan Er kunnen 5 voorkeurzenders op zowel de AM- als de FM-frequentieband worden opgeslagen. Ze worden voor elke frequentieband op dezelfde manier gebruikt.

1. Druk op de aan-uitknop om de radio in te

2. Druk op de bronkeuzeknop om de gewenste

frequentieband te selecteren. Stem af op de gewenste zender zoals hiervoor is beschreven.

3. Houd de gewenste voorkeurzenderknop (1 t/m 5)

ingedrukt tot op het display achter de frequentie, bijvoorbeeld, “P4” wordt afgebeeld. De zender wordt opgeslagen onder de ingedrukte voorkeurzenderknop. Herhaal deze procedure voor de overige voorkeurzenderknoppen.

4. Voorkeurzenders die reeds zijn opgeslagen kunnen

worden overschreven door zo nodig de bovenstaande procedure te volgen. Displayweergave – FM Uw radio heeft meerdere displayweergavemogelijkheden voor FM-zenders.

1. Druk herhaaldelijk op de menuknop/informatieknop

om de RDS-informatie te bekijken van de zender waarnaar u luistert. a. Zendernaam Beeldt de naam af van de zender waarnaar u luistert. b. Programmatype Beeldt het type zender af waarnaar u luistert, bijvoorbeeld Pop, Klassiek, Nieuws, enz. c. Radiotekst Beeldt een radiotekstbericht af, zoals nieuwsberichten, enz. d. Jaar/Dag Beeldt het jaar en de dag van de week af overeenkomstig de datuminstelling van de radio. e. Datum/Dag Beeldt de datum en de dag van de week af overeenkomstig de datuminstelling van de radio. f. Frequentie Beeldt de frequentie af van de FM- zender waarnaar u luistert. FM-stereo (auto)/mono Als het signaal van de FM-zender waarnaar u luistert zwak is, kunnen sis-geluiden hoorbaar zijn. Het is mogelijk dergelijke sis-geluiden te verminderen door de radio te dwingen de zender in mono weer te geven in plaats van in stereo.

1. Druk indien gewenst op de aan-uitknop om de

FM-frequentieband te selecteren en af te stemmen op de gewenste FM-zender, zoals hiervoor is beschreven.

2. Houd de menuknop/informatieknop ingedrukt

om het instelmenu op te roepen.

3. Draai de afstemknop tot de instelling FM Auto/

Mono wordt afgebeeld op het display. Als de instelling Auto is, drukt u op de afstemknop om de instelling te veranderen naar Mono en de sis-geluiden te verminderen. Druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Een AM/FM-voorkeurzender oproepen

1. Druk op de aan-uitknop om de radio in te

2. Druk op de bronkeuzeknop om de AM- of FM-

frequentieband te selecteren.

3. Druk kort op de gewenste voorkeurzenderknop

om de radio te laten afstemmen op de voorkeurzender die is opgeslagen onder die knop. Klok en alarmen De datum- en tijdsindeling instellen De klokweergave in de standby-stand en op de afspeelschermen kan worden ingesteld op een andere indeling. De geselecteerde tijdsindeling wordt tevens gebruikt voor het instellen van de alarmen.

1. Houd de menuknop/informatieknop ingedrukt

om het instelmenu op te roepen.

2. Draai de afstemknop tot “CLOCK xxH” op het

display wordt afgebeeld en druk op de afstemknop om de instelling op te roepen. U ziet dat de tijdsindeling begint te knipperen.

3. Draai de afstemknop om de 12-uurs of 24-uurs

tijdsindeling in te stellen. Druk op de afstemknop om de geselecteerde tijdsindeling te bevestigen. Opmerking: Als de 12-uurs tijdsindeling is geselecteerd, zal de radio de 12-uurs klok gebruiken voor het instellen van de tijd.

4. Houd de menuknop/informatieknop ingedrukt

om het instelmenu op te roepen.

5. Draai de afstemknop tot een datum (bijv. THU

APR 3) op het display wordt afgebeeld en druk op de afstemknop om de instelling op te roepen. U ziet dat de datumindeling begint te knipperen.

6. Draai de afstemknop om het gewenste

datumindeling te selecteren. Druk op de afstemknop om uw keuze te bevestigen. De kloktijd en datum instellen

1. Houd de menuknop/informatieknop ingedrukt .48

2. Draai de afstemknop tot “CLOCK ADJ” wordt

afgebeeld op het display. Druk op de afstemknop om de instelling op te roepen.

3. De uur-instelling op het display begint te knipperen.

Draai de afstemknop om het gewenste uur in te stellen, en druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai daarna de afstemknop om de gewenste minuten in te stellen, en druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen.

4. Draai de afstemknop tot “DATE ADJ” wordt

afgebeeld op het display. Druk op de afstemknop om de instelling op te roepen.

5. Draai de afstemknop om het gewenste jaar in te

stellen, en druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai daarna de afstemknop om de gewenste maand in te stellen, en druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai daarna de afstemknop om de gewenste datum in te stellen, en druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Radio Data System (RDS) Wanneer u de kloktijd instelt met behulp van de RDS- functie, zal de radio zijn kloktijd synchroniseren iedere keer wanneer u afstemt op een zender die gebruikmaakt van RDS met CT-signalen.

1. Wanneer u afstemt op een zender die RDS-signalen

zendt, houdt u de menuknop/informatieknop ingedrukt.

2. Draai de afstemknop tot “RDS CT” en een

klokindicator worden afgebeeld op het display. Druk op de afstemknop om de instelling op te roepen.

3. Draai de afstemknop tot “RDS CT” wordt afgebeeld

op het display. Druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. De kloktijd van de radio wordt automatisch ingesteld met behulp van het ontvangen RDS-signaal.

4. Nadat de bedieningen voltooid zijn, wordt het RDS-

pictogram afgebeeld op het display, waarmee wordt aangegeven dat de kloktijd van de radio wordt ingesteld door het RDS CT-signaal. De kloktijd van de radio blijft 5 dagen geldig nadat deze is gesynchroniseerd met het RDS CT-signaal. Het alarm instellen De radio heeft twee alarmen die beide kunnen worden ingesteld om u te wekken met het geluid van de AM/FM- radio of met het zoemeralarm. De alarmen kunnen worden ingesteld terwijl het apparaat in de standby-stand staat of tijdens het afspelen. a. De tijd voor het radioalarm instellen:

1. De radio kan worden ingesteld met de radio in- of

2. Houd de radioalarmknop ingedrukt, het

symbool van het radioalarm en het cijfer voor het uur op het display knipperen en een pieptoon klinkt.

3. Terwijl het symbool voor het radioalarm

knippert, draait u de afstemknop om het uur in te stellen, en drukt u nogmaals op de afstemknop om de instelling van het uur te bevestigen. Draai daarna de afstemknop om de minuten in te stellen, en druk op de afstemknop om de instelling van de minuten te bevestigen.

4. Draai de afstemknop, waarna de mogelijke

alarmschema’s worden afgebeeld op het display. De mogelijke alarmschema’s zijn als volgt: ONCE – het alarm gaat eenmaal af DAILY – het alarm gaat iedere dag af WEEKDAY – het alarm gaat alleen op werkdagen af WEEKEND – het alarm gaat alleen in het weekend af Druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen.

5. Terwijl het symbool voor het radioalarm knippert,

draait u de afstemknop om de gewenste frequentieband en zender in te stellen, en drukt u op de afstemknop op de instellingen te bevestigen.

6. Draai de afstemknop om het gewenste volumeniveau

in te stellen, en druk op de afstemknop om de instelling van het volumeniveau te bevestigen. Het instellen van het radioalarm is nu voltooid. Opmerking: Als geen nieuwe zender voor het radioalarm wordt ingesteld, wordt de laatst ingestelde zender gebruikt voor het radioalarm. Opmerking: Als de ingestelde AM/FM-zender voor het radioalarm niet beschikbaar is wanneer het alarm moet afgaan, wordt in plaats daarvan het zoemeralarm gebruikt. b. Het HWS-zoemeralarm (Humane Wake System) instellen: Als u het HWS-zoemeralarm selecteert, brengt de radio een pieptoon voort. Deze pieptoon wordt steeds korter elke 15 seconden voortgebracht gedurende 1 minuut, gevolgd door 1 minuut stilte. Daarna wordt de cyclus herhaald.

1. Het zoemeralarm kan worden ingesteld met de radio

in- of uitgeschakeld.

2. Houd de zoemeralarmknop ingedrukt, het

symbool en het cijfer voor het uur op het display knipperen en een pieptoon klinkt.

3. Terwijl het symbool voor het zoemeralarm

knippert, draait u de afstemknop om het uur in te stellen, en drukt u nogmaals op de afstemknop om de instelling van het uur te bevestigen. Draai daarna de afstemknop om de minuten in te stellen, en druk49 op de afstemknop om de instelling van de minuten te bevestigen.

4. Draai de afstemknop, waarna de mogelijke

alarmschema’s worden afgebeeld op het display. De mogelijke alarmschema’s zijn als volgt: ONCE – het alarm gaat eenmaal af DAILY – het alarm gaat iedere dag af WEEKDAY – het alarm gaat alleen op werkdagen af WEEKEND – het alarm gaat alleen in het weekend af Druk op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Opmerking: Het volumeniveau van het zoemeralarm kan niet worden ingesteld. Als het alarm afgaat Om het alarm dat afgaat uit te schakelen, drukt u op de aan-uitknop . Het alarm uitschakelen/annuleren Om een ingesteld alarm uit te schakelen, drukt u op de aan-uitknop of houdt u de betreffende alarmknop ingedrukt om het alarm te annuleren. Sluimeren

1. Wanneer het alarm afgaat, drukt u op een andere

knop dan de aan-uitknop om het alarm gedurende 5 minuten te onderbreken. “SNOOZE” (sluimeren) wordt afgebeeld op het display.

2. Om de onderbrekingstijd van het sluimeren in te

stellen, drukt u op de menuknop/informatieknop om het instelmenu op te roepen.

3. Draai de afstemknop tot “SNOOZE X” (sluimertijd)

op het display wordt afgebeeld en druk op de afstemknop om de instelling op te roepen. Draai de afstemknop om de onderbrekingstijd van het sluimeren in te stellen op 5, 10, 15 of 20 minuten.

4. Om het sluimeren te annuleren tijdens het

onderbreken van een alarm dat afgaat, drukt u op de aan-uitknop . Slaaptimer U kunt de radio instellen op automatisch uitschakelen nadat een vooraf ingestelde tijdsduur is verstreken. De slaaptimer kan worden ingesteld tussen 60, 45, 30, 15, 120 en 90 minuten.

1. Houd de aan-uitknop ingedrukt om de instelling

van de slaaptimer op te roepen. “SLEEP XX” (slaaptijd) wordt afgebeeld op het display.

2. Houd de aan-uitknop ingedrukt om de mogelijke

instellingen van de slaaptimer beurtelings af te beelden op het display. Stop met drukken wanneer de gewenste instelling van de slaaptimer wordt afgebeeld op het display. De instelling wordt opgeslagen en het display keert terug naar de normale weergave.

3. De radio wordt automatisch uitgeschakeld nadat de

vooraf ingestelde slaaptimer is verstreken. Wanneer de slaaptimer is ingesteld, wordt het slaaptimerpictogram afgebeeld op het display.

4. Om de slaaptimer te annuleren voordat de vooraf

ingestelde tijdsduur is verstreken, drukt u op de aan- uitknop om het apparaat handmatig uit te schakelen. Loudness Op de radio kunt u de lage en hoge frequenties compenseren door de loudness-functie in te stellen.

1. Houd de menuknop/informatieknop ingedrukt

om het instelmenu op te roepen.

2. Draai de afstemknop tot “LOUD ON” of

“LOUD OFF” wordt afgebeeld op het display. Druk op de afstemknop om de instelling op te roepen.

3. Draai de afstemknop om ON te selecteren om de

loudness-functie in te schakelen, en druk daarna op de afstemknop om de instelling te bevestigen.

4. Om de loudness-functie uit te schakelen, stelt u OFF

in en drukt u op de afstemknop om de instelling te bevestigen. Extra ingangsaansluiting De radio is voorzien van twee extra stereo- ingangsaansluitingen van 3,5 mm. Eén bevindt zich op de voorkant van de radio (AUX IN 1); en de andere bevindt zich in het accu-/batterijvak (AUX IN 2).

1. Sluit een externe geluidsbron (bijvoorbeeld een iPod,

mp3-speler of cd-speler) aan op de extra ingangsaansluiting.

2. Druk herhaaldelijk op de bronkeuzeknop totdat

AUX IN 1 of 2 wordt afgebeeld op het display.

3. Stel het volumeniveau in op de externe geluidsbron

(iPod, mp3-speler of cd-speler) om zeker te zijn van een voldoende sterk signaal, en gebruik vervolgens de afstemknop van de radio om zo nodig het gewenste volumeniveau in te stellen. Naar Bluetooth

-muziek luisteren U moet uw Bluetooth

-apparaat paren aan uw radio voordat u ze automatisch kunt koppelen om Bluetooth

muziek via uw radio af te spelen of te streamen. Door ze te paren ontstaat een permanente “verbinding” zodat de twee apparaten elkaar altijd herkennen. Uw Bluetooth

1. Druk op de bronkeuzeknop om de Bluetooth

functie te selecteren. “BT READY” wordt afgebeeld op50 het display en “READY” knippert met een interval van 2 seconden.

op uw apparaat volgens de gebruiksaanwijzing van het apparaat om de paringsprocedure mogelijk te maken.

3. Druk op de paringsknop en laat hem los, waarna

“BT PAIR” wordt afgebeeld op het display en knippert met een interval van 1 seconde. U kunt starten met het zoeken naar uw radio op uw Bluetooth

-apparaat. Nadat de naam van uw radio wordt afgebeeld op het Bluetooth

-apparaat, selecteert u het item in de Bluetooth

-lijst. Op sommige oude mobiele telefoons (Bluetooth

apparaat met oudere versie dan BT2.1), moet u mogelijk het wachtwoord “0000” invoeren.

-apparaat wordt gekoppeld aan de radio.

5. Eenmaal verbonden blijft “BLUETOOTH” afgebeeld

op het display en wordt de achtergrondverlichting gedimd na 10 seconden. U kunt nu de muziek op uw Bluetooth

-compatibele apparaat afspelen via uw radio. Een Bluetooth

-apparaat dat al is gepaard weergeven

1. Druk op de bronkeuzeknop om de Bluetooth

functie te selecteren. “BT READY” wordt weergegeven op het display en “READY” knippert met een interval van 2 seconden.

2. Zoek naar de radio op uw Bluetooth

-apparaat en koppel deze. Sommige apparaten kunnen automatisch worden gekoppeld aan de radio. U kunt nu de muziek op uw Bluetooth

-compatibele apparaat afspelen via uw radio. Opmerking: a) De radio kan worden gepaard aan maximaal 8 Bluetooth

-apparaten. Wanneer u meer Bluetooth

apparaten dan dit aantal paart, worden de gepaarde apparaten overschreven, beginnende met het oudste gepaarde apparaat. b) Als er 2 Bluetooth

-apparaten zoeken naar uw radio, wordt zijn beschikbaarheid afgebeeld op beide apparaten. c) Als uw Bluetooth

-apparaat tijdelijk is losgekoppeld van uw radio, moet u handmatig uw apparaat opnieuw verbinden met de radio. d) Als de naam van uw radio wordt afgebeeld op uw Bluetooth

-apparaatlijst maar uw apparaat niet kan worden verbonden, wist u de item met de naam van uw radio vanaf uw lijst en paart u opnieuw uw radio aan de hand van de stappen die hiervoor zijn beschreven. e) Het effectieve werkingsbereik tussen de radio en het gepaarde apparaat is ongeveer 10 meter. f) Elk obstakel tussen de radio en het apparaat kan het werkingsbereik verkleinen. Uw Bluetooth

-apparaat los te koppelen. “BLUETOOTH” gaat uit op het display om aan te geven dat Bluetooth

is uitgeschakeld. Opladen met de USB-voedingspoort (zie afb. 10) Er zit een USB-poort op de voorkant van de radio. Met de USB-poort kunt u een USB-apparaat opladen.

1. Sluit het USB-apparaat, zoals een iPod, MP3-speler of

CD-speler, aan met behulp van een in de winkel verkrijgbare USB-kabel.

2. Druk op de aan-uitknop om de radio in te

3. Ongeacht of de radio wordt gevoed met netstroom of

door batterijen, de radio kan het USB-apparaat opladen wanneer de radio is ingeschakeld en is afgestemd op de FM-frequentieband, of in de BT- modus of AUX-modus staat, welke wordt afgebeeld wanneer de externe audiobron is aangesloten. Opmerking: U kunt een USB-apparaat niet opladen terwijl de radio is afgestemd op de AM-frequentieband omdat de radiosignaalontvangst erg slecht wordt tijdens het opladen van een USB-apparaat.

  • Het maximumvolumeniveau van de luidspreker wordt lager wanneer uw USB-apparaat wordt opgeladen.
  • De USB-poort kan een stroom van maximaal 1 A en 5 V leveren. Belangrijk:
  • Alvorens een USB-apparaat aan te sluiten op de voedingsaansluiting, maakt u altijd eerst een reservekopie van de gegevens op het USB-apparaat. Als u dat niet doet, kunnen uw gegevens per ongeluk verloren gaan.
  • Mogelijk levert de voedingspoort geen stroom aan sommige USB-apparaten.
  • Als u de voedingspoort niet gebruikt en nadat het opladen klaar is, trekt u de USB-kabel eruit en sluit u de afdekking.
  • Sluit geen stroombron aan op de USB-poort. Als u dat toch doet, bestaat de kans op brand. De USB-poort is alleen bedoeld voor het opladen van een laagspanningsapparaat. Plaats altijd de afdekking terug op de USB-poort wanneer geen laagspanningsapparaat wordt opgeladen.
  • Steek geen spijker, draad, enz. in de USB- voedingspoort. Als u dat toch doet, kan kortsluiting leiden tot rookontwikkeling en brand.
  • Sluit deze USB-poort niet aan op de USB-poort van een computer aangezien het zeer waarschijnlijk is dat hierdoor de apparaten defect raken.51 ONDERHOUD LET OP:
  • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten. Technische gegevens: Voedingsvereisten Netspanningsadapter 12 V DC, 1.200 mA, middenpen positief Batterij UM-3 (AA-formaat) x 2 voor back-

-woordmerk en -logo’s zijn gedeponeerde handelsmerken in eigendom van Bluetooth SIG, Inc.) Bluetooth

-profielen A2DP/SCMS-T Zendvermogen Gespecificeerd Bluetooth

vermogen Klasse 2 Zendbereik Max. 10 m (varieert met de gebruiksomstandigheden) Ondersteunde codec SBC Compatibel Bluetooth