JS63VC - Grasmaaier JOHN DEERE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis JS63VC JOHN DEERE in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - JS63VC JOHN DEERE
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding JS63VC - JOHN DEERE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. JS63VC van het merk JOHN DEERE.
GEBRUIKSAANWIJZING JS63VC JOHN DEERE
os: 1.8 /Umsc hlag/Hera usklap pen/S eiten herausk lappe n - nied erländis ch @ 0\ mod_11156 320681 25_6. doc @ 61 1 Nederlands Voor het lezen van de bedieningshandleiding gelieve de eerste en laatste pagina uit te klappen. .9 /---- --- --- 1 L eerz eile --- --- -- -- @ 0\ mod_ 111 461 178 714 0_6. doc @ 41 Pos: 1
Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt. os: 6.3. 5 /U ms chla g/E rklä run g de r P iktog ra mme /B enzin ger äte ni cht in H aus müll/B e nzi ng erät e nich t i n H ausm üll E @ 1 \mo d_1 132 0485 464 26_ 6. do c @ 5 108
- measured according to EN 836/A2 Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator*
SAE 30, SAE 20W50, SAE 15W40 of soortgelijke kwaliteitsolie, min. kwaliteit SG
De vermogensgegevens in deze bedieningshandleiding wijken deels ondanks de motor met dezelfde constructie af van de vermogensgegevens in de tot en met 31-10- 2008 geleverde bedieningshandleidingen voor modellen uit deze constructieserie. Dit berust niet op technische wijzigingen. Vanaf 01-11-2008 baseren wij ons op een nieuwe meetmethode en gewijzigde meetparameters. De door ons ingebouwde motoren blijven ongewijzigd. Pos: 7.8. 5 /U mschla g/ Leis tung san gabe / Leist ungs ang abe - s p anisch @ 8 \mo d_1 2166 468 982 43_ 6.do c @ 5 913 0
- 1 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje p. 2
- 2 Inleiding p. 2
- 3 Verklaring van de symbolen p. 3
- 4 Gebruik conform de voorschriften p. 4
- 5 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine) p. 4
- Algemene veiligheidsinstructies p. 4
- Voorbereidende maatregelen p. 4
- Gebruik p. 5
- Onderhoud en opslag p. 7
- 6 Beschrijving van de componenten p. 7
- 7 Voorbereidende werkzaamheden p. 8
- Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1 ) p. 8
- Montage van de startstang (Afbeelding D + L1 ) p. 8
- Voorwielen vergrendelen en ontgrendelen (JS63VC) (Afbeelding T3 ) p. 8
- Instellen van de maaihoogte p. 8
- Stuurboomhoogte instellen (Afbeelding W3 ) p. 9
- 8 Voor de eerste ingebruikneming p. 9
- Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) p. 9
- Brandstof invullen p. 10
- 9 Starten van de motor (Afbeelding B + Z + E ) p. 10
- 10 Uitschakelen van de motor p. 10
- 11 Stoppen in geval van nood (Afbeelding F ) p. 10
- 12 Rijaandrijving p. 11
- Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) p. 11
- Regelen van de snelheid (Afbeelding H ) p. 11
- 13 Het maaien p. 11
- Maaien op hellingen p. 11
- Oliepeilcontrole p. 11
- Controle van de bedrijfsveiligheid p. 11
- Tijdelijke beperkingen p. 11
- Tips voor de verzorging van het gazon p. 11
- Maaien (Afbeelding M ) p. 11
- Mulchen p. 12
- Wat verstaat men onder mulchen? p. 12
- Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon? p. 12
- Ombouw naar zijkantuitworp p. 12
- 14 Onderhoudsintervallen p. 13
- 15 Verzorging en onderhoud van de maaier p. 13
- Reiniging p. 13
- Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding B4 + C4 + D4 ) p. 13
- Onderhoud van de messenbalk p. 13
- Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk p. 14
- Vervangen van de messenbalk (Afbeelding P ) p. 14
- Onderhoud van de voorwielen p. 14
- Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) p. 14
- Voorwiellagers smeren JS63VC (Afbeelding E4 ) p. 14
- Voorwielarrêteerpen reinigen JS63VC (Afbeelding F4 + G4) p. 14
- Onderhoud van de aandrijving p. 15
- Bewaring van de maaier p. 15
- 16 Onderhoud van de motor p. 15
- Motorkoelribben reinigen (Afbeelding H4 ) p. 15
- Olie wisselen (Afbeelding V ) p. 15
- Brandstof navullen p. 16
- Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) p. 16
- Controle van de bougie (Afbeelding Y ) p. 16
- Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) p. 16
- 17 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan Technische gegevens zie binnenzijde boekomslags: 1.1 /-- -- ------ 1 L eer zeil e ------ -- -- @ 0\m od_ 111 461 178 714 0_26 71. doc @ 322 1 Po p. 17
1 Modelnummer 2 Serienummer 3 Typebenaming 4 Motor nominaal toerental 5 Gewicht 6 Apparaatvermogen 7 Bouwjaar 8 CE conformiteitskeurmerk 9 Barcode 10 Gegarandeerd geluidsniveau Pos:
Pos: 1.6 /Innenteil/Einführung/1 EINFÜHRUNG @ 0\mod_1115107531171_2671. doc @ 26 89 2 INLEIDING Pos: 1.7 / Inn enteil/ Ei nf üh rung/ Einf ü hrung J D Mäh er Text @ 1\ mo d_11 323 101 294 91_ 267 1.doc @ 5 623 Lieve tuinvriendin, lieve tuinvriend, Wanneer bij de fierheid op een verzorgde gazon nog de vreugde aan het werken in de tuin bijkomt, dan weet men eerst, wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe gazonmaaier van JOHN DEERE heeft u een goede keuze gemaakt. Hij verenigt het hoge prestatievermogen van een traditie-onderneming met de innovaties van moderne hightech. Dat voelt u, wanneer u ermee werkt, en het verheugt u, wanneer u het fantastisch resultaat ziet.
Maar voor u met de gazonverzorging start, hier enige belangrijke informatie, die u absoluut in acht dient te nemen. Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig, voor u de maaier voor het eerst in gebruik neemt, om u met de correcte bediening en het onderhoud van de machine vertrouwd te maken en om letsels of schade aan uw gazonmaaier te vermijden. Gebruik de gazonmaaier voorzichtig. De op het toestel aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is verduidelijkt op de openklapbare pagina. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina. De omschrijvingen links en rechts hebben steeds betrekking op de in rijrichting geziene linker of rechter zijde van het toestel. Hoe nauwkeuriger u de technische aanwijzingen in acht neemt, hoe betrouwbaarder uw gazonmaaier van JOHN DEERE zal functioneren. Wij wijzen u er op, dat schade aan de maaier, die door bedieningsfouten is ontstaan, niet onder de wettelijke garantieplicht vallen. Wij wensen u veel vreugde bij de verzorging van uw gazon en uw grondstuk. Pos: 2.1 /..... ..... Sei tenu mb ruch ...... .... @ 0\ mod _111 461 212 870 3_2 671. doc @ 32 22 2os: 2.2 /-- -- ------ 1 L eer zeil e ------ -- -- @ 0\m od_ 111 461 178 714 0_26 71. doc @ 322 1 P
os: 2.4 /Inn entei l/E rkl ärung der S ymb ole/l es en @ 0\m od_ 111 511 379 309 3_26 71. doc @ 270 6 WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften lezen en in acht nemen. Bij het gebruik conform de voorschriften hoort ook het opvolgen van de door de producent voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingvoorwaarden. os: 2.5 /Innentei l/E rklärung der Symb ole/Abst and Mäher @ 0\mod _11151 1413168 7_2671 .doc @ 2699
WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. os: 2.6 /Inn entei l/E rkl ärung der S ymb ole/E xpl o sion @ 0\ mod _111 511 427 084 3_2 671. doc @ 27 02
WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. os: 2.7 /Inn entei l/E rkl ärung der S ymb ole/B en zi n @ 0\m od_1 115 116 636 531 _26 71.d oc @ 270 1
WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. os: 2.8 /Inn entei l/E rkl ärung der S ymb ole/ Fuss Mäh er @ 0\m od_ 111 511 674 598 4_26 71. doc @ 270 3 P
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. os: 2.9 /Inn entei l/E rkl ärung der S ymb ole/M es se r M ähe r @ 0 \mo d_1 115 116 862 390_ 267 1.d oc @ 2 707 P
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. os: 2.1 0 /In nent ei l/E rklä run g de r Sy mbol e/St eine B e nzi nmähe r @ 0\m od_ 111 5116 937 218 _26 71.d oc @ 271 2 P
WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Voor het maaien, bijzonder van met loof bedekte oppervlakken, alle stenen, stokken, draden en andere vreemde voorwerpen van het gazon verwijderen. Het toestel nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsinrichtingen gebruiken. Voor de eerste ingebruikneming de bevestiging van de messenschroef controleren, daarna de messenbalk regelmatig op vaste zitting, slijtage en schade onderzoeken. Een versleten of beschadigd mes uitwisselen. Voor het starten van de motor controleren, of de gereedschappen verwijderd zijn.
os: 2.1 1 /In nent ei l/E rklä run g de r Sy mbol e/ heiss @ 0\ mod_ 111 511 702 362 5_2 671. doc @ 27 05 VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar! Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. os: 2.1 2 /In nent ei l/E rklä run g de r Sy mbol e/ Zü ndke rze Mäh er @ 0\m od_ 111 511 713 734 3_26 71. doc @ 271 5 P
VOORZICHTIG Wanneer bij werkzaamheden aan het toestel de bougiestekker niet wordt afgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware letsels het gevolg zijn. Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor uitschakelen, de bougiestekker aftrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, verwijderen. Voor overeenkomstige reinigings- of onderhoudsinstructies in de gebruiksaanwijzing naslaan.
os: 2.1 3 /In nent ei l/E rklä run g de r Sy mbol e/ Mot orSto p B enzi n mäher, S eiten ausw u rf JS6 3 @ 4 \mo d_1 159 274 389 448_ 267 1.d oc @ 2 110 5 WAARSCHUWING Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. De motor uitschakelen en wachten tot de messenbalk stil staat: – wanneer de maaier opgeheven of gekanteld moet worden, bijv. voor transport; 3– bij het niet op het gazon rijden op wegen of straten; – wanneer de machine gedurende korte tijd zonder toezicht achterblijft; – voor de maaihoogte wordt ingesteld; – voordat de uitwerpschacht wordt ingebouwd resp. verwijderd; – voordat de grasopvangzak wordt ingebouwd of verwijderd; – voor het bijtanken. s: 2.1 4 /In nent ei l/E rklä run g de r Sy mbol e/H andsc huhe M ähe r @ 0\ mod_1 115 117 407 109 _267 1. d oc @ 2704 Po
VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen. Pos:
- Het toestel is uitsluitend bestemd voor het maaien van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Gebruik conform de voorschriften"). Elke verder leidende toepassing geldt als niet conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de producent niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Bij het gebruik conform de voorschriften hoort ook het nakomen van de door de producent voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingvoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langs de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- De maaier mag niet worden gebruikt in het bijzonder voor het snoeien van bosjes, hagen en struiken, het snoeien van klimgewassen, begroeiing op daken en in balkonbloembakken of het afzuigen of schoonblazen van voetpaden.
- Niet toegelaten is het gebruik van eender welke, niet door JOHN DEERE vrijgegeven anvullings- en aanbouwtoestellen. Bij het gebruik van zulke aanvullings- en aanbouwtoestellen vervallen de CE-conformiteit en de aanspraak op garantie. Eigenmachtige veranderingen aan deze gazonmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de producent voor de daaruit resulterende schade uit. Pos:
s: 4.4 /Inn entei l/S ic her heits vo rsch rif te n/Al lge meine S icher hei tshi nw eise C ons ume r-Mäh erT ext @ 6\ mod_ 119 157 567 821 1_26 71. doc @ 403 35 Voor uw eigen veiligheid en voor een zo optimaal mogelijke werking van uw machine raden wij u aan deze bedieningshandleiding zorgvuldig door te lezen. Neem de tijd om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurder of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere personen, hun eigendommen en ongevallen waarbij deze betrokken zijn.
- Deze bedieningshandleiding hoort bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personen onder 16 jaar en andere personen die geen kennis hebben genomen van de bedieningshandleiding de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de mogelijke gevaren en hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit toestel mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren geïnstrueerd werden.
Maai nooit in het bijzijn van andere personen, met name kinderen, of dieren.
- Berg de machine veilig op. Niet gebruikte machines moeten in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Pos: 4.5. 1 /I nnen teil/S ic he rheit svors c hrift en/V o rbe reite nde Ma ßn ahm en/1 .1 Vo rbe reit e nde Maßna hme n @ 0\m od_ 1115 122 597 734 _26 71.d oc @ 272 7 Voorbereidende maatregelen Pos: 4.5. 2 /I nnen teil/S ic he rheit svors c hrift en/V o rbe reite nde Ma ßn ahm en/Wä hre nd d es Mähe ns .. . Si che rheitss chu he ... Mä her @ 0\ mod _11151 2270243 7_2671 .doc @ 2735
- Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen of veiligheidsschoenen en een lange broek. Maai nooit met blote voeten of met sandalen. Pos: 4.5. 3 /I nnen teil/S ic he rheit svors c hrift en/V o rbe reite nde Ma ßn ahm en/Vo r de m M ähe n... Fre mdk örp er entfe rne n M ähe r Sei te nausw urf @ 8\ mod_12 227 771 368 92_2 671 .doc @ 68 325
4Controleer voor en tijdens het maaien het te bewerken gebied en verwijder alle stenen, stokken, kabels en andere voorwerpen die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd. Pos: 4.5. 4 /I nnenteil/S iche rheit svors chrift en/Vo rbereite nde Ma ßnahm en/He runter hängen de Zweige ... den Be nutz er v erletz en Mäh er @ 3\m od_ 115 867 031 352 9_26 71. doc @ 200 45
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen. Pos: 4.5.5 /Innenteil/Sicherheitsvors chriften/Vo rbereitende Maßnahmen/WARNUNG Benzin @ 3\mod_1158670543682_26 71. doc @ 20 WAARSCHUWING
– Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. – Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren. – Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten. – Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden. – Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. – Tank benzine voor u de motor start. – Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is. – Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen. – Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. – Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop. Pos: 4.5. 6 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/V o rberei te nde Ma ßnahm en/V o r Ge bra uch . .. S ic htko ntr oll e ... Sc hnei dwerk z eug Mä her @ 0\ mo d_1 1151 245 905 62_ 267 1.doc @ 2 734
- Controleer voor gebruik altijd visueel of de messen, de bevestigingsbouten en de gehele maaieenheid versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten ter voorkoming van onbalans. Pos: 4.6. 1 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/ 1. 1 H andh abu ng @ 0\ mod_ 111 512 479 664 0_2 671. doc @ 27 40 Gebruik Pos: 4.6. 2 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/ ni cht in ex pl osi ons gefä hrd ete r Um gebu ng . .. @ 0\ m od_ 1115 124847 859 _26 71 .d oc @ 276 3
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt. Pos: 4.6. 3 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/V e rbr enn ungs mot or nicht in gesc hl osse nen Räu men ... @ 0\m od_ 111512 4962 656 _26 71.d oc @ 277 7
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging! Pos: 4.6. 4 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/H erzs c hritt mach er . .. kein e sp ann ungs f üh rend e Mot o rteile ber ühr en @ 0\ mod_ 111 512 507 243 7_2 671. doc @ 27 52
- Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan. Pos: 4.6. 5 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/K ei ne K op fhö rer ... Musik h ören t rage n @ 3\mod_ 1158 671 227 931 _26 71.d oc @ 200 75
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- De rijsnelheid aan de persoon en het terrein aanpassen. Verhoog de snelheid langzaam, totdat u de bij u passende rijsnelheid hebt bereikt. Pos: 4.6. 8 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/B es ond ers v orsic hti g sei n, w e nn .. . S trä uche r... Sic ht b eeint rächti gen @ 3\ mod_11 586 714817 22_ 2671.doc @ 2 0085
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden. Pos: 4.6. 9 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/H and habu ng/V o rsic ht beim Mä hen ...un ter S pielge räten @ 6\m od_ 119634 0056 865 _26 71.d oc @ 419 97
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel. Pos: 4.6. 10 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /Mas chi ne nicht unt er E infl uss ... Al kohol ... b edien en. @ 3\ mod_11 586 7173592 3_2 671.doc @ 20 095
- De machine niet bedienen onder invloed van alcohol, geneesmiddelen of drugs. Pos: 4.6. 11 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /nas s es G ras .. . @ 0 \mo d_1 115 125 3444 21_ 267 1.do c @ 2 761
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden. Pos: 4.6. 12 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /gut er St a nd an Hä nge n ... que r zum Ha ng .. .Mä her @ 0\ mod _11151 254 57843_ 2671 .doc @ 2749
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert. Pos: 4.6. 13 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /ha ndge f üh rte R asen mäh er bis 25° S ch rägl age @ 0\ mod _11 151 255 747 18_2 671 .doc @ 2751
- Maai niet op overmatig steile hellingen! Het maaien op hellingen beïnhoudt principieel gevaren. De grasmaaier bezit een zeer groot vermogen, zodat hij nog op hellingen met een neigingsgraad van max. 25° neiging kan maaien. Om veiligheidsredenen bevelen wij echter dringend aan, dit theoretisch vermogenspotentieel niet volledig te gebruiken. Principieel mogen handmatig bestuurde grasmaaiers bij hellingen van meer dan 15° niet worden gebruikt. Pos: 4.6. 14 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /v orsic hti g, bei m um keh ren ode r he ran ziehe n @ 0\m od_ 1115 125 749 109 _26 71.d oc @ 277 8
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt. Pos: 4.6. 15 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /R ückw ä rtsg ehe n ve rmei den @ 0\ mod _11 151 2584 820 3_2 671. doc @ 27 65
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest. Pos: 4.6. 16 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /S ic herhei tsa bsta nd ei nhal t en @ 0\ mod_ 111 512 592 745 3_2 671. doc @ 27 70
- Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan. Pos: 4.6. 17 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /A bru tsche n de s Ge rätes bei m T rag en v erhi nde rn @ 5\ mod_ 118 431 9263 181 _26 71. d oc @ 377 17 5• Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep! Pos: 4.6. 18 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /B each ten S ie vor H ebe n o der Tr age n das Gewi ch t de r M aschi n e @ 5\m od_ 1184 319 413 723 _26 71.d oc @ 377 30
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid. Pos: 4.6. 19 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /bei l aufe nde m M oto r nic ht he ben ode r tr age n @ 0\mo d_1 115 126 041 750 _267 1.d oc @ 2744
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor. Pos: 4.6. 20 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /ni cht mit bes ch ädigt en o de r fehl end en S ich erh eit s- und Sc hut zei nric h tung en @ 0\ mod _111 512 620 804 6_2 671. doc @ 27 64
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Pos: 4.6. 21 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /S ic herhei tsei nri ch tun gen si nd: @ 0\ mod _11 1512 643 570 3_2 671. doc @ 27 74 Veiligheidsinrichtingen zijn:
s: 4.6. 22 / Inne ntei l/S ich erh eit svo rsch ri ften /Han dhab ung /S icher hei tsei nri ch tun g – S ich erh eitssch altbü gel Benzinm äher @ 0\mo d_1115126 5018 28_ 267 1.do c @ 2 771 – Veiligheidsbedieningshendel Bedieningshendel voor de motorrem op gevaarlijke momenten loslaten: motor en messenbalk komen binnen drie seconden tot stilstand. De functie van de veiligheidsbedieningshendel mag niet buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsbedieningshendel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden. Pos: 4.6. 23 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /S chutz einri c htun gen sind: @ 0\ mod _11 151 267 5521 8_2 671 .doc @ 27 69 Bescherminrichtingen zijn:
s: 4.6. 24 / Inne ntei l/S ich erh eit svo rsch ri ften /Han dhab ung /S chutz ei nric htun gen – G ehäu se, Mul ch abd eckun g, A uswu rfs ch acht , Gr as fan gsack , S pritz s chutz @ 3\ mod _11 586 635 858 87_ 2671 .doc @ 1 9965 – Behuizing, mulchafdekking, uitwerpschacht, grasopvangzak,spatbescherming Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsel door omhoog geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde spatbescherming, mulchafdekking c.q. uitwerpschacht of grasopvangzak worden gebruikt. s: 4.6. 25 / Inne ntei l/S ich erh eit svo rsch ri ften /Han dhab ung /S chutz ei nric htun gen – G ehäu se, Mäh er @ 6\m od_ 119 615 604 491 4_26 71. doc @ 418 35
– Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Pos: 4.6. 26 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /S chutz einri c htun gen – b ewegl ich e T eil e @ 6\m od_ 119 616 130 247 1_26 71. doc @ 419 00
– Afdekkingen van de riemaandrijving, motorafdekkingen Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt. Pos: 4.6. 27 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /S chutz einri c htun g – Aus puff s chutz gi tte r @ 0\m od_1 115 127 126 343 _26 71.d oc @ 276 6
– Veiligheidsrooster voor de uitlaat De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken.
- Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren. Pos: 4.6. 30 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /B eim S ta rtvo rga ng A nt rieb nicht eins c halte n @ 0 \ mod_1 115 127 428 250_ 267 1.doc @ 2745
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen.
Bij het starten of aanlopen van de motor mag u de machine niet kantelen, maar mag u deze, indien noodzakelijk, alleen zodanig schuin plaatsen dat de snijdgereedschap van de gebruiker af wijst maar echter slechts zover als dit absoluut noodzakelijk is. Start bij toestellen met zijdelingse uitworp de motor niet, wanneer u voor het uitworpkanaal staat. s: 4.6. 33 / Inne ntei l/S ich erh eit svo rsch ri ften /Han dhab ung /H än de o der Po Füße nic ht i n die N ähe von dre hen den Teil en M ähe r @ 0\m od_ 1115 128 631 906 _26 71.d oc @ 275 0 Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening. s: 4.6.34 /Inne nteil/S icherh eitsvo rschri ften/Han dhabung /Kerze nsteck er abziehen Mä her @ 0\ mod_11 1512877 0625_2 671.doc @ 2754 Po
Zet de motor af en trek de bougiestekker los, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan en de contactsleutel, indien voorhanden, afgetrokken is: – voordat u de machine controleert, schoonmaakt of werkzaamheden eraan uitvoert; – voordat u blokkeringen of verstoppingen uit het uitwerpkanaal verwijdert; – wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen. Pos: 4.6. 35 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /F rem dkör per : du rch Fac hhä ndl er pr üfen l asse n @ 0 \ mod_1 115 129 695 921_ 267 1. d oc @ 2 747
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Pos: 4.6. 36 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /s ta rke Vi br atio n: du rch Fac hhä ndl e r üb erprüf en @ 0\m od_ 111 5129 817 765 _26 71.d oc @ 277 5
- Indien de machine ongewoon sterk begint te vibreren, is een onmiddellijke controle door de vakhandelaar noodzakelijk.
s: 4.6. 37 / Inne ntei l/S ich erh eit svo rsch ri ften /Han dhab ung /Mo tor abs t ellen w enn . ..B enzi nmä her, Sei ten auswu rf J S6 3 @ 4\ mod_1 159 274 640 699 _267 1. d oc @ 2112 5 6Schakel de motor uit, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan en de contactsleutel, indien voorhanden, afgetrokken is: – als u de maaier moet optillen of moet kantelen, bijv. voor transport; – wanneer u de machine naar het maaioppervlak heen en weer transporteert; – bij het ruiden buiten het gras; – als u de machine even verlaat; – wanneer u de snijhoogte wilt regelen; – voordat u de uitwerpschacht inbouwt resp. verwijdert; – voordat u de grasopvangzak inbouwt resp. verwijdert; – voordat u bijtankt. Pos: 4.6. 38 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Han dhab ung /B enzi n absp err hah n schli eße n M ähe r @ 0 \mo d_1 115 130 120 093_ 267 1.d oc @ 2 7 46
- Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid. Pos: 4.7. 1 /I nnen tei l/S iche rhei t svors chri ft en/W artu ng u nd Lag eru ng/1. 1 W a rtun g un d L age rung @ 0 \mo d_1 115 184 2598 75_ 267 1.do c @ 2 783 Onderhoud en opslag Pos: 4.7. 2 /I nnenteil/S iche rheit svors chrift en/W artung u nd Lag erung/Sch rau bver bindunge n fes t ... siche rer A rbeitsz usta nd .. . @ 0 \mo d_1 115 184 3528 28_ 267 1.do c @ 2 796
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.
Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen. os: 4.7. 5 /I nnen tei l/S iche rheit sv ors chrift en/W artu ng u nd Lag eru ng/V or
- Laat om brandgevaar te voorkomen geen gras, bladeren of uitlopende olie (vet) op de motor, knalpot (uitlaat) en brandstoftank komen. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt.
Controleer ook elke keer voor het maaien de staat van de messen en kijk of de messen goed vastzitten. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. .7. 9 /I nnen teil /Si che rheit sv ors chrifPos: 4
t en/W artu ng u nd Lag eru ng/A usw echs el n, Nac hsc hleif en . . . Aus wuc hte n ... Messe rs Be nzi nm ähe r @ 0\m od_1 115 185 636 765 _26 71.d oc @ 278 8 De messenbalk dient steeds door een vakwerkplaats te worden uitgewisseld. Door een verkeerd gemonteerde messenkoppeling kan de messenbalk loskomen, wat tot zware letsels kan leiden. Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
os: 4.7. 11 / Inne ntei l/S ich erh eit svo rsch ri ften /Wart ung und La ger ung/S c hutz h andsc huh e tr age n @ 0\m od_1 115 186 195 468 _26 71.d oc @ 2797 Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. Pos: 4.7. 14 / Inne ntei l/S ich erh ei tsvo rsch ri ften /Wart ung und La ger ung/N ur O ri gin alers atz teil e v erw end en JD @ 1\ mod _11 338 802 165 40_2 671.doc @ 7147 Om vrijwarings- en veiligheidsredenen mogen alleen originele reserveonderdelen gebruikt worden. Pos: 5
Pos: 5.3 / Inn en g der Ba uteil e /Bes chr eibu ng d er B a uteile J S63V , JS 6 3VC Tex t @ 6 \mo d_1 190 278 731 976_ 267 1.d oc @ 3 9892 1 Veiligheidsbedieningshendel voor de motorrem teil/B es chr eibu n 2 Grendelhefboom voorwielen (JS63VC) 3 Aandrijfbedieningshendel 4 Olievulopening met oliestaaf 5 Voorwielen (JS63VC) 6 Snijhoogte-instelhendel 7 Vlotter 8 Bougie 9 Luchtfilter 710 Tankdop 11 Duwboomhoogteverstelling 12 Greep starterkabel 13 Variobedieningshendel Pos:
- Maaier met gemonteerde stuurboom
- Zijdelingse uitwerpschacht
- Gereedschapszakje met volgende inhoud: – Bedieningshandleiding – Conformiteitsverklaring – Diverse montageonderdelen. Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar. Pos: 6.4 / Inn enteil/ V orb ereit end e A rb eiten/ 1.1 Fü hru ngsh ol m hochst ell en (Abbi ld ung A 1 + E1 + B1 ) @ 0\ mod_1 125 644 224 779 _267 1. d oc @ 2827 Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1 ) Pos: 6.5 / Inn enteil/ V orb ereit end e A rb eiten/ Fü hru ngsh ol m hoc hs tell en Tex t JS 63 Hi nw eis @ 3\m od_ 115 873 BELANGRIJK: Schade vermijden! Beschadiging van de bowdenkabels bij de montage van de stuurbomen vermijden: De bowdenkabels niet knikken of beschadigen. De bowdenkabels vóór het aandraaien van de bevestigingselementen aan de binnenzijde langs de stuurbomen verleggen. Ze mogen niet worden belemmerd. 882214 9_26 71. doc @ 201 95 Pos: 6.6 /Inn en Arbeiten/ Führu ngshol m hochstell en Text JS63 @ 3\mod _11587 3219069 4_2671 .doc @ 20 185 – De maaier voorzichtig uit het verzendkarton nemen. teil/V orb ereitend e – Gerande moer (A) aan elke zijde van het bovendeel van de stuurboom om 25 mm (1 in.) losdraaien A1 . – De gerande moer (B) en de platkopschroef (D) aan beide zijden verwijderen A1 . – De Z-vormig samengeklapte stuurboom naar boven uit elkaar trekken. – Als het bovendeel en het onderdeel van de stuurboom in een lijn liggen, de gerande moer (A) aan beide zijden met de hand aandraaien E1 . – De stuurbomen voorzichtig naar achteren trekken en de boring in het onderdeel van de stuurboom met de gewenste hoogte-instellingsopening in de houder (C) uitlijnen B1 . Er kunnen drie verschillende stuurboomhoogten worden ingesteld. – Van binnen aan beide zijden de schroef (D) door de houder en het onderdeel van de stuurboom doorsteken en de gerande moer (B) vast verschroeven. Aan beide zijden dezelfde opening in de houder (C) gebruiken B1 .
– De bowdenkabels met behulp van de kabelbanden uit het gereedschapszakje aan de onderste stuurboom bevestigen.
s: 6.7 /Inn entei l/V orberei t end e Arb eit en/ 1.1 H olms t art -Mont a ge (Ab bil du ng D + L1 ) @ 0\ mo d_1 1151 991 690 31_ 267 1.doc @ 2 832 Montage van de startstang (Afbeelding D + L1 ) Pos: 6.8 / Inn en A rb eiten/H olmst art -Mo nta ge Text JS 6 3 @ 3\m od_ 115 8739 329 026 _26 71.d oc @ 202 05 – Om de starterkabel in te hangen moet eerst de veiligheidsschakelbeugel (A) aan het bovengedeelte van de stang worden omgeklapt. teil/V orb ereit end e – De starterkabel (B) uittrekken en door een draaiende beweging in de houder van de starterhandgreep (C) haken.
s: 6.9 /Inn entei l/V orberei t end e Arb eit en/ 1.1 V ord err äde r ve rrie gel n und ent riegel n (JS 6 3V C) (Ab bi ldu ng T3 ) @ 6 \mo d_1 190 206 047 543_ 267 1.d oc @ 3 957 1 Voorwielen vergrendelen en ontgrendelen (JS63VC) (Afbeelding T3 ) Pos: 6.1 0 / In nent eil/ Vor ber eiten de A r beite n/V or der räd er v erri egeln H inwei s JS 63C @ 3\m od_ 115 874 AANWIJZING De voorwielen laten zich niet vergrendelen als zich de maaier op vlakke bodem bevindt. De maaier in de tuin schuiven om de voorwielen te vergrendelen. De voorwielen dan vergrendelen als aan een helling, op oneffen vlakte wordt gemaaid, of als de maaier achterwaarts van een wand of uit een nauw bereik wordt getrokken. 4525586 _26 71. d oc @ 202 55 Pos: 6.1 1 / In ne e A r beite n/V or der räd er v erri egeln un d en tri eg eln Text JS 63C @ 3\m od_ 115 874 482 3573 _26 71. doc @ 202 65 – De maaier op oneffen bodem voorwaarts schuiven. nt eil/V or ber eiten d – De hendel (A) in de vergrendelde positie (B) terugtrekken. – Om de voorwielen te ontgrendelen de hendel (A) naar voren in de ontgrendelde positie (C) schuiven.
s: 6.1 3 /In nent ei l/S iche rheits hinwei s e/Si che rheits hinweis : Mes ser, Mot orS to p @ 0\m od_ 1115 201 376 187 _26 71.d oc @ 268 5 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Pos: 6.1 4 / In nent eil/ Vor ber eiten de A r beite n/E inst ell ung der V ord erradh öhe Tex t JS63V @ 6\m od_ 119 020 620 369 1_26 71. doc @ 395 84 Instelling van de hoogte van de voorwielen JS63V Over een hoogteinstelhendel aan het linker voorwiel kunnen beide voorwielen worden ingesteld. – De hoogte-instelhendel in de gewenste positie plaatsen. 8JS63VC (Afbeelding U3 ) – De hoogte-instelhendel aan beide voorwielen in de gewenste positie plaatsen. Pos: 6.1 5 / In nent eil/ Vor ber eiten de A r beite n/E inst ell ung der Hi nte rra dhö he Text JS 6 3 @ 3\m od_ 115 8746 223 338 _26 71.d oc @ 202 85 Instelling van de hoogte van de achterwielen (Afbeelding V3 ) Over een hoogte-instelhendel aan het linker achterwiel kunnen beide achterwielen worden ingesteld. – Het apparaat aan de onderste boom licht met een hand omhoogheffen om het wiel een beetje te ontlasten. – De snijhoogte-instelhendel met de andere hand in de gewenste positie plaatsen. Pos: 6.1 6 / In nent eil/ Vor ber eiten de A r beite n/E inst ell ung der S chnitt höh e H inw eis JS 63 V AR IO @ 6\m od_ 118 701 027 574 9_ AANWIJZINGEN Alle hendels op dezelfde hoogte instellen, behalve bij de twee laagste snijhoogte-instellingen (A en B in de volgende tabel). In de twee onderste snijhoogten de achterste hendel een groef hoger dan de voorste hendel instellen. Deze instelling optimaliseert de luchtstroom bij het uitwerpen en biedt bij het mulchen een optimaler afleggen van het maaigoed. Met een hogere instelling beginnen en deze dan eventueel naar beneden verstellen, om te vermijden dat het gazon te laag gesneden wordt. 2671. doc @ 387 09
Pos. Snijhoogte-instelling in mm (A) 20 mm (B) 33 mm (C) 45 mm (D) 59 mm (E) 70 mm (F) 85 mm (G) 97 mm os: 6.1 7 /In nent ei l/V orber ei ten de Ar bei te n/1. 1 Hol mhöh e ei n stell en (Abbi l dun g W3 ) @ 3\ mod_1 158 740 093 447 _267 1. d oc @ 2021 5 P Stuurboomhoogte instellen (Afbeelding W3 ) Pos: 6.1 8 / In nent eil/ Vor ber eiten de A r beite n/H ol mhöh e ein st elle n T ext J S63 @ 3\ mo d_1 1587 403 853 69_ 267 1.d AANWIJZING: De hoogte van de onderste stuurboom kan op drie verschillende posities worden ingesteld. oc @ 2 022 5 – De gerande moer (A) en de schroef (B) aan beide zijden van de stuurboom verwijderen. – De stuurboom op de gewenste hoogte (C) draaien. – Van binnen de schroef (B) door de houder en het onderdeel van de stuurboom doorsteken en met de gerande schroef (A) weer vast verschroeven. Aan beide zijden dezelfde opening in de houder gebruiken.
os: 7.3 /Inn entei l/S ic her heits hi nwei se/S ic her heits hi nwei s: S t ein @ 0\m od_ 1115 200 949 078 _26 71.d oc @ 268 7 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Pos: 7.4 / Inn enteil/ V or d er Er s ten Inb etrie bna hme /A llgem ei ne Sic h erh eitshi nwei se B e nzin mähe r @ 0\m od_ 111 520 9990 359 _26 71.d oc @ 286 4 Alle boutverbindingen en de bougiestekker controleren op juiste montage. De bouten beter vastschroeven, indien nodig! Hierbij vooral de bevestiging van de messenbalk controleren (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de messenbalk“). De bevestigingsschroef van de messen dient steeds door een vakwerkplaats te worden vastgeschroefd. Wanneer de messenschroef te vast of te los wordt aangeschroefd, kunnen messenkoppeling en messenbalk beschadigd worden of loskomen, wat tot zware letsels kan leiden. Let u er op dat alle veiligheidsinrichtingen correct zijn bevestigd en dat zij niet beschadigd zijn. Pos: 7.5 / Inn enteil/ V or d er Er s ten Inb etrie bna hme /1.1 Öl ein füll en (Abbi l dung Y 1 ) @ 0\ mo d_11 152 109 610 78_ 267 1.doc @ 2 863 Olie bijvullen (Afbeelding Y1 )
os: 7.6 /Inn entei l/S ic her heits hi nwei se/S ic her heits hi nwei s: E xpl osi on @ 0\ mod _11 152 106 186 40_2 671 .doc @ 26 77 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 45978_ 267 1. d oc @ 2 035 5 Pos: 7.7 / Inn enteil/ V or d er Er s ten Inb etrie bna hme /Öl ein füll en Hinw eis Mot or JS 6 3 @ 3 \mo d_1 158 825 7 BELANGRIJK Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld. Pos: 7.8 /Innenteil/Vor der Er sten Inbetriebnahme/Öl einfüllen Text Motor B&S @ 3\mod_1158825112723_26 71. doc @ 203 45 Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na het losschroeven van de oliepeilstok in deze opening vullen. – De maaier op effen bodem parkeren. – Olie langzaam tot aan de vulopening vullen. Niet te vol maken. 9– Olieniveau controleren. Oliepeilstok verwijderen. De peilstok met een schone lap afvegen, weer insteken en vastdraaien. Daarna de peilstok er weer uittrekken en het olieniveau aflezen. De olie moet zich tussen de markeringen "ADD" en "FULL"bevinden. Eventueel olie navullen. Het olieniveau mag echter niet boven de FULL-markering liggen. Oliepeilstok in de motor weer insteken en vastdraaien. – Na het eerste vullen het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen. Pos: 7.9 / Inn enteil/ V or d er Er s ten Inb etrie bna hme /1.1 K rafts toff ei nfüll en @ 0\m od_ 111 521 1956 203 _26 71.d oc @ 286 2 Brandstof invullen
s: 8.3 /Inn entei l/S ic her heits hi nwei se/S ic her heits hi nwei s: Fuss, S tein, A bstan d @ 0\mo d_1 115 212 854 781 _267 1.d oc @ 2679 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Pos: 8.4 / Inn enteil/ St art en d es M oto rs /Al lge meine S icher heit s hinw eise S eiten ausw u rf @ 0\m od_ 111 521 298 7875 _26 71. doc @ 288 7 De motor mag alleen achter de maaier staande worden gestart. Ga nooit aan de uitwerpzijde staan! In elk geval de maaier op een effen niet met hoog gras begroeide vlakte plaatsen (is het gras te lang, dan wordt daardoor het aanlopen van de mesbalk belemmerd en het starten onmogelijk). Waar dit niet mogelijk is, de grasmaaier zo schuin opstellen, dat de snijdinrichting in de van de gebruiker afgekeerde richting wijst maar echter slechts zover als dit absoluut noodzakelijk is. Pos: 8.5 /Inn en oto rs/Starten des Motors Text JS 63 @ 3\mod_ 115883 1741526 _2671. doc @ 20375
– De vlotter (A) drie tot vijf maal flink indrukken! (ook indien de motor wegens gebrek aan brandstof is blijven stil staan, teil/S tart en des M brandstof bijvullen en de vlotter drie tot vijf maal indrukken) B . AANWIJZING Vlotteren is gewoonlijk bij hernieuwd starten van een warme motor niet nodig. Bij koud weer kan echter een hernieuwd vlotteren noodzakelijk zijn. – De veiligheidsschakelbeugel (B) op bovendeel van de duwboom drukken en vasthouden Z .
– De startkabel (C) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt E , dan snel uittrekken – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. – Wanneer de motor na 3 keer trekken niet aanspringt, de primer drie- tot vijfmaal indrukken en opnieuw aan de startkabel trekken.
9 Pos: 8.6 / Inn enteil/ St art en d es M oto rs /Hinw eis : W ICH TI G @ 0\m od_ 1115 213 366 156 _26 71.d oc @ 288 BELANGRIJK De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom wordt gedrukt. Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordt geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand. Pos:
Pos: 9.5 / Inn enteil/ A bstel le n de s Mo tors / 1 ANH ALTE N IM NO T FA LL (A bbil du ng F ) @ 3\ mod _11 588 344 9456 9_2 671 .doc @ 20 435 11 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD (Afbeelding F ) Pos: 9.6 / Inn enteil/ A bstel le n de s Mo tors / Anhalt en i m Notf al l Hi nweis J S 63, B OPGELET Verwondingen vermijden! Motor en mesbalk moeten binnen 3 seconden stoppen. Anders de volgende geautoriseerde vakwerkplaats consulteren. enz in @ 3\m od_ 115 883 358 7385 _26 71. doc @ 204 05 Pos: 9.7 / Inn enteil/ A bstel le n de s Mo tors / Anhalt en i m Notf al l T ext JS 63 @ 3\ mo d_11 588 346 610 35_ 267 1.doc @ 2 044 5 Veiligheidsschakelbeugel (A) en aandrijfschakelbeugel (B) loslaten. – De maaier stopt. – Het mes komt tot stilstand. – De motor wordt uitgeschakeld.
s: 10. 1 /- --- -- --- - 1 Lee rz eil e -- --- -- --- @ 0\ mod _ 11 146 117 8 71 40_2 671.doc @ 3221 10Pos: 10. 2 / In nent eil/ Fahr ant ri eb/ 1 FAHR AN TR IEB @ 0\ mod _11 1521 526 204 6_2 671. doc @ 29 11 12 RIJAANDRIJVING Pos: 10. 3 / In nent eil/ Fahr ant ri eb/ 1.1 Be di enu ng des Hi n ter radant ri ebes (Abbi l dung G ) @ 0 \mo d_1 115 216 3004 53_ 267 1.do c @ 2 912 Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) Pos: 10. 4 / In nent eil/ Fahr ant ri eb/Be di en ung des Hin t errad ant ri ebes Te xt JS 63 @ 3\ mod _11 588 353 717 52_ 2671 .doc @ 2 0455 De achterwielaandrijving wordt d.m.v. de aandrijfbedieningshendel (A) aan het bovenstuk van de stuurboom bij een draaiende motor in- en uitgeschakeld: – Aan de bedieningshendel trekken en vasthouden = maaier loopt. – De bedieningshendel loslaten = maaier blijft staan (stand 0). AANWIJZING De achterwielen klikken als de maaier bij uitgeschakelde motor voorwaarts wordt geschoven. Pos: 10. 5 / In nent eil/ Fahr ant ri eb/ 1.1G eschw in digk eits ei nst ell ung (Abbil d ung H ) @ 0\ mod _11 278 912 471 01_2 671 .doc @ 29 13 Regelen van de snelheid (Afbeelding H ) Pos: 10. 6 / In nent eil/ Fahr ant ri eb/ Geschw i ndigk ei tseins t ell un g Wic htig @ 0\ mo d_11 278 913 946 13_ 267 1.d BELANGRIJK Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen! oc @ 2 916 Pos: 10. 7 / In nent eil/ Fahr ant ri eb/ Geschw i ndigk ei tseins t ell un g Tex t JS63 V A RIO @ 6 \mo d_1 187 010 601 750_ 267 1.d oc @ 3 874 4 De rijsnelheid wordt traploos ingesteld met de aan de rechterkant aangebrachte hendel van de variobediening. – De hendel eerst naar rechts uit de inkeping trekken (1) en dan door omzetting de gewenste rijsnelheid instellen (2). De hendel klikt in de dichtstbijzijnde nieuwe positie weer automatisch vast. – Positie “haas” = snel (max. snelheid) – Positie “schildpad” = langzaam (min. snelheid) Pos : 1
os: 11. 3 /In nent ei l/S iche rheits hi nweis e/ Sic he rheits hi nweis: Les en, Mess er, S tei n, A bst and, Mo torS t op @ 0\m od_ 111 5358 236 734 _26 71.d oc @ 268 1 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Pos: 11. 4 / In nent eil/ Mähb et rie b/1. 1 M ähen an H angl age n @ 0 \mo d_1 115 358 4224 53_ 267 1.do c @ 2 923 Maaien op hellingen Pos: 11. 5 / In nent eil/ Mähb et rie b/M ähe n an H angl age n S ic he LET OP De maaier kan op taluds of hellingen met een hellingspercentage van maximaal 25° worden gebruikt. Steilere hellingen kunnen tot motorschade leiden. rheits hinw eis 25° Benz i n @ 0 \mo d_1 115 358 464 343_ 267 1.d oc @ 2 929 Om veiligheidsredenen bevelen wij echter dringend aan, dit theoretisch vermogenspotentieel niet volledig te gebruiken. Principieel mogen handmatig bestuurde grasmaaiers bij hellingen van meer dan 15° niet worden gebruikt.
Pos: 11. 6 / In nent eil/ Mähb et rie b/1. 1 Öls ta ndk ontr oll e @ 0\m od_ 111 5358 654 859 _26 71.d oc @ 292 4 Oliepeilcontrole Pos: 11. 7 / In nent eil/ Mähb et rie b/Öls t andk ontr oll e Mäher Text @ 0\ mod _111 535 869 367 1_2 671. doc @ 29 31 Vóór elk maaien het oliepeil controleren Y1 . De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn. Pos: 11. 8 / In nent eil/ Mähb et rie b/1. 1 P rüf ung de r Betri ebs sich erh ei t @ 0\m od_ 1115 358 766 390 _26 71.d oc @ 292 5 Controle van de bedrijfsveiligheid Pos: 11. 9 / In nent eil/ Mähb et rie b/Prüf ung de r B etri ebss ich erh eit Text Be nz in @ 0\m od_ 111 535 882 137 5_26 71. doc @ 293 2 Voor ieder maaien, er op letten, dat de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem vlekkeloos functioneert. Wanneer de schakelbeugel wordt losgelaten, moeten motor en messenbalk binnen drie seconden blijven staan. Anders de volgende geautoriseerde vakwerkplaats consulteren. Na de eerste bedrijfsuren en later regelmatig alle bouten en moeren vastdraaien. Om gevaar te voorkomen ook elke keer voor het maaien de staat van de messen controleren en kijken of de messen goed vastzitten. (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de messenbalk”). Bij blokkeren van het maaiwerk, b. v. door vastrijden op een hindernis moet door een geautoriseerde vakwerkplaats worden gecontroleerd of onderdelen van de maaier beschadigd of gedeformeerd zijn. Ook een eventueel noodzakelijk wordende reparatie mag alleen door een geautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd. Pos: 11. 10 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 Zeitlic h e Ei nsch ränk ung en @ 0\m od_ 111 535 891 0000 _26 71. doc @ 292 7 Tijdelijke beperkingen Pos: 11. 11 / I nne nteil/ Mäh betri eb/ Zei tlic h e Eins ch ränk ung en Text @ 0\ mod _11 153 589 4250 0_2 671 .doc @ 29 36 Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop maaiers mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b.voor het gebruik van de maaier bij de desbetreffende instantie. Pos: 11. 12 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 Tipps z ur R as en pfleg e @ 2\m od_1 144 832 859 503 _26 71.d oc @ 121 95 Tips voor de verzorging van het gazon Pos: 11. 13 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 Mähen (A b bil du ng M) @ 2\ mod_ 114 482 4073 403 _26 71. d oc @ 120 95 Maaien (Afbeelding M ) Pos: 11. 14 /Inne nteil/ Mäh betri eb/Tipps zur R asen pfleg e M ähen mit V ARIO, oh ne Ant rieb Tex t @ 0\mod_1 115359 314 906_26 71.d oc @ 2935 Na 10 – 14 dagen begint elk gazon te verwilderen. U zult zien: Hoe vaker het gemaaid wordt, des te beter en krachtiger het eruit ziet; want regelmatig maaien bevordert een gelijkmatige groei. 11Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen. Maai alleen droog gras. Bij natte bodem wordt de grasnerf gemakkelijk beschadigd; de wielen drukken zich in de grond en laten sporen achter. Als het gras te lang is geworden, maai het gazon dan eerst met hoge instelling van de snijhoogte in de ene richting, en daarna met lagere, door u gewenste hoogte-instelling in de breedte. Snij alleen met scherpe, foutloze messen, opdat de grashalmen niet uitrafelen. Een zuiver snijbeeld bereikt u als u de maaier in staptempo in zo recht mogelijke banen leidt. Deze banen moeten altijd een paar centimeter overlappen, opdat er geen stroken blijven staan. Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde grasmatten! Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Naast de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en het vanggedrag. De rijsnelheid aanpassen aan persoon, terrein en aan de te snijden grashoogte. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen. Pos: 11. 15 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 Mulche n @ 2\m od_ 114 4824 162 792 _26 71.d oc @ 121 05 Mulchen Pos: 11. 16 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 Was vers teht ma n un ter Mulc hen @ 2\ mod _11 448 3084 053 1_2 671. doc @ 12 175 Wat verstaat men onder mulchen? Pos: 11. 17 / I nne nteil/ Mäh betri eb/W as vers t eht ma n un ter Mulc hen Text JS 63 @ 4\ mod _11 6255 673 319 2_2 671. doc @ 22 725 Bij het mulchen wordt het gazon gesneden en worden de afgesneden halmen gelijktijdig door de speciaal mulchmessen meermaals klein gesneden. Dit mulchmessen richt de grashalmen op en snijdt de halmen in zeer korte stukken, die dan gelijkmatig over het gazonoppervlak worden verdeeld. Het afgesneden gras kan nu sneller uitdrogen en verrotten, waardoor de humusvorming wordt bevorderd. De bodem wordt zo op natuurlijke wijze bemest en ook nog beschermd tegen uitdroging. Het verzamelen en verwijderen van het afgesneden gras vervalt. Het mulchconcept ondersteunt daardoor de ecologische kringloop aanzienlijk. Pos: 11. 18 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 Wie err eic ht ma n ein en p erf ekten R ase nschni t t @ 2 \mo d_1 144 830 928 671_ 267 1.d oc @ 1 218 5 Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon? Pos: 11. 19 / I nne nteil/ Mäh betri eb/W ie er reic ht ma n ein en p erf ekten R ase nschni tt S T ext @ 3\m od_ 115 321 1430 612 _26 71.d oc @ 177 15 Het beste snijdbeeld en resultaat bereikt men op een droge gazon, omdat natte gazon door de korte stukjes afgesneden gras snel gaat kleven en klonteren. Deze grasklompen vormen rotting en schimmels en hinderen de gewenste ecologische kringloop. Wanneer het gazon desondanks toch eens in zeer vochtige of natte toestand dient te worden gemaaid, dan moet het afgesneden gras korter zijn, dat betekent dat de snijdhoogte 1 - 2 trappen hoger dient te worden ingesteld dan bij droge gazon.
Bij gebruik van een mulchmaaier mag de te snijden grashoogte naar mogelijkheid 10 cm niet overstijgen. In een arbeidscyclus wordt nu maximum 1/3 van de grashoogte afgesneden. Wanneer er geen positief resultaat wordt bereikt, dient eventueel twee keer na elkaar te worden gemulcht. Naargelang de soort van het gazon en de groeisnelheid dient tot twee keer per week te worden gemaaid en daarbij maximum 1/3 van de grashoogte te worden afgesneden. Wanneer het gras toch een keer te hoog zou zijn om te mulchen, kan de mulchmaaier met enkele handgrepen worden omgebouwd voor het maaien met uitworp aan de zijkant. Pos: 11. 20 / I nne nteil/ Mäh betri eb/1 . 1 U mbau auf Sei ten auswu rfm ähe r @ 4\ mod_ 1158 906 141 123 _26 71. d oc @ 205 15 Ombouw naar zijkantuitworp Pos: 11. 21 / I nne nteil/ Mäh betri eb/A usw urfsc hach t an bau en (A bbi ldu ng Y 3 + T1 ) @ 4 \mo d_1 158 9059 906 20_ 267 1.do c @ 2 050 5 Uitwerpschacht monteren (Afbeelding Y3 + T1) Pos: 11. 22 / I nn /U mba u auf Sei ten auswu rf mähe r Text J S6 3 @ 4\m od_ 1158 837 306 727 _26 71.d oc @ 204 95 – De motor uitschakelen. ent eil/ Mäh betri eb – De veiligheidsmoer (A) en de schijf verwijderen Y3 . – De mulchafdekking (B) omhoogheffen en vasthouden. – De uitwerpschacht (C) onder de mulchafdekkingsveer en montagehouder (D) aanbrengen en op de bout neerlaten T1 . – De schijf op de bout opzetten en met de veiligheidsmoer (A) vastschroeven. – De mulchafdekking sluiten. De maaier wordt vanaf de fabriek met ingebouwd standaard mulchmes geleverd. Het mulchmes functioneert met de mulchafdekking of de uitwerpschacht even goed. Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden gebruikt, moet de uitwerpschacht weer worden verwijderd. Hiertoe de motor uitschakelen, de uitwerpschacht (C) verwijderen, de mulchafdekking sluiten en de schijf op de bout opzetten en met de veiligheidsmoer (A) vastschroeven.
s: 12. 1 /- --- -- --- - 1 Lee rz eil e -- --- -- --- @ 0\ mod _ 11 146 117 8 71 40_2 671.doc @ 3221 12Pos: 12. 2 / In nent eil/ War tun gsi nte rvalle/ 1 WAR TUNGS IN TE RV ALLE @ 4\mo d_1 159 190 053 844 _267 1.d oc @ 2098 9 14 ONDERHOUDSINTERVALLEN Pos: 12. 3 / In nent eil/ War tun gsi nte rvalle/ W art ungsi nterv alle Text J S 63V @ 6 \mo d_1 190 206 570 553_ 267 1.d oc @ 3 959 7 Routineonderhoud aan de machine overeenkomstig de volgende onderhoudsintervallen uitvoeren. De in deze bedieningshandleiding echter niet in deze onderhoudstabel genoemde onderhoudswerkzaamheden moeten indien nodig worden uitgevoerd. BELANGRIJK Schade vermijden! Onder extreme resp. buitengewoonlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen als beneden aangegeven noodzakelijk. Vóór elk bedrijf
- Het olieniveau controleren Y1 .
- Messchroef controleren en eventueel aandraaien. Na elk bedrijf
- Het mes op schade controleren Inrijtijd – Na de eerste 5 bedrijfsuren
- Da motorolie vernieuwen V + Y1 . Na 25 bedrijfsuren of eenmaal per jaar
- De overbrenging en het gebied onder de snaarafdekking laten reinigen.
- Naafbussen van de aandrijfassen laten smeren. Na 50 bedrijfsuren
- De bowdenkabel van de aandrijving controleren en zo nodig laten afstellen.
- De voorwiellagers smeren (JS63VC). Pos : 1
Pos: 13. 3 / In nent eil/ Pfl eg e un d Wa rtun g des Mä her s/P fleg e un d W ar tun g des Mä hers Hi nweis @ 0\ mod _11 1536 300 754 6_2 671. doc @ 29 96 Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en storingvrije werking! Pos: 13. 4 / In nent eil/ Pfl eg e un d Wa rtun g des Mä her s/Ori ginale rsatz teile H inw ei s @ 6\m od_ 1199 788 471 285 _26 71.d oc @ 434 86 Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!
os: 13. 5 /In nent ei l/S iche rheits hinwei s e/Si che rheits hinweis : Les en, Mess er, S tei n, Mot o rsto p, Hei ss, Zü ndke rze, H an dschu he @ 0\m od_ 111 536 314 5562 _26 71. doc @ 268 2 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Pos: 13. 6 / In nent eil/ Pfl eg e un d Wa rtun g des Mä her s/1.1 R einig ung @ 4\ mo d_11 612 658 621 77_ 267 1.doc @ 2 259 5 Reiniging Pos: 13. 7 / In nent eil/ Pfl eg e un d Wa rtun g des Mä her s/R eini gung Te xt B enzi n linke S eite @ 0\ mod_ 112 80 BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier op de linkerzijde leggen (in rijrichting) omdat er anders startmoeilijkheden zouden kunnen optreden. 8553 829 2_26 71. doc @ 299 7 Verwijder vuil en grasresten onmiddellijk na het maaien. Gebruik een borstel of een lap voor het reinigen. Draai niet aan de mesbalk, want dan wordt er motorolie in carburator en luchtfilter gepompt en startmoeilijkheden kunnen optreden. Spuit de motor nooit met water af. Het ontstekingssysteem en de carburator kunnen hierdoor beschadigd raken. Pos: 13. 8 / In nent eil/ Pfl eg e un d Wa rtun g des Mä her s/1.1 U mkla ppe n de s F ühr ungs hol m es (Ab bi ldu ng B 4 + C4 + D4 ) @ 4 \mo d_1 159 267 931 497_ 267 1.d oc @ 2 107 5 Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding B4 + C4 + D4 ) Pos: 13. 9 / In ne Wa rtun g des Mä her s/U mkla ppe n d es F ühr ungs holm es Text JS6 3 @ 4\m od_1 158 907 948 357 _26 71.d oc @ 205 35 nt eil/P fleg e un d – De uitwerpschacht verwijderen T1 + Y3 . – De startkabelgreep uit de houder nemen. – De gerande moer (A) aan elke zijde om 25 mm (1 in.) losdraaien. Het bovenstuk van de stuurboom (B) voorzichtig naar beneden klappen B4 . – Aan beide zijden de gerande moer (C) en de platkopschroef (D) verwijderen C4 . – De onderste stuurboom (E) voorzichtig naar voren laten zakken. De bowdenkabels langs de binnenzijde van de onderste stuurboom verleggen. De bowdenkabels daarbij niet inklemmen, knikken of platdrukken D4 . – De platkopschroeven en gerande moeren aan de houder aanbrengen. Pos: 13. 10 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 W a rtun g de s M esser bal ke ns @ 0\m od_1 115 365 509 765 _26 71.d oc @ 297 5 Onderhoud van de messenbalk Pos: 13. 11 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/W a rtun g d es M esser bal ke ns T ext @ 0\ mod_ 111 536 556 056 2_2 671. doc @ 30 11 Een scherp mes garandeert een optimale maaiprestatie. Controleer voor elke maaibeurt de toestand en de vaste zitting van het mes. Een versleten of beschadigd mes dient absoluut te worden vervangen. 13Pos: 13. 12 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 N ac hschl eif en und A u swuc ht en des Messe rbal k ens @ 4\ mod _116 126 595 746 1_2 671. doc @ 22605 Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk Pos: 13. 13 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/N ac hschl ei fen und A uswucht en des Messe rbalk ens Hi nw eis B en zin @ 0\ mod_ 1115 6 18 908 515 _26 71.d oc @ 299 1 WAARSCHUWING Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen. Pos: 13. 14 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 A usw e chsel n des Mes s erb alken s (A bbil dun g P ) @ 0\m od_ 111 536 581 2828 _26 71. doc @ 296 6 Vervangen van de messenbalk (Afbeelding P ) Pos: 13. 15 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/A usw ec hsel n des Mes s er balke ns -1 - Hi nw eis @ 0 \mo d_1 115 365 8509 53_ 267 1.d WAARSCHUWING De messenbalk dient steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats te worden uitgewisseld. Door een verkeerd gemonteerde messenkoppeling of door een te vast of te los aangehaalde messenschroef kan de messenbalk loskomen, wat tot zware letsels kan leiden. oc @ 2 980 Pos: 13. 16 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/A usw ec hsel n des Mes s er balke ns -2 - Text JS 6 3 @ 4\m od_1 158 922 603 507 _26 71.d oc @ 205 45
– De maaier op de linker (in rijrichting) kant leggen. – De schroef (A), het onderlegplaatje en het mes verwijderen. – Het mes controleren en indien nodig naslijpen en laten uitlijnen of vervangen. Pos: 13. 17 / I nn Wa rtu ng d es M ähe rs/A usw ec hsel n des Mes s er balke ns -4 - Text @ 0\ mod _111 536 600 376 5_2 671. doc @ 29 85 – Bij vervangen alleen originele messenbalken gebruiken! (Bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). ent eil/P fle ge u nd – Reserve messenbalken moeten duurzaam voorzien zijn van de naam en/of het teken van de producent of leverancier en het onderdeelnummer. Reserve messenbalken mogen alleen overeenkomstig de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende maaier worden gemonteerd. Pos: 13. 18 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/A usw ec hsel n des Mes s er balke ns -5 - Hi nw eis JS63 @ 4\ mod _11 589 233 7557 4_2 671 .doc @ 20555 BELANGRIJK De montage geschiedt in omgekeerde volgorde. De omhoogstaande uiteinden van de mesbalk moeten naar het huis wijzen. Pos: 13. 19 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/A usw ec hsel n des Mes s er balke ns -6 - Text JS 6 3 @ 4\m od_1 158 923 676 506 _26 71.d oc @ 205 65 – De bevestigingsschroef van de messen met een momentsleutel op 45 Nm vastdraaien. Geen slagschroevendraaier gebruiken! Indien u de noodzakelijke gereedschappen niet bezit, dan gelieve de werkzaamheden door een geautoriseerde vakwerkplaats te laten uitvoeren. Wanneer de messenschroef te vast of te los worden aangehaald, dan kunnen messenkoppeling en messenbalk beschadigd worden of loskomen, wat tot zware letsels kan leiden. Pos: 13. 20 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 W a rtun g de r Vo rde rrä der @ 0\ mod _11 153 664 1615 6_2 671 .doc @ 29 72 Onderhoud van de voorwielen Pos: 13. 21 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/W a rtun g d er Rä der Te xt JX 80 @ 6\ mod _11 888 934 450 03_ 2671 .doc @ 3 9495 Eenmaal per jaar of om de 20 bedrijfsuren de lagers van de wielen inoliën. – Met een sleutel de moeren losdraaien en de wielen verwijderen.
– Schuif, nadat de lagers gesmeerd zijn, de wielen op en schroef deze weer zo vast, dat de wielen nog makkelijk maar zonder speling kunnen draaien. Pos: 13. 22 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 W a rtun g de s Hi nte rr adan trie bs (A b bildun g R ) @ 0 \mo d_1 115 366 513 750_ 267 1.doc @ 2974 Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) Pos: 13. 23 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/W a rtun g d es Hi nt err ada ntrie bs - 1- Text JX 80 @ 6\m od_ 118 889 3564 447 _26 71.d oc @ 395 08
– De aangedreven wielen na het verwijderen van de wielmoeren van de assen trekken. – Vuil en vetresten van de wielafdekking, van het vrijlooprondsel op de aandrijfas en van het aandrijfrondsel aan de wielbinnenkant verwijderen.
– Het rondselpaar (vrijlooprondsel en aandrijfrondsel in het wiel) met de rollagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“, rondom zodanig invetten, dat de tussenruimtes tussen de tanden volledig zijn gevuld. – Bij het opschuiven van het aandrijfrondsel moeten de rondsels in elkaar grijpen; eventueel het wiel op de as een beetje draaien.
Pos: 13. 26 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 V or der radl age run g sch mi er en JS6 3V C (A bbil dun g E 4 ) @ 6 \mo d_1 190 2067 727 64_ 267 1.do c @ 3 963 6 Voorwiellagers smeren JS63VC (Afbeelding E4 ) Pos: 13. 27 / I nn Wa rtu ng d es M ähe rs/V or de rradl age run g Tex t JS 6 3C @ 4\mo d_1 158 924 822 837 _267 1.d oc @ 2058 5 – De opening van de voorwiellagers (A) met multifunctioneel smeervet smeren. ent eil/P fle ge u nd – Aan het andere voorwiel herhalen. Pos: 13. 28 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 V or der rad ar retie run gssti ft reini gen J S6 3V C (Ab bi ldun g F4 + G4 ) @ 6\mo d_1 190 206 724 377 _267 1.d oc @ 3962 3 Voorwielarrêteerpen reinigen JS63VC (Afbeelding F4 + G4) Pos: 13. 29 / I nn Wa rtu ng d es M ähe rs/V or de rradar reti e run gsstif t reini gen Text J S63C @ 4\ mod _11 5892 526 353 2_2 671. doc @ 20 605 ent eil/P fle ge u nd – De afdekking (A) aan het voorwiel verwijderen F4 . – De bescherming van stift en veer (B) verwijderen G4 . – De afdekking aanbrengen. 14Pos: 13. 30 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 W a rtun g de s A ntri ebs @ 2\ mod_ 114 433 424 356 4_26 71. doc @ 119 53 Onderhoud van de aandrijving Pos: 13. 31 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd W Het artu ng d es M ähe rs/Wa rtun g d es A ntri ebk eil riem ens JS6 3 V AR IO Text @ 6\ mod _118 854 861 781 9_2 671. doc @ 39 455 – controleren en instellen van de bowdenkabel van de aandrijving, – reinigen van de V-snaar van de aandrijving en overbrenging, – bijstellen, controleren en vervangen van de V-snaar van de aandrijving uitsluitend door een vakwerkplaats laten uitvoeren. Pos: 13. 32 / I nne nteil/ Pfl e ge u nd Wa rtu ng d es M ähe rs/1. 1 L age run g des Mähers @ 4\ mo d_1 1591 759 184 17_ 267 1.doc @ 2 084 5 Bewaring van de maaier Pos: 13. 33 / I nn d Wa rtu ng d es M ähe rs/L age run g des Mä her s T ext J S63 @ 4\ mod_1 1591 754 198 11_ 267 1.doc @ 2 083 5 – Alle versleten of beschadigde onderdelen repareren. Onderdelen naar behoefte vervangen. Losse bevestigingsdelen vasttrekken. ent eil/P fle ge u n – Gras en resten van de machine verwijderen. – De onderzijde van het maaiwerk zuiveren en gras en vuil van de binnenzijde van de uitwerpschacht verwijderen. – Beschadigde plaatsen aan metaaloppervlakten herstellen om corrosie te vermijden. – De smeerplaatsen smeren. – Motor voor overwinteren (of bij langdurige stilstand) voorbereiden. De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Pos : 1
os: 14. 3 /In nent ei l/S iche rheits hinwei s e/S iche rheits hinwei s: Les en, Mess er, Stei n, Expl o sion, B e nzin, Heiss , Zü ndke rze, H ands c huh e @ 4\m od_1 159 169 796 358 _26 71.d oc @ 2079 5 Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Pos: 14. 4 / In nent eil/ War tun g des Mo tors/ Mot ora bgas e Hinw eis @ 4 \mo d_1 159 1671 703 97_ 267 1.do c @ 2 075 5 WAARSCHUWING Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben. De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart. Pos: 14. 5 / In nent eil/ War tun g des Mo tors/A ll g em einer Hinw eis l i nke S eit e @ 0 \ mod_1 127 904 0383 14_ 26 BELANGRIJK Voor de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor en/of de maaier op de linker zijde leggen (in rijrichting), omdat anders startmoeilijkheden kunnen optreden.
Pos: 14. 6 / In nent eil/ War tun g des Mo tors/W art ung des Moto rs Text @ 0\ mod_11 153 684 5329 6_2 671 .doc @ 30 31 Regelmatig uitgevoerde onderhouds- en servicewerkzaamheden garanderen een duurzame en storingvrije werking van de motor. De motor uitwendig altijd schoon houden, er mogen vooral op de geperforeerde plaat van de ventilator geen vreemde voorwerpen (bijv. grasresten) liggen. De motor nooit met water afspoelen, dat zou storingen van de ontsteking en carburator tot gevolg kunnen hebben. De koeling werkt het beste, wanneer de koelribben van de cilinder worden schoon gehouden.
Pos: 14. 7 / In nent eil/ War tun g des Mo tors/ 1. 1 Mot or-K ühlrip pen rei ni gen (A bbild ung H 4 ) @ 4 \mo d_1 158 929 6146 99_ 267 1.do c @ 2 064 5 Motorkoelribben reinigen (Afbeelding H4 ) Pos: 14. 8 / In nent eil/ War tun g des Mo tors/ Mot or- Zyl in der ripp en r eini g en Hinw eis @ 4 \mo d_1 158 930 455 7 BELANGRIJK Schade vermijden! De koelribben zuiver houden, omdat de motor anders kan oververhitten. 86_267 1. d oc @ 2 066 5 Pos: 14. 9 / In ne s Mot ors/ Mot or- Zylin der ripp en r ei nig en Text @ 4\ mod _115 892 980 265 3_2 671. doc @ 20 655 – De maaier op effen bodem parkeren en de motor uitschakelen. nt eil/W ar tun g de – De motor laten afkoelen. – De bougiestekker aftrekken. – De koelribben (A) met een borstel of een lap reinigen. Pos: 14. 10 / I nne nteil/ Wa rtu ng d es M oto rs/1. 1 Ölwec hs el (A bbi ldu ng V ) @ 4 \mo d_1 159 2696 660 54_ 267 1.doc @ 2 109 5 Olie wisselen (Afbeelding V ) Pos: 14. 11 / I nne nteil/ Wa rtu ng d es M oto rs/Ö lwec hs el Hi nw eis @ 6\m od_1 199 793 171 487 _26 71.d oc @ 434 99 AANWIJZING Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren. Pos: 14. 12 / I nne nteil/ Wa rtu ng d es M oto rs/Ö lwec hs el G erä t ki pp en Text JS 63 @ 4\m od_ 115 893 1194 093 _26 71. doc @ 206 75 Bij een nieuwe motor moet de olie voor de eerste keer na 5 bedrijfsuren worden gewisseld, later om de 25 bedrijfsuren of minstens 1 keer per seizoen. – De olie wisselen, zolang de motor warm is. – Voor de motor of de machine op het toestel wordt gekanteld om olie af te tappen, de benzinetank leegmaken en de motor zolang laten lopen, tot hij wegens brandstoftekort stil valt. – Schakel de motor uit en trek de bougiestekker los. – Voor het verversen van de olie, de oliepeilstok uit de vulpijp halen en de maaier zodanig kantelen dat de oude olie in een opvangbak vloeit. 15Afgewerkte olie niet laten weglopen in het riool of in de grond, maar afvoeren volgens de plaatselijke milieuvoorschriften. – Daarna de maaier weer rechtop zetten en kwaliteitsolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. Oliepeilstok vastschroeven en oliepeil controleren (zie hoofdstuk Olie invullen, zie afbeelding Y1 )!
– Draai de schroeven (1) van de luchtfilterdeksel los en til het deksel (2) af. – Verwijder de voorfilter (3) en het papierfilterelement (4). – Reinig het papierfilterelement door het voorzichtig tegen een plat oppervlak te kloppen. Ging uit: bij sterke verontreiniging en beschadiging dient het verwangen te worden. Reinig het papierfilterelement niet met perslucht. Het papierfilterelement niet inoliën. – Was de voorfilter in een vloeibaar wasmiddel en water. Laat de filter grondig drogen voor gebruik. De voorfilter niet inoliën. – De voorfilter om het papierfilterelement assembleren, installeer het papierfilterelement/-voorfilter samengevoegd in de basis (5). – Plaats het deksel (2) op de luchtfilter en draai de schroeven (1) stevig in de basis (5). Bij ongunstige gebruiksvoorwaarden (sterke stofontwikkeling) is de reiniging bij iedere maaibeurt noodzakelijk, anders na telkens 25 bedrijfsuren of elk seizoen. (Bestelnr. filterelement en voorfilter zie originele reserveonderdelen en accessoires) Pos: 14. 18 / I nne nteil/ Wa rtu ng d es M oto rs/1. 1 Kont roll e der Zündk e rze (Abbil d ung Y ) @ 0\ mod_ 111 536 9306 250 _26 71. d oc @ 301 7 Controle van de bougie (Afbeelding Y )
Pos: 14. 19 / I nne nteil/ Wa rtu ng d es M oto rs/K ont roll e der Zündk e rze Text 0,5 mm JS 63 @ 4\ mod_ 115 893 221 113 8_2 671. doc @ 20 695 Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker (A) aftrekken en de bougie (B) losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,5 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken. Pos: 14. 20 / I nne nteil/ Wa rtu ng d es M oto rs/1. 1 Vorsc hri fts mä ßiges „Üb erw int ern “ d es M otor s (o der läng ere r N icht geb rau ch) @ 0\ mod _11 1536942 9437_2 671. doc @ 30 21 Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)
– Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat. – Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af. – De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. – Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen. – De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
os: 15. 3.2 / Inne ntei l/S t öru ngsu rsach en und der en B es eiti gu ng/Stö run gs ta bellen el em ente /Mo tor sprin gt ni c ht a n JS 63 @ 4\ mod _11 591 777397 44_2671 .doc @ 20855 Schakelbeugel is niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovenstuk van duwstang drukken Z . Primer-pomp niet bediend. Primer-pomp bedienen B . Brandstoftank leeg. Zuivere en nieuwe brandstof natanken. Bougiestekker los. Bougiestekker plaatsen of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Bougie defect resp. vuil of elektroden opgebrand. Bougie vervangen of reinigen, afstand tussen de elektroden op 0,5 mm instellen Y . Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Motor slaat niet aan Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . os: 15. 3.3 / Inne ntei l/S t öru ngsu rsach en und der en B es eiti gu ng/Stö run gs ta bellen el em ente /Mo torl eis tun g läss t nac h @ 0 \mo d_1 127 9092 156 94_ 267 1.do c @ 3 048
Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Motorvermogen neemt af Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
os: 15. 3.4 / Inne ntei l/S t öru ngsu rsach en und der en B es eiti gu ng/Stö run gs ta bellen el em ente /Mo tor l äuft unr egel mä ßig JS 6 3 @ 4 \mo d_1 159 183 9393 24_ 267 1.do c @ 2 087 5 Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Motorkoelribben verontreinigd Motorkoelribben reinigen H4 . Motor draait onregelmatig Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Aandrijfbedieningshendel niet getrokken. Aan de aandrijfbedieningshendel trekken G . Maaimachine rijdt niet Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
os: 15. 3.8 / Inne ntei l/S t öru ngsu rsach en und der en B es eiti gu ng/Stö run gs ta bellen el em ente /Mä her fäh rt nic ht a m H a ng @ 6\m od_ 118 701 374 7540 _26 71. doc @ 387 92 Maaier loopt niet op de helling (koppeling slipt) Voorspanning van de veer van de bowdenkabel te laag Bowdenkabel van aandrijving door een geautoriseerde vakwerkplaats laten afstellen. os: 15. 3.9 / Inne ntei l/S t öru ngsu rsach en und der en B es eiti gu ng/Stö run gs ta bellen el em ente /Sc hnitt uns aube r, R asen w i rd g elb, B e nzin J S6 3 @ 4\ mod_ 1159 186 933 167 _26 71. d oc @ 209 05 P Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren. Maaihoogte te gering. Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 . Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen. Maaibanen niet voldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. Snit onzuiver, gazon wordt geel Gazon is warboel. Door een verticuteermachine te gebruiken kan de kwaliteit van het gazon merkbaar beter worden. Pos: 15. 3. 10 /Inn ent eil /Stör ungs urs ac hen un d de ren B esei tig ung/S t öru ngst abel le nele ment e/Ge mul c hte G ras s ieht s chl ech t au s J S63 @ 4\ mod _11 591 8539 293 8_2 671. doc @ 20 895 17Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren. Mulchregel niet nageleefd (max. 1/3 van de grashoogte snijden; de te snijden grashoogte moet kleiner dan 10 cm zijn) Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 . Maaier op zijuitworp ombouwen Y3 + T1 en gazon eerst met hoge snij-instelling maaien. Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen. Grasverzameling onder het maaiwerk. Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 . Maaibanen niet voldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. Het gemulchte gras ziet er slecht uit: Klompen, bovenmatige maaigoedhoeveelheden, grof gemaaid Gras is vocht. Grotere maaihoogte instellen U3 + V3 . Gazon laten drogen. s: 15. 3.11 /Inn ent ei l/S tör ungs ursac hen un d de ren B esei tig ung/S t öru ngst abel le nele ment e/A uswu rf v ersto p ft, B enzin, JS 63 @ 4\m od_ 115918 478 4087_26 71. doc @ 208 85 Po Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaihoogte te gering terwijl het gras te lang is. Grotere Maaihoogte instellen U3 + V3 . Maaien met te hoge snelheid. Maainsnelheid aanpassen. Uitworp verstopt Gras is vocht. Gazon laten drogen.
s: 15. 3.12 /Inn ent ei l/S tör ungs ursac hen un d de ren B esei tig ung/S t öru ngst abel le nele ment e/V or der räd er v erri geln nic ht JS 63V C @ 6\mo d_1 190 207 620 931 _267 1.d oc @ 3970 1 De vooorwiel-grendelhefboom is in de ontgrendelde positie. De voorwiel-grendelhefboom in de vergrendelde positie terugtrekken T3 . De maaier bevindt zich op effen bodem. De maaier in de tuin schuiven. Voorwielen vergrendelen niet (JS63VC) Voorwielarrêteerpen verontreinigd. De pen in het voorwielhuis reinigen F4 + G4 .
s: 15. 3.14 /Inn ent ei l/S tör ungs ursac hen un d de ren B esei tig ung/S t öru ngst abel le nele ment e/M ähe r b ewegt sich ni c ht in ger ade r Lini e (JS 63VC) @ 6\ mod _119 020 747 285 5_2 671. doc @ 39 662 Maaier bewegt zich niet in rechte lijn; maaier volgt heugels en sloten in de bodem (JS63VC) Voorwielen niet vergrendeld. Voorwielen vergrendelen T3 .
s: 15. 3.15 /Inn ent ei l/S tör ungs ursac hen un d de ren B esei tig ung/S t öru ngst abel le nele ment e/V or der räd er bew e gen sic h sc hl epp end (JS 63VC ) @ 6 \mo d_1 190 207 553 373_ 267 1.d oc @ 3 968 8 Po Voorwielen bewegen zich langzaam als de maaier teruggetrokken wordt (JS63VC) Voorwielen niet vergrendeld. Voorwielen vergrendelen T3 . Pos: 15. 4 / In nent eil/ Stör ungs urs ac he n un d d ere n Besei ti gung /S tör ungs ursac hen un d de ren B es eitig ung Text B enzi n @ 0\ mo d_11 153 781 833 90_ 267 1.doc @ 3 057 Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.
Notice-Facile