Sigma 230 - Rolstoel Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sigma 230 Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Sigma 230 Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rolstoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sigma 230 - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sigma 230 van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Sigma 230 Vermeiren
2.1. Beoogd gebruik 83
2.2. Algemene veiligheidsmaatregelen 84
2.3. Symbolen op de rolstoel 86
2.4. Transport 87
2.5. Eerste gebruik en opslag 92
3. Uw rolstoel gebruiken 92
3.1. De eerste rit 93
3.2. Buiten rijden 94
3.3. Besturing 96
3.4. Rem en vrijloophendel 97
3.5. Batterijschakelaar 98
3.6. Verplaats u van of naar de rolstoel. 99
3.7. Comfortaanpassingen 100
3.8. Batterijstatus en opladen 106
4. Onderhoud 108
4.1. Tijdstippen voor onderhoud 108
4.2. Onderhoudsinstructies 110
4.3. Probleemoplossing 111
4.4. Verwachte levensduur 112
4.5. Hergebruik 112
4.6. Beëindiging van gebruik 113
4.7. Garantie 113
5. Technische specificaties 113
Voorwoord
Proficiat! U bent eigenaar van een Vermeiren-rolstoel!
Deze rolstoel werd vervaardigd door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij werd ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, bewaakt door Vermeiren.
Bedankt voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren.
Om u te ondersteunen bij het gebruik van deze rolstoel en zijn
bedieningsmogelijkheden, bieden we u deze handleiding aan. Lees deze informatie zorgvuldig door: het zal u helpen om vertrouwd te raken met de besturing, mogelijkheden en beperkingen van uw rolstoel.
Indien u na het lezen van deze handleiding nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/Zij zal u met plezier verder helpen.
Belangrijke opmerking
Om uw veiligheid te garanderen, en om de levensduur van uw product te verlengen, raden we u aan om er goed zorg voor te dragen en om regelmatig nazicht en onderhoud te laten uitvoeren.
Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan dit type product door te voeren zonder verplicht te zijn om voordien geleverde producten aan te passen of te vervangen.
De productafbeeldingen in deze handleiding dienen om de instructies te verduidelijken. De productdetails in de afbeeldingen kunnen afwijken ten opzichte van uw product.
Beschikbare informatie
NL
Op onze website http://www.vermeiren.com/ kunt u altijd terecht voor de meest recente versie van onderstaande informatie. Raadpleeg deze website a.u.b. regelmatig voor eventuele bijgewerkte versies.
Mensen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van deze handleiding downloaden en laten voorlezen door een tekst-naarspraak programma.
![]() | GebruiksaanwijzingVoor gebruiker en vakhandelaar |
![]() | Gebruiksaanwijzing voor het bedieningspaneel en de batterijladerVoor gebruiker en vakhandelaar |
![]() | InstallatiehandleidingVoor de vakhandelaar |
![]() | Servicehandleiding voor rolstoelenVoor de vakhandelaar |
![]() | EC-conformiteitsverklaring |
1. Uw product

- Rug
- Armsteunen
- Armleggers
- Besturing
- Zit
- Veiligheidsgordel
- Beensteunen of voetsteunen
- Voetplaten
- Stuurwielen (voorwielen)
- Aandrijfwielen (middenwielen)
- Achterwielen
- Aandrijfmotoren
- Batterijbehuizing
- Koplamp (optioneel)
- Achterlicht (optioneel)
- Batterijschakelaar
- Anti-tipping
- Identificatieplaat
1.1. Opties
Neem contact op met uw vakhandelaar voor opties. Hij adviseert u graag.
2. Voor gebruik
2.1. Beoogd gebruik
In dit hoofdstuk wordt kort beschreven wat het beoogde gebruik van uw product inhoudt. Bijkomende relevante waarschuwingen worden gegeven bij de instructies in andere hoofdstukken. Op deze manier proberen we u te waarschuwen voor mogelijk verkeerd gebruik.
- Dit product is een medisch hulpmiddel.
- Indicaties en contra-indicaties: Deze rolstoel kan worden bediend door de gebruiker in de rolstoel, of kan worden geduwd door een begeleider. De rolstoel is ontworpen en geproduceerd als transporthulp voor gebruikers die lijden aan verlamming, verlies van ledematen of ledematenvervorming/-defecten, hartinsufficiëntie,... Gebruik deze rolstoel NIET indien u lijdt aan psychische of mentale beperkingen waardoor u uzelf of andere mensen in gevaar kan brengen bij het rijden. Consulteer daarom eerst uw dokter, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- Deze rolstoel is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
- Deze rolstoel is uitsluitend ontworpen voor het vervoer/transfer van één (1) persoon met een maximumgewicht van 140 kg. Het is niet bedoeld om goederen of objecten te vervoeren, noch voor enig ander gebruik dan hiervoor beschreven.
- Gebruik enkel accessoires en reserveonderdelen die werden goedgekeurd door Vermeiren.
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw rolstoel in hoofdstuk 5..
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud.
2.2. Algemene veiligheidsmaatregelen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en/of beschadiging
- Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw rolstoel.
Houd rekening met de volgende algemene waarschuwingen tijdens het gebruik:
- Gebruik de rolstoel niet indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere substanties die uw rijvermogen verminderen.
- Houd er rekening mee dat sommige onderdelen van uw rolstoel zeer warm of koud kunnen worden door omgevingstemperatuur, de zon, verwarmingstoestellen of de motor tijdens gebruik. Wees daarom voorzichtig bij het aanraken. Draag beschermende kleding bij koud weer. Na gebruik, wacht tot de rolstoel/motor is afgekoeld.
- Wees u bewust van uw omgeving/situatie vooraleer de rolstoel in te schakelen. Pas uw snelheid hieraan aan bij vertrek. We adviseren om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u binnenshuis rijdt. Bij buitengebruik kan u de snelheid aanpassen tot een snelheid waarbij u zich veilig en comfortabel voelt.
- Houd er ALTIJD rekening mee dat uw rolstoel plots kan stoppen door een ontladen batterij, of een beveiliging die voorkomt dat uw rolstoel schade oploopt. Lees ook de mogelijke oorzaken zoals vermeld in § 4.3.. Gebruik uw veiligheidsgordel om letsel te voorkomen.
- Uw rolstoel werd getest op elektromagnetische compatibiliteit en voldoet aan de standaard, zie hoofdstuk 5.. Toch kunnen elektromagnetische velden de rijprestatie van uw rolstoel beïnvloeden, bijvoorbeeld bij gsm's, stroomgeneratoren of energiebronnen met hoog vermogen. De elektronica van uw rolstoel kan echter ook andere elektrische apparaten beïnvloeden, zoals alarmsystemen in winkels en automatische deuren. We raden daarom aan om uw rolstoel regelmatig te checken op schade of slijtage aangezien dit de storing kan vergroten (zie ook hoofdstuk 4.).
- Rijd enkel op vlakke oppervlakken waarbij beide aandrijfwielen de grond raken, en waarbij voldoende contact met de grond mogelijk is voor veilig gebruik van de rolstoel.
- Er mogen geen aanpassingen of veranderingen gemaakt worden aan de beveiligingspunten of structurele onderdelen van de rolstoel zonder de producent van de rolstoel te contacteren.
- Houd tijdens gebruik uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van de wielen of bewegende onderdelen.
Houd er rekening mee dat uw rolstoel, afhankelijk van de gebruikte instelling, bij sommige diefstalsystemen interferentie kan geven. Hierdoor kan het winkelalarm in werking gesteld worden.
Ieder ernstig incident [MDR (EU) 2017/745 §2 (65)] dat zich heeft voorgedaan met trekking tot het product dient gerapporteerd te worden aan de producent en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de gebruiker en/of patiënt gevestigd is.
2.3. Symbolen op de rolstoel
![]() | Maximum gewicht van de gebruiker in kg |
![]() | Maximale veilige helling in ° (graden) |
![]() | Enkel binnengebruik (batterijlader) |
![]() | Maximale snelheid |
![]() | Type aanduiding |
![]() | Catalogusnummer |
![]() | Serienummer |
![]() | Medisch hulpmiddel |
![]() | Producent |
![]() | Fabricagedatum |
![]() | EC-conformiteitsverklaring |
![]() | Let op: belangrijke informatie |
![]() ![]() | Het is aangeraden om de handleiding te lezenRisico voor knellen |
![]() | Gecrashtest product ; kan gebruikt worden als zitplaats in een voertuig |
![]() | Kan gebruikt worden als zitplaats in een voertuig; duidt de bevestigingspunten aan |
![]() | Enkel voor elektrische apparaten: Beschermklasse II |
![]() | Enkel voor elektrische apparaten: Deponeer onderdelen niet in het huishoudelijk afval! Lever in voor recyclage. |
2.4. Transport
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Neem maatregelen om te voorkomen dat de rolstoel beschadigd raakt tijdens transport.
2.4.1. Uit de weg zetten
Gebruik het bedieningspaneel om de rolstoel naar zijn bestemming te bewegen.
Zet anders de rolstoel in vrijloopmodus (zie §3.4.) en gebruik de duwstang om de rolstoel te bewegen.
2.4.2. Transport in een vliegtuig
Aangezien de rolstoel voorzien werd van lekvrije AGM-batterijen, kan de rolstoel (als een geheel) vervoerd worden in het vliegtuig. Raadpleeg de vliegmaatschappij omtrent de correcte procedures alvorens uw vlucht te boeken. Voordat u uw rolstoel overdraagt aan het vliegtuigpersoneel dient u de batterij los te koppelen van de rolstoel, zie § 3.5..
2.4.3. Transport per voertuig, als bagage
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Zorg ervoor dat de rolstoel voldoende vastgemaakt is, om verwonding van de inzittenden tijdens aanrijding of plots remmen te voorkomen.
-
Zorg ervoor dat de vrijloophendel in rempositie staat tijdens het transport, zie § 3.4..
-
Gebruik het bedieningspaneel om uw rolstoel weer naar een stabiele positie te brengen, zie § 3.6.3..
-
Verwijder alle aangebrachte accessoires zoals tafels en beademingsapparatuur, en bewaar deze op een veilige plaats.
-
Gebruik een oprijplaat om de rolstoel in het bagagecompartiment van het voertuig te rijden.
-
Stel de rolstoel in de laagste snelheid in.
-
Bedien de joystick om de rolstoel voorwaarts op de oprijplaten en in het voertuig te rijden. Stap mee naast de rolstoel terwijl hij rijdt, maar stap NIET op de oprijplaten.
– Schakel de bediening UIT. -
Bevestig het frame van de rolstoel stevig aan het voertuig met behulp van het bevestigingssysteem (zie figuur 1).
-
Plaats de rolstoel in de rijmodus (parkeerremmen ingeschakeld) en controleer of de bedieningsconsole is uitgeschakeld.
2.4.4. Transport per voertuig, als zit voor de gebruiker
De rolstoel heeft de crashtest van ISO 7176-19: 2022 doorstaan en is zo ontworpen en getest om enkel gebruikt te worden als voorwaartse zit in een voertuig. De rolstoel werd dynamisch getest met het ATD (antropomorfisch testapparaat) waarbij een zespunts-beveiligingssysteem voor de rolstoel, en een driepunts-beveiligingssysteem voor de inzittende gebruikt werden. Toch heeft het de voorkeur om de gebruiker te verplaatsen naar een zit in het voertuig waarbij het beveiligingssysteem van het voertuig gebruikt wordt. De rolstoel wordt weggeborgen als bagage in een afzonderlijk (cargo)compartiment, zie §2.4.3..
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Gebruik de bekkengordel van de rolstoel en de beschikbare driepuntsgordel in het voertuig om borst- en hoofdimpact met het voertuig te vermijden.
- Gebruik geen lichaamsondersteuningen om de gebruiker vast te maken in het voertuig, tenzij deze werden gelabeld als overeenkomstig met de vereisten in ISO 7176-19:2022.
- Na betrokkenheid in enige vorm van botsing, laat dan vóór verder gebruik uw rolstoel inspecteren door uw vakhandelaar of de vertegenwoordiger van de fabrikant.
2.4.4.1. De rolstoel beveiligen
- Zorg ervoor dat het voertuig een gepast systeem heeft voor de zespunts-bevestiging van de rolstoel en de driepunts-bevestiging van de inzittende conform ISO 10542, en dat beide systeem geen blijk geven van slijtage, vervuiling, aantasting of defect.
- Gebruik het bedieningspaneel om uw rolstoel weer naar een stabiele positie te brengen, zie §3.6.3..
- Verwijder alle aangebrachte accessoires zoals tafels en beademingsapparatuur, en bewaar deze op een veilige plaats. Indien dit niet mogelijk is, bevestig deze dan stevig aan de rolstoel maar weg van de inzittende, met energieabsorberende padding tussen het tafelblad en de gebruiker.
- Gebruik een ramp om de rolstoel in het bagagecompartiment van het voertuig te rijden volgens de instructies in §3.2.1..
- Positioneer de rolstoel naar voren in de rijrichting, centraal tussen de vastzet rails die zijn vastgemaakt in de vloer van het voertuig.
- Zorg ervoor dat de gebruiker zo rechtop mogelijk zit. Indien de toestand van de gebruiker dit niet toelaat, voer dan een risicoanalyse uit om de veiligheid van de gebruiker tijdens het transport te beoordelen.
-
Zet de besturing uit en zorg ervoor dat de vrijloophendel in rempositie staat, zie §3.4..
-
De locatie van ieder bevestigingspunt op de rolstoel wordt met het volgende symbool aangeduid:

- Ga na of het uiteinde van de bevestiging compatibel is met de bevestigingspunten op de rolstoel.
- Bevestig de voorste bevestigingsshaken aan de bevestigingspunten (A) van de rolstoel volgens de instructies van het bevestigingssysteem.
- Draai de vrijloophendel in vrijlooppositie en rol de rolstoel achterwaarts om de voorste riemen strak te trekken, zie §3.4..
- Bevestig de achterste bevestigingsshaken op dezelfde manier aan de bevestigingspunten (B+C) op de achterkant.
- Draai de vrijloophendel terug in rempositie, zie §3.4..

text_image
A B CFiguur 1
2.4.4.2. De gebruiker beveiligen
- Bevestig de bekkengordel van de rolstoel.
- Bevestig het veiligheidssysteem voor inzittenden volgens de instructies van het riem-systeem van de fabrikant.
Draag de bekkengordel laag over de voorkant van de bekken, zodat de hoek van de bekkengordel binnen de gewenste zone van 30° tot 75° met de horizontale is, zoals aangegeven op de figuur. Een steilere (grotere) hoek binnen de gewenste zone is wenselijk.

text_image
30° 75°Figuur 2
- Trek de riem strak aan volgens de instructies van het riem-systeem van de fabrikant en in overeenstemming met het comfort van de gebruiker.
- Zorg ervoor dat de veiligheidsriem verbonden wordt in een rechte lijn aan het ankerpunt van het voertuig en dat er geen bochten in de riem zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op de as van het achterwiel.
- Plaats de gordelgesp zo dat de ontgrendelingsknop niet geraakt kan worden door onderdelen van de rolstoel bij een botsing.
- Zorg ervoor dat de gordels niet gedraaid zijn of weggehouden worden van het lichaam zoals in figuur 3.
- Zorgt ervoor dat de schoudergordel goed over de schouder passen, zie figuur 4.
Gordels mogen niet weggehouden worden van het lichaam door rolstoel onderdelen zoals armsteunen of wielen.

De gordels zijn volledig in contact met schouder, borst en bekken. Bekkengordel laag op het bekken, vlakbij de kruising van dij en bekken

2.5. Eerste gebruik en opslag
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging aan de batterij
- Laat de batterij nooit volledig ontladen.
- Onderbreek de oplaadcyclus niet: koppel de batterijlader enkel los wanneer de batterij volledig opgeladen is.
- Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie hoofdstuk 5..
Zorg ervoor dat de batterij volledig werd opgeladen voor het eerste gebruik. Vraag aan uw vakhandelaar of dit reeds gebeurde. Om de batterij te laden, volgt u de instructies in §3.8..
Indien de verpakking van uw product bij levering beschadigd, (onbedoeld) geopend, of aangetast is door omgevingsfactoren (vocht, hitte, ...), controleer dan de productintegriteit. Contracteer bij twijfel uw vakhandelaar.
3. Uw rolstoel gebruiken
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw rolstoel NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Lees ook de instructies in de besturingshandleiding en de handleiding van de batterijlader!
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetsteun en besturing om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Koppel steeds de batterijlader los van de rolstoel vooraleer te rijden.
Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de werking van uw rolstoel vooraleer deze te gebruiken op drukke en mogelijk gevaarlijke plaatsen. Oefen eerst in een grote open ruimte met weinig omstaanders.
Onderzoek het effect van een veranderd zwaartepunt op het gedrag van de rolstoel, bijvoorbeeld op hellingen, op zijdelingse hellingen of bij het overwinnen van hindernissen. Vraag hulp aan een begeleider.
Het oppervlak van de besturing wordt een beetje warm tijdens gebruik.
Bij het achteruit rijden wordt de snelheid verminderd.
-
Zorg ervoor dat
-
de rolstoel op een vlakke ondergrond staat;
– de batterij volledig is opgeladen, zie §3.8.;
– de motor gekoppeld is, zie § 3.4.;
– de banden de juiste bandenspanning hebben (indien van toepassing), zie § 4.2.1.;
– de rolstoel aangepast is aan uw behoeften en comfort, zie §3.7.; -
u de juiste zithouding heeft, zie § 3.6.2..
-
Volg de instructies uit de handleiding van de besturing.
-
Zet uw rolstoel aan.
-
Draai de snelheidsregelaar naar de laagste stand.
-
Oefen op het rijden met en verstellen van de rolstoel.
-
Als u zich zeker genoeg voelt, kan u aan een hogere snelheid proberen te rijden.
-
Probeer nu te draaien, zowel voorwaarts als achterwaarts. Herhaal dit enkele keren.
-
Zorg ervoor dat uw rolstoel stabiel staat wanneer u de rit beëindigt.
- Schakel uw rolstoel uit.
3.2. Buiten rijden
WAARSCHUWING
Gevaar voor ongeval - Pas uw rijstijl en snelheid aan.
- Houd rekening met de lokale verkeerswetgeving; deze kan verschillen van land tot land. Dit geldt voor het rijden op de stoep, onverharde en verharde wegen.
- Rijd niet op wegen met druk verkeer.
- Houd rekening met de weersomstandigheden. Vermijd het rijden bij vochtig weer, extreme hitte, sneeuw, ijzel en vriestemperaturen; zie de technische specificaties in hoofdstuk 5..
- Zelfs met uw lichten aan is het niet gepast om op openbare wegen te rijden met slechte zichtbaarheid (duisternis, mist, schemer). Zorg ervoor dat u goed zichtbaar bent, ook tijdens de dag, door het dragen van fluorescerende kledij en/of door extra verlichting te gebruiken aan de voor- en achterzijde van de rolstoel.
- Wees u bewust van andere weggebruikers voor wie uw rolstoel een hindernis kan vormen. Let extra op bij het draaien en achteruit rijden. Als u niet vertrouwd bent met achteruit rijden, oefen dan eerst in een open ruimte. Geef de richting aan waarin u gaat vooraleer af te slaan.
- Probeer recht in smalle doorgangen te rijden om te voorkomen dat u geklemd raakt.
- Houd de remafstand in gedachten. Houd er rekening mee dat de remafstand beïnvloed wordt door snelheid, rijoppervlak, weersomstandigheden, helling en gewicht van de gebruiker.
3.2.1. Omgaan met hellingen, stoepranden, hindernissen en rampen
NL
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Gebruik een veiligheidsgordel om uzelf te beveiligen in de rolstoel.
- Pas op als de weg zanderig is of zachte grond, gaten of spleten heeft waardoor de wielen kunnen vastlopen en/of de tractie van de aandrijfwielen vermindert.
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in hoofdstuk 5..
- Benader een stoeprand altijd van de voorkant.
- Zet uw rolstoel nooit in vrijloopmodus op een helling. De rolstoel kan beginnen te bewegen, wat verwondingen bij uzelf of omstaanders kan veroorzaken.
- Gebruik uw rolstoel niet op roltrappen of trappen.
- Gebruik enkel rampen die goedgekeurd werden door Vermeiren en overschrijd hun maximaal toegestane belasting niet.
- Om veilig obstakels of hellingen te nemen, zet u de rolstoel in de meest rechtop zittende positie.
Wanneer u stopt op een helling, zal de rem automatisch in werking treden om te voorkomen dat de rolstoel vooruit of achteruit rolt.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Parkeer uw elektrische rolstoel steeds op een horizontaal vlak oppervlak, en op plaatsen die makkelijk bereikbaar zijn.
- Indien nodig, maak snelheid met een korte aanloop om hellingen, hindernissen, stoepranden of rampen op te rijden. Vermijd dat u of uw rolstoel te maken krijgt met een grote terugslag.
- Zorg ervoor dat de rolstoel de grond of ramp niet raakt door de kanteling.
-
Denk eraan dat de remafstand bergafwaarts aanzienlijk groter kan zijn dan op vlakke grond.
-
Start met rijden volgens de instructies in §3.1., stap 1.
-
Gebruik hefmateriaal of een ramp om de rolstoel op/af treden of trappen te bewegen. Indien deze niet voorhanden zijn, kan de rolstoel worden opgetild door ten minste twee personen, waarbij het onderframe stevig met beide handen moeten worden vastgehouden. Houd de rolstoel hierbij niet vast aan de rugsteun, voetplaat/voetplaten, armsteunen of wielen.
-
Omgaan met hindernissen of hellingen
-
Verstel de rolstoel naar de meest stabiele positie, zie §3.6.3..
– Rijd zo langzaam mogelijk om de hindernis of helling te nemen.
3.3. Besturing
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Houd er rekening mee dat de stabiliteit van uw rolstoel vermindert wanneer u de positie aanpast van rechtop zittend naar gekanteld.
- Zorg ervoor dat u voldoende ruimte heeft rondom de rolstoel om de rugsteun en zit aan te passen.
- Met optionele B15A-tafel: Zorg ervoor dat de bedieningsconsole naar buiten gezwenkt en uitgeschakeld is voordat u de tafel gebruikt.
Het gebruik van de besturing wordt uitgelegd in een aparte handleiding, meegeleverd bij uw rolstoel. Neem meteen contact op met uw vakhandelaar als deze handleiding ontbreekt.
Zet de joystick in neutrale (centrale) positie vooraleer de aan/uit-knop in te drukken, anders zal de elektronica blokkeren. Om deze blokkering op te heffen, schakelt u de besturing uit en weer aan.
De besturing laat toe dat u alle rijonderdelen kan bedienen, alsook de motoren om uw lichaamshouding aan te passen. Om uw eigen veiligheid te garanderen, en om te voorkomen dat de rolstoel beschadigd raakt, worden alle bewegingen bewaakt door de elektronica. Dit kan leiden tot een bewegingsvergrendeling, afname in snelheid of volledige stilstand.
Raadpleeg de handleiding van de besturing voor meer informatie.
Om onopzettelijke batterij-ontlading te voorkomen, is uw rolstoel voorzien van een automatisch uitschakelingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de besturing uit zodra deze even niet gebruikt wordt. Als dit gebeurt, schakel dan gewoon de besturing weer aan.
3.4. Rem en vrijloophendel
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Bedien de vrijloophendel enkel wanneer de rolstoel UIT staat! Een begeleider moet de vrijloophendel bedienen indien u een mobiliteitsbeperking heeft. Bedien de hendel NOOIT vanuit zittende positie.
- Gebruik de vrijloopmodus nooit op hellingen, zie symbool op motor:

Zorg ervoor dat de vrijloophendel in rempositie staat VOORDAT u de rolstoel AAN zet. Elektromagnetische remmen werken NIET als de rolstoel in vrijloopmodus staat. Dit wordt aangegeven op de besturing. Rijden is niet mogelijk.
Uw rolstoel is uitgerust met elektromagnetische remmen. De werking van deze remmen hangt af van de positie van de vrijloophendel (1).
De EM-remmen werken automatisch, enkel wanneer de vrijloophendel (1) in rempositie staat. In dit geval zullen de remmen beginnen werken als:
- De rolstoel UIT staat
- De rolstoel AAN staat en de joystick wordt losgelaten
Wanneer u de joystick loslaat, stop de rolstoel stilaan en activeren de remmen.
3.4.1. De vrijloophendel bedienen:
![]() | Draai de hendels naar het symbool voor vrijloop om de rolstoel in vrijloopmodus te zetten. De motor is nu losgekoppeld. De rolstoel kan manueel verplaatst worden. |
![]() | Draai de hendels naar het symbool voor rijden om de motor te koppelen aan de aandrijving. Dit moet gebeuren vooraleer u de rolstoel aanzet. |
![]() | |
3.5. Batterijschakelaar
Uw rolstoel is uitgerust met een batterijschakelaar om het circuit tussen de vermogensmodule en de batterij te ontkoppelen. Deze ontkoppeling wordt gebruikt voor veiligheid bij transport, onderhoud en herstelling. Het is ook mogelijk om de knop van de batterijschakelaar te verwijderen, om te voorkomen dat de rolstoel verplaatst wordt tijdens uw afwezigheid.
Draai de rode batterijschakelaar
- rechtsom tot "I" om de batterij en vermogensmodule te verbinden [A].
- linksom tot "0" om de batterij te ontkoppelen [B].
- linksom, voorbij "0" tot de eindpositie [C] en verwijder de knop van de schakelaar.

3.6. Verplaats u van of naar de rolstoel.
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Indien u de transfer niet veilig op eigen kracht kan uitvoeren, vraag dan hulp.
- Niet op de voetplaten gaan staan.
3.6.1. Transfer
- Plaats de rolstoel zo dicht mogelijk bij de stoel, zetel of bed van/naar waar u zich wilt verplaatsen.
- Schakel de remmen in door de vrijloophendel in rempositie te draaien, zie § 3.4..
- Gebruik de besturing om de rugsteun en zit in zitpositie te plaatsen, zie de gebruiksaanwijzing van de besturing.
- Vouw de voetplaten naar boven zodat u er niet op gaat staan.
- Indien nodig, draai een van de armsteunen weg/omhoog, zie § 3.7.3..
- Beweeg naar/uit uw rolstoel door kracht te zetten op uw armen, of met behulp van een begeleider of liftmaterieel.
3.6.2. Zitten in de rolstoel
- Ga zitten op de zit met uw onderrug tegen de rugsteun.
- Draai de voetplaat/voetplaten naar beneden en plaats uw voeten erop.
- Indien nodig, draai de armsteunen naar beneden.
-
Zorg ervoor dat uw bovenbenen horizontaal zijn, met uw voeten in een comfortabele positie. Maak aanpassingen indien nodig, zie §3.7.7..
-
Zorg ervoor dat uw armen gebogen zijn en dat ze comfortabel rusten op de armsteunen. Maak aanpassingen indien nodig, zie §3.7.3..
3.6.3. Verstellen naar stabiele positie
Voor transport, en wanneer u hindernissen moet nemen, is het nodig dat de rolstoel afgesteld wordt voor maximale stabiliteit:
• Zit in horizontale positie
- Rugsteun rechtop
• Armsteunen in laagste stand
- Voetplaat omhoog gevouwen of versteld naar hogere positie om te voorkomen dat de hindernis geraakt wordt.
- Besturing naar binnen gedraaid
3.7. Comfortaanpassingen
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- De volgende aanpassingen voor comfort kunnen gedaan worden door de begeleider. Alle andere instellingen worden gedaan door de vakhandelaar volgens de installatiehandleiding, zie voorwoord.
- Zorg ervoor dat uw vingers, kledij, gespen niet geklemd raken bij het verstellen.
3.7.1. Veiligheidsgordel
Sluit de veiligheidsgordel door de gesp in the houder te klikken. Pas indien nodig de lengte van de riemen aan.
Druk op de rode knop om de veiligheidsgordel te openen.
3.7.2. Besturing
De besturing beschikt over een zwenksysteem waarmee de console horizontaal naar recht/links gedraaid kan worden.
Neem de bevestiging van de besturing (2) vast en beweeg naar link/rechts tot de gewenste positie.

De armsteunen kunnen omhoog/achterwaarts gedraaid worden voor makkelijke transfer naar/uit de rolstoel.
- Duw de hendel (3) van de tandverstelling (4) langzaam naar beneden. De armsteun is ontgrendeld (in laagste positie).
- Draai de armsteun achterwaarts/naar boven tot de eindpositie.
- Trek de hendel (3) omhoog om de tandverstelling te sluiten. De armsteun is vergrendeld in de eindpositie.

Dezelfde procedure wordt gevolgd om de hoek van de armsteun aan te passen:
- Herhaal stap 1 hierboven.
- Houd vervolgens de armsteun in de gewenste positie en vergrendel met de hendel (3).
- Herhaal dit voor de tweede armsteun.
- Zorg ervoor dat beide armsteunen dezelfde hoek hebben.
- Zorg ervoor dat beide armsteunen stevig werden vastgezet.

De armleggers (5) kunnen versteld worden in hoogte (traploos) en hoek (7.5° stappen):
- Draai de sterknop (6) een paar toeren naar links. Draai minimaal 4 toeren om de hoek te verstellen.
- Trek/duw de armlegger lichtjes om de hoogte de verstellen.
- Houd de armlegger in de gewenste hoek.
- Draai de sterknop stevig aan naar rechts.
- Herhaal voor de tweede armlegger.
- Zorg ervoor dat beide armleggers stevig werden vastgezet.

text_image
5 63.7.5. Voetsteun B06
Om te verwijderen:
- Trek aan de hendel (7) van de voetsteun (8) en draai naar buiten.
- Til de voetsteun op om hem te verwijderen.
Om te plaatsen:
- Houd de voetsteun (8) aan de zijkant en plaats in de voetsteunbevestiging (9).
- Zwenk de voetsteun naar binnen tot deze vastklikt.

3.7.6. Voetplaat van B06
Om de hoek van de voetplaat (10) aan te passen:
- Draai de sterknop (11) van de tandverstelling (12) enkele toeren los.
- Draai de voetplaat naar beneden/boven en houd in de gewenste positie.
- Draai de sterknop (11) vast.
- Herhaal dit voor de tweede voetplaat.
- Zorg ervoor dat beide voetplaten stevig werden vastgezet.

text_image
11 12 103.7.7. Beensteun BZ7-BZ8
- Maak de hendel (13) los aan het draaipunt.
- Pas de hoek van de beensteun aan door de voetplaten omhoog/naar beneden te bewegen (tussen 100° - 190°).
- Zet de hendel (13) weer stevig vast met de hand.
- Herhaal dit voor de tweede beensteun. Zorg ervoor dat beide beensteunen stevig vastgemaakt zijn.

3.7.8. Voetplaat van BZ10E
NL
Klap de voetplaat (19) naar boven om ruimte te maken voor beweging.

3.7.9. Hoofdsteun L58
Om te monteren:
- Draai de sterknop (14) los.
- Plaats de vierkante stang van de hoofdsteun (15) in de voorziene beugel (16).
- Draai de sterknop (14) stevig terug aan.
Om te verwijderen, herhaal bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde.
Om de hoogte/diepte aan te passen:
- Zet de hendels (17) los.
- Zet de hoofdsteun in de gewenste positie.
- Zet de hendels (17) weer stevig vast.

text_image
17 15 14 163.7.10. Inclinatie van rug SE36
Duw de hendel voor de gasveer in om het mechanisme voor inclinatie los te zetten. Duw naar beneden op de rug tot deze de gewenste positie bereikt.
3.8. Batterijstatus en opladen
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging door brand
- Gebruik enkel de batterijlader die geleverd werd bij uw rolstoel. Het gebruiken van een andere lader kan gevaarlijk zijn (brandgevaar).
- De lader is enkel bedoeld om de batterijen op te laden die geleverd werden bij uw rolstoel, geen andere batterijen.
- Maak geen aanpassingen aan de geleverde onderdelen, bijv. kabels, stekkers of de batterijlader. Open of vervang nooit de batterij of de aansluitpunten.
- Bescherm de batterij en batterijlader tegen vlammen, hoge en lage temperaturen (zie hoofdstuk 5.), vochtigheid, zon, hevige schokken (bijvoorbeeld vallen). Gebruik de batterij NIET als ze is blootgesteld aan een van de voornoemde omstandigheden.
- Laad de batterij op met de geleverde lader, binnenshuis, in een goed geventileerde ruimte, buiten het bereik van kinderen.
- Lees eerst de gebruiksaanwijzing van uw batterijlader vooraleer de batterijen van uw rolstoel op te laden. Voor meer informatie, neem contact op met uw vakhandelaar of consulteer onze website: http://www.vermeiren.com/.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Automatische ontlading van de batterij en de ruststroom van de verbonden gebruikers zullen de batterij langzaam ontladen. De batterij kan onherstelbaar beschadigd raken indien ze volledig ontladen wordt. Zorg er daarom steeds voor dat de batterij tijdig wordt opgeladen (zie handleiding van de besturing):
- Bij intensief gebruik (lange afstanden, dagelijks gebruik):
Onmiddellijk opladen na gebruik.
– Bij gemiddeld gebruik (korte afstanden, dagelijks of enkele keren per week): Opladen wanneer batterij-indicator 50% ontlading aangeeft.
- Bij weinig gebruik of opslag: Eén keer per maand opladen.
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in §4., en de technische details in §5..
- Koppel de batterijlader pas los wanneer de batterij volledig werd opgeladen, zie volgende symbolen op de lader.

- Laad batterijen niet op onder 0°. Verplaats de batterij naar een warmere plaats en begin het opladen.
- Houd het aansluitpunt voor de batterijlader vrij van stof of vuil.
- In geval van problemen waardoor de batterij niet opgeladen kan worden volgens de gebruiksaanwijzing van de lader, neem dan contact op met uw vakhandelaar.
- Instructies voor het vervangen van de batterijen kan u terugvinden in de installatiehandleiding.
Voor alle informatie over weergave van de batterijstatus, raadpleeg de handleiding van de besturing.
We raden aan om de batterij los te koppelen van de rolstoel wanneer deze een tijdje niet gebruikt wordt. Zo voorkomt u onnodige energieconsumptie.
Om de batterij op te laden:
- Verbind EERST de batterijlader met een 230V AC stopcontact. Gebruik de batterijlader rechtstreeks in het stopcontact, zonder verlengsnoer (en zonder tijdschakelaar).
-
Sluit de lader aan op het aansluitpunt van de besturing.
-
Wacht tot de batterij volledig is opgeladen. Lees de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor meer informatie.
- Koppel de batterijlader los.
- Verwijder de lader uit het stopcontact, laat afkoelen en bewaar op een veilige plaats.
4. Onderhoud
Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw rolstoel in een perfect werkende staat blijft. Voor de onderhoudshandleiding kan u de website van Vermeiren raadplegen: www.vermeiren.com.
4.1. Tijdstippen voor onderhoud
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden.
De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier voor de vakhandelaar om elke service te registreren.
De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/onderhoud/reparatie.
Lees de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor specifieke onderhoudsinstructies.
4.1.1. Voor ieder gebruik
NL
Kijk de volgende punten na:
- Alle onderdelen: aanwezig en niet beschadigd of versleten.
• Alle onderdelen: schoon, zie § 4.2.2.. - Wielen, zit, kuitsteunen, armsteunen, voetplaat en hoofdsteun (indien van toepassing): stevig bevestigd.
- Batterijstatus: laad de batterij op indien nodig, zie §3.8..
- Besturing, batterij, vermogensmodule, motors, batterijlader, lichten en relevante kabels: geen schade zoals gerafelde, gebroken of blootgestelde draden.
• Staat van de wielen, zie § 4.2.1.. - Staat van de frameonderdelen: geen vervorming, instabiliteit, zwakte of losse verbindingen.
- Zit, rugsteun, armleggers, kuitsteunen en hoofdsteun (indien van toepassing): geen overmatige slijtage (bijv. gedeukte plekken, schade of scheuren).
Contacteer uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen.
4.1.2. Jaarlijks of vaker
Laat uw rolstoel nakijken en onderhouden door uw vakhandelaar, ten minste één keer per jaar of vaker. De minimale onderhoudsfrequentie is afhankelijk van het gebruik en moet daarom besproken worden met uw vakhandelaar.
4.1.3. Bij opslag
Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie hoofdstuk 5..
Als uw rolstoel voor een periode wordt opgeslagen, raden we aan om de batterijen nog steeds iedere maand op te laden. Het is ook mogelijk om de batterijlader gekoppeld te houden aan de batterij en de netspanning tijdens deze periode. Zie §3.8. voor meer informatie.
4.2. Onderhoudsinstructies
4.2.1. Wielen en banden
De goede werking van de remmen hangt af van de staat van de banden, die onderhevig zijn aan slijtage en verontreiniging (water, olie, modder,...).
Houd de wielen vrij van draden, haar, zand en vezels.
Kijk het profiel van de banden na. Als de profieldiepte minder dan 1 mm bedraagt, moeten de banden vervangen worden. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar.
Pomp de banden op volgens de correcte spanning (zie drukindicatie op de banden).
Instructies voor het vervangen van de banden kan u terugvinden in de installatiehandleiding.
4.2.2. Schoonmaak
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door vocht
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de rolstoel schoon te maken.
- Houd de besturing schoon en bescherm ze tegen water en regen.
Veeg alle harde onderdelen schoon met een vochtig doek (niet doorweekt). Indien nodig, gebruik een milde zeep die geschikt is voor vernis en synthetische materialen.
De bekleding kan schoon worden gemaakt met lauw water en een milde zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
Houd de ventilatieopeningen op de batterijlader schoon en vrij van stof.
Blaas het stof weg en maak de batterijlader schoon met een vochtig doek indien nodig.
NL
4.2.3. Ontsmetting
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Ontsmetting mag enkel worden uitgevoerd door getraind personeel. Neem contact op met uw vakhandelaar.
4.3. Probleemoplossing
Ook wanneer u de rolstoel correct gebruikt, is het toch mogelijk dat er een technisch probleem optreedt. Neem in dat geval contact op met uw vakhandelaar.
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Probeer NOOIT zelf uw rolstoel te repareren.
- Bij storingen in de besturing dient u contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/zij zal beslissen of de besturing geherprogrammeerd moet worden.
Bij mogelijke problemen wordt een systeemcode weergegeven op de besturing.
Raadpleeg de handleiding van de besturing voor een overzicht van alle foutcodes.
De volgende tekenen kunnen wijzen op een ernstig probleem. Neem daarom steeds contact op met uw vakhandelaar als u een van de volgende afwijkingen opmerkt:
• Vreemde geluiden;
• Gerafelde/beschadigde kabelboom;
- Gebarsten of gebroken aansluitingen;
- Oneven bandenslijtage op een van de banden;
• Schokkerige bewegingen; - De rolstoel buigt af naar één kant;
- Beschadigde of kapotte wielmontages.
- De rolstoel start niet op (defecte zekering);
- De rolstoel staat aan maar beweegt niet, zie § 4.3.1..
4.3.1. Overbelastingsbeveiliging
Om de motor te beschermen tegen overbelasting, wordt de motor automatisch uitgeschakeld in de volgende situaties:
- Het op-/afrijden van hellingen die de maximale hellingshoek overschrijden, zoals aangeduid in hoofdstuk 5..
- De nominale belasting overschrijdt de maximumwaarde.
Om de rolstoel opnieuw te gebruiken: zet de joystick in neutrale positie, verwijder de overbelasting en wacht tot de motor afgekoeld is.
4.4. Verwachte levensduur
De rolstoel is ontworpen voor een gemiddelde levensduur van 5 jaar. De levensduur zal toenemen of afnemen afhankelijk van de gebruiksfrequentie, rijomstandigheden en onderhoud.
4.5. Hergebruik
Voor ieder hergebruik moet de rolstoel ontsmet, geïnspecteerd en onderhouden worden volgens de instructies in § 4.1. en § 4.2..
4.6. Beëindiging van gebruik
Op het einde van de levensduur moet u de rolstoel vernietigen volgens de lokale milieuwetgeving. De beste manier om dit te doen, is de rolstoel te demonteren om het vervoer van de recycleerbare onderdelen te vergemakkelijken.
4.7. Garantie
De garantie op dit product is onderhevig aan de algemene voorwaarden van ieder land.
5. Technische specificaties
Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze rolstoel, bij standaardinstellingen en optimale omgevingsfactoren. Houd bij gebruik rekening met deze details. Deze waarden zijn niet meer van toepassing als uw rolstoel werd gewijzigd, of wanneer hij beschadigd of ernstig versleten is. Houd er rekening mee dat de rijprestatie beïnvloed wordt door omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen (op/neer), soort oppervlak en batterijstatus.
| Merk Vermeiren | |
| Productgroep Elektrische rolstoel, klasse B | |
| Type Sigma | Sigma 230 |
| Beschrijving Specificaties per configuratie met | BZ10E en L34 TUB |
| Max. gebruikersgewicht 140 kg | |
| Totale lengte inclusief voetsteun SE30, SE39 : | 1177 mmSE43 : 1163 mmSE42 : 1198 mm |
| Totale breedte (afhankelijk van de zitbreedte) | Sigma : 618 mm - 618 mm - 630 mm - 660 mm - 680 mmSigma 230 : 672 mm - 672 mm - 672 mm - 672 mm - 680 mm |
| Beschrijving Specificaties per configuratie met | |
| Totale hoogte SE30, SE39 : 1055 - 1115 mm | BZ10E en L34 TUBSE43 : 1075 - 1135 mmSE42 : 1100 - 1400 mm |
| Totaal gewicht SE30, SE39 : 141 kg | SE43 : 154 kgSE42 : 168 kg |
| Gewicht zwaarste onderdeel SE30, SE39 : 133,75 kg | SE43 : 146,75 kgSE42 : 160,75 kg |
| Energieconsumptie * 35 km | |
| Nominale helling 6° | |
| Maximum hoogte hindernis Sigma : 50 mm | Sigma 230 : 65 mm |
| Max. snelheid 6 km/h | 10 km/h |
| Maximale remafstand bij hoogste snelheid 6 km/h : 1 m | 10 km/h : 2,1 m |
| Zithoek | SE30 : 0 - 21° (manueel)SE39 : 0 - 20° (elektrisch)SE43 : 0° - 50° (elektrisch)SE42 : 0° - 45° (elektrisch) |
| Effectieve zitdiepte | 420-440-460-480-500-520 mm |
| Effectieve zitbreedte | 400 mm420 mm450 mm480 mm500 mm |
| Zithoogte aan voorzijde | SE30, SE39 : 435-450-465-480-495 mmSE53 : 453 to 513 mmSE42 : 478 to 778 mm |
| Rughoek | 0° - 30° |
| Rughoogte | 610 mm |
| Afstand tussen voetplaat en zit | 365 – 465 mm |
| Hoek been tot zit | 90° - 153° |
| Hoek van de voetplaat | 90° |
| Beschrijving Specificaties per configuratie metBZ10E en L34 TUB | |
| Hoek armsteun 11° tot 26° | 101° (weggeklapt) |
| Minimale draaicirkel 1200 mm | |
| Keerbreedte 1200 mm | |
| Grondspeling 65 mm | |
| Diameter achterwielen 140 x 40 mm | |
| Diameter middelste wielen 350 x 70 mm | |
| Diameter voorwielen Sigma : 200 x 50 mm | Sigma 230 : 230 x 70 mm |
| Bandendruk ** Max. 3,5 bar | |
| Min. batterij | 2 x 12V AGM / 80 Ah / C20 |
| Aandrijfmotoren | 6 km/h: 2 x 220W10 km/h: 2 x 350W |
| Zekering | 150 AMP |
| Batterijlader | 8A ; IP21 ; Isolatieklasse II |
| Geluidsdruk | < 65 dB(A) |
| Beschermingsklasse | IPX4 |
| Sterktetesten volgens | ISO 7176-8 |
| Testen voor vermogen en besturing volgens | ISO 7176-14 |
| Brandweerstand van de bekleding volgens | EN 1021-2:2006 |
| EMC-compatibiliteit volgens | ISO 7176-21 |
| Algemene beoordeling van de gordelvoorziening | A |
| Opslag en gebruikstemperatuur | +5°C - +41°C |
| Werkingstemperatuur van de elektronica | -10°C - +40°C |
| Opslag en gebruiksluchtvochtigheid | 30% - 70% |
| We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren.Meettolerantie +- 15 mm / 1,5 kg / 1,5°* De theoretische actieradius zal worden verlaagd als de rolstoel vaak wordt gebruikt op hellingen, ruw terrein of stoepranden.** Omdat verschillende banden gebruikt kunnen worden, controleer de correcte bandendruk voor de band die u gebruikt. Raadpleeg uw vakhandelaar voor andere diameters van de banden. | |
NL
Inhalt
Vorwort
117
1. Ihr Produkt 119
1.1. Optionen 120

























