Carpo 3 Limited - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Carpo 3 Limited Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Carpo 3 Limited Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Carpo 3 Limited - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Carpo 3 Limited van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Carpo 3 Limited Vermeiren
Nl Instructies voor de vakhandelaar
Deze handleiding is deel van het product en dient bijijdere product te worden geleverd.
Versie:D,2017-03
Alle rechten, inclusief vertaling, voorbehonden.
Niets uit deze handleiding mag geheel of geedeeltelijk in enige vorm (druk, fotokopie, microfilm of ieder ander proceede) zonder de schriftelijke toeling van de uitgever worden gereprodued er of met behulp van elektronische systemen worden verwerkt, gekopieerd of verspreid.
© Vermeiren GROUP 2017
Algemene instructies 2
Toepassingsgebied / Oneigenlijk gebruik 2
Voor uwveiligheid 3
EMV-instructies 4
Rij-instructions 5
- Instappen 5
Uitstappen 5
Parkeren. 5
Eerste rit. 5
-
Achteruitrijden 6
-
Hellingen 6
Dalingen 6
- Onbegaanbaar terrein 6
Laden van de batterijen 7
Vervangen van de batterijen 8
Opbergen van de batterijen 8
Thermische zekering 8
Anti-tipping 9
Transport van de scooter. 9
Transport op hellingen 9
Onderhoud. 9
Verklaring van overeenstemming 10
Clusteromschrijvingen 10
VOORWOORD
We willen u danken voor het vertrouwen dat u in onsze producten stelt.
De levensduur van het product hangt in sterke mate af van de zorg waarmee u de rolstoel behandelt. Deze handleiding maakt u vertrouwd met de bediening van uw Scooter. In dit document vindt u ook enkele onderhoudsadviezen zodat uw Scooter lang meegaat.
Deze handeiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeire behoudt zich echter hetrecht voor om wijzigingen door te voeren zonder verplicht te zijn voordien geleverde modellen aan te passen of te verrangen.
Houd er rekening mee dat bij het naleven van onsze adviezen uw Scooter ook na jaren gebruik nog in perfecte staat is en perfect functioneert.
Als u nog vragen hebt, neemt u best contact op met uw vakhandelaar.
ALGEMENE INSTRUCTIES
De Elektro-Scooters zijn ontworpen voor gebruik buitenshuis. Enkele modellen zijnECHTER zo ontworpen dat ze ook binnenschuis konnen worden gebruikt. Men moet erECHTER voor zorgen dat er voldoende ruimte is om de scooter te draaien en te gebruiken.
Wanner u de Scooter op straat of op wandelpaden wilt gebruiken, dient u erop te letten dat u de geldende wettelijk bepalingen naleeft.
Voor de modellen met een maximale snelheid van 6km / u heeft u geen rijbewijs nodig en hoeft u ook geen verzekering af te sluiten. Om verschillende redenen adviseren wij beschter toch een verzekering af te sluiten.
Voor de modellen met een snelheid van meer dan 6km / u hebt u wel een verzekering, maar geen rijbewijs nodig. Bij deze modellen worden een toelating tot het verkeer afgeleverd die u aan de verzekeringsmaatschappij moet overhandigen.
Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat.
We wilien er uw aandacht op vestigen dat elektromagnetische storingen (b.v. door GSM, enz.) kunnen wordenveroorzaakt en dat de elektronica van de Scooter zelf storingen bij andere elektrische apparaten kanverozaken.
Ook wanner de handelaar u de bedieningselementen van uw Scooter en hoe u ermee dient om te gaan hebdt uitgelegd, moet u de volgende pagina's toch aandachtig lezen.
Technische wijzigingen voorbehonden. Onze algemene voorwaarden zijn van toepassing.
TOEPASSINGSGEBIED / ONEIGENLIJK GEBRUIK
De Elektro-Scooters dienen voor het comfortabel vervoeren van personen. Het aantal zitplaatsen bepaalt dus hoeveel personen kannen worden vervoerd. De Scooter mag Niet worden gebruikt voor het vervoeren van voorwerpen of van kinderenjonger dan 12aar. Modellen met een maximumsnelheid van meer dan 6km / u mogen Niet worden gebruikt door personen diejonger zich dan 16aar.
De Scooter mag nicht worden gebruikt als drager voor personen en voorwerpen of als opstapje.
De Scooter mag ook Niet worden gebruikt door personen die door duidelijke lichamelijke of mentale beperkingen Niet in staat zich de Scooter veilig te gebruiken in het verkeer.
Dergelijk beperkingen können veroorzaakt zijn door:
- Verlammingen aan een Kant of dwarfsaesie
Verlies van ledematen (armamputatie)
Defect of vervorming van de ledematen (wanner de beweging en evenwichtsfunctie beperkt is)
Contracteur of schade aan de gewrichten (wanner de beweging en evenwichtsfunctie beperkt is)
Evenwichtsstoornissen of cachexie
Dementie
- Trauma's met invloed op de cerebrale cortex
Bij het gebruik van een Elektro-Scooter要去 eveneens rekening worden gehonden met
- lichaamsgroote en lichaamsgewicht
- fysielse en psychische gesteldheid
- woonomgeving en
omgeving
De Elektro-Scooter is in principe bedoeld voor gebruik op wandelpaden. Alleen de modellen met een toelating tot het verkeer (snelheid hoger dan 6km / u ) mooten op wegen binnen debebouwde kom worden gezruikt. Het rijden op snelwegen en autosnelwegen is in ieder geval verboden.
De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade als gevolg van oneigenlijk gebruik.
VOOR UW VEILIGHEID

Het meenemen van extra personen is verboden.
Zet de startsleutel eerst uit voor u in- of uitsapt, voor u uw Scooter demonteert of wil transporteren.
Wanner de stoei wordt getransporteerd, mogen geen personen worden vervoerd.
Onderzoek het effect van een veranderd zwaartepunt op het gedrag van de Scooter (b.v. hellingen, zijdelingse hellingen of hindernissen).
Let er bij het opnemen van voorwerpen die zich voor, opzij of acheer de Scooter bevinden, op dat u Niet te ver uit de Scooter leunt. Anders kan deze kantelen.
Zet op hellingen de Scooter nooit in vrijloop.

Rijd nooit achefterwaarts op een helling.
Verminder uw slelheid wonneer u een bocht neemt.
Neem tijdens het rijden het stuur met beiden handen vast.
Laat uw benen/voeten tijdens de rit op de speciale steunen.
U gebrukt de Scooter beter nicht als het regent.
Wanner u de Scooter buiten parkeert of bewaart, moet u een afdekkap gebruiken die uw Scooter beschermt gegen vocht.
Bij een erg hoge luchtvochtigheid en kou kan het gebeuren dat de Scooter minder goed presteert.
Gebruik uw Scooter alleen voor de beschreven doeleinden. Vermijd b.v. om zonder remmen谈起en een hindernis (stoeprand, stootsteen) of van treden te rijden.
Denk erom dat u op de openbare weg de verkeersregels dient na te leven. Houd ook rekening met de andere wegbruikers.
Net zoals voor andere voertuigen geldt dat u de Scooter Niet mag gebruiken onder invloed van alcohol of geneesmiddelen. Dit geldt ook voor verplaatsingen binnenshuis.
Pas uw rijstijl bij ritten buiten de woning aan aan het weer en het verkeer.
Zorg ervoor dat u in het donker goed zichtaar bent. Draag lichte kleding of kleding met reflectoren en zorg ervoor dat de reflectoren op de Scooter goed zichtaar zijn.
Controleer of de verlichting van uw Scooter Niet door vuil of voorwerpen is afgedekt.
Uw Scooter mag nicht worden gebruikt als zitplaats in een personenwagen of andere voertuigen.
Let erop dat de banden voldoende profiel hebben.
Let op met brandende voorwerpen, zoals sigaretten. De rug- en zitbekleding konnen vuur vatten.
Let erop dat de maximale belasting nicht worden overschreten.
Zorg ervoor dat luchtbanden voldoende bandendruk hebben (de juiste waarden staan vermeld op de banden).
Wij raden aan om geen stekkerdozen of verlengsnoeren te gebruiken. Gebruik de batterijladerrechtstreeks op het stopcontact. Wij raden aan om geen stopcontacten met een tijdsschakelaar te gebruiken.
EMV-INSTRUCTIES
Elektromagnetische velden können de werkig van de stuurelektronica storen. Mogelijk gevolgen bijn:
- loszetten van de motorrem
- zichs de Scooter
- ongewenste sturbewegingen
Bij erg sterke of voortdurend storende velden kan de elektronica volledig worden gestoord en onherroepelijk worden beschadigd.
Mogelijkste stoorbronnen zijn:
- draagbare zend- en ontvangstinstallaties (zender en ontvanger met gemonteerde antennne)
intercom
GSM/draadloze telefoon - draagbare tv-, radio- en navigatiesystemen
-
andere persoonlijke zendapparatuur
-
mobielen middenbereik zend- en ontvangstinstallaties (antenne buiten het voertuig)
- intercom (vast gemonteerd)
- Handsfree-installations (vast gemonteerd)
- Radio-, tv- en navigatiesystemen (vast gemonteerd)
- zend- en ontvangstinstallaties voor lange afstand
- radio- en tv-torens
- installations van radiozendamateurs
- Andere huishoudelijkke apparaten
- CD-speler
Notebook - Magnetron
Cassetterecorder - enz.
Van apparaten zoals scheerapparaten en haardrogers is geen invloed te verwachten. Toch hangt de perfecte toestand van deze apparaten en hun kabels af van de beinvloeding. Lees ook de handleidingen van de betreffende fabrikanten.
Om de elektromagnetische storing te verminderen moet u rekening honden met deze instructies:
Gebruik geen draagbare tv's of radio's in de directe buurt van uw Scooters zolang deze is ingeschakeld.
Gebruik geen intercom of GSM in de directe buurt van uw Scooters zolang deze is ingeschakeld.
Let in uw buurt op zendmasten en vermijd het gebruik van de Scooter in de omgeving van dergelijke masten.
Wanner engewenste omgevingen of remmanoeuvres optreden, moet u de Scooter uitschakelen zodia u dit veilig kurz doen.
RIJ-INSTRUCTIES
- INSTAPPEN
Wanneer u de Scooter voor het eerst gebruikt, moet u ervoor zorgen dat u op een vlakke ondergrond staat. Alle wielen要去en de grond raken.
Steek de contactsleutel in en draai deze een kwartslag waar rechts (bij sommige modellen kan er ook een AAN/UIT-schakelaar zijn - controllerer dit in de betreffende handboeken). Controller of de motorkoppeling is ingeschakeld. Controller of de zitstoel op de juiste hoogte is ingesteld. Ga zitten en controllerer of beiden armsteunen voor de onderarmen�n vergrendeld of omlaaggeklapt en dat de stoel vergrendeld is in de rijpositie.
Draai nu de snelheidsregelaar in de laagste stand (linksom) of zet de AAN/UIT-schakelaar op AAN. Uw Scooter is nu klaar voor gebruik.
UITSTAPPEN
Voor u uitstapt, moet u de Scooter zo parkeren dat alle wielen tegelijk de grond raken.
Zet de contactsleutel op "UIT" (lampje gaat uit) of druk op de AAN/UIT-schakelaar tot het ingebouwde lampje uitgaat.
PARKEREN
Wanneer uw Scooter uitgeschakeld is, kuren geen rij-opdrachten worden gegeven. De elektromagnetische rem kan pas opnieuw worden uitgezet wonneer uw Scooter worden ingeschakeld. Parkeer uw Scooter.altijd op bewaakte parkeerplaatsen of op een goed zichbare plaats.
EERSTE RIT
Nadat uplaatsgenomen hebt op de Scooter en deze hebt gestart zoals hierboven beschreiben, neemt u met beiden handen het T-stuur vast aan de handgrepen. Plaats de duimen aan de gashendel (bij deltasturen neemt u met beiden handen het smalste deel van het stuur vast) en trekt u met de vingers of met slechts een vinger de snugheidshendel in de gewenste richting:
RECHTER HAND = VOORWAARTS RIJDEN
LINKER HAND = ACHTERWAARTS RIJDEN
Om te remmen laat u de rijhendel los zodat.Deze in neutrale stand gaat. Uw Scooter remt zacht af enkomt tot stilstand.Oefen het rijden en remmen zodat u het rijgedrag gewoon bent en leert inschattenhoe uw Scooter reageert.
Om een bocht te nemen draait u het stuur met beiden handen in de gewenste richting. De voorwieln draaien en bepalen de richting van uw Scooter. Let er bij bochten altijd op dat er voldoendeplaats is om de bocht te nemen. Smalle doorgangen要去z worden genomen: rij eerst in een zo groot可想而知 bocht maar de doorgang zodat u de smalle doorgang vrijwel recht kunt nemen. Denk erom dat uw Scooter achefteraan meestal breder is dan vooraan.

Bij het rijden door bochten moet u uw snugelijk minderen.
Vermijd het schuin aanzetten van bochten. Door de bocht te "snijden" konnen de achechterwienen een hindernis raken en zo de stabiliteit van de Scooter in het gedrang brengen.

Maak u vertrouwd met de rijiegenschappen van de Scooter.

Houd steeds voldoende zijdelingse afstand tot hoeken en hindernissen.
- ACHTERUITRIJDEN
Bij het achterwaarts rijden (LINKER HAND) moet u goed opletten. De snugheid bij het achterwaarts rijden ligt weliswaar lager dan bij het voorwaarts rijden, toch adviseren wij u om bij het achterwaarts rijden de snugheidsregelaar op minimum te zetten.
Denk erom dat bij het achefterwaarts rijden de sturbewegingen omgekeerd worden uitgevoerd en dat uw Scooter meteen de in gewenste richting draait.

Maak u vertrouwd met de rijeigenschappen van de Scooter.

Bij het achterwaarts rijden algtd de laagste snelheid gebruiken.

Kijk bij het achefterwaarts rijden algijd achterom.
HELLINGEN
Let er bij het oprijden van hellingen op dat de maximale stijgingshoek van uw Scooter nicht worden overschreden (zie „Technische geevens" in de betreffende handleidingen).
Rijd algidrecht op een helling en vermijd dat wielen loskomen van de grond (oprijden van hellingen, opritten, enz.) omdat dan de Scooter kan kantelen. Omdat uw Scooter wordt aangedreven door een differentieel, moeten beiden aandrijfwienen steeds in contact blijven met de grond. Wanner een aandrijfielloskomt van de grond, is er om veiligheidsredenen geen krachtoverbrenging en kan de Scooter Niet verder rijden.
Wanner u op een helling stopt odomat u de gashendel loslaat, is uw Scooter beveiligd gegen onverhoeds wegrollen. Wanner de gashendel in neutrale stand staat, worden de motorrem geactiveerd.
Bij het verder rijden op de helling drukt u de gashendel zo ver möglichk, zodat de Scooter voldoende energie krijt om verder te rijden. Uw Scooter zal de helling langzaam oprijden.
Wanner de snelheid Niet hoog genoeg is om de helling te nemen, draait u de snelheidsregelaar hoger en probeert u opnieuw.

Maak u vertrouwd met de rijeigenschappen van de Scooter.

Zet op hellingen de Scooter nooit in vrijloop.
DALINGEN
Rij nooit op hellingen die uw Scooter Niet kan nemen. Let ook op de maximale hellingen die zich vermeld in de betreffende handleidingen.
Rij algidrecht een helling op. Anders kuren wielen loskomen van de grond (gevaar voor kantelen). Wanner een van de achterwielen loskomt, is er geen krachtoverbrengingeer en kan de Scooter nietmeer rijden.
Door het eigen gewicht van de Scooter ligt de slelheid bij dalingen hoger. Zet de snelheidsregelaar op een lagere slelheid en pas uw slelheid aan de situatie aan.
Vermijd sterke bochten op dalende hellingen. Door het eigengewicht van de Scooter kan deze opzij loskomen van de grond en omvallen.

Maak u vertrouwd met de rijeigenschappen van de Scooter.

Vermijd scherpe bochten.

Zet op hellingen de Scooter nooit in vrijloop.
ONBEGAANBAARTERREIN
Wonneer uw Scooter voorzien is voor gebruik buitenshuis, kan u hem op onbegaanbaar terrein gebruiken (gras, grind, kasseien, enz.). Houd er wel rekening mee dat op zand, modder, los grind, enz. de Scooter minder goed kan presteren en zelfs helemaal Nieteer rijden.
Let ook op de "Technische gegevens" in de betreffende handleidingen. Wanner u nicht zeker bent dat uw Scooter een bepaald terrein aankan, dient u dit terrein te vermijden.
LADEN VAN DE BATTERIJEN
De lampjes in de stuurenheid gehen aan hoeveel capaciteit de batterijen nog hebben.
U要去 de batterijen dagelijks laden. Als U dit Niet doet en gewoon verder blijt rijden, za de prestatie van de scooter aanzienlijk dalen (bergop, bochten, onvoldoende verlichting). Als U dele se signalen ook negeert, za uw scooter zichzelf uitschakelen. U要去 nu de scooter meteen opladen met de bijgeleverde lader. Houd alstublieft ook rekening met de bijgevoegde werkingsinstructies.
- Zet de contactsleutel UIT en neemudeau uit het contact.
- Draai de beschermklep van de laadbus (stuurkolom, bij UL7-4: batterijkit)
2a. Bij TE-777 NA / TE-787 NA: aansluiting laadstekker in het ladervak onder de zitting. - Steek de stekker van het laadapparaat in de laadbus van de Scooter.
- Steek de netstekker van het laadapparaat in het stopcontact. Zet de AAN/UIT-schakelaar van het laadapparaat aan (sommige modellen zichn Niet voorzien van een AAN/UIT-schakelaar - het laadapparaat worden ingeschakeld zodra de stekker in het stopcontact zit).
- Het laadapparaat begint nu te laden en de LED (orange) brandt als teken dat het apparaat bezig is met laden.
- Na het laden worden de LED (orange) groen. Dit betekent dat de batterijen volledig zijn geladen.
- Zet het laadapparaat UIT (indien geen AAN/UIT-schakelaar: trek de stekkeruit het stopcontact).
- Trek de stekker van het laadapparaat uit de laadbus van de Scooter. Uw Scooter is maar voor gebruik.
Trek altijd de contactsleutel uit wanner u de batterijen wilt laden.
Laad uw Scooter alleen zoals hier is beschreiben. Wanner u de batterijen te vroeg laadt, verliezen de batterijen hun capaciteit en verliest uw Scooter na een tijdje zich bereik.
! De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade als gevolg van verkeerd laden.
Gebruik alleen originele batterijen. Voor schade die ontstaat door het gebruik van andere, nicht door ons geleverde batterijen, geldt de garantie Niet.
Stel de batterijen Niet bloot aan temperaturen onder 5^ Celsius en boven 50^ Celsius.
Wanner de batterijen worden geopend, vervalt de aansprakelijkheid van de fabrikant en de garantie.
Wanner u uw Scooter gedurende langere tijd Niet gaat gebruiken, dient u deze toch nog geregeld aan te sluiten op het laadapparaat om de batterijen bij te laden en de Scooter bedrijfsklaar te honden.
Wanner de batterijen langere tijd Niet worden gebruikt, verliezen ze zich langzaam hun lading (diepontlading). Ze kannen dan eventueel Niet meer worden geladen met het bijgeleverde laadapparaat. Laad de batterijen minstens alle 4-8 weken op, ook wanner deze Niet worden gebruikt (afhankelijk van de aangeduide batterijstatus).
Hou er rekening mee dat wanneer u de batterijen te vroeg bijlaadt, deze na verloop van tijd hun capacititeit onherroepelijk verliezen.
Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat.
De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade als gevolg van verkeerd laden.
In ieder geval mag de laadcyclus Niet worden onderbroken. Het laadapparaat geeft aan wanner de laadcyclus is voltooid (zie ook de handleiding van het laadapparaat).
VERVANGEN VAN DE BATTERIJEN
Kans op brandwonden - Kom Niet in contact met de zuren van de batterijen. Zorg voor een goede ventilatie van de batterijhouser.
Vervang beiden batterijen gliktijdig en Niet enkel een batterij.
Vervang de batterijen van Uw elektrische rolstoel, scooter door hetzelfde type batterijen (Type: "AGM-Geabsorbeerde glasmat" batterijen).
De meegeleverde batterijlader werkt enkel met AGM batterijen.
Als U andere batterij types gebruikt verrang dan eveneens de batterijlader. Bij het gebruik van slechte batterijen, batterijladers vervalt de garantie. Contacteer devakhandelaar voor andere batterijen, laders in geval van onzekerheid.
Laat de batterijen verrangen door waarvoor opgeleid personeel. Om Uw batterijen te verrangen, stuart U Uw elektrische rolstoel terug maar de vakhandelaar.
OPBERGEN VAN DE BATTERIJEN
Wanner u uw Scooter gedurende langere tijd Niet gebruikt, kan deze aangesloten blijven aan de lader. De lading worden automatisch geregold door de lader. Wanner u de batterijen wil demonteren en opbergen, dient u op het volgende te letten:
- Kabelaansluitingen van de batterijpolen loskoppelen.
- Minstens de pluspool dient te worden afgedekt met een poolkap.
- ControllerDat bij het opbergen geen voorwerpen tussen de polen kuren komen (gevaar voor kortsluiting!).
- Bewaar de batterijen op een droge, geventileerde plaats met een temperatuur van 5^ tot +40^ (optimaal: +20^ ).
- Bescherm de contacten gegen corrosie.
- Beveilig de batterijen wegen diep ontladen (zie het hoofdstuk „Laden van de batterijen").
Voor meer informatatie(Int)kunt u terecht bij de handelaar. Hij kan u ook更是 informatie given over het opbergen en onderhonden van de batterijen.

Wanner de batterijen nicht worden gebruikt, können diese diep worden ontladen.
THERMISCHE ZEKERING
Om de motor te beveiliggen gegen overbelasting is de Scooter voorzien van een thermische zekering die automatisch het vermogenaar de motor onderbreekt omdat deze anders warm kan lopen en daardoor sneller verslijt of defecten optreden. U vindt de thermische zekering in de uitsparing van dechterste kunststof afdekking. Bij modellen zonder kunststof afdekking vindt u de thermische zekering aan het batterijvak.
De thermische zekering kan worden geactiveerd wanner stijgende of dalende hellingen worden bereden die de vermelde maximumwaarden overschrijden. Ook bij een nominale belasting die hoger is dan de maximum waarde kan de zekering doorslaan. Ook wanner u probeert te rijden verwil de motorrem is geblokkeerd, kan de motor overbelast raken. De te respecteren waarden vindt u in het hoofdstuk "Technische geevens" van de betreffende handleidingen.
Om de Scooter opniew in gebruik te nemen, lost u de betreffende overbelasting op en wacht u tot de motor is afgekoeld. Daarna drukt u de zekering voorzichtig in. Het system is nu wee maar voor gebruik.
ANTI-TIPPING

De anti-tipping is standard verbonden met het frame. Het is Niet möglich om deze anti-tipping te verwijderen. De anti-tipping dient voor Uw verilgheid en voorkomt dat Uw scooter bij het nemen vankleine hindernissen -lager dan de maximum hindernis hoogte -aar achteren Kantelt.
TRANSPORT VAN DE SCOOTER
Voor het transporteren van de Scooter dient u op volgende punten te letten:
Voor het optillen dienen alle bewegende delen te worden gedemonteerd (korf, armsteunen, enz.). Wanner u de batterijen/het batterijvak verwijdert, is de stoelichter en kunt u deze gemakkelijker optillen.
Omdat gelbatterijen gesloten batterijsystemen zijn, kurz u deze voor het transport probleemloos verwijderen.

Til de Scooter uitsluitend op aan het vaste frame.

Om schade te vermijden dienen alle losse onderdelen tijdens het transport te zich verwijderd.

Bij het monteren dient u erop te letten dat alle bouteen waar vast+zijn aangetrokken.

Tijdens het transport mogen zich geen personen of voorwerpen onder de Scooter bevinden. Anders loopt u kans op letsels of schade aan de Scooter.

Tijdens het transport月至gen zich geen personen of voorwerpen op de voetensteun of de zitting bevinden.
TRANSPORT OP HELLINGEN
Wanner u voor het nemen van hindernissen een helling wenst te gebruiken, dient u rekening te honden met volgende tips.
Voor uw veiligheid dient u zich bij de fabrikant te informeren over de maximum belasting van de betreffende helling. Neem hellingen met de laagst möglichke snelheid. Volg ook de aanwijzingen in het hoofdstuk "Eerste rit".
Wanner u door een begeleider wordt voortgeduwd, moet u er rekening mee honden dat door het hoge gewicht van de Elektro-Scooter zich, de rolstoel gemakkelijker kan anschueruit rollen.

Let op de aangegeven Tmaxale belasting voor hellingen.

Voor letsels of schade aan de Scooter door de onoordeelkundige keuze van hellingen zich wij Niet aansprakelijk.
ONDERHOUD
Voor de onderhoudshandleiding van de scooters kan U de website van Vermeiren raadplegen: www.vermeiren.be, www.vermeiren.nl.
VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
De fabrikant of zich gevolmachtigde vertegenwoordiger :
VERMEIREN GROUP
Adres :
Vermeirenplein 1/15
2920 Kalmthout
Belgie
verklaart geheel onder zijn eigenverantwoordelijkheid, dat de CE gemarkeerde hulpmiddelen :
Productgroup: Scooters
Productgroep (GMDN): Rolstoel, bestuurd door begeleider / bestuurdier, elektrische aandrijving / manuele besturing, opvouwbaar (GMDN 40855)
Merk : Vermeiren
zijn geklassificiered als klassie I, volgens bijlage IX MDD 93/42/EEG, regel 12, en vervaardigd waar in volledige overeenstemming met de onderstaande Europese richtlijnen - inclusief de LASTe wijzigingen - en met de nationale wet, die deze richtlijnen organiseert :
Medische hulpmiddelen richtlijn MDD 93/42/EEG:2007
en in overeenstemming zich met de relevante Europese geharmoniseerde normen :
EN 12182: 2012, EN 12184: 1999 (Clausule 9.8), IEC 61000-4-2: 2001, IEC 61000-4-3: 2006, EN 55022: 2006
CLUSTEROMSCHRIJVINGEN
De Carpo 3 en Carpo 4 voldoen voor:

Scooter Buiten
SC
Scooter bedoeld voor gebruik buiten over langere afstand. De zit is verdraaibaar en de armsteunen+kennen door de gebruikeraar boven geklapt worden voor een zijdelingse transfer.
De scooter is verkleinbaar, zodat deze kan worden meegenomen.
Handleiding

Carpo 3

Carpo 4

TECHNISCHE GEGEVENS
(aengeduid in de standard instelling (toestand bij levering))
| GEGEVENS/AFMETENGEN | Carpo 3 Carpo 4 | Carpo XD | |
| Lengte 1400 mm 1450 mm 1450 mm | |||
| Breedte 660 mm 660 mm 660 mm | |||
| Hoopte 1350 mm 1350 mm 1350 mm | |||
| Totaal gewicht 127 kg | 131 kg | 131 kg | |
| Motor | nom. 750 Watt | nom. 750 Watt | nom. 750 Watt |
| Batterijen | 2 x Gel 12 V / 75 Ah | 2 x Gel 12 V / 75 Ah | 2 x Gel 12 V / 75 Ah |
| Laadapparaat | 8 Amp. (extern) | 8 Amp. (extern) | 8 Amp. (extern) |
| Draaicirkel | 3030 mm 3160 mm | 3160 mm | |
| Stuur | Deltastuur | Deltastuur | Deltastuur |
| Bedrijsttemperatuurenlektronica | -10°C tot +40°C | -10°C tot +40°C | -10°C tot +40°C |
| Verlichting | Standaard | Standaard | Standaard |
| Richtingaanwijzers | Standaard | Standaard | Standaard |
| Voorwieten (aantal) | 13" lucht (1) | 14" lucht (2) | 14" lucht (2) |
| Achterwieten (aantal) | 14" lucht (2) | 14" lucht (2) | 14" lucht (2) |
| Max. druk | 2 - 2,5 bar (max. 3,5 bar) | 2 - 2,5 bar (max. 3,5 bar) | 2 - 2,5 bar (max. 3,5 bar) |
| Max. snelheid 15 km/u | 15 km/u | 13 km/u | |
| Autonomie** | ca. 45 km | ca. 45 km | ca. 22 km |
| Nominale belasting(breeklast) | 150 kg 150 kg | 150 kg | |
| Maximale veiligehelling | 9° / 15% | 9° / 15% | 9° / 15% |
| Grondspeling | 100 mm(zonder anti-tipping)55 mm (met anti-tipping) | 100 mm(zonder anti-tipping)55 mm (met anti-tipping) | 100 mm(zonder anti-tipping)55 mm(met anti-tipping) |
| Maximum hoogtehindernis | 100 mm 100 mm | 100 mm | |
| Zithoogte aanvoorzijde (gemeten vanaf de grond) | 655 mm - 730 mm | 655 mm - 730 mm | 655 mm - 730 mm |
| Zithoogte aanvoorzijde (gemeten vanaf de voetplaat) | 455 mm - 530 mm | 455 mm - 530 mm | 455 mm - 530 mm |
| Hoohte voetplaat | 200 mm 200 mm | 200 mm | |
| Anti-tipping | Standaard | Standaard | Standaard |
| Spiegel | Optie | Optie | Optie |
| Boodschappenmandje | Standaard | Standaard | Standaard |
** Actieradius gemeten onder ideale omstandigheden - Meettolerantie +/- 15 mm / 1,5 kg / km/u / °
Alle gegevens haben betrekking op de toestand bij levering en optimale omstandigheden. Bij veranderingen van de buitentemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen, dalingen, ondergrond, batterijtoestand konnen de prestatieparameters beperkt zich.
STURING
Zet de sleutelschakelaar op AAN.
- De batterij-indicator geeft de lading van de batterijen wee.
Zet de snugheidsregelaar op de gewenste rijnselheid.
- Trek de rijhendel met de vingersaar de handgrepen, afhankelijk van de gewenste richting (voorwaarts of achterwaarts).
Uhoort dc laxon wanner u de drukknop activeert.
Voor de verlichting (vooraan en achteraan) bedient u de drukknop (7).
- Voor de alarmknipperlichten bedient u de drukknop (6).
- Voor het activeren van de richtingaanwijzers drukt u de schakelaars (8-9) in de gewenste richting (links = linker richtingaanwijzer, rechts = rechter richtingaanwijzer).

INSTellenEN VAN DE STUURKOLOM
Trek of duw de stuurkolom in de gewenste stand door middel vande hendel.
- De stuurkolom worden met een hoorbare klik vergrendeld.
- Controller of de stuurkolom stevig vast zit.


De stuurkolom nooit verstellen verwijl u rijdt.
Zet de Scooter uit voor u de verstellingen uitvoert.
VRIJLOOP
Zet de hendel van de motorvergrendeling op vrijloop (zie markings). Motor en aandrijving worden van elkaar gescheiden, U kunt de Scooter nu duwen.
Zet de hendel van de motorvergrendeling op rijden. Motor en aandrijving worden met elkaar verbonden. De Scooter kan nu alleen door de elektronica worden bestuurd.


De vrijloop nooit activeren verwijl u rijdt.

Het elektronisch rijden alleen met vergrendelde motor/aandrijving gebruiken odomat anders de motor warm loopt.
ZIT
Afneembare zit (afb. C)
Trek de zithendel ① naar boyen.
Draai de ②ziten Klein beetje en til deutsche uit de bar voor hoogteverstelling ⑤.
Laat de zithendel ① los.
Vergrendelen van de zit (afb. C)
Om de zit te monteren gaat u omgekeerd te werk.
- Trek de zithendel ① maar boven en tegelijkertijd planta st u de zit ② op de bar voor hoogteverstelling en LAST deze tot de aanslag zakken.
- Wanner de vergrendeling hoorbaar vastklikt, moet de zithendel ① horizontal staan. Wanneer, deutsche nog is aangetrokken, is de zit nicht goed vergrendeld.
Draabare zit (afb. C)
Trek de zithendel ① maar boven.
Draai de zit ② in de gewenste richting.
Laat de zithendel ① los, de zit worden telkens na 20^ vergrendeld.
- Controller dat de zit goed is vastgemaakt.
Diepteverstelling (afb. C)
- Trek de hendel van de zitdiepteverstelling ③ waar boven.
Schuif de ②zitaar voren ofaar achteren over de rails voor zitdiepte ④. - Laat de hendel los ③ om de zit ② in de gewenste stand te vergrendelen.
- Draai de zitlichtjes tot deze vastklikt.
- Controller dat de zit goed is vergrendeld.

Fig. C
1 = Zithendel
2 = Zit
3 = Hendel zitdiepteverstelling
4 = Rails voor zitdiepte
5 = Bar voor hoogteverstelling
De zit kan in 4 verschillende zithoogtes worden geplaatst (stappen: 25mm
Verwijder de zit.
- Verwijder de kunststoffen achterkap.
Draai de bevestigingschroef van de zithoogteverstelling ③ los.
Verwijder de veiligheidskout
- Beweeg de bar voor hoogteverstelling ② maar boven / beneden in de houder, enplaats deze op een comfortabile zithoogte.
- Hermonteer de veiligheidsbout ④.
- Draai de schafast en controllerer dat de speling van de zit is gereduceerd.
- Hermonteer de kunststoffen achterkap.
- Hermonteer de zit.
- Controller dat de zich goed is vergrendeld.

1 = Zitgeber
2 = Bar hoogteverstelling
3 = Bevestigingsschroef zithoogte
4 = Veiligheidsbout
D
RUG
Opzij van de rugleuning (overgang maar de zitbekleding) is een hendel om te kantelen gemonteerd. Wanner u deze omlaag duwt, worden de rug vrijgegeven en kan deze maar voren worden geklapt.
U kan de rug opdezelfde manier ook 30^ maar achefteren verstellen.

Hoofdsteun:
- Duw de borgplaatlichtjesaar de hoofdsteun.
Zet de hoofdsteun in de gewenste stand.
Laat de borgplaat weeR los. - De hoofdsteun klikt hoebaar vast.


De verstellingen nooit uitvoeren terwijl urijdt.
ARMSTEUNEN
De armsteunen können aan de zitbreedte worden aangepast.
Maak de borgschroef onder de zit los.
- Trek de volledige armsteun in de gewenste stand.
- Draai de borgschoef met de hand goed vast.


Trek de armsteun Niet te ver uit, zodate voldoende plaats blijft om de borgschroef stevig en veilig vast te klemmen.
De armleggers konnen maar achefteren worden wegeklapt.


De verstelling nooit uitvoeren verwijl u rijdt.
BANDEN WISSELEN
VoORZICHTIG: Laat voor demontage van de velgen altijd eerst de lucht uit de band!
Voorlichtig: Kans op schade - Bij verkeerd gebruik kan de velg worden beschadigd.
Voor U een neue band monteert, dient U rekening te houden met het volgende:
Controleer het velgbed en de binnenkant van de band op vremeinde voorwerpen en reinig indien nodig. Controleer de toestand van het velgbed, vooral in de buurt van de ventielopening. Gebruik alleen originele wisselstukken. De garantie geldt nicht voor schade die worden veroorzaakt door nicht originele wisselstukken. Neem contact op met de vakhandelaar.
Montage:
WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel - Controller dat de vuldruk correct is.
VOORZICHTIG: Gevaar voor letsel - Let erop dat bij de montage geen voorwerpen of lichaamsdelenCUSen de band en de velgrand gekneld raken.
WAARSCHUWING: Gevaar voor Ietsel - Voor gebruik van de scooter dient U te controlen of alle schroeven van de wielen goed vastzitten. De schroeven op de flens要去en worden voorzien van een schroefborging (bijv. Loctite). Schroefborging houdt alleen als alle schroefdraden vrij় van vet en vuil.
Voorste band Carpo 3:

DEMONTAGE
- Draai en verwijder de middelste schroef dat het wie (1), (2), (3), (4) en de voorvork aan Uw scooter bevestigd.
- Laat de lucht uit het wiei Iopen door de drukstift in het ventiel Lichtjes in te drukken.
- Draai de 4 schroeven van de velg los om de velgzijden (3), (4) en flens (5) los te make.
MONTAGE
Plaats deicht opgepompte bennenband in de buitenband.
- Bevestig de twee velgijken (3), (4) door de banden en plaats de flens gegen de band en maak deze terug vast met de 4 schroeven.
- Steek het lucht ventiel door de voorziene ventielopening.
- Breng het wie op de voorziene bandenspanning. Monteer het wie (1), (2), (3), (4) en flens (5) terug op de voorvork van de scooter en maak de verbinding terug vast met de middelste schroef.
Achterste band Carpo 3:

DEMONTAGE
- Verwijder de afdekdop voor de velg (8).
- Losdraaien en verwijderen van de middelste schroef (12) dat het wiei (1), (2), (3), (4) en de flens (5) aan Uw scooter bevestigd.
- Laat de lucht uit het wiel lopen door de drukstift in het ventiel Lichtjes in te drukken.
- Draai de 4 schroeven (6) van de velg los om de velgzijden (3), (4) en flens (5) los te make.
MONTAGE
Plaats deicht opgepompte bennenband in de buitenband.
- Bevestig de twee velgijken (3), (4) door de banden enplaats de flens gegen de banden en maak deze terug vast met de 4 schroeven (6).
- Steek het lucht ventiel door de voorziene ventielopening.
- Monteer het wiel (1), (2), (3), (4) en flens (5) terug op de scooter en maak de verbinding terug vast met de middelste schroef. Breng het wiel op de voorziene bandenspanning.
- Monteer de afdekdop voor de velg (8).
Carpo 4:
DEMONTAGE
- Verwijder de afdeklop voor de velg.
- Losdraaien en verwijderen van de middelste schroef dat het wiei en de flens aan Uw scooter bevestigd.
- Laat de lucht uit het wiel lopen door de drukstift in het ventiel Lichtjes in te drukken.
- Draai de 4 schroeven van de velg los om de velgzijden en flens los te makeen.
MONTAGE
Plaats delicht opgepompte binnenband in de buitenband.
- Bevestig de twee velgijden door de banden en plaats de flens gegen de band en maak deze terug vast met de 4 schroeven.
- Steek het lucht ventiel door de voorziene ventielopening.
- Monteer het wiel en de flens terug op de scooter en maak de verbinding terug vast met de middelste schroef. Breng het wiel op de voorziene bandenspanning.
- Monteer de afdekop voor de velg.
Controleer rondon en aan beiden zijden of de binnenband Nietussen de bandhiel en velg is geklemd. Schuif het ventiel Lichtjes terug en trek het wee uit zodat de band goed is gespositioneerd in de buurt van het ventiel.
Om de band correct op te pompen pompit U eerst lucht tot de band nog goed met de duim kan worden ingedrukt. Wanner de controelijn aan weerszijden van de banddezelfde afstand tot de velgrand aangeeft, is de band correct gecentreerd. Wanner dit Niet het geval is, dient U de lucht wee terlaten en de band opnieuw uit te lijnen. Pomp de band nu op tot de maximale bedrijfsdruk (let op de vuldruk!) en draai de kap op het ventiel.
Een correcte montage kan alleen worden gegardeerd in de vakhandel. Bij werkzaamheden die nicht zich uitgevoerd door de vakhandel, verwalt de garantie.
Let bij het oppompen van de banden steeds op de correcte vuldruk. Deze waarde kunt U aflezen op de band.
Gebruik voor het oppompen uitsluitend geschikte pompen met een aflieesschaal in bar. Op pompen die Niet door de fabrikant zijn geleverd, gehen wij geen garantie.
DEMONTAGE/MONTAGE
Naast de zitting en armsteunen kan ook het chassis worden gedemonteerd. Lees ook de volgende instructies:
Schakel de Scooteruit.
- Verwijder de zit (zie het hoofdstuk "Zit").
- Neem dechterste kunststof afdekking langs voor weg (bevestigd met klittenband).

Houd er rekening mee dat de kabels voor de verlichting achteraan aan de kunststof afdekking zich bevestigd. Trek de stekkers los voor u de kunststof afdekking volledig verwijdert.

Maak alle batterijstekkers (niet de poolaansluitingen) en alle kabelverbindingen los.
Maak de klittenband los waarmee de batterijen zijn bevestigd.
- Verwijder de batterijen.
Het volgende schema toont u de verbinding:tussen het chassis vooraan en achteraan (afb.J):
Verwijder de veiligheidsbout.
Maak het voor- en achterframe van elkaar los.
Voor het monteren dient u deze instructies te volgen (afb. J):
Schuif de steunen van het voor- en awhile zo in elkaar dat de openingsen van de veiligheidsbout overeenkommen.
- Steek de veiligheidsbout tot de aanslag door de openingsen van de steunen.
Maak alle kabelstekkersCUSen het voor- en achterframe vast (stekkers metdezelfde kleur horen samen).
- Plaats de batterijen en sluit de batterijstekkers aan (stekkers metdezelfdekleur horen samen,afb. I).
Zet de batterijen vast met klittenband zodate de batterijen ook tijdens het rijden Niet kuren bewegen.


Zet de Scooter voor het demoneren altijduit.

Let er bij het monteren/demonteren op dat u geen kabels knelt.
STORINGOPLOSSEN
Deze lijst kan u helpen bij het oplossen van problemen met uw Scooter.
| Storing Oorzaak | |
| Na het starten rijdt de Scooter Niet. Geen batterij-indicatie. | • Sleutel nicht ingestoken/ingeschakeld. • Batterijstekkers Niet aangesloten (batterijen hebben geen contact). • Thermische zekering gesprongen. • Batterijen defect (diep ontladen). • Bedieningseenheid defect. • Elektronicabox defect. • Kabelboom defect. |
| Na het starten rijdt de Scooter Niet. Batterij-indicator geeft te weinig capaciteit aan. | • Motor/aandrijving in vrijloop. • Potentiometer van de rijtoets defect/los. • Magneetrem defect. • Motor defect. • Elektronicabox defect. |
| Thermische zekering gesprongen. | • Motor worden overbelast (zie „Technische geevens"). • Thermische zekering defect. |
| Batterijen können nicht worden geladen. | • Batterijen Niet correct aangesloten. • AAN/UIT-schakelaar van het batterijvak Niet ingeschakeld. • Laadbus defect. • Verkeerd laadapparaat. • Laadapparaat defect. |
INHALT
A b s c h n i t