Challenge 3.0 - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Challenge 3.0 KETTLER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Challenge 3.0 KETTLER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Challenge 3.0 - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Challenge 3.0 van het merk KETTLER.
GEBRUIKSAANWIJZING Challenge 3.0 KETTLER
Bedieningsaanwijzingen voor de trainingscomputer met digitale weergave
Starten van het apparataat
Plaats 2 batterijen. (1,5 V UM 3/AA). De computer voert een segmenttestuit en toont alle weergeefbare tekens. U hoor een pieptoon ter bevestiging.

1. Start zonder voorkennis
U kunt+zonder voorkennis met de training beginnen. Op de display worden de diverse informaties weergegeven. Voor een efficiente training en voor het instellen van uw persoonlijke trainingsprogrammeringen, a.u.b. deze bedieningshandleiding doorlezen en de instructies opvolgen.
Instellen van de tijd
Na inschakelen van het apparaat of RESET-Start verzchijnen alle displayvelden = segmenttest met een geluidsignaal. Daarna worden kort de tijd weergegeven. De tijd worden met de toetsen SET en MODE gewijzigd: eerst het uur SET dan met MODE bevestigen, daarna minuten en weeer met MODE de gekozen tijd bevestigen.
Lees ook de algemene aanwijzingen in de trainingshandleiding.

2. Functietaelsen
MODE
Kies door kort indrukken van de MODE-toetsCUSen de functies [TIME; DISTANCE, CALORIES of PULSE] zowel voor de weergave, als voor uw persoonlijke instelleningen.
Als u de MODE-toets lang ingedrukt houdt, worden alle waardes op >0< gezet.
SET
Met de SET-toets worden geprogrammeerde waardes ingevoerd. Daar voor要去 het apparaat zich in de ruststand bevinden >weergave links boven in de display: STOP. Door kort indrukken van de SET-toets verhoogt u de instelwaardes van de diverse functies > [TIME; DISTANCE, CALORIES OF PULSE]. Als u de SET-
toets longer ingedrukt houdt, versnelt de telling van de instelwaarde.
RESET
Met de RESET-toets worden de functies op >0< gezet. Bij de programmering van een willekeurige functie wordt alleen de waarde van deze functie door het kort indrukken van de RESET-toets op >0< gezet. Als de RESET-toets longer dan 2 seconden ingedrukt worden, worden alle waardes op >0< gezet; dit is hetzfelfde als een herstart van de computer.
Bij het verwisselen van de batterijen worden ook alle waardes op >0< teruggezet.
RECOVERY
Gebruik de RECOVERY-toets voor het activeren van de herstelpolsfunctie na de training.
3. Funkties - display weergaves
Algemeen:
In de display verschijnt steeds een groot veld en tegelijkertijd onder in het veld meerdere segmentvelden naast elkaar.
Na het beeindigen van de training worden de trainingsgegeven opgeslagen en dezeuren bij een neue training opgevraagd worden. De neue gevevens worden dan erbij opgeteld.
Uitzondering: de computer werden met RESET op >0< gezet, in de personnlichen trainingsprogrammeringen werden de waarde op >0< gezet of de batterijen werden verwisseld.
- Bij onderbreking van de training langer dan 4 minute wordt de display uitgeschakeld.
- Als de computer ondefinierebare velden toont, de batterijen verwijderen, waar terugplaatsen en het nogmaals proberen.
SCAN
Wisselende weergave van alle functies in het groe veld. Links in dedisplay verschijnt afwisseIend deomschrijving in afgekorte vorm:
RPM = Round Per Minute = omwentelingen per minutet/trapfrequentie
SPD = SPEED = snelheid
TM = TIME = trainingstijd
DST = DISTANCE = afgelegde afstand
CAL = CALORIES = energia/calorieeienverbruik
PLS = PULSE = polsslagfrequenie
Als in het grote veld de betreffende eenheid verschijnt, knippert in hetkleine veld de functieomschrijving.
RPM /SPEED
In dit veld worden afwisseled (elke 6 seconden) de trapfrequentie als RPM (= omwentelingen per minuit) en de能力和 SPEED in km/h weergegeven. De hoogst mogelijk sleid bedraagt 99,9km / h

TIME
In dit veld worden de trainingsstijd gemeten. De maximaleijd bedraagt 99:99 minutes.

DISTANCE
De afgelegde afstand wordt in km gemeten. De afstandtelling begint met >0< en kan maximaal tot 99,99 km

weergeven worden. De telling gebeurt in 0,01 km stappen = 10 meter.
CALORIES
In dit veld worden het berekende calorieenverbruik weergegeven. De maximale weergave ligt bij 9999.

De gegevens dienenchalter uitsluitend als een grove richttijn ter vergelijkking van de diverse oefingen en kunnen Niet voor medische doeleinden gebruikt worden.
PULSE
Als umetbeide handendehandsensoren vasthoudt,toont de display de actuelse polslagfrequentie.Ukunt voor de training een doelwaardeprogrammeren.Als de polsslag

dit doel overschrijdt, hoort u een alarm om u hierop te attenderen.
SLAAPSTAND
Als geen RPM of PULSE gemeten worden of binnen 4 minuten geen manuele instellingenplaatsvinden, schakelt het apparaat in de slaapstand.
4. Persoonlijke trainingsprogrammeringen
Algemeen

Zonder parte programmeringen tellen de waardes in de diverse functies [TIME, DISTANCE, CALORIES en PULSE] van >0< omhoog.
Voor een zinvolle training is het voldoende bij slechts in een functie [TIME, DISTANCE, CALORIEN OF PULSE] een doelwaarde in te stellen.
- Als een persoonlijke doelwaarde als trainingsprogrammering ingesteld worden, telt de computer vanaf deze waarde terug. Bij het bereiken van de doelwaarde >0< hoog u een signal. Als daarna, zonder programmering van een nieuwe doelwaarde, verder getraind worden, telt de computer in deze modus werk van >0< omhoog.
Eenmaal ingestelde doelwaardes konnen tijdens de training nicht gewijzigd worden, uitsluitend als het apparaat stil staat.
Doelwaardeprogrammering
Het instellen van de doelwaardes is bij alle functies hetzelfde: bijv. DISTANCE
- Druk op de MODE-toets totdat in het veld DISTANCE het getal knippert en het grote getal in de display staat (afkorting links > DST)
- Door kort indrukken van de toets SET wordt de waarde verhoogd. Bijv. DISTANCE in 0,5 km stappen. Als u de SETtoets ingedrukt houdt vindt er een snellere telling plaats.
-
Als u de doelwaarde weer wilt verlagen, druk dan kort op de RESET-toets. Er wordt weeer van >0< opgeteld. Druk nogmaals op de SET-toets tot aan de doelwaarde.
-
Als u de doelwaarde ingesteld heeft, druk dan op de MODE-toets. De waarde is dan in deze functie opgeslagen en u.gaat waar de volgen functie bijv. CALORIES.
- Programmeer de waarde indien möglich slechts in een functie, sondern de trainingsdoelen elkaar anders overlappen. Bijv. als u het geprogrammeerde tiippoel erder zou bereiken als het voorgeprogrammeerde afstandsdool.
- De voorgeprogrammeerde waardes in de andere functies [TIME, CALORIES of PULSE] worden, als onder

1-4 beschreiben, ook met de toetsen SET, RESET en MODE ingevoerd.
Na het afsluiten van de programmeringen kut u met trainen begininnen. Tijdens de training wisselt in de display de weergave van de diverse functies elke 6 seconden. Als u tijdens.Deze weergave op de MODEtoets drukt, blijft de gekozen functie in de display in groe getallen staan. In hetkleine veld knippert de functienaam bijv.PULSE.Nogmaals indrukken van de MODEtoets activeert de SCAN-function > elke 6 seconden weergavewisseling.
RECOVERY
Met de RECOVERY-toets activeert men een herstelpolsmeting aan het einde van de training. Uit de begin- en eindpolsslag van een minuit wordt de afwijking en een conditiecijfer berekend. Bij een gelijke training is de verbetering van dit cijfer een maatstaf voor de conditieverbetering.
Als u de doelwaarde bereikt heeft, de training beeindigen, druk op de RECOVERY-toets en LAST daarna de handen op de handsensoren liggen. Bij voorgenoemde polsslagmeting verschijnt in de display 00:60 als tijd en in de PULSE-display knippert de actuèle polsslagwaarde. De tijd begint van 00:60 terug te tellen. Laat uw handen op de polssensoren liggen totdat tot >0< teruggeteld is. Rechts in de display worden een waardeussen F1 en F6 weergegeven. F1 is de Beste en F6 is de slechtste stand. Nogmaals indrukken van RECOVERY beeindigt de functie.

5. Mogelijkheden voor polsslagmeting
De polsslagberekening begint als het hart in de display synchroon met uw polsslag knippert.
Metro dip
De polsslagsensor werkt met infraroodlicht en meet de wijzigingen in de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw polsslag opgewekt worden. Wrijf 10 keer krachtig over uw oorleletje eer u de sensor aan uw oorleletje klemt.
Vermijd stoolimpulsen:
- Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorleletje en Zoek het Beste punt voor de meting (hartsymbol knippert zonder onderbreking).
- Train nicht direct onder een sterke lichtbron zoals bijv. neonlicht, halogenlicht, spotjes en zonlicht.
- Sluit schudden en wakkelen van de oorsensor incl. kabel volledig uit. Bevestig de kabel met de klemmetjes aan uw kleding of beter nog aan een hoofdband.
Met borstgordel
Als een borstgordel optioneel gebrukt worden, dient de ver-binding:tussen de borstgordel en de trainingscomputer via een insteekontvanger tot stand gebracht te worden. Borstgordel en insteekontvanger können extra besteld worden.
Met handsensoren
Een door de contractie van het hart opgewektekleine spanning wordt door de handsensoren gemeten en door de computer van een waarde voorzien.
- Pak de contactvlakken alsijd met beiden handen vast.
- Vermijd rukachtig vastpakken.
- Houd de handen rustig en vermijd contracties en wrijven over de contactvlakken.
| √ | √ | |
| optional | √ | |
| optional | optional |
Opmerking:
Er is slechts een manier van polsslagmeting mogelijk: of met oorclip of met handsensoren of met de borstgordel. Bevindt zich geen oorclip resp. insteekontvanger in de polsslagbus, zijn de handsensoren actief. Wordt een oorclip resp. insteekontvanger in de polsslagbus gestoken, worden de handsensoren automatischuitgeschakeld. Het is Nietoodzakelijk om de stekker van de handsensoren eruit te trekken.
Opmerkingen
- Als gedurende 4 minuten geén signalaar de computer gaat, schakelt het display automatisch uit en alle voorgaande trainingsgeevens worden opgeslagen. Druk op een willekeurige toets om de computer opnieuw op te starten.
- Als de display van de computer Niet goed fonctioniert, a.u.b. de stroomverzorging verwijderen en het apparaat opnieuw aansluiten
6. Verwijderen van gebruike batterijen en accu's.

Dit symbol attendeert erop dat batterijen en accu's Niet met het normale huisvuil verwijderd mogen worden.
De letters Hg (kwiksilver) en Pb (lood) onder de doorgestreepte vuilcontainer geleven tevens aan dat de batterij / accu een aandeel vaneer dan 0,0005% kwiksilver of 0,004% lood bevat.
Foutieve verwijdering schaatd het milieu en de gezondheid, materiaalrecycling ontziet kostbare grondstoffen.
Verwijder na het stilleggen van het product alle batterijen / accu's en geef ze bij het afgeefpunt voor recycling van batterijen en elektrische en elektronische apparaten af.
Informatie over genoemde afgeefpunten kurz u bij uwplaatselijke gemeente-instanties, het recyclingbedrijf of het verkooppunt van dit apparaat verkuijgen.
7. Trainingshandleiding
Voor uw veilighheid
Raadpleeg alvorens met de training te beginnen uw huisarts en vraag of de training met dit apparaat voor u geschikt is. Zijn diagnose is belangrijk voor het bepalen van de intensiteit van uw training. Een verkeerd uitgevoerde of te intensive training kan uw gezondheid negatief beinvloeden
De hometrainer is special voor de vrijtijdssporter ontwikkeld en uitstekend geschikt voor hart- en bloedsomlooptraining.
Tips voor de training
De training met de hometrainer dient te geschieden volgens een bepaalde methode en de principes van de duurtraining. Door de duurtraining ontstaan veranderingen en aanpassingen van het hart/bloedsomloopsystemezoals een lagere polsslag in rust en tijdens de training. Hierdoor heeft het hart meet vrij voor het vullen van de hartkamers en voor de doorbloeding van de hartmusculatuur (door de kranssslagaders. Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolumen, dat kan worden inge ademd, toe (vitale capacititeit. Verdere positieve veranderingen vinden plaat in het stofwisselsystem. Om deze veranderingen te bereiken, moet men de training volgens bepaalde regels doorvoeren.
Planning en sturing van de training
De basis voor de trainingsplanning is uw actuele lichamelijkke prestatievermogen. Met een belastingstest kan uw huisarts uw personlijke prestatievermogen bepalen. Dit is de basis voor uw trainingsplanning. Hoeff u geen belastingstest uitgevoerd, vermijd dan te allen tijde een hoge trainingsbelasting resp. overbelasting. Houd bij de trainingsplanning rekening met de volgende basisregels: duiutraining wordt zowel via de belastingomvang als via het belastingniveau / de belastingintensiteit gestuurd worden.
M.b.t. belastingintensiteit
De belastingintensiteit dient bij een fitnesstraining bij voorkeur via de polsslag gecontroleerd worden. De maximale polsslag per minuut >220 min leeftijd - mag Niet overschreten worden. De optimale trainingspolsslag worden door leeftijd en trainingsdoel bepaald.
Trainingsdoel: vetverbranding / gewichtsverminding
De optimale polsslag worden volgens de vuistregel (220 - leeftijd x 0,65 berekend.
Aanwijzing: de veterbranding voor het opwekken van energie wordt pas vanaf een trainingsduur van min. 30 minutes belangrijk.

Trainingsdoel: hart en bloedsomloop fitness
De optimale polsslag worden volgens de vuistregel (220 - leeftijd × 0,75 berekend.
De intensiteit wordenijdens de training via het remniveau bepaald. Vermijd als beginner een training met een te hoog remniveau, waar bij snel het aanbevolen polsslagbereik overschreden kan worden. Begin met een laag remniveau en werk stap voor stap maar uw optimale trainingspolsslag. Controllerijtields de training regelmatig of u binnen uw intensiteitbereik volgens bovengenoemde adviezen traint.
Als trainingseffectief worden door sportgeneeskundige de vol-gende belastingsomvang berekend:
Trainingsfrequentie Trainingsduur
Dagelijks 10 min
De eerste trainingseenheden zonden relatief kort en volgens een intervaltraining要去en worden opgebouwd. Als trainingseffectief worden door sportgeneeskundige de volgende belastingsomvang berekend. In geen geval zich trainingseenheden van 30-60 minutes raadzaam voor beginnelingen. Het debutentraining kan in de eerste 4 weken als volgt ontworpen zijn:
Trainingsintensiteit Opbouw van de training
1 week
1 minut pauze voor gymnastiek
2 minutes trainen
1 minut pauze voor gymnastiek
2 minutes trainen
2 week
1 minut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minut pauze voor gymnastiek
2 minutes trainen
3 week
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
4 week
3 x per week 5 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
1 minut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
Als persoonlijke trainingsdokumentatie kurz U de bereekte trainingswaarden in de prestatietabel inschrijven.
Voor en na elke trainingseenheid is een 5-min. opwarming respectievelijk cool-down gymnastiek raadzaam. Tussen twee trainingseenheiden zou een trainingsvrije dag要去en liggen, als later het 3 keer per week training van 20-30 minutes verkiest. In et andere geval spreekte er niets gegen een dagelijks training