GEBRUIKSAANWIJZING HF2417HTE Honda
wij danken u odomdat u de voorkeur hebt gegeven aan onsze producten en wij hopen dat het gebruik van deze zitmaaier u zeer tevreden zal stellen en dat de machine volledig aan uw verwachtingen zar voldoen.
Deze handleiding is geschreven om u vertrouwd te makeen met uw machine en om u in staat te stellen waar op de Beste en de meesteilige manier te gebruiken: vergeet het nat de ze handleiding een integregendeel van de machine is, bewaar diezen binnen handbereik zodat uhaar op elk gewenst moment kunt raadplegen en zorg ervoor dat ze de machine altijd vergezeitl ook als u de machine overdraagt aan iemand anders.
Deze neue machine is ontworpen en gemaakt in overeenstemming met de geldende voerschriften en is volkomen veilig en betrouwbaar indien hij gebruikt worden voor het maaien en opvangen van gras, overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding (voorzien gebruik); het gebruik voor andere doeleinden of het Niet in acht nemen van de aangegeveneiligheids-, gebruiks-, onderhouds- en reparatievoerschriften worden als "oneigenlijk ge
bruik" (5.1) beschouwd en leidt to verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant waardoor de gebruiker zich verantwoorde- lijk worden voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
Mocht u verschillen gegenkomen:tussen wat beschreiben is en de machine die u bezit, denk er dan aan dat, aangezien het product continu verbeterd wordt, de in deze handleiding opgenomen gevevens zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat de fabrikant verplicht is de handleiding te update- ten gewijzigd+kunnen worden, waar bij de essentièle kenmerken met het oog op de veiligheid en de werkung evenwel onveranderd blijven. Aarzel Niet om contact op te nemen met uw dealer als u twijfelt. Wij wensen u een pretti gebruik van de machine toe!
Servicedienst
Deze handleiding verstrekt alle gevevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Voor interventies die nicht in dit boekje worden beschreiben, kurz u contact opnemen met uw dealer.


Vul hier het model van uw machine in


Vul hier het serienummer van de machine in
HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkig, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:
OPMERKING
of BELANGRIJK
verstrekt nadere geevens of
andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd worden of er schade veroorzaakt worden.
LET OP!
Gevaar van persoonlijk letsel of letsel aan andere inachtneming.
GEVAAR!
Kans op ernstig persoonlijk leset of ernstig leset in gevaar voor dodelijke ongelukken, in geval van Niet
In de handleiding zijn verschillende versies van de machine beschreiben, die hoogdzakelijk de volgende verschillen können vertonen:
-type aandrijving: met continue hydrostatische regeling van de snelheid;
- bijzondere uitrustingen en/of toebehoren.
Het symbol Left elk verschil aan met betrekking tot het gebruik, gevolgd door de individatie van de versie waar het betrekking op heeft.
Hct symbool " 一 " verwijst, voor verdere uitleg of informatie, maar een ander punt in de handeiding.

OPMERKING
De aanwijzingen "voor", "achter",
"rechts" en "links" hebben betrekking op de zithouding van de gebruiker.
HONDA
VERTALING VAN DE OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING
HANDLEIDING
Zitmaier
HF2317·HF2417·HF2625

C
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 2
Bevat de voorschriften om de machine op een veilige manier te können gebruiken
- IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE EN DE
ONDERDELEN 5
Beschiedt hoe de machine en de voornaamste onderdelen waar zij uit bestaat geidentificierd können worden
- UITPAKKEN EN VERVOLLEDIGEN 6
Legt uit hoe de verpakking moet worden verwijderd en de montage van de losgemaakte elementen voltooid moet worden
- BEDIENINGSELEMENTEN 8
Geeft een overzicht van de plaat's waar de bedieningselementen zich bevinden en hoe hun werking is
Bevat alle aanwijzingen om goed en veilig te kuren werken
5.1 Veiligheidsaanbevelingen 12
5.2 Toepassingen voor de tussenkomst van de beveiligingsystemen 12
5.3 Werkzaamheden voor de ingebruikname 13
5.4 Gebruik van de machine 14
5.5 Gebruik op hellend terrein 18
5.6 Transport positie 18
5.7 Enige raadgevingen voor een Mooi maaibeeld 18
5.8 Overzicht van de belangrijkste handelingenijdens het gebruik 19
- ONDERHOUD 19
Bevat alle informatatie die nodig is om de machine werkzaam te honden
6.1 Veiligheidsaanbevelingen 19
6.2 Regelmatig onderhoud 20
6.3 Controles en afstellingen 21
6.4 Demontage en verrangingen 24
Stellen u in staat om eventuele problemen tijdens het gebruik snel zich te verhelpen
- OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSORIES 29
De verkriijgbare accessoires worden geillustreerd met het oog op de bijzondere eisen die aan de machine gesteld worden
Geeft een overzicht van de belangrijkste eigenschappen van uw machine
- ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE 31
Geeft aan waar u de informatie kan vinden
LIJST BELANGRIJKSTE DEALERS HONDA
"EC Verklaring van Overeenstemming"
INHOUD OVERZICHT
1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1.1 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
LET OP! VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.
A) VOORBEREIDING
1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknuppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in ache nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels verroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te konnen raadplegen.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door Personen die Niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd়n.
3) Gebruik de machine nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zich.
4) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed können haben zich voor+zijn reactievermogen en aandacht.
5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvozioniene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij moet werkken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op+zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
6) Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doormeemt.
7) Vervoer geen kinderen of andere passagiers op de machine, aangezien deze zouden+kunnen vallen en zware letsels kunnen opdoen en een veilig rijgedrag in het gedrang brengen.
8) De bestuurder van de machine moet nauwgezet de instructies voor het rijden inucht nemen en met name:
-
Zich nicht latent afleiden en de nodige concentratie behouden tijdens het werk;
Denk eraan dat een machine die van een helling afglijdt nicht met de rem gestopt kan worden. De voornaamste oorzaken waardoor de macht over het stuur kwijt geraakt kan worden zich:
-
Onvoldoende grip van de wielen;
Overdreven snelheid;
- Niet passende remming;
- De machine is Niet geschikt voor het doel waarvoor zich gebruikt worden;
- Gebrek aan kennis van de gevolgen die de toestand waar in het terrein zich bevindt, kan hebben en in het bijzonder hellingen;
- Onjuist gebruik als trekvoertuig.
9) De machine is voorzien van een reeks microschakelaars en verilgheidsinrichtingen die nooit gewijzigd of verwijderd mogen worden, op straffe van het verval van de garantie en de afwijzing van alle aansprakelijkheid vanwege de fabrikant. Vooraleer de machine te gebruiken, dient men steeds na te gaan of de verilgheidsinrichtingen werkzaam zijn.
B) VOOR HET GEBRUIK
1) Gebruik tijdens het gebruik van de machine steeds stevige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met open sandalen. Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of denen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaaal aanwezig op de werkplaats. Lang haar moet zorgvuldig bijeengebonden worden.
Draag gehoorsbeschermingen.
2) Het gebruik van gehoorbeschemmers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
3) Controller grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
4) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brandhaar.
- Bewaar de brandstof in speciale holders die waaroor gehomologeerd zich, op een veilige plaat, uit de buurt van warmtebronnen of vrij vlammen; Laat de holders Niet binnen bereik van kinderen staan.
- Vul de brandstof, met een trechter, alleen buiten en rook nichtijdens deze werkzaamheden en wonneer u met de brandstof bezig bent;
- Giet de brandstof in de tank voordat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien;
- Als u benzine gemorst hebt, mag u de motor Niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdamt is en de benzinedampen opgelost zich;
- Draai de dop.altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir.
Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
- Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te lately.
- Start de machine nooit op deplaats waar de brandstof bijgevuld werk; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van deplaats waar de brandstof bijgevuld werk.
- Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue kleren aan vooraleer de motor op te starten.
5) Vervang de geluidempers als dele defect zich.
6) Ga vór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder:
Controleer het uitzicht van de snij-inrichting, en controllerer of de schroeven en de snijgroep Niet versleten of beschadigd zijn. Vervang de snij-inrichtingen en de beschadigde of versleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. Eventuele herstellungen要去en nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden.
7) Controller regelmatig de staat van de accu, Vervang ze in geval van beschadigingen aan het omhulsel, aan het deksel of aan de klemmen.
8) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zijdelingse aflaatbeveiliging ofchterste aflaatbeveiliging).
C) Tijdens HET GEBRUK
1) Start de motor Niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. De machine dient altijd in de open lustch of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden. Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zijn. Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit maar ontvlambare materialen.
2) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtaarheid. Verwijder Personen, kinderen en dierenuit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
3) Werk Niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bij-zonder wanner er kans op bliksem bestaat.
4) Alvorens de motor op te starten, dient men de snij-inrichting of de krachtafnemer te ontkoppelen en de aanrijving vrij te zetten.
5) Let bijzonder goed op bij het benaderen van hindernissen die de zichtaarheid+kunnen beperken.
6) Schakel de handrem in wanner de machine geparkeerd worden.
7) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 10^ (17%) , onafgezien van de looprichting.
8) Denk eraan dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Let bijzonder goed op bij hellingen. Om omkantelen of verlies van controle over de
machine te vermijden, raadt men aan:
27) Ontkoppel de snij-inrichting of de krachtafnemerijdens het vervoer en telkens wanner每一天iet gebruikt worden.
28) Geef gas terug vooraleer de motor stil te zetten. Sluit de toevoer van de brandstof af aan het einde van het werk, volgens de aanwijzingen in het handboekje.
29) Let goed op de snijgroep met meerdere snij-inrichtingen, aangezieen een draaiende snij-inrichting ook de andere zou kuren doen draaien.
30) De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
31) LET OP: - In geval van breuken of oncevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van oncevallen met personlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan Personen of dieren kuren veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
32) LET OP - Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerde snij-inrichting, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkg onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is hetoodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbeschemming, maak pauzesijdens het werk.
33) Gebruik geen USB-accessoiresijdens het maaien ofijdens het rijden.
1) LET OP! - Haal de sleutel uit het contact en lees de bijigeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kleding en werklandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kannen zijn voor de handen.
2) LET OP! - Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zich. De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en Niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet originele en/of Niet goed gemonteerde onderdelen beinvloedt de verilgheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrachten en de fabrikant kan hiervoorniet aansprakelijk gesteld worden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellungen die nicht beschreiben zich in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijkiveau van verilgheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in Niet geschikte structuren of door onbekwame Personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant verrallen.
4) Verwijder na ieder gebruik de sleutel en controllerer of er geen beschadigingen zich.
5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te waar dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud pleegt, za de werkung ervan veilig blijven en zar het prestatieniveau bewaard blijven.
6) Controller regelmatig of de schroeven van de snij-inrichting correct vastgedraaid�.
7) Draag werkhandsschoenen om de snij-inrichtingen te hanteren, te demonteren of opnieuw te monteren.
8) Let op de balans van de snij-inrichtingen, wanner deze geslepen worden. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of verranging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligeidsoverwegingen要去 den deze handelingen aanom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum.
9) Controller regelmatig de werkzaamheid van de remmen. Het is zeer belangrijk het onderhoud van de remmen goed uit te voeren en, indien nodig, ze te herstellen.
10) Controller regelmatig de zijdelingse aflaatbeveiliging, of de aflaatbeveiliging, de opvangzak en het zuigrooster. Vervang ze indien ze beschadigd zijn.
11) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien\
deze beschadigd zijn.
12) Als de machine opgeborgen of onbeheerd achtergelaten要去 worden, dient de snijgroep olaag gezet te worden.
13) Berg de machine op in een plaat die nicht toegankelijk is voor kinderen.
14) Zet de machine Niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zouden+kennen.
15) Laat de motor erst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.
16) Om brandevaar zoveel möglich te beperken dienen de motor, de geluidemper van de uitlaat, de accubak en de benzinetank vrij gehonden te worden van gras, bladeren of teveel vet. Leeg de opvangzak enaat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes acheer.
17) Om het risico op brand te verminderen, dient men regelmatig na te gaan of er geen olie- en/of brandstoflekken zich.
18) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de open lucht te doe n en wanneer de motor koud is.
19) Laat de sleutels nooit op de machine zitten, of LAST ZIET BINNEN het bereik van kinderen of Niet geschikte personen. Haal de sleutel uH het contact alvorens enige onderhoudswerkzaamheden te verrichten.
20) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers Niet:tussen de bewegende snij-inrichting en de vaste delen van de machine verklemd geraken.
E) TRANSPORT
1) LET OP! - Als de machine op een vrachtwagen of op een oplegger vervoerd要去en, dient men toegangshellingen met geschiktde draagkracht, bredte en lenghte te gebruiken. Laat de machine met de motor uitgeschakeld, zonder bestuurder en enkel duwend, met een geschikt aanal personen. Laat de snijgroep of het accessoire tijdens het transport zakken, schakel de parkeerrem in,plaats ze zodate niemand gevaar loopt en
bevestig ze aan het vervoersmiddel met koorden of kettingen om te vermijden dat ze Kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou können lekken.
F) MILIEUBESCHERMING
1) De milieuubescherming要去en belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren.
2) Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, benzine, filters, versleten delen of eender welke element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet geschienen worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialien zullen verzorgen.
3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze�en een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende lokale normen.
1.2 BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN GEBRUIKSGEBIED
Deze machine is een tuingereedschap en met name een grasmaaier met zittende bediener.
De machine is voorzien van een motor, die de snij-inrichting inschakelt, beschermd door een carter, en een aandrijvingsgroep die de beweging aan de machine doorgeeft.
De bediener kan de machine bedieren en de hoofdcommando's inschaken terwijl hij steeds op+zijn plaatls blijft zitten.
De inrichtingen die op de machine gemonteerd zich, zorgen voor het stilvallen van de motor en de snij-inrichting binnen enkele seconden indien de handelingen van de bediener Niet overeenstemmen met
de voorziene veiligheidscondities.
Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien van gras. Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toed dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreibenন.
Tegelijkkertijd kan de mogelijkheid bijkomend toebehoren te gebruiken (indien voorzien door de Fabrikant) het gebruik ervan uittbreidenaar andere functies, volgens de limieten en condities die beschreven zijn in de instructies die het toebehoren zich vergezellen.
Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieren, aan de eerste ervaring en/of onervaren. Deze machine is bestemd voor een amateuruiel gebruik.
Onjuist gebruik
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/ of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
- andere Personen, kinderen of dieren op de machine of op een oplegger vervoeren;
- ladingen trekken of duwen zonder het gebruik van het waarvoort bestemde toebehoren voor het slepen;
- gebruik van de machine op onstabile, gladde, bevroren, stenige of oneffen terreinen, in geval van plassen of moerassen die nicht toestaan de consistentie van het terrein in te schatten;
- de snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras;
- gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval.
Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
1.3 VEILIGHEIDSSTICKERS
Uw machine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt. OmARAAN herinnerd te worden bevinden zich op de machine een aan-tal stickers die door middel van afbeeldingen op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen wijzen. Deze afbeeldingen worden als een aanvullend deel van de machine beschouwd. Als een sticker loslaat of onleesbaar worden, dient er contact met de leverancier te worden opgenomen voor verranging. Hun betekenis is hieronder weergegeven.

1 = Let op: Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.
2 = Let op: Haal de sleutel uit het contact en lees de instructies alvorens elke willekeurige onderhouds- of reparatie-ingreep uit te yoeren.
3 = Gevaar! Wegscheidendevoorwerpen: Niet werkken zonder dechterste aflaatbeveiliging of de opvangzak erop bevestigde te hebben.
4 = Gevaar!Wegschietendevoorwerpen:Houd personen op een afstand.
5 = Gevaar! Omkantelen van de machine: Gebruik deze machine Niet op hellingen van meer dan 10^ .
6 = Gevaar!Verminking: Zorg ervoor dat kinderen op een afstand van de machine blijven als de motor aanstaat.
6a = Steun Niet op de beschermingen van de snijgroep om op de machine te klimmen.

7 = Gevaar voor snijwonden. Bewegende snij-inrichtingen. Steek uw handen of voeten Niet in de holte van de snij-inrichtingen
8 = Let op: Knoei Niet met de microschakelaar.
9 = Voorkom letsels door meeslepen van de riemen: Schakel de machine Niet aan wanner de beschermingen Niet gemonteerd bijn. Bliif op afstand van de riemen.

10 = Let op: Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken
11=Letop: De motor geeft koolmonoxide af, een giftig gas. Niet inschakelen in een gesloten ruimte.
12=Letop! De benzine is uiterst ontvlambaar en ontplofaar. Stop de motor en laat hem akfoelen voordat u tankt.

13=Letop: Tijdens het gebruik worden de geleiddemper erg heet en blijdt dat nog enige..., zelfs nadat de motor is gestopt.

14=Recycleerbaarproduct. Bevat lood. Niet in het milieu weggooien en verwerken volgens de geldende voorschriften.
151617181920






15 = Ontvlambare dampen - Geen open vuur in de nabijheid brengen.
16 = Draag een beschemende bril.
17 = Buiten het bereik van kinderen houden.
18 = Corrosieve vloeistof. In geval van contact, onmiddelijk wassen met water en een arts raadplegen
19 = Lees de gebruksaanwijizingen.
20 = Bisico op ontloffing.
1.4 VOORSCHRIFTEN VOOR DE AANDRIJVING
Op aanvraag is er een set leverbaar waar-mee het möglichk is eenkleine aanhanger voort te trekken; dit accesoire dient vol-gens de desbetreffende aanwijzingen gemonteerd te worden.
Bij gebruik van de aandrijving mag het laadvermogen, dat op de sticker vermeld is, Niet overschreden worden en dwellen de
veiligheidsvoorschriften in acht genomen te worden, (1.2,C-6).
Totaal trekbaar gewicht: op vlakke ondergrond: 200 kg of minder op een helling (10° of minder): 100 kg of minder
2. IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE EN DE COMPONENTEN
2.1 IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE
Het identificatielabel aan de linkerkant van het frame bevat de essentiele gegevens van elke machine.

Het serienummer (5) is onmisbaar als er technische hulp gesvraagd worden en voor het bestellen van de reserveonderdelen.

- Geluidsniveau volgens de rechtlijnen 2000/14/CE, 2005/88/CE
- Conformiteitskenteken volgens de richtlijnen 2006/42/CE, 2005/88/CE. 2014/30/EU
- Bouwjaar
- Machinetype
- Serienummer
- Gewicht in kg (bij leeg reservoir)
- De naam en het adres van de Fabrikant zijn aangegeven in de "EG-Verklaring van Overeenkomst" - OVERZICT INHOUD die deeluitmaken van deze Handleiding.
- Nominal vermogen van de motor (bij 2800 min ^-1 )
HOE UW MACHINE HERKENNEN
Dit boekje beschrijft de werkzaamheden voor voorbereiding, gebruik en onderhoud van een reeks machines die hier enaar verzillen vertonen;.daarom is het belangrijk dat u met zekerheid het model van uw machine identificiert om alle informatie die erop betrekking heeft correct te konnen volgen.
Het model van uw machine worden aangegeven in het "identificatielabel" in punt 4 en bestaat uit een reeks letters en cijfers.
Op de volgende paging's van dit boekje worden elke handeling met betrekking tot een of meer specifieke modellen voorafgegaan door de aanduiding van de modellen waarnaar het verwijst; als er geen individatie verschijnt,要去 deze beschrijving beschouwd worden als geldig voor alle modellen.

2.2 IDENTIFICATIE VAN DE HOOFDCOMPONENTEN
De machine bestaat uit een série hoofdcomponenten die de vol-gende werking hebben:
- Snijgroep: dit is de carter die de draaiende snij-inrichtingen omvat.
- Snij-inrichtingen: dit zich de elementen die ervoor dieren om het gras te maaien; de vleugeltjes die aan de uiteinden zitten, bevorderen de afvoer van het gemaaid grasaar het uitwerp-kanaal.
- Uitwerpkanaal: dit is het verbindingselementussen het maai-dek en de opvangzak.
- Opvangzak: dient nicht alleen om het gemaaide gras op te vangen, maar vomrt bovendien een veiligheidselement, waar het voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door de snij-inrichtingen meegenomen worden, ver van de machine weg kuren schieten.
- Achterste aflaatbeveiliging (beschikbaar op aanvraag): wanner deze op de plaats van de opvangzak gemonteerd is, verhindert ze dat eventuele voorwerpen die door de snij-inrlichting opgevangen werden, ver van de machine wegrozen schieten.
- Motor: brengt de beweging waar zowel de snij-inrichtingen als de wielaandrijving over;
- Accu: levert de energia om de motor te{kunnen starten; de kenmerken en gebruksvoorschriften staan in een specifieke handleiding aangegeven.
- Bestuurdersplaats: dit is de werkplaat van de bestuurdere, uitergerust met een sensor die de aanwezigheid van de bestuurdere waarneemt met het oog op de werking van de beveiligingsystemen.
- Stickers met aanwijzingen en verilgheidsvoorschriften: wijzen op de belangrijkste maatregelen die getroffen要去en worden om veilig te kunnen werkken. Hun betekenis worden uitgelegd in hoofdstuk 1.
- Inspectiedeurtje: om toegang te verkrijgen om enkele afstellingen uit te voeren.
3. UITPAKKEN EN VERVOLLEDIGEN
Om vervoers- en opslagreden worden sommige onderdelen van machine Niet in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
LET OP! De machine要去envlakke en solide ondergrunduitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
3.1 ACTIVERING EN AANSLUITING VAN DE ACCU
BELANGRIJK ACCUPLATI
De accu (1) bevindt zich darüber de motor en worden op+zijn plaats gehonden met een elastische trekker (2).
Haak de elastische opspanner (2) los en verwijder de accu. Verwijder de afdichtingtape en giet de elektrolytische oplossing (3) (verdund zwavelzuer, Niet meegeleverd: soortelijk gewicht 1,280) gelijkmatig verdeld over de zeselementen, tot het referentieniveau "HOOG NI-VEAU" bereikt worden dat op de accu aangegeben is.

BELANGRIJK O p het moment van het vullen mag de elek- trolytoplossing nichteer dan 30^ / 86^ bedragen).
Laat de accu na het vullen minimaal een half uur in rust. Het niveau van de elektrolytoplossing moet dalen. Giet opnieuw elektrolytoplossing tot aan het referentieniveau "UPPER LEVEL".
Het niveau moet steeds tussen de referenties "UPPER LEVEL" en "LOWER LEVEL" op de accu质量问题.
Plaats en sluit de vier (4)
meegeleverde doppen en laad de accu op.
BELANGRIJK Laad


de accu na activering ittijd volledig op. Wend u tot uw Dealer, die over de gepaste uitrustingen beschikt. De bijgeleverde acculader is NIET in staat om de eerste lading na de activering te volbrengen.
Sluit eerst de rode draad (5) aan op de positieve klem (+) en da de Zwarte draad (6) op de negatieve klem (-) met behulp van de bij
geleverde schroeven, zoals aangeduid. Besmeer de klemmen met siliconevet en let op de correcte positie van de beschermdop van de rode draad (5).
BELANGRIJK Om te voorkomen dat het beveiligingsystem van de elektronische kaart in werkig treedt, dient het starten van de motor absolut vermeden te worden voordat de accu volledig opgeladen is!
LET OP! Het uwr van de accu is corrosief en vervui- lend. Gebruik beschemende handschoenen bij het hanteren en gooit ze weg in overeenstemming met de geldende voorschriften.
BELANGRIJK Gebruik ENKEL de specifieke accu mod. CNB 31500-VK1-810-M1.
3.2 MONTAGE VAN DE OPVANGZAK A) Verbind het bovenste deel van het frame (1) met het voorste

element (2) met behulp van de meegeleverde schroeven en moeren (3) zoals aangegeven. Steek de twee rubberen stoppen (4) in de gaten van de buis van het frame vooraan (2).

HF2…HT
B) Voordat u de moeren (3) volledig vergrendelt,plaatst u de twee steunen (5) tussen de platen van het bovenste frame (1), met de rollenaar binnen gericht, en bevestigt u ze met de schroeven en moeren (6); vergrendelervolgens de moeren volledig (3).

C-D) Monteer de twee zijielementen (7) met behulp van de schroeven en moeren (8 en 9) Zoals aangegeven. Steek de twee rubberen stoppen (10) in de gaten van de twee zijielementen (7)
E) Plaats het zo gemonteerde frame in de stoffen behuizing (11) en zorg ervoor dat het correct langus de basisomtrek worden geplaatst. Haak de profielen in



kunststof (12) met behulp van een schroevendraier (13) aan de buizen van het frame.
HF2…HB· HF2…HM·
F) Plaats de planta (14):tussen het doeken het onderste deel van het rechter zij-element (7a) van het frame, zodat de gaten samenvallen.
F) Monteer het versterkingskruisstuk (15) onder het frame met behulp van de schroeven en moeren (16), waar bij u het platte gedeelte maar het doek gericht houdt.
G) Monteer het deksel (17) en bevestig het aan het bovenste deel van het frame (1) met behulp van zes schroeven (18).
HF2…HBHF2…HM
H) Plaats de ledigingshendel (19) in zijn zitting en monteer de stopschroef (20) met de bijbehorende moer (21).



3.3 MONTAGE VAN DE STEUNEN VAN DE OPVANGZAK

Bevestig, zoals aangegeven, de twee steunen (1) aan de achechterplaat (2) door middel van de drie schroeven (3) die voor elke steun+zijn bijgeleverd, zonder de bijbehorende moeren (4) te blokkeren.
De steunen (1)要去en zo worden gemonteerd dat de vleugeltjes (1a) maar binnen wijzen.
Haak de opvangzak vast aan de steunen (5) en centreer deze ten opzichte van de achterste plaat (2).
Stel de positie van de twee steunen (1) af ten opzichte van de board (6), zodate pin (7), wanner de opvangzak verdraaid worden, correct in de zitting (8) komt.



Verzeker u er nogmaals van dat het frame (5) goed gecentreerd is ten opzichte van de achterste plaat (2) en dat de rotatiebeweging correct verloopt, zoals hierboven aangegeven, draai dan de schroeven (3) en de bevestigingsmoeren (4) stevig vast.
3.4 MONTAGE VAN DE KANTELHENDELS VAN DE OPVANGZAK
HF2…HT
Plaats de as van de hendels (1) in de holte van de tweeplaatjes (2) en bevestig ze aan de binnenkant van de steunen van de opvangzak (3), met de meegeleverde schroeven en moeren (4) in de volgorde die aangegeven is in de afbeelding.

Maak het uiteinde van de stand (5) van de hefzuiger vast aan de hendel (6) met behulp van de pin (7) en monteer beiden elastische ringen (8).
Vooraleer de opvangzak op de steunen te monteren, dient men zich ervan te verzekeren dat de beweging van de hendels voor het kan-telen Niet verhinderd worden.
3.5 VERWIJDERING VAN DE BEVESTIGINGSHAAK VAN DE OPVANGZAK
Omwille van het transport, worden de bevestigingshaak (1) van de opvangzak aan de plaat achteraan geblokkeerd door middel van de veer (2). Deze veer要去 verwijderd worden alvorens de steunen van de opvangzak te monteren en mag Niet meer gelebruikt worden.

3.6 MONTAGE VAN DE VOORBUMPER

Monteer de Voorbumper (1) aan de onderkant van het frame (2) met behulp van de vier schroeven (3).
4. BEDIENINGSELEMENTEN

4.1 STUURWIEL
Hiermee können de voorwielen bestuurd worden.
4.2 BEDIENINGSELEMENT STARTER
Dit worden gebruikt om de motor koud op te starten. Ditveroorzaakt een verwijking van het(AP) mengsel en mag alleen voor de striktoodnizakelijkijke tijd worden gebruikt.
4.3 GASHENDEL
Regelt de snugheid van de motor. De diverse standen staan als volgt aangeven op de sticker:
«LANGZAAM» minimaal toerental van de motor
«SNEL» maximaal toerental van de motor
- Tijdens het rijden dient er een stand:tussen «LANGZAAM» en «SNEL" gekozen te worden.
Zet de gashendel tijdens het maaien in de «SNEL» stand.
Het contactslot heeft drie verschillende standen:
O «STOP» alles is uitgeschakeld;
«DRAAIEN» alle diensten zich ingeschakeld;
0 «START» Schakelt de startmotor in en de motor start.
Zodra de sleutel vanuit de «START» stand losgelaten worden,kommen dieze vanzelfeerin de «DRAAIEN»stand terug.
4.5 HENDEL HANDREM
De handrem voorkomt dat de machine gaat rijden na het parkeren. De hendel heeft twee standen:
A Remuitgeschakeld
(P) «B» = Remingeschakeld
- Om de handrem in te schakelen dient het pedaal (4.21) volledig te worden ingetrapt en de hendel in stand «B» gezet te worden; als de voet van het pedaal gehald worden blijft het in deze lage stand staan.
- De conditie "Rem ingeschakeld" worden aangegeven voor het branden van het contrôlelampje (4.13.e).
- Om de handrem waar uit te schakenen dient het pedaal (4.21) waer te worden ingetrapt, waarna de hendel automatischteringukt in stand «A».
4.6 GRASHOOGTE REGELAAR
Met deze hendel worden de snijgroep omhoog en omlaag gebracht; hij kan op 7 verschillende maaihoogtes ingesteld worden.


De zeven posities worden aangegeven van «1» tot «7» op het relatieve planta je, overeenkomend met hetzelfde aanlal maaihoogten, waarvan de waarden worden aangegeven in de tabel "Technische kenmerken"
(Hoofdstuk 10).
- Om van de ene maar de andere stand over te gaan, dient er op de ontgrendelknop aan het einde van de hendel gedrukt te worden.
4.7 TOETS TOELATING SNIJDEN BIJ ACHTERUITVERSNELING

Houd de toets ingedrukt om achefteruit te rijden met de snij-inrichtingen ingeschakeld, zonder dat de motor stopt.
4.8 COMMANDO VOOR INSCHAKELING EN REM VAN DE SNIJ-INRICHTINGEN
Met dit commando kan de snij-inrichting via een elektromagnetische koppeling worden gekoppeld:


Ingedrukt
=Snj-inrichtingenuit-geschakeld


Uitgetrokken=
Snij-inrichtingen ingeschakeld

- De "Snij-inrichtingen ingeschakeld" stand worden aangegeven doordat het controelampje brandt (4.13.g).
- Het inschakelen van de snij-inrichtingen zonder het in acht nemen van de voorgeschreven verilgheidsmaatregelen veroorzaakt het afslaan van de motor die Niet meer kan worden aangezet (5.2).
- Door de snij-inrichtingen uit te schakelen (Stand «A») worden er een rem in werkig gezet die binnen enkele seconden het draaien van de snij-inrichtingen stocht.
- Het inschakelen van de snij-inrichtingen inchteruitversnelling is enkel möglich wanner de toets 4.7. ingedrukt is.
4.9 INRICHING VOOR HET BEHOUDEN VAN DE SNELHEID (CRUISE CONTROL)
HF2417HM· HF2417HT· HF2625H
Deze inrichting staat toe de gewenste nselheid bij voorwaartse werkinq aan te honden, zonder dat het nodig is de pedaal ingedrukt te honden (4.22). De drukknop heeft twee posities:

- «A» = Ingedrukt. Inrichtinguitgeschakeld (niet actief)
- «B» =Uitgetrokken.
Inrichting insgeschakeld (actief)

- Door de inrichting aan te schakelen terwijl u vooruit gaat, za de machine de snugheid behouden die op dat ogenblik bereikt werk, zonder dat het nodig is het pedaal (4.22) ingedrukt te houden.
- Bij achefteruitversnelling kan de inrichting nicht aangeschakeld worden.
- Met de inrichting ingeschakeld, kan het pedaal voor中断eruitrijden Niet ingeschakeld worden (4.23).
- Bij stijgende of dalende banen, kan de snugheid veranderen ten opzichte van de snugheid die op vlakke ondergrond ingesteld werden.
Om de inrichting uit te schakelen en de bediening van de snelheid door middel van het pedaal (4.22) te herstellen, is het voloende
- op de pedaal te drukken (4.22);
of
- op de rempedaal te drukken (4.21).
In beide gevallen, keert de drukknop automatischer terug waar de positie «Ingedrukt».
4.10 AUX-AANSLUITING VOOR USB-ACCESSOIRES
HF2417HM· HF2417HT· HF2625H
Deze aansluiting kan USBapparaten opladen. De functie is alleen voor het opladen. De aansluiting heeft geen communicatiefunctie met het aangesloten USB-apparaat.

Er staat alleen stroom op het contactpunt wanner de sleutel (4.4) in de stand «DRAAIEN» staat.
Laad het USB-apparaat op verwijl de motor loopt, anders raakt de accu leeg.
Laad het USB-accessoire Niet op in regenachtige of vochtige omstandigheden. Gebruik onder de bovenstaande voorwaarden maakt de garantie ongeldig en de fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af in geval van problemen.
Open de dop van de USB-aansluiting Niet in regenachtige of stoffige omgevingen.
Gebruik geen apparatuurijdens het overbrengen of snijden.
Voordat u de apparatuur op de extra aansluiting aansluit, moet u ervoor zorgen dat u alle gegevens erop hebt opgeslagen. Als gegevens gewist worden tijdens het gebruik van de USB-poort, wijst de fabrikant alle verantwoordelijkheid af.
4.10.1 BIJKOMENDE USB-POORT
HF2417HM· HF2417HT· HF2625H
Ondersteuning om het USB-accessoire teplaatsen.

4.11 BEDIENING OMKANTELING OPVANGZAK
HF2…HB HF2…HM
Het omkantelen van de opvangzak om\
deze te ledigen, gebeurt aan de hand van\
de hendel (4.11.1), dieuit zichtung\
haald kan worden.

HF2…HT
De kanteling van de te legen opvangzak vindt plaats door op de knop (4.11.2) te drukken en deze ingedrukt te honden totdat de zak�hoogste positie bereikt (5.4.6).

De opvangzak keert'erug maar de werkpositie door de toets (4.11.3) in te drukken en ingedrukt te honden tot de haak wee vastgemaakt is en de bedienmotor stilstaat.
4.12 HENDEL INSCHAKELING "MULCHING"
HF2417HM· HF2417HT· HF2625H
Met deze hendel worden de functie "Mul chen" geactiveerd.

A = functie ingeschakeld B = functieuitgeschakeld
-Het inschakelen van de hendel moet gebeuren wanner de snij-inrichtingen uitgeschakeld zich.
- Wanner de functie "mulching" insgeschakeld is, moeten de beschermingen op de uitgang steeds gemonteerd zijn (opvangzak of aflaatbeveiliging) (5.3.5).
Wanneer u de sleutel (4.4) in de "RUN" -positie zet, worden alle waarschuwingslampjes tegelijkkertijd gedurende ongeveer een se- conde geactiveerd (met een kort akoestisch signaal) om de juiste werkking aan te gezven.
Het display (a) gaat maar de "informatiemodus" en met behulp van de MODUS-knop (b) kuren de volgende functies geseleerd worden:
a.1) Urenteller: De alfanumerieke cijfers tonen de uitgevoerde rijuren, verdeld in uren en tienden van uren.
De maateenheid worden gevolgd door de letter h;
HF2625…
- a.2) Toerenteller: geeft het motortoerental aan door middel van numerieke waarden.
Weergegeven waarde:
< 1600 laagste toerental
2600 snelheid voor transfers, snelheid voor snijder
- a.3) Voltmeter: De alfanumerieke cijfers geben de accuspanning aan.
Druk kort op de MODUS-knop en LAST hem los om de pictogrammen a.1, a.2, a.3 awhile in te schakelen. Op de alfanumerieke cijfers van het display worden de gevevens weergegeven die bij het geselecteerde pictogram horen, het LAST cijfer is gereseveerd voor de meeteenheid.
Gebruik de toerentellerwaarde nicht om het motortoerental in te stellen.
Vervolgens geeft de verlichting van een contrôlelampje aan dat:
c) de bediener nicht op de machine zit;
d) geenopvangzak;
- Als het knippert, betekent dit dat de opvangzak vol is en geleegd moet worden.
e) handremingeschakeld;
f) onvoldoende lading van de accu: Zoek de oorzaken in het hoofdstuk 7 van deze handleiding; - Als het knippert, betekent dit dat de accu de overspan
ningsdrempel bereikt; Stop de machine onmiddelijk, ontkoppel de accu en neem contact op met een erkend servicecentrum.
g) snij-inrichtingeningeschakeld;
h) brandstof in reserve: geeft aan dat er nog ongeveer 1,5 liter brandstof in de tank achechterblickt, wat voldoende is voor ongeveer 30-40 minutes werk op volle capaciteit;
i) koplampen aan;
- i.1) De sensor in het dashboard bevveelt de automatische inschakeling van de koplampen na een pau seconden duisternis en hun uitschakeling na een pau seconden helderheid. Houd het sensorgebied schoon enplaats geen vodden of voorwerpen op het dashboard om ongewenste ontsteking te voorkomen. Hethelderheidsniveau van de koplampen kan enkele seconden worden verlaagd als gevolg van een stroom storing tijdens het opstarten.
LET OP! Kijk nicht rechtstreeks in het LED-licht. Het kan de ogen nadelig beinvloeden.
j) N transmissiein"vrij".
k) afwijkingen in de smering van de motor: de motor要去 onmiddelijk worden gestopt, controller het motoroliepeil
(5.3.3) en neem contact op met uw dealer als het probleem zich blijft voordoen.
1) De inclinatie van de machine heeft een helling bereikt die nicht worden aanbevolen.
OPMERKING Dit pictogram dient alleen ter informatie en ondersteunt de gebruiker bij het herkennen van de helingshoek van de machine. Het waarschuwingslampje kan gaan branden als er plotseling wordt gestart / gestopt of wanner u plotseling draait. Vermijd dit soort acties.
OPMERKING Monteer alle componenten correct volgens de montage-instructies die in de handleiding worden beschreiben, anders werkt het controelampje van de kanteeling möglichk Niet correct.
De verlichtingstijd van het pictogram kan worden beinvloed door het gewicht van de bestuurder, het gewicht van de opvangzak en de bandenspanning.
Het ontstekingstijdstip van het waarschuwingslampje kan gewijzigd worden wanner een optioneel accessoire is gesmonteerd.
De kalibratie van de sensor die worden gebruikt voor de functie van het controleampje要去 door uw Dealer uitgevoerd worden zodate Zo goed werkt.
OPMERKING Neem contact op met uw dealer als de lichten vaak aangaan in verkeerde situations (het pictogram gaat bijvoorbeeld branden met de machine op een vlakke ondergrund of met een lage helling, enz.).
m) Vereist onderhoud.
Op hetzelfde moment dat het waarschuwingslampje gaat branden, verschijnt de uurdrempel voor interventie op het display in de vorm van een code:
M20 = Onderhoudsinterval van 20研究成果
M50 = Onderhoudsinterval van 50研究成果
M100 = Onderhoudsinterval van 100uur
M300= Onderhoudsinterval van 300 uu
De onderhoudswerkzaamheden die voor elke uurdrempel moeten worden uitgevoerd, worden beschreiben in (6.2). De onderhoudscode blijft op het display staan totdat de
motor gestart wordt of totdat de displayfuncties gewijzigd worden. Het onderhoudslampje blijft daarentegen branden, ongeacht de status van de motor of de displayfuncties.
Als gegli:tijdig meer dan een tijdsdrempel bereikt worden, verschijnen de desbetreffende onderhoudscodes om de 2 seconden in oplopende volgorde op het display.
Herstel de werkung aan het einde van elk onderhoud, anders blijven zowel de interventecode als het pictogram op het display staan en kan het onderhoudsinterval nicht correct worden geteld.
Om het bedrivif te herstellen:
- Houd de toets "MODUS" (4.13.b) gedurende meer dan 10 seconden ingedrukt, met de sleutel in de stand «DRAAIEN» en de motor uitgeschakeld.
De onderhoudscode en het pictogram worden weer op het display weergegeven wanner de volgende uurdrempel voor interventie bereikt is.
Als de onderhoudsindicaties hersteld worden voordat de uurdrempel voor interventie bereikt worden de onderhoudstijd weergegeven bij het eerste nuttige interval. Herstel in dit geval het bedrijf opnieuw als al erder onderhoud werk uitgevoerd.
HF2417…
Als de onderhoudsindicaties Niet onmiddelijk konnen worden hersteld nadat de motor is gestopt, wacht dan totdat de accuspanning onder de 12.7V zakt. Probeer verwolgens de onderhoudscode na te gaan.
HF2625…
n) Grafische indicator toerental motor: de in de grafische schaal weergegeven inkepingen nemen toe naarmate het motortoerental toeneemt. De grafische indicator en de numerieke waarde op het display (a.2) veranderen tegelijkkertijd.
o) Het akoestisch signaal is:
-
continu geeft de tussenkomst aan van de bescherming van de elektronische kaart; draai de sleutel van pos. «STOP» maar de positie «DRAAIEN»,
-
intermitterend signaling zak vol.
4.21REMPEDAAL
Dit pedaal stelt de rem van de achechterwielen in werking.
4.22VOORUITVERSNELLINGSPEDAAL
Dit pediaal worden gelebrukt om de aandrijvingaar de achechterwienen in de voorwaartse versnelling te brengen en de snugheid van de machine aan te passen.
-
Door de druk op het pedaal te verhogen, neemt de snelheid van de machine geleidelijk toe.
-
Als het pedaal worden losgelaten komt het automatisch wee in de vrije stand «N» terug.
-
De "Vrije" stand «N» worden aangegeven doordat het contrôle-lampje brandt (4.13.j).
4.23 ACHTERUITVERSNELLINGSPEDAAL
Met dit pedaal worden de achteruitversnelling van de wielen ingeschakeld en regelt u de slelheid van de machine.
- Door de druk op het pediaal te verhogen, neemt de snelheid van de machine geleidelijk toe.
- Als het pedaa wordt losgelaten komt het automatisch waar in de vrije stand «N» terug.
-De"Vrije"stand N>wordt aangegeven doordat het controlelampje brandt (4.13.j).


LET OP! De
achteruitver
snelling dient enkel ingeschakeld te worden als de machine stilstaat.
OPMERKING
Als een van de aandrijpfedalen bediend worden (4.5) ingeschakeld, stopt de motor.
4.24 ONTGRENDELING VAN DE HYDROSTATISCHE AANDRIJVING
Deze hendel heeft twee standen die op de desbeteffende sticker staan aangegeven:

A = Aandrijving ingeschakeld: voor alle gebruikscon-dities, tijdens het rijden en het maaien;

B = Aandrijving ontgrendeld: vermindert aanzienlijk de kracht die nodig is om de machine, met dc motor uitgeschakeld, met de hand te verplaatsen.
Gebruik de machine alleén voor het doel
haaroor zij gemaakt is (het maaien en opvangen van gras). Eender welk ander gebruik worden als "oneigenlijk gebruik" beschouwd en brengt verval van, zowel de garantie, als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
- andere Personen, kinderen of dieren op de machine of op een oplegger vervoeren;
- ladingen trekken of duwen zonder het gebruik van het waarvoort bestemde toebehoren voor het slepen;
- gebruik van de machine op onstabile, gladde, bevroren, stenige of oneffen terreinen, in geval van plassen of moerassen die Niet toestaan de consistentie van het terrein in te schatten;
- gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval;
- de snij-inrichtingen aanschakelen op zones zonder gras.
GEVAAR!
Kom Niet aan de veiligheidsmechanismen en
verwijder deze nooit. DENK ERAAN DAT DE GEBRUiker ALTIJD AANSPRAKELIK IS VOOR SCHADE DIE AAN ANDE
REN BEROKKEND WORDT.
Alvorens de machine te gebruiken:
- lees de algemene veiligheidsvoorschriften (1.1), en be-steed speciale aandacht aan het rijden en het maaien op hellende terreinen;
- lees de gebruiksanawijzingen aandachtig door, raak vertrouwd met de bediening en leer hoe de snij-inrichtingen en de motor snel tot stilstand gebracht;kennen worden.
- breng handen en voeten Niet in de nabijheid van, of onder ronddraiende delen en blij.altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
Gebruik de machine Niet met een slechte lichamelijke conditie, of onder invloed van medicijnen of middelen die de reflexen en de aandacht können verminderen.
Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waar hij op moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op+zijn eigilgheid en dat van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
De machine nicht in hoog gras latent staan met een draaiende motor, teneinde geen risico op brand te veroorzaken.
LET OP!
Deze machine mag nicht gebrukt worden op
hellingen met een hellingspercentage van meer dan 10^ (17%) 5.5).
BELANGRIJK
- Alle verwijzingen met betrekking tot de bediebsorden weergegeven in hoofdstuk 4.
5.2 FUNCTIONS VAN DE VEILIGHEIDSMECHANISMEN
De veiligheidsmechanismen haben twee functies:
- ze voorkomen de start van de motor als de veiligheidsmaatregelen Niet in alot zich genommen;
- ze stoppen de motor als er ook maar een enkel verilgheidsconditionie wegvalt.
Om de motor te starten, is het in ieder geval nodig dat:
- de koppeling in de "vrije" stand staat;
- de snij-inrichtingen uitgeschakeld zich;
- de bediener op de machine zit.
De motor stopt automatisch als:
- de bediener de stoel verlaat;
- de opvangzak worden opgetild of de aflaatbeveiliging worden verwijderd toenwijl de snij-inrichtingen ingeschakeld+zijn;
- men de weiteruitversnelling inschakelt met de snij-inrichtingen ingeschakeld. Deze möglichkheid kan uitgeschakeld worden door de toets 4.7 ingedrukt te honden.
- de voorwaartse versnelling worden ingeschakeld met de parkeerrem ingeschakeld.
De volgende tabel toont enkele operationele situations, met de orzaken voor de interventie gemarkeerd.
| OPERATOR | OPVANGZAK | SNIJ-INrichtING | KOPPELING | REMMEIN | MOTOR |
| A) PANEL INGESCHAKELD (Sleutel in positie «DRAAIEN») |
| Zit op stool | JA | Utgeschakeld | «N» | Utgeschakeld | Stilstaand |
| Zit op stool | NEEN | Utgeschakeld | «N» | Utgeschakeld | Stilstaand |
| B) STARTEN (Sleutel In de "START" stand) |
| Zit op stool | -/- | Utgeschakeld | F/R | Utgeschakeld | Slaat NIET aan |
| Zit op stool | -/- | Ingeschakeld | «N» | Utgeschakeld | Slaat NIET aan |
| Atwezig | -/- | Utgeschakeld | «N» | Utgeschakeld | Slaat NIET aan |
| C) TIJDENIS DE WERKING (Sleutel in positie «DRAAIEN») |
| Zit op stool | JA | Utgeschakeld | F/R | Utgeschakeld | Stopt |
| Atwezig | JA | Utgeschakeld | «N» | Utgeschakeld | Stopt |
| D) TIJDENIS HET MAAIEN (Sleutel in de "DRAAIEN" stand) |
| Zit op stool | NEEN | Ingeschakeld | -/- | Utgeschakeld | Stopt |
| Zit op stool | JA | Ingeschakeld | R | Utgeschakeld | Stopt* |
| Atwezig | JA | Utgeschakeld | «N» | Utgeschakeld | Stopt |
| Atwezig | JA | Ingeschakeld | -/- | Utgeschakeld | Stopt |
5.3 UIT TE VOEREN WERKZAAMHEDEN VOOR DE INGE-BRUIKNAME
Alvorens te beginnen met werkden dieren er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te+zijn dat het werk op
de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.

5.3.1 De stoei afstellen
De stoe schuift voor- en achechteruit en is verstelbaar in zes verschil-lende standen.
De regeling geleurt door de handgreep (1) maar boven te brengen
en de stoel te latent schuiven tot in de gewenste stand.
5.3.2Bandenspanning
Schroef de beschermdopjes los en sluit de kleppen aan op een persluchttoevoer voorzien van een drukmeter.
Een juiste bandenspanning is moodzakelijk om de snijgroep geheel evenredig boven het grasoppervlak te krijgen, zodate u een moot maaibeeld krijgt.
De bandenspanning要去 als volgt+zijn:

VOORAAN 1.5 bar (13 x 5.00-6)
1.0 bar (15 x 6.00-6)
ACHTERAAN 1.2 bar
5.3.3 Olie en benzine bijvullen
BELANGRIJK
Gebruik SAE 10W30 olie en loodvrije (groene)
benzine Euro 95.
BELANGRIJK
Als de motor met onvoldoende olie worden gezeer ernstig beschadigd worden. Het gebruik van olie of olie voor tweetaktmotoren kan de levensor verkorten.
Verwijder de dop met de peilstok op een vlakke ondergrund en bij stilstaande motor. Breng hem helemaal in zonder hem vast te schroeven en verwijder hem dan om het oliepeil te controleren. Als het niveau dichtbij ofonder de ondergrens (MIN) van de peilstok is, vul dan bij met aanbevolen olié totdat deze de bovengrens (MAX) bereikt. Schroef de dop met de peilstok waar vast.
Vul brandstof bij met behulp van een trechter.
Vul de tank nicht volledig; het maximale niveau worden aangegeven op de hals van de tank.

De inhoud van de tank is aangegeven in hoofdstuk 10.
BELANGRIJK
BELANGRIJK De schade aan de toevoerinstallatie of problemen in verband met de performances van de motor die voortkomen uit veronachtzaming bij het opbergen, zichn nicht gedekt door de garantie.
OPMERKING
Als er benzine op
de carrosserie is gemorst, moet u onmiddelijk alle sporen afkui-isen.
GEVAAR!
Het bijvullen dient altijd te gebeuren met de
motoruit.Doe dit in de openlucht of in een goed geventileerde ruimte.Denk er alttijd aan dat benzinedampen brandbaar zijn! GEEN OPEN VUUR IN DE BUURT VAN DETANK BRENGEN OM DE INHOUD TE CONTROLEREN EN NIET ROKEN TIJDENS HET BIJVULLLEN.

Alcoholhoudende benzine
BELANGRIJK
1 Als u benzine met alcohol gebruikt, zorg er dan taangetal ten minste gelijk of hoger is dan de index devolen door Honda (octaangetal 86). Er zijn tweetels benzine/alcohol: de ene bevat ethanol en de methanol.
Vereiste specificaties van de brandstof om de prestaties van het emissiecontrolesystem te handhaven: brandstof E10 vermeld in de EU-wetgeving.
Gebruik nooit mengsels benzine/alcohol die meer dan 10% ethanol bevatten. Gebruik geen benzine met een methanolgehalte (methylalcohol of houtalcohol) hoger dan 5% en zonder oplosmidelen of methanolcorrosie-inhibitoren.
BELANGRIJK
- Schade aan het brandstoffevoersysteme of problemen met de motorprestaties als gevolg van het gebruik van benzine met een alcoholgehalte dat hoger is dan het aanbevoleniveau, vallen Niet onder de garantie.
- Controller voordat u bij een weinig bekend benzinestation tankt, of de benzine alcohol bevat en, in voorkomend geval, welt type alcohol worden gezruikt en in welt percentage.
Alsijdens het gebruik van een bepaalde benzine ongewenste bedrijfsymptomen worden waargenomen, ga dan terug maar een benzine waarvan het alcoholgehalte zeker lager is dan de aanbevolen hoeveeelheid alcohol.
5.3.4 Controle van het remsystem
Zorg ervoor dat het remvermogen van de machine aangepast is aan de gebruiksvoorwaarden, en vat het werk Niet aan als u twijfels heb omtrent de doeltreffendheid van de rem. In geval vanood, stel derem af (6.3.4) en als er twijfel blijft bestaan over de efficiëntie, moet u uw dealer raadplegen.
5.3.5 Montage van de aflaatbeveiligingen (opvangzak of aflaatbeveiliging)
A LET OP!
Gebruik de machine nooit zonder deze bevei
ligingen!
HF2…HT
.
De beschemmingen要去en worden
gemonteerd met de kantelhendels
omlaag.
Bevestig de opvangzak, door de bovenste buis van het frame in de openingsen van de twee steunen (1) te steken.
Om de opvangzak perfect te centreren, dient men de twee symbolen op de opvangzak en op de achefterste planta uit te lijnen

13 NL
Zorg dat de onderste pijp van de opvangzakmonding zich vast haakt aan de waarvoort bestemde veerhaak (2). Indien het vasthaken moeilijk verloopt, of indien de opvangzak te los vastgemaakt is, dient men de veer af te stellen (6.3.6).
Indien men wenst te werken zonder de opvangzak, is er, op aanvraag, een kit aflaatbeveiliging (8.2) leverbaar die, zoals aangegeven in de bijbehorende instructies, op de awhile bevestigd dient te worden.

5.3.6 Controle van de veiligheid en de doeltreffendheid van de machine
- Controller of de beveiligingen werken zoals aangegeven (5.2).
- Controller of de rem correct werkt.
-
Begin nicht te maaien indien de snij-inrichtingen trillen of men twijfels heeft omtrent de scherpe staat van de snij-inrichtingen; denk er alltijd aan dat:
-
Een botte snij-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het gazon.
- Een snij-inrichting die Niet goed vastzit gaat op abnormale wijze trillen en is een potentièle gevarenbron.
LET O! Gebruik de machine nicht indien men nicht zeker is van de doeltreffendheid en veiligheid en contacteer de Verkoper voor de nodige controles of reparaties.
5.4 GEBRUIK VAN DE MACHINE
5.4.1 Het starten
GEVAAR! De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! DENK ER ALTIJD AAN DAT UITLAATGASSEN GIFTIG ZIUN!
Alvorens de motor te starten
- zet de koppeling in de vrije stand («N»)(4.22);
- schakel door de snij-inrichtingenuit(4.8);
- schakel de handrem in als u zich op een hellend terrein bevindt;
- activeer bij koud starten de choke (4.2);
- als de motor reeds warmgedraaid is, is het voldoende de hendel:tussen «LANGZAAM» en «SNEL» te zetten;
- steck de sleutel in het contactslot en draai deze in de «DRAAIEN» stand om het elektrische circuit in werkig te stellen, draai de sleutel daarna in de «START» stand om de motor te starten;
- laut de sleutel los zodia de motor gestart is.
Als de motor eenmaal draait breng de gashendel terug in de «LANGZAAM» stand.
BELANGRIJK Het commando choke moet worden uitgeschak-keld zodra de motor regelmatig draa; het gebruik ervan als de motor heet is, kan de bougie vervoilen en ervoor zorgen dat de motor onregelmatig loopt.
OPMERKING Als er moeilijkheden zijn bij het starten, blijd niet te lang aanhonden om de accu Niet uit te putten en de motor niet te verzuipen. Draai de sleutel wee in de «STOP» stand, wacht enkele seconden en probeer opnieuw te starten. Indien het probleem voortduurt, raadpleeg dan hoofdstuk «8» van deze handleiding en de handleiding van de motor.
BELANGRIJK Denk er altiijd aan dat de beveiligingsystemen het starten van de motor beletten wanneer de veiligheidsvoorschriften Niet in alot worden genomen (5.2). Nadat in de bovenstaande gevallen het belet tot starten is hersteld, dient de sleutel in de “STOP” stand gedraaid te worden voordat de motor opnieuw gestart
kan worden.
5.4.2 Vooruit rijden en verplaatsingen
LET O! De machine is nicht goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. Ze mag (volgens het Wegverkeersregelement) uitsluitend gelebruikt worden op privé-terrein dat voor verkeer gesloten is.
Tijdens het vervoer:
- de snij-inrichtingen uitschakelen;
- de snijgroep in de hoogste stand (stand «7») zetten;
Zet de gashendel in een tussenpositie:tussen «LANGZAAM» en «SNEL».
Schakel de handrem uit en LAST het rempedaal opkomen (4.21). Trap het tractiepedaal waar voren 4.22) en bereik de gewenste能力和 op het pedaal zelf aan te passen en op de juiste manier op het gaspedaal te handelen.
LET OP! Het inschakelen van de aandrijving moetplaatsvinden op de reeds beschreiben manier (4.22) om te voorkomen dat een te abrupte inschakeling het voertuig LASTEIGEREN EN DE CONTROLE VERLIEST,Vooral op hellingen.
5.4.3 Remmen
Neem eerst snugelheid af door het aantal omwentelingen van de motor te verminderen en trap daarna op het rempedaal (4.21) om nog meer snugelheid af te nemen totdat de machine stilstaat.
OPMERKING Een gevoelige vertraging van de machine worden al bereikt door het pedaal voor voorwaartse ofchterwaartse aanrijving los te lately.
5.4.4 Achteruit rijden
Het inschaken van deijkenuitversnelling DIENT.altijd bij stilstand te gebeuren.
Stop de machine en schakel de aprèsuitversnelling in door op het koppelingspedaal in de richting «R» te duwen (4.23).
5.4.5 Het gras maaien
Wanneer het gazon dat gemaaid moet worden bereikt is, moet men zich ervan verzekeren dat de opvangzak of de aflaatbeveiliging cor-rect gemonteerd zijn.
HF24...HF26...
De functie van de anti-scalp wieltjes is steeds een ruimte te behoudenussen het terrein en de rand van de snijgroep, om te vermijden dat deze het gazon kan beschadigen in geval van onregelmatigheid van het terrein.
leder anti-scalp wielje van de snijgroep kan op twee verschillende hoogtes gemonteerd worden: op de
laagste positie cervult het de functie van het behouden van de afstand; op de hoogste positie, wordenthese functie uitgesloten.
Om de positie te veranderen, schroeft u de pen (1) los en planta st u het wiei (2) in het bovenste of onderste gat van de rij die in de afbeelding worden getoond.
LET OP! Deze werkzaam


heid moet steeds op de vier wieltjes uitgevoerd worden, MET DE MOTOR EN DE SNIJ-INRICHTINGEN UITGESCHAKELD.
Beginnen met maaien:
- zet de gashendel in de «SNEL» stand;
- zet de snijgroep in de hoogste stand;
- schakel de snij-apparaten in (4.8);
- begin heel langzaam en voorzichtig te rijden op de grasgrond, zoals reeds eerder beschreiben is
stel de voorwaartse snelheid en de maaihoogte af 4.6) volgens de condities van het gazon (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gras); op vlak terrein kunt u deze algemene aanwijzingen volgen:
Hoog, dicht en nat gras 2,5 km/h Normaal onderhoden gazon 4 ... 6 km/h Laag gras - droog gazoneer dan 6 km/h
De snelheid kan trapsgewijs aangepast worden door de druk die op het koppelingspedaal worden UITgevoerd.
LET OP!
Bij het maaien van hellingen dient de rijnsel
heid verminderd te worden om de veiligheidscondities te garanderen (1.2 - 5.5).
Het is in ieder geval verstandig om, elke keer als er een afname in het aantal toeren van de motor worden waargenomen, de snugheid te vertragen; denk eraan dat er nooit een moot aaaibeeld verkreten kan worden als de rijnsnelheid te hoog is ten opzichte van de hoeveelheid gras.
Ontkoppel de snij-inrichtingen en zet de snijgroep in de hoogste stand als er over een obstakel heb noot worden gereden.
5.4.6 De opvangzak ledigen
Zorg dat de opvangzak Niet te vol raakt om verstopping van het uitwerpband te voorkomen.
Een intermitterend akoestisch signaal en het knipperen van het waarschuwingslicht (4.13.d)给他们 aan dat de opvangzak vol is; doe dan als volgt:

HF2…HB
HF2…HM
OPMERKING
Het legen van de opvangzak kan alleen wor
den uitgevoerd als de snij-inrichtingen uitgeschakeld zich; is dit Niet het geval dan slaat de motor af.
Trek de hendeluit (1) 4.11.1) en kantel de opvangzak om om hem te ledigen;
sluit de opvangzak weeop zo'n manier zodat deutsche zich vastkoppelt aan de veerhaak (2) en plaats de hendel (1) weer terug.
HF2…HT
OPMERKING
De bediening
voort het omkanteelen van de opvangzak werkt enkel wanner de snij-inrichtingen uitgeschakeld+zijn

- terwijl de bediener zit, houdt men de toets (3) (11.2) ingedrukt tot de opvangzak volledig omgekanteld is;
- wanner de opvangzak volledig leeg is, houdt men de toets (4) ( 4.11.3) ingedrukt tot de opvangzak helemaal omlaag gekomen is, en controleert men of hij aan de bevestigingshaak (2) bevestigd blijft.
OPMERKING
1 Het kan gebeuren dat, na het legen van de op-oudsissignaal wee afgaat op het momnt dat de
snijgroepen worden ingeschakeld doordat er nog grasresten (1) op de signaalmicro zich in achtergebelve; in dit geval is het voldoende om de snijgroepen uit te schaken en ze meteen weein te schaken om dit te stoppen. Indien het geluidssignaal aanhoudt, moet men de motor stopzetten, de opvangzak verwijderen en eventuele (1) halen.

5.4.7 Het legen van het UITwerpkanaal
In geval van hoog en nat gras gecombineerd met een te hoge snelheid kan er zich een verstopping van het uitwerpkanaal voordoen.
Gadan als volgt te werk:
- stop de machine, schakel de snij-inrichtingen uit en zet de motor af;
- verwijder de opvangzak of de aflaatbeveiliging;
- verwijder het opgehoopte gras bij de uitmonding van het uitwerp-kanaal.
LET OP!
Deze handeling dient altijd te worden uitgeuitgeschakelde motor.
5.4.8 Functie "Mulching"
De functie "Mulching" bestaat erin het gras binnenin de snijgroep te recycleren en tegelijkertijd in因其 gehakselde draadjes te snijden, en deze gelijkmatig over het gazon te verspreiden.
Indien het gemaaide gras rond de snijgroep afgeladen wordt of in hoopjes verspreid wordenijdens de mulching, is het gras möglich te lang of is de maaimaat te groot. De maaimaat voor de mulching moet ingesteld worden op onceveer 1/3 van de hoogte van het gras (maximaal 10-13 cm voor de mulching).
HF2317…
HF2417HB
Dit accessoire (op aanvraag verkrijgbaar) moet worden gesemonteerd zoals aangegeven in de betreffende instructies.

HF2417HM
HF2417HT
HF2625H
- De machine is uitgerust met een mechanisme waarmee u van de grasopvangfunctie maar de mulchfunctiekest omschakelen. Begrijp de gebruiksvoorwaarden van de twee functies goed alvorens ze te gebruiken.
- De functie "Mulchen" worden in- of uitgeschakeld via een speciale hendel (2) (4.12).
Bedien de mulchfunctiehendel verwilde opvangzak uit de machine verwijderd is, om ervoor te zorgen dat deze vrij werkteniet wordt belemmerd door het gras dat de werking ervan zou
beheren.
Indien er gras voor het luikje opgehoopt is, moet dit met een stok of een dergelijk werktuig verwijderd worden.

BELANGRIJK Indien men
een overdreven kracht uitoefent op de hendel wanner de kabel Niet correct is afgesteld of wanner er gras opgehoopt is, kan dit leiden tot breuk van de kabel of verrorming van de steun omwille van de te hoge belasting. Indien men merkt dat de hendel een te hoge kracht uitoefent, mag men de hendel nicht forceren, maar moet men de Dealer contacteren.
Na het maaien
Na de volledige dagelijkse maaisessie, raadt men aan de snijgroep, de aflaatband en de opvangzak van het gras te reinigen om defecten te voorkomen en een fouloze werkig te verzekeren bij het volgend gebruik van de machine.
Zet de motor stil, haal de sleutel weg, schakel de handrem aan en verwijder de opvangzak van het gras.
Controleer via de aflaatopening of de aflaatband nicht verstopt is door gras (verwijder het gras, indien deze verstopt is).
5.4.9 Na het maaien
Ontkoppel de snij-inrichtingen na het maaien en LAST de motor in toeren afnemen. Op de terugweg dient de snijgroep in de hoogste stand te staan.
5.4.10 Na het werk
Breng de machine tot stilstand, zet de gashendel in de «LANGZAAM» stand en schakel de motor uit door de sleutel in de «STOP» stand te draaien.
Door deze handeling worden de brandstofklep automatisch gesloten.
5.4.11 Schoonmaken en stallen
Berg de machine op in een droge ruimte, beschut gegen alle weersomstandigheden endek ze, indien mogelijk, toe met een zeit. Maak, na elk gebruik, de buitenkant van de machine schoon, leeg de opvangzak en klop deze goed uit om alle gras- en aarderessten te verwijderen.
Kijk of er grasresten in de motorruimte en op de snijgroep aanwezig bijen en verwijder ze om de doeltreffendheid van de machine op een optimaal niveau te honden.
LET OP! Leeg de opvangzak en LAST geen containers met gemaad graz in gesloten ruimtes anschter.
Reinig de delen in kunststof van de machine met een vochtige spons en een schoonmaakmiddel. Let er op dat de motor, de elektrische onderdelen en de elektronische kaart onder het dashboard Niet nat worden.
BELANGRIJK Gebruik in geen geval hagedrukreinigers of bijtende middelen voor het reinigen van de carrosserie en de motor!
Het reinigen van de binnenkant van de snijgroep en het uitwerpkanaal dient, onder de volgende condities, op een harde ondergrond te gebeuren:
Sluit een waterslang eerst op de ene speciale fitting (1) aan en daarna op de andere en LAST voor enkele minuten in elke fitting water lopen terwijl de snij-inrichtingen draaien.

Het is beter om de snijgroep, voor het schoonmaken, in de
laagste stand te zetten. Verwijder daarna de opvangzak, ledig en spoel deze uit en leg hem op eenplaats waar hij snel op kan drogen.
BELANGRIJK Om de goede werkig van de elektromagnetische koppeling Niet te compromitteren, dient men:
- te vermijden dat de koppeling in aanraking kommt met olie;
- geen hagedruk-waterstralen direct op de groep van de koppeling te richten;
- de koppeleng nooit met benzine reinigen.
5.4.12 Verwijdering van de bescherming van de riem en reingering van de snijgroep
LET OP! Op de bovenkant van de snijgroep mogen zich geen afval en droge grasresten ophopen om de doeltreffendheid en de veiligheid van de machine op maxiaal niveau te honden. Deze handeling moet 2-3 maal peraaruitgevoerd worden en alvorens de machine lange tijd ongebruikt te lately (bijvoorbeeld, maar nicht uitsluitend) aan het einde van het seizoen.
LET OP! Er zijn twee beschemmingen van de overbren-gingsriemen voorzien op uw machine (een rechts en een links), om ongewilde aanrakingenijdens het gebruik te verhinderen.
HF2317
De linkse bescherming (1a) is bevestigd door:
- twee moeren (2a), die losgedraaid konnen worden met een sleutel van 10 mm.;
- een voorste schroef (3a) en een centrale schroef (3b), die los-gedraaid waren met een sleutel Torx T30;

De rechtse bescherming (1b) is bevestigd door:
- twee moeren (2b), die losgedraaid konnen worden met een sleutel van 10mm.;
- een voorste schroef (3c) en twee centrale schroeven (3d), die losgedraaid+kunnen worden met een sleutel Torx T30.
OPMERKING Wonneer de linkse beschemming (1a) verwijderd wordt, moet men erop letten de pijpen Niet los te makev van de verbinding voor de interne reiniging van de snijgroep.
Bij het opnieuw monteren van de linkse en rechtse beschermingen, dient men eerst de moeren (2a) en (2b) wee por hun plaats te zetten enervoigens alle schroeven te bevestigen.


HF24··
HF26*
De linkse bescherming (1c) is bevestigd door:
- twee moeren (2c), die losgedraaid können worden met een sleutel van 10mm
- een voorste schroef (3e) die losgedraaid kan worden met een sleutel Torx T30.
- een centrale schroef (3f) met een afstandstuk (4), die losgedraaid können worden met een sleutel van 10mm .

De rechtse bescherming (1d) is bevestigd door:
- twee moeren (2d), die losgedraaid nutzen worden met een sleutel van 10mm ..
- een voorste schroef (3g) die losgedraaid kan worden met een sleutel Torx T30:
- een centrale schroef (3h) met een afstandstuk (4), die losgedraaid+kunnen worden met een sleutel van 10 mm.

Bij het monteren van de linkse enrechtse beschermingen,要去 men erop letten de afstandsstukken (3h) correcteer onder deschroeven (3f) en (3h) teplaatsen.
Om elke bescherming te verwijderen en de snijgroep te reinigen, moet men:
- de snij-inrichting in positie "1" (helemaal omlaag) zetten;
alle moeren en schroeven losdraaien met de juiste sleutels, zo wel rechts als links, de twee linkse en rechtse beschemingen verwiederen:
- de afval en de grasresten van de bovenkant van de snijgroep verwiederen.

LET OP!
De machine mag nicht gebrukt worden als ningeniet goed gemonteerd zich. Vervang de steeds indien ze beschadigd zich.
5.4.13 De machine opbergen engereuime tijd Niet gebruiken
Als een langereperiode van inactiviteit (meer dan 1 maand) wordt verwacht, koppelt u de aardkabel van de accu (zwart) los. Smeer ook alle verbindingen zoals aangegeven (6.2.1).

LET OP!
Verwijder zorgvuldig de droge grasresten die rt van de motor en de geluidemper opgehebben, om het ontstaan van brand te voornachine opnieuw gebruikt worden!
Leeg de brandstoftank door de slang bij de inlaat van het benzinefilter (1) los te koppelen.
Sluit de brandstofslang opniew aan.
Draai de aftapschroef van de carburateur (2) los en LAST de brandstof in een geschikte houder lopen. Draai de aftapschroef erin.
Verwijder de twee bougies en giet een eetlepel schone motorolie in de cilinders. Laat de motor 1 tot 2 seconden draaien met behulp van de startmotor en verdraai de contactsleutel. Hierdoor kan de olie gelijkmatig in de cilinders verdoeffd worden.
Hermonteer de bougies (6.4.5).





HF23
HF24...

HF2625

GEVAAR!
Benzine is bijzonder brandhaar. Bewaar de speciale reservoirs. Draai de dop altijd weer k van de machine en het benzinereservoir.
BELANGRIJK
De accu dient opgeborgen te worden op een cats. Laad de accu voor een lange periode van in dan 1 maand) alleen op met de acculader die bij nelevererd en laad deze op voordat u de activiteit (3).
Controleer, voordat er opniew met de machine gewerkt worden, of er geen benzine uit de slangen en de carburateur lekt.
5.4.14 Bevilingssysteme van de kaart
De elektronische kaart is voorzien van een zelffterstellende beschering die het circuit onderbreekt van zodra er zich een storing voordoet in de elektrische installment; de ingreep veroorzaakt het stilvallen van de motor en worden gemeld door een akoestisch signal dat enkeluitgeschakeld kan worden door de sleutel te verwijdenen.
Het circuit herstelt zichzelf automatisch binnen enkele seconden; de ooorzaak dient gezonden en verholpen te worden om herhaling van het voorval te voorkomen.
BELANGRIJK
Om te voorkomen dat het system in werkinq
treedt:
- mogen de polen van de accu Niet onderling verwisseld worden;
- mag de machine Niet gebruikt worden zonder accu om geen afwijkingen aan de laadregelaar te veroorzaken;
- moet erop gelet worden dat er geen kortsluiting veroorzaakt worden.
Respecteer de aangegeven beperkingen (max. 10^ - 17% ). Maai een hellend gazon alteid van bovenaar beneden en nooit in de dwarsrichting. Pas erg goed op bij het veranderen van richting om Niet op obstakels te stuiten (bijv. stenen, takken, wortels, enz.). Deze obstakels hunnet het lijwaarts glijden en het omkiepen van de machine veroorzaken of de macht over het stuur doein verliezen.
Het pictogram (4.13.l) geeft aan dat de hellingshoek van de machine de aanbevolen hellingsgrens benadert.

GEVAAR!
VERTRAAG DE SNELHEID OP HELLINGEN
ALVORENS VAN RICHTING TE VERANDEREN. Op een helling dient de handrem algid te worden ingeschakeld alvorens de machine te verlaten en onbeheerd ache ter te lien.
LET OP!
Op hellingen dient het rijden zeer zorgvuldig
te gebeuren om te voorkomen dat de machine zou steigeren. Vertraag de snugheid bij het begin van een helling, vooral bij het afdalen.
GEVAAR!
Gebruik dechteruitversnelling nooit om
snelheid te minderen; dit kan de macht over het stuur doen verliezen, vooral op gladde terreinen.
Afdaling van een helling kan uitgevoerd worden zonder het koppelingspedaal te bedieren
(4.22), om zoveel möglichk gebruik te maken van het remeffect van de hydrostatische aandrijving als de koppeling Niet ingeschakeld is.
5.6 TRANSPORTPOSITIE
ALET OPI
de machine op een vrachtwagen of op
een oplegger vervoerd moet worden, dient men toegangshellingen met geschikte draagkracht, bredte en lenghte te gebruiken. Laad de machine met de motor uitgeschakeld, zonder bestuurder en enkel duwend, met een geschikt aan tal personen. Zet, tijdens het transport, de snijgroep omlaag, schakel de handrem in en zorg dat de machine goed vastzit aan het vervoermiddel met touwen of kettingen.
5.7 NUTTIGE RAADGEVINGEN VOOR EEN MOOI MAAIBEELD
-
Voor een Mooi, groen en zicht gazon is het nodig dat het gras regelmagtig en op de juiste manier gemaad wordt.
-
Het is beter het grayscaleaien als het gazon goed droog is.
- De snij-inrichtingen dienen geen gebreken te vertonen en goed scherp te zichn, zodate het gras op de juiste manier worden afgesneden zonderuitgerukt te worden. Dit kan namelijk tot vergeling van de punten leiden.
- De motor dient op volle toeren te draaien om zowel het gras op de juiste manier af te snijden als een goede afvoer van het gras maar hetuitwerpkanaal te verkrijgen.
- De maaifrequentie worden bepaald aan de hand van de groei van het gras, waar bij vermeden moet worden dat het gras te hoog worden.
- In de warmste en droogsteijden van hetJAar is hetbeter om het gras iets hoger te laten worden zdat het gazon Niet uittdroegt.
- Als het gras erg hoog is, raden wij aan om het gazon, metussenpoos van een dag, in twee keer te maaien, de eerste keer met de snij-inrichtingen in de hoogste stand en smalle grasstroken tegelijk maaiend en de tweedekeer met de snij-inrichtingen in de gewenste stand.
- Het gazon zal er mooier uitzien als het maaien afwisselend, in de lengte- en in de dwarsrichting uitgevoerd worden.
- Als de afvoer zich telkens verstopt met gras is het better om de snugelheid te vertragen zodate het maaien Niet te snel gebeurt ten opzichte van de conditie van het gazon; mocht het probleem aanhouden dan kan het ook�n dat de snij-inrichtingen Niet goed geslepen zijn of dat het profiel van de vleugels verrormd is.
- Pas erg goed op bij het maaien langs struiken en boorden. Deze können

de stand van de snijgroep ontregelen en derijkant van de snijgroep en de snij-inrichtingen beschadigen.
5.8 OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE HANDELINGEN Tijdens HET GEBRUIK
| om... Vereist ... |
| de motor te starten ( 5.4.1) | Bereid de toestemmingen voor het op-starten voor en activeer de sleutel. |
| Voorwaarts verder te gaan ( 5.4.2) | Bedien de gashendel;Druk op het pedaal voor aanrijvingvoorwaarts ( 4.22). |
| te remmen of te stoppen ( 5.4.3) | Laat de motor in toeren afnemen endruk op het rempedaal. |
| achteruit te rijden ( 5.4.4) | Breng de machine;Druk op het pedaal voorchteruit rijden( 4.23). |
| gras te maaien ( 5.4.5) | Haak de opvangzak de dechterbescherming vast;Pas de hoogte van de anti-scalpwielenaan (uitgesloten: [HF2317***];Bedien de gashendel;Schakel de snij-inrichtingen in;Stel de snijhoogte af;Druk op het pedaal voor vooruit rijden ( 4.22); |
| de opvangzak te legen ( 5.4.6) | Stop met rijden, ontkoppel de snij-in-richtingen en bedien de hendels om de opvangzak te kantelen. |
| het uitwerpkanaal te legen( 5.4.7) | De hendel voor afstelling van de maai-hoogte meerdere malen inschakenoen zoheetaatkanaal te schudden en vrij te makesen.Stop met rijden, ontkoppel de snij-in-richtingen en schakel de motor uittverwijder de opvangzak en reinig het uitwerpkanaal. |
| de functie "Mulching" inschakenen( 5.4.8) | HF2317* HF2417HB* Dit ac-cesseire (op aanvraag verkrijgbaar)moet worden gemonteerd zoalsaangegeven in de betreffende instructies.HF2417HM* HF2417HT*HF2625** De functie «Mulching»wordt in- of uitgeschakeld aan dehand van een speciale hendel ( 4.12). |
| te stoppen met maaien( 5.4.9) | Schakel de snij-inrichtingen uit en ver-minder het toerental van de motor |
| de motor te stoppen ( 5.4.10) | Verlaag het motortoerental, wacht eenpeer seconden, activeer de sleutel. |
| de machine op te bergen ( 5.4.11) | Schakel de handrem in, haal de sleuteluit het contact en reinig de machine,de binnenkant van de snijgroep, hetuitwerpkanaal en de opvangzak als ditnodig is. |
6. ONDERHOUD
6.1 VEILIGHEIDSADVIEZEN
LET OP!
Haal de sleutel uit het contact en lees de bij
geleverde instructies alvorens enige reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden te verrachten. Trek voor het demonteren en monteren van de snij-inrichtingen en voor alle handelingen die gevaarlijk kannen zijn voor de handen, geschikte kleding en werklandschoenen aan. De motor要去koud+zijn vooraleer het onderhoud aan te vangen.
A LET OP!
Gebruik de machine nooit als er onderdelen
versreten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderden要去en verrangen en Niet gerepareerd worden.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: onderden van een andere kwaliteit kunnen de machine beschaden en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker en derden.
BELANGRIJK
Gooi afgewerkte olie, oude benzine of andere ducten nooit acheleloos weg!
| Elke keer wonneer ... Vereist ... |
| de snij-inrichtingen trillen Controller | de bevestiging (6.3.1) of balancer de snij-inrichtingen (6.3.1) |
| de snij-inrichtingen het gras aftrek-ken en het gazon geel worden | Slijp de snij-inrichtingen bij (6.3.1) |
| De hoogte van het gras onregel-matig is | Stel de uitlijing van de 'snijgroep af (6.3.2) |
| De inschakeling van de snij-inrich-tingen onregelmatig is | Stel de regelaar van de koppeling opnieuw in (6.3.3) |
| De remmen Niet goed werken Stel de | veer van de rem af (6.3.4) |
| Het rijden schokkend verloopt Stel de | veer van het koppelstuk bij (6.3.5) |
| De opvangzak springt en openogaat | Stel de veer af (6.3.6) |
6.2 PERIODIEK ONDERHOUD
6.2.1 ONDERHOUDSPROGRAMMA
Het doel van deze tabel is om uw machine een optimale conditie te latenten behouden. De belangrijkste onderhouds- en smeerwerkzaamheden worden aangegeven met een indicatie van de freiuentie waarmee ze要去en worden uitgevoerd; naast elk vindt u een reeks vakjes waarin u of uw dealer de datum of het aanthal werkuren noteert waarop de intervente is uitgevoerd.

HF2417…
HF2625…
Herstel altd het pictogram en de uurdrempelecode voor inter
ventie (4.13.m) na het UITvoeren van onderhoudsactiviteiten.
.
| HANDELING | INTERVAL |
| Voer het onderhoud uit bij ieder interval van uren of maanden Working, al maar wat zich eerst voordoet | ACTIE | BIJ IEDER GEBRUIK | 3 MAAN- DEN of 20 UREN | 6 MAAN- DEN of 50 UREN | 1 JAAR of 100 UREN 300 UREN |
| Motorolie Controle ● | | | | | |
| Wissel ● (1) ● | | | | |
| Luchtfilter Controle ● | | | | | |
| Controle ◆ | | | | |
| Vervanging ● (3) ● (4) | | | | |
| Rooster van de leiding van de koellucht Controle ● | | | | | |
| Geluidsdemper Controle ● | | | | | |
| Rooster van de koelventilator Controle ● | | | | | |
| Accu | Laden | | | | | ● (*) |
| Controleer het niveau van de elek-troyt | | ● | | | |
| Controleer het niveau van de elek-troyt en de dichtheid van het zuur | | | | ● | |
| Banden en bandenspanning | Controle ● | | | | |
| Riem van de snijgroep | Controle ● | | | | |
| Overbrengingsriem | Controle | | ● | | |
| Remmen | Conditie van de rem | Controle ● | | | | |
| Klemming van de rem en van de be-dienstang van de koppeleng | Controle | | ● (1) ● (2) | | |
| Loop rempedaal | Controle en afstelling | | | ● | |
| Handrem | Controle | | | ● | |
| Conditie van de moeren van de snij-inrichtingen | Inspectie | ● | | | |
| Vastklemmen van de moeren van de snij-inrichtingen | Controle | | | ● | ● |
| Contitie van de snij-inrichtingen | Controle ● | | | | |
| Invetten voorste en achterste as | Smeren | | | ● | |
| Bougie | Controle en reiniging | | | | ● |
| Vervanging | | | | |
| Kabel van de versnellingknop | Controle en afstelling | | | ● | |
| Reservoir,uis en filter | Controle en afstelling | | | | |
| Speling van de kleppen | Controle,vervanging indien nodig | | | | |
| Vinnen van de motor en schot | Controle en afstelling | | | | |
| Mof van de inschakelpedaal | Reiniging | | | ● | |
| Mulching system | Controle en reiniging | ● | | | |
| Afstelling (indien nodig) | | | | |
(*) Als de machine gedurende meer dan 1 maand Niet gebruikt werden. Reinig de luchtfilter vaker indien de machine in een stoffige zone gebruikt worden.
(1) Gebruik dit interval enkel voor het eerste onderhoud.
(2) Dit interval heb te betrekking op het tweede onderhoud en op de aanropvolende onderhoudsbeurten.
(3) GCV530
(4) GXV690
6.2.2 Achteras
Deze bestaat uit een verzegelde eenheid en vereist geen onderhoud; de eenheid is voorzien van een permanente smering die geen verwanging of aanvulling behoeft.
6.2.3 Accu
Het is fondamenteel om de accu zorgvuldig te onderhoden voor een duurzaam bestaan. De accu van uw machine dient steeds te worden opgeladen:
- bij het eerste gebruik na de aankoop van de machine (3.1);
- vór elke langere periode waar de machine Niet zar worden gebruikt;
- voör de machine na een langeperiode van stilstand opnieuw in gebruik te nemen.
De machine is uitgerust met een connector (1) voor het opladen, die moet worden aangesloten op de overeenkomstige connector van de meegeleverde speciale onderhoudsacculader.


BELANGRIJK Op deze connector mag geen ander apparaat dan de acculader aangesloten worden.
Tijdens perioden van inactiviteit kan het laadiveau constant worden gehonden met de meegeleverde onderhoudsacculader.
BELANGRIJK De lading moet worden gehandhaafd met de acculader, volgens de instructies in de betreffende gebruiksin-stricties. Andere oplaadsystemen können de accu op een onherstelbare manier beschaden.
Een lege accu要去 neln möglichk worden opgeladen, anders kan onherstelbare schade aan de accu-elementen optreden.
Controleer regelmatig het niveau van de elektrolyt;gebruik voor eventuele bijvullingen ENKEL gedistilleerd water voor accu's.
6.3 CONTROLES EN AFSTELLINGEN
6.3.1 Demontage, bijslijpen en balanceren van de snij-inrichtingen
Een slecht geslepen snij-inrichting trekt het gras af, vermindert het laadvermogen en doet het gras geel worden.
BELANGRIJK Om toegang te verkrijgen tot de snij-inrichtingen, raadt men aan de snijgroep, die voorzien is van een snelle koppel- ing voor een gemakkelijke verwijdering, te verwijderen.
a) Verwijdering van de snijgroep
Verwijder de zijbeschermingen voor dat u de assemblage van de snij-inrichtingen verwijdert. (5.4.12).

HF2317
Nadat u de hendel voor het instellen van de maaihoogte in positie «1» hebt gebracht, verwijdert u de afsteller van de koppelingskabel (1) en LAST de veer (2) los.
Maak de riem van de snij-inrichtin

gen (6) los van de riemschijf van de koppeling (7).
Verwijder de twee verilgheidspennen (8) waarmee de twee drijfstangen (9) aan het frame bevestigd zich.
Haak de drie borgpennen (10) los waarmee de pennen op de hefhendels bevestigd zich en zorg ervoor dat u de moeren en borgmoeren nicht aanraakt omdezelfde parallelliteit terug te vinden wonneer ze weeer gemonteerd worden.
Na gecontroleerd te hebben dat er geen verhinderingen zich, kan

men de snijgroep verwijderen, door deze lichtjes gegen de klok in te draaien, zodat alle pinnen uit hun huizingenkommen.
Bij de montage, voert men de hierboven beschreiben handelingen in de omgekeerde volgorde uit, en verzekert men zich ervan dat het voorste uiteinde van het uitwerpkanaal correct aan de uitgang van de snijgroep past.
HF2417HM· HF2417HT· HF2625H
- Verwijder de bedienkabel van
- de "Mulching". Verwijder de
- splitpen (1) en neem het oogje
(2)weg.Draai de moer (3) los en verwijder de kabel (4).

HF24...HF26...
Zet de hendel om de maaihoogte te regelen op stand "1".
Haak de veer (1) van de inschakeling van de snij-inrichtingen los.
Maak het koppelingsregister (2) los en verwijder het van zijn zitting.
Maak de riem van de snij-inrichtingen (4) los van de riemschijf van de koppeling (5).

HF24
Verwijder de twee veiligheidspennen (6) van de twee pennen (7) van de voorste verbindingsstangen, zonder de positie van de moeren (8) en borgmoeren (9) los te make n of te veranderen.
Haal de twee veiligheidspennen (10) van dechterste pinnen en controllerer of er geen verhinderingen zich, nu kan de snijgroep verwijderd worden zodate alle pinnen uit hun huizingen komen.



HF26··
Draai de twee moeren (6a) van de twee pennen (7) van de voorste verbindingsstangen los, zonder de positie van de moeren (8) en borgmoeren (9) los te make n of te veranderen.

Haal de twee verilgheidspennen (10) van de achterste pinnen en controllerer of er geen verhinderingen zich, nu kan de snijgroep verwijderd worden zDat alle pinnen uit hun huizingen komen.

Bij de montage, dient men erop te letten de twee achechterste openingsen van de haakjes te gebruiken voor de bevestiging van de pinnen (7); voer de hierboven beschreiben handelingen in de omgekeerde volgorde uit, en verzeker u ervan dat het voorste uiteinde van het uitwerpkanaal correct aan de uitgang van de snijgroep past.
b) Demontage, bijslijpen en balanceren van de snij-inrichtingen
ALETOP! Alle handelingen aan de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of verranging) zijn inspannende werken en vergen een welbe-paalde vaardigheid en het gebruik van special gereedschap;uit verilgheidsoverwegingen, raadt men dus aan zich tot een gespecialiseerd servicecentrum te richten indien men Niet over het geschikte gereedschap of kennis beschikt.
LET OP! Draag stevige werkhandsschoenen om de snij-inrichtingen te hanteren.
Om een snij-inrichting te demon-teren, neemt men dit stevig vast en draait men de centrale schroef (1a - 1b) los met een sleutel van 15mm in de richting aangegeven door het pijlje voor iedere snij-inrichting, aangezien de ene bevestigingschroef een rechtse schroefdraad heeft en de andere een linkse.

1a = schroef met schroefdraad rechts (losdraaien gegen de wijzers van de klok in)
1b = schroef met schroefdraad links (losdraaien in wijzerzin)
De snij-inrichting (2) is aan de rotor (3) bevestigd door middel van de steun (4) en vier schroeven met rondsels (5).
Draai met een 10mm sleutel de vier schroeven (5) los en maak de snij-inrichting (2) los van de steun (4).

Slijp bevde snij-inrichtingen met behulp van een slijpschijf met een middelgrote korrel en controllerer of de snij-inrichtingen in balans zich door een Ronde staaf in het middelste gat teplaatsen.


LET OP!
Vervang de beschadigde of verwrongen steeds; probeer ze nooit te herstellen! GEORGINELE SNIJ-INRICHTINGEN!
Op deutsche machine mogen alleen de volgende koppels snij-inrichtingen gelebruikt worden
| HF 2317: 2b | | 80395-Y09-003
(82004345/1) | - | 80394-Y09-003
(82004344/1) | 2a |
| HF 2417: 2b | | 72511-VK1-A11
(82004341/1) | - | 72531-VK1-A11
(82004340/1) | 2a |
| HF 2625: 2b | | 72511-VK1-B11
(82004343/0) | - | 72531-VK1-B11
(82004342/0) | 2a |

LET OP!
De snij-inrichtingen (2) en de rotoren (3) zijn chillend en draaien in de tegenovergestelde er ker u er bij de montage dat de originele positomen worden.
Monteer elke snij-inrichting (2a - 2b) weeper op zijn rotor (3a-3b), volgens de vermeldingen "RH" (rechts) en "LH" (links) die op de rotor en aan de binnenkant van de snijgroep gedrukt zich en draai de vier schroeven (5) met rondsels vast met een sleutel met regelbare koppel op 9,5 Nm.


DPMERKING
De vermeldingen "rechts" en "links"—hebben bepositie van de bestuurder.

LET OPI!
Als een van de naven of beiden naven (7) van
de as loskomen tijdens het demonteren van de snij-inrichtingen, controlleren dan of de wiggen (8) goed in hun zittingengeplaatst werden. Bij het monteren dient de aangegeven volgorde aangehouden te worden. Let erop dat de vleugeltjes van de snij-inrichtingen maar de binnenkant van de snijgroep wijzen en dat de holle kant van de elastische veerring (6) tegen de snij-inrichting drukt. Draai de bevestigingsschroeven (1a-1b) aan met een 45-50 Nm dynamometrische sleutel.

1a = schroef met schroefdraad rechts (aandraaien in wijzerzin)
1b = schroef met schroefdraad links (aandraaien gegen de wijzers van de klok)

6.3.2 Uitlijning van de snijgroep
Een correcte afstelling van de snijgroep is belangrijk om een mootgelijkmatig gemaad gazon te verkrijgen.
OPMERKING Voor een moot maairesultaat is het verstandig om ervoor te zorgen dat de voorkant altijd 5-7 mm lager staat afgesteld dan de achterkant.
- Plaats de machine op een vlakke ondergrond en kijk na of de banden de juiste spanning hebben;
- plaats in overeenstemming met de middelijk van de snij-inrichtingen twee vulringen (1) van 24-28 mm onder de voorrand van de snij-inrichting en twee vulringen (2) 5-7 mm hoger onder de achterrand;
- breng de hefhendel maar positie «1».

HF2317…
- Schroef de twee moeren (3), de moeren (4 - 6 - 8) en tegenmoeren (5 - 7 - 9) van de drie gelede drijfstangen volledig los, tot de snijgroep op de vulstkucken rust;
- schroef de bovenste rechtstermoeren (6 - 8) en de onderste linkerkmoer (4) los tot men voelt dat de snijgroep omhoog begint te komen; blokkeer de drie tegenmoeren (5 - 7 - 9) en verstel de moeren (3) tot een minimale beweging van de hefendel een gelijkaardige beweging van alle drifstangen teweegbrengt.
Een hoogteverschil ten opzichte van het terrein tussen de rechten en linkerboard van de snijgroep worden gecompenseerd m.b.v. de twee moeren (4 - 8) en tegenmoeren (5 - 9) van dechterste drijfstangen.
Zet de bedienhendel in 2 of 3 verschillende standen, en contrôleer de de snijgroep gelijkmatig worden opgetild en dat voor elke stand het hoogteverschil tussen de Voorste en de achterste board ten opzichte van het terrein constant blijft.
Indien het optillen vooraan wat sneller of trager gebeurt ten opzichte van stand, kan de beweging worden bijgestuurd m.b.v. de moeren (10) van de aansluitstang (11).


Door de moeren van de stang aan te zetten worden het voorste.Deel opgetild en de beweging versneld.
HF24...HF26...
- Draai de moeren (3), de schroeven (5) en de tegenmoeren (4) - 6) zowel rechts als links los, zodat de snijgroep stabel op de vulstukken steunt;
duw de twee verbindingsstaven (7) awhile en verdraai de twee moeren (3) op de twee waar bij horende staven totdat u voelt dat het voorste deel van de snijgroep zowel rechts als links omhoog begint te komen; blokkeer verrolgens de tegen
moeren (4); -verstelbeideachterste moeren(5)totdatuvoelt dat hetachterstedeel van de snijgroepzowelrechtsals linksomhoogbegint te ko-men;blokkeerervolgendetegen

Indien men geen goede afstelling kan verkrijgen van de snijgroep, dient men zich Dealer te raadplegen.

6.3.3 Afstelling van de koppeleng en rem van de snijgroep
Tijdens het bedieren van de hendel om de snij-inrichtingen te ontkoppelen, worden er tegelijkertijd een rem in werkig gesteld die het draaien in enkele seconden stocht.
Eventuele rek in de kabel en de lengteverschillen in de drijfrem kunnen ontkoppeling of een onregelmatig draaien van de snij-inrichtingen veroorzaken.
In dit geval moet men de regelaar verstellen, volgens de verschil-lende werkwijzen van ieder model.
Verstel de regelaar (1) tot de veer (2) de juiste lenghte heeft.
HF2317…

HF2417

HF2625

In ieder geval, indien de koppeling na de inschakeling de riem nicht correct kan inschakenen of de snij-inrichtingen Niet na enkele se-
conden stilvallen, dient men onmiddelijk de Dealer te contacteren.
6.3.4 Bijstellen van de rem
De verlenging van de remafstanden ten opzichte van de aangegeven waarden (5.3.6), vereist de afstelling van de remveer.
Registrarie moet plaatsvinden met de parkeerrem ingeschakeld.
Toegang tot de verstelling is möglichk door het luikje in de tunnel aan de onderkant van de stoel te verwijderen.
Draai de moer (1) los waarmee de beugel (2) bevestigd is en werk op de moer (3) totdat een veerlangte worden verkreten van:
$$
B = 4 5 - 4 7 m m
$$
gemeten binnenin de rondsels. Vergrendel de moer (1) zodra de aanpassing is uitgevoerd.
BELANGRIJK Haal nicht aan onder deze waarden om overbelasting van de remassemlage te voorkomen.
LET OP! Neem onmid-
dellok contact op met uw dealer als de juiste werking van de rem Niet is hersteld. PROBEER GEN ANDERE INTERVENTIES OP DE REM UIT TE VOEREN NAAST DEGENE DIE HIER BESCHREVEN ZIJN.
6.3.5 Afstellen van de spanning van de aandrijfrem
Als de machine Niet voldoende rijkracht vertoont dient de spanning van de spanningsveer afgesteld te worden zodat de Beste werkconditie herkregen worden. Toegang tot de verstelling is mogelijk door het luikje in de tunnel aan de onderkant van de stoel te verwijderen.
Draai de borgmoeren (2) los en draai de schroef (1) zo nodig los om een lenghte "A" van de veer (3) te verkrijgen van:

$$
\mathbf {A} = 1 0 9 - 1 1 1 \mathrm {m m}
$$

opgemeten aan de buitenkant van de schroefwindingen. Na het afstellen dienen de moeren (2) waar vastgedraaid te worden.
OPMERKING Let goed op bij het gebruik van de machine na het verrangen van de drijsnaar. Het koppelen kan in het begin wat bruusk gaan totdat de drijsnaar ingereden is.
6.3.6 Afstelling van de veer van de bevestigingshaak van de opvangzak
Indien de opvangzak springt of opengaat wanner men op een oneven terrein rijdt of indien het moeilijk is de opvangzak waar vast te haken na het ledigen,要去 men de spanning van de veer (1) afstellen.
Wijzig het verbindingspunt door een van de gaten te gebruiken (2) tot het gewenste resultaat verkregen is.

6.4 DEMONTAGE EN VERVANGING
6.4.1 Vervanging motorolie
Laat de olie af wanneer de motor koud is.

Verwijder de vuldop met de peilstok enplaats een stuk karton of ie's dergelijks onder de afvoerijp om te voorkomen dat de olie op het machineframe druppelt.
Schroef de dop (1) los; let bij het opnieuw monteren van de dop op de positiOnering van de interne afdichting.
Vul met de aanbevolen olie totdat deze de bovenste limiet van de peilstok bereikt( 5.3.3). Schroef de dop met de peilstok weer vast.
6.4.2 Oliefilter verrangen
- Laat de motorolie af (4.1).
- Verwijder het oliefilter (1) met de filtersleutel (2) enaar de resterende olie weglopen. Gooi het oliefilter weg.
- Reinig de basis van het filter (3).
- Bedek de neue torusvormige aufdichtring (4) op het neue filter met schone motorolie.
- Installer het neue oliefilter op de filterbasis en draai het met de hand vast totdat de O-ring gegen de filterbasis zit.
- Schroef het oliefilter op het voorgeschreven aanhaalmoment aan (12 Nm - 1,20 kgm).
BELANGRIJK Gebruik alleen een=echt Honda-oliefilter of en filter van vergelijkbare kwaliteit dat specifiek is voor uw model. Het gebruik van een ongeschikt Honda-filter of een nicht-Honda-filter dat Niet van vergelijkbare kwaliteit is, kan de motor beschadenig.
- Vul de motor met de gespecifieerde hoeveelheid aanbevolen olie. Start de motor en controllerer of het filter Niet lekt.
- Stop de motor en contrôleer opniew hét oliepeil. Vul indien nodig olie bij tot aan het geschikte niveau.
OPMERKING Neem contact op met uw erkende Honda-dealer voor advies over de filtersleutel (special gereedschap).
6.4.3 Bijstand voor het luchtfilter


LET OP!
Reinig het luchtfilter nooit met benzine of licht oplosmiddelen. Dit kan een explosie of brand
BELANGRIJK
Laat de motor nicht draaien zonder het luchtfilter.
Vreemde voorwerpen zoals stof en vuil hunnen doordringen en snelle motorslijtage veroorzaken.
1.

HF23
HF24··

Maak de twee ontgrendellipjes (11) los van het deksel (12) van het luchtfilter.
Haak de twee lipjes (13) los van de filtersteun (14), verwijder verrolgens de filtersteun (14) en verwijder het sponsrubberelement (15)
- van de steun. Verwijder het papieren element (16).
-
Reinig de luchtfilterelementen als u ze opniew wilt gebruiken.
-
Sponsrubberelement (4-15): reinig dit in heet zeepwater, spoel en droog het volledig. Of reinig het in een Niet-ontvlambaar oplos-middel en droog het. Impregneer het element met reine motorolie, en wring het uit om de overtollige olie te verwijderen. Indien er te veel olie op het sponselement blijft, za er rook uit de motor komen wanner deze opgestart worden.
- Papirelement (3-16): klop het element eenaar keerlichtjes op een hard oppervlak om overtollig vuil te verwijderen of blaas persluucht (niet meer dan 2,1 kg/cm2) door het filter aan de zijkant van het luchtfilterhuis). Probeer nooit het vuil weg te borstelen; borstelen zou vuil in de verzels brengen. Vervang het papieren element als het erg vuil is.


HF23
HF24


HF2625
- Veeg het vuil weg van de binnenkant van het luchtfilterhuis (5-17) en van het deksel met een vochtige doeK. Zorg ervoor dat er geen vuil in de schone kamer (6-18) komt die de carburateur bereikt.
- Installeer de luchtfilterpatronen en het deksel opnieuw.

HF23··
HF24
Klem de weeb bouten (1a)
van het luchtfilterdeksel stevig vast.

HF2625
Haak de vergrendellipjes (11) stevig vast.
OPMERKING
Voorkom dat stof, vuil en afval de reinigingskamer
(luchtfilterhuis) binnendringenijdens het onderhoud van de luchtfilter.
6.4.4 Onderhoud brandstofffilter
A LET OP!
Benzine is een Licht ontvlambare stof die
onder bepaalde omstandigheden kan ontploffen. Rook nicht
en breng geen vlammen of vonden in de buurt van de mot- tor.
Controleer of er zich geen water of sediment in het brandstofffilter (1) heeft verzameld. Breng de motor in dit gevalaar uw erkende Honda-dealer.


6.4.5 Onderhoud bougie
Aanbevolen bougies:

HF2
23.
HF2
4.
BPR5ES (NGK) - W16EPR-U (DENSO).

HF2
2625
ZFR5F (NGK)
BELANGRIJK
Gebruik nooit een bougie met een ongeschikt
Voor een goede werkig van de motor moet de elektrode-opening van de bougie geschikt zich en mogen de bougies geen koolstofaf-zettingen bevatten.




HF23
HF24


HF2625
- Verwijder de bougiedeeksels en gebruik een bougiesleutel (1) om elkbe bougie te verwijderen.
A LET OP!
Als de motor ingeschakeld is geweest, is de erg heet. Pas op dat u zich nicht verbrandt.
- Controller de kaarsen visuel. Gooi de bougie weg als u slijtage opmerkt of als de isolator gechipt of bebarsten is. Reinig de bougies met een staalborstel als u ze opniew wilt gebruiken.
- Meet het interval van de bougie-elektrodes (2) met een diktemeter en corrigeer deze indien nodig door de zijelektrode te buigen (3). Het interval moet als volgt zich: 0,7 - 0,8 mm.
- Controller of het bougierondsel (4) in goede staat is en schroef de bougie met de hand vast om schade aan de schroefdraad te voorkomen.
- Nadat de kaars op+zijn basis is geplaatst, draaait u deze vast met
een bougiesleutel (1) zodat hij het rondsel aandrukt.
OPMERKING Wanner u de neue bougie installeert, draai u deze 1/2 draai na het bezicken om het rondsel aan te drukken. Draai bij het verrangen van een gebruike bougie deze 1/8 1/4 slag vast totdat deze is neergedaald om het rondsel aan te drukken.
BELANGRIJK De bougies moeten stevig worden vastgedraaid. Als de bougies Niet goed worden vastgedraaid, können ze oververhit raken en de motor beschadigen.

6.4.6 De wielen verrangen
Plaats de machine op een vlokke
ondergrond enplaats aan de kant waar het wiei verrangen要去
worden, een steunblok, onder een dragend deel van het chassis.
De wielen worden op hun plaats gehonden door een elastische ring (1) die verwijderd kan worden door middel van een schroevendraier.
De weiterbanden zijn rechtstreeks op de steekassen gemonteerd door middel van een spi in de naaf van de band.
OPMERKING Bij het verrangen van een of beiden anschterwienen dient erop gelet te worden dat ze bezelfde diameter hebben. Controller tevens de afstelling van de snijgroep om een ongelijkmatig maaibeeld te voorkomen.
BELANGRIJK Alvorens de banden aan te brengen dieren de wielassen met vet gesmeerd worden en dieren de elastische ring (1) en de borgring (2) wee precies op hunplaats gezet te worden.
6.4.7 De banden repareren of cervangen
De banden zijn "Tubeless" en iedere verranging of reparatie als gevolg van een lek dient dan ook door een vakman uitgevoerd te worden volgens de, voor dit type banden, geldende voorschriften.
6.4.8 De koplampen verrangen
HF23HF2417HB

De koplampen (10W) zijn door middel van een bajonetfitting in de lamphouder gedraaid. De lamphouder kan verwijderd worden door deze met behulp van een tang gegen de klok in te draaien.
6.4.9 Een zekering verrangen
Op de machine bevinden zich enkele zekeringen van verschillende capaciteit, waarvan de functies en kenmerken in de volgende tabel worden weergegeven:
1 - 10 Amp - (Rood) bescherming van de algemene
circuits en van de vermogens
circuits van de elektronische
kaart;
HF23HF24
2 - 15 Amp - (Blauw) bescherming van het laadcircuit;
HF2625H
2 - 15 Amp - (Blauw) bescherming van het laadcircuit;
3 - 10 Amp - (Rood) bescherming van het bestu-ringscircuit Kanteling zak.
- Door de:tussenkomst van de zekering (1) stopt de machine en gaat het dashboard volledig UIT.
- De zekering (2) worden geactiveerd wonneer het acculampje gaat branden(4.13.f).
- De tussenkomst van de zekering (3) verhindert de werkking van de besturingsmotor voor de Kanteling van de zak.


BELANGRIJK Een doorebrande zekering dient alltijd verwagen te worden door eenzelfde type met hetzelfde vermogen.
Neem contact op met uw dealer als deoorzaken van de ingreep nicht kuren worden verholpen.
6.4.10 Vervanging van de riemen
De verwanging van de riemen vereist demontage enaaropvolgende vrij complexe aanpassingen en het is essentieel dat dit aan uw dealer toevertrouwd worden.
OPMERKING Vervang de drijsnaren zoda zich tekenen van lijtage vertonen! GEBRUIK ALTIJD ORIGINELE DRIJFSAREN!
| PROBLEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING |
| 1. Met de sleutel op «DRAAIEN», blijt het dashboard uit, zonder enig geluids-signaal | Tussenkomst van het beschemingssystem van de elektronische kaartwegens:- Niet goed aangesloten accu- omgewisselede polen van de accu-lege of gesulfaterde accu-doogebrande zekering-onzekere massa op de motor of op het frame | Zet de sleutel op stand «STOP» en Zoek de orzaken van het defect:- controller de aansluitingen (€.1)- controller de aansluitingen (€.1)- laad de accu opnieuw op (€.2.3)- verwang de zekering (10 A) (€.4.9)- controller de aansluiting van de zwarte draden |
| 2. Met de sleutel op «DRAAIEN», blijt het dashboard uitgeschakeld, maar wordert er een continu akoestisch signaal geactiveerd | Tussenkomst van het beschemingssystem van de elektronische kaartwegens:- natte kaart- te hoge spanning van de accu-problemen aan de elektronische kaart | Zet de sleutel op stand «STOP» en Zoek de orzaken van het defect:- droog met lauw/warme lustchtensor - controller de accuspanning- controller de aansluitingen (€.3.1)- verwang de accu-contacteer uw Dealer |
| 3. Met de sleutel in de stand «START», gaat het dashboard aan, maar de start-motor draaït nicht | -niet goed opgeladen accu-niet goed aangesloten massa van de start-motor- geen consensus voor opstarten(€.5.2) | - laad de accu opnieuw op (€.6.2.3)- controller de aansluitingen van de aardegeleiderst- schakel de snij-inrichtingen uit: (indien het probleem aan houdit,要去 men de desbeteffende microschakelaar con-troleren)- zet de koppeling in de vrij stand (N)- zit stevig op de stool |
| 4. De sleutel staat in de «START」stand, de startmotor draaït maar de mo-tor slaat nicht aan | -niet goed opgeladen accu- te weinig benzineaanvoer-defect in de ontsteking- geen olie | - laad de accu opnieuw op (€.6.2.3)- controller het niveau in de benzinetank (€.5.3.3)- controller de bedrading van de openingsmagneet brandstof- controller het filter van de benzine (€.6.4.4)- controller de bougiekap jeust bevestigd is (€.4.5)- controller of de elektroden Niet vuil zich en of hun onderling afstand jeust is (€.6.4.5)- controller het motoroliepeil en vul bij indien nodig(€.5.3.3) |
| 5. Een moeilijke start of een onregelma-tige werkung van de motor | -problemen aan de carburateur | - reinig of verwang het luchtfilter (€.6.4.3)- maak het bakje van de carburateur schoon (€.5.4.13)- leeg de benzinetank en vul met neue benzine (€.5.4.13)- controller en verwang eventueel de benzinefilter (€.6.4.4) |
| 6. De machine start nicht | -transmissie Niet in neutraal (N) met "Cruise Control" Niet uitgeschakeld na het vorige gebruik. | -zet de sleutel op «STOP」- schakel de inrichting "Cruise Control" uit (€.4.9)Controller of het controleampje voor neutrale transmissie (N)(4.13,j) op het display oplicht.Neem contact op met uw dealer als het probleem zich blijft voordoen. |
| 7. Tijdens het maaien is er een kracht-verlies van de motor | -de rijnselheid is te hoog ten opzicht van de snijhoogte (€.4.5) | -neem in snelheid af en/of zet de snijgroep in een hogere stand. |
| 8. Wanner de snij-inrichtingen inge-schakeld worden, valt de motor uit | - geen consensus voor het inschakenen van de snij-inrichtingen (€.2)- Snij-inrichtingen ingeschakeld met achefter uitversnelling ingeschakeld | -ga correct zitten (controller de relativieve microschakelaar als het probleem blijt bestaan)- controller of de opvangzak de afiaatbeveiliging correct aangebracht zich (indien het probleem aanhoudt,要去 men de desbeteffende microschakelaar controlleder)- Druk op de toets voor consensus maaien inchteruitver-snelling (€.7) |
| 9. De inrichting "Cruise Control" worden nicht ingeschakeld (activeren) | - De componenten van de inrichting zich geblokkeerd of beschadigd | -Zet de sleutel op «STOP」- Contacteer uw Dealer. |
| 10. Het apparaat "Cruise Control" worden nicht uitzgeschakeld (deactiveren):- door op de paddestoelknop te drukken (4.9)- door de pedaal voor voorwaartse wer king in te schakelen (4.22)- door het rempdaal in te schakelen (4.23) |
| 11. Het controlampje van de accuGaat Niet uit na enkele minuten werk | - onvoldende lading van de accu - controller de aansluitingen | - |
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING |
| 12. Het controlelampje van de accu knippert | - de accu bereikt de overspanningsdrempel | - Zet de sleutel onmiddelijk op «STOP»; - Ontkoppel de accu; - Contacteer uw Dealer |
| 13. Het controlelampje van de olie gaat aanijdens het werken | - problemen met de smering van de motor Zet de | sleutel onmiddelijk op «STOP»: - herstel het niveau in de olietank (▶5.3.3) - verrang het filter (contacteer uw Dealer indien het probleem aanhoudt) |
| 14. - Kalibratie mislukt. De hellingslampjes (4.13.l) knippe ren afwisseled | - de condities van de machine zich nicht ge-respecteelr - kalibratie te laat | - Zet de sleutel op «STOP», controller de condities van de machine en neem contact op met uw dealer om de sensor opnieuw te kalibreren. |
| 15. - De hellingslampjes (4.13.l) lichten vaak foufief op | - defect van de sensor - Contacteer uw Dealer | |
| 16. - De hellingslampjes (4.13.l) lichten op wannee het oppervliek vlak is of een laag verloop hebft. | - er worden nicht veilig gereden - lage bandenspanning - hellingsensor nicht gekalibreer - problemen aan de elektronische kaart | - Rijd zonder plotselinge inschakelingen; starten, stoppen en draaien - controller de bandendruk - contacteer uw Dealer - contacteer uw Dealer |
| 17. Met de sleutel op "DRAAIEN" worden het USB-apparaat Niet opgeladen | - slecht verbondenIncorrect - Incorrecting het verbonden - storing van de USB-kabel - temperatuur USB-aansluiting te hoog - de accu Niet goed is opgeladen | Zet de sleutel op stand «STOP» en Zoek de oorzaken van het defect: - controller de verbinding van de Incorrecting - controller de verbinding van de Incorrecting - gebruk een andere USB-kabel - wacht tot de plug is afgekoeld en probeer het opnieuw - controller de accuspanning en het laadsystem |
| 18. De code voor het onderhoudsinter-val verschijnt Niet wannee de interven-tiedrempel bereikt is. (■modellen HF2417***) | - te hoge spanning van de accu | - controller de accuspanning op het display en wacht tot de spanningswaarde onder 12,7V zakt. Probeer dan opnieuw. |
| 19. De code voor het onderhoudsin- terval en het bijbehorende pictogram kunnen Niet hersteld worden, ook al is de motor uitzeschakeld. (■modellen HF2417***) |
| 20. De rij-uren (4.13.a.1) worden Niet geteeld (■modellen HF2417***) | - controller losgekoppeld - defect aan de controller of aan de elektronische kaart | - controller de aansluiting van de controller - controller de spanning van de accu met de motor ingescha-keld. Als de spanningswaarde lager is dan 12.7V, betreft de foult de controller. Als de spanningswaarde hoger is dan 12.7V, bettreft de foult de elektronische kaart. |
| 21. De rij-uren (4.13.a.1) worden Niet geteeld (■modellen HF2625***) | - motortoerentalsignaal losgekoppeld - defect aan de motor of aan de elektronische kaart | - controller de aansluiting van het motortoerentalsignaal - controller de numerieke waarde en de motortoerentalindi-cator op het display terwijde motor draaiit. Als de numerieke waarde en de grafische indicator waer-geveven worden, kan de foult betrekking hebben op de elektronische kaart. Als beiden Niet worden weergegeven, liegt de foult bij de motor. |
| 22. De holderheid van de LED-koplamp verminder安全性 het werk. | - lage accuspanning - de temperatuur van het elektronische appa-raat in de koplamunit is te hoog. | Zet de sleutel op stand «STOP» en Zoek de oorzaken van het defect: - controller de accuspanning en het laadsystem - wacht even. Start dan opnieuw. |
| 23. De hoofd- LED-koplamp想去 aan in donkere omstandigheden, met het parkeerlicht (daglicht) ingeschakeld. | - connector ontkoppeld - kabel slecht verbonden - problemen aan de elektronische kaart - bedrading beschadigd | Zet de sleutel op stand «STOP» en Zoek de oorzaken van het defect: - controller de verbindingen en de kabels - contacteer uw Dealer |
| 24. Het parkeerlicht (daglicht)想去 aan | - connector ontkoppeld - kabel slecht verbonden - bedrading beschadigd | Zet de sleutel op stand «STOP» en Zoek de oorzaken van het defect: - controller de verbindingen en de kabels - contacteer uw Dealer |
| 25. De motor stopt, en er worden een akoestisch signaal geveven | Interventie van de beveiliging van de kaart wegens: - de accu is chemisch wel actief, maar is nicht opgeladen - er is te veel spanning, veroorzaakt door de laadregelaar - de accu is Niet goed verbonden (er worden onjuist contact gemaakt) - de massa van de motor is Niet goed | Zet de sleutel op stand «STOP» en zoek de oorzaken van het defect: - laad de accu opnieuw op (€ 6.2.3) - contacteer uw Dealer - controller de aansluitingen (€ 3.1) - contacteer de massa van de motor |
| 26. De motor stopt, zonder enig akoes-tisch signaal | - accu Niet verbonden - geen massa op de motor - problemen aan de motor | - controller de aansluitingen (€ 3.1) - controller de massa van de motor - contacteer uw Dealer |
| 27. De snij-inrichtingen worden nicht ingeschakeld | - riem los - problemen aan de elektromagnetische inschakeling | - stel het bij met de regelaar (€ 6.3.3) - contacteer uw Dealer |
| 28. Een onregelmatig maaibeeld en on-voldoende opvang van gras | - de snijgroep staat Niet evenwijdig ten op zichte van het terrein - onwerkzaamheid van de snij-inrichtingen - de rijnselheid is te hoog ten opzichte van de hoogte van het gras (5.4.5) - het kanaal is verstopt - de snijgroep zit vol met gras | - controller de bandenspanning (€ 5.3.2) - herstel de uilijining van de snijgroep ten opzichte van het terrein (€ 6.3.2) - controller de correcte montage van de snij-inrichtingen (€ 3.1) - slijp de snij-inrichtingen bij of verwang ze (€ 6.3.1) - controller de riemspanning en de besturingsdraad van de snij-inrichting (€ 6.3.3) - neem in snelheid af en/of zet de snijgroep in een hogere stand. - wacht tot het gras droog is - verwijder de opvangzak en ledig het uitwerpkanaal (€ 5.4.7) - reinig de snijgroep (€ 5.4.11) |
| 29. Vreemde trillingen tijdens het werk | - de snij-inrichtingen�in UIT balans - de snij-inrichtingen�in losgekomen - de bevestigingen�in losgeraat | - breng de snij-inrichtingen in balans of verwang ze, indien ze beschadigd�in (€ 6.3.1) - controller de bevestiging van de snij-inrichtingen (€ 6.3.1) - controller en draai de bevestigingsschroeven van de motor en het chassis goed vast |
| 30. Als het aandrijfpedaal bediend worden met een draaiende motor, verplaatst de machine zich nicht | - ontgrendelingshendel in de "B" stand (€ 4.24) | -zet terug in stand «A» |
| 31. Moeilijkchemen bij het aanschakenen van de hendel "mulching" (■ modellen HF2417HM·-HF2417HT·HF2625H♦) | - De hendel beweegt Niet (probleem te wijten aan een ophoping van gras in het uitwerp-kanaal of in de snijgroep) - het luike sluit Niet correct | - verwijder het materiaaal dat zich neergezet heeft in het uit-werpkanaal en in de snijgroep - contacteer de wederverkoper |
Neem contact op met uw dealer als de problemen aanhonden na het uitvoeren van de hierboven beschreiben handelingen.
A LET OP!
Proe noit om zelf gcompliceer de reparies uit te voeren zonder de juiste hulpmiddelen en het nodige technische inzicht.
ledere slecht uitgevoerde reparatie brengt automatisch verval van, zowel de garantie, als de aansprakelijkheid van de Fabrikant teweeg.
8. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSORIES
1.KITBEVEILIGING
AFLAAT
80609-VK1-003
Kan inplaats van de opvangzak gebruikt worden als het gras Niet opgevangen worden.
2.KITAANDRIJVING 80596-VK1-003
Voor het voortrekken van eenkleine aanhanger.


- DOP EN SNIJ-INRICHINGEN VOOR "MULCHING"
HF2317: 80597-VK1-003
HF2417HB: 06805-VK1-A10
Om het gemaaide gras fjn te malen en op het grasveld te lately liggen inplaats van het in de zak op te vangen.

A LET OP!
Voor uw eigenveiligheid is het strikt verbo
den enig ander accessoire te monteren dan in boven vermelde lijst weergegeven is en nadrukkelijk voor uw model en type machine ontworpen is.
(^**) CO2-meting is het resultaat van een test met vaste cyclus in laboratoriumomstandigheden van een (master) motor die het type motor (motorfamilie) vertegenwoordigt en zal nicht de prestatiegarantie van een bepaalde motor impliceren of demonstreeren.
Maximale waarden voor geluid en trillingen
| MODELLEN | HF2317HME | HF2417HBE | HF2417HME | HF2417HTE | HF2625HMEH | HF2625HTEH |
| Gegarandeerd geluidsniveau(2000/14/CE, 2005/88/CE) | dB(A) | 100 | 100 | 100 | 100 | 105 | 105 |
| Gemeteniveau van akoestisch vermogen (2000/14/EG,2005/88/EG) | dB(A) | 100 | 100 | 100 | 100 | 103 | 103 |
| Meetonzekerheid | dB(A) | 0,67 | 0,34 | 0,34 | 0,34 | 0,77 | 0,77 |
| Geluidsdruk ooroperator (EN ISO 5395-1:2013 + A1:2018 / EN ISO 5395-3:2013 + A1:2017 + A2:2018) | dB(A) | 85 | 85 | 85 | 85 | 89 | 89 |
| dB(A) | 0,72 | 1,20 | 1,20 | 1,20 | 2,03 | 2,03 |
| Meetonzekerheid | | | | | | | |
| Werkelijke waarde van de versnelling op de stoel (EN ISO5395-1:2013 + A1:2018 / EN ISO 5395-3:2013 + A1:2017 +A2:2018) | m/sec2 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,7 |
| Meetonzekerheid | m/sec2 | 0,30 | 0,24 | 0,24 | 0,24 | 0,18 | 0,18 |
| Werkelijke waarde van de versnelling op het stuur (EN ISO5395-1:2013 + A1:2018 / EN ISO 5395-3:2013 + A1:2017 +A2:2018) | m/sec2 | 2,9 | 3,3 | 3,3 | 3,3 | 3,5 | 3,5 |
| Meetonzekerheid | m/sec2 | 1,07 | 0,93 | 0,93 | 0,93 | 0,97 | 0,97 |

(*) De waarde van het vermogen van de motor aangegeven in dit document is het werkelijkke geleverde vermogen, getest op een GCV530- en GXV690H-productiemotor, gemeten volgens de SAE J1349-norm bij 3600 tpm. (Effectief vermogen) en bij 2800min^-1 . (Netto vermogen). De in serie geproducede motoren konnen verschillende waarden hebben. Het afgegeven vermogen van de op de machine gemonteerde motor kan variieren, afhankelijk van vele factoren, waaronder de snelheid van de motorijdens het gebruik, de omgevingsomstandigheden, het onderhoud en andere variabelen
10. ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE
Aandrijving Voerschriften 1.4
Accu
Beschrijving 2.2-7
Verbinding 3.1
Langdurige inactiviteit 5.4.13
Onderhoud en opladen 6.2.3
Aflaatbeveiliging
Beschrijving 2.2-5
Montage op de machine 5.3.5
Akoestisch signaal
Functie 4.13-o
Interventie 5.4.6
Aux-aansluiting voor USB-accessoires
Functie 4.10
Banden Bandenspanning 5.3.2 Reparatie en verranging 6.4.7
Bijvullen Uitvoeringsmethodes 5.3.3
Choke Functie en gebruik 4.2
Handrem Functie van de hendel 4.5
Hellingen Voorzorgsmaatregelen voor gebruik 5.5
Inrichting voor het behouden van de slelheid
Functie en gebruik 4.9
Koplampen Commando inschakeling 4.13-i, 4.13-i.1 Vervanging lamp 6.4.8
Motor
Olie motor 6.4.1
Filter olie 6.4.2
Filter lucht 6.4.3
Filter brandstof 6.4.4
Bougie 6.4.5
Mulching
Hendel inschakeling 4.12
Functie 5.4.8
Opvangzak
Beschrijving 2.2-4
Commando Kanteling 4.11
Montage op de machine 5.3.5
Ledging 5.4.6
Afstelling koppeling 6.3.6
Onderhoud Uitvoeringsmodus 6.1-6.2
Pedalen aandrijving
Functie van de pedalen 4.22 - 4.23
Voorwaartse werkinq 5.4.2
Achteruit rijden 5.4.4
Reiniging Uitvoeringsmethodes 5.4.11
Remmen
Functie van het pedaal 4.21
Controle werkzaamheid 5.3.4
Gebruik van de rem 5.4.3
Afstelling 6.3.4
Sleutel Functie 4.4
Snelheidsverandering Voorwaartse werkung 5.4.2 Achteruit rijden 5.4.4
Snijgroep
Beschrijving 2.2-1
Interne reiniging 5.4.11
Verwijdering 6.3.1-a
Uitlijning 6.3.2
Snij-inrichtingen
Beschrijving 2.2-2
Koppeling 4.8
Demontage en bijslijpen 6.3.1-b
Afstelling van de koppeling 6.3.3
Smit
Afstelling hoogte 4.6
Achteruit maaien 4.7
Modus voor het maaien 5.4.5
Einde van het maaien 5.4.9
Raadgevingen voor het maaien 5.7
Functie "Mulching" 5.4.8
Starten Procedure voor het opstarten 5.4.1
Stoel
Beschrijving 2.2-8
Afstelling 5.3.1
Stuur
Functie 4.1
Transport
Uitvoeringsmethodes 5.6
Uitwerpkanaal
Beschrijving 2.2-3
Lediging 5.4.7
Veiligheid
Algemene normen 1.1
Etiketten en pictogrammen 1.3
Interventie van de inrichtingen 5.2
Controle werkzaamheid 5.3.6
Verlichte controleampjes
Functie 4.13
Versnelling
Wielandrijving
Afstelling van de riem 6.3.5
Wielen Vervanging 6.4.6
Zekering Vervanging 6.4.9
PRESENTACION
Estimado Cuestione,