GSI6104D 1 BDA - Vaatwassers Eudora - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GSI6104D 1 BDA Eudora in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur GSI6104D 1 BDA Eudora
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSI6104D 1 BDA - Eudora en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSI6104D 1 BDA van het merk Eudora.
GEBRUIKSAANWIJZING GSI6104D 1 BDA Eudora
Gebruik volgens de normen
- De wasautomaat mag alleen voor het wassen van de huishoudelijke vaat worden gebruikt. Als het apparaat voor andere doeleinden of op een verkeerde wijze wordt gebruikt, kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele daaruit voortvloeiende schade.
- Uit veiligheidsoverwegingen zijn veranderingen of wijzigingen aan de afwasautomaat niet toegestaan.
- Voordat het apparaat op het elektrische net wordt aangesloten dient u zich ervan te verzekeren dat de gegevens betreffende spanning en stroom van de gegevensplaat overeenkomen met die waar het apparaat op wordt verbonden.
- De installatie moet worden uitgevoerd door een erkende installateur.
Voorbereidende handelingen bij de eerste inbedrijfstelling
- Controleer of de afwasautomaat geen schade heeft opgelopen tijdens het transport. Sluit in geen enkel geval een beschadigd apparaat aan. Bij aanwezigheid van schade dient u contact op te nemen met de leverancier.
Voor de veiligheid van de kinderen
- Kinderen mogen dit apparaat alleen onder strikt toezicht gebruiken, verzeker u er bovendien van dat kinderen het niet als speelgoed gebruiken.
- Belangrijk: vaatwasmiddelen bevatten veel alkaliën die, wanneer ze worden doorgeslikt, zeer gevaarlijk kunnen zijn. Vermijd het contact met huid en ogen en houd kinderen van de afwasautomaat verwijderd als de deur open staat. Controleer of het wasmiddelbakje leeg is na het beëindigen van de wascyclus.
- Vaatwasmiddelen kunnen onherstelbare schade verrichten aan ogen, mond en keel.
Bewaar vaatwasmiddelen dus buiten bereik van kinderen.
- Het water van de afwasautomaat is niet drinkbaar. Overblijfselen van vaatwasmiddel in het apparaat kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen. Zorg er daarom voor dat zij zich nooit dichtbij de open afwasautomaat bevinden.
Dagelijkse werking
- Doe de afwasautomaat nooit aan als de elektriciteitskabel, de buizen van de watertoevoer en -afvoer beschadigd zijn, of als het bedieningspaneel, het werkvlak of het voetstuk erg beschadigd zijn.
- Bij storing sluit u als eerste de waterkraan af, daarna schakelt u het apparaat uit en haalt u de stekker uit het stopcontact. Bij een vaste aansluiting schakelt u de eventuele schakelaar uit of verwijdert u de zekering(en).
- Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact maar pak de stekker zelf beet.
- Reparaties op de afwasautomaat moeten door erkend personeel worden uitgevoerd. Ondeskundige reparaties kunnen de gebruiker in gevaar brengen. In geval van reparaties dient u zich te wenden tot onze Technische Servicedienst of tot een gespecialiseerde verkoper.
- De voedingskabel mag alleen door de Technische Servicedienst worden vervangen.
- Als men tijdens het aansluiten van het apparaat ziet dat de bestaande slangen aan vervanging toe zijn, dienen deze te worden vervangen door nieuwe slangen.
- Doe geen oplosmiddelen in de afwasautomaat aangezien deze een ontploffing zouden kunnen veroorzaken.
- Ga niet zitten op en leun niet tegen de open deur: het apparaat zou kunnen omvallen.
- Voor u het onthardingszout, het vaatwasmiddel en het glansmiddel in het apparaat doet, moet u zich ervan verzekeren dat deze producten geschikt zijn voor een niet-industriële afwasautomaat.
- Sluit altijd de waterkraan af als de afwasautomaat voor lange tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld tijdens vakanties.

Om verwondingen bijv. door struikelen te voorkomen: de afwasautomaat tijdens het in- en uitladen zo kort mogelijk openen.
2 UIT DE VERPAKKING HALEN - AFVALVERMWUDDERNING
2.1 UIT DE VERPAKKING HALEN
Verwijder de buitemste plastic verpakking, de verstevigingshoeken en het piepschuimen grondvlak.
Open de deur en verwijder de piepschuimen blokjes uit de rekken.
Het verzamelen en recyclen van het verpakkingsmateriaal zorgen ervoor dat er grondstoffen worden bespaard en de hoeveelheid afval wordt beperkt.
Breng het verpakkingsmateriaal naar een opslagplaats waar kringloopmaterialen worden herwonnen.
Als het apparaat moet worden weggedaan, dient u het onbruikbaar te maken voor u het verwijdert.

WAARSCHUWING! Enkele verpakkingsmaterialen (bv. plastic zakken, piepschuim) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen. Zorg daarom dat kinderen er niet mee in aanraking kunnen komen.
2.2 VERWIJDEREN VAN EEN TE SLOPEN APPARAAT
Aan het einde van de levensduur van het apparaat, dient dit te worden gesloopt door gespecialiseerde bedrijven, volgens de huidige wetgeving.
Op deze manier kan men bij het wegdoen van het oude apparaat de synthetische kringloopmaterialen herwinnen, in het kader van bewust omgaan met het milieu.
3 ALGEMENE INFORMATIE
3.1 ECONOMISCH EN ECOLOGISCH AFWASSEN
- Was de vaat niet onder de kraan af voor u hem in de afwasautomaat doet.
- Gebruik de afwasautomaat altijd met volle lading, aangezien u alleen zo economisch en milieubewust kunt afwassen.
- Selecteer altijd een wasprogramma dat overeenkomt met het type vaat en het type vuil.
- Vermijd te allen tijde een overdosering van vaatwasmiddel, zout en glansmiddel. Volg aandachtig de instructies over de aanbevolen hoeveelheden en de aanwijzingen van de fabrikant van die producten.
- Controleer dat de waterontharder goed is afgesteld.
3.2 NIET GESCHIKTE VAAT
De volgende vaat is niet geschikt voor de afwasautomaat:
- snijplanken of kleine houten dienbladen
- niet hittebestendige plastic voorwerpen
- loodkristal
- tinnen of koperen voorwerpen
- vaat of bestek met vastgelijmde delen
- oud bestek waarvan de lijm niet hittebestendig is
- stalen voorwerpen die makkelijk oxideren
- bestek met houten, hoornen, porseleinen of parelmoeren heft.

Wanneer u vaatwerk, glazen en bestek aanschaft moet u controleren of ze geschikt zijn voor de afwasautomaat.
Onderdelen van de afwasautomaat \*
1) Zoutreservoir
2) Glansmiddelreservoir
3) Droogventilator (waar voorzien)
4) Bakje voor vaatwasmiddel
5) Typeplaatje
6) Filters
7) Onderste sproeiarm
8) Bovenste sproeiarm
9) Voedingskabel
10) Watertoevoerslang
11) Waterafvoerslang
12) Onderste rek
13) Bovenste rek
14) Bestekhouder
15) Deurafsluithaak
16) Handvatten rekken
(waar voorzien)

text_image
1 13 15 16 1 14 8 7 9 10 11 16 5 3 12 4 2 6 14 len van* Er kunnen verschillen aanwezig zijn op basis van model en plaats van aanschaf.
4.2 TEECHNSSGCEECEEEMENS
Capaciteit (op basis van standaard couverts) : 12
Druk in het hydraulische circuit minimum druk: 0,05 MPa maximum druk: 1 MPa

BELANGRIJK: de elektrische eigenschappen worden aangegeven op het typeplaatje.

text_image
0,05 - 1MPa MAX ....A Model. ...... .......... 12 .....V.....Hz Made in EU CE5
INSTALLATIE
5.1 W/AA/EB/FA/ASKO/PP/ST/BELENN

text_image
2 P P₁* N.B. Geleverd in het zakje met documenten.
Installeer voor de nivellering.
Zodra het apparaat op de juiste plek is geïnstalleerd draait u aan de stelvoetjes P zodat u,
indien nodig, de hoogte van de automaat kunt aanpassen en hem waterpas kunt opstellen.
N.B. Blokkeer de stelvoetjes met moeren.
Alleen in de uitvoeringen met zes stelvoetjes (niet ingebouwd)
Nadat u de stalen stelvoetjes heeft geregeld moet u de twee plastic (P1) stelvoetjes regelen, zodat ze perfect op de vloer aansluiten. De plastic voetjes voorkomen dat het apparaat omvalt. Een juiste waterpasopstelling zorgt voor een correcte werking van de afwasautomaat.
Max. afwijking = 2 graden
Nadat het apparaat waterpas is opgesteld regelt u de deurafsluithaak (Afb. 2.1 "M") zodat de deur goed afsluit.

text_image
2.1 M
N.B. In de uitvoeringen zoals (afb. 2.2) is de deurafsluithaak "M" niet regelbaar.
5.2 HYDRAULISCHE AANSLUITING
De bijgeleverde watertoevoerslang C maakt een verbinding mogelijk op een kraan met aansluiting 3/4".
Tijdens het monteren moeten de volgende instructies worden opgevolgd:
- draai de buis C op de koudwaterkraan A; - als de verbinding plaatsvindt op nieuwe slangen of slangen die sinds lange tijd niet gebruikt worden is het aan te raden veel water te laten doorstromen voordat u het apparaat aansluit, om te zorgen dat roest en vuil worden verwijderd;
- controleer dat de waterdruk zich binnen de grenswaarden bevindt aangegeven in de technische gegevens.
De afwasautomaat moet op het koude en niet het warme water worden aangesloten.
- Het apparaat moet met nieuwe slangen op de waterleiding worden aangesloten. Gebruik nooit oude slangen.

text_image
A C 3 LA2505-0405.3 AAMSSLUTINGGVOODRDEEWATBFAFMCOERBUIS
De bijgeleverde afvoerslang T wordt met het kromme uiteinde aan de rand van een wasbak gehangen of aangesloten op een afvoerleiding.
Het is noodzakelijk een stankafsluiter te monteren.
Tijdens de installatie dient u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te nemen:
- De afvoerslang mag niet gebogen of geknakt worden;
- Het uiteinde van de slang m.b.t. de bovenzijde van de afwasautomaat (afb. 4) moet zich op een hoogte bevinden van tussen de 32 en 80 cm.
- Het uiteinde van de slang mag zich in geen geval onder water bevinden;
- Een eventuele verlenging van de afvoerslang mag de lengte van 1 meter niet overschrijden. Hij moet dezelfde interne diameter bezitten en bovendien moet de maximale hoogte waar het vrije uiteinde zal worden geplaatst niet hoger zijn dan 50 cm (i.p.v. 80 cm);
- De interne diameter van de afvoerleiding mag niet kleiner zijn dan 4 cm.

text_image
LA2501-050 T T min 32 cm max 80 cm 45.4 ELEKTRISCHE AAN SLUITING
De elektrische aansluiting van het apparaat mag alleen door middel van een aard-aansluiting, en volgens de aanwijzingen worden uitgevoerd. De aansluiting moet overeenkomen met de geldende wettelijke normen en de aanvullende normen uitgegeven door uw eigen elektriciteitsbedrijf.
De spanning moet overeenkomen met de netspanning op de plaats van installatie.

Voor de afmetingen van de contactdoos kunt u de informatie naslaan op het typeplaatje.
Als het apparaat niet over een stekker beschikt, moet de aansluiting op het elektrische net worden uitgevoerd door het monteren van een schakelaar die direct op de voedingsklemmen wordt aangesloten. Deze schakelaar moet een omnipolaire onderbreking van het apparaat garanderen, met een opening tussen de contacten van ten minste 3 mm.
Voor de inbedrijfstelling van het apparaat moet u controleren of de stekker van de voedingskabel goed verbonden is aan de stroomvoorziening, dat de watertoevoerslang goed aangesloten is op de kraan, dat de kraan open is gedraaid en dat de afvoerslang volgens de instructies is gemonteerd.
Opening van de deur
Trek het handvat naar voren toe: de deur gaat makkelijk open. Als u dit doet wanneer de machine draait zal een veiligheidsmechanisme de afwasautomaat uitzetten.
Bijvullen van onthardingszout (alleen in de uitvoering met zoutreservoir)
- Open de deur, trek het onderste rek naar voren.
- Schroef de dop van het zoutreservoir linksom los.
Alleen bij de eerste afwasbeurt: giet circa 1/2 liter water in het zoutreservoir. - Doe het onthardingszout m.b.v. de trechter L in het speciale reservoir (circa 1,0 - 1,5 kg).
- Reinig de opening van het reservoir van de eventuele zoutresten
- Schroef de dop van het zoutreservoir rechtsom weer vast.
- Als direct na het bijvullen van het zout de vaat niet schoon is, moet u het programma WEKEN starten zodat het water en de zoutkorrels die uit het reservoir zijn gevallen, worden weggespoeld.

Signalering bijvullen zout (WAAR AANWEZIG)
De groene aanwijzer onder de dop geeft aan dat er nog voldoende zout in het reservoir zit.
Als de groene aanwijzer niet meer zichtbaar is, moet er zout worden bijgevuld.
Uit veiligheidsoverwegingen wordt aangeraden het zout elke 7 wascycli bij te vullen, altijd aan het begin van de cyclus.

Gebruik alleen speciaal zout voor afwasautomaten. Andere soorten zout (bv. keukenzout) bevatten vaak stoffen die niet in water worden opgelost, waardoor de waterontharder verstopt raakt en niet meer kan worden gebruikt.
Het is aan te raden zacht water (laag kalkgehalte) te gebruiken om te voorkomen dat er resten achterblijven op de vaat of de afwasautomaat zelf.
Om de waterhardheid te kennen kunt u contact opnemen met uw gemeente of een speciale kit gebruiken om de hardheid te meten.
Afregeling van de waterontharder (WAAR AAN WEZIG)
(uitvoering bedieningspaneel met LEDS)
Om deze reden beschikt de afwasautomaat over een waterontharder (afb. 6) die automatisch, dankzij de zoutoplossing, regelmatig wordt geregenereerd. Het zoutverbruik voor de regeneratie hangt dus af van de hardheid van het water in uw woongebied.
Voor een optimale regeneratie van de waterontharder moet het mechanisme D worden geregeld op basis van de hardheid van het water in uw woongebied (zie tabel) en moet het zoutreservoir altijd gevuld zijn met onthardingszout.
N.B.: In stand D1 van de regelaar wordt het controlelampje zout toevoegen in het bedieningspaneel uitgeschakeld.

text_image
6 D| Stand van de regelaar | Franse graden °fH | Duitse graden °dH |
| 1 | <15 | <8,4 |
| 2 | >15 <25 | >8,4 <14 |
| 3 | >25 <40 | >14 <22,4 |
| 4 | >40 <90 | >22,4 <50,4 |
| >=meer/<=minder | ||
Afregeling van de waterontharder (WAAR AANWEZIG) (uitvoering bedieningspaneel met display)
Verdwijnend bedieningspaneel

text_image
d4 D R P.2

flowchart
graph LR
A[" "] --> B[" "]
C[" "] --> D[" "]
E[" "] --> F[" "]
G[" "] --> H[" "]
Zichtbaar bedieningspaneel
| Livello di rigenero | Franse graden °fH | Duitse graden °dH |
| d1 | <15 | <8,4 |
| d2 | >15 <25 | >8,4 <14 |
| d3 | >25 <40 | >14 <22,4 |
| d4 | >40 <60 | >22,4 <33,6 |
| d5 | >60 | >33,6 |
| >= meer / <=minder | ||
N.B.: In stand D1 wordt de aanwijzing zout toevoegen op het display uitgeschakeld.
Om een optimale regeneratie in te stellen moet u de toets DELAY (D) ingedrukt houden (afb. 7) terwijl u het apparaat aanzet. Vervolgens verschijnt op het Display de huidige instelling (bv. d4). Om deze instelling te wijzigen drukt u op de toets totdat het gewenste regeneratieniveau wordt geselecteerd (zie tabel). Wacht circa 6 seconden zonder de keuze te wijzigen. Het geluid van de buzzer zal het aflezen van het nieuwe niveau bevestigen. Op het Display verschijnt het verzoek om een programma te selecteren.

Gebruik alleen een speciaal glansmiddel voor afwas-automaten. Andere producten bereiken niet het gewenste effect.
Bijvullen glansmiddel
Het glansmiddel dat automatisch tijdens de laatste wasfase wordt toegevoegd, garandeert dat de vaat snel wordt gedroogd en voorkomt dat er vlekken en kalkaanslag op achterblijft.
Het glansmiddelreservoir S bevindt zich aan de binnenkant van de deur.
- Afb. 8, draai de dop T van het reservoir 1/4 draai linksom om hem te verwijderen.
• Afb. 9, open het klepje T1. - Schenk het glansmiddel tot aan de gestreepte lijn. Maximale hoeveelheid circa 140 ml.
- Sluit het glansmiddelreservoir weer af.
- Verwijder het eventueel gemorste glansmiddel met een doek, anders wordt er tijdens het spoelen teveel schuim gevormd.
Signalering bijvullen glansmiddel
• Elektrisch (waar aanwezig) (afb. 18-18a)
Het apparaat heeft een aanwijzer die aangeeft wat het glansmiddelniveau is. Wanneer deze aangaat moet u het glansmiddel bijvullen.
• Mechanisch (afb. 8)
Het glansmiddel moet worden bijgevuld als de aanwijzer op het reservoir F een lichte kleur heeft (●).
Als het reservoir vol is, heeft de aanwijzer een donkere kleur.

text_image
8 F S T
text_image
T₁ SRegeling van de dosering van het glansmiddel
De regeling R van de dosering bevindt zich in de opening van het glansmiddelreservoir.
Hij kan worden geregeld van hoog naar laag aan de hand van het type dat in uw afwasautomaat is gemonteerd zie afb. 10 (A-B).
De nummers komen overeen met de hoeveelheid glansmiddel die wordt toegevoegd nr. 1 = 1 ml.
Als het glansmiddelreservoir helemaal vol is, is deze hoeveelheid voldoende voor circa 50 wasbeurten. Als de resultaten niet toereikend zijn dient u de doseringshoeveelheid te wijzigen.
- Verwijder altijd het gemorste glansmiddel met een doekje.
Het is belangrijk regelmatig het glansmiddelniveau te controleren. Indien mogelijk om de 31 wascycli
Tovoegen vaatwasmiddel
BELANGRIJK! Gebruik in de afwasautomaat nooit afwasmiddel om met de hand af te wassen! Dit soort afwasmiddelen vormen veel schuim maar reinigen de vaat in de afwasautomaat niet. Ze kunnen zelfs het apparaat beschadigen.
Gebruik dus alleen speciale vaatwasmiddelen voor niet-industriële afwasautomaten.
Zorg dat de verpakkingen goed zijn afgesloten, op een droge plaats.
Voor het programma weken is het vaatwasmiddel niet nodig. Het vaatwasmiddel wordt tijdens het wasprogramma automatisch uit het bakje gehaald. De aangeraden hoeveelheid is 25 g.

text_image
A B 10 R
text_image
15 25 P V 11Verschillende vaatwasmiddelen kunnen meer of minder effectief zijn. Lees dus aandachtig welke dosis wordt aangeraden door de fabrikant van het product.
Het bakje voor het vaatwasmiddel bevindt zich aan de binnenkant van de deur.
Als het klepje dicht is:
- Druk de afsluithendel P naar voren. Het klepje klikt open.
- Doe het vaatwasmiddel in het bakje V.
- Om het deksel af sluiten drukt u erop totdat hij vastklikt.
Als de vaat bijzonder vuil is kunt u wat vaat-wasmiddel toevoegen in de opening van het deksel; vul deze opening tot aan de rand. Dit vaat-wasmiddel is reeds actief in de weekfase.

text_image
V 26 18 P 12Hoe laadt u de afwasautomaat en hoe plaatst u de vaat
U kunt de verschillende soorten vaat in de twee rekken plaatsen.
- Verwijder de grootste etensresten van de vaat om te voorkomen dat het filter verstopt raakt en er nare luchties vrijkomen.
- Als de potten en pannen bijzonder aangekoekt zijn dient u ze in water te weken voor u ze in de afwasautomaat plaatst.
Gebruik van het onderste rek
Het onderste rek dient voor de moeilijker te reinigen vaat en voor het bestekrek.
In het onderste rek komen de platte en diepe borden, de koekenpannen, soepkommen, deksels en dienborden.
De platte en diepe borden moeten zo worden ge- plaatst dat er een plaats vrij blijft tussen het ene en het andere bord.

Ze moeten altijd verticaal staan, zodat het water er makkelijk tussen kan stromen.
Pannen en koekenpannen moeten altijd ondersteboven staan. U kunt zelf besluiten op welke manier de afwasautomaat het beste te laden. Zorg er in ieder geval wel voor dat de borden, pannen en koekenpannen op zo'n manier worden geplaatst dat alle vuile delen in direct contact komen met het water en dat het water makkelijk weg kan spoelen.

Om de beste wasresultaten te bereiken moet het bestek met het heft naar beneden worden geplaatst. Lepels, vorken en messen moeten in de speciale vakken van het bestekrek worden gezet.

BELANGRIJK:
Zeer lang bestek, en in het bijzonder "lange messen" moeten niet met de punt naar boven worden geplaatst, maar horizontaal in het bovenste rek. Eventueel moeten zij met de hand worden afgewassen.
Gebruik van het bovenste rek
Het bovenste rek, wat volledig naar buiten kan worden getrokken, is geschikt voor kleine en middelgrote vaat, zoals glazen, bordjes, mokken, kopjes, lage slakommen en niet zo vuile pannen en koekenpannen. Bordjes moeten altijd verticaal worden neergezet. Glazen, kopjes, pannen en koekenpannen ondersteboven. Lichte, breekbare vaat moet altijd tussen de houders worden gezet, zodat deze niet om kan vallen door het sproeien van het water.
Het beste wasresultaat bereikt u als u de juiste positie van de vaat in de rekken heeft gevonden. Op deze manier zal het wasproces het meest efficiënt zijn.

Aangezien de watertemperatuur tijdens het wassen zeer hoog is en met het vaatwasmiddel en chemische reactie veroorzaakt, raden wij u aan de volgende voorwerpen niet in de afwasautomaat te plaatsen: voorwerpen van koper of geanodiseerd aluminium, bestek met houten of hoornen heft, breekbaar porselein, niet hittebestendige glazen of plastic vaat.
Als u een servies heeft van versierd porselein raden wij u aan een proef uit te voeren met een enkel element om te controleren dat de decoratie niet wordt gewijzigd of beschadigd.
Regelen hoogte bovenste rek (waar voorzien)
Door de handvatten aan de zijkant (links en rechts) te bewegen kunt u de stand van het rek regelen.
Verwijderen bovenste rek
Het bovenste rek kan uit de geleiders worden gehaald, zoals aangegeven in de afbeelding.

text_image
17 LA2505-1607 ONDERHOUD
7.1 REINIGEN VAN DE SPROEIARMEN

WAARSCHUWING: Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt of onderhoud uitvoert.
De sproeiarmen kunnen gemakkelijk worden verwijderd voor de regelmatige reiniging van de sproeiers en om mogelijke verstoppingen te vermijden.
Was ze zorgvuldig onder een waterstraal en zet ze weer op hun plaats.

Om de bovenste sproeiarm te verwijderen: Draai de bevestiging van de sproeiarm linksom.

Om de onderste sproeiarm te verwijderen: Trek de sproeiarm naar boven toe en haal hem los.
7.2 REENGENWAIN DEEFFLUERS
Na elke wasbeurt dient u het filter te controleren en eventuele etensresten op de volgende manier verwijderen:
- Draai het externe filter 1 linksom.
• Verwijder het centrale filter 2.
• Verwijder het fijne filter 3.
Alle onderdelen moeten onder stromend water worden gereinigd. U moet de filters goed schoonmaken, aangezien de afwasautomaat niet werkt met verstopte filters.
Het is belangrijk dat de filters weer op hun plaats worden gezet, om schade aan de waspomp te voorkomen.
BELANGRIJK: Vuile filters kunnen de reden zijn dat uw vaat niet goed schoon wordt.

text_image
21 1
text_image
22 ②
De pomp is vanuit de binnenkant van het apparaat bereikbaar.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor u de pomp gaat reinigen.
- Draai het externe filter 1 linksom (afb. 21).
- Verwijder het fijne filter 3 (afb. 23).
- Verwijder uiteindelijk het onderdeel Z aan de linkerkant van het putje.
- Door uw vinger in de opening te doen kunt u het schroefblad van de pomp laten draaien en eventuele vuiligheid verwijderen.
- Doe het onderdeel en de filters weer op hun plaats.
- Doe de stekker weer in het stopcontact.

text_image
24 ②
WAARSCHUWING: Vergeet niet het onderdeel Z weer op z'n plaats te doen.
7.4 REINIGENV XAINHEFETTBERWATERDOEMOEB
Reinig regelmatig het filter B tussen de kraan en de water-toevoerslang
- Sluit de waterkraan A af.
- Schroef de koppeling C los, verwijder het filter B en maak het goed schoon onder stromend water.
- Zet het filter weer op zijn plaats en schroef de watertoevoerslang weer vast. Controleer dat er geen lekkages zijn.

text_image
A B C LA2505-0407.5 REINIGEN VAN DE BUITENKANT VAN HET APPARAAT
De metalen oppervlakten van het apparaat en het plastic aan de voorzijde moeten geregeld met een zachte, vochtige doek worden afgenomen. Gebruik nooit zuren of schurende schoonmaakmiddelen.
Uitschakeling voor langere tijd.
Als de afwasautomaat voor langere tijd niet wordt gebruikt gaat u als volgt te werk:
- Draai twee weekprogramma's.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Verwijder de watertoevoerbuis.
- Laat de deur op een kier zodat vervelende luchtjes worden voorkomen.
7.6 PRESTATIES
Testdosering
Normaal
Hoofdwas met 25 gram standaard vaatwasmiddel. (Type B)
Dosering glansmiddel 4. (Type III)
Energieklasse
Europa: EN 50242
Wasprogramma: Normaal op 55°C
Aansluiting: Koud water

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8
text_image
4 444 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 6 5 1 6 7 8 8 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3Inlaadvoorbeelden
afw asautomaat

Controleer eerst of u zelf eventuele kleine storingen kunt oplossen met behulp van de volgende instructies. Als deze informatie niet toereikend is om het probleem op te lossen kunt u contact opnemen met de Technische Servicedienst.
• Het programma start niet.
- Zijn de zekeringen van de interne installatie defect? Is het apparaat aangesloten op het elektrische net?
- Is de deur goed dicht? Druk tegen de deur om hem goed af te sluiten.
- Er wordt geen water toegevoerd.
- Is de waterkraan opengedraaid?
- Is het filter tussen kraan en watertoevoerslang verstopt? Reinig eventueel het filter.
- Is de watertoevoerslang gekneld? Controleer de buis.
- De aanwijzer programmaverloop blijft op het begin van de wascyclus stilstaan.
- Is de waterkraan volledig opengedraaid?
- Is het filter tussen kraan en watertoevoerbuis verstopt? Reinig eventueel het filter.
- Is de minimum waterdruk minstens 0,05 MPa?
- Het water wordt niet afgevoerd.
- Is de waterafvoerbuis gekneld? Controleer de installatie van de slang.
- Is de sifon verstopt? Controleer de sifon.
- De vaat wordt niet schoon.
- Is het gekozen programma geschikt voor het type vuil?
- Is de vaat zo geplaatst dat de waterstraal de binnen- en buitenkant ervan kan bereiken?
- De rekken van de afwasautomaat mogen niet te vol zijn.
- Zijn de sproeiarmen geblokkeerd door vaat of bestek?
- Zijn alle filters op de bodem van de afwasautomaat schoon? Zitten de filters op hun plaats?
- Is de hoeveelheid vaatwasmiddel juist?
- Is de waterafvoerbuis juist geïnstalleerd?
- Zit er nog zout in het reservoir? (waar voorzien). Zonder onthardingszout wordt het water niet zacht genoeg.
- Is de waterontharder (waar aanwezig) juist afgesteld op basis van de plaatselijke waterhardheid?
- De vaat droogt niet en blijft dof.
- Zit er nog glansmiddel in het reservoir?
- De glazen en de vaat tonen strepen, witachtige vlekken of een glanzende blauwe aanslag.
- Tijdens het spoelen wordt teveel glansmiddel opgenomen. Verminder de dosering van het glansmiddel
- De glazen en de vaat zitten vol opgedroogde watervlekken.
- Tijdens het spoelen wordt te weinig glansmiddel opgenomen. Verhoog de dosering van het glansmiddel.
Belangrijk!
Aangezien de afwasautomaat in de fabriek nauwkeurig is getest en gecontroleerd zult u bij aanschaf waterdruppels aan kunnen treffen die na de eerste wasbeurt zullen verdwijnen.
SimpelGids