JS63VC - Grasmaaier JOHN DEERE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis JS63VC JOHN DEERE in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - JS63VC JOHN DEERE
Gebruikersvragen over JS63VC JOHN DEERE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding JS63VC - JOHN DEERE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. JS63VC van het merk JOHN DEERE.
GEBRUIKSAANWIJZING JS63VC JOHN DEERE
Voor het lezen van de bedieningshandleiding gelieve de eerste en LASTe pagina uit te klappen.

Espanol
1 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje. 2
2 Inleiding. 2
3 Verklaring van de symbolen 3
4 Gebruik conform de voorschriften. 4
5 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine) 4
Algemene veiligheidsinstrumentes. 4
Voorbereidende maatregelen 4
Gebruik. 5
Onderhoud en opslag. 7
6 Beschrijving van de componenten 7
7 Voorbereidende werkzaamheden 8 Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1) 8 Montage van de startstang (Afbeelding D + L1) 8 Voorwienen vergrendelen en ontgrendelen (JS63VC) (Afbeelding T3) 8 Instellen van de maaihoogte 8 Stuurboomhoogte instellen (Afbeelding W3) 9
8 Voor de eerste ingebruikneming 9 Olie bijvullen (Afbeelding Y1) .9 Brandstof invullen 10
9 Starten van de motor (Afbeelding B + Z + E)..... 10
10 Uitschakelen van de motor. 10
11 Stoppen in geval van nood (Afbeelding F) 10
12 Rijaandrijving 11 Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G) 11 Regelen van de snugheid (Afbeelding H) 11
13 Het maaien 11
Maaien op hellingen. 11
Oliepeilcontrole. 11
Controle van de bedrijsveiligheid 11
Tijdelijke beperkingen 11
Tips voor de verzorging van het gazon 11
Maaien (Afbeelding M) 11
Mulchen. 12
Watverstaatmenondermulchen? 12
Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon? 12
Ombouw aan zijkantuitworp 12
14 Onderhoudsintervallen 13
15 Verzorging en onderhoud van de maier 13 Reiniging 13 Neerklappen van de geleidestangen
(Afbeelding B4 + C4 + D4) 13
Onderhoud van de messenbalk. 13
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk 14
Vervangen van de messenbalk (Afbeelding P) 14
Onderhoud van de voorwieten 14
Onderhoud van de awhileandrijving (Afbeelding R) 14
Voorwiellagers smeren JS63VC (Afbeeling E4).... 14 Voorwijelarréteerpen reinigen JS63VC (Afbeeling F4 + G4).... 14
Onderhoud van de aandrijving. 15
Bewaring van de maier. 15
16 Onderhoud van de motor 15 Motorkoelribben reinigen (Afbeelding H4) 15
Olie wisselen (Afbeelding V) 15
Brandstof navullen 16
Schoonmaken resp. verwangen van de luchtfilter (Afbeelding W) 16
Controle van de bougie (Afbeelding Y) 16
Overwinteren van de motor volgens voorschift (of bij langdurige stilstand) 16
17 Oorzaken van storingen en het verhulpen waarvan .. 17 Technische gegevens ....... zie binnenzijde boekomsglag
NL
1 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHET TYPEPLAATJE

1 Modelnummer
2 Seriennummer
3 Typebenaming
4 Motor nominaal toerental
5 Gewicht
6 Apparaatvermogen
7 Bouwjaar
8 CE conformiteitskeurmerk
9 Barcode
10 Gegerandeerd geluidsniveau
2 INLEIDING
Lieve tuinvriendin, lieve tuinvriend,
Wanner bij de fierheid op een verzorgde gazon nog de vreugde aan het werk in de tuin bijkomt, dan weet men eerst, wat men aan zich tuingereedschappen heeft. Met uw十几年e gazonmaaier van JOHN DEERE heegt u een goede keuze gemaakt. Hij verenigt het hoge prestatievermogen van een traditie-onderneming met de innovaties van moderne hightech. Dat voelt u, wanner u ermee werk, en het verheegt u, wanner u het fantastisch resultaat ziet.
Maar voor u met de gazonverzorging start, hier enige belangrijke informatie, die u absolut in acht dient te nemen.
Lees deze gebruksaanwijzing zorgvuldig, voor u de maaier voor het eerst in gebruik neemt, om u met de correcte bediening en het onderhoud van de machine vertrouwd te makeen en om letsels of schade aan uw gazonmaaier te vermijden.
Gebruik de gazonmaier voorzichtig. De op het toestel aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is verduidelijk op de openkapbare pagina.
De veiligheidsinstrumentes in deze gebruiksaanwijzing zichen gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina.
De omschrijvingen links en rechts hebben steeds betrekking op de in rijrichting geziene linker of rechtter zijde van het toestel. Hoe nauwkeuriger u de technische aanwijzingen in acht neemt, hoe betrouwbaarder uw gazonmaaier van JOHN DEERE za functioneren. Wij wijzen u er op, dat schade aan de maaier, die door bedieningsfouten is ontstaan, Niet onder de wettelijk garantieplicht vallen.
Wij wensen u veel vreugde bij de verzorging van uw gazon en uw grondstuk.
3 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
| WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften lezen en in acht nemen. Bij het gebruik conform de voorschriften hoort ook het opvolgen van de door de producent voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingvoorwaarden. | |
| WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd honden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl Personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving+zijn. | |
| WAARSCHUWING Benzine is Licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de heter motor+zijnlicht ontvlambaar. Brand en explosions hunken zware letsels en materièle schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop Niet geopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij ropende motor要去 de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd+zijn. | |
| WAARSCHUWING Benzine is Licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosions hunken zware letsels en materièle schade veroorzaken. Roken en open vuur+zijn het tanken verboden. | |
| WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen acheter de maier staand starten. Er op letten, dat de voeten Niet onder de behuizing+komen. | |
| WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij ropende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhoven. Er op letten, dat handen en voeten Niet onder de behuizing+komen. | |
| WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Voor het maaien, bijzonder van met loot bedekte oppervlakken, alle stenen, stokken, draden en andere vreeimde voorwerpen van het gazon verwijderen. Het toestel nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsinrichtingen gebruiken. Voor de eerste ingebrukneming de bevestigting van de messenschroef controlleren, daarna de messenbalk regelmatig op vaste zitting, slijtage en schade onderzoekeken. Een versleten of beschadigd mes uitwissenlen. Voor het starten van de motor controlleren, of de gereedschappen verwijderd+zijn. | |
| VOORZICTTG Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hove temperaturen. Verbrandingsgevaar! Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minutes latent af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. | |
| VOORZICTTG Wonneer bij werkzaamheden aan het toestel de bougiestekker Niet wordt afgetrokken, zou de motor gestart kuren worden en kuren zware letsels het gevolg+zijn. Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor uitschakelen, de bougiestekker aftrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, verwijderen. Voor overeenkomstige reinigings- of onderhoudsinstructies in de gebruiksaanwijzing naslaan. | |
| WAARSCHUWING Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. De motor uitschakelen en wachtent tot de messenbalk stil staat: - wonneer de maier opgeheven of gekanteld moet worden, bijv. voor transport; | |
| - bij het Niet op het gazon rijden op wegen of straten;- wanner de machine gedurende korteijd zonder toezicht achechterblijft;- voor de maaihoogte worden ingesteld;- voordat de uitwerpschacht worden ingebouwd resp. verwijderd;- voordat de grasopvangzak worden ingebouwd of verwijderd;- voor het bijtanken. | |
| VOORZICTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds verilgheidshandschoenen dragen. | |
4 GEBRUK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het toestel is uitsluitend bestemd voor het maaien van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Gebruik conform de voorschriften"). Elke verder leidende toepassing geldt als nicht conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de producent Niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Bij het gebruik conform de voorschriften hoog ook het nakomen van de door de producent voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingvoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langus de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- De maaier mag nicht worden gebruikt in het bijzonder voor het snoeien van bosjes, hagen en struiken, het snoeien van klimgewassen, begroeijng op daken en in balkonbloembakken of het afzuigen of schoonblazen van voetpen.
- Niet toegelaten is het gebruik van eender welke, Niet door JOHN DEERE vrijgeveen anvullings- en aanbouwtoestellen. Bij het gebruik van zulke aanvullings- en aanbouwtoestellen verrallen de CE-conformiteit en de aanspraak op garantie. Eigenmachtige veranderingen aan deze gazonmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de producent voor de waaruit resulterende schade uit.
5 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAIERS (BENZINE)
Algemene veiligheidsinstructies

Voor uw eigendveiligheid en voor een zo optimaal mogelijk werkig van uw machine raden wij u aan deze bedieningshandleiding zorgvuldig door te lezen. Neem dearend om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurdter of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere Personen, hun eigendommen en ongevallen waar bij deze betrokken zijn.
- Deze bedieningshandleiding hoor bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de neue eigenaar worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personne onder 16JAer en andere personnes die geen kennis hebben genomen van de bedieningshandleiding de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionalaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de möglichke bevaren en hoe ongevalten konnen worden vermeden. Dit toestel mag alleen door personen gebruikt, onderhonden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de bevaren geinstrueerd werden.

Maai nooit in het bijzijn van andere Personen, met name kinderen, of dieren.
- Berg de machine veilig op. Niet gebruikte machines要去en in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
Voorbereidende maatregelen
- Draagijdens het maaien algid stevige schoenen of veiligheidsschoenen en een lange broek. Maai nooit met blote voeten of met sandalen.

Controleer voor enijdens het maaien het te bewerken gebied en verwijder alle stenen, stokken, kabels en andere voorwerpen die konnen worden gegrepen en weggeslingerd.
- Maar beneden hangende takken en soortgelijke hinderissen können de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Voor het maaien op möglichke hinderissen zoals bijv. maar beneden hangende takken letten en deze Snoeien of verwijderen.
WAARSCHUWING

- Benzine is Licht ontvlambaar en uiterst explosief.
Brand en explosives können zware letsels en materiaiele schade veroorzaken. - Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontogankelijk bewaren.
Tank Niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof Niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten.
Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zinr roken en open vuur verboden. - Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, nicht vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerycan.
Tank benzine voor u de motor start. - Open de tankdop Niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is.
- Probeer de motor Niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder inplaats waarvan het apparaat van de met benzine verruilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor Niet te starten voordat de benzinedampen zijn verwlogen.
- Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weever volledig af.
-
Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.
-
Controlleroor gebruik aktijd visuuel of de messen, de bevestigingsbauten en de gehele maaieenheid verslen of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bevestigingsbauten ter voorkoming van onbalans.
Gebruik
- Het machine mag nicht in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Laat de verbrandingsmotor Niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen konnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
- Dragers van pacemakers月至daiende motor ge motorondderden aanraken die onder spanning staan.
- Geen koptelefoon dragen om maar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
Maai alleen bij daglicht of met voldoende Licht. Bestuur de machine stapvoets. - De rijnselheid aan de persoon en het terrein aanpassen. Verhoog de能力和 langzaam, totdat u de bij u passende rijnselheid hebt bereikt.
- Bijzonder voorzichtig bijn als onoverzichtelijk hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zich kannen beinvloeden.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveiligige positie konnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine nicht bedieren onder invloed van alcohol, geneesmiddelen of drugs.
- Indien möglichnest het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitgliden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen aktijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit maar boven of maar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
Maai Niet op overmatig steile hellingen! Het maaien op hellingen beinhoudt principeel gevaren. De grasmaier bezit een zeer groot vermogen, zodate hij nog op hellingen met een neigingsgraad van max. 25^ neiging kan maaien. Om veiligheidsredenen bevelen wij echter dringend aan, dit theoretisch vermogenspotentieel nicht volledig te gebruiken. Principeel mogen handmatig bestuurde grasmaaiers bij hellingen van meer dan 15^ Niet worden gebruikt. - Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze maar u toe trekt.
- Bijchterwaartse bewegingen met de machine(Int)kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en Niet uw evenwicht verliest.
-
Houd de door de lenghte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
-
Om een afglieden van het toestelijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de waarvoor voorziene grijinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van groete gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen.
Veiligheidsinrichtingen zijn:

Veiligheidsbedieningshendel
Bedieningshendel voor de motorrem op gevaarlijke momentarily loslaten: motor en messenbalk komen binnen drie seconden tot stilstand.
De functie van de veiligheidsbedieningshendel mag Niet buiten werkung worden gesteld.
Men moet controeren of de veiligheidsbedieningshendel werkt zoals voorgeschreveen. Als dat Niet het geval is要去 hui door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.
Bescherminrichtingen zijn:

- Behuizing, mulchafdekking, uitwerpschacht, grasopvangzak,spatbescherming
Deze bescheringnrichtingen beschermen gegen letsel door omhoog geslingerde voorwerpen.
Het apparaat mag Niet met beschadigde behuizing c.q. zonder op de voorgeschreveen wijze bevestigdespatbescherming, mulchafdekking c.q. uiterwerpschacht of grasopvangzak worden gebrukt.

Behuizing
Deze beveiligingsvoorziening beschermt gegen letsel door contact met de roterende mesbalk.
Het apparaat mag nicht met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten nicht onder de behuizingkommen.
- Afdekkingen van de riemaandrijving, motorafdekkingen
Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen gegen letsel door bewegende onderdelen.
Het apparaat mag nicht met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreveen wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt.
NL

- Veiligheidsrooster voor de uitlaat
De motor/uitlaat worden zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt gegen verbrandingen.
Het toestel Niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken.
De bescherminrichtingen mogen nicht veranderd worden.
- Wijzig de basisafstelling van de motor Niet of jaag hem Niet over zijn toeren.
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, Niet inschakelen.

Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisystem staan.

Bij het starten of aanlopen van de motor mag u de machine Niet kantelen, maar mag u deze, indien moodzakelijk, alleen zodanig schuin plaatsen dat de snijdgereedschap van de gebruiker af wijst maarECHTER slechts zover als dit absoluut moodzakelijk is. Start bij toestellen met zichdelingseuitworp de motor Niet, wanner u voor het uitworpkanaal staat.

Houd handen en voeten algid uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten nicht onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.

Zet de motor af en trek de bougiestekker los, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan en de contactsleutel, indien voorhanden, afgetrokken is:
- voordat u de machine contrôleert, schoonmaakt of werkzaamheden eraan uitvoert;
- voordat u blokkeringen of verstoppingen uit het uitwerpkanaal verwijdert;
- wanner er een vreemd voorwerp werk getroffen.
Wanner er een vreend voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar latent controeren of er onderdelen van de machine beschadigd of cervormd zich. Ook de möglichnoodzakelijkre reparaties steeds door een geauthoriseerde vakeworkplaats latent uitvoeren.
- Indien de machine ongewoon sterk begint te vibreren, is een onmiddellijke controde door de vakhandelaaroodzakelijk.
Schakel de motor uit, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan en de contactsleutel, indien voorhanden, afgetrokken is:
- als u de maiaier要去 optillen of moet kantelen, bijv. voor transport;
- wanner u de machineaar het maaioppervlak heb en weer transporteert;
- bij het ruiden buiten het gras;
- als u de machine even verlaat;
- wanner u de snijhoogte wilt regelen;
- voordat u de uitwerpschacht inbouwt resp. verwijdert;
- voordat u de grasopvangzak inbouwt resp. verwijdert;
-
voordat u bijtankt.
-
Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien zich te worden gedraaid.
Onderhoud en opslag
Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed+zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

Het omhoogheffen van de mulchafdekking en de montage of demontage van de uitwerpschacht mag enkel bijuitgeschakelde motor gebeuren.
Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waar eventuele benzinedampen met open vuur of vonden in contact kuren komen oontvlammen.
Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperatures.
Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minutes latenten afkoelen.
- Laat om brandevaar te voorkomen geen gras, bladeren of uitlopende olie (vet) op de motor, knalpot (uitlaat) en brandstoffank komen.
Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt.

Controleer de grasopvanginstallatie regelmatig op slijtage en werking.
Controleer ook elke keer voor het maaien de staat van de messen en kijk of de messen goed vastzitten. Een versleten of beschadigd mes moet absolut worsten verrangen.
De messenbalk dient steeds door een vakwerkplaats te worden uitgewisseld. Door een verkeerd gemonteerde messenkoppeling kan de messenbalk loskomen, wat tot zware letsels kan leiden.
Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een vakwerkplaats lately uittvoeren. Een ondeskundig geslepen en Niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen.
- Vervang om veiligheidsredenen verslen of beschadigde onderdelen.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden.altijd veiligheidshandschoenen.
Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alleen uit als de motor isuitgeschakeld en de bougiestekker is afgetrokken.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof worden gemorst.
Om vrijwarings- en veiligheidsredenogenmogen alleen originele reserveonderdelengebrukt worden.
6 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN
1 Veiligheidsbedieningshendel voor de motorrem
2Grendelhefoom voorwielen (JS63VC)
3 Aandrijbedieningshende
4 Olievulopening met oliestaaf
5 Voorwielen (JS63VC)
6 Snijhoogte-instelhendel
7 Vlotter
8 Bougie
9 Luchtfilter
10 Tankdop
11 Duwboomhoogteverstelling
12 Greep starterkabel
13 Variobedieningshendel
Voor de montage bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Maaier met gemonteerde sturboom
Zijdelingse uitwerpschacht - Gereedschapszakje met volgende inhoud:
Bedieningshandleiding
Conformiteitsverklaring
Diverse montageonderdelen.
Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar.
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1)
BELANGRIJK:
Schade vermijden! Beschadiging van de bowdenkabels bij de montage van de stuurbomen vermijden: De bowdenkabels Niet knikken of beschaden. De bowdenkabels voor het aandraaien van de bevestigingselementen aan de binnenzijde langs de stuurbomen verleggen. Ze zou nicht worden belemmerd.
- De maaier voorzichtig uit het verzendkarton nemen.
Gerande moer (A) aan elke zijde van het bovendeel van de stuurboom om 25mm (1 in.) losdraaien A1. - De gerande moer (B) en de platkopschroef (D) aan beiden zichden verwijderen A1.
- De Z-vormig samengeklapte sturboom waar boven uit elkaar trekken.
- Als het bovendeel en het onderdeel van de stuurboom in een lijn liggen, de gerande moer (A) aan beiden zijden met de hand aandraaien E1.
- De stuurbomen voorzichtigelijk aan achteren trekken en de boring in het onderdeel van de stuurboom met de gewenste hoogte-instellingsopening in de houder (C) uitlijnen B1. Er konnen drie verzischlende stuurboomhoogten worden ingesteld.
- Van binnen aan beiden zijden de schroef (D) door de houder en het onderdeel van de stuurboom doorsteken en de gerande moer (B) vast verschroeven. Aan beiden zijden bezelfde opening in de houder (C) gebruiken B1.
- De bowdenkabels met behulp van de kabelbanden uit het gereedschapszakje aan de onderste stuurboom bevestigen.
Montage van de startstang (Afbeelding D + L1)
- Om de starterkabel in te hangen要去erst de veiligheidsschakelbeugel (A) aan het bovengedeelte van de stang worden omgeklapt.
- De starterkabel (B) uittrekken en door een draaiende beweging in de houder van de starterhandgreep (C) haken.
Voorwielen vergrendelen en ontgrendelen (JS63VC) (Afbeelding T3)
AANWIJZING
De voorwienen latent zich nicht vergrendelen als zich de maaier op vlakke bodem bevindt. De maaier in de tuin schuiven om de voorwieren te vergrendelen.
De voorwieten dan vergrendelen als aan een helling, op oneffen vlakte worden gemaaid, of als de maaier achefterwaarts van een wand of uit een nauw bereik worden getrokken.
- De maaier op oneffen bodem voorwaarts schuiven.
- De hendel (A) in de vergrendelde positie (B) terugtrekken.
- Om de voorwieten te ontgrendelen de hendel (A) maar voren in de ontgrendelde positie (C) schuiven.
Instellen van de maaihoogte


Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Instelling van de hoogte van de voorwielen
JS63V
Over een hoogteinstelhendel aan het linker voorwiel kannen beiden voorwienen worden ingesteld.
- De hoogte-instelhendel in de gewenste positieplaatsen.
JS63VC (Afbeelding U3)
- De hoogte-instelhendel aan beiden voorwienen in de gewenste positieplaatsen.
Instelling van de hoogte van de weiterwielen (Afbeelding V3)
Over een hoogte-instelhendel aan het linker achechterwiel konnen beiden achechterwienen worden ingesteld.
- Het apparaat aan de onderste boomlicht met een hand omhoogheffen om het wieel een beetje te ontlasten.
- De snijhoogte-instelhendel met de andere hand in de gewenste positie plaatsen.
AANWIJZINGEN
Alle hendels op bezelfde hoogte instellen, behalve bij de twee laagste snijhoogte-instellen (A en B in de volgende tabel). In de twee onderste snijhoogten de darüberste hendel een groef hoger dan de voorste hendel instellen.
Deze instelling optimiseert de luchtstroom bij het uitwerpen en biedt bij het mulchen een optimaler afleggen van het maigoed.
Met een hogere instelling beginnen en deze dan eventueel maar beneden verstellen, om te vermijden dat het gazon te laag gesneden worden.
| Pos. | Snijhoogte-instelling | |
| (A) | 20 | mm |
| (B) | 33 | mm |
| (C) | 45 | mm |
| (D) | 59 | mm |
| (E) | 70 | mm |
| (F) | 85 | mm |
| (G) | 97 | mm |
mm
Sturboomhoogte instellen (Afbeelding W3)
AANWIJZING:
De hoogte van de onderste stuurboom kan op drie verschillende posities worden ingesteld.
- De gerande moer (A) en de schroef (B) aan beiden zichden van de stuurboom verwijderen.
- De stuurboom op de gewenste hoogte (C) draaien.
- Van binnen de schroef (B) door de houder en het onderdeel van de stuurboom doorsteken en met de gerande schroef (A) waar vast verschroeven. Aan beiden zichden bezelfde opening in de houder gebruiken.
NL
8 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING

Veiligheidsinstrumentie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Alle boutverbindingen en de bougiestekker controeren op juiste montage. De bouten better vastschroeven, indien nodig! Hierbij vooral de bevestiging van de messenbalk controeren (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de messenbalk").
De bevestigingschroef van de messen dient steeds door een vakwerkplaats te worden vastgeschroefd. Wanner de messenschroef te vast of te los wordt aangeschroefd, können messenkoppeling en messenbalk beschadigd worden of loskomen, wat tot zware letsels kan leiden.
Let u er op dat alle veiligheidsinrichtingen correct+zijn bevestigd en dat zij nicht beschadigd zich.
Olie bijvullen (Afbeelding Y1)

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel vagina 3
BELANGRIJK
Schade vermijden! De motor worden zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gezuld.
Vór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zich technische gegevens) met een trechter na het losschroeven van de oliepeilstok in deze opening vullen.
- De maaier op effen bodem parkeren.
- Olie langzaam tot aan de vulopening vullen. Niet te vol make.
- Olieniveau controlleren.
Oliepeilstok verwijderen. De peilstok met een schone lap afvegen, weein insteken en vastdraaien. Daarna de peilstok er wee uittrekken en het olieniveau aflezen. De olie moet zich tussen de markeringen "ADD" en "FULL"bevinden.
Eventeel olie navullen. Het olieniveau magECHter Niet boven de FULL-markering liggen.
Oliepeilstok in de motor weir insteken en vastdraaien.
- Na het eerste vullen het bord „NO OIL" (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen.
Brandstof invullen


Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
- Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standard brandstof.
-Benzinedop losdraaien. - Brandstof m. b. v. een trechter tot max. onderkant van de vulpijp invullen.
-Benzinedopweeraanbrengenen vastdraaien.
9 STARTEN VAN DE MOTOR (Afbeelding B + Z + E)



Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
De motor mag alleen acheer de maier staande worden gestart. Ga nooit aan de uitwerpzijde staan!
In elk geval de maaier op een effen Niet met hoog gras begroeide vlakte plaatsen (is het gras te lang, dan wordt daardoor het aanlopen van de mesbalk belemmerd en het starten onmogelijk). Waar dit Niet maybeijk is, de grasmaaier zo schuin opstellen, dat de snijdinrichting in de van de gebruiker afgekeerde richting wijst maarECHTER slechts zover als dit absolutoodnoodzakelijk is.
- De vlotter (A) drie tot vrij maal flink indrukken! (ook indien de motor wegens gebrek aan brandstof is blijven stil staan, brandstof bijvullen en de vlotter drie tot vrij maal indrukken) B.
AANWIJZING
Vlotteren is gewoonlijk bij hernieuwd starten van een warme motor Niet nodig. Bij koud weer kan zichter een hernieuwd vlotteren noodzakelijk+zijn.
- De veiligheidsschakelbeugel (B) op bovendeel van de duwboom drukken en vasthouden Z.
- De startkabel (C) langzaam uittrekken tot er een watstand merkbaar worden E, dan snel uittrekken - de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren.
- Wanner de motor na 3 keer trekken Niet aanspringt, de primer drie- tot vijfmaal indrukken en opnieuw aan de startkabel trekken.
BELANGRIJK
De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom worden gedrukt.
Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk waar terug omhoog maar+zijnuitgangspositie, de motorrem worden geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand.
10 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR
Veiligheidsschakelbeugel loslaten.
11 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD (Afbeelding F)
OPGELET
Verwondingen vermijden! Motor en mesbalk moeten binnen 3 seconden stoppen. Anders de volgende geauthoriseerdevakwerkplaats consulteren.
Veiligheidsschakelbeugel (A) en aandrijfschakelbeugel (B) loslaten.
- De maaier stopt.
- Het mes kommt tot stilstand.
- De motor wordenuitgeschakeld.
12 RIJAANDRIJVING
Bediening van dechterwielaandrijving (Afbeelding G)
Dechterwielaandrijving wordt d.m.v. de aandrijfbedieningshendel (A) aan het bovenstuk van de stuurboom bij een draaiende motor in- en uitgeschakeld:
Aan de bedieningshendel trekken en vasthouden = maaier loopt.
- De bedieningshendel loslaten = maaier blij staan (stand 0).
AANWIJZING
De achechterwieten klikken als de maaier bij uitgeschakelde motor voorwaarts worden geschoven.
Regelen van de snelheid (Afbeelding H)
BELANGRIJK
Het regelen van de slelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen!
De rijnselheid worden traploos ingesteld met de aan de rechterkant aangebrachte hendel van de variobediening.
-
De hendel eerst maar rechtsuit de inkeping trekken (1) en dan door omzetting de gewenste rijnselheid instellen (2). De hendel klikt in de dichtstbijzijndeulative positie wee automatisch vast.
-
Positie "haas" = snel (max. snelheid)
- Positie "schildpad" = langzaam (min. snelheid)
13 HETMAAIEN
Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Maaien op hellingen
LET OP
De maaier kan op taluds of hellingen met een hellingspercentage van maximaal 25^ worden gebruikt. Steilere hellingen konnen tot motorschade leiden.
Om veiligheidsredenen bevelen wij beschter dringend aan, dit theoretisch vermogenspotentieel nicht volledig te gebruiken. Principeel mogen handmatig bestuurde grasmaaiers bij hellingen van meer dan 15^ nicht worden gebruikt.
Oliepeilcontrole
Vór elk maaien het oliepeil controleren Y1. De motor nooit met te weinig of te veel olie lately lopen. Onherstelbare schade zou het geolg kuren zich.
Controle van de bedrijfsveiligheid
Voor ieder maaien, er op letten, dat de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem vlekkeloos functioneert. Wanner de schakelbeugel wordt losgelaten, moeten motor en messenbalk binnen drie seconden blijven staan. Anders de volgende geautorieerde vakwerkplaats consulteren.
Na de eerste bedrijfsuren en later regelmatig alle bouten en moeren vastdraaien. Om gevaar te voorkomen ook elke keer voor het maaien de staat van de messen controeren en kijken of de messen goed vastzitten. (zie hiervoor hoofdstuk "Onderhoud van de messenbalk").
Bij blokkeren van het maaiwerk, b. v. door vastrijden op een hindernis moet door een geauthoriseerde vakeworkplaats worden gecontroleerd of onderdelen van de maaier beschadigd of gedeformeerd zich. Ook een eventueloodzakelijk wordende reparatie mag alleen door een geauthoriseerde vakeworkplaats worden uitgevoerd.
Tijdelijke beperkingen
Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop maaiers mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b.voor het gebruik van de maaier bij de desbetreffende instantie.
Tips voor de verzorging van het gazon
Maaien (Afbeelding M)
Na 10 - 14ragen begint elk gazon te verwilderen. U zult zien: Hoe vaker het gemaaid wordt, des te beter en krachtiger het eruit ziet; want regelmatig maaien bevordert een gelijkmatige groei.
Verwijder voor elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen.
Maai alleen droog gras. Bij natte bodem wordt de grasnerf gemakkelijk beschadigd; de wielen drukken zich in de grond en latent sporen anschter.
Als het gras te lang is geworden, maai het gazon dan eerst met hoge instelling van de snijhoogte in de ene richting, en daarna met lagere, door u gewenste hoogte-instelling in de bredte. Snij alleen met scherpe, fouloze messen, opdat de grashalmen Niet ultrafelen. Een zuiver snijbeeld bereikt u als u de maaier in stapempo in zo recht möglichke banen leidt. Deze banen要去en altd een pau centimeter overlappen, opdat er geen stroken blijven staan.
Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde grasmatten!
Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellen alleen bij optimale omstandigheden gebrukt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zichs vernield worden.
Naast de snijhoogte beinvloedt ook de rijnselheid het snijbeeld en het vanggedrag. De rijnselheid aanpassen aan persoon, terrein en aan de te snijden grashoogte. Bij langere afgesneden grassprieten要去en langzamere rijnselheid worden gekozen.
Mulchen
Wat verstaat men onder mulchen?
Bij het mulchen wordt het gazon gesneden en worden de afgesneden halmen geliktijdig door de speciaal mulchmessen meermaals Klein gesneden. Dit mulchmessen richt de grashalmen op en snijdt de halmen in zeer korte stukken, die dan gegikmatig over het gazonoppervlak worden verdelijk.
Het afgesneden gras kan nu sneller uitdrogen en verrotten, waardoor de humusvorming worden bevorderd. De bodem worden zo op natuurlijke wijze bemest en ook nog beschermd gegen uitdroging.
Het verzamelen en verwijderen van het afgesneden gras vervalt. Het mulchconcept ondersteunt daardoor de ecologische kringloop aanzienlijk.
Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon?
Het Beste snijdbeeld en resultaat bereikt men op een droge gazon, odomat natte gazon door de korte stukjes afgesneden gras snel gaat kleven en klonderen. Deze grasklompen vormen rotting en schimmels en hinderen de gewenste ecologische kringloop.
Wanner het gazon desondanks toch eens in zeer vochtige of natte toestand dient te worden gemaaid, dan moet het afgesneden gras korter zich, dat betekent dat de snijdhoogte 1 - 2 trappen hoger dient te worden ingesteld dan bij droge gazon.
Bij gebruik van een mulchmaier mag de te snijden graeshoogteaar mogelijkheid 10 cm Niet overstijgen. In een arbeidscyclus wordt nu maximum 1/3 van de graeshoogte afgesneden. Wanner er geen positief resultaat worden bereikt, dient eventueel twee keer na elkaar te worden gemulcht.
Naargelang de soort van het gazon en de groeisnelheid dient tot twee keer per week te worden gemaaid en waarbij maximum 1/3 van de grashooegt te worden afgesneden.
Wanner het gras toch een keer te hoog zou zich om te mulchen, kan de mulchmaaier met enkele handgrepen worden omgebouwd voor het maaien met uitworp aan de zijkant.
Ombouw maar zijkantuitworp
Uitwerpschacht monteren (Afbeelding Y3 + T1)
- De motor uitschakelen.
- De veiligheidsmoer (A) en de schijf verwijderen Y3.
- De mulchafdekking (B) omhoogheffen en vasthoden.
Deuitwerpschacht (C) onder de mulchafdekkingsveer en montageholder (D) aanbrengen en op de bout neerlaten T1. - De schijf op de bout opzetten en met de veiligheidsmoer (A) vastschroeven.
- De mulchafdekking sluiten.
De maaier wordt vanaf de fabriek met ingebouwd standard mulchmes geleverd. Het mulchmes functioneert met de mulchafdekking of de uitwerpschacht even goed.
Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaier kan worden gebruikt,要去 de uitwerpschacht weeer worden verwijderd. Hiertoe de motor uitschakelen, de uitwerpschacht (C) verwijden, de mulchafdekking sluiten en de schijf op de bout opzetten en met de veiligheidsmoer (A) vastschroeven.
14 ONDERHOUDSINTERVALLEN
Routineonderhoud aan de machine overeenkomstig de volgende onderhoudsintervallen uitvoeren.
De in deze bedieningshandleiding darüber nicht in deze onderhoudstabel genoemde onderhoudswerkzaamheden要去en indien nodig worden uitgevoerd.
BELANGRIJK
Schade vermijden! Onder extreme resp. buitengewoonlijke voorwaarden zijn eventuele kortere onderhoudsintervallen als beneden aangegeven noodzakelijk.
Voor elk bedrijf
- Het olieniveau controlleren Y1.
- Messchroef controlleren en eventuel aandraaien.
Na elk bedrijf
- De maaier reinigen.
- Het mes op schade controlleren
Inrijtijd - Na de eerste 5 bedrijfsuren
Da motorolie vernieuwen V + Y1.
Na 25 bedrijfsuren of eenmaal peraar
Luchtfilter-papierinzet reinigen of verrangen W.
- Bougie reinigen en elektrodeafstand instellen Y.
- De motorolie vernieuwen V + Y1.
- De overbrenging en het gebied onder de snaarafdekking lately reinigen.
- Naufbussen van de aandrijfassen lately smeren.
Na 50 bedrijfsuren
- De bowdenkabel van de aandrijving controleren en zo nodig lately afstellen.
- De voorwiellagers smeren (JS63VC).
15 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en storingvrije werking!
Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor verilgheid en kwaliteit!







Veiligheidsinstrumentie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
NL
Reiniging
BELANGRIJK
Voor Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier op de linkerzijde leggen (in rijrichting),ondat er anders startmoeilijkheden zouden+kunnen optreden.
Verwijder vuil en grasresten onmiddelijk na het maaien. Gebruik een borstel of een lap voor het reinigen.
Draai Niet aan de mesbalk, want dan worden er motorolie in carburator en luchtfilter gespompt en startmoeilijkheden konnen optreden.
Spuit de motor nooit met water af. Het ontstekingsystem en de carburator kuren hierdoor beschadigd raken.
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding B4 + C4 + D4)
Deuitwerpschacht verwijderen T1 + Y3.
- De startkabelgreep uit de houder nemen.
- De gerande moer (A) aan elke zijde om 25 mm (1 in.) losdraaien. Het bovenstuk van de stuurboom (B) voorzichtig maar beneden klappen B4.
Aan beiden zijden de gerande moer (C) en de platkopschroef (D) verwijdenen C4.
- De onderste stuurboom (E) voorzichtig aan voren latent zakken. De bowdenkabels langs de binnenzijde van de onderste stuurboom verleggen. De bowdenkabels�uij het inklemmen, knikken of platdrukken D4.
- De platkopschroeven en gerande moeren aan de houder aanbrengen.
Onderhoud van de messenbalk
Een scherp mes garandeert een optimale maiaiprestatie. Controller voor elke maaibeurt de toestand en de vaste zitting van het mes. Een versleten of beschadigd mes dient absolut te worden verrangen.
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk
WAARSCHUWING
Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geauthoriseerdevakwerkplaats latent uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en nicht uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaier beschadigen.
Vervangen van de messenbalk (Afbeelding P)
WAARSCHUWING
De messenbalk dient steeds door een geauthoriseerde vakwerkplaats te worden uitgewisseld. Door een verkeerd gemonteerde messenkoppeling of door een te vast of te los aangehaalde messenschroef kan de messenbalk loskomen, wat tot zware letsels kan leiden.
- De maaier op de linker (in rijrichting) kant leggen.
- De schroef (A), het onderlegplaatje en het mes verwijderen.
- Het mes controleren en indien nodig naslijpen en lien uittijnen of verrangen.
- Bij verzangen alleen originele messenbalken gebruiken! (Bestelnummer: die originele reservenderdelen en accessoires).
- Reserve messenbalken要去 duurzaam voorzien zijn van de naam en/of het teken van de producent of leverancier en het onderdeelnummer. Reserve messenbalkenogens alleen overeenkomstig de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende maier worden gemonteerd.
BELANGRIJK
De montage geschiedt in omgeekerde volgorde. De omhoogstaande uiteinden van de mesbalk要去en hier het huis wijzen.
- De bevestigingschroef van de messen met een momentsleutel op 45 Nm vastdraaien. Geen slagschroevendraaier gebruiken!
Indien u deoodzakelijkgeereedschappen Niet bezit, dan gelieve de werkzaamheden door een geautoriseerdevakwerkplaats te latent uitvoeren. Wanner de messenschroef te vast of te los worden aangehaald, dan+kennenkoppeling en messenbalk beschadigd worden of loskomen, wat tot zware letsels kan leiden.
Onderhoud van de voorwielen
Eenmaal per Jaar of om de 20 bedrijsuren de lagers van de wielen inoliën.
- Met een sleutel de moeren losdraaien en de WIelen verwijderen.
Schuif, nadat de lagers gesmeerd zich, de wielen op en schroef deze weeer zo vast, dat de wielen nog makkelijk maar zonder spel ing hunen draaien.
Onderhoud van de weiterwielaandrijving (Afbeelding R)
- De aangedreven wielen na het verwijderen van de wilmoeren van de assen trekken.
- Vuil en vetresten van de wielafdekking, van het vrijlooprondsel op de aandrijfas en van het aandrijfrondsel aan de welbinnenkant verwijderen.
AANWIJZING
Vrijlooprondseliet van deas aftrekken!
- Het rondselpaar (vrijlooprondsel en aandrijfrondsel in het wieel) met de rollagervet,KAJO-langetermijnvet LZR 2", rondon zodanig invetten, dat de tussenruimtes:tussen de tanden volledig zich genvuld.
Bij het opschuiven van het aandrijfrondsel moeten de rondsels in elkaar grijpen; eventueel het wie op de as een beetje draaien.
Voorwiellagers smeren JS63VC (Afbeelding E4)
- De opening van de voorwielagers (A) met multifunctioneel smeervet smeren.
Aan het andere voorwiel herhalen.
Voorwielarréterpen reinigen JS63VC (Afbeeling F4 + G4)
- De afdekking (A) aan het voorwiel verwijderen F4.
De bescherming van stift en veer (B) verwijderen G4. - De afdekking aanbrengen.
Onderhoud van de aandrijving
Het
- controlleren en instellen van de bowdenkabel van de aandrijving,
- reinigen van de V-snaar van de aandrijving en overbrenging,
- bijstellen, controlleren en verrangen van de V-snaar van de aandrijving
uitsluitend door een vakwerkplaats lately uitvoeren.
Bewaring van de maaier
- Alle versleten of beschadigde onderdelen repareren. Onderdelenaar behoefte verrangen. Losse bevestigingsdelen vasttrekken.
- Gras en resten van de machine verwijderen.
- De onderzijde van het maaiwerk zuiveren en gras en vuil van de binnenzijde van de uitwerpschacht verwijdenen.
- Beschadigde plaatsen aan metaaloppervlakten herstellen om corrosie te vermijden.
- De smeerplaatsen smeren.
- Motor voor overwinteren (of bij langdurige stilstand) voorbereiden.
De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
16 ONDERHOUD VAN DE MOTOR
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie babel pagina 3
WAARSCHUWING
Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en{kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben.
De motor Niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook Niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine waar buiten bewegen voordat de motor worden gestart.
BELANGRIJK
Voor de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor en/of de maaier op de linker zijde leggen (in rijrichting),,ondat anders startmoeilijkeden konnen optreden.
Regelmatig uitgevoerde onderhouds- en servicewerkzaamheden garanderen een duurzame en storingvrije werkinq van de motor.
De motor uittwendig alkijd schoon houden, er mogen vooral op de geperforeerde plaat van de ventilator geen vreemde voorwerpen (bijv. grasresten) liggen.
De motor nooit met water afspoelen, dat zou storingen van de ontsteking en carburator tot gevolk hunnen hebben.
De koeling werkkt het Beste, wanner de koelribben van de cilinder worden schoon gehonden.
Motorkoelribben reinigen (Afbeelding H4)
BELANGRIJK
Schade vermijden! De koelribben zuiver houden, odomat de motor anders kan oververhitten.
- De maaier op effen bodem parkeren en de motor uitschakelen.
- De motor laten afkoelen.
- De bougiestekker aftrekken.
- De koelribben (A) met een borstel of een lap reinigen.
Olie wisselen (Afbeelding V)
AANWIJZING
Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te lately uitvoeren.
Bij een neue motr moet de olie voor de eerste keer na 5 bedrijfsuren worden gewisseld, later om de 25 bedrijfsuren of minstens 1 keer per seizoen.
- De olie wisselen, zolang de motor warm is.
- Voor de motor of de machine op het toestel worden gekanteld om olie af te tappen, de benzinetank leegmaken en de motor zolang lately lopen, tot hij wegens brandstoftekort stil valt.
- Schakel de motor uit en trek de bougiestekker los.
Voor het verversen van de olie, de oliepeilstok uit de vulpijp halen en de maier zodanig kantelen dat de oude olie in een opvangbak vloeit.
Afgewerkte olie nicht latent weglopen in het riool of in de grond, maar afvoeren volgens deplaatselijk milieuvoorschriften.
Daarna de maaier wee rechtop zetten en kwaliteitsolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. Oliepeilstok vastschroeven en olieeil controleren (zie hoofdstuk Olie invullen, zie afbeelding Y1)!
Brandstof navullen
BELANGRIJK
Schade vermijden! Vuil en water in de brandstof konnen motorschade veroorzaken.
De brandstoftankopening van vuil en resten bevrijden.
Zuivere, neue, loodvrije brandstof gebruiken.
De brandstoftank aan het einde van elke werkdag opvullen om de vorming van condensaat te verhinderen.
- De motor uitschakelen. De motor voör het tanken einige minutes latent afkoelen.
- Maigoed en andere bescherming van de tank verwijderen.
- De tankvuldop aftschroeven.
- De tank enkel tot de onderkant van de vulleiding met verse brandstof vullen.
- De tankvuldop waar aanbrengen.
Schoonmaken resp. verrangen van de luchtfilter (Afbeelding W)
Draai de schroeven (1) van de luchtfilterdeksel los en til het deksel (2) af.
- Verwijder de voorfilter (3) en het papierfilterelement (4).
- Reinig het papierfilterelement door het voorzichtig gegen een plat oppervlak te kloppen. Ginguit: bij sterke verontreiniging en beschadiging dient het verwangen te worden. Reinig het papierfilterelement nicht met perslucht. Het papierfilterelement Niet inolien.
- Was de voorfilter in een vloeijaar wasmiddel en water. Laat de filter grondig drogen voor gebruik. De voorfilter Niet inoliën.
- De voorfilter om het papierfilter element assembleren, installer het papierfilter element/-voorfilter samengevoegt in de basis (5).
- Plaats het deksel (2) op de luchtfilter en draai de schroeven (1) stevig in de basis (5).
Bij ongunstige gebruiksvoorwaarden (sterke stofontwikkeling) is de reiniging bij iedere maaibeurtoodzakelijk, anders na telkens 25 bedrijfsuren of elk seizoen.
(Bestelnr. filtrerelement en Voorfilter wie originele reserveonderdelen en accessoires)
NL
Controle van de bougie (Afbeelding Y)
Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker (A) aftrekken en de bougie (B) losschroeven. Als de elektronde sterk versleten is, dan dient de bougie te worden verrangen (bestelnummer: zie originele reservenderden en accessoires).
De bougie kan eventuele ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,5mm . De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopseutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken.
Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)
- Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat.
- Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af.
- De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zich technische gegevens) bijvullen.
- Gras-en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen.
- De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
17 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN DAARVAN
| Storingen | Mogelijk | oorzaken | Oplossing |
| Motor slaat nicht aan | Schakelbeugel is Niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovenstuk van duwstang drukken Z. | ||
| Primer-pompiet nieth bediend. Primer-pompiet bedienden B. | |||
| Brandstoftank leeg. Zuivere en neue | brandstof natanken. | ||
| Bougiestekker los. Bougiestekker plaats | sen of door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | ||
| Bougie defect resp. vuil of elektroden opgebrand. | Bougie verwangen of reinigen, afstand tussen de elektroden op 0,5 mm instellen Y. | ||
| Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). | Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | ||
| Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken | resp. verwangen W. | ||
| Motorvermogen neemt af | Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken | resp. verwangen W. | |
| Bougie verkoold. Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | |||
| Motor draait onregelmatig | Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken | resp. verwangen W. | |
| Bougie verkoold. Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | |||
| Motorkoelribben verontreinigd Motorkoelribben reinigen H4. | |||
| Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | |||
| Sterke trillingen (vibratie) | Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | ||
| Rijnselheid kan nicht worden geregeld | Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | ||
| Maaimachine rijdt nicht | Aandrijbedieningshendel nicht getrokken. | Aan de aandrijbedieningshendel trekken G. | |
| Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | |||
| Maaier loopt nicht op de helling (koppeling slipt) | Voorspanning van de veer van de bowdenkabel te laag | Bowdenkabel van aandrijving door een geauthoriserde vakeworkplaats laten afstellen. | |
| Snit onzuiver, gazon worden geel | Messenbalk bot. Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren. | ||
| Maaihoogte te gering. | Grotere maaihoogte instellen U3 + V3. | ||
| Toerental van de motor te laag. | Door een geauthoriserde vakeworkplaats laten controleren. | ||
| Maaien met te hoge snelheid. | Maaisnelheid aanpassen. | ||
| Maaibanen nicht voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. | ||
| Gazon is warboel. | Door een verticuteermachine te gekruiken kan de kwaliteit van het gazon merkbaar beter worden. | ||
| Het gemulchte gras ziet er slechtuit:Klompen, bovenmatigemaaigoedhoeveelheden, grofgemaaid | Messenbalk bot. Door een geauthoriserede vakeworkplaatenslen bijslijpen en uitbalanceren. | ||
| Mulchregel nicht nageleefd (max. 1/3van de grashoopte snijden; de tsnjiden graushoopte要去kleiner dan10 cmijken) | Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 .Maaier op zijuitworp ombouwen Y3 + T1en gazon eerst met hoch snij-installinglemaieren. | ||
| Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen. | |||
| Grasverzameling onder hetmaaiwerk. | Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 . | ||
| Maaibanen nicht voldoende overlapt. Bijhoog gras要去en de maaibaneneventueel verder overlappen. | |||
| Gras is vocht. | Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 .Gazon latent drogen. | ||
| Uitworp verstopt | Toerental van de motor te laag. Door een geauthoriserde vakeworkplaatenslen controleren. | ||
| Maahoogte te geldering verwijl het gras te lang is. | Grotere Maaihoogte instellen U3 + V3 . | ||
| Maaien met te hoch snelheid. Maainsnelheid aanpassen. | |||
| Gras is vocht. Gazon latent drogen. | |||
| Voorwieten vergrendeleniet(JS63VC) | De voorwiel-grendelhefoobom is inde ontgrendelde positie. | De voorwiel-grendelhefoobom in devergrendelde positie terugtrekken T3 . | |
| De maaier bevindt zich op effen bodem. | De maaier in de tuin schuiven. | ||
| Voorwielarrêteerpen verontreinigd. De pen in het voorwielhuis reinigenF4 + G4 . | |||
| Maaier draait bij het maaien aande helling bergaf(JS63VC) | Voorwieten Niet vergrendeld. | Voorwieten vergrendelen T3 . | |
| Maaier bewegt zich not in rechtelijn; maaier volgt heugels ensloten in de bodem(JS63VC) | Voorwieten Niet vergrendeld. | Voorwieten vergrendelen T3 . | |
| Voorwieten bewegen zichlangzaam als de maaierteruggetrokken worden(JS63VC) | Voorwieten Niet vergrendeld. | Voorwieten vergrendelen T3 . | |
Neem in geval van hier Niet nader beschreiben storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geauthoriseerdevakwerkplaats.
Laat reparations die vakkennis vereisen, alkjld alleen door een vakman uitvoeren. Uw geauthoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wonneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever nicht zelf uitvoert.
SimpelGids