Ceres 4 - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Ceres 4 Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Ceres 4 Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Ceres 4 - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Ceres 4 van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Ceres 4 Vermeiren
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Czech Republic
Vermeiren CR S.R.O.
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
République tchéque
Vermeiren CR S.R.O.
Instructies voor de vakhandelaar:
Deze handleding is deel van het product en dient bij ie dedere aflevering te worden geleverd.
1. Editie 2008
Alle rechten, inclusief vertaling, voorbehonden.
Niets uit deze handeiding mag geheel of gedeeltelijk in enige vorm (druk, fotokopie, microfilm of ieder ander proceded) zonder de schriftelijktoelating van de uitgever worden gereprodueerd of met behulp van elektronische systemen worden verwerkt, gekopieerd of verspreid.
Vermeiren Belgie, 2008
INHOU
Hoofdstuk
Pagina
Inhoud 3
Voorwoord 4
Algemene instructies 4
Toepassingsgebied / Oneigenlijk gebruik 4
Voor uwveiligheid 5
EMV-instructions 6
Rij-instructies 7
- Instappen 7
Uitstappen 7
Parkeren 7
Eerste rit 7 - Achteruitrijden 8
- Hellingen 8
Dalingen 8 - Onbegaanbaar terrein 8
Laden van de batterijen 9
Opslaan van de batterijen 10
Thermische zekering. 10
Anti-tipping 10
De Scooter transporteren 11
Transport op hellingen 11
Onderhoud 11
Inspectie 12
Verzorging 13
Desinfecteren 14
Garantie 14
Verklaring van overeenstemming 14
Serviceplan 15
Vestigingen 16
VOORWOORD
We willen u danken voor het vertrouwen dat u in unsere producten staat.
De levensduur van het product hangt in sterke mate af van de zorg waarmee u de Scooter behandelt. Deze handleiding maakt u vertrouwd met de bediening van uw Scooter. In dit document vindt u ook enkele onderhoudsadviezen zodate uw Scooter lang meegaat.
Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeire behoudt zich darüber hetrecht voor om wijzigingen door te voeren zonder verplicht te zijn voordien geleverde modellen aan te passen of te verrangen.
Houd er rekening mee dat bij het naleven van once adviezen uw Scooter ook na jaren gebruik nog in perfecte staat is en perfect functioneert.
Als u nog vragen hebt, neemt u best contact op met uw vakhandelaar.
ALGEMENE INSTRUCTIES
De Elektro-Scooters zijn ontworpen voor gebruik buitenshuis. Enkele modellen zijnECHTER zo ontworpen dat ze ook binnenshuis hunnen worden gebruikt. Men moet er echter voor zorgen dat er voldoende ruimte is om de Scooter te draaien en te gebruiken.
Wanner u de Scooter op straat of op wandelpaden wilt gebruiken, dient u erop te letten dat u de geldende wettelijk bepalingen naleeft.
Voor de modellen met een maximale snelheid van 6km / u heeft u geen rijbewijs nodig en hoeff ook geen verzekering af te sluiten. Om verschillende redenen adviseren wij echter toch een verzekering af te sluiten.
Voor de modellen met een snugheid van meer dan 6km / u hebt u wel een verzekering, maar geen rijbewijs nodig. Bij deze modellen worden een toelating tot het verkeer afgeleverd die u aan de verzekeringsmaatschappij moet overhandigen.
Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat.
We willen er uw aandacht op vestigen dat elektramagnetische storingen (b.v. door GSM, enz.) können worden veroorzaakt en dat de elektronica van de Scooter zich storingen bij andere elektrische apparaten kan veroorzaken.
Ook wonneer de handelaar u de bedieningselementen van uw Scooter en hoe u ermee dient om te gaan heeft uitgelegd, moet u de volgende pagina's toch aandachtig lezen.
Technische wijzigingen voorbehonden. Onze algemene voorwaarden zijn van toepassing.
TOEPASSINGSGEBIED / ONEIGENLIJK GEBRUIK
De Elektro-Scooters dieren voor het comfortabel vervoeren van personen. Het aantal zitplaatsen bepaalt dus hoeveel personen konnen worden vervoerd. De Scooter mag Niet worden gebruikt voor het vervoeren van voorwerpen of van kinderenjonger dan 12aar. Modellen met een maximumsnelheid van meer dan 6km / u mogen Niet worden gebruikt door personen diejonger zich dan 16aar.
De Scooter mag nicht worden gebruikt als drager voor personen en voorwerpen of als opstapje.
De Scooter mag ook Niet worden gebruikt door personen die door duidelijke lichamelijke of mentale beperkingen Niet in staat+zijn de Scooter veilig te gebruiken in het verkeer.
Dergelijk beperkingen können veroorzaakt zijn door:
- Verlammingen aan een Kant of dwarfsaesie
- Verlies van ledematen (armamputatie)
- Defect of vervorming van de ledematen (wanner de beweging en evenwichtsfunctie beperkt is)
Contracteur of schade aan de gewrichten (wanner de beweging en evenwichtsfunctie beperkt is)
Evenwichtsstoornissen of cachexie
Dementie
- Trauma's met invloed op de cerebrale cortex
Bij het gebruik van een Elektro-Scooter要去 eveneens rekening worden gehonden met
- lichaamsgrootte en lichaamsgewicht
- fysieke en psychische gesteldheid
- woonomgeving en
omgeving
De Elektro-Scooter is in principe bedoeld voor gebruik op wandelpaden. Alleen de modellen met een toelating tot het verkeer (snelheid hoger dan 6km / u ) mogen op wegen binnen debebouwde kom worden gebruikt. Het rijden op snelwegen en autosnelwegen is in ieder geval verboden.
De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade als gevolg van oneigenlijk gebruik.
VOOR UW VEILIGHEID

Het meenemen van extra personen is verboden.
Zet/schakel de startsleutel eerst uit voor u in- of uitsapt, voor u uw Scooter demonteert of wil transporteren.
Wanner de stoei wordt getransporteerd, mogen geen personen worden vervoerd.

Onderzoek het effect van een veranderd zwaartepunt op het gedrag van de Scooter (b.v. hellingen, zijdelingse hellingen of hindernissen).
Let er bij het opnemen van voorwerpen die zich voor, opzij of ache ter de Scooter bevinden, op dat u Niet te ver uit de Scooter leunt. Anders kan deze Kantelen.

Zet op hellingen de Scooter nooit in vrijloop.
Rijd nooit achefterwaarts op een helling.

Verminder uw slelheid wanner u een bocht neemt.
Neem tijdens het rijden het stuur met beiden handen vast.
Laat uw benen/voeten tijdens de rit op de speciale steunen.

U gebrukt de Scooter beter nicht als het regent.
Wanner u de Scooter buiten parkeert of bewaart, moet u een afdekkap gebruiken die uw Scooter beschermt gegen vocht.
Bij een erg hoge luchtvochtigheid en kou kan het gebeuren dat de Scooter minder goed presteert.

Gebruik uw Scooter alleen voor de beschreven doeleinden. Vermijd b.v. om zonder remmen谈起en een hindernis (stoeprand, stootsteen) of van treden te rijden.
Denk erom dat u op de openbare weg de verkeersregels dient na te leven. Houd ook rekening met de andere wegbebruikers.

Net zoals voor andere voertuigen geldt dat u de Scooter Niet mag gebruiken onder invloed van alcohol of geneesmiddelen. Dit geldt ook voor verplaatsingen binnenshuis.
Pas uw rijstijl bij ritten buiten de woning aan aan het weer en het verkeer.

Zorg ervoor dat u in het donker goed zichtaar bent. Draag lichte kleding of kleding met reflectoren en zorg ervoor dat de reflectoren op de Scooter goed zichtaar�.
Controller of de verlichting van uw Scooter Niet door vuil of voorwerpen is afgedekt.

Uw Scooter mag nicht worden gebrukt als zitplaats in een personenwagen of andere voertuigen.

Let erop dat de banden voldoende profiel hebben.

Let op met brandende voorwerpen, zoals sigaretten. De rug- en zittingbekleding konnen vuur vatten.

Let erop dat de maximale belasting nicht worden overshreten.

Zorg ervoor dat luchtbanden voldoende bandendruk hebben (de juiste waarden staan vermeld op de banden).
EMV-INSTRUCTIONS
Elektromagnetische velden konnen de werking van de stuurelektronica storen. Mogelijk gevolgen bijn:
- loszetten van de motorrem
- zichs te de Scooter
- ongewenste stuurbewegingen
Bij erg sterke of voortdurend storende velden kan de elektronica volledig worden gestoord en onherroepelijk worden beschadigd.
Mogelijkste stoorbronnen zijn:
- draagbare zend- en ontvangstinstallations (zender en ontvanger met gemonteerde antennne)
- intercom
- GSM/draadloze telefoon
- draagbare tv-, radio- en navigatiesystemen
-
andere persoonlijke zendapparatuur
-
mobielen middenbereik zend- en ontvangstinstallaties (antenne buiten het voertuig)
- intercom (vast gemonteerd)
- Handsfree-instalalties (vast gemonteerd)
- Radio-, tv- en navigatiesystemen (vast gemonteerd)
- zend-en ontvangstinstallaties voor lange afstand
- radio- en tv-torens
- installations van radiozendamateurs
Andere huishoudelijkke apparaten - CD-speler
- Notebook
- Magnetron
- Cassetterecorder
-enz.
Van apparaten zoals scheerapparaten en haardrogers is geen invloed te verwachten. Toch hangt de perfecte toestand van deze apparaten en hun kabels af van de beinvloeding. Lees ook de handleidingen van de betreffende fabrikanten.
Om de elektromagnetische storing te verminderen moet u rekenting honden met deze instructies:

Gebruik geen draagbare tv's of radio's in de directe buurt van uw Scooters zolang.Deze is ingeschakeld.

Gebruik geen intercom of GSM in de directe buurt van uw Scooters zolang deze is ingeschakeld.

Let in uw buurt op zendmasten en vermijd het gebruik van de Scooter in de omgeving van dergelijkke masten.

Wanner engewenste omgevingen of remmanoeuvres optreden, moet u de Scooter uitschakelen zodra u dit veilig kurz doeon.
RIJ-INSTRUCTIES
- INSTAPPEN
Wanner u de Scooter voor het eerst gebruikt, moet u ervoor zorgen dat u op een vlakke ondergrond staat. Alle wielen要去en de grond raken.
Steek de contactsleutel in en draai deze een kwartslag maar rechts (bij sommige modellen kan er ook een AAN/UIT-schakelaar zijn - controller dit in de betreffende handboeken). Controller of de motorkoppeling is ingeschakeld. Controller of de zitstoel op de juiste hoogte is ingesteld. Ga zitten en controller of beiden armsteunen voor de onderarmen�n vergrendeld of omlaaggeklapt en dat de stoel vergrendeld is in de rijpositie.
Draai nu de snelheidsregelaar in de laagste stand (linksom) of zet de AAN/UIT-schakelaar op AAN. Uw Scooter is nu maar voor gebruik.
- UITSTAPPEN
Voor u uitstapt, moet u de Scooter zo parkeren dat alle wielen tegelijk de grond raken.
Zet de contactsleutel op "UIT" (lampje gaat uit) of drukt op de AAN/UIT-schakelaar tot het ingebouwde lampje uitgaat.
PARKEREN
Wonneer uw Scooter uitgeschakeld is, kuren geen rij-opdrachten worden geveen. De elektromagnetische rem kan pas opnieuw worden uitgezet wonneer uw Scooter worden ingeschakeld. Parkeer uw Scooter alsijd op bewaakte parkeerplaatsen of op een goed zichbare plaats.
EERSTE RIT
Nadat uplaatsgenomen hebt op de Scooter en deze hebt gestart zoals hierboven beschreiben, neemt u met beiden handen het T-stuur vast aan de handgrepen. Plaats de duimen aan de gashendel en duw met de duim in de gewenste richting (bij deltasturen neemt u met beiden handen het smalste deel van het stuur vast en trekt u met de vingers of met slechts een vinger de snelheidshendel in de gewenste richting):
RECHTER HAND = VOORWAARTS RIJDEN
LINKER HAND = ACHTERWAARTS RIJDEN

Bij linkshandige Personen kan dit system omgekeerd zich.
Om te remmen LAST u de rijhendel los zodat deze in neutrale stand gaat. Uw Scooter remt zacht af en komt tot stilstand. Oefen het rijden en remmen zodat u het rijgedrag gewoon bent en leert inschatten hoe uw Scooter reageert.
Om een bocht te nemen draait u het stuur met beiden handen in de gewenste richting. De voorwielen draaien en bepalen de richting van uw Scooter. Let er bij bochten algijd op dat er voldoendeplaats is om de bocht te nemen. Smalle doorgangen要去 den worden genomen: rij eerst in een zo groot möglichke bocht maar de doorgang zodat u de smalle doorgang vrijwel recht kunt nemen. Denk erom dat uw Scooter achteraan meestal breder is dan vooraan.

Bij het rijden door bochten moet u uw snugelijk minderen.
Vermijd het schuin aanzetten van bochten. Door de bocht te "snijden" konnen de achechterwienen een hindernis raken en zo de stabiliteit van de Scooter in het gedrang brengen.

Maak u vertrouwd met de rijiegenschappen van de Scooter.
Houd steeds voldoende zichdelingse afstand tot hoeken en hindernissen.
- ACHTERWAARTS RIJDEN
Bij hetchterwaarts rijden (LINKER HAND) moet u goed opletten. De snugheid bij hetchterwaarts rijden ligt weliswaar lager dan bij het voorwaarts rijden, toch adviseren wij u om bij hetchterwaarts rijden de snugheidsregelaar op minimum te zetten.
Denk erom dat bij het achterwaarts rijden de stuurbewegingen omgekeerd worden uitgevoerd en dat uw Scooter meteen de in gewenste richting draait.

Maak u vertrouwd met de rijiegenschappen van de Scooter.
Bij het achterwaarts rijden algtd de laagste snelheid gebruiken.
Kijk bij het achterwaarts rijden algijd achterom.
HELLINGEN
Let er bij het oprijden van hellingen op dat de maximale stijgingshoek van uw Scooter nicht worden overschreden (zie „Technische gegevens" in de betreffende handleidingen).
Rijd algtdrecht op een helling en vermijd dat wielen loskomen van de grond (oprijden van hellingen, opritten, enz.) waar dat dan de Scooter kan kantelen. Omdat uw Scooter wordt aangedreven door een differentieel,要去en beiden aandrijfwienen steeds in contact blijven met de grond. Wanner een aandrijfwiel loskomt van de grond, is er om veiligheidsredenen geen krachtoverbrenging en kan de Scooter Niet verder rijden.
Wanner u op een helling stopt odomat u de gashendel loslaat, is uw Scooter beveiligd gegen onverhoeds wegrollen. Wanner de gashendel in neutrale stand staat, worden de motorrem geactiveerd.
Bij het verder rijden op de helling drukt u de gashendel zo ver möglichk, zodat de Scooter voldoende energie krijgt om verder te rijden. Uw Scooter zal de helling langzaam oprijden.
Wanner de snugheid niet hoo genoeg is om de helling te nemen, draait u de snugheidsregelaar hoger en probeert u opniew.

Maak u vertrouwd met de rijiegenschappen van de Scooter.
DALINGEN
Rij nooit op hellingen die uw Scooter Niet kan nemen. Let ook op de maximale hellingen die zich vermeld in de betreffende handleidingen.
Rij algtdrecht een helling op. Anders kuren wielen loskomen van de grond (gevaar voor Kantelen).
Wanneren een van de achterwienen loskomt, is er geen krachtoverbrengingeer en kan de Scooter
niet meer rijden.
Door het eigengewicht van de Scooter ligt de snugheid bij dalingen hoger. Zet de snugheidsregelaar op een lagere snugheid en pas uw snugheid aan de situatie aan.
Vermijd sterke bochten op dalende hellingen. Door het eigengewicht van de Scooter kan deze opzij loskomen van de grond en omvallen.

Maak u vertrouwd met de rijiegenschappen van de Scooter.
Vermijd scherpe bochten.
et op hellingen de Scooter nooit in vrijloop.
ONBEGAANBAARTERREIN
WanneruwScootervozienisvogebruikbuitenshuis,kanu hemoponbegaanbaarterreine gebruiken(gras,grind,kasseien,enz.).Houderwel rekeningmee dat op zand,modder,los grind,enz. de Scooter mindergood kan presteren en zelfs helemaal nichtmeer rijden.
Let ook op de "Technische gegevens" in de betreffende handleidingen. Wanner u nicht zeker bent dat uw Scooter een bepaald terrein aankan, dient u dit terrein te vermijden.
LADEN VAN DE BATTERIJEN
De lampjes in de stuurenheid gehen aan hoeveel capaciteit de batterijen nog hebben in rijdende toestand.
U moet de batterijen dagelijks laden. Wanneer u dit Niet doet, kan er vroegtijdige slijtage optreden bij uw batterijen. Indien de capacititeit van de batterijen te laag is, schakelt de Scooter zichzelfuit. U moet de Scooter meteen opladen met de bijgeleverde lader. Lees ook de instructies voor het laadapparaat indien die van toepassing+zijn.
- Zet/schakel de contactsleutel UIT en neem deze uit het contact.
- Draai de beschermklep van de laadbus (stuurkolom, bij UL7-4: batterijkit)
2a. Bij TE-777 NA / TE-787 NA: aansluiting laadstekker in het ladervak onder de zitting. - Steek de stekker van het laadapparaat in de laadbus van de Scooter.
- Steek de netstekker van het laadapparaat in het stopcontact. Zet de AAN/UIT-schakelaar van het laadapparaat aan (sommige modellen zichn Niet voorzien van een AAN/UIT-schakelaar - het laadapparaat worden ingeschakeld zodra de stekker in het stopcontact zit).
- Het laadapparaat begint nu te laden en de LED (groen) brandt als teken dat het apparaat bezig is met laden.
- Na het laden worden de LED blijvend groen. Dit betekent dat de batterijen volledig zijn geladen.
- Zet het laadapparaat uit (indien geen AAN/UIT-schakelaar: trek de stekker uit het stopcontact).
- Trek de stekker van het laadapparaat uit de laadbus van de Scooter. Uw Scooter is maar voor gebruik.
Trek/Schakel alsijd de contactsleutel uit wanner u de batterijen wilt laden.
Laad uw Scooter alleen zoals hier is beschreiben
De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade als gevolg van verkeerd laden.
Gebruik alleen originele batterijen. Voor schade die ontstaat door het gebruik van andere, Niet door ons geleverde batterijen, geldt de garantie nicht.
Stel de batterijen Niet bloot aan temperaturen onder 5^ Celsius en boven 50^ Celsius.
Wonneer de batterijen worden geopend, vervalt de aansprakelijkheid van de fabrikant en de garantie.
Wanner u uw Scooter gedurende langere tijd Niet gaat gebruiken, dient u deze toch nog geregeld aan te sluiten op het laadapparaat om de batterijen bij te laden en de Scooter bedrijfsklaar te honden.

Wanner de batterijen langere vrij nicht worden gebruikt, verliezen ze zich langzaam hun lading (diepontlading). Ze können dan eventuele nicht meer worden geladen met het bijgeleverde laadapparaat. Laad de batterijen minstens alle 4 weken op, ook wanner deze nicht worden gebruikt (afhankelijk van de aangeduide batterijstatus).

Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat.

De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade als gevolg van verkeerd laden.

In ieder geval mag de laadcyclus Niet worden onderbroken. Het laadapparaat geeft aan wonneer de laadcyclus is voltooid (zie ook de handleiding van het laadapparaat).
OPBERGEN VAN DE BATTERIJEN
Wanner u uw Scooter gedurende langere tijd Niet gebruikt, kan deze aangesloten blijven aan de lader. De lading worden automatisch geregold door de lader. Wanner u de batterijen wil demonteren en opbergen, dient u op het volgende te letten:
- Kabelaansluitingen van de batterijpolen loskoppelen.
- Minstens de pluspool dient te worden afgedekt met een poolkap.
- Controller dat bij het opbergen geen voorwerpenCUSSEN de polen kUnen komen (gevaar voor kortsluiting!).
- Bewaar de batterijen op een droge, geventileerde plaats met een temperatuur van 5^ tot +40^ (optimaal: +20^ ).
- Bescherm de contacten gegen corrosie.
- Beveilig de batterijen gegen diep ontladen (zie het hoofdstuk „Laden van de batterijen").
Voor meer informatie(Int)kunt u terecht bij de handelaar. Hij kan u ook更是 informatie given over het opbergen en onderhonden van de batterijen.

Wanner de batterijen nicht worden gebruikt, können diese diep worden ontladen.
THERMISCHE ZEKERING
Om de motor te beveiliggen gegen overbelasting is de Scooter voorzien van een thermische zekering die automatisch het vermogen maar de motor onderbreekt waar deze anders warm kan lopen en daardoor sneller verslijt of defecten optreden. U vindt de thermische zekering in de uitsparing van dechterste kunststof afdekking. Bij modellen zonder kunststof afdekking vindt u de thermische zekering aan het batterijvak.
De thermische zekering kan worden geactiveerd wanner stijgende of dalende hellingen worden bereden die de vermelde maximumwaarden overschrijden. Ook bij een nominale belasting die hoger is dan de maximum waarde kan de zekering doorslaan. Ook wonneur u probeert te rijden verwil de motorrem is geblokkeerd, kan de motor overbelast raken. De te respecteren waarden vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens" van de betreffende handleidingen.
Om de Scooter opniew in gebruik te nemen, lost u de betreffende overbelasting op en wacht u tot de motor is afgekoeld. Daarna drukt u de zekering voorzichtig in. Het systeme is nu waar maar voor gebruik.
ANTI-TIPPING
Bij enkele modellen is de anti-tipping standard verbonden met het frame. Dit systeem kan dus nicht worden verwijderd. De anti-tippingClient voor uwveiligheid en voorkomt dat uw Scooter bij het nemen vankleine hindernissen -lager dan de maximum hindernishoogte -aaracheren Kantelt.
Bij sommige modellen kan de anti-tipping worden verwijderd.
- Verwijder de veiligheidsbout voor de anti-tipping.
- Verwijder de anti-tipping.
- Plaats de veiligheidsbout wee in de openingsen van het frame zatat u deze Niet verliest.

Voor het monteren van de anti-tipping gaat u in omgekeerde volgorde te werk.
- Verwijder de veiligheidsbout.
Schuif de anti-tipping in de eindhoven van hetchyterste frame (zowel linker alsrechtacteripherframe) tot de gaten op elkaar passen.
- Draai de veiligheidsbout tot de aanslag vast.

Voor iedere rit要去 de anti-tipping zich gemonteerd.
U mag de anti-tipping nooit aan een kant tegelijk gebruiken.
TRANSPORT VAN DE SCOOTER
Voor het transporteren van de Scooter dient u op volgende punten te letten:
Voor het optillen dienen alle bewegende delen te worden gedemonteerd (korf, armsteunen, enz.). Wanner u de batterijen/het batterijvak verwijdert, is de stoelichter en kunt u deze gemakkelijk optillen.
Omdat gelbatterijen gesloten batterijsystemen zijn, kurz u deze voor het transport probleemloos verwijderen.

Til de Scooter uitsluitend op aan het vaste frame.

Om schade te vermijden dienen alle losse onderdelen tijdens het transport te zich verwijderd.
Bij het monteren dient u erop te letten dat alle bouten waar vast+zijn aangetrokken.

Tijdens het transport zou zich geen personen of voorwerpen onder de Scooter bevinden. Anders loopt u kans op letsels of schade aan de Scooter.

Tijdens het transport zou zich geen personen of voorwerpen op de voetensteun of de zitting bevinden.
TRANSPORT OP HELLINGEN
Wanner u voor het nemen van hindernissen een helling wenst te gebruiken, dient u rekening te honden met volgende tips.
Voor uw verdigeid dient u zich bij de fabrikant te informeren over de maximum belasting van de betreffende helling. Neem hellingen met de laagst maybe slelheid. Volg ook de aanwijzingen in het hoofdstuk "Eerste rit".
Wanner u door een begeleider wordt voortgeduwd, moet u er rekening mee honden dat door het hoge gewicht van de Elektro-Scooter zichl, de scooter gemakkelijker kan achechteruit rollen.

Let op de aangegeven Tmaxale belasting voor hellingen.
Voor letsels of schade aan de Scooter door de onoordeelkundige keuze van hellingen zich wij Niet aansprakelijk.
ONDERHOUD
Net zoals ieder ander technisch product heeft uw Elektro-Scooter onderhoud nodig. De volgende instructies beschrijven de maatregelen die u dient te nemen om lang te konnen genieten van uw Scooter.
- VOOR IEDERE RIT
Controleer de banden op zichtbare schade en/of verruiling. Verwijder het vuil. Dit kan immers de grip van de banden nadelig beinvloeden. Wanner een band is beschadigd, maar u deze best repareren door een erkende reparatiewerkplaats.
Controleer voor iedere rit of de motorrem goed werkt. Wanner deze rem Niet meer goed functioneert, vraagt u advies aan de vakhandelaar.
Controller of er voldoende lucht in de luchtbanden zit en pomp indien nodig lucht bij. Controller of alle schroefverbindingen goed+zijn aangehaald.
Controleer of de koppeling van de motor is ingeschakeld en zet de elektronica aan. De laadindicator geeft de resterende batterijcapaciteit weeR. Wanner de batterijen voldoende zich geladen voor de betreffende afstand, kut u de rit beginnen.
CA. ALLE 8 WEKEN
Afhankelijk van de regelmaat waarmeu u de scooter gebruikt, dient u volgende punten te controlleren:
- Vuil onder hetijkenste chassis (verwijder vuil grondig omdat ander corrosie kan optreden aan de connectoren).
- Vuil/corrosie aan de batterijpolen (houd de polen.altijd schoon odomat ander de batterij kan worden beschadigd).
Voor u de batterijpolen reinigt, dient u deleze uit de poolstekker te trekken.
A
Leg geen geleidende voorwerpen:tussen de batterijpolen!
- Schroefverbinding van bewegende, demonteerbare onderdelen
CA. ALLE 6 MAANDEN
Afnankelijk van de regelmaat waarmeu u de scooter gebruikt, dient u volgende punten te controlleren:
- Netheid
- Algemene toestand
-
Functie van de wielen Bij een te groote rolweerstand moeten de lagers van de stuurwienen worden gereinigd en要去 de bandendruk worden gecontroleerd..
-
Controller volgende smeerpunten (nasmeren nicht met smeermiddelen met vermeling WD40):
a) wielassen
b) wiellagers
c) alle bewegende onderdelen
INSPECTIE
In prince advisereren wij een Jaarlijkse inspectie en in ieder geval voor ieder nieuw gebruik. Deze inspectie mag uitsluitend door bevoegde personen worden uitgevoerd. Volgende controles dienen te worden uitgevoerd en gedocumenteerd:
- Controle van de bekabeling (vooral: knellen, afslijting, sneden, zichtbare isolatie van de binnenleidingen, zichtbare metaaldraden, knikpunten, uitbolling, kleurveranderingen van de buitenste laag, brosse punten)
- Visuele controle van het frame op plastische verrormingen en/of slijtage (basisframe, zittingframe, rugframe, zijpanelen, motorophanging)
- Elektrische leidingen veilig gelegd, zodat schuren, knellen en andere Mechanische belastingen onwaarschijnlijk zich.
- Visuele controle van alle behuizingen op schade. Schroeven moeten vast zitten, dichtingen mogen geen zichtbare schade vertonen.
- Meetproof van de aardleidingsweerstand (O) conform VDE 0702-1
- Meetproof van de doorlektroom (A) conform VDE 0702-1
- Meetproof van de isolatieweerstand (MO) conform VDE 0702-1
- Werking van de armsteunen (vergrendeling, belasting, verrorming, slijtage door belasting)
- Werking van de aandrijvingen (controle uitvoeren tijdens een testrit geluid,能力和 soepelheid, enz.. Indien nodig: Meten van het opgenomen vermogen, eerst zonder last, daarna met de nominale last, om zo eventuele slijtage van de motoren te kunnen meten via de opgenomen stroom en de waarden te kunnen vergelijkken met de waarden bij levering.
- Controle van de toestand van de batterijen, bekledingen, slangen, banden.
Meetcontroles mogen uitsluitend worden uitgevoerd door personen die minstens voor de Scooter zijn opgeleid en die minstens door een geschoold elektricien zijn onderwezen over de te gebruiken controlemiddelen en controprocedures. Alleen een geschoold elektricien mag de Scooter na de meetcontroles of het onderhoud vrijgeven voor gebruik.
Laat het onderhoud alleen in het serviceplan opnemen wanner minstens de hiervoor vermelde profielen zich gecontroleerd. Wanner uw vakhandelaar op uw vraag geen onderhoud uitvoert, neemt u best contact op met de fabrikant. Wij gezven ugraag het adres van een vakman in uw buurt.
De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade door onvoldoende of een gebrekkig onderhoud.
VERZORGING
Om uw Scooter er ook algtd verzorgd te latent uitzien, dient u de scooter regelmatig te verzorgen. Lees ook deze instructies:
BEKLEDINGEN
Reinig de bekledingen met warm water. Bij hardnekkige vlekken kut u de bekleding afwassen met een gangbaar fijnwasmiddel. Vlekken kut u verwijderen met een sponsje of een zachte borstel. De stoffen bekleding is afwasbaar. Gebruik hiervoor een gewoon fijnwasmiddel en een vochtige doeck.

Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals oplosmiddelen, of harde borstels.

Wijল Niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen.

Het gebruik van stoom- en hagedrukreinigers is verboden.
KUNSTSTOF ONDERDELEN
Behandel alle kunststof onderdelen van de Scooter met een gangbaar reinigingsmiddel voor kunststof. Lees ook de speciale productinformationie.
COATING
Door de hoogwaardige oppervlaktebehandeling is een optimale corrosiebescherming gegarandeerd. Wanner de coating door krassen is beschadigd, kut u dit repareren. Het regelmatig smeren van de bewegende delen zorgt ervoor dat uw Scooter lang meegaat. (smeermiddelen met vermeling WD40 zichn verboden).
Voor de verchroomde onderdelen volstaat meestal schoonwrijven met een droge doek. Matte plekken of moeilijk te verwijderen vuil kunt u het best verwijderen met een speciaal reinigingsmiddel voor chroom.
Hetlichtjesinstrijken van de verchroomde stalen onderdelen met vaseine voorkomt dat het chrom vroegtijdigmat worden.
Uw Scooter is ontworpen voor jarenlang gebruik. Daarom adviseren wij de Scooter iederJAar te latent inspecteren door de vakhandelaar. In het hoofdstuk "Serviceplan" kunt u deze inspecties latent documenteren.

De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade/letsels als gevolg van onzorgvuldige verzorging.
ELEKTRONICA
U mag de sturing alleen met een Licht vochtige doek en een Klein beetje allesreiniger. Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe schoonmaakproducten (metaalsponsjes, borstels, enz.). Deze krassen immers het oppervlak van de sturing.

Controleer regelmatig of de connectoren Niet zich gecorrodeerd of beschadigd, onward daardoor de goede werkung van de elektronica nadelig worden beinvloed.

Voor iedere onderhoudsbeurt要去en de batterijen worden verwijderd,ondat anders ongewild stroomvloei optreedt.
DESINFECTEREN
Wanner u uw Scooter wilt desinfectoren, moet u de instructies voor de betreffende desinfecteeroplossingen volgen.
Het desinfecteren mag alleen worden uitgevoerd door opgeleid personeel (sanitaire medewerker) waar dat zij opgeleid voor de werking van de desinfecteermiddelen en de invloed op het materiaal. In principe kan alleen een schuur-/wisdesinfectie worden gebruikt.
De elektronische elementen verdienen bijzondere aandacht damit deze vaak stekkers bevatten en dus moeten worden beschermd gegen binnendringend vocht. Ook de kabelstekkers要去en worden beschermd wegen binnendringend vocht.

Draag gespaste beschemkledij. Het desinfecteermiddel kan bij contact met de huid irritaties veroorzaken. Volg ook de aanwijzingen op de betreffende oplossingen.

Het gebruik door onbevoegde personen gebeurt op eigén risico.

De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade en letsels die het gevolg zijn van onoordeelkundig gebruik van de ontsmetting.
Voor meer informatie over desinfecteren neemt u best contact op met de vakhandelaar. Hij helpt u graag verder.
GARANTIE
Uittrekseluit de algemene verkoopsvooraarden:
(…)
- De verjaringstermijn voor garantieanspraken bedraagt 24 maanden op fabricage en constructiefouten uit gezonderd werkuren (batterijen 12 maanden).
(…)
Wij zich net aanssprakelijk voor schade die ontstaat door constructieve wijzigingen aan once producten, gebrekkig onderhoud, gebrekkige of onoordeelkundige behandeling of bewaring of gebruik van Niet-originele wisselstukken. De garantie op slijtagedelen die onderhevig zich aan een natuurlijke slijtage, is eveneens uitgesloten. (...)
SERVICEPLAN
Model/Type:
Serienummer:
De Scooter is gecontroleerd:
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
Stempel van de handelaar:
Datum :
België
N.V. Vermeiren N.V.
Vermeirenplein 1/15
B-2920 Kalmhout
Tel: +32(0)3 620 20 20
Fax: +32(0)3666 4894
website: www.vermeiren.be
e-mail: info@vermeiren.be
Frankrijk
Vermeiren France S.A.
Z. I., 5, Rue d'Ennevelin
F-59710 Avelin
Tel: +33(0)3 28 55 07 98
Fax:+33(0)320902889
website: www.vermeiren.fr
e-mail: info@vermeiren.fr
Italie
Realtime S.R.L.
Via Torino 5
I-20039 Varedo MI
Tel: +39 0362 55 49 50
Fax: +39 0362 54 30 91
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Tsjechi
Vermeiren CR S.R.O.
(aengeduid in de standard instelling (toestand bij levering))
| GEGEVENS/AFMETENGEN | Ceres 3 | Ceres 4 |
| Lengte | 127 cm | 131 cm |
| Breedte | 61 cm | 61 cm |
| Hoogte | 116 cm | 116 cm |
| Totaal gewicht | 92 kg | 94,7 kg |
| Motor | nom. 470 Watt | nom. 470 Watt |
| Batterijen | 36 Ah x 2 / 50 Ah x 2 | 36 Ah x 2 / 50 Ah x 2 |
| Laadapparaat | 4 Amp. (extern) | 4 Amp. (extern) |
| Draaicirkel | 975 mm | 1350 mm |
| Stuur | T-stuur | T-stuur |
| Bedrijfstemperatuur elektronica | -10°C tot +40°C | -10°C tot +40°C |
| Verlichting | Standaard | Standaard |
| Richtingaanwijzers | Standaard | Standaard |
| Voorwielen (aantal) | 100 x 260 mm (1) | 127 x 320 mm (2) |
| Achterwielen (aantal) | 127 x 320 mm (2) | 127 x 320 mm (2) |
| Max. snugheid | 9,6 km/u | 12 km/u |
| Autonomie | ca. 32-40 km | ca. 32-40 km |
| Nominale belasting (breeklast) | 135 kg | 135 kg |
| Max. helling | >8° | >8° |
| Bodemvrijheid | 10 cm | 10 cm |
| Anti-tipping | Standaard | Standaard |
| Spiegel | Optie | Optie |
| Boodschappenmandje | Standaard | Standaard |
** Actieradius gemeten onder ideale omstandigheden - Meettolerantie +/- 1,5 cm / kg / km/u° Alle gegevens haben betrekking op de toestand bij levering en optimale omstandigheden. Bij veranderingen van de buitentemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen, dalingen, ondergrond, batterijtoestand können de prestatieparameters beperkt zich.
STURING
Zet de sleutelschakelaar op AAN.
- De batterij-indicator geeft de lading van de batterijen wee.
Zet de snelheidsregelaar op de gewenste rijnselheid.
- Trek de rijhendel met de vingersaar de handgrepen, afhankelijk van de gewenste richting (voorwaarts ofchterwaarts).
- U hoor de claxon wanner u de drukknop activeert.
- Voor de verlichting (vooraan en achteraan) bedient u de drukknop (7).
- Voor de alarmknipperlichten bedient u de drukknop (6).
- Voor het activeren van de richtingaanwijzers drukt u de schakelaars (8-9) in de gewenste richting (links = linker richtingaanwijzer, rechts = rechtter richtingaanwijzer).










A
1 = Batterij-indicator
2 = Snelheidregelaar (traag)
3 = Snelheidregelaar (snel)
4 = Snelheidregelaar
5 = Claxon
6 = Alarmknipperlichten
7 = Verlichting
8 = Richtingaanwijzer (links)
9 = Richtingaanwijzer (rechts)
INSTellenEN VAN DE STUURKOLOM
- De stuurkolom kan in verschillende standen gezet worden voor een optimaal rijgenot.
Zet de draaiknop onderaan de stuurkolom los enplaats de stuurkolom in de gewenste positie.
Zet de stuurkolom nadien terug stevig vast.


De stuurkolom nooit verstellen verwijl u rijdt.
Zet de scooter uit voor u de verstellingen uitvoert.
VRIJLOOP
- Zet de hendel van de motorvergrendeling op vrijloop (zie marketing). Motor en aandrijving worden van elkaar gezheiden. U=kunt de Scooter nu duwen.
- Zet de hendel van de motorvergrendeling op rijden. Motor en aanrijving worden met elkaar verbonden. De Scooter kan nu alleen door de elektronica worden bestuurd.


De vrijloop nooit activeren verwijl u rijdt.

Het elektronisch rijden alleen met vergrendelde motor/aandrijving gebruiken odomat anders de motor warm loopt.
ZIT
Afneembare zit (afb. D)
Trek de zithendel (rood) maar boven.
Trek de zit maar boven uit.
Vergrendelen van de zit (afb. D)
Omde zit te monteren gaat u omgekeerd te werk.
- Plaats de zithouder op de zitgeleider en LAST de ze tot de aanslag latent zakken (dit gaat gemakkelijker wonneer u de zit Lichtjes heen en weer draait).
- Wanner de vergrendeling hoorbaar vastklikt, moet de zithendel (rood) horizontaal staan.
Wanner deze nog is aangetrokken, is de zit Niet goed vergrendeld.
Draaibare zit (afb. D)
- Trek de zithendel (rood) maar boven.
- Draai de zitting in de gewenste richting.
- Laat de zithendel los. De zitting worden telkens na 90^ vergrendeld.
Diepteverstelling (afb. D)
- Trek de hendel van de zitdiepteverstelling maar boven.
Schuif de zit maar voren ofaar achteren. - Laat de hendel los. De zitting worden telkens in de gewenste stand vergrendeld.

- Draai de bevestigingschroef van de zithoogteverstelling los.
- Verwijder de veiligheidsbout.
- Nu kunt u de zit hoger of lager instellen.
- Breng de veiligheidsbout waar aan en vergrendel deze door het oog over het bouteinde te hangen. Zo bent u zeker dat de bout veilig is aangebracht.
- Draai daarna de instelschroef voor de zithoogte met de hand goed vast.


De averstelling nooit uitvoeren terwijl u rijdt.
Controller of de zit stevig vast zit.
RUG
Opzij van de rugleuning (overgang waar de zitbekleding) is een kapheboom gemonteerd. Wanner u deze omlaag duwt, worden de rugleuning vrijgeveen en kan deze maar voren worden geklapt.
U kurz de rugleuning opdezelfde manier ook 30^ maar achefteren verstellen.

De zetel kan tevens 45^ tot 90^ gedraaid worden. Trek de hendel omhoog en draai de zetel in de gewenste positie. Laat de hendel los en draai tot de zetel zich opnieuw vergrendeld in de gewenste positie.
De zetel kann maar voor ofঀ aanacteren worden geschoven. Trek aan de hendel en schuif de zetel in de gewennen positie.
Hoofdsteun:
Duw de borgplaat lichtjes maar de hoofdsteun.
Zet de hoofdsteun in de gewenste stand.
- Laat de borgplaat waar los.
- De hoofdsteun klikt hoehaar vast.


De verstellingen nooit uitvoeren terwijl u rijdt.
ARMSTEUNEN
De breedte van de zetel kan worden aangepast door middel van de armsteunen.
Draai de knop achteraan los en schuif daarna de armsteunen buiten- of binnewaarts naargelang de verkozen bredte. Zet deze nadien terug stevig vast.

Trek de armsteun Niet te ver uit, zodate er voldoende plaats blijft om de borgschoef stevig en g vast te klemmen.

Deverstelling nooit uittvoeren terwijurijdt.
BANDEN WISSELEN
Wanner u de buitenbanden of binnenbanden wil wisselen, vindt u hieronder enkele tips:
Voor het verwijderen van de buitenband staat u eerst alle luchtuit de binnenband. Schuif een bandenlichter tussen de buitenband en de velg en duw de bandenlichter langzaam en voorzichtig aan onder. Daardoor wordt de buitenband over de velgrand getrokken. Wanner u dan met de bandenlichter langs de rand van de velg gaat, sprengt de buitenband uit de velg. De buitenband en de binnenband kannen nu gemakkelijk van de velg worden genomen.

Voor u de band verwijdert,要去 alle lucht uit de binnenband zich.

Bij oneigenlijk gebruik kan de velg worden beschadigd. Laat deze procedure bij voorkeuruitvoeren door een vakhandelaar.
Voor u een neue band monteert, dient u rekening te honden met het volgende:
Controleer het velgbed en de binnenkant van de band op vreemde voorwerpen en reinig indien nodig. Controleer de toestand van het velgbed, vooral in de buurt van de ventielopening. Gebruik alleen originele wisselstukken. De garantie geldt Niet voor schade die worden veroorzaakt door wisselstukken die geen originele wisselstukken�n. Neem contact op met de vakhandelaar.
Montage:

Leg de binnenband zonder lucht rond de velg. Let erop dat het ventiel door de ventielopening van de velg steekt.

Neem de buitenband en druk deze - beginnend awhile het ventiel - over de velgrand. Pomp de binnenband Lichtjes op tot hij een Ronde vorm aanneemt en leg deze in de band.

Wanner de binnenband rond zonder plooien in de buitenband ligt (als er plooien zich: een beetje lucht aflaten), dan monteert u de bovenkant van de band - te beginnen wegen het ventiel - voorzichtig met beiden handen op het ventiel.
Controleer rondon en aan beiden zijden of de binnenband Niet tussen de bandhiel en velg is geklemd. Schuif het ventiel Lichtjes terug en trek het weeur uit zodat de band goed is gespositioneerd in de buurt van het ventiel.
Om de band correct op te pompen pompt u eerst lucht tot de band nog goed met de duim kan worden ingedrukt. Wanner de controelijn aan weerszijden van de banddezelfde afstand tot de velgrand aangeeft, is de band correct gencentreerd. Wanner dit Niet het geval is, dient u de lucht wee af te latent en de band opniewuuit te lijnen. Pomp de band nu op tot de maximale bedrijfsdruk (let op de vuldruk!) en draai de kap op het ventiel.

Let erop dat bij de montage geen voorwerpen of lichaamsdelenussen de band en de velgrand gekneld raken. Dit kan immers schade en letsels veroorzaken.

Een correcte montage kan alleen worden gegarandeerd in de vakhandel. Bij werkzaamheden die Niet zich uitgevoerd door de vakhandel, vervalt de garantie.

Let bij het oppompen van de banden steeds op de correcte vuldruk. Deze waarde kunt u aflezen op de band.

Gebruik voor het oppompen uitsluitend geschikte pompen met een afleeesschaal in bar.
DEMONTAGE/MONTAGE
Naast de zitting en armsteunen kan ook het chassis worden gedemonteerd. Lees ook de volgende instructies:
Schakel de Scooteruit.
- Verwijder de zit (zie het hoofdstuk "Zit").
- Neem dechterste kunststof afdekking langs voorweg (bevestigd met klittenband).

Houd er rekening mee dat de kabels voor de verlichting achteraan aan de kunststof afdekking zich bevestigd. Trek de stekkers los voor u de kunststof afdekking volledig verwijdert.

- Maak alle batterijstekkers (niet de poolaansluitingen) en alle kabelverbindingen los.
Maak de klittenband los waarmee de batterijen zijn bevestigd. - Verwijder de batterijen.
Het volgende schema toont u de verbinding:tussen het chassis vooraan en achteraan (afb. K):
- Verwijder de veiligheidsbout.
Maak het voor- en中断frame van elkaar los.
Voor het monteren dient u deze instructies te volgen (afb. K):
Schuif de steunen van het voor- en awhile zo in elkaar dat de openingsen van de veiligheidsbout overeenkomen.
- Steek de veiligheidsbout tot de aanslag door de openingsen van de steunen.
Maak alle kabelstekkers tussen het voor- en awhile vast (stekkers metdezelfde kleur horen samen).
- Plaats de batterijen en sluit de batterijstekkers aan (stekkers metdezelfde kleur horen samen, afb. J).
- Zet de batterijen vast met klittenband zodate de batterijen ook tijdens het rijden Niet konnen bewegen.


Zet de Scooter voor het demoneren algijduit.

Let er bij het monteren/demonteren op dat u geen kabels knelt.
Deze lijst kan u helpen bij het oplossen van problemen met uw Scooter.
STORINGOPLOSSEN
| Storing | Oorzaak |
| Na het starten rijdt de Scooter Niet. Geen batterij-indicatie. | • Sleutel Niet ingestoken/ingschakeld. • Batterijstekkers Niet aangesloten (batterijen gehenben geen contact). • Thermische zekering gesprongen. • Batterijen defect (diep ontladen). • Bedieningseenheid defect. • Elektronicabox defect. • Kabelboom defect. |
| Na het starten rijdt de Scooter Niet. Batterij-indicator geeft te weinig capaciteit aan. | • Motor/aandrijving in vrijloop. • Potentiometer van de rijtoets defect/los. • Magneetrem defect. • Motor defect. • Elektronicabox defect |
| Thermische zekering gesprongen. | • Motor worden overbelast (zie „Technische gegevens"). • Thermische zekering defect. |
| Batterijen können nicht worden geladen. | • Batterijen Niet correct aangesloten. • AAN/UIT-schakelaar van het batterijvak Niet ingeschakeld. • Laadbus defect. • Verkeerd laadapparaat. • Laadapparaat defect. |
VERMEIREN
Ceres 3 / Ceres 4
INSTRUCTION MANUAL
MODED'EMPLOI
GEBRUIKSAANWIJZING
GEBRAUCHSANWEISUNG
ISTRUZIONI PER L'USO
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Repubblica Ceca
Vermeiren CR S.R.O.
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Republica Checa
Vermeiren CR S.R.O.
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 2536424
Fax: +31(0)33 2536517
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Czech Republic
Vermeiren CR S.R.O.