CMOS130 - Achteruitrijcamera KENWOOD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CMOS130 KENWOOD in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - CMOS130 KENWOOD
Download de handleiding voor uw Achteruitrijcamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CMOS130 - KENWOOD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CMOS130 van het merk KENWOOD.
GEBRUIKSAANWIJZING CMOS130 KENWOOD
NEDERLANDS• Bij het monteren van deze camera moet u ervoor zorgen dat er geen kabels tussen de camera en het omringende metaal of de aansluitingen bekneld raken.• Monteer de camera niet in de buurt van de verwarmingsuitlaat, waar deze beschadigd kan raken door de warmte of bij de portieren, waar regenwater op de camera kan spatten. (Installeer de camera nooit op de bovengenoemde locaties vanwege het gevaar van storingen ten gevolge van hoge temperaturen.)• Controleer, voordat u montagegaten gaat boren, altijd de plek achter de locatie waar u wilt gaan boren. Boor niet in de brandsto eiding, remleiding, elektrische bedrading of andere belangrijke onderdelen.• Als de camera wordt geïnstalleerd in het interieur, verankert u deze stevig zodat het apparaat niet kan losraken terwijl het voertuig in beweging is en letsel of een ongeval kan veroorzaken.• Als de camera onder een van de voorstoelen wordt gemonteerd, controleert u of deze stoel nog vooruit of achteruit kan worden verplaatst. Leid alle kabels en snoeren zorgvuldig rond het schuifmechanisme zodat zij niet bekneld kunnen raken in het mechanisme en kortsluiting veroorzaken. Verzorging en onderhoud
- Als het product vuil wordt, neemt u het af met een siliconendoek of een zachte doek. Als het ernstig vervuild is, verwijdert u de vlek met een doekje dat bevochtigd is met een neutraal reinigingsmiddel en neemt u het reinigingsmiddel vervolgens af. Gebruik geen harde doeken en/of vluchtige vloeistof, zoals verdunner of alcohol. Deze kunnen krassen, vervormingen, aantastingen en/of schade veroorzaken.• Wanneer een lensonderdeel vuil wordt, neemt u deze voorzichtig af met een zachte doek, bevochtigd met water. Niet met een droge doek wrijven om krassen op de lens te vermijden. Installatieprocedure 1 Voorkom kortsluiting door de sleutel uit het contactslot te halen en de - accu los te koppelen. 2 Verbind de juiste in- en uitgangskabels van elk toestel. 3 Sluit de draden in de kabelboom aan. Doe dit in de onderstaande volgorde: massa, ontsteking en cameratoestel. 4 Installeer het toestel in uw auto. 5 Sluit de - accu weer aan. WAARSCHUWING• Als u de ontstekingsdraad (rood) aansluit op het autochassis (aarde), kan er kortsluiting en vervolgens brand ontstaan. Sluit deze kabels altijd aan op de voedingsbron die door de zekeringkast loopt.• Knip de zekering niet los van de ontstekingsdraad (rood). De voeding moet via de zekering worden aangesloten op de draden. WAARSCHUWING Voorkom persoonlijk letsel en/of brand en neem derhalve de volgende voorzorgsmaatregelen:
- Voorkom kortsluiting en steek derhalve nooit metalen voorwerpen (zoals munten en gereedschap) in het toestel.• De installatie en bedrading van dit product moet worden uitgevoerd door een deskundig persoon. Laat een gespecialiseerd technicus het apparaat installeren zodat uw veiligheid niet in gevaar komt.• Controleer, voordat u een gat boort om de camera te installeren, de locatie van buizen, tanks en bekabeling en zorg ervoor dat u deze niet raakt. Anders kan hierdoor brand ontstaan.• Draag een veiligheidsbril als u een gat boort. OPGELET Neem de volgende voorzorgsmaatregelen om schade aan het product te voorkomen:
- Zorg dat het toestel op een negatieve 12V-gelijkstroomvoeding is geaard.• Gebruik, bij het vervangen van een zekering, alleen een nieuwe zekering met de voorgeschreven waarde. Als u een verkeerde zekering gebruikt, kan er mogelijk een storing optreden in het apparaat.• Gebruik bij het installeren uitsluitend de bijgeleverde schroeven. Gebruik uitsluitend de bij het toestel geleverde schroeven. Het toestel wordt mogelijk beschadigd door gebruik van andere schroeven. OPMERKING
- Een achteruitrijcamera is een camera die symmetrische beelden levert op dezelfde wijze als achteruitkijk- en zijspiegels.• Aansluiting op een televisie met een RCA-video-ingang is mogelijk, maar controleer eerst of de televisie die u gebruikt een functie voor inschakeling bij achteruitrijden heeft.• Dit product is ontworpen om de chau eur te ondersteunen bij het achteruitrijden, maar de camerabeelden laten niet alle gevaren en obstakels zien. Kijk voor de zekerheid achter u bij het achteruitrijden.• Dit product is uitgerust met een groothoeklens, dus het beeld dichtbij is breed en het beeld veraf is smal, waardoor een onjuist gevoel voor afstand kan ontstaan. Kijk voor de zekerheid achter u bij het achteruitrijden.• Laat uw auto niet wassen in de autowasinstallatie of met water onder hoge druk aangezien dit ertoe kan leiden dat water de camera binnendringt of de camera op de grond valt.• Controleer of de camerabeugel goed is bevestigd voordat u gaat rijden. Zitten de schroeven los?- Zit de camerabeugel stevig vast?- Wanneer de achteruitrijcamera losraakt tijdens het rijden kan hij een ongeval veroorzaken.• Voordat u het apparaat de nitief installeert, sluit u eerst tijdelijk de draden aan om te controleren of alles goed is bevestigd en of de camera en het systeem werken. Voor gebruik/Installatieprocedure B5A-0964-00CMOS-130.indb20B5A-0964-00CMOS-130.indb20 2015/12/1014:272015/12/1014:27NEDERLANDS
- Leg de snoeren dusdanig aan dat gebieden met hoge temperaturen worden vermeden. Gebruik ribbelbuizen voor bedrading in de motorruimte. Wanneer een draad contact maakt met een heet gedeelte van de auto, kan de mantel smelten en kortsluiting veroorzaken, wat kan leiden tot een brand of gevaar van elektrische schokken. Accessoires OPGELET
- Als het contactslot van uw auto geen ACC-stand heeft, sluit u de ontstekingsdraad aan op een voedingsbron die met de contactsleutel kan worden in- en uitgeschakeld. Als u de ontstekingsdraad aansluit op een voedingsbron met een constante spanningsbron, zoals bij accukabels, raakt de accu mogelijk uitgeput.
- Als de zekering is doorgebrand, controleert u eerst of de kabels elkaar niet raken en zo een kortsluiting veroorzaken en vervangt u vervolgens de oude zekering door een nieuwe met dezelfde stroomsterkte.
- Isoleer niet-aangesloten kabels met isolatieband of ander geschikt materiaal. Voorkom kortsluiting door de kapjes op de uiteinden van de niet-aangesloten kabels of aansluitingen niet te verwijderen.
- Controleer na het installeren van het toestel of de remlichten, richtingaanwijzers, ruitenwissers enz. van de auto juist functioneren.
- Installeer de camera zodanig dat het zicht door de achterruit niet wordt belemmerd.
- Installeer de camera zodanig dat deze niet aan de zijkant van de auto uitsteekt.
- Installeer de camera niet als het regent of mistig is.
- Als de luchtvochtigheid hoog is, droogt u het oppervlak af waarop de camera moet worden bevestigd, voordat u tot installatie overgaat.
- Vocht op het bevestigingsoppervlak vermindert de kleefkracht, waardoor de camera kan losschieten.
- Bevestig de camerabeugel niet op onderdelen van de carrosserie die zijn behandeld met uorkoolstofhars of op glas.
- Dit kan tot gevolg hebben dat de achteruitrijcamera er af valt. - Giet geen water over de camera. - Stel de camera niet bloot aan regen. - Ga niet onnodig ruw om met de camera. - Maak de camera grondig schoon bij gebruik van tape om het apparaat vast te zetten.
- Raadpleeg de instructiehandleiding voor nadere details over het aansluiten van andere camera's en voer vervolgens de aansluiting op correcte wijze uit.
- Bevestig de draden met kabelklemmen of kleefband. Bescherm de bedrading door er kleefband omheen te wikkelen op plaatsen waar de bedrading metalen onderdelen raakt.
- Leid alle draden zodanig dat zij geen bewegende delen, zoals de versnellingspook, handrem of stoelrails, kunnen raken en zet ze vast.
- Leid de draden niet langs plekken die heet worden, zoals onder de verwarmingsuitlaat. Als de isolatie van de bedrading smelt of beschadigd raakt, bestaat er het gevaar dat de bedrading kortsluiting maakt tegen het chassis.
- Zorg er bij het vervangen van de zekering voor dat u alleen zekeringen gebruikt met de waarde die staat aangegeven op de zekeringhouder.
- U kunt de hoeveelheid ruis tot een minimum beperken door de kabel voor de televisieantenne, de kabel voor de radioantenne en de RCA-kabel zo ver mogelijk uit elkaar te plaatsen. Camera [met camerabeugel ] ..........1 Zekering.........1 Doorvoerrubber..........1 Klemschroef camerabeugel..........1 B5A-0964-00CMOS-130.indb21B5A-0964-00CMOS-130.indb21 2015/12/1014:272015/12/1014:2722
NEDERLANDS Aanbevolen inbouwpositie Voorbeelden van een correcte camera-installatie aan de achterkant van het voertuigInbouwpositieMonteer de camera dusdanig, dat het "KENWOOD”-logo aan de bovenkant zichtbaar is. De camera inbouwen/de camerahoek afstellen 1 Bepaal de inbouwpositie van de camera. 2 Maak de inbouwpositie van de camera schoon. Met behulp van een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel verwijdert u vuil, vocht en olie van het oppervlak waarop de camerabeugel moet worden bevestigd. 3 Draai de bevestigingsschroeven van de camerabeugel los.Met behulp van een normale kruiskopschroevendraaier draait u de twee bevestigingsschroeven los.Voer stappen 4 en 5 alleen uit wanneer ze nodig zijn. 4 Indien noodzakelijk, maakt u de camerabeugel los van de camera en past u de vorm aan het oppervlak aan waarop de beugel moet worden gemonteerd.BuigenBuigenCamerabeugelPas de vorm van de camerabeugel aan, zodat hij afgesteld is op de inbouwpositie van de camera. 5 Monteer de camera op de camerabeugel. Monteer de camera dusdanig, dat het "KENWOOD”-logo aan de bovenkant zichtbaar is. 6 Zet de camera tijdelijk vast met tape o.i.d. Zet de camera tijdelijk vast met plakband o.i.d. Installeer de camera in het midden van het voertuig en zonder de kentekenplaat te bedekken. En installeer hem ook recht in de rijrichting vooruit/achteruit van het voertuig. Voorkom dat de camera in de andere richtingen van de auto enz. wordt gebogen. 7 Voer alle noodzakelijke aansluitingen uit. 8 Geef het videobeeld van de camera weer. Voordat u de camera gaat bekijken, trekt u de handrem aan en blokkeert u de wielen, zodat de auto niet kan bewegen. Anders kan er een onverwacht ongeluk gebeuren.Voor het weergeven van het camerabeeld raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw videomonitor. Zet de transmissiehendel in de R-stand (achteruit) om het beeld aan de achterkant van de auto te laten weergeven. Installatie B5A-0964-00CMOS-130.indb22B5A-0964-00CMOS-130.indb22 2015/12/1014:272015/12/1014:27NEDERLANDS
9 De camerahoek afstellen Tijdens het afstellen van de camerahoek moet u voorzichtig zijn om het camerasnoer niet uit te rekken. Stel de hoek zodanig af dat achterzijde van de auto of de bumper zichtbaar is aan de onderkant van de monitor. Achterkant of achterbumper van de auto 10 Na het afstellen van de camerahoek draait u de bevestigingsschroeven stevig vast. Controleer de bevestigingsschroeven periodiek. Als ze loszitten, draait u ze stevig vast. 11 Zet de camera stevig vast op zijn plaats. Verwijder de papieren beschermstrook van de dubbelzijdig klevende tape op de camerabeugel en bevestig hem. Na bevestiging drukt u de camerabeugel met uw vingers aan zodat een goede hechting is gegarandeerd. Raak het lijmoppervlak niet met uw handen aan en trek de bevestigde tape niet los en bevestig deze weer, omdat hierdoor de hechtkracht wordt verminderd en de camerabeugel los kan raken. Indien noodzakelijk, bevestigt u de beugel op de carrosserie met behulp van de klemschroef voor de camerabeugel. De camerabeugel heeft twee gaten voor de schroef. Kies een ervan voor de positie van de bevestiging. Klemschroef camerabeugel (M3 x 8 mm) B5A-0964-00CMOS-130.indb23B5A-0964-00CMOS-130.indb23 2015/12/1014:272015/12/1014:2724
NEDERLANDS Aansluitingen Videosnoer(los verkrijgbaar) Navigatiesysteem/videomonitor (los verkrijgbaar) Massakabel (zwart) Accessoirekabel (rood) MASSA Accu Hoofdzekering Zekering Contactsleutel Aansluiten op een metalen deel van de auto (een onderdeel van het chassis dat aangesloten is op de negatieve zijde van de voeding). OPGELET
- Wanneer het contactslot van uw auto geen ACC-stand kent, takt u de draad af die van spanning wordt voorzien wanneer het contactslot in de stand ON staat en sluit u deze aan op de accessoirevoedingsdraad.
- Voordat u verdergaat, controleert u of de contactsleutel niet in het contactslot is gestoken en koppelt u de massakabel (-) los bij de accu om kortsluitingen te vermijden.Aansluiten op de IN/UIT-schakelbare voeding. Niet aansluiten op een permanent ingeschakelde voeding. Zekering (2A) Camera Aansluiten op de video-ingang van de achteruitrijcamera of de externe video-ingang van de videomonitor. Accessoirevoeding (ACC) Basisaansluitingen Lengte camerakabel: 75cm Video-uitgang B5A-0964-00CMOS-130.indb24B5A-0964-00CMOS-130.indb24 2015/12/1014:272015/12/1014:27NEDERLANDS
Camera-eenheid Uitvoervideo : Gespiegeld groothoekbeeld (voor achteruitbeeld) Sensor:1/4”-kleuren-CMOS-sensor Aantal pixels: Ongev. 380.000 pixels Lens : groothoek, brandpuntsafstand f = 1,12 mm, F-waarde 2,2 Gezichtshoeken : Horizontaal: Ongev. 129° : Verticaal: Ongev. 104° Video-uitgang: 1,0 Vp-p/ 75 Ω Verlichtingsbereik: Ongev. 0,9 tot 100.000 lux Irissysteem: Elektronische iris Scansysteem: Interlace Synchronisatiesysteem: Interne synchronisatie Afmetingen (bxhxd): 23,4 x 23,4 x 23,9 mm Gewicht:Ongev. 21 g (zonder kabel) Algemeen Werkspanning: 14,4 V (9,0 V — 16,0 V) Max. stroomverbruik: 60 mA
- Gespiegeld beeld houdt in dat het videobeeld links en rechts omdraait, net zoals het beeld dat gezien wordt in een achteruitkijk- of een zijspiegel.
Technische gegevens zijn zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar. Informatie over het weggooien van gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen (voor landen die gescheiden vuilverwerkingssystemen gebruiken) Producten en batterijen met dit symbool (doorkruiste vuilnisbak) kunnen niet als gewoon huisvuil worden weggegooid. Oude elektrische en elektronische apparaten en batterijen moeten worden gerecycled door een hiervoor geschikte faciliteit. Raadpleeg de lokale betreffende instantie voor details aangaande een geschikte recycle-faciliteit in uw buurt. Het juist recyclen en weggooien van vuil helpt bronnen te besparen en vermindert een schadelijke invloed op uw gezondheid en het milieu. Opmerking: De “Pb”-markering onder het symbool voor batterijen geeft aan dat de batterij lood bevat. Technische gegevens B5A-0964-00CMOS-130.indb25B5A-0964-00CMOS-130.indb25 2015/12/1014:272015/12/1014:2726
Notice-Facile