E 4000 - Verwarming Trumatic - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis E 4000 Trumatic in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - E 4000 Trumatic
Gebruikersvragen over E 4000 Trumatic
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding E 4000 - Trumatic en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. E 4000 van het merk Trumatic.
GEBRUIKSAANWIJZING E 4000 Trumatic
NL Gebruiksaanwijzing Inbouwhandleiding Pagina 57
Im vertuig meenemen!
DK Brugsanvisning Side 63 Monteringsanvisning Side 69
Installatievoorbeeld
1 Bedieningspaneel (naar keuze)
2 Tijdklokschakelaar (Accessoires)
3 Verbrandingslucht
4 Rookgassen
5 Elektronischbesturingskastje
6 Stroomvoorziening
7 Gasaansluiting
W Warmelucht
U Omgeringslucht
DK
Indbygningseksempel
e1 00 0145, e1 03 2605
e1 00 0145, e1 03 2605
e1 00 0145, e1 03 2605
e1 00 0145, e1 03 2605
Gebruikte symbolen 51
Veiligheidsaanwijzingen 51
Belangrijke bedieningsvoorschriften 52
Richtlijnen voor mobiele verwarmingsinstallaties 52
Gebruiksaanwijzing
Bedieningspaneel met schuifschakelaar 53
Bedieningspaneel met draaischakelaar 53
Inbedrijf nemen verwarmen 53
Inbedrijfname ventilatie 53
Uitschakelen 53
Afvalverwerking 53
Accessoires 54
Conformiteitsverklaring 55
Garantieverklaring van de fabrikant Truma 55
Instructies voor het opsporen van fouten 56
Inbouwhandleiding
Gebruiksdoel 57
Toelating 57
Voorschriften 57
Aanwijzingen voor inbouw in bedrijfsauto's 57
Aanwijzingen voor de inbouw in bestuurderscabines ..... 57
Inbouwinstructies voor vast gemonteerde
laadruimteverwarmingen 57
Aanwijzingen voor de inbouw in boten 58
Plaatskeuze 58
Rookgasgeleiding 58
Geoorloofde buislengten 58
Inwendige montage met wandschoorsteenset 58
Montage van de wandschoorsteen 58
Dubbele-buizenaansluiting op de verwarming 59
Inwendige montage met dakschoorsteenset 59
Montage van de condenswaterafscheider 59
Montage van de dakschoorsteen 59
Aansluiting van de gecombineerde aan-/afvoerbuis op de kachel 59
Montage onder de vloer met warmte-uitlaat-set voor in de wand 60
Bevestiging van de verwarming 60
Buitenmontage met haardsteun 60
Bevestiging van de verwarming 60
Warmelucht-verdeling en recirculatie bij inbouw binnen 60
Verdeling van warmelucht en terugvoer van
omgevingslucht bij uitwendige montage 60
Montage van het bedieningspaneel 61
Montage van het bedieningspaneel met draaischakelaar .. 61
Montage van het bedieningspaneel met schuifschakelaar 61
Montage van de elektronische regeleenheid 61
Elektrische aansluiting 12 V / 24 V 62
Gasaansluiting 62
Functiecontrole 62
Waarschuwingen 62
Gebruikte symbolen

Symbool wijst op mogelijke gevaren.

Aanwijzing met informatie en tips.
Veiligheidsaanwijzingen
Voor de werking van gasregelaars, gastoestellen resp. gasinstallaties, is het gebruik van staande gasflessen waaruit gas in gasvormige toestand wordt genomen verplicht voorgeschreven. Gasflessen waaruit gas in vloeibare toestand wordt genomen (bijv. voor heftrucks) zijn voor de werking verboden, omdat zij tot beschadiging van de gasinstallatie leiden.
Bij lekken in de gasinstallatie of wanneer een gasreuk wordt waargenomen:
- alle open vlammen blussen
- niet roken
- de apparate uitschakelen
- sluit de gasfles
- ramen en deuren openen
- zet geen elektrische apparaten aan
- laat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen!

Reparaties mogen alleen door vakbekwame monteurs worden uitgevoerd!
Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieuwe O-ring gemonteerd worden!
Garantie en claims i.v.m. aansprakelijkheid komen in onderstaande gevallen te vervallen:
- veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren),
- veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen,
- gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als vervangende onderdelen of toebehoren,
- het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing.
Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in sommige landen ook voor het voertuig.
De werkdruk van de gasvoorziening 30 mbar moet overeenstemmen met de werkdruk van het toestel (zie typeplaat).
Installaties voor vloeibaar gas moeten voldoen aan de bepalingen van het respectievelijke land van gebruik (in Europa bijv. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b.v. het DVGWwerkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden.
Bij commercieel gebruikte voertuigen moeten de overeenkomstige ongevallenpreventievoorschriften van de beroepsverenigingen (in Duitsland bijv. BGV D 34) in acht genomen worden.
De controle van de gasinstallatie dient alle 2 jaren van een deskundige voor vloeibaar gas (DVFG, TÜV, DEKRA) te worden herhaald. Ze dient op het overeenkomstig onderzoe-kattest (G 607, G 608 resp. BGG 935) te worden bevestigd.
Verantwoordelijk voor de aanleiding van de controle is de bezitter van het voertuig.
Drukregelapparatuur en slangleidingen dienen uiterlijk 10 jaar (bij zakelijk gebruik 8 jaar) na de fabricagedatum door nieuwe te worden vervangen. Hiervoor is de gebruiker verantwoordelijk.
Generatorgastoestellen mogen bij het tanken, in parkeergarages, garages of op veerboten niet gebruikt worden.
Bij de eerste ingebruikname van een fabrieknieuw apparaat (en na een langere stilstand) kan zich kort een lichte rook – en geurontwikkeling voordoen. Het is raadzaam het apparaat direct met de hoogste temperatuurinstelling te laten branden en voor een goede beluchting van de ruimte te zorgen.
Een abnormaal brandergeraas of een afblazende vlam duidt op een defecte regelaar. Laat deze regelaar in dat geval nakijken.
Voorwerpen die gevoelig zijn voor warmte (b.v. spuitbussen) mogen niet in het inbouwframe van de verwarming worden opgeborgen omdat het hier eventueel tot verhoogde temperaturen kan komen.
Voor de gasinstallatie mogen uitsluitend drukregelaars conform EN 12864 (in voertuigen) resp. EN ISO 10239 (voor boten) met een vaste uitgangsdruk van 30 mbar gebruikt worden. De doorstromingssnelheid van de drukregelaar moet ten minste overeenstemmen met het maximum verbruik van alle door de installatiefabrikant ingebouwde toestellen.
Voor voertuigen raden wij de Truma gasdrukregelinstallaties SecuMotion / MonoControl CS en voor de tweeflessengas-installatie de gasdrukregelinstallaties Truma DuoComfort / DuoControl CS aan.
Bij temperaturen rond 0 °C en daaronder moet de gasdrukregelaar resp. de omschakelklep met de regelaarverwarming EisEx gebruikt worden.
Er mogen uitsluitend voor het land van gebruik geschikte regelaar-aansluitslangen die voldoen aan de eisen van het land, gebruikt worden. Deze moeten regelmatig gecontroleerd worden op broosheid. Voor gebruik in de winter mogen uitsluitend winterharde speciale slangen gebruikt worden.
Wanneer de drukregelaars bloot staan aan weersinvloeden – speciaal bij de vrachtwagen – dient de regelaar steeds door de Truma beschermkap te worden beschermd (serie-accessoire van vrachtwagen aanbouwset).
Belangrijke bedieningsvoorschriften
Werd de schoorsteen in de buurt resp. direct onder een te openen venster geplaatst, dan moet het toestel voorzien zijn van een automatische uitschakelinrichting, om werking bij geopend venster te verhinderen.
Regelmatig, vooral na lange reizen, moet worden gecontroleerd of de gecombineerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd en of de aansluitingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het toestel zelf en de schoorsteen.
Na een kleine interne gasontploffing (foutieve ontsteking) moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam monteur worden gecontroleerd!
Bij de verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd, dienen de flexibele luchtbuizen regelmatig op beschadigingen te worden gecontroleerd. Door een beschadigde buis kunnen eventuele rookgassen in het voertuig terecht komen.
De warmte-uitlaat voor de rookgasavoer en de toevoer van verbrandingslucht moet altijd wprden gehouden van vuil (sneeuwblubber, bladeren, enz.).
De ingebouwde temperatuurbegrenzer sluit de gastoevoer af wanneer het apparaat te heet wordt. Daarom mogen de warme-luchtuitlaten en de recirculatieopening niet worden afgesloten.
Bij een storing van de elektronische printplaat, moet deze goed verpakt worden teruggestuurd. Als u dit niet doet, vervalt iedere aanspraak op garantie. Ter vervanging mogen enkel originele printplaten worden gebruikt!
Voor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven.
De gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS voldoen aan deze vereiste.
Als er geen veiligheidsblokkeerinrichting (bijv. zoals in de gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion /
MonoControl CS) geïnstalleerd is, moet de gasfles tijdens de rit gesloten zijn en moeten er waarschuwingsborden in de flessenkast en in de omgeving van het bedieningspaneel aangebracht worden.
Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan.
Bij rookgasleiding onder de vloer moet de vloer van het voertuig dicht zijn. Bovendien moeten ten minste drie kanten onder de voertuigbodem vrij zijn, om een ongehinderd wegtrekken van het rookgas te garanderen (sneeuw, spoilers, enz.).
Richtlijnen voor mobiele verwarmingsinstallaties
Door de beroepsorganisaties worden de mobiele laadruimteverwarmingen van Truma toegelaten. Het gaat hierbij om complete verwarmingsinstallaties die naar behoefte gewoon met de te laden goederen in de laadruimte worden geplaatst. De kachels zijn volkomen onafhankelijk en er es geen buitenaansluiting voor nodig.
De toelating geldt uitsluitend voor de originele, mobiele laadruimtekachels van Truma. Eventuele imitaties van derden zijn niet toegelaten! Truma biedt geen enkele garantie voor veiligheid en werking van om het even welke imitatiekachel voor mobiele laadruimtes.
Gebruik in voer-/vaartuigen bestemd voor het transport van gevaarlijke goederen is niet geoorloofd.
Gebruiksaanwijzing
Voor ingebruikname dienen eerst de gebruiksaanwijzing en de „Belangrijke bedieningsvoorschriften“ te worden doorgenomen! De eigenaar van het voertuig is ervoor verantwoordelijk dat het apparaat op correcte wijze kan worden bediend!
De bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwingen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast). Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.
Bedieningspaneel met schuifschakelaar

a = Schuifschakelaar
Verwarmen – Uit – Ventilatie
b = Schuifschakelaar voor
Volledige belasting (groot vlammensymbool)
Gedeeltelijke last (klein vlammensymbool)
Bedieningspaneel met draaischakelaar

text_image
truma Trumatic E 5 6 7 e d cc = Draaischakelaar „Verwarmen“
Volledige belasting (groot vlammensymbool)
Gedeeltelijke last (klein vlammensymbool)
d = Draaischakelaar „Uit“
e = Draaischakelaar „Ventilatie“
Volledige belasting (groot symbool)
Gedeeltelijke last (klein symbool)
Inbedrijf nemen verwarmen
– Schoorsteenafdekkap afnemen.
- Open de gasfles en de snelsluitkraan in de gastoevoerleiding.
- Gewenste ruimtetemperatuur met de draaiknop instellen.
- Inschakelen van de verwarming:
Bedieningspaneel met schuifschakelaar
Schakelaar (a) op verwarmen en schakelaar (b) op het gewenste vermogen zetten.
Bedieningspaneel met draaischakelaar
Draaischakelaar op het gewenste vermogen (c) zetten.
Bij lage buitentemperatuur verwarming op volle belasting laten aanlopen.

De verwarming Trumatic E is getest en toegelaten voor gebruik, ook tijdens het rijden. De ventilator-ondersteunde brander garandeert een perfect functioneren, ook bij extreme windomstandigheden. Evtl. moeten nationale beperkingen voor het gebruik van vloeibare gasapparatuur gedurende het rijden in acht worden genomenen.
Inbedrijfname ventilatie
Bedieningspaneel met schuifschakelaar
Schakelaar (a) op ventilatie en schakelaar (b) op het gewenste vermogen zetten.
Bedieningspaneel met draaischakelaar
Draaischakelaar op het gewenste vermogen (e) zetten.
Uitschakelen
Schuifschakelaar (a) resp. draaischakelaar (d) in het midden zetten. Wanneer de verwarming na een verwarmingsfase wordt uitgeschakeld, kan de ventilator vanwege het gebruik van de restwarmte nog nalopen.
Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, de schoorsteenafdekkap erop plaatsen en het snelsluitventiel in de gastoevoerleiding en de gasfles sluiten.
Groen LED „Werking“
(onder draaiknop)
Bij het ingeschakelde apparaat (verwarmen of ventilatie) moet de groene LED oplichten (de ventilator is in werking). Indien de LED niet oplicht, eventueel de (hoofd-)schakelaar controlleren. Gebruik hiervoor de handleiding van de voertuigproducent.
Bij het verwarmen, terwijl de vlam brandt, verdubbelt de lichtsterkte van de groene LED. Daarmee kan ook het schakelpunt van dat moment voor de ruimtetemperatuur worden vastgesteld.
Zekeringen
De toestelzekering alsmede de zekering van het bedieningspaneel bevinden zich op de elektronische regeleenheid op het toestel.
Toestelzekering (F1): 3,15 AT – traag – (EN 60127-2-3)
Zekering bedieningspaneel (F3): 1,6 AT – traag –
De fijnzekering mag enkel door een bouwidentieke zekering worden vervangen.
Rood LED „storing“
Bij een storing licht de rode LED op. Mogelijke oorzaken zijn: geen gastoevoer, onvoldoende verbrandingslucht, sterk vervuild be luchtings rotor, defecte zekering, enz. De storing kunt u opheffen door het apparaat eerst uit en dan weer in te schakelen.

Als het venster, waaraan een vensterschakelaar is gemonteerd, wordt geopend en gesloten, komt dit overeen met een uit / aan aan het bedieningspaneel (bijv. bij storingsreset)!
Knipperen duidt op een te geringe of te hoge bedrijfsspanning voor de verwarming (evtl. batterij opladen).
In Duitsland moet bij storingen in principe het Truma servicecentrum worden gewaarschuwd; in andere landen staan de bestaande servicepartners tot uw beschikking (zie Truma Serviceblad of www.truma.com).
Afvalverwerking
De gaskachel moet volgens de bepalingen van overheidswege van het desbetreffende land worden afgevoerd. Nationale voorschriften en wetten (in Duitsland is dit bijv. de Altfahrzeug-Verordnung) moeten in acht worden genomen.
Accessoires
1 Voorschakelapparaat VG 2
ten behoeve van verwarmingen voor bestuurderscabines van voertuigen voor het transport van gevaarlijke stoffen en tankwagens volgens ADR (mag niet in combinatie met een tijdschakelklok worden gebruikt).
2 Buitenschakelaar AS
voor het in- resp. uitschakelen van de verwarming buiten het voertuig, bijvoorbeeld bij laadruimte-verwarmingen (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel).
3 Akoestische storingsmelder ASM
geeft een akoestisch signaal bij een eventuele storing.
4 Tijdschakelklok ZUE
t.b.v. het voorprogrammeren van 3 inschakeltijden binnen 7 dagen, compl. met 4 m aansluitkabel (geschikt voor 12 V en 24 V boordnet).
5 Afstandvoeler
controleert de ruimtetemperatuur, onafhankelijk van de positie van het bedieningspaneel (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel).
6 Multi-contactdoos MSD
voor het aansluiten van meerdere accessoires (b.v. tijdschakelklok en afstandvoeler).
Verlengkabel voor accessoires
Posities 1 – 6 met 4 m of 10 m (zonder afbeelding).
7 Direktschakelaar DIS 1
voor gebruik van de verwarming, alleen in hoogste stand zonder temperatuurregeling (leverbaar met 10 m aansluitkabel). Vervangt het bedieningspaneel.
Of direct-vaste temperatuurschakelaar DFS
voor gebruik van de verwarming ingesteld op een vast ingestelde temperatuur (40 °C – 70 °C al naar gelang de uitvoering). Vervangt het bedieningspaneel.

flowchart
graph TD
1["1: Thermocouple"] --> 6["6: relay"]
2["2: Thermal Inductance"] --> 6
3["3: Cable"] --> 6
4["4: Cable"] --> 6
5["5: Sensor"] --> 6
6 --> 7["7: Camera Module"]
7 --> 8["8: Display"]
8 --> 9["9: Display"]
Alle elektrische accessoires zijn voorzien van een stekker en kunnen afzonderlijk worden aangesloten.
Technische gegevens
Vastgesteld conform EN 624 resp. Truma-keuringsvoorwaarden.
Gassoort
vloeibaar gas (propaan / butaan)
Bedrijfsdruk
30 mbar (zie typeplaat)
Nominaal warmtevermogen
3700 W
Gasverbruik
150 / 310 g/h
Luchtverplaatsing
ca. 70 / 102 m³/h
Stroomverbruik bij 12 V
1,0/2,3A
Stroomverbruik bij 24 V
0,6/1,06A
Ruststroom
0,01 A
Verwarmingstoestel met periferie: 8,9 (9,3) kg

0085
Technische wijzigingen voorbehouden!
Afmetingen

text_image
233 22 530,5 600 300 162Alle afmetingen in mm.
Conformiteitsverklaring
1. Stamgegevens van de fabrikant
2. Identificatie van het apparaat
Type / uitvoering:
Verwarmingstoestel / Trumatic E 40000 / E 4000 A
3. Voldoet aan de voorschriften in de volgende EG-richtlijnen
3.1 Gastoestellenrichtlijn 90/396/EEG
3.2 Richtlijn 2001/56/EG, 2004/78/EG, 2006/119/EG betreffende verwarmingstoestellen
3.3 Richtlijn voor radio-ontstoring van motorvoertuigen 72/245/EEG (met aanvullingen)
3.4 Elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EG
3.5 Richtlijn 2000/53/EG betreffende oude voertuigen
en draagt de typegoedkeuringsnummers
e1 00 0145, e1 03 2605
en het CE-teken met het CE-productidentificatienummer
CE-0085A0232.
4. Basis van het conformiteitbewijs
EN 624, EN 298, DIN 30694-1, 2001/56/EG, 2004/78/EG,
2006/119/EG; 2004/104/EG, 2005/83/EG, 2006/28/EG;
2004/108/EG; 2000/53/EG
5. Controlerende instantie
DVGW, Kraftfahrt-Bundesamt (Duitse overheidsdienst voor mobiliteit en vervoer)
6. Gegevens over de functie van de ondertekenaar

Handtekening: Dr. Andreas Schmoll
Bedrijfsleiding techniek Putzbrunn, 19.08.2009
Garantieverklaring van de fabrikant Truma
1. Gevallen waarin op garantie aanspraak kan worden gemaakt
De fabrikant biedt garantie voor defecten aan het toestel die worden veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. Daarnaast blijven ook de bij de wet bepaalde voorwaarden voor aanspraak op garantie van kracht.
Er kan geen aanspraak op de garantie worden gemaakt
- Voor aan slijtage onderhevige onderdelen en natuurlijke slijtage,
- bij gebruik van andere dan originele Truma onderdelen in de apparaten,
- bij gasdrukregelaars die schade opgelopen hebben door vreemde stoffen (bijv. oliën, weekmakers) in het gas,
- indien de inbouw- en gebruiksaanwijzingen van Truma niet werden aangehouden,
- als gevolg van ondeskundig gebruik,
- als gevolg van een ondeskundige transportverpakking.
2. Omvang van de garantie
De garantie geldt voor defecten in de zin van punt 1, die binnen de 24 maanden na het sluiten van de verkoop-overenkomst tussen de verkoper en de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke gebreken alsnog verhelpen, d.w.z. naar eigen keuze herstellen of voor een vervangende levering zorgdragen. Indien de fabrikant dit onder garantie verhelpt, begint de garantietermijn voor het gerepareerde of vervangen onderdeel niet opnieuw, maar valt het verder onder de oude garantietermijn. Andere aanspraken, met name vervanging bij schade voor de koper of derden is uitgesloten. De voorschriften van de wet op produkt-aansprakelijkheid blijven onverminderd gelden.
De kosten voor het beroep dat op de eigen service-afdeling van Truma wordt gedaan om een defect te herstellen dat onder de garantie valt, met name transport-, verplaatsings-, arbeids- en materiaalkosten, worden door de fabrikant gedragen, als de service-afdeling in Duitsland wordt ingezet. Werkzaamheden van de afdeling klantenservice in andere landen vallen niet onder de garantie.
Bijkomende kosten voor extra in- en uitbouwwerkzaamheden aan het toestel (bijv. demontage van meubel- of carrosserie-onderdelen) vallen niet onder de garantie.
3. Indienen van garantieclaim
Het adres van de fabrikant luidt:
85640 Putzbrunn, Duitsland
Bij storingen kunt u zich tot het Truma Servicecentrum wenden of tot een van onze erkende servicepartners (zie Truma Serviceblad of www.truma.com). Omschrijf uw klacht(en) gedetailleerd en vermeld het serienummer van het toestel en de aankoopdatum.
Om de fabrikant in staat te stellen te controleren of er sprake is van een geval dat onder de garantie valt, moet de consument het toestel op zijn risico naar de fabrikant / service-partner brengen of naar hem opsturen. Bij schade aan de warmtewisselaar moet ook de gebruikte gasdrukregelaar mee-gestuurd worden.
Bij airconditioningtoestellen:
Om transportschade te vermijden, mag het toestel alleen na overleg met het Truma Servicecentrum Duitsland of de erkende servicepartner verstuurd worden. Anders draagt de verzender het risico voor eventuele transportschade.
Bij opsturen naar de fabriek dient het toestel als vrachtgoed verzonden te worden. Indien het geval onder de garantie valt, draagt de fabriek de transportkosten resp. kosten van opsturen en terugsturen. Als niet op garantie aanspraak kan worden gemaakt, informeert de fabrikant de klant hierover en geeft aan welke kosten niet voor rekening van de fabrikant zijn. Bovendien zijn in dit geval de verzendkosten voor rekening van de klant.
Fout Oorzaak Verhelpen
| Na inschakelen brandt geen LED. | - Geen bedrijfsspanning. | Accuspanning 12 V / 24 V controleren, zonodig opladen.- Alle elektrische steekverbindingen controleren. |
| - Toestel- of voertuigzeke-ring defect. | - Contactonderbreker van toestel en voertuig controleren en eventueel vernieuwen (zie zekeringen). | |
| Na het inschakelen brandt de groene LED, maar de kachel brandt niet. | - Deningstelekter temperatuur op het bedienings-deel is lager dan de binnentemperatuur. | |
| - Venster boven de schoorsteen open (vensterschakelaar). | - Venster sluiten. | |
| Rode LED knippert 1 x per seconde. | - Onderspanningsbereik 12 V: 10,9 V - 10,5 V24 V: 21,8 V - 20,7 V. | - Accu laden! |
| Rode LED knippert 3 x per seconde. | - Overspanningsbereik 12 V: 15,8 V - 16,4 V24 V: 31,8 V - 33,1 V. | - Batterijspanning en spanningsbronnen, zoals bijvoorbeeld het laadapparaat, nakijken. |
| Ca. 30 sec. na het inscha-kelen van de kachel gaat de rode LED branden. | - Gasfles of snelsluitende klep in de gastoevoerlei-ding gesloten. | - Gastoevoer controleren en kleppen openen. |
| - Verbrandingsluchttoe-voer c.q. uitlaatgasafvoer gesloten. | - Schoorsteenafdekkap afnemen.- Openingen controleren op verontreinigingen (sneeuwblub-ber, ijs, bladeren etc.) en deze eventueel verwijderen. | |
| Kachel schakelt na een lange werkingstijd uit op storing. | - Uitlaatopeningen warme lucht geblokkeerd. | - Controle van de afzonderlijke uitlaatopeningen. |
| - Circulatie-aanzuiging geblokkeerd. | - Blokkade in de circulatie-aanzuiging verwijderen. | |
| - Gasdrukregelaar bevoren. | - Regelaarverwarming (EisEx) gebruiken. |
Als deze maatregelen de storing niet verhelpen, neem dan contact op met de Truma Service.
Inbouwhandleiding
Inbouw en reparatie van de kachel mogen alleen door een vakbekwaam monteur worden uitgevoerd. Voor begin van de werkzaamheden moet eerst deze inbouwhandleiding zorg vuldig worden doorgenomen!

Het niet naleven van de inbouwvoorschriften of een verkeerde montage kan lichamelijke letsels akschade veroorzaken.
Gebruiksdoel
Dit apparaat is geconstrueerd voor de inbouw in voertuigen (reisvoertuigen, caravans, boten, Vrachtwagens). Andere toe-passingen zijn in overleg met Truma mogelijk.
Inbouw binnenin autobussen (voertuigklasse M2 en M3) is niet toegestaan.
Voertuigen voor gevaarlijke stoffen van de klasse EX/II en EX/III
Verbrandingstoestellen voor gasvormige brandstof zijn niet toegestaan.
Toelating
Voor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven. De gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS voldoen aan deze vereiste.
Door de inbouw van een veiligheidsafsluitinrichting, bijv. de gasdrukregelinstallatie Truma SecuMotion / MonoControl CS, met passend gebouwde gasinstallatie, is het gebruik van een typegecontroleerde vloeibaargasverwarming tijdens het rijden volgens de EG-richtlijn 2001/56/EG in heel Europa toegestaan.
Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan.
De verwarming is toegelaten voor inbouw in motorvoertuigen (campers voertuigklasse M1) voor personenvervoer met maximaal 8 zitplaatsen buiten de chauffeursstoel, voor aanhangers (caravans voertuigklasse O) alsmede voor bedrijfswagens (voertuigklasse N).
Het jaar van de eerste ingebruikname moet op de typeplaat worden aangekruist.
Voorschriften
Garantie en claims i.v.m. aansprakelijkheid komen in onderstaande gevallen te vervallen:
- veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren),
- veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen,
- gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als vervangende onderdelen of toebehoren,
- het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing.
Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in sommige landen ook voor het voertuig.
Het inbouwen in voertuigen moet voldoen aan de bepalingen van het respectievelijke land van gebruik (in Europa bijv. EN 1949 voor voertuigen). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b.v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden.
Bij commercieel gebruikte voertuigen moeten de overeenkomstige ongevallenpreventievoorschriften van de beroepsverenigingen (in Duitsland bijv. BGV D 34) in acht genomen worden.
Meer informatie over de voorschriften in de verschillende landen kunt u aanvragen bij onze dealers in het buitenland (zie Truma Serviceblad of www.truma.com).
Aanwijzingen voor inbouw in bedrijfsauto's
De TÜV-gekeurde flessenhouder (art.-nr. 39742-00) is bestanddeel van de typegoedkeuring volgens de verwarmingsrichtlijn 2001/56/EG voor de verwarmingen Trumatic E. Volgens deze verordening mogen 2 gasflessen met ieder max. 15 kg inhoud aangesloten zijn en gedurende het rijden voor de werking van de verwarmingen worden gebruikt. Ter bescherming van hetflessenventiel en de gas-drukregelaar is alleen de met de flessenhouder meegeleverde beschermkap noodzakelijk.
Ter voorkoming van diefstal of om optische redenen kan de gasfles ook door de afsluitbare flessenkast (art.-nr. 39010-21100) omsloten worden. De kast wordt tezamen met de flessenhouder aan het voertuigframe vastgeschroefd.

Bij inbouw van het verwarmingstoestel in bijzonderen voertuigen (bijvoorbeeld voertuigen voor het transport van gevaarlijk stoffen) moeten de voor dergelijke voertuigen geldende voorschriften in acht worden genomen
Aanwijzingen voor de inbouw in bestuurderscabines
Bij verwarmingen met gasafvoer onder de voertuigbodem moet de afvoermonding tot de zijdelingse of achterste begrenzing van de bestuurderscabine of van het voertuig gebracht worden. Er moet gegarandeerd zijn, dat er geen afvoergassen (bijv. van onderen door de voertuigbodem) in de binnenkant van het voertuig terecht kunnen komen.
Montagehandleidingen en inbouwsets voor de betreffende types zijn bij Truma verkrijgbaar.
In Duitsland is bij voertuigen voor gevaarlijke stoffen en tankwagens in het toepassingsgebied van de ADR de verwarming alleen toegelaten met het Truma voorschakelapparaat.
Inbouwinstructies voor vast gemonteerde laadruimteverwarmingen
Voor het gebruik als laadruimteverwarming moeten de montagevoorschriften van Truma voor „Bijkomende verwarmingen voor vrachtwagens“ en „Laadruimteverwarming E 4000 A“ in acht genomen worden.
Bij commercieel gebruikte voertuigen moeten de overeenkomstige ongevallenpreventievoorschriften van de beroepsverenigingen (in Duitsland bijv. BGV D 34) in acht genomen worden.
In het montagevoorschrift „Laadruimteverwarming E 4000 A“ is een formulier voor de vereiste „Montagebevestiging door het vakbedrijf“ inbegrepen.
Aanwijzingen voor de inbouw in boten
Het inbouwen in boten moet voldoen aan de bepalingen van het respectievelijke land van gebruik (bijv. EN ISO 10239). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b.v. het DVGW-werkblad G 608) moeten in acht genomen worden.
In Duitsland moeten voor de commerciële binnenscheepvaart de „Richtlijnen voor bouw, uitrusting, controle en gebruik van generatorgasinstallaties voor huishoudelijke doeleinden op watervoertuigen in de binnenscheepvaart" (BGR 146) nageleefd worden. Volgens deze mag de generatorgasinstallatie uitsluitend ingebouwd worden door installateurs die erkend zijn door de ongevallenverzekeringen voor de binnenscheepvaart, en door experts van deze ongevallenverzekeringen gecontroleerd worden.
In andere landen dienen de aldaar geldende voorschriften te worden opgevolgd.
Verdere aanwijzingen voor de inbouw kunt u vinden in de montagehandleiding voor de bootverwarming Trumatic E.
Plaatskeuze
Het apparaat en de rookgasafvoer moeten zo worden geplaatst dat deze altijd goed toegankelijk zijn voor onderhoudswerkzaamheden en makkelijk in- en uitgebouwd kunnen worden.
Om een gelijkmatige opwarming van het voertuig te bereiken, moet de verwarming zo centraal mogelijk in (of onder het voertuig) worden gemonteerd, waardoor de luchtverdelingsbuizen ongeveer even lang kunnen worden gelegd.
Haarden moeten zo geplaatst zijn, dat er geen afvoergassen in de binnenruimte terecht kunnen komen. De gasafvoer moet altijd ten minste tot de zijwand gebeuren.

De wandschoorsteen moet zo aangebracht worden, dat er zich in een straal van 500 mm (R) geen tanksteun en geen tankventilatieopening bevindt. Bovendien mag zich binnen 300 mm (R) geen ontluchtingsopening voor het woongedeelte of vensteropening bevinden.

Bij de montage van de haard binnen het gearceerde bereik onder of naast een te openen venster moet dwingend een elektrische vensterschakelaar (art.-nr. 34000-85800) aangebracht worden. Het gastoestel moet bij het openen van het venster via de automatische uitschakelinrichting van Truma (Accessoires, art.-nr. 39050-00800) automatisch uitgeschakeld worden.

text_image
300 mm 300 mmAanwijzing m.b.t. dakluiken/-ramen
Bij dakluiken (te openen) moet de schoorsteenkap minstens 10 cm boven het geopende luik uitsteken. Als de schoorsteen zich naast het luik bevindt, moet er afhankelijk van de inbouwpositie (rechts of links te openen) voor worden gezorgd, dat er geen uitlaatgassen via het geopende luik (bijv. door wind) kunnen binnendringen resp. dat de schoorsteen voldoende luchtaanvoer krijgt.
Bij de montage van de schoorsteen in de buurt van het dakluik is installatie van een elektrische raamschakelaar (art.-nr. 34000-85800) verplicht. Het gastoestel moet bij het openen van het venster via de automatische uitschakelinrichting van Truma (Accessoires, art.-nr. 39050-00800) automatisch uitgeschakeld worden.
Aanwijzing m.b.t. watervoorziening
Bij de inbouw van een watertoevoer in het voertuig moet ervoor gezorgd worden, dat tussen de waterslangen en de warmtebron (bijv. verwarming, warmeluchtbuis) voldoende afstand voorzien wordt.
Een waterslang mag pas op een afstand van 1,5 m tot de verwarming aan de warmeluchtbuis aangelegd worden. De Truma slangclip SC (art.-nr. 40712-01) kan vanaf deze afstand gebruikt worden. Bij parallelle plaatsing, bijv. doorvoer door een wand, moet een afstandhouder (bijv. een isolatie) aangebracht worden, om contact te vermijden.
Rookgasgeleiding
Voor de verwarmingen Trumatic E 4000 (A) mogen voor de montage met wand- resp. dakschoorsteen alleen de Truma-rookgasbuis AA 3 (art.-nr. 39320-00) resp. bij montage op een boot de Truma roestvrij stalen rookgasbuis AEM 3 (art.-nr. 39360-00) en de verbrandingslucht-toevoerbuis ZR (art.-nr. 39580-00) worden gebruikt, aangezien de toestellen alleen met deze buizen zijn gekeurd en goedgekeurd.

Na elke demontage dient een nieuwe O-ring te worden gemonteerd.
Geoorloofde buislengten
- Inwendige montage met wandschoorsteen (zie montagevarianten 1, blz. 2):
- Buislengten tot max. 30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie van maximaal 5 cm worden gelegd.
- Buislengten tot max. 100 cm moeten met een stijging van minstens 5 cm ten opzichte van de wandschoorsteen worden gelegd.
- Inwendige montage met dakschoorsteen (zie inbouwvarianten 2, blz. 2):
- Buislengten tot max. 200 cm moeten met een stijgingshoek van minstens 45° worden gelegd.
- Montage onder de bodem met wandschoorsteen (zie montagevariant 4, blz. 2):
- Buislengten tot max. 30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie tot maximaal 5 cm worden gelegd. Teven dienen zij tegen beschadiging door steenslag te worden beschermd.
Inwendige montage met wandschoorsteenset
Zie montagevarianten afb. 1 (blz. 2).
Montage van de wandschoorsteen
Wandschoorsteen (pijl wijst naar boven) op een vlakke ondergrond monteren, waarlangs wind aan alle kanten kan stromen. Boor een opening ∅ 83 mm (eventuele holle ruimten rond de schoorsteen met hout opvullen). Dicht af met behulp van de meegeleverde rubberen pakking (8). Gestructureerde oppervlakken moeten met een plastisch carrosserie-dichtmiddel – geen siliconenkit! – worden ingesmeerd.
Voordat u de gecombineerde aan-/afvoerbuis door de opening heen steekt, moet u de buisklem (7) over de buis heen schuiven.
Rubber afdichting (8 – gladde kant naar schoorsteen, afdichtingslippen naar de wand) en klem (4) op binnendeel van schoorsteen (9) schuiven. Druk de afvoerbuis (1) aan het uiteinde plat zodat de windingen tegen elkaar worden gedrukt, en schuif ze over de O-ring (10) op het aansluitstuk (11 – de hoek wijst naar boven).
Klem (4) met de gaten op de pennen van de aansluitstomp (11) inhangen (schroef omlaag) en vastschroeven. Schuif de verbrandingslucht-toevoerbuis (5) over het gekartelde aansluitstuk (12).
Zet het binnengedeelte van de schoorsteen (9) met 6 plaatschroeven (14) vast, plaats het buitengedeelte van de schoorsteen (15) en zet het met 2 schroeven (16) vast.
Zet de verbrandings-luchttoevoerbuis met de buisklem (7) van binnenuit op het aansluitstuk (12) vast.
Bevestig de gecombineerde aan-/afvoerbuis met minstens een ZRS-buisklem (17) tegen de wand.

text_image
7 17 Ø 83 mm 5 1 8 10 9 15 16 TOP OBEN 4 ① 11 12 14Dubbele-buizenaansluiting op de verwarming
Klem (7) over de buizen schuiven. Stuik de rookgasbuis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar liggen. Schuif de klem (4) over de rookgasbuis (1). Schuif de rookgasbuis over de O-ring op de sok (2). Haak de klem (4) aan en schroef deze vast. Bevestig de verbrandingslucht-aanvoerbuis (5) met de klem (7) op de sok (6).

Inwendige montage met dakschoorsteenset
Zie montagevarianten afb. 2 (blz. 2).
Monteer de dakschoorsteen op een zo recht mogelijk oppervlak, waar de wind aan alle kanten omheen kan stromen. Van de verwarming naar de schoorsteen moet de buis direct, over de gehele lengte stijgend (max. 2 m) gelegd kunnen worden!
Montage van de condenswaterafscheider
Tussen verwarming en dubbele buis dient een condenswaterafscheider te worden gemonteerd, waardoor condens- en regenwater kan weglopen.

De dubbele rookgasbuis mag niet doorhangen; de laagste plaats moet de condenswaterafscheider zijn!
Schuif de klem (4) geheel geopend over de O-ring op de rookgassok (2). Schuif de rookgasmof (17) over de O-ring op de rookgassok (2 – als de condenswaterafscheider met de verwarming horizontaal wordt gemonteerd, moet de afvoer (18) omlaag wijzen). Hang de klem (4) in en schroef deze vast. Draai de afvoer (18) vast.
Montage van de dakschoorsteen
Boor een opening (8) met ∅ 83 mm (bij holle ruimten in het bereik van de schoorsteenboring met hout opvullen). Het afdichten gebeurt door middel van de bijgevoegde rubber afdichting (22). Breng bij gestructureerde oppervlakken plastisch carrosserie-afdichtmiddel – geen silicone – aan.
Bij dikkere daken sluit u de dubbele rookgasbuis eerst van buiten op de schoorsteen aan. Schuif de rubber afdichtring (22) en de klem (4) op het schoorsteen-binnenstuk (23). Stuik de rookgasbuis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar liggen, en schuif hem over de O-ring op de sok (24). Haak de klem (4) aan en schroef deze vast.

Schuif de verbrandingslucht-aanvoerbuis (5) op de getande sok en beveilig een en ander met de zwarte schroef (25).
Bevestig het schoorsteengedeelte (23) met 6 schroeven (26). Steek het schoorsteendakje (27) op de schoorsteen en beveilig het met 2 schroeven (28).

De rookgasopeningen van het schoorsteendak moeten dwars op de rijrichting staan.
Breng de afdekkap (29) altijd aan als de verwarming niet in gebruik is.
Aansluiting van de gecombineerde aan-/afvoerbuis op de kachel
Druk de rookgasbuis (1) aan het begin samen, zodat de windingen tegen elkaar liggen. Buisklem (4) over de rookafvoerbuis (1) schuiven. Steek de rookgasafvoerbuis (1) over de O-ring op de rookgasmof (17). Plaats de rookgasafvoerbuis-spanner (4) op de rookgasmof (17), haak deze in en schroef het geheel vast. Plaats het aansluitstuk (19) met de brede kant over de rookgasafvoerbuis en schuif deze stevig over het aansluitstuk (6) op de kachel. Het boorgat in het aansluitstuk (19) moet op dezelfde hoogte als de afvoer (18) liggen. Slang pilaar (20) vastschroeven.
Druk de verbrandingsluchttoevoerbuis (5) stevig op het aan-sluitstuk (19) en zet deze met de buisklem (7) vast.
Boor voor de condensslang (21) in de voertuigbodem een opening van ∅ 10 mm. Sluit de condensslang op de slangpilaar (20) aan en steek de slang door de opening.

Wegens vorstgevaar mag de slang niet meer dan 2 cm onder de voertuigbodem uitsteken!
Montage onder de vloer met warmte-uitlaat-set voor in de wand
Zie inbouwvariant afb. 4 (blz. 2).
Haarden moeten zo geplaatst zijn, dat er geen afvoergassen in de binnenruimte terecht kunnen komen. De gasafvoer moet altijd ten minste tot de zijwand gebeuren (zie „Plaatskeuze“).
Bevestiging van de verwarming
De montage vindt plaats door middel van montagehouders. Bevestig beide houders (36) met doorsteekschroeven (minstens M5) vast en duurzaam. Bevestig het U-profiel (37) met de mee-geleverde schroeven (38) aan de buitenkant van de kachel. Zet de kachel met 4 schroeven M6 x 10 (39) en zichzelf borgende moeren vast. Plaats aan de buitenzijde van het vaartuig twee beschermende kappen (40).

Om condenswater af te voeren boort u op het laagste punt ca. 20 mm van de rand een gat (∅ 8 mm) in de kachelmantel. Zorg ervoor dat de boor niet meer dan 10 mm in de kachelmantel doordringt, aangezien dit tot beschadiging van het binnengedeelte kan leiden. Bijgevoegd rubberen buisje (d) insteken (het steekt ca. 4 cm uit naar beneden).
Buitenmontage met haardsteun
Zie inbouwvariant afbeelding 3 (bladzijde 2) en montagevoorschriften van Truma voor „Bijkomende verwarmingen voor vrachtwagens“ en „Laadruimteverwarming E 4000 A“.
Bevestiging van de verwarming
Inwendige montage met wand- of dakschoorsteen
Naar gelang de montagepositie schroeft u de verwarming met de bijgevoegde klamp (a) of hoeken (b) stevig vast.

Warmelucht-verdeling en recirculatie bij inbouw binnen
Warmeluchtverdeling
Aanzuigopeningen voor verwarmingslucht moeten zo zijn gerangschickt, dat een aanzuigen van uitlaatgazen van de voertuigmotor en het verwarmingstoestel niet kan plaatsvinden. Bij de inbouw moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de in het interieur van het voertuig gebrachte verwarmingslucht kan worden verontreinigd (bijv. door oliedampen). Aan deze voorwaarde wordt bijvoorbeeld voldaan bij luchtkachels in recirculatiestand (zowel bij inbouw binnen als bij inbouw buiten). (Bij frisseluchtgebruik mag de frisselucht niet uit de motorruimte, uit de buurt van de uitlaat of de rookgasafvoer-warmte-uitlaat van de kachel worden aangezogen.)
De warme lucht (W) wordt door de verwarming via 2 sokken uitgeblazen, direct dan wel via een warmeluchtbuis VR 72 (∅ 72 mm).

Leg van de verwarming naar de eerste luchtuittrede alleen buis VR 72 (Ø 72 mm) tot ca. 1,5 m lengte. Ter voorkoming van oververhitting dient het eerste luchtspoor niet-afsluitbaar te zijn (zwenkopening SCW 2, eindstuk EN-O). Na de eerste luchtuittrede kan ook buis ÜR (Ø 65 mm) verder worden gelegd. Warme-luchtbuizen die een oppervlaktetemperatuur van meer dan 80 °C hebben (vooral tot de eerste luchtuittrede bij E 4000), moeten met een aanrakingsbeveiliging (bijv. Truma isolatiebuis I 80) worden afgedekt. Beveilig alle buisaansluitingen met plaatschroeven. Bevestig buizen met klemmen.
Het warme-luchtsysteem is voor elk voertuigtype afzonderlijk volgens een modulair principe ontworpen. Er zijn dan ook veel accessoires beschikbaar (zie catalogus). Tekeningen met optimale inbouwvoorstellen voor warmeluchtinstallaties in alle gangbare campertypes kunnen via het Truma servicecentrum gratis worden aangevraagd.
Circulatielucht-retourgeleiding
De circulatielucht (U) wordt door de verwarming direct weer aangezogen.
Wanneer de verwarming in een stuwkast o.i.d. is gemonteerd, dient u daarin een overeenkomstig grote opening (ca. 200 cm²) voor de circulatielucht-retourgeleiding aan te brengen.

Zorg ervoor dat de luchtwegen naar de verwarming steeds vrij blijven!
Verdeling van warmelucht en terugvoer van omgevingslucht bij uitwendige montage
Zie Inbouwvarianten afb. 3 + 4 (blz. 2).
De toevoer van warmelucht en de retourluchtaanvoer tussen kachel en voertuig moet, vooral in het steenslaggebied, met flexibele luchtbuizen van het type LF of, in het beschermde gebied, met luchtbuizen van het type LI (∅ 106 mm) worden bewerksteligd.
Een beschermkast over de gehele verwarmingsinstallatie beschermt deze tegen beschadigingen en weersinvloeden en dient als extra isolatie.
Boor twee openingen ∅ 100 mm. Voorzie de twee aansluitsokken (41) aan de flens van afdichtmiddel en schroef deze aan de openingen buiten vast. Leg het rooster (47) in de circulatielucht-retourgeleiding (U) tussen de aanzuigsok en de voer-/vaartuigwand. Klem LFS (42) op de luchtbuis (43) rijgen. Luchtbuis over de aansluitstukken van de verwarming (44) en de aansluitstompen (41) schuiven en telkens met klem LFS (42) bevestigen. Dicht de overgangen met silicone af.
Holle dubbele wanden moeten in de buurt van de luchtcirculatie worden afgedicht. Plaats hiervoor twee opgerolde stroken blik of buisstukken (45) ∅ 97 tot 100 mm in de openingen.

text_image
48 46 U W 49 47 41 42 43 42 44
text_image
W 45 W UIn het interieur van het voer/-vaartuig kan de warme lucht door middel van luchtbuis LI (∅ 106 mm) worden verdergeleid. Bevestig de luchtbuis door middel mit een tweede aansluitsstuk (41) bij de opening aan de binnenkant. Beide aansluitstukken kunnen door de wand heen aan elkaar worden vastgeschroefd.

Als u verdeling van warme lucht in het interieur an het voer-/vaartuig wilt, kunt u met vier schrueven boven de toe-voer van warme lucht (W) een luchtverdeler (46) aanbrengen.

Sluit de opening voor de luchtterugvoer niet af en verklein deze niet!
De luchtverdeler (46) heeft 2 aansluitingen voor de buis VR 72 (∅ 72 mm), die geen van beide afgesloten mogen worden. De meegeleverde beschermingsplaat (48) dient als warmtebeveiliging en moet over de luchtverdeler (46) worden aangebracht. Als afsluitbescherming kan een tweede beschermingsplaat (49) boven de opening voor de luchtterugvoer worden vastgeschroefd (Accessoire, art.-nr. 39010-11500).
Het warmeluchtsysteem is voor elk voertuigtype afzonderlijk volgens een modulair principe ontworpen. Er zijn dan ook heel wat accessoires beschikbaar (zie catalogus), ekeningen met optimale inbouwvoorstellen voor warmeluchtinstallaties in alle gangbare campertypes kunnen via het Truma servicecentrum gratis worden aangevraagd
Montage van het bedieningspaneel
Bij toepassing van voertuig-, resp. fabrieksspecifieke bedieningspanelen dient de elektrische aansluiting in overeenstemming met de Truma aansluitbeschrijvingen plaats te hebben. Iedere wijziging van de desbetreffende Truma-onderdelen leidt tot wegval van de garantie alsook tot uitsluiting van aansprakelijkheidsclaims. De inbouwer (fabrikant) is voor een gebruiksaanwijzing voor de gebruiker alsook voor het bedrukken van de bedieningspanelen verantwoordelijk!
Let er bij de plaatsingskeuze op, dat de bedieningspanelen niet aan direkte warmteuitstraling mogen worden blootgezet. Lengte van de aansluitkabel 4 m of 10 m.
Is een montage enkel achter gordijnen of soortgelijke plaatsen met temperatuur-schommelingen mogelijk, moet een afstandssensor voor de ruimtetemperatuur worden toegepast (Accessoires).
Montage van het bedieningspaneel met draaischakelaar
Als inbouwmontage niet mogelijk is, dan levert Truma desgewenst een opbouwraampje (1 – art.-nr. 40000-52600) als toebehoren.
Gat ∅ 55 mm boren.
De bedieningspaneelkabel (2) aan het bedieningspaneel (3) aansluiten en vervolgens de achterste afdekkap (4) als trekontlasting opsteken.
De kabel naar achteren doorschuiven en naar de elektronische regeleenheid verleggen.

text_image
2 Ø 55 mm 1 4 3 5 7 6 7Het bedieningspaneel met 4 schroeven (5) bevestigen en afdekframe (6) opsteken.
Voor optische afsluiting van de afdeklijst (6) levert Truma zijdelen (7) in 8 verschillende kleuren. Vraag uw leverancier.
Montage van het bedieningspaneel met schuifschakelaar
Voor voorhanden inbouwuitsparingen.
Afdekplaat uit de inbouwuitsparing verwijderen.
Bedieningspaneelkabel (10) aan het bedieningspaneel (8) aansluiten, door de inbouwuitsparing naar achteren doorvoeren en naar de elektronische regeleenheid verleggen.

Bedieningspaneel (8) indrukken tot de frontvlakte gelijk ligt.
Indien geen inbouwuitsparing voorhanden is, kan het bedieningspaneel met de meegeleverde frame voor ver-zonken montage worden gemonteerd.
Als inbouwmontage niet mogelijk is, dan levert Truma desgewenst een opbouwraampje (art.-nr. 39050-11600) als toebehoren.
Montage van de elektronische regeleenheid
Deksel van de regeleenheid losschroeven.
De stekkers aan de elektronische regeleenheid mogen enkel losgetrokken en aangesloten worden als van tevoren de voedingsspanning werd afgeklemd. Stekker recht lostrekken!
Stekker van de bedieningspaneel-kabel (1) volgens afbeelding aan de rode pennenlijst van de regeleenheid aansluiten.

text_image
F1 F3 1 2Indien een schakelklok of een afstandvoeler is ingebouwd, e stekker hiervan aan de zwarte pennenlijst aansluiten. Bij gelijktijdige toepassing van meerdere onderdelen geschiedt de aansluiting via het multistopcontact (Accessoire).
Onderdeel aan een goed bereikbare, tegen vochtigheid beschermde plek met 2 schroeven bevestigen (mag niet over 65 °C worden verwarmd).
Deksel van de regeleenheid losschroeven.
Bij verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd moet de elektronische stuureenheid in de binnenruimte van het voertuig zodanig worden bevestigd dat deze tegen vocht en beschadiging is beschermd. In de vloer resp. in de wand een opening van ∅ 25 mm boren, stekker (2) van de 20-poligen kabel van de stuureenheid aftrekken en door de opening leiden. Met kabelvulling afdichten. Stekker er weer insteken.
In uitzonderingsgevallen kan de elektronische stuureenheid met beschermkast voor buiten aanwezige elektronica (Accessoire, art.-nr. 39950-00) buiten het voertuig worden gemonteerd.
Elektrische aan sluiting 12 V / 24 V
Elektrische leidingen, schakel- en stuurapparaten voor verwarmingstoestellen moeten zo in het voertuig worden geplaatst dat ze onder normale bedrijfsomstandigheden probleemloos kunnen werken. Alle wanddoorvoeringen van leidingen die naar buiten voeren, moeten spatwaterdicht zijn uitgevoerd.
Voordat u met elektrische onderdelen begint te werken, moet u de stroomtoevoer naar het apparaat afsluiten. Het volstaat niet het apparaat uit te schakelen vanaf het bedieningspaneel!
Bij elektrisch laswerk aan het koetswerk moet het apparaat volledig worden losgekoppeld van de stroomkring van het voertuig.

Als u de polen verkeerd aansluit, bestaat het risico dat de kabels in brand raken. Bovendien vervalt hierdoor anspraak op garantie of verantwoordelijkheid!

De rode kabel is plus, de blauwe kabel min!
Sluit het apparaat met een kabel van 2 x 1,5 mm ^2 op het beveiligde boordnet aan (centrale zekering 5 – 10 A); bij een lengte van meer dan 6 m gebruikt u een kabel van 2 x 2,5 mm ^2 . Sluit de minpool aan op de centrale massa. Bij een directe aansluiting op de accu, moeten de plus- en de minleiding worden beveiligd. Voer de aansluitingen volledig geïsoleerd in Faston uit (autovlakstekersysteem 6,3 mm).
Op de toevoerleidingen mogen geen andere stroomafnemen- de toestellen worden aangesloten!

Bij gebruik van net- cq stroomvoorzieningapparaten moet erop gelet worden dat deze een geregelde uit-sspanning tussen 11 V en 15 V leveren en de rimpelfac-an de wisselspanning < 1,2 Vss bedraagt. Voor de ver- lende toepassingen raden wij de laadautomaat van Truma Vraag uw leverancier. Andere laadtoestellen mogen enkel een batterij van 12 V als buffer gebruikt worden.
Gasaansluiting

De werkdruk van de gasvoorziening 30 mbar moet overeenstemmen met de werkdruk van het toestel peplaat).
De gastoevoerbuis ∅ 8 mm moet met een snijringverbinding op de aansluitstomp aangesloten worden. Bij het vastdraaien zorgvuldig tegenhouden met een tweede sleutel!
Het gasaansluitstuk op het toestel mag niet worden ingekort of verbogen.
Zorg ervoor dat bij het aansluiten op de boiler de gasleidingen vrij zijn van vuil, splinters en dergelijke!
De buis zo aanleggen dat het toestel voor servicewerkzaamheden gemakkelijk kan worden gedemonteerd.
Het aantal koppelingen in gasleidingen die gelegd zijn in door personen gebruikte ruimtes moet tot het technisch onvermijdelijke minimum worden beperkt.
De gasinstallatie moet voldoen aan de technische en administratieve voorschriften van het betreffende land van gebruik (in Europa b.v. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b.v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden.
Functiecontrole
Na de inbouw moet de dichtheid van de gastoevoerleiding volgens de drukverminderingsmethode gecontroleerd worden. Een keuringsverklaring (in Duitsland b.v. conform DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moet afgegeven worden.
Vervolgens conform de gebruiksaanwijzing alle functies van het toestel controleren.
De gebruiksaanwijzing moet worden overhandigd aan de voertuigbezitter.

Het typeplaatje uit de gebruiks- en inbouwhandleiding nemen en on een goed zichtbare, tegen beschadigin-
gen beschermde plaats op de verwarming kleven. Het jaar van de eerste ingebruikname moet op de typeplaat worden aangekruist.
Waarschuwingen
De bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwingen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast)! Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.
Indholdsfortegnelse
e1 00 0145, e1 03 2605
e1 00 0145, e1 03 2605
NL In Duitsland moet bij storingen in principe het Truma servicecentrum worden gewaarschuwd; in andere landen staan de bestaande servicepartners tot uw beschikking (zie Truma Serviceblad of www.truma.com).
Voor een snelle bediening dient u apparaattype en fabrieksnummer (zie typeplaat) gereed te houden.