ST 7476 - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 7476 KETTLER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ST 7476 KETTLER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 7476 - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 7476 van het merk KETTLER.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 7476 KETTLER
Bedieningsaanwijzingen voor de trainingscomputer met digitale weergave (7847)
1. Start zonder voorkennis
U kunt zonder voorkennis met de training beginnen. Op de display worden de diverse informaties weergegeven. Voor een efficiënte training en voor het instellen van uw persoonlijke trainingsprogrammeringen, a.u.b. deze bedieningshandleiding doorlezen en de instructies opvolgen.
Lees ook de algemene aanwijzingen in de trainingshandleiding.

flowchart
graph TD
A["MODE"] --> B["RESET"]
C["SET"] --> D["RECOVERY"]
E["ERHOLUNG"] --> D
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#ccc,stroke:#333
Starten van het apparaat
Plaats 2 batterijen. (1,5 V UM 3/ AA). De computer voert een segmenttest uit en toont alle weergeefbare tekens. U hoort een pieptoon ter bevestiging.

text_image
STOP SCAN 880 88:88 888 RPM SPEED RPM SPD TM DST CAL PLS PULSE 88:88 88.88 8888 TIME DISTANCE KM CALORIESDaarna verschijnt de datumweergave en het jaartal knippert. Omschrijving Y = Year = jaar. Met de toets SET kunt u het actuele jaar kiezen. Als u te ver geteld heeft, RESET indrukken: start weer
bij 2004. Na bevestiging met MODE gaat u links ernaast naar het datumveld. Hier voert u met SET op dezelfde manier de maand (M=Month=Maand) in en na

text_image
3:47 23°C 5:16 2006 N D Ybevestiging met MODE de dag (D=Day=dag). Vervolgens weer MODE indrukken, de dag wordt opgeslagen en springt naar het grote veld van de tijd. Hier stelt u ook met SET en MODE eerst de uren en dan de minuten in. Na bevestiging van de minuten door indrukken van MODE gaat u naar het programmeerveld van de functies.
De datum- en tijdinstellingen blijven zolang opgeslagen tot de batterijen weer verwisseld moeten worden.
2. Functietoetsen
MODE

Kies door kort indrukken van de MODE-toets tussen de functies [TIME; DISTANCE, CALORIES
of PULSE] zowel voor de weergave, als voor uw persoonlijke instellingen.
Als u de MODE-toets lang ingedrukt houdt, worden alle waardes op >0< gezet.
SET

Met de SET-toets worden geprogrammeerde waardes ingevoerd. Daarvoor moet het apparaat zich in de ruststand bevinden > weergave links
boven in de display: STOP. Door kort indrukken van de SET-toets verhoogt u de instelwaardes van de diverse functies > [TIME; DISTANCE, CALORIES of PULSE]. Als u de SET-toets langer ingedrukt houdt, versnelt de telling van de instelwaarde.
RESET

Met de RESET-toets worden de functies op >0< gezet. Bij de programmering van een willekeurige functie wordt alleen de waarde van deze functie door het kort indrukken van de RESET-toets op >0<
gezet. Als de RESET-toets langer dan 2 seconden ingedrukt wordt, worden alle waardes op >0< gezet; dit is hetzelfde als een herstart van de computer.
Bij het verwisselen van de batterijen worden ook alle waardes op >0< teruggezet.
RECOVERY
Gebruik de RECOVERY-toets voor het activeren van de herstelpolsfunctie na de training.

3. Funkties – display weergaves
Algemeen:
In de display verschijnt steeds een groot veld en tegelijkertijd onder in het veld meerdere segmentvelden naast elkaar.
Na het beëindigen van de training worden de trainingsge- geven opgeslagen en deze kunnen bij een nieuwe training opge- vraagd worden. De nieuwe gegevens worden dan erbij opgeteld.
Uitzondering: de computer werd met RESET op >0< gezet, in de persoonlijke trainingsprogrammeringen werd de waarde op >0< gezet of de batterijen werden verwisseld.
- Bij onderbreking van de training langer dan 4 minuten wordt de display uitgeschakeld.
- Als de computer ondefinieerbare velden toont, de batterijen verwijderen, weer terug plaatsen en het nogmaals proberen.
SCAN
Wisselende weergave van alle functies in het grote veld. Links in de display verschijnt afwisselend de omschrijving in afgekorte vorm:
RPM = Round Per Minute = omwen- telingen per minuut/ trapfrequentie SPD = SPEED = snelheid
TM = TIME = trainingstijd
DST = DISTANCE = afgelegde afstand




CAL = CALORIES = energie/ calorieënverbruik
PLS = PULSE = polsslagfrequentie
Als in het grote veld de betreffende eenheid verschijnt, knippert in het kleine veld de functieomschrijving.
RPM / SPEED (links boven)
In dit veld wordt afwisselend (elke 6 seconden) de trapfrequentie als RPM (= omwentelingen per minuut) en de snelheid SPEED in km/h weergegeven. De hoogst mogelijke snelheid bedraagt 99,9 km/h

TIME (links onder)
In dit veld wordt de trainingstijd gemeten. De maximale tijd bedraagt 99:59 minuten.

DISTANCE (midden)
De afgelegde afstand wordt in km gemeten. De afstandtelling begint met >0< en kan maximaal tot 99,99 km weergeven worden. De telling gebeurt in 0,01 km stappen = 10 meter.

CALORIES (rechts onder)
In dit veld wordt het berekende calorieënverbruik weergegeven. De maximale weergave ligt bij 9999.
De gegevens dienen echter uitsluitend als een grove richtlijn ter vergelijking van de diverse oefeningen en kunnen niet voor medische doeleinden gebruikt worden.

Als u met beide handen de handsensoren vasthoudt, toont de display de actuele polsslagfrequentie. U kunt voor de training een doelwaarde programmeren. Als de polsslag dit doel overschrijdt, hoort u een alarm om u hierop te attenderen.

SLAAPSTAND (leeg)
Als geen RPM of PULSE gemeten wordt of binnen 4 minuten geen manuele instellingen plaatsvinden, schakelt het apparaat in de slaapstand. In deze modus wordt de tijd als groot veld, de temperatuur en de datum met maand, dag en jaar weergegeven.
4. Persoonlijke trainingsprogrammeringen
Algemeen
- Zonder aparte programmeringen tellen de waardes in de diverse functies [TIME, DISTANCE, CALORIES en PULSE] van >0< omhoog.
- V oor een zinvolle training is het voldoende bij slechts in één functie [TIME, DISTANCE, CALORIEN of PULSE] een doelwaarde in te stellen.
- Als een persoonlijke doelwaarde als trainingsprogrammering ingesteld wordt, telt de computer vanaf deze waarde terug. Bij het bereiken van de doelwaarde >0 < hoort u een signaal. Als daarna, zonder programmering van een nieuwe doelwaarde, verder getraind wordt, telt de computer in deze modus weer van >0 < omhoog.
- Eenmaal ingestelde doelwaardes kunnen tijdens de training niet gewijzigd worden, uitsluitend als het apparaat stil staat.
Doelwaardeprogrammering
Het instellen van de doelwaardes is bij alle functies hetzelfde: bijv. DISTANCE

text_image
-0 0:0 0 00:00 000 0 0- Druk op de MODE-toets totdat in het veld DISTANCE het getal knippert en het grote getal in de display staat (afkorting links > DST)
- Door kort indrukken van de toets SET wordt de waarde verhoogd. Bijv. DISTANCE in 0,5 km stappen. Als u de SETtoets ingedrukt houdt vindt er een snellere telling plaats.
- Als u de doelwaarde weer wilt verlagen, druk dan kort op de RESET-toets. Er wordt weer van >0< opgeteld. Druk nogmaals op de SET-toets tot aan de doelwaarde.
- Als u de doelwaarde ingesteld heeft, druk dan op de MODE-toets. De waarde is dan in deze functie opgeslagen en u gaat naar de volgen functie bijv. CALORIES.

text_image
DST 5.00 0.0 8:00 5.00 0 0 SPEED TIME DISTANCE KM CALORIES PULSE-
Programmeer de waarde indien mogelijk slechts in een functie, omdat de trainingsdoelen elkaar anders overlappen. Bijv. als u het geprogrammeerde tijddoel eerder zou bereiken als het voorgeprogrammeerde afstandsdoel.
-
De voorgeprogrammeerde waardes in de andere functies [TIME, CALORIES of PULSE] worden, als onder 1-4 beschreven, ook met de toetsen SET, RESET en MODE ingevoerd.
Na het afsluiten van de programmeringen kunt u met trainen beginnen. Tijdens de training wisselt in de display de weergave van de diverse functies elke 6 seconden. Als u tijdens deze weergave op de MODE-toets drukt, blijft de gekozen functie in de display in grote getallen staan. In het kleine veld knippert de functienaam bijv. PULSE. Nogmaals indrukken van de MODE-toets activeert de SCAN-functie > elke 6 seconden weergave-wisseling.
RECOVERY
Met de RECOVERY-toets activeert men een herstelpolsmeting aan het einde van de training. Uit de beginen eindpolsslag van één minuut wordt de afwijking en een conditiecijfer berekend. Bij een gelijke training is de verbetering van dit cijfer een maatstaf voor de conditieverbetering.

Als u de doelwaarde bereikt heeft, de training beëindigen, druk op de RECOVERY-toets en laat daarna de handen op de handsensoren liggen. Bij voorgenoemde polsslagmeting verschijnt in de display 00:60 als tijd en in de PULSE-display knippert de actuele polsslagwaarde. De tijd begint van 00:60 terug te
tellen. Laat uw handen op de polssensoren liggen totdat tot >0< teruggeteld is. Rechts in de display wordt een waarde tussen F1 en F6 weergegeven. F1 is de beste en F6 is de slechtste stand. Nogmaals indrukken van RECOVERY beëindigt de functie.

text_image
00:60 F6 100 1005. Polsslagmeting
De juiste trainingspolsslag {Aërobe Zone}
De trainingspolsslag is van de leeftijd afhankelijk. Er is voor elke leeftijd de "juiste" zogenaamde aërobe trainingszone (vuistregel: 180 min leeftijd), die door een bovenste en onderste polsslaggrens (+/- 10 slagen) gekenmerkt wordt. De trainingspolsslag dient altijd binnen de aërobe zone te liggen. De maximale polsslagfrequentie (200 min leeftijd) mag niet overschreden worden. Gezonde personen kunnen zich aan onderstaand diagram oriënteren.

line
| leeftijd | polsslag/min. | | :--- | :--- | | 20 | 200 | | 30 | 190 | | 40 | 180 | | 50 | 170 | | 60 | 160 | | 70 | 150 | | 80 | 140 | | 90 | 130 | | 100 | 120 | The chart includes a secondary label 'aërobe zone' at the bottom left, but no other data series or values are plotted. The label '220 min leeftijd' appears above the graph area.6. Trainingshandleiding
Voor uw veiligheid
- Raadpleeg alvorens met de training te beginnen uw huisarts en vraag of de training met dit apparaat voor u geschikt is. Zijn diagnose is belangrijk voor het bepalen van de intensiviteit van uw training. Een verkeerd uitgevoerde of te intensieve training kan uw gezondheid negatief beïnvloeden
De apparaat is speciaal voor de vrijetijdssporter ontwikkeld en uitstekend geschikt voor hart- en bloedsomlooptraining.
Tips voor de training
De training met de apparaat dient te geschieden volgens een bepaalde methode en de principes van de duurtraining.
Door de duurtraining ontstaan veranderingen en aanpassingen van het hart/ bloedsomloopsysteem zoals een lagere polsslag in rust en tijdens de training. Hierdoor heeft het hart meet tijd voor het vullen van de hartkamers en voor de doorbloeding van de hartmusculatuur (door de kransslagaders). Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolumen, dat kan worden inge ademd, toe (vitale capaciteit). Verdere positieve veranderingen vinden plaats in het stofwisselsysteem. Om deze veranderingen te bereiken, moet men de training volgens bepaalde regels doorvoeren.
Trainingsintensiteit
De intensiteit wordt bij het oefenen met de apparaat deels door de trapfrequentie en deels door de trapweerstand geregeld. De trapweerstand bepaald de oefenaar met de 10-delige schakelaar. Let er steeds op dat U de intensiteit niet te hoog neemt, om overbelasting te vermijden. Vals of overmatig
training kan voor de gezondheid schadelijk zijn. Controleer daarom tijdens de oefening met hulp van uw polsslag, of U uw trainingsintensiteit juist bepaald hebt. De vuistregel voor een passende polsslag is: 180 minus leeftijd Hieruit volgt, dat bv. een 50-jarige persoon zijn uithoudingstraining met een polsslag van 130 zou moeten uitvoeren. Trainingsaanbeveligingen op basis van deze berekeningen worden door talrijke gewaardeerde sportgeneeskundigen als gunstig beschouwd.
Dien ten gevolge zou U de trapfrequentie en de trapweerstand bij het oefenen zo moeten vastleggen, dat U uw optimale polsslag volgens de bovengenoemde vuistregel bereikt.
Deze aanbevelingen zijn enkel van toepassing op gezonde personen en gelden niet voor hart-bloedsomloop-zieken.
Belastingsomvang
De beginneling verhoogt geleidelijk de belastingsomvang van zijn training. De eerste trainingseenheden zouden relatief kort en volgens een intervaltraining moeten worden opgebouwd.
Als trainingseffectief wordt door sportgeneeskundige de volgende belastingsomvang berekend.training. De eerste trainingseenheden zouden relatief kort en volgens een interval-training moeten worden opgebouwd. Als trainingseffectief wordt door sportgeneeskundige de volgende belastingsomvang berekend.
Trainingsfrequentie Trainingsduur
Dagelijks 10 min
In geen geval zijn trainingseenheden van 30-60 minuten raadzaam voor beginnelingen. Het debutantentraining kan in de eerste 4 weken als volgt ontworpen zijn:
Trainingsintensiteit Opbouw van de training
1 ^e week
3 x per week 2 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minuten trainen
2 ^c week
3 x per week 3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minuten trainen
3° week
3 x per week 4 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
4 ^th week
3 x per week 5 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
Als persoonlijke trainingsdokumentatie kunt U de bereikte trainingswaarden in de prestatietabel inschrijven.
Voor en na elke trainingseenheid is een 5-min. opwarming respectievelijk cool-down gymnastiek raadzaam. Tussen twee trainingseenheiden zou een trainingsvrije dag moeten liggen, als later het 3 keer per week training van 20-30 minuten verkiest. In et andere geval spreekt er niets tegen een dagelijks training.