Spot - Drone Revell - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Spot Revell in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Spot Revell
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Drone in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Spot - Revell en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Spot van het merk Revell.
GEBRUIKSAANWIJZING Spot Revell
Wetgeving voor inzameling van afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur: Verwijder alle verbruikte batterijen afzonderlijk. Lever oude elektrische apparaten in bij uw gemeentelijke inzamelpunt voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De overige onderdelen horen bij het huisvuil. Dank voor uw medewerking!
Let op: Gevaar door hitteontwikkeling en draaiende onderdelen wanneer de auto in gebruik is! De auto mag alleen onder toezicht van volwassenen worden gebruikt!
Hiermee verklaart Revell GmbH, dat dit product in overeen stemming is met de fundamen tele eisen en de overige toe passelijke bepalingen van de richtlijn 1999/5/EC. U kunt de conformiteitsverklaring vinden op www.revell-control.de.
Micro-SD-kaart (2GB), USB-kaartlezer
Tarjeta micro-SD (2GB), lector de tarjetas USB
- Flip-functie (looping)
• LED-verlichting
Veiligheidsaanwijzingen:
- Dit model is geschikt voor volwassenen en jongeren vanaf 14 jaar. Ouderlijk toezicht is vereist wanneer jongeren met het model vliegen.
- Dit model is geschikt voor gebruik binnenshuis en bij droog weer in de open lucht.
- Houd de handen, het gezicht en losse kleding uit de buurt van het model wanneer ermee wordt gevlogen.
- Schakel de zender en het model uit wanneer deze niet worden gebruikt.
- Verwijder de batterijen uit de zender en de accu uit het model wanneer deze langere tijd niet worden gebruikt.
- Houd het model steeds in het oog, zodat u er niet de controle over verliest. Als het model onoplettend en zorgeloos wordt gebruikt, kan aanmerkelijke schade het gevolg zijn.
• Bewaar deze handleiding goed. - Het model mag uitsluitend volgens de aanwijzingen in deze handleiding worden gebruikt.
- Rijd niet met het model in de buurt van personen, dieren, open water en elektriciteitsleidingen.
- Dit model is niet geschikt voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Wij adviseren personen zonder ervaring met modelvoertuigen om het model onder leiding van een ervaren piloot te leren gebruiken.
- In zijn algemeenheid moet ervoor worden gezorgd, dat niemand
gewond kan raken door de modelauto, ook als er storingen optreden of de auto defect raakt.
- Het product mag uitsluitend worden gerepareerd of gewijzigd met toegelaten, originele onderdelen. Het model kan anders beschadigd raken of een gevaar vormen.
- Bedien het model, om risico's te voorkomen, altijd in een positie waarvanuit u eventueel snel kunt uitwijken.
Veiligheidsaanwijzingen met betrekking tot de zender:
- Oplaadbare batterijen moeten voor het laden uit de zender worden verwijderd.
- Niet-oplaadbare batterijen mogen niet worden opgeladen.
- Oplaadbare batterijen mogen alleen onder toezicht van volwassenen worden opgeladen.
- Gebruik geen batterijen van verschillende typen of nieuwe en gebruikte batterijen door elkaar.
- Gebruik uitsluitend de aanbevolen batterijen of batterijen van een gelijkwaardig type.
- Voor de zender raden wij het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aan. Oplaadbare batterijen (accumulatoren) zijn een milieuvriendelijk alternatief voor wegwerpbatterijen voor deze zender en andere huishoudelijke elektrische apparaten.
- Plaats batterijen altijd met de polen (+ en -) in de juiste richting.
-
Verwijder lege batterijen uit de zender.
-
De aansluitklemmen/polen mogen niet worden kortgesloten. Verwijder de batterijen uit de zender wanneer deze langere tijd niet wordt gebruikt.
- Als de de zender niet goed meer werkt, moeten er nieuwe batterijen worden geplaatst c.q. moeten de batterijen worden opgeladen.
Veiligheidsaanwijzingen bij de lader:
- Niet-oplaadbare batterijen mogen niet worden opgeladen.
- Deze lader is niet geschikt voor kinderen en voor personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of met ontoereikende kennis over en ervaring met laders, behalve onder toezicht van of na vakkundige instructie door een persoon die bevoegd is om de ouderlijke macht uit te oefenen.
- Op kinderen moet toezicht worden gehouden - de lader is geen speelgoed!
- De lader is specifiek afgestemd op het laden van de LiPo-accu van dit model. De lader mag uitsluitend worden gebruikt voor het laden van de modelaccu. Gebruik hem niet voor andere accu's of oplaadbare batterijen.
Het model is uitgerust met een LiPo-accu. Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen in acht:
- Werp LiPo-accu's nooit in het vuur en bewaar ze niet op hete plekken.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde lader om de accu op te laden. Bij gebruik van een andere lader kan de accu onherstelbaar beschadigd raken; dit kan ook leiden tot schade aan naburige onderdelen en tot persoonlijk letsel!
- Gebruik nooit een lader voor NiCd-/NiMH-accu's!
- Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving.
- Laat de accu niet onbeheerd achter tijdens het laden.
-
Demonteer de contacten van de accu in geen geval en probeer ze niet aan te passen. Beschadig de cellen van de accu niet en maak ze niet open. Er bestaat ontploffingsgevaar!
-
Houd de LiPo-accu buiten bereik van kinderen.
- Accu's moeten ontladen zijn of de accucapaciteit moet uitgeput zijn voordat u ze weggooit. Dek vrijliggende polen af met plakband om kortsluiting te voorkomen!
Onderhoud en verzorging:
- Neem het model alleen af met een schone, vochtige doek.
- Voorkom blootstelling van het model en de accu aan direct zonlicht en/of inwerking van intense warmte.
- Laat het model, de zender en de lader niet in aanraking komen met water; hierdoor kan de elektronica beschadigd raken.
- Transformatoren, adapters of laders die met het model worden gebruikt, moeten regelmatig worden gecontroleerd op beschadigingen aan snoeren, stekkers, de behuizing en andere onderdelen. Voordat een defect apparaat weer in gebruik wordt genomen, moeten eerst eventuele beschadigingen hersteld zijn.
Benodigde accu voor de quadrocopter:
Voeding: ===
Nominaal vermogen: DC 3,7 V / 1,37 Wh
Accu: 1 x oplaadbare LiPo-accu
van 3,7 V (verwisselbaar)
Capaciteit: 370 mAh
Benodigde batterijen/accu's voor de zender:
Voeding: =
DC 3 V
Batterijen: 2 x 1,5 V „AAA“
(niet meegeleverd)
Lader:
Input: DC 5 V
Output: DC 4,2 V =500 mA

1 QUADROCOPTER
1A Rotors
1B Kap
1C Landingspoot
1D Objectief
1E Aandrijving en aandrijfas
1F Beschermring
1G MicroSD-kaartsleuf
1H Accuvak
11 Accustekker
2 ZENDER
2A Giertrim
2B Besturingsmodusschakelaar
2C Roltrim
2D Fotoknop
2E Videoknop
2F Power-led
2G Regelaar voor stampen en rollen
2H Stamptrim
21 ON/OFF-schakelaar
2J Liftkrachttrim
2K Regelaar voor liftkracht en gieren
2L Borgschroef van het batterijvak
2MBatterijvak
3 BATTERIJEN PLAATSEN (ZENDER)
3A Draai de borgschroef tegen de klok in los en trek de klep naar beneden om het batterijvak te openen.
3B Plaats 2 AAA-batterijen van 1,5 V. Let op de juiste richting van de polen, zoals aangegeven in het batterijvak.
3C Plaats de afdekking weer terug en draai de schroef met de klok mee vast.
4 DE QUADROCOPTER OPLADEN
Let op: vóór het opladen en na elke vlucht moeten de accu en de motoren steeds 15 tot 30 minuten afkoelen, anders kunnen deze onderdelen beschadigd raken. Bij het laden moet steeds toezicht worden gehouden. Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving.
- Koppel de quadrocopter los van de accu en schakel de zender uit (4A).
- Trek de accu uit het accucompartiment (niet aan het snoer vasthouden!) (4B).
- Steek de lader in een vrije USB-poort en sluit de accu aan op de lader (4C). De lader knippert.
- Het laden begint automatisch en moet steeds in de gaten worden gehouden. Tijdens het laden knippert de led op de lader langzaam. (Als de led op de lader snel knippert, is er sprake van een storing. Onderbreek het laden dan onmiddellijk!) Wanneer het laden is voltooid, gaat de led op de lader continu branden.
- Koppel na het laden de accu los van de lader en trek de lader uit de USB-poort.
Na een laadtijd van 70 minuten kan de quadrocopter ca. 5-7 minuten vliegen.
Waarschuwing: De accu wordt gewoonlijk niet warm tijdens het laden. Als de accu heet wordt en/of er veranderingen aan het oppervlak te zien zijn, moet het laden onmiddellijk worden afgebroken!
5 KEUZESCHAKELAAR MODE 1 EN MODE 2
De zender kan worden omgeschakeld tussen Mode 1 (liftkracht/gieren met de rechterknuppel, stampen/rollen met de linkerknuppel) en Mode 2 (liftkracht/gieren met de linkerknuppel, stampen/rollen met de rechterknuppel).
Zet voor Mode 2 de keuzeschakelaar (5A) naar links (standaard). Zet de keuzeschakelaar voor Mode 1 naar rechts en draai de zender 180°.
Belangrijk: Gebruik de keuzeschakelaar alleen bij uitgeschakelde zender.
6 STARTVOORBEREIDING
De liftkrachtregelaar (de linkerknop op de zender) moet voor het inschakelen naar beneden wijzen (6A). Zet vervolgens de ON/OFF-schakelaar van de zender op „ON“. De Power-led gaat knipperen (6B) Zet de quadrocopter op de grond met de achterzijde in uw richting - ZONDER de accu aan te sluiten! (6C). Verbind de accu pas met de aansluitkabel wanneer de quadcopter horizontaal op een tafel of iets dergelijks staat. Beweeg de quadcopter niet bij het aansluiten van de accu - anders vliegt de quadcopter vervolgens niet! (6D). Nu beginnen de ledlampjes op de quadrocopter te knipperen. Verplaats de quadrocopter niet zolang de led's knipperen. De quadrocopter heeft 5-10 seconden nodig om de gyrocoop te initialiseren en verbinding met de zender te maken. Wanneer de led's van de quadrocopter continu rood branden, is de verbinding met de zender tot stand gekomen. Beweeg de lifkrachtregelaar eenmaal helemaal naar voren en weer terug naar nul. De zender geeft een piepsignaal en de quadrocopter is klaar om op te stijgen.
Let op! Zet de quadrocopter absoluut op een horizontaal oppervlak - de besturings- elektronica wordt gekalibreerd aan de hand van de horizontale stand van de copter!
7 TRIMMEN VAN DE BESTURING
Voor een goed vlieggedrag van de quadrocopter is het noodzakelijk dat de besturing juist is getrimd. Het afstellen van de trim is eenvoudig, maar er is wel wat geduld en gevoel voor vereist. Neem de volgende aanwijzingen in acht: Beweeg de liftkracht regelaar voorzichtig naar boven en laat de quadrocopter opstijgen tot een hoogte van 0,5 à 1 meter.
7A Als de quadrocopter vanzelf snel of langzaam naar links of rechts beweegt ... drukt u de roltrimknop herhaaldelijk kort in de tegenovergestelde richting.
7B Als de quadrocopter vanzelf snel of langzaam om zijn as draait ... drukt u de giertrimknop herhaaldelijk kort in de tegenovergestelde richting.
7C Als de quadrocopter vanzelf snel of langzaam naar voren of naar achteren beweegt ... drukt u de stamptrimknop herhaaldelijk kort in de tegenovergestelde richting.
7D Als de quadrocopter te snel of te langzaam stijgt ... drukt u de liftkrachttrimknop herhaaldelijk kort in de tegenovergestelde richting.
Instellen van de besturing: Door op de regelaar voor stampen en rollen (2g) te drukken kunt u de gevoeligheid van de besturing instellen op drie verschillende niveaus (Minimum (standaard), Gemiddeld en Maximum). De zender geeft één piepsignaal voor Minimum, twee voor Gemiddeld en drie voor Maximum.
Let op! Schakel pas over naar een moeilijker niveau wanneer u het vliegen in het voorgaande niveau goed beheerst!
| Minimum (fabrieksinstelling) | = | 1 piepsignaal |
| Gemiddeld | = | 2 piepsignalen |
| Maximum | = | 3 piepsignalen |
8 BESTURING (MODE 2)
Opmerking: Voor een rustig vlieggedrag van de quadrocopter hoeven er maar minimale aanpassingen aan de regelingen te worden gedaan! De richtingsindicaties hebben betrekking op de vliegrichting, wanneer de quadrocopter van achteren wordt gezien. Als de quadrocopter naar de piloot toe vliegt, moet in de betreffende tegenovergestelde richting worden gestuurd.
8A Beweeg de regelaar voor liftkracht/gieren voorzichtig naar voren om op te stijgen of hoger te gaan vliegen.
8B Beweeg de regelaar voor liftkracht/gieren naar achteren om te landen of lager te gaan vliegen.
8C Beweeg de regelaar voor stampen/rollen voorzichtig naar voren om vooruit te vliegen.
8D Trek de regelaar voor stampen/rollen voorzichtig naar achteren om achteruit te vliegen.
8E Beweeg de regelaar voor stampen/rollen voorzichtig naar links om naar links te vliegen.
8F Beweeg de regelaar voor stampen/rollen voorzichtig naar rechts om naar rechts te vliegen.
8G Beweeg de liftkracht-/gierregelaar naar links om de quadrocopter linksom te laten draaien.
8H Beweeg de liftkracht-/gierregelaar naar rechts om de quadrocopter rechtsom te laten draaien.
9 LOOPINGS MAKEN - ALLEEN VOOR EXPERTS!
Als u het vliegen met uw quadrocopter voldoende onder de knie hebt, kunt u zich wagen aan de kunstvliegfunctie. Druk hiertoe eenmaal kort op de rechterstuurknuppel op de zender (9A).
Nu wordt het volgende stuurcommando naar voren, achteren of zijwaarts omgezet in een looping (9B). Zorg ervoor dat u rondom voldoende ruimte hebt (ten minste 10 meter in iedere richting). Houd bovendien een minimale veiligheidshoogte aan: vlieg ten minste op een hoogte van 5 m. De quadcopter verliest hoogte bij een looping en moet na de manoeuvre onder controle worden gebracht en gecorrigeerd.
Let op: Loopings lukken het best wanneer de accu volledig is opgeladen.
10 CAMERAFUNCTIE
De quadcopter heeft een camera voor het maken van foto's en video's en een sleuf voor een MicroSD-kaart.
Koppel de quadcopter los van de accu voordat u een MicroSD-kaart plaatst of verwijdert.
Als de MicroSD-kaart juist is geplaatst, de quadcopter correct is aangesloten en is verbonden met de zender, brandt boven de kaartsleuf een blauwe led (10A).
Foto's: druk op de fotoknop om een foto te nemen. De zender geeft een kort piepsignaal en de led boven de MicroSD-kaartsleuf gaat kortstondig rood branden (10B).
Video's opnemen: druk op de videoknop om een video op te nemen. De zender geeft een lang piepsignaal en de led boven de MicroSD-kaartsleuf gaat rood knipperen. Druk nogmaals op de videoknop om de opname te beëindigen (10C).
Opmerking: Tijdens de video-opname kunnen geen foto's worden gemaakt.
AANWIJZINGEN VOOR VEILIG VLIEGEN
ALGEMENE VLIEGTIPS:
- Zet de quadrocopter altijd op een vlakke ondergrond. Een schuin vlak kan het startgedrag van de quadrocopter onder bepaalde omstandigheden negatief beinvloeden.
- Beweeg de regelaars altijd langzaam en met gevoel.
- Houd de quadrocopter steeds in het oog, kijk niet naar de zender!
- Beweeg de liftkrachtregelaar weer een beetje naar beneden zodra de quadrocopter loskomt van de grond. Pas de liftkrachtregelaar aan om de vlieghoogte te handhaven.
- Beweeg de liftkrachtregelaar weer iets naar boven als de quadrocopter daalt.
- Beweeg de liftkrachtregelaar iets naar beneden als de quadrocopter teveel stijgt.
- Het is vaak al genoeg om de richtingsregelaar een heel klein beetje in de gewenste
richting te tikken om een bocht te maken. De eerste keren dat met de quadrocopter wordt gevlogen, heeft men vaak de neiging de regelaars te heftig te bedienen. Beweeg de regelaars altijd langzaam en voorzichtig, in geen geval snel en schokkerig.
- Beginners kunnen na het afstellen van de trim het best eerst de beheersing van de liftkrachtregelaar oefenen. De quadrocopter hoeft aanvankelijk niet per se rechtuit te vliegen. Het is beter om eerst te proberen een constante hoogte van ongeveer een meter boven de grond te handhaven door de liftkrachtregelaarsteedskortstondig aan te raken. Oefen daarna pas met het naar links en rechts sturen van de quadrocopter.
ACCUTOESTAND:
- Wanneer de accu leeg begint te raken, gaan de led's op het model knipperen. Land onmiddellijk om te voorkomen dat de quadrocopter neerstort.
LET OP!
Het is sinds 2005 verplicht verzekerd te zijn voor modelvliegtuigen en -helikopters waarmee buiten gevlogen wordt. Neem contact op met uw aansprakelijkheidsverzekeraar en verzeker u ervan, dat uw nieuwe en vorige modellen door deze verzekering worden gedekt. Laat een schriftelijke bevestiging opmaken en bewaar deze goed. Als alternatief biedt de Deutsche Modellflieger Verband (DMFV, Duitse modelvliegersvereniging) op internet onder www.dmfv.aero een gratis proeflidmaatschap inclusief verzekering aan.
11 DE ROTORBESCHERMING MONTEREN
Om de rotoren te beschermen tegen schade als de quadrocopter neerstort, monteert u voor het vliegen de rotorbescherming.
- Schuif met een schroevendraaier de rotor voorzichtig van zijn as.
Opmerking: De rotoren verschillen onderling. Werk steeds aan één motor tegelijk, zodat u de rotoren niet verwisselt.
-
Breng de rotorbescherming van bovenaf aan op de motor.
-
Schuif de rotor terug op zijn as.
12 DE PROPELLERS VERVANGEN
Let er bij de montage op, dat u de rotoren niet verwisselt. De quadrocopter heeft 4 verschillende rotoren, die herkenbaar zijn aan hun kleur en draairichting. Als de rotoren worden verwisseld, vliegt de copter niet.
12A Schuif met een schroevendraaier de rotor voorzichtig van zijn as.
12B Schuif de nieuwe rotor op de as.
12C Rangschikking van de rotoren:

vooraan links wit A

vooraan rechts wit B

achteraan links zwart B

achter rechts zwart A

Probleem: De quadcopter reageert niet op stuurcommando's.
Oplossing: Laad de accu van de quadcopter op of vervang de accu. Schakel de zender en het model uit en weer in (zie hoofdstuk 5, Startvoorbereiding). Zorg ervoor dat de accu goed is opgeladen.
Probleem: Rode led op de zender knippert.
Oplossing: Vervang de AAA-batterijen van de zender.
Probleem: Het model maakt geen loopings meer.
Oplossing: De accu is te zwak. Laad de accu op.
Probleem: Het model blijft niet horizontaal in de lucht.
Oplossing: De accuspanning is te laag. Laad de accu op. Schakel de zender en het model uit en weer in. Laat het model landen, wacht 3 seconden en laat het weer opstijgen.
Probleem: Het model stijgt niet op.
Oplossing: De rotoren zijn niet op de juiste plekken gemonteerd. Neem hoofdstuk 12, „De rotoren vervangen“ in acht. Zorg ervoor dat de accu goed is opgeladen.
Probleem: Het model tuimelt in de lucht.
Oplossing: Controleer de cabineafdekking, de motoren en de rotoren op beschadigingen.
Probleem: Het model slaat over de kop bij het opstijgen.
Oplossing: Controleer of de rotoren juist zijn gemonteerd, zie hoofdstuk 12. Kalibreer de gyrocoop van het model opnieuw - zie hoofdstuk 6.
Probleem: Het model trekt sterk in een richting of vliegt ervandoor.
Oplossing: Kalibreer de gyrocoop van het model opnieuw - zie hoofdstuk 6.
Meer tips en trucs vindt u op www.revell-control.de.
SERVICEAANWIJZINGEN
Op www.revell-control.de vindt u bestelmogelijkheden en vervangingstips voor reserveonderdelen, alsmede andere nuttige informatie over alle modellen van Revell Control.

CARACTERÍSTICAS DESTACADAS
- Gebruik bij de eerste vluchten de laagste moeilijkheidsgraad van de zender (deze is standaard al ingesteld).
- Stel eerst de motoren scherp. Beweeg de gasknuppel helemaal naar voren tot u een piepsignaal hoort en vervolgens weer helemaal terug tot u weer een piepsignaal hoort. Opmerking: de motoren gaan niet draaien tijdens het scherp stellen.
- Beweeg de gasknuppel langzaam naar voren tot de Spot opstijgt.
- De gasknuppel is zeer gevoelig! Bestuur de Spot slechts met kleine bewegingen van de knuppels, tot u gewend bent aan het gebruik van de zender.
E IMPORTANTE:
NL GEVOELIGHEID INSTELLEN: Druk op de linkerknuppel (gasknuppel) om de gevoeligheid van de zender te veranderen.
Minimum (fabrieksinstelling) = 1 piepsignaal Gemiddeld = 2 piepsignalen
Maximum = 3 piepsignalen
E AJUSTE DE LA SENSIBILIDAD: Pulse la palanca de la izquierda (palanca de gas) para cambiar la sensibilidad de la emisora.
Mínima (predeterminada) = 1 x pip Media = 2 x pips Máxima = 3 x pips
! REGOLAZIONE DELLA SENSIBILITA': Premere sulla leva sinistra (leva di accelerazione) per modificare la sensibilità del radiocomando.
SimpelGids