Inovys II - Rolstoel Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Inovys II Vermeiren in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Inovys II Vermeiren
Download de handleiding voor uw Rolstoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Inovys II - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Inovys II van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Inovys II Vermeiren
Instructies voor de vakhandelaar Deze handleiding is deel van het product en dient bij iedere product te worden geleverd. Versie: G, 2024-02
3.1 Parkeerremmen (enkel voor 22"/24" wielen) ................................................. 13
3.2 Trommelremmen (enkel voor 16” vaste wielen) ............................................ 13
4.1 Tijdstippen voor onderhoud ........................................................................... 20
4.2 Instructies voor onderhoud ........................................................................... 20
Voorwoord Proficiat! U bent eigenaar van een Vermeiren-rolstoel! Deze rolstoel werd vervaardigd door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij werd ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, bewaakt door Vermeiren. Bedankt voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren. Om u te ondersteunen bij het gebruik van deze rolstoel en zijn bedieningsmogelijkheden, bieden we u deze handleiding aan. Lees deze informatie zorgvuldig door: het zal u helpen om vertrouwd te raken met de besturing, mogelijkheden en beperkingen van uw rolstoel. Indien u na het lezen van deze handleiding nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/Zij zal u met plezier verder helpen. Belangrijke opmerking Om uw veiligheid te garanderen, en om de levensduur van uw product te verlengen, raden we u aan om er goed zorg voor te dragen en om regelmatig nazicht en onderhoud te laten uitvoeren. De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud. Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan dit type product door te voeren zonder verplicht te zijn om voordien geleverde producten aan te passen of te vervangen. Afbeeldingen van het product worden gebruikt om de instructies in deze handleiding te verduidelijken. Details van het afgebeelde product kunnen afwijken van uw aangekochte product. Beschikbare informatie Op onze website http://www.vermeiren.com/ kan u steeds de meest recente versie terugvinden van de informatie in deze handleiding. Contacteer deze website regelmatig voor mogelijke updates. Mensen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van deze handleiding downloaden en laten voorlezen door een tekst-naar-spraak programma.
Gebruiksaanwijzing Voor de gebruiker en vakhandelaar
Installatiehandleiding Voor de vakhandelaar
Onderhoudshandleiding voor rolstoelen Voor de vakhandelaarInovys II 2024-02 Inhoud
Deze Inovys II rolstoel is makkelijk te bedienen en kan zowel binnen als buiten gebruikt worden. De rolstoel kan worden opgevouwen, wat hem zeer compact maakt voor opslag. De rolstoel is beschikbaar in meerdere afmetingen, en er zijn verschillende mogelijke aanvullingen mogelijk om het comfort van de gebruiken ter verhogen. De volgende foto's tonen alle onderdelen die relevant zijn voor de gebruiker. Deze delen worden, indien van toepassing, beschreven in het hoofdstuk over bediening en onderhoud.
Figuur 1 Belangrijke onderdelen
Ga de technische details en limieten van het vooropgestelde gebruik na in hoofdstuk 5 vooraleer uw rolstoel te gebruiken.
Hoofdsteun (optioneel)
19Inovys II 2024-02 Voor gebruik
In dit hoofdstuk wordt kort beschreven wat het beoogde gebruik van uw rolstoel inhoudt. Bijkomende relevante waarschuwingen worden gegeven bij de instructies in andere hoofdstukken. Op deze manier proberen we u te waarschuwen voor mogelijk verkeerd gebruik.
- Deze rolstoel is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
- Deze rolstoel is uitsluitend ontworpen voor het vervoer van één (1) persoon met een maximumgewicht volgens de technische specificaties in hoofdstuk 5. Het is niet bedoeld om goederen of objecten te vervoeren, noch voor enig ander gebruik dan hiervoor beschreven.
- Afhankelijk van het type wielen op uw rolstoel, kan deze bestuurd worden door een begeleider of door de gebruiker die in de rolstoel zit. Gebruik deze rolstoel NIET zonder begeleider indien u lijdt aan psychische of mentale beperkingen waardoor u uzelf of andere mensen in gevaar kan brengen bij het rijden. Consulteer daarom eerst uw dokter, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- Gebruik enkel accessoires en reserveonderdelen die werden goedgekeurd door Vermeiren.
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw rolstoel in hoofdstuk 5.
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud.
2.2 Algemene veiligheidsmaatregelen
Gevaar voor letsel en/of beschadiging Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw rolstoel.
Houd rekening met de volgende algemene waarschuwingen tijdens het gebruik:
- Gebruik de rolstoel niet indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere substanties die uw rijvermogen verminderen. Dit geldt ook voor uw begeleider die de rolstoel bedient.
- Houd er rekening mee dat sommige onderdelen van uw rolstoel zeer warm of koud kunnen worden door omgevingstemperatuur, de zon of verwarmingstoestellen. Wees daarom voorzichtig bij het aanraken. Draag beschermende kleding bij koud weer. Bij buitengebruik kunnen rijhandschoenen de grip op de aandrijfhoepels verbeteren.
- Houd de instructies voor onderhoud in acht. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door foutief onderhoud. Houd er rekening mee dat uw rolstoel, afhankelijk van de gebruikte instelling, bij sommige diefstalsystemen interferentie kan geven. Hierdoor kan het winkelalarm in werking gesteld worden. Indien zich een ernstig incident heeft voorgedaan met uw product, breng dan Vermeiren of uw gespecialiseerde dealer op de hoogte, evenals de bevoegde autoriteit in uw land.
2.3 Symbolen op de rolstoel
De volgende symbolen zijn van toepassing op uw rolstoel. De symbolen kan u terugvinden in de relevante ISO-standaard (ISO 7000, ISO 7001 en IEC 417). VOORZICHTIGInovys II 2024-02 Inhoud
Maximum gewicht van de gebruiker in kg
Buiten/Binnengebruik (batterij en batterijkabel niet inbegrepen)
Enkel voor binnengebruik (batterij en batterijlader)
Niet geschikt om te gebruiken als zit in een motorvoertuig
Rol de rolstoel met de wielen om hem naar zijn bestemming te bewegen. Indien dit niet mogelijk is, en demontage niet gewenst is, vraag dan hulp om de rolstoel op te tillen. Houd het frame stevig vast met beide handen en til de rolstoel van de vloer. Houd de rolstoel hierbij niet vast aan de voetsteunen, armsteunen of wielen.
- Gebruik nooit dezelfde veiligheidsriem voor de passagier en rolstoel.
1. Demonteer en til de rolstoel in het voertuig volgens de instructies in §2.4.5.
2. Bewaar de rolstoel en zijn onderdelen in het bagagecompartiment. Als de bagage- en
passagierscompartimenten NIET van elkaar gescheiden zijn, bevestig dan het frame van de rolstoel stevig aan het voertuig.
U kan een ramp gebruiken om de rolstoel in het voertuig te duwen, zie 3.5.4. Activeer de parkeerremmen na het laden, zie §3.1.
2.4.3 Transport per voertuig, als zit voor de gebruiker
- De rolstoel heeft de crashtest volgens ISO 7176-19: 2008 doorstaan en is zodanig ontworpen en getest om alleen te worden gebruikt als een naar voren gerichte zit in een motorvoertuig. Gemakkelijke toegang tot, en wendbaarheid in, motorvoertuigen kan aanzienlijk worden beïnvloed door de grootte van de rolstoel en de draaicirkel.
- Gebruik de bekkengordel van de rolstoel niet als riem voor inzittenden, deze is hiervoor niet geschikt.
- Gebruik de bekkengordel van de rolstoel en de beschikbare driepuntsgordel in het voertuig om borst- en hoofdimpact met het voertuig te vermijden.
- Gebruik geen lichaamsondersteuningen om de gebruiker vast te maken in het voertuig, tenzij deze werden gelabeld als overeenkomstig met de vereisten in ISO 7176-19:2008.
- Na betrokkenheid in enige vorm van botsing, laat dan vóór verder gebruik uw rolstoel inspecteren door uw vakhandelaar of de vertegenwoordiger van de fabrikant.
De rolstoel is getest met een vierpunts rolstoelvastzetsysteem en een driepunts- veiligheidssysteem voor inzittenden. Probeer zoveel mogelijk gebruik te maken van de zetel van het voertuig en de rolstoel te bewaren in de laadruimte. Procedure om de rolstoel vast te maken aan het voertuig:
1. Controleer of het voertuig is uitgerust met een geschikt rolstoelvastzetsysteem en een
veiligheidssysteem voor inzittenden volgens ISO 10542.
2. Controleer dat de onderdelen van het rolstoelvastzetsysteem en het veiligheids-systeem
voor inzittenden niet versleten, vervuild, beschadigd of gebroken zijn.
3. Indien uitgerust met een verstelbare zit en/of een kantelbare rug, controleer of de
rolstoelgebruiker zo recht mogelijk zit. Als de toestand van de gebruiker dit niet toe laat, moet een risicoanalyse worden uitgevoerd om de veiligheid van de gebruiker tijdens transport te evalueren.
4. Verwijder alle gemonteerde accessoires zoals dienbladen en beademingsapparatuur en zet
ze op een veilige plaats.
5. Positioneer de rolstoel naar voren in de rijrichting, centraal tussen de vastzet rails die zijn
vastgemaakt in de vloer van het voertuig.
6. Maak de voorste veiligheidsgordels vast volgens de instructies van het op de aangegeven
plaats riem-systeem van de fabrikant (Figuur 1). Deze plaats is gemarkeerd op de rolstoel door een symbool (Figuur 2).
7. Rol de rolstoel naar achteren tot de voorste gordels strak zijn.
8. Zet de remmen van de rolstoel aan.
9. Maak de achterste veiligheidsgordels vast volgens de instructies van het op de aangegeven
plaats riem-systeem van de fabrikant (Figuur 1). Deze plaats is gemarkeerd op de rolstoel door een symbool (Figuur 2).
Procedure om de rolstoelgebruiker vast te maken:
1. Verwijder beide armsteunen.
2. Indien aanwezig, bevestig de rolstoel bekkengordel.
3. Bevestig het veiligheidssysteem voor inzittenden
volgens de instructies van het riemsysteem van de fabrikant.
4. Draag de bekkengordel laag over de voorkant van de
bekken, zodat de hoek van de bekkengordel binnen de gewenste zone van 30° tot 75° met de horizontale is, zoals op de tekening aangeven.
5. Een steilere (grotere) hoek binnen de gewenste zone is
6. Trek de riem strak aan volgens de instructies van het
Figuur 2 Figuur 1Inovys II 2024-02 Inhoud
riem-systeem van de fabrikant en in overeenstemming met het comfort van de gebruiker.
7. Zorg ervoor dat de veiligheidsriem verbonden wordt in een rechte lijn aan het ankerpunt van
het voertuig en dat er geen bochten in de riem zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op de as van het achterwiel.
8. Installeer de armleuningen indien gewenst. Zorg ervoor dat de gordels niet gedraaid zijn of
weggehouden worden van het lichaam door rolstoel onderdelen zoals armsteunen of wielen.
9. Plaats de gordelgesp zo dat de ontgrendelingsknop niet geraakt kan worden door
onderdelen van de rolstoel bij een botsing.
10. Zorgt ervoor dat de schoudergordel goed over de schouder passen, zie figuur 4.
Gordels mogen niet weggehouden worden van het lichaam door rolstoel onderdelen zoals armsteunen of wielen. De gordels zijn volledig in contact met schouder, borst en bekken. Bekkengordel laag op het bekken, vlakbij de kruising van dij en bekken
Figuur 3 Foutieve gordelbevestiging
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Houd tijdens de montage uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van bewegende onderdelen.
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetsteun om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Voor gebruik, zorg ervoor dat alle gemonteerde onderdelen stevig werden vastgezet.
VOORZICHTIG ✓Inovys II 2024-02 Voor gebruik
Figuur 5 Inovys II basisframe met 16" en 24" wielen - gedemonteerde onderdelen [1]
- Plaats de rolstoel met vier wielen op de grond.
- Vouw het rugframe (34) open.
- Monteer de voorkant van de veer weer aan het rugframe met de bevestigingspin (33) en sluit de beugel.
- Zorg ervoor dat het rugframe weer stevig bevestigd is aan de veer.
- Hang de rugsteun met de vier schroeven in de vier haken (35) van het rugframe.
- Draai de twee bovenste sterknoppen (36) aan met de hand.
- Draai de sterknop (37) van de armsteunbevestiging tegen de klok in en verwijder de knop.
- Plaats de armsteun (9) in de bevestiging.
- Plaats de sterknop (37) terug en draai stevig aan met de klok mee.
- Zorg ervoor dat de armsteun stevig vaststaat.
- Herhaal dit voor de tweede armsteun. [5]
- Houd de beensteun (5) aan de zijkant en plaats in de beensteunbevestiging (39). Zorg ervoor dat het gat in de beensteun (44) op de onderste bevestiging past, en dat de beensteunpin (38) in het bovenste deel van de bevestiging.
- Draai de beensteun (5) naar binnen totdat hij vastklikt.
- Herhaal dit voor de tweede beensteun.
- Vouw de voetplaat (6) naar beneden.
- Herhaal dit voor de tweede voetplaat.
35Inovys II 2024-02 Voor gebruik 10
- Draai de kuitsteunbevestiging (40) naar binnen.
- Draai de kuitsteun (8) naar achter.
- Herhaal dit voor de tweede kuitsteun.
- (Indien van toepassing) monteer de hoofdsteun (1) met de vierkante buis in de hoofdsteunbevestiging (41) op de rugsteun.
- Draai de sterknop (42) stevig aan. Uw rolstoel is nu klaar voor gebruik.
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Houd tijdens de demontage uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van bewegende onderdelen.
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetsteun om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Activeer beide parkeerremmen door de remhendel (10) te bedienen, zie §3.1.
- Sluit de kuitsteun (8) en draai de kuitsteunbevestiging (40) naar buiten.
- Herhaal dit voor de tweede kuitsteun.
- Vouw beide voetplaten (6) omhoog. VOORZICHTIG
- Trek aan de hendel (50), en klap de beensteun (5) naar buiten.
- Til de beensteun op om te verwijderen.
- Herhaal dit voor de tweede beensteun.
- Draai de sterknop (37) tegen de klok in.
- Trek de sterknop uit en trek de armsteun (9) uit de bevestiging.
- Draai de sterknop (37) weer aan. [5]
- (Indien van toepassing) demonteer de hoofdsteun (1): o Draai de sterknop (42) van de hoofdsteunbevestiging los en verwijder de knop. o Trek de hoofdsteun omhoog tot hij uit de bevestiging is.
- Draai de twee bovenste sterknoppen (36) van de rugsteun los met de hand.
- Trek de rugsteun omhoog tot hij uit de vier haken (35) is.
35Inovys II 2024-02 Voor gebruik 12
- Maak de veer los van het rugframe door de beugel van de beveiligingspin (33) te openen en de pin te verwijderen.
- Vouw het rugframe (34) neer op de zit.
- Plaats de beveiligingspin (33) terug in het frame.
2.4.6 Achterwielen (de)monteren (enkel voor 22"/24")
Voor transportdoeleinden kan het nodig zijn om de achterwielen te (de)monteren. De achterwielen verwijderen:
1. Duw op de knop (43) en blijf vasthouden terwijl u de wielas
uit de bevestiging schuift.
2. Herhaal dit voor het andere wiel en plaats de rolstoel
voorzichtig op de trapdoppen. De achterwielen bevestigen:
1. Neem een van de wielen en plaats de rolstoel op één zijde.
2. Duw op de knop (43) en blijf vasthouden terwijl u de wielas
in de bevestiging schuift.
3. Laat de knop los om het wiel te vergrendelen.
4. Herhaal dit voor het andere wiel. Zorg ervoor dat beide wielen goed werden vergrendeld.
2.5 Eerste gebruik en opslag
Gevaar voor beschadiging aan de batterij
- Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen.
- Ga de technische details voor opslag na in hoofdstuk 5.
3 Uw rolstoel gebruiken
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw rolstoel NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen.
3.1 Parkeerremmen (enkel voor 22"/24" wielen)
- Een begeleider moet de remhendel bedienen indien u een mobiliteitsbeperking heeft.
- Zorg ervoor dat de rolstoel op een vlakke ondergrond staat vooraleer de rem te lossen.
- Los nooit beide remmen tegelijk.
- De remmen mogen enkel aangepast worden door uw vakhandelaar.
Gevaar voor beschadiging
- Gebruik de remmen niet om af te remmen tijdens het rijden.
Uw rolstoel is voorzien van twee manueel bedienbare parkeerremmen. Deze remmen zijn bedoeld om te vermijden dat de rolstoel beweegt wanneer hij geparkeerd staat. De remmen lossen [A]:
1. Houd met één hand de grijphoepel stevig vast (of uw begeleider
houdt de handgreep vast met één hand).
2. Trek de remhendel (10) van het ANDERE wiel naar ACHTER.
3. Herhaal dit voor het tweede wiel met parkeerrem.
De remmen vastzetten [B]:
1. Houd met één hand de grijphoepel stevig vast (of uw begeleider
houdt de handgreep vast met één hand).
2. Duw de remhendel (10) van het ANDERE wiel naar VOOR
totdat u een duidelijke vergrendeling voelt.
3. Herhaal dit voor het tweede wiel met parkeerrem.
3.2 Trommelremmen (enkel voor 16” vaste wielen)
- Zorg ervoor dat de rolstoel op een vlakke ondergrond staat vooraleer de rem te lossen.
- Los nooit beide remmen tegelijk.
- Om te parkeren of stoppen op een helling, gebruik dan de remmen wanneer u tot stilstand gekomen bent.
- De remmen mogen enkel aangepast worden door uw vakhandelaar.
10Inovys II 2024-02 Uw rolstoel gebruiken 14
1. Trek aan de remhendels (60) in een knijpende beweging.
2. Iedere remhendel (60) kan vergrendeld worden door de
vergrendelingshendel (61) naar beneden te duwen met uw vinger.
3. Laat de remhendels (60) los.
Om weer te bewegen/rijden:
1. Trek aan de remhendels (60) in een knijpende beweging.
De vergrendelhendel (61) wordt door deze beweging gelost.
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Als u de transfer niet op een veilige manier kan uitvoeren, vraag dan hulp.
- Ga niet op de voetplaten staan om in of uit de rolstoel te stappen. Transfer
1. Plaats de rolstoel zo dicht mogelijk bij de stoel, zetel of het bed waarop u zit.
2. Activeer beide parkeerremmen om de beweging te blokkeren, zie §3.1.
3. Breng de rug en zit naar zitpositie, zie §3.4.1.
4. Vouw de voetplaten omhoog om te voorkomen dat u erop gaat staan, of draai de
beensteunen opzij om plaats te maken voor transfer.
5. Indien nodig, verwijder de armsteun en/of beensteun aan een kant (zie §3.4).
6. Beweeg naar/uit uw rolstoel door kracht te zetten op uw armen, of met behulp van een
begeleider of liftmaterieel. Zitten in de rolstoel
1. Ga zitten op de zit met uw onderrug tegen de rugsteun.
2. Plaats de armsteun en/of beensteun terug, indien deze verwijderd werden.
3. Draai de beensteunen terug naar voor, vouw de voetplaten naar beneden en plaats uw
4. Zorg ervoor dat uw bovenbenen horizontaal zijn, met uw voeten in een comfortabele positie;
verstel de rolstoel volgens de instructies in § 3.4.
3.4 Aanpassingen voor comfort
Gevaar voor letsel of beschadiging
- De volgende aanpassingen voor comfort kunnen gedaan worden door een begeleider. Alle andere aanpassingen worden door uw vakhandelaar uitgevoerd.
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetsteun om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Houd tijdens de verstelling uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van bewegende onderdelen.
3.4.1 Rug- en zitinclinatie
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Houd er rekening mee dat de stabiliteit van uw rolstoel vermindert wanneer u de positie aanpast van rechtop zittend naar gekanteld.
- Zorg ervoor dat de remmen van de rolstoel aangetrokken zijn voordat u de rug- en zitinclinatie verstelt.
Een begeleider kan de hoek van de zit en de rug gelijktijdig of onafhankelijk van elkaar verstellen. Zorg ervoor dat de patiënt in de rolstoel zit wanneer de begeleider de ruginclinatie verstelt en dat de rolstoel niet achterover kantelt. Zitinclinatie:
1. Knijp de hendel (1) aan de linkse kant (zie label) tegen de handgreep om de
zitinclinatie te verstellen.
2. Trek/duw de zit in de gewenste positie (0° tot +21°), de gasdrukveer wordt in/uit
1. Knijp de hendel (1) aan de rechterkant (zie label) tegen de handgreep om de
ruginclinatie te verstellen.
2. Trek/duw de hoek in de gewenste positie (0° tot +54°), de gasdrukveer wordt in/uit
Als de rolstoel trommelremmen heeft, dan worden de hendels (1) als remmen gebruikt; extra hendels (3) worden gemonteerd om de rughoek en zitinclinatie te verstellen.
3.4.2 Hoogte van de armsteunen
De armleggers (3) kunnen versteld worden in 6 hoogteposities:
1. Draai de sterknop (45) tegen de klok in om los te maken.
2. Trek de sterknop uit om de binnenbuis van de armsteun (9) te
3. Schuif de binnenbuis van de armsteun (9) omhoog/omlaag in
de bevestiging (46) tot de gewenste hoogte bereikt is. Zorg ervoor dat de gaten in de binnen-/buitenbuizen overlappen.
4. Draai de sterknop (45) weer aan met de klok mee.
5. Herhaal dit voor de andere armsteun. Zorg ervoor dat beide
armsteunen stevig werden vastgezet. Figuur 8 De hoogte van de armsteun aanpassen
46Inovys II 2024-02 Uw rolstoel gebruiken
3.4.3 Hoogte van de handgrepen/duwstang
Gevaar voor letsel Gebruik altijd de voorziene bevestigingsgaten in de duwstang. Overschrijd nooit de maximum toegestane hoogte.
De handgrepen (16) en duwstang (23) zijn met elkaar verbonden en kunnen aangepast worden in 7 hoogteposities:
2. Pas de hoogte van beide handgrepen gelijktijdig aan door ze
omhoog/omlaag te schuiven in de bevestiging. Zorg ervoor dat de gaten in de binnen-/buitenbuizen overlappen.
3. Plaats de twee sterknoppen (31) in de bevestigingsgaten.
4. Draai de sterknoppen stevig aan met de klok mee.
5. Zorg ervoor dat de handgrepen stevig werden vastgezet.
Figuur 9 De hoogte van de handgrepen aanpassen
3.4.4 Hoek van de beensteunen (BZ7-BZ8)
1. Maak de hendel (62) aan het draaipunt los.
2. Pas de hoek van de beensteun aan door de voetplaten
te verhogen/verlagen (tussen 100° - 190°).
3. Draai de hendel (62) opnieuw stevig vast met de hand.
4. Herhaal dit voor de tweede beensteun. Zorg ervoor dat
Figuur 10 De hoek van de beensteun aanpassen
3.4.5 Hoogte van de trapdop
1. Duw op de veerknop (63) en houd ingedrukt.
2. Schuif de buis van de trapdop (64) in/uit de framebuis.
3. Laat de veerknop los.
4. Herhaal dit voor de tweede trapdop. Zorg ervoor dat beide
Figuur 11 De hoogte van de trapdop aanpassen
Afhankelijk van uw medische toestand en het type rolstoel, kan u de rolstoel zelf rijden, of deze laten duwen door een begeleider.
- Vermijd dat uw vingers gekneld raken tussen de wielspaken.
- Vermijd dat uw handen gekneld raken tussen de aandrijfhoepels wanneer u door smalle doorgangen rijdt.
- Wanneer u met een begeleider rijdt, houd dan uw armen uit de buurt van de wielen, en uw voeten op de voetplaten.
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in de technische specificaties van hoofdstuk 5.
- Begeef uzelf niet in het verkeer met uw rolstoel. Blijf altijd op het voetpad.
- Bedien de aandrijfhoepels niet met natte handen.
- Pas op als de weg gaten of spleten heeft waardoor de wielen kunnen vastlopen.
- Vermijd stenen en andere objecten die de wielen kunnen blokkeren.
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetsteun om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Voor gebruik, zorg ervoor dat: o alle aanpassingen stevig vastzitten, zie §3.4. o de parkeerremmen goed werken. o de remmen in goede staat zijn, §4.
3.5.1 Rijden met een begeleider
1. Zet de remmen los, of laat ze loszetten door uw begeleider, terwijl hij/zij de rolstoel vasthoudt
om beweging te voorkomen, zie §3.1 of §3.2
2. De begeleider houdt de handgrepen of duwstang vast en duwt de rolstoel in de gewenste
3. Wanneer u gestopt bent, zet u de remmen weer vast terwijl de rolstoel op zijn plaats gehouden
wordt, zie §3.1 of §3.2
1. Zet de remmen één voor één los, zie §3.1.
2. Neem de aandrijfhoepels aan de bovenzijde vast.
3. Leun voorwaarts en draai de hoepels naar voor tot uw armen gestrekt zijn.
4. Breng uw handen terug naar de bovenzijde van de hoepels en herhaal de beweging.
5. Om te stoppen: wacht tot de rolstoel stopt en beweeg voorwaarts/achterwaarts door de
aandrijfhoepels te gebruiken. Zet de parkeerremmen één voor één vast, zie §3.1. VOORZICHTIG VOORZICHTIGInovys II 2024-02 Uw rolstoel gebruiken
3.5.3 Rijden op hellingen
- Als uw begeleider te weinig kracht heeft om de rolstoel te controleren, stop dan met rijden en zet onmiddellijk de remmen vast.
- Wanneer u stopt op een (kleine) helling, gebruik dan de remmen. De rolstoel kan anders immers onverwacht bewegen.
2. Vraag een begeleider of omstaander om u te helpen.
3. Rijd traag en in een rechte lijn. Bij het oprijden van de helling, leun
lichtjes naar voor (A/B). Bij het afrijden van de helling, leun achterwaarts tegen de rug.
4. Rijd nooit achterwaarts op een helling.
Figuur 12 Een helling oprijden
3.5.4 Rampen gebruiken
Gevaar voor letsel door omkantelen
- Gebruik enkel rampen die goedgekeurd werden door Vermeiren en overschrijd hun maximaal toegestane belasting niet.
- Zorg ervoor dat de rolstoel de grond of ramp niet raakt door de kanteling.
- Gebruik enkel rampen met hulp van een of twee begeleiders.
1. Pas de positie van de rugsteun, zit en voetsteun aan om het ingenomen volume van de rolstoel
te beperken, en om de stabiliteit tijdens inclinatie te vergroten.
2. Verwijder de voetsteunen, zie §2.4.5.
3. Volg de instructies in §3.5.3.
Gevaar voor letsel door omkantelen
- Trappen mogen enkel genomen worden met behulp van twee begeleiders.
- Neem geen trappen die ongepast zijn voor rolstoelen. Om trappen te nemen terwijl u in de rolstoel zit, volgt u de volgende instructies:
1. Verwijder de voetsteunen, zie §2.4.5.
2. Laat één begeleider de rolstoel lichtjes naar achteren kantelen.
3. De tweede begeleider neemt het frame van de rolstoel aan bij de kanten
aan de voorzijde vast.
4. Blijf rustig zitten, vermijd plotse bewegingen en houd uw armen binnen
5. Beide begeleiders tillen en duwen de rolstoel van trede naar trede op de
6. Na het nemen van de trap, plaats de voetsteunen terug, zie §2.4.3.
Figuur 13 Trappen nemen
3.5.6 Omgaan met hindernissen
Gevaar voor letsel door omkantelen
- Vraag steeds hulp aan een of twee begeleiders.
- Zorg ervoor dat de voetplaten de grond niet raken bij het nemen van het obstakel. Indien nodig, verwijder de voetsteunen.
- Gebruik uw rolstoel niet op roltrappen.
Kleine stoepranden (op of af) Deze kunnen voorwaarts genomen worden (E/F) met behulp van een begeleider:
1. De begeleider beweegt de rolstoel voorwaarts naar de stoeprand. Zorg
ervoor dat de voetplaten de stoeprand niet zullen raken.
2. Leun achterwaarts om de druk op de voorwielen te verminderen.
3. De begeleider houdt de handgrepen stevig vast. Indien nodig kan hij de
trapdop gebruiken om de voorwielen omhoog te houden totdat ze de stoeprand voorbij zijn.
4. De begeleider vermindert de druk op de handgrepen en trapdop om de
voorwielen van de rolstoel zachtjes op de grond te plaatsen.
5. Vervolgens houdt hij de handgrepen stevig vast terwijl hij de rolstoel op
de achterwielen op/af de stoeprand rijdt. Figuur 14 Kleine stoepranden nemen met een begeleider Medium stoepranden (op of af) Deze moeten achterwaarts genomen worden met een begeleider:
1. De begeleider draait de rolstoel om zodat de achterwielen de stoeprand
eerst bereiken (G/H).
2. Afrijden: Leun voorwaarts (G) om uw zwaartepunt naar voor te
verplaatsen. Oprijden: Leun achterwaarts (H) om uw zwaartepunt naar achter te verplaatsen.
3. De begeleider trekt de rolstoel zachtjes op/af de stoeprand.
Figuur 15 Medium stoepranden nemen met een begeleider
Hoge stoepranden Hoge stoepranden, maar onder de maximaal toegestane hoogte (zie §5), moeten genomen worden met behulp van twee begeleiders. Afrijden:
1. Verwijder de voetsteunen.
2. De begeleider beweegt de rolstoel voorwaarts naar de stoeprand.
3. Leun achterwaarts om de druk op de voorwielen te verminderen.
4. De begeleider houdt de handgrepen stevig vast en gebruikt indien nodig de trapdop om
de voorwielen omhoog te houden totdat ze de stoeprand voorbij zijn.
5. De tweede begeleider neemt het frame van de rolstoel aan de voorzijde vast en trekt de
achterwielen over de stoeprand.
6. De eerste begeleider vermindert de druk op de handgrepen en trapdop om de
voorwielen op de grond te plaatsen. Oprijden
1. Verwijder de voetsteunen.
2. De eerste begeleider draait de rolstoel om zodat de achterwielen de stoeprand eerst
3. Leun achterwaarts om uw zwaartepunt naar achter te verplaatsen.
4. De tweede begeleider neemt het frame van de rolstoel aan de voorzijde vast en
trekt/duwt de achterwielen over de stoeprand. De eerste begeleider houdt de handgrepen stevig vast en tilt ze op om te voorkomen dat de rolstoel omkantelt.
HInovys II 2024-02 Onderhoud 20
4 Onderhoud Uw rolstoel heeft slechts minimaal onderhoud nodig, maar we raden aan om de rolstoel regelmatig na te kijken voor jarenlang probleemloos rijplezier.
4.1 Tijdstippen voor onderhoud
Gevaar voor letsel of beschadiging Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden.
De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier, bedoeld voor de vakhandelaar om ieder onderhoud te registeren. De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/onderhoud/reparatie.
Voor ieder gebruik Kijk de volgende punten na:
- Alle onderdelen: aanwezig en niet beschadigd of versleten.
- Alle onderdelen: schoon, zie 4.2.2.
- Wielen, zit, beensteunen, armsteunen, voetsteunen, voetplaten en hoofdsteun (indien van toepassing): stevig bevestigd.
- Staat van de wielen/banden, zie § 4.2.1.
- Staat van de remmen, zie § 4.2.1.
- Staat van het frame: geen vervorming, instabiliteit, zwakte of losse verbindingen.
- Zit, rugsteun, armleggers, kuitsteunen en hoofdsteun (indien van toepassing): geen overmatige slijtage (bijv. gedeukte plekken, schade of scheuren). Contacteer uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen. Jaarlijks of vaker Laat uw rolstoel nakijken en onderhouden door uw vakhandelaar, ten minste één keer per jaar of vaker. De minimale onderhoudsfrequentie is afhankelijk van het gebruik en moet daarom besproken worden met uw vakhandelaar. Bij opslag Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen.
4.2 Instructies voor onderhoud
De goede werking van de remmen hangt af van de staat van de banden, die onderhevig zijn aan slijtage en verontreiniging (water, olie, modder,...).
- Houd de wielen vrij van draden, haar, zand en vezels.
- Kijk het profiel van de banden na. Als de profieldiepte minder dan 1 mm bedraagt, moeten de banden vervangen worden. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar.
Gevaar voor beschadiging door vocht
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de rolstoel schoon te maken. VOORZICHTIG VOORZICHTIGInovys II 2024-02 Inhoud 21
Veeg alle harde onderdelen van de rolstoel schoon met een vochtig doek (niet doorweekt). Indien nodig, gebruik een milde zeep die geschikt is voor vernis en synthetische materialen. De bekleding kan schoon worden gemaakt met lauw water en een milde zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
Gevaar voor beschadiging Ontsmetting mag enkel worden uitgevoerd door getraind personeel. Neem contact op met uw vakhandelaar.
Ook wanneer u de rolstoel correct gebruikt, is het toch mogelijk dat er een technisch probleem optreedt. Neem in dat geval contact op met uw vakhandelaar. Gevaar voor letsel of beschadiging aan de rolstoel
- Probeer NOOIT zelf uw rolstoel te repareren. De volgende tekenen kunnen wijzen op een ernstig probleem. Neem daarom steeds contact op met uw vakhandelaar als u een van de volgende afwijkingen opmerkt:
- Oneven bandenslijtage op een van de banden;
- Schokkerige bewegingen;
- De rolstoel buigt af naar één kant;
- Beschadigde of kapotte wielmontages.
4.4 Verwachte levensduur
De gemiddelde levensduur van uw rolstoel is 5 jaar. De levensduur zal toenemen of afnemen afhankelijk van de gebruiksfrequentie, rijomstandigheden en onderhoud.
4.5 Beëindiging van gebruik
Op het einde van de levensduur moet u de rolstoel vernietigen volgens de lokale milieuwetgeving. De beste manier om dit te doen, is de rolstoel te demonteren om het vervoer van de recycleerbare onderdelen te vergemakkelijken. VOORZICHTIG WAAARSCHUWINGInovys II 2024-02 Technische specificaties 22
5 Technische specificaties Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze rolstoel, met standaard instellingen en optimale omgevingscondities. Houd bij gebruik rekening met deze details. Deze waarden zijn niet meer van toepassing als uw rolstoel werd gewijzigd, of wanneer hij beschadigd of ernstig versleten is. Tabel 2: Technische specificaties Merk Vermeiren Type Rolstoel Model Inovys II
Omschrijving Specificaties Max. gewicht van gebruiker 135 kg Statische stabiliteit bergaf 10° ** Statische stabiliteit bergop 15° ** Statische stabiliteit zijwaarts 12° ** Maximale hoogte hindernis 60 mm Totale lengte inclusief voetsteunen (afhankelijk van de ingestelde zitdiepte) 1050 - 1090 mm Gedemonteerde lengte zonder voetsteunen
Effectieve zitbreedte 350 mm 400 mm 450 mm 500 mm Totale breedte (afhankelijk van de zitbreedte) 580 mm 630 mm 680 mm 730 mm Gedemonteerde breedte (zonder armsteunen) 600 mm 650 mm 700 mm Totale hoogte (zonder hoofdsteun)
Gedemonteerde hoogte (Rug dichtgevouwen, zonder armsteunen)
Zithoek 0° - +21° Effectieve zitdiepte
Zithoogte aan voorzijde (met kussen)
Afstand tussen zit en voetsteun
Hoek voetplaat 80° - 100° Hoek tussen zit en voetsteun 104° - 194° Afstand tussen armsteun en zit
Afstand voorzijde armsteun
Omschrijving Dimensies per configuratie Diameter achterwielen 16" (T30) Met trommelremmen 24" Diameter aandrijfhoepel NVT 535 mm Breedte voetplaat (minimum – maximum) 44-46 mm 48-50 mm Diameter stuurwielen 200 mm 200 mm Horizontale afstand van de as (uitwijking) -8 mm - 41 mm -4 mm - 42 mm Totaal gewicht 38,6 kg 37,8 kg Gewicht van zwaarste onderdeel 26,6 kg 22,4 kg Gewicht van demonteerbare onderdelen Voetsteunen Armsteunen Achterwielen Rugsteun
4,8 kg 3,45 kg 3,6 kg 3,6 kg Draaicirkel (diameter) 1520 mm 1620 mm Sterktetesten volgens ISO 7176-8 Brandweerstand van de bekleding volgens ISO 7176-16 Opslag en gebruikstemperatuur + 5 °C ~ + 45°C Opslag en gebruiksluchtvochtigheid 30% ~ 70% We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren. Meettolerantie ± 15 mm /1,5 kg / 1,5°. (*) Verstel de voetsteun NIET tot maximale lengte om te voorkomen dat de voetplaat de grond raakt. (**) Getest in standaard configuratie NVT Niet van toepassingInovys II 2024-02 Inhalt
Notice-Facile