TK3312 - Walkietalkies KENWOOD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TK3312 KENWOOD in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Walkietalkies in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TK3312 - KENWOOD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TK3312 van het merk KENWOOD.
GEBRUIKSAANWIJZING TK3312 KENWOOD
TK-2312/ TK-3312 GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS KENNISGEVING Deze apparatuur voldoet aan de vereisten van Richtlijn 2014/53/EU. Voor deze apparatuur is een licentie nodig en is bedoeld voor gebruik in onderstaande landen. AT BE DK FI FR DE GR IS IE IT LI LU NL NO PT ES SE CH GB CY CZ EE HU LV LT MT PL SK SI BG RO HR TR ISO3166N-i HARTELIJK DANK Wij danken u voor uw beslissing KENWOOD te kiezen voor uw landmobiele radiotoepassingen.
BERICHTEN AAN DE GEBRUIKER
◆ De wet verbiedt het gebruik van zendontvangers zonder vergunning op overheidsterreinen. ◆ Onwettige bediening is strafbaar met een boete en/of gevangenisstraf. ◆ Laat onderhoud en reparatie uitsluitend uitvoeren door een vakbekwame technicus. Veiligheid: Het is belangrijk dat de operator zich bewust is van de gevaren die verbonden zijn aan het gebruik van een zendontvanger en deze begrijpt. Copyrights Firmware JVC KENWOOD Corporation behoudt het recht op en het eigenaarsschap van auteursrechten voor firmware die zijn ingebed in KENWOOD-productgeheugens. Informatie over het weggooien van elektrische en elektronische apparatuur en batterijen (particulieren) Dit symbool geeft aan dat gebruikte elektrische, elektronische producten en batterijen niet bij het normale huishoudelijke afval mogen. Lever deze producten in bij de aangewezen inzamelingspunten, waar ze gratis worden geaccepteerd en op de juiste manier worden verwerkt, teruggewonnen en hergebruikt. Voor inleveradressen zie www.nvmp.nl, www. ictmilieu.nl, www.stibat.nl. Wanneer u dit product op de juiste manier als afval inlevert, spaart u waardevolle hulpbronnen en voorkomt u potentiële negatieve gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu, die anders kunnen ontstaan door een onjuiste verwerking van afval. Opgelet: Het teken “Pb” onder het teken van de batterijen geeft aan dat deze batterij lood bevat.N-ii VOORZORGSMAATREGELEN
- Laad de zendontvanger en de batterij niet op als ze nat zijn.
- Zorg ervoor dat er geen metaalachtige voorwerpen liggen tussen de zendontvanger en de batterij.
- Gebruik geen opties die niet gespecificeerd zijn door KENWOOD.
- Als het gegoten chassis of een ander zendontvangerdeel is beschadigd, raak dan de beschadigde delen niet aan.
- Reduceer het volume als een hoofdtelefoon is aangesloten is op de zendontvanger. Let op het volumeniveau bij het dichtdraaien van de squelch.
- Hang de microfoondraad niet om uw nek als u in de buurt bent van apparaten waarin de draad kan verstrikken.
- Plaats de zendontvanger niet op een instabiele ondergrond.
- Zorg ervoor dat de antenne niet uw ogen raakt.
- Als de ontvanger uren achter elkaar gebruikt wordt voor verzending worden de radiator en het chassis heet. Raak deze plekken niet aan bij het vervangen van de batterij.
- Dompel de zendontvanger niet in water.
- Schakel de zendontvanger eerst altijd uit voordat u optionele accessoires installeert.
- De lader is een apparaat dat de unit ontkoppelt van de voedingskabel. U moet eenvoudig bij de voedingsstekker kunnen komen.N-iii Schakel de zendontvanger uit op de volgende locaties:
- In explosieve omgevingen (ontbrandbaar gas, stofdeeltjes, metaal- of graanstof, enz.).
- Bij het tanken of wanneer geparkeerd bij een benzinepomp.
- Dicht bij explosieven of detonatieplaatsen.
- In vliegtuigen. (Ieder gebruik van de zendontvanger moet volgens de instructies en de regels van de vliegtuigbemanning worden uitgevoerd.)
- Waar beperkingen of waarschuwingen zijn aangegeven met betrekking tot het gebruik van radioapparaten, met inbegrip van, hoewel niet beperkt tot, medische apparatuur.
- In de buurt van personen die een pacemaker gebruiken.
- Haal in geen geval de zendontvanger uit elkaar en breng geen wijzigingen aan.
- Plaats in een rijdend voertuig de zendontvanger niet op of dichtbij airbags. Bij het opblazen van de airbag kan de ontvanger gelanceerd worden en de bestuurder of passagiers raken.
- Ga niet zenden terwijl u het antenne-uiteinde aanraakt of als enige metalen delen door de antennebedekking zichtbaar zijn. Zenden op deze manier kan ernstige brandwonden veroorzaken.
- Als er een abnormale lucht of rook komt van de zendontvanger, schakel dan onmiddellijk de zendontvanger uit, verwijder de batterij, en neem contact op met uw KENWOOD-dealer.
- Gebruik van de zendontvanger tijdens het rijden kan in strijd met de verkeersregels zijn. Controleer en volg de bestaande verkeersregels.
- Stel de zendontvanger niet bloot aan extreem hete of koude omstandigheden.
- Ondersteun de batterij (of batterijhouder) niet met metalen voorwerpen omdat deze de batterijpolen kunnen kortsluiten.
- Er bestaat gevaar voor ontploffing als de batterij verkeerd wordt geplaatst. Vervang de batterij alleen met hetzelfde type.
- Wanneer u de zendontvanger in ruimtes gebruikt met droge lucht, wordt er gemakkelijk statische elektriciteit opgebouwd. Wanneer u de hoofdtelefoon in dergelijke omstandigheden gebruikt, kan de zendontvanger mogelijk een elektrische schok veroorzaken en deze door uw hoofdtelefoon en naar uw oor zenden. In deze omstandigheden bevelen wij aan om alleen een luidspreker/ microfoon te gebruiken om elektrische schokken te voorkomen. WAARSCHUWING LET OPN-iv Informatie over de batterij: De Li-ion-batterij bevat ontvlambare substanties zoals organische oplosmiddelen. Verkeerd gebruik van de batterij kan leiden tot breuk van de batterij, waardoor brandgevaar of hoge temperaturen, verslechtering van de prestatie of andere beschadigingen kunnen optreden. Houd u zich aan de volgende waarschuwingen.
- De batterij niet uit elkaar halen of anders samenstellen! De batterij bevat een veiligheidsfunctie en -circuit ter voorkoming van gevaar. Als deze ernstig worden beschadigd, kan dit leiden tot hitte- of rookvorming, breuk of brand.
- De batterij niet kortsluiten! De + en –polen niet verbinden met behulp van metaal (zoals een paperclip of ijzerdraad). Houd of bewaar de batterij niet in houders die metalen voorwerpen bevatten (zoals ijzerdraad, kettingen of haarspelden). Als de batterij kortsluit, veroorzaakt dit een te hoge stroom wat kan leiden tot hitte- of rookvorming, breuk of brand. Hierdoor worden tevens metalen voorwerpen verhit.
- De batterij niet verbranden of blootstellen aan hitte! Als het isolatiemateriaal smelt, wordt de gasventilator of de veiligheidsfunctie beschadigd. Hierdoor kan ook de elektrolyt gaan branden en kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- De batterij niet plaatsen in de buurt van vuur, kachels of andere warmtebronnen (ruimtes met temperaturen van meer dan 80 °C/ 176 °F)! Als de polymeerafscheiding smelt als gevolg van hoge temperaturen, kan er een interne kortsluiting ontstaan in de afzonderlijke cellen en kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- Leder contact van de batterij met water of vocht vermijden! Als de batterij nat wordt, droog deze af met een droge doek voor gebruik. Als het veiligheidscircuit van de batterij is beschadigd, laadt de batterij op met een extreem hoge stroom (of spanning) en kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. GEVAARN-v
- Alleen de gespecificeerde lader gebruiken en neem de oplaadvereisten in acht! Als de batterij in niet gespecificeerde omstandigheden wordt opgeladen (bij een temperatuur die hoger is dan de gereguleerde waarde, stroom of spanning die hoger is dan de gereguleerde waarde of met behulp van een aangepaste lader) kan de batterij overbelast worden of kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- Alleen de gespecificeerde lader gebruiken en neem de oplaadvereisten in acht! Als de batterij in niet gespecificeerde omstandigheden wordt opgeladen (bij een temperatuur die hoger is dan de gereguleerde waarde, stroom of spanning die hoger is dan de gereguleerde waarde of met behulp van een aangepaste lader) kan de batterij overbelast worden of kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- De batterij met geen enkel voorwerp doorsteken, slaan of erop staan! Hierdoor kan de batterij breken of vervormen waardoor kortsluiting kan ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- De batterij niet schokken en er niet mee gooien! De batterij kan gaan lekken door een harde aanraking en er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. Als het veiligheidscircuit van de batterij is beschadigd, laadt de batterij op met een extreem hoge stroom (of spanning) en kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- De batterij niet gebruiken als deze is beschadigd! Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- Niet direct op de batterij solderen! Als het isolatiemateriaal smelt, wordt de gasventilator of de veiligheidsfunctie beschadigd. Hierdoor kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- De polariteit (en polen) van de batterij niet omkeren! Laden van een omgekeerde batterij kan leiden tot abnormale chemische reacties. In sommige gevallen kan een onverwacht grote hoeveelheid stroom vrijkomen bij ontlading. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. GEVAARN-vi
- De batterij niet omgekeerd laden of aansluiten! De batterij heeft positieve en negatieve polen. Als de batterij niet soepel kan worden aangesloten op een lader of bedieningsapparaat, forceer deze dan niet en controleer de polariteit van de batterij. Als de batterij omgekeerd op de lader is aangesloten, wordt deze omgekeerd geladen wat kan leiden tot abnormale chemische reacties. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- Een gebroken en lekkende batterij niet aanraken! Als de elektrolytvloeistof van de batterij in uw ogen terechtkomt, spoel uw ogen onmiddellijk uit met zoet water zonder in uw ogen te wrijven. Ga onmiddellijk naar het ziekenhuis. Als u geen actie onderneemt, kan dit leiden tot problemen met uw ogen.
- De batterij niet langer opladen dan de gespecificeerde duur! Als de batterij nog niet volledig is opgeladen, zelfs als de vastgestelde duur is verstreken, stopt u het opladen. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- De batterij niet in een magnetron of hogedrukhouder plaatsen! Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
- Gebroken en lekkende batterijen uit de buurt van vuur houden! Als de batterij lekt (of een onaangename geur afgeeft), verwijder deze dan onmiddellijk uit brandbare omgevingen. Elektrolyt dat uit de batterij lekt kan vlam vatten en kan leiden tot rookvorming, breuk of brand bij de batterij.
- Geen afwijkende batterij gebruiken! Als de batterij een onaangename geur afgeeft, een andere kleur heeft, vervormd is of anderszins afwijkend overkomt, verwijder deze dan uit de lader of het bedieningsapparaat en gebruik de batterij niet. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. GEVAAR WAARSCHUWINGN-vii INHOUDSOPGAVE
Pak de zendontvanger voorzichtig uit. In het geval hieronder opgenomen onderdelen ontbreken of beschadigd zijn, dient u onmiddellijk een schadeclaim in bij de vervoerder. BIJGELEVERDE ACCESSOIRES
- Afdekking voor de luidspreker/microfoon-aansluitingen ......................1
- Opsluitplaatje van de luidspreker/microfoon-stekker ...........................1
- Gebruiksaanwijzing..............................................................................1 Opmerking: Raadpleeg “VOORBEREIDING” {pagina 2} voor instructies over het installeren van accessoires.N-2 VOORBEREIDING
PLAATSEN/ VERWIJDEREN VAN DE (OPTIONELE) BATTERIJ
◆ Vermijd kortsluiting van de batterijaansluitingen en gooi de batterij niet weg in open vuur. ◆ Probeer nooit het omhulsel van de batterij open te maken. 1 Lijn de batterij uit met de achterkant van de zendontvanger en druk daarna de batterij en de zendontvanger stevig op elkaar totdat de ontgrendelknop op de onderkant klikt. 2 Om de batterij te verwijderen, tilt u het veiligheidsklepje op de onderkant van de zendontvanger op en drukt u vervolgens op de ontgrendelknop onder het veiligheidsklepje. 3 Terwijl u de ontgrendelknop ingedrukt houdt, trekt u de batterij van de zendontvanger af. LET OPN-3
PLAATSEN VAN DE (OPTIONELE) ANTENNE
Antenne Schroef de antenne op de aansluiting aan de bovenkant van de zendontvanger door de antenne aan de onderkant vast te houden en rechtsom vast te draaien. Opmerking: De antenne is geen handvat, sleutelhanger of bevestigingspunt voor de luidspreker/microfoon. Door de antenne op deze manieren te gebruiken beschadigt u de antenne en verminderen de prestaties van uw zendontvanger.
BEVESTIGEN VAN DE RIEMKLEM
Riemklem Bevestig indien gewenst de riemklem met behulp van de twee bijgeleverde schroeven (M3 x 8 mm). Opmerking: Als de riemklem niet is aangebracht, kan de bevestigingsplaats ervan warm worden tijdens ononderbroken zenden of na langdurig liggen in een warme omgeving. Gebruik bij het bevestigen van de riemklem geen lijm die bedoeld is om te voorkomen dat schroeven los gaan zitten, omdat dit de zendontvanger kan beschadigen. De acrylaatester in deze lijm kan het achterpaneel van de zendontvanger doen barsten. LET OPN-4 PLAATSEN VAN DE AFDEKKING OVER DE LUIDSPREKER/ MICROFOON-AANSLUITINGEN Afdekking voor de luidspreker/ microfoon-aansluitingen Als u geen luidspreker/microfoon gebruikt, bevestigt u het afdekplaatje over de luidspreker/microfoon-aansluitingen met behulp van de bijgeleverde zwarte schroef (M2,6 x 7 mm). Opmerking: Om te voorkomen dat vocht in de zendontvanger kan binnendringen, moet u de luidspreker/microfoon-aansluitingen afdekken met behulp van het bijgeleverde afdekplaatje.
Opsluitplaatje van de luidspreker/microfoon-stekker 1 Steek de stekker van de luidspreker/ microfoon (of hoofdtelefoon) in de luidspreker/microfoon-aansluitingen. 2 Bevestig het opsluitplaatje met behulp van de zwarte schroef (M2,6 x 7 mm). Opmerking: De zendontvanger is niet geheel waterdicht bij gebruik van de luidspreker/microfoon.N-5
OPLADEN VAN DE BATTERIJ (OPTIONELE
BATTERIJOPLADER) De batterij is niet opgeladen in de fabriek. Laad de batterij op voordat u deze gebruikt. LET OP: Altijd een zendontvanger met een batterij UITzetten voordat u deze in de lader plaatst. 1 Steek de stekker van de netspanningsadapter in de aansluiting op de achterkant van de batterijlader. 2 Steek de netspanningsadapter in een stopcontact. 3 Steek de batterij of een zendontvanger voorzien van een batterij in de oplaadsleuf van de lader.
- Zorg ervoor dat de metalen contactpunten van de batterij stevig in de aansluitpunten van de oplader passen.
- Het controlelampje brandt rood en het opladen begint. 4 Nadat het opladen klaar is, brandt de indicator groen. Haal de batterij of de zendontvanger uit de oplader.
- Het opladen van de batterij duurt ongeveer 3 uur.
- Als de batterijlader gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, trekt u de netspanningsadapter uit het stopcontact. Oplaadsleuf Indicator Opmerkingen: ◆ Als het controlelampje rood knippert, is de batterij of defect of steken de batterijcontactpunten niet juist in de polen van de oplader. ◆ De omgevingstemperatuur moet tijdens het opladen 5 °C tot 40 °C zijn. Als u de batterij buiten dit temperatuurbereik oplaadt, is het mogelijk dat hij niet volledig wordt opgeladen. ◆ De levensduur van de batterij is ten einde als de gebruikstijd afneemt ondanks dat de batterij volledig en correct is geladen. Vervang de batterij.N-6 RICHTING Batterij Selectieknop Draai de knop om van zend-/ontvangstzone of -kanaal te veranderen. De standaardinstelling is [Zone omhoog/omlaag]. LED-indicator Zie voor de LED-indicatorstatus de tabel op pagina 7. Aan/uit-schakelaar/volumeknop Draai rechtsom om de zendontvanger aan te zetten. Om de zendontvanger uit te zetten, draai deze linksom totdat u een klik hoort. Draai deze knop om het volumeniveau te veranderen. PTT (Push-to-Talk)-schakelaar Druk op de schakelaar, houd deze ingedrukt en spreek vervolgens in de microfoon om te verzenden. Zijde 1 toets Druk op deze toets om de programmeerbare functie te activeren. De standaardinstelling is [Squelch uit tijdelijk]. Zijde 2 toets Druk op deze toets om de programmeerbare functie te activeren. De standaardinstelling is [Lamp]. Antenne Luidspreker MicrofoonN-7 S, A, <B en C> toetsen Druk op deze toetsen om de programmeerbare functies te activeren. S toets: De standaardinstelling is [Geen] (geen functie). A toets: De standaardinstelling is [Geen] (geen functie). <B toets: De standaardinstelling is [Kanaal omlaag]. C> toets: De standaardinstelling is [Kanaal omhoog]. , , toetsen Druk op deze toetsen om de programmeerbare functies te activeren. De standaardinstelling is [Geen] (geen functie). Luidspreker-/microfoonaansluitingen Steek de luidspreker/microfoonstekker of die van de hoofdtelefoon in deze aansluiting. LED-indicatorstatus Kleur indicator Betekenis Brandt rood Zenden Brandt groen Ontvangen van een oproep Knippert rood De batterijspanning is laag tijdens het zenden Knippert oranje/ blauw* Ontvangen van een gecodeerde oproep (DTMF-signalering, etc.)
- Uw dealer kan de LED instellen op oranje of blauw knipperen voor FleetSync, DTMF of 5-toonbediening.N-8 DISPLAY Indicator Beschrijving Toont de sterkte van de ontvangen signalen {pagina 27}. Verschijnt wanneer de functie Monitoren of Squelch uit is geactiveerd. Verschijnt bij gebruik van DTMF of QT/DQT + Optionele signalering, etc. Verschijnt bij het gebruik van de Talk-around functie. Verschijnt tijdens scannen. Verschijnt als een bericht wordt opgeslagen in het wachtrijgeheugen van de zendontvanger. Knippert wanneer een nieuw bericht is ontvangen. Het geselecteerde kanaal is ingesteld als prioriteitkanaal. Verschijnt als laag zendvermogen wordt gebruikt op het geselecteerde kanaal. Verschijnt als de Scrambler-functie is geactiveerd. Geeft de huidige batterijstatus weer {pagina 27}. De geselecteerde zone wordt toegevoegd aan de scanreeks.N-9 Indicator Beschrijving Het geselecteerde kanaal wordt toegevoegd aan de scanreeks. Verschijnt bij gebruik van de VOX-functie. Geeft het nummer of de naam van de zone en het kanaal weer alsook FleetSync- berichten en DTMF-codes, etc.N-10 PROGRAMMEERBARE FUNCTIES De Zijde 1, Zijde 2, S, A, <B, C>, , en kunt u met onderstaande functies programmeren. Neem contact op met uw dealer voor meer informatie over deze functies. Opmerkingen:
U kunt de selectieknop programmeren als [Zone omhoog/omlaag]
als [Kanaal omhoog/omlaag].
[Nood] kan alleen worden geprogrammeerd op de Zijde 1 en Zijde 2 toets.
- Oproepwaarschuwing (MDC-1200)
- Scannen verwijderen/ toevoegen
- Squelch uit tijdelijk
Alleen beschikbaar voor FleetSync/ MDC-1200.
Alleen beschikbaar voor 5-toon.N-11 BASISBEDIENING IN-/UITSCHAKELEN Draai de aan/uit-schakelaar/ volume-knop rechtsom om de zendontvanger in te schakelen (ON).
- Er klinkt een pieptoon en het display licht tijdelijk op.
- Als de zendontvangerwachtwoordfunctie is geprogrammeerd, verschijnt er “PASSWORD” op het display. U moet het wachtwoord invoeren om de zendontvanger te ontgrendelen (raadpleeg “Wachtwoord zendontvanger” hieronder). Draai de aan/uit-schakelaar/ volume-knop linksom om de zendontvanger uit te schakelen (OFF). ■ Wachtwoord zendontvanger Als u de wachtwoordbescherming van de zendontvanger hebt geactiveerd, moet u eerst uw wachtwoord invoeren voordat u de zendontvanger kunt gebruiken. 1 Draai de selectieknop om het eerste cijfer van het wachtwoord te selecteren. 2 Druk op de C> toets om de invoer te accepteren en naar het volgende cijfer te gaan.
- Druk op de A toets om een onjuist cijfer te verwijderen. 3 Herhaal de stappen 1 en 2 om het hele wachtwoord in te voeren.
- Het wachtwoord mag maximaal 6 cijfers bevatten. 4 Druk op de S toets om het wachtwoord te bevestigen.
- Als u een onjuist wachtwoord invoert, klinkt er een fouttoon en blijft de zendontvanger vergrendeld. VOLUME INSTELLEN Draai de aan/uit-schakelaar/ volume-knop om het volume te regelen. Rechtsom verhoogt het volume en linksom verlaagt het volume.
- Het kan zijn dat u het volume preciezer moet instellen tijdens de communicatie met andere partijen. Opmerking: Als uw dealer [Squelch uit] of [Squelch uit tijdelijk] heeft geprogrammeerd op een PF-toets, kunt u die toets gebruiken om achtergrondruis te horen terwijl u het volumeniveau instelt.N-12
ZONE EN KANAAL SELECTEREN
Selecteer de gewenste zone met de selectieknop of de toetsen die geprogrammeerd zijn als [Zone omhoog]/ [Zone omlaag].
- De standaardinstelling voor de selectieknop is [Zone omhoog/omlaag]. Selecteer het gewenste kanaal met de selectieknop of de toetsen die geprogrammeerd zijn als [Kanaal omhoog]/ [Kanaal omlaag].
- De standaardinstelling voor de <B toets is [Kanaal omlaag].
- De standaardinstelling voor de <C toets is [Kanaal omhoog]. U kunt individuele namen voor kanalen programmeren tot maximaal 8 tekens. De zendontvanger geeft de kanaalnaam of het zone- en kanaalnummer weer. Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Displayformaat] om te schakelen tussen de twee displays. ZENDEN 1 Selecteer de gewenste zone en kanaal (hierboven). 2 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Monitoren] of [Squelch uit] om te controleren of het kanaal vrij is.
- Als het kanaal bezet is, wacht u tot het vrij is. 3 Druk op de PTT-schakelaar en spreek in de microfoon met uw normale stem.
- Voor de beste geluidskwaliteit bij het ontvangende station houdt u de microfoon ongeveer 3 - 4 cm van uw mond. 4 Laat de PTT-schakelaar los om te ontvangen. ONTVANGEN 1 Selecteer de gewenste zone en kanaal (hierboven).
- U kunt ook desgewenst de scanfunctie activeren. 2 Als u de stem van een oproeper hoort, kunt u desgewenst het volume aanpassen.N-13 SCANNEN Met de scanfunctie kunt u zoeken naar signalen op de zendontvangerkanalen. Tijdens het scannen zoekt de zendontvanger naar een signaal op ieder kanaal en stopt alleen als er een overeenkomstig signaal aanwezig is. Druk om het scannen te beginnen/stoppen op de toets die is geprogrammeerd als [Scannen].
- De indicator verschijnt tijdens het scannen.
- Wanneer een signaal is gedetecteerd, stopt de scan op dat kanaal. De zendontvanger blijft op het actieve kanaal totdat het signaal niet meer waarneembaar is. Het scannen wordt vervolgens hervat. Opmerking: Om de scanfunctie te gebruiken moeten er minstens 2 kanalen aan de scanvolgorde worden toegevoegd. PRIORITEITS SCANNEN Als een prioriteitskanaal geprogrammeerd is, schakelt de zendontvanger automatisch naar het prioriteitskanaal wanneer een oproep op dit kanaal wordt ontvangen, zelfs als een oproep al wordt ontvangen op een normaal kanaal.
- De indicator verschijnt wanneer u het prioriteitskanaal kiest (Afhankelijk van de instellingen die uw dealer heeft gemaakt). TIJDELIJKE KANAALBLOKKERING Gedurende het scannen kunt u specifieke kanalen tijdelijk verwijderen van de scanvolgorde door even op de toets te drukken die geprogrammeerd is als [Scannen verwijderen/toevoegen] wanneer het scannen pauzeert op het ongewenste kanaal. Als u een zone tijdelijk wilt verwijderen, drukt u op de toets [Scannen verwijderen/ toevoegen] en houdt u deze ingedrukt. Het scannen wordt gepauzeerd op een kanaal in de ongewenste zone.
- Het kanaal/de zone wordt niet langer gescand. Na beëindiging en opnieuw starten van de scan, keert de scanfunctie naar zijn normale instellingen terug.N-14
SCANNEN VERWIJDEREN/TOEVOEGEN
U kunt zones en/of kanalen toevoegen aan of verwijderen van uw scanlijst. 1 Selecteer de gewenste zone en/of het kanaal. 2 Druk op de toets die geprogrammeerd is als [Scannen verwijderen/toevoegen] om een kanaal te verwijderen en houd de toets ongeveer 1 seconde ingedrukt om een zone te verwijderen.
- De kanaal-toegevoegd indicator ( ) verschijnt op het scherm wanneer het geselecteerde kanaal is toegevoegd aan de scanreeks.
- De zone-toegevoegd indicator ( ) verschijnt op het scherm wanneer de geselecteerde zone is toegevoegd aan de scanreeks. SCANNEN RETOUR Het scanretourkanaal is het kanaal dat wordt geselecteerd als u op de PTT-schakelaar drukt om te zenden tijdens het scannen. Uw dealer kan een van de volgende soorten scanretourkanalen programmeren:
- Geselecteerd: Het laatst geselecteerde kanaal vóór scannen.
- Geselecteerd + Talkback: Hetzelfde als “Geselecteerd” plus dat u oproepen kunt beantwoorden op het kanaal waarop de scan is gepauzeerd.
- Prioriteit: Het prioriteitskanaal.
- Prioriteit + Talkback: Hetzelfde als “Prioriteit” plus dat u oproepen kunt beantwoorden op het kanaal waarop de scan is gepauzeerd.
- Laatst opgeroepen + geselecteerd: Het laatste kanaal waarop u een oproep ontvangt. Als u nog geen oproep hebt ontvangen, dan is dit het laatst geselecteerde kanaal vóór de scan.N-15 SIGNALERING Quiet Talk (QT)/ Digital Quiet Talk (DQT): Uw dealer kan QT- of DQT- signalering op uw zendontvangerkanalen hebben geprogrammeerd. Met QT- en DQT-signalering kunt u oproepen van andere partijen die hetzelfde kanaal gebruiken negeren (niet horen). MDC-1200: MDC-1200 is een datasysteem dat Audio Frequency Shift Keying (AFSK) gebruikt. OPTIONELE SIGNALERING Uw dealer kan ook verschillende soorten optionele signalen programmeren voor uw zendontvangerkanalen. 5-Toon-signalering: Raadpleeg “5-TOON-SIGNALERING” op pagina
DTMF-signalering: DTMF-signalering opent de squelch alleen wanneer uw zendontvanger een oproep ontvangt met een overeenkomende DTMF-code. FleetSync-signalering: Raadpleeg “SELCALL (SELECTIEVE OPROEPFUNCTIE)” op pagina 16. OPERATOR SELECTEERBARE TOON (OST) U kunt de ingestelde codeer- en decodeertonen van het geselecteerde kanaal veranderen. Tot 40 OST-paren kunnen door uw dealer worden voorgeprogrammeerd. 1 Selecteer uw gewenst kanaal. 2 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Operator selecteerbare tonen (OST)] om de OST-selectmodus te openen.
- “OST” en het huidige OST-nummer verschijnen. 3 Druk op de <B of C> toets om het gewenste OST-tabelnummer te selecteren. 4 Gebruik de zendontvanger als bij een normale oproep. Druk op de PTT-schakelaar om te zenden, en laat los om te ontvangen. 5 Om de OST-modus te verlaten en terug te keren naar de ingestelde codeer en -decodeertonen drukt u op de S toets.N-16 FleetSync FleetSync is een alfanumerieke 2-wegs oproepfunctie en is een protocol in eigendom van de JVC KENWOOD Corporation. Opmerkingen: ◆ De functies van uw zendontvanger omvatten of 5-toon-signalering of FleetSync/ MDC-1200, maar niet beide. ◆ MDC-1200 en FleetSync kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. U kunt ze echter wel voor verschillende zones programmeren. SELCALL (SELECTIEVE OPROEPFUNCTIE) Een Selcall is een stemoproep naar een specifiek station of een groep van stations. ■ Zenden 1 Selecteer de gewenste zone en het kanaal. 2 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Selcall] of [Selcall + status] om naar de Selcallmodus te gaan.
- De laatst geselecteerde station-ID verschijnt op het display. 3 Druk op de <B of C> toetsen om de ID van het station dat u wilt oproepen te selecteren. 4 Druk op de PTT-schakelaar en begin uw gesprek.
- U kunt ook op de toets Zijde 2 drukken om het geselecteerde station op te roepen, in plaats van een spraakoproep te maken. ■ Ontvangen Er klinkt een waarschuwingstoon, de zendontvanger schakelt automatisch naar de Selcall-modus, en de ID van het oproepende station verschijnt wanneer een selcall wordt ontvangen. Om de oproep te beantwoorden, drukt u op de PTT-schakelaar en spreekt u in de microfoon. ■ Identificatiecodes Een ID-code is een combinatie van een 3-cijferig fleetnummer en een 4-cijferig ID-nummer. Elke zendontvanger moet zijn eigen Fleet- en ID-nummer hebben. Opmerking: De ID kan begrensd zijn door programmering.N-17 STATUSBERICHTEN U kunt voorgeprogrammeerde statusberichten zenden door te drukken op de toetsen die zijn geprogrammeerd als [Status] en [Selcall + status]. Statusberichten zijn 2-cijferige codes die liggen tussen de 10 en 99 (80 ~ 99 zijn gereserveerd voor speciale berichten). ■ Zenden 1 Selecteer de gewenste zone en het kanaal. 2 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Status] om de Statusmodus te openen of op [Selcall + status] om de Selcallmodus te openen.
- Bij het schakelen naar de Statusmodus met de Statustoetst, is de doel fleet/-ID vast en kan niet worden geselecteerd. Ga door naar stap 5 om verder te gaan. 3 Druk in de Selcallmodus op de <B of C> toetsen om de ID van het station dat u wilt oproepen te selecteren. 4 Druk op de S toets om naar de Statusmodus te schakelen. 5 Druk op de <B of C> toetsen om de ID van het station dat u wilt uitzenden te selecteren. 6 Druk de PTT-schakelaar of Zijde 2 toets om een statusoproep te beginnen.
- “COMPLETE” verschijnt wanneer de oproep succesvol is verzonden. ■ Ontvangen Bij het ontvangen van een statusoproep knippert de indicator en verschijnt een ID van de oproeper of een tekstbericht. Druk op een toets om terug te keren naar normaal gebruik.N-18 ■ Berichten bekijken in het wachtrijgeheugen 1 Houd de toets die is geprogrammeerd als [Selcall], [Status] of [Selcall + status] 1 seconde ingedrukt om het wachtrijgeheugen te openen.
- Het laatst ontvangen bericht met het berichtnummer wordt getoond. 2 Druk op de <B of C> toets om het gewenste bericht te selecteren.
- Druk op de S toets en houd deze ingedrukt om te schakelen tussen de oproep-ID/ het bericht en de kanaalnaam. 3 Druk op de Zijde 1 toets om terug te keren naar normaal gebruik.
- Om het geselecteerde bericht te verwijderen drukt u op de toets A. Om de verwijdering te bevestigen drukt u op de toets S.
- Om alle berichten te verwijderen houdt u de A toets 1 seconde ingedrukt. Om de verwijdering te bevestigen drukt u op de toets S. KORTE BERICHTEN Deze zendontvanger kan korte gegevensberichten ontvangen die maximaal 48 tekens bevatten.
- Ontvangen korte berichten worden op dezelfde manier weergegeven als statusberichten. Maximaal 3 korte berichten kunnen worden opgeslagen in het wachtrijgeheugen samen met 5 statusberichten. GPS-RAPPORT Voor verzending van uw locatiegegevens moet u eerst een GPS- microfoon aansluiten op de zendontvanger. GPS-data kunt u op 2 manieren zenden: automatische verzending en alleen op aanvraag. Vraag uw dealer voor meer informatie.N-19 DTMF OPROEPEN AUTODRAAIEN Met de functie Autodraaien kunt u snel DTMF-nummers draaien die op uw zendontvanger zijn geprogrammeerd. 1 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Autodraaien].
- Het laatst opgeroepen nummer verschijnt. 2 Druk op de <B of C> toets om het gewenste autodraaienlijstnummer te selecteren. 3 Houd de PTT-schakelaar ingedrukt om de oproep te maken.
- Druk op de S toets om de modus te verlaten zonder een oproep te maken. STUNNEN Deze functie wordt gebruikt als een zendontvanger gestolen of kwijt is. Wanneer de zendontvanger een oproep ontvangt die een stuncode bevat, wordt de zendontvanger uitgeschakeld. De stuncode wordt geannuleerd als de zendontvanger een deblokkeercode ontvangt.
- “STUN” verschijnt tijdens het stunnen van de zendontvanger. DTMF-NUMMERWEERGAVE Opmerking: Deze functies kunnen alleen geactiveerd worden als DTMF- signalering is uitgeschakeld. Als u een DTMF-code van minstens 3 cijfers ontvangt verschijnt deze op de display. Elk volgend cijfer blijft binnen 1 seconde van het vorige cijfer over het display schuiven. Als gedurende 1 seconde geen cijfer wordt ontvangen, wordt het display gewist en begint het met een nieuw cijfer als een nieuw cijfer wordt ontvangen. Druk op iedere willekeurige toets om de DTMF-nummerweergave te annuleren.N-20 5-TOON-SIGNALERING 5-toon-signalering wordt door uw dealer in- of uitgeschakeld. Deze functie opent de squelch alleen als de zendontvanger de geprogrammeerde 5-tonen in uw zendontvanger ontvangt. Zendontvangers die niet de correcte tonen uitzenden worden niet gehoord. Opmerking: De functies van uw zendontvanger omvatten of 5-toon- signalering of FleetSync/ MDC-1200, maar niet beide. MIJN ID Uw dealer kan een ID-nummer aanmaken voor uw zendontvanger om u te identificeren bij de andere partij wanneer u belt. Als uw dealer dit ID-nummer heeft ingesteld, kunt u het bewerken: 1 Als het ID-nummer is ingesteld op bewerken, verschijnt het op het display wanneer u de zendontvanger inschakelt. 2 Als u het ID-nummer wilt wijzigen, voert u de nieuwe ID in door de selectieknop te draaien. 3 Druk op de S toets om de invoer te voltooien. SELCALL (SELECTIEVE OPROEPFUNCTIE) Een Selcall is een stemoproep naar een station of een groep van stations. ■ Zenden 1 Selecteer de gewenste zone en het kanaal. 2 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Selcall] om naar de Selcallmodus te gaan. 3 Druk op de <B of C> toets om een station te selecteren dat u wilt oproepen. 4 Druk op de S toets om de invoer te voltooien. 5 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Oproep 1] tot en met [Oproep 3] om uw gesprek te beginnen.N-21 Opmerking: U kunt daarnaast ook de toetsen gebruiken die zijn geprogrammeerd als [Cijfer 1x omlaag], [Cijfer 1x omhoog], [Cijfer 10x omlaag] en [Cijfer 10x omhoog] om het Selcall-nummer in te stellen. [Cijfer 1x omhoog/omlaag] verhoogt/verlaagt het Selcall-nummer met telkens 1 cijfer bij iedere druk op de toets. [Cijfer 10x omhoog/omlaag] verhoogt/verlaagt het Selcall-nummer met telkens 10 cijfers bij iedere druk op de toets. ■ Ontvangen Wanneer u een signaal met de correcte tonen ontvangt, opent de squelch en kunt u de oproep horen.
- De LED-indicator knippert oranje.
- Om de luidspreker te dempen na het opengaan van de squelch, drukt u op de toets die is geprogrammeerd als [Monitoren].
- Uw dealer kan de monitorfunctie zo programmeren dat hij na bepaalde tijd dichtgaat.
- Als Transpond voor 5-toon-signalering is geprogrammeerd wordt een bevestigingssignaal teruggezonden naar het oproepende station.
- Als Oproepwaarschuwing voor 5-toon-signalering is geprogrammeerd, klinkt een waarschuwingstoon wanneer de correcte tonen worden ontvangen.
- Uw dealer kan de zendontvanger programmeren om de ontvangen Selcall/Status te tonen. Om de oproep te beantwoorden, drukt u op de PTT-schakelaar en spreekt u in de microfoon.N-22 SPRAAKGESTUURD ZENDEN (VOX) Met VOX kunt u hands-free zenden. Deze functie kan worden in- of uitgeschakeld door uw dealer. VOX-BEDIENING 1 Houd de toets die is geprogrammeerd als [VOX] 2 seconden ingedrukt om de VOX-functie in (ON) of uit (OFF) te schakelen.
- De VOX-indicator ( ) verschijnt wanneer de VOX-functie is ingeschakeld (ON). 2 Een hoofdtelefoon aansluiten op de zendontvanger. 3 Om te zenden, spreekt u gewoon in de microfoon.
- De zendontvanger herkent geluidsniveaus afhankelijk van het VOX- versterkingsniveau. 4 Wanneer u ophoudt met spreken, wordt het uitzenden beëindigd. VOX-VERSTERKINGSNIVEAU 1 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [VOX] wanneer de VOX-functie is ingeschakeld (ON).
- Het huidige VOX-versterkingsniveau wordt getoond. 2 Druk op de <B of C> toets om het gewenste VOX- versterkingsniveau te selecteren.
- Het VOX-versterkingsniveau kan worden ingesteld op niveau 1 (lage gevoeligheid) tot en met 10 (hoge gevoeligheid) en op uit. Het standaardniveau is 5. 3 Spreek tijdens het aanpassen van het niveau in de microfoon van de hoofdtelefoon om het gevoeligheidsniveau te testen. (Uw stem wordt tijdens deze testprocedure niet uitgezonden.)
- Als de VOX-versterking te gevoelig is, begint het zenden wanneer er achtergrondruis klinkt. Als de microfoon niet gevoelig genoeg is, wordt uw stem niet opgepikt wanneer u begint te spreken. 4 Druk op de S toets om de instelling vast te leggen.N-23 GEAVANCEERDE BEDIENINGEN ZENDVERMOGEN Elk kanaal is geprogrammeerd met hoog of laag zendvermogen. Op kanalen met een hoog zendvermogen drukt u op de toets die is geprogrammeerd als [Laag zendvermogen] om het zendvermogen te wijzigen in laag zendvermogen (u kunt kanalen voor laag zendvermogen niet wijzigen voor gebruik van hoog zendvermogen).
- De indicator verschijnt bij gebruik van laag zendvermogen. OPROEPWAARSCHUWING (ALLEEN FleetSync/ MDC- 1200) De oproepwaarschuwingstoon maakt de leden van uw groep er op attent dat u een oproep aan het plaatsen bent. Om een oproep te plaatsen met behulp van oproepwaarschuwing: 1 Druk de toets die is geprogrammeerd als [Oproepwaarschuwing] even in en houd deze ingedrukt.
- Laat de toets los om de toonzending te beëindigen. 2 Druk op de PTT-schakelaar en spreek in de microfoon met uw normale stem. TOETSVERGRENDELING Houd de toets die is geprogrammeerd voor [Toetsvergrendeling] gedurende 2 seconden ingedrukt om de toetsen van de zendontvanger te vergrendelen. Om de toetsen te ontgrendelen houdt u de toets [Toetsvergrendeling] opnieuw ingedrukt.
- “LOCKED” verschijnt als u op een toets drukt terwijl de toetsen zijn vergrendeld. Opmerking: U kunt de volgende toetsen en functies blijven gebruiken wanneer toetsvergrendeling is ingeschakeld: [Nood], [Lamp], [Monitoren], [Monitoren tijdelijk], [Squelch uit], [Squelch uit tijdelijk], [Toetsvergrendeling], PTT.
Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Zend de GPS-data] als de GPS-unit is geïnstalleerd om uw positiedata te zenden naar het basisstation.N-24 NOODOPROEPEN Als uw zendontvanger is geprogrammeerd met een noodfunctie, dan kunt u noodoproepen maken. 1 Houd de toets die is geprogrammeerd als [Nood] ingedrukt.
- De tijd dat u de Noodtoets ingedrukt moet houden is afhankelijk van de vertragingstijd die in uw zendontvanger geprogrammeerd is.
- Als de zendontvanger in de Noodfunctie overgaat, schakelt deze naar het noodkanaal en zendt uit op de manier zoals uw zendontvanger is ingesteld door uw dealer. 2 Om de Noodfunctie te verlaten, houdt u opnieuw de toets [Nood] ingedrukt.
- Als de Noodfunctie het ingestelde aantal cycli doorlopen heeft, eindigt de Noodfunctie automatisch en keert de zendontvanger terug naar de normale modus. ■ Alleenwerkermodus Alleenwerkermodus is een veiligheidsoptie ingebouwd in de zendontvanger. Als de zendontvanger gedurende een vooraf ingestelde periode niet wordt bediend, zendt de zendontvanger een toon uit en schakelt automatisch naar de Noodfunctie. Houd de toets die is geprogrammeerd als [Alleenwerker] gedurende 2 seconden ingedrukt om de Alleenwerkermodus aan of uit te schakelen. TALK-AROUND Tijdens een serviceonderbreking (door stroomstoring, enz.) kunt u blijven communiceren door de Talk-aroundfunctie te gebruiken. Met Talk-around kunt u direct met andere zendontvangers communiceren zonder gebruik van een repeater, voor zover de andere zendontvangers niet te ver verwijderd zijn en er geen natuurlijke hindernissen in de weg staan. Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Talk-around] om de Talk- aroundfunctie in of uit te schakelen.
- De indicator verschijnt wanneer Talk-around is ingeschakeld.N-25 SPRAAKSCRAMBLER De scrambler voorkomt dat anderen gemakkelijk inluisteren op uw gesprekken. Na activering vervormt de zendontvanger uw stem zodat iemand die naar uw gesprek luistert niet duidelijk kan verstaan wat u zegt. Om uw oproep te kunnen verstaan terwijl u de scrambler gebruikt, moeten de andere leden van uw groep ook de scrambler hebben ingeschakeld op hun zendontvangers. Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Scrambler] om de Scrambler-functie in of uit te schakelen.
- De indicator verschijnt wanneer de scrambler is ingeschakeld. U kunt zo nodig de scramblercode van uw zendontvanger wijzigen: 1 Houd de toets die is geprogrammeerd als [Scrambler] gedurende 1 seconde ingedrukt.
- De indicator en de huidige scramblercode verschijnen. 2 Druk op de <B of C> toets om de gewenste scramblercode te selecteren. 3 Druk op de S toets om de nieuwe instelling vast te leggen.
- Zorg dat u na het veranderen van uw scramblercode alle leden van uw groep op de hoogte stelt van de nieuwe code zodat zij hun zendontvangers ook opnieuw kunnen instellen. De scramblerfunctie werkt niet correct tussen zendontvangers die ingesteld zijn met verschillende scramblercodes. Opmerking: Deze functie kan in bepaalde landen niet worden gebruikt. Neem contact op met uw KENWOOD-dealer voor meer informatie.N-26
MONITOREN/ SQUELCH UIT
U kunt de toets die is geprogrammeerd als [Monitoren] of [Squelch uit] gebruiken om naar zwakke signalen te luisteren die u bij normale bediening niet kunt horen en om het volumeniveau aan te passen wanneer er op het gekozen kanaal geen signalen ontvangen worden. Uw dealer kan een toets programmeren met één van de volgende 4 functies:
- Monitoren: Druk op deze knop om alle signalering uit te schakelen. Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar normaal gebruik.
- Monitoren tijdelijk: Houd deze knop ingedrukt om alle signalering uit te schakelen. Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar de normale gebruiksmode.
- Squelch uit: Druk op de toets om achtergrondruis te horen. Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar de normale gebruiksmode.
- Squelch uit tijdelijk: Houd deze toets ingedrukt om achtergrondgeruis te horen. Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar de normale gebruiksmode. ■ Squelch-niveau Als een toets is geprogrammeerd als [Squelch-niveau] kunt u het squelch-niveau van uw zendontvanger aanpassen. 1 Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Squelch-niveau].
- “SQL.LVL” en het huidige squelch-niveau verschijnen. 2 Druk op de <B of C> toets om het gewenste squelch-niveau te selecteren van 0 (open) tot en met 9 (dicht). 3 Druk op de S toets om de nieuwe instelling vast te leggen. ZENDONTVANGER ACHTERGRONDVERLICHTING Om de achtergrondverlichting van het zendontvangerdisplay en de numerieke toetsen van het voorpaneel aan te zetten drukt u op de als [Lamp] geprogrammeerde toets.
- Het display en het toetsenblok blijven gedurende 5 seconden verlicht. Druk op iedere willekeurige andere toets dan de PTT-schakelaar en de aan/uit- schakelaar/ volumeknop terwijl de achtergrondverlichting is ingeschakeld om de timer in te stellen op 5 seconden. Als Automatische achtergrondverlichting is ingeschakeld kunt u de achtergrondverlichting van de zendontvanger onmiddellijk uitzetten door te drukken op de toets [Lamp]. DIRECTE ZONE-KANAAL Druk op de toets die is geprogrammeerd als [Directe zone-kanaal] om direct het laagste kanaal of de laagste zone te selecteren.N-27
BEDIENINGEN OP DE ACHTERGROND
TIME-OUT TIMER (TOT) De Time-out-timer wordt gebruikt om te voorkomen dat een kanaal voor lange tijd wordt gebruiken. Als u gedurende een vooraf ingestelde tijd ononderbroken zendt, onderbreekt de zendontvanger het zenden en hoort u een waarschuwingstoon. Laat de PTT-schakelaar los. LADINGBESPARING Mits geactiveerd door uw dealer, vermindert de batterijbesparingsfunctie het stroomgebruik wanneer geen signaal aanwezig is en er gedurende 5 seconden geen bediening wordt uitgevoerd. Wanneer een signaal wordt ontvangen of een bediening wordt uitgevoerd, schakelt de batterijbesparing uit. Opmerking: Wanneer de ladingbesparing actief is, kan de LED-indicator groen knipperen wanneer uw zendontvanger een QT/DQT-signaal ontvangt dat niet overeenkomt met de QT/DQT-instelling van uw zendontvanger. BATTERIJSPANNING INDICATOR De batterijspanning indicator toont de resterende batterijspanning, zoals hieronder weergegeven. Hoog Voldoende Laag Zeer laag (knipperend) Vervang de batterijen of laadt deze op wanneer de batterijspanning zeer laag is. Mits geactiveerd door uw dealer klinkt er tijdens verzending en bij lage batterijspanning elke 30 seconden een waarschuwingstoon en knippert de LED-indicator rood. SIGNAALSTERKTE INDICATOR De signaalsterkte indicator geeft de sterkte van de ontvangen oproepen weer, zoals hieronder weergegeven. Sterk Medium Zwak Zeer zwakN-28 KANAAL BEZET BLOKKERING (BCL) Als BCL door uw dealer ingesteld is, kunt u niet zenden als het kanaal al in gebruik is. Gebruik een ander kanaal of wacht tot het kanaal vrijkomt. COMPANDER Indien deze functie is geprogrammeerd voor een kanaal door uw dealer verwijdert de compander te veel aan ruis van gezonden signalen voor helderdere signalen. PTT ID PTT ID is de unieke ID-code van de zendontvanger die iedere keer wordt verzonden wanneer u op de PTT-schakelaar drukt en/of deze loslaat.VHF FM EL TELSİZİ/
Notice-Facile