ProMatic P - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ProMatic P Hormann in PDF-formaat.

📄 68 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Hormann ProMatic P - page 12
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Hormann

Model : ProMatic P

Categorie : Garagepoort

SKIP

Veelgestelde vragen - ProMatic P Hormann

Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProMatic P - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProMatic P van het merk Hormann.

GEBRUIKSAANWIJZING ProMatic P Hormann

INHOUDSOPGAVE BLZ. A Meegeleverde artikelen 2 B Benodigde werktuigen voor de montage 2 1 Belangrijke aanwijzingen 13

1.1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen 13

1.1.1 Garantiebepalingen en productaansprakelijkheid 13

1.1.2 Controle van de deur/deurinstallatie 13

1.2 Belangrijke aanwijzingen voor een veilige montage 13

1.2.1 Voor de montage 13

1.2.2 Bij montagewerkzaamheden 13

1.3 Waarschuwingsaanwijzingen 14

1.4 Onderhoudsaanwijzingen 14

1.5 Aanwijzingen bij de illustraties 14

Illustraties 18-30 2 Montagehandleiding 52

2.1 Benodigde vrije ruimte voor de montage van

2.2 Vergrendelingen bij de kanteldeur 52

2.3 Vergrendelingen bij de sectionaldeur 52

2.4 Kanteldeuren met kunstsmeedijzeren handgreep 52

2.5 Middenvergrendeling bij de sectionaldeur 52

2.6 Excentrisch versterkingsprofiel bij de sectionaldeur 52

2.7 Spanning van de aandrijvingsriem 52

3 Inbedrijfstelling / Aansluiting van de extra componenten / Bediening 52

3.1 Vastleggen van de eindposities door montage

van de eindaanslagen 52

3.2 Richtlijnen voor elektronische werkzaamheden 52

3.3 Inbedrijfstelling van de aandrijving 52

3.3.1 Wissen van de deurgegevens 53

3.3.2 Aanleren van de aandrijving 53

3.3.3 Instellen van de maximale krachten 53

3.4 Andere instelmogelijkheden 54

3.5 Aansluiting van extra componenten 54

3.5.1 Aansluiting van de ontvanger 55

3.5.2 Aansluiting van een externe "impuls”-toets 55

3.5.3 Aansluiting van een uitschakelaar of een

3.5.4 Aansluiting van een fotocel of een

onderloopbeveiliging 55

3.5.5 Aansluiting aan een optioneel relais 55

3.6 Aanwijzingen voor de bediening van de

garagedeuraandrijving 55

3.6.3 Meldingen van de aandrijvingsverlichting 56

3.6.4 Foutmeldingen/diagnose-LED 56

4 Garantiebepalingen 57 5 Technische gegevens 58 Door de auteurswet beschermd. Gehele of gedeeltelijke nadruk is zonder onze toestemming niet toegestaan. Constructiewijzigingen voorbehouden.

Geachte klant, Wij danken U dat U heeft gekozen voor een kwaliteitsproduct uit ons huis. Bewaar deze handleiding zorgvuldig! Let op de hiernavolgende aanwijzingen. Zij geven U belangrijke informatie over de montage en de bediening van de garage- deuraandrijving zodat U jarenlang veel plezier zult beleven aan dit product. 1 Belangrijke aanwijzingen ATTENTIE Een foutieve montage of gebruik van de aandrijving kan leiden tot ernstige letsels. Neem alle in deze handleiding opgenomen aanwijzingen in acht!

1.1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen

De garagedeuraandrijving is uitsluitend bestemd voor de automatische bediening van kantel- en sectionaldeuren, uitgebalanceerd door veren, voor niet-industriële toe- passing. Toepassing in de bedrijfssector is niet toegestaan!

1.1.1 Wij zijn vrijgesteld van garantie of productaan-

sprakelijkheid indien, zonder onze voorafgaande toe- stemming, wijzigingen of ondeskundige installaties in tegenstrijd met onze montagerichtlijnen worden aange- bracht. Wij zijn ook niet verantwoordelijk voor verkeerd of achteloos gebruik van de aandrijving en van de toebe- horen of het ondeskundig onderhoud van de deur en van de gewichtsuitbalancering. De garantiebepalingen zijn niet van toepassing op batte- rijen en gloeilampen.

1.1.2 Controle van de deur/deurinstallatie

De aandrijving werd niet ontworpen voor de bediening van zware deuren, d.w.z. deuren die niet meer of slechts zeer moeilijk met de hand kunnen worden geopend of gesloten. Om die reden is het noodzakelijk de deur te controleren voor de montage van de aandrijving en te verzekeren dat de deur ook handmatig ge- makkelijk te bedienen is. Hef de deur ca. 1 meter omhoog en laat ze los. De deur moet in deze positie blijven staan en noch naar onder, noch naar boven bewegen. Beweegt de deur toch in één van beide richtingen, dan bestaat het gevaar dat de uit- balancering niet juist ingesteld of defect is. In dit geval moet met slijtage of slechte functie van de deur rekening worden gehouden. Opgelet: levensgevaar! Probeer niet zelf de veren voor de uitbalancering van de deur of de veerhouders te vervangen, bij te regelen, te herstellen of te verplaatsen. Zij staan onder grote spanning en kunnen ernstige letsels veroorzaken. Controleer bovendien de volledige deur (hefarmen, lagers, kabels, veren en bevestigingspunten) op slijtage en eventuele beschadigingen. Ga na of roest, corrosie of scheuren aanwezig zijn. De deur niet gebruiken wanneer herstellingen of regelingen moeten gebeuren omdat fouten in de deurinstallatie of een slecht geregelde deur eveneens letsels kunnen veroorzaken. Tip Alvorens de aandrijving te installeren laat U, voor uw eigen veiligheid, werkzaamheden aan de compensatieveren van de deur en, indien noodzakelijk, onderhouds- en herstel- lingswerken alleen door een gekwalificeerde garagedeur- servicedienst uitvoeren!

1.2 Belangrijke aanwijzingen voor een veilige montage

De gebruiker dient erop te letten dat de nationale voor- schriften voor het gebruik van elektrische apparaten in acht worden genomen.

1.2.1 Voor de montage van de garagedeuraandrijving moet

worden nagegaan of de deur mechanisch in goede toe- stand en in evenwicht is. Ook moet gecontroleerd worden of de deur goed geopend en gesloten kan worden (zie hoofdstuk 1.1.2). Bovendien moeten de mechanische vergrendelingen, die niet noodzakelijk zijn voor de elektrische bediening van de deur, buiten werking worden gesteld. Dit geldt in het bijzonder voor het vergrendelingsmechanisme van het deurslot (zie hoofdstuk 2.2 en 2.3). De aandrijving is ontworpen voor gebruik in droge ruimten en mag dus niet in de openlucht worden gemonteerd. Het plafond van de garage moet stevig genoeg zijn om een veilige bevestiging van de aandrijving te verzekeren. Bij een te hoog of te licht plafond moet de aandrijving aan extra versterkingsprofielen worden bevestigd.

1.2.2 Bij montagewerkzaamheden moeten de veiligheids-

voorschriften in acht worden genomen. Let op Bij boorwerkzaamheden moet de aandrijving afgedekt worden omdat boorstof en spaan- ders kunnen leiden tot functiestoringen. De vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond (ook bij het openen van de deur) moet min. 30 mm bedragen (zie afbeelding 1.1a / 1.1b). Bij geringe vrije ruimte kan de aandrijving, voor zover voldoende plaats aanwezig is, ook achter de geopende deur gemonteerd worden. In dit geval moet een verlengde deurmeenemer gebruikt worden, die afzonderlijk moet besteld worden. De deuraandrijving kan max. 50 cm buiten het midden geplaatst worden. Uitzondering hierop zijn sectionaldeuren met verhoogd looprailbeslag (H-beslag). Hier is een spe- ciaal beslag nodig. Het noodzakelijke veiligheidsstopcontact voor de elektri- sche aansluiting moet ca. 50 cm naast de motor worden geplaatst. Deze maat moet gecontroleerd worden! ➤

06.2004 TR10A014 RE2.2 NEDERLANDS Aanwijzing Het waarschuwingsbordje tegen het knellen moet permanent op een opvallende plaats of in de nabijheid van een vast bedieningselement van de aandrijving aangebracht worden!

1.3 Waarschuwingsaanwijzingen

Vaste bedieningselementen (zoals drukknoppen) moeten in het zicht van de deur worden gemonteerd, maar weg van de bewegende delen en op een hoogte van minstens 1,5 meter. Zij moeten absoluut buiten het bereik van kinderen worden aangebracht! U dient erop te letten dat - zich geen personen of voorwerpen in het bewegingsbereik van de deur bevinden. - kinderen niet vlakbij de deur spelen! - het trekkoord van de mechanische ontgrendeling aan de geleidingsslede niet kan blijven hangen aan een dakligger of aan uitspringende delen van de wagen of de deur. LET OP: Voor garages zonder tweede toegang is een noodontgrendeling vereist, die het mogelijk buitensluiten verhindert. Deze moet afzonderlijk worden besteld en maandelijks op een goede werking worden gecontroleerd. OPGELET niet met uw volle lichaamsgewicht aan de ontgrendelingsklok trekken!

1.4 Onderhoudsaanwijzingen

De garagedeuraandrijving is onderhoudsvrij. Voor uw eigen veiligheid bevelen wij echter aan de deur eenmaal per jaar te laten controleren door een gekwalificeerde garagedeur-servicedienst.

1.5 Aanwijzingen bij de illustraties

In de illustraties wordt de montage van de aandrijving aan een kanteldeur voorgesteld. Bij montage-afwijkingen aan een sectionaldeur wordt dit aanvullend getoond. Hierbij wordt bij de beeldnummering de letter

a voor kanteldeuren en

b voor sectionaldeuren toegevoegd Enkele illustraties bevatten aanvullend onderstaand sym- bool met een tekstverwijzing. Onder deze tekstverwijzingen staat belangrijke informatie over de montage en de be- diening van de garagedeuraandrijving in het overeenkom- stig tekstgedeelte. Voorbeeld: = zie tekstdeel, punt 2.2

2.1 Benodigde vrije ruimte voor de montage van de

aandrijving Bij de montage van de aandrijving moet de vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond min. 30 mm bedragen (zie afbeelding 1.1a / 1.1b).

2.2 De mechanische deurvergrendelingen aan de kantel-

deur moeten buiten werking worden gesteld (zie afbeel- ding 1a). Bij de hier niet afgebeelde deurmodellen moeten de snappers ter plaatse vastgezet worden.

2.3 Bij de sectionaldeur moet de mechanische binnenver-

grendeling volledig gedemonteerd worden (zie afbeelding 1b). LET OP Bij de montage van de aandrijving moet het handkoord verwijderd worden. (zie afbeelding 1.2b).

Kanteldeuren met kunstsmeedijzeren handgreep Afwijkend van de illustratie (zie afbeelding 2a / 3.2a) moeten bij deze deuren de kantelstukbevestiging en de meenemer excentrisch geplaatst worden.

2.5 Middenvergrendeling bij sectionaldeur

Bij sectionaldeuren met een middenvergrendeling moeten bij deze deuren de kantelstukbevestiging en de meenemer excentrisch geplaatst worden (zie afbeelding 2b).

2.6 Excentrisch versterkingsprofiel bij sectionaldeur

Bij uitvoering met excentrisch versterkingsprofiel van de sectionaldeur moet het meenemerhoekstuk aan het vol- gende versterkingsprofiel rechts of links gemonteerd worden (zie afbeelding 2b). Aanwijzing Afwijkend van de illustratie moeten bij houten sectional- deuren de houtschroeven 5 x 35 uit het toebehorenpak gebruikt worden (boring Ø 3 mm).

2.7 Spanning van de aandrijvingsriem

De tandriem van de aandrijvingsrail wordt in de fabriek optimaal voorgespannen. In de aanloop- en afremmings- fase kan de tandriem bij grote deuren kortstondig buiten de geleidingsrail hangen. Dit effect brengt geen schade toe aan de techniek en heeft ook geen nadelige invloed op de functie en de levensduur van de aandrijving. LET OP Tijdens de deurloop niet met de vingers in de geleidingsrail grijpen ➜ knelgevaar! 3 Inbedrijfstelling / Aansluiting van de extra componenten / Bediening

3.1 Vastleggen van de eindposities door montage van

1) De eindaanslag voor de eindpositie "deur open” moet

los in de geleidingsrail tussen de geleidingsslede en de aandrijving geplaatst worden (zie afbeelding 4) en de deur moet na de montage van de deurmeenemer (zie afbeelding 6.1a / 6.2a / 6.1b / 6.2b) met de hand in de eindpositie "deur open” worden geschoven

De eindaanslag wordt daardoor in de juiste positie geschoven (zie afbeelding 7).

2) De eindaanslag voor de eindpositie "deur open” vast-

3) De eindaanslag van de eindpositie "deur dicht” moet

los in de geleidingsrail tussen de geleidingsslede en de deur geplaatst worden (zie afbeelding 4) en de deur moet met de hand in de eindpositie "deur dicht” worden geschoven ➜ De eindaanslag wordt daar- door in de buurt van de juiste positie geschoven (zie afbeelding 8).

4) De eindaanslag voor de eindpositie "deur dicht” moet

ca. 1 cm verder in de richting "dicht” geschoven en aansluitend bevestigd worden. Aanwijzing Indien de deur niet gemakkelijk in de gewenste eindposities "deur open” of "deur dicht” kan geschoven worden, loopt deze te stroef voor de bediening met aandrijving en moet de werking ervan gecontroleerd worden (zie 1.1.2)!

3.2 Richtlijnen bij elektronische werkzaamheden

LET OP Bij diverse elektrische werkzaamheden moeten volgende punten in acht genomen worden: - Elektrische aansluitingen mogen alleen door een elektrotechnisch vakman gebeuren! - De plaatselijke elektrische installatie moet in overeenstemming zijn met de vereiste veiligheids- voorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz). - Bij werkzaamheden aan de aandrijving moet de stekker uitgetrokken worden! - Een verkeerde spanning aan alle aansluitklemmen van de besturing leidt tot beschadiging van de elektronica (met uitzondering van de klemmen .6, .5 en .8)! - Om storingen te vermijden moet erop gelet worden dat de stuurleidingen van de aandrijving (24 V DC) gescheiden van de andere toevoerleidingen (230 V AC) gelegd worden!

3.3 Inbedrijfstelling van de aandrijving

De aandrijving heeft een geheugen dat beveiligd is tegen spanningsuitval en waarbij de aangeleerde specifieke deur- gegevens (af te leggen weg, tijdens de deurloop benodigde kracht, enz.) opgeslagen en bij de daaropvolgende deur- bewegingen geactualiseerd worden. Deze gegevens zijn alleen voor deze deur geldig en moeten dus bij montage op een andere deur of wanneer de bewegingscyclus van de deur sterk veranderd is (bv. bij het verplaatsen van de eindaanslagen of de plaatsing van nieuwe veren) gewist en daarna opnieuw aangeleerd worden.

3.3.1 Wissen van deurgegevens (zie afbeelding 18)

Bij levering zijn de deurgegevens gewist en de aandrijving kan onmiddellijk geprogrammeerd worden ➜ zie hoofd- stuk 3.3.2 - Aanleren van de aandrijving. Indien een nieuwe leercyclus noodzakelijk is, kunnen de deurgegevens als volgt gewist worden:

1) De stekker uittrekken

2) De doorzichtige toets in de behuizing indrukken en

3) De stekker insteken en de bovengenoemde toets zolang

ingedrukt houden als het aandrijvingslampje knippert. Als dit lampje slechts eenmaal knippert, werden de deurgegevens gewist. De nieuwe leercyclus kan onmid- dellijk doorgevoerd worden. Aanwijzing Informatie over extra meldingen van de aandrijvingslampjes (meermaals knipperen bij het insteken van de stekker) kunt u in hoofdstuk 3.6.3 vinden.

3.3.2 Aanleren van de aandrijving

Bij het aanleren worden o.a. de af te leggen weg en de tijdens het openen en sluiten benodigde krachten aange- leerd of, beveiligd tegen spanningsverlies, opgeslagen. Alvorens de leercyclus te starten moeten de deurgege- vens gewist worden (zie hoofdstuk 3.3.1) en moet de geleidingsslede ingekoppeld zijn:

1) Indien noodzakelijk moet de ontkoppelde geleidings-

slede door een druk op de groene knop (zie afbeel- ding 19) voor het inkoppelen voorbereid worden en moet de deur met de hand worden bewogen tot de geleidingsslede in het riemslot vastslaat.

2) Indien noodzakelijk moet de stekker ingestoken wor-

den. Het aandrijvingslampje knippert dan tweemaal (zie hoofdstuk 3.6.3).

3) Indien nodig met de DIL-schakelaar "C" (toegankelijk

na het afnemen van de aandrijvingskap, zie afbeelding 10 en 17) de gewenste functie bij de sluiting voor de eindpositie "deur dicht" instellen: - de DIL-schakelaar "C" op OFF zetten voor kort pro- gressief afremmen bij sectionaldeuren (fabrieksinstelling). - de DIL-schakelaar "C" op ON zetten voor lang pro- gressief afremmen bij kanteldeuren.

4) De doorzichtige toets in de aandrijvingskap bedienen

(zie afbeelding 20) ➜ De deur gaat met knipperend aan- drijvingslampje open (referentieloop "open”) en blijft na het bereiken van de eindaanslag "deur open” en een korte terugslag (ca. 1 cm) met knipperend aandrijvings- lampje staan. Aanwijzing Werd de eindaanslag "deur open” niet bereikt, dan is de in- stelling voor de maximale kracht "open” te klein en moet deze verhoogd worden (zie 3.3.3). Na het verhogen van de maxi- male kracht "open” (max. 1/8 draai per regelingspoging!) moet de deur door het drukken op de doorzichtige toets in de eindpositie "deur dicht" gesloten worden. De sluitbewe- ging moet voor het bereiken van de eindpositie "deur dicht” door een nieuwe druk op de toets gestopt wor- den! Aansluitend moet stap 4 in hoofdstuk 3.3.2 herhaald worden.

5) De doorzichtige toets opnieuw bedienen (zie afbeelding

20) ➜ De deur sluit met knipperend aandrijvingslampje (leercyclus "dicht”). Daarbij moet de geleidingsslede de eindaanslag "deur dicht” bereiken. Aansluitend loopt de aandrijving onmiddellijk (met ingeschakelde aandrij- vingsverlichting) tot de eindpositie "deur open” en blijft daar staan. De aandrijvingsverlichting dooft na 3 minuten. Aanwijzing Werd de eindaanslag "deur dicht” niet bereikt, dan is de instelling voor de maximale kracht "dicht” te klein en moet deze verhoogd worden (zie 3.3.3). Na het verhogen van de maximale kracht "dicht” (max. 1/8 draai per regelingspo- ging!) moeten de deurgegevens gewist worden (zie hoofd- stuk 3.3.1) en moet de leercyclus herhaald worden.

6) Minstens drie ononderbroken deurbewegingen moeten

na elkaar doorgevoerd worden. Daarbij moet gecon- troleerd worden of de deur wel degelijk helemaal de gesloten positie bereikt (indien niet, moet de eindaan- slag "deur dicht" aangepast worden en moet voor de aandrijving een nieuwe leercyclus doorgevoerd wor- den). Bovendien moet gecontroleerd worden of de deur helemaal open gaat (de geleidingsslede blijft kort voor de eindaanslag "deur open" staan). De aandrijving is nu bedrijfsklaar aangeleerd.

7) De aangeleerde krachtbegrenzing controleren door

het naleven van de betreffende veiligheidsrichtlijnen in hoofdstuk 3.6!

3.3.3 Instellen van de maximale krachten

De bij het aanleren benodigde en opgeslagen krachten voor de opening en sluiting worden bij de daarop vol- gende deurbewegingen geactualiseerd. Het is dus uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk dat deze waarden zich bij langzaam slechter wordende bewegingscondities van de deur (bv. het verslappen van de veerspanning) niet ontbeperkt bijstellen omdat anders een eventuele noodzakelijke handbediening van de deur een veiligheids- risico (bv. de val van het deurblad) inhoudt. Om die reden worden de voor de opening en sluiting beschikbare maximale krachten bij levering beperkt ingesteld (middenpositie van de potentiometer). Zij kunnen echter, indien nodig, verhoogd worden. De op de potentiometer ingestelde maximale krachten hebben een geringe invloed op de gevoeligheid van de krachtbegrenzing omdat de effectief benodigde krachten tijdens de leercyclus opgeslagen worden. De in de fabriek ingestelde krachten passen voor de bediening van standaard deuren. Voor het instellen van de maximale krachten voor de opening en sluiting staat een potentiometer ter beschik- king die na het afnemen van de aandrijvingskap toegan- kelijk is en voorzien is van de symbolen P1 en P2 (zie afbeelding 21.1 / 21.2). Met potentiometer P1 kan de maximale kracht in de richting "open" ingesteld worden terwijl de maximale kracht in de richting "dicht" met potentiometer P2 geregeld wordt. Hierbij worden door het draaien naar rechts de krachten verhoogd en door het draaien naar links de krachten verkleind. ➤NEDERLANDS Aanwijzing Het verhogen van de in de fabriek ingestelde maximale krachten (middenpositie van de potentiometer) is slechts noodzakelijk indien dit bij het aanleren nodig mocht blijken (zie hoofdstuk

LET OP: Levensgevaar Een te grote instelling van de potentiometer kan tot zware letsels leiden! Het verkleinen is slechts zinvol als het gaat om een zeer lichtlopende deur of indien een zeer hoog veiligheidsniveau gewenst wordt waarbij de "normale” werking moet gega- randeerd blijven (te bepalen door een aantal proeflopen). LET OP Een te kleine instelling van de potentiometer stelt de garagedeuraandrijving buiten werking! Aanwijzing Naast de functie voor de beperking van de maximale krachten (tijdens de referentieloop "open" en de leercyclus "dicht" en als bovenste grens bij het actualiseren) hebben beide poten- tiometers nog een tweede functie: - P1 neemt bij een normale opening bij de laatste centimeters voor het bereiken van de eindpositie "deur open" de taak van de aangeleerde krachtbegrenzing over zodat, bij deuren die alleen daar een grote kracht nodig hebben, een aan- passing mogelijk is. - P2 neemt bij een normale sluiting na het passeren van de grens waarbij de krachtbegrenzing niet meer omkeert (zoge- naamde terugloopgrens die zich kort voor het bereiken van de eindpositie "deur dicht" bevindt) de taak van de aange- leerde krachtbegrenzing over. Hierdoor is bij deuren, die daar voor een volledige afdichting een grote kracht nodig hebben, een aanpassing mogelijk.

3.4 Andere instelmogelijkheden (waarschuwingstijd,

automatische sluiting, optioneel relais) Met de DIL-schakelaars "A" en "B" (toegankelijk na het afnemen van de aandrijvingskap, zie afbeelding 10 en 17) kunnen volgende functies van de aandrijving en het optio- neel relais ingesteld worden: DIL-schakelaar "A" op OFF / DIL-schakelaar "B" op OFF - Aandrijving/Aandrijvingsverlichting: normale functie. - Optioneel relais: het relais start met de aandrijvingsver- lichting, werkt echter niet in fasen. Opmerking: fabrieksinstelling: aansluiting van een extra externe verlichting (zie afbeelding 16). DIL-schakelaar "A" op OFF / DIL-schakelaar "B" op ON - Aandrijving/Aandrijvingsverlichting: normale functie. - Optioneel relais: het relais start bij het bereiken van de eindpositie "deur dicht". Opmerking: melding "deur dicht". DIL-schakelaar "A" op ON / DIL-schakelaar "B" op OFF - Aandrijving: waarschuwingstijd (ca. 2 sec.) steeds actief. - Aandrijvingsverlichting: knippert snel bij de waarschuwingstijd. - Optioneel relais: het relais werkt snel in fasen bij de waarschuwingstijd en normaal tijdens de deurbeweging. Opmerking: aansluiting van een niet-knipperend extern waarschuwingslampje (zie afbeelding 16). DIL-schakelaar "A" op ON / DIL-schakelaar "B" op ON - Aandrijving: waarschuwingstijd (ca. 2 sec.) steeds actief. Automatische sluiting uit de eindpositie "deur open" na 30 sec. openingstijd en ca. 2 sec. waarschuwingstijd. - Aandrijvingsverlichting: knippert snel bij de waarschu- wingstijd. - Optioneel relais: het relais werkt langzaam in fasen bij de openingstijd, snel bij de waarschuwingstijd en nor- maal tijdens de deurbeweging. Opmerking: aansluiting van een niet-knipperend extern waarschuwingslampje (zie afbeelding 16). Verklaring: Waarschuwingstijd De tijd tussen het bevel en het begin van de deurbewe- ging. Een nieuw bevel tijdens deze tijd beëindigt de waar- schuwingstijd zonder een aansluitende deurbeweging. Openingstijd Wachttijd van de deur in de eindpositie "deur open". Een bevel tijdens deze tijd start de openingstijd opnieuw. Automatische sluiting Automatische sluiting van de deur na een vastgelegde tijd en na het bereiken van de eindpositie "deur open". Voorwaarde is de inbouw van een fotocel en/of onder- loopbeveiliging!

3.5 Aansluiting van extra componenten

LET OP Bij diverse elektrische werkzaamheden moe- ten volgende punten in acht genomen worden: - Elektrische aansluitingen mogen alleen door een elektrotechnisch vakman gebeuren! - De plaatselijke elektrische installatie moet in over- eenstemming zijn met de vereiste veiligheidsvoor- schriften (230/240 V AC, 50/60 Hz). - Bij werkzaamheden aan de aandrijving moet de stekker uitgetrokken worden! - Een verkeerde spanning aan alle aansluitklemmen van de besturing leidt tot beschadiging van de elektronica (met uitzondering van de klemmen .6, .5 en .8)! - Om storingen te vermijden moet erop gelet wor- den dat de stuurleidingen van de aandrijving (24 V DC) gescheiden van de andere toevoerlei- dingen (230 V AC) gelegd worden! Voor de aansluiting van extra componenten moet de aandrijvingskap afgenomen worden (zie afbeelding 10). De klemmen waaraan de draadloze ontvanger of extra componenten zoals potentiaalvrije drukknoppen en sleutelschakelaars, uitschakelaars of een loopdeurcon- tact alsook veiligheidselementen zoals fotocellen of een

06.2004 TR10A014 RE55 06.2004 TR10A014 RE NEDERLANDS onderloopbeveiliging worden aangesloten, bezitten slechts een ongevaarlijke spanning van max. 30 V DC. Aan alle klemmen kunnen meerdere aansluitingen gebeuren, echter max. 1 x 1,5 mm

! (zie afbeelding 10.2). Voor de aansluiting moet in elk geval de voedingsstekker uitge- trokken worden!

3.5.1 Aansluiting van de draadloze ontvanger

De draadloze ontvanger moet als volgt worden aangesloten: Steekcontact (zie afbeelding 11) De stekker van de ontvanger wordt in het betreffende contact van de aandrijving gestoken. Bij de ingesloten handzender-ontvanger-set is in het algemeen de bovenste toets van de handzender reeds op de ontvanger ingesteld. De manier waarop handzendertoetsen bij andere ont- vangers geprogrammeerd moeten worden, vindt u in de desbetreffende handleiding. Aanwijzing De antenne moet volledig uitgerold worden en naar boven en schuin in de richting van de deuropening aan het plafond van de garage bevestigd worden. De antennekabel mag niet rond metalen delen zoals nagels, profielen e.d. gewik- keld worden. De beste richting moet door een test worden bepaald. 868 MHz: GSM 900-toestellen kunnen bij gelijktijdig gebruik de reikwijdte van de afstandsbediening beïnvloeden.

3.5.2 Aansluiting van een externe "impuls”-toets voor

het activeren of stoppen van de deurbeweging Een of meerdere toetsen met sluitercontacten (poten- tiaalvrij) zoals drukknoppen of sleutelschakelaars worden (parallel) als volgt aangesloten (zie afbeelding 12).

1) eerste contact aan klem 21a (impulsingang)

2) tweede contact aan klem 20 (0 V).

Aanwijzing Is voor een externe toets hulpspanning nodig, dan is aan klem 5 een spanning van ca. + 24 V (tegen klem 20 = 0 V) aanwezig, waarbij de totaal opgenomen stroom aan klem 5 max. 100 mA mag bedragen.

3.5.3 Aansluiting van een uitschakelaar of een loop-

deurcontact (deze moet zelfopenend zijn) voor het stoppen of/en uitschakelen van de aandrijving (stop- of nood-uit-kring) Een uitschakelaar met openercontacten (0 V schakeling of potentiaalvrij) wordt als volgt aangesloten (zie afbeel- ding 13):

1) De in de fabriek geplaatste draadbrug tussen klem 12

(stop of noodstop - ingang) en klem 13 (0 V) die een normale functie van de aandrijving mogelijk maakt, moet verwijderd worden!

2) -Schakeluitgang of eerste contact aan klem 12 (stop

of noodstop - ingang). -0 V (massa) of tweede contact aan klem 13 (0 V). Aanwijzing Door het openen van het contact worden eventuele deurbe- wegingen onmiddellijk gestopt en permanent onderbroken.

3.5.4 Aansluiting van een fotocel of een onderloopbevei-

liging voor het activeren van een veiligheidsterug- loop tot in de eindpositie "deur open" Variante A: Een fotocel of een onderloopbeveiliging (veiligheidsuitrus- ting) van het type A (alles in orde = contact geslo- ten), die een 0 V schakeling of een potentiaalvrij contact heeft, wordt als volgt aangesloten (zie afbeelding 14):

1) De in de fabriek geplaatste 8,2 kΩ weerstand moet

tussen klemmen 74 (veiligheidsingang SE) en 20 (0 V) verwijderd en, zoals getoond, in de veiligheidsuitrus- ting, tussen de schakeluitgang en klem 74 geplaatst worden.

2) 0 V (massa) of tweede contact aan klem 20 (0 V).

Variante B: Een fotocel of een onderloopbeveiliging (veiligheidsuitrus- ting) van het type B (alles in orde = contact geopend), die een 0 V schakeling of een potentiaalvrij contact heeft, wordt als volgt aangesloten (zie afbeelding 15):

1) De in de fabriek geplaatste 8,2 kΩ weerstand moet

tussen klemmen 74 (veiligheidsingang SE) en 20 (0 V) verwijderd en, zoals getoond, in de veiligheidsuitrus- ting, geplaatst worden.

2) 0 V (massa) of tweede contact aan klem 20 (0 V).

Aanwijzing Is voor de veiligheidsuitrusting hulpspanning nodig, dan is aan klem 5 een spanning van ca. + 24 V (tegen klem 20 = 0

V) aanwezig, waarbij de totaal opgenomen stroom aan klem

5 max. 100 mA mag bedragen.

3.5.5 Aansluiting aan het optioneel relais

Met de potentiaalvrije contacten van het optioneel relais kan bv. een externe verlichting of een niet-knipperende waarschuwingslamp ingeschakeld worden (zie afbeel- ding 16). Voor de voeding van een externe verlichting moet een externe spanning worden gebruikt! Klem .6 Openercontact max. contact- Klem .5 gemeenschappelijk belasting: contact 2,5 A / 30 V DC Klem .8 Sluitercontact 500 W / 250 V AC Aanwijzing De aan klem 5 beschikbare spanning van ca. + 24 V kan niet voor de voeding van een lamp worden gebruikt!

3.6 Aanwijzingen voor de bediening van de

garagedeuraandrijving Aanwijzing De eerste functiecontroles en het programmeren of uitbrei- den van de afstandsbediening moeten steeds binnen in de garage doorgevoerd worden. Bedien de garagedeuraandrijving alleen wanneer U over- zicht heeft over het bewegingsbereik van de deur. Wacht tot de deur volledig tot stilstand is gekomen vooraleer ➤NEDERLANDS U zich in het bewegingsbereik van de deur begeeft! Vergewis U ervan bij het in- of uitrijden dat de deur volle- dig geopend is. LET OP Handzenders horen niet thuis in kinderhanden! De werking van de mechanische ontgrendeling moet maandelijks gecontroleerd worden. Het trekkoord mag alleen bij gesloten deur gebruikt worden, zoniet bestaat het gevaar dat de deur bij zwakke, gebroken of defecte veren of door onvoldoende gewichtsuitbalancering te snel dichtloopt. LET OP Niet met het lichaamsgewicht aan het ontgrendelingskoord hangen! Informeer alle personen, die gebruik maken van de deur, over de reglementaire en veili- ge bediening van de garagedeuraandrijving. Demonstreer en test de mechanische ont- grendeling en de veiligheidsterugloop. Houd de deur tijdens de sluitbeweging met beide handen tegen. De deurbe- weging schakelt zachtjes uit en de vei- ligheidsterugloop wordt geactiveerd. Aan het einde van de openingsbewe- ging moet de deur langzaam uitlopen en stoppen.

3.6.1 Normale werking

De garagedeuraandrijving werkt in de normale modus uitsluitend met impulsbesturing, ongeacht of zij bediend werd door een externe toets, een geprogrammeerde handzendertoets, de doorzichtige toets of de P-toets:

1. Impuls: de aandrijving loopt in de richting van de

2. Impuls: de aandrijving stopt.

3. Impuls: de aandrijving loopt in tegengestelde richting.

4. Impuls: de aandrijving stopt.

5. Impuls: de aandrijving loopt in de richting van de

eindpositie die bij de 1 impuls gekozen werd. enz. De aandrijvingsverlichting brandt tijdens de deurbeweging en dooft automatisch na 3 minuten.

3.6.2 Werking na de bediening van de mechanische

ontgrendeling Wanneer bv. door een netspanningsuitval de mechanische ontgrendeling werd bediend, moet voor de normale wer- king de geleidingsslede weer in het riemslot ingekoppeld worden:

1) Bedien de aandrijving tot het riemslot in de geleidings-

rail voor de geleidingsslede goed bereikbaar is en stop dan de aandrijving.

2) Druk de groene toets aan de geleidingsslede in (zie

3) Beweeg de deur met de hand tot de geleidingsslede

weer in het riemslot vastgekoppeld is.

4) Controleer door enkele ononderbroken deurbewegingen

of de deur helemaal in gesloten positie loopt en of ze helemaal opent (de geleidingsslede blijft kort voor de eindaanslag "deur open" staan). De aandrijving is nu weer klaar voor een normale werking. Aanwijzing Indien de werking ook na meerdere ononderbroken deurbe- wegingen niet verloopt zoals in stap 4 beschreven, dan is een nieuwe leercyclus noodzakelijk (zie hoofdstuk 3.3.2).

3.6.3 Meldingen van de aandrijvingsverlichting

Wanneer de voedingsstekker wordt ingestoken zonder dat de doorzichtige toets (bij afgenomen aandrijvingskap van de printplaattoets) ingedrukt is, knippert de aandrij- vingsverlichting twee, drie of vier maal. Tweemaal knipperen De deurgegevens zijn niet beschikbaar of gewist (zoals in de leveringstoestand). De leercyclus kan onmiddellijk uitgevoerd worden. Driemaal knipperen Er zijn opgeslagen deurgegevens beschikbaar maar de laatste deurpositie is niet voldoende bekend. De volgende deurbeweging is een referentieloop in opengaande richting. Daarna volgen "normale" deurbewegingen. Viermaal knipperen Er zijn opgeslagen deurgegevens beschikbaar en ook de laatste deurpositie is voldoende bekend zodat onmiddellijk "normale" deurbewegingen op basis van impulsbediening (open-stop-dicht-stop-open enz.) kunnen volgen (normale werking na succesvolle leercyclus en stroomuitval). Uit veiligheidsoverwegingen wordt na een stroomuitval tijdens een deurbeweging met de eerstvolgende impuls steeds een opengaande beweging gegenereerd. Aanwijzing Een referentieloop 'open' kan hierbij afgedwongen worden indien bij het insteken van de voedingsstekker de externe toets (aan klemmen 20 en 21a aangesloten) ingedrukt wordt. In dit geval knippert het lampje driemaal. Vervangingslamp voor de aandrijvingsverlichting: 24 V/10 W, fitting: B(a)15s

3.6.4 Foutmeldingen/diagnose-LED

(lichtdiode, zie afbeelding 10.1) Met behulp van de diagnose-LED, die door de doorzich- tige toets ook bij gesloten aandrijvingskap zichtbaar is, kunnen oorzaken voor de niet bedoelde bediening een- voudig geïdentificeerd worden. In aangeleerde toestand brandt deze LED normaal permanent en dooft zolang een extern aangesloten impuls geactiveerd is.

06.2004 TR10A014 RE57 06.2004 TR10A014 RE NEDERLANDS Aanwijzing Door bovengenoemde toestand kan een kortsluiting in de aansluitleiding van de externe toets of van de externe toets zelf herkend worden, indien overigens een normale bediening van de garagedeuraandrijving met de geïntegreerde draad- loze ontvanger of de doorzichtige toets mogelijk is. LED: knippert 2 x in 4 seconden Oorzaak: Een aan klemmen 20 en 74 aangesloten fotocel of onderloopbeveiliging werd onderbroken of be- diend. Eventueel heeft een veiligheidsterugloop plaatsgevonden. Oplossing: De hindernis wegnemen en/of de fotocel of onderloopbeveiliging controleren en eventueel vervangen. Opmerking: Indien geen fotocel of onderloopbeveiliging aan klemmen 20 en 74 aangesloten is, controleren of de in de fabriek geplaatste 8,2 kΩ weerstand tussen klemmen 20 en 74 aanwezig is. Eventueel aansluiten. Reactie: Nieuwe impuls door een externe toets, de draad- loze ontvanger, de doorzichtige toets of de P- toets. Nu volgt een deurbeweging in tegenge- stelde richting. LED: knippert 3 x in 5 seconden Oorzaak: De krachtbegrenzing "dicht” werd geactiveerd - de veiligheidsterugloop heeft plaatsgevonden. Oplossing: De hindernis wegnemen. Indien de veiligheidsterugloop zonder herkenbare reden plaatsgevonden heeft, moet de deurme- chaniek gecontroleerd worden. Eventueel moeten de deurgegevens gewist en opnieuw aangeleerd worden. Reactie: Nieuwe impuls door een externe toets, de draad- loze ontvanger, de doorzichtige toets of de P- toets - De deur gaat open. LED: knippert 4 x in 6 seconden Oorzaak: De stop- of noodstopkring is geopend of werd tijdens de deurbeweging geopend (zie hoofd- stuk 3.5.3). Oplossing: De stop- of noodstopkring sluiten (zie hoofd- stuk 3.5.3). Reactie: Nieuwe impuls door een externe toets, de draad- loze ontvanger, de doorzichtige toets of de P- toets - Nu volgt een deurbeweging in tegenge- stelde richting. LED: knippert 5 x in 7 seconden Oorzaak: De krachtbegrenzing "open” werd geactiveerd - de deur is tijdens het openen gestopt. Oplossing: De hindernis wegnemen. Indien het stoppen voor de eindpositie "deur open” zonder herkenbare reden plaatsgevonden heeft, moet de deurmechaniek gecontroleerd worden. Eventueel moeten de deurgegevens gewist en opnieuw aangeleerd worden. Reactie: Nieuwe impuls door een externe toets, de draad- loze ontvanger, de doorzichtige toets of de P- toets - De deur gaat sluit. LED: knippert 6 x in 8 seconden Oorzaak: Fout in de aandrijving. Oplossing: Eventueel moeten de deurgegevens gewist worden. Indien de fout zich herhaalt, moet de aandrijving vervangen worden. Reactie: Nieuwe impuls door een externe toets, de draad- loze ontvanger, de doorzichtige toets of de P- toets - De deur gaat open (referentieloop "open”). LED: knippert 7 x in 9 seconden Oorzaak: De aandrijving is nog niet aangeleerd (dit is slechts een aanwijzing en geen fout). Oplossing/ Reactie: De leercyclus "dicht” moet door een externe toets, de draadloze ontvanger, de doorzichtige toets of de P-toets worden geactiveerd. LED: knippert 8 x in 10 seconden Oorzaak: De aandrijving heeft een referentieloop "open” nodig (dit is slechts een aanwijzing en geen fout). Oplossing/ Reactie: De referentieloop "open” wordt door een externe toets, de draadloze ontvanger, de doorzichtige toets of de P-toets geactiveerd. Aanwijzing: Dit is de normale toestand na een stroomuitval wanneer geen deurgegevens beschikbaar of gewist zijn en/of indien de laatste positie niet voldoende bekend is. 4 Garantiebepalingen Duur van de garantie Bovenop de wettelijke garantie van de handelaar uit het koopcontract verlenen wij de volgende deelgarantie vanaf koopdatum: a) 5 jaar op het aandrijfmechanisme, de motor en de motorbesturing b) 2 jaar op radiosignaal, impulsgever, toebehoren en speciale installaties Bij verbruiksmiddelen bestaat geen garantieverlening (bijv. zekeringen, batterijen, verlichtingselementen). Door gebruikmaking van de garantie wordt de garantie niet verlengd. Voor onderdelenleveringen en nabewerkingen bedraagt de garantieperiode zes maanden, minimaal echter de lopende garantieperiode. Voorwaarden De garantieverlening geldt alléén voor het land waarin het product werd gekocht. Het product moet via de door ons voorgeschreven verkoopweg gekocht zijn. De ➤NEDERLANDS garantieverlening bestaat alléén voor schade aan het contractvoorwerp zelf. De vergoeding van kosten voor demontage en montage, controle van desbetreffende on- derdelen, evenals vorderingen na winstverlies en schade- vergoeding zijn van de garantieverlening uitgesloten. De koopkwitantie geldt als bewijs voor uw garantieverlening. Service Voor de duur van de garantie verhelpen wij alle gebreken aan het product die aantoonbaar terug te voeren zijn op een materiaal- of productiefout. Wij verplichten ons, het gereclameerde product naar onze keuze gratis door een foutloos product te vervangen, bij te werken of een min- derwaarde te vergoeden. Uitgesloten is schade door: - ondeskundige montage en aansluiting - ondeskundige ingebruikname en bediening - invloeden van buitenaf, zoals brand, water, abnormale milieuomstandigheden - mechanische schade door ongeval, vallen, stoten - nalatige of opzettelijke beschadiging - normale slijtage of onderhoudsgebreken - reparatie door niet-gekwalificeerd personeel - gebruik van door derden geproduceerde onderdelen - verwijderen of onherkenbaar maken van het productie- nummer Vervangen onderdelen gaan in ons eigendom over. 5 Technische gegevens Netaansluiting: 230/240 V, 50/60 Hz Standby ca. 4,5 W. Beveiligingstype: Alleen voor droge ruimten. Uitschakelautomaat: Wordt voor beide richtingen auto- matisch gescheiden aangeleerd. Eindpositie- Zelflerend, slijtagevast zonder uitschakeling/ mechanische schakelaars, extra Krachtbegrenzing: geïntegreerde looptijdbegrenzing van ca. 45 sec. Bij elke deur- beweging bijregelende uitschakel- automaat. Nominale last: 150 N Trek- en drukkracht: 500 N Kortstondige toplast: 650 N Motor: Gelijkstroommotor met Hall- sensor. Transformator: Met thermobeveiliging. Aansluiting: Aansluitingstechniek zonder schroeven voor externe toestellen met veiligheidsspanning 24 V DC, voor drukknop- en sleutelschake- laars met impulsbediening. Speciale functies: - Aandrijvingsverlichting in de fabriek ingesteld op 3 minuten. - Afsluitbare stop-/uitschakelaar. - Fotocel of onderloopbeveiliging aansluitbaar - Optioneel relais voor waarschu- wingslamp, extra externe ver- lichting Snelontgrendeling: Bij stroomuitval van binnen met trekkoord te bedienen. Afstandsbediening: 2-toetsen-handzender HS 2 en afzonderlijke ontvanger. Universeel beslag: Voor kantel- en sectionaldeuren. Loopsnelheid: ca. 14 cm/s (afhankelijk van de deurmaten en het gewicht). Geluidsemissie van de garagedeuraan- drijving: ≤ 70 dB (A) Geleidingsrail: Slechts 30 mm hoog, met ge- integreerde optilbeveiliging en onderhoudsvrije, gepatenteerde tandriem met automatische riemspaning. Toepassing: Uitsluitend voor privé-garages. Voor lichtlopende kantel- en sectionaldeuren tot 10 m

deuroppervlakte. Niet geschikt voor industriële / bedrijfstoepassingen. Geschiktheid voor parkeerplaatsen max.: 2 parkeerplaatsen.