PortronicD 5000 - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PortronicD 5000 Hormann in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - PortronicD 5000 Hormann
Gebruikersvragen over PortronicD 5000 Hormann
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PortronicD 5000 - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PortronicD 5000 van het merk Hormann.
GEBRUIKSAANWIJZING PortronicD 5000 Hormann
Handleiding voor montage-, bediening en onderhoud
Draideuraandrijving
| C1 | Handzender RSC 2 (inclusief handzenderhouser)Deze handzender werk ist een rolling code (frequentie: 433 MHz) die bij elke verzending wijzig. De handzender heeft twee toetsen. U kunt dus met de tweede toets een andere deur openen (2-vleugelige installment). | |
| C2 | Handzender RSZ 1Deze handzender is bedoeld voor opname in een sigarettenaansteker in een voertuig. De handzender werk ist een rolling code (frequentie: 433 MHz) die bij elke verzending wijzig. | |
| C3 | Radiocodeschakelaar RCT 3bMet de verlichte radiocodeschakelaar kannen maximaal 3 deuraandrijvingen per impuls snoerloos worden bestuurd. Zo bespaart u het omslachtige leggen van leidingen. | |
| C4 | Opbouw- en inbouwsleutelschakelaarMet de sleutelschakelaar kut u uw draideuraandrijving met de sleutel langs buiten bedieren. Twee versies in eén toestel - voor inbouw of opbouw. | |
| C5 | Ontvanger RERI 1 / RERE 1Deze 1-kanaal-ontvanger maakt de bediening van een draideuraandrijving met honder bijkomende handzenders (-toetsen) möglich. Geheugenplaatsen: 100Frequentie: 433 MHz (Rolling Code)Bedrijfspanning: 24 V DC/AC of 230/240 V ACRelais-uitgang: Aan/Uit | |
| C6 | Eénrichtingsfotocel EL 301Voor buitentoepassing als extraeiligheidsvoorzieningInclusief 2 x 10 m aansluitkabel (met 2 draden) en montagematerialiaal. | |
| C7 | Dempungsprofielset DP 21 / DP 22Profiel voor beveiliging van de sluitkant.DP 21 voor een deurhoogte max. 1000 mm, DP 22 voor een deurhoogte max. 2000 mm.Set bevat:1 dampingsprofiel DP 2 in overeenkomstige lengte1 C-profiel in overeenkomstige lengte | |
| C8 | Elektrisch slot voor laterale vergrendeling | |
| C9 | Elektrisch slot voor vloervergrendeling | |
| C10 | Inloopstuk met grendeluiitsparing voor elektrisch slot Ook benutbaar als eindaanslag. | |
| C11 | Onderlegplatenset voor inloopstuk | |
| C12 | LED-verkeerslicht oranje | |
| C13 | Wandhouder voor LED-verkeerslicht |
Inhoudsopgave
A Meegeverde artikelen 2
B Benodigde werktuigen bij de montage 2
C Toebehoren voor de draideuraandrijving 58
D Vervangdelen 147
1 Over deze handleiding 61
1.1 Geldende documenten 61
1.2 Gebrukke waarschuwingen 61
1.3 Gebrukte definities 61
1.4 Gebrukte symbolen en afkortingen 61
1.5 Gebruekte afkortingen 62
2 2Veiligheidsrichtlijnen 62
2.1 Doelmatig gebruik 62
2.2 Ondoelmatig gebruk 62
2.3 Kwalificatie van de monteur.. 62
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage, onderhoud, herstelling en demontage van de deurinstallatie 62
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage 62
2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor inbedrijfstelling en bediening 62
2.7 Veiligheidsrichtlijn voor gebruik van de handzender 63
2.8 Veiligheidsrichtlijnen voor
controle en onderhoud 63
2.9 Geteste veiligheidsvoorzieningen 63
3 Montage 63
3.1 Voorbereiding van de montage 63
3.2 Deuraandrijving monteren 63
3.3 Besturing van de aandrijving monteren 65
3.4 Netaansluiting 65
3.5 Aansluiting van de aandrijvingen 65
4 Inbedrijfstelling van de basisuitrusting 66
4.1 1-vleugelige deurinstallatie 66
4.2 2-vleugelige deurinstallatie 66
4.3 Krachtleercycli 68
4.4 Aansluiting van de veiligheidsvoorziening 68
4.5 Aansluiting van bijkomende componenten/toebehoren 68
4.6 Bijkomende functies met behulp van DIL-schakelaars instellen 69
5 Radio 70
5.1 Handzender RSC 2 70
5.2 Geintegreider radiomodule 70
5.3 Externe ontvanger 71
6 Bediening 71
6.1 Inwerken van gebruikers 72
6.2 Normale Werking 72
6.3 Terugbewegen gedurende een opening 72
6.4 Terugbewegen gedurende een sluiting 72
6.5 Handelingen bij een spanningsuitval 72
6.6 Handelingen na een spanningsuitval 72
6.7 Afkoppelen zonder spanningsuitval 72
6.8 Fabrieksinstelling 72
6.9 Bedienings-, fout- en waarschuwingsmeldingen ... 72
6.10 Oplossing van fouten 73
7 Controle en onderhoud 73
8 Optionele toebehoren 73
9 Demontage enberging 73
10 Garantievoorwaarden 73
11 Uittrekseluit de inbouwverklaring 74
12 Technische gegevens 74
13 Overzicht DIL-schakelaarfuncties 75

Illustrations. 133
Doorigeven of kopieren van dit document, gebruik en mededeling van de inhoud ervan+zijn verboden indien Niet uitdrukkelijk toegestaan. Overtredingen verplichten tot schadevergoeding. Alle rechten voor het inschrijven van een patent, een gebruiksmodel of een monster Voorbehonden. Wijzigingen onder voorbehoud.
Geachte klant,
wij verheugen ons dat u gekozen hebt voor een kwaliteit'sproduct van onderne firma.
Over deze handleiding1
Deze handleiding is een originele gebruiksaanwijzing in de zin van EG-richtlijn 2006/42/EG.Lees de handleiding zorgvuldig en volledig, zich bevat belangrijke informatatie over het product. Neem de opmerkingen in acht en volg in het bijzonder de veiligheids- en waarschuwingsrichtlijnen op.
Bewaar de handleiding zorgvuldig en verzeker u ervan dat deze alsijd beschikbaar is en door de gebruiker van het product kan worden geraadpleegd.
Geldende documenten1.1
Voor een veilig gebruik en onderhoud van de deurinstallatie要去en volgende documenten ter beschikking van de eindgebruiker worden gesteld:
deze handleiding
bijgevoegd controlobek
de handleiding van de deur
Gebrukke waarschuwingen1.2

Het algemene waarschuwingssymbool
kenteKent een gevaar dat kan leiden tot lichamelijkke letsels of totdood. In de tekst worden het algemene waarschuwingssymbol gebruikt met betrekking tot de volgende beschreiben waarschuingsstappen. In de illustraties verwijst een bijkomende aanduiding maar de verklaringen in de tekst.

GEVAAR
Kentekent een gevaar dat onmiddelijk leidt tot de dood of tot zware letsels.

WAARSCHUWING
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot de dood of tot zware letsels.

VOORZICTIG
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot lichte of middelmatige letsels.
OPGELET
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot beschadiging of vernieling van het product.
Gebruikte definities1.3
Openingstijd
Wachtijd voor de sluitbeweging van de draaideur uit de eindpositie Deur-open bij automatische sluiting.
Automatische sluiting
Automatische sluiting van de draaideur na verloop vanijd, vanuit de eindpositie Deur-open.
DIL-schakelaars
Schakelaars op de besturingsprintplaat voor deinstelling van de besturing.
Vleugel A/Doorgangsvleugel
Bij tweevelugelige installations de doorgangsvleugel, die voor de personendoorgang worden geopend
Vleugel B/Standvleugel
Bij tweeveugelige installaties de vleugel, die samen met de doorgangsvleugel voor het doorrijden worden geopend en gesloten.
Vleugelverspringing
De vleugelverspringing garandeert de correcte sluitvolgorde bij overlappende beslagen.
Impulsbesturing/Impulsbediening
Bij elke druk op een toets worden de deur in de tegengestelde richting t.o.v. de LASTErichting gestart of worden een deurbeweging gestopt.
Kracht-leercyclus
Bij deze leercyclus worden de krachten aangeleerd die voor het functioneren van de deur noodzakelijk zijn.
Normale cyclus
Bewegingen van de deur met de aangeleerde trajecten en krachten.
Referentiecyclus
Deurbeweging in de richting van de eindpositie Deur-dicht, om de basisinstelling opnieuw vast te leggen (bv. na stroomuitval).
Terugkeercyclus/Veiligheidsreset
Deurbeweging in tegengestelde richting bij het activeren van de veiligheidsvoorziening of van de krachtbegrenzing.
Terugkeergrens
Tot aan de terugkeergrens (max. 50~mm ),kort voor de eindpositie Deur-dicht, wordt bij het activeren van een veiligheidsvoorziening een beweging in tegengestelde richting (terugkeercyclus) geactiveerd. Bij het overrijden van deze grens bestaat dit gedrag Niet, zodate de deur zonder onderbreking van de beweging veilig de eindpositie bereikt.
Leercyclus trajectory
Deurbeweging die het traject in de aandrijving aanleert.
Dodemansloop
Deurbeweging, die slechts zolang worden uitgevoerd zolang de overeenstemmende toetsen bediend worden.
Waarschuwingstijd
De tijd:tussen het bewegingsbevel (impuls)/ na afloop van de openingsstijd en het begin van de deurbeweging.
Fabrieksinstelling
De aangeleerde waarden in de leveringstoestand / de fabrieksinstelling resetten.
Gebruekte symbolen en afkortingen1.4
In de afbeeldingen worden de montage van de aandrijving een een 1-vleugelige of aan een 2-vleugelige draaideur weergegeven.
OPMERKING:
Alle maataanduidingen in de illustraties zich in [mm].
Bij enkele illustraties staat dit symbol met een verwijzing\ aar een plaat in het tekstdeel. Daar vindt u belangrijke\ informatie voor de montage en de bediening van de\ deuraandrijving.
In het voorbeeld betekent 2.2:

Zietekt,hoofdstuk2.2
Daarenboven wordt het volgende symbol, dat de fabrieksinstelling kenmerkt, zowel in het afbeeldings- als in het tekstgedeelte weergegeven op dieplaatsen, waar de menu's van de aandrijving uitgelegd worden:

Fabrieksinstelling
Gebruekte afkortingen1.5
| Kleurcode voor leidingen, draden en constructiedelen De afkortingen van de kleuren voor zowel leiding- en kabelmarkeringen als constructiedelen volgen de internationale kleurcode volgens IEC 757: | ||
| BK Zwart RD Rood | ||
| BN Bruin WH Wit | ||
| GN Groen YE Geel | ||
2 Veiligeidsrichtlijnen
De draaideuraandrijving isuitsluitend voorzien voor de bediening van soepellopende draaideuren, in privé, nichtindustrieel gebruik. De maximaal toegelaten deurmaat en het maximaal gewicht月至en Niet worden overschreden. De deur要去envoudig manueel geopend en gesloten;kennen worden.
Er dient bij gebruik van deurvullingen rekening te worden gehonden met regionale windlasten (EN 13241-1).
Let op de aanwijzingen van de fabrikant aangaande de combinatie van deur en aandrijving. Eventeel gevaar in de zin van DIN EN 13241-1 worden door de constructie en montage volgens once aanwijzingen vermeden.
Deurinstallaties die zich op openbareplaatsen bevinden en die slechts over een beveiligingsuitrusting, b.v. krachtbegrenzing beschikken,ogenselkondertoezicht worden bediend.
Ondoelmatig gebruiK2.2
Continu gebruik en toepassing op industrieel gebied zichn nicht toegelaten. De constructie van de aandrijving is Niet ontworpen voor stroeflopende deuren. Gebruik bij deuren met hellingen of niveauverschillen is Niet toegelaten.
Kwalificatie van de monteur2.3
Alleen met een correcte montage en onderhoud door een competente/deskundige bediening of een competente/ deskundige persoon die met de handleidingen vertrouwd is, kan een veilig en juist functioneren van een montage gegarandeerd worden. Een deskundige volgens EN 12635 is een persoon die een aangepaste opleiding heeft genoten en beschikt over praktische kennis en ervaring om een deurinstallatie correct en veilig te monteren, te controleren en te onderhonden.
Veiligheidsrichtlijnen voor montage, onderhoud, 2.4 herstellung en demontage van de deurinstallatie

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 7
De montage, het onderhoud, de herstelling en de demontage van de deurinstallatie en de deuraandrijving要去en door eenvakman worden uitgevoerd.
Neem bij storingen van de deurinstallatie en de deuraandrijving onmiddelijk contact op met eenvakman voor de controle of de herstelling.
Veiligheidsrichtlijnen bij de montage2.5
De deskundige dient erop te letten dat bij UITvoerig van de montagewerkzaamheden de geldende voorschriften inzake verilgheid op het werk alsook de voorschriften voor bediening van elektrische toestellen worden toegepast. Hierbij要去en de nationale richtlijnen opgevolgd worden. Eventueli gevaar in de zin van DIN EN 13241-1 worden door de constructie en montage volgens once aanwijzingen vermeden.
Na beëindiging van de montage moet de monteur de installation, in overeenstemming met het geldigheidsbereik, conform DIN EN 13241-1 verklaren.
| 5 | GEVAAR |
| Netspanning | |
| Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.4 | |

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijk letsel door beschadigde constructiedelen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstub 3.1
Ongeschekte bevestigingsmaterialen
Zie waarschuwingsrichtlijhoofdstuk 3.2
Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijhoofdstuk 3.3
2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor inbedrijfstelling en bediening

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4 en 6
Gevaar voor lichamelijke letsels door Niet functionerende verilgheidsvoorzieningen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstub 4.1.5 en 4.2.8
Gevaar voor letsels door te hoog ingestelde krachtbegrenzing
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4.3.1
Veiligheidsrichtlijnen voor gebruik van de 2.7 handzender

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 5.1

VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstub 5.1
Veiligheidsrichtlijnen voor controle en 2.8 onderhoud

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 7
Geteste veiligheidsvoorzieningen2.9
Veiligheidsrelevant functions of components van de besturing, zoals krachtbegrenzing, exter fotocellen, voor zover voorhanden, werden overeenkomstig categorie 2, PL "c" van de EN ISO 13849-1:2008 geconstruerd en getest.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door nicht functionerende veiligheidsvoorzieningen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4.1.5
Montage3
3.1 Voorbereiding van de montage

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijk letsel door beschadigde constructiedelen
Fouten in de deurinstallatie of verkeerd uitgerichte deuren können tot ernstige letsels leiden!
- Gebruik de deurinstallatie Niet als er herstellings-of regelwerkzaamheden要去en worden uitgevoerd!
Controller de volledige deurinstallatie (scharieren, lagers van de deur, veren en bevestigingsdelen) op slijtage en eventuele beschadigingen.
Controller op aanwezigheid van roest, corrosie en barsten.
Laat voor uw eigien veilgheid onderhouds- en herstelwerkzaamheden enkel door een deskundigeuitvoeren!
Vór u de aandrijving installeert,That u voor uw eigenveiligheid eventueel moodzakelijkke onderhoudswerken enherstellingen aan de deurinstallatie utvoeren door eendeskundige.
Alleen met een correcte montage en onderhoud door een competente onderneming of een deskundige person overeenkomstig de handleidingen kan de veilige en voorziene functie gegarandeerd worden.
De deskundige dient erop te letten dat bij UITvoerig van de montagewerkzaamheden de geldende voorschriften inzake verilgheid op het werk alsook de voorschriften voor bediening van elektrische toestellen worden toegepast. Hierbij要去en ook de nationale richtlijnen worden toegepast. Bij een constructie en montage volgens once richtlijnen worden möglichke gevaren vermeden.
Voor de montage要去en de mechanische vergrendelingen van de deur, die Nietoodzakelijk zijn voor een bediening met de deuraandrijving, buiten gebruik gesteld of eventueel volledig gedemonteerd worden. Het gaat hier vooral over de vergrendelingsmechanismen van het deurslot.
Controller of de deur mechanisch volledig in orde is, zodat deutsche gemakkelijk met de hand kan worden bediend en gemakkelijk kan worden geopend en gesloten (EN 12604).
Wissel voor de montage en inbedrijfstelling maar de afbeeldingen. Neem het overeenkomstige tekstgedeelte inRCT, wanner u door het symbol voor de tekstrictionelijk waarop wordt gewezen.
3.2 Deuraandrijving monteren

WAARSCHUWING
Ongeschikte bevestigingsmaterialen
Het gebruik van ongeschikte bevestigingsmaterialen kan ertoe leiden dat de aandrijving Niet veilig is bevestigd en kan loskomen.
De meegeleverde montagematerialien dienen door demonteur op geschiktheid voor de Voorziene montageplaats te worden gecontroleerd.
- Gebruik het meegeleverde bevestigingsmaterial (pluggen) enkel voor beton ≥ B15 (zie afbeeldingen 2.1/3.1).
OPMERKING:
Afwijkend van de afbeeldingen要去en bij andere deurtypes andere verbindingselementen met andere inschroeflengtes worden gebruikt (bv. bij houten deuren要去en de overeenkomstige houtschroeven worden gebruikt).
Afwijkend van het afbeeldingengedeelte kan volgens materiaalsterkte of weerstand van de grondstof de nooodzakelijkke Kerngatdiameter gewijzigd worden.
Deoodzakelijke diameter kan bij aluminium 0,5,0 - 5,5 mm en bij staal 0,5,7 - 5,8 mm়n.
De aanbouwmaten bepalen3.2.1
De e-afmeting bepalen, zie afbeelding1. 1.
In de tabel onder afbeelding2. 1 de B-afmeting bepalen: In kolom a. e deijd selecteren, die de e-afmeting het dichtst benadert.
In deze regel de minimum benodigde openingshoek b. selectoren.
Boven de B-afmeting aflezen.c.
Montageprincipes voor het naleven van de 3.2.2 werkkrachten
De werkkrachten volgens DIN EN 12453/12445 können nageleefd worden, als u de volgende punten in acht neemt:
- Selecteer in de tabel onder afbeelding 1 een combinatie van afmeting A en Buit het gedeelte met vrijzechtergrond (voorkeurgedeelte).
Het zwaartepunt van de deur ligt in het midden van de deur (maximaal toelaatbare afwijking ± 20% ).
Aan de sluitkanten is een dampingsprofil DP 2^* met het overeenkomstige C-profil gemonteerd.
De aandrijving is op langzame bewegingssnelheid - geprogrammeerd (zie hoofdstuk 4.6.2)
De terugkeergrens bij max. 50 mm openingsbreedte • wordt over de volledige lengte van de hoofdsluikt Kant gecontroleerd en nageleefd. Anders dient de A-afmeting te worden vergroot.
Deze montagehandleiding wordt in acht genomen.
Montageprincipes voor een lange levensduur3.2.3
U bereikt een lange levensduur van de aandrijving als u de volgende voorwaarden verrult:
De deurloop is soepel lopend.
- Het voorkeurgedeelte (zie afbeelding 1) werk geselecteerd.
Voor een gelijkmatige deurloopsnelheid dienen afmetingen A en B bij benadering hetzelfde te zich; het maximaal verschil mag 40~mm Niet overschrijden.
De deurloopsnelheid heeft directe invloed op de optredende krachten. Zij dieren aan de deursluitkanten zo Klein möglich te worden gehonden:
Indien möglich, de volledige slag van de spel - benutten.
Een groter wordende A-afmeting redueert de - snelheid aan de sluitkant Deur-dicht. - Een groter wordende B-afmeting redueert des nelsheid aan de sluitkant Deur-open.
Voor een grotere openingshoek van de deur dient steeds een grote B-afmeting te worden geselecteerd. De aandrijving要去 op langzame snugheid geprogrammeerd worden (zie hoofdstuk 4.6.2). - De max. openingshoek van de deur verkleint met een groter wordende A-afmeting.
Bij een große openingshoek van de deur en/of eenkleine A-afmeting dient de aandrijving op langzame snelheid te worden geprogrammeerd (zie hoofdstuk 4.6.2). - Om het totaal van alle krachten op de spel te reduceren dient de A-afmeting en de afstandussen draaipunt van de deur en de spilbevestigting aan de deur zo groot möglich te zich.
OPMERKINGEN:
- Een onnodig hoog geselecteerde openingshoek verslecht het loopgedrag van de deur.
De opgegeven waarden in de tabel onder afbeelding 1 • zich slechts richtwaarden.
3.2.4 Bevestiging van de beslagen
De meegeleverde beslagen zijn galvanisch verzinkt en daardoor voorbereid voor een nabwehandeling.
Stenen of betonnen pijlers
Neem de aanbevelingen voor randafstanden bij pluggaten in acht. Bij de meegeleverde pluggen bedraagt deze minimumafstand een pluglente.
Draai de pluggen zodenig dat de spreidrichting van de plug parallel met de rand werkt.
Verbeteringen bieden compoundankers, waar bij een stifttap zonder spanning in het metselwerk worden geplakt.
Bij gemetselde pijlers dient een große, meerdere stenen bedekkende stalenplaat te worden aangeschroefd waarop het hoekelement van de pijler kan worden gemonteerd of gelast.
Goed geschikt om te monteren is ook een rond de pijlerkant bevestigde hoeekplaat.
Stalen stijlen
Controleer, of de ter beschikking staande steunbalk stabel genoeg is. Indien nodig要去 de balk versterkt worden.
Zinvol kan ook het gebruik van borgklinkmoeren zijn.
De beslagen{kunnen ook direct aangelast worden.
Houten stijlen
Het deurbeslag要去 doorgeschroefd worden. Daar bij dieren op de rugzijde van de stijl groe sluitringen te worden gebruikt, better nog een stalenplaat, zodate bevestigting Niet kan loskomen.
3.2.5 Montage van de aanrijving
OPGELET
Vuil
Bij boorwerken können boorstof en spaanders tot functiestoringen leiden.
Dek de aandrijving af bij boorwerken.
Bij de montage dient op een horizontale, stabiele en veilige bevestiging zowel aan de pijler of stijl als ook aan de deurvleugel te worden gelet.
Eventueel ook andere geschikte verbindigungselementen gebruiken. Niet geschikte verbindigungselementen können de bij het openen en sluiten optredende krachten nicht standhonden.
Om de draideuraandrijving te monteren:
- Stijlbeslag overeenkomstig de bepaalde afmetingen monteren, de betreffende bouten invetten en de aandrijving bevestigen (zie afbeelding 2.1).
Schuifstang maximaal tot aan de markings uitschroeven.2. - Om een reserve tot stand te brengen, de schuifstang aansluitend wee 1/2 omwenteling terugschroeven (zie afbeelding 2.2).
- De overeenkomstige boutein invetten, het schuifstang-beslag monteren en met een lijmtang voorlopig aan de deur bevestigen (zie afbeelding 2.2).
- Controller de definitie afmetingen door manueel bewegen van de deur in de eindposities bij losgekoppelde aandrijving (zie afbeelding 2.3). Duid de boorgaten aan, verwijder de lijmtang, boor beiden 6. gaten en bevestig het schuifstang-beslag (zie afbeelding 2.4).
3.3 Besturing van de aandrijving monteren

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging
Bij een verkeerde montage of bediening van de aandrijving hunnen ongewilde deurbewegingen optreden en waar bij personen of voorwerpen worden ingeklemd.
Volg alle aanwijzingen in dezehandleiding.
Bij verkeerd aangebrachte besturingstoestellen (zoals bv. schakelaars) können ongewenste deurbewegingen optreden enaarbij Personen of voorwerpen worden ingeklemd.
Monteer besturingstoestellen op een hoogte van minstens 1,5 m (buiten het bereik van kinderen).
Monteer vast geinstalleerde besturingstoestellen (zoals bv. toetsen) in het zicht van de deur, maar ver van bewegende onderdelen.
Bij falen van voorhanden veiligheidsvoorzieningen hunnen personen of voorwerpen worden gekneld.
Breng overeenkomstig BGR 232 in de omgeving van de deur een goed herkenbare en gemakkelijk toegankelijk noodstop aan, waarmee de deurbeweging in geval van gevaar kan worden gestopt (zie hoofdstuk 4.5.3)
OPGELET
vochtigkeit
Indringende vochtigkeit kan de besturing beschadigen.
Beschem de besturing gegen vochtigheid bij het openen van de besturingskast.
De besturing van de aandrijving moet verticaal en met de kabelbevestigingen maar onder worden gemonteerd.
Sla voor het later aanbrengen van kabelbevestigingen de voorgedrukte breukveiligheid alleen bij gesloten deksel door.
De lenghte van de aansluitkabelussen de aandrijving en de besturing mag maximaal 40m bedragen.
Om de aandrijvingbesturing te monteren:
Het deksel van de aandrijvingbesturing door de vier 1. schroeven los te schroeven verwijden.
De aandrijvingbesturing monteren zoals in afbeelding2. 3.1 is aangetoond.
Waarschuwingsbordje monteren3.3.1
Breng het waarschuwingsbord gegen knelgevaar duurzaam aan op een opvalende plaats of in de omgeving van de vast geinstalleerde schakelaar voor de bediening van de aandrijving.
Zie afbeelding 4
3.4 Netaansluiting

GEVAAR
Netspanning
Bij contact met de netspanning bestaat er gevaar voor elektrocutie.
Neem in ieder geval de volgende richtlijnen in acht:
Elektrische aansluitingen mogen enkel door een elektricien worden uitgevoerd.
De elektrische installmentie van de klant moet in overeenstemming zich met de betreffende verilgheidsvoorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz).
Let erop dat de nationale voorschriften voor het gebruik van elektrische toestellen nageleefd worden.
Schakel voor alle elektrische werkzaamheden de installmentie spanningsvrij en beeilig deze gegen het onbevoegt opnieuw inschakelen.
OPGELET
Vreemde spanning aan de aansluitklemmen
Vreemde spanning aan de aansluitklemmen van de besturing leidt tot vernietiging van de elektronica.
Leg geen netspanning (230/240 V AC) aan de aansluitklemmen van de besturing.
Om storingen te vermijden:
Leg de besturingskabels van de aandrijving (24 V DC) in een van de andere voedingskabels geschaden installaesystem (230 V AC).
- Gebruik grondkabel (NYY) voor leidingen die in de grond worden gelegd (zie afbeelding 3).
Bij gebruik van grondkabels voor de verlenging dient de verbindingaar de aandrijvingleidingen in een tegen spatwater beveiligde aftakdoos (IP 65, door de klant ter beschikking te stellen) te worden uitgevoerd.
Monteer alle kabels zonder torsie in de aandrijving.
Aansluiting van de aandrijvingen3.5
Aansluiting van de aandrijving bij een 3.5.1 1-vleugelige deurinstallatie
De kabels van de aandrijving overeenkomstig afbeelding 5.2 aan de stekker vleugel A monteren.
Aansluiting van de aandrijving bij een 3.5.2
2-vleugelige deurinstallatie zonder aanslagliest
Zie afbeeling 5.3a
Sluit de als eerste openende vleugel of de doorgangsvleugel aan op stekker vleugel A. De aandrijvingkabel van de andere vleugel worden op stekker vleugel B aangesloten. Bij verschillende vleugelgrootte is de Kleinere vleugel de doorgangsvleugel of vleugel A.
Aansluiting van de aandrijving bij een 3.5.3 2-vleugelige deurinstallatie met aanslaglijs
Zie afbeeling 5.3b
Bij deuren met aanslaglijst is de als eerste opende vleugel de doorgangsvleugel of vleugel A en wordt op stekker vleugel A aangesloten. De aandrijvingkabel van de andere vleugel worden overeenkomstig afbeelding 5.3 op stekker B aangesloten.
4 Inbedrijfstelling van de basisuitrusting


WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
In het bereik van de deur hunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
Kinderen mogen nicht bij de deurinstallatie spelen.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen:tussen deur en aandrijvingmechanisme bevinden.
Stel de deuraandrijving enkel in werking wanner u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en deze over slechts eén veiligheidsvoorziening beschikt.
Controleer de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt hierft.
Rijd of loop pas door deuopening van deurinstallations met afstandsbediening als de deur zich in de eindpositie Deur-open bevinds!
1-vleugelige deurinstallatie4.1
Eindaanslag monteren4.1.1
OPMERKING:
Een mechanische eindaanslag voor de eindpositie Deur-dicht is absolutnoodzakelijk. Door vergrendeling met een elektrisch slot is de installmentie bovendien beschermd gegen vandalisme en windlast.
Elektrisch slot * monteren en aansluiten4.1.2
Zie afbeelding 6
Bij aansluiting van een elektrisch slot uit de lijst met toebehoren hoeft de polariteit Niet in acht te worden genomen.
Zie afbeelding 7a/7.1a
Vleugel 1. A loskoppelen en ca. 1 m openen, de vleugel weer vastkoppelen.
Alle DIL-schakelaars op 2. OFF plaatsen. Spanningtoevoer tot stand brengen.3.
- DIL-schakelaar 1 op ON = 1-vleugelige installmentie
DIL-schakelaar 5. 4 op ON = instelmodus. groene LED a. GN knippert = instelmodus rode LED Licht b. RT op
4.1.4 Deut Edidpbitogrameren
Zie afbeeling 7.2a
- Printplaattoets T indrukken en ingedrukt honden. Vleugel A beweegt in richting Deur-dicht en blijft aan de eindaanslag staan, de motor wordenuitgeschakeld.
- Printplaattoets T loslaten. De deur bevindt zich nu in eindpositie Deur-dicht. LED RT blijft na de registratie van de eindpositie aan.
OPMERKING:
Wanneer de deur in richting Deur-open beweegt controleert u de aansluiting van de motor (zie afbeelding 5.2), sluit de motor eventueel correct aan, voer een fabrieksinstelling UIT (zie hoofdstuk 6.8) en herhaal de in dit hoofdstuk beschreiben stappen.
4.1.5 Eindpositie Deur-open programmeren
Zie afbeeling 7.2a
- Druk op printplaattoets T, houd deze ingedrukt en beweeg vleugel A in de gewenste positie Deur-open. Laat dan printplaattoets T los.
- Wanner er over de gewenste positie heben werd gelopen sluit u de vleugel een stuk door opniew op printplaattoest T te drukken. Door opniew op printplaattoets T te drukken kan de vleugel verder worden geopend.
- Wanner de gewenste eindpositie werden bereikt drukt u kort op printplaattoets P, de eindpositie Deur-open is geprogrammeerd. LED GN knippert kortstondig snel en dan langzaam.
DIL-schakelaar 4. 4 op OFF
a. de aangesloten verilgheidsinrichtingen worden actief geschakeld.
b. bediening via radiocode möglichk
- met printplaattoets T in functie met aanhoudend contact telkens drie volledige deurcylis als krachtleercyclus activeren (zie hoofdstuk 4.3 en afbeelding 7.3a).
a. LED GN Licht op, de krachten zijn aangeleerd.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door nicht functionerende veiligheidsvoorzieningen
Door nicht functionerende verilgheidsvoorzieningen kuren in geval van fouten lichamelijke letsels wordenveroorzaakt.
Na de leercyclussen dient de inbedrijfstellingsmonteur de functie(s) van de veiligheidsvoorziening(en) alsook de instellenen te controleren (zie hoofdstuk 4.4).
Eerst daarna is de installmentieklaar voor gebruik.
2-vleugelige deurinstallatie4.2
4.2.1 Eindaanslagen monteren
Mechanische eindaanslagen voor eindpositie Deur-dicht (b.v. inloopstukken *) zijn absolutoodnoodzakelijk. Door vergrendeling met een elektrisch slot is de installmente bovendien beschermrd gegen vandalisme en windlast.
Elektrische sloten \* monteren en aansluiten4.2.2
Zie afbeelding 6
Bij aansluiting van een elektrisch slot uit de lijst met toebehoren hoeft de polariteit nicht in ache te worden genomen.
Voorbereidingen4.2.3
Zie afbeelding 7b/7.1b
Vleugel 1. A loskoppelen en ca. 1 m openen, de vleugel weer vastkoppelen.
Vleugel B moet gesloten zich, anders vleugel 2. B loskoppelen, in positie Deur-dicht brengen en wee vastkoppelen.
Alle DIL-schakelaars op 3. OFF plaatsen.
Spanningtoevoer tot stand brengen.4.
DIL-schakelaar 5. 4 op ON = instelmodus.
groene LED a. GN knippert = instelmodus rode LED Licht b. RT op
4.2.4 Eindpositie Deur-dicht voor vleugel A programmeren
Zie afbeelding 7.2b
1. Printplaattoets T indrukken en ingedrukt honden. Vleugel A beweegt in richting Deur-dicht en blijf aan de eindaanslag staan, de motor wordenuitgeschakeld.
2. Printplaattoets T loslaten. De deur bevindt zich nu in eindpositie Deur-dicht. LED RT blijft na de registratie van de eindpositie aan.
OPMERKING:
Wanneer de deur in richting Deur-open beweegt controert u de aansluiting van de motor (zie afbeelding 5.3), sluit de motor eventueel correct aan, voer een fabrieksinstellinguit (zie hoofdstuk 6.8) en herhaal de in dit hoofdstuk beschreiben stappen.
4.2.5 Eindpositie Deur-open voor vleugel A programmeren
Zie afbeelding 7.2b
- Druk op printplaattoets T, houd deze ingedrukt en beweeg vleugel A in de gewenste positie Deur-open.Laat dan printplaattoets T los.
- Wanner er over de gewenste positie heben werd gelopen sluit u de vleugel een stuk door opniew op printplaattoets T te drukken. Door opniew op printplaattoets T te drukken kan de vleugel verder worden geopend.
- Wanner de gewenste eindpositie werden bereikt drukt u kort op printplaattoets P, de eindpositie Deur-open is geprogrammeerd. LED GN knippert kortstondig snel en dan langzaam.
4.2.6 Eindpositie Deur-dicht voor vleugel B programmeren
Zie afbeelding 7.3b/7.4b
Vleugel 1. B loskoppelen en ca. 1 m openen, de vleugel weer vastkoppelen.
2. DIL-schakelaar 3 op ON = 2-vleugelige bediening om vleugel B aan te leren.
3. Printplaattoets T indrukken en ingedrukt honden. Vleugel B beweegt in richting Deur-dicht en blijft aan de eindaanslag staan, de motor wordenuitgeschakeld.
- Printplaattoets T loslaten.
De deur bevindt zich nu in eindhoven Deur-dicht.
LED RT blijft na de registrarie van de eindpositie aan.
OPMERKING:
Wanneer de deur in richting Deur-open beweegt controlet u de aansluiting van de motor (zie afbeelding 5.3), sluit de motor eventueel correct aan, voer een fabrieksinstelling UIT (zie hoofdstuk 6.8) en herhaal de in dit hoofdstuk beschreiben stappen.
4.2.7 Eindpositie Deur-open voor vleugel B programmeren
Zie afbeelding 7.4b
- Druk op printplaattoets T, houd deze ingedrukt en beweeg vleugel B in de gewenste positie Deur-open. Laat dan printplaattoets T los.
- Wanner er over de gewenste positie heen werd gelopen sluit u de vleugel een stuk door opniew op printplaattoest T te drukken. Door opniew op printplaattoets T te drukken kan de vleugel verder worden geopend.
- Wanner de gewenste eindpositie werden bereikt drukt u kort op printplaattoets P, de eindpositie Deur-open is geprogrammeerd. LED GN knippert kortstondig snel en dan langzaam.
DIL-schakelaar 4. 3 op OFF plaatsen.
DIL-schakelaar 5. 4 op OFF plaatsen.
a. de aangesloten verilgheidsinrichtingen worden actief geschakeld.
b. bediening via radiocode möglichk.
- Met printplaattoets T in functie met aanhoudend contact telkens drie volledige deurcycli als krachtleercyclus activeren (zie hoofdstuk 4.3 en afbeelding 7.5b).
a. LED GN Licht op, de krachten zich aangeleerd.
- Indien noodzakelijk de functie vleugelverspringing instellen (zie hoofdstuk 4.2.8).
4.2.8 Met/zonder vleugelverspringing en grootte vleugelverspringing
Zie afbeelding 8.1/8.2
Bij 2-vleugelige deurinstallaties met aanslaglijst können de deuren gedurende de beweging gegen elkaar botsen. Daarom is het absolutoodnodzakelijk om na het aanleren de vleugelverspringing te activeren!
Opdat de deuren bij een 2-vleugelige deurinstallatie gedurende een deurbeweging Niet gegen elkaar botsen, is bij asymmetrische deuren met aanslaglijst een groete vleugelverspringing zinvol, terwijl bij symmetrische deuren met aanslaglijst eenkleine vleugelverspringing volstaat.
Functie vleugelverspringing instellen:
- Met DIL-schakelaar 2 de functie vleugelverspringing instellen.
| 2 ON | Zonder vleugelverspringing: Vleugel A en B openen en sluiten gegliktijdig. |
| 2 OFF | Met vleugelverspringing: Vleugel A opent voor vleugel B; vleugel B sluit voor vleugel A. |
- Met DIL-schakelaar 3 de grootte van de vleugelverspringing instellen:
| 3 ON Vleugel | B/kleine vleugelverspringing |
| 3 OFF | Vleugel A/grote vleugelverspringing |

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door nicht functionerende verilgheidsvoorzieningen
Door Niet functionerende veiligheidsvoorzieningen können in geval van fouten lichamelijke letsels worden veroorzaakt.
Na de leercyclussen dient de inbedrijfstellingsmonteur de functie(s) van de veiligheidsvoorziening(en) alsook de instellenen te controleren (zie hoofdstuk 4.6).
Eerst daarna is de installmentieklaar voor gebruik.
4.3 Krachtleercycli
Na het aanleren van de eindposities of bepaalde uitgevoerde wijzigingen要去 denkrachten in krachtleercyli opnieuw worden aangeleerd. De deur moet gesloten zich en er+zijn twee ononderbroken deurcylie moodzakelijk, waar bij er geen veiligheidsinrichting mag activeren. Het registeren van de krachten geleurt in.beide richtingen automatisch bij de automatische stopper, d.w.z. dat de aanrijving na een impuls automatisch tot in de eindpositie loopt. Gedurende het hele leerproces knippert LED GN. Na het afsluiten van de krachtleercylilicht deze dan voortdurend op (zie afbeeling 7.3a/7.5b).
Beide volgende processen moeten tweemaal herhaald worden.
Krachtleercyclus tot eindpositie Deur-open:
Printplaattoets T eenmaal indrukken. De aandrijving loopt automatisch tot in de eindpositie Deur-open.
Krachtleercyclus tot eindpositie Deur-dicht:
Printplaattoets T eenmaal indrukken. De aandrijving loopt automatisch tot in de eindpositie Deur-dicht.
Vanwege specifieke inbouwslituaries kan het gebeuren, dat de vooraf geprogrammeerde krachten Niet voldoende of te hoog zijn, wat tot onbedoelde terugkeercycli kan leiden. In zulke gevallen kan de krachtbegrenzing met een potmeter worden bijgeregeld, die zich op de besturingprintplaat bevindt en met opschrift Kraft F is gekenmerkt.

WAARSCHUWING
Te hoge krachtbegrenzng
Bij een te hoog ingestelde krachtbegrenzing stopt de draaideur bij het sluiten Nietijdig en kan daardoor personen of voorwerpen klemmen.
Stel geen te hove krachtbegrenzing in.
De verhoging van de krachtbegrenzing geleurt in procenten van de geprogrammeerde waarden; waar bij geeft de positie van de potmeter de volgende krachttoename aan (zie afbeeling 9):
| Aanslag links + 0 % kracht | |
| Middenpositie | +15 % kracht |
| Aanslag rechts +75 % kracht |
Om de krachtbegrenzing bij te regelen:
- Potmeter Kraft F in de gewenste richting regelen. De geprogrammeerde kracht met een geschikte 2. krachtmeet-inrichting op toegelaten waarden controleren binnen het toepassingsbereik van de EN 12453 en EN 12445 of de overeenstemmende nationale voorschriften. Als de gemeten kracht bij de potmeterinstelling 3. krachtbegrenzing 0% te hoog is kan zij met een verlaagde bewegingsnelheid voor normale en vertraagde beweging worden gereduceerd (zie hoofdstuk 4.6.2).
4.4 Aansluiting van de veiligheidsvoorziening *
Zie afbeelding 10.1b
Aan het veiligheidscircuit SE1 kan een 2-draads-fotocel worden aangesloten.
Veiligheidsvoorziening SE1 in richting 4.4.1 Deur-dicht
Veiligheidsvoorziening SE1 in richting Deur-dicht. Bij activering gebeurt een vertraagd, lang terugbewegen tot eindpositie Deur-open (zie afbeelding 10.1).
Elektrische aansluiting
| Klem 20 0 V (spannings) | toevoer) |
| Klem 73 Ingang schake | signaal SE1 |
Functiekeuze met DIL-schakelaars
| 5 ON 2-dra | ads-fotocel |
| 5 OFF | Geen verilgheidsvoorziening● |
OPMERKING:
De automatische sluiting kan enkel geactiveerd worden wanner de veiligheidsvoorziening actief is.
Aansluiting van bijkomende componenten/4.5 toebehoren
OPMERKING:
De gezamenlijke toebehoren mogen de 24 volt-verzorging van de aandrijving met max. 100mA belasten.
4.5.1 Aansluiting van een waarschuwingslicht
Zie afbeelding 10.2a
Aan de potentiallyvrije contacten bij de klem optie kan een waarschuwingslicht (b.v. voor waarschuwingsmeldingen voor en gedurende de deurbeweging) of de eindpositiemelding Deur-dicht worden aangesloten.Voor de werking met een lamp van 24V max.7 W) kan de spanning aan de besturing worden ontnomen (klem 24V =
OPMERKING:
Een 230^ -waarschuwingslicht要去 extern worden verzorgd (zie afbeeling 10.2b).
Aansluiting van externe schakelaars \*4.5.2
Zie afbeelding 10.3
Een of meerdere schakelaars met sluitcontacten (potentiaalvrij of waar 0 V schakelend), bijvoorbeeld sleutelschakelaars, kuren parallel aangesloten worden, max. kabellenge 40m (in een van 230V leidingen gescheiden gelegd kabelsysteme).
1-vleugelige deurinstallatie
Impulsbesturing:
Eerste contact aan klem 21
Tweede contact aan klem20
2-vleugelige deurinstallatie
Impulsbesturing bewegingsbevel doorgangsvleugel (A):
Eerste contact aan klem 23
Tweede contact aan klem20
Impulsbesturing bewegingsbevel doorgangsvleugel (A) en standvleugel (B):
Eerste contact aan klem 21
Tweede contact aan klem20
OPMERKING:
Is er voor externe bedieningselementen hulpspanning nodig, dan is aan klem 5 een spanning van +24V (tegen klem 20 = 0V ) aanwezig.
4.5.3 Aansluiting van een uitschakelaar voor het stoppen en/of uitschakelen van de aandrijving (stop- of moodstopcircuit) *
Zie afbeelding 10.4
Met deze schakelaar hunnen deurbewegingen onmiddelijk gestopt en verdere deurbewegingen verhinderd worden.
Een uitschakelaar met openercontacten (met schakeling waar 0V of potentaalvrij) worden als volgt aangesloten:
Verwijder de draadklem die in de fabriek geplaatst werk 1. tussen klem 12 (stop of moodstopingang) en klem 13 (0 V).
Schakeluitgang of eerste contact aan klem 2. 12 (stop of ingang moodstop) aansluten.
0 V (massa) of tweede contact aan klem 3. 13 (0 V) aansluiten.
4.6 Bijkomende functies met behulp van DIL-schakelaars instellen
De besturing worden via DIL-schakelaars geprogrammeerd.
Voor de eerste inbedrijstelling bevinden de DIL-schakelaars zich in de fabrieksinstelling, d.w.z. dat de schakelaars op OFF staan (zie afbeeling 7.1a/7.1b). Wijzigingen aan de instellengen van de DIL-schakelaars zijn enkel onder volgende voorwaarden toegelaten:
De aandrijving is in rusttoestand.
Er is geen waarschuwings- of openingstijd actief.
De LED GN knippert nicht.
Stel de gewenste veiligheidsvoorzieningen in overeenkomstig de nationale voerschriften en de DIL-schakelaars volgens de plaatselijke omstandigheden zoals hierna beschreiben.
DIL-schakelaar 6/7: automatische sluiting/4.6.1 waarschuwingstijd/optierelais
Met DIL-schakelaar 6 in combinatie met DIL-schakelaar 7 worden de functies van de aandrijving (automatische sluiting/ waarschuwingstijd 5 sec) en de functie van het optierelais ingesteld.
OPMERKING:
De automatische sluiting kan enkel geactiveerd worden wanner minstens een veiligheidsvoorziening actief is.
Zie afbeelding 11.1
| 6 OFF | 7 OFF | Aandrijving Zonder bijzondere functie |
| Optierelais Het relais trekt aan in de eindpositie Deur-dicht. |
Zie afbeelding 11.2
| 6 ON | 7 OFF | Aandrijving Automatische sluiting, waarschuwingstijd alleen bij automatische sluiting |
| Optierelais Het relais werkt snel in fasen bij de waarschuwingstijd, normaal bij de deurbeweging en bij de openingsstijd is het UIT. |
Zie afbeelding 11.3
| 6 OFF | 7 ON | Aandrijving Waarschuwingstijd bij elke deurbeweging zonder automatische sluiting |
| Optierelais Het relais werkt snel in fasen bij de waarschuwingstijd, normaal bij de deurbewegingen. |
Zie afbeelding 11.4
| 6 ON | 7 ON | Aandrijving Automatische sluiting, waarschuwingstijd bij elke deurbeweging |
| Optierelais Het relais werkt snel in fasen bij de waarschuwingstijd, normaal bij de deurbeweging en bij de openingstijd is het UIT. |
OPMERKING:
Een automatische sluiting is alleen möglichk vanuit eindhoven Deur-open. Bij het activeren van de krachtbegrenzing gedurende de sluiting gebeurt er een kort teruglopen in richting Deur-open en de deur stoot. Bij het in werkig stellen van de fotocel gedurende de sluiting keert de deur terug in eindpositie Deur-open en de automatische sluiting worden opnieuw gestart.
4.6.2 Langzame bewegingssnelheid
Als de gemeten kracht bij de potmeterinstelling krachtbegrenzung 0% te hoog is kan zij met een verlaagde bewegingssnelheid voor normale en vertraagde beweging worden gereduceerd.
Om de bewegingsnelheid te reduceren:
DIL-schakelaar1. 8 op ON plaatsen.
| 8 ON Langzame bewegingssnelheid voor alle deurbewegingen | |
| 8 OFF | Normale bewegingssnelheid voor alle deurbewegingen |
Voer drie openvolgende krachtleercycliuit 2. (zie hoofdstuk 4.3).
Controller de kracht opnieuw met behulp van de 3. krachtmeting.
5 Radio
5.1 Handzender RSC 2

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
Als de handzender bediend worden\ kunnen Personen gekwetst worden door\ de deurbeweging.
Vergewis u ervan dat de handzender nicht in kinderhandenterechtkommen en alleen door personen gebruikt worden die vertrouwd zijn met de werkwijze van de deurinstallatie met afstandsbediening!
Bedien de handzender alleen als u de leur ziet indien deze over slechts een veiligheidsvoorziening beschikt!
Rijd of loop pas door deuopening van deurinstallations met afstandsbediening als de deur zich in de eindpositie Deur-open bevindt!
Denk er aan, dat op de handzender onopzettelijk op een toets kan worden gedrukt (bv. in de broekzac/ handtas) en er hierdoor een ongewilde deurbeweging kan gebeuren.
Voorlichtig
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging
Tijdens het leerproces aan het radiosystem konnen er ongewenste bewegingen van de deur plaatsvinden.
Let erop dat er zich bij het aanleren van het radiosysteme geen personen of voorwerpen binnen de bewegingsradius van de deur bevinden.
OPGELET
Belemmering van de werkking door omgevingsinvloeden Bij onachtzaamheid kan de functie belemmerd worden!
Beschem de handzender gegen de volgende invloeden:rechtstreeks zonlicht (toegelaten
omgevingstemperatuur: -20^ tot +60^)
vochtigkeit
stof
OPMERKINGEN:
Voer een functietest uit na het programmeren of •uitbreiden van het radiosystem.
Gebruik voor de inbedrijfstelling of de uitbreiding van het radiosysteme uitsluitend originele onderdelen.
Deplaatselijkke omstandigheden können de reikwijdtve van het radiosysteme beinvloeden.
De handzender werkkt met een rolling code die bij elke verzending verandert. Daarom要去 de handzender op elke ontvanger, die要去 worden bestuurd, met de gewenste handzendertoets worden geprogrammeerd (zie hoofdstuk 5.2.1 of de handleiding van de ontvanger).
5.1.1 Bedieningselementen
Zie afbeelding 12
1 LED
2 Handzendertoetsen
3 Batterij
5.1.2 Batterijplaatsen/ervangen
Zie afbeelding 12
- Gebruik uitsluitend batterijtype CR2025, 3 V Li, en let waar bij op de juiste polariteit.
5.1.3 LED-signalen van de handzender
- De LED Licht op:
De handzender zendt een radiocode.
- De LED knippert:
De handzender zendt nog wel, maar de batterij is bijna leeg. Ze要去 zo snel möglichk verwangen worden.
- De LED toont geen reactie:
De handzender werkt nicht.
- Controller of de batterij juist geplaatst is.
- Vervang de batterij door een neue.
5.1.4 Uittrekseluit deverklaring van overeenstemming
De overeenstemming van het hierboven genoemde product met de voorschriften van de richtlijnen conform articlel 3 van de R&TTE-richtlijnen 1999/5/EG werk aangetoond door de naleving van volgende normen:
EN300220-2
EN301489-3
EN50371
EN 60950-1
De originele verklaring van overeenstemming kan bij de fabrikant worden aangevraagd.
5.2 Geintegreider radiomodule
Bij een geintegreerde radiomodule konnen de functies Impuls (Open-Stop-Dicht-Stop) en doorgangsvleugel op telkens max. 12 verschillende handzenders aangeleerd worden.
Indien更是 dan 12 handzenders geprogrammeerd worden, worden de functies gewist op de eerst geprogrammeerde handzenders.
Om de radiomodule te programmeren of de gevevens ervan te wissen, dienen de volgende voorwaarden verruld te zich:
Er is geen instelmodus geactiveerd (DIL-schakelaar 4 op OFF).
De vleugels worden nicht verplaatst.
Er is geen waarschuwings- of openingstijd actief.
OPMERKINGEN:
Voor de radiobesturing van de aandrijving moet een handzendertoets op een geintegreerde radiomodule geprogrammeerd worden.
De afstand:tussen handzender en aandrijving moet minstens 1 m bedragen.
5.2.1 Programmeren van de handzender-toetsen voor een geinteggreerde radiomodule
1-vleugelige bediening:
Zie afbeelding 12.1
Kanaal 1 / 2 = Vleugel A
2-vleugelige bediening:
Zie afbeelding 12.2
Kanaal 1 = Vleugel A+B
Kanaal 2 = Vleugel A
Druk 1x voor kanaal 1 of 2x voor kanaal 2 kort op 1. printplaattoets P. Nogmaals op de printplaattoets P drukken.beeindigt de draadloze programmeringmodus onmiddelijk.
Naargelang welt kanaal geprogrammeerd worden, knippert de rode LED RT nu 1x (voor kanaal 1) of 2x (voor kanaal 2). In dezeijdspanne kan een handzendertoets voor de gewenste functie geprogrammeerd worden.
Druk de handzendertoets die moet aangeleerd worden zo 2. lang in tot de rode LED snel knippert.
Laat de handzendertoets los en druk er binnen 3.
15 seconden opniew op, tot de LED zeer snel knippert.
Laat de handzendertoets los.4.
De rode LED Licht constant op en de handzendertoets is maar voor gebruik aangeleerd.
5.2.2 Wissen van alle gegevens in een geintegreerde radiomodule
Printplaattoets 1. P indrukken en ingedrukt honden.
LED RT knippert langzaam en signaleertkaar om te wissen.
Het knipperen wordt sneller.
Nu zijn alle aangeleerde radiocodes van alle handzenders gewist.
Printplaattoets 2. P loslaten.
5.3 Externe ontvanger
In plaats van een geintegreerde radiomodule kan voor de bediening van de deuraandrijving een externe ontvanger worden gezrukt voor de functies Impuls en
Doorgangsvleugel.
5.3.1 Externe ontvanger aansluiten
- Steek de stekker van een externe ontvanger in het overeenkomstige stopcontact (zie afbeelding 12.3).
De draden van de externe ontvanger dieren als volgt te zich aangesloten:
- aaN klem 20 (0 V)
- WH aan klem 21 (signaal voor de impulsbesturing kanaal 1, 0 V schakelend)
- BN aan klem 5 (+24 V)
YE aan klem 22 (signaal voor de doorgangsvleugel kanaal 2, 0V schakelend).Alleen bij een 2-kanaalontvanger.
- De gegevens van een geintegreerde radiomodule wissen, om dubbele bewegingen te vermijden (zie hoofdstuk 5.2.2).
- Leer de handzendertoets voor de functie Impuls (kanaal 1) en Doorgangsvleugel (kanaal 2) aan de hand van de bedieningshandleiding voor de externe ontvanger aan.
OPMERKING:
De antennekabel van de externe ontvanger mag Niet met metalen voorwerpen (nagels, steunbalken, enz.) in contact komen. De beste richting moet door testen bepaald worden.
6 Bediening



WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij deurbeweging
In het bereik van de deur hunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
Kinderen mogen nicht bij de deurinstallatie spelen.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen:tussen deur en aandrijvingmechanisme bevinden.
Stel de deuraandrijving enkel in werking wanner u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en deze over slechts eén veiligheidsvoorziening beschikt.
Controller de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt hierft.
Rijd of loop pas door deuopening van deurinstallaties met afstandsbediening als de deur zich in de eindpositie Deur-open bevindt!
Functiecontroles
De werkung van de mechanische ontgrendeling maandelijks controleren.

Om de veiligheidsreset te controleren, stopt u de deur met beide handen verwil zij sluit. De deurinstallatie moet dan uitschakelen en de veiligheidsreset inleiden.
Geef onmiddelijk aan een deskundige opdracht voor controle of hersteling wanner de veiligheidsreset Niet functioneert.
Inwerken van gebruikers6.1
Maak iedereen die de deurinstallatie gebruikt, vertrouwd met de gespaste en veilige bediening van de draaideuraandrijving.
Demonstreer en test de mechanische ontgrendeling en de veiligheidsreset.
Normale werking6.2
- Printplaattoets T, externe toets indrukken of impuls 1 activeren. De deur loopt in impulsbediening (Open-Stop-Dicht-Stop).
Bij het activeren van impuls 2 opent vleugel A (doorgangsvleugel), indien deze vooraf gesloten was (zie afbeelding 5.3a/5.3b). Bij geactiveerde vleugelverspringing kan vleugel A alleen worden bewogen, wonneer vleugel B zich in eindpositie Deur-dicht bevindt.
Terugbewegen gedurende een opening6.3
Wanneer de krachtbegrenzing bij een opening in werkung wordt gesteld, dan keert de betreffende vleugel kort terug in richting Deur-dicht, dus de aandrijving beweegt de deur in tegengestelde richting en stocht aansluitend. Bij een
2-vleugelige deur stocht de Niet-geactiveerde vleugel.
Terugbewegen gedurende een sluting6.4
Wanneer de krachtbegrenzing bij een sluiting in werkung worden gesteld, dan keert de betreffende vleugel kort terug in richting Deur-open en stopt. Als de fotocel in werkung worden gesteld gebeurt er een lange terugbeweging tot in eindpositie Deur-open. In impulsmodus blijdt de deur staan en bij automatische sluiting worden de tijd opnieuw gestart.
Handelingen bij een spanningsuitval6.5
Om de draaideurijdens een spanningsuitval te konnen openen of sluiten, moet zich van de aandrijving worden losgekoppeld (zie afbeelding 13.1). Als de deur bovendien met een elektrisch slot is beveiligd, dan dient dit vooraf met de overeenkomstige sleutel te worden ontgrendeld.
Handelingen na een spanningsuitval6.6
Na de terugkeer van de spanning moet de deur wee aan de aandrijving gekoppeld worden (zie afbeelding 13.2).
Na een spanningsuitval worden bij de volgende bewegingsimpuls automatisch een moodzakelijkereferentiecyclus in richting Deur-dicht uitgevoerd. Tijdens deze referentiecyclus worden het optierelais ingesteld en knippert een aangesloten waarschuwingslampje langzaam.
Afkoppen zonder spanningsuitval6.7
Na het koppelen dient de spanningstoevoer eenmaal worden onderbroken, zodate er automatisch een neue referentiecyclus in richting Deur-dicht worden uitgevoerd.
6.8 Fabrieksinstelling
Hiermee kann de geprogrammeerde eindposities en krachten worden teruggezet.
Fabrieksinstalling uityvoeren
DIL-schakelaar 1. 4 op ON zetten.
| 4 ON Instelmodium | |
| 4 OFF | Normale functie zelfhoudend |
- Printplaattoets P onmiddelijk kort indrukken. Als de rode LED 3. RT snel knippert, moet u DIL-schakelaar 4 meteen op OFF zetten.
- De besturing is nu terug in de fabrieksinstelling geplaatst. LED GN knippert langzaam.
6.9 Bedienings-, fout- en waarschuwingsmeldingen
6.9.1 LED GN
De groene LED GN (zie afbeelding 5.1) toont de bedrijfstoestand van de besturing aan:
| Permanent oplichten Normale toestand, alle eindposities Deur-open en krachten zich geprogrammeerd. |
| Snel knipperen Krachtleercycli要去en uitgevoerd worden. |
| Langzaam knipperen Eindposities要去en aangeleerd worden. |
6.9.2 LED RT
De rode LED RT (Afbeelding 5.1) toont aan:
| Display radiocode programmeren: Knipperen zoals in hoofdstuk 5 is beschreiben |
| Display van de functietioetseningangen: • Bediend = LED Aan • Niet bediend = LED Uit |
Fout-/Diagnoseweergave
Met behulp van de rode LED RT kunnenoorzaken voor onverwachtete werking gemakkelijk geidentificerd worden.
| LED RT | knippert 2x |
| Fout/ Waarschuwing | Veiligheids-/Beschermingsvoorziening SE is geactiveerd |
| Mogelijk oorzaak | Veiligheids-/Beschermings- voorziening werk bediend |
| Veiligheids-/Beschermings- voorziening is defect | |
| Herstellung | Veiligheids-/Beschermingsvoorziening testen |
| LED RT | knippert 3x |
| Fout/ Waarschuwing | Krachtbegrenzing in bewegingsrichting Deur-dicht |
| Mogelijk oorzaak | Er bevindt zich een hindernis binnen het deurbereik |
| Herstellung | De hindernis wegemen, krachten controleren en eventuele verhogen |
| LED RT | knippert 4x |
| Fout/ Waarschuwing | Stopcircuit of ruststroomkring is geopend, aandrijving staat |
| Mogelijk oorzaak | Openercontact aan klem 12/13 geopend |
| Stroomkring onderbroken | |
| Herstellung | Contact sluiten |
| Stroomkring testen | |
| LED RT knippert | 5x |
| Fout/Waarschuwing | Krachtbegrenzing in bewegingsrichtingDeur-open |
| Mogelijkereoorzaak | Er bevindt zich een hindernis binnen hetdeurbereik |
| Herstellung De hindeernis wegemen, krachtencontroleren en eventuele verhogen | |
| LED RT knippert | 6x |
| Fout/Waarschuwing | Systeemfout |
| Mogelijkereoorzaak | Interne fout |
| Herstellung Opnieu | euw instellen van defabrieksinstellungen (zie hoofdstuk 6.8) en debesturing opnieuw aanleren,evt.uitwisselen |
Oplossing van fouten6.10
Nadat deoorzaak van fouten werd opgelost, de fouf afluiuten:
Op de interne of externe schakelaar drukken of de radiohandzender bedieren.
De fouit worden gewist en de deur beweegt in de overeenkomstige richting.
7 Controle en onderhoud
De deuraandrijving is onderhoudsvrij.
Voor uw eigen verilgheid raden wij u城县 aan, om de deurinstallatie volgens instructies van de fabrikant door een deskundige te lately controleren en onderhoden.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Een ongewilde deurbeweging kan gebeuren, wanner de deurinstallatie bij controles en onderhoudswerkzaamheden onopzettelijk door derden opniew wird ingeschakeld.
Haal bij alle werkzaamheden aan de deurinstallatie de netstekker uit het stopcontact.
Beveilig de deurinstallatie gegen het onbevoegd opnieuw inschakelen.
Een contrôle of een vereiste reparatie mogen enkel door een deskundige worden uitgevoerd. Richt u hiervoor tot uw leverancier.
De gebruiker kan een optische controle uitvoeren.
Controller maandelijks de werkking van alle veiligheidsen beschermingsfuncties.
Voorhanden fouten of gebreken要去en onmiddelijk worden verholpen.
Wij bieden geen garantie voor nicht-vakkundig uitgevoerde herstellingen.
Optionele toebehoren8
Optionele tobehoren zichn Niet in de leveringsomvang inbegrepen.
Het gezamenlijke elektrische toebehoren mag de aandrijving met max. 100mA belasten.
Volgend toebehoren is beschikkaar:
externaldraadloze ontvanger
external impulsschakelaar (bv. sleutelschakelaar) fotocel
waarschuwingslamp/signaallamp
elektrisch slot voorlaterale vergrendeling
elektrisch slot voor vloervergrendeling
inloopstuk
set met onderlegplaten
Demontage en berging9
OPMERKING:
Let bij de demontage op alle geldende voorschriften van de arbeitsveiligheid.
Laat de deuraandrijving door een deskundige volgens deze handleiding in omgekeerde volgorde demonteren en vakkundig bergen.
10 Garantievoorwaarden
Garantie
Wij zijn vrijgesteld van garantie en productaansprakelijkheid indien,zonder once voorafgaande toestemming,eigen constructiewijzigingen of oneskundige installations in tegenstrijd met once montagerichtlijnen worden aangebracht. Verder zich we Niet verantwoordelijk voor verkeerd of achteloos gebruik van de aandrijving,voor oneskundig onderhoud van de draaideur en de toebehoren en voor ontoelaatbare draaideurmontages.De aanspraken op garantie zich ook Niet van toepassing op batterijen en gloeilampen.
Garantieduur
Naast de wettelijkarie garantie van de handelaar, voortvloeendiuit de overeenkomst, levert de fabrikant een garantie van 2aar vanaf de datum van aankoop. Er kan geen aanspraak gemaatk worden op garantie bij consumptiegoederen (bv. zekeringen, batterijen, lampjes). Een garantieclaim verlengt de garantieduur Niet. Voor verranging van onderden en herstellingswerkzaamheden bedraagt de garantietermijn ces maanden, met een minimum van de aanvankelijkigegarantietermiin.
Voorwaarden
De garantieclaim geldt alleen voor het land waarin het toestel werk gekocht. De goederen moeten via het door ons erkende distributiekanaal gekocht+zijn. De garantieclaim geldt alleen voor schade aan het product zichl. De terugbetaling van zowel de kosten voor uit- en inbouw, het testen van overeenkomstige delen als claims over gemiste winst en schadevergoeding zichnuitgesloten van garantie.
De aankoopbon geldt als bewijs voor uw garantieclaim.
Prestatie
Binnen de duur van de garantie verhelen wij alle defecten aan het product waarvan bewezen kan worden dat ze aan materiaal- of productiefouten te wijten zich. Wij verbinden ons ertoe, maar keuze, het defecte onderdeel te verrangen, te herstellen of door een waardevermindering te vergoeden.
Uitgesloten is schade door:
ondeskundige montage en aansluiting
ondeskundige inbedrijfstelling en bediening
external evloeden zoals vuur, water, abnormale
milieuomstandigeden
mechanische beschadigingen door een onceval, een val of een schok
onachtzame of moedwillige vernieling
normale slijtage of gebrek aan onderhoud
herstelling door nicht-gekwalificeerde Personen
gebruik van onderdelen van vreemde oorsprong
verwijdenen of onherkenbaar make n van het
productnummer
Vervangen onderdelen gaan over in de eigendom van de fabrikant.
Uittrekseluit de inbouwverklaring11
(in de zin van EG machinerichtlijn 2006/42/EG voor inbouw van een onvolledige machine overeenkomstig Aanhangsel II, Deel B).
Het op de weiterijde beschreiben product is ontwikkeld, geconstrueree en geprodueerd in overeenstemming met de:
EG-richtlijn machines 2006/42/EG
EG-richtlijn bouwproducten 89/106/EEG
EG-richtlijnaagspanning 2006/95/EEG
EG-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit
2004/108/EG
Aangewende en geraadpleegde normen en specificaties:
EN ISO 13849-1, PL "c", Cat. 2eiligheid van machines -veiligheidsrelevante delen van besturingen -deel 1: algemene vormgevingsprincipes
EN 60335-1/2, voor zover toepasselijk veilighheid van elektrische toestellen / aandrijvingen voor deuren
EN 61000-6-3 elektromagnetische compatibiliteit - uitzending van storingen
EN 61000-6-2 elektromagnetische compatibiliteit - bestendigheid gegen storingen
Onvolledige machines in de zin van de EG-richtlijn
2006/42/EG zijn bestemd om in andere machines of in andere onvolledige machines of installaties ingebouwd of ermee samengevoegd te worden, om daarmee samen een machine in de zin van bovenstaande richtlij te vormen.
Daarom mag dit product eerst in bedrijf worden gesteld wanneer er werk vastgesteld, dat de volledige machine/ installmentaarin het werk ingebouwd, overeenstemt met de bepalingen van de bovenstaande EG-richtlijn.
| Max. deurvleugelbreedte | 2.500 mm |
| Max. deurhoogte | 2.000 mm |
| Max. deurvleugelgewicht | 200 kg |
| Max. deurvleugelvulling | Afhankelijk van het deuropervlak. Er dient bij gebruik van deurvullingen rekening te worden gehonden met regionale windlasten (EN 13241-1). |
| Nominale last | Zie typeplaatje |
| Max. trek- en drukkracht | Zie typeplaatje |
| Max. spilsnelheid | Ca. 16 mm/sec |
| Deurvergrendeling | Elektrisch slot voor pijler- en vloervergrendeling, aanbevolen: • vanaf vleugelbreedte ≥ 1.500 mm • bij gedeelijke vulling • bij verhoogde windlast |
| Aandrijving-ontgrendeling | Aan de aandrijving, met ringbout |
| Aandrijvingskast | Kunststof |
| Netaansluiting | Nominale spanning 230 V / 50 Hz capaciteit'sopname max. 0,15 kW |
| Stand-by capacititeit | Ca. 12 W (zonder extra aangesloten toebehoren) |
| Besturing | Microprocessorbesturing, met 8 programmeerbare DIL-schakelaars, besturingsspanning 24 V DC, afdichtingsnorm IP 65 |
| Max. leidinglengte besturing - aandrijving | 40 m |
| Bedrijfstype | S2, kortstondige functie 4 minutes |
| Temperatuurbereik | -20 °C tot +60 °C |
| Einduitschakeling/ Krachtbegrenzing | Elektronisch |
| Uitschakelautomaat | Krachtbegrenzing voor beiden bewegingsrichtingen, zelflerend en zelftestend |
| Openingstijd automatische sluiting | 60 seconden (folocel vereist) |
| Motor | Spileenheid met gelijkspanningsmotor 24 V DC en wormoverbrenging, afdichtingsnorm IP 44 |
| Afstandsbediening | 2-kanaal-ontvanger, handzender |
Overzicht DIL-schakelaarfuncties13
| DIL 1 1- of 2-vleugelbediening | |
| ON 1-vleugelige bediening | |
| OFF 2-vleugelige bediening | |
| DIL 2 Met/zonder vleugelverspringing (alleen bij 2-vleugelige aandrijving) | |
| ON Zonder vleugelverspringing: vleugel A en B openen en sluiten gelijktijdig | |
| OFF Met vleugelverspringing: vleugel A opent voor vleugel B en vleugel B sluit voor vleugel A | |
| DIL 3 Vleugelsectie/Grootte van de vleugelverspringing | |
| ON Vleugel B/kleine vleugelverspringing | |
| OFF Vleugel A/grote vleugelverspringing | |
| DIL 4 Normale modus/Instelmodus | |
| ON Instelmodus | |
| OFF Normale functie zelfhoudend | |
| DIL 5 | Veiligheidsvoorziening SE1 in richting Deur-dicht (aansluiting klem 73) | |
| ON 2-draads-fotocel | ||
| OFF Geen veiligheidsvoorziening | ||
| DIL 6 DIL | 7 Functie | aandrijving Functie optierelais | ||
| ON ON Automatische | sluiting, waarschuwingstijd bij elke vleugelbeweging | Het relais werkt snel in fasen bij de waarschuwingstijd, normala bij de deurbeweging en bij de openingstijd is het UIT. | ||
| OFF ON Geen automatische | sluiting, waarschuwingstijd bij elke vleugelbeweging | Het relais werkt snel bij de waarschuwingstijd, normala bij de deurbewegingen | ||
| ON OFF Automatische | sluiting, waarschuwingstijd alleen bij automatische sluiting | Het relais werkt snel in fasen bij de waarschuwingstijd, normala bij de deurbeweging en bij de openingstijd is het UIT. | ||
| OFF OFF Zonder bijzondere functie Het relais trekt aan in de eindpositie Deur-dicht | ||||
| DIL 8 Normale/Langzame bewegingssnelheid voor alle deurbewegingen | |
| ON Langzame bewegingssnelheid voor alle deurbewegingen | |
| OFF Normale bewegingssnelheid voor alle deurbewegingen | |